ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Doug Moreland “Doug Moreland”Adam Klein “Distant Music”The Redlands Palomino Company “Take Me Home”Steve Power “The Journey”Patti Witten “Tell The Wind”Kreg Viesselman “The Pull”Matt Koger “Blackland”Sally Spring “Mockingbird” - Brock Zeman & The Dirty Hands “Welcome Home Ivy Jane”Randy Rogers Band “Just A Matter Of Time”Blaze Foley & The Beaver Valley Boys “Cold, Cold World”Maggie Reilly “Rowan”The Red Flags “Hundreds Of Sunshine”The Avett Brothers “The Gleam”Erin Hay “The Collection”Griffin House “House Of David Volume One & Two”Sunny Sweeney “Heartbreaker’s Hall Of Fame” - Nick Saunders “Resonance”Olav Larsen & The Alabama Rodeo Stars “Love’s Come To Town”James McCann “Last Night I Met The Devil”Axton Kincaid “Songs From The Pine Room”Vernon Oxford “Sings Gospel, Country & Bluegrass”Mikki Brisk “Cowgirl Christmas / Joey” - The Resentments “On My Way To See You”The Robert Cray Band “Live From Across The Pond”Orbo & The Longshots “Genuine Handmade Rock ‘n Roll”

 

DOUG MORELAND

“Doug Moreland”

(Big Hat Records)

(3,5) J J J J

 

 

Wie zijn country graag gekruid weet met een flinke snuif Western swing – Of zijn Western swing met een flinke snuif country, da’s maar hoe je het bekijkt… - moet beslist eens een oor te luister leggen bij Doug Moreland. Die Texaanse singer-songwriter-fiddler leverde zopas met z’n nieuwe CD immers een schijf af, die bij momenten nogal resoluut naar de benen mikt. Bovendien is het een plaat, die het zowel in country- als in Americana-middens goed zou moeten kunnen doen. Daaraan zijn samenwerkingen met schrijvers als Dub Miller, Matt Skinner en Billy Applegate en de aanwezigheid van straffe instrumentalisten als Bill Kirchen (gitaar), Lloyd Maines (pedal steel), Roger Creager (trompet), Jason Roberts (fiddle) en Brendon Anthony (eveneens fiddle) in een aantal songs allicht niet geheel vreemd.

Als volbloed-Texaan is Moreland een voorstander van lekker veel variatie. Openingsnummer “A Boy Like Me” is zo recht-toe-recht-aan Western swing, “Never Gonna Go Back Home” en “Honeymoonlight” swingen weliswaar ook nog, maar moeten het hebben van een wat meer jazzgeoriënteerd sfeertje, “Dallas” is een dot van een trage honky-tonksleper, “Forever In Your Arms” een knap countrywalsje, “Home To Me” rootsy singer-songwriterspul, “Not Afraid To Fall” Texaanse country à la een Bruce Robison, “Houston” een door Bob Lopez trompetgewijs richting Zuiden gedirigeerde meezinger, “Heaven Or Austin” rockt voorzichtig en herinnert op die manier een weinig aan acts als Jason Boland & The Stragglers, Stoney La Rue, Jack Ingram en de jonge Steve Earle, het aanstekelijke “The Beer Song” is een parodie op Hank Snows “I’ve Been Everywhere” en afsluiter “End Of The Trail” swingt weer een lekker eindje weg. Al bij al het soort van product zoals je dat klaarblijkelijk alleen vanuit Texas mag verwachten.

Doug Moreland

Lone Star Music

 

 

ADAM KLEIN

“Distant Music”

(Cowboy Angel Music)

(4) J J J J

 

 

 

2006 loopt zo stilaan op z’n laatste benen, maar op de valreep mogen we je van hier uit toch nog een aanrader van formaat serveren. Het betreft “Distant Music”, het door de gerenommeerde David Barbe (Uncle Tupelo, Son Volt, Drive-By Truckers, Kevn Kinney en vele anderen!) geproduceerde debuutalbum van de vanuit Athens, GA actieve singer-songwriter Adam Klein. Wat een beauty! Dertien songs lang houdt deze nieuwkomer ons nu al enkele dagen lang in zijn ban. Zich daarbij geruggensteund wetend door schoon volk uit de eigen buurt als William Tonks (Barbara Cue – dobro, tamboerijn, tremolo-gitaren), John Neff (Star Room Boys, Barbara Cue – pedal steel), David Blackmon (The Bluegrass Alliance – fiddle), David Barbe (Sugar - piano, wurlitzer), Clay Leverett (Now It’s Overhead – harmony vocals) en Siobhan Glennon (harmony vocals) zoekt Klein zijn heil in voornamelijk rustig materiaal. Hij bewandelt daarbij voortdurend de dunne lijn tussen (alt.) country en folk. Niet zelden resulteert dat in materiaal dat in de verte herinnert aan wat Neal Casal ons op zijn eerste platen presenteerde. Nummers als “St. Paul”, “Restless Soul”, “Dusty Rose”, “Star Of Love”, “Time” en andere charmeren onmiddelijk door hun intimistisch, bijna breekbaar karakter. Zeker als John Neff z’n pedal steel zachtjes mee laat jammeren.

Heel wat van Kleins songs reflecteren naar eigen zeggen zijn eigen ogenschijnlijk vrij rusteloze bestaan. Zo ontstonden een aantal van de liedjes op “Distant Music” in Boston, in Australië en in Mali, waar hij op vrijwillige basis een poosje deel uitmaakte van de aldaar aanwezige vredesmacht. Met name het een flinke krop in de keel veroorzakende “Lonesome And Aching”, “Full Moon Night”, “Mississippi Momma” en “Dusty Rose” moeten we zien als producten van de rust eigen aan hun plaats van ontstaan. En het is ook absoluut niet moeilijk om je daar iets bij voor te stellen. Als je even de ogen sluit, dan zie je het zo voor je: Klein, daarbij voor de gelegenheid slechts gewapend met de eigen akoestische gitaar, bij valavond wat voor zich uit tokkelend en zodoende met nieuwbakken deuntjes heel timide de stilte aan de oevers van de Niger doorbrekend.

Centrale thema’s op deze werkelijk wonderschone plaat zijn liefde, verlies, afstand, beweging en thuis. En daarmee legt Klein een flink stuk van z’n eigen ziel bloot, zo lijkt ‘t.

