ARCHIEF CD-RECENSIES APRIL 2005

 

 

archief

 

december     januari     februari     maart

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Erin Condo “Leaving Songs”Memphis Minnie “Queen Of The Delta Blues – Volume 2” (5 CD Box) - Cheatin’ Hearts “Cheatin’ Hearts”Julie Gold “The Girl I Found” - Loudon Wainwright III “Here Come The Choppers”Bruce Springsteen “Devils & Dust”Vic Chesnutt “Ghetto Bells”Patricia Vonne “Guitars And Castanets”Heavy Trash “Heavy Trash”Various Artists “Blue Highways 6”David Olney “Migration”JP Den Tex “Music That Inspired The Film Emotional Nomads”The Trembling Highburys “Past & Present” - Various Artists “American Connection”Audrey Auld Mezera “Texas”The Ragtime Wranglers “Groove A Tune”The Seatsniffers “Re-Issued 1 (The Seatsniffers & All Of This)”Old 97’s “Drag It Up” - John Lilly & Ralph Blizzard “Blue Highway”Jerry Reed “Live, Still!” - Tish Hinojosa “A Heart Wide Open”Amber Digby “Music From The Honky Tonks” - Doyle Lawson & Quicksilver “You Gotta Dig A Little Deeper”Dusty 45’s “Devil Takes His Turn” - Amy Martin “Deliverance”Redbird “Redbird”David Francey “The Waking Hour” - Marc Carroll “World On A Wire”Hètten Dès “Cowboys Con Cojones”Admiral Freebee “Songs”Greg Trooper “Make It Through This World”

 

ERIN CONDO

“Leaving Songs”

(Joyland Music)

(3,5) J J J J

 

 

Van de stem van deze van tussen de heuvels van West Virginia weggeplukte schone werden wij eensklaps heel warm vanbinnen. “She’s the real deal,” pocht de bio. En zo is het maar net. Erin Condo is een natuurtalent. Op “Leaving Songs” blaast ze met de hulp van co-producers Wiggus en Bob Klotz het countrygenre nieuw leven in. Net zoals bijvoorbeeld een Eleni Mandell dat eerder al deed steekt ze haar liedjes in een ook voor een wat ruiger publiek sexy kleedje. Van een eerder traditionele trage two-step als “Nothin’ New” – What’s in a title? – gaat het over melodieuze Americana (“Slow To Go”), alt. country rockers à la “Temporary Town” en bluesy train songs genre “His Train Has Finally Come” tot wulpse country (“Gas Well”) en zelfs bluegrass (“Spring – 1965”). En wij lusten er wel pap van! Zondermeer één van de leukste (country)platen van de afgelopen maanden. Je blijft er gewoon naar teruggrijpen…

Erin Condo

CD Baby

 

 

MEMPHIS MINNIE

“Queen Of The Delta Blues – Volume Two”

(5 CD Box Set)

(JSP Records / Music & Words)

(4) J J J J

 

 

Wie zich nog mocht afvragen waarom Memphis Minnie door tal van bluesliefhebbers liefdevol als de “Queen of the Delta Blues” wordt bestempeld, vindt op de zoveelste fraai uitgevoerde box van het Britse JSP-label wellicht een afdoend antwoord op zijn vraag. “Memphis Minnie - Queen Of The Delta Blues - Volume 2” beslaat de periode tussen 1937 en 1953. De ondertussen al tot een gevestigde waarde in de Chicago blues scene uitgegroeide zangeres mag hier 120 tracks en 5 CD’s lang illustreren waaraan ze haar uitstekende reputatie verdankte. En het betreft daarbij echt wel voer voor verstokte verzamelaars, want van tal van liedjes als “My Baby Don’t Want Me No More”, “Down In The Alley”, “Running And Dodging Blues”, “Moaning Blues”, “The Man I Love”, “Fish Man Blues”, “Hold Me Blues” en “Got To Leave You” worden diverse takes opgevoerd. Op die manier wordt je op een unieke (en chronologisch verantwoorde) manier inzicht verschaft in het wel en wee van één van de origineelste vrouwelijke bluesgitaristen en -performers aller tijden. Veel soulvoller en passioneler als Minnie werden ze nu eenmaal niet gemaakt. Net als de voorganger ervan een ronduit voorbeeldige collectie!

JSP Records

Music & Words

 

 

CHEATIN’ HEARTS

“Cheatin’ Hearts”

(Dusty Records)

(3,5) J J J J

 

 

“Made in Sweden” lazen we in heel kleine lettertjes op het hoesje van het titelloze debuut van Cheatin’ Hearts, een zestal rond lokale schone Maria Uppgren, maar in de wetenschap verkerend, dat de door het Zweedse Dusty Records-label verdeelde albums maar heel zelden ontgoochelen, hebben we ons daar op geen enkel moment door laten beïnvloeden. En terecht ook, zo zou al snel blijken. De in eigen land reeds herhaaldelijk gelauwerde Uppgren is immers een uitstekende vocaliste en in Sophia Johansson (backing vocals), Peter Andersson (pedal steel, dobro, akoestische gitaar), Johan Ek (elektrische gitaar), Patrik Malmros (drums) en Jonas Bylund (bas, baritongitaar, akoestische gitaren) vond ze zowat het ideale team om haar kijk op traditionele country te vertalen naar een geluid dat ook in Americanamiddens wellicht wel op de nodige bijval zal kunnen rekenen. Denk daarbij bij wijze van vergelijking bijvoorbeeld maar aan acts als de Bellyachers, de Demolition String Band, Eleni Mandell en aanverwanten. Met veel brio eigenen Uppgren en co zich op dit visitekaartje tijdelijk klassiekers uit het genre als “It Wasn’t God Who Made Honky Tonk Angels” (Kitty Wells), “I Still Miss Someone” (Johnny Cash), “(It’s A Mighty Thin Line) Between Love And Hate” (Johnny Paycheck), “Darlin’ Are You Ever Coming Home” (Connie Smith) en “Above And Beyond” (Buck Owens) toe. En eigen nummers als “Queen Of Denial” en “Show Me” van Uppgren zelf en “Steelwalk” van haar de snaren bewerkende rechterhand Peter Andersson vallen daarnaast bepaald niet uit de toon. Hier is dan ook sprake van een bijzonder aangename verrassing. Zo eentje, die je als recensent zelfs graag zou willen tippen voor de er stilaan weer aankomende zomerfestivals.

Cheatin’ Hearts

Dusty Records

 

 

JULIE GOLD

“The Girl I Found”

(Gadfly Records)

(2,5) J J J

 

 

Bij wie doet de naam Julie Gold nog een belletje rinkelen? Of moeten we eerder vragen wie kent er haar überhaupt? Gold mag met het heerlijke “From A Distance” dan al verantwoordelijk zijn geweest voor één van de allermooiste liedjes op het repertoire van Nanci Griffith, met haar eigen platen wist ze zich tot op heden niet echt in de kijker te spelen. En het valt enigszins te bevrezen, dat dat ook met haar nieuwe CD “The Girl I Found” niet meteen zal gebeuren. Die plaat staat vol met eerder bedaarde popliedjes van eigen hand. Mooi, daar niet van, maar de middenmoot wordt zelden ontstegen. Van achter haar piano serveert Gold het soort van deuntjes waarmee Carole King zo’n dertig jaar geleden in bepaalde kringen behoorlijk succesvol bleek. De vraag is maar of dat ook zal volstaan om ook in 2005 nog van je te doen spreken. Enkele van de gelukkige uitzonderingen zijn het religieus geïnspireerde “When He Walks With Me”, dat met zijn gospelesk ondertoontje wél meteen de gevoelige snaar weet te raken, “When He Leaves”, een duetje met sixties-grote Lesley Gore, en de gevoelige ballade “Home”. Vooral dat eerste moest La Griffith misschien ook maar eens opnemen…

Julie Gold

Gadfly Records

 

 

LOUDON WAINWRIGHT III

“Here Come The Choppers”

