ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2005

 

 

archief

 

januari     februari     maart     april     mei     juni     juli     augustus     september     oktober     november

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Bastard Sons Of Johnny Cash “Mile Markers”Lauren Sheehan “Two Wings”The Round Up Boys “Good Lookin’ Daddy!” - Tandy “Did You Think I Was Gone?”David Childers & The Modern Don Juans “Jailhouse Religion”Clare Burson “Idaho”Jefferson Pepper “Christmas In Fallujah”The Gibson Brothers “Red Letter Day”Wailin’ Elroys “Route 33”Michael Hill “The Vanishing Season”Barbara Kooyman “Undercover (The Songs Of Timbuk3)”TJ McFarland “Rosenbum’s Gin” - Ruth Minnikin “Marooned And Blue”Christina Kulukundis “Christina Kulukundis” - Ryan Adams “29”Korby Lenker “King Of Hearts”Kevin Pakulis “Yeah Yeah Yeah”Gas Money “22 Dollars”Enya “Amarantine” - Arty Hill & The Long Gone Daddys “Back On The Rail”Smokestack Lightnin’ “Home Cooking”Neil Diamond “12 Songs”Various Artists “Four Dead Batteries” (soundtrack) - Gary U.S. Bonds “In Concert”Bill Kirchen “King Of Dieselbilly” - Various Artists “Rockabilly Lives”The Orange Humble Band “Humblin’ (Across America)”Mississippi Queen “Did You Say Love?” - Dan Israel “Dan Israel”Various Artists “Hands Across The Water – A Benefit For The Children Of The Tsunami”Wrinkle Neck Mules “Liza EP” - Mark David Manders “Cannonball”The Kieran Ridge Band “Nothing Left To Lose” - Stillhouse “Through The Winter”The Mother Hips “Red Tandy EP”Brock Zeman “Songs From The Mud”Leslie Satcher “Creation”Will Webb “Room To Room” - Karyn Ellis “Hearts Fall”Daddy “At The Women’s Club”Spo-Dee-O-Dee “The Many Sides Of Spo-Dee-O-Dee”The Possum Trot Orchestra “The Possum Trot Orchestra” - Los Lobos “Acoustic En Vivo”

 

BASTARD SONS OF JOHNNY CASH

“Mile Markers”

(Emergent / 92e)

(4) J J J J

 

 

“Mile Markers”, het derde album van de Bastard Sons Of Johnny Cash, is op de keper beschouwd eigenlijk veeleer een solo-album van Mark Stuart, de man die als singer-songwriter van dienst al een klein decennium lang de lijnen uitzette binnen de groep uit San Diego. Hij liet zich voor die plaat omringen door een select groepje studiomuzikanten, dat het hem mogelijk maakte de eigen grenzen aardig te verleggen. In knapen als Mike Turner (gitaren), Greg Leisz (pedal steel, lap steel, dobro), Skip Edwards (orgel), Gabe Witcher (fiddle) en de ondermeer van Lucinda Williams en Dwight Yoakam bekende ritmetandem Taras Prodaniuk-Jim Christie vond Stuart de ideale buddy’s om zijn road songs tot leven te wekken. In die –overigens weer erg sterke - liedjes herinnert hij stemgewijs beurtelings een weinig aan John Mellencamp (“Borderline Of The Heart”), Bruce Springsteen (“California Sky”, “Night Comes Down”, “Are You Lonely Tonight”) en wijlen Waylon Jennings (“Austin Night”, “Radio Girl”, “Restless Heart”). Laat die namen je echter vooral niet misleiden! “Mile Markers” is gewoon één van de allermooiste countryrockplaten van het jaar. Een echte weldaad voor wie een subtiel twangend gitaartje en een zachtjes jammerende steel op zijn tijd wel ziet zitten.

Bastard Sons Of Johnny Cash

Miles Of Music

 

 

LAUREN SHEEHAN

“Two Wings”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Met “Two Wings” leverde Lauren Sheehan zopas zo ongeveer het perfecte verlengstuk af voor haar een kleine drie jaar geleden verschenen en door tal van rootsmuziek-connaisseurs razend enthousiast onthaalde debuutplaat “Some Old Lonesome Day”. Met als voornaamste troefkaart haar verleidelijke stem tackelt ze daarop materiaal van ondermeer Blind Willie McTell, A.P. Carter, Robert Johnson, Doc Watson en het duo Welch & Rawlings. Traditionele akoestische folk, country en blues vormen dus duidelijk de hoofdmoot van het ditmaal gebodene, maar ook gospel, ragtime en recenter te situeren materiaal komen aan bod.

Twee liedjes droeg Sheehan daarbij zelf aan. Het eerste, “Farewell Swallowtail”, is een akoestische gitaarinstrumental waarmee ze haar afscheid bezegelt van een schooltje dat ze zelf uit de grond stampte en tien jaar lang runde alvorens zich op een voltijdse carrière in de muziek te storten. Het tweede, eveneens een instrumental, is gewoon een speels banjoniemendalletje. En daarmee kregen we meteen ook de rest van Sheehans hand te zien. Naast een fabuleuze zangeres is ze immers ook een uitstekende gitariste en weet ze zich ook op de banjo meer dan aardig uit de slag te trekken.

Een vrijblijvende, maar aardig representatieve luistertip van onzentwege: haar heerlijk lijzige, vanuit een vrouwelijk perspectief gebrachte versie van Robert Johnsons “Kind Hearted Woman”.

Lauren Sheehan

CD Baby

 

 

THE ROUND UP BOYS

“Good Lookin’ Daddy!”

(Rhythm Bomb Records)

(3,5) J J J J

 

 

Een verse dosis vetkuivengeweld vanuit alweer niet de meest voor de hand liggende hoek. Voor “Good Lookin’ Daddy!”, na “Lift Off!” uit 2003 de tweede volwaardige longplay van The Round Up Boys, dienen we immers af te zakken naar de Duitse hoofdstad Berlijn. Daar doken Michael “Humpty” Kirscht (zang, gitaar), Michael Buschek (gitaar), Markus “Lucky” Lehmann (bas), Torsten Peukert (drums) en Axel Praefcke (gitaar) in het voorjaar van 2004 een aantal keren de ondertussen stilaan een serieuze underground-reputatie genietende Lightning Recording Service-studio in om hun nieuw materiaal voor het nageslacht te vereeuwigen. Het resultaat van die inspanningen is een schijf barstensvol onweerstaanbare rock & roll en rockabilly, die klinkt alsof ze ergens aan het eind van de jaren vijftig in de één of andere leegstaande garage of afgelegen schuur aan de andere kant van de oceaan werd ingeblikt. Authentieker kan haast niet!

Vanaf de van in de verte een weinig aan iets van Chuck Berry verwante opener, het op een gemeen gitaartje voortboppende “I’m On My Way” weet je meteen ook wat je hier te wachten staat. En dat is één groot feest voor oren en benen. It’s party time, ladies and gentlemen, party time… Stilzitten blijkt zo goed als onmogelijk bij sprankelende deuntjes als het jachtige “I’m Outta Here”, “Amarilla”, het met een vette sax opgewaardeerde titelnummer, “Make It Allright”, “Don’t Cry I’ll Be There” en aanverwanten.

En wat het allemaal nog een beetje indrukwekkender maakt, is dat de vijf jonge Duitsers zich vooral bedienen van eigen materiaal. Enkel het tweetal “The Blues Kept Knockin’” en “Bad Baby Doll” waggelt hier rond als de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt, voor de overige veertien nummers tekenden Michael Kirscht en Axel Praefcke.

The Round Up Boys

Rhythm Bomb Records

 

 

TANDY

“Did You Think I Was Gone?”

(Yellow Slipper)

(4) J J J J

 

 

 

In tegenstelling tot wat velen met ons dachten en wellicht nog altijd denken ontleende het uit New York afkomstige Americana-collectief Tandy zijn naam niet aan de gelijknamige elektronicaketen, maar aan één van de personages uit de roman “Winesburg, Ohio” van Sherwood Anderson. Het zegt natuurlijk lang niet alles over zanger-gitarist Mike Ferrio en de zijnen, maar toch. Oppervlakkigheid lijkt aan deze knapen alvast duidelijk niet besteed. ’s Mans teksten puilen zo bijvoorbeeld uit van de spitsvondigheden zonder daardoor ook maar ergens of maar even geforceerd over te komen. Vergelijk het maar met wat een Dylan of een Prine of zo óók vermogen. Wat de muziek betreft komen daar trouwens nog wel wat referentiepunten bij. The Band bijvoorbeeld. The Byrds ook wel. En Wilco niet te vergeten. Vertrokken wordt ook door die van Tandy duidelijk vanuit akoestisch opgevatte folk rock en Americana, maar door het bezigen van instrumenten als keyboards, elektrische gitaren en tal van strijkers kan het daarna nog lekker alle kanten uit. Een door Larry Campbell op de slide knap richting blues gestuwd streepje Americana als “Healer” kan daardoor perfect zij aan zij met een funky deun als het samen met maatje Malcolm Holcombe gebrachte “Misery Boys” en ingehouden, door Ferrio’s heerlijk gruizige zang en dito harmonicawerk enigszins bezwerend aandoende rootsrockers als “I’m The Werewolf” en “Bait” steken ook allesbehalve af tegen een duidelijk door Dylan en de Byrds beïnvloede folkrockparel als “On A Hill” of tegen een tegen jazz aanleunende ballad als “Evensong”. Variatie troef hier met andere woorden. En precies dat maakt wat ons betreft van het voor het overige wel behoorlijk eigenzinnige “Did You Think I Was Gone?” de sterke plaat die het is.

Tandy

Lucky Dice

 

 

DAVID CHILDERS & THE MODERN DON JUANS

“Jailhouse Religion”

(Little King Records / Lucky Dice Music)

(4,5) J J J J J

(Releasedatum: 17 januari 2006)

 

 

 

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Om zijn vrouw en kinderen een stabiel gezinsleven te kunnen blijven garanderen glipt de in Mt. Holly, North Carolina residerende David Childers overdag weliswaar nog zonder al te veel gemopper in de huid van gladde jongen en succesvol advocaat, maar als de avond valt dan houdt hij het niet meer, dan krijgt zijn alter ego steevast de overhand. Dan moet de Dr. Jeckyl in de man lijdzaam toezien hoe zijn Mr. Hyde-kant bijzonder passioneel een carrière als singer-songwriter ambieert. En van langsom met meer succes trouwens. Vooral dankzij zijn laatste CD, wellicht niet geheel toevallig ook zijn eerste met zijn huidige band de Modern Don Juans, “Room 23”, wist Childers zich in één klap van een prominente stek binnen het huidige Americana-gebeuren te verzekeren. En het moet al vreselijk fout lopen wil “Jailhouse Religion” niet al het goede wat naar aanleiding van die voorganger over de beste man verteld en geschreven werd bevestigen. Wat Childers doet is immers behoorlijk uniek. Aan zo diverse stijlen als (rock &)roll, country, bluegrass, Americana en soul ontleent hij inspiratie voor een muzikale gumbo die inzake intensiteit amper haar gelijke kent. Als kind al raakte Childers via de zwarte huishoudster van zijn ouders gefascineerd door de muziek van kleurlingen als een Little Richard en een Fats Domino. Van hen leerde hij, dat zingen zoveel meer bevrediging schenkt als je je hele ziel en zaligheid in je muziek durft te leggen. En zo geschiedde dus ook! Childers schreeuwt, hij gromt, hij perst pure soul uit zijn strot – hij laat je hoe dan ook werkelijk geen moment onberoerd. Voeg daar nog aan toe, dat hij tekstueel gezien een stuk verder reikt dan “your average Americana” en dat hij in de Modern Don Juans over een bepaald niet op een druppel zweet meer of minder kijkend stel begeleiders beschikt, en het zal je niet langer verwonderen waarom wij deze knaap en zijn muziek echt op handen dragen.