Adam Klein

CD Baby

 

 

THE REDLANDS PALOMINO COMPANY

“Take Me Home”

(Laughing Outlaw / Bertus)

(4) J J J J

 

 

 

Tweede worp van het Britse vijfmanschap rond echtgenoten Alex en Hannah Elton-Wall en dat is net als hun door zo ongeveer iedereen met een beetje goede smaak lovend onthaalde debuutplaat “By The Time You Hear This…” uit 2004 een heerlijke lap alt. country. Probeer je een perfecte mix van Ryan Adams, de Jayhawks, Wilco, Cowboy Junkies, de Byrds, de Flying Burrito Brothers en de Stones ten tijde van “Exile On Main Street” voor te stellen en je komt bijna als vanzelfsprekend uit bij The Redlands Palomino Company. Zo ongeveer alles wat je als fan van het genre verwacht van een nieuwe plaat is hier aanwezig. Er is de prachtige wisselwerking tussen de kristalheldere stem van Hannah Elton-Wall en de gruizige scheur van haar wederhelft, er is de herkenbaar rinkelende 12 string van David Rothon, er is de met enige regelmaat opduikende pedal steel van diezelfde man en met drummer Jamie Langham en bassist Rain beschikt het kwintet ook over een uitstekende ritmetandem. Voeg daar nog aan toe, dat ten huize Elton-Wall niet duidelijk kan worden uitgemaakt wie er nu van de twee echtelieden eigenlijk de betere is als songwriter en je houdt alle ingrediënten voor een klasseplaat als deze “moeilijke tweede” in handen. Laat je verleiden door prachtdeunen als de hartverscheurend mooie ballades “Harbour Lights” en “Take Me Home”, de met een vocale gastbijdrage van Gina Villalobos opgewaardeerde aanstekelijke power pop van “She Is Yours”, het zwaar aan Ryan Adams refererende “Wasted On You”, de ouderwets lekkere, door twaalf snaren en de stem van Alex Elton-Wall gedomineerde countryrocker “Coastline” of de smeuïge rock & roll genre de Faces of recenter de Black Crowes van “Pick Up, Shut Up” en concludeer samen met ons, dat we met deze schijf alvast weer een eerste hoogtepunt van het nieuwe jaar in handen houden. Dat het er vooral nog veel meer mogen worden!

(Releasedatum: 12 februari 2007.)

The Redlands Palomino Company

MySpace

Laughing Outlaw Records

 

 

STEVE POWER

“The Journey”

(Javelin Records)

(3) J J J

 

 

 

Vanuit Austin, TX bereikte ons onlangs het album “The Journey” van Steve Power, een man die op basis daarvan duidelijk in staat moet worden geacht zo menig een liefhebber van “country & roots music the Texas way” ogenblikkelijk een warm hart te bezorgen. Is het niet met overduidelijk aan Buddy Holly schatplichtige rock & roll à la het superaanstekelijke “Money & Fun”, dan wél met soulvol spul als de ballade “They Don’t Know About You”, de bluesy Americana-sleper “Charlene”, de nog duidelijk op de traditionele leest geschoeide country van “Shadow Of A Doubt”, het voorzichtig naar het werk van swampmaestro Tony Joe White lonkende “A Normal Man”, de beheerste countryrock van “’Til We Kiss”, een duet met de ons volslagen onbekende Taffy Stephens, de door een lekker vettig mondharmonicaatje aangejaagde streep roadhouse rock “Running For The Border”, de pure Americana van “Death Come Creepin’” en “Boss’s Daughter”, waarin een behoorlijk prominente rol is weggelegd voor de dobro van Ian Lawrence, en de bijzonder geslaagde afsluiter van het geheel, een zeer geïnspireerde countryversie van de hier vooral in de uitvoering van de Animals bekende traditional “House Of The Rising Sun”. Valt als geheel maar bitter weinig op af te dingen! Stuk voor stuk knap gedaan!

Steve Power

Javelin Records

CD Baby

 

 

PATTI WITTEN

“Tell The Wind”

(Potent Folk Records)

(4) J J J J

 

 

Betekende haar vorige plaat “Sycamore Tryst” al een enorme sprong voorwaarts voor Patti Witten, dan lijkt ze met haar vierde, “Tell The Wind”, helemaal klaar voor “great things to come”. Op dat door Rich DePaolo bijzonder weelderig geproduceerde en van prachtig, aan Hitchcocks “The Birds” herinnerend artwork voorziene schijfje weet ze als songwriter immers perfect het midden te houden tussen pop, folk en Americana. Stemgewijs herinnert ze daarbij opvallend aan Joni Mitchell in haar nadagen. Andere voor de hand liggende referenties zijn Aimee Mann en Lucinda Williams. Vooral dan omwille van haar behoorlijk diepgravende teksten en de flair waarmee ze de ene prachtmelodie na de andere uit de mouw weet te schudden. Vooral het als kroniek van een aangekondigd afscheid fungerende en door een beklemmend mooie pedal steel-bijdrage van Robert Powell aardig richting Americana leunende “No More Crying”, het ingetogen de wens naar het einde van een uitgeleefd bestaan uitdrukkende titelnummer en het voorzichtig in rootsy wateren aanbelandende tweetal “Perfect Blue” en “Blind” zijn kippenvelmomenten. Superieur luistervoer gewoon! Ook heel mooi is Wittens adaptatie van de Stones-hit “Dandelion”, die hier open bloeit tot een lieflijk folkliedje. Nu is het alleen maar hopen, dat hippe radiojongens zich niet aan dat laatste nummer zullen blijven vergrijpen, want op die manier loop je hier heel wat moois mis. Wat ons betreft wordt “Tell The Wind” dan ook ontegensprekelijk de plaat waarmee Patti Witten eindelijk op wat grotere schaal doorbreekt. Ze verdient het!

