ARCHIEF CD-RECENSIES APRIL 2008

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Kris Delmhorst “Shotgun Singer”Carlene Carter “Stronger” - Kingsizemaybe “Kingsizemaybe”Chris Sprague & His 18 Wheelers “Diesel Made For Two”Doug Hoekstra “Blooming Roses”Olav Larsen & The Alabama Rodeo Stars “Sad & Happy Sing-A-Longs” - Jordan Zevon “Insides Out”Deke Dickerson “King Of The Whole Wide World”Ad Vanderveen “Still Now”Buick Audra “Singer” - Fred Eaglesmith “Tinderbox” 

 

KRIS DELMHORST

“Shotgun Singer”

(Signature Sounds / CRS / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Door haar betrokkenheid bij het ook hier uitgebreid bejubelde Redbird-project met haar mannelijke collega’s Peter Mulvey en Jeffrey Foucault kwam de carrière van Kris Delmhorst vrij onverwacht in een serieuze stroomversnelling terecht. Wat ze sedert 2005 deed, kon plots wél bogen op de wat ruimere vorm van aandacht, waar ze eerder steeds weer vergeefs om gevochten had. En da’s maar goed ook! Delmhorst is immers ook zonder ook maar de geringste twijfel één van de interessantere (vrouwelijke) singer-songwriters actief binnen het actuele Americana-gebeuren. Iets wat ze ook met haar nieuwe plaat “Shotgun Singer” weer uitgebreid bewijst. Daarvoor zonderde ze zich geruime tijd af in een met een minimum aan opnameapparatuur en instrumenten uitgerust schuurtje op de buiten. Daar nam ze aan haar eigen tempo, vaak tijdens nachtelijke sessies, de twaalf songs ervan op. Die kregen daardoor alle mogelijke ruimte om te ademen, om te rijpen. Wat akoestische en elektrische gitaren, cello’s, toetsen en percussie vormden aanvankelijk de enige aanvullingen op Delmhorsts naar onze bescheiden mening steeds beter klinkende stem. Later zouden zorgvuldig gekozen muzikanten en collega’s her en der meehelpen om haar miniatuurtjes van de final touch te voorzien. Op de gastenlijst ontdekten we zo ondermeer de namen van Jeffrey Foucault, Erin McKeown, Peter Mulvey en David Goodrich.

Het resultaat van die door totale onthaasting gekenmerkte manier van werken is een uiterst charmante collectie liedjes, waarin Delmhorst zich absoluut niet voor één gat lijkt te willen laten vangen. De nadruk ligt hier en nu bij momenten zelfs eerder op (roots)pop dan op folk of Americana zoals in het verleden. Zo deed “1000 Reasons” ons muzikaal gezien bijvoorbeeld heel erg denken aan het recentere werk van Josh Rouse, zit er aan “Riverwide” een amper anders dan als lo-fi te omschrijven rockrandje en klinkt “If Not For Love” mede door het gebruik van samples en een vibrafoon nogal trip-hoppy. Elders blijft Delmhorst soms wél dichter bij de haar vertrouwde leest. “Heavens Hold The Sun” bijvoorbeeld lijkt zó weggelopen van het repertoire van Gillian Welch, “Midnight Ringer”, met Peter Mulvey op de elektrische, is jazzy atmosferische folk, “Brand New Sound” folk tout court en “Oleander” ondanks – Of juist dankzij? - een behoorlijk nadrukkelijk aanwezige piano en dito cello een herfstig streepje eigentijdse alt.-old-time. Variatie troef kortom en zo mogen wij het hier dus juist graag hebben.

