CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES AUGUSTUS 2012

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

COLIN BROOKS “Blood And Water” - CAROLINE HERRING “Camilla” - CHRIS SMITHER “Hundred Dollar Valentine” - THE SKYDIGGERS “Northern Shore” - KJELL GUSTAVSSON RHYTHM & BLUES ORCHESTRA “In The Barn” - THE BLASTERS “Fun On Saturday Night” - JENNY BOHMAN “One More Time” - PEDER AF UGGLAS “No. 4” - FRANKIE CHAVEZ “Family Tree” - JIM CUDDY “Skyscraper Soul” - LEVELLERS “Static On The Airwaves” - JON DEE GRAHAM “Garage Sale” - SCOTT MATTHEWS “What The Night Delivers…” en “Live In London” - SKYDIGGERS “The Truth About Us, A Twenty Year Retrospective” - ZOE MUTH & THE LOST HIGH ROLLERS “Old Gold” - TUMBLEDOWN HOUSE “Fables And Falsehoods” - LI’L MO AND THE MONICATS “Whole Lotta Lovin’” - WHISPERING PINES “Whispering Pines” - CAROLINE DOCTOROW “I Carry All I Own, The Songs Of Mary McCaslin” - CHELSEA CROWELL “Crystal City” - ED ROMANOFF “Ed Romanoff” - RALF ILLENBERGER “Red Rock Journeys” - PENNY JO PULLUS “Through The Glass” - SUSAN CATTANEO “Little Big Sky” - BRIAN KALINEC “The Fence”

 

 

COLIN BROOKS “Blood And Water” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

In het najaar van 2011 verliet Colin Brooks de in Americana-kringen inmiddels erg populaire Band Of Heathens. Naar eigen zeggen wou hij gewoon weer voor eigen rekening gaan werken. Zoals voor zijn dagen aan de zijde van Ed Jurdi, Gordy Quist en co dus. En dat zou eerdaags ook al moeten gaan resulteren in een eerste nieuwe soloplaat. Maar eerst is er nog deze heruitgave van zijn al in 2005 verschenen en ondertussen al een poosje schier onvindbare tweede cd “Blood And Water”.

In 2002, kort nadat hij er zijn eerste CD “Chippin’ Away At The Promised Land” had afgewerkt, besloot Colin Brooks te verkassen van New York naar Austin. Een niet zo onverstandige zet als je weet dat de man een meester was op instrumenten als de dobro, de lap steel en de elektrische gitaar. Op die manier verzekerde hij zich niet alleen van een goed belegde boterham als sideman – voor ondermeer Ruthie Foster, Toni Price en Hal Ketchum – maar belandde hij tezelfdertijd ook in een muzikaal klimaat waar hij ook zelf veel beter zou gedijen. Dat hij kort daarop op het gerenommeerde Kerrville Folk Festival met zijn muziek in de prijzen viel, was natuurlijk ook mooi meegenomen. Zo ging zijn ster beetje bij beetje aan het rijzen. En dus was de tijd stilaan rijp voor een tweede CD. En dat werd – mede onder impuls van zijn al een poosje daarom verzoekende fans – een compleet akoestische plaat. Werkelijk spiernaakt en heerlijk ongepolijst. The way it should be! Meer dan een stel microfoons, enkele gitaren en zijn eigen songs had “slinger-songwriter” Brooks amper nodig om “Blood And Water” te vereeuwigen. En als hij sporadisch toch al eens wat hulp van buiten af inriep, zoals van de onvolprezen Anais Mitchell (zang) in het atmosferische, van beklijvend snarenwerk voorziene rootsliedje “Water In The Sky” of van Jonathan Byrd (zang en gitaar) en Tim Beattie (zang en harmonica) in het bluesy tweetal “Cornbread” en “Jenny Was A Keeper”, dan stelden de betrokkenen zich graag volledig ten dienste van het liedje.

Heel wat van de nummers op “Blood And Water” werden nog in dezelfde week – sommige zelfs nog op dezelfde dag – dat ze werden geschreven ingeblikt. En ook dat droeg natuurlijk in ruime mate bij tot het gevoel van spontaniteit dat ze vrijwel zonder uitzondering voortdurend uitstraalden. Het maakte van Brooks’ tweede als geheel een prachtige Americana-luisterplaat, die ons al in 2005 reikhalzend deed uitkijken naar eventuele toekomstige projecten van de man. En die lijken sinds kort plots dus weer wat dichterbij te komen.

Colin Brooks, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

CAROLINE HERRING “Camilla” (Signature Sounds / Continental Record Services)

(4,5*****)

Na haar kinderplaat “The Little House Songs” van vorig jaar meldt Caroline Herring zich met “Camilla” behoorlijk indrukwekkend terug. Haar nieuwe staat immers weer voor zo ongeveer alles waardoor we ooit zo hartstochtelijk van haar gingen houden. Met een vaste band bestaande uit Steven Sheehan op de akoestische, Fats Kaplin op pedal steel, fiddle en banjo, Bryn Davies op de staande bas en Bryan Owings op drums waadt ze doorheen tien voornamelijk eigen nummers. Enkel de traditional “Black Mountain Lullaby”, het voor het eerst in 1840 opgetekende “Flee As A Bird” en het met de woorden van Robert Burns stoeiende “Joy Never Ends” wijken van die regel af. Al valt daar wat betreft de muzikale aanpak eigenlijk absoluut niets van te merken. Elk van de drie genoemde liedjes sluit immers naadloos aan bij de rest hier. En dat betekent Americana van het soort waarvoor liefhebbers van het materiaal van onder anderen Gillian Welch, Iris DeMent, Kate Campbell en aanverwanten graag weer eens diep in de buidel zullen tasten. Tekstueel bijzonder sterk, maar vooral ook prachtig vertolkt en gezongen. En met bovendien ook nog eens de nodige opgemerkte gastvertolkingen. Zo komen in het volledig a capella gebrachte “Traveling Shoes” collega’s Mary Chapin Carpenter en de goddelijke Aoife O’Donovan van Crooked Still even voorbij, is Claire Holley van de partij in het ook al heel erg fraaie titelnummer “Camilla” en duiken voorts ook de namen van onder anderen Kathryn Roberts, Sean Lakeman, Jackie Oates en Andrea Zonn hier geregeld op. Veel schoon volk dus op een schone plaat ook! Wat mij betreft zelfs één van de mooiste van 2012 tot op heden!