Patti Witten

CD Baby

 

 

KREG VIESSELMAN

“The Pull”

(Red Kite Records)

(4) J J J J

 

 

2007 zou best wel eens het jaar van Kreg Viesselman kunnen worden. De uit Wells, Minnesota afkomstige, maar momenteel in het Noorse Oslo residerende singer-songwriter mag dan vooralsnog een weinig bekende naam zijn, countrylegende Willie Nelson bevond hem alvast goed genoeg om hem als support act voor zijn optreden in het Amsterdamse Paradiso tijdens zijn komende Europese tournee uit te nodigen. Voor de met een bijzonder soulvolle, enigszins met die van Ray LaMontagne vergelijkbare stem gezegende Amerikaan een uitgelezen gelegenheid om zich te profileren naar een wat ruimer publiek toe. En het zou ons alvast absoluut niet verbazen als hij daarbij heel wat nieuwe zieltjes voor zichzelf en zijn werk zou winnen. Wij zijn immers behoorlijk onder de indruk van ’s mans onlangs verschenen tweede CD “The Pull”. We vonden ‘m zelfs zó goed, dat we er prompt een plaatsje voor reserveerden in onze eindejaarslijstjes. Viesselman grossiert op die nieuwe CD in sfeervolle eigen songs die het naast van een behoorlijke dosis soul vooral ook van folk en een bijna Waitsiaans popgevoel moeten hebben. Daardoor groeien liedjes als “The Busker”, “Saturday Night”, “Honey Of The Vine” en het door Boubacar Diébaté fraai op de kora ingeleide “The Man Without A Care” uit tot wat wij graag als ideale metgezellen voor nachtelijke escapades zouden willen bestempelen. “The Pull” gooide wat ons betreft de afgelopen maand dan ook terecht hoge ogen in de Euro Americana Chart.

Kreg Viesselman

Red Kite Records

 

 

MATT KOGER

“Blackland”

(Casscom Media)

(3,5) J J J J

 

 

Als gewetensvolle vader van vier kinderen kiest Texaan Matt Koger eieren voor zijn geld en concentreert hij zich om brood op de plank te houden in de eerste plaats op zijn job als fysicus. En het schrijven van liedjes beschouwt hij dientengevolge ook meer als een hobby dan als een winstgevende bezigheid. Dat wil echter niet zeggen dat de man amateurisme hoog in het vaandel voert. Het tegendeel is waar. Zijn debuutplaat “Blackland” is zo een voldragen album boordevol Americana en roots rock van uitstekende makelij. Voor zijn teksten liet Koger zich naar eigen zeggen leiden door mensen die hij ontmoette, verhalen die hij hoorde en dingen die hij meemaakte. En die aanpak resulteerde in een aantal inhoudelijk gezien erg fraaie liedjes. “Fort Worth Moon” bijvoorbeeld, waarin hij songgewijs de laatste nacht van JFK nog eens de revue laat passeren. Of “Billy The Old Man” ook. Op z’n Steve Earles laat hij daarin een ouderling drastisch zijn eigen lot ontvluchten. En het speelse “James” mogen we hier zeker ook niet vergeten te vermelden. Een flink op de lachspieren werkende lap Americana is dat, die aangeeft dat Koger ook met minder serieus materiaal aardig uit de voeten kan. Maar op z’n best is hij toch in wat rustigere nummers als de ballade “Anyway, I Love You”, waarin hij in verwondering stilstaat bij de vaststelling dat je kinderen je toch zo verdomd snel ontgroeien. “One’s growin’ up is another one’s letting go,” mijmert hij voor zich heen. Elke vader die ooit een dochter heeft afgestaan aan een z’n kind hopelijk waardige echtgenoot kent het gevoel.

Al bij al een erg mooie eersteling van een man die wat ons betreft rustig verder de door hem ingeslagen weg mag blijven bewandelen. Zijn manier van werken mag dan al niet aansluiten bij wat je in klassieke rock & roll-clichés als zijnde bon ton wordt voorgeschreven, zo lang ze schijven van het kaliber van dit visitekaartje blijft opleveren raden we Koger aan vooral niet van koers te wijzigen.

Matt Koger

CD Baby

 

 

SALLY SPRING

“Mockingbird”

(Sniffinpup Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Retour de force van een eigenzinnige tante die al met Americana in de weer was lang voor er van die term sprake was en die dus op de keper beschouwd als één van de wegbereiders voor dat genre mag worden gezien. Dat ze voor de opnamen van haar nieuwe CD een heuse all-star cast om zich heen wist te verzamelen hoeft dan ook absoluut niet te verwonderen. Zo tekenden haar compadre Ted Lyons en Chris Stamey bijvoorbeeld voor de productie van “Mockingbird” en kwamen tal van toppers uit het genre vocale hand-en-spandiensten verlenen. Ex-Byrd Gene Parsons en Tift Merritt in een mooie, meerstemmig gebrachte lezing van Gram Parsons’ “Hickory Wind”, Thad Cockrell iets minder prominent in de de weinig honkvaste Spring echt op het lijf geschreven road song “Going To California”, Caitlin Cary in het voorzichtig countryrockende “I Can’t Understand Why” en het sfeervol verhalende “Floyd Johnson”, Faye Hunter, Marshall Crenshaw en opnieuw Cockrell in het muzikaal gezien wel iets van een border song hebbende “Blue, Blue Heaven”, Parsons en nogmaals Cockrell in “Ain’t No Ash Will Burn”, een ogenblikkelijk onder de huid gaande versie van die Americana-sleper van Walter Auldridge, en Parsons eveneens gewapend met z’n pedal steel met een akoestische herneming van “Hickory Wind”. Verder voor de gelegenheid ook heel wat topmuzikanten op de loonlijst van Spring. Naast Lyons en Stamey ondermeer ook nog gitaristen Rich Feridum en James Mastro, fiddler John Teer, bassisten Graham Maby en Fred Smith en toetsenman Brandon Bush (Hammond B3). Met zoveel talent om je heen kan er eigenlijk nog maar weinig verkeerd gaan en dat is dan ook niet het geval. “Mockingbird” is gewoon een heel mooie Americana-plaat van een dame die eigenlijk dringend eens wat meer erkenning voor haar werk zou mogen beginnen te krijgen. Zeg, dat wij het gezegd hebben…

Sally Spring

Sonic Rendezvous

 

 

BROCK ZEMAN & THE DIRTY HANDS

“Welcome Home Ivy Jane”

(Busted Flat Records)

(4) J J J J

 

 

