ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2007

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Eric Devries “Sweet Oblivion”Mick Hart “Finding Home”Nathan Holscher “Even The Hills” - Minor Majority “Candy Store”Markus Rill “The Things That Count”Willy Clay Band “E.P.”Catherine MacLellan “Church Bell Blues”Kristin Mooney “Hydroplane”Beth Hirsch “Wholehearted” - Doug Sahm “Live From Austin, TX”Parsons-Thibaud “Parsons-Thibaud”Fred Eaglesmith & Band “Live Below Sea Level” (DVD)Yonder “Yonder”John Mayall “Live From Austin, TX”Gov’t Mule “Mighty High”Andi Almqvist “Red Room Stories”Richard Stooksbury “South”Sue Gartland “Ford Fairlane”

 

 ERIC DEVRIES

“Sweet Oblivion”

(Inbetweens / Clear Spot)

(4) J J J J

 

 

Bijzonder bezige bij, deze Eric Devries! We zijn hier nog maar amper bekomen van het samen met zijn maatjes Eric van Dijsseldonk, BJ Baartmans en Louis van Empel ingeblikte “Another Round With… Songwriters United” of de ondermeer van zijn werk met The Big Easy en Bengels en als duo met Baartmans bekende Nederlander dompelt ons wederom onder in een weldadig bad van Rootsliedjes met een hoofdletter R. Van “Sweet Oblivion”, ’s mans tweede CD onder eigen naam, straalt gewoon van de eerste tot de laatste noot internationale klasse af. Wat hij hier met zijn uit gitarist Alan McLachlan, bassist Bartel Bartels en drummer Stephan van der Meijden bestaande nieuwe band The Easy en gastmuzikanten als BJ Baartmans (gitaar), Harrie Brekelmans (pedal steel), Eric van de Bovenkamp (toetsen) en Jelka van Houten (zang) presteert, zou zo menig een Amerikaanse collega prompt het schaamrood op de wangen bezorgen. Twaalf liedjes lang onderlijnt Devries andermaal een uitzonderlijk getalenteerde songsmid en een bijzonder fijnbesnaarde zanger te zijn. En, niet onbelangrijk, hij doet dat op een danig gestroomlijnde manier, dat het ons absoluut niet zou verbazen, mocht het één of het andere nummer van “Sweet Oblivion” door radiojongens met oren aan hun hoofd worden opgepikt en tot een radiohitje uitgroeien. Ze vinden hier alleszins materiaal genoeg, dat die status absoluut zou verdienen. We denken bijvoorbeeld aan het heerlijk dromerig een verloren liefde bezingende “The Longest Day In June”, het ook al schoorvoetend voorbijschuifelende “No Need To Wonder”, het in een bedje van zacht twangende snaren, al even subtiel bewerkte toetsen en weemoedig aandoende pedal steelklanken ondergebrachte “Love So Blind” en het voorzichtig funky overkomende “Lost To The Day”, to name but just a few. En dat zijn dan nog niet eens de échte prijsnummers hier! Daarvoor moet je wat ons betreft bij “Lose Myself” en het titelnummer zijn. Het eerste is een heerlijk melodieuze countryrocker, die je al na enkele noten zit mee te neurieën, het tweede een voorbeeld van een protestliedje, waarin Devries zich afzet tegen de almaar toenemende apathie in onze samenleving. Of bij het afsluitende “Don’t You Think It’s Time”, een broeierige sleper, die als een achteloos op vasttapijt achtergelaten sigarettenpeuk ogenblikkelijk een minuscuul gaatje in ons Americana-minnend hart brandde. Oók héél erg mooi: het net als “Sweet Oblivion” en “The Longest Day In June” in The Office in Tulsa, Oklahoma ingeblikte “Summer’s Gone”, dat perfect het gevoel verklankt dat je elk jaar weer in de overgang van zomer naar herfst lijkt te moeten overvallen. Maar eigenlijk hoor je op een plaat als deze gewoon niet te zoeken naar de krenten in de pap. Niet één van de twaalf songs hier is minder dan zeer goed! We willen hier dan ook afronden met een vanuit de grond van ons hart opgediept “Chapeau, mijnheer Devries!”

