CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2010

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

GRAHAM PARKER “Carp Fishing On Valium” - REDBIRD “Live At The Café Carpe” - GLENNA BELL “Perfectly Legal: Songs Of Sex, Love And Murder” - LUCKY TOMBLIN BAND “Honky Tonk Merry Go Round” - HOT CLUB OF COWTOWN “What Makes Bob Holler” - BRENT AMAKER AND THE RODEO “Please Stand By” - TOM CORBETT “Tonight I Ride” - ELLIOTT MURPHY “Elliott Murphy” - CHARLIE ROTH “Broken Ground” - NICKY SWANN “Matches & Dispatches” - SIGNE TOLLEFSEN “Baggage” - JOHN FULLBRIGHT “Live At The Blue Door” - WINTERBLOOM “Traditions Rearranged” - JOAN ARMATRADING “Live At The Royal Albert Hall” - PETER COOPER “The Lloyd Green Album” - DAN BAKER “Sad Song Junkie” - SCHLUFF JULL “Hang On To Your Dream” - BILL BOOTH “New Land” - ERIC BRACE & PETER COOPER “Master Sessions” - JENEE HALSTEAD “The River Grace + Hollow Bones” - ROBYN LUDWICK “Out Of These Blues” - JIM BYRNES “Everywhere West” - JOE FOURNIER “Greetings From The Eight Track Shack”

 

GRAHAM PARKER “Carp Fishing On Valium” (Floating World / Bertus)

(3,5****)

Zo op het eerste gezicht vooral iets voor “die hard fans” en verzamelende medemensen, deze “nieuwe” van de voormalige “angry young man” van de Britse rockscène, Graham Parker. Al is de vraag wel geoorloofd, of die dit schijfje al niet lang in huis hadden. Het betreft hier immers het al in 2000 via zijn eigen Up Yours-label verschenen kleine broertje van zijn boek “Carp Fishing On Valium”. Dat is bij dezen aan zijn eerste Europese release toe. Als een soort van “companion piece” voor de ook al net verschenen “Bootleg Box”, licht ’s mans gelegenheidsbroodheer Floating World Records toe. “Carp Fishing On Valium” bevat in totaal elf songs, waarvan enkel “Soultime” niet speciaal voor de gelegenheid werd geschreven. Ze laten ons kennismaken met een Parker op z’n ruwst. Daarbij slechts gewapend met de eigen gitaar, een mondharmonica en een Sony Pro Cassette Recorder nam hij de liedjes immers gewoon thuis in z’n eigen badkamer op. En dat die daardoor zijn gaan klinken als een soort van veredelde demo’s, zal je wellicht niet echt verwonderen. Charmant rammelende versies van dingen als het bluesy “Coins In My Pocket”, het radiohitje “Soultime”, het scherpe “Chloroform”, het heerlijk melancholische “Blue Horizon”, het titelnummer en andere weten desalniettemin aardig te bekoren.

Graham Parker

Floating World

Bertus

 

REDBIRD “Live At The Café Carpe” (Signature Sounds)

(4****)

Wat voor Kris Delmhorst, Jeffrey Foucault en Peter Mulvey in 2003 begon als een soort van veredeld tijdverdrijf tussen de verschillende bedrijven van een gemeenschappelijke tournee doorheen Engeland door, culmineerde twee jaar later in één van de mooiste akoestische platen van 2005. Als Redbird stal het trio in een handomdraai de harten velen. En wij kunnen ons dan ook heel goed voorstellen, dat het nieuws van een nieuwe plaat van de drie samen niet enkel onze tikker enkele tellen sneller deed gaan slaan. Het betreft daarbij een live-cd, bestaande uit tijdens hun ondertussen tot jaarlijks weerkerende evenementen uitgegroeide eindejaarsoptredens samen in het Café Carpe in Fort Atkinson, Wisconsin gebracht songmateriaal. De drie worden daarbij ook nu weer bijgestaan door “vriend des huizes” David Goodrich. Veertien liedjes bieden ze ons ditmaal aan en daartussen blijkt er slechts eentje te zitten, dat ook hun debuut al haalde. Dat is het mooie “Ships” van Greg Brown. Verder hier vijf eigen originelen en een heleboel covers van materiaal van anderen. Van Neil Young wordt zo bijvoorbeeld “Turnstiles” gebracht, van Rickie Lee Jones “Stewart’s Coat”, van Duke Ellington “I’m Beginning To See The Light”, van Merle Haggard “Silver Wings”, van Mississippi John Hurt “Let The Mermaids Flirt With Me” en van de Faces “Ooh La La”. Daarnaast ook nog van de partij het heerlijke “What Made Milwaukee Famous (Has Made A Loser Out Of Me)” – Eén van de meest beklijvende momenten van het geheel! – en de traditional “Come All Ye Fair And Tender Ladies”. De spelvreugde spat er daarbij telkens opnieuw als het ware van af. Je hoort echt aan alles hier, dat deze vier doorgewinterde muzikanten er ongelooflijk veel plezier aan beleven om samen te mogen zingen en spelen. En het resultaat is dan ook een volstrekt uniek muziekdocument, dat net als zijn titelloze voorganger geen houdbaarheidsdatum lijkt te hebben meegekregen. Je weet als luisteraar nu al, dat je hier binnen pakweg twintig of dertig jaar nog met evenveel plezier zal naar luisteren als nu. Bij leven en welzijn, that is…

Redbird op MySpace

Signature Sounds

 

