CAC Banner.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES AUGUSTUS 2009

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

THE BAND OF HEATHENS “One Foot In The Ether” - DRIVE-BY TRUCKERS “The Fine Print” - KEITH MILES “Beyond The Headlights” - DANIEL NORGREN “Outskirt” - BEN BEDFORD “Lincoln’ Man” - GREG BROWN “Dream City: Essential Recordings Vol. 2 1997-2006” - MELISSA MCCLELLAND “Victoria Day” - MARK STUART & THE BASTARD SONS “Bend In The Road” - STAR ANNA “The Only Thing That Matters” - IAN HUNTER “Man Overboard” - BIG BLIND “Circus Left Town” - PHIL FRIENDLY WITH PETE ANDERSON “My Shadow” - MICHAEL CARPENTER “Redemption #39” - DRIVE-BY TRUCKERS “”Live From Austin, TX” (CD + DVD) - RICHARD LINDGREN “Poets Drown In Lakes - A Live Recording”

 

THE BAND OF HEATHENS “One Foot In The Ether” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Als er zich de voorbije maanden één Americana act in de kijker heeft gespeeld, dan is het wel The Band Of Heathens. Waar singer-songwriters Ed Jurdi, Gordy Quist en Colin Brooks met hun platen onder eigen vlag amper zoden aan de dijk kregen, lukte het als groep samen met bassist Seth Whitney en drummer John Chipman eensklaps wel. Nummer 1 in de AMA Chart, nummer 1 in de Euro Americana Chart, optredens à volonté, het kon voor de heren plots niet meer op! En schrijf het nu alvast maar op: met “One Foot In The Ether” in hun collectieve achterzak zal daarin voorlopig allerminst verandering komen! Dat album is immers zo mogelijk nog beter dan hun eerste studioplaat. En dat wil al iets zeggen… Variatie is troef op die nieuwe schijf. Via de lijzige roots rock van “L.A. Country Blues” gaat het aan een moordtempo van de ene naar de andere heerlijke song als het ingetogen rootspopjuweeltje “Say”, het gospeleske “Shine A Light”, het bluesy “Golden Calf”, de Americana van “What’s This World”, het funky rockende “You’re Gonna Miss Me” en de soulvolle trage “Right Here With Me”. Stuk voor stuk eigen liedjes, die, aangevuld met een ook al van de soul overlopende cover van de Gillian Welch & David Rawlings-compositie “Look At Miss Ohio”, garant staan voor ruim 53 minuten luisterplezier van het allerbeste soort.

The Band Of Heathens

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

DRIVE-BY TRUCKERS “The Fine Print” (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

Onze eerste gedachte na het beluisteren van dit schijfje: “Onvoorstelbaar, dat het hier gewoon een verzameling “odds & ends” betreft!” Het merendeel van de twaalf songs gebundeld op “The Fine Print – A Collection Of Oddities And Rarities 2003-2008”, de zopas uitgebrachte “nieuwe” van de Drive-By Truckers, zijn immers van een dergelijk hoge kwaliteit, dat veel andere bands er een moord voor zouden begaan. Er is om te beginnen de heerlijke, met zomerse steelklanken opgewaardeerde countryrocker “George Jones Talkin’ Cell Phone Blues”, er zijn de knappe covers van Tom Petty’s “Rebels”, Warren Zevons “Play It All Night Long”, Dylans “Like A Rolling Stone” en Tom T. Halls “Mama Bake A Pie (Daddy Kill A Chicken)”, er zijn uitstekende alternatieve versies van “Uncle Frank” en “Goode’s Field Road”, er is de ingetogen Jason Isbell-parel “TVA”, er is het vervaarlijk aandoende “The Great Car Dealer War”, een outtake van de sessies voor “The Dirty South”, er is het om compleet onduidelijke redenen uiteindelijk niet op “A Blessing And A Curse” belande “When The Well Runs Dry”, een van de ingehouden spanning levende Southern rock beauty, enzovoort, enzovoort, enzovoort… Eigenlijk doe je elk van deze songs zwaar onrecht door in verband met “The Fine Print” zelfs maar van een tussendoortje te durven gewagen. En dat doen we dan ook absoluut niet! Aan dit album van de Truckers zullen zeker niet enkel fans van de groep minstens evenveel plezier beleven als aan elk van hun vorige worpen. Misschien zelfs wel meer! Bijzonder knap!