Caroline Herring, Signature Sounds, Continental Record Services

 

CHRIS SMITHER “Hundred Dollar Valentine” (Signature Sounds / Continental Record Services)

(5*****)

Het zat er eigenlijk al een hele poos aan te komen en met “Hundred Dollar Valentine” is het eindelijk ook zover: Chris Smither, die een van de eerste tot de laatste seconde briljante plaat aflevert. Op ‘s mans twaalfde studioschijf vallen alle puzzelstukjes uiteindelijk op hun plaats. Tussen de tien erop gebrachte eigen nummers zit hoegenaamd niet één kneusje. Hier geldt nog eens: mooi, mooier, mooist! De niche tussen folk en blues wordt op oorstrelend knappe wijze opgevuld. Geweldige songs, fingerpicking van het werkelijk allerbeste soort, een zich volledig ten dienste van de vertolkte liedjes stellende equipe aan begeleiders en uiteraard ook weer die met de jaren schijnbaar alleen nog maar beter wordende stem. ’t Is volop genieten geblazen hier dus! Van het de feestelijkheden op een met de voet makkelijk mee te stampen ritme openende titelnummer over het wat meer folkgetinte en door Ian Kennedy van een subtiele fiddlebijdrage voorziene “On The Edge” en het onthaaste bluesje “What It Might Have Been” tot het opgewekte “What They Say” of het sfeerzwangere “All We Need To Know”, van het sympathiek schokschouderende “Make Room For Me” en hernemingen van het al van zijn in 1972 verschenen cd “Don’t It Drag On” bekende songtweetal “I Feel The Same” en “Every Mother’s Son” tot het door Anita Suhanin van mooie backings voorziene “Place In Line”, het herfstige “Feeling By Degrees” en het als bonusje daar achter verstopt zittende “Rosalie”. Wat ons betreft een dikke tien op tien! En dat zeker ook met de nodige dank aan muzikale metgezellen als Billy Conway, Kris Delmhorst, Jimmy Fitting, Ian Kennedy, Anita Suhanin, Robin Smither en producer David Goodrich.

Chris Smither, Signature Sounds, Continental Record Services

 

THE SKYDIGGERS “Northern Shore” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Na een pauze van vier jaar pakken The Skydiggers eindelijk weer eens met nieuw materiaal uit. “Northern Shore” heet het verse album van de Canadezen. En in de vijftien songs daarop gaat het er naar goede gewoonte weer erg gevarieerd aan toe. Meer dan ooit eigenlijk. Nieuw is, dat de heren “this time around” ook stoeien met samples en voorgeprogrammeerde beats. Maar laat je daardoor als aficionado van “roots pur” vooral niet afschrikken! Andy Maize, Josh Finlayson, Michael Johnston, Ron Macey en Noel Webb verloochenen hun verleden immers allesbehalve. Wie hield van de melodieuze country-, folk- en rootsrock van weleer zal ook hier weer volop aan z’n trekken komen. Van de heerlijke Mickey Newbury-cover “Why You Been Gone So Long” tot de buitengewoon radiovriendelijke ballade “Liar, Liar”, van de sfeervolle Americana van “Waves” tot het aan naar onze normen pittige beats opgehangen “Fire Engine (Red Explosion)”, van de ook al erg fraaie roots pop van “You’ve Been Gone So Long” tot het breed uitwaaierende en op die manier (on)bewust misschien wel een wat ruimer publiek aan zich bindende titelnummer, boeiende momenten echt wel zat hier! Met als absolute klapper zondermeer het ergens halverwege tussen de Jayhawks en de Byrds strandende “Barely Made It Through”. Al was het alleen al maar omdat oudgediende Peter Cash daarvoor even op het oude nest terugkeert. Kan je bijna niet anders dan gelukkig om zijn…

Skydiggers, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

KJELL GUSTAVSSON RHYTHM & BLUES ORCHESTRA “In The Barn” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Ik moet eerlijk bekennen, dat de naam Kjell Gustavsson me voor het ontvangen van “In The Barn” niet veel zei. En zelfs dat is nog teveel gezegd, ik kende de man gewoonweg niet. En dat ondanks het feit, dat hij in zijn thuisland Zweden in kennerskringen naar verluidt behoorlijk hoog aangeschreven staat. Als drummer met name, maar ook als songsmid en als bandleader. En in die laatste hoedanigheid duikt hij op “In The Barn” op. Dat met z’n eigen Rhythm & Blues Orchestra ingeblikte geheel bevat tien nogal wat muzikaal gebied bestrijkende zelf gepende songs. Openingsnummer “One Step Forward” blijkt zo swingende soul, het daaropvolgende “I Can’t Go I Can’t Stay” doet iets bijzonder aangenaams met cajun en “Got A Message” verkent tussen ondermeer aanstekelijke piano-, sax- en trompetklanken door het grensgebied tussen rock & roll en R&B. Vervolgens stranden titelnummer “In The Barn” en “Would You Like To Play With Fire” weer ergens diep in het hart van muzikaal Louisiana, slaat men in “Working” voorwaar zelfs even aan het “funken”, blijkt “Think It’s Gonna Be Alright” één van de weinige (soulvolle) rustpuntjes hier en lijkt in rootsy popdeun “Walk In The Harvest Moon” zelfs een bescheiden kern van reggae te schuilen. Resten nog: het bluesy rockertje “This Train Won’t Stop” en het z’n titel met name accordeongewijs waardig vertegenwoordigende instrumentaaltje “Saturday Night Boogie”, twee sympathieke uitsmijters voor een wat ons betreft al even sympathieke plaat.