GLENNA BELL “Perfectly Legal: Songs Of Sex, Love And Murder” (Glenna Bell / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Aan intellectuele baggage alvast absoluut geen gebrek bij Glenna Bell. Alvorens de Texaanse zich liet bekeren tot het singer-songwritergeloof behaalde ze immers eerst een master in Engels aan de Texas A&M University, ging vervolgens aan de slag als theaterrecensente in L.A. om uiteindelijk zelfs te doctoreren in “creative writing” aan de gerenommeerde universiteit van Houston. En dat is ergens wel belangrijk om weten allemaal, aangezien “Perfectly Legal: Songs Of Sex, Love And Murder”, haar jongste worp, in menig een opzicht te vergelijken valt met een toneelstuk. Zo verdeelde Bell het geheel om te beginnen in 4 acts. Elk van die vier nam ze op in een andere studio en met andere mensen om zich heen. En het mag dan ook een klein wonder heten, dat het daaruit ontstane geheel toch behoorlijk uniform klinkt. Iets waar met name de ronduit geweldige klassieke countrystem van Bell zelve wellicht niet vreemd aan is. Dat godgegeven instrument en haar veelal rond de thematische drieëenheid uit de titel cirkelende teksten vragen nadrukkelijk om een categorisering onder de noemer traditionele country. De spaarzame invulling van haar songmateriaal duwt je dan weer eerder richting folk. Misschien moeten we het in verband met deze plaat gemakshalve dan ook maar op Americana houden, daarin worden elementen uit beide genoemde genres immers wel eens vaker doeltreffend verenigd. De sterkste momenten hier, vroeg je? Dat zijn er wat ons betreft nogal wat! Zo zijn er om te beginnen Bells met de tong diep in de wang geplant gebrachte cover van de traditional “Frankie & Johnny”, het je ondermeer van Marty Robbins bekende “Honky Tonk Man” uit de gelijknamige Clint Eastwood-prent, hier gebracht in duet met John Evans, en een heerlijk eenvoudig gehouden versie van Sam Cooke’s “Lost And Lookin’”. Maar ook Bells originelen staan doorgaans als een huis. Zoals het zijn titel volop waarmakende “The Southern Gothic Wedding Waltz”. Daarin laat Bell de vrouw van een net haar brutale wederhelft vermoord hebbende predikant aan het woord. Op z’n zachtst uitgedrukt intrigerend spul, dat nummer. Haaks daarop staat het olijke “The Cougar Anthem”. Daarin steekt Bell tegen een soort van rockabilly beat de draak met om hun zelfbeeld wat op te krikken stukken jongere “hotties” inpalmende vrouwen op leeftijd. Een vrolijke noot om een in haar geheel eerder somber aandoende plaat mee aan haar einde te helpen.

Glenna Bell

Sonic Rendezvous

 

LUCKY TOMBLIN BAND “Honky Tonk Merry Go Round” (Texas World Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Van dit collectiefje weten we zo onderhand wel waar het voor staat. Ook op haar vierde cd weer blijft de Texaanse “supergroep” haar idealen trouw. En dus krijgen we ook op “Honky Tonk Merry Go Round” weer een royale dosis onversneden country “Lone Star State style” voor de kiezen. Veertien liedjes in totaal, keurig verdeeld over een handvol eigen originelen en covers van materiaal van illustere voorgangers als Willie Nelson, Bill Anderson, Mel Tillis, Hank Cochran, Floyd Tillman en Jimmy Davis. In een productie van de naar goede gewoonte ook zijn eigen pedal steel weer flink aan het werk houdende Lloyd Maines doen daarin zowat alle betrokkenen een vocale duit in het zakje. In het zwierige titelnummer, het op schaamteloze wijze tranen in je bier huilende “It Makes No Difference Now”, het door Billy Yates en Melba Montgomery aangedragen “Hello Heart” en het afsluitende “The Other Side Of The Blues” horen we zo bandleider Tomblin zelve, in Mel Tillis’ “Wine” en Bill Andersons zijn titel alle eer aandoende “I’ll Go Down Swinging” floreert de zware stem van gitarist John Reed, in het op ronduit sprankelend gitaarwerk drijvende “She Loves Anything That Swings” en de fraaie sleper “Forbidden Lovers” verkeren we in het goede gezelschap van de vooral als rechterhand van Merle Haggard en Dale Watson bekendheid genietende Redd Volkaert, in “Don’t You Ever Get Tired Of Hurting Me” en “The Train Always Runs On Time” mag pianist Earle Poole Ball volop aan de bak, in “Open Up Your Heart And Let Me Go” en “Get A Little Goner” is het de beurt aan bassiste Sarah Brown en Willie Nelsons “I’d Rather You Didn’t Love Me” en het enigszins jazzy aandoende “Heart Of A Clown” blijken gereserveerd voor snarenmetronoom Bobby Arnold. Het resultaat is een plaat, die een heel mooi beeld schetst van wat er ook vandaag de dag nog allemaal kan in traditioneel ingestelde Texaanse dansgelegenheden. Eén lange retrotrip eigenlijk, die het bij nader inzicht ook op de stereo thuis bijzonder goed blijkt te doen.