Drive-By Truckers

New West Records

Sonic Rendezvous

 

KEITH MILES “Beyond The Headlights” (Keith Miles)

(5*****)

“What It Was They Became” was voor ons één van dé absolute toppers van 2006 en dus vonden we op de keper beschouwd het wachten op een tweede van songsmid Keith Miles eigenlijk gewoon veel en veel té lang duren. Maar goed, ons geduld mag dan al serieus op de proef zijn gesteld, “Beyond The Headlights”, de door Jack Sundrud geproduceerde tweede van Miles, maakt met één elegant uitgedeelde klap alles snel weer goed. Met die werkelijk ongelooflijk mooie stem van ‘m, hier en daar een weinig herinnerend aan die van gerespecteerde collega’s als Greg Trooper en Jeff Talmadge, trekt Miles ook hier telkens weer diepe voren doorheen je geest. Een veel geschikter vehikel hadden zijn teksten zich ook ditmaal weer niet wensen kunnen. Miles, nog eens een echte storyteller pur sang in de geest van John Prine, Guy Clark, Greg Brown en Leon Redbone, weet uit zo ongeveer elk gegeven een beklijvend verhaal en dito liedje te puren. Zijn uitgangspunt vormen daarbij weliswaar Americana, country en folk, maar ook van wat blues (“Samson & Delilah”), jazz (“Sweet Waters”) en swing (“7 Cent Cigar Blues”, “Who’s That Girl”) is hij absoluut niet vies. Het resultaat is een andermaal heerlijk gevarieerd geheel, dat je je net als z’n hoger genoemde voorganger eigenlijk gewoon blind kan aanschaffen. Songs als het ingetogen tweetal “The South” en “Memories Of You” zal je wellicht al na enkele luisterbeurten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid nooit meer willen missen… Hemeltergend mooi gewoon!

Keith Miles

CD Baby

 

DANIEL NORGREN “Outskirt” (Superpuma / Cool Buzz)

(5*****)

Platenbazen mogen over het algemeen graag overdrijven. Met name als het hun eigen artiesten betreft worden de superlatieven niet gauw geschuwd. Maar wie zou het Hans Broere van het kleine, maar fijne Nederlandse blues & roots label Cool Buzz in godsnaam kwalijk kunnen nemen, dat hij “Outskirt”, de tweede van de boomlange Zweed Daniel Norgren, nu al een plaatsje bovenaan zijn eigen eindejaarslijst toedicht? Niemand toch? Eerst en vooral is dat ’s mans volste recht. En ten tweede betreft het hier inderdaad een échte moordplaat. Zó ontzettend goed, dat je er al na één enkele beluistering compleet verslaafd aan raakt. En in eigen land vergeleek men Norgren dan ook al met groten als Daniel Johnston en Tom Waits. En vooral een vergelijking met die tweede onderschrijven wij hier graag. Niet enkel omdat er beslist van een zekere stemgelijkenis sprake is, maar vooral ook omdat Norgren net als Waits opteert voor een bijzonder eclectische aanpak. Als een sprinkhaan met acute ADHD-verschijnselen genrehopt hij heen en weer tussen rauw-ruwe blues, jazz, folk, country en cabaret. En gitaargewijs riep hij daarbij bij ons en passant ook nog eens gedachten aan zowel Son House als Marc Ribot op. Met andere woorden een échte alleskunner, deze Norgren. En songs als het hees-weemoedig gebrachte “Prettiest World”, het er bij wijze van spreken in gestampte bluesje “Who’s Knocking”, het ongemeen soulvolle “Let Me Go”, het heerlijk rauwe “Fivestringed Crooked Red Clara” en tal van andere zullen er wellicht gaan voor zorgen, dat ook in onze eindejaarslijst een prominente plaats voor Norgren gereserveerd zal blijken. Ondertussen maken we ons alvast op, om de beste man op 21 november op Crossing Border in het Nederlandse Den Haag ook eens live te gaan bewonderen. En dat zouden jullie eigenlijk gewoon allemaal maar eens moeten doen! Als knapen als Seasick Steve en Tom Waits hier kunnen scoren, dan moet ook Norgren dat immers spelenderwijze kunnen.

