ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2004

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

The Wildcards “On Fire!” - Bryan Steel “Of Roots And Restlessness”Amee Chapman “Still Life” - Various Artists “Rockabilly Rumble Deuce”Mardi Gras BB “29 Moonglow”Kate York “Kate York”Dicky Overbey & Bobby Flores “Christmas In Ol’ San Antone” - Neko Case “The Tigers Have Spoken”The Minus 5 “At The Organ”Dulcie Younger And The Silencers “Kitty, Kitty… GROWL!”Diane Zeigler “December In Vermont” - Eleni Mandell “Afternoon”Tom Mank & Sera Jane Smolen “Souls Of Birds”Various Artists “Blind Willie Johnson And The Guitar Evangelists” (4 CD Box Set) - Kristin Mooney “Kristin Mooney”Billy Yates “Anywhere But Nashville” - Heather Waters “Shadow Of You”Various Artists “La Ruta Del Americana” - Endrick Brothers “Built To Last”One Star Hotel “Good Morning, West Gordon”Chris Laterzo “Driftwood” - Ginny Hawker & Tracy Schwarz “Draw Closer”Hothouse Flowers “Into Your Heart”Jackie Greene “Sweet Somewhere Bound”Alison Krauss & Union Station “Lonely Runs Both Ways”Magnolia Sisters “Après Faire Le Boogie Woogie” - Eugene Ruffolo “The Hardest Easy”Steve Earle “Live From Austin, TX” (DVD)Bob Collum & The Welfare Mothers “The Boy Most Likely To…”Robert Earl Keen “Live From Austin, TX” (DVD)Nikos Brisco “Greek / Texan” - Ralston “Carwreck Conversations”Susan Tedeschi “Live From Austin, TX” (DVD)The Flatlanders “Live From Austin, TX” (DVD)

 

THE WILDCARDS

“On Fire!”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4.5) J J J J J

 

Ik mocht enkele maanden geleden het genoegen smaken om de Europese première van dit gezelschap mee te maken op de jongste editie van de Nacht van de Blues in Wuustwezel. En sinds die bewuste avond ben ik een onvoorwaardelijke fan. Ik werd er immers regelrecht van mijn sokken geblazen door het samenspel tussen de twee gitaristen Martin Vowles en Vince Lee. De rauwe energie, die van het door hen voltrokken huwelijk tussen blues, rockabilly en rock (& roll) afstraalde, was van een ongelooflijke intensiteit. En daar begint het goede nieuws! Daar waar anderen immers vaak moeite blijken te hebben om wat ze op een podium klaarmaken ook op plaat geregistreerd te krijgen slagen The Wildcards met brio in hun opzet. Ex-Nightporters Martin Vowles (gitaren) en Kevin Crowe (drums) en de aan Vince Lee & The Big Combo ontvluchte Lee (zang, gitaren, ukelele) en Al Wallis (bassen) knallen op “On Fire!” dat het een lust is voor het oor! “Look What You’ve Done To Me” en het titelnummer zijn zo woeste gitaargestuurde lappen rock-a-billy met een surfgeurtje, “Happy Hour” swingt als een tiet, “A Little Mixed Up” doet wat z’n titel al aangeeft met blues en rockabilly, “Can’t Keep From Doing Wrong” spat na een rustige ukelele-intro open in een gemene gitaarblues-sleper, “Change Your Way Of Loving” is een soulvolle trage, Duke Ellingtongs “Caravan” verwordt hier tot een Oriëntaals aandoende lap gitaarblues met even verrassende als spectaculaire tempowisselingen, de eigen compositie “Deep Six Boogie” biedt bijna tien minuten lang innovatief boogieplezier en het midtempo “Terra Mae” heeft iets met zowel blues, jazz, soul als jungle drums.

Voor ons staat het dan ook buiten kijf: “On Fire!” van de Britse Wildcards is de beste – en zeker ook de opwindendste – bluesplaat van het jaar! En wat die naam van hun betreft: een wildcard zullen deze vier knapen dit jaar gegarandeerd niet nodig hebben om op alle zichzelf respecterende bluesfestivals te mogen aantreden…

The Wildcards

 

 

BRYAN STEEL

“Of Roots And Restlessness”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

Wie zijn stemmen graag aan de gruizige kant mag hebben en wel houdt van een goede pot melancholische Americana op zijn tijd, die doet er goed aan om als de gesmeerde bliksem het debuut van de jonge Amerikaan Bryan Steel eens te gaan checken. Muzikaal gezien liet die zich inspireren door schoon volk als Bill Mallonee en de jonge Springsteen, vocalerwijze zijn het eerder knapen als Jon Dee Graham, Tom Waits, Ben Weaver en Otis Gibbs die voortdurend om het hoekje gluren.

Steels eersteling kreeg de wel heel erg toepasselijke titel “Of Roots And Restlessness” opgespeld. Op een eerder klassiek opgemaakt bedje van mondharmonica, gitaar, bas en drums, occasioneel gladgestreken met een streepje mandoline, banjo en keyboards, spreidt de man immers zijn verhalen over het – lang niet altijd even rooskleurige en/of gemakkelijke – leven van alledag tentoon. Songs als “The Highway”, “Heir To The Kingdom”” of het met de ons volslagen onbekende Vanessa Kinzey gebrachte tweetal “Sky Without A Moon” en “To Mrs. Flannery” zorgden er alvast voor dat Steels visitekaartje hier niet geheel en al onopgemerkt voorbijging. Wel integendeel! “Of Roots And Restlessness” is wat ons betreft zelfs een stevige aanrader!

Bryan Steel

CD Baby

 

 

AMEE CHAPMAN

“Still Life”

(Beachcombed Music)

(3.5) J J J J

 

 “Still Life” is de derde CD van de uit het Noordelijke deel van California afkomstige zingende liedjesschrijfster Amee Chapman. Dat album nam ze op onder de productionele hoede van producer Desmond Shea, een man die in het verleden ook al werkte met artiesten als Chuck Prophet, Kelley Stoltz, The Court And Spark en Virgil Shaw. Voorts wist ze er zich vocaal voor geruggensteund door Jolie Holland en Wendy Allen en droegen ook John Hofer (Mother Hips), Marc Cappelle (American Music Club), Rob Douglas (Chuck Prophet), Tony Mattioli (Stolen Bibles) en Jeffrey Luck Lucas (Galveston) hun steentje tot het geheel bij. “Still Life” staat boordevol met enigszins weemoedige, haast desolaat en dromerig aandoende tafereeltjes, waarin zowel het alledaagse als het meer excentrieke hun plaats hebben. Chapman – ooit nog Lilith Fair-finaliste – is een begenadigde songsmid die zelf aangeeft wat haar voordracht betreft beïnvloed te zijn door zo uiteenlopende lieden als Lucinda Williams, Esther Phillips en Jeff Tweedy. Het hoeft dan ook in het geheel niet te verwonderen, dat “Still Life” zich misschien nog het best laat omschrijven als broeierig – lees: soulvol – alt. country singer-songwriter-spul.

Amee Chapman

CD Baby

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Rockabilly Rumble Deuce”

(Golly Gee Records / Raucous Records)

(4) J J J J

 

Golly Gee en Raucous zijn twee bescheiden platenlabels die met enige regelmaat uitstekende rockabilly-albums op de wereld loslaten. En bij wijze van gerichte promotie reiken die twee elkaar ook wel eens de hand om hun beste materiaal onder de schijnwerpers te plaatsen. Dat resulteert dan in spetterende verzamelaars als het voorliggende “Rockabilly Rumble Deuce”, de opvolger van het al in 2002 verschenen en zeer goed verkopende “Rockabilly Rumble”. En dat is wat ons betreft zowat de ideale plaat om hardnekkige najaarskaters mee door te spoelen. Veelal onbekende acts als Rockin’ Ryan And The Real Goners, 69 Beavershot, Ralph Rebel, King Drapes, Peter And The Wolves, The Honeydippers, Rip Carson, The Young Savages, The Found Cats, Jeff Potter, The Spinouts, The Cat Pack, The Ramshackle Daddies, ’52 Pickup, The Blue J’s, The Drugstore Cowboys, Rory Justice, Big Boy Pete, The Accelerators, Rhythm Bound!, Pete Hodgson & The Fireballs, The Farrell Brothers en The Long Island Hornets mogen hem hier een kleine zevenenzestig minuten en zevenentwintig tracks lang flink van jetje geven. Het betreft daarbij voornamelijk opzwepend materiaal van de recente platen van die artiesten, maar door toevoeging van enkele niet eerder verkrijgbare tracks wordt dit ook voor verzamelaars van het genre een echte kluif. Van ’52 Pickup krijgen we zo bijvoorbeeld het gloednieuwe “Singin’ Along With The Jukebox” opgedist, The Long Island Hornets tekenen voor het voor de tijd van het jaar toepasselijke “Chop Top Christmas”, The Spinouts dragen “Trapped Love” aan en Rip Carson “Cause Of It All”. Slappende bassen, vlammende gitaren, wilde drumsalvo’s, flink uit-de-bocht-gaande piano’s, schetterende blazers, bezwete vetkuiven, alle ingrediënten voor een wild feestje zijn hier in ruim voldoende mate voorhanden. Dit smaakt dan ook volop naar meer…