Kjell Gustavsson Rhythm & Blues Orchestra, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

THE BLASTERS “Fun On Saturday Night” (Rip Cat Records)

(4****)

Zo essentieel als de eerste drie studioplaten van deze groep is “”Fun On Saturday Night” zeker niet, maar de titel ervan lijkt ons op de keper beschouwd wel te rechtvaardigen. Wat Phil Alvin (zang, harmonica, gitaar en piano), Keith Wyatt (gitaar), John Bazz (bas en backing vocals), Bill Bateman (drums) en een handvol gasten (Kid Ramos, Jeff Neal, Exene Cervenka, Eddie Nichols) hier twaalf nummers lang afleveren werkt immers vrijwel zonder uitzondering zeer aanstekelijk. Met als uitschieters wat ons betreft een met Exene Cervenka gedeelde lezing van de klassieker “Jackson”, de ingehouden, overduidelijk door de legendarische Jordanaires beïvloede R&B van het Phil Alvin-origineeltje “Breath Of My Love”, het ronduit wervelend gebrachte titelnummer, een Tex-Mex-transformatie van groepsfavoriet “Marie Marie” tot “Maria Maria”, het z’n titel swingend ook al alle eer aandoende “The Yodeling Mountaineer” en vooral ook een zeer bezielde aanval op James Browns “Please Please Please”. Feestje!!!

The Blasters, Rip Cat Records

 

JENNY BOHMAN “One More Time” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Toen Jenny Bohman in 2009 solo debuteerde met het knappe “Coming Home” had ze al zo’n twintig jaar ervaring achter de kiezen. Ondermeer in de Monaco Blues Band en als frontvrouwe van Little Jennie & The Bluebeans. De Zweedse klonk op die eersteling dan ook meteen als een doorgewinterde artieste. Als iemand waarvan je als liefhebber van het genre graag nog veel meer wou horen. Maar dat zou jammer genoeg onmogelijk blijken. Al ten tijde van “Coming Home” werd bij Bohman immers kanker vastgesteld en nog voor ze haar nieuwe cd volledig kon inblikken overleed ze ook aan die ziekte. Dat er nu toch een nieuwe cd van Bohman is hebben we enkel en alleen te danken aan producer-multi-instrumentalist Glen Scott. Bij wijze van eerbetoon ging die immers later aan de slag met wat hij van Bohman kort voor haar dood nog had kunnen vereeuwigen. En dat deed hij met zoveel respect voor zijn overleden vriendin, dat “One More Time” alsnog kon uitgroeien tot een waardig afscheid. Of voor wie de voorgeschiedenis niet zou kennen: gewoon een sterke plaat. Met tal van memorabele momenten: van het ons met name sfeergewijs een weinig aan Emmylou Harris aan de zijde van Daniel Lanois herinnerende titelnummer tot het volop van enkele fraaie staaltjes op de mondharmonica van Bohman zelve en een excellente blazerssectie profiterende bluespareltje “The Devil”, van het op intimistische wijze toenadering tot dames als Bonnie Raitt en Rory Block zoekende countrybluesje “The Reason Why” tot het dampende “The River” en andere. Nummers van dat kaliber tonen nadrukkelijk aan, dat met Bohman een serieus talent verloren ging. Moge de Zweedse in vrede rusten!

Jenny Bohman, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

PEDER AF UGGLAS “No. 4” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Wie hield van één of meerdere van Peder af Ugglas’ eerdere cd’s, het in 2005 verschenen “Autumn Shuffle”, het van drie jaar later daterende “Beyond” en z’n naar zichzelf vernoemde derde uit 2010, die kan zich zonder zich daarbij vooraf al te veel vragen te stellen ook ’s mans nieuwste weer aanschaffen. Dat album, het van een wel heel erg toepasselijke titel voorziene “No. 4”, mag dan al beginnen met een melancholisch streepje pianomuziek (“Just A House”), de grote meerderheid der nummers ontstond ook ditmaal weer op snaarinstrumenten. Gitaren en mandoline met name. En die neemt de Zweed hier dan ook zelf voor z’n rekening. Evenals piano, orgel, cello, bas, accordeon, drums en tal van percussie-instrumenten trouwens. Enkel Henrik Wartel (drums in “C/O Hansson & Karlsson”) en Mats Persson (cello in “Waking Up” en drums in “Too Long And Not Long Enough”) duldt hij occasioneel even in z’n buurt. Voor een vertaling van de veelal instrumentale muziek in zijn hoofd naar de realiteit heeft Peder af Ugglas duidelijk niet echt anderen nodig. Hij laat met name zijn vingers spreken en creëert zodoende steeds weer buitengewoon intrigerende klanklandschappen. Vaak aan de eerder introverte kant, steeds weer filmisch van karakter. Ergens op de grens tussen genres als jazz, pop, folk en Americana. Onze luistertips: het zich als ideale soundtrack voor de zich straks weer aandienende druilerige herfstdagen ontvouwende tweetal “Locked Out” en “Waking Up” (Nog zo’n ingetogen piano-spielerei!).

Peder af Ugglas, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

FRANKIE CHAVEZ “Family Tree” (Search Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Op zoek naar interessant nieuws in de sector blues & roots? Dan zit je bij de jonge Portugese multi-instrumentalist Frankie Chavez (zang, akoestische, Portugese, Resonator-, lap slide-, Weissenborn- en baritongitaren, bas en drums) gebeiteld! Wat die op z’n eerste volwaardige langspeler “Family Tree” uit de hoge hoed en vooral ook uit de snaren tovert is op z’n zachtst uitgedrukt veelbelovend. Met tien eigen nummers en covers van “Hey” van de Pixies en “I Believe I’ll Dust My Broom” van Robert Johnson hield hij ons alvast met sprekend gemak de hele rit lang in z’n ban. Gelijk van bij het raken van de naald is het prijs! Via het bijna uitsluitend van de ingehouden spanning levende moderne Delta-bluesje “Airport Blues” en het hypernerveuze swamp-bezoekje “Old Habits” gaat het onmiddellijk richting ’s mans net geen kortsluiting veroorzakende lezing van “I Believe I’ll Dust My Broom”. “Dreams Of A Rebel” blijkt vervolgens een showcase voor Chavez’ wat meer rockgeoriënteerde kant, bij het wat introvertere “Another Day” en het daaropvolgende “Whatever It Takes” twijfelden we nog tussen de vakjes akoestische (roots)pop, folk en Americana, bij het vederlichte titelnummer opteerden we resoluut voor het tweede van dat drietal. En dan waren er ook nog het buitengewoon sfeervolle, beduidend meer bluesy ingevulde “Ode To J”, de instrumentale Americana van “The Calling”, het bepaald omineus, licht psychedelisch uit de hoek komende “The Devil Song”, het op lekkere slide-klanken leunende “December 21st 2012” en de met Emmy Curl gedeelde Pixies-cover “Hey”. En als toemaatje bij de internationale versie ook nog eens een bonus-EP met daarop de zes liedjes van Chavez’ eigenlijke debuut uit 2010.

