CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES AUGUSTUS 2017

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

JOSH HARTY “Holding On” en “Handcrafted” - RICHARD THOMPSON “Acoustic Rarities” - RICHARD VAN BERGEN & ROOTBAG “Walk On In” - AMELIA WHITE “Rhythm Of The Rain” - JADEA KELLY “Love + Lust” - WALTER SALAS-HUMARA “Work: Part Two” - HT ROBERTS “Stalemate Days” - SETH WALKER “Gotta Get Back” - MATT PATERSHUK “Same As I Ever Have Been” - THE REMEDY CLUB “Lovers, Legends & Lost Causes” - LUKE TUCHSCHERER “Always Be True” - JOLIE HOLLAND & SAMANTHA PARTON “Wildflower Blues” - PETER BRUNTNELL “Nos Da Comrade” - THE WYNNTOWN MARSHALS “After All These Years” - BOB BRADSHAW “American Echoes”

  

JOSH HARTY “Holding On” en “Handcrafted” (Continental Song City)

(3,5****) en (4****)

De jonge Amerikaanse songsmid Josh Harty deed hier de voorbije jaren al meermaals in positieve zin van zich spreken. Met name met “A Long List Of Lies”, z’n in 2008 verschenen tweede soloproject, kwam z’n carrière in een flinke stroomversnelling terecht. Die plaat leverde hem meteen ook een stekje in ons aller Euro Americana Chart op. En vooral ook: ze opende de nodige deuren. In 2011 volgde dan het met Chris Cunningham ingeblikte “Nowhere” en drie jaar later pakte Harty uit met twee platen als deel van een duo. Eentje met z’n singer-songwriter-maatje John Statz (“12 August”) en eentje met de hem al jaren begeleidende Blake Thomas (“The Attic Sessions”).

En nu zijn er dus maar liefst twee nieuwe. Nu ja “nieuwe”… “Holding On” circuleerde in kennerskringen natuurlijk al wel een poosje, maar wordt door CRS nu eindelijk ook officieel in België en Nederland uitgebracht. Voor die plaat dook Harty de koffer in met producerstweetal Blake Thomas en Mark Whitcomb. Met hen als gidsen vereeuwigde hij een tiental liedjes, die de voorbije jaren ergens onderweg ontstonden. En die hij als dusdanig ook al even lang met een full band kon uittesten. Iets wat de uitvoeringen ervan op “Holding On” natuurlijk alleen maar ten goede is gekomen. Alles klinkt hier zo ongeveer even af. En zo mogen wij het wel hebben natuurlijk!

En al zeker als het dan ook nog eens om songs van het kaliber van die van Harty blijkt te gaan! De beste man houdt hier tien nummers lang heel mooi het midden tussen genres als pop, country, folk en blues. Met als z’n voornaamste bondgenoot ontegensprekelijk z’n best wel wat aan die van Gordon Lightfoot verwante stem. Daarmee beschikt hij over het zo ongeveer ideale instrument om in z’n liedjes complexe en minder complexe gevoelens mee te lijf te gaan. Iets wat hij dan ook uitgebreid doet.

Onze lievelingsmomenten op “Holding On”: de met het duo Kelly McRae en Matt Castelein gedeelde ballade “Holding On”, het met heerlijk ingehouden gitaarwerk opgewaardeerde “The Kind”, Harty’s doorleefde lezing van “You & The Road” van Brooks West en vooral ook ingetogen afsluiter “English Rain”.

“Handcrafted” is op zijn beurt wat Harty de “most basic record I’ve ever made” noemt. Eén man, één gitaar en nog één andere man voortdurend in de weer met microfoons, that’s it. Dertien nummers in totaal, volledig live ingeblikt, zonder ook maar de minste vorm van correctie achteraf. En dat klinkt ronduit geweldig! Hoe Harty langs zo ongeveer alle haltes uit zijn carrière so far liedjes oppikt en ze vervolgens een flinke akoestische beurt meegeeft pakt echt wel super uit. Maar hoeft dat eigenlijk wel te verwonderen? Precies zo bracht hij ze immers al duizenden keren live.

Wat ons betreft in al zijn eenvoud een hele dikke aanrader, dit schijfje!