Golly Gee Records

Raucous Records

CD Baby

 

 

MARDI GRAS BB

“29 MOONGLOW”

(Hazelwood / Clear Spot)

(3.5) J J J J

 

Als de erop tentoongespreide inventiviteit het enige criterium zou zijn om je onverwijld tot de aanschaf van een plaat te doen overgaan, dan zouden de excentrieke Doktor Wenz en het resterende zootje ongeregeld van het Duitse collectief Mardi Gras BB binnen de kortste keren binnen zijn. Het carnavaleske New Orleans loert op hun “29 Moonglow” voortdurend om de hoek, maar dan wel op Waitsiaanse wijze, onder het motto alles kan, alles mag. Pop, ragtime, swing, rock, cajun, jazz, swamp, jungle drums… je kan het zo gek niet verzinnen of het gaat hier wel ergens in de mix. De aparte voordracht van Wenz zelf, een flink uit de kluiten gewassen arsenaal blazers en een bijzonder functioneel ingezet pianootje vormen daarbij de voornaamste troeven. En dat levert een charmant, langs alle kanten rammelend en stevig naar de jaren twintig geurend geheel op, dat zich bij elke nieuwe beluistering weer wat meer aan je blijft opdringen. Het meest in het oog springende liedje is daarbij zondermeer een even weirde als aanstekelijke versie van Donovan z’n “Mellow Yellow”.

Mardi Gras BB

Hazelwood

Clearspot

 

 

KATE YORK

“Kate York”

(Paste Records)

(3.5) J J J J

 

In afwachting van haar in het voorjaar van 2005 te verschijnen debuut-CD “Sadlylove” pakt de jonge, vanuit Nashville opererende zingende liedjesschrijfster Kate York uit met een smaakmakertje dat bij heel wat muziekliefhebbers een niet te stillen honger naar meer zal opwekken. In een productie van good old Neilson Hubbard laat ze ons kennismaken met vier eigen liedjes – waarvan ze er twee pende met Carter Wood – en een cover van de Cure-hit “Boys Don’t Cry”. Wat daarbij in eerste instantie vooral opvalt is haar kristalheldere stem. Maar ook het catchy karakter van haar sfeervol gebrachte folky pop songs zal een niet te onderschatten wapen blijken, geloof ons daarin vrij. Liedjes als “Wished For Song”, het met de hier goed een jaar geleden nog de hemel in geprezen Mindy Smith gebrachte “Stay With Me” en die eerder al aangesproken dromerige rootspopversie van het door Robert Smith en de zijnen reeds het collectieve bewustzijn ingewerkte “Boys Don’t Cry” zouden het zelfs niet slecht doen op de vaderlandse popstations als je ’t ons vraagt. Wij kijken dan ook reikhalzend uit naar haar volwaardige eersteling. Daarop doen naast Smith en Hubbard immers ook huisfavorietjes Matthew Ryan en Mack Starks mee. Kan dus bijna niet tegenvallen…

Kate York

Paste Records

 

 

DICKY OVERBEY & BOBBY FLORES

“Christmas In Ol’ San Antone”

(Yellow Rose Records)

(2.5) J J J

 

Steelgitarist Dicky Overbey en muzikaal manusje van alles Bobby Flores (fiddle, gitaren en mandoline) besluiten het jaar met een royale traktatie op instrumentale kerstklassiekers in Texaanse countrystijl. Tien technisch tot in de puntjes verzorgde versies van evergreens als “Away In A Manger”, “O Come, All Ye Faithful”, “O Holy Night”, “Silent Night”, “Silver Bells” en “The First Noel” vallen ons zo ten deel. Maar met uitzondering van het door Flores op zijn strijkinstrument bezielde “Joy To The World” komt het ons allemaal toch een beetje te clean over. Ideale muziek dus voor op de achtergrond bij het verorberen van de jaarlijkse kalkoen, maar alle tentoongespreid vakmanschap ten spijt ook niet meer dan dat.

Bobby Flores

Yellow Rose Records

 

 

NEKO CASE

“The Tigers Have Spoken”

(Mint / Anti / Epitaph)

(3.5) J J J J

 

Neko Case maakte onlangs vrij onverwacht de overstap van huis van vertrouwen Bloodshot naar Anti, de rootsgezinde tak van punklabel Epitaph en thuishaven van ondermeer ook Tom Waits, Nick Cave, Daniel Lanois en Jolie Holland. En haar eerste wapenfeit voor die nieuwe werkgever is het verspreid over een aantal optredens in Chicago en Toronto ingeblikte live-album “The Tigers Have Spoken.” Meer dan zomaar een leuk tussendoortje overigens, want La Case presenteert daarop in het uitgelezen gezelschap van The Sadies, steelgitaarfenomeen Jon Rauhouse, maatjes Kelly Hogan en Carolyn Mark, Brian Connelly, Paul Morstad, Jim & Jennie And The Pinetops en The Ideacity03 Choir voornamelijk nieuw materiaal. Zo trakteert ze ons ondermeer op lekker wegtwangende covers van Loretta Lynns “Rated X”, Buffy Sainte-Maries “Soulful Shade Of Blue” en de van The Shangri-Las bekende Barry & Greenwich-compositie “The Train From Kansas City” en al even potente uitvoeringen van de traditionals “This Little Light” (dampende alt. country gospel) en “Wayfaring Stranger” (inclusief sfeervol koortje). Aangevuld met een aantal eigen liedjes als “Blacklisted”, “If You Knew” en “The Tigers Have Spoken” blijkt dat ruimschoots voldoende om het wachten op haar al enige tijd geleden voor volgend jaar aangekondigde nieuwe studioplaat een stuk draaglijker te maken.

Neko Case

Mint

Anti

 

 

THE MINUS 5

“At The Organ”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3.5) J J J J

 

Daartoe aangemoedigd door het succes van hun jongste worp “Down With Wilco” komen Scott McCaughey en de zijnen een stuk vroeger dan voorzien met nieuw plaatwerk op de proppen. Het betreft het zeven audio tracks en een door Replacements-drummer Chris Mars ingeblikte videoversie van “The Town That Lost Its Groove Supply” omvattende EP’tje “At The Organ”. Van de partij zijn daarop ondermeer Peter Buck (R.E.M.), Ken Stringfellow (Posies), Rebecca Gates (Spinanes) en natuurlijk ook weer die van Wilco. Genoeg helpende handen in de buurt dus voor McCaughey, die hier een kleine twintig minuten lang opnieuw mag aantonen tot de interessantste songwriters van het ogenblik te behoren. Britse popsensibiliteit - het melodieuze van een McCartney of een Davies en het creatief-onvoorspelbare van een Lennon in één, zeg maar – gekoppeld aan een niet te miskennen hang naar een wat Amerikaansere klankkleur. Van de rauschende opener “Lyrical Stance” over superaanstekelijke rootsy oorwurmen als “Hotel Senator”, “Formerly Hall Centurion” of het twangende “The Town That Lost Its Groove Supply” tot het Waitsiaans rommelige “One More Bottle To Go” geeft McCaughey je weer volop redenen genoeg om hem nog wat steviger aan je borst te drukken. Straffe kost!

The Minus Five

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

DULCIE YOUNGER AND THE SILENCERS

“Kitty, Kitty… GROWL!”