(Evangeline / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Het zijn echte hoogdagen voor de liefhebbers van klassiek singer-songwriter spul. Naast hier recentelijk elders al besproken platen van Vic Chesnutt, Bruce Springsteen, David Olney en Tish Hinojosa en de op komst zijnde nieuwe schijven van good old John Prine en Lucinda Williams is er immers ook “Here Come The Choppers”, de gloednieuwe Loudon Wainwright III. Op dat in amper vier dagen in de Mad Dog Studios in Burbank, CA opgenomen en door Lee Townsend geproduceerde album bevindt de man zich in zeer uitgelezen gezelschap. Bill Frisell (elektrische gitaar), Greg Leisz (lap steel, pedal steel, mandoline, elektrische gitaar), David Piltch (akoestische en elektrische bas) en Jim Keltner (drums, percussie) doen een fameuze duit in het zakje. Minder bekende goden Coco Love Alcorn (zang) en Chris Gestrin (orgel) vervolledigen elk op hun manier het plaatje. Het leeuwendeel van het materiaal voor “Here Come The Choppers” ontstond verspreid over de laatste vier à vijf jaar. Dat de Irak-kwestie er geregeld in aan bod komt is dan ook evident. Maar Wainwright kaart wel meer thema’s aan.”Hank & Fred” is zo bijvoorbeeld een ingetogen rootsy tip of the hat aan het adres van Hank Williams en Fred Rogers en in openingsnummer “My Biggest Fan” heeft hij het over één van zijn grootste bewonderaars, een boomlange OZ. Al bij al vertrouwd goed.

Loudon Wainwright III

Evangeline Records

Bertus

 

 

BRUCE SPRINGSTEEN

“Devils & Dust”

(Columbia / Sony)

(4,5) J J J J J

 

 

De eerste van een reeks “grote” releases die ons de eerstkomende weken zullen gaan bezighouden. En wat voor één! Op zijn nieuwe CD “Devils & Dust” kiest The Boss opnieuw resoluut voor de (grotendeels akoestische) aanpak die hij eerder ook al verkoos voor twee van zijn allerbeste platen, zijnde “Nebraska” en “The Ghost Of Tom Joad”. Noem het zijn Woody Guthrie-kant die weer even de bovenhand mag hebben. Brendan O’Brien tekende voor de productie van het in bijzonder fraai artwork gestoken geheel. En ander schoon volk als Steve Jordan (drums), de Nashville String Machine (strijkers), Chuck Plotkin (piano), Danny Federici (keyboards), Soozy Tyrell (viool) en Patti Scialfa (backing vocals) zorgde voor een al even beklijvende klankkleur. Van bij de eerste tonen van het (mede dankzij een pakkende harmonicabijdrage) behoedzaam onder de huid kruipende openingsnummer “Devils + Dust” tot de laatste van de zomers zwoele afsluiter “Matamoros Banks” is dit één groot feest voor de oren. Van bedaarde rockertjes als “All The Way Home” of “Long Time Comin’” en rootsy singer-songwriterspul à la “Reno”, “Maria’s Bed” en “Black Cowboys” tot sfeervolle story songs en prachtballades type “Silver Palomino” en “Matamoros Banks”, niet één enkele uitschuiver te bekennen hier. En genereus als de man is, laat Springsteen het zelfs daar niet bij. Op een bonus DVD krijgen we het album in 5.1 Surround Sound & PCM Stereo en een vijftal video’s - voorzien van een uitvoerige persoonlijke inleiding - van akoestische performances van enkele van de nieuwe liedjes als toemaatje aangeboden. Over waar voor je geld krijgen gesproken!

Bruce Springsteen

 

 

VIC CHESNUTT

“Ghetto Bells”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Het siert de groten der aarde, dat ze zich zo nu en dan nog eens even verlagen tot het op sleeptouw nemen van beginnende of minder gefortuneerde collega’s. Voorbeelden zat om die vaststelling te illustreren. Men denke bijvoorbeeld maar aan de rol die de heren Jagger en Richards hebben gespeeld voor de beginnende Marianne Faithfull of aan de lans die Springsteen ooit brak voor de uit een lange winterslaap ontwakende Gary US Bonds, om er zomaar voor de vuist weg twee te noemen. Een gelijkaardig lot viel ook Vic Chesnutt te beurt, toen onverwacht bleek dat R.E.M.-kopstuk Michael Stipe een grote fan van zijn werk was. Mede door diens toedoen kon Chesnutt zich in alle rust een aparte niche in het wereldje der singer-songwriters toe-eigenen. En daar mogen we Stipe op onze blote knieën dankbaar voor zijn. Ook op zijn twaalfde album so far blijkt Chesnutt immers weer in zeer goede doen. In een productie van John Chelew – bekend van zijn werk met ondermeer John Hiatt, Richard Thompson en de Blind Boys Of Alabama – en in het exquise gezelschap van ondermeer Van Dyke Parks (piano, accordeon, orgel), jazzgrootheid Bill Frisell (gitaar) en Don Heffington (drums) tekent hij voor een plaat die op fluistertoon bijna smeekt om gebruik in de late uurtjes. Bijzonder sfeervolle nachtbrakerij is het, die Chesnutt ditmaal aan de man brengt. Strijkers hier, accordeon daar, een zacht zoemende bas, een over het algemeen beschouwd meer gestreelde dan bespeelde gitaar en een pianootje bij wijze van kers op de taart maken van “Ghetto Bells” de meest toegankelijke plaat van de “Prometheus in a wheelchair”, zoals de man liefdevol wordt aangeprezen door zijn huidige platenlabel. Hij lijkt dan ook klaar om zijn fanschare op korte termijn gevoelig te gaan uitbreiden. Luistertips: het met strijkers overladen openingsnummer “Virginia”, het intimistische “Forthright” en het ogenschijnlijk tussen de aanpak van Dylan en de vroege Waits twijfelende “The Garden”.

Vic Chesnutt

New West records

Sonic Rendezvous

 

 

PATRICIA VONNE

“Guitars & Castanets”

(CoraZong / Heartselling / MML)

(3,5) J J J J

 

 

Met haar bijzonder geïnspireerde (titelloze) debuutplaat wist de bloedmooie Texaanse Patricia Vonne goed twee jaar geleden klaarblijkelijk niet alleen ons aangenaam te verrassen. Zoveel wordt meteen duidelijk als je de gastenlijst van de opvolger van die plaat even overloopt: Charlie Sexton, Jon Dee Graham, Rick Del Castillo (het snarenwonder van de vanuit Austin aan een stevige reputatie timmerende Latino rockers van Del Castillo), Michael Ramos, Joe Reyes (Lara & Reyes), Johnny Reno (Chris Isaak) – schoon volk genoeg in de buurt alleszins.

En gezien het warme onthaal dat die eersteling van haar te beurt viel biedt Vonne op “Guitars & Castanets” dan ook volop meer van hetzelfde aan. Ze voelt zich als vanouds net zo goed thuis in stevige rock & roll (“Texas Burning” en “Lonesome Rider”) als in van mariachi doordrongen spul (“La Gitana De Triana” en “Fiesta Sangria”). Ze speelt het spelletje ook heel leep en tracht je beurtelings te bekoren in het Engels en het Spaans. Met eerbewijzen aan het adres van inspiratiebronnen als Joe Ely (“Joe’s Gone Ridin’”), Alejandro Escovedo (“Guitarras Y Castanuelas”) en Johnny Reno (“Sax Maniac”) bewijst ze bovendien uit het goede hout gesneden te zijn.

Luistertips: het op rinkelende gitaartjes drijvende “Long Season”, het stomende “Sax Maniac” en het zo’n typische gypsy feel uitstralende “Fiesta Sangria”.

(De door het Nederlandse CoraZong-label uitgegeven Europese editie van “Guitars & Castanets” bevat in de vorm van Patricia’s interpretatie van de traditional “La Cigarra” en video clips van “Sax Maniac” en “Traeme Paz” overigens nog een stel leuke extraatjes.)

