http://www.ctrlaltcountry.be/Pagina1ArchiefMaart2009_bestanden/image001.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES APRIL 2009

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

FROG HOLLER “Believe It Or Not” - JBM “Not Even In July” - JACKIE GREENE “Giving Up The Ghost” - THE GREENCARDS “Fascination” - DAN ISRAEL “See The Morning Light” - TOM BROSSEAU “Posthumous Success” - VANESSA PETERS & ICE CREAM ON MONDAYS “Sweetheart, Keep Your Chin Up” - CHRISTOPHER REES “Devil’s Bridge” - AD VANDERVEEN “Faithful To Love” - RICHARD SHINDELL “Not Far Now” - LEEJAY RUDENJAK “Switchtracks” - THE HANDSOME FAMILY “Honey Moon” - WIL FORBIS & THE GENTLEMEN SCOUNDRELS “Shadey’s Jukebox” - RANDY WEEKS “Going My Way” - THE FLATLANDERS “Hills And Valleys” - WILLIE NILE “House Of A Thousand Guitars” - WAYNE HANCOCK “Viper Of Melody” - PO’ GIRL “Deer In The Night” - HEADWATER “Lay You Down” - THE RADIO KINGS “The Radio Kings” - ANTJE DUVEKOT “The Near Demise Of The Highwire Dancer” - DAN CRAIG “Accidents EP” - KAREN ROMANCHUK “Shine” - THE FOX HUNT “America’s Working So We Don’t Have To” - RICK BROUSSARD “Let It Go” - TOO SLIM AND THE TAILDRAGGERS “Free Your Mind”

 

FROG HOLLER “Believe It Or Not” (ZoBird)

(4****)

Frog Holler - Believe It Or Not.jpg

Het vanuit Virginville, Pennsylvania actieve Frog Holler blijft tot nader order één van de allerbest bewaarde Americana-geheimen. En daarbij lijkt het eigenaardig genoeg te gaan om een bewuste eigen keuze van de band. Darren Schlappich en de zijnen zijn immers zodanig begaan met de eigenheid van hun materiaal, dat ze als hun eigen managers ageren, zelf al hun shows boeken en ook al hun platen in eigen beheer uitbrengen. Alleen zó menen ze te allen tijde hun eigen ding te kunnen blijven doen. Creatieve onafhankelijkheid heet zoiets. En daar moet je als liefhebber van hun muziek dus eigenlijk gewoon blij om zijn, al doet het soms dan ook pijn aan het hart om absolute non-talenten wél te zien scoren en deze fantastische bende nauwelijks of niet. Want dat is het dus wel, hé, een geweldig stel muzikanten. Er zijn maar weinig acts die na zeven platen een even indrukwekkend, kwalitatief bijzonder hoogstaand parcours kunnen voorleggen als Frog Holler. Darren Schlappich toont zich ook hier andermaal als een ongemeen eloquente tekstdichter en al even vaardige songsmid. Tien nummers lang neuzelt hij zich aangenaam melodieus weer een weg naar je hart en geeft al doende quasi terloops zowat de voltallige concurrentie flink het nakijken. Wat deze zes brengen is volstrekt uniek en eigenlijk ook gewoon volstrekt onweerstaanbaar. Liedjes als “Not Like Us”, “Alibis”, “Honest Bill”, “Whiskey Ditch” en “Control Freak (I Know, I Know)” zijn van een werkelijk tijdloze schoonheid. Gegarandeerd, dat je er binnen een jaar of twintig of zo nog met evenveel plezier zal naar luisteren als hier en nu. Hogeschool-Americana is het! Niks meer, maar zeker ook niks minder!

Frog Holler

CD Baby

 

JBM “Not Even In July” (JBM)

(5*****)

JBM - Not Even In July.jpg

Speciaal voor allen die in het opduiken van muzikale pareltjes een stukje levenswerk zien buigen we ons hier vandaag weer eens even over een even onverwachte als volmaakte schoonheid van een plaat. Het betreft daarbij “Not Even In July” van de in Canada geboren, maar een groot deel van zijn leven in de States doorgebracht hebbende Jesse B. Marchant. Onder de werknaam JBM presenteert die daarop tien oorstrelend mooie ingetogen songs. En hij klinkt daarin behoorlijk getormenteerd. Denk in de richting van Nick Drake, Tim Hardin, Jeff en Tim Buckley of aan die van Great Lake Swimmers. Als geheel komt “Not Even In July” eigenlijk nogal pessimistisch over. Maar dat doet hoegenaamd niets af van de ongelooflijke schoonheid van het gebrachte. Breekbare, veelal vanuit een simpele gitaar- of pianobegeleiding vertrekkende atmosferische miniatuurtjes zijn het, waarin Marchant op doorleefde wijze zijn ziel volledig blootlegt. Her en der een streepje viool en cello, een orgel, een bas en wat drums volstaan ruimschoots om van “Not Even In July” één van de allermooiste platen te maken, die wij hier in tijden gehoord hebben. Geen wonder, dat de beste man ingehuurd werd om de film “Lovers In A Dangerous Time” van muziek te voorzien. Zijn liedjes lijken als het ware gemaakt voor dat soort van werk. Briljant gewoon! Beklijvend van de eerste tot de laatste noot! Noem dit wat ons betreft gerust pop-perfectie!