Zoeken naar hoogtepunten hoort op een kanjer van een plaat als deze eigenlijk niet, maar we kunnen het gewoonweg niet laten… Als de allervetste krenten in de pap onthielden wij vooral de gedreven countryrocker “George Wallace”, de als een ontspoorde trein zonder erbarmen richting een hulpeloos zijn lot afwachtend station voortdenderende rootsrocker “No Pool Hall”, het met een stevige lik R&B afgewerkte “Strayaway Child”, het met een streepje Zuiders blaaswerk tot “border music pur” opgewaardeerde “Roadside Parable”, de bluegrass van “Chains Of Sadness”, het in een poel van onversneden soul gedrenkte (en werkelijk hartverscheurend mooie) “Bottom Of My Bottle” en het titelnummer. Voor dat laatste zocht en vond Childers inspiratie tijdens een bezoek aan een zwaar bewaakt gevangeniscomplex, waar een cliënt van hem, een ter dood veroordeelde geestelijk gehandicapte moordenaar gelaten zijn straf afwachtte. (Een straf die dankzij onze man alsnog verworpen zou worden…)

David Childers

Lucky Dice Music

 

 

CLARE BURSON

“Idaho”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Liefde op het eerste gehoor??? Het bestaat dus echt, hè! We weten het nu wel zeker! Amper vijf liedjes – maar dan wel van een regelrecht ontwapenende schoonheid – heeft de vanuit Nashville, Tennessee resoluut aan de weg timmerende Clare Burson nodig gehad om er ons van te overtuigen, dat ze het wel eens héél erg ver zou kunnen gaan schoppen. Het in eigen beheer uitgebrachte EP’tje “Idaho” – de opvolger van de volledig ten onrechte onder onze nochtans immer alerte radar door gevlogen EP “Undone” en het bijzonder fraaie “The In-Between” – presenteert haar als een met een heerlijke melancholische stem en een in pure poëzie gedrenkte pen gezegende ster-in-wording van het kaliber van bijvoorbeeld een Patty Griffin of een Mindy Smith. Bij het inblikken van de songs erop vond ze in producers-muzikanten David Henry (Cowboy Junkies), Lex Price (Mindy Smith), Neilson Hubbard (Matthew Ryan, Garrison Starr) en Fognode (Cortney Tidwell) en andere uiterst getalenteerde collegae als Dave Jacques (bas), Brian Bequette (accordeon en bas) en Daniel Tashian (drums) bovendien ook zo ongeveer de ideale medestanders. Het resultaat zijn vijf rootsy popliedjes die je keer op keer opnieuw zal willen blijven beluisteren. Met name het aparte walsje “Long After Midnight” (Een echte moordsong!), het beklemmende “Blue Pearl” en het voorzichtig aan Joni Mitchell in haar topdagen herinnerende “Pull Me Closer” zullen je niet zo snel meer willen loslaten.

“Idaho” is trouwens de eerste in een reeks van drie limited edition-EP’s, die fungeren als voorbode van Bursons in de lente van volgend jaar te verschijnen nieuwe CD, die zal luisteren naar de titel “The Imperfect Waltz”.

Clare Burson

CD Baby

 

 

JEFFERSON PEPPER

“Christmas In Fallujah”

(American Fallout Records)

(3) J J J

 

 

 

“Christmas In Fallujah”, het plaatdebuut van de Amerikaan Jefferson Pepper, is ondanks een toch wel behoorlijk nadrukkelijk in die richting wijzende titel absoluut geen kerstplaat. Over een bonte muzikale lappendeken, waarin naast flarden folk, country en bluegrass ook flink wat elementen uit (roots)rock en punk verwerkt zitten, drapeert de beste man een aantal messcherpe commentaren op misstanden in zijn eigen land en ook ver daarbuiten. Daardoor krijgt het allemaal iets van een klassiek protestalbum. Dat Pepper precies “This Land Is Your Land” van wijlen Woody Guthrie een punky rootsrockjasje aanmeet komt dan ook niet echt als een verrassing meer. Naast een eigenzinnige lezing van de bluegrass traditional “Soldier’s Joy” zal je verder overigens geen vreemd materiaal meer aantreffen op dit album. Het is integendeel juist met twaalf eigen nummers, dat Pepper er ons tracht van te overtuigen, dat we wel degelijk rekening met hem zullen moeten gaan houden in de nabije toekomst. Tot de sterkere daarvan behoren ondermeer de vanuit het standpunt van een rouwende soldatenmoeder geschreven Americanadeun “Why?”, het zeer fraaie, openlijk politiek geladen titelnummer, de dreigende rootsrocker “Armageddon For Sale” en de melodieuze powercountry van “Interstate Highway”, waarin de collectieve rusteloosheid van de Amerikanen flink op de korrel wordt genomen.

American Fallout Records

CD Baby

 

 

THE GIBSON BROTHERS

“Red Letter Day”

(Sugar Hill / Munich)

(5) J J J J J

(Releasedatum: 24 januari 2006)

 

 

Liefhebbers van bluegrass en old time string music laten zich in grote lijnen in drie categorieën onderverdelen. Een eerste groep vormen zij die zich tot het genre aangetrokken voelen door de alsmaar uitdijende meute jonge honden die er de voorbije jaren een frisse wind doorheen lieten waaien door er - weliswaar met het nodige respect voor traditionele waarden – met veel branie het oubollige uit te drijven. We denken dan aan acts als de Hackensaw Boys, de Foghorn Stringband, Old Crow Medicine Show en Chatham County Line. Lijnrecht daar tegenover staan de traditionalisten in hart en nieren, die wars van elke vernieuwing trouw blijven zweren aan hun helden van weleer. En dan heb je nog de voortdurend aan belang winnende derde groep afficionados, die graag van de twee walletjes eet. En het is precies tot deze laatste, dat wij onszelf graag mogen rekenen. Respect voor de Ralph Stanleys, de Del McCoury’s, de Doyle Lawsons en co van deze wereld, maar evengoed chapeau voor de jonge wilden die bluegrass en aanverwanten ook in het nieuwe millennium een gegarandeerde kans op overleven bieden.

Niet alle jongeren voelen zich trouwens per definitie ook geroepen om bluegrass te vernieuwen. Het beste voorbeeld om die uitspraak kracht mee bij te zetten vormen wellicht de Gibson Brothers. Met “Bona Fide” en “Long Way Back Home”, hun eerste twee albums voor het gerenommeerde Sugar Hill Records, lieten de nog geen jaar van elkaar in leeftijd verschillende broers Eric en Leigh Gibson hier al een behoorlijk verpletterende indruk na, maar hun kortelings te verschijnen nieuwe “Red Letter Day” is zo mogelijk nóg beter. Daartoe gedwongen door personeelswijzigingen binnen hun eigen band – mandolinevirtuoos Marc MacGlashan vertrok immers – zagen de twee zich genoodzaakt om voor de opnames van dat nieuwe schijfje elders naar begeleiders te gaan zoeken en kwamen zo ondermeer bij Ronnie McCoury (mandoline) en Jason Carter (fiddle) van de Del McCoury Band, steelgitarist Russ Pahl, percussionist Sam Zucchini, Josh Williams (mandoline) en Andrea Zonn (zang) terecht.

Naast hun naar goede gewoonte weer verbluffend mooie samenzang springt op “Red Letter Day” vooral ook de enigszins verrassende songkeuze meteen in het oog. Wat bijvoorbeeld te denken van bluegrass-benaderingen van het vooral in de versie van de Stones bekende “It’s All Over Now” en Ray Charles z’n “I Got A Woman”? En dan hadden we het nog niet over een stel liedjes van in Americana-middens doorgaans op handen gedragen artiesten als een Kieran Kane (“One Raindrop”), een Bruce Robison (het titelnummer) en een Chris Knight (“If I Were You”). Neen, dan zijn dingen als “Lonesome Number One” van Don Gibson en de traditionals “The Prisoner’s Song” en “Twenty-One Years” toch duidelijk meer voor de hand liggende dingen. Zelf dragen de broertjes respectievelijk drie (Leigh) en twee (Eric) nieuwe songs aan. En daarvan is het gevoelige, aardig richting country overhellende “We Won’t Dance Again” – door Eric gebracht samen met gastvocaliste Andrea Zonn – wat ons betreft veruit de beste.

The Gibson Brothers

Sugar Hill Records

 

 

WAILIN’ ELROYS

“Route 33”

(Rhythm Bomb Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Nu Wayne Hancock en de jongste van de Three Hanks alsmaar minder vaak thuis geven of op z’n minst wat betreft de aanvoer van nieuw plaatwerk nadrukkelijk het “dolce far niente-principe” blijven huldigen komt “Route 33”, na het hier eerder al bejubelde “Cheap Motel” de tweede van het vanuit Athens, Ohio actieve viertal de Wailin’ Elroys, zo ongeveer als een waar godsgeschenk. Net als genoemd tweetal beschikt Bram Riddlebarger, het kopstuk van dat collectief, immers over dat karakteristieke nasale stemgeluid dat steevast tot vergelijkingen met wijlen Hank I leidt. En net als zijn een stuk bekendere spitsbroeders laat de beste man werkelijk geen gelegenheid onbenut om samen met zijn fantastische gitarist “Preacher” Zeb Dewar, zijn pedal steel-rechterarm Johnny Borchard en zijn “doghouser” Justin Rayner het honky-tonk-gebeuren van weleer met een snuif actualiteit – lees: een aanpak met ballen - te kruiden en het zo frisser dan ooit te presenteren. En dat gebeurt hoofdzakelijk met eigen materiaal. Enkel het mistroostige, uit “luduvuduh” geboren en bij Wayne Walker geleende “All I Can Do Is Cry” vormt wat dat laatste betreft een uitzondering.