Eric Devries

Inbetweens Records

 

 

MICK HART

“Finding Home”

(Besides / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Als je al eens iets te lezen vindt over Mick Hart (Niet zo vanzelfsprekend overigens!), dan wordt de beste man in het betreffende artikel meestal bedolven onder de superlatieven. De beste Australische singer-songwriter überhaupt wordt hij genoemd. En vooral vergelijkingen met Jeff Buckley vormen absoluut geen uitzonderingen. En daarin volgen wij na het beluisteren van zijn knappe vierde CD “Finding Home” toch niet echt. Als je ’t ons vraagt zijn het veeleer de jonge John Prine, Cat Stevens en Bob Dylan die als geschikte referentiepunten kunnen worden opgevoerd. Op dat deels in het Franse Lille, deels in Londen opgenomen album zijn de ingetogen songs ruimschoots in de meerderheid. En wat ons betreft terecht ook, want daarin schuilt duidelijk Harts forte. Als hij met zijn licht gebroken stem, zichzelf voornamelijk begeleidend op de akoestische, de lapsteel en zijn harmonica uitermate emotioneel uit de hoek komt, dan grijpt de in Frankrijk residerende Aussie je vrijwel ogenblikkelijk bij je nekvel. Flirtend met zowel pop, folk als blues valt hij eigenlijk maar moeilijk te categoriseren, maar wij kunnen ons wél voorstellen, dat wie houdt van de eerder genoemde artiesten en van vakbroeders als een Ben Harper, een Dan Bern en een Ray LaMontagne hier met plezier zijn of haar geldbeugel zal voor bovenhalen. Wederom uitsluitend superlatieven dus…

Mick Hart

Besides

Sonic Rendezvous

 

 

NATHAN HOLSCHER

“Even The Hills”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

De jonge Amerikaan Nathan Holscher is met “Even The Hills” niet echt meer aan zijn proefstuk toe. Dat was immers “Pray For Rain”, een plaat die hij samen met Sarah Ferrell opnam. Van haar hier volstrekt geen spoor meer, maar ze wordt op waardige wijze vervangen door goudkeeltje Tasha Golden. Samen met haar en Josh Seurkamp (drums), Joe Bolinger (banjo), Ric Hordinski (bas, gitaar) en Kenny Holycross (pedal steel) tekent Holscher ook ditmaal weer voor een bijzonder aangenaam luisterstuk. Ergens tussen eerder sombere Americana, folk en roots pop vonden tien van zijn eigen composities de ideale voedingsbodem om zich te ontpoppen tot echte groeiertjes. Met zijn aangenaam hese stem als zijn voornaamste bondgenoot toont Holscher zich in die liedjes als een verteller met heel wat in zijn mars. Namen die je bij het beluisteren van zijn materiaal spontaan voor de geest komen zijn ondermeer die van wijlen Townes Van Zandt en die van Joe Henry, al moet je voor die laatste dan wel terug naar zijn eerste platen. Thumbs up ook voor Holschers knappe gitaarspel en voor de vlekkeloze productie van Ric Hordinsky.

Gaan we ongetwijfeld nog heel wat van horen, van deze knaap!

Nathan Holscher

CD Baby

 

 

MINOR MAJORITY

“Candy Store”

(Strange Ways / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Na vier platen achten Pål Angelskår en de zijnen de tijd rijp voor een retrospectieve. En de dubbelaar “Candy Store” biedt met ruim 27 songs zo ongeveer voor elk wat wils. Wie nog niet kennisgemaakt zou hebben met de immer melancholieke rootsy pop en folk dan wel alt. country van de vijf Noren wordt met de zestien nummers op de eerste CD op z’n wenken bediend. Daarop bevinden zich immers uitsluitend singles en bandfavorieten. Met andere woorden het ideale opstapje naar hun eerder verschenen albums “Walking Home From Nicole’s” (2001), “If I Told You, You Were Beautiful” (2002), “Up For You & I” (2004) en “Reasons To Hang Around” (2006). Wie, zoals ons, al wel in de ban was van de fluwelen stem en de vaak niets minder dan briljante songs van Angelskår zal dan weer zijn pret niet op kunnen met de tweede CD. Die bevat immers elf echte rariteiten, waarvan er slechts twee ooit het daglicht zagen. Dat zijn “The Things You Say” en “Henry’s Fuck Up”, het ene afkomstig van een zwaar gelimiteerd plakje vinyl, het andere een obscuur B-kantje. Verder een heleboel demo’s en outtakes van de sessies die leidden tot hun drie laatste platen hier. En ook een drietal speciaal voor “Candy Store” opgenomen liedjes: “Somebody Else’s Baby” (Met Keren Jo Fields!), “Now You Play That Song Again” en het erg soulvolle “Her Kind Of Guy”. Als kers op de taart biedt een vierentwintig pagina’s tellend booklet hoogst interessante persoonlijke commentaren van de verschillende bandleden.