(Golly Gee Records)

(4) J J J J

 

Vooralsnog is én blijft de grote Wanda Jackson wat ons betreft de enige echte Queen of Rockabilly. Maar als ze er één dezer dagen het bijltje bij neer zou leggen, dan zullen we heus niet in een zwart gat gaan vallen. De opvolging staat immers al bij bosjes klaar. Josie Kreuzer, Cari Lee, Kim Lenz en tal van andere flamboyante vrouwlui lopen als het ware te popelen om ooit in haar machtige voetsporen te mogen treden. Zo ook Dulcie Younger. Met haar gelegenheidsgroep The Silencers, waarin naast drummer Sid Matthews en bassist Zack Shedd (Satan’s Teardrops) ook ene zekere Deke Dickerson gitaargewijs resideert, swingt die op haar debuut-CD elke ook maar enigszins los zittende pan van het spreekwoordelijke dak. Als een jonge Jackson kronkelt ze met Liz Taylor-allures doorheen tien voornamelijk eigen composities. De wulpse look is er, de lenige, krolse stem ook, de sterke liedjes evenzeer… Wat wil een mens eigenlijk nog meer? “Kitty, Kitty… GROWL!” werkt als geheel net zo seductief als de titel dat van meet af aan al doet vermoeden. We hebben het hier over ruim drieëntwintig minuten topamusement! Een ijzersterke moderne rockabillyplaat is het, niks meer, maar zeker ook niks minder… Dulcie Taylor is red hot!

Dulcie Younger

Golly Gee Records

CD Baby

 

 

DIANE ZEIGLER

“December In Vermont”

(CD Freedom)

(3.5) J J J J

 

Kerstmis nadert weer met rasse schreden en hier werd nog niet één kerst-CD besproken… Hoog tijd om daar verandering in te brengen dus! En dat doen we met “December In Vermont”, het nieuwe album van één van onze favoriete Amerikaanse folkzangeressen, Diane Zeigler. Die tackelt daarop met haar fenomenale kristalheldere stem een aantal bekende en minder bekende kerstliederen en levert met het door Adam Frehm van een bijzonder fraaie dobro-achtergrond voorziene “December In Vermont” terloops ook nog even één van de knapste najaarsliedjes in tijden af. Het mooie aan dit album is, dat het door z’n beurtelings naar akoestische folk, bluegrass en aanverwanten overhellende arrangementen niet echt als een typisch kerstalbum aanvoelt. Enkel de aanwezigheid van in een eigentijds jasje gestoken classics als “Do You Hear What I Hear”, “O Come All Ye Faithfull”, “The First Noel” en de medley “We Three Kings Of Orient Are / O Come O Come Emmanuel / God Rest Ye Merry Gentlemen / Riu Riu Chiu” herinnert eraan dat het er echter wel degelijk één is.

Zelfs iemand die normaliter niet echt van dit soort van eindejaarsplaten houdt, zal hier het nodige vermaak weten te vinden. “December In Vermont” zal dan ook nog wel een poosje in de buurt van onze CD-wisselaar blijven rondslingeren. En ook in de volgende jaren zullen we er wellicht met plezier nog wel eens naar teruggrijpen.

Diane Zeigler

CD Baby

 

 

ELENI MANDELL

“AFTERNOON”

(Zedtone / Trocadero / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Ooit maakten platenfirma’s er een echt spelletje van om met hebbedingetjes als een extra CD’tje of een DVD met bonusmateriaal de verkoopscijfers gedurende de eerste dagen na de release van een album flink aan te jagen. De jongste maanden valt het echter op, dat men diezelfde truc nu eerder gebruikt om een consistente verkoop na te streven. Even wachten levert zo voor de bewuste consument geregeld alleraardigste verrassingen op. Neem nu zo’n plaat als de nieuwste van Eleni Mandell. De opvolger van het hier vorig jaar nog fel bejubelde “Country For True Lovers” is in de States al een poosje uit. Hier krijgt het album dankzij het Duitse Trocadero-label (verdeling: Sonic Rendezvous) pas nu een kans. En in een serieus opgewaardeerde versie dan nog. Niet alleen kreeg het covergewijs een fraai nieuw digipack aangemeten, als toemaatje wordt je meteen ook maar het bijzonder sfeervolle, eerder dit jaar verschenen – en ondertussen ook alweer geschrapte – 6 tracks tellende jazzy EP’tje “Maybe, Yes” mee aangeboden. Tel uit je voordeel!

Nu had “Afternoon” dat soort van kunstgreepjes an sich eigenlijk al helemaal niet nodig. Mandell blijkt daarop immers opnieuw in een grootse vorm te verkeren. Soulvolle ingetogen popnummers met een bijna in melancholie verzuipend pianootje of orgel en dito gitaren als “American Boy” en “Yellow Light”, een aardig eindje wegrockende liedjes als het titelnummer en het met een cynische tekst gezegende “Easy On Your Way Out” – over een op het laatste moment een vaste relatie ontvluchtend vriendje – of op z’n Chrissie Hynde’s gebrachte, trage en volop naar de sixties lonkende liedjes à la “Say Goodbye”, ouderwets vierkante-meter-geschuifel zoals dat van de met een lichte country touch afgewerkte soul van “Can’t You See I’m Soulful” of gewoon superaanstekelijke rootspop genre “Let’s Drive Away”, met haar lenige – je bent geneigd om te zeggen bijna wellustige – stem kan Mandell hoegenaamd alles aan. En haar vijfde CD is dan ook gewoon opnieuw een stevige aanrader.

www.elenimandell.com

www.trocadero-records.com

www.sonic.nl

 

 

TOM MANK & SERA JANE SMOLEN

“Souls Of Birds”

(I Town Records)

(3.5) J J J J

 

Dat je met een originele invalshoek al een aardig eindje op weg bent naar een goede plaat is wat Tom Mank en Sera Jane Smolen bewijzen op hun recent muzikaal onderonsje. “Souls Of Birds” is een bij momenten even beklemmende als intrigerende hybride van elementen uit folk, roots en pop. Met zijn berookte, beurtelings aan Leonard Cohen, Terry Lee Hale en Chris Eckman (van de Walkabouts) herinnerende stem drapeert Mank zijn teksten over een door Smolens cellobijdragen in een beslissende plooi gelegde moderne folk(pop)variant. De opvallendste nummers die daarbij uit de bus komen zijn zondermeer het filmische, van een bijna zeven minuten durende intro voorziene Oriëntaals geïnspireerde “Big Red Moon”, het duister-romantische duetje met Dee Specker luisterend naar de titel “Heart Of My Dreaming”, het nerveuze door Mank samen met Patti Witten gepende “Whisper To Each Other”, het met een sfeervol late night-trompetje afgezoomde titelnummer en de ijzersterke, een beetje creepy aandoende openingstrack “Happy Ending” – vreemde titel om een plaat mee te beginnen trouwens…

“Souls Of Birds” is al bij al zeker geen gemakkelijke plaat. Maar al wie zich de tijd neemt om eraan te wennen zal het na verloop van tijd wellicht wel met ons eens zijn als we stellen dat precies in de door de luisteraar geduldig - beetje bij beetje - te ontrafelen complexiteit van het album juist de sterkte ervan schuilt. Van hoeveel CD’s kan je vandaag de dag immers nog zeggen dat ze ook na verloop van tijd nog volop blijven boeien?

www.tommank.com

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Blind Willie Johnson And The Guitar Evangelists”

(4 CD Box)

(JSP / Music & Words)

(3.5) J J J J

 

We zien er onze pastoors nog niet zo meteen aan beginnen, maar het fenomeen prekende bluesgitaristen neemt in de geschiedenis van dat laatste genre wel degelijk een vrij prominente plaats in. Het bekendste voorbeeld is zonder ook maar de minste twijfel Blind Willie Johnson, die door velen wordt geëerd als zijnde de allergrootste in zijn soort. Het Britse JSP-label wil ons echter - naar goede gewoonte boxgewijs - overtuigen van het feit dat hij lang niet de enige interessante “guitar evangelist” was. 96 tracks van naast Johnson zelf onder anderen ook nog Willie Mae Williams, Rev A Johnson, Rev Utah Smith, Dennis Crumpton & Robert Summers, Blind Willie Harris, Rev I B Ware, Lonnie McIntorsch, Blind Benny Paris en Rev Edward C Clayborn – de eigenlijke grondlegger van het genre - uitgesmeerd over 4 summier gedocumenteerde CD’s voldoen wat dat betreft uitstekend. De opnamen stammen uit de periode die vervat zat tussen 1927 en 1953. De geluidskwaliteit is dan ook lang niet overal top. Maar dat kan de pret niet drukken! Dit is religie op z’n boeiendst!