JBM

JBM op MySpace

 

JACKIE GREENE “Giving Up The Ghost” (Freeworld / Bertus)

(4****)

In de gezaghebbende Amerikaanse krant de New York Times werd deze knaap in een recent verleden al eens bestempeld als “The Prince of Americana” en met zijn vijfde album voedt hij die omschrijving eens te meer nadrukkelijk. In een productie van de ondermeer van zijn werk met Los Lobos bekende Steve Berlin en met verder hulp van onder anderen Phil Lesh, Larry Campbell, Greg Leisz, Pete Thomas en David Hidalgo levert Jackie Greene zijn zondermeer meest toegankelijke plaat tot op heden af. Het gaat al lang niet meer op, om de beste man als de zoveelste nieuwe Dylan te willen omschrijven. Ergens tussen genres als Americana, folk, rock en blues vond hij ondertussen immers zijn eigen persoonlijke niche, waar melodieuze songs en met kleurrijke figuren gevulde teksten volop regeren. En dan kan je vergelijkingen beginnen te maken met groten der aarde als een Dylan, een Adams, een Springsteen, een Parsons of een Costello, op de keper beschouwd is Greene toch vooral gewoon zijn eigen man. Luister bijvoorbeeld maar eens naar liedjes als het met een lijzige pop-blues groove gewapende “I Don’t Live In A Dream”, het in soulvolle blazers gehulde “Don’t Let The Devil Take Your Mind”, het ingetogen rootsrockende “Animal” of de sprankelende Americana van “Uphill Mountain” en je zal meteen begrijpen, wat we daarmee bedoelen. Vooral dat laatste, ondermeer met een streepje mondharmonica opgewaardeerde liedje vinden wij hier ronduit geweldig.

Jackie Greene

Bertus

 

THE GREENCARDS “Fascination” (Sugar Hill)

(2,5***)

Greencards - Fascination.jpg

Vierde plaat ondertussen toch ook alweer van het zijn naam aan de fameuze groene Amerikaanse verblijfs- en werkvergunning ontlenende Brits-Australische rootstrio bestaande uit Carol Young (zang, bas, mandoline), Kym Warner (mandoline, mandola, bouzouki, ukelele, xylofoon, zang) en Eamon McLoughlin (violen, cello, zang). En daarop gebeurt precies dát, wat wij naar aanleiding van hun twee laatste platen al een beetje vreesden. Wat al té vaak concentreren de drie ondertussen van Austin naar Nashville verkaste inwijkelingen zich in de twaalf nummers op die nieuwe plaat op hun skills als muzikanten. Ze laten zodoende wél voortdurend horen uitstekende instrumentalisten te zijn, maar ze verliezen tegelijk regelmatig het belang van het liedje zelf als uitgangspunt uit het oog. De rootspopdeuntjes die ze serveren zijn wat ons betreft dan ook net iets te gewoontjes om er echt van uit ons dak te gaan. Muziektechnisch gesproken klopt alles hier als een bus. Maar wat deze kruisbestuiving van genres als (roots)pop, bluegrass, country, Americana en blues aan memorabel songmateriaal oplevert, is wat ons betreft toch eerder povertjes. Een gevoel, dat we bijvoorbeeld ook bij veel van het materiaal van het enigszins verwante Nickel Creek hebben. Experimenteren, allemaal goed en wel, maar je moet weten waar je grenzen liggen…

The Greencards

Sugar Hill Records

 

DAN ISRAEL “See The Morning Light” (Dan Israel)

(3,5****)

Dan Israel - See The Morning Light.jpg

In een wat rechtvaardigere wereld zou deze knaap al lang minstens dezelfde status genieten als bijvoorbeeld een Tom Petty, een Elvis Costello of een Paul Westerberg, maar dat is ook na tien goede tot ronduit uitstekende platen jammer genoeg nog steeds niet het geval. En dus blijft folkrocker Dan Israel vanuit zijn thuishaven Minneapolis in relatieve obscuriteit tegen beter weten in maar verder parels voor de zwijnen werpen. Ook zijn tiende CD “See The Morning Light” bulkt weer van de fraaie “roots songs begging to be heard”. Twaalf liedjes, voor het merendeel akoestisch gebracht, in alle intimiteit volop terend op ’s mans vier voornaamste troeven: zijn enigszins aparte, warm-gruizige stem, zijn delicate gitaarbenadering, zijn uitzonderlijk goed ontwikkeld gevoel voor melodieuze songs en zijn knappe teksten. Een winnende combinatie zondermeer!

Dan Israel

CD Baby

 

TOM BROSSEAU “Posthumous Success” (Fat Cat / Bertus)

(3,5****)

Tom Brosseau - Posthumous Success.jpg

Tom Brosseau is als support act voor PJ Harvey en John Parish op 13 en 14 mei aanstaande te gast in respectievelijk de Amsterdamse concerttempel Paradiso en de AB in Brussel. En dus is het wellicht een goede zet van zijn platenlabel om zijn nieuwe CD “Posthumous Success” rond diezelfde tijd op ons af te vuren. Een plaat, die bij momenten overigens flink verschilt van eerdere worpen. Brosseau durft het hier bij tijd en wijle immers aan om van het volledig akoestische concept van die voorgangers afstand te nemen. En dat levert zeker bij een eerste beluistering van “Posthumous Success” enkele serieuze verrassingen op. Hadden bijvoorbeeld openingsnummer “Favourite Colour Blue” en het daaropvolgende “Been True” mits enige goede wil nog zó op ’s mans eerdere albums gekund, dan zijn veel van de vervolgens geserveerde liedjes toch totaal andere koek. We noemen hier in dat verband ondermeer de lo-fi rammelpop van “Big Time”, het met een fikse snuif fuzz gekruide “You Don’t Know My Friends”, de de bijna pijnlijk intimistische elektrische gitaarinstrumentale “Youth Decay” en het vooral zanggewijs aan oude brombeer Lou Reed herinnerende “Drumroll”. Brosseau lijkt ons dan ook manifest op zoek naar een nieuw en vooral ook veel ruimer publiek. En in dat opzet zou hij als je het ons vraagt best wel eens kunnen gaan slagen ook.