Josh Harty

 

RICHARD THOMPSON “Acoustic Rarities” (Beeswing Records / Proper)

(4****)

Na het onverwacht succesvolle duo “Acoustic Classics” en “Acoustic Classics Vol. II” verblijdt Richard Thompson ons nu al een derde keer met akoestische benaderingen van eigen materiaal. En het zou ons absoluut niet verbazen mocht dit nieuwe volume bij ’s mans fans van alle drie het hoogste aantal punten gaan scoren. Met name omdat het hier inderdaad gaat om een soort van rariteitenkabinet.

Zo bevinden er zich tussen de veertien tracks onder meer zes nooit eerder officieel uitgebrachte. Het betreft de songs “What If”, “They Tore The Hippodrome Down”, “I Must Have A March”, “Alexander Graham Bell”, “Push And Shove” en “She Played Right Into My Hands”. En voorts is er ook nog het tweetal “Seven Brothers” en “Rainbow Over The Hill”. Dat zijn twee liedjes die voorheen enkel als covers van respectievelijk Blair Dunlop en de Albion Band verkrijgbaar waren.

De resterende zes songs zijn heruitvoeringen van materiaal van de Richard & Linda Thompson-platen “Hokey Pokey” (“Never Again”) en “I Want To See The Bright Lights Tonight” (“End Of The Rainbow”), van Fairport Convention-spul (“Sloth” en “Poor Will And The Jolly Hangman” van “Full House” uit 1970), van “Poor Ditching Boy” van het magistrale “Henry The Human Fly” uit ’72 en van “I’ll Take All My Sorrows To The Sea” ten slotte, van de orkestrale songsuite “Interviews With Ghosts”.

Benieuwd, of er na dit volume nog meer zit aan te komen… Van ons hoeft Thompson alvast absoluut niet te stoppen.

Richard Thompson

 

RICHARD VAN BERGEN & ROOTBAG “Walk On In” (Naked / Sonic Rendezvous)

(4****)

Hoe een vervolg breien aan een debuutalbum dat door de vakpers in je eigen land en ook tot ver daarbuiten al vrijwel unaniem werd bestempeld als één van de allerbeste daar gemaakte rootsplaten ooit? Het was de vraag waarmee zanger-gitarist Richard van Bergen en zijn maats Jody van Ooijen (drums) en Roelof Klijn (bas en zang) van Rootbag zich geconfronteerd wisten in de aanloop naar de opvolger van hun straffe eersteling. En het antwoord dat ze erop formuleerden is eigenlijk simpel: gewoon nog wat beter doen!

Ook op “Walk On In” knallen ze derhalve weer ruim zesendertig minuten lang. Bijgestaan door Roel en Erik Spanjers op respectievelijk toetsen en percussie-instrumenten en Gait Klein Kromhof op harmonica schudden ze twaalf nieuwe blues- en rootslekkernijen uit de mouw. Elf daarvan zijn eigen composities, nummer twaalf is een korte solo-uitvoering van de gospel traditional “I’m Willin’”.

Als leukste momenten onthielden wij vooral de volgende songs. Om te beginnen het gezien zijn titel over een wel erg suggestief R&B-ritme neergelegde “That’s What You Do To Me”. Echt wel supercatchy spul, dat nummer! Ook heel knap het loom funky, groovegewijs duidelijk naar New Orleans en wijde omstreken verwijzende “Can’t Keep Up”, de valse Delta-trage “Love My Baby”, de hypernerveuze boogie “Walk On In” en het zijn titel en passant alle eer aandoende “Rock Me Right”. En dan hadden we het nog niet over het hypnotiserende “Middle Of The Night”, de swingende instrumental “Snap!” en het wervelende, ons op de één of andere manier wat aan de Fabulous Thunderbirds in betere tijden herinnerende “Right On Time”.

Geweldige plaat! Zeg, dat wij het gezegd hebben!

Richard van Bergen & Rootbag

 

AMELIA WHITE “Rhythm Of The Rain” (White-Wolf Records)

(4,5*****)

Als we het allemaal een beetje goed hebben bijgehouden, dan is “Rhythm Of The Rain” ondertussen Amelia White’s achtste album. En wat ons betreft meteen ook haar allerbeste so far. Een negen tracks lange trip voor Americana-fijnproevers. Een feest voor getrainde oren. Aan te bevelen met name aan liefhebbers van het materiaal van dames als een Lucinda Williams, een Mary Gauthier en aanverwanten. Madammen met vergelijkbare smokey pipes en even vaardige pennen.