Patricia Vonne

CoraZong Records

 

 

HEAVY TRASH

“Heavy Trash”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“Jon Spencer and Matt Verta-Ray are… Heavy Trash”, kondigt het hoesje van dit langverwachte album veelbelovend aan. En we worden door de twee wat dat betreft ook bepaald niet ontgoocheld. Trashy is het… Wat de als bassist van Madder Rose en om zijn priemende gitaarescapades bij Speedball Baby bekende Verta-Ray en zijn ook al lang geen voorstelling meer behoevende partner in crime Spencer (Pussy Galore, Blues Explosion) hier uit de mouw schudden laat zich misschien nog het best omschrijven als een bastaard geboren uit een bijzonder intense ménage à quatre met als voornaamste betrokkenen eigenzinnige rockabilly, frenetieke rock & roll à la The Cramps, roodhete R&B en klassieke murder ballads. Van wild schokschouderend tot ingetogen huiverend, van zweterig tot angstaanjagend… Live moet dit gewoon onweerstaanbaar zijn.

Yep Roc

Sonic Rendezvous

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Blue Highways 6”

(The Ultimate Americana Music Fest 2005)

(Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

Aanstaande zaterdag 23 april is het weer zover. Dan trekken we met z’n allen weer naar de jaarlijkse hoogmis van het Americanagebeuren in de Lage Landen, het Blue Highways-festival in zaal Vredenburg in Utrecht. En naar goede gewoonte worden we ook weer opgewarmd voor dat evenement met een prettig geprijsd verzamelaartje waarop het gros van de optredende artiesten met telkens één nummer vertegenwoordigd is. Tom Russell (“Tonight We Ride”), Chuck Prophet (“You Did (Bomp Shooby Dooby Bomp)”, Kelly Willis (“Easy (As Falling Apart)”), Tres Chicas (“Sweetwater”), Jim Lauderdale (“Looking Elsewhere”), Caroline Herring (“Trace”), Eliza Gilkyson (“Dark Side Of Town”), Son Volt (“Driving The View”), Lori McKenna (“Mr. Sunshine”), Bernie Leadon (“Rich Life”), DB Harris & His Men Of Action (“Girls Gone Wild!”), Nathan Hamilton & No Deal (“Two Penny Vengeance”), Bill Kirchen - met Johnny en Jack - (“Truck Stop At The End Of The World”) en Two Cow Garage (“Burn In Hell”) leveren ruimschoots waar voor je geld. Knappe compilatie!

Vredenburg

 

 

DAVID OLNEY

“Migration”

(Loudhouse / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

David Olney geldt al sinds jaar en dag als een echte “songwriter’s songwriter”. Een doorbraak op wat grotere schaal mocht hij met zijn eigen materiaal jammer genoeg nog niet ervaren, maar naast een gestaag groeiende reputatie en een devote schare fans wist hij er zich wél al een indrukwekkende reeks bekende bewonderaars mee af te dwingen. Mensen als Emmylou Harris, Steve Earle, Del McCoury, Johnny Cash en Linda Ronstadt namen één of meer van zijn liedjes op en brachten op die manier geld in het laatje.

Als er al één ding is wat hij zichzelf nog wel eens ziet doen buiten schrijven en zingen, zegt Olney van zichzelf, dan is dat acteren. En dat lijkt niet eens zo’n gek idee ook als je zijn songs wat grondiger gaat bestuderen. Ook daarin kruipt hij immers geregeld in de huid van anderen. Op zijn jongste CD “Migration” vertoont hij zich zo bijvoorbeeld als een migrerende vogel ziek van verdriet na het verlies van zijn maatje (“Lenora”), een door de liefde tot waanzin gedreven tovenaar (“My Lovely Assistant”) en een ter dood veroordeelde gevangene (“Oh Lord”). Daarbij stelt hij zich beurtelings op als folktroubadour (“Birds” en “No One Knows What Love Is”), rocker (“Upside Down” en “Speak Memory”), bluesman (“Ace Of Spade Blues”), country boy (“Light From Carolina”), minnaar (“All The Same To Me”) en filosoof (“The Song”). Genoeg variatie dus alvast om eens te meer aanspraak te mogen maken op een eigen stekje in de Premier League der singer-songwriters.

Volledigheidshalve vermelden we ook nog even dat Olney zich ditmaal bij het pennen van enkele liedjes liet bijstaan door John Hadley en Gwil Owen en dat hij voor “Light From Carolina” en “Oh Lord” in de leen ging bij respectievelijk wijlen Steve Runkle (The Contenders) en aanstormend talent Rebecca Hall.

Loud House Records

Sonic Rendezvous

 

 

JP DEN TEX

“Emotional Nomads”

(Music That Inspired The Film…)

(CoraZong Records)

(3) J J J

 

 

Jan-Piet “JP” Den Tex lijkt creatieve hoogdagen te beleven. “Hot on the heels” van zijn geslaagde “La Jeune Fille Au Chewing Gum”-CD is er nu “Music That Inspired The Film Emotional Nomads”, de soundtrack bij de gelijknamige door filmmaker Jindra Markus rond JP en zijn muzikale kameraden gedraaide film. Dat is een prent met als centraal thema de geheimzinnige bekoring van het muzikantenleven. Naar aanleiding van het in 1998 verschenen “Emotional Nomads”-album van den Tex volgde Markus hem tijdens een korte tournee. In den beginne was het hem er vooral om te doen de verklanking van de relatieproblemen van JP in diens muziek op de gevoelige plaat vast te leggen. Markus raakte echter dermate in de ban van wat hij in het kielzog van zijn sujet meemaakte, dat hij er een unieke documentaire road movie over draaide. Den Tex droeg bij wijze van wederdienst op zijn beurt de muziek daarvoor aan. En dat levert een album op met tal van zeer bekoorlijke momenten. Zoals gebruikelijk is de man ook ditmaal weer niet voor één gat te vangen. Van Latino getint spul als “Sound & Rhythm” tot met zomerse gitaartjes versierde lappen roots pop à la “Claire”, van knappe ballades als “Life Is A Tango” of “Lonesome Star” tot eerder traditioneel singer-songwriterspul genre het met een leuk harmonicaatje versierde “Nice Girl Gone Bad” of bedaarde rockers als “Love Is A Rare Commodity”, er is zowat voor elk wat wils. Eén van de mooiste fragmenten is ons inziens het sfeervolle, over een zalig streepje accordeon heen gedrapeerde “Ferryboat Song Revisited”. In nummers van dat kaliber wordt pas echt goed duidelijk waarom velen deze man tot de beste momenteel in Nederland actieve singer-songwriters rekenen.

JP den Tex

CoraZong Records

 

 

THE TREMBLING HIGHBURYS

“Past & Present”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Sedert haar ontstaan nu goed zes jaar geleden in april ’99 is de Beverwijkse rootsrockformatie The Trembling Highburys op kousenvoeten uitgegroeid tot één van de beste Americana acts die Nederland rijk is. Hoe het zo ver kon komen wordt fraai geïllustreerd op de vierde langspeler van het collectief rond zanger-gitarist Marco Nicola. Het toepasselijk getiteld “Past & Present” is immers tegelijkertijd een terugblik op het eigen verleden en een fiere blik vooruit richting toekomst. Acht zorgvuldig geselecteerde en vervolgens geremasterde “eigen klassiekertjes” als “The Chief Cried”, “Burning On The Inside”, “Only Night Time”, “Six String Love Affair”, “The Moon Is Mine”, “Under My Trembling Trees”, “Three Chord Song” en “Do You Like It?” vertegenwoordigen hier het verleden. Negen nieuwe songs representeren zowel het heden als de toekomst. En vooral deze laatste zijn het natuurlijk die ons in onze hang naar altijd maar nieuw werk het meest intrigeren. Openingsnummer “Unbelievable Screen” is meteen goed raak. Dat qua sfeer enigszins aan “Get Back” van de Beatles verwante bluesrockertje nestelt zich ogenblikkelijk knus tussen je oren. En ook de zich als een broeierige stofwolk voortslepende Americana van “My Own Road” mag er best wezen. Evenals overduidelijk naar Amerikaans model geprofileerde rootsrockers à la “Fred” en “I Know You Know”. Sympathiek schijfje al bij al.