Frankie Chavez, Sonic Rendezvous

 

JIM CUDDY “Skyscraper Soul” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

De naam Jim Cuddy zal ondertussen bij de meesten van jullie al wel een belletje doen rinkelen. En dat zou moeten ook! Cuddy is immers de voorman van de Canadese supergroep Blue Rodeo. En met “Skyscraper Soul” is hij ondertussen ook al aan zijn derde soloplaat toe. Platen, die naar ’s mans eigen zeggen wat meer ruimte laten voor een persoonlijke aanpak dan die van genoemde groep. In veertien stuk voor stuk met echte wolken van melodieën gezegende liedjes voltrekken Cuddy en zijn tourband, aangevuld met wat lokale blazers en strijkers, hier het nagenoeg perfecte huwelijk tussen pop en country soul van het eerder blauwogige type. Veel buitengewoon fraaie ballades hier, maar ook wel wat vlotter spul. En op de keper beschouwd allemaal even radiogeniek! Mits het nodige plugwerk zitten hier zeker een paar potentiële hits tussen. Onze luistertips: het op zomers aanstekelijk wijze rockende “Still Want You”, het ingetogen z’n titel zo ongeveer alle mogelijke eer aandoende “Skyscraper Soul”, het met een reggaemotiefje stoeiende “Watch Yourself Go Down” en het enigszins Beatle-esk ingevulde “Don’t Know That Much”. Onze luistertips voor vandaag dan toch! Morgen zijn het er wellicht een stel andere… Alles klinkt hier immers ongeveer even lekker… Je wordt er alleszins ogenblikkelijk goed gezind van!

Jim Cuddy, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

LEVELLERS “Static On The Airwaves” (On The Fiddle / Rough Trade)

(3,5****)

“There’s only one way of life, and that’s your own,” hielden ze ons vele jaren geleden al voor en dat motto lijken de Levellers zelf ook altijd trouw te zijn gebleven. Ze doen nog steeds “stijf” hun eigen zin en ook anno nu, ruim 24 jaar ver in hun carrière, klinken de militante folkpunks uit Brighton nog altijd even gedreven en strijdvaardig als in hun hoogdagen. Zo heel erg veel is er dus na hun hitperiode eigenlijk niet veranderd. Akkoord, er wordt ondertussen misschien wel wat meer gebruik gemaakt van keyboards, maar dat is het dan ook wel zo’n beetje. Ten bewijze: dingen als het op zwierige wijze tussen folk en rock heen en weer dansende “Truth Is” of het door wervelende fiddles aangejaagde “Our Forgotten Towns” zouden indertijd gegarandeerd óók tot radiofavorieten zijn uitgegroeid. Nu zal men er wellicht vooral op festivalweides z’n voordeel mee gaan doen. An sich best ook wel in orde natuurlijk, ware het niet, dat deze plaat als geheel gewoon een veel beter lot verdient. “Static On The Airwaves” is zó goed, dat er in heel wat platencollecties zonder uitstel ruimte voor zou moeten worden gemaakt! Eén keer luisteren naar dingen als het al genoemde tweetal, het titelnummer, het melodieuze “No Barriers”, de trage “Alone In This Darkness” en andere en je bent geheid verkocht!

The Levellers, Rough Trade

 

JON DEE GRAHAM “Garage Sale” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

“Garage Sale”, de nieuwe van Jon Dee Graham, ontstond als het ware compleet toevallig. Volledig anders alleszins dan elk van zijn zeven voorgangers. Gedurende langere tijd mocht de Texaanse songsmid ditmaal immers over één gratis maandelijkse opnamedag in een studio bij hem in de buurt beschikken. Van een nieuw album was daarbij aanvankelijk hoegenaamd geen sprake. Pas na goed en wel een half jaar realiseerden Graham zelf en zijn buddies van The Panda Project zich, dat het wel eens die richting uit zou kunnen gaan. Ondertussen waren er op volledig natuurlijke wijze immers een flink aantal prima nummers tot stand gekomen. “Little orphans that all got together under their own power,” aldus Graham zelf over dat proces. Elf stuks daarvan vinden we nu terug op het heerlijk gevarieerde “Garage Sale”, zondermeer één van ‘s mans beste platen so far. De ingetogen rootspoppareltjes “Unafraid” en “Yes Yes” om te beginnen, het voorzichtig countryrockende “The Orphan’s Song” ook, de knappe, met Erin Ivey gebrachte trage “O Dearest One (Revisited)”, de Tom Waits-style late-night pianoballade “Bobby Dunbar”, het mooie, maar eerder onopvallende Americana-popriedeltje “Just Like That”, het bezwerende “Codeine/Codine”, het louter sfeermatig een weinig aan Santo & Johnny’s wereldhit “Sleepwalk” verwante instrumentaaltje “#19”, de lome, gitaargewijs best wel wat richting Neil Young overhellende sleper “Collapse”, het behoorlijk kwaad uit de hoek komende rootsrockertje “Where Were Yr Friends?” en de met name qua ritmiek nogal exotisch getinte spielerei “Radio Uxtmal (Venceremos)”. Een garageverkoop die aan elke muzikale schattenjager met smaak gegarandeerd wel wat zal opleveren!