Veel van het materiaal voor haar nieuwe worp schreef White tijdens een tournee doorheen het Verenigd Koninkrijk hot on the heels van voorganger “Home Sweet Hotel”. En dat had zo zijn voordelen. Het zorgde er onder meer voor, dat White wat in haar eigen land aan het gebeuren was vanop een zekere afstand kon gadeslaan. En dat zorgde natuurlijk voor een enigszins ander, wat genuanceerder perspectief. En daarmee zijn we meteen ook bij White’s voornaamste forte: de nuance. Haar zin voor detail onderscheidt haar nadrukkelijk van het gros van haar collega’s.

Voeg daar nog aan toe, dat “Rhythm Of The Rain” werd ingeblikt in de vier dagen tussen de dood van haar moeder en haar eigen huwelijk en je zal begrijpen, waarom van het album een dergelijke ongelooflijk intense sfeer afstraalt. Liefde, de dood, verdriet, het lot, politiek, het zijn slechts enkele van de vele onderwerpen die White daarbij aansnijdt. En bij het verdelen van de taart is het de vaste hand van de dezer dagen wel vaker in de kijker lopende producer Dave Coleman die haar voortdurend op secure wijze begeleidt.

Enkele luistertips van onzentwege: het titelnummer, het bedaarde “Yuma”, roots love song “Sugar Baby”, het swampy “Supernova” en het afsluitende, met UK darlings Worry Dolls gepende “Let The Wind Blow”

Amelia White

 

JADEA KELLY “Love + Lust” (Comino / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Als een mooi snoetje alleen al zou volstaan om hier een gunstige bespreking van je werk afgedwongen te krijgen, dan zou de jonge Canadese Jadea Kelly ontzettend hoog scoren. Maar dat is natuurlijk niet zo. Oogstrelende schoonheid of niet, hier gelden vanzelfsprekend compleet andere criteria. Maar ook daaraan beantwoordt ze gelukkig wel, die Kelly. Wisten we eigenlijk al sinds “Clover”, haar vorige plaat. Maar deze is beter. En geen klein beetje ook.

Met “Love + Lust” schrijft Kelly moeilijke tijden van zich af, zoveel is al snel duidelijk. Die twee polen uit de titel ervan staan daar heus niet zomaar. Het hartzeer is bij momenten nog duidelijk tastbaar. En het is naast verlangen, ontrouw, bedrog, vergiffenis en andere slechts één van de vele potentieel met een slecht afgelopen relatie gepaard gaande hier aangekaarte onderwerpen.

Voor de productie van “Love + Lust” tekenden naast Kelly zelf ook Stew Crookes en Tom Juhas present. De eerste zou u kunnen kennen van zijn werk met onder anderen Hawksley Workman en Doug Paisley. De tweede zag zijn naam als gitarist en producer onder meer reeds verbonden aan die van Royal Wood, Banners, Emma Lee en Ryan O’Reilly. Daarnaast recruteerde Kelly muzikanten uit de entourages van bekende en minder bekende acts als daar zijn NQ Arbuckle, Run With The Kittens, Blackie And The Rodeo Kings, C&C Surf Factory, Royal Wood, Tanya Tagaq en Serena Ryder.

Het resultaat is een elf tracks lange muzikale trip waarop grote gevoelens bijna voortdurend regeren. Ergens tussen pop, rock en folk worden quasi doorlopend de grenzen van een liefde anno nu afgetast. Het ene moment behoorlijk sensueel, het andere verzuchtend, berustend, badend in wroeging en pijn. Wellicht met louterende resultaten. We hopen het hier samen met Kelly.

Met haar kristalheldere sirenenstem, haar knappe teksten en daar door de band genomen perfect bij passende (enigszins atmosferisch aandoende, vaak wat ijle) melodieën zou ze ditmaal wel eens erg hoge ogen kunnen gaan gooien. En ook dat gunnen we haar eigenlijk van ganser harte.

Jadea Kelly

 

WALTER SALAS-HUMARA “Work: Part Two” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Artiesten die een flink eind ver in hun carrière plots aan de slag gaan met herinterpretaties van hun eigen materiaal, meestal duidt het op niet veel goeds. Vaak is het niks meer dan een goedkope manier om een creatieve impasse te camoufleren. Het niet willen toegeven dat men droogstaat. Dat er geen volwaardig nieuw materiaal meer komen wil. Maar dat is gelukkig niet het geval bij Walter Salas-Humara. Zowel met The Silos als solo deed hij de voorbije jaren nog geregeld van zich spreken. Met als voorlopig laatste wapenfeit tot voor kort het vorig jaar verschenen “Explodes And Disappears”.