Op hun best zijn Riddlebarger en de zijnen wat ons betreft als ze lekker swingend uit de hoek komen. Een mooi voorbeeld om dat gevoel mee te onderbouwen is het als een bezetene aan zijn kettingen snokkende openingsnummer “Scaredy Blues”, waarin Dewar zijn voorman gitaargewijs aardig achter de veren zit in de schemerzone tussen honky-tonk en rockabilly. Maar ook het een stuk relaxter neergelegde titelnummer over die andere – maar “half zo bekende” – autoweg, het met een aan Johnny Cash herinnerend ritme gezegende “Someone Picked My Flower”, het hortend en stotend gebrachte “Because Of You (I’m Drinking Again)” of het lekker gemeen klinkende “Werewolf Boogie” zijn ijzersterke op de traditionele countryleest geschoeide songs.

Als het allemaal een stuk trager gaat en hartzeer de bovenhand krijgt, valt bovendien meteen op dat Riddlebarger ook nog eens gezegend is met dezelfde heerlijke snik in de stem waarmee zijn grote voorbeeld Hank Williams zich ooit van eeuwige roem wist te verzekeren. We denken dan aan door een quasi dronken voortwaggelende steelgitaar begeleide slepertjes als “Keep My Feet On The Ground”, “No Honey In The Hive” of “It Ain’t Like You Said”.

En al hebben we er dan ook nog zo lang mee gewacht om er mee voor de dag te komen, misschien moesten we in onze jaarlijstjes-sectie het countrygedeelte dus toch nog maar eens gaan herbekijken. De door de Wailin’ Elroys op “Route 33” gebrachte juke joint hillbilly behoort immers ontegensprekelijk tot het beste wat we in dat genre dit jaar op onze schrijftafel hebben weten belanden. Warm aanbevolen alleszins!

Wailin’ Elroys

Rhythm Bomb Records

CD Baby

 

 

MICHAEL HILL

“The Vanishing Season”

(MPH Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

 

2005 was een bijzonder goed jaar wat betreft de omvang van het muzikale aanbod vanuit de hoek waarop wij hier de blik voortdurend gefocust trachten te houden. We werden bij momenten echt overstelpt met goede nieuwe spullen. Toch was het ook lang niet al rozengeur en maneschijn dit jaar. Met groepen als Sixteen Horsepower en Slobberbone zagen we immers ook enkele van onze favoriete acts de handdoek in de ring gooien. Maar laat ons daardoor alstublieft vooral niet aan het doemdenken slaan. Wellicht zal dat immers wel weer aanleiding gaan geven tot een hele stroom aan solo-uitingen of nieuwe projecten. Hebben we toch weer iets om naar uit te kijken…

Michael Hill, het eigenlijke onderwerp van deze recensie, had Slobberbone bovendien al eerder de rug toegekeerd. “The Vanishing Season” is zelfs al zijn derde CD na zijn dagen bij die groep en bij 12lb Test. En daarop komt hij – het moet gezegd – bijzonder fris uit de hoek. In het goede gezelschap van Nancy K. Dillon (zang), Dylan Rieck (cello), Teo Benson (viool) en Jim King (drums) gebruikt hij alt. country nog wél als uitvalsbasis, maar met name (roots) rock en pop gaan daarin een alsmaar belangrijkere rol spelen. In de attractieve opener “One More Song” schuilen zo bijvoorbeeld duidelijk sporen van zowel de Monkees als Badfinger, het daaropvolgende “The Evening Land” is een de luxe twangrockertje, het melancholische “Fair Weather Friend” leunt aan bij de ballads waarmee de Everly Brothers zich de eeuwigheid in wisten te croonen en “Word Gets Around” twijfelt nerveus tussen roots rock en power pop. “Until You Gave The World To Me” is vervolgens een droom van een rootspop-sleper, met het snedige “Go Down Swinging” belandt Hill even in het kielzog van Tom Petty, in titelnummer “The Vanishing Season” doet hij het als het ware om het af te leren ook nog eens bezadigd akoestisch en “My Destination” is een van folk en gospel doordrongen duet met Nancy K. Dillon.

Al bij al gewoon een prima album!

Michael Hill

Miles Of Music

 

 

BARBARA KOOYMAN

“Undercover”

(The Songs Of Timbuk3)

(Sparrows Wheel)

(3,5) J J J J

 

 

 

Terwijl het gros van haar landgenoten wellicht op de luie krent van een bijkomende vrije dag genoot of ergens het een of andere stereotiepe feestje bouwde, dook Barbara “K.” Kooyman op 4 juli van dit jaar samen met producer Wolfgang Pracht ergens in Austin, Texas onder in haar verleden bij Timbuk3. Eén dag volstond voor de zangeres ruimschoots om tien songs uit de rijk gevulde catalogus van de groep die ze jarenlang met haar ex-wederhelft Pat MacDonald vormde op te diepen en daarbij enkel gewapend met haar door de jaren aangenaam verweerde stem en een akoestische gitaar live - geheel en al zonder overdubs dus – een nieuw jasje aan te meten. Daarmee kwam ze niet alleen tegemoet aan de roep van een schare loyale fans die reeds geruime tijd op een dergelijk album hadden aangedrongen, maar vond ze ook het in haar ogen ideale middel om de momenteel een harde overlevingsstrijd voerende publieke radiostations in haar land een hand te reiken. (Wie het album koopt via de website van Sparrows Wheel schenkt op die manier immers rechtstreeks vijf dollar aan een radiostation naar keuze!)

Overigens kiest Kooyman daarbij zeker niet voor de gemakkelijkste weg. De grootste Timbuk3-hits worden bijna zonder uitzondering vakkundig ontweken. Geen “The Future’s So Bright I Gotta Wear Shades” dus hier, geen “Too Much Sex, Not Enough Affection”, geen “Life Is Hard”, geen “Standard White Jesus”. De bekendste nummers die we voor de kiezen krijgen zijn “Big Shot In The Dark”, “Welcome To The Human Race” en – wellicht ingegeven door de dag waarop het geheel werd ingeblikt – “National Holiday”.

Het resultaat van Kooymans inspanningen klinkt over het algemeen zeer bevredigend. “Undercover” verdient zelfs het predikaat een goede tot zeer goede singer-songwriterplaat te zijn. Van slijtage met betrekking tot het materiaal is alleszins hoegenaamd geen sprake. De liedjes van MacDonald en Kooyman klinken hier in al hun akoestische naaktheid eigenlijk gewoon verbluffend goed.

Sparrows Wheel

CD Baby

 

 

TJ McFARLAND

“Rosenbum’s Gin”

(Explosive Records)

(4) J J J J

 

 

 

Geboren en getogen in Oklahoma, maar de Red Dirt State inmiddels wel ontvlucht om in het Westen – in L.A. meer bepaald – een muzikale droom te gaan najagen, dat is in het kort de story so far van de jonge singer-songwriter TJ McFarland. Een opzet waar hij binnen afzienbare tijd best wel eens in zou kunnen slagen ook trouwens. Als je als youngster de vaste begeleiders van zowel Lucinda Williams als van Dwight Yoakam zo zot krijgt om op je plaat mee te komen doen, dan mag je ervan uitgaan dat je effectief iets in je mars hebt en dat je goed bezig bent ook. Knapen als een Keith Gattis, een Skip Edwards, een Taras Prodaniuk en een Doug Pettibone laten zich immers niet zomaar voor om het even welke kar spannen. En een studiolegende als gitarist Waddy Wachtel al helemaal niet. Laat er vanaf nu dus maar vooral geen twijfel meer over bestaan: deze jongeling barst gewoon van het talent.

Country is overduidelijk McFarlands ding. Maar binnen dat genre blijkt bij hem nog verdomd veel mogelijk. Het ene moment rockt hij met een vette knipoog richting de Stones zijn weg doorheen iets als “Bullhorns On A Cadillac”, het andere roept hij met een folky verhaaltje à la “Sweet Little Melody Jane” even trefzeker Dylan in herinnering of twangt gewoon een aardig eindje weg zoals in het daadwerkelijk als een locomotief onder stoom over zijn rails voortdenderende “Ride This Train”. Maar ook een ingetogen streepje rootsrock (“Wherever’s After Crazy”) en wat Americana (titelnummer “Rosenbum’s Gin”) behoren volop tot de mogelijkheden. En het is precies die veelzijdige aanpak die van “Rosenbum’s Gin” het sterke geheel maakt dat het is. Je krijgt hier hoegenaamd geen seconde de tijd om je te vervelen!

TJ McFarland

Explosive Records

Miles Of Music

 

 

RUTH MINNIKIN

“Marooned And Blue”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Mocht je toevallig nog op zoek zijn naar een last minute-kerstpresentje voor een rootsmuziekminnende naaste, dan is dit een tip uit de duizend. Tevredenheid gegarandeerd! Ruth Minnikin – de zus van Gabriel inderdaad, met wie ze ooit ook nog deel uitmaakte van de toch wel vrij zwaar onderschatte Guthries – levert met haar tweede CD “Marooned And Blue” immers een echte droomplaat af. Met haar frêle, beurtelings aan Laura Cantrell en aan Natalie Merchant herinnerende stem tilt ze de tien nieuwe eigen liedjes daarop naar bij momenten echt duizelingwekkende hoogten. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het op ingetogen wijze op een bedje van pedal steel- en banjoklanken geserveerde “Old Faithful”, het schoorvoetend twangende “Behind Bars”, het in weerwil van zijn titel aardig in de buurt van de meesterlijke folkrock van 10,000 Maniacs belandende “Honky Tonk”, de dan weer net wél uit een groot countryhart geboren tranentrekker “This Heavy Heart”, het breekbare “Nose, Eyes And Fingers” – Voor ons zondermeer één van de mooiste liedjes van het jaar! – of de al even subtiel gebrachte “country pur” van afsluiter “My Way With Words”. Na één luisterbeurt ben ook jij geheid verkocht! Ergens tussen (alt.) country, folk(rock) en Americana verricht Ruth Minnikin voortdurend kleine wondertjes. De inbreng van een aantal voor het gebrachte genre minder voor de hand liggende instrumenten als bellen, basklarinet en French horn verlenen aan haar sowieso al ijzersterke liedjes bovendien ook nog eens een heel apart cachet. Echt innemend mooi allemaal!

Ruth Minnikin

 

 

CHRISTINA KULUKUNDIS

“Christina Kulukundis”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Van een droomdebuut gesproken! De dezer dagen in Engeland verblijvende Amerikaanse met louter op haar naam afgaande Griekse roots Christina Kulukundis levert onder de productionele hoede van de hier sinds zijn tweede CD “Mockingbird” zelf ook al enig aanzien genietende Schots-Amerikaanse singer-songwriter David Ogilvy een bijzonder veelbelovend visitekaartje af. Aan zeven van de dertien liedjes daarop schreef de jonge zangeres ook zelf mee. De overige zes zijn covers van “Do What You Gotta Do” van de legendarische Jimmy Webb, Shelby Lynne’s “Lookin’ Up”, de traditional “Sunshine In The Shadows”, Neil Young z’n “Only Love Can Break Your Heart”, “If I Needed You” van Townes Van Zandt en Ben Harpers “Waiting On An Angel”. Stuk voor stuk krijgen die – zondermeer van een gezonde dosis goede smaak getuigende – songs door Kulukundis op geheel natuurlijke wijze een folky countryjasje aangemeten, waarbij er volop ruimte blijkt voor instrumenten als mandoline, dobro, banjo en ukelele. Het zijn echter vooral de zich in hetzelfde vaarwater ophoudende liedjes en de stem van Kulukundis zelf die de show hier stelen! Wat die laatste betreft strandt ze ergens – Nou ja… - tussen pakweg het breekbare van een Nanci Griffith en het zwoel-krachtige van een Carole King of een Shelby Lynne. Zalig gewoon! Echt een vrouw naar ons hart!