Dat we hier al sinds zijn machtige debuutplaat “Cold Winter Comes” en de opvolger daarvan, het al even briljante “Songs From The Mud”, een flinke boon hebben voor de Canadese singer-songwriter Brock Zeman zal ook jou wellicht niet ontgaan zijn. En het was dan ook met het nodige plezier, dat we weer eens achter onze schrijftafel plaats namen om zijn nieuwe CD “Welcome Home Ivy Jane”, zijn vierde ook alweer, onder de loep te nemen. En die bevestigt eigenlijk gewoon al het goede wat we hier in het verleden al over Zeman verkondigden. Gelijk van bij de twangy, in een Zuiders sfeertje badende opener “Better Half” scoren Zeman en zijn Dirty Hands goede punten. En dat blijven ze zowat de hele plaat lang doen. Met de prachtige Americana van het door Steve Smith van een fraai streepje dobro voorziene “In Days Ahead” bijvoorbeeld ook nog. Of met de lekkere, door gitarist Keith Glass (Prairie Oyster) gedragen countryrockers “Since You’ve Been Gone”, “The Greasy Skillet Boys” en “Storm’s A-Comin’”. Of met heerlijke ballades als “Boxcars”, “Saturday Night” en “Porch Light”. Of met het rootsy “10 Dollars & A Dime”. Enfin, je had het zo onderhand al wel begrepen: opnieuw geen slecht woord over Zeman. Zowel als songwriter, als als zanger – Wat een prachtige gruizige stem heeft die man toch! – onderlijnt hij met deze nieuwe worp andermaal tot het selecte kringetje der allerbesten binnen het actuele Americana-gebeuren te behoren.

Brock Zeman

CD Baby

 

 

RANDY ROGERS BAND

“Just A Matter Of Time”

(Mercury Records)

(3,5) J J J J

 

 

Het broodje van de sympathieke Texaan Randy Rogers en zijn kornuiten lijkt met dit nieuwe album zo onderhand wel gebakken. Hun vijfde, “Just A Matter Of Time”, verscheen immers niet alleen bij een major, het schijfje deed het ook vrijwel meteen erg goed in de Billboard Country Albums Charts. En echt te verwonderen hoeft dat eigenlijk ook helemaal niet. Dat Rogers een puike countryrocksong in de vingers heeft, bewees hij in het verleden immers reeds meermaals. En dat hij met zijn licht gruizige stem ook over het ideale instrument beschikt om die deunen te vertolken is al evenzeer oud nieuws. In een productie van Radney Foster brengt hij ook ditmaal weer een aangename mix van aan het werk van de jonge Steve Earle verwant singer-songwritermateriaal, kloeke ballades en pittige countryrockertjes. Heel wat van die songs schreef hij overigens samen met producer Foster. Enkele highlights? De gedoodverfde hit “One More Goodbye”, een ballade die in de Lone Star State allicht het einde van zo menig een aansteker zal inluiden, het bijzonder lekker uit de speakers knallende rockertje “You Could’ve Left Me”, het melodieuze titelnummer “Just A Matter Of Time” en het gevoelsmatig voorzichtig aan iets van Tom Petty herinnerende “Kiss Me In The Dark”.

Randy Rogers Band

Amazon

 

 

BLAZE FOLEY & THE BEAVER VALLEY BOYS

“Cold, Cold World”

(Lost Art Records)

(4) J J J J

 

 

Ruim zeventien jaar na zijn onfortuinlijke dood op 1 februari ’89 verschijnt met “Cold, Cold World” het tot op heden wellicht mooiste werkstuk van Michael David Fuller, je allicht beter bekend als Blaze Foley. In het gezelschap van de Beaver Valley Boys, met ondermeer Gurf Morlix (bas, elektrische gitaren, zang) en Riley Osbourn (piano, slidegitaar), klinkt hij relaxter dan ooit. En mocht je je nog afvragen, waarom groten der aarde als een Townes Van Zandt, een Lucinda Williams, een Willie Nelson of een Merle Haggard zo hoog opliepen met deze Texaan, dan vind je hier zeventien nummers lang een goede reden. Met die heerlijke gruizige stem van ‘m slalomt Foley behendig heen en weer tussen country, folk, blues en singer-songwriter stuff. Net als z’n grote idool Van Zandt klinkt hij daarbij regelmatig heel erg breekbaar. Dat is ondermeer het geval in het werkelijk bloedmooie titelnummer van de plaat, in het verstilde “Picture Cards” en in het beklemmende “In The Misty Garden / I Should Have Been Home With You”. Elders, zoals in het licht bluesy “No Goodwill Stores In Waikiki”, in het met een bijzonder ludieke tekst gezegende “Baby Can I Crawl Back To You” en “Wouldn’t That Be Nice?” haalt dan weer de zacht swingende kant van deze meester-liedjesschrijver even de bovenhand. In elk van beide gevallen levert dat superieur luistervoer op. Snel aanschaffen dus maar, deze unieke opnames uit 1979 en 1980.

Lost Art Records

CD Baby

 

 

MAGGIE REILLY

“Rowan”

(Red Berry Records)

(2,5) J J J

 

 

Medio de jaren tachtig van de vorige eeuw lag de wereld heel even aan de voeten van Maggie Reilly. Haar samenwerking met Mike Oldfield voor diens hits “Moonlight Shadow” en “To France” zorgde ervoor, dat heel wat mensen die normalerwijze nooit met haar en haar muziek zouden hebben kennisgemaakt dat nu toch deden. En al is het dan lang behoorlijk stil rond haar geweest, wij maken ons hier sterk, dat de naam Reilly dientengevolge ook nu nog bij velen onder jullie een belletje zal doen rinkelen. En dat is natuurlijk handig meegenomen als je het wil hebben over haar nieuwe CD “Rowan”. Op dat door Stuart MacKillop geproduceerde en ook grotendeels samen met die man vol gepende schijfje grossiert Maggie Reilly in commerciële folk(pop)deuntjes. Van nature erg brave en nogal ijl aandoende dingetjes als “Away Wi’the Faeries” en “Heartsong” of de folk meets reggae van “Promises” zullen dan ook eerder bij liefhebbers van pakweg een Enya dan bij de doorsnee-bezoeker van deze site aanslaan. Een speciale vermelding verdienen wel enkele andere liedjes. Het door Alasdair Robertson gepende “The Sun” bijvoorbeeld, een heerlijk streepje verstilde luisterfolk met Reilly vocaal in zeer goeden doen. Of ook het al van Sandy Denny bekende “Who Knows Where The Time Goes”, waarin Reilly’s stem en een akoestische gitaar ruimschoots volstaan om ons heel even wél op het topje van onze stoel te krijgen. Iets wat verder eigenlijk enkel nog geldt voor de van een nieuw arrangement voorziene traditional “ Cam YeO’er Frae France”.