Kris Delmhorst

Signature Sounds

CRS

 

 

CARLENE CARTER

“Stronger”

(Yep Roc / Munich)

(4) J J J J

 

 

Van een toepasselijke titel gesproken! Op haar eerste plaat in ruim dertien jaar tijd klinkt Carlene Carter inderdaad sterker dan ooit. De twaalf songs op “Stronger” behoren zonder uitzondering tot het allerbeste wat ze ons tot op heden al wist voor te schotelen. Ze vormen als het ware de spreekwoordelijke streep onder enkele van de zwartste pagina’s in het boek van haar leven. “What doesn’t kill you makes you stronger,” zingt ze in het haar nieuwe album op waardige wijze afsluitende titelnummer, zodoende perfect samenvattend wat eraan voorafging. En dat zijn nog eens elf andere songs, waarin ze een aantal van haar persoonlijke demonen temt, waarin ze het verlies van flink wat dierbaren en het achter zich laten van een verslaving van zich af schrijft. De ondertoon van “Strong” is er ondanks de geregeld loodzware thema’s dan ook vooral één van hoop.

Wat het muzikale aspect van “Stronger” betreft zitten we óók goed. Carter bestrijkt op haar nieuwste immers nogal wat terrein en ze doet dat overal met even veel overtuiging. Zo is het titelnummer bijvoorbeeld een fraaie Americana-pianoballade van het type zoals we die ook kennen van ondermeer Patty Loveless en Mary-Chapin Carpenter, twangt “The Bitter End” er gitaargewijs een aardig eindje op los, en passant herinnerend aan de hoogdagen van het outlaw-countrygebeuren, is “Why Be Blue” bijzonder prettig in het gehoor liggende commerciële country, stoeit “To Change Your Heart” op eigentijdse wijze met haar grootmoeder Maybelle even weer tot leven wekkende old-time, is “I’m So Cool” pittige rootsrock, neigt “Spider Lace” richting bluegrass en lijkt “Break My Little Heart In Two” zo te zijn weggelopen van de één of andere Dave Edmunds-, Nick Lowe- of Rockpile-plaat. Bijzonder straffe kost!

Carlene Carter

Yep Roc

 

 

KINGSIZEMAYBE

“Kingsizemaybe”

(Brewery / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

De meesten van jullie zullen Gary Eaton al wel kennen als één van de stichtende leden van het onvolprezen collectiefje The Continental Drifters. Welnu, diezelfde Eaton pakte zopas uit met het debuut van zijn nieuwe groep Kingsizemaybe. Samen met Adam Mapler (drums, zang), Robbie “Chicken Rob” Rist (gitaren, zang), Shelli Eaton (bas, zang), Robert Lloyd (keyboards, mandoline, accordeon) en gast Mark Joseph (percussie) strooit Eaton (gitaren, percussie, zang) daarop kwistig in het rond met meteen prettig in het gehoor liggende rootsrockdeunen, die het beste van pakweg The Band, Dave Edmunds en The Stones in zich verenigen. Zo lijkt het ons bijvoorbeeld quasi onmogelijk om stil te blijven zitten bij het horen van het door de stemgewijs een beetje aan Kirsty MacColl herinnerende Shelli Eaton gezongen en door Robert Lloyd van een fraaie retro-toetsenbijdrage voorziene “I Wouldn’t Wanna Be You”, de met bijzonder pikant gitarenwerk op smaak gebrachte George Jones-cover “The Treasure Of Love”, het schuimbekkend aan zijn kettingen snokkende kingsize rootsrockertje “Keep Your Eyes On The Road”, de ook nog eens met een flinke portie twang opgewaardeerde evenknie daarvan “Waiting For My Friends To Come Along” of het zomers loom voorbij schokschouderende “Big Maybe”.

Het merendeel van de songs hier stamt overigens uit de koker van Gary Eaton. Enkel voor het al genoemde “The Treasure Of Love” en voor “Sweet Misery” zocht men z’n heil elders, met name bij George Jones en Hoyt Axton. En daarmee weten jullie meteen ook al wat de voornaamste troefkaart van nieuwkomer Kingsizemaybe is. Dat zijn inderdaad precies die songs, die stuk voor stuk kunnen bogen op een hypermelodieus karakter. Andere sterke kanten van de groep? Het bij tijd en wijle wel bijzonder pittige gitaarwerk van Eaton en Rist, de aantrekkelijke samenzang van vier van de vijf bandleden en het vermogen van het vijftal om het beste van de jaren zeventig nadrukkelijk te laten doorsijpelen in een allesbehalve gedateerd klinkend geluid.