Kort voor die plaat had Salas-Humara ons ook al “Work: Part One” geschonken. Daarop ging hij creatief aan de slag met eigen al wat ouder materiaal. Veel Silos-spul vooral. En dat doet hij nu nog eens dunnetjes over. De aanduiding “Part One” had het eigenlijk al een beetje aangekondigd: er was nog meer op komst. En ook ditmaal weer focust onze man daarop vooral op Silos-materiaal. Uit de periode 1985-1994 met name. Tien liedjes krijgen op dit nieuwe deel een wat eigentijdsere akoestische Americana sound mee. En net als eerder al bevalt die aanpak ook nu weer bijzonder goed. Met dank daarvoor onder meer ook aan producer Rich Brotherton.

Dit zijn de tien Silos classics die we hier herwerkt krijgen voorgeschoteld: “Find A Way”, “A Few Hundred Thank You’s”, “My Big Car”, “The Only Story I Tell”, “All Falls Away”, “The Sounds Next Door”, “Here’s To You”, “Start The Clock”, “Picture Of Helen” en “Miles Away”.

Walter Salas-Humara

 

HT ROBERTS “Stalemate Days” (Lie Records / Donor / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Toen HT Roberts twee jaar geleden “Old Light” op ons losliet, wisten we hier met onze woorden van bewondering compleet geen blijf meer. ’s Mans met zijn maatje Bruno Deneckere ingeblikte tiende was een schoolvoorbeeld bij de stelling dat minder vaak juist zoveel meer is. Met enkel Roberts op gitaar of banjo en Deneckere op een tweede gitaar en als tweede stem groeide dat album uit tot wat wij het voorlopige chef-d’oeuvre van de Vlaming noemden. Het voorlopige. Wisten wij toen veel, dat dat ene woordje op korte termijn zoveel verschil zou kunnen uitmaken. Dat er misschien toch nog wat beters inzat.

Feit is, dat we met “Stalemate Days” eigenlijk gewoon op onze wenken bediend worden. Never change a winning team wil het gezegde immers en dat deed HT Roberts dan ook niet. Hij serveert ons meer van wat ze zo graag hadden. Zelf doet hij het daarbij ditmaal op gitaar, banjo, mandoline, harmonica en dulcimer. Bruno Deneckere is opnieuw van de partij als tweede stem en tweede gitarist en Nils De Caster een enkele keer op de viool, in “Dripping Into Flood” meer bepaald.

Het resultaat is een andermaal verbluffend mooi album. Veelal eerder herfstig van ondertoon. Muzikaal sepia. Een novemberplaat, mogen we dat zeggen? Nu al klassiek, ergens tussen folk en Americana. Met opnieuw Townes Van Zandt en Guy Clark als wellicht belangrijkste referentiepunten, maar ditmaal zeker ook populaire folkies als Leonard Cohen en Nick Drake. Toevalligerwijze allemaal knapen met ondertussen het woordje wijlen voor hun namen. Maar Roberts hebben we gelukkig nog wel. Hij streelt hier ruim achtenveertig minuten lang onze zinnen. Elf nummers lang regeert daarbij uitsluitend eenvoud. Zo laat Roberts naar eigen zeggen ruimte voor verbeelding. Onze verbeelding. Zo nodigt hij ons uit deelachtig te worden aan zijn poëtisch verwoorde gedachten. Om erin mee te gaan. En dat doen we natuurlijk met veel plezier.

HT Roberts

 

SETH WALKER “Gotta Get Back” (The Royal Potato Family)

(4****)

Eén enkel nummer. Veel meer was er eigenlijk niet nodig om ons de muzikale golflengte van Seth Walker te krijgen. De catchy funky roots pop van openingsnummer “High Time” volstond daartoe al ruimschoots. En dan moest er nog zoveel moois komen.

Het met een ons best wel wat aan het spel van Tom Waits-sidekick Marc Ribot herinnerend gitaartje gelardeerde soulvolle swampy opdondertje “Fire In The Belly” bijvoorbeeld al, de met Oliver Wood van de lichtjes geweldige Wood Brothers gepende gospeldeun “Back Around” ook, de ook al van de soul bulkende trage “Call My Name”, het met flink wat zomers popgevoel onderbouwde “Movin’ On”, het louter muzikaal gezien op even aanstekelijke als ongegeneerde wijze naar ’s mans woonplaats New Orleans verwijzende “Way Past Midnight”, het akoestische bluesje “Home Again” en nog een goed handjevol anderen.