JSP Records

Music & Words

 

 

KRISTIN MOONEY

“Kristin Mooney”

(Sin City Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 “Kristin Mooney” is reeds het tweede album van deze na omzwervingen langs Nashville en Minneapolis in L.A. verzeild geraakte zingende liedjesschrijfster. De beeldschone Mooney debuteerde goed zes jaar geleden met “Living Alone”. Het beetje naambekendheid dat ze hier al genoot verdankte ze echter niet zo zeer daaraan, maar vooral aan haar werk voor Mark Seligers band Rusty Truck. Maar geloof ons vrij, daar zal op basis van haar nieuwe CD snel verandering in gaan komen…

Voor het inblikken van die plaat omringde Mooney zich immers met de juiste mensen. En dat hoor je ook! Met twaalf zelf gepende lappen atmosferische alt. country, met name door haar zwoel-sensuele stem – een wat bezadigdere uitvoering van een Shelby Lynne of een Aimee Mann, lijkt ’t wel - tot ver boven de middelmaat uit getild, duldt ze ditmaal amper nog weerstand. Je moet en zal ervoor door de knieën… De pedal steel van Eric Heywood (Son Volt), het gedrum en de percussie-inbreng van John Convertino (Calexico), de strijkers van Joey Burns (eveneens Calexico), het toetsenwerk van Howe Gelb (Giant Sand) en haar eigen snarenwerk doen de rest. Het resultaat? Liedjes van een werkelijk aan het bedwelmende grenzende schoonheid, prachtig gewoon in al hun eenvoud. Als Mooney niet oplet, dan belandt ze één dezer dagen op de lijst der verboden middelen…

Een stevige aanrader derhalve, deze “Kristin Mooney”!

www.kristinmooney.com

www.sonic.nl

 

 

BILLY YATES

“Anywhere But Nashville

(M.O.D.)

(3.5) J J J J

 

Billy Yates is een volbloed-traditionalist. Hij heeft zijn hart verpand aan de country zoals die “in de jaren stillekes” gemaakt werd en dat zullen we geweten hebben ook. Op zijn vierde CD “Anywhere But Nashville” brengt hij zestien eigen nummers, geschreven met gelijkgestemde geesten als een Byron Hill, een Jeff Stevens, een Larry Holden, een Dean Miller of een Will Nance. Daarin verwerpt hij vrij nadrukkelijk de country made in Nashville anno nu. En het heeft er alle aanschijn van, dat hij door het inhuren van knapen als steelgitaristen Mike Johnson, Scott Sanders en Dan Dugmore, fiddlers Hank Singer, Larry Franklin en Joe Spivey en banjovirtuoos Larry Beaird dat standpunt ook op muzikaal vlak nog eens extra in de verf heeft willen zetten. Yates maakt weliswaar commercieel verantwoorde country - Laat daarover vooral geen twijfel bestaan! - , maar hij doet dat duidelijk nog met het hart op de juiste plaats. Referentiepunten zijn George Strait, Alan Jackson en George Jones in hun betere dagen, beste nummers wat ons betreft de ouderwetse dansvloervuller “All By My Lonesome”, het bijzonder strijdvaardige titelnummer, de zwaar aan The Possum herinnerende trage “Love Is Standing Still”, het superswingende “You’re Why God Made Me” en het met een snuif Zuiderse gezelligheid opgewaardeerde “Roxanne’s Bayou”.

www.billyyates.com

Hitsound Records

 

 

HEATHER WATERS

“Shadow Of You”

(Red Fogg Records)

(4.5) J J J J J

 

Net als vorige week is onze “CD van de week” opnieuw een echt juweeltje. Uit het alsmaar uitdijende peloton achtervolgers achter Gillian Welch, Lucinda Williams en Allison Moorer plukten we ditmaal Heather Waters. Zij lijkt ons daarin immers één van de enigen te zijn die tot echt grootse dingen voorbestemd is. Ze heeft dan ook echt alles mee. Ze ziet er niet alleen fantastisch uit, ze beschikt daarnaast ook over een bijzonder passionele stem, schrijft ijzersterke liedjes – zowel tekstueel als muzikaal gezien – en aan getalenteerde vrienden heeft ze bepaald geen tekort. Bassist-producer Sheldon Gomberg zag zo bijvoorbeeld hoe Phil Parlapiano met broeierige Hammond B3-bijdragen, Eric Heywood (Son Volt) op de pedal steel, Don Heffington percussiegewijs en Tony Gilkyson en David Kalish (Rickie Lee Jones) op de gitaar “Brown Jacket”, titelnummer “Shadow Of You” en “Turn” hielpen omtoveren tot ongemeen soulvolle melancholische Americana. Gillian Welch van haar kant droeg de nummers “You Just Don’t Love Me” en “Apalachicola” aan en betokkelde daarin ook de gitaar. Haar partner in crime David Rawlings produceerde dat tweetal. En Wallflowers-toetsenist Rami Jaffee gaf acte de présence in het ingetogen, naar folkrock neigende “Josephine” en het alweer hartverscheurend mooie “Comin’ Home”. Het slotsommetje maken wordt hier dan ook erg makkelijk! Dit is er op de valreep nog eentje voor de jaarlijstjes! Zowel letterlijk als figuurlijk een echte droomplaat! Of om het met de woorden van de grote Taj Mahal te zeggen: “Now that’s some f*cking great singing.”

www.heatherwaters.com

CD Baby

Miles Of Music

 

 

VARIOUS ARTISTS

“La Ruta Del Americana”

(Borderdreams / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Wie het concertgebeuren in Europa een weinig volgt heeft het wellicht net als ons ook al wel een poosje in de gaten: Americana is zich – weliswaar nog tergend schoorvoetend - als een uitdijende olievlek langzaam maar zeker over zowat geheel het Europese vasteland aan het verspreiden. Steeds meer Amerikaanse artiesten voelen zich dezer dagen geroepen om naar hier af te zakken om hun muziek aan de man te brengen. En ook steeds meer platenlabels beginnen er stilaan graten in te zien. Wederom geldt dat het allemaal nog erg voorzichtig gebeurt, maar toch… Tal van dit jaar verschenen compilaties onderlijnen alvast de goede intenties. En één van de knapste exemplaren daarvan is het zopas hier uitgebrachte “La Ruta Del Americana”, een vier-sterren-verzameling van Spaanse origine. Voor een prikje – zo’n eurootje of twaalf – krijg je in een leuke, aan de hoogdagen van de vinylplaat herinnerende digifile twee CD’s aangeboden met daarop werk van Teddy Morgan, Rich Hopkins, Jason Ringenberg, Drive-By Truckers, Five Horse Johnson, Jay Farrar, Cindy Bullens & Steve Earle, Eddie Spaghetti, The Flatlanders, Texana Dames, Tony Joe White, The Resentments, Greg Trooper & Maura O’Connell, Scott Miller, Delbert McClinton, Billy Joe Shaver & Todd Snider, Kate Campbell & Rodney Crowell, Townes Van Zandt, 16 Horsepower, Chuck Prophet, Eleni Mandell, Mark Eitzel, Dayna Kurtz, Vic Chesnutt, Mark Olson & The Creekdippers, Rainer, Lilium, The Walkabouts, Willard Grant Conspiracy, Johnny Dowd, Centro-Matic, Friends Of Dean Martinez, Terry Lee Hale, Thomas Anderson en Ainara LeGardon. Een even gevarieerd als indrukwekkend lijstje. Ideaal om wat nieuwe namen te leren kennen voor de ene, een leuke plaat voor onderweg voor de andere. Een ijzersterk geheel is het – mede door de vakkundige trackkeuze van de samensteller van dienst - alleszins!

www.sonic.nl

 

 

ENDRICK BROTHERS

“Built To Last”

(Hungry Dog Records)

(4) J J J J

 