Maggie Reilly

Red Berry Records

 

 

THE RED FLAGS

“Hundreds Of Sunshine”

(Folkwit Records)

(4) J J J J

 

 

Dat je absoluut geen Amerikaan hoeft te zijn om superieure Americana te kunnen produceren, werd de voorbije maanden, jaren door tal van uitstekende albums van Europese acts veelvuldig onderstreept. En ook de Britten Keith Mouland en Harry O’Shea dragen onder het pseudoniem The Red Flags hun steentje bij om die bewering nog wat meer kracht bij te zetten. Hun debuutplaat “Hundreds Of Sunshine” is een volledig akoestisch geheel, gebaseerd op prachtige verhalen van zanger-gitarist Mouland, die je met zijn rustieke warme stem meteen om zijn vinger weet te winden. Naast wat akoestisch gitaarwerk en een occasionele harmonicabijdrage van Mouland zelf is er enkel nog plaats voor subtiel basgepluk en een sporadische accordeon- of pianonoot namens O’Shea. Klinkt heel gemoedelijk allemaal en dat is het ook. Wat Mouland en O’Shea ten gehore brengen zijn vijftien van alle overbodige franje ontdane prachtliedjes, die aanvoelen als die warme deken die je tijdens een gure winternacht met plezier over je heen laat glijden. ’n Beetje country, ’n beetje blues, ’n beetje folk, ’n beetje Americana, maar bovenal zéér mooi allemaal. Vooral het ingetogen, door O’Shea van een sfeervolle accordeonversiering voorziene “Down Across The Border” onthouden wij als een echt juweel van een liedje.

The Red Flags

Folkwit Records

 

 

THE AVETT BROTHERS

“The Gleam”

(Ramseur Records)

(3,5) J J J J

 

 

“The Gleam” mag je rustig beschouwen als een soortement tussendoortje vanwege de Avett Brothers. Dat wil echter in het geheel niet zeggen, dat het hier om minderwaardig materiaal gaat. Wel integendeel! Enkel de speelduur van het album – Maar net iets meer dan eenentwintig minuten! - en het aantal liedjes erop – Amper zes songs! - voeden de veronderstelling, dat de Avetts nog wat tijd te doden hadden en dat ze dat dan maar op de aangenaamst mogelijke manier hebben gedaan. Het zou echter ook best kunnen, dat het hier gaat om een try-out met betrekking tot de in de toekomst te varen koers. Wat de heren hier neerzetten klinkt immers beduidend rustiger dan alles wat ze ons in het verleden voorschotelden. Alle zes de liedjes op “The Gleam” vallen onder de noemer introvert. De bij momenten behoorlijk wilde akoestische folkrock van weleer heeft plaats moeten ruimen voor ingetogen Americana singer-songwritermateriaal. Bijzonder sterk materiaal! Nummers als “Sanguine”, “When I Drink”, “Yardsale”, “Backwards With Time”, “If It’s The Beaches” en vooral ook de folky afsluiter “Find My Love” mogen wat ons betreft rustig tot het allerbeste van de broertjes worden gerekend. We zijn dan ook heel erg benieuwd of deze mini binnenkort een volwaardig vervolgstuk zal krijgen. Als het van ons afhangt, mag dat alvast héél snel gebeuren!

The Avett Brothers

Miles Of Music

 

 

ERIN HAY

“The Collection”

(Westwood International Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met de erg toepasselijke slogan “When It’s Too Country For Everyone Else, It’s Just Right For Me” wist Erin Hay enkele jaren geleden in volle “boomperiode” van het popcountrygenre terecht ogenblikkelijk de aandacht van heel wat “echte” countryliefhebbers te trekken. Hay hád en hééft het nog steeds duidelijk voor meer traditioneel georiënteerde country. In tegenstelling tot het gros van de tegenwoordig vanuit Nashville actieve dames wil zij enkel een carrière gebaseerd op haar kwaliteiten als zangeres. Wat ze doet harkt dan ook een aardig eindje terug in de tijd naar genregrootheden als bijvoorbeeld een Patsy Cline of een Tammy Wynette.

Haar nieuwe CD “The Collection” is zoals de titel al laat vermoeden in de eerste plaats een bloemlezing uit eerder werk. Achttien van de drieëntwintig tracks stammen van haar eerder verschenen platen “Honky Tonk Heaven”, “The Circle” en “Somebody’s Angel”. De vijf resterende nummers zullen binnenkort ook op haar échte nieuwe CD “Blue Country Songs” terug te vinden zijn. Dat zijn een leuke cover van de Jeannie C. Riley-hit “Harper Valley P.T.A.”, de naar onze normen net iets té melig uitvallende ballades “Ten Thousand Teardrops Ago” en “Leaning On A Rock That Never Rolls”, het bescheiden countryrockertje “I’d Be In Memphis” en de verhalende Hay-Ratliff-compositie “Midnight At The Old Soldier’s Home”. Stuk voor stuk dingen die wat ons betreft toch wat minder sterk uitvallen dan het materiaal waarmee Hay in haar begindagen onze aandacht op zich wist te vestigen. We denken dan aan heerlijk swingende liedjes als “My Shoes Keep Walking Back To You”, “Honky Tonk Heaven”, “Your Good Girl’s Gonna Go Bad” en “Honky Tonk Girl”. Precies dat soort van songs maakt van deze collectie alsnog een ideale instapper voor wie nog niet met het oeuvre van Hay vertrouwd is.

Erin Hay

CD Baby

 

 

GRIFFIN HOUSE

“House Of David Volume One & Two”

(Nettwerk Music Group)

(3,5) J J J J

 

  

 

Rare jongens, die artiesten… Neem nu zo’n Griffin House. Die lijdt met z’n nieuwe CD’s aan het Ryan Adams-syndroom. Houdt met “House Of David” één voldragen nieuwe plaat in handen en meent die toch keurig over twee schijfjes te moeten verdelen. Waarom? Joost mag het weten!