Onze luistertip: het prachtige, mede door Robert Lloyds accordeonwerk en Eatons rasperige zang nogal zwaar aan The Band refererende “The Beautiful North”, een echte moordsong…

Kingsizemaybe on MySpace

Brewery Records

Sonic Rendezvous

 

 

CHRIS SPRAGUE

“Diesel Made For Two”

(Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Net als de hier elders al uitvoerig besproken Deke Dickerson is ook Chris “Sugarballs” Sprague een ware grootmeester in het fabriceren van “eigentijdse retro”. Veel meer dan op veel van zijn platen met zijn broer Frank Lee als de Sprague Brothers dwalen ’s mans gedachten op “Diesel Made For Two - 18 Wheelin’ Truck Drivin’ Songs!” evenwel af richting Bakersfield. Richting klassieke country genre Buck Owens, Merle Haggard en een trits anderen meer bepaald. Het betreft hier, zoals de ondertitel dat volkomen terecht ook al aangeeft, nog eens een plaat boordevol authentieke truckers country. Materiaal zoals bijvoorbeeld ook een Red Simpson, een Del Reeves, een Dave Dudley en een Dick Curless dat ooit aan de lopende band produceerden. En dat blijkt Sprague echt wel op het lijf geschreven! Samen met zijn uit broer Frank, Mike Medina, Donnie Briggs en Chas Smith bestaande 18 Wheelers en gasten Deke Dickerson (Tiens, tiens, tiens!), Carl Sonny Leyland en Dave Berzansky swingt Chris Sprague hier achttien nummers lang als de spreekwoordelijke tiet. “All killer, no filler,” pocht de bijbehorende bio en zo is het maar net! Sprague tekent quasi losjes uit de pols voor een album dat we ons straks aan het einde van het jaar ongetwijfeld zullen herinneren als één van de countryplaten waar we dit jaar het meeste plezier aan zullen hebben beleefd. Hij en zijn maats kunnen hier hun pret duidelijk niet op en dat werkt bepaald aanstekelijk! Absoluut voor herhaling vatbaar dan ook!

Chris Sprague op MySpace

Sonic Rendezvous

 

 

DOUG HOEKSTRA

“Blooming Roses”

(WingDing Records)

(3) J J J

 

 

De in Chicago opgegroeide maar dezer dagen vanuit Nashville actieve songsmid met de oer-Hollandse naam Doug Hoekstra is nog eens wat je noemt een echte “songwriter’s songwriter”. De man geniet volkomen terecht het volste respect van heel wat van zijn collega’s, wordt op handen gedragen door tal van radio- en persjongens met oren aan hun hoofd en wist door de jaren heen een weliswaar kleine, maar hondstrouwe schare fans aan zich te binden. En de vraag is maar, of zijn nieuwe CD “Blooming Roses” daarin veel verandering zal weten te brengen. Ook dat door de ondermeer van zijn werk met Josh Rouse bekende David Henry geproduceerde album lijkt ons immers typisch zo’n plaat, waarover men in insiderskringen maar niet zal uitgepraat geraken, maar die daarbuiten maar weinig deining teweeg zal brengen. Hoekstra’s kruisbestuiving van folk(rock) en Americana, her en der met een licht psychedelisch randje, komt immers in haar geheel nogal braafjes over. Een euvel, waaraan ook de eerder genoemde Rouse zich nogal eens durft te bezondigen…

Maar goed, laat dat je er vooral niet van weerhouden om zelf eens ergens van “Blooming Roses” te gaan proeven. Zelfs brave liedjes kunnen, gebracht door de juiste mensen, immers heel aantrekkelijk zijn. En aan schoon volk ontbreekt het hier zeker niet! Naast de al genoemde Henry passeren ondermeer ook Bobby Bare Jr., John Deaderick, Charlie Degenhart, Paul Griffith, Richard McLaurin, George Marinelli en Joe Rathbone de revue. En het afsluitende “Everywhere Is Somewhere” nam Hoekstra in het Noorse Stavanger op met een aantal leden van de begeleidingsgroep van gelijkgestemde geest Thomas Dybdahl.