Christina Kulukundis

 

 

RYAN ADAMS

“29”

(Lost Highway / UMG)

(3) J J J

 

 

Ryan Adams blijkt een man van zijn woord. Hij had ons na het magistrale tweetal “Cold Roses” en “Jacksonville City Nights” nog voor het einde van het jaar een derde nieuwe CD beloofd en met “29” doet hij die belofte ook effectief gestand. In tegenstelling tot die twee vorige albums is “29” overigens weer gewoon een soloplaat. Adams zette zijn Cardinals – Tijdelijk? – op non-actief om in zijn eentje resoluut voor een stukken introspectievere plaat te kunnen gaan. Met wisselend gevolg jammer genoeg. Het enthousiasme dat hij hier met “Jacksonville City Nights” genereerde zit er dus ditmaal zeker niet in. Aan de voor hem positieve kant van de balans bevinden zich met “Twenty Nine”, “Strawberry Wine”, “Carolina Rain”, “The Sadness” en “Voices” wat ons betreft amper de helft van de gebrachte nummers. Het voor het album atypische titelnummer koppelt ingehouden rockend de verbetenheid van wijlen John Lennon aan muziek schatplichtig aan andere instituten als de Grateful Dead en Canned Heat, “Strawberry Wine” is gewoon een beeldschoon rêverietje, “Carolina Rain” een aan zijn hoogdagen bij Whiskeytown herinnerende alt. country-sleper, “The Sadness” een zwaar naar het dramatische overhellende, met Spectoriaanse twang beladen duistere ballade en het afsluitende “Voices” een al even beklemmend stukje singer-songwriterspul.

Over de rest van deze plaat zijn wij een flink stuk minder te spreken. Het is een overduidelijk teveel aan ballades als het licht jazzy “Nightbirds”, het melige, naar zijn einde toe nagenoeg in de strijkers verzuipende “Blue Sky Blues” of het behoorlijk naakt gebrachte “Starlite Diner” dat “29” naar onze bescheiden mening een weinig nekt. Van iemand als Ryan Adams verwachten wij gewoon net dat ietsje meer. Maar dat is klaarblijkelijk buiten zijn wispelturigheid gerekend…

Ryan Adams

Lost Highway

 

 

KORBY LENKER

“King Of Hearts”

(Singular Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

“King Of Hearts”, Korby Lenkers zevende plaat in amper vijf jaar tijd, vertoont nog maar weinig raakpunten met zijn laatste album onder eigen naam, het machtige “Bellingham Road” uit 2004. Het nog duidelijk bluegrass-georiënteerde materiaal daarop heeft plaats moeten ruimen voor een vastberaden blik richting pop en rock. Op zoek naar aanknopingspunten menen wij bijvoorbeeld de toegankelijkere passages in het recentere werk van Wilco en de Ryan Adams van ten tijde van “Gold” te mogen noemen.

Met zijn gloednieuwe begeleidingsgroep, de Brave Band, scheurt Lenker het ene moment aan een meer dan behoorlijke vaart doorheen melodieuze rockertjes als “Billygoat” en “Bored” om je het volgende even genadeloos te overvallen met hartverscheurend mooie ballades à la “Wandered Out Too Far”, het met een subtiel aangebracht laagje lap steel afgewerkte “No Don’t Know” of de absolute stand-out van de plaat, het in melancholie zwelgende “Angel Of Mercy”. Toegegeven, het was aanvankelijk ook voor ons allemaal even wennen, maar eenmaal van die prille verbazing bekomen, konden we toch weer niet anders dan vaststellen dat Lenker een echte kanjer van een songsmid is. En “King Of Hearts”? Tja, dat is zo’n echt ouderwets groeibriljantje, dat met het door zijn nerveuze ritme voorzichtig aan iets van de late Cure herinnerende “Come Closer” wat ons betreft zelfs een potentiële hit in de rangen telt.

Korby Lenker

CD Baby

 

 

KEVIN PAKULIS

“Yeah Yeah Yeah”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Een album dat hier al een poosje gewoon lag rond te slingeren en dat wij eigenlijk volkomen ten onrechte een beetje uit het oog waren verloren is “Yeah Yeah Yeah”, het debuut van de vanuit Tucson, Arizona actieve singer-songwriter Kevin Pakulis. ’s Mans eersteling is immers wat je noemt een echte wolk van een rootsrockplaat. Met een ondanks zijn nog relatief jonge leeftijd al behoorlijk verweerd klinkende hese stem graaft Pakulis daarop met vaste hand elf ruwe diamantjes vanonder het brandende woestijnzand van zijn thuishaven op. En daarbij helpt het natuurlijk – En nog geen zo’n klein beetje ook! – dat hij bovenop die lekkere stem ook nog eens een bij momenten aardig gemeen uit de hoek komende gitaarlick in de vingers heeft. Daarmee heb je in een notendop meteen zowat alle hoofdingrediënten van deze bijzonder straffe plaat op een rijtje: sterke, vooral door hun realistische karakter opvallende teksten – machtige zangpartijen – gespierd gitaarwerk. File under: desert rock en country op z’n ruigst.

Kevin Pakulis

CD Baby

 

 

GAS MONEY

“22 Dollars”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

“Still playing for drink tickets and 22 dollars”, met die veelzeggende woorden wordt in het nummer waaraan de tweede CD van Gas Money haar titel ontleende het actuele lot van het alt. country trio uit Philadelphia, PA rond singer-songwriter-gitarist Fred Stucky (zang, akoestische en elektrische gitaren, lap steel, banjo, mandoline) heel mooi samengevat. En of dat nieuwe album daaraan veel zal gaan veranderen is nog maar de vraag. Zou nochtans best wel mogen, want samen met zijn vaste maatjes Tony Bello (drums, washboard, bongo’s) en Adam “Ponyboy” Driscoll (bas) en een stel bevriende muzikanten hoest Stucky op die plaat opnieuw een veertiental bijzonder sympathiek tegen de grond kletsende alt. country-fluimen op, die van op een afstand bekeken geregeld aardig herinneren aan de Stones in hun wat meer country-georiënteerde momenten. Soms rockt hij er daarbij aardig op los, zoals in “All Alone (In My Honky Tonk World)”, het rockabilly-eske “Whiskey Drinkin’ Friends” of het een beetje aan Jason Ringenberg refererende “Diggin’ A Hole To Bury My Heart”, maar ook akoestische kampvuur(meezing)ballades als “Ridin’ The Rails” en eerder als midtempo te bestempelen Americanadeunen à la het titelnummer, “Nashville Hotel” en “Black Jack David” prijken op het aangeboden menu. Allemaal even “onopvallend goed”.

Gas Money

Miles Of Music

 

 

ENYA

“Amarantine”

(Warner Music)

(3) J J J

 

 

Het feit dat haar platenlabel Warner Music ook ditmaal weer de grote promotionele middelen bovenhaalt om haar in volle eindejaarskoopjestijd een reële kans op commercieel succes te garanderen bewijst, dat men in die hoek volop blijft geloven in de sprookjesachtige folky new age pop van Enya. “Amarantine”, het – compilaties gemakshalve niet meegerekend - ondertussen toch ook alweer zevende album van de voormalige Clannad-chanteuse, wijkt dan ook in bijzonder weinig af van zijn voorgangers. Als een soort van eigentijdse sirene blijft de eigenzinnige Ierse zich ook op haar nieuwste worp weer ruim drie kwartier lang in een even mystiek als feeëriek aandoend muzikaal gewaad hullen, dat in zo menig een huiskamer zal worden onthaald als de ideale soundtrack bij een gezellig potje keuvelen rond een ondertussen volop zijn aangename warmte verspreidende en sfeervol knetterende open haard. Je valt ervoor of niet. Wij mogen haar wel.

Enya

 

 

ARTY HILL & THE LONG GONE DADDYS

“Back On The Rail”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Als een zekere hang naar de onversneden country van weleer je niet geheel vreemd is, dan ben je bij dit driemanschap uit Baltimore aan het juiste adres. Zanger-gitarist Arty Hill beleefde zijn jeugd als het ware op een dieet van Ol’ Hank, The Possum, The Hag, The Doc en The Killer. En vertrekkend vanuit die optiek hoeft het dan ook helemaal niet te verwonderen, dat de man, toen hij in zee ging met Telecaster-virtuoos Dave Chappell – op wiens c.v. ondermeer jobs voor Jerry Lee Lewis, Sam Moore (Sam & Dave), Percy Sledge en Johnny Johnson staan te pronken - en drummer Craig Stevens, resoluut voor hard country, hier en daar overgoten met een scheut rockabilly, koos.

De drie trokken jaren met elkaar op alvorens met een langspeeldebuut uit te pakken. (Eerder verscheen onder de naam Arty Hill al wél het album “Baltimore Reasons”.) En wellicht schuilt daarin voor een groot stuk de oorzaak voor het feit dat die CD, “Back On The Rail”, zo ontzettend af klinkt. Heerlijk swingende shuffles (“Me & My Glass Jaw”, “Drifting In”), klassieke ballades van het “tear in my beer”-type (“Based On Real Life”, “Back On The Rail”), ingetogen Americana (“I Left Highlandtown”), lekkere countryrockertjes (“Jackson Shake”) en wat meer rockabilly-getint spul (“It ain’t Working”), Hill en co brengen het allemaal met eenzelfde overtuiging. Geen wonder dat Jason Ringenberg – met wie Hill overigens bij gelegenheid wel eens samenwerkt – zich in de liner notes bijzonder lovend over deze eersteling uitlaat. Dat hij daarbij zelfs zo ver durft te gaan om het album “a masterpiece” te noemen, zegt eigenlijk wel veel erover.

Arty Hill & The Long Gone Daddys

CD Baby

 

 

SMOKESTACK LIGHTNIN’

“Home Cooking”

(Witchcraft International)

(4) J J J J

 

 

 

Het uit het Duitse Nürnberg afkomstige Smokestack Lightnin’ heeft zich in alle bescheidenheid opgewerkt tot één van de interessantste acts die de Europese alt. country scene rijk is. Zanger-bassist Bernie Batke, gitaristen Frieder Graef en Dirk Hess en drummer Michael Kargel delen een passionele voorliefde voor een brede waaier aan Amerikaanse rootsmuziekstijlen en slagen er telkens weer in om uit dat amalgaam aan stijlen een hoogstpersoonlijk geluid te distilleren. De hoofdingrediënten vormen vrijwel steeds traditionele country, soundtracks van westerns en rockabilly.