Jon Dee Graham, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

SCOTT MATTHEWS “What The Night Delivers…” en “Live In London” (San Remo / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Voor mij persoonlijk zondermeer dé ontdekking van de zomer van 2012, deze Scott Matthews. Tot in de diepste uithoeken van mijn wezen wist hij me te raken met de liedjes op z’n “What The Night Delivers…”. Die zijn overwegend van het erg zachte, eerder introspectieve soort. Best wel wat zweverig bij momenten eigenlijk, maar werkelijk zonder uitzondering van een ronduit betoverende schoonheid. “Imagine” een Nick Drake bij leven en welzijn anno nu, de zachte kant van Jeff Buckley ook wel of de Ron Sexsmith van zijn vroegwerk. Uitstekende referenties, niet? En dat voor tien eigen songs, waarin pop en folk, maar bij momenten ook Americana en jazz op buitengewoon sfeervolle wijze tot iets volstrekt unieks versmelten. Waarvoor dank ondermeer ook aan producer Jon Cotton en aan muzikale metgezellen als Danny Thompson (bas), Greg Stoddard (lap steel), Danny Keane (cello), Elspeth Dutch (French horn), Sam Martin (drums en percussie). Samen met Matthews zelf (gitaren, elektrische bas, sitar, theremin en piano) en de al genoemde Cotton (Hammond-orgel, piano en andere) zorgen zij voor een al even onopvallende als geslaagde dromerige achtergrond voor de overpeinzingen van hun broodheer. Echt wel een volstrekt natuurlijk biotoop voor diens wollig-warme stem. En wellicht mede daardoor ook groeien dingen als “Head First Into Paradise”, “Walking Home In The Rain”, “Ballerina Lake” en “Obsession Never Sleeps” uit tot de veritabele songschoonheden die het zijn.

En als we dan toch de loftrompet al vast hebben… Ook het ondertussen van zo’n jaar of twee geleden daterende “Live In London” is een regelrechte aanrader. Daarop twaalf eigen songs door Matthews in het najaar van 2009 in Londens Shepherd’s Bush Empire gebracht samen met cellist Danny Keane. Van alle overbodige franje ontdaan dus en eigenlijk gewoon minstens even mooi als het materiaal op het hier besproken “What The Night Delivers…”. Hemelse muziek gewoon!

Scott Matthews, Sonic Rendezvous

 

SKYDIGGERS “The Truth About Us, A Twenty Year Retrospective” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Zelf had ik al aardig wat materiaal van deze rootsrockers uit Toronto op de plank staan en dus kwam deze kwalitatief bijzonder hoogstaande compilatie gewijd aan het oeuvre van de Skydiggers eigenlijk niet echt als een verrassing meer aan, maar ik kan me best voorstellen, dat je hierdoor als niet-ingewijde gewoon compleet van de sokken wordt geblazen. Met een fikse lading songs van hun albums “Skydiggers”, “Restless”/“Still Restless”, “Just Over This Morning”, “Road Radio”, “Desmond’s Hip City”, “Bittersweet Harmony”, “Dark Hollow” en “City Of Sirens”, een drietal curiosa (“80 Odd Hours”, “I’m Wondering” en “Just Over This Mountain”) en drie al van 2009 daterende nieuwe versies van oude nummers (“A Penny More”, “Fall Apart” en “Pull Me Down”) reiken de Canadezen ons hier immers een royale handvol “goodies” aan. Genoeg alleszins om er me meer dan ooit van te overtuigen, dat deze groep met betrekking tot erkenning buiten de eigen landsgrenzen nooit echt heeft gekregen waar ze eigenlijk ruimschoots recht op had. Hier wordt immers zo menig een Amerikaanse roots act moeiteloos weer naar af verwezen. En alsof tweeëntwintig songeenheden nog niet ruimschoots volstonden, krijgen we bovendien ook nog eens de dvd “The Dakota Sessions” geserveerd met daarop nog eens zes in de gelijknamige taverne in hun thuishaven Toronto ingeblikte liedjes. Héél tof! En dat geldt al evenzeer voor het bijzonder informatieve begeleidende booklet. Daarin krijgen we naast alle credits van de bandleden ook track by track uitleg over de songs en horen we enkele gewaardeerde landgenoten van de ‘Diggers serieus de loftrompet over hen afsteken. Onze onverbintelijke luistertips: het op aanstekelijk twangende wijze naar het countryrockgebeuren van de jaren zeventig verwijzende “80 Odd Hours”, de met Sarah Harmer gebrachte schuifel-Americana van “Dear Henry”, het heerlijk rockende “What Do You See?”, het ons na al die jaren nog steeds een weinig aan de Byrds herinnerende “You’ve Got A Lot Of Nerve”, de Youngiaanse gitaarzwangere “scheursleper” “November In Ontario” en het naar onze bescheiden mening buitengewoon radiogenieke titelnummer “The Truth About Us”. Echt een aanrader van formaat!

Skydiggers, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

ZOE MUTH & THE LOST HIGH ROLLERS “Old Gold” (Signature Sounds / Continental Record Services)

(4****)

Met de EP “Old Gold” levert één van onze absolute lievelingszangeressen van de voorbije paar jaren vrij onverwacht opnieuw een bijzonder gewaardeerd teken van leven af. Het betreft daarbij Zoe Muth. Samen met haar Lost High Rollers serveert ze vanuit Seattle ditmaal vijf covers en één eigen nieuw nummer. Dat laatste, het over een bedaard “schuifeltwangritme” uitgesmeerde “Walking The Line” misstaat absoluut niet tussen alle ander fraais hier. Nochtans ging Muth niet bij de minsten in de leen. Bij de zussen McGarrigle haalde ze zo het klassieke “Heart Like A Wheel”, van John Prine mocht ze “Maureen, Maureen” wel even hebben, Dock Boggs’ “Country Blues” wordt zo goed als compleet verbouwd en ook “I’ve Been Deceived” van de vooral van zijn rockabillywerk bekende Charlie Feathers krijgt een flinke beurt mee. En tenslotte is er ook nog de bijna misselijk makend mooie trage “Get It While You Can”. Daarvoor stond oerschreeuwster Janis Joplin model, al hoor je er dat in het geheel niet meer aan. Zoals zo ongeveer alles hier ademt ook dat nummer na een passage langs de geweldige stembanden van Muth enkel nog traditionele country uit. ’n Weinig Emmylou, ’n weinig Iris, ’n weinig Loretta. Harris, DeMent en Lynn, that is! Verbluffend goed dus inderdaad weer! Niet meer van deze tijd eigenlijk…