Tom Brosseau

Fat Cat

Bertus

 

VANESSA PETERS & ICE CREAM ON MONDAYS “Sweetheart, Keep Your Chin Up”

(Little Sandwich Music)

(4****)

Vanessa Peters - Sweetheart, Keep Your Chin Up.jpg

“Sweetheart, Keep Your Chin Up”, album nummer vijf van de jonge Texaanse Vanessa Peters, is een soort van Americana-conceptalbum, waarop ze een eigentijdse draai geeft aan klassieke sprookjes en mythes. Een bijzonder interessant uitgangspunt, dat in dit geval ook geleid heeft tot een bijzonder interessant album. In een met Salim Nourallah gedeelde productie vindt Peters hier veertien nummers lang de gouden middenweg tussen de oeuvres van grote dames als een Lucinda Williams, een Suzanne Vega, een Aimee Mann en een Natalie Merchant. Ze grossiert met andere woorden in lekkere rootsy jengelpop, al dan niet intimistische folk(rock), Americana en country noir. In Ice Cream On Mondays weet ze zich daarbij geruggensteund door een stel uitstekende muzikanten. Maar dé blikvangers hier zijn toch nadrukkelijk haar erg knappe eigen stem en misschien nog wel meer haar bij momenten echt hoogstaande teksten. Onze luistertips: het zalige rootspopdeuntje “Austin, I Made A Mess” en het uit datzelfde vaatje tappende, maar zich iets dichter bij huis afspelende “Drowning In Amsterdam”. Dat soort van liedjes zijn een echte weldaad voor op kwaliteit staande oren.

Vanessa Peters & Ice Cream On Mondays

CD Baby

 

CHRISTOPHER REES “Devil’s Bridge” (Red Eye Music / Bertus)

(3,5****)

Christopher Rees - Devil's Bridge.jpg

Jonge Welshman Christopher Rees haalt op zijn vierde CD “Devil’s Bridge” andermaal een aardig hoog niveau. Zijn grotendeels aan thema’s als moord en ander wangedrag opgehangen teksten werken net als de muzikale omlijsting ervan behoorlijk beklemmend. Raakpunten vertoont wat de beste man hier doet met bijvoorbeeld Sixteen Horsepower en Grant Lee Buffalo, maar ook met prille rock & roll Sun style. Hij verkent op “Devil’s Bridge” zowat elke duistere uithoek van het Americanagenre. Van Appalachenfolk en bluegrass over rock & roll en rockabilly tot country, gospel en blues, alles wat ook maar enigszins in zijn kraam past krijgt hier de “Rees treatment”. Het resultaat is een over z’n gehele lengte heerlijk ruw en authentiek geheel. Hoog tijd dus, dat we met z’n allen deze knaap ferm aan de borst drukken! Hij verdient het ondertussen écht wel!

Christopher Rees

Red Eye Music

Bertus

 

AD VANDERVEEN “Faithful To Love” (Sonic Rendezvous)

(5*****)

Ad Vanderveen - Faithful To Love.jpg

Voor Blue Rose Records kwam deze opvolger van het monumentale “Still Now” er gewoonweg te snel, lazen we op de webstek van het Duitse platenlabel, en dus liet men Ad Vanderveen graag opnieuw in zee gaan met z’n eerdere broodheer, het onvolprezen Nederlandse Sonic Rendezvous. En daar zullen ze ongetwijfeld in hun vuistje hebben gelachen om zoveel onverwachte meeval. “Faithful To Love” is immers een ongemeen mooi album. En eentje met een interessant verhaal erachter bovendien ook. Eigenlijk wilde Vanderveen immers helemaal nog geen nieuwe plaat opnemen. De acht nieuwe liedjes, waarmee hij en Kersten de Ligny begin dit jaar samen met hun oude maat Jim Morrison (viool, mandoline) op uitnodiging van bevriende producer Matt Butler - Bekend van zijn werk voor Paul McCartney, Mark Knopfler, John Martyn en anderen! - aan de slag gingen, waren eigenlijk voorbestemd om op een pas veel later te verschijnen CD te belanden. Het resultaat van die sessie met Butler was echter van een dermate bedwelmende schoonheid, dat het veel eerder dan verwacht op “Faithful To Love” belandde. Aangevuld met covers van “All My Money On You” van Diana Jones - Met een opvallende vocale hoofdrol voor de Ligny! - en John Gorka’s “Houses In The Fields” en één al wat ouder eigen nummer groeien de acht liedjes waarvan sprake tot een volstrekt tijdloos geheel uit. Hier hoor je folk en Americana nog eens op hun allerwarmst! Volledig akoestisch, opgenomen met z’n allen tegelijk rond microfoons in het alleen al door z’n historiek het nodige ontzag inboezemende The Stone House, Butlers achttiende-eeuwse thuishaven in het Engelse Herefordshire. Wij vinden het hier een ronduit fantastische plaat en begrijpen dan ook volkomen niet, wat Blue Rose Records er van deed afzien om ze uit te brengen. Een absoluut meesterwerk als dit krijg je immers zeker niet alle dagen in de schoot geworpen.