Daniel Norgren (Via Cool Buzz op MySpace!)

Cool Buzz

 

BEN BEDFORD “Lincoln’ Man” (Hopeful Sky Records)

(3,5****)

Ben Bedford is een nog relatief nieuwe naam aan het Americana-firmament. De beste man studeerde in 2004 af aan de University of Illinois, maar in plaats van zijn daar behaald geschiedenisdiploma te gelde te maken opteerde hij vervolgens prompt voor een carrière als singer-songwriter. En dat zou afgaande op zijn debuut “Lincoln’s Man” wel eens een verstandige zet kunnen gaan blijken. Op dat muzikaal bijzonder rijke en in z’n geheel erg warm aandoende album etaleert Bedford tekstgewijs bijna als vanzelfsprekend de nodige historische inzichten. Hij beperkt zich echter niet tot wat voor velen als de essentie zal worden afgedaan. Bedfords favoriete onderdeel van de geschiedenis van zijn land is naar eigen zeggen immers vooral het verhaal van Jan Modaal. En precies daarin vond hij voor “Lincoln’s Man” ook regelmatig de nodige inspiratie. Voor het ingetogen “Harley Albright” stond zo bijvoorbeeld een inwoner van zijn thuishaven Springfield model. En voor het door Chas Williams en Joey Schmidt van respectievelijk fraaie dobro- en accordeonbijdragen voorziene en samen met collega Sally Barris gebrachte “Migrant Mother” baseerde Bedford zich op de gelijknamige foto van Dorothea Lange. Oók heel erg mooi: “Goodbye Jack”, ’s mans doorvoelde ode aan Jack London, het wat vlottere, andermaal met knap dobrowerk opgewaardeerde “The Only Story” en vooral ook openingsnummer “Virginia Girls”, dat door de ondermeer ook van zijn werk voor Nanci Griffith bekende Chas Williams met een machtige Resonator-bijdrage wordt onderbouwd. Het zijn stuk voor stuk liedjes, waarmee youngster Bedford snel een plaatsje zou moeten kunnen opeisen in de collecties van velen met een hart voor rootsy singer-songwriters. Hier haalde hij zijn slag alvast probleemloos thuis!

Ben Bedford

 

GREG BROWN “Dream City: Essential Recordings Vol. 2 1997-2006” (Red House / M&W)

(4****)

Met “Dream City” presenteert Red House Records het tweede deel van een aan roots-singer-songwritericoon Greg Brown gewijde bloemlezing. Dat nieuwe album sluit naadloos aan bij het al in 2003 verschenen “If I Had Known”. Toen putte men uit Browns werk tussen 1980 en 1996, nu is het de beurt aan zijn materiaal verschenen tussen 1997 en 2006. Concreet betekent dat, dat we liedjes voorgeschoteld krijgen stammend van “Slant 6 Mind” (1997), “Covenant” (2000), “Over And Under” (2002), “Milk Of The Moon” (2002), “Honey In The Lion’s Head” (2004) en zijn laatste studioplaat “The Evening Call” (2006). Stuk voor stuk fabuleuze songs als “Rexroth’s Daughter”, “Evening Call”, “Your Town Now”, “Lull It By”, Mattie Price” en vele andere, die de meesten onder jullie allicht al lang op de plank zullen hebben staan. En met die wetenschap springt men bij Red House Records bijzonder intelligent om. Op een tweede CD worden immers ook nog eens vier tot op heden niet eerder verschenen tracks aangeboden. Daarbij betreft het een samen met collega Peter Ostroushko opgenomen alternatieve versie van “Lull It By”, het onuitgegeven duo “Verona Road” en “Gallery” en het in december 2006 tijdens een optreden in Denver ingeblikte “Christmas Song” met Bo Ramsey op de elektrische en Bob Black op dojo. Op die manier groeit “Dream City” niet enkel uit tot een ideale introductie tot de tweede fase in Browns artistieke bestaan, maar heeft het ook voor de die hard fans van de grofgevooisde poëet enkele serieuze verrassingen in petto. Waarvoor dank!