Voor hun nieuwe EP “Home Cooking” kregen de vijf daarbij de hulp van Paul Ansell (zang en gitaar in een bijzonder lekker twangende cover van de Del Reeves-hit “Girl On The Billboard”), Obi Bartmann (banjo), Alfred Höller (pedal steel) en Alex Sticht (maracas). Opvallendste nummers naast die al genoemde Reeves-cover zijn een eigenzinnige, bijna in haar eigen cool verzuipende benadering van Neil Diamonds “Solitary Man” en een door Obi Bartmann op zijn banjo van een zomers tintje voorziene en zeer radiogenieke lezing van Merle Haggards “I Take A Lot Of Pride In What I Am”. Maar ook de eigen songs getuigen van pure klasse! Neem nu het door Batke’s onderkoelde zang en zijn al even beheerst bepotelde bas gedragen swingertje “Gimme More” of het met een duidelijk naar het witte doek lonkend sfeertje gezegende “Killing Time”, liedjes van dat kaliber hoeven werkelijk in niets onder te doen voor die van hun grote Amerikaanse voorbeelden!

Smokestack Lightnin’

 

 

NEIL DIAMOND

“12 Songs”

(Columbia / Sony BMG)

(4) J J J J

 

 

Een CD die absoluut niet de vooraf verwachte grote belangstelling genereert is “12 Songs”, de nieuwe van Neil Diamond. En da’s best jammer eigenlijk, want ondanks het feit dat de man er geen originaliteitsprijzen mee in de wacht zal slepen – daarvoor drukt producer Rick Rubin immers wat al té nadrukkelijk zijn met Johnny Cash ruimschoots beproefde stempel op dit project – is dit een uiterst genietbare collectie liedjes. Net zoals dat met de “American”-albums van The Man In Black het geval was, is het vooral het sinds jaar en dag bekende dramatische karakter van de stem van Diamond dat aan de songs hun zeggingskracht verleent. Nooit kwam die stem beter tot haar recht dan in het door Rubin speciaal daartoe gecreëerde klimaat, waarin gereputeerde begeleiders als een Mike Campbell (gitaar), een Benmont Tench (orgel, piano), een Larry Knechtel (piano), een Pat McLaughlin (gitaar), een Billy Preston (orgel), een Jonny Polonsky (gitaar, contrabas) en een Lenny Castro (percussie) zich voortdurend ten dienste stellen van het liedje. Dat levert twaalf heerlijke intimistische kleinoden op, die Diamond net als Cash indertijd wel eens aan een geheel nieuw publiek zouden kunnen helpen. (Al doet hij het hier in tegenstelling tot het country-icoon gewoon wél met twaalf eigen nummers.)

Neil Diamond

Columbia Records

 

 

SOUNDTRACK

“Four Dead Batteries”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“Four Dead Batteries”, het filmdebuut van Hiram Martinez, is een romantische komedie waarin het verhaal wordt verteld van de vier leden van een komisch gezelschap uit New York, die nogal wat aan de hand hebben met de vrouwen in hun leven. Voor de soundtrack bij die film liet Martinez zijn oog in eerste instantie vallen op bestaand materiaal van The Hot Club Of Cowtown. Om hun uit een bijzonder infectueuze mix van Hot Club jazz, folk en Western swing bekendstaande liedjes als “Fuli Tschai (Bad Girl)”, “When I Lost You”, “Little Liza Jane”, “Emily”, “Ida Red”, “Forget-Me-Nots”, “Paradise With You”, “Cherokee Shuffle”, “Sleep” en “It Stops With Me” worden erop afgewisseld met vijf nummers van de nieuwe groep rond Hot Club Of Cowtown-gitarist Whit Smith, de Hot Jazz Caravan. En dat collectief brengt met “Birth Of The Blues”, “I’m Putting All My Eggs In One Basket”, “Tiger Rag”, “I’m An Old Cowhand” en “Douce Ambiance” eigenlijk gewoon alleen maar meer van hetzelfde.

(De Whit Smith-bijdragen zijn overigens sinds kort ook als exclusieve online EP verkrijgbaar via de iTunes Music Store. Om het allemaal nog net iets aantrekkelijker te maken krijg je er dan met “I’m Feeling Bad” zelfs nog een zesde liedje bij.)

Hot Club Of Cowtown

Whit Smith’s Hot Jazz Caravan

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

GARY U.S. BONDS

“In Concert”

(Disky)

(3,5) J J J J

 

 

Voor een prikje – zo’n vijf euro – kan je dezer dagen bij je platenboer terecht voor “In Concert”, een spetterende live-CD van Gary U.S. Bonds. Het betreft daarbij een in de legendarische Stone Pony in Asbury Park, New Jersey – de club waar ondermeer Bruce Springsteen, Southside Johnny en Little Steven hun eerste stappen richting eeuwige roem zetten - ingeblikt optreden in het kader van de King Biscuit Flower Hour. In het gezelschap van Pink Champagne & The Roadhouse Rockers ploegt de man die in de tachtiger jaren door Bruce Springsteen vrij onverwacht aan een comeback werd geholpen zich op bijzonder soulvolle wijze doorheen hits als “Jolé Blon”, “New Orleans”, “Daddy’s Come Home”, “Dedication”, “This Little Girl Is Mine” en “Quarter To Three”. Het resultaat is een bijna een uur durende, ouderwets lekker bruisende mix van rock & roll, R&B en soul. Buiten een foutje in de track listing, die tweemaal “Quarter To Three” vermeldt en “Daddy’s Come Home” gewoon vergeet, valt hier amper iets op aan te merken.op

Gary U.S. Bonds

The Stone Pony

 

 

BILL KIRCHEN

“King Of Diesel”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Hét moment de gloire in de carrière van Bill Kirchen moet ongetwijfeld de dag geweest zijn waarop hij de Commander Cody-klassieker “Hot Rod Lincoln” voor het eerst volstouwde met een handvol impressies van nummers van andere gitaristen en artiesten. Daardoor groeide dat nummer immers uit tot wat men in de States graag iemands “signature song” noemt. En je vindt het vanzelfsprekend dan ook terug op “King Of Dieselbilly”, een onlangs door Hightone aan de man gewijde collectie. Liefst tweemaal zelfs! Een eerste keer in een eigen live-versie, een tweede keer met Redd Volkaert, Dallas Wayne en Joe Goldmark AKA de Twangbangers. Ruim zeventien minuten van hetzelfde nummer dus op een amper 49 minuten bestrijkend schijfje. En dat is naar onze bescheiden mening toch net iets van het goede teveel! Voorts echter niks dan positiefs over deze compilatie. Van stomende versies van truck songs als “Looking At The World Through A Windshield”, “Truck Stop At The End Of The World” en “Dim Lights, Thick Smoke” over het ook al met de Twangbangers gebrachte tweetal “I Got A Rocket In My Pocket” en “Rockabilly Funeral” tot nummers als “Little Bitty Record”, “Womb To The Tomb” of “Just Like Tom Thumb’s Blues”, het gaat er hier echt allemaal even gemakkelijk in. Ergens tussen traditionele country, rockabilly en blues illustreert Kirchen voortdurend één van de beste in de roots scene actieve gitaristen aller tijden te zijn.

Bill Kirchen

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Rockabilly Lives”

(Hightone Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Hightone Records blijft er lustig op los compileren! En als daar al een bewijs voor nodig was, dan levert deze verzamelaar het met veel brio: rockabilly leeft! Songs als “I Can’t Believe I’m Saying This To You” van Big Sandy & His Fly-Rite Boys, het onverbeterlijke “Marie Marie” van The Blasters, “Saturday Jump” van Kim Lenz, “You Tear Me Up” van Rosie Flores, “County Fair” van Phil Alvin, “Flattop Joint” van diens broer Dave en Sonny Burgess of “American Music” van dezelfde Alvin en zijn Guilty Men, het zijn stuk voor stuk lappen kwaliteitsmateriaal. En er moet al een vergevorderde staat van lijkstijfheid bij je vaststelbaar zijn, wil je er niet meteen voor door de knieën en bij uit de bol gaan…

De aandacht wordt op “Rockabilly Lives” overigens keurig verdeeld over materiaal uit Rockin’ Ronny Weisers Rollin’ Rock-catalogus en door Hightone zelf aangedragen materiaal. Naast de al genoemde nummers levert dat ondermeer ook nog kleppers als “You Said You Wouldn’t Get Drunk Patricia” van Johnny Carroll, “That Certain Smile” van Charlie Feathers, “Hey Hey Hey” van Gene Vincent, “Hot Rodder’s Lament” van Deke Dickerson & The Calvanes, “The Little Green Men” van Billy Lee Riley, “DuckTail” van Mac Curtis en het toepasselijk getitelde “Rockabilly Music” van Ray Campi op.

Met de feestdagen voor de deur zo ongeveer het ideale schijfje om wat leven in de brouwerij te houden!

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE ORANGE HUMBLE BAND

“Humblin’ (Across America)” (Heruitgave!)

(Laughing Outlaw Records / Bertus)

(5) J J J J J

(Releasedatum: 30 januari 2006)

 

 

Zo’n vijf jaar na de eerste release ervan wordt “Humblin’ (Across America)” van het all-star-collectief The Orange Humble Band door het Australische Laughing Outlaw Records vrij onverwacht opnieuw op de markt gebracht. En wat zou een mens daar nu in godsnaam op tegen kunnen hebben? De groep rond ex-Someloves Barry Mather met verder ondermeer ook nog Jim Dickinson, Spooner Oldham, Mitch Easter, Jamie Hoover, Jody Stephens (Big Star), Anthony Bautovich (Forresters) en Ken Stringfellow (Posies) in haar rangen leverde met dat album immers een tijdloze klassieker af. Power Pop met dubbele hoofdletter P her en der overgoten met een delicieus country(rock)-, Memphis Soul- of Southern rock-sausje is de spécialité de la maison. Met hoofdrollen vooral voor de als naar goede gewoonte weer briljant zingende Stringfellow en gitarist Mitch Easter. Voor wie hem nog niet in huis zou hebben: een essentiële aanschaf!

Laughing Outlaw Records

 

 

MISSISSIPPI QUEEN

“Did You Say Love?”

(Rhythm Bomb Records)

(3,5) J J J J

 

 

Kwaliteitsrockabilly en –rock & roll uit een – Voor ons althans! – eerder onverwachte hoek. Uit of all places het Kroatische Zagreb met name. Daar werden al in 1989 de eerste pagina’s van het verhaal van Mississippi Queen geschreven. Karlo Starcevic (zang en gitaar), Ivan Semes (leadgitaar) en Jurica Stelma (bas en backing vocals) zijn dus allesbehalve groentjes. Wel integendeel!