Ad Vanderveen

Sonic Rendezvous

 

RICHARD SHINDELL “Not Far Now” (Signature Sounds)

(4****)

Richard Shindell - Not For Now.jpg

Vanuit zijn nieuwe heimat Buenos Aires doet Richard Shindell met “Not Far Now” zijn reputatie één van de allerbeste vertellers van verhalen in songvorm te zijn weer alle eer aan. Dat door de beste man samen met Greg Anderson geproduceerde album bevat negen eigen nieuwe liedjes en covers van Dave Carters “The Mountain” en Silvio Rodriguez’ “¿Qué Hago Ahora?”. Opgemerkte gastbijdragen zijn er daarin ondermeer van Lucy Kaplansky (zang), Viktor Krauss (akoestische bas) en Sara Milonovich (violen en zang). Zij en anderen helpen van Shindells nieuwe worp een heerlijk gevarieerd geheel te maken. Niet enkel in de keuze van de door hem hier behandelde thema’s, maar zeker ook met betrekking tot de ritmiek ván en de sfeerschepping dóór zijn liedjes ging deze ditmaal duidelijk resoluut voor diversiteit. Voorzichtig uptempo georiënteerd materiaal wordt afgewisseld met fraaie intimistische karakterschetsen en miniatuurtjes. ’t Is alsof je met je ogen dicht naar een film zit te luisteren. Héél erg mooi allemaal!

Richard Shindell

Signature Sounds

 

LEEJAY RUDENJAK “Switchtracks” (Horizon Music Group)

(3,5¨****)

Leejay Rudenjak - Switchtracks.jpg

Wie zweert bij markante stemmen, mooie teksten en een gediversifieerde rootsy aanpak zit bij deze Leejay Rudenjak goed. Zijn album “Switchtracks” heeft wat ons betreft alvast alles om van de Amerikaan met Kroatische roots een instant-favoriet te maken. Met als zijn voornaamste bondgenoot de extreem getalenteerde multi-instrumentalist Dick Neal, die ook de productie van de plaat voor zijn rekening nam, laveert Rudenjak hier twaalf eigen nummers lang handig heen en weer tussen verdriet en optimisme. Opvallend is daarbij vooral, dat hij zich regelmatig bedient van beelden van treinen als metaforen voor gemoedsgesteldheden. Enkele van de mooiste liedjes vonden wij het gloedvolle, door Neal van erg fraai snarenwerk voorziene “If You But Knew”, het radiovriendelijke “Might Could Love You” en “Where The Ghost Locomotives Go”, één van de genoemde “train songs”. Erg fijne plaat zondermeer!

Leejay Rudenjak

Horizon Music Group

CD Baby

 

THE HANDSOME FAMILY “Honey Moon” (Carrot Top Records / Bertus)

(3,5****)

“Honey Moon”, het ondertussen toch ook alweer achtste album van eigenzinnig muzikaal echtpaar Brett en Rennie Sparks, zal zo menig een liefhebber van hun eerder werk schokken. De twee vieren met die nieuwe plaat immers hun twintigste huwelijksverjaardag en kozen daarom voor één enkel centraal thema: de liefde. Het veelal donkere karakter van hun vorige CD’s moest daardoor grotendeels wijken voor ongegeneerd romanticisme. Let wel: de Sparksen hoeden zich daarbij continu voor platitude. Ook hen horen zingen over de amoureuze kantjes van het leven blijft een erg coole aangelegenheid. Raakpunten zijn er wat dat betreft bijvoorbeeld met Richard Hawley, Stuart A. Staples en z’n Tindersticks, Scott Walker en Leonard Cohen. Niet enkel door Bretts bij momenten enigszins vergelijkbare croon, maar ook door de muzikale diversiteit van de aangeboden songs. Je hoort hier country en (alternatieve) bluegrass, maar evengoed pop, R&B en jazz. Enkele uitschieters zijn wat ons betreft het duidelijk met de blik op Tin Pan Alley geconcipieerde duo “The Loneliness Of Magnets” en “Linger, Let Me Linger”, het met name door z’n samenzang naar klassieke countrybroederparen als de Louvins en de Everlys verwijzende “Little Sparrows” en het ongemeen soulvol overkomende “My Friend”. ’t Is dan misschien wel even wennen om The Handsome Family zó bezig te horen, mooi blijft het echter zondermeer.

The Handsome Family

Carrot Top Records

Bertus

 

WIL FORBIS & THE GENTLEMEN SCOUNDRELS “Shadey’s Jukebox”

(Rankoutsider / Sonic Rendezvous)

(3***)

Wil Forbis - Shadey's Jukebox.jpg

“We reserve the right to kick your ass!”, waarschuwen Wil Forbis en de zijnen ons op het hun debuutplaat begeleidende booklet en precies dát doen hij en zijn Gentlemen Scoundrels dan ook. Vertrekkend vanuit country en Americana schuimen ze en passant ook flink wat andere rootsmuziekgenres af. En dat resulteert bijna als vanzelfsprekend in een heerlijk gevarieerd potje luistervoer. “Hope Kills” twijfelt zo bijvoorbeeld openlijk tussen een leven als de Stones of als de Jayhawks, “Where There’s A Wil There’s A Way” doet het bijzonder swingend met Dixieland-blazers, “Back To Normal” laat zich een jammerende pedal steel welgevallen en deed ons in de verte denken aan iets van Green On Red, “Fing Fang Foom” is een aanstekelijke speed country instrumental en “Laurelay (Take The Long Road)” heeft duidelijk iets van doen met folk en bluegrass. Bij het zoeken naar een adequate beschrijving hiervoor kwamen we dan ook niet verder dan de naam van het frituurtje hier juist om de hoek: “Gewoon lekker!” En meer moet dat voor ons eigenlijk ook niet zijn.