Minor Majority

Strange Ways Records

Sonic Rendezvous

 

 

MARKUS RILL

“The Things That Count”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Enkele maanden geleden, kort voor hij naar de States zou vertrekken om er zijn nieuwe CD in te blikken, kwam Markus Rill plots flink in de problemen te zitten. Goed een week voor zijn afreis werd hij door de ondermeer van zijn vorige platen “Hobo Dream” en “The Price Of Sin” bekende producer George Bradfute immers opgebeld met de medeling, dat de met hem geplande opnamesessies door een nogal dringende familie-aangelegenheid niet zouden kunnen plaatsvinden. Daardoor moest Rill plots onverwijld op zoek naar een stand-in. En die vond hij op aanraden van zijn labelgenoot Mack Starks uiteindelijk in Richard McLaurin. Samen met Starks maakte die ooit nog het mooie weer bij Farmer Not So John.

Rill dus met een klein hartje richting Nashville, het onbekende tegemoet. Achteraf bekeken viel het allemaal echter nogal mee. Ondanks de relatief korte voorbereidingstijd die hem vergund was, slaagde McLaurin er immers toch in een groepje uitstekende muzikanten voor Rills kar te spannen. Zo kon die samen met bassist Dave Jacques, drummer Bryan Owings en klasse-gitarist Joe McMahan in minder dan drie dagen de basis leggen voor zijn achtste plaat so far. McLaurin zelf droeg naderhand wat gitaar, mandoline, pedal en lap steel bij, Jen Gunderman kroop achter vleugel, Hammond en Wurlitzer en Mack Starks, Dave Coleman en Claire Small tekenden voor aanvullende zang. Het resultaat is een plaat die zich wezenlijk van zijn voorganger onderscheidt. Was “The Price Of Sin” nog een overwegend akoestische plaat, dan wordt Rills nieuwste gekenmerkt door een met name door het knappe gitaarwerk van McMahan als eerder elektrisch te omschrijven atmosfeer. Diens geweldige snarenspel en de beduidend experimentelere aanpak van producer McLaurin, waarin occasioneel bijvoorbeeld ook plaats bleek voor wat gitaar- en drumloops, maken van “The Things That Count” een totaal andere plaat dan we die van Markus Rill gewoon zijn. Anders, maar wel minstens even goed! En dat heeft dan weer alles te maken met de logische ontwikkeling die Rill er zowel op tekstueel als op muzikaal vlak op doormaakt. Werd “The Price Of Sin” nog gekenmerkt door een diepgeworteld gevoel van berouw, dan focust de Duitser zich na zijn wonden te hebben gelikt nu weer volop op de dingen die er toe doen in het leven, the things that count met andere woorden. En dat zulks gepaard gaat met een plotse opstoot van vitaliteit lijkt eigenlijk alleen maar logisch. Op “The Things That Count” staan dan ook flink wat vlottere, met een rocksausje overgoten songs. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het heerlijke, door Jen Gunderman met een zalige orgelpartij onderbouwde “Dimestore Paperback Memory”, naar het jachtige “Scene Of The Crime”, naar het ingehouden “Faith Is Hard” of het hikkende “Gotta Keep My Hands Off” en je zal ook zelf meteen aanvoelen wat we daarmee nu precies bedoelen. Als tegengewicht voor “al dat geweld” zijn er gelukkig ook weer een stel van die zalige ballads voorhanden waarop Rill onderhand wel een patent lijkt te hebben. In dat verband noemen we ondermeer het aan het leven van de naar de States verkaste Weense ballerina opgehangen en op een apart gevoel van weemoed drijvende “Sarah Stein”, het erg mooie titelnummer, het radiovriendelijke “I’ll Wait For You” en het afsluitende “Just Like It Never Did Exist”. Deze en andere liedjes maken ook van Rills nieuwste een plaat die we ons als Americanaliefhebbers in hart en nieren zullen blijven herinneren als “a thing that counts”.

Markus Rill

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

WILLY CLAY BAND

“E.P.”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Soms is er echt niet veel nodig om van ons contente mensen te maken. Wordt andermaal onderstreept door dit in afwachting van een nieuwe langspeler van de Willy Clay Band verschenen tussendoortje. Amper vijf liedjes, gebracht in goed en wel zeventien minuten, maar ó zo lekker.

Net als op hun hier ook al bejubelde debuutplaat “Rebecca Drive” uit 2005 vertalen de vijf Zweden ook op dit EP’tje weer dat voor het midden van de jaren zeventig zo typische countryrockgevoel naar het hier en nu. (Die geweldige harmonieën!) En dat gebeurt ditmaal aan de hand van twee nieuwe eigen nummers, twee covers en een herwerkte versie van een nummer van hun eersteling. Nieuw zijn het zalig zonnige, met een duidelijke knipoog richting de Amerikaanse westkust ingevulde “Hollow” en het op z’n Steve Earle’s pittig twangend rockende “The Miner (Kiruna)”. Covers zijn er van het al van Julie Miller en Neil Young bekende tweetal “All My Tears” en “Long May You Run”, beide opgenomen tijdens de 2006-editie van het Kirunafestivalen in hun Zweedse thuishaven. En dan is er tenslotte ook nog het van hun visitekaartje onthouden “Soldier”, hier herwerkt tot een duet met hun landgenote Tine Valand. Weer héél erg lekker allemaal!