“Did You Say Love?”, hun nieuwste worp, steekt in dat opzicht tegen hun eerdere repertoire af, dat het hier om een voornamelijk uit eigen songs bestaande collectie gaat. Dat was in het verleden wel eens anders. Enkel Johnny Burnette’s “Cincinatti Fireball”, de Harris-LaBeef-compositie “All The Time”, het door Johnny Cash gepende maar vooral in de uitvoering van The Big O bekende “You’re My Baby” en Johnny Horton z’n “You You You” vormen wat dat betreft nog uitzonderingen.

Wie wel houdt van wat lekker rauw stemgeweld, venijnige gitaarerupties en een eigenwijs bepotelde bas op z’n tijd heeft aan deze explosieve mix van bop, blues en country een vette kluif. Letterlijk en figuurlijk!

Rhythm Bomb Records

 

 

DAN ISRAEL

“Dan Israel”

(Eclectone Records)

(3) J J J

 

 

Nu eens mét, dan weer zónder zijn Cultivators blijft Dan Israel met de regelmaat van een Zwitsers precisie-uurwerk goede tot uitstekende rootsrockplaten afleveren. Het naar zichzelf vernoemde “Dan Israel” is zo al nummer zeven in het rijtje. Een erg toepasselijke titel trouwens, als je weet dat de man alles in zijn eentje afwerkte in een gewoon bij hem thuis in de kelder ingericht studiootje. Het geheel houdt aan die manier van werken een enigszins rauwer randje dan gebruikelijk over. Wat de muziek betreft is dit voor het overige eigenlijk typisch een geval van business as usual. Vinnige rootsrockertjes (“Turnin’ It Down”, “Ain’t Nobody”, “Plenty”) worden op “Dan Israel” immers als vanouds weer afgewisseld met kwaliteitsjengelpop (“Mystery Train”) en vertederende ballads (“Cold Cold Winter”, “2822”). Absoluut niets nieuws onder de zon dus, maar het wordt door de ondertussen toch ook al 34-jarige songwriter wél weer allemaal met zoveel overtuiging gebracht, dat dat eigenlijk ook helemaal niet nodig is. Van een knaap als een Tom Petty verwacht je dat toch bijvoorbeeld ook al lang niet meer. Of wel soms?

Dan Israel

Eclectone Records

CD Baby

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Hands Across The Water”

(A Benefit For The Children Of The Tsunami)

(Compass Records / Challenge)

(4) J J J J

(Releasedatums - US: 20 december 2005, BeNeLux: 13 januari 2006)

 

 

Dat een huwelijk tussen de Keltische en de Amerikaanse rootstradities fabelachtige resultaten kan opleveren, werd niet zo heel erg lang geleden nog eens goed duidelijk toen de Ierse folkgoden van The Chieftains een groot aantal Amerikaanse collega’s uit het Americana- en countryveld optrommelden voor hun “Old Plank Road”-albums. Goed bekeken dan ook door Andrea Zonn en John Cutliffe om in hun betrachting om de kind-slachtoffertjes van het verwoestende tsunamigeweld in Zuid-Oost-Azië een helpende hand te reiken precies in die hoek naar medestanders te gaan zoeken. Meer dan honderd artiesten vonden ze er bereid om een bijdrage te leveren aan hun “Hands Across The Water”-project. En dat heeft niet alleen tot op papier goed ogende combinaties maar vooral ook tot hemeltergend mooie muzikale resultaten geleid. Tot de allermooiste rekenen wij zo bijvoorbeeld het intimistische “This Beggar’s Heart”, waarin Darrell Scott, Paul Rodden en het duo Muireann Nic Amhlaoibh en Oisín McAuley van Danú de handen in elkaar slaan, “Get Through It”, een al even bevlogen collectieve inspanning van Jon Randall, Alison Brown en Máirtin O’Connor, “Fair And Tender Ladies”, gesigneerd Tim O’Brien en Lúnasa, “A Man Of Constant Sorrow”, in een uitvoering van Sharon Shannon en Jackson Browne, “’Til A Tear Becomes A Rose”, met vocale hoofdrollen voor John en Fiona Prine en Dermot Byrne, en “This World’s Family”, een treffen tussen goudhaantjes Jim Lauderdale en Maura O’Connell.

Maar laat je vooral niet afleiden door deze voorbeelden, goede smaak blijft hier eigenlijk gewoon voortdurend het toverwoord. En het gaat bovendien nog om een goed doel ook! Overloop dus snel even de hieronder voor de volledigheid toegevoegde track listing en trek vervolgens de enige juiste conclusie door dit album ogenblikkelijk toe te voegen aan je eindejaarsverlanglijstje.

 

Track listing

 

1. “This Beggar’s Heart” - Darrell Scott met Muireann Nic Amhlaoibh en Oisín McAuley van Danú en Paul Rodden
2.
“Get Through It” - Jon Randall met Máirtin O’Connor en Alison Brown
3.
“Ae Fond Kiss” - Karen Matheson met The Duhks en Bryan Sutton
4.
“Standing Still” - Andrea Zonn met Flook
5. “Fair And Tender Ladies” - Tim O’Brien met Lúnasa
6. “A Man Of Constant Sorrow” - Sharon Shannon met Jackson Browne
7. “Reasonland” - Solas met Mindy Smith
8. “‘Til A Tear Becomes A Rose” -John en Fiona Prine met Dermot Byrne
9. “Be Still My Soul” - Beth Nielsen Chapman met Michael McGoldrick en Donald Shaw
10. “40 Shades Of Green” - Paul Brady met Rodney Crowell
11. “Part Of Your History” - Blue Merle met Pauline Scanlon
12. “Let’s Heal” - Altan met Vince Gill
13. “An Occasional Song” - Cerys Matthews met John Jorgenson en Stuart Duncan
14. “Cumberland Plateau” - John Cowan met The Brock McGuire Band
15. “This World’s Family” – Jim Lauderdale met Maura O’Connell
16. “In The Sweet By And By” - Jerry Douglas met Ciaran Tourish

 

Compass Records

 

 

WRINKLE NECK MULES

“Liza EP”

(Roundhill Records)

(3,5) J J J J

 

 

De EP “Liza” is een zes tracks tellende voorbode van de binnenkort te verschijnen nieuwe CD van de vanuit Richmond, Virginia actieve Wrinkle Neck Mules. Op dat album - dat zal luisteren naar de titel “Pull The Brake” - zal ondermeer een samenwerking met Bonnie “Prince” Billy komen te staan. De Mules hebben dus niet bepaald slecht geboerd sinds hun in 2003 verschenen debuut “Minor Enough”, zo lijkt het.

Op “Liza” stoten we op twee nieuwe Andy Stepanian-songs. Titelnummer “Liza” koppelt ogenschijnlijk aan het bluegrassgenre ontleende akoestische gitaar- en banjomotiefjes aan heerlijk brisante elektrische gitaaropstoten, een voorzichtig synthesizerlaagje en de voor de Mules zo kenmerkende harmonieën. “Stolen Horses”, een enigszins verwaaid overkomende (lijzig rockende) outtake van de sessies voor “Minor Enough” stoelt ondermeer op een prettig gestoorde pedal steel-bijdrage en op een stel gitaren die wel bij Neil Youngs Crazy Horse in de leer lijken te zijn geweest en vertelt het verhaal van een bende paardendieven.

De overige vier nummers werden in juni van dit jaar live opgenomen. Het opvallendste ervan is zeker de lekker rammelende cover van Mickey Newbury’s “Why You Been Gone So Long”. De andere drie kennen we nog van “Minor Enough”: “17 Miles Of Bourbon”, “No Consolation” en “Discarded”, evenveel voorbeelden van de muzikale veelzijdigheid van de Mules, die daarin op z’n Gourds creatief omspringen met bluegrass, (Southern) roots rock en Americana. Al bij al best een leuke appetizer dus, voor die begin 2006 te verwachten nieuwe langspeler van het vijftal.

Wrinkle Neck Mules

Miles Of Music

 

 

MARK DAVID MANDERS

“Cannonball”

(Big Karma Records)

(3,5) J J J J

 

 

Toen we ons hier een paar jaar geleden bogen over “Highs And Lows” van Mark David Manders toonde de Texaan ons vooral zijn ingetogen kant. Met zijn deels in L.A. en deels in Austin opgenomen nieuwe CD zoekt hij echter resoluut weer aansluiting bij wat hij daarvóór deed. “Cannonball” is opnieuw het soort van plaat, waarmee hij in Texaanse pubs en saloons voor het nodige vuurwerk zal kunnen zorgen. De eerste single van de plaat “I’m Alright” vat zijn bedoelingen eigenlijk keurig samen: “I’m alright if you’re alright, alright?” Manders gaat met “Cannonball” op zoek naar het perfecte evenwicht tussen wat hij noemt “good feeling songs” en goed geschreven liedjes. En in dat opzet slaagt hij ook zeer regelmatig. Het materiaal op zijn nieuwe CD zal daardoor even gemakkelijk kunnen worden opgepikt door de fans van een gladde jongen als George Strait als deze van pakweg een Pat Green of een Cory Morrow. Vooral dan meezingers van het genre van de hierboven al aangekaarte single of het heropgeviste dronkemanslied “Three Fingers Tequila” en andere speelse deunen als het van een exotisch ondertoontje voorziene “Frio River” of het ook al bijzonder infectueuze titelnummer.

Na zich de jongste jaren vooral te hebben beziggehouden met het opvoeden van zijn drieling voelt Manders zich duidelijk beter dan ooit. En het is ook precies dat gevoel dat hij hier met zijn lichtvoetige liedjes overbrengt. Commercieel succes wenkt dan ook volop!

Mark David Manders

CD Tex

 

 

THE KIERAN RIDGE BAND

“Nothing Left To Lose”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Dat wij heel goede maatjes zouden gaan worden met Kieran Ridge, dat stond eigenlijk al na zijn in 2003 verschenen debuut als een paal boven water. En je kan het dan ook nauwelijks een verrassing noemen, dat ook zijn nieuwe “Nothing Left To Lose” er bij ons weer in gaat als zoete koek. Het album bevat opnieuw elf superieure rootsliedjes variërend van lekker bluesy (“Too Far Away”, “Amadine”) tot country-esk (“When You’re Gone”, “Life Is Hard And Love’s Unfair”), van beheerst rockend (“Nothing Left To Lose”, “Already Gone”, “Blinded By The Sight Of You”) tot zijn specialiteit, zalige Americana ballads van het type “Think About It”, “Alone” en “Drifter”. Zijn doorleefde – lees: lekker hese - zang, zijn met beide voeten stevig in het leven van alledag geplante teksten en een goed geoliede band vormen daarbij de voornaamste wapens van Ridge, die zich met deze tweede plaat weer een beetje meer als een echt blijvertje profileert.

Kieran Ridge Band

CD Baby

 

 

STILLHOUSE

“Through The Winter”

(Vella Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

Dat “Through The Winter”, het plaatdebuut van Stillhouse, quasi toevallig en beslist niet zonder de nodige hectiek tot stand kwam, hoeft eigenlijk amper te verbazen. Als je weet dat de betrokkenen goed hun boterham verdienen bij zulke acts als Tift Merritt, Chatham County Line en Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion, dan kan je de groep nauwelijks anders dan als een tussendoortje bestempelen.