Wat ons betreft dan ook nadrukkelijk te bestempelen als een aanradertje, deze nieuwe van de in het voorjaar van 2018 ook naar Europa afzakkende Seth Walker. Hoeft op het snijvlak tussen genres als pop, R&B, blues, gospel, folk en Americana echt niemand te vrezen. Een heerlijk soulvolle stem, vrijwel voortdurend inventief over de snaren glijdende vingers, een getraind handje in het schrijven van topsongs en de smaakvolle productie van Jano Rix van opnieuw de Wood Brothers deden het hem voor ons. Voor jou ook?

Seth Walker

 

MATT PATERSHUK “Same As I Ever Have Been” (Black Hen Music)

(4,5*****)

U houdt van gruizige stemmen, catchy songs, de middelmaat flink overstijgende teksten? Dan zit u bij de Canadees Matt Patershuk goed. Wij leerden de beste man kennen naar aanleiding van zijn vorige release, het begin vorig jaar verschenen “I Was So Fond Of You” en waren meteen verkocht. John Prine, Guy Clark, Slaid Cleaves, Rod Picott, Townes Van Zandt, het waren allemaal namen die bij het beluisteren van Patershuks tweede spontaan door ons hoofd flitsten. Een fluks inhaalmanoeuvre drong zich dan ook op. Het nog als Matt Patershuk & The Dirty Plaid Orchestra op de wereld losgelaten “Outside The Lights Of Town” uit 2013 moesten we ook hebben. En ook die plaat bleek er vol op. Wat maakte dat we hier ook echt uitkeken naar nummer drie. En die is er nu.

“Same As I Ever Have Been” heet het schijfje. Met als een soort van ondertitel op de foto op het hoesje ervan “Songs For Regretful Brutes And Sentimental Drunkards”. Twaalf andermaal door zijn landgenoot Steve Dawson geproduceerde songschoonheden, ingeblikt in Vancouver, in de om zijn goede akoestiek geroemde Warehouse Studio van rockster Bryan Adams. Met naast Patershuk zelf en snarenvirtuoos Dawson als verdere betrokkenen onder meer drummer Jay Bellerose, bassist Jeremy Holmes, toetsenist Christ Gestrin, mandolinefenomeen John Reischman, fiddler Josh Zubot, saxofonist Jerry Cook en collega-songsmid Ana Egge aan boord. Die laatste horen we gesmaakt haar opwachting maken in delicatere dingen als het titelnummer, “Gypsy” en “Sparrows”.

De echte topnummers op “Same As I Ever Have Been” zijn wat ons betreft echter een stel andere. Het door een lekker vettig uit de hoek komende gitaar aangejaagde openingsnummer “Sometimes You’ve Got To Do Bad Things To Do Good”, het naar de dood van zijn door een dronken bestuurder aangereden zus enkele jaren geleden teruggrijpende “Memory And The First Law Of Thermodynamics” en “Hot Knuckle Blues” meer bepaald. In dat laatste is het onderwerp het verliezen van je werk in een wereld voortdurend kreunend onder de economische veranderingen.

Matt Patershuk

 

THE REMEDY CLUB “Lovers, Legends & Lost Causes” (High Flying Disc Records)

(3,5****)

Wat vrijwel meteen opvalt bij het beluisteren van “Lovers, Legends & Lost Causes”, het debuut van het Ierse tweetal The Remedy Club, is het ongemeen hechte harmonieerwerk van echtelieden KJ McEvoy en Aileen Mythen. Dat gegeven, de knappe composities van de twee en het ook al uitstekende gitaarwerk van McEvoy zijn wellicht de drie voornaamste fortes van het album.

“Lovers, Legends& Lost Causes” werd door het duo gewoon in eigen land opgenomen. In Wexford meer bepaald. Zelf tekenden ze er ook voor de productie. Afgemixt werd het geheel later in Nashville door Ray Kennedy en de onder meer om zijn werk met Jason Isbell bekende Mark Petaccia. Vandaar wellicht de geweldige sound ervan. Opvallende betrokkene is verder ook nog de ook hier te lande best wel wat naambekendheid genietende Eleanor McEvoy. De zus van en goed voor meerdere gesmaakte bijdragen op viool en altviool.