Wil Forbis & The Gentlemen Scoundrels op MySpace

Rankoutsider Records

Sonic Rendezvous

 

RANDY WEEKS “Going My Way” (Certifiable / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Randy Weeks - Going My Way.jpg

Een kleine eeuwigheid geleden al sloten we deze Randy Weeks hier liefdevol in de armen. Dat was toen hij nog met de Lonesome Strangers van zich deed spreken binnen het alternatieve countrygebeuren in en rond L.A. in de late jaren tachtig van de vorige eeuw. En de twee platen die hij met die groep afleverde, “The Lonesome Strangers” uit ’89 en “Land Of Opportunity” uit ’97, blijven wat ons betreft overigens ook nog steeds warm aanbevolen. Maar tijden veranderen en zo ook Randy Weeks. Op zijn sinds 2000 verschenen soloplaten is hij zich steeds meer gaan ontwikkelen tot (rootsrockende) singer-songwriter. En het voorlopige hoogtepunt in die reeks van vier vormt ontegensprekelijk zijn nieuwste, het zopas uitgebrachte “Going My Way”. Op die door Will Sexton geproduceerde schijf toont Weeks zich van veel markten thuis. Steeds verder weg van zijn countryrockverleden ontpopt hij zich tot een gedegen rootspop-songsmid. Met wat vocale bijstand van Eliza Gilkyson bijvoorbeeld in het zomerse “That’s What I’d Do” en het lijzig rockende “Summer Of Love”. Elders wél nog even met een knipoog naar z’n country roots (de mooie trage “The One Who Wore My Ring”) of zelfs naar blue-eyed soul (“Hard To Believe”). Maar de nadruk ligt hier al bij al toch voornamelijk op rootspop- en –rockliedjes, die zich, gewapend met ijzersterke melodieën, vrijwel ogenblikkelijk knus tussen je oren nestelen. En liefhebbers van het werk van bijvoorbeeld een Marshall Crenshaw of een Ben Vaughn zullen hier wellicht dan ook wel vlot raad mee weten.

Randy Weeks op MySpace

Sonic Rendezvous

 

THE FLATLANDERS “Hills And Valleys” (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

Als Jimmie Dale Gilmore, Joe Ely en Butch Hancock de koppen weer eens samen steken om als de Flatlanders met nieuw materiaal uit te pakken, dan weet je eigenlijk al bijna bij voorbaat, dat je weer goed zal zitten. En dus was het hier ook naar “Hills And Valleys” weer reikhalzend uitkijken geblazen. Acht van de dertien nummers daarop schreven de drie samen. Enkel voor Ely’s “Love’s Own Chain” en “There’s Never Been”, Hancocks “Thank God For The Road”, Gilmores zoon Colins “The Way We Are” en Woody Guthries “Sowing On The Mountain” werd afgeweken van de groepsaanpak. Dat laatste liedje mogen we volgens Hancock overigens als representatief beschouwen voor de thematische rode draad, die doorheen het hele album loopt: de ups en downs, vooral op emotioneel vlak dan, waardoor het leven van velen dezer dagen getekend wordt. “Hills And Valleys” is daardoor onderhuids een enigszins politiek getint album geworden. Zonder ook maar ergens echt opdringerig te worden ventileren Ely, Hancock en Gilmore hier toch hun mening met betrekking tot items als 911, Katrina, Irak en de fel gecontesteerde “border walls”. Wat het louter muzikale betreft biedt “Hills And Valleys” vooral “more of the same”. Dat betekent, dat country, folk, Tex-Mex en roots rock in het universum van de Flatlanders “nach wie vor” erg goede buren zijn. En dat levert als vanouds nogal wat interessante momenten op. Wij denken dan in eerste instantie aan het bijzonder catchy, de dood recht in de ogen kijkende rockertje “Just About Time”, de over hun plaats duidelijk kennende, bedaard twangende gitaren uitgesmeerde sociale aanklacht “Homeland Refugee”, het ronduit zalige, door Joel Guzman accordeongewijs flink aangezwengelde Tex-Mex-stampertje “Borderless Love”, de op bedachtzame wijze naar de Katrina en haar naweeën verwijzende trage “After The Storm” en de erg bezielde lezing van Woody Guthries “Sowing On The Mountain”. Wat ons betreft alleszins weer ruimschoots voldoende om er weer enkele jaren tegen te kunnen.