Schotse alt. country? Schotse alt. country! Je hoeft werkelijk zo goed als van niks meer versteld te staan tegenwoordig. Hoewel onze eerlijkheid ons wel gebiedt om daar onmiddellijk aan toe te voegen dat de termen rootspop, rootsrock en Americana ons ook herhaaldelijk door het hoofd flitsten bij het beluisteren van “Built To Last”, het debuut van de vanuit Glasgow opererende Endrick Brothers. Geen broers overigens dat vijftal. De spil van het gezelschap vormen Yorick McCormack (gitaar) en Niall Holmes (zang) die met hun ijzersterke liedjes het fundament legden voor een verbluffend knappe plaat. Samen met aanstormend Schots producerstalent Chris Gordon en hun bandmaats Donny Little (een echte kanjer van een leadgitarist), Kenny McGregor (bas) en Matthew Lancaster (drums) blikten ze die in een kleine flat in het zuidelijke deel van hun thuishaven in. Dat leverde een zeer natuurlijk totaalgeluid op, dat je als luisteraar door huizenhoge melodieën met hooks zo scherp als pas geslepen priemen vrijwel onmiddellijk over de streep trekt. Al na één beluistering laten aanstekelijke zomerse deunen als opener “Queen Of The Summer”, “The Good Old Days”, “The Ballad For A Film (Dylan To McGuinn)” of “Seven Long Years” zich nauwelijks nog uit je hersenpan wegbranden. En dat is in grote mate te wijten aan de aangename, voortdurend tussen gruizig en nasaal twijfelende stem van Holmes en het lentefrisse gitaarwerk van Little. Vooral die twee elementen zijn het die je doen besluiten om dit schijfje niet al té ver uit de buurt van je CD-speler op te bergen. Aanstekelijker dan dit hoor je ze niet al te vaak meer. Zwaar verslavend spul, zeg dat wij het gezegd hebben…

www.endrickbrothers.com

 

 

ONE STAR HOTEL

“Good Morning, West Gordon”

(Stereo Field Recordings)

(3.5) J J J J

 

 “Good Morning, West Gordon”, het tweede album van het uit Philadelphia afkomstige viertal One Star Hotel, is een plaat die het in kringen waar het recente werk van acts als Wilco, Gingersol en The Flaming Lips op de nodige bijval mocht rekenen wellicht ook verre van kwaad zal doen. De band nam het materiaal ervoor zo ongeveer noodgedwongen live in de studio op. Een overstroomde oefenruimte, verkeersongevallen, woonwagenpech, de om zijn wet bekende Murphy leefde zich in hun buurt in korte tijd behoorlijk uit… Dat heeft als prettig nevenverschijnsel, dat de groep zich van haar kwetsbaarste, meest ruwe kant toonde. En dat komt de machtige songs van zanger-gitarist Steve Yutzy-Burkey alleen maar ten goede. Tracks als het zweverig-melodieuze “Falling Down”, het herfstige tweetal “Two And Four” en “Starlight”, het op een nerveuze gitaarlijn voortstuiterende en bijzonder radiogenieke “Can’t Be Trusted” en het met tsjilpende vogeltjes ontwakende en vervolgens langzaam open bloeiende titelnummer behoren gewoon tot het allerbeste wat we dit jaar op indie-popvlak al voor de kiezen geschoven kregen. En als je ons hier en nu bijvoorbeeld zou dwingen om een keuze te maken tussen de laatste van Wilco en deze van One Star Hotel, dan zouden we dan ook geen seconde twijfelen…

www.onestarhotel.net

Miles Of Music

 

 

CHRIS LATERZO

“Driftwood”

(Yampa Records)

(3.5) J J J J

 

Gezegend met een stem die werkelijk schreeuwt om vergelijkingen met Neil Young doet Chris Laterzo al ten derden male een gooi naar muzikale erkenning. De in Colorado geboren en via ondermeer ons land (België that is!), Massachusetts en Washington in L.A. belande singer-songwriter doet dat met een collectie fraaie liedjes waarin de grens tussen (roots) rock, folk en alt. country lang niet altijd even duidelijk te trekken valt. De lang uitgesponnen epische rocker “Pandemonia” doet zo zowel door zijn opbouw, door het gitaarwerk van de man zelf als door zijn voordracht onwillekeurig terugdenken aan Ome Neil in betere tijden, “Ghost On The Road” roept door een sfeervol-intimistisch pianootje zo’n typisch quasi-verlaten-bar-tegen-sluitingstijd-gevoel op, “The Wind” is erg knappe roots rock en titelnummer “Driftwood” wordt ondermeer door een bijzonder doeltreffende pedal steel-bijdrage van Dan Iead een in desolate schoonheid zwelgende ballade. Een tip daarom van onzentwege. Laterzo belooft om in de lente van volgend jaar weer eens naar België en Nederland te zullen afzakken. Laat die kans om dit toch wel unieke talent live aan het werk te zien dan vooral niet aan je voorbij schieten. Je zal het je gegarandeerd niet beklagen!

www.chrislaterzo.com

CD Baby

 

 

GINNY HAWKER & TRACY SCHWARZ

“Draw Closer”

(Rounder Select / Rounder Europe)

(3.5) J J J J

 

2004 is al een bijzonder goed jaar gebleken voor old-time mountain music en op de valreep wordt de sowieso al erg rijke CD-oogst op dat vlak nog met één alleraardigste eenheid uitgebreid. Het betreft “Draw Closer”, een door Dirk Powell geproduceerd samenwerkingsverband tussen Ginny Hawker en Tracy Schwarz. Zij geldt als één van de beste Amerikaanse zangeressen van traditioneel materiaal. Hij geniet ondermeer dankzij zijn werk met de New Lost City Ramblers een stevige reputatie als conservator van old-time erfgoed. Samen vormen ze een duo dat de muziek van acts als The Carter Family, de Blue Sky Boys en de Stanley Brothers ook jaren na dato levensvatbaar houdt. Beurtelings nemen ze daarbij de lead vocals voor hun rekening. Schwarz brengt zo ondermeer de aan het repertoire van de eerder al genoemde Blue Sky Boys ontleende traditional “Katie Dear”, het door hemzelf van muziek voorziene overgeleverde liedje “Soldier’s Farewell”, het Mississippi Sheiks-bluesje “Please Baby”, het door Maybelle Carter gepende “Lonesome For You, Darling” en de Johnny & Jack-classic “Lonesome”. Hawker stort zich van haar kant op een a capella-versie van gospeldeuntje “Salem’s Bright King”, brengt met Kari Sickenberger de op prachtig harmonieerwerk drijvende Kate Peters Sturgill-compositie “Poor Orphan Child”, blaast het via de Stanleys opgeraapte “Little Willie” nieuw leven in en tilt terloops ook Julie Mainers “Those Blue Eyes” uit de anonimiteit.

Twee prachtige stemmen, hemelse harmonieën en gedreven mandoline-, fiddle-, bas- en gitaarwerk van Ron Stewart, Peter Schwarz, Dirk Powell en de twee zelf resulteren hier in een gedroomd eindejaarscadeau voor elke liefhebber van traditioneel bluegrassmateriaal.

Ginny Hawker & Tracy Schwarz

Rounder Europe

 

 

HOTHOUSE FLOWERS

“Into Your Heart”

(Eleven Thirty Records)

(3.5) J J J J

 

Ik herinner het me nog even helder alsof het pas gisteren gebeurd zou zijn, dat moment waarop de Hothouse Flowers indertijd hun opwachting maakten als gastact op het Eurovisiesongfestival in Ierland. Toen hun “Don’t Go” hier voor het eerst door de huiskamer schalde was ik meteen verkocht. En door de jaren heen ben ik de groep – ondanks enkele wat mindere momenten - ook altijd trouw gebleven.

Net als Van Morrison opereren de Hothouse Flowers voornamelijk in Keltische soulwateren, maar in tegenstelling tot die man laten ze vrijwel altijd flink wat popelementen in hun oeuvre binnensijpelen en dat komt de aantrekkelijkheid van hun liedjes alleen maar ten goede. Weinig nieuws aan de hand eigenlijk op hun nieuwe CD “Into Your Heart”. Liam O Maonlai beschikt nog altijd over die prachtige gekweld-bezield klinkende stem en speelt ook nu weer een aardig potje harmonica, piano, Rhodes en Wurlitzer, Fiachna O Braonain neemt verder de gitaren en de achtergrondvocalen voor zijn rekening, Peter O’Toole zingt ook een mondje mee en beroert daarnaast als vanouds ondermeer de bassnaren en Dave Clarke tekent voor het drum- en percussiewerk. Dat levert dertien broeierige deunen op met ook nu weer als meest in het oor springende kenmerk de passionele voordracht van de man die door Bono ooit tot beste blanke soulzanger ter wereld werd uitgeroepen. Radiovriendelijke nummers als de op lekkere blazers drijvende eerste single “Your Love Goes On”, de knappe ballades “The End Of The Road” en “Magic Bracelets”, het behoorlijk poppy “Baby I Got You” en het een weinig aan Al Green herinnerende “Better Man” mogen hier ook nu weer op de nodige sympathie rekenen. Even verrassend als die eerste keer van weleer is het allemaal niet meer, maar het blijft wel bijzonder lekker…

www.hothouseflowers.com

 