The Trembling Highburys

 

 

VARIOUS ARTISTS

“American Connection”

(CoraZong Records)

(4) J J J J

 

 

Op zaterdag 24 maart 2001 startte de KRO op Radio 2 met American Connection. Dat door Jacques van Aelst samengestelde en door Ruud Hermans geproduceerde programma is een oase van goede smaak, waarin wekelijks een brede waaier aan de mooiste Americana aan bod komt. Een essentieel onderdeel van American Connection is het op regelmatige basis gepresenteerde live muziekblokje, waarin reeds tal van gerespecteerde artiesten zich van hun puurste kant aandienden. Een gegeven dat ook het dezer dagen wel erg actieve Nederlandse rootslabel CoraZong Records niet ontging. Vandaar deze naar het programma vernoemde en in een fraaie digipack gestoken verzamelaar met daarop zeventien speciaal voor radiogebruik opgenomen tracks. Daarbij ligt de nadruk voornamelijk op in het genre actieve singer-songwriters. We noemen bijvoorbeeld Dan Bern, Ron Sexsmith, Eliza Gilkyson, Jay Farrar, Beth Hart, Chris Knight, Ane Brun, Eugene Ruffolo, Boris McCutcheon, Kathleen Edwards, Josh Ritter, Jeff Talmadge, Freedy Johnston en Stephen Fearing. Daarnaast zijn er evenwel ook bijdragen van de Drunk Stuntmen en de weer werkelijk onweerstaanbaar swingende Hackensaw Boys. En voor het obligate lokale tintje zorgt het hier onlangs nog bejubelde trio Remmelt, Muus & Femke met het mooie “If We Should Fall”. Het voor CoraZong stilaan kenmerkende extraatje is ditmaal de versie van “Waiting Around To Die” die wijlen Townes Van Zandt in 1987 in KRO’s Country Time ten beste gaf.

Een lovenswaardig initiatief dat nog heel wat navolging verdient!

American Connection

CoraZong Records

 

 

AUDREY AULD MEZERA

“Texas”

(Reckless Records)

(4) J J J J

 

 

“Texas” is Audrey Aulds eerste plaat onder haar nieuwe naam. In het selecte gezelschap van producer-gitarist Gabe Rhodes – de zoon van… - en haar vaste muzikale partner in crime Bill Chambers en met verder ook nog ander schoon volk in de buurt als Kimmie Rhodes, Carrie Rodriguez, Darcie Deaville en Will Landin en Wally Doggett uit de entourage van Jimmy LaFave doet de Australische opnieuw elf nummers lang datgene waarvoor we haar door de jaren alsmaar meer zijn gaan appreciëren. In tegenstelling tot wat de titel van de plaat doet vermoeden gaan haar zoals steeds bijzonder okselfris aandoende en ontegensprekelijk evenveel op de Amerikaanse als de Australische leest geschoeide singer-songwriter-, country- en Americanadeuntjes niet nadrukkelijk over de Lone Star State. “Texas” is veeleer een collectie songs over haar eigen helden, haar familie, haar grote liefde: over de onsterfelijke Woody Guthrie (het melancholische “Woody”), over Harlan Howard (het door zijn desolate karakter opvallende en door Kimmie Rhodes van fraaie harmonieën voorziene “Song For Harlan”), over Billy Joe Shaver (het door een interview met de onfortuinlijke Texaanse zanger in No Depression geïnspireerde “Billy Joe”), over haar kersverse wederhelft (het klassieke countrydeuntje “Missin’ Mez”). Enige cover op de plaat is het heerlijke, aan het repertoire van Mary Gauthier ontleende “Karla Faye” over K.F. Tucker, de Texaanse die in 1998 voor moord werd terechtgesteld. Andere erg geslaagde momenten zijn het met respectievelijk Kimmie Rhodes en Bill Chambers en Carrie Rodriguez gedeelde tweetal “Love You Like The Earth” en “One Eye”: het ene een voor Auld eerder ongebruikelijk liefdesliedje, het andere opnieuw een staaltje van doorleefde country anno nu.

Wat ons betreft is “Texas” als geheel alvast een veel betere plaat dan de laatste van die vanuit dezelfde hoek opererende Kasey Chambers. En die vaststelling mag je eerder interpreteren als een serieus compliment aan het adres van Auld Mezera dan als kritiek op La Chambers.

Reckless Records

Lucky Dice

 

 

THE RAGTIME WRANGLERS

“Groove A Tune”

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Wie van een ouderwets lekkere pot instrumentale muziek op zijn tijd houdt zit bij de Rotterdamse Ragtime Wranglers goed. Op hun nieuwe CD “Groove A Tune” serveren Jelle Van Atten AKA Joe Sixpack (gitaar en steel), Sietse Heslinga (drums, percussie) en Huey Moor (bas) veertien voornamelijk eigen instrumentale nummers waarbij de nadruk op akoestisch of elektrisch opgenomen rockabilly, rock & roll, bluegrass, surf en calypso ligt. De “vreemde eenden” in de bijt zijn grotendeels gearrangeerde nummers van andere gitaristen. Voor het zwoel stompende “Blue Smoke” ging men bijvoorbeeld in de leen bij Merle Travis, voor het wervelende “Hop Scotch” stonden Santo & Johnny model en het van een lekker countryritme doordrongen “Town Hall Shuffle” werd ontleend aan het repertoire van Joe Maphis. Het medio 2004 al op single verschenen en ondertussen tot een heuse dance-floor filler op rock & roll festivals uitgegroeide “Low Man On A Totempole” van Jimmy Bryant krijgen we opgediend in een remix.

“Groove A Tune” werd met behulp van vintage instrumenten en versterkers analoog opgenomen met oude microfoons in studio The Void in Eindhoven. Gasten van dienst waren Donné la Fontaine van T-99 (ukelele), Jeroen Jongsma van Vals Plat (mandoline), Pieter M. Dorrenboom (orgel) en Jeremy “JW” Wakefield van de Lucky Stars (steel).

Absoluut prijsbeest is wat ons betreft de Sixpack-compositie “The Manhunt”, een als een tornado langs je heen razende surf instrumental, die de hoogdagen van dat genre in één enkele oogopslag laat herleven. Klasse!

The Ragtime Wranglers

Sonic Rendezvous

 

 

THE SEATSNIFFERS

“Re-Issued 1”

(“The Seatsniffers” & “All Of This”)

(4) J J J J

 

 

Lang leve de uitvinder van de zogeheten twofer! Je weet wel, het soort van CD’tje dat doorgaans gebruikt wordt om twee bestaande albums te verenigen en vaak ook nog aan een zacht prijsje aan te bieden. De jongste maanden hebben tal van niet meer in de handel verkrijgbare Belgische platen zo een terechte heruitgave genoten. We denken bijvoorbeeld aan werk van The Bet, Nacht Und Nebel, The Scabs, De Mens en tal van anderen. De meest deugd doende van alle re-releases is wat ons betreft echter zonder ook maar de minste twijfel die van de eerste twee platen van onze nationale rootsrocktrots The Seatsniffers. Eigenaars van tweedehandsplatenzaken zullen je maar wat graag bevestigen, dat naar de indertijd nog voor het Rowyna-label verschenen tweeling “The Seatsniffers” (1997) en “All Of This” (1998) behoorlijk wat vraag bestaat. Onder de veelbelovende titel “Re-Issued 1” wordt dat duo nu aangeboden door Sonic Rendezvous, de huidige werkgever van de Sniffers. Wie tot op heden niet het genoegen mocht smaken om van de prille escapades van zanger-gitarist Walter Broes en de zijnen te genieten, mag zich nu onverwijld naar de platenzaak reppen, want het loont wel degelijk zeer de moeite! Klassiekers uit het live-repertoire van de heren als “Loudmouth”, “UFO”, “Assembly Line”, “Linda Lu”, “Shake It”, “All Of This” en vele anderen staan hier te pronken in hun oerversies. Rockabilly, blues, R&B, punk en country vormden ook al de voornaamste ingrediënten in het geluid van de jonge Seatsniffers. De honkende stoombootsax van Roel Jacobs, de rauwe zang en de twangy gitaar van kopstuk Broes, het energieke baswerk van Bop De Houwer en het robuuste slagwerk van Piet De Houwer vielen daarin samen tot iets voor Vlaanderen volstrekt unieks. Iets waarvan overigens heel rootsminnend Europa wel pap lustte, zo zou blijken. Wij kijken dan ook nu al uit naar volume twee, waarop die andere twee “missing ones”, “Born Again” en “Shakedown”, een stek verdienen.