The Flatlanders

New West Records

Sonic Rendezvous

 

WILLIE NILE “House Of A Thousand Guitars” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Wat een geweldige plaat alweer, deze nieuwe van Willie Nile! De New Yorker lijkt met “House Of A Thousand Stars” op al wat latere leeftijd eindelijk de laatste stap richting een doorbraak op wat grotere schaal te kunnen gaan zetten. En dat is ‘m van hier uit alvast van harte gegund! De twaalf songs op dat nieuwe album van ‘m zijn immers stuk voor stuk echte (roots)rockdelicatessen. Van het extreem catchy titelnummer, waarin de beste man al naamdroppend een enkel in z’n eigen verbeelding bestaand walhalla voor geweldige muzikanten beschrijft, over het al even aantrekkelijk knallende “Run”, het op een sympathieke manier aan maatschappijkritiek doende “Doomsday Dance”, de fraaie semi-ballade “Love Is A Train”, het werkelijk hartverscheurend mooie, her en der voorzichtig enigszins Beatle-eske vormen aannemende liefdesliedje “Her Love Falls Like Rain”, het met een vermanend vingertje in de hoogte gebrachte, tot meer oog voor de toekomst oproepende meezingertje “Give Me Tomorrow” tot de ronduit heerlijke power pop van “Magdalene” en nog een trits anderen, werkelijk niet één moment van zwakte te bekennen hier! En voor wie het ondertussen – Onbegrijpelijkerwijze! – nog niet mocht weten, herhalen we het hier dan ook graag nog maar eens: deze Willie Nile is één van de allerbeste (rockende) singer-songwriters van zijn generatie!

Willie Nile

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

WAYNE HANCOCK “Viper Of Melody” (Bloodshot / Bertus)

(4****)

“That’s What Daddy Wants” keelde Wayne Hancock indertijd zelfverzekerd in het nummer waarmee hij ook hier wist door te breken en onbewust sloeg hij daarmee wat ons betreft spijkers met koppen. Dát was het inderdaad, wat deze “daddy” hier wilde! Hancock kroonde zich met één klap tot de enige echte, die naam waardig zijnde opvolger van de legendarische Hank Williams. Zijn “juke joint swing” was onmiskenbaar “the real thing”! En al zijn in de daaropvolgende jaren verschenen platen zijn dan ook stuk voor stuk aanraders van jewelste. Ook zijn nieuwste worp, “Viper Of Melody”, weer. “I wanna jump the blues and make the hard times swing,” deelt Hancock ons daarop in het openingsnummer mee, want “with the right kinda music you can do most anything”. En zo is het maar net natuurlijk! Dertien nummers lang verkeer je hier daardoor in een opperbest humeur. Lekker heupwiegend neuzelt en jodelt Hancock zich ook ditmaal weer een weg doorheen een geslaagde mélange van oer-honky-tonk, blues en swing. Volstrekt onweerstaanbaar gewoon! Veel dichter bij de gloriedagen van het traditionele countrygenre kan je in onze ogen amper nog komen.

Wayne Hancock

Bloodshot Records

Bertus

 

PO’ GIRL “Deer In The Night” (Lucky Dice Music)

(4****)

Als twee zulke mooie stemmen als die van Allison Russell en Awna Teixeira elkaar weten te vinden, dan is bij voorbaat al haast enige magie verzekerd. En ons verbaasde het dan ook hoegenaamd niet te lezen, dat deze dezer dagen door multi-instrumentalist Benny Sidelinger naar zo menig een rootsy meesterwerkje gestuwde Canadese dames door velen werden beschouwd als één van dé absolute hoogtepunten tijdens één van de voorbije edities van het Blue Highways-festival in Utrecht. Gegarandeerd dat op zaterdag 2 mei aanstaande velen met hetzelfde gevoel de Rhythm & Blues Night in de Groningse Oosterpoort zullen verlaten. En afgaande op het op hun nieuwe CD “Deer In The Night” gebodene kunnen de Po’ Girls hun verkoopsstandje aldaar maar best stevig bevoorraden. De daarop gerealiseerde kruisbestuiving tussen ondermeer Americana, bluegrass, country, ragtime, blues, folk en jazz is immers van een dermate adembenemende tijdloze schoonheid, dat je al bijna van steen moet zijn om er niet meteen als een blok voor te vallen. Met hun geweldig harmoniërende stemmen als hun voornaamste bondgenoten en met knapen als Michael Jerome, Bukka Allen en Brian Standefer op de gastenlijst laten Russell en Teixeira er hier op geen enkel moment twijfel over ontstaan, dat zij wel degelijk tot het allerbeste behoren wat de huidige Americanascène te bieden heeft. En met het catchy rootspopdeuntje “Grace” houden ze wat ons betreft zelfs een potentiële (radio)hit in handen. Dát nummer en de Julie Miller-cover “All My Tears” zijn alvast twee songs, waarvoor u ons te allen tijde mag wakker komen maken. Echt bloedmooi!

Po’ Girl

Lucky Dice Music

 

HEADWATER “Lay You Down” (Nowhere Town Records)

(4****)

Verrassend sterke tweede CD van het vanuit het Canadese Vancouver actieve viertal Headwater. Voor die opvolger van hun ook al lovend onthaalde debuutplaat “My Old Friend” togen Jonas Shandel (gitaar, banjo, zang), Matt Bryant (mandoline, zang), Tim Tweedale (steelgitaar) en Patrick Metzger (staande bas) onder aanvoering van de hier ondermeer van zijn werk voor Po’ Girl, Linda McRae en Ray Condo bekende Mark L’Esperance studiowaarts. En die slaagde erin om het kwartet een wel bijzonder sexy jasje aan te meten. Door aan de van nature eerder richting old-time stringband music en country neigende composities van Shandel en Bryant een rocktoets te verlenen hielp hij Headwater aan een geheel eigen gezicht. “Death Of Me” verkent zo bijvoorbeeld op bijzonder sfeervolle wijze het grensgebied tussen traditioneel snarenwerk en roots rock, “Picture Show” is een kortstondige zomerse romance tussen pop en bluegrass en “Under The Rocks And Stones” doet iets heel moois met een Lanois-esk klanktapijt en een bluesy groove. Bijzonder lekker allemaal! En dat geldt op de keper beschouwd eigenlijk ook wel voor dingen als het frivole countrystampertje “Freight Train”, de recht-toe-recht-aan bluegrass van “Brown Stone Road”, de enigszins beklemmend werkende Americana van “The Drifter” en heel wat andere van de songs hier. Vooral niet laten liggen dus, deze schijf, is dan ook ons dwingend advies!