Lucky Tomblin Band

Sonic Rendezvous

 

HOT CLUB OF COWTOWN “What Makes Bob Holler” (Proper Records / Rough Trade)

(4****)

De door de jaren heen altijd weer opnieuw als de enige echte erfgenamen van Bob Wills bestempelde Hot Club Of Cowtown nu ook effectief in de weer met het erfgoed van de grootmeester van het Texas swing-genre zelve. En een helemaal onverwachte zet kan je dat eigenlijk niet echt noemen. Hun cover van “Can’t Go On This Way” op het vorig jaar verschenen en vrijwel unaniem lovend onthaalde “Wishful Thinking” had er ons immers al voorzichtig op voorbereid. Meer zelfs nog, dat liedje had er ons al een beetje op doen hopen. De combinatie van Wills’ songwriting, Elana’s krolse zang en lentefrisse fiddle-escapades, Whit’s sprankelende gitaarbijdragen en Jake’s stuwende basspel bleek er immers één om in te lijsten. En dus mogen we hier liefst veertien kadertjes bovenhalen. Veertien nummers lang gaat men hier immers bijzonder geestdriftig op zoek naar de eigen Hot Jazz en Western swing roots. En veertien nummers lang leidt dat tot muzikaal vermaak van de bovenste plank. Bekendere nummers van Wills als “Maiden’s Prayer”, “Osage Stomp”, “Oklahoma Hills”, “Big Ball In Cowtown”, “Oklahoma Hills” en andere worden daarbij afgewisseld met heel wat minder voor de hand liggend materiaal. Onmogelijk om hierbij stil te blijven zitten! En als dusdanig zo ongeveer hét ideale spul om elke zich stilaan aandienende najaarsdepressie mee te lijf te gaan.

Hot Club Of Cowtown

Proper Records

 

BRENT AMAKER AND THE RODEO “Please Stand By” (Spark & Shine / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Niet meteen “your average nowaday country act”, deze Brent Amaker & The Rodeo. Geheel gehuld in het zwart trekken de vijf al enkele jaren zowat de hele wereld rond. De missie van het laat in 2005 uit het as van diverse rockgroepjes uit Seattle verrezen kwintet: Jan en alleman aan de country krijgen. En daarvoor hebben ze zo hun eigen modus operandi. Grenzen zijn er enkel en alleen om overschreden te worden. Er wordt bijvoorbeeld zonder ook maar de minste schroom rondgegraaid in de catalogus van de jonge Cash, bijkomend op smaak gebracht met een royale snuif indie en afgekruid met invloeden uit tal van andere genres. “This ain’t no pop country, no sir-ee,” kraaide de recensent van dienst van het hier erg populaire CD Baby het al in 2008 uit van de pret naar aanleiding van de tweede van Amaker en de zijnen en zo is het maar net! Hitparades zal de met een echte grafstem opgezadelde Amaker hiermee vast en zeker niet gaan bestormen, maar in bruine kroegen wereldwijd wachten hem en de zijnen nog bijzonder mooie tijden. Dit is immers het soort van country, dat het moet hebben van bij voorkeur behoorlijk overdreven biergebruik en een “Alle remmen los!”-mentaliteit. Tegelijk gitzwart en uitnodigend tot wilde feestjes flink over het randje. Wij lusten hier wel pap van!

Brent Amaker And The Rodeo

Sonic Rendezvous

 

TOM CORBETT “Tonight I Ride” (Round Hole Records)

(3,5****)

Voor zijn derde cd “Tonight I Ride” liet Tom Corbett zich naar eigen zeggen inspireren door het Westen. Zowel door de rijke schat aan verhalen, die de geschiedenis daarvan te bieden heeft, als door de weelderige natuur ervan. En dat levert andermaal een heerlijk intense dosis Americana op. Nu eens met de neus richting bluegrass, zoals in het ondermeer met Herb Pedersen gebrachte “Here Comes The Border”, de knappe verhalende trage “Still Hear Her Crying”, de instrumental “Flip Flop Flingers” en het speelse “Love Me One More Time”, dan weer eerder Tex-Mex-getint (het ondermeer al in uitvoeringen van de Sir Douglas Quintet en de Texas Tornados bekende “Is Anybody Goin’ To San Antone” en het afsluitende “Doce De Mayo”), nadrukkelijk country (het titelnummer), Americana (“Ease On Down The River”, met opnieuw Pedersen en de onvolprezen Nina Gerber op gitaar, en “17 Miles A Day”) of zelfs Western swing (“Welcome To Tom’s Place”). Allemaal samen goed voor ruim drie kwartier puur rootsy luisterplezier.

Tom Corbett

CD Baby

 

ELLIOTT MURPHY “Elliott Murphy” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Wat een knaller! Op z’n eenenzestigste tekent Elliott Murphy gewoon nog even voor één van zijn allerbeste platen überhaupt! En als je weet, dat de beste man met name in de jaren zeventig enkele veritabele juwelen – “Aquashow”, “Lost Generation” en “Just A Story From America”, to name but a few! – heeft afgeleverd, dan gelden dergelijke woorden wat ons betreft als een serieuze geloofsbrief. In een productie van zijn net twintig geworden zoon Gaspard en naar goede gewoonte ook nu weer begeleid door z’n Normandy All Stars, voor de gelegenheid aangevuld met onder anderen de jonge Murphy op bijkomende gitaren, toetsenist Kenny Margolis en backing vocalisten Alan Chenevière (Alligators, Pow Wow), Lisa Lowell (Springsteen) en Laura Mayne (Native), toont de in Frankrijk woonachtige Amerikaanse singer-songwriter zich elf nummers lang in grote doen. Gelijk vanaf de openende oorwurm “Poise ’N Grace” zit alles quasi perfect. In de hem geheel eigen stijl, meer sprekend dan zingend eigenlijk, doet Murphy daarin relaxt leunend tegen een muur van pittig gitaarwerk naast heel wat oude films en Amerikaanse steden ondermeer ook Springsteens “Nebraska” aan. Prachtsong gewoon! En van dat kaliber bevinden er zich op “Elliott Murphy” wel meer! Ronduit geweldig zijn bijvoorbeeld ook de haar titel hoegenaamd alle eer aandoende hymne “Rock ’N Roll ’N Rock ’N Roll”, het sfeervolle “Maybe You Were Laughing”, het bedaard parelende “Gone, Gone, Gone”, het volop van een soulvolle Margolis-toetsenbijdrage profiterende “You Don’t Need To Be More Than Yourself” en het op de keper beschouwd behoorlijk nostalgisch aandoende “The Day After You”. Als je dat na al die jaren nog allemaal zo gezwind uit de mouw geschud krijgt… Chapeau, meneer Murphy!