Centrale thema’s op het ondanks wel meer invloedssferen al bij al toch eerder countrygetinte “Lovers, Legends & Lost Causes” zijn de drie pijlers uit de titel ervan. De liefde regeert zo bijvoorbeeld volop in openingsnummer “I Miss You” en het over een catchy ritme gedrapeerde “Last Song”, wat eigen helden worden geëerd in “When Tom Waits Up”, “Listening To Hank Williams” en “Django” en onder de noemer Lost Causes mogen dingen als “Bottom Of The Hill” en “Get Away With It”.

Wat ons betreft een hoogst aangename verrassing, dit “Lovers, Legends & Lost Causes”. Een potje alleraardigste Euro Americana alleszins.

The Remedy Club

 

LUKE TUCHSCHERER “Always Be True” (Clubhouse Records)

(3,5****)

Tweede soloplaat voor de je misschien ook al wel van zijn werk bij The Whybirds bekende Luke Tuchscherer. Uit te spreken overigens als “tuck shearer”, die wat bizarre familienaam toch wel voor een Brit, maar dat geheel en al terzijde. Want wat ons hier vooral interesseert, is natuurlijk de kwaliteit van het werk van de beste man. En daar is absoluut niks mis mee. Het leverde hem hier al de nodige knuffels op voor voorganger “You Get So Alone At Times” van zo’n jaar of drie geleden en dat is nu, naar aanleiding van “Always Be True”, niet anders.

“Always Be True” bevat tien ouderwets over twee sides uitgesmeerde eigen nieuwe liedjes. Dingen die door Tuchscherer naar eigen zeggen zo werden geconcipieerd dat ze zich veel beter tot live-vertolkingen lenen dan die van hun voorganger. Maakt niet uit, of het daarbij gigs in kleine zaaltjes dan wel grotere gelegenheden betreft, solo dan wel met band. Een flinke stap vooruit dus.

Opvallend: voor twee tracks van “Always Be True”, met name het door zonnig gitaargejengel aangejaagde “Don’t Put Me Out” en de knappe ingetogen Americanadeun “These Lonesome Blues”, trommelde Tuchscherer de complete Whybirds weer even op. En optrommelen is in dezen niet eens zo’n gekke woordkeuze. Bij dat bandje zat Tuchscherer immers zelf achter de drum kit.

Opvallendste nummer op het muzikaal gezien nogal nauw bij het materiaal van acts als Uncle Tupelo, Steve Earle en Tom Petty aanleunende “Always Be True” is het afsluitende “Song For Jack Brown”. Dat nummer schreef Tuchscherer ter nagedachtenis van een populaire eenentwintigjarige uit het naburige Leighton Buzzard. Hij kon het maar niet vatten, dat die op het eerste gezicht echt alles hebbende jongeman op een dag zomaar beslist had om uit het leven te stappen. Het resultaat is een ongemeen innemend deuntje, goed voor het nodige kippenvel bij zowat elke nieuwe beluistering ervan.

Andere zeker ook bijblijvende nummers op “Always Be True”: het bedaard, maar aanstekelijk rockende openingsnummer “Waiting For My Day To Come” en de hoger al even vermelde alt-country beauty “Don’t Put Me Out”. En ook de tragen “Outside, Looking In” en “Amanda Jane” mogen zeker mee op de foto.

Leuke plaat!

Luke Tuchscherer

 

JOLIE HOLLAND & SAMANTHA PARTON “Wildflower Blues” (Cinquefoil Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

“Wildflower Blues” betekent het na enige jaren van windstilte elkaar terug in de armen vallen van Jolie Holland en Samantha Parton. De twee stonden zoals allicht alom bekend samen met Trish Klein ooit nog aan de wieg van de Be Good Tanyas. Holland zou met het geweldige “Blue Horse” slechts één plaat lang aan boord van dat collectiefje blijven, alvorens naar de States terug te keren. Parton van haar kant zou het ruim een decennium lang uitzingen. De gevolgen van twee auto-ongevallen en andere gezondheidsproblemen deden er ook haar uiteindelijk mee kappen in 2012.