Greg Brown

Red House Records

Music & Words

 

MELISSA MCCLELLAND “Victoria Day” (Six Shooter / CRS / Bertus)

(3,5****)

Melissa McClelland stapt door het leven van alledag als mevrouw Luke Doucet. En dat die laatste behoorlijk nadrukkelijk aanwezig blijkt op haar inmiddels derde CD “Victoria Day” hoeft dan ook niet echt te verwonderen. Doucet tekende niet enkel voor de productie daarvan, maar liet zich bepaald ook niet onbetuigd op tal van gitaren, lap steel, banjo en piano. Vooral zijn her en der een weinig aan Tom Waits’ secondant Marc Ribot herinnerende snarenspel bepaalt voor een flink stuk mee de klankkleur van deze lekker gevarieerd aandoende plaat. Zonder zijn vocaal bijzonder zwoel en vooral ook heel erg lenig uit de hoek komende wederhelft ook maar ergens voor de voeten te lopen drukt hij toch onmiskenbaar zijn stempel op “Victoria Day”. In het swingende countrykleinood “A Girl Can Dream” bijvoorbeeld meteen al, maar ook in de rammelende Americanastamper “Glenrio”, in het schokschouderende poppy rockabillydeuntje “Victoria Day (May Flowers)”, in de sexy trage R&B van “I Blame You”, in het bluesy “When The Lights Went Off In Hogtown” en in het bedaard afsluitende rootsrockertje “Money Shot”. Heerlijk gewoon, hoe de weelderige stem van McClelland zelf en de vet aangezette gitaar van Doucet elkaar daarin steeds weer aanvullen! De betere nummers van “Victoria Day” bevinden zich wat ons betreft dan ook ontegensprekelijk tussen dit zestal. Al willen we voor de nogal wollig overkomende, samen met Ron Sexsmith gebrachte ballade “Seasoned Lovers” best nog wel een uitzondering maken. Ook dat is immers een puik liedje.

Melissa McClelland

Six Shooter Records

Bertus

 

MARK STUART & THE BASTARD SONS “Bend In The Road” (Texacali / Dualtone)

(4****)

The Bastard Sons Of Johnny Cash zijn nu ook officieel niet meer. Maar vooral niet getreurd! De dingen zijn immers niet altijd wat ze zo op het eerste gezicht lijken… Eigenlijk blijft alles hier gewoon zijn gangetje gaan en kiest kopstuk Mark Stuart naamgewijs gewoon voor een wat prominenter plaatsje onder de zon. Lang leve Mark Stuart & The Bastard Sons dus! En dat mag je vooral niet beschouwen als zomaar een routineuze uitroep! Neen, we menen het echt van ganser harte! Stuart heeft zopas immers andermaal een lichtjes fantastische plaat afgeleverd. “Bend In The Road”, ’s mans nieuwste, kan wat ons betreft probleemloos de concurrentie met voorgangers “Walk Alone”, “Distance Between” en “Mile Markers” aan. Een heerlijk gevarieerde lap country is het, die Stuart snel de status van echte topper zou moeten kunnen bezorgen. Het begint allemaal al uitstekend met een erg mooie, eerder bedaarde uitvoering van Shavers “I’m Just An Old Chunk Of Coal”. Vervolgens belanden we via het nogal opzichtig met bluegrass flirtende countryrockertje “Restless, Ramblin’, Man” bij het lekker snedige “When Love Comes A Callin’”. “Power Of A Woman” en “Seven Miles To Memphis” deden ons een weinig denken aan CCR, de ballade “Lonestar, Lovestruck, Blues” is mede dankzij een mooie accordeonbijdrage van Phil Parlapiano Texas op z’n puurst, “Gone Like A Raven” leunt al twangend sterk aan bij het vroegwerk van Stuart en de zijnen en “Everything’s Going My Way” profiteert ten volle van een fijne bluesy groove. En dan hadden we het hier nog niet over de aan een knappe B3-bijdrage van Marty Grebb opgehangen road song “Way Down The Road” en het afsluitende “Carolina”, een échte wolk van een weemoedige trage. Dit vinden wij dan ook zondermeer één van de mooiste countryplaten van het jaar tot op heden! Doe er vooral ook je voordeel mee!