Elliott Murphy

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

CHARLIE ROTH “Broken Ground” (Charlie Roth)

(4****)

Een plaat, die het momenteel volkomen terecht uitstekend doet in de Euro Americana Chart, is “Broken Ground”, de vijfde van de Amerikaanse singer-songwriter Charlie Roth. Roth, wiens stem en stijl ons bij momenten best wel een beetje aan die van Greg Trooper deden denken, steekt daarop nergens onder stoelen of banken door de jaren heen beïnvloed te zijn geworden door collega’s als Bob Dylan, John Prine, Townes Van Zandt, Leon Redbone, David Bromberg, Jesse Winchester, Greg Brown, Jerry Jeff Walker, Waylon Jennings en anderen. Maar dat heeft hem absoluut niet belet, om gaandeweg z’n eigen muzikale ik te ontwikkelen. Met als voorlopige hoogtepunt dus het onlangs verschenen “Broken Ground”.

Daarop grossiert hij ruim dertien nummers lang in Americana van het betere soort. Sfeervol ingetogen werk wordt daarbij regelmatig afgewisseld met wat meer levendige stukken. Zoals het titelnummer bijvoorbeeld of het enigszins apart ingevulde “Waitress In A White Dress”. Dat laatste laat hij letterlijk wat leven inblazen door een tuba. De mooiere momenten situeren zich wat ons betreft echter vooral tussen de wat gevoeligere nummers. Dingen als “Songbird Sings”, “Grandpa’s Little Girl” en het bij wijze van opsmuk van een fraai streepje harmonica voorziene “You Won’t Talk About Love” bijvoorbeeld. Dat zijn echt grootse liedjes, waarvan je het ogenblikkelijk heel erg warm krijgt vanbinnen. Sterke verhalen, gekoppeld aan dito melodieën!

En ook wat betreft het kiezen van de hier door hem gebrachte covers deed Roth absoluut niets verkeerd. Van huisfavorietje Jonathan Byrd leende hij zo bijvoorbeeld het verhalende hoogstandje “Diana Jones”, bij Kris Kristofferson haalde hij de klassieker “Sunday Mornin’ Comin’ Down” en van Elam Blackman en Effron White eigende hij zich respectievelijk “If We keep Kissin’” en “Long Haul” toe - het eerste lekker onstuimig gebracht, compleet inclusief kazoo, ukelele, tuba en rub board, het tweede heerlijk intimistisch, met ondermeer een sterke Kurt Rodman op de slide.

Warm aanbevolen!

Charlie Roth

 

NICKY SWANN “Matches & Dispatches” (Nicky Swann)

(3,5****)

In de Engelse vakpers regent het als het ware superlatieven voor “Matches & Dispatches”, het debuut van Nicky Swann. En die Britse presenteert zich daarop ook daadwerkelijk als een lekker veelzijdige tante. Louter inhoudelijk gezien concentreert ze zich in haar liedjes voornamelijk op thema’s als liefde en de dood. Wat betreft de muzikale invulling ervan gaat ze echter behoorlijk ruim. Zo tref je hier ondermeer sporen van folk, country, pop, rock en soul aan. Swanns forte blijken daarbij met name de rustigere momenten. Vergelijkingen met dames als een Mary Chapin Carpenter, een Shawn Colvin, een Eva Cassidy en een Mary Black drongen zich daarin behoorlijk nadrukkelijk aan ons op. Iets wat bijvoorbeeld al het geval was in haar verbluffend mooie lezing van de Beatles-hit “I Want To Hold Your Hand”. Dat intimistische hoogstandje bezorgde ons terstond kippenvel. Samen met een andere cover, met name die van het traditionele “All Through The Night (Ar Hyd Y Nos)”, en de akoestische ballades “Tuesday’s Lament” en “Amy’s Waltz” is het één van de absolute hoogtepunten hier. Puntgaaf spul!

Nicky Swann

CD Baby

 

SIGNE TOLLEFSEN “Baggage” (Cavalier Recordings / V2 Benelux)

(4****)