Nochtans gaat Stillhouse al een aardig poosje mee. Het was singer-songwriter Dave Wilson (Chatham County Line) die de band in 1998 oprichtte. Samen met Greg Readling (eveneens Chatham County Line / pedal steel en piano) en Jay Brown (Tift Merritt / bas) beperkte hij zich evenwel jarenlang tot het live brengen van zijn materiaal. Pas toen achtereenvolgens Zeke Hutchins (Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion, Tift Merritt, Thad Cockrell / drums) en Johnny Irion (gitaar, zang) tot de groep toetraden, groeide langzaamaan ook de zin om iets voor het nageslacht te vereeuwigen. En dat iets is dus “Through The Winter” geworden. Daarop brengen de vijf hoofdzakelijk een zwaar naar de jaren zeventig verwijzende singer-songwriter (roots)rockvariant, waarvoor groepen als Buffalo Springfield, Badfinger, The Faces en The Band model lijken te hebben gestaan. Zo nu en dan strandt het Stillhouse-schip echter ook in wat eigentijdsere wateren. Het radiogenieke “It’s The Shame” en het zich bijna amechtig voortslepende “Sold American” bijvoorbeeld lijken zo te zijn weggelopen uit de songcatalogus van superster Ryan Adams.

Stillhouse

Miles Of Music

 

 

THE MOTHER HIPS

“Red Tandy EP”

(Camera Records)

(3,5) J J J J

 

 

Vier lange jaren lieten zanger-gitarist Tim Bluhm en zijn maats van The Mother Hips ons op onze honger zitten na hun heerlijke CD “Green Hills Of The earth” uit 2001. Maar wees gerust, het lange wachten is de moeite waard geweest! De drie liedjes op het zopas verschenen EP’tje “Red Tandy” – vier als je een alternatieve versie van het titelnummer in tegenstelling tot ons wel zou meerekenen – laten immers alleen maar het allerbeste verhopen voor de nieuwe full-length van de heren, waaraan momenteel nog naarstig wordt gewerkt. “Red Tandy”, “Colonized” en vooral ook het licht psychedelisch opgevatte “Blue Tomorrow” behoren zondermeer tot het beste wat er dezer dagen op het gebied van retrogetinte rootsrock te rapen valt. Wij zijn dan ook nu al in blijde verwachting van wat er hopelijk snel volgen zal. (Ook verkrijgbaar op 45-toeren-vinyl!)

The Mother Hips

Camera Records

Miles Of Music

 

 

BROCK ZEMAN

“Songs From The Mud”

(Audio Valley Records)

(4) J J J J

 

 

Amper 24 is hij, deze Brock Zeman, maar als je hem op zijn tweede CD “Songs From The Mud” bezig hoort dan zou je haast gaan geloven dat er iemand serieus met de gegevens op zijn paspoort gesjoemeld heeft. De maturiteit die van het werk van deze uit het Canadese Ontario afkomstige jonge singer-songwriter afstraalt is immers ronduit verbluffend. Maar hij heeft het dan ook van geen vreemden. Niet dat hij uit een muzikale familie stamt of zo, maar Zeman is wel zelf de eerste om ruiterlijk toe te geven dat groten uit het genre als een John Prine, een Townes Van Zandt en een Guy Clark hem in niet geringe mate hebben beïnvloed. En dat hoor je ook! In een productie van de - van het hier helaas zwaar ondergewaardeerd gebleven – Canadese countrygezelschap Prairie Oyster bekende Keith Glass (zang, gitaar, diverse bassen, mandoline) en in het gezelschap van zijn verder uit Keith Sullivan (mandoline) en Peter Newson (bas) bestaande band The Dirty Hands tekent Zeman (zang, akoestische gitaar) wat ons betreft met “Songs From The Mud” voor één van dé singer-songwriterplaten van het jaar. Dertien eigen liedjes brengt hij daarop en een erg geslaagde cover van “Dark As A Dungeon” van Merle Travis. Wat van meet af aan opvalt, is zijn aangenaam gruizige stem. Maar wat wellicht nog een stuk belangrijker is, is het feit dat zijn veelal onder de noemer Americana vallende liedjes in absoluut niets hoeven onder te doen voor de hoger genoemde Travis-klassieker. Het lijkt dan ook louter een kwestie van tijd vooraleer deze bijzonder veelbelovende knaap door het één of andere major label als “de nieuwe God-weet-wie” zal worden binnengehaald en aan de man gebracht.

Brock Zeman

CD Baby

 

 

LESLIE SATCHER

“Creation”

(Jellan Records)

(3,5) J J J J

 

 

Om het te maken in het Mekka van de countrymuziek Nashville volstaat het helaas al lang niet meer om te teren op je intrinsieke kwaliteiten als artiest of muzikant alleen. Dat moest ook de Texaanse Leslie Satcher tot haar scha en schande ondervinden toen ze in 2001 het nochtans uitstekende “Love Letters” afleverde. Ondanks een fantastische single (“Love Letters From Old Mexico”) en de steun van kleppers als een Alison Krauss, een Emmylou Harris en een Vince Gill wist ze nooit echt op grote schaal door te breken. Geen nood echter. De volslanke Satcher kende gelukkig haar eigen beperkingen en ging zich al snel weer toeleggen op datgene wat ze volgens velen eigenlijk het best kan, te weten het schrijven van liedjes. Op dat vlak geniet ze wél al een stevige reputatie. En terecht ook als je weet, dat ze ondermeer Randy Travis, Willie Nelson, Bonnie Raitt, George Strait, George Jones, Gretchen Wilson, Patty Loveless, Vince Gill en Trisha Yearwood tot haar clientèle mag rekenen. Het zijn namen die voor zich spreken.

Met “Creation” zet Satcher nu bewust een stapje terug. Weg van de door grote platenlabels uitgeoefende druk met betrekking tot een af te leveren “product” en de andere commerciële valstrikken kiest ze er resoluut voor weer ongegeneerd haar eigen ding te kunnen doen. En als een gevolg daarvan klinkt haar nieuwe CD behoorlijk ongedwongen. En behoorlijk gevarieerd ook. Als Satcher zin heeft om te swingen, doet ze dat gewoon (“Creation”), als ze wil (country)rocken, dito (“Texas Rubye” met Vince Gill en “San Antone”), als ze trek heeft in een bluesje, waarom niet (“Blues In A Honky Tonk”), als ze vindt dat het tempo omlaag moet, dan gaat het omlaag (prijsnummer “Conversation With A River”, “In The Desert Of Waiting”, “Love Built Something New”, “Untouchable” en “Too Many Horses To Ride”), zelfs een likje bluegrass blijkt gepermitteerd (“That’s Alright By Me”). Enfin, een rijke nieuwe oogst! Haar collega’s zullen hier vast wel weer met het nodige enthousiasme tussen grasduinen op zoek naar nieuw materiaal. Ondertussen vergeten wij echter vooral niet, dat Satcher zelf een ongemeen goede zangeres is. Van het kaliber van een Patty Loveless, zeg maar. Vooral in de rustige liedjes laat ze zo menig een concurrente een aardig vocaal poepje ruiken. En bovendien mocht ze ook ditmaal weer rekenen op de steun van een echte all-star cast, gaande van Alison Krauss en Vince Gill tot gerespecteerde sessiemuzikanten als een Glenn Worf, een Michael Rhodes, een Mike Johnson, een Sonny Garrish, een Larry Franklin, een Glen Duncan en een Reese Wynans.

Leslie Satcher

CD Baby

 

 

WILL WEBB

“Room To Room”

(Bonnie June Records)

(4) J J J J

 

 

“Room To Room” bevestigt eigenlijk gewoon volop al het goede wat we hier al naar aanleiding van zijn vorige CD “Name Of The Train” over Will Webb meenden te mogen schrijven. De inmiddels 52-jarige singer-songwriter uit Nashville komt daarop stemgewijs uiteraard nog steeds vervaarlijk dicht in de buurt van Bob Dylan, maar muzikaal gezien klinkt het ook nu weer allemaal een stuk frisser dan wat we de jongste jaren van de grootmeester zelf gewoon zijn geraakt. Webb bedient zich van elementen uit genres als blues, folk, country en Americana om opnieuw met twaalf ijzersterke liedjes voor de dag te komen. Vooral als hij daarin het tempo wat terugschroeft, zoals in een weinig aan het recentere werk van John Prine herinnerende liedjes als het titelnummer en “In His Hands” of in het in een enigszins gospelesk sfeertje badende “Steel & Iron”, zijn de resultaten echt véél en véél te mooi om onopgemerkt te blijven. Vooral niet laten schieten dus, deze beauty! Je zal er geen spijt van krijgen!

Will Webb

CD Baby

 

 

KARYN ELLIS

“Hearts Fall”

(Mathilde’s Home Productions)

(4) J J J J

 

 

In 2003 verscheen van de uit Toronto afkomstige Karyn Ellis al een eerste EP luisterend naar de titel “Bird”, maar met het onlangs op de markt gegooide “Hearts Fall” pakt ze voor het eerst ook echt volwaardig uit. En hoe! Dat elf tracks tellende album staat boordevol knappe akoestische folk-pop ballades met nu eens een licht country dan weer een voorzichtig jazzy ondertoontje op grond waarvan je haar nu al een erg grote toekomst zou durven te voorspellen. Vooral de momenten waarop ze stemgewijs flirt met een dronken voortwaggelende piano “courtesy of” de ondermeer van zijn werk bij Justin Rutledge en de Kate Rodgers Band bekende Tom Howell zijn echt groots. We denken dan bijvoorbeeld aan bitterzoete heerlijkheden als het titelnummer, “Four am Love Song, Ode To A Wooden Floor” en “Another Sad Song”. Dán hoor je Welch, Waits, Amos, Brickell, Peyroux, de Cowboy Junkies en de Be Good Tanyas, maar dan wel allemaal tegelijk, gebald in dat ene tengere lijf, die ene intrieste stem. Superieure late night stuff is het! Wie haalt haar zo snel mogelijk naar ons land?