Zoe Muth & The Lost High Rollers, Signature Sounds, Continental Record Services

 

TUMBLEDOWN HOUSE “Fables And Falsehoods” (Silent Coyote Music)

(3,5****)

Aan dat geheel voorafgaande omschrijvingen als “gritty saloon jazz”, “modern speakeasy music” en “Tom Waits in a cocktail dress” maakten ons meteen heel erg nieuwsgierig naar “Fables And Falsehoods”, de tweede van het uit Gillian Howe en Tyler Ryan Miller bestaande Amerikaanse duo Tumbledown House. En die ondermeer met leden van de vermaarde Dirty Dozen Brass Band vereeuwigde collectie liedjes staat zo op het eerste gehoor alleszins garant voor een act met een volslagen eigen gezicht. Zoals hier zou Americana een kleine eeuw geleden geklonken kunnen hebben, aan de man gebracht in het één of andere nog schaamteloos in dikke sigarettenrook gehulde cabaret. De tien liedjes op “Fables And Falsehoods” hinkelen wulps heen en weer tussen late night achterbuurtenjazz en alterna-folk. Hier en daar ook wel met wat country- of rockpigmenten, maar die blijken dan alleszins niet van die aard, dat ze met betrekking tot het totaalgeluid van Tumbledown House een – al was het ook maar enigszins – bepalende rol zouden kunnen gaan spelen, zoals dat bij de al genoemde Waits bijvoorbeeld wel het geval is. Maar dat kan de pret wat ons betreft absoluut niet drukken. Wij vielen immers als een blok voor de zangkunstjes van de zich behoorlijk sensueel rond het aangeboden songmateriaal kronkelende Gillian Howe. Met de flair van een echte ancien creëert ze de sfeer van een (ranzig) feestje, dat nog maar een héél klein vonkje nodig heeft om compleet te ontploffen. Sterk, dat zulks bovendien ook nog eens met alleen maar eigen nummers blijkt te kunnen. Het versterkte bij ons het gevoel hier met een grote belofte te maken te hebben alleen nog maar meer. Onze luistertips: het “irgendwie” weerbarstig swingende “T-Bone Cologne” en het ook al bepaald excentriek met de kont schuddende “Master Cherry Finds A Strange Piece Of Wood”.

Tumbledown House

 

LI’L MO AND THE MONICATS “Whole Lotta Lovin’” (Passin Fancy Records)

(4****)

“Whole Lotta Lovin’” is na het naar zichzelf vernoemde “Li’l Mo & The Monicats” uit 1996, “Hearts In My Dream” uit 1999 en “On The Moon” van drie jaar geleden al de vierde cd van de Amerikaanse Monica “Li’l Mo” Passin en haar Monicats. En wat een heerlijk gevarieerde plaat is dat geworden! Een echt rootsmuziekfeest! Volstonden eerder eigenlijk nog gewoon de termen traditionele country en rockabilly om Passins muziek in grote lijnen te vatten, dan gaat ze op deze nieuwe flink wat breder. En die eclectische aanpak resulteert in een ronduit fantastisch album. Met gelijk al bij het begin een eerste hoogtepuntje. Het springerige titelnummer met name, waarin Passin op hoogst aanstekelijke wijze Buddy Holly en Bo Diddley weet te verenigen. Vervolgens gaat het via het loom twangende en uitgebreid naar Bakersfield lonkende “Little Heart Attacks” richting “When Girls Sing”, ongemeen melodieuze sixties-meidenpop zoals we die indertijd met enige regelmaat ook vanuit het legendarische Brill-gebouw mochten begroeten, “Pain And Misery”, een apart swingende cover van dat Marty Robbins-liedje, en “Waiting And Wanting”, een onwaarschijnlijk mooie traditionele countrysleper, getekend Linda & Arty Hill. En dan zijn er ook nog de met wat mariachi-gevoel op smaak gebrachte Americana van “Lovely Miranda”, de ouderwets ongegeneerd met een mamboritme flirtende Leiber-Stoller-adaptatie “Three Cool Cats”, het zijn titel echt alle eer aandoende “Real Gone Jive”, de bij collega Teri Joyce geleende hillbilly swingdeun “I Can’t Help Myself”, de knappe bluesy countrysleper “Trouble In Mind” en de ook al heel erg aanstekelijke, ergens tussen country rock en rockabilly strandende afsluiter “Too Much Time With Your Tears”. Héél sterk!

Li’l Mo & The Monicats, CD Baby

 

WHISPERING PINES “Whispering Pines” (Whispering Pines)

(3,5****)

David Blaine (gitaar, orgel, mandoline, piano en zang), Joe Bourdet (gitaar, slide, orgel en zang), David Burden (harmonica en zang), Brian Filosa (bas en zang) en Joe Zabielski (drums en percussie) zijn samen Whispering Pines, een vijftal, dat op z’n titelloze tweede cd zo schaamteloos retro aan de slag is, dat het uiteindelijk toch weer mooi wordt om te horen. Invloeden als de Allman Brothers Band, Stephen Stills’ Manassas en The Band klinken nadrukkelijk door en geven duidelijk aan in welke richting je mag denken bij het je een idee vormen over de muziek van deze bende. Let wel, we hebben hier zeker niet te maken met loutere epigonen. Deze knapen mogen dan al goed hebben geluisterd naar hun voorbeelden, ze beperken zich zeker niet tot het klakkeloos naspelen ervan. Wat ze brengen klinkt alleszins heel erg dynamisch en behoorlijk persoonlijk ook wel. En dat laatste wordt zeker ook in de hand gewerkt door hun teksten. Die blijken afkomstig van liefst vier van de vijf groepsleden en zijn geïnspireerd door ondermeer het leven onderweg (“Purest Dreams” en “Sunrise To Sunset”), de geboorte van een kind (“Wolfmoon”), het verliezen van vrienden en helden (“Love Is Free”) en natuurlijk ook de één of andere romance (“Fine Time”, “Come & Play” en “One More Second Chance”). Samengevat: een pot fijne rootsy (Southern style) rock & roll met één voet nog stevig in de seventies geplant, terwijl de tenen van de andere voorzichtig ook het muzikale hier en nu aftasten. Net als z’n voorganger “Family Tree” van een jaar of twee geleden eigenlijk best wel een aanradertje.