Maar nu zijn de twee dus terug. En dat voor de gelegenheid als duo. Holland (zang, gefluit, gitaar en viool) en Parton (zang en gitaar) worden daarbij bijgestaan door Stevie Weinstein-Foner (gitaar en zang), Jared Samuel (bas, piano, orgel en baritongitaar) Justin Veloso (drums) en Paul Rigby (elektrische fuzzgitaar). Samen brengen ze een zevental nummers van eigen hand en een stel welgemikte covers. Tot die laatste reeks liedjes behoren een werkelijk verbluffend mooie adaptatie van wijlen Townes Van Zandts “You Are Not Needed Now”, een al even fraaie, door Holland terloops van het nodige gefluit voorziene versie van Michael Hurley’s “Jocko’s Lament” en een even eigenzinnige als geslaagde benadering van Bob Dylans “Minstrel Boy”.

In de overige zeven nummers, eigen materiaal zoals eerder reeds gesteld, doen Holland en Parton exact datgene wat je op basis van hun verleden van hen dacht te mogen verwachten. Op veelal eerder intimistische wijze en te allen tijde met de nodige diepgang vinden ze in de schemerzone tussen folk, country, blues, jazz en rock de ideale voedingsbodem voor hun hang om met elkaar samen te zingen. Op volstrekt organische wijze ontstaan zo liedjes die al heel lang lijken mee te gaan. Lijken, want het betreft natuurlijk nieuw materiaal. Liedjes, die op onnavolgbare wijze een stuk muzikale traditie vertalen naar het heden. Beklijvend, aangrijpend, vaak eerder dromerig, altijd soulvol.

Voor mij één van de platen van het jaar so far. Misschien zelfs wel dé allerbeste van het lot.

Jolie Holland & Samantha Parton

 

PETER BRUNTNELL “Nos Da Comrade” (Domestico Records / CRS)

(4****)

Is eigenlijk al zo’n jaar of twee oud, dit schijfje, maar het werd onlangs door het Nederlandse CRS opnieuw opgepikt en hernieuwd onder de aandacht gebracht. En laat ons hopen, dat het ditmaal ook echt iets oplevert voor Peter Bruntnell. Want eigenlijk is het echt wel bevreemdend te noemen. De Brit maakt al jarenlang knappe platen en wordt door flink wat collega’s echt op handen gedragen, maar vooralsnog is zijn lot dat van de eeuwige belofte gebleven.

“Nos Da Comrade” – Welsh voor “Goeienacht, vriend!” – heeft net als z’n negen voorgangers weer alles wat je als lezer van deze pagina’s van een goede plaat verwacht. Het door Bruntnell zelf geproduceerde album bevat elf de meest uiteenlopende thema’s aankaartende nieuwe eigen liedjes. In het onder heerlijk gitaargejengel bedolven openingsnummer “Mr. Sunshine” trapt hij zo na op Donald Trump. Dat die een complete Schotse vissergemeenschap deed wijken voor de aanleg van een golfterrein, zat hem duidelijk hoog. En de daaropvolgende ingetogen beauty is eigenlijk nog veel meer een song naar ons hart. In “End Of The World” heeft Bruntnell het er immers over, dat we ons met de dag meer gaan verliezen in de zo goed als alles onthullende virtuele wereld. Maar waarom eigenlijk? Moet je echt alles weten? En vooral: is die andere realiteit het waard om elke voeling met de echte wereld te verliezen? Neen, toch?

In het licht psychedelisch getinte “Yuri Gagarin” mag een jonge knaap er dan weer van dromen om te mogen zijn als de eerste man in de ruimte, in het rustige “Peak Operational Condition” stuit een reizende op moeilijkheden bij het verwoorden van alle in zijn nieuwe omgeving opgedane ervaringen bij het schrijven naar zijn vrouw, in het melodieus rockende “Long Way From Home” regeert nostalgie, de nadrukkelijke wens om weer jong te zijn, en in het afsluitende “Caroline” worden we geconfronteerd met wat er gebeurt als twee mensen die elkaar graag mogen te lang wachten om hun gevoelens jegens elkaar te uiten. Enfin, zo ongeveer elke tekst van Bruntnell hier houdt naar goede gewoonte wel weer wat interessants voor ons in petto.

’s Mans fans hebben ze natuurlijk al lang in huis, maar alle anderen nodigen we bij dezen dan ook uit om zich deze veritabele schoonheid van een plaat onverwijld aan te schaffen. Al moeten we wel waarschuwen: één Bruntnell-album kopen zou je nadien wel eens flink in de kosten kunnen gaan jagen… Het zou ons namelijk heel sterk verbazen, mocht je na “Nos Da Comrade” niet ook naar ’s mans verleden willen terruggrijpen. ’t Is maar dat je het weet!