The Seatsniffers

Sonic Rendezvous

 

 

OLD 97’S

“Drag It Up”

(New West Records)

(4) J J J J

 

 

Na vijf albums – een split EP met Funland en de mini “Early Tracks” niet meegerekend - en ruim een decennium lang met elkaar te zijn opgetrokken besloten die van de Old 97’s een korte adempauze in te lassen. Er werd getrouwd, er kwamen kinderen van, nevenprojecten ook, zelfs een eigen thuisstudio. Maar eerder dit jaar gingen de vingers weer aan het jeuken en zochten Rhett Miller en co elkaars gezelschap opnieuw op. En het resultaat van dat weerzien ligt nu voor ons in de vorm van “Drag It Up”.

Die zesde CD van de heren Miller, Hammond, Bethea en Peeples werd in het gezelschap van producer Mark Neill ingeblikt in de Dreamland Studios, een 19de eeuwse kerk in Woodstock, NY. Daar koos men voor een back-to-basics-aanpak in de hoop het nieuwe materiaal een meer intimistische feel te kunnen meegeven. Een opzet waarin men met brio geslaagd is. En “Drag It Up” is dan ook één van de sterkere Old 97’s-platen so far.

Opener “Won’t Be Home” en “Friends Forever” koppelen de punk attitude van weleer aan een flinke portie twang. “Moonlight” en “Blinding Sheets Of Rain” - beide met een sfeervolle pedal steel-bijdrage van gastmuzikant Chris Lawrence - en “Valium Waltz” zijn weemoedige lappen alt. country. Het aan pianowerk van Archie Thompson opgehangen “Borrowed Bride” twijfelt tussen Brit- en power pop. En het door Murry Hammond gezongen “Smokers” is opgetrokken uit gelijke delen twang, rockabilly en Britse sixties pop. Ken Bethea steelt tussendoor ook even de show met het exotische lichtgewichtje “Coahuila” – een soort surf-meets-border-songs-bedoening. En het door Miller deels in falsetto gebrachte “The New Kid” is een bitterzoete power rocker. Wat rest zijn het dromerige country-niemendalletje “In The Satellite Rides A Star”, de ingetogen Americana pop van “Adelaide”, het perfecte, op de Ray Davies/Jonathan Richman-leest geschoeide popliedje “Bloomington” en het emotionele slotakkoord “No Mother”.

De goede verstaander had het wellicht al lang begrepen… “Drag It Up” is een retour de force.

Old 97’s

Sonic Rendezvous

 

 

JOHN LILLY AND RALPH BLIZZARD

“Blue Highway”

(Old-Time Songs & Longbow Fiddle)

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

John Lilly is een via Illinois en Nashville in Charleston, West Virginia verzeild geraakte zingende songsmid voor wie de tijd al zo’n vijftig à zestig jaren compleet lijkt te hebben stilgestaan. De man wist met twee in eigen beheer uitgebrachte albums – met name het in 2000 verschenen “Broken Moon” en het van een kleine twee jaar geleden daterende “Last Chance To Dance” – een stevige reputatie op te bouwen als vertolker van op de traditionele leest geschoeide country. Hij zingt zoals de klassieke grootmeesters dat deden, is niet vies van een yodel op zijn tijd, heeft een alleraardigst deuntje in de pen en kan bovendien uitstekend uit de voeten op de akoestische gitaar. Jimmie Rodgers, Hazel Dickens, Hank Williams Sr. en de Stanley Brothers zijn zomaar wat voorbeelden die ons bij het horen van ’s mans liedjes spontaan te binnen schoten.

Bij het begin van de jaren negentig – in 1991 om precies te zijn – had Lilly eerder ook al een cassette opgenomen met de legendarische fiddler Ralph Blizzard (Southern Ramblers) met wie hij in die periode door de States toerde. Dat al sinds jaar en dag niet meer in de handel verkrijgbare kleinood werd onlangs door de man zelf heruitgebracht. Dankzij een digitaal geremixte en compleet geremasterde versie kunnen we nu weer volop genieten van de door de toen 72 jaar oude Blizzard en zijn de helft jonger maatje ingeblikte collectie old-time liedjes en longbow fiddle-werk. Bovendien krijgen we ook nog eens 15 minuten aan live bonusmateriaal geserveerd.

Het is allemaal niet echt wereldschokkend te noemen, dat zeker niet, maar het hapt anderzijds wel bijzonder lekker weg. Van Hank Williams’ “Ramblin’ Man” of “My Dixie Darling van The Carter Family tot traditionals als “Bravest Cowboy”, “Leather Britches”, “Richmond Blues (All Night Long)”, “Trouble In Mind” of “Somebody’s Waiting For Me” en eigen Lilly-materiaal als het titelnummer en het toepasselijk getitelde “A Little Yodel Goes A Long Way”, elke liefhebber van traditioneel countrywerk zal hier overal het nodige plezier aan beleven. En als dusdanig bevestigt “Blue Highway” al het goede wat heel wat Amerikaanse radio- en persjongens over Lilly vertelden naar aanleiding van diens twee eigen platen.

John Lilly

CD Baby

 

 

JERRY REED

“Live, Still!”

(RIIK Records)

(3) J J J

 

 

Al meer dan vijftig jaar lang staat hij ondertussen op de planken, maar good old Jerry Reed kan het wel degelijk nog altijd. Dat bewijst hij op de binnenkort te verschijnen CD “Live, Still!”. Dat album bevat uiteraard live-versies van acht van ’s mans grootste hits (“Guitar Man”, “When You’re Hot, You’re Hot”, “Lord Mr. Ford”, “A Thing Called Love”, “Amos Moses”, “Jerry’s Breakdown Revisited”, “She’s Got The Gold Mine (I Got The Shaft)”, “East Bound And Down”.), maar ook twee nieuwe liedjes, de grappige meezinger “Father Time And Gravity” en het gospeleske “A Brand New Me”. Reed laat daarin horen nog aardig bij stem te zijn, nog opperbest uit de voeten te kunnen op de gitaar en nog steeds over tonnen charisma te beschikken als entertainer. Sommige dingen veranderen nu eenmaal niet… Maar of dit daardoor nu echt een essentiële aanschaf wordt? Zonder nu meteen afbreuk te willen doen aan de kwaliteit van het geheel wellicht toch eerder iets voor devote fans, lijkt ons…

RIIK Records

 

 

TISH HINOJOSA

“A Heart Wide Open”

(CoraZong Records)

(3,5) J J J J

 

 

Wat we hier enkele weken geleden al over de jongste CD van Nanci Griffith schreven geldt eigenlijk in grote lijnen ook voor de nieuwste van Tish Hinojosa. “A Heart Wide Open” is zeker niet haar beste plaat ooit, maar anderzijds al evenmin de kwaadste. Kwaliteit went snel, zullen we maar denken. Als een nieuwkomer in het vak een vergelijkbaar album zou hebben afgeleverd, dan zouden we allicht met z’n allen voorzichtig aan het jubelen zijn gegaan, maar van iemand als Hinojosa verwacht je toch al bij al net iets meer.