Willy Clay Band

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

CATHERINE MACLELLAN

“Church Bell Blues”

(True North Records)

(4) J J J J

 

 

Wij moeten eerlijk bekennen, dat de naam Catherine MacLellan bij ons vóór het horen van “Church Bell Blues” niet meteen een belletje deed rinkelen. Nochtans is het al de tweede langspeler van de jonge Canadese. In 2004 pakte ze immers al uit met “Dark Dream Midnight”. En daarvóór kwam ze ook al aan de bak in de (Ons eveneens onbekende!) groep The New Drifts.

Het eerste wat ons opviel bij het beluisteren van die nieuwe van MacLellan was haar ongemeen helder klinkende stem. Die is mede daardoor van een beklijvende schoonheid. En ze herinnerde ons eigenlijk ook wel een heel klein beetje aan die van Patty Griffin en die van Shawn Colvin. En met die laatste deelt MacLellan overigens wel meer. Ook de Canadese mag haar uit gelijke delen folk en country opgetrokken liedjes immers graag simpel invullen. Centraal staat daarbij haar eigen werkelijk impeccabele gitaarspel. Producer James Phillips, Maurice Hashie en Philip MacLellan doen de rest middels schaarse bijdragen op respectievelijk de elektrische en akoestische, bas, mandoline, orgel, drums en wat percussie-instrumenten. Dat resulteert in een uitermate intimistisch aandoend geheel, waarvan zo ongeveer elke noot nadrukkelijk tot herhaaldelijk beluisteren uitnodigt. En bij elk van die luisterbeurten openbaart zich ook wel weer wat nieuws. Vooral het poëtische aspect van MacLellans liedjes blijkt telkens opnieuw een bron van puur genot. En dat hoeft eigenlijk ook absoluut niet te verbazen, als je weet dat MacLellan zelf al heeft toegegeven de mosterd bij groten der aarde als een Townes Van Zandt, een Nanci Griffith, een Joni Mitchell en haar landgenote Julie Doiron te hebben gehaald. En bovendien zat de muziek eigenlijk altijd al in haar bloed. Catherine is immers de dochter van singer-songwriter Gene MacLellan, de man die in de jaren zeventig ondermeer Anne Murray en Ocean aan internationale hits als “Snowbird” en “Put Your Hand In The Hand” hielp. Dat van de appel die naar goede gewoonte weer niet al te ver van de boom viel met andere woorden…

Onze luistertips: het zich tegen een ingehouden twangend gitaartje aan vlijende “The Long Way Home”, één van de allermooiste rootspopliedjes die wij dit jaar al mochten aanhoren, het pakkende openingsnummer “Dreams Dissolve”, het zijn titel alle eer aandoende en behoedzaam je leven in dwarrelende stukje intimistische Americana dat “Snow Day” is en het zalige “Church Bell Blues”, dat inderdaad wel iets heeft met dat genre.

Amerikanen zeggen in zo’n geval: “Highly recommended!”

Catherine MacLellan

True North Records

 

 

KRISTIN MOONEY

“Hydroplane”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

“Hydroplane”, de derde van Kristin Mooney, is tegelijk haar mooiste én meest persoonlijke tot op heden. Grote delen ervan staan immers in het teken van het verwerken van de plotse dood van haar vader. Openingsnummer “As We Fly” schreef ze zo bijvoorbeeld hoog in de lucht in een vliegtuig tussen Amsterdam en St. Paul, op weg naar de begrafenis van haar ouweheer. En haar op een aparte manier aantrekkelijke benadering van de Bacharach & David classic “I Say A Little Prayer” klinkt hier haast nog mooier in een dochter-tot-stervende-vader-versie dan als het nagenoeg perfecte liefdesliedje dat het voorheen toch al was. En dat zijn dan nog maar twee voorbeelden! “Hydroplane” staat eigenlijk gewoon vol met quasi volmaakte folkrockliedjes. Zo waren wij bijvoorbeeld ook nog compleet ondersteboven van de mede dankzij een zalige pedal steel-bijdrage van Eric Heywood in melancholie zwelgende sleper “Launderland”, van het in weerwil van zijn wanhopige inhoud louter muzikaal gezien bedrieglijk optimistisch aandoende “Echo Lake”, van het bijna misselijk makend breekbare, maar ó zo schone titelnummer, van het ingehouden rootsrockende “Toledo” en van het met een snuif Zuiderse passie gekruide “Mexican Highway”. Zanggewijs benadert Mooney daarin voortdurend haar uiterlijk. Beiden zijn ze immers van een bedwelmende schoonheid. Noem het wat ons betreft maar vlees en stem geworden sensualiteit…