Gelukkig valt het met de kwaliteit van het erop aangebodene allemaal nogal mee. De man die ons in het verleden al enkele keren aangenaam verraste met albums als “Lost & Found” en “Upland” mag hier en nu dan al kiezen voor een opvallend meer pop- en rockgetint geluid, zijn songs blijven zonder uitzondering zeer de moeite. “Crazy For You” op “House Of David Volume One” is zo een erg knappe breekbare pianoballade, “Sinner” een al even geslaagde rootsrocker, “Say I Never” herinnert vaagweg aan de hier al eerder genoemde Ryan Adams in zijn wat rustigere momenten, “Traveling Thru America” is in een dicht bij de catalogus van Daniel Lanois aanleunend geluidsgewaad gehulde Americana, “One At A Time” pure roots pop for now people en het afsluitende “Only Love Remains” een van achter de piano van een klassiek poprandje voorziene kippenvelballade. “Volume Two” opent dan weer met het tegelijk naar Brian Wilson en groepen als Big Star en World Party knipogende “To You Someday” om vervolgens via knappe popdeunen als “Skin”, het aan U2 verwante “Lay Down In Your Fields”, het opzwepende “Don’t Try To Hide It” en het van aanpak bijna Brits te noemen “New York Times” in het rootsy “Show Me Yourself” een bijzonder knappe finale te kennen.

Al bij al materiaal dat ook op de popstations hier te lande best wel een kans verdient. Om het nog niet te hebben over de plaats die er ook in jouw collectie voor gereserveerd zou moeten zijn…

Griffin House

Nettwerk Music Group

 

 

SUNNY SWEENEY

“Heartbreaker’s Hall Of Fame”

(Big Machine)

(4,5) J J J J J

 

 

Het heeft eigenlijk maar een haartje gescheeld, of we hadden helemaal niet met deze knappe youngster kennisgemaakt. Ondanks het feit dat zo ongeveer alles haar richting een carrière als countryzangeres leek te pushen, probeerde de jonge Texaanse Sunny Sweeney immers eerst haar geluk als improv-comédienne. Een geluk voor ons, dat ze alsnog op haar stappen terugkeerde en met “Heartbreaker’s Hall Of Fame” haar lot nu toch nog een kans lijkt te willen geven. Waarom, vraag je je af? Welnu, omdat dat debuut gewoon dé countryplaat van het jaar is. Zelden een eersteling gehoord die zo ontzettend zelfverzekerd klinkt. Sweeney is gezegend met een prachtige countrystem, die herinneringen oproept aan dames als Natalie Maines van de Dixie Chicks, Joy Lynn White en Kasey Chambers. Het soort van instrument met andere woorden dat gewoon schreeuwt om aandacht. En als je dan bovendien ook nog eens in staat blijkt tot het schrijven prachtige songs als het ingetogen twangende “Ten Years Pass”, het met een voorzichtige snik in de stem gebrachte “Heartbreaker’s Hall Of Fame” of de sfeervolle ballade “Slow Swinging Western Tunes”, en over genoeg gezond verstand en feeling beschikt om voor de rest van het voor je plaat benodigde materiaal in de leen te gaan bij enkele van je eigen favoriete songwriters als Jim Lauderdale (“Refresh My Memory” en “Please Be San Antone”), Libbi Bosworth (“East Texas Pines”), Audrey Auld (“Next Big Nothing”), Keith Sykes (“Lavender Blue” – gebracht in duet met Jim Lauderdale!), Tim Carroll (“If I Could”) en Iris DeMent (“Mama’s Opry”), dan zit alles meteen als gegoten.

Fantastische plaat gewoon! Kan je gewoon blind aanschaffen! Of om het met Sweeney zelf te zeggen: “Get your honky-tonk on!”

Sunny Sweeney

CD Baby

 

 

NICK SAUNDERS

“Resonance”

(Digital Wings)

(5) J J J J J

 

 

Een naam die we met vette letters aan ons stilaan vaste vormen aannemend eindejaarslijstje hebben toegevoegd is die van de jonge Brit Nick Saunders. Diens debuut “Resonance” is immers in één woord fabelhaft te noemen. Gelijk van bij de eerste noten van het titelnummer, tevens de opener van de plaat, waan je je opnieuw in het gezelschap van wijlen Nick Drake. Vooral Saunders’ fluwelen voordracht voedt een dergelijke vergelijking. En dat hij net als zijn legendarische voorganger een voorkeur blijkt te hebben voor enigszins herfstig aandoende, veelal in melancholie zwelgende liedjes natuurlijk ook. Songthema’s als sociale isolatie, vervreemding en eenzaamheid lijken daar overigens ook nadrukkelijk om te vragen.

Het resultaat is wat wij een volstrekt tijdloze plaat zouden willen noemen. Een plaat die – als er al zoiets als gerechtigheid bestaat – de reputatie van Saunders als superieure singer-songwriter in één klap zal vestigen. Nieuwe folktroubadours van dit uitzonderlijk hoge niveau kom je helaas immers niet al te vaak meer tegen…

Nick Saunders

Digital Wings

 

 

OLAV LARSEN & THE ALABAMA RODEO STARS

“Love’s Come To Town”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Het Hoge Noorden blijkt dezer dagen een schier onuitputtelijke bron van goed Americana-materiaal. Ditmaal is het de jonge Noorse kleurling Olav Larsen die ons daar maar weer eens op attendeert. Met zijn band The Alabama Rodeo Stars grossiert hij op zijn debuut “Love’s Come To Town” in liedjes die keurig het midden houden tussen genres als Americana, country, bluegrass, folk en pop. Als referentiepunt kan daarbij The Band enigszins dienen. Larsens liedjes zijn immers net als heel wat van het materiaal van die groep eerder simpel van opbouw en putten hun aantrekkingskracht voor een groot stuk uit een al even onopvallende invulling ervan. Akoestische en elektrische gitaren gaan hier hand in hand met rootsy instrumentarium à la fiddle, banjo, pedal steel, harmonica en accordeon. Voeg daar nog aan toe de aangename, warme stem van Larsen zelf, de knappe samenzang met ondermeer Merethe C By en het catchy karakter van de songs en je weet, dat je er als Americana-liefhebber met “Love’s Come To Town” wederom een goede vriend bij hebt. Onze luistertips: de superaanstekelijke, op een ADHD-fiddle-motiefje geënte countrydeun “You Can Call Me Baby” en het gevoelsmatig ergens halverwege de Triffids, de Go-Betweens, J.J. Cale en een willekeurig te kiezen bluegrass act strandende “Unhappy / dreamer”.