Kort na het verschijnen van haar spraakmakende debuutplaat werd de Nederlands-Amerikaanse singer-songwriter Signe Tollefsen gecontacteerd door de redactie van het Radio 2-programma “Theater Van Het Sentiment”. Eén van de leden daarvan was toevallig getuige geweest van één van haar optredens samen met Alela Diane en was daarbij behoorlijk onder de indruk geraakt van haar vocale capaciteiten. En men vroeg haar daarom om deel te nemen aan een van de drie muzikale tributes, die men toendertijd net aan het klaarstomen was. Tollefsen hapte na enige aarzeling toe en besloot zich te wagen aan een uitvoering van Michael Jacksons “Dirty Diana”. En dat bleek bij nader inzicht een bijzonder goede zet. Ze wist er alle betrokkenen immers even heel erg stil mee te krijgen. Volkomen sprakeloos hingen ze aan haar lippen. De manier, waarop ze tot de essentie van Jacksons nummer wist door te dringen, sprak duidelijk tot de verbeelding. Ergens tussen folk en pop groef ze emotioneel heel erg diep. Als een getormenteerde elf beende ze het liedje van “The King of Pop” volledig uit en maakte ze er iets geheel eigens van. En van het één kwam vervolgens het ander. Op haar nieuwe cd “Baggage” brengt Tollefsen immers meer van dattum. Ook Jimmie Davis’ “You Are My Sunshine”, The Woodwards’ “No Thank You”, “Glory Box” van Portishead, “Down By The Water” van P.J. Harvey en “As The World Falls Down” van David Bowie krijgen daarop een vergelijkbare behandeling mee. Mijlenver verwijderd van de originelen toont Tollefsen zich in die nummers andermaal een fantastische vertolkster. Aan emotionele diepgang hier dan ook absoluut geen gebrek! En als dusdanig maakt het prettig geprijsde tussendoortje “Baggage” het wachten op haar “echte” tweede plaat een flink stuk draaglijker. Van een ronduit betoverende schoonheid!

Signe Tollefsen

Cavalier Recordings

 

JOHN FULLBRIGHT “Live At The Blue Door” (Continental Song City)

(5*****)

Amper 21 is hij, de vanuit Okemah, Oklahoma aan de weg timmerende John Fullbright, maar dat valt aan zijn debuutplaat absoluut niet te horen. Op die door Travis Linville begin vorig jaar live in The Blue Door in Oklahoma City ingeblikte schijf klinkt de youngster alsof hij al vele jaren van de partij is. Geen wonder, dat gerespecteerde collega’s als een Jimmy LaFave, een Kevin Welch, een Ray Bonneville, een Greg Trooper, een Darden Smith en heel wat anderen hem al “thumbs up” gaven. In de grote voetsporen van knapen als een Steve Earle, een Townes Van Zandt en een Woody Guthrie strooit Fullbright immers kwistig met liedjes, die zijn nog jonge leeftijd handig weten te omzeilen. Met een aangenaam gruizig aandoende stem als een bijkomende stevige troefkaart gunt hij ons in afwachting van een binnenkort te verschijnen eerste studioplaat alvast een eerste vluchtige blik in een zo op het eerste gehoor al behoorlijk indrukwekkende songcatalogus. En als toemaatje krijgen we van de in Mike McClure’s begeleidingsband gerijpte jongeling ook nog een duizelingwekkend mooie versie van Leonard Cohens “Hallelujah” aangereikt. Stilistisch gezien vallend ergens tussen genres als Americana, country, folk en blues weet Fullbright ruim veertien nummers lang mateloos te boeien. Sterkste momenten zijn daarvan wat ons betreft naast de hoger al genoemde cover vooral ook “Tombstone”, “Satan & St. Paul” en het machtige “Post War Blues”. Met nu al materiaal van dat kaliber binnen handbereik lijkt Fullbright nadrukkelijk voorbestemd tot werkelijk grootse dingen. En lang zullen we daar allicht niet eens op hoeven te wachten… Voor ons dé ontdekking van het jaar!

John Fullbright

Continental Record Services

 

WINTERBLOOM “Traditions Rearranged” (Winterbloom / Lucky Dice Music)

(3,5****)

Is eigenlijk al zo’n jaar oud, dit schijfje, maar de dames van Winterbloom zakken dit najaar voor het eerst voor enkele optredens naar Nederland af en wellicht daarom wordt het hier en nu opnieuw onder de aandacht gebracht. En de bewuste dames dat zijn niemand minder dan Antje Duvekot, Meg Hutchinson, Natalia Zukerman en Anne Heaton. Stuk voor stuk uitstekende zingende liedjesschrijfsters, die in het verleden voor eigen rekening hun sporen al ruimschoots verdienden. En in verband met Winterbloom mag je wat ons betreft dan ook gerust spreken van een supergroep. Op “Traditions Rearranged” pakken ze samen uit met een heel erg aparte kijk op Kerstmis. Naast eigen nummers van Duvekot, Heaton en Hutchinson serveren ze zo bijvoorbeeld covers van Greg Browns “Rexroth’s Daughter” en seizoensgebonden klassiekers als “O Holy Night”, “Stille Nacht, Heilige Nacht” en “Have Yourself A Merry Little Christmas”. In een folkcontext en vrijwel voortdurend focussend op hun geweldige samenzang levert dat bij momenten verbluffend mooie resultaten op. En het resultaat van deze samenwerking zal hier rond Kerstmis dan ook zeker nog zijn werk gaan hebben…

Winterbloom

Lucky Dice Music

 

JOAN ARMATRADING “Live At The Royal Albert Hall” (Hypertension / Bertus)

(4****)

Na een kortstondige, maar wel uiterst smaakvolle flirt met de blues lijkt Joan Armatrading weer helemaal terug van even weggeweest. Dat blijkt ook weer uit haar nieuwste worp. Het betreft daarbij een uiterst royaal pakket, bestaande uit twee cd’s en een DVD, waarop we haar aan het werk horen en zien  tijdens een recente doortocht in de vermaarde Royal Albert Hall in Londen. Daarbij begeleid door Gary Foote (drums en sax), Spencer Cozens (keyboards) en John Giblin (bas) trakteert Armatrading ons op dat drietal op een fraaie samenvatting van haar eigen songcatalogus. Hoegenaamd alle haltes van haar carrière worden daarbij even aangedaan. Naast een bescheiden prise aan wat rootsgetinter materiaal van haar comeback-plaat “Into The Blues” krijgen we zo ondermeer ook klassiekers als “Show Some Emotion”, “All The Way From America”, “A Woman In Love”, “Love And Affection”, “The Weakness In Me”, “Me Myself I”, “Willow” en “Drop The Pilot” voor de kiezen. En het moet gezegd: die hits van weleer klinken hier opvallend fris. Armatrading blijkt immers zowel stemgewijs als op de gitaar geweldig op dreef. Vooral in het wat stevigere materiaal illustreert ze, dat we haar nog lang niet hoeven af te schrijven. En dat is al bij al een behoorlijk geruststellende gedachte. Van ons mag ze immers nog heel erg lang haar ding blijven doen.