Headwater

Headwater op MySpace

 

THE RADIO KINGS “The Radio Kings” (CoraZong)

(3,5****)

Eerlijk gezegd, wij hadden er niet echt meer geld op durven in te zetten, maar ruim tien jaar na hun laatste worp zijn ze daar dan plots toch terug met nieuw plaatwerk, die van de Radio Kings. En of het deugd doet om Michael Dinallo en Brian Templeton en co elkaar hier weer in de armen te horen vallen! Gelijk al van bij het duidelijk met de blik op Memphis gericht geconcipieerde openingsnummer “Can’t Keep A Good Man Down” weet je, dat je hier als vanouds weer goed zit. En dat wordt vervolgens ook gewoon tien nummers lang bevestigd. Met de zonnige roots pop van “Donna” bijvoorbeeld, of met soulvolle lezingen van Magic Sams “She Belongs To Me” en O.V. Wrights “You’re Gonna Make Me Cry” en even eigenzinnige als catchy vertolkingen van de traditionals “Pallet On The Floor” en “You Got To Die”. En dan schreven we nog niets over nadrukkelijk bluesgeoriënteerder spul als de fraaie trage “Watch The Trains Roll By” en het ergens in “Blastersland” strandende “The Moanin’ Blues”. En al evenmin over het van een stevige shot funk bediende “Everything’s Gonna Be All Light”, het ongemeen ruig behandelde “Evil Love” en het in schril contrast daarmee staande “I’m Not Trippin’”, waarvoor wijlen Roy Orbison best wel eens als vorlage gediend zou kunnen hebben. Kortom een heuse “retour de force”! En bij wijze van “Welkom terug, heren!” zouden wij ze dan ook heel erg graag toegevoegd zien aan de nochtans nu al indrukwekkende vormen aannemende affiche van de jubileumeditie van het BRBF in Peer komende zomer.

The Radio Kings op MySpace

CoraZong Records

 

ANTJE DUVEKOT “The Near Demise Of The Highwire Dancer” (Black Wolf Records)

(5*****)

 

Welk een geweldige stap vooruit voor Antje Duvekot, dit album! Met “The Near Demise Of The Highwire Dancer” catapulteert ze zichzelf eensklaps tot op hetzelfde niveau als pakweg een Shawn Colvin, een Patty Griffin, een Lucy Kaplansky of een Nanci Griffith. Voor die nieuwe CD trok ze één van haar eigen favoriete singer-songwriters, Richard Shindell, als producer aan. En die beloonde haar vertrouwen niet enkel met een glansprestatie achter de knoppen, maar trommelde en passant ook een hele trits bekende vrienden op om een handje te komen toesteken. Samen met Mark Erelli neemt hij zo bijvoorbeeld ondermeer de harmonieën in het melancholische hoogstandje “Vertigo” voor zijn rekening. En John Gorka van zijn kant liet zich graag verleiden tot gezongen bijdragen aan andere grootstadsfolkpareltjes als “Long Way”, “Reasonland” en “Merry-Go-Round”. En dan vergaten we nog bijna Lucy Kaplansky, die acte de présence geeft in het beklemmende “The Bridge”, en Viktor Krauss, die met een erg sfeervolle bijdrage op zijn bas “Coney Island” mee naar een exceptioneel hoog niveau helpt te tillen. Stuk voor stuk uitzonderlijk mooie liedjes en als dusdanig ook dé perfecte showcase voor zowel de innemende stem van Duvekot als voor haar enorme schrijftalent. Want geloof ons vrij, er zijn er heus niet veel, die er in hun songs in slagen om met zoveel panache een brug tussen de eigen persoonlijke leef- en denkwereld en het wel en wee van anderen te slaan. “The Near Demise Of The Highwire Dancer” is eigenlijk gewoon nergens minder dan briljant. Al zullen er hier en daar zeker wel een paar luisteraars zijn, die zullen afknappen op het lieflijke, volledig in vlekkeloos Duits gebrachte “Augen, Ohren und Herz”.

Antje Duvekot

CD Baby

 

DAN CRAIG “Accidents EP” (Dan Craig Music)

(3,5****)

Met ergens in het achterhoofd het gegeven, dat artiesten als Josh Ritter en Ray LaMontagne hier in een nog redelijk recent verleden aardig succesvol bleken, durven wij ook aan de jonge Amerikaan Dan Craig een mooie toekomst toe te dichten. Net als die twee realiseert immers ook hij in zijn liedjes op erg knappe wijze een evenwicht tussen elementen uit pop en folk. En net als LaMontagne beschikt ook hij over een enigszins aparte, maar te allen tijde warm en soulvol aanvoelende stem om zijn songs alle eer mee aan te doen. Dat resulteert op de EP “Accidents” in vijf alleraardigste luisterliedjes, waarin emotionaliteit en intelligentie bijna voortdurend liefdevol hand in hand gaan. Aan dingen als “Sir Thomas More” en “Soldier, Don’t Look Down” zit zelfs een bescheiden literair randje. Reden genoeg, vonden wij, om ook ’s mans drie eerder verschenen platen maar eens even te gaan checken en daarbij kwamen we alvast tot de vaststelling, dat ook voorganger “Skins Grows Thin” al erg goed was.