Karyn Ellis

CD Baby

 

 

DADDY

“At The Women’s Club”

(Cedar Creek Music)

(3,5) J J J J

 

 

 

“Daddy At The Women’s Club”, het klinkt als de titel van het soort prent waarvoor zij die thuis onvoldoende aan hun trekken komen zich in de videotheek om de hoek zo discreet mogelijk even afzonderen. Maar als regelmatige bezoeker van deze pagina’s weet je natuurlijk wel beter dan dat, met dat soort van ongein houden wij ons hier inderdaad niet bezig. Maar wat is “Daddy At The Women’s Club” dan wél? Het antwoord op die vraag is al even vreemd als de inleiding tot dit stukje: met name het plaatdebuut van een groep die het bestond om haar tweede optreden ooit gelijk maar te laten inblikken als visitekaartje. Een gewaagde zet lijkt het zo op het eerste gezicht, maar die pakt hier wel heel erg goed uit. De betrokkenen zijn dan ook niet van de minsten. Spilfiguren Will Kimbrough (gitaren, zang) en Tommy Womack (gitaren, zang) behoeven allicht al lang geen voorstelling meer. De één produceerde platen ván en speelde mee mét zulke artiesten als een Rodney Crowell en een Todd Snider, de ander pakt om de haverklap uit met knappe albums voor eigen rekening. Voeg daar nog aan toe, dat andere kleppers als Dave Jacques (bas), John Deaderick (keyboards) en Paul Griffith (drums) de overige zitjes kwamen opvullen, en je begrijpt, dat dit veel meer is dan zomaar het zoveelste nevenproject van een stel zich even vervelende muzikanten. Dat er zelfs fans vanuit het verre Engeland speciaal de oversteek maakten om er die avond in Frankfort, Kentucky bij te zijn spreekt wat dat betreft trouwens ook boekdelen. Zoals zoveel anderen waren zij die bewuste avond in een afgeladen volle Women’s Club getuigen van een memorabel rootsrockoptreden. Met een stel goed op dreef zijnde gitaren en Tommy Womacks – regelmatig met een flinke dosis tongue-in-cheek-humor opgewaardeerde - liedjes als de voornaamste troeven van een zich nog duidelijk voor de gunst van zijn publiek uitslovend vijftal. Onze luistertips: het openlijk naar Chuck Berry lonkende “Vicky Smith Blues” en het tegelijk grappige en maatschappijkritische “I Miss Ronald Reagan”. Al bij al zeker een mooi vervolg op de bis-quits, de groep waarmee Kimbrough en Womack al in de nineties even een eerste moment de gloire kenden. (O en by the way, bij wijze van bonus tracks werden met “I Want A Cigarette” en “I Don’t Like It” ook nog een tweetal demo’s aan het geheel toegevoegd.)

Daddy

Cedar Creek Music

CD Baby

 

 

SPO-DEE-O-DEE

“The Many Sides Of Spo-Dee-O-Dee”

(Rhythm Bomb Records)

(4) J J J J

 

 

 

“The Many Sides Of Spo-Dee-O-Dee”, de nieuwe van de gelijknamige rockabillygroep rond zanger-gitarist A.W. Warner is een heerlijk gevarieerd schijfje geworden, dat de heren ook beslist geen windeieren zal gaan leggen. Daarop hoeven we immers niet langer met een flinke dosis hardcore rockabilly en rock & roll alleen vrede te nemen, het ditmaal door het combo gehanteerde palet heeft zo ongeveer voor elk wat wils te bieden. Zo herleeft Gene Vincent even in het vinnig aan zijn kettingen snokkende rockertje “Let Me In”, “Love Struck Baby” en “Pride And Joy” zijn twee heftig met het bekken schuddende R&B-aanslagen op nummers van Stevie Ray Vaughan zaliger, “Thunderbirds” is dan weer een sfeervolle, met het hoofd nog duidelijk in de hoogdagen van dat genre verkerende gitaarinstrumental, “Such A Long Way” heeft iets met doo-wop, “Tell Me Who” met de Elvis zoals we die kennen vanop het witte doek, “Why Did She Have To Go?” met country rock, enfin, het kan hier echt zo goed als alle kanten uit. Het resultaat? Een dijk van een plaat!

Rhythm Bomb Records

 

 

THE POSSUM TROT ORCHESTRA

“The Possum Trot Orchestra”

(Southern Can CDs)

(3,5) J J J J

 

 

 

De naam The Possum Trot Orchestra zegt je niets? Is niet echt abnormaal. Het betreft immers een nog volslagen nieuw rootsmuziekgezelschap uit Fort Wayne, Indiana. Spilfiguur van het drietal is de hier dankzij zijn CD’s “Life & Times” (2003) en “Going Back To Vicksburg” (2004) al wél enige naambekendheid genietende John “De Professor” Minton (zang, gitaar, banjo, mandoline, accordeon, keyboards en lap steel). Sinds 2004 trad die naast voor eigen rekening ook al geregeld samen met Susan Taylor Suraci (zang en gitaar) en haar echtgenoot Rob (zang, bas, gitaar, keyboards, drums en percussie) op in koffiehuizen en clubs en op festivals, en met “The Possum Trot Orchestra” maken ze nu ook eindelijk hun plaatdebuut. Op die eersteling wordt duidelijk niet op een invalshoek meer of minder gekeken. Folk blijkt weliswaar bij herhaling het voornaamste bestanddeel van hun smakelijk roots-stampotje, maar ook country, bluegrass, blues, gospel, rock, pop, swing, ragtime, ja zelfs reggae passeren stuk voor stuk allemaal de revue. En dat levert een hoogst interessante hybride op. Onze luistertips: het sfeergewijs de Simon & Garfunkel-klassieker “A Hazy Shade Of Winter” een weinig benaderende opener “The Distant Shore”, het door Susie Suraci op z’n Katy Moffats gebrachte “Want Me” en het al even prachtige, door Minton over een ingetogen streepje accordeon uitgesmeerde “Stephen C. Foster Blues”.

CD Baby

 

 

LOS LOBOS

“Acoustic En Vivo”

(Los Lobos Records)

(4,5) J J J J J

 

 

 

Hoe ondoorgrondelijk de gedachtengangen van grote platenmaatschappijen bij momenten wel kunnen zijn, wordt maar weer eens bewezen met “Acoustic En Vivo” van Los Lobos. Waar men eerder het – overigens verre van kwade, daar niet van – cover-EP’tje “Ride This” nog wel de moeite van een release waard achtte, legt men nu het in jaren beste album van de wolven zonder er al te veel aandacht aan te besteden gewoon naast zich neer. Big mistake als je het ons vraagt! Je zal er als fan van de rootsrockers dus iets meer moeite moeten voor doen om dit schijfje te bemachtigen, maar de beloning die je aan het eind van de tunnel gekomen wacht is dan ook groot. Oorspronkelijk zou de plaat enkel via de webstek en tijdens concerten van de heren worden aangeboden, maar ondertussen duikt ze toch ook al her en der in de reguliere kleinhandel op. Online kan je bijvoorbeeld al terecht bij het onvolprezen Village Records en bij gigant Amazon, maar als je niet graag met je kredietkaart zwaait op het internet kan het ook anders. Zo bestelden wij ons exemplaar bijvoorbeeld bij Gigaswing (gelegen aan de Kapelstraat te Hasselt). Opgelet trouwens: er zal maar één persing van worden verdeeld! Er snel bij zijn is dus wel degelijk de boodschap!

Wat je verwachten mag? Een dertien tracks tellende versie van wat je eerder bij wijze van smaakmakertje al als bonus-EP’tje bij de eerste uitvoering van “Live At The Fillmore”, de niet zo heel erg lang geleden verschenen live-CD van Hidalgo, Rosas en co, werd aangeboden. Het gaat met andere woorden precies om wat de titel belooft: Los Lobos live en volledig akoestisch. En daarbij ligt de nadruk tot ons groot jolijt vooral op hun Latino-kant. Van “Canto A Veracruz”, “Colas”, “El Cuchipe”, “Maricela”, “La Guacamaya” en “La Pistola Y El Corazon” tot “Los Ojos De Pancha”, “Mexico Americano”, “Volver, Volver”, “Teresa” en de klassieker “Guantanamera”. Met tussendoor ook nog oorstrelend mooie versies van “Two Janes” en “Saint Behind The Glass” om het plaatje compleet te maken. Zo ongeveer het ideale materiaal voor een verantwoord wild exotisch feestje rond de open haard dus, maar vooral ook een schitterende CD, die wij voor geen geld van de wereld zouden hebben willen missen.

Los Lobos

Village Records

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand november.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Freddy Fender & Flaco Jimenez “Dos Amigos”Dave Knudsen “The Weeping City”Charley Cruz & The Lost Souls “Life On The Edge” - Johnny Cash “Live From Austin TX” (DVD)Wylie & The Wild West “Live! At The Tractor” - Jackson Browne “Solo Acoustic Vol. 1”Mike Stinson “Last Fool At The Bar”Various Artists “In A Texas Honky Tonk” - Mary Black “Full Tide”Kate Rusby “The Girl Who Couldn’t Fly”Jim Malcolm “Tam o’Shanter & Other Tales” - Kim Lenz “Up To My Old Tricks Again”Kensington Hillbillys “Bones In The Backyard”Robert Coleman Trussell “Texas Gothic”Arthur Godfrey “Amen”Friends Of Dean Martinez “Lost Horizon”Scotland Barr & The Slow Drags “Legionnaires Disease”Bright Eyes “Motion Sickness – Live Recordings”Various Artists “Lowe Profile – A Tribute To Nick Lowe”Eddie Hinton “Beautiful Dream – Sessions Vol. 3”The Deadstring Brothers “Starving Winter Report” - Peter Bruntnell “Ghost In A Spitfire”Various Artists “Blues Guitar Women” - Dwight Yoakam “Live From Austin TX” (DVD)John Hiatt “Live From Austin TX” (DVD)Texas Tornados “Live From Austin TX” (DVD)David Holt “Let It Slide”Eileen Carey “Hearts Of Time” - Blaze Foley “Wanted More Dead Than Alive”Curt Kirkwood “Snow” - Tim Grimm “The Back Fields”Joe West “The Human Canonball”Jim Henry “One-Horse Town” - Danny George Wilson “The Famous Mad Mile”Jan Smith “29 Dances” - Bob Cheevers “Texas To Tennessee”Fred Prellberg “Last Of The Rock Stars” - Steve Wynn & The Miracle 3 “…tick…tick…tick”Randy Rogers Band “Live At Billy Bob’s Texas”Clothesline Revival “Long Gone”Pilgrim “Pilgrim” - Rick Shea & The Losin’ End “Bound For Trouble”Robert Skoro “That These Things Could Be Ours”Chris Cacavas & The Slivers Of Hope “Live At The Laboratorium” - Stoney LaRue “The Red Dirt Album”Elliott Murphy “ “Murphy Gets Muddy” - Thomas Denver Jonsson “Barely Touching It”Jud Newcomb “Byzantine”Various Artists “American Fallout Americana Sampler Volume 1”Healthy White Baby “Healthy White Baby” - Luke Zimmerman “Twilight Waltz”AJ Croce “Early On” - Milton Mapes “The Blacklight Trap”Blues Traveler “¡Bastardos!”Melanie “Photograph (Double Exposure)” - Element Of Crime “Mittelpunkt Der Welt”Bellyachers “200 Lucky Feet Move The Dragon”Minor Majority “Up For You & I” - Mark Fosson “Jesus On A Greyhound”Rev. Horton Heat “We Three Kings – Christmas Favorites” en Marah “A Christmas Kind Of Town”Steve Dawson “Sweet Is The Anchor” - Various Artists “For A Decade Of Sin: 11 Years Of Bloodshot Records”