Doug Hoekstra

Sonic Rendezvous

 

 

OLAV LARSEN & THE ALABAMA RODEO STARS

“Sad & Happy Sing-A-Longs”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Authentieker Amerikaans klinken dan dit en het niet echt zijn kan amper. Een veel mooier compliment kan je Olav Larsen en de zijnen ons inziens nauwelijks maken. De Noorse kleurling en zijn Alabama Rodeo Stars klinken ook op hun tweede CD “Sad & Happy Sing-A-Longs” weer als verre afstammelingen van The Band. Op ongemeen soulvolle wijze versmelten Larsen en co ook op die erg geslaagde opvolger van “Love’s Come To Town” genres als Americana, country, folk, pop, rock, gospel en soul tot één aantrekkelijk geheel, dat werkelijk nergens, maar dan ook echt nergens, hun afkomst verraadt. En dat levert het ene bescheiden hoogtepunt na het andere op: van de broeierige openingssleper “Everything Will Be Fine”, een kippenvel verwekkend duet met de ons voordien volslagen onbekende Ingfrid Straumstøyl, over het bezadigd rockende, van opzet een beetje aan iets van Springsteen herinnerende “The Murder Ballad Of Mary” tot de aangrijpende Americana van “We Cried For A While” en “I Can’t Get You Out Of My Mind”, ook al duetten, ditmaal met respectievelijk Mazzy Swift en Kasey Chambers-soundalike Benedicte Brænden, of het somber twangende “I’ll Do Anything For You”. En zo hadden we er eigenlijk best nog wel een paar kunnen opsommen, want van de elf songs op Larsens nieuwste valt er werkelijk niet één door de mand. Bijzonder sterke plaat dus…

Olav Larsen & The Alabama Rodeo Stars

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

JORDAN ZEVON

“Insides Out”

(New West Records)

(4) J J J J

 

 

Jordan Zevon onderscheidt zich in zo menig een opzicht van andere bekende “kinderen van…” Op zijn debuutplaat “Insides Out” treedt hij alvast nadrukkelijk niet in de voetsporen van wijlen zijn ouweheer. En dat siert hem, vinden wij. Het was immers zoveel gemakkelijker geweest om dat wél te doen en op die manier snel goedkoop succes te boeken. In plaats daarvan gaat de jonge Zevon echter zonder omkijken zijn eigen wegen. Hoewel, zonder omkijken? Je kan je bij het beluisteren van zijn visitekaartje absoluut niet van de indruk ontdoen, dat de beste man een platenkast heeft, waarin acts als XTC, The Pursuit Of Happiness, de New Radicals, Any Trouble en de jonge Costello nog volop de plak zwaaien. “Insides Out” blijkt immers tot de nok toe gevuld met ogenblikkelijk meeneuriebare intelligente popliedjes, die door elk zichzelf respecterend popstation ergens in de nabije toekomst vlotjes grijs zouden moeten kunnen worden gedraaid. Het enige wat er als je het ons vraagt op ontbreekt om van Zevon Jr. gelijk een echte celebrity te maken is een instant-hitje. Al is dat natuurlijk ook relatief. Er zijn de voorbije maanden door bijdehandse radiojongens immers regelmatig kunstmatig “onverwachte” hits gecreëerd. En misschien lukt dat dus ook wel met pittige popopstootjes als het springerige “The Joke’s On Me”, het zomerse duo “This Girl” en “Camilla Rhodes”, het soulvol vormgegeven “Too Late To Be Saved”, de mooie semi-trage “Home” of het voorwaar zelfs even voorzichtig Beatle-eske “Just Do That”. Wij zouden het van hier uit alvast alleen maar toejuichen!