Dan Craig

CD Baby

 

KAREN ROMANCHUK “Shine” (Karen Romanchuk)

(3,5****)

Niets zo handig om kennis te maken met een je nog volslagen onbekende artiest(e) als een EP. In tijden van vrijwel om elke straathoek loerende muzikale overkill volstaat een lekker gebalde set aan songs voor ons ruimschoots om een vers ontdekt talent stante pede aan de borst te drukken. En dat is ook exact wat we bij dezen met de Canadese Karen Romanchuk willen doen. Die klinkt op de mini “Shine” als een soort van kruising tussen Waylon Jennings, Steve Earle en Lucinda Williams. Ze schrijft sterke, in de rijke folk- en rootstradities van zowel haar eigen land als die van de zuidelijke staten van de States ingebedde songs. Haar materiaal ontstond als het ware op het kruispunt tussen country rock, de vermaarde Texaanse outlaw scene en rootsy folk. Op haar sterkst toont ze zich in liedjes als het epische “Jessie” en het louter muzikaal gezien overduidelijk aan de traditional “The Wayfaring Stranger” verwante “Forsaken”.

Gaan we, als je het ons vraagt, ongetwijfeld nog veel van horen, van deze Karen Romanchuk! En bij een volgende gelegenheid mag het ook graag al wat meer zijn.

Karen Romanchuk on MySpace

CD Baby

 

THE FOX HUNT “America’s Working So We Don’t Have To” (Skull City Records)

(3,5****)

The Fox Hunt - America's Working So We Don't Have To.jpg

Het vanuit Martinsburg, West Virginia actieve viertal The Fox Hunt is het soort van collectief, dat je als recensent van dienst met een gerust gemoed durft aan te bevelen aan liefhebbers van groepen als Old Crow Medicine Show, de Foghorn Stringband, de Hackensaw Boys en aanverwanten. Net als die acts vertaalt ook dat eigenzinnige kwartet immers op geslaagde wijze stringband music zoals die vroeg in de vorige eeuw in de Appalachen gemaakt werd naar het hier en nu. Onder aanvoering van singer-songwritertandem John R. Miller en Matt Kline bedienen de vier zich van een uit akoestische gitaren, banjo’s, mandoline, fiddle en bas bestaand instrumentarium om zich met een indertijd ook voor het punkgenre karakteristieke “jongehondenvitaliteit” doorheen twaalf aan authenticiteit absoluut niks te kort komende songs te werken. Het eindresultaat is dan ook van een ronduit ontwapenende frisheid. Warm aanbevolen, zouden wij zo zeggen.

The Fox Hunt

CD Baby

 

RICK BROUSSARD “Let It Go” (Steady Boy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Rick Broussard - Let It Go.jpg

Bijzonder eigenwijs baasje toch, deze Rick Broussard! Doet al jarenlang complexloos zijn ding zonder zich al teveel te storen aan heersende muzikale normen en conventies. En dat maakt van de beste man een beetje een buitenbeentje binnen de Texaanse muziekscène. En een graag geziene gast tegelijk ook. Zijn voorliefde voor Britse sixties rock, rockabilly, surfgitaren en honky-tonk resulteert immers steevast in van de energie bruisende optredens en dito platen. Iets wat ook weer geldt voor het deels in Manchester, deels in Austin ingeblikte “Let It Go”. “The whole thing plays out just like a Two Hoots And A Holler show: a rockin’ – surfin’ – hula – honky-tonkin’ – kick ass night,” aldus het begeleidende schrijven en zó is het maar net. Broussard stoeit hier immers andermaal met zo ongeveer alles wat ‘m lief is en klinkt daardoor een flink stuk spannender dan het gros der dezer dagen vanuit de Lone Star State op ons afgevuurde producten.

Rick Broussard (Two Hoots And A Holler)

Steady Boy Records

Sonic Rendezvous

 

TOO SLIM AND THE TAILDRAGGERS “Free Your Mind” (Underworld / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Too Slim & The Taildraggers - Free Your Mind.jpg

“Free Your Mind”, de tiende van Tim “Too Slim” Langford en zijn Taildraggers, is andermaal een heuse “melting pot” aan stijlen. Centraal gegeven is én blijft weliswaar tot nader order Southern rock, maar andere genres als blues, R&B, Americana en swamp rock zijn daarbij nooit echt ver uit de buurt. “Free Your Mind” bevat elf nieuwe songs, waarin persoonlijke ervaringen en observaties van het leven in z’n geheel mooi hand in hand gaan. Langford blijft als songsmid duidelijk gestaag groeien. En alleen daarom al durven we “Free Your Mind” ook zondermeer aan te bevelen aan liefhebbers van andere rockende Americana acts als de Brandos, de Drive-By Truckers en de North Mississippi Allstars. Zij zullen tussen deze elf nieuwe, als vanouds weer gitaarzwangere adrenalineopstoten ongetwijfeld het nodige materiaal vinden om volop bij aan hun trekken te komen.

Too Slim & The Taildraggers

Underworld Records

Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home