Olav Larsen & The Alabama Rodeo Stars

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

JAMES MCCANN

“Last Night I Met The Devil”

(Bang Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Aussie James McCann geniet hier vooralsnog vooral bekendheid als stichtend lid van The Drones, maar daar zal met deze plaat allicht snel verandering in komen. “Last Night I Met The Devil” is immers een ontzettend gevarieerde, vooral door de intensiteit van het songmateriaal erop opvallende schijf geworden. McCann laat hier vocaal voortdurend een bijzonder gekwelde indruk na en trekt ook met zijn snedige gitaarspel diepe voren in je onderbewustzijn. En of dat nu gebeurt met een nog behoorlijk melodieuze (roots)rocker als “Knowing Smile”, met een gitaargewijs al flink onderbouwde folkrockballade als “Heat Of The Belt”, met compromisloos gitzwart singer-songwriterspul uit de Neil Young & Crazy Horse-school genre “Been Round Here”, met swampy materiaal van het kaliber van “Black Brown And Blue”, met sfeervolle desert rock als “Wrecking Yard”, dan wel met een withete sonische eruptie als “She’s Intermediate / Hoodoo Joe”, doet eigenlijk maar bitter weinig terzake. Dit is rock & roll op zijn rauwst, warm aanbevolen door Spencer P Jones hemzelve.

James McCann

Bang Records

Sonic Rendezvous

 

 

AXTON KINCAID

“Songs From The Pine Room”

(Gone To Drewsey)

(3,5) J J J J

 

 

Na een in de voorbije lente verschenen titelloze EP is “Songs From The Pine Room” de eerste volwaardige CD van de Amerikaanse groep Axton Kincaid. Dat vijftal rond zangeres-songschrijfster Kate Howser tekent daarop voor twaalf charmant rammelende lappen alt. country, her en der gekruid met een flinke snuif bluegrass. Zodoende belanden ze regelmatig in het vaarwater van andere vergelijkbare acts als Freakwater, Jeff & Vida en Jim & Jennie & The Pinetops. Opvallendste nummer van de plaat is een van ingehouden melancholie levende en door een nerveus betokkelde mandoline aangejaagde cover van “I Want To Be Adored” van het ooit erg succesvolle Britse popcollectief de Stone Roses. Met uitzondering van “Who’s Gonna Pour My Whiskey When You’re Gone?”, een springerige countrydeun over het verlies van een goed in de markt liggende barman, die ze schreef samen met bassist Ryan Waggoner en mandolinespeelster Jen Daunt, stond Howser in haar eentje in voor het resterende materiaal. En daarin bewijst ze niet alleen een uitstekende zangeres te zijn, maar ook een prima song in de vingers te hebben.

“Songs From The Pine Room” groeit al bij al vrij onopvallend uit tot een echt snoepje voor wie houdt van twangy spul. Sterkste troeven van Axton Kincaid vormen wat ons betreft naast de stem en de songs van Howser de knappe samenzang met de andere groepsleden en het bijzonder functionele gebruik van instrumenten als de mandoline en de pedal steel.

Axton Kincaid

CD Baby

 

 

VERNON OXFORD

“Sings Gospel, Country & Bluegrass”

(Oxford-Corbin Records)

(3,5) J J J J

 

 

Een plaat die vooral bij liefhebbers van old school country heel erg in de smaak zal vallen, deze “Vernon Oxford Sings Gospel, Country & Bluegrass”. Ze markeert de bijzonder welgekomen comeback van een man die met name medio de jaren zestig relatief succesvol was. En zijn stem mag dan al duidelijk de sporen dragen van een gezegende leeftijd, Oxford is en blijft een echte mooizinger. Twaalf nummers lang illustreert hij hier nogmaals, waarom hij door heel wat countryfans van het eerste uur nog steeds op handen gedragen wordt. Het merendeel van die liedjes werden overigens aangedragen door zijn maatje Everett Corbin. Enkel voor de countrygospeldeun “Brothers Of The Bible, Soldiers Of The Cross” tekende Oxford zelf samen met Ron Pederson.

Verder laat de titel van de plaat maar erg weinig aan de verbeelding over. Oxford doet het hier inderdaad met gospel, country en bluegrass. Fiddle, banjo, mandoline, steel, dobro en aanverwante instrumenten zijn daarbij voortdurend à volonté aanwezig. Alles wat het countryhartje maar begeren kan dus. Met een speciale vermelding voor het fraaie “The Last Days Of New Orleans”, een zoveelste, z’n oorsprong in het die regio door de orkaan Katrina aangedane leed vindende prachtsong, met knap accordeonwerk van Jeff Taylor als kers op de taart.

CD Baby

 

 

MIKKI BRISK

“Cowgirl Christmas / Joey”

(Albino Catfish Music)

(2,5) J J J

 

 

De kerstdagen komen er weer stilaan aan en dat zullen we geweten hebben ook. Naast de obligate verzamelplaten van “de groten der aarde” vinden immers ook steeds meer kerstplaten opnieuw hun weg naar de winkelrekken in veel CD shops. En ik kan het echt niet helpen, maar dan bekruipt mij toch telkens weer opnieuw een nauwelijks anders dan als akelig te omschrijven gevoel. Teveel schmalz in één keer blijkt nu eenmaal niet goed voor deze jongen…

Een beetje vooringenomen boog ik me dan ook over “Cowgirl Christmas” van Mikki Brisk. Gelukkig bleek dat schijfje maar twee tracks te tellen. Het titelnummer, de eigenlijke single, is een rustig voortkabbelende country shuffle, waarin Brisk zanggewijs voorwaar K.D. Lang even weet te benaderen. En, eerlijk is eerlijk, ik moet toegeven, dat ik al véél slechtere kerstsongs gehoord heb. In het tweede nummer, de ballad “Joey”, breekt Brisk dan weer een lans voor “the father of the most famous baby in history and husband to the miracle mother”. En dat blijkt toch net iets té gewoontjes om hier lang te blijven hangen. Maar goed, Kerstmis is toch al in zicht…

Mikki Brisk

CD Baby

 

 