Joan Armatrading

Hypertension

Bertus

 

PETER COOPER “The Lloyd Green Album” (Red Beet Records)

(4****)

Net als het gelijktijdig ermee verschenen “Master Sessions”, zijn samenwerking met Last Train Home’s Eric Brace, Lloyd Green en Mike Auldridge, is ook Peter Coopers eigen nieuwe schijf “The Lloyd Green Album” een echt plaatje van een plaat geworden. Zelf kleedde hij de liedjes daarop in eerste instantie nauwelijks aan. “Just me and my guitar”, zoiets. Vervolgens mocht zijn favoriete muzikant, pedal steel-grootheid Lloyd Green, ermee aan de slag. En die vervolmaakte de hem aangereikte ruwe schetsen tot fraaie muzikale miniatuurtjes. Heel subtiel liet hij zijn instrument in de hem voorgeschotelde liedjes binnensijpelen. Nergens opdringerig, uitsluitend met de bedoeling eigenlijk de erin vertolkte gevoelens nog wat beter tot uitdrukking te brengen. Pas in allerlaatste instantie kwamen ook wat gezamenlijke vrienden van het duo voorbij om het geheel van een passend kadertje te voorzien. Mooie stemmen als Kim Carnes, Rodney Crowell, Fayssoux Starling McLean, Pam Rose, Julie Lee en Eric Brace, instrumentalisten als ex-Jayhawk Jen Gunderman (toetsen, accordeon), Richard Bennett (gitaren), Pat McInerney en Mark Horn (drums en percussie). Samen vertolken zij op veelal ingetogen wijze voornamelijk eigen materiaal van Cooper, aangevuld met covers van “Bells Of Odilia” van diens maatje Chris Richards, “Mama, Bake A Pie” van Tom T. Hall, “Tulsa Queen” van Emmylou Harris en Rodney Crowell, “Here Comes That Rainbow Again” van Kris Kristofferson en “Train To Birmingham” van John Hiatt. Twaalf liedjes in totaal, die wat ons betreft de omschrijving “bescheiden Americana-meesterwerkje” ruimschoots wettigen.

Peter Cooper

Red Beet Records

 

DAN BAKER “Sad Song Junkie” (Trespass Music)

(5*****)

Het dreigt straks weer een hele klus te gaan worden om ons “album van het jaar” te kiezen. De voorbije weken hebben zich daartoe immers nog een heleboel uitgesproken kandidaten bij aangediend. American Aquarium, Chris Brecht, Leeroy Stagger, Rachel Harrington en Robyn Ludwick, het zijn er maar een paar, die ons wat dat betreft gelijk spontaan voor de geest springen. En met “Sad Song Junkie” van Dan Baker staat er nu alweer eentje klaar. Met dat tweede album van ‘m, de opvolger van z’n in 2008 verschenen debuut “Outskirts Of Town”, maakt Baker een enorme sprong voorwaarts. Voor de opnames ervan trok hij naar de gerenommeerde Blackbird Studio in Nashville. Daar vond hij in Jeff Taylor (accordeon en penny whistle), Joe Spivey (fiddle en mandoline) en Steve Hinson (steelgitaar en dobro) de juiste mensen om hem aan een wat “voller” geluid te helpen. Mede daardoor benadert hij op “Sad Song Junkie” akelig dicht één van z’n eigen jeugdhelden. We hebben het dan met name over John Prine. Met deze laatste heeft Baker niet enkel een bijzonder warme stem gemeen, net als Prine schuwt hij ook een gezonde dosis droge humor op z’n tijd niet. En dat blijkt hier überhaupt geen overbodige luxe. Bakers liedjes blijken over het algemeen immers eerder aan de sombere kant. Behoorlijk donkere teksten lijken wel ’s mans specialisme. Wis en waarachtig een “Sad Song Junkie” dus. Maar dat maakt zijn materiaal er bepaald niet minder intrigerend op. Wel integendeel! Hoogst verslavend is het! Zo erg, dat wij de voorbije dagen amper nog naar iets anders geluisterd hebben…

Dan Baker

CD Baby

 

SCHLUFF JULL “Hang On To Your Dream” (Taxim / Bertus)

(3***)