Kristin Mooney

MySpace

CD Baby

 

 

BETH HIRSCH

“Wholehearted”

(Electric Bee Music)

(2,5) J J J

 

 

Om in het nog elke dag omvangrijker wordende peloton zingende liedjesschrijvers een serieuze kans op slagen te maken volstaat het al lang niet meer om over een mooie stem te beschikken en daarmee wat aangename deuntjes aan de man te brengen. De concurrentie is moordend en zal wellicht nog zo menig een goede intentie al in de kiem smoren. Zoals wellicht ook die van Beth Hirsch. Die goed ogende Amerikaanse pakt op “Wholehearted” uit met twaalf als eerder braaf te omschrijven luisterliedjes, die onder de noemer pop met een lichte jazzinslag vallen. Ze hoort met andere woorden in hetzelfde vakje thuis als de hier momenteel bijzonder succesvolle Katie Melua. Alleen slaagt die er telkens wél weer in om met enkele speciale liedjes op de proppen te komen, wat haar op de zo broodnodige radioaandacht komt te staan. En daar knelt wat ons betreft het schoentje hier een beetje. Het is allemaal best wel goed wat Hirsch doet, maar het sleept zich nogal onopvallend aan je voorbij. Het perfecte materiaal om een lome zondagnamiddag mee te slijten eigenlijk. Ideale koffietafelmuziek, maar ook niet meer dan dat. En of dat zal volstaan voor een doorbraak…?

Beth Hirsch

MySpace

CD Baby

 

 

DOUG SAHM

“Live From Austin, TX

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Na een eerder verschenen deeltje gewijd aan de Sir Douglas Quintet, de groep waarmee hij tot ver buiten zijn eigen Texas de gemoederen wist te beroeren, staat wijlen Doug Sahm andermaal in het middelpunt van de belangstelling op een nieuw volume in de New West Records-reeks “Live From Austin, TX”. Het betreft daarbij in oktober van ’75 gemaakte opnames, waarvoor hij werd bijgestaan door Augie Meyers, Martin Steitle, John Barber, Steve McDaniels en Harry Hess. Uiteraard ontbreken klassiekers als “She’s About A Mover”, “Mendocino”, “Rains Came”, “(Is Anybody Goin’ To) San Antone”, “Nuevo Laredo” en “Dynamite Woman” ook ditmaal niet op het appel. En als vanzelfsprekend krijgen die fantastische deunen ook hier de handjes met sprekend gemak op elkaar. Iets minder voor de hand liggend zijn Sahms flirts met de blues. Zo tackelt hij ondermeer “Papa Ain’t Salty” en “Stormy Monday” van T-Bone Walker. Soulvol gaat het er dan weer aan toe in zijn eigen trage “At The Crossroads” en in een gesmaakte medley bestaande uit “Crazy Baby”, het hier vooral in de uitvoering van Elvis bekende “One Night”, “Sometimes” en het van zijn gabber Freddy Fender geleende “Wasted Days & Wasted Nights”. Oók leuk: een stomende versie van de traditional “Cotton Eyed Joe”.

Al bij al ruim eenenvijftig minuten muzikaal vertier, goed voor een hier alvast weer met open armen ontvangen nieuwe bladzijde uit het testament van één van de grootste artiesten die de Lone Star State ooit heeft voortgebracht. Dat er nog veel mogen volgen!