THE RESENTMENTS

“On My Way To See You”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Zo’n acht jaar geleden eerder toevallig geboren uit de behoefte van enkele muzikale kanjers om ook op zondagavond wat om handen te hebben, zijn The Resentments de voorbije jaren op kousenvoeten uitgegroeid tot een heuse vaste waarde binnen de nochtans rijk gespekte muziekscene van Austin. Stephen Bruton, Jon Dee Graham, Scrappy Jud Newcomb, Bruce Hughes en John Chipman hebben er immers zoiets als een erezaak van gemaakt om op gezette tijdstippen in hun goed gevulde agenda’s een gaatje vrij te houden om samen aan de slag te gaan. En dat resulteerde zopas in hun vierde CD, hun derde studioplaat inmiddels ook alweer, “On My Way To See You”. Die schijf werd in amper een week tijd ingeblikt in juli van dit jaar. Een echt huzarenstukje, als je rekening houdt met de kwaliteit-tijd-verhouding. Het gebrachte is immers ook ditmaal weer van ronduit voortreffelijke makelij. Opener “Sole Satisfaction” roept zo bijvoorbeeld vaagweg herinneringen de legendarische Muscle Shoals sound, Jud Newcombs “State Of Distraction” is een in een fraai Americana-corset gevangen zittend Dylanesk statement, Bruce Hughes zoekt in “Comin’ Down” aansluiting met het songbook van de grote Brian Wilson, Jon Dee Grahams “Jesse Taylor” is gefundenes Fressen voor liefhebbers van het betere Texaanse singer-songwriterwerk, Stephen Bruton verleent aan de bluesy rammelaar “Just A Fever” een gevoel de titel ervan meer dan waardig en zijn samen met Al Anderson gepende “I Do My Drinking On The Weekends” is ontegensprekelijk één van de aanstekelijkste songs van het jaar. “With Each New Day” is dan weer een erg knappe rootsy instrumentale, Bruce Hughes’ “Tip Me Over” bloedgeile New Orleans funk Austin style en afsluiter “Heart Of Hearts” een droom van een countryballade, zoals die in Nashville al in geen jaren meer gemaakt worden. En dan hadden we het nog niet over de covers hier. Daarvan vallen vooral een doorleefde kijk op streekgenoot Adam Carrolls “Ricebirds” en een zeer mooie benadering van het vooral in de uitvoering van Harry Nilsson bekende Fred Neil-nummer “Everybody’s Talkin’” door Jon Dee Graham erg mee. Eerder overbodig is dan weer drummer John Chipmans lezing van Chuck Berry’s “Too Much Monkey Business”. Dat is misschien wel het enige smetje op deze verder uitstekende plaat.

The Resentments

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE ROBERT CRAY BAND

“Live From Across The Pond”

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Steeds meer gerenommeerde artiesten beginnen hun weg te vinden naar het vanuit L.A. actieve New West Records, zoals nu ook weer Robert Cray en z’n band. Hun eersteling voor die nieuwe werkgever is een in de vermaarde Royal Albert Hall ingeblikte live-dubbelaar. En daarop mochten een aantal groepsfavorieten als “Phone Booth”, “Right Next Door (Because Of Me)”, “I Guess I Showed Her”, “Smoking Gun”, “I Was Warned” en “Bad Influence” uiteraard niet ontbreken. Maar met nummers als “Poor Johnny”, “I’m Walkin’” en “Twenty” werd er toch ook flink wat materiaal van ’s mans laatste CD opgenomen.

De ingrediënten zijn ondertussen naar we mogen aannemen wel bekend. Er is de warme soulvolle voordracht van Cray zelf, er zijn z’n altijd wel weer met een snuif R&B of soul gekruide liedjes en uiteraard ook zijn subtiele gitaarspel. Niet echt veel nieuws onder de zon, zou je kunnen zeggen, maar het blijft ook na ruim dertig jaar nog altijd bijzonder lekker en naar meer smaken. Zeker wanneer Cray, zoals hier, duidelijk in z’n element blijkt en heel relaxed, losjes uit de pols zijn ding mag doen. Dan gaan zijn songs toch nog net iets meer leven dan dat op zijn studioplaten soms het geval is en dat komt hen alleen maar ten goede. En dat de gitaar daarbij wat meer centraal komt te staan, zal wellicht ook niemand erg vinden, al resulteert dat natuurlijk wel in wat langer uitgesponnen versies van de gebrachte nummers.

Veel nieuwe fans zullen Cray en kornuiten hiermee wellicht niet winnen, maar zijn vaste aanhangers zullen er net als heel wat andere blues- en soulliefhebbers met plezier regelmatig naar blijven teruggrijpen.

The Robert Cray Band

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

ORBO & THE LONGSHOTS

“Genuine Handmade Rock ‘N’ Roll”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

 

Om er maar eens even een Jaggeriaanse wijsheid bij te slepen: “It’s only rock & roll, but I like it.” We hebben het dan meer bepaald over “Genuine Handmade Rock ’n Roll”, het verrekt toepasselijk getitelde, deels in Memphis, deels in Nashville ingeblikte tweede album van het Noorse combo Orbo & The Longshots. Gelijk van bij het attractieve openingsnummer van die plaat, het catchy rockabillystampertje “Dead Man Walking” (Het beste nummer van de plaat!) wisten de Noren zich verzekerd van onze volledige aandacht. En al bleek dat liedje dan ook in het geheel niet representatief voor wat volgen zou, toch bleven we de hele rit lang één en al oor. En zo konden we terloops ook vaststellen, dat Kevin Welch zo vriendelijk was om vocaal een duit in het zakje te komen doen in de knappe rootspopdeun “My Widow”. Terwijl Mike Henderson dan weer een knappe bijdrage op de elektrische leverde aan “Lovedog”, een bluesy eerste stap richting Heartrockland, waar de meerderheid van het materiaal op dit schijfje thuis bleek thuis te horen. Een goede referentie is wat ons betreft John Mellencamp in zijn betere dagen, zo ongeveer ten tijde van “Scarecrow” en “The Lonesome Jubilee”. Dingen als “Blue Rose Hill”, “Taking My Baby Home” en “Coming Down” hadden zo uit zijn koker kunnen komen. Elders, zoals in “I Know Why You Cried” of “Exit 17” bijvoorbeeld, wordt het geheel gekruid met een voorzichtig snuifje country. En ook die songs smaken volop naar meer.

Orbo & The Longshots

Rootsy

Sonic Rendezvous