Het door Marvin Dijkhuis, Glenn Kawamoto en Hinojosa zelf geproduceerde “A Heart Wide Open” wordt afgetrapt met een lekker zonnig drietal: het optimistische “Never Say Never Love Again” – met Ray Benson van Asleep At The Wheel - is zomerse Zuiderse pop, “Would You Love Me Back Again” moet het sfeergewijs vooral hebben van melancholisch rinkelende gitaartjes en “Whatever Happened To Everyone Wanting To Care” stelt zich vragen bij de egoïstische instelling die zovelen dezer dagen kenmerkt. De mooiste liedjes zijn wat ons betreft evenwel deze waarin Hinojosa’s Mexicaanse roots even de bovenhand krijgen. Het jazzy “Derechos De El Corazon” dat door Chip Dolan met een subtiel streepje accordeon wordt opgeluisterd bijvoorbeeld en het afsluitende en live ingeblikte “Volveras Amarme A Mi”. Daarnaast mochten wij vooral genieten van Flaco Jimenez’ accordeonbijdragen aan het ingetogen verhaaltje “Blue Eyed Billy” en het bedrieglijk opgewekte Finding Paris” en van de speelse country van “Shotgun Ridin’”. Leuk zijn tenslotte ook als bonus aan deze Europese versie van het album toegevoegde clips van het hier hoger al bewierookte “Derechos De El Corazon” en “The Kitchen Table”.

Tish Hinojosa

CoraZong Records

 

 

AMBER DIGBY

“Music From The Honky Tonks”

(Yellow Rose Records)

(3,5) J J J J

 

 

De amper 23 jaar oude Amber Digby heeft het duidelijk van geen vreemden. Haar vader, Dennis Digby, sleet als bassist ruim 20 jaar aan de zijde van Loretta Lynn, haar moeder, Dee Jee Overbey, spendeerde al harmoniërend zeven jaar in de Grand Ole Opry met Connie Smith, haar stiefvader, Dicky Overbey, bespeelt al zo’n 40 jaar lang de steelgitaar voor alles wat naam heeft in Countryland (Faron Young, Hank Williams Jr., Ronnie Milsap, Connie Smith, enz.) en haar oom is de gerenommeerde Darrell McCall. Wat haar roots betreft zit het voor deze youngster dus zeker al goed. Voeg daar nog aan toe, dat ze zich voor het toepasselijk getitelde “Music From The Honky Tonks” ook nog eens wist te omringen met een stel klasse muzikanten en je begrijpt meteen, dat je hier aan het juiste adres bent voor een pot heerlijke real country. Klasbak Justin Trevino liet zich strikken voor de (co)productie en neemt ook de bas en een deel van het gitaarwerk voor zijn rekening, Overbey laat zijn steel janken dat het een echte lust is voor het oor, Bobby Flores zorgt als naar gewoonte voor smaakvolle fiddle-bijdragen, Levi Mullen is verantwoordelijk voor de leadgitaar, Debra Hurd van haar kant dan weer voor de piano en drummer van dienst is John “Smiley” Reynolds. Met z’n allen begeleiden zij een bij momenten echt de sterren van de hemel zingende Digby doorheen een smaakvolle collectie liedjes – veelal covers – die de hoogdagen van het honky-tonkgenre weer even laten herleven. Bill Andersons “I’m Ashamed Of You” en “Treshold” bijvoorbeeld, Red Simpsons “Close Up The Honky Tonks” ook, Roger Millers “Into My Arms Again”, Shel Silversteins “Here I Am Again”, enzovoort. Enfin, “Music From The Honky Tonks” is duidelijk zo’n plaat waaraan geen enkele liefhebber van eerder traditionele country zich een buil zal vallen. En als iemand als Heather Myles hier al brokken kan maken, dan moet Amber Digby daartoe als je ’t ons vraagt zeker ook in staat worden geacht. Een groot talent is ze alleszins.

Amber Digby

Yellow Rose Records

CD Tex

 

 

DOYLE LAWSON & QUICKSILVER

“You Gotta Dig A Little Deeper”

(Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

Doyle Lawson geldt als sinds jaar en dag als één van de allergrootsten binnen bluegrassmiddens. Naast zijn kwaliteiten als zanger, mandolinevirtuoos, bandleider en arrangeur is het vooral zijn vermogen om het bluegrass gospel repertoire en daarop gebaseerde varianten voortdurend aantrekkelijk te blijven houden dat de man door de jaren heen een hele schare aan fans heeft opgeleverd. Met name het harmonieerwerk is op de platen van Lawson en zijn groep Quicksilver vaak van een andere planeet. En dat is ook op ’s mans nieuwste worp weer zo. Lawson zelf (zang, mandoline, guitbro, leadgitaar), Barry Scott (zang, bas), Jamie Daley (zang, gitaren), Terry Baucom (zang, banjo), Jesse Stockman (fiddle) en gast Glen Duncan (fiddle) leveren met “You Gotta Dig A Little Deeper” een plaat af die we ons aan het eind van het jaar zullen herinneren als één van de allerbeste in haar genre. Tot de sterkste momenten erop behoren het lentefrisse, door een veelheid aan akoestische snaarinstrumenten aangejaagde titelnummer, een al even sprankelende bewerking van Porter Wagoners “What Ain’t To Be, Just Might Happen” en het vingervlugge “Heartbreak Number Nine”. Dat soort van liedjes maakt van “You Gotta Dig A Little Deeper” zo ongeveer de ideale soundtrack bij de stilaan haar langverwachte opwachting makende lente.

Doyle Lawson

Rounder Europe

 

 

DUSTY 45’S

“Devil Takes His Turn”

(Roslyn Recordings)

(4) J J J J

 

 

De Dusty 45’s zijn een al in 1997 in Seattle opgericht vijftal rond zanger-trompettist-gitarist Billy Joe Huels en gitarist Kevin Scott, dat met “Devil Takes His Turn” al aan zijn vierde CD toe is. Gedebuteerd werd er in 1998 met de vijf songs tellende EP “The Dusty 45’s” met ondermeer het heerlijke “Wanna Cry” erop, in 2000 volgde aansluitend de eerste volwaardige langspeler “Shackin’ Up” en nog eens twee jaar later de EP “Live In The Leopard Lounge”, een voor het lokale radiostation KEXP in Washington ingeblikte live-sessie. Die drie platen waren samen goed voor zo’n 12.000 verkochte exemplaren en vestigden de naam van de Dusty 45’s als één van de leukste roots acts van het ogenblik. Eén van de voornaamste troefkaarten van het kwintet is de geweldige bariton van kopstuk Huels, die klinkt als een kruising tussen Dave Alvin, Johnny Cash en Lux Interior van The Cramps. Daarnaast zijn het de extreem twangy gitaarinterventies van Jerry Battista, de genadeloze pianomartelingen van Micah Hulscher en vooral ook de geblazen bijdragen van opnieuw Huels die de Dusty 45’s doen opvallen tussen zoveel andere in het genre actieve acts. Rockabilly, New Orleans jazz, Memphis rock & roll, gospel, swing, honky tonk, jump blues, country & western en mariachi gaan hier met z’n allen in één gigantische blender en het daaruit voortkomende resultaat is een onmiskenbaar eigen geluid. En een behoorlijk onweerstaanbaar eigen geluid bovendien… Het is maar moeilijk stilzitten bij vitale deunen als het bij voortduring tussen Marty Robbins en de Mavericks twijfelende “Play The Game”, het qua power aan de Blasters in hun beste dagen herinnerende “New Romance”, een zwoele “achterbuurtenbenadering” van het ondermeer in de uitvoering van Louis Armstrong bekende “St. James Infirmary” en een zinderende frontale aanval op de Leiber-Stoller-compositie “Saved”, ooit nog een hit voor de fantastische Lavern Baker. En “Devil Takes His Turn” verdient als dusdanig het predikaat “van harte aanbevolen” dan ook volop.