 

JACKIE GREENE

“Sweet Somewhere Bound”

(Dig Music / Clear Spot)

(4) J J J J

 

Singer-songwriters willen nogal eens in de val van de zich na verloop van tijd aandienende eentonigheid trappen. Niet zo echter Jackie Greene. Die nu drieëntwintigjarige songsmid weet op de opvolger van het in 2002 verschenen “Gone Wanderin’” het hele veld gelegen tussen folk, country, roots en blues te bestrijken. Elk liedje leidt als een splijtende dieptepas tot een kans voor open doel en Greene laat er daarvan als een volleerde spits niet al te veel liggen. Opener “Cell Block #9” is zo een speels, op de Americanaleest geschoeid eerbetoon aan het adres van helden Cash en Haggard, in het ijzersterke “Honey I Been Thinking About You” blaast hij zich als een jonge Dylan harmonicagewijs in een vloek en een zucht permanent je onderbewustzijn binnen, met het introverte drietal “Alice On The Rooftop”, “Write A Letter Home” en “Sweet Somewhere Bound” herinnert hij – mede door het gruislaagje op zijn nochtans nog erg jonge stembanden - even aan de zachte kant van Ryan Adams, “I Don’t Care About My Baby” is lijzige akoestische blues en “Miss Madeline (3 Ways To Love Her)” grijpt terug naar de gouden Engelse folktraditie van weleer. En zo gaat het maar door! Vrijwel elk nummer op “Sweet Somewhere Bound” is er één dat zich middels kleine weerhaakjes een vaste stek tussen je oren verschaft. Greene schreef ze ook stuk voor stuk zelf. En naast de zangpartijen en de harmonicabijdragen bespeelt hij terloops ook nog de elektrische en de akoestische gitaar, de keyboards, de Hammond B-3, de mini-moog en de lap steel. Ja, zelfs het percussiewerk, de drums en de snare drum neemt hij occasioneel voor zijn rekening. En de productie stond hij bovendien ook slechts gedeeltelijk af aan David Houston. Druk baasje dus, die Greene. En eentje dat mits de nodige radio-aandacht in staat moet worden geacht om binnen afzienbare tijd een kloek publiek aan zich te binden. Warm aanbevolen!

www.jackie-greene.com

www.clearspot.nl

Amazon

 

 

ALISON KRAUSS & UNION STATION

“Lonely Runs Both Ways”

(Rounder Europe)

(4) J J J J

 

Eén van de meest intrigerende muzikale succesverhalen van het voorbije decennium is zeker dat van Alison Krauss. Hoe ze het bluegrassgenre met haar vernieuwende aanpak quasi vanuit het niets aan een alsmaar uitdeinende populariteit zou helpen, had werkelijk niemand ooit kunnen voorspellen. Maar aan elke medaille – hoe mooi ook – zit er een keerzijde. En dat zou ook Krauss al snel ondervinden. Door puristen werd ze zo de voorbije jaren geregeld teruggeloten omwille van wat zij noemden haar té poppy aanpak. En het lijkt alsof mooie Alison zich die woorden van haar fans van het eerste uur bij het inblikken van haar nieuwe CD “Lonely Runs Both Ways” indachtig is geweest. Zonder daarbij het roer al té brutaal om te gooien laten La Krauss en de haren op dat nieuwe album het bluegrasselement toch weer opmerkelijk nadrukkelijk in beeld komen. Zoals in de door Dan Tyminski gezongen cover van Del McCoury’s “Rain Please Go Away” of in de door Ron Block op de banjo en Alison zelf op de fiddle aangejaagde “My Poor Old Heart” bijvoorbeeld. Verder zijn uiteraard ook weer alle ingrediënten aanwezig om nu al van stevige verkoopscijfers te mogen dromen: de zo’n beetje tot haar handelsmerk uitgegroeide karakteristieke weemoedige ballades à la “Wouldn’t Be So Bad” van Gillian Welch en David Rawlings of Robert Lee Castleman’s “Gravity”, eerder als midtempo te bestempelen materiaal als “Restless”, de ook al door die Castleman gepende eerste single van de plaat, of Sarah Siskinds “Goodbye Is All We Have”, old-time stuff als Dan Tyminsky’s doorleefde lezing van Woody Guthrie z’n “Pastures Of Plenty” en één enkele sprankelende instrumental ook, de Jerry Douglas-compositie “Unionhouse Branch”.

Het blijft steeds weer een genot om doorgewinterde muzikanten als Krauss zelf (zang, viool), Jerry Douglas (dobro, lap steel), Dan Tyminski (zang, mandoline, gitaar), Ron Block (gitaar, banjo, national slide, zang) en Barry Bales (bas, zang) zo gedreven aan het werk te horen. Ondanks alle lofbetuigingen die hen door de jaren heen te beurt zijn blijven vallen willen ze hun succes duidelijk nog altijd verdienen en dat siert hen. Vandaar dat we “Lonely Runs Both Ways” hier ook graag weer met vier welverdiende sterren willen honoreren.

www.alisonkrauss.com

www.roundereurope.com

 

 

MAGNOLIA SISTERS

“Après Faire Le Boogie Woogie”

(Rounder)

(3.5) J J J J

 

Eerlijkheid gebiedt ons je te vertellen, dat we ons bij onze interesse voor de ons tot voor kort volslagen onbekende Magnolia Sisters aanvankelijk vooral door de aanwezigheid van Ann Savoy hebben laten leiden. Savoy (zang, gitaar, accordeon, gitaar, fiddle, banjo en mandoline) geniet hier vooral bekendheid als producer van de prachtige - aan respectievelijk cajun en creole & zydeco gewijde en met sterren bezaaide - compilaties “Evangeline Made” en “Creole Bred”. Maar met collega’s Jane Vidrine (zang, fiddle, gitaar en rubboard), Anya Schoenegge (zang en fiddle) en Lisa Trahan Reed (zang, bas, triangel en rubboard) vormt ze dus ook het enige - ons bekende - volledig uit vrouwen bestaande cajungezelschap. Gasten als Christine Balfa (gitaar, rubboard, banjo en ukelele) en Sarah Savoy (rubboard) bevestigen overigens die status alleen nog maar. Enkel “Mr. Sister” Kenny Alleman (drums) valt een weinig uit de toon.

Muzikaal gezien staan de Magnolia Sisters op “Après Faire Le Boogie Woogie” – hun derde CD al overigens - voor een knisperend potje cajunvermaak, dat in tegenstelling tot heel wat van zijn genregenoten ook wel eens bij niet-liefhebbers van deze zwaar accordeonbeladen muzieksoort zou kunnen aanslaan. Aanstekelijke dansdeunen als het via een prominent stompende bas en een elektrisch gitaarlijntje opgesnoven “Keep A Knockin’ (Tu Peux Cogner)”, de Texas Cajun van het door Trahan Reed wulps-hees gebrachte “Honky Tonk Boogie” en het Zydeco-fuifnummer “Nonc Adam (Uncle Adam)” worden op dat nieuwe album van de “zussen” afgewisseld met prachtige, letterlijk in zorgen gedrenkte melancholische ballades als “La Valse De La Vie (The Waltz Of Life)” en “Cher Willie (Dear Willie)”, en dat zorgt voor zeer lekker wegluisterende contrasten. Moet je beslist ook eens even checken! Loont echt waar zeer de moeite! De kans dat je na één enkele luisterbeurt ook “hooked” zal zijn lijkt ons bepaald niet gering.

www.magnoliasisters.com

www.roundereurope.com

 

 

EUGENE RUFFOLO

“The Hardest Easy”

(Oats Music)

(4) J J J J

 