Peter Bruntnell, CRS

 

THE WYNNTOWN MARSHALS “After All These Years” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Een goed decennium ver in hun carrière blikken de Schotse Wynntown Marshals met “After All These Years” enerzijds terug op het door hen reeds gepresteerde en anderzijds ook al een weinig vooruit op wat nog komen moet met een aantal nieuwe nummers. Drie in totaal. Allemaal samen goed voor een zestien tracks tellend album. Redelijk representatief al bij al voor alles wat de heren door de jaren heen tussen alt-country, country rock en power pop zoal uit de mouw wisten te schudden.

Interessant waren voor ons natuurlijk vooarl de nieuwe dingen. Eerst en vooral het heel erg persoonlijke “Your Time”. Daarin wordt onder hoogst sfeervole lagen gitaar- en orgelklanken op aandoenlijke wijze teruggekeken op een stukgelopen relatie. En datzelfde onderwerp blijkt ook het uitgangspunt te zijn geweest voor één van de andere nieuwe nummers, de atmosferische trage “Odessa” meer bepaald. Ook daarin heeft men het immers over een relatie die het niet tot het einde wist uit te zingen. Het derde “nieuwe” nummer ten slotte is een in de huidige groepsbezetting herwerkte versie van “Different Drug” van het ep-debuut van de band uit 2008.

Voorts enkel van eerdere platen bekend materiaal. En wie “Westerner” (2010), “The Long Haul” (2013) en/of “The End Of The Golden Age” (2015) op de plank heeft staan, weet dat dit alleen maar goed nieuws kan betekenen voor allen die de Marshals nog niet kennen en er eerdaags via dit album voor het eerst mee geconfronteerd zullen worden.

Van “Westerner” krijgen we “Ballad Of Jayne”, “Snowflake” en “Thunder In The Valley” voorgeschoteld, van “The Long Haul” dan weer “Canada”, “Low Country Comedown”, “Tide” en “Curtain Call” en van “The End Of The Golden Age” “Being Lazy”, “Red Clay Hill”, “Moby Doll” en het titelnummer. De resterende twee liedjes zijn live-favorietje “The Burning Blue” en “11:15”, ook al van de hoger ook al even vermelde ep-eersteling van de groep.

Net geen negenenzeventig minuten Euro-Americana van absoluut topniveau!

The Wynntown Marshals

 

BOB BRADSHAW “American Echoes” (Fluke Records)

(4,5*****)

Onder de tray van het Bob Bradshaws nieuwe album omhullende digipack prijkt er een knappe zwart-witfoto van een door een aardig desolaat ogend uitgestrekt landschap lopende spoorweg. En dat blijkt op de keper beschouwd helemaal geen toeval. Op zijn inmiddels toch ook al zevende studioplaat trakteert de al een kleine eeuwigheid in de States residerende Ier ons immers op een dozijn verhalen die hem door de jaren heen bijbleven van zijn vele trips doorheen zijn wahlheimat. “American Echoes” dus.

En die brengt de beste man in beurtelings met ingrediënten uit genres als onder meer pop, folk, country, bluegrass en blues ontleende Americanadeunen. Veelal (maar zeker niet uitsluitend) van het eerder zachtere type. Van het soort dat je kameraadschappelijk onder de arm neemt en vraagt om even te gaan zitten en te luisteren. Zoals ook al op voorgangers “Home” (2013) en “Whatever You Wanted” (2015) eigenlijk. Als je al één van die beide platen in huis zou hebben, dan kan je eigenlijk gewoon blind overgaan tot een aanschaf van “American Echoes”. Ook dat album zal je dan immers niet ontgoochelen.

Van het ronduit sublieme drinklied “A Bird Never Flew On Just One Wing” over het pittig rockende “Weight Of The World” tot love song “Stella”, van het Waitsiaans jazzy “My Double And I” over het met een snuif exotica gekruide “Workin’ On My Protest Song” tot de old-timey afsluiter “Old Soldiers” en dan vergeten we er nog wel enkele, dit zijn echt wel topsongs! En “American Echoes” al bij al gewoon ook een superknappe plaat. Van harte aan te bevelen wat ons betreft aan liefhebbers van het materiaal van enigszins vergelijkbare artiesten als een Darden Smith, een Robert Earl Keen, een Fred Eaglesmith en een Joe Henry in zijn beginjaren.

Bob Bradshaw

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home