Dusty 45’s

 

 

AMY MARTIN

“Deliverance”

(Raven’s Wing Records)

(3,5) J J J J

 

 

Heel wat liedjes op “Deliverance”, het vijfde album van Amy Martin, suggereren inhoudelijk dat de titel van die plaat allesbehalve willekeurig werd gekozen. De bevrijding - het outen – waarvan sprake, komt bijvoorbeeld zeer duidelijk tot uiting in liedjes als “Away” en “Raspberry Vine”: het eerste een rustig voortkabbelend poppy folkdeuntje, waarin Martin ons erop attendeert, dat je je afkomst nooit echt helemaal kan afleggen, hoe hard je dat ook probeert, het laatste een aan een akoestisch gitaarlijntje en een cellobijdrage van Jennifer Slayden opgehangen uitnodiging om een zich aandienende ervaring vooral niet uit de weg te gaan, ook al weet je dat het plukken van de mooiste bessen het risico inhoudt je flink te prikken aan de onvermijdelijk aanwezige doornen.

Met haar fraaie, bij momenten een heel klein beetje aan die van Caroline Herring herinnerende stem haalt Martin voortdurend het beste uit dergelijke diep levensbeschouwelijke eigen liedjes. Tussen Americana, folk, country en (roots)pop vindt ze ook voldoende afwisselende paadjes om “Deliverance” te laten uitgroeien tot een bijzonder aangename luistertrip. Van het door Mason Tuttle op de mandoline en Ellie Nuno op de fiddle van een rootsy Americanarandje voorziene titelnummer tot het catchy, enigszins aan “Closer To Fine” van de hier een stuk bekendere Indigo Girls verwante “Raven’s Wings”, van het countryeske singer-songwriterdeuntje “Day Of Reckoning” tot het acapella gebrachte “Born In The Country” of de lome ballad “Born Hard”, Martin weet verdomd goed wat ze moet doen om je tot het laatste belsignaal bij de les te houden. Compliment daarvoor!

Amy Martin

 

 

REDBIRD

“Redbird”

(Signature Sounds / Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

Dit is nog eens wat je noemt een plaat om te koesteren. Kris Delmhorst, Jeffrey Foucault en Peter Mulvey kennen we uiteraard alle drie van de vele uitstekende platen die ze elk al voor eigen rekening opnamen. Maar dit is geheel andere koek! Op dit door de drie singer-songwriters samen met hun maatje David Goodrich gewoon in een huiskamer geschaard rond één enkele stereo microfoon aan een draagbare DAT recorder toevertrouwd album overtreft de som duidelijk het geheel der delen. Hier wordt op een zodanig ontspannen manier gezongen en gemusiceerd, dat je als luisteraar vrijwel onmiddellijk voor de bijl gaat. Met een tot akoestische snaarinstrumenten als gitaar, (lap) slide, fiddle en mandoline beperkt instrumentarium werken de vier zich doorheen eigen liedjes als Mulvey’s “Ithaca”, “Redbird Waltz” van Goodrich, “Lullaby 101” van Delmhorst en Foucaults “Drunk Lullaby”. Daarnaast eigenen ze zich liedjes van ondermeer Greg Brown (“Ships”), Bob Dylan (“Buckets Of Rain”), Willie Nelson (“I Gotta Get Drunk”), Tom Waits (“Hold On”) en R.E.M. (“You Are The Everythin”) toe. Het ene moment innemend ingetogen, het andere oprecht speels weerspiegelen de zeventien gebrachte liedjes perfect de spelvreugde die in augustus van 2003 in Fort Atkinson, WI duidelijk aan de orde van de dag is geweest. De fijnproever in ons laat ze zich alvast graag welgevallen.

(Een tip: geregeld een bezoekje brengen aan de website van Jeffrey Foucault loont zeker de moeite, want daar worden regelmatig andere liedjes van de bewuste sessies als gratis downloads aangeboden, ’t is maar dat je ’t weet natuurlijk…)

Redbird

Jeffrey Foucault

Kris Delmhorst

Peter Mulvey

David Goodrich

Signature Sounds

Rounder Europe

 

 

DAVID FRANCEY

“The Waking Hour”

(Jericho Beach Music)

(4) J J J J

 

 

Met zijn twee vorige CD’s, “Far End Of Summer” en “Skating Rink”, bleek de uit Schotland afkomstige, maar al op zijn twaalfde naar Canada verkaste singer-songwriter David Francey in 2002 en 2004 telkens goed voor de in zijn tweede heimat bijzonder prestigieuze Juno Award in de categorie Best Roots and Traditional Solo. En geloof ons vrij, het moet al heel raar lopen, als zijn vierde, het onlangs gereleaste “The Waking Hour”, niet minstens even goed zou doen. Voor de opnames van die plaat trok de Schotse Canadees naar Nashville, waar hij in Kieran Kane (gitaar, bouzouki, tamboerijn, percussie, zang), Kevin Welch (gitaar, shaker, GSM, zang) en Fats Kaplin (gitaar, mandoline, fiddle, dobro, banjo, accordeon, harmonica) ideale compadres vond om zijn even simpele als doeltreffende liedjes over het leven van alledag en de mensen om zich heen van een passende muzikale omlijsting te voorzien. Met z’n vieren tekenen ze voor een singer-songwriterplaat van het allerbeste soort. Enkele van de vele hoogtepuntjes zijn het samen met Kane gezongen en door Kaplin van een lentefrisse mandoline touch voorziene “Over You”, het de naweeën van 9/11 kritisch overpeinzende “Fourth Of July” en het voor zijn vrouw Beth geschreven en door een bluesy bluegrass ondertoontje gekenmerkte “Wanna Be Loved”. In die liedjes klinkt Francey als de missing link tussen zijn gerespecteerde landgenoot Bruce Cockburn en Shane MacGowan van The Pogues. De échte liefhebber weet daarmee meer dan genoeg.

David Francey

Miles Of Music

 

 

MARC CARROLL

“World On A Wire”

(Evangeline / Bertus)

(4) J J J J

 

 

“World On A Wire” is de opvolger van het zowat overal extreem lovend onthaalde debuut “Ten Of Swords” van de momenteel in Londen residerende Ierse singer-songwriter / multi-instrumentalist Marc Carroll. Op het eerste gehoor doet de plaat een stuk zwaarder, een stuk donkerder dan zijn voorganger aan. Maar schijn bedriegt! Als een ui waarvan je met elke ring die je ervan verwijdert sterker onder onder de indruk raakt, groeit “World On A wire” met elke beluistering een beetje meer. Het is één van die platen die maar heel langzaam haar geheimen prijsgeeft. Carroll grossiert erop in intelligente pop songs met hier en daar een knipoog naar alt. country en Americana. En door zijn stem zal hij her en der ook wel iemand aan Jeff Tweedy van Wilco of aan Paul Westerberg herinneren. Maar in platenzaken zal je de man wellicht eerder aantreffen in de popafdeling dan in de rekken waarin je als lezer van dit e-zine normaliter aan je trekken komt.

“World On A Wire” staat vol van de moody deuntjes waarmee vooral liefhebbers van ander schoon volk als een Josh Ritter, een Ron Sexsmith of een Josh Rouse wel raad zullen weten. “A Way Back Out Of Here” is zo een herfstige, door piano en strijkers gedomineerde ballade, “Love Over Gold” een zich als een onverwacht opkomend onweer aandienende (rock)trage , “No Time At All” een over een subtiel orgeltje en al even delicaat gitaarwerk gedrapeerde les in het verwerken van twijfels, “Together We’re Strong” dan weer een van rinkelende gitaren levend stukje zomerse singer-songwriter pop en “And You Are?” profiteert – wat ons betreft als absolute uitschieter van de plaat - in diezelfde categorie tenvolle van een streepje mondharmonica.

Bijzonder mooie plaat! Zeg, dat wij het gezegd hebben!