Whispering Pines

 

CAROLINE DOCTOROW “I Carry All I Own, The Songs Of Mary McCaslin” (Narrow Lane Records)

(4,5*****)

Nadat ze zich eerder met succes ook al eens over de songs van sixties folkiconen Richard & Mimi Farina ontfermd had, ging Caroline Doctorow voor haar nieuwe cd “I Carry All I Own” aan de slag met het liedgoed van een andere zo goed als vergeten grootheid, met name Mary McCaslin. Lang voor Nanci Griffith en een handvol anderen in de jaren tachtig effenden die McCaslin en Kate Wolf het pad voor hele legers aan vrouwelijke singer-songwriters die volgen zouden. McCaslin was op haar best tussen 1973 en 1977, toen ze op drie albums voor Philo Records steeds meer eigen materiaal ging vertolken. En van die liedjes krijgen we er op de door Pete Kennedy geproduceerde nieuwe van Doctorow dan ook uiteraard een aantal te horen. Met de allure van een Emmylou Harris trekt de New Yorkse zowel bekendere McCaslin-deunen als het nog niet zo heel erg lang geleden door Tom Russell en Gretchen Peters gecoverde “Prairie In The Sky”, “Down The Road” of “Young Westley” als heel wat minder voor de hand liggende naar zich toe. En het resultaat, dat moet gezegd, is echt wel verbluffend knap. Sfeervoller kan eigenlijk amper! Onwaarschijnlijk, hoe goed de kristalheldere stem van Doctorow zelve, het precieuze snarenwerk van Kennedy en de gevoelige liedjes van McCaslin met elkaar accorderen. Wij waren voorwaar op slag een beetje verliefd hierop…

Caroline Doctorow, CD Baby

 

CHELSEA CROWELL “Crystal City” (Cleft Music / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Haar ouders mogen dan al beiden in “het geschäft” zitten, een countryzangeres is Chelsea Crowell zeker niet. Hooguit een weinig Americana zo nu en dan. Dat laat zich bijvoorbeeld nog wel zeggen van “Move On”, de eerder introverte instapper tot haar tweede. Maar gelijk vanaf het tweede liedje, het – No kidding! – onderkoeld rockende “I’m Gonna Freeze” laat de dochter van Rodney Crowell en Rosanne Cash horen hier wel wat anders van plan te zijn dan uit hetzelfde vaatje als haar ouders te tappen. Via het uit twee delen druilerige alterna-folk opgetrokken “Baptized” gaat het vervolgens richting het al even “moody”, ons sfeermatig een beetje aan Calexico herinnerende instrumentaaltje “For Stormy” en het ingehouden countryrockende “Don’t Talk About The Girl”. En dan volgt plots zomaar vanuit het niets een echt moordnummer. Het titelstuk met name. Daarin is La Crowell in een soort van bevreemdend spaghetti western-decorum op haar verhalende best. Daarin toont ze, dat ze wel degelijk het één en ander in huis heeft. Resten nog het ijl-mistroostige “Memories Of You”, “Better Than Her”, het meest country moment van alle op “Crystal City”, en het afsluitende, door Crowell met wat hulp van James Green live ingezongen “Remind Me”, één van de vele liedjes hier, die als doelgroep eerder een indie-publiek lijken te hebben. Vooral op die luisteraars lijkt Crowell haar voornamelijk in verloren liefde gedrenkte pijlen te willen afvuren. Een behoorlijk eigenzinnig appeltje, dat daardoor net wat verder dan normaal van de spreekwoordelijke boom valt dus. Haar grootvader, wijlen The Man in Black, zou het vast graag zo gezien hebben…

Chelsea Crowell, Sonic Rendezvous

 

ED ROMANOFF “Ed Romanoff” (Ed Romanoff)

(4,5*****)

Noem dit wat ons betreft maar een bijzonder veelbelovende nieuwkomer. Hij mag naar verluidt gerespecteerde collega’s als een Josh Ritter en een Mary Gauthier al een poosje tot zijn vast vriendenkransje rekenen en daar kunnen wij ons absoluut wel iets bij voorstellen. Zijn door Crit Harmon geproduceerde debuut maakt immers meteen flink indruk. Het is het soort van plaat, waar je als luisteraar nog eens graag voor naar het puntje van je stoel schuift. Inhoudelijk redelijk rijk, behoorlijk zwaar spul ook. Enkel het ingetogen, muzikaal gezien best wel wat naar New Orleans lonkende “I Must Have Done Something Right” vormt wat dat betreft een uitzondering. Daarin toont de bijzonder grofgevooisde Romanoff zich immers van z’n meer optimistische kant. Voor de rest echter nogal wat kommer en kwel in ‘s mans teksten. En aangepaste, somber-sfeervolle melodieën als verpakking ook. Je zou hem daardoor kunnen plaatsen ergens tussen John Prine en de Emmylou Harris van in haar Lanois-dagen, tussen de hier al genoemde Josh Ritter en Richmond Fontaine ook. Ondertussen uitgegroeid tot onze lievelingsnummers: het heerlijk atmosferische “Breakfast For One On The 5th Of July”, het met wat vocale ondersteuning van Tift Merritt gebrachte “New Year’s Prayer”, een met Mary Gauthier gedeelde onderkoelde cover van de countryklassieker “I Fall To Pieces” en het vertederende “Potholes”, waarin ook Meg Hutchinson even haar opwachting mag komen maken. Stuk voor stuk echte moorddeunen!