Never judge a book by its cover! Je weet, dat het niet hoort en toch… Toch betrap je er jezelf zo nu en dan weer eens op, dat je het effectief wel aan het doen bent… Wij hadden het recent nog aan de hand. We zagen een foeilelijke hoes, lazen daarop de al even onaantrekkelijke groepsnaam Schluff Jull, blikten op een foto tien nogal gewoontjes overkomende heren op leeftijd in de ogen en vernamen dat het daarbij ook nog eens om Duitsers ging… Zaten we dus echt op te wachten, he… Niet dus! Maar, eerlijk is eerlijk, de heren wisten ons met “Hang On To Your Dream” wel degelijk daar te raken, waar we het nog het liefst hebben. Met een muzikale hybride, waaruit een uitgesproken voorliefde voor klassieke acts als de Allman Brothers, Grateful Dead, The Band en Neil Young blijkt, schuiven ze zich onopvallend tussen andere ook in die hoek de mosterd zoekende collectieven als de Dave Matthews Band, Widespread Panic, Gov’t Mule en andere. En compositorisch komen ze daarbij zelfs verrassend sterk uit de hoek. Iets wat volledig de verdienste van zanger-gitarist Olaf Kalemba blijkt, want die schreef alle nummers hier. Spijtig genoeg zorgt diezelfde Kalemba ook voor het wat ons betreft enige minpuntje. Zijn bij momenten wat geforceerd aandoende zang kost deze plaat immers een volle ster.

Schluff Jull

Taxim Records

Bertus

 

BILL BOOTH “New Land” (Wheeling Records)

(4****)

Bill Booth bevestigt met zijn nieuwe cd “New Land” alle goeds, wat we hier een kleine twee jaar geleden al naar aanleiding van de voorganger ervan, “Songs Of The Land”, over hem schreven. Ook op die nieuwe plaat toont de na een tournee met Diamond Rio in Noorwegen hangen gebleven Amerikaan zich weer een meester in het oproepen van lang vervlogen dagen. Samen met hem treden we in de voetsporen van Noorse emigranten, die de voorbije twee eeuwen hun geluk gingen najagen in Amerika. Daarbij passeert niet enkel een hele stoet aan markante personages de revue, ook grote delen van de States worden bestreken en tal van historische gebeurtenissen aangedaan. Dat zulks leidt tot buitengewoon interessant luistervoer behoeft wellicht absoluut geen betoog. Met zijn warme, bij momenten een weinig aan die van Mark Knopfler herinnerende stem houdt Booth je probleemloos veertien nummers lang bij de les. Een echt toppertje, vinden wij dan ook.

Bill Booth

CD Baby

 

ERIC BRACE & PETER COOPER “Master Sessions” (Red Beet Records)

(4****)

Ons kent ons in het Amerikaanse rootsmuziekwereldje en dat leidt vanzelfsprekend met enige regelmaat ook tot hoogst interessante samenwerkingen. Zoals ook nu weer. Protagonisten van dienst zijn hier en nu Last Train Home-kopstuk Eric Brace, zijn labelgenoot singer-songwriter Peter Cooper, pedal steel-legende Lloyd Green en dobrovirtuoos Mike Auldridge. Samen met de tijdelijk uit Mark Knopflers begeleidingsgroep geplukte gitarist Richard Bennett, toetsenvrouw Jen Gunderman, drummer Pat McInerney, bassist Dave Roe en gastvocalisten Jon Randall, Kenny Chesney – Slik! – en Julie Lee waden zij op het album “Master Sessions” doorheen een zevental eigen composities, waaronder co-writes met Don Schlitz en Karl Straub, en vertolkingen van materiaal van Herb Pedersen (“Wait A Minute”), Tom T. Hall (“I Flew Over Our House Tonight”), Jon Byrd (“Silent Night”) en John Hartford (“I Wish We Had Our Time Again”). Het resultaat van die noeste arbeid samen is een verbluffend af klinkend geheel. Quasi Americana-perfectie eigenlijk. Met als centraal gegeven de prachtige stemmen, dito liedjes en puike gitaarprestaties van het duo Brace en Cooper, aangevuld met de heerlijk jankende pedal steel van Green, de het melancholische gevoel van veel van de gebrachte liedjes nog wat dikker in de verf zettende dobro van Auldridge en knappe ondersteunende bijdragen op keyboards en accordeon van ex-Jayhawk Gunderman. Bijzonder warmbloedig spul! Ideaal voor op de achtergrond tijdens gezellige lange winteravonden in goed gezelschap ergens dicht in de buurt van de open haard. Sfeer verzekerd!

Red Beet Records

 

JENEE HALSTEAD “The River Grace + Hollow Bones” (Continental Song City)

(4****)

Voor ons was ze één van dé revelaties van het najaar van 2009, deze Jenee Halstead! Slechts één nummer had de jonge Amerikaanse indertijd nodig om ons van haar behoorlijk indrukwekkende kunnen te overtuigen. Dat was de ingetogen beauty “Drunkard’s Lullaby”, een wolk van een ergens tussen folk en Americana strandend liedje, waarin ze niet enkel illustreerde een fantastische zangeres te zijn, maar ook een uitstekende songsmid. En dat deed ze op het door Evan Brubaker geproduceerde “The River Grace” wel meer. In “Dusty Rose” bijvoorbeeld ook. In die mid-tempo Americana-ballade herinnerde ze ons eigenlijk nogal nadrukkelijk aan Emmylou Harris. Sierlijk heen en weer manoeuvrerend tussen de door de mandoline van Zak Borden en de dobro van Mike Grigoni geproduceerde klanken zong ze zich ook daarmee met spelend gemak zó ons hart binnen. Die fraaie altstem van ‘r bleek een echt godsgeschenk! Andere hoogtepunten: het old-timey ingekleurde “Reach Up”, het met Megan Peters gepende “St. Peter”, het nog volop op de ooit in Cambridge gebruikelijke leest geschoeide folkdeuntje “Before I Go”, het ronduit heerlijke titelnummer en het naar één van haar eigen helden vernoemde “Nick Drake”. Zondermeer een aanrader, vonden wij dan ook! En al zeker voor muziekliefhebbers die, zoals ons, de al genoemde Emmylou Harris, Patty Griffin en Shawn Colvin een warm hart toedragen.