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

PARSONS-THIBAUD

“Parsons-Thibaud”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Dat Todd Thibaud hier in de bovenste schuif ligt, hoeven we je na onze besprekingen van zijn recentste albums vast niet meer te vertellen. En ook Joseph Parsons wist ons met zijn laatste, het fraaie “The Fleury Sessions”, uitermate te bekoren. Hooggespannen waren dan ook onze verwachtingen, toen we vernamen, dat de twee heren samen een studio waren ingedoken om als duo een plaat in te blikken. Maar hoe hooggespannen ook, ze worden door Thibaud en Parsons nog ruimschoots overtroffen. Heerlijk gewoon, hoe ze elkaar aanvullen op dit in amper drie dagen ingeblikte geheel. Zelf slechts gewapend met hun akoestische gitaren en een mondharmonica en verder enkel bijgestaan door Jeff St. Pierre op bas en Milt Sutton op drums tekenen ze een werkelijk wonderschoon herfstig parcours uit. Eerder verschenen songs als “Johanna’s Dreams” en “Unbroken” van Thibaud en “Good Or Bad”, “Another Way Around” en “First Sight” van Parsons worden daarbij afgewisseld met nieuw materiaal van beide heren. En dat blijken ook stuk voor stuk erg straffe liedjes. Wij onthielden zo vooral Parsons’, door erg fraai harmonieerwerk gekenmerkte “melancholiedje” “Tell Me Hello” en Thibauds daar amper voor onder doende “Dirty World” en “The Right One”. Stuk voor stuk het soort van liedjes, dat je de twee, gezeten op een barkruk en met de akoestische omgegord, met je ogen dicht al ergens ziet vertolken voor een publiek van met ingehouden adem luisterende afficionados. En wat ons betreft hoeven ze het dan ook zeker niet bij deze ene samenwerking te laten!

Warm, warm aanbevolen!

Todd Thibaud

Joseph Parsons

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

FRED EAGLESMITH & BAND

“Live Below Sea Level”

(Cobraside / Sonic Rendezvous)

(DVD)

(4) J J J J

 

 

Fred Eaglesmith heeft iets met Nederland, zoveel is wel duidelijk. Met enige regelmaat zakt de Canadese rootsrocker af naar onze noorderburen en geeft hij er een stel optredens ten beste. En dat resulteerde onlangs vrij snel na het al eerder verschenen “The Small Beers Tour” ook al in een tweede live-DVD. En daarop toont hij zich in het gezelschap van z’n voor de gelegenheid uit Willie P. Bennett (mandoline, harmonica, zang), Kori Heppner (drums) en Luke Stackhouse (bas) bestaande band in uitstekende vorm. De in de winter van vorig jaar in het Patronaat in Haarlem en in Café ’t Keerpunt in Spijkerboer gemaakte opnames onderstrepen zodoende andermaal het grote gelijk van de sinds jaar en dag o zo devote Fredheads. De grofgevooisde rockende troubadour ploegt op bijzonder aanstekelijke wijze doorheen een akker bekende en minder bekende deunen als “18 Wheels”, “Wilder Than Her”, “105”, “Spookin’ The Horses”, “Me And Esther”, “White Trash”, “Good Enough”, “Alcohol And Pills”, “Tired”, “Georgia Overdrive”, “Little Buffalo”, “49 Tons”, “The Dad Song” (Haarlem), “Thinkin’ About Her”, “Big Hair”, “Bell” en “Indian Motorcycles” (Spijkerboor). Voeg daar nog aan toe, dat het geheel bijzonder mooi in beeld wordt gebracht, dat de klank zeer verzorgd is en dat er hier en daar weer een gesmaakt mopje van af kan en je begrijpt, dat je hier een bijzonder lekkere kluif aan overhoudt. Kopen dus maar, die handel! En snel liefst ook…

Fred Eaglesmith

Sonic Rendezvous

 

 

YONDER

“Yonder”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

De muziek van het Zweedse kwartet Yonder laat zich nauwelijks anders omschrijven dan volstrekt tijdloos. De al zo’n tien jaar lang samen musicerende, maar pas nu debuterende heren uit Stockholm brengen op hun eersteling een even eigenzinnige als aanstekelijke hybride bestaande uit elementen uit folk, Americana, old-time, akoestische blues, Southern soul en zelfs wereldmuziek. Het resultaat is een heerlijk relaxt overkomende plaat, die zo goed als nergens doet vermoeden dat Mats Qwarfordt (leadzang, harmonica, harmonium en mbira), Christer Lyssarides (gitaren, mandola, harmony vocals), Björn Lundquist (bas) en Kjell Gustavsson (percussie, harmony vocals) uit het Hoge Noorden afkomstig zijn. Meer zelfs nog: dit klinkt gewoon op en top Amerikaans! Zo nu en dan, zoals in het verstilde, naar henzelf vernoemde “Yonder”, herinnert wat Qwarfordt en de zijnen doen heel even aan The Band. Maar daarbij betreft het dan gewoon één momentopname. Door de band genomen is dit immers vooral hoogst originele en vooral ook erg knappe Americana, waarin met enige regelmaat opvallende glansrollen zijn weggelegd voor de mondharmonica van Qwarfordt en de akoestische van Lyssarides. Très sympa!