Ed Romanoff

 

RALF ILLENBERGER “Red Rock Journeys” (Stockfisch Records)

(3,5****)

Deze knaap mag je ondertussen rustig tot de echte groten der akoestische gitaar beginnen te rekenen. De momenteel in Sedona, Arizona residerende Ralf Illenberger verkoopt immers albums bij de vleet en is zowat overal ter wereld een graag geziene gast voor optredens. Op zijn nieuwe cd “Red Rock Journeys” verklankt hij als het ware de buitengewone natuurlijke schoonheid van z’n huidige eigen biotoop. En dat levert een elftal erg mooie instrumentale liedjes op, die elke vorm van muzikaal hokjesdenken zo ongeveer bij voorbaat uitsluiten. Extreem evocatieve kleinoden zijn het, ideaal om bij weg te dromen, ideaal om innerlijk bij tot rust te komen ook. Veelal eerder ingetogen van aard, maar soms ook bruisend van de energie.

Ralf Illenberger, Stockfisch Records

 

PENNY JO PULLUS “Through The Glass” (MaHatMa Records)

(3,5****)

Een plaat met een enigszins apart ontstaansverhaal toch wel, deze nieuwe van de Texaanse Penny Jo Pullus. Aanvankelijk was het immers enkel en alleen haar bedoeling geweest om een demo met covers in te blikken, waarmee ze vervolgens aan de nodige optredens zou proberen te geraken. Maar er kwamen gedurende de sessies ervoor zoveel interessante collega’s (Ron Flynt, Jud Newcomb, Ian McLagan, Jimmy LaFave, Will Sexton, Eric Hisaw, Steve Allen, Shelley King, Annie Celsi, Chip Dolan, Warren Hood, …) voorbij en Pullus ging mettertijd dermate veel van het opgenomen materiaal houden, dat ze uiteindelijk besliste om er enkele nummers van een op de plank liggen gebleven album aan toe te voegen en het gewoon in eigen beheer uit te brengen. En daar mogen we met z’n allen eigenlijk best wel bij om zijn, want dit is gewoon een erg mooie plaat. Zo horen we Pullus bijvoorbeeld aan het werk in een rijkelijk met rinkelende gitaarklanken bezaaide versie van Brian Setzers “The Knife Feels Like Justice”, neemt ze ons aan de hand van Jimmy LaFave mee doorheen een lome lezing van Mac Rebennacks “When The Battle Is Over”, trakteert ze ons met de melodieze Americana beauty “Nowhere To Go” op één van haar allermooiste eigen nummers tot op heden en glijdt ze in duet met Will Sexton doorheen een met veel gevoel voor detail ingekleurde cover van Doug Sahms “Give Back The Key To My Heart”. Van Neil Young trekt ze vervolgens “Look Out For My Love” helemaal naar zich toe, bij Emmylou Harris leent ze de moody countrysoultrage “Raise The Dead”, bij de heren Lennon & McCartney het alweer heerlijk jengelend ingevulde “Every Little Thing”, bij Dusty Springfield het legendarische, haar louter muzikaal gezien echt wel op het lijf geschreven “Son Of A Preacher Man” en bij de Stones “Dead Flowers”. En tussendoor serveert ze met het ook al heerlijk soulvol ingekleurde “Baby Please” en het sfeervol wegrockende “Take My Mind” nog eens twee verdere uitstekende eigen composities. Valt op de keper beschouwd eigenlijk maar bitter weinig op aan te merken dus, op dit “Through The Glass”. Doe er vooral je voordeel mee, zouden we dan ook zo zeggen…

Penny Jo Pullus, CD Baby

 

SUSAN CATTANEO “Little Big Sky” (Jersey Girl Music)

(3,5****)

Na “Heaven To Heartache” van vorig jaar is er nu de EP “Little Big Sky” van Susan Cattaneo. Daarop ditmaal slechts zeven nieuwe liedjes, met daarin ondermeer weerslag van een aantal hoofdstukken uit het eigen leven van de Amerikaanse songschrijfster. En die kleedt ze muzikaal aan zoals van haar verwacht. Cattaneo mag nu eenmaal graag in de weer zijn met energieke melodieuze country rock. Lekker bezield uithalend knalt ze zo doorheen dingen als het haar onvoorwaardelijke liefdesrelatie met muziek bezingende “Let The Music Deliver Me”, titelnummer “Little Big Sky”, het op heerlijk “crunchy” gitaren leunende “Spare Parts” en “Pennies On The Rail”. Voor wat welkom tegengewicht zorgen eerder ingetogen spulletjes als “Better Day” en “Alice In Wonder”. Voor de productie van “Little Big Sky” tekende de hier ondermeer van zijn werk met Lori McKenna bekende Lorne Entress. En dat betekent hitpotentie!

Susan Cattaneo

 

BRIAN KALINEC “The Fence” (Berkalin Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Dit is er eentje voor liefhebbers van zingende liedjesbrouwers genre een Bob Cheevers of een Jeff Talmadge. Voor liefhebbers van op ingetogen wijze gebrachte levensliedjes met hun wortels in folk en Americana met andere woorden. En liefst met wat binding met Texas dan nog. Daarvoor staat Brian Kalinec inderdaad. De twaalf liedjes op zijn recente cd “The Fence” vormen samen een collectie verhalen, die op de één of andere manier allemaal wel iets met de waarde van werken of zich inspannen überhaupt te maken hebben. Kalinec heeft het daarin over zowel de goede, als de harde kanten daarvan. Eén enkele cover ook. Het betreft daarbij het mooie “A Song I Heard” van Maury Muehleisen, ooit de gitarist van Jim Croce, met wie hij ook samen om het leven kwam tijdens een vliegtuigongeluk. Een prima afsluiter voor een al even prima Americana-singer-songwriter-geheel. Ouderwets degelijk!

Brian Kalinec, Berkalin Records, Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home