Mark Stuart & The Bastard Sons

 

STAR ANNA “The Only Thing That Matters” (Big Bubba Dog LLC / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Op basis van haar vorig jaar verschenen debuut “Crooked Path” werd de jonge Amerikaanse Star Anna her en der prompt gebombardeerd tot één van dé wissels op de toekomst voor het alt.-countrygenre. De uit Ellensburg afkomstige youngster wist zich daardoor meteen voor een heel erg zware opgave geplaatst. Hoe volg je een dergelijke klapper in godsnaam gepast op? En hoe houd je het daardoor aangestoken lopende vuurtje zo lang mogelijk brandende? Het antwoord op deze en andere vragen luistert naar de naam “The Only Thing That Matters” en wijkt op het eerste gehoor aardig af van hoger genoemde eersteling. De rootsy alt.-countrybenadering bleef weliswaar manifest aanwezig, maar het aangeboden geheel wordt nu ook gekruid met een stevige snuif “elektriciteit”. Rock & roll, baby! Nog altijd zijn er overduidelijke links naar bijvoorbeeld een Neko Case en een Lucinda Williams, maar ook veel heftigere collectieven als The White Stripes loeren nu her en der behoorlijk nadrukkelijk om de hoek. “The Only Thing That Matters” wordt daardoor een lekker vette plaat, die écht wel voorbestemd lijkt om in wat alternatiever ingestelde middens flink wat deining teweeg te gaan brengen. Daarom hier ook onze dwingende vraag: wie haalt deze kanjer en haar Laughing Dogs snel eens naar ons land?

Star Anna

Sonic Rendezvous

 

IAN HUNTER “Man Overboard” (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

De jaren lijken maar geen vat te kunnen krijgen op deze knaap! Bijna vier decennia na zijn eerste glansprestaties bij Mott The Hoople - Herinner je hits als “All The Young Dudes”, “All The Way From Memphis”, “Roll Away The Stone” en andere! – pakt Ian Hunter uit met wat naar onze bescheiden mening wel eens zijn beste album ooit zou kunnen zijn. Net als op het twee jaar geleden verschenen “Shrunken Heads” treedt de beste man daarop ook nu weer nadrukkelijk in de voetsporen van schoon volk als een Bob Dylan, een Warren Zevon en een Bruce Springsteen. Elf nummers lang vindt hij het nagenoeg perfecte evenwicht tussen akoestisch en elektrisch, tussen ballades, midtempo spul en rootsy rock & roll. Sterke melodieën, knappe refreinen en beklijvende hooks doen de rest. En het is dan ook volop genieten geblazen van songs als het zijn titel alle eer aandoende “Babylon Blues”, het met een wolk van een meezing-refrein gezegende rootsrockertje “The Great Escape”, het volop naar Americana geurende “Girl From The Office”, het stevig aan zijn Mott The Hoople-dagen herinnerende “Arms And Legs”, de naar de Faces en de jonge Stones lonkende stamper “Up And Running”, de tegen ondermeer een lekker mondharmonicaatje en een akoestische neergelegde ballade “Man Overboard” en andere. Songs van dat kaliber bewerkstelligden hier alvast een instant-crush. Wij drukten Hunter inmiddels als vanouds weer stevig aan de borst en bedankten terloops ook nog even Andy York, die samen met onze protagonist van dienst verantwoordelijk was voor de werkelijk oorstrelend gave productie van “Man Overboard”. Wat ons betreft een echte aanrader van jewelste, deze plaat!

Ian Hunter

New West Records

Sonic Rendezvous

 

BIG BLIND “Circus Left Town” (Cool Buzz / Sonic Rendezvous)

(4****)