Yonder

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

JOHN MAYALL

“Live From Austin, TX

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Ze blijven vrijwel zonder uitzondering boeiend, de door New West Records op CD en/of DVD commercieel beschikbaar gemaakte afleveringen van de Amerikaanse TV-show “Austin City Limits”. Zo ook weer dit nieuwe volume gewijd aan de man die door velen met het nodige respect wordt beschouwd als de peetvader van de Britse blues scene. We hebben het dan uiteraard over good old John Mayall. Van hem verscheen zopas een op 13 september ’93 ingeblikte sessie op CD en DVD. Die bestond voornamelijk uit materiaal van zijn toen net uitgebrachte album “Wake Up Call”. In het gezelschap van “Bluesbreakers van het moment” Coco Montoya, Rick Cortes en Joe Yuele draait Mayall er naast een drietal eigen nummers ook materiaal van JB Lenoir (“I Want To Go”), Jimmy Reed (“Ain’t That Lovin’ You Baby”), Junior Wells (“I Could Cry”), Bill Smither (“Mail Order Mystics”), Warren Haynes en Johnny Neel (“Maydell”) en David Egan en David Lewis (“Wake Up Call”) door. De nadruk ligt daarbij vanzelfsprekend als vanouds op blues en rock, maar ook een snuif gospel en zelfs een enkele noot jazz ontbreken niet op het appel. Blikvanger van dienst is wat ons betreft niet zo zeer Mayall zelf, maar wel zijn meestergitarist Coco Montoya. Wat die man hier weer aan sprankelende gitaarsoli uit zijn vingers tevoorschijn tovert, zal wellicht maar weinig bluesfanaten helemaal onberoerd laten.

John Mayall

New West Records

Live From Austin, TX

Sonic Rendezvous

 

 

GOV’T MULE

“Mighty High”

(ATO / Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Het opvallende rood-geel-groen verwerkt in de inlay ervan vormt al een duidelijke eerste indicatie van wat je op deze nieuwe van Warren Haynes en kompanen te wachten staat. Op “Mighty High” gaan die van Gov’t Mule immers een korte maar hevige flirt aan met reggae en dub. Kan op het eerste gezicht vreemd lijken, maar het werkt wel degelijk wel. En dat heeft verschillende oorzaken. Een eerste is de bij momenten weer fenomenale zang van Haynes. Wat een stem heeft die man! Een echte rockstrot pur sang! Luister bijvoorbeeld maar eens naar de door Gordie Johnsons Big Sugar beïnvloede versie van Al Greens “I’m A Ram” waarmee de feestelijkheden hier worden ingeluid en je zal meteen begrijpen wat we daarmee bedoelen.

Andere factoren die van “Mighty High” het sterke geheel maken dat het is: Haynes’ al even gedreven gitaarescapades, de open geest waarmee men dit huwelijk tussen rock- en rasta-ideeëngoed wist te voltrekken en gesmaakte gastbijdragen van ondermeer Michael Franti, Toots Hibbert en Willi Williams.

Of de fans van de groep er zich zullen kunnen in herkennen is nog maar de vraag, maar een knappe schijf is dit alleszins. Bijzonder soulvol ook! Met als absolute hoogtepunt wat ons betreft het bijna acht minuten lange “The Shape I’m In”, waarin rock, reggae en soul elkaar op ingenieuze wijze in de armen sluiten.

Gov’t Mule

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

ANDI ALMQVIST

“Red Room Stories”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Buitengewoon intrigerende plaat, deze tweede van de als zoon van een Zweedse mathematicus en een Oostenrijkse celliste in Wenen geboren Andi Almqvist. Veel meer nog dan op zijn in 2005 verschenen solodebuut “Can’t Stop Laughing” blijkt op “Red Room Stories” dat Almqvist een man van veel muziekjes is. Zelf wijt hij dat aan het feit dat hij al op zeer jonge leeftijd door het nomadenbestaan van zijn omwille van zijn werk regelmatig tot verkassen genoodzaakte vader grote stukken van de Westerse wereld te zien kreeg. En dat laat zijn sporen na natuurlijk. Zo was het bijvoorbeeld het zien van een zigeunerorkestje in de straten van Boekarest dat bij Almqvist al op de zoete leeftijd van zeven de vonk deed overslaan. Ook hij moest en zou muziek gaan maken! Een wijs besluit, zoals achteraf zou blijken, want deze knaap heeft echt wel ongelooflijk veel te bieden! Zijn invloeden mogen bij momenten dan nogal voor de hand liggend zijn, hij springt er zeer creatief mee om. Het ongemeen intens rammelende bluesje “Sour Grapes” herinnert zo bijvoorbeeld overduidelijk aan Tom Waits, de afsluitende pianoballade “Vampire Fangs” ademt dezelfde sfeer uit die veel van Nick Cave’s materiaal ten tijde van diens “The Good Son” kenmerkte, “Low-Dive Jenny” en “Katzenjammer” geuren dan weer gevaarlijk naar Sixteen Horsepower en “Midnight” heeft wel wat van Dylan. Voorts vermeldt Almqvist zelf als invloeden ook nog de Pixies, Nirvana, Depeche Mode en Skip James.