Als er zoiets als gerechtigheid bestaat dan zal “The Hardest Easy” de toch al niet meer zo geringe populariteit van Eugene Ruffolo in deze kontreien weldra nog flink gaan aanzwengelen. De zoetgevooisde songsmid treedt wat ons betreft met zijn derde CD immers definitief tot het selecte kransje van groten in zijn genre toe. En zoals dat dan wel eens vaker het geval blijkt, diende de inspiratie voor dat nieuwe album zich even ongevraagd als ongewenst aan. Ruffolo bevond zich de jongste tijd vooral in het hoekje waar de rake klappen vallen. Met collega Vanessa Campbell ontviel hem zo bijvoorbeeld één van zijn dierbaarste vriendinnen. En bovendien liep ook zijn huwelijk op de klippen. De blues alom dus. En de pijn die elk van deze beide gebeurtenissen tot gevolg had loopt bijna als vanzelfsprekend zo’n beetje als rode draad doorheen zijn nieuwe album. Afscheid nemen en het hele repertoire aan gevoelens dat daarmee gepaard gaat is het centrale thema van de plaat. “Irreplaceable” is zo een hartverscheurend mooi laatste eerbetoon aan zijn onvervangbare metgezel Campbell. En het met respectievelijk Lucy Kaplansky en de Lennon-broertjes van Venice gebrachte tweetal “Poor Lonesome Me” en “The Hardest Easy” zullen elkeen die ooit met het verlies van een partner geconfronteerd werd tot tranen toe bewegen. Dit moet het zowat geweest zijn, wat Ry Cooder jaren geleden bedoelde toen hij het had over “Chicken Skin Music”. Werkelijk wonderschoon zijn verder ook het Beatle-eske “Run To You”, Ruffolo’s ode aan de universele zoektocht naar ware liefde “The Right Thing” – mét een zowel achter de piano als op vocaal vlak erg actieve Marc Cohn – en het confessionele “Nobody’s Baby”, de man ingegeven na een vlammende ruzie met zijn vriendin. Maar laten we wel wezen, eigenlijk doe je Ruffolo flink tekort door hier naar krenten in de pap te zitten vissen. “The Hardest Easy” is immers gewoon in zijn geheel een echte beauty van een singer-songwriter-popalbum. Zo eentje van het kaliber waarvoor ook de hier eerder al vernoemde Marc Cohn zijn hand niet zou omdraaien. Oorstrelend mooi, da’s het juiste woord…

www.eugeneruffolo.nl

www.vanleest.nl

(Binnen enkele weken!)

 

 

STEVE EARLE

“Live From Austin, TX”

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(3.5) J J J J

 

Binnen enkele dagen is het weer zover! Dan zakt “Hardcore Troubadour” Steve Earle naar stilaan bijna jaarlijkse gewoonte weer eens af naar ons land voor een optreden in de Brusselse AB. In afwachting daarvan is het nog even behelpen geblazen met de zopas verschenen CD- of DVD-registratie van een optreden dat hij vroeg in zijn carrière ten beste gaf voor de populaire Amerikaanse TV-show “Austin City Limits”. We schreven toen 12 september 1986 – ten tijde van het meesterlijke “Guitar Town” dus - en Earle gold als één van dé coming men van het ogenblik in Countryland. De manen waren nog wat langer, het T-shirt nog wat protseriger, er werden nog wat meer smoelen getrokken bij elke wat moeilijkere noot, kortom pose was de man niet helemaal vreemd. Zowel uiterlijk als muzikaal gezien was het allemaal nog een aardig eindje verwijderd van de Earle anno nu. Maar goed was het zeker al wel. Ruim vijfenzestig minuten lang rolt het ene knappe nummer na het andere uit de spreekwoordelijke hoge hoed. Daarvan blijkt er slechts één een cover te zijn. “From a pretty good hillbilly singer from New Jersey – Bruce Springsteen,” introduceert Earle dat liedje zelf. Het gaat natuurlijk om diens “State Trooper”. Verder zijn er klassiekers in wording als “Guitar Town”, “My Old Friend The Blues”, “Nowhere Road”, “Angry Young Man”, “Fearless Heart”, “The Devil’s Right Hand” en meer. Een beetje country, een beetje folk, een beetje rock, sterke teksten,… al alles wat hem later tot een heus rolmodel zou doen uitgroeien eigenlijk. En vandaar ook een leuke aanvulling voor elke zichzelf respecterende collectie.

www.austincitylimitsdvd.com

www.sonic.nl

 

 

BOB COLLUM & THE WELFARE MOTHERS

“The Boy Most Likely To…”

(Atomic Powered Records)

(3) J J J

 

In een co-productie met Pat Collier (Soft Boys, Robyn Hitchcock) leveren Bob Collum en z’n Welfare Mothers een zoveelste afdoend bewijs voor de stelling dat alt. country en Americana ook buiten de States perfect levensvatbaar zijn. “Think Wilco, Steve Earle, The Pernice Brothers,” introduceerde de dezer dagen in het Verenigd Koninkrijk gehuisveste Amerikaan zijn muziek zelf aan ons. En zodoende creëerde hij hoge verwachtingen. En die lost hij ook grotendeels in. Opener “Merry Go Round” en het meteen daaropvolgende “A Little Less Soul” zijn bijvoorbeeld meteen bingo: vlotte, met twangy gitaartjes doortrokken alt. country met dat typische Britse popgevoel eigen aan de jaren zestig. “Blue Enough” is vervolgens een aanstekelijke “valse trage”, grotendeels geënt op de soulvolle keyboardbijdragen van gastmuzikant Nick Muir van The Men They Couldn’t Hang. “The Joke’s On You” laat zich met name door de snareninbreng karakteriseren als rootsy Anglo-Americana, “Victim That You Need” is loepzuivere roots rock en “One Hundred Years” - van Gram Parsons en meteen ook de enige cover hier – en “Goodbye Walter” zijn springerige countryrock. Eén van de allersterkste nummers vonden wij de alt. country murder ballad “Murder In Arkansas”. Maar ook “Thrift Store”, dat bij momenten klinkt als de Beatles op de Americana-toer, het catchy tweetal “You Know (She Knows)” en “Less Than Predictable”, het Byrdsy “Safe & Sorry” en de folky (alt.) country van “Broken Down” mogen er best wezen. De conclusie? Een sympathiek schijfje!

www.bobcollumonline.com

 

 

ROBERT EARL KEEN

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(3.5) J J J J

 

Robert Earl Keen trad in totaal al vijf keer aan in de populaire TV-show Austin City Limits. En het laatste optreden van die reeks, ook alweer daterend van 22 augustus 2001, werd zopas in de “Live From Austin, TX”-reeks aan CD en DVD toevertrouwd. Onze aandacht gaat hier en nu uit naar de beeldversie daarvan. Daarin zien we een routineus zijn ding doende Keen aan het werk, die uiteraard voornamelijk materiaal van zijn in dat jaar verschenen CD “Gravitational Forces” ten gehore brengt. Johnny Cash z’n “I Still Miss Someone” bijvoorbeeld, een zeer mooie versie van Townes Van Zandts “Snowin’ On Raton” ook - met Bukka Allen prominent aanwezig op accordeon, de knappe, bijzonder rootsy adaptatie van de traditional “Walkin’ Cane”, zijn eigen klassieker “The Road Goes On Forever” – met lekker vet gitaarwerk van Rich Brotherton, het verstilde “Not A Drop Of Rain”, straf singer-songwriter spul als “Wild Wind” en het in tegenstelling tot wat zijn titel doet vermoeden (country)rockende “Goin’ Nowhere Blues”. Voorts ondermeer ook nog de pittige cajun rocker “Travelin’ Light” - gesigneerd Peter Case, kerstliedje “Merry Christmas From The Family” en de eerder klassieke country van “That Buckin’ Song”. Allemaal samen goed voor zo’n 84 minuten bijzonder leuk kijkvoer. Enkel het feit dat Keen door het zo goed als volledig ontbreken van bindteksten nauwelijks contact zoekt met zijn publiek en de vaststelling dat hij niet overal even stemvast is doen een weinig afbreuk aan zijn prestatie die avond. Maar je hoort ons niet echt mopperen! Je ziet Keen hier immers niet alle dagen passeren en in afwachting van de dag waarop het er toch nog eens van komt is dit ersatz van het betere soort.

www.austincitylimitsdvd.com

www.sonic.nl

 

 

NIKOS BRISCO

“Greek / Texan”

(Pluto Records)

(3.5) J J J J

 