Als het écht druk wordt, durft ook hier het onvermijdelijke wel eens te gebeuren. Dan wil een plaat namelijk wel eens in een verkeerd rek belanden. Eentje met al behandelde stukken met name. Zo onlangs ook “Circus Left Town” van het vanuit het Nederlandse Noordwijk actieve rockende rhythm & blues-collectiefje Big Blind. En dat verdiende dat schijfje nu net niet, zie! Die opvolger van het al in 2007 verschenen debuut “Dressed To Win” van onze noorderburen is immers een ronduit sublieme plaat geworden. Een plaat, waarop met veel branie een brug wordt geslagen tussen rock, R&B en blues, tussen traditie en experiment, tussen liedje en virtuositeit. In lekker urgent eigen songgoed als “Like Me”, “Freak Show”, “Hold On” en “Rollin’ Your Way” komen met name de geweldige prestaties van zanger Wesley van Werkhoven – Ook nadrukkelijk “mean” op de blues harp! – en gitarist JJ van Duijn heel erg goed tot hun recht. En daarmee willen we ritmetandem Dirk van Duijn (bas, slide) en Niels Duindam (drums, piano) absoluut niet tekortdoen. Dat tweetal vervolledigt wat bij nader inzicht gewoon één grote, lekker strak spelende bende is. Met in “Rollin’ Your Way” bovendien ook nog een opgemerkte gastprestatie van T-99’s Mischa den Haring op gitaar. Superplaat van een groep met een stralende toekomst voor zich! Deze knapen zullen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in de nabije toekomst ook tot ver buiten de eigen landsgrenzen hoge ogen gaan gooien!

Big Blind

Cool Buzz

Sonic Rendezvous

 

PHIL FRIENDLY WITH PETE ANDERSON “My Shadow” (Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Phil Izvarin, zeg maar Phil Friendly, ging voor zijn nieuwe CD “My Shadow” in zee met niemand minder dan Pete Anderson. De man, die Dwight Yoakam bijstond op zo goed als al zijn hits, is prominent aanwezig op tal van gitaren, liet zich occasioneel ook even gaan op bas, drums en harmonica, zong backings en tekende samen met Izvarin voor de excentrieke instrumentale “Savin’ Rasputin”, zo’n beetje dé vreemde eend in de bijt hier. Phil Friendly’s forte zijn immers vooral eigenzinnige lappen rock & roll en rockabilly met een behoorlijk hoog nu-gehalte. Veelal eigen materiaal. Dat gaat zeker op voor de eerste elf nummers, waarvan hij er liefst negen zelf aandroeg. Met als absolute uitschieters wat ons betreft de donkere “achterbuurtenbilly” van “Lonesome Wine”, de hillbilly rock van “Business Of Breakin’ Hearts” en het al rockend naar het Bakersfield van Buck Owens knipogende “Shaggy Dog”. Verder bevat het album ook nog een viertal tracks die Izvarin eerder inblikte met wijlen rock & roll-legendes Jody Reynolds en Al Casey en de van Glen Troutman geleende afsluitende bonus track “Everybody’s Movin’”. Allemaal samen goed voor ruim 42 minuten goudeerlijk muzikaal vertier.

Phil Friendly op MySpace

Sonic Rendezvous

 

MICHAEL CARPENTER “Redemption #39” (Big Radio Records)

(3,5****)

Hij heeft er ons ditmaal wel écht lang op laten wachten, maar dat vergeven we Michael Carpenter na een eerste stel beluisteringen van zijn nieuwe plaat graag. “Redemption #39” is Carpenters achtste soloplaat en zijn eerste gevuld met uitsluitend nieuw materiaal sinds het al in 2004 verschenen en onder lovende kritieken bedolven “Rolling Ball”. De Australiër begon eraan in 2006 en ziet het schijfje zelf als een soort van baken in jaren getekend door een kloeke mid-life crisis. Een muzikale reddingsboei, zeg maar. Hij nam alvast ruimschoots de tijd voor het inblikken van het materiaal erop. Dat deed de power pop maestro tussen 2006 en 2008 in zijn eigen Love Hz Studios in Sydney. Daar nam hij quasi in zijn eentje elf songs op, die vrijwel zonder uitzondering weer onder de ruime noemer power pop kunnen. Enkel voor een – Niet erg intense! – flirt met alt. country bleef er hier en daar ook nog wel wat ruimte over. Wat daarbij meteen opvalt, is dat Carpenter koos voor een veel r(a)uwere aanpak dan we dat van ‘m gewoon zijn. Alsof hij het zijn luisteraars ditmaal vooral niet té gemakkelijk heeft willen maken! Maar zelfs die wat donkerdere productie vermag het absoluut niet om ’s mans geweldige melodieën te maskeren, zodat je ook nu weer niet anders kan dan vast te stellen, dat Carpenter als songsmid eigenlijk gewoon een bescheiden genie is. Onze luistertips: de met een fraaie Wurlitzer-groove opgewaardeerde trage “Don’t Let Me Down Again”, het Byrdsy rockertje “Can’t Go Back” en het erg nerveuze titelnummer.