Maar zoals al eerder gesteld, de beste man springt zeer creatief met al die invloeden om. En “Red Room Stories” is daardoor in eerste instantie een erg sterke plaat met een volkomen eigen gezicht. Almqvists bezwerende zang, regelmatig bijzonder pittig bepotelde elektrische gitaren, glockenspiel, strijkers, accordeon, piano, “hell’s bells”, cello, harmonium, ze zorgen er, hoe uiteenlopend van aard op het eerste gezicht misschien, stuk voor stuk voor dat de ideeën van de Zweed al vrij snel een blijvende indruk zullen nalaten. Zeker dan bij liefhebbers van het materiaal van hoger genoemde acts.

Andi Almqvist

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

RICHARD STOOKSBURY

“South”

(Hylotone Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Richard Stooksbury rondt met “South” met brio de kaap van de door velen toch als aartsmoeilijk omschreven tweede. De man, die in 2005 vriend en vijand al verraste met zijn verbluffend sterke titelloze debuutplaat, doet nu zelfs gewoon nóg beter! “South” staat voor een twaalf songs tellende beurt voor elke rechtgeaarde liefhebber van Americana. Ergens tussen folk, bluegrass en country zocht én vond Stooksbury immers een eigen stekje, waar het voor fans van het genre bijzonder aangenaam toeven is. Enkel voor “23rd Street” en “Corndog” vertrouwde hij daarbij op het handwerk van anderen. Voor het eerste deed hij de songcatalogus van zielsverwant Bill Morrissey aan, voor het laatste zocht hij zijn heil bij Rus Harper, al zette hij diens liedje met enkele extra strofen uiteindelijk wel volledig naar zijn hand. Maar laat ons hier toch maar vooral focussen op Stooksbury zelf. Diens songs zijn immers zó ontzettend sterk, dat ze vergelijkingen oproepen met die van schoon volk als een Guy Clark en een Robert Earl Keen in zijn jongere jaren. En ook stemgewijs past Stooksbury perfect in dat gezelschap. We hebben hier met andere woorden te maken met een muzikale verhalenverteller om te koesteren. Samen met de eerder dit jaar ook al met zo’n sterke tweede schijf uitpakkende Sam Baker wat ons betreft dan ook een bijzonder interessante wissel op de toekomst.

Richard Stooksbury

CD Baby

 

 

SUE GARTLAND

“Ford Fairlane”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Wie zo nu en dan graag wat intieme ogenblikken mag doorbrengen in het gezelschap van zingende en schrijvende nachtegaaltjes als Nanci Griffith, Patty Griffin, Shawn Colvin en Eliza Gilkyson zouden we van hier uit met klem willen aanraden om ook eens een oor te luister te leggen bij Sue Gartland. Ons zou het alvast absoluut niet verbazen mocht haar “Ford Fairlane” in kringen van liefhebbers van dat viertal snel uitgroeien tot een favorietje. Net als die vier beschikt ook Gartland immers over een aangenaam warme stem en schrijft ze ogenblikkelijk toegankelijke liedjes, die zich door de band genomen ergens tussen folk en country ophouden. In een productie van Doug Wilkin presenteert ze er op “Ford Fairlane” twaalf daarvan. Een dertiende is een geslaagde cover van “I Still Miss Someone” van wijlen Johnny Cash. In haar teksten verkent Gartland voornamelijk het leven van alledag en daarbij schuwt ze absoluut het persoonlijke niet. In het titelnummer gunt ze ons zo bijvoorbeeld een blik in één van haar dromen. Dat liedje koppelt levende herinneringen aan de wagen van haar vader aan een mijmerende terugblik op diens leven. En ook voor “Rosewood” graaft ze in haar eigen verleden. Ze bracht in dat stadje slechts één jaar van haar leven door, maar vond in die periode ruim voldoende mooie jeugdherinneringen terug om er een liedje aan te wijden. Het zijn slechts twee voorbeelden van songs op “Ford Fairlane”, maar die volstaan wat ons betreft ruimschoots om je een goed beeld te vormen van wie die Sue Gartland nu eigenlijk wel is. Gun jezelf bij gelegenheid eens even een blik in haar persoonlijke leefwereld, wedden dat ook jij het er aangenaam toeven zal vinden? Wij zijn alvast verkocht!

Sue Gartland

CD Baby