Nikos Brisco trakteert je op zijn derde reguliere CD, de opvolger van het nog onder de naam Nick Brisco uitgebrachte “Damn The Possibilities”, op een portie oerdegelijke singer-songwriter stuff Grieks-Texaanse stijl. Als een volleerde worstelaar houdt hij in een intimistische setting van folk, blues en rock de werkelijkheid in een wurggreep. Zijn liedjes bezingen immers voornamelijk echte mensen in het echte leven. En vooral dan echte mensen met echte problemen nog. Problemen die zich enkel laten bekampen door risico’s te lopen die het gevaar inhouden om in nog grotere problemen verzeild te raken… Een nogal somber plaatje dus als uitgangspunt. En toch klinkt “Greek / Texan” integendeel juist hartverwarmend. De combinatie van Brisco’s schuurpapieren voordracht, akoestische en elektrische gitaren, bouzouki (Yep!), harmonica en accordeon levert tal van ingetogen beauties op. We noemen zo bijvoorbeeld het met Carol Turner gebrachte “Lilacs In The Wind”, de enige cover van de plaat, een beklijvende versie van de alombekende traditional “Knoxville Girl”, het rootsy “Roughneck’s Song” en de obligate Lone Star State-song “Gone To Texas”. Maar dat zijn slechts voorbeelden. Eigenlijk is “Greek / Texan” een album dat je gewoon in zijn totaliteit moet genieten. En zo hebben wij ze al bij al nog het liefst…

www.nikosbrisco.com

CD Baby

 

 

RALSTON

“Carwreck Conversations”

(Soft Butter Records)

(4.5) J J J J J

 

Zelden zo overdonderd geweest door een debuutplaat als door “Carwreck Conversations” van Ralston Bowles. Wat die jongeling uit Grand Rapids, Michigan op zijn visitekaartje presteert, is alleen heel groten gegeven. In een productie van Marvin Etzioni – ook de man achter Grey DeLisle – en in het gezelschap van ondermeer ook Eric Heywood (Son Volt, Rusty Truck / pedal steel), Danny McGough en David Raven (Shivaree / resp. keyboards en drums) en Lowen & Navarro (gastvocalen) laat deze voormalige finalist van de prestigieuze liedjeswedstrijd op het jaarlijkse Kerrville Folk Festival je van de ene verrassing in de andere vallen. Vooral de flair waarmee hij met woorden omspringt grenst aan het ongelooflijke. Zijn teksten zijn tegelijk zeer toegankelijk en herkenbaar en toch ook poëtisch en spitsvondig. Een combinatie die lang niet altijd even voor de hand liggend blijkt als dat hier het geval is. In een verstilde (Americana)versie van Mark Heards “What Kind Of Friend”, de opener en enige cover van de plaat, trekt hij zo elke vriendschap van in den beginne in twijfel, ook die van zichzelf. “You Already Knew That”, een knappe trage rootsrocker met lekker twangy gitaarwerk, waaraan het album ook zijn titel ontleende, draait rond “Carwreck Conversations”, gesprekken die onafwendbaar het einde van een relatie inluiden. En de ingetogen folk rocker “What About Me”, waarin pas echt goed opvalt hoe sterk die berookte stem van Bowles wel is – een soort van jonge Dave Alvin, zoiets - , heeft als thema de twijfel voor de eerste stappen in de liefde. Via de puntige roots/folk rock van “Everybody But You” (over afgewezen worden), “James Dean” (over de hoop op een snelle dood als het zover is) en “Being Young” (over zijn afgrijzen voor generatieconflicten) belanden we bij “Fragile”, een droom van een ballad, te situeren ergens tussen pakweg een Bruce Springsteen en een Rod Picott en zowat het ultieme excuus voor alle aangedaan leed. Schitterend zijn voorts ook nog “Grace”, door de inzet van respectievelijk een mandoline en een harmonica veruit het meest rootsgetinte nummer hier, en afsluiter “Draper”. Dat laatste rockertje is niet alleen de absolute climax van een an sich al bijzonder knap album, het biedt ook een verrassend inzicht in Bowles’ kijk op het leven.

“I don’t believe that I’m a cynic, I don’t believe I don’t believe,

I don’t believe that any slogan will bring anyone relief,

I just believe that I am moving toward learning how to fly,

I just believe that life is more than rehearsing how to die,”

luidt het daarin. Stof tot nadenken dus…

Deze eersteling is een absolute no risk disc. Doe er je voordeel mee!

www.ralstonbowles.com

www.pastemusic.com

CD Baby

 

 

SUSAN TEDESCHI

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(3.5) J J J J

 

Deze tweede DVD in de “Live From Austin, TX”-serie van New West Records is meteen ook de eerste gewijd aan een niet-Texaanse act. Het betreft de uit New England afkomstige blues-madame Susan Tedeschi, een regelmatige klant in de Austin City Limits-show. Net als bijvoorbeeld ook een Sue Foley of recent nog een Maggie Brown behoort Tedeschi tot de schare van vrouwelijke artiesten die in de voetsporen van de grote Bonnie Raitt de beperkingen van het bluesgenre trachten te ontlopen door het te kruiden met flink wat invloeden van buitenaf. Zo zien we haar tijdens dit op 17 juni van 2003 ingeblikte optreden ondermeer songs vertolken van Sly Stone (het funky “You Can Make It If You Try”), van Stevie Wonder (het gevoelvolle “Love’s In Need Of Love Today”), van Bob Dylan (het wat ons betreft nog het best als roots pop te omschrijven “Don’t Think Twice, It’s All Right”), van Koko Taylor (de funky blues van “Voodoo Woman) en van John Prine (de excellente, ook al in de uitvoering van Bonnie Raitt bekende uitsmijter “Angel From Montgomery”). Op haar best is ze in broeierige soulexercities als het titelnummer van haar jongste CD “Wait For Me”, het met echtgenoot Derek Trucks en Kofi Burbridge gepende “The Feeling Music Brings” (inclusief zo’n typische “Liefde-Voor-Muziek”-gospel break aan het einde) en het zwaar naar de jaren vijftig neigende “It Hurts So Bad”. Maar ook het puurdere blueswerk à la “Lost Lover Blues” – bekend van Bobby Blue Bland – en het ogenschijnlijk op iets van Little Richard geënte eigen nummer “I Feel In Love” mogen er best zijn. Liefhebbers van lekker smeuïg gitaarwerk, Bonnie Raitt-achtige zang en hyperkinetische B-3-escapades zullen met deze concertregistratie dan ook volop aan hun trekken komen.

www.austincitylimitsdvd.com

www.sonic.nl

 

 

THE FLATLANDERS

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Bij het dezer dagen wel erg actieve Amerikaanse rootslabel New West Records kwam enige tijd geleden iemand op het lumineuze idee om de voor de populaire TV-show Austin City Limits ingeblikte optredens op CD en DVD beschikbaar te stellen voor het grote publiek. Na een als introductie bedoelde verzamelaar zagen zo onlangs al DVD’s van Steve Earle, Robert Earl Keen, Susan Tedeschi en The Flatlanders het daglicht. Enkel de laatste van deze vier verscheen overigens niet op CD. De andere drie kan je je ook gewoon in de beluisterbare versie aanschaffen.

En net die Flatlanders nemen we hier en nu even onder de loep. Het betreft een op 21 juni van 2002, een kleine maand na het verschijnen van hun met heel omhaal aangekondigde “comeback-CD” “Now Again”, opgenomen set. Aangevuld met Rob Gjersoe (leadgitaar), Gary Herman (bas) en Rafael Gayol (drums) laten Joe Ely, Jimmie Dale Gilmore en Butch Hancock daarin ruim vijfenzeventig minuten een zeer relaxte indruk na. Op het programma stonden uiteraard voornamelijk de songs van het toen nog nieuwe album. Zo stoten we bijvoorbeeld op lekkere countryrockertjes als “My Wildest Dreams”, “Pay The Alligator” en “South Wind Of Summer”, de ballads “Goin’ Away” en “Now It’s Now Again” en poppy Americana singer-songwritermateriaal à la “Yesterday Was Judgment Day” en “You Make It Look Easy”, met elk van de drie heren beurtelings even in de kijker. Zijn meerwaarde haalt dit schijfje echter vooral uit de aanwezigheid van nummers als de energieke uitvoering van Terry Allen z’n “Gimme A Ride To Heaven” door Ely en de bijzonder swingende apotheose bestaande uit de traditional “Sittin’ On Top Of The World” en Townes Van Zandts “White Freight Liner Blues”, wellicht niet geheel toevallig nét die liedjes waarin Gjersoe zich even mag uitleven op zijn gitaar. En verder ontbreekt natuurlijk ook het klassieke “Dallas” niet.

De geluidskwaliteit van het geheel is uitstekend. En ook de manier waarop deze drie groten uit het Texaanse singer-songwritersgild in beeld worden gebracht mag gezien. Al bij al een zeer geslaagde eerste kennismaking met de “Live From Austin, TX”-reeks dus, die volop nieuwsgierig maakt naar de andere delen. Binnenkort meer…

www.austincitylimitsdvd.com

www.sonic.nl