Jordan Zevon

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

DEKE DICKERSON

“King Of The Whole Wide World”

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Wie wel te vinden is voor een potje traditioneel geschoolde diversiteit op z’n tijd zit bij Deke Dickerson sinds jaar en dag aan het juiste adres. Al sinds zijn dagen bij het gerenommeerde Dave & Deke Combo bewijst de man zich telkens opnieuw als een echte entertainer hors catégorie, die stilistisch gezien amper een uitdaging uit de weg gaat. En dat is ook op zijn nieuwste weer zo. De nadruk mag daarop dan al een weinig op rockabilly zijn komen te liggen, een veelheid aan andere stijlen worden door Dickerson en zijn begeleiders van dienst al evenmin geschuwd. Zo blijkt “Boone County Blues” bijvoorbeeld rete-aanstekelijke volbloed-bluegrass, is “Misshapen Hillbilly Girl” een coole samenwerking met de Western swingers van The Lucky Stars, flirt “Early For The Bell” duidelijk met jazz en zoekt “Make Way For A Better Man” z’n heil nadrukkelijk in countrysoulwateren. Dé klapstukken op “King Of The Whole Wide World” zijn wat ons betreft echter het heerlijk rockende en rollende en vooral zanggewijs een weinig aan de Jordanaires herinnerende “Itchin’ For My Baby” en de gewoonweg zalige klassieke countrysleper “Do You Think Of Me”, waarin ondermeer Mary Huff van Southern Culture On The Skids en Pete Curry van Los Straitjackets tekenen voor wat hand-en-spandiensten.

(P.S.: de gelimiteerde vinyl-uitvoering bevat met de Merseybeat-deun “Beans On Toast” één extra track.)

Sonic Rendezvous

 

 

AD VANDERVEEN

“Still Now”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Heel wat grote singer-songwriters kwamen in de loop van hun vaak imposante carrières voor dezelfde tweesprong te staan, waarvoor ook Ad Vanderveen zich getuige zijn nieuwste plaat momenteel lijkt te bevinden. Alleen hinkt hij op “Still Now” wél op één en dezelfde plaat op de twee gedachten, die in het verleden ondermeer ook een Dylan, een Springsteen en een Young voor verscheurende keuzes stelden. Volledig akoestisch gaan? Of toch maar weer elektrisch? Of omgekeerd?

Vanderveen lost het op zijn nieuwe album op door zijn twee ego’s op twee van opzet totaal verschillende schijfjes aan het woord te laten. Op “The Garage”, het eerste van dat duo, bedient hij uitvoerig allen die in hem graag de Nederlandse Neil Young zien. Daarop regeren immers volop knappe moderne rocksongs, opgehangen aan veelal luide gitaren die in de Crazy Horse-school duidelijk ergens op de banken op de eerste rij hebben gezeten. Het absoluut mooiste nummer van dat tiental is wat ons betreft het behoorlijk bezadigd aandoende “Up In The Air”, waarin de gitaren van Vanderveen zelf en Timon van Heerdt het wel bijzonder goed blijken te kunnen vinden met de stemmen van de maestro zelve en Kersten de Ligny.

Geheel andere koek op CD 2. Daarop wordt immers gefocust op de storyteller Vanderveen. Aanknopingspunten vormen dan niet langer ome Neil en zijn Crazy Horse, maar wél andere groten der aarde als een Guy Clark, een Eric Taylor, een David Olney en een Townes Van Zandt. En onze eerlijkheid gebiedt ons hier te stellen, dat wij het alvast véél meer hebben voor dát alter ego van Vanderveen. Het is immers zalig toeven in het bijzijn van de Nederlander, als hij, veelal slechts gewapend met de eigen akoestische en een harmonica, zijn eigen songs in een zo goed als spiernaakte versie ten beste geeft. Dan komt bijvoorbeeld ook het harmonieerwerk van de Ligny pas echt goed tot zijn recht.