Michael Carpenter

Big Radio Records

 

DRIVE-BY TRUCKERS “”Live From Austin, TX” (CD + DVD) (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

In afwachting van hun begin september te verschijnen nieuwe (het rariteitenkabinet “The Fine Print”) zullen fans van Patterson Hood en de zijnen hun pret niet op kunnen met dit zoveelste deeltje in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records. Het betreft hier een CD-DVD-combo, ingeblikt op 26 september van vorig jaar tijdens hun “Brighter Than Creation’s Dark Tour”. En persoonlijk vinden wij het één van de allerbeste in de aan “Austin City Limits” gewijde reeks so far. Het begint allemaal nog vrij rustig met de nadruk op country, pop en soul met een zuidelijk tintje (“Perfect Timing”, “Heathens”, “A Ghost To Most”) om zich vervolgens met veel panache naar een spetterende finale toe te slepen. Met name het ruim elf minuten in beslag nemende “18 Wheels Of Love” - Met Hood aan het werk als echte meester-verteller! – en het afsluitende tweetal “Let There Be Rock” en “Marry Me” zijn ronduit geweldig. Daarin wordt nog eens nadrukkelijk duidelijk gemaakt, waarom de Drive-By Truckers door velen tot het allerbeste wat de huidige roots rock scene te bieden heeft worden gerekend. Een veel geslaagdere combinatie van storytelling en kick-ass rock & roll is immers amper denkbaar.

Drive-By Truckers

New West Records

Sonic Rendezvous

 

RICHARD LINDGREN “Poets Drown In Lakes - A Live Recording” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4****)

Zo’n kleine maand of vijf geleden lieten wij ons hier erg lovend uit over “A Man You Can Hate”, de vierde CD van de ons tot dan toe volslagen onbekende Zweedse singer-songwriter Richard Lindgren. En die erg knappe dubbelaar hebben we in de weken daarna dan ook zo goed als doodgeknuffeld! Je begrijpt, dat wij zeer in onze nopjes waren, toen we een poosje geleden vernamen, dat er van de man een live-album zou gaan verschijnen. En dat werd “Poets Drown In Lakes”. Het betreft daarbij opnames gemaakt op 15 april van dit jaar in de Gertrudhallen in Lindgrens thuishaven Malmö. Naast verrassend genoeg niet voornamelijk op zijn laatste schijf focussend eigen materiaal bracht Lindgren er ook covers van “On The Nickel” van Tom Waits en “Deportees (Plane Wreck At Los Gatos)” van Woody Guthrie. Liedjes, waarmee hij klaarblijkelijk zijn eigen roots voor de aanwezigen een weinig wilde blootleggen. En die lijken zich voornamelijk tussen Americana en folkrock te situeren. Met een lichte voorkeur voor enigszins introverter materiaal, zo lijkt het hier wel. In het gezelschap van lokale topmuzikanten Micke Nilsson (contrabas), Svante Sjöblom (National, dobro en banjo) en Janne Adolfsson (mandoline) kiest Lindgren (akoestische gitaar, piano, harmonica en zang) nadrukkelijk voor een intimistische aanpak. En in die setting voelt hij zich duidelijk als een vis in het water. Daarin komt de meester-verteller in hem pas echt goed tot zijn recht. Alleen jammer vonden wij, dat zijn bindteksten in het Zweeds zijn. Dat is immers niet meteen onze sterkste taal… Maar goed, muzikaal gezien valt hier al meer dan genoeg te genieten! En met die geweldige rasp van een stem van ‘m zal Lindgren ook nu wel weer heel wat nieuwe vrienden gaan maken! Je denkt onwillekeurig aan een Steve Forbert, aan de jonge Tom Waits of - Dichter bij huis! - Bram Vermeulen en BJ Baartmans. Héél erg mooi allemaal!

Richard Lindgren op MySpace

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home