Marc Carroll

Evangeline Records

Bertus

 

 

HETTEN DES

“Cowboys Con Cojones”

(Drunkabilly Records)

(4) J J J J

 

 

Enkele maanden geleden toonden wij ons hier al heel erg in onze nopjes met “Powercuntry”, de zes songs tellende mini waarmee Koen “Kowboy Konrad” Verbeek en zijn maats bewezen dat alt. country in België wel degelijk leefbaar is. Op dat door Marc “Tee” Thijs geproduceerde album sprong vooral een waanzinnige twangbeladen versie van de Motörhead classic “Ace Of Spades” in het oog. Dat nummer wordt nu samen met Social Distortion-frontman Mike Ness z’n “The Devil In Miss Jones” en het eigen “Highstreet Confidential” terecht hernomen op het eigenlijke volwaardige CD-debuut van de Leuvenaars. “Cowboys Con Cojones” bevat verder opgefokte covers van “Big River” van Johnny Cash en “Thirteen” van Danzig en al even aparte benaderingen van “Solitary Man” van Neil Diamond en “Alone And Forsaken” van de oude Hank Williams. Die nummers worden van een prikkeldraden randje voorzien dat doet terugdenken aan de spectaculaire aanpak van Bob Dylans “Absolutely Sweet Marie” door Jason Ringenberg en zijn Scorchers in betere tijden. Hardrock, punk, rockabilly en honky-tonk all rolled into one, zoiets… Van bij de eerste tonen van het over Sam Malecs gitaarspoor voortrazende “Big River” word je meegezogen door deze muzikale tornado. Sterke eigen nummers als de op een verwrongen Cashiaans boom-chick-a-boom-rime geënte tweeling “Hallelujah (Praise The Lord)” of het naar Dès-normen eerder rustig te noemen “I.C.U.” vormen verderop de ideale showcase voor de songwriter Verbeek. Bijzonder markante zanger trouwens ook, die knaap. Dat bewijst hij ondermeer in het in een desolaat sfeertje badende “Solitary Man”, in het met een wrange snik in de stem gebrachte “Drinkin’ About You (I Still Do)” – met mooie backing vocals van Martine Van Hoof (Sin Alley) - en in het op z’n Nick Cave’s over een subtiele accordeonachtergrond van Jan De Smet (De Nieuwe Snaar) gehuilde “Alone And Forsaken”.

In de States zou je onder een plaat als deze een zinnetje aantreffen als “This one goes highly recommended!” En hier dus ook…

Hètten Dès

Drunkabilly Records

 

 

ADMIRAL FREEBEE

“Songs”

(Universal Music Belgium)

(4) J J J J

 

 

“Den Admiral” is back in town en bevestigt met “Songs” moeiteloos al het goede wat naar aanleiding van zijn een kleine twee jaar geleden verschenen debuutplaat over hem werd verteld en geschreven. “Songs” is dan ook een logisch vervolgstuk op die titelloze eersteling van Tom Van Laere. Nog steeds pendelt hij rusteloos heen en weer tussen fraaie country pop ballads (“Carry On”, “Recipe For Disaster” en “Afterglow”), melodieuze rockers (het schreeuwerige “The Worst Is Yet To Come” en het zomerse “Lucky One”) en naar Neil Young verwijzende toestanden (“Sad Rebel” en “Waiting For Nothing”). Precies vijf dagen deed Van Laere er in The Village Recorder in Los Angeles over om “Songs” op te nemen. Producer van dienst tijdens die werkzaamheden was John Hanlon, bekend van zijn werk met ondermeer Neil Young & Crazy Horse. Verder staken een handje toe: gitarist Jesse Tobias (Red Hot Chili Peppers, Morrissey, Alanis Morissette, Twilight Singers), bassist Ric Markmann (Chris Cornell), drummer Dean Butterworth (Morrissey, Ben Harper) en achtergrondvocalist Tommy Funderburk (Toto). Doet behoorlijk internationaal aan allemaal en zo klinkt “Songs” ook. Wie het debuut van Admiral Freebee wel kon appreciëren hoeft hier dan ook geen seconde lang aan te twijfelen.

Admiral Freebee

 

 

GREG TROOPER

“Make It Through This World”

(Sugar Hill / Munich)

(5) J J J J J

 

 

Met zijn vorige CD “Floating” bracht Greg Trooper ons effectief een beetje aan het zweven. Zou nog maar moeilijk te toppen zijn, dat album, dachten we toen. Maar surprise surprise, “Make It Through This World”, zijn op 12 april te verschijnen nieuwste, is gewoon nog stukken beter. Voor de opname ervan zocht de werkelijk in bloedvorm verkerende singer-songwriter het gezelschap op van Muscle Shoals-legende Dan Penn (Box Tops, Aretha Franklin, Solomon Burke). Onder diens productionele hoede en met de hulp van Kenneth Blevins van The Goners (drums, percussie), Dave Jacues (bassen), Steve Fishell (dobro, lap steel), gitaarvirtuoos Bill Kirchen (elektrische gitaar) en Kevin McKendree (piano, Hammond B3, Wurlitzer, Farfisa, Rhodes) schudt hij schijnbaar achteloos twaalf nieuwe liedjes uit de mouw, die zonder ook maar de geringste uitzondering van sublieme makelij zijn. Vooral door het gloedvolle toetsenwerk van McKendree en de als naar gewoonte heerlijke zang van Trooper zelf groeit “Make It Through This World” zodoende uit tot een volmaakte luistertrip. In het grensgebied tussen country, folk, pop en soul zal je niet makkelijk meer op beter stoten. “You’re not singing flat, son, you’re just on the sad side of the note,” encourageerde Penn zijn nieuwe protégé in de loop van het creatieve proces ervan en met die uitspraak sloeg hij spijkers met koppen. Naast zijn vaardige pen is Troopers handelsmerk bij uitstek immers die van nature uit een weinig weemoedig overkomende stem van ‘m. Laat je inpakken door volmaakte deuntjes als de over Fishells hartverwarmende dobrospel heen gesmeerde liefdesverklaring “I Love It When She Lies”, de broeierige pop-soul van “This I’d Do” of “No Higher Ground”, de rootsy country van “Don’t Let It Go To Waste” en de lentefrisse Americana-smeekbede om een “Green Eyed Girl”. Wedden, dat “Make It Through This World” vervolgens voor maanden niet meer uit je CD player weg te slaan zal zijn?

Greg Trooper

Sugar Hill Records

Munich Records

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand maart.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Josh Rouse “Nashville”Devil In A Woodpile “In Your Lonesome Town” - The Wailin’ Jennys “40 Days”Sarah Borges “Silver City” - Louisiana Red “No Turn On Red”Deana Carter “The Story Of My Life” - The Blasters “Live - Going Home” - Remmelt, Muus & Femke “The Long Way Round”Cigar Store Indians “Built Of Stone”Missing Numbers “Missing Numbers” - Graham Isaacson “Nine Days” - Jimmy LaFave “Blue Night Fall”Various Artists “These Times We’re Living In – A Red House Anthology” - Various Artists “If I Could Only Fly – A Blaze Foley Tribute”Michael McDermott “Ashes”The Lindsey Horne Band “The Lindsey Horne Band” - Amy Garland Band “Angora”Jake La Botz “All Soul And No Money” - Rex Hobart & The Misery Boys “Empty House”Calvin Russell “In Spite Of It All” - Nanci Griffith “Hearts In Mind”Jeremy Proctor “These Two Shoes” en “Sundays And Mondays”John Coinman “Songs From The Modern West”Clelia Adams “Heartbeat Highway” - Liz Meyer “The Storm”Nathan Hamilton & No Deal “Live At Floore’s Country Store” - Bill Culp “Roots ‘N’ Roll”Merle Haggard “Unforgettable”Mando Saenz “Watertown”K.D. Lang “Hymns Of The 49th Parallel” - Collin Herring “The Other Side Of Kindness”The Salty Dogs “The Salty Dogs And Friends” - Ben Lee “Awake Is The New Sleep”Bap Kennedy “The Big Picture”John Doe “Forever Hasn’t Happened Yet” - Hank Ray “Ballads From The Badlands Of Hearts”Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion “Exploration”Tom Russell “Hotwalker”Kathleen Edwards “Back To Me” - Kate & Anna McGarrigle “La Vache Qui Pleure” - Stoll Vaughan “Hold On Thru Sleep & Dreams”Candye Kane “White Trash Girl”Blaze Foley “Oval Room” - Sonny Landreth “Grant Street”