Zes van de tien songs op “Still Now” zijn te horen in de twee verschillende aanpakken. Dat is des te interessanter, omdat je als luisteraar op die manier als het ware inzicht kan verwerven in hun groeiproces van naakte borelingen tot voldragen songs. Al doen we met die laatste omschrijving de liedjes op “The Living” eigenlijk zwaar tekort. We schreven hier immers al eerder, dat we vooral daardoor zwaar werden gecharmeerd. Dat schijfje zouden we dan ook met een 4,5 op 5 waarderen, terwijl “The Garage” het met een 3,5 moet stellen. En je hoeft dan al bepaald geen wiskundige te zijn om aan de gemiddelde score van 4 op 5 hierboven te geraken…

Ad Vanderveen

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

BUICK AUDRA

“Singer”

(Trimming The Shield / Shut Eye)

(3) J J J

 

 

Er bestaan heel wat minder aangename manieren om de tijd te doden dan een muzikaal rondje in het gezelschap van de haar leven tussen Brooklyn en Nashville verdelende schone Buick Audra (Die naam!). Die doet het op haar eerste volwaardige langspeler “Singer” meteen behoorlijk zelfzeker met tien eigen composities. En daarin slalomt ze vaardig heen en weer tussen country van het commerciëlere soort, Americana en indie (pop). In haar teksten kijkt ze bijna voortdurend diep in eigen boezem, met name daar waar het haar eigen liefdesleven bezingende liedjes betreft. Dat zulks resulteert in een aantal doorleefde ballads en dito midtempo songs zal wellicht niemand echt verbazen zeker?

Buick Audra

Shut Eye Records

CD Baby

 

 

 FRED EAGLESMITH

“Tinderbox”

(Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Bij ’s mans platenlabel dromen ze nu al luidop van een doorbraak op grote schaal. En gelijk hebben ze, want wat Fred Eaglesmith op zijn zeventiende album presteert is van een absoluut tijdloze klasse. Een echte moordplaat is het, waarop de beste man rauwer dan ooit genres als Americana, folk, country, old-time, bluegrass, gospel en (roots)rock wat dichter bij elkaar brengt. Het resultaat is een bijzonder beklijvend geheel, dat in zijn intensiteit en experimenteerdrift bij tijd en wijle aardig herinnert aan het werk van Tom Waits sinds “Swordfishtrombones”: donker, atmosferisch, broeierig en als dusdanig ook flink onder de huid gaand, zowel op muzikaal als op tekstueel vlak. Want Eaglesmith is en blijft natuurlijk in de eerste plaats een kanjer van een tekstdichter. Op “Tinderbox” verkent hij zo op onnavolgbare wijze thema’s als leven en werken in de maatschappelijke marge, liefde en religie. En daarbij toont hij zich geregeld niet bepaald een vrolijke Frans. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het aangrijpende, met een door merg en been gaande banjobijdrage op smaak gebrachte “Killing Me”-tweeluik of naar de bijtende gospel van “Fancy God” en je zal meteen begrijpen wat we daarmee bedoelen. In het eerste van die twee regeert moedeloosheid ten aanzien van een vaak desperaat aards bestaan, in het tweede neemt hij nadrukkelijk het goedkope materialistische geloof van veel van zijn medeburgers op de korrel. “That God you got is a fancy God and he’s not the one I know,” klinkt het daarin veelzeggend…

Zondermeer een klassieker in wording, dit schijfje! En nu al dé te kloppen kandidaat voor de bovenste stek in onze eindejaarslijst over 2008. “Tinderbox” niet kopen is wat ons betreft dan ook niets minder dan een regelrechte misdaad…

Fred Eaglesmith

Sonic Rendezvous