Dat album krijgt nu samen met de vijf tracks van de EP “Hollow Bones” eindelijk ook een Europese release. Ook op die “mini” deed Halstead later wederom een geslaagde poging om genres als country, Americana, folk, roots rock en blues met elkaar te verzoenen. Openingsnummer “Damascus” hinkte zo speels op een aanstekelijk C&W-ritme voorbij, “Good Lookin’ Boy” flirtte van onder een veel té grote Stetson nogal nadrukkelijk met rock & roll, “Hollow Bones” was knappe Americana tout court, “La Luna Roja” deed ondanks een Zuiders motiefje volop denken aan het werk van alternatieve countrysirene Neko Case en “Banks Of The Mississippi” had iets met blues.

Jenee Halstead

Continental Record Services

 

ROBYN LUDWICK “Out Of These Blues” (Continental Song City)

(5*****)

Meestal zijn het wij, Europeanen, die wat langer op de release van nieuw plaatwerk van onze favoriete Americana-artiesten moeten wachten, maar dat is voor één keer eens niet het geval. Van op de eerste rij mogen we toezien, hoe Robyn Ludwick met “Out Of These Blues” een al gelijk met haar debuut “For So Long” en de opvolger daarvan uit 2008, “Too Much Desire”, ingezette hattrick op werkelijk magistrale wijze voltooit. Onder de productionele hoede van Gurf Morlix en in het gezelschap van gewaardeerde collega’s als Ian McLagan (toetsen), Gene Elders (fiddle), Eddie Cantu (drums en percussie), wederhelft John “Lunchmeat” Ludwick (bas), Trish Murphy en Slaid Cleaves (beiden harmony vocals) levert de jongere zus van Bruce en Charlie Robinson haar zondermeer beste plaat tot op heden af. Met twaalf eigen, werkelijk bloedmooie songs dingt ze nadrukkelijk naar een eigen stek aan de top van het Americana-genre. Louter muzikaal gezien valt dit te situeren ergens tussen pakweg een Lucinda Williams, een Mary Gauthier en de al genoemde Cleaves. Nogal wat van de weemoed druipende liedjes hier dus ook, die vaak op een wat aparte manier broeierig soulvol aandoen. Opvallend daarbij is vooral hoe fraai het snaren- en toetsenwerk van respectievelijk Morlix en McLagan Ludwicks slepende stem ondersteunen. Een echte moordplaat!

Robyn Ludwick

Continental Record Services

 

JIM BYRNES “Everywhere West” (Black Hen / Continental Record Services)

(4****)

Zijn ook alweer van 2007 daterende “House Of Refuge” is wat ons betreft tot nader order zondermeer één van de allerbeste platen ooit gemaakt en elke nieuwe worp van Jim Byrnes zien wij dan ook steeds weer met de nodige belangstelling tegemoet. En dat blijkt ook ditmaal weer volkomen terecht. Met “Everywhere West” verkent de Canadees immers andermaal op indrukwekkende wijze de schemerzone tussen blues en roots. Met die geweldige gruizige stem van ‘m en een duizelingwekkende snarenbeheersing als zijn voornaamste troeven waagt hij zich op die nieuwe worp van ‘m onder de bezielende productionele hoede van fenomeen Steve Dawson aan een dozijn opnieuw voornamelijk van anderen geleende liedjes. Enkel het zich verleidelijk voortslepende, door Dawson van wat geweldig slidewerk voorziene “Hot As A Pistol”, het broeierige “Storm Warning” en afsluiter “Me And Piney Brown” vormen wat dat laatste betreft uitzonderingen. Daarvoor tekende Byrnes immers zelf. Verder bevestigt deze schijf vooral wat in de liner notes ervan te lezen valt. Daarin draagt Byrnes “Everywhere West” immers op aan “all those who have gone before”. En dus hoorden we hier “en passant” nogal wat muzikale “tips of the hat”. En daarvan bleven ons met name het gospeleske, door Dawson op z’n banjo aangezwengelde en bij Bobby “Blue” Bland geleende “Yield Not To Temptation”, de olijke, heerlijk “down to earth” gebrachte traditional “Bootlegger’s Blues”, het werkelijk van de soul bulkende “Black Nights”, de pure Americana van Dawsons “Walk On” en het volop richting New Orleans lonkende “From Four Until Late” bij. Deze en andere songs maken van “Everywhere West” niet helemaal een klassieker van het kaliber zoals “House Of Refuge” er in onze ogen wel één was, maar wel nog een ronduit geweldige plaat, die we zonder ook maar de minste schroom van harte menen te mogen aanbevelen. Doe er vooral je voordeel mee, zouden we zo zeggen…

Jim Byrnes

Black Hen Music

Continental Record Services

 

JOE FOURNIER “Greetings From The Eight Track Shack” (Junkyard Dog)

(4****)

Met “Greetings From The Eight Track Shack” blikt Joe Fournier terug op de eerste acht jaar van zijn artiestenbestaan. Dat in een eenvoudig kartonnen slipcovertje gestoken geheel blijkt immers een door de man zelf samengestelde bloemlezing uit zijn vijf tussen 2002 en 2009 verschenen albums “Raw Sugar Shed”, “Whiskey Stars”, “Three Chord MacGyver”, “Dirt Road Joyride” en “Truth & Twang”, aangevuld met enkele remixen en wat niet eerder verschenen songs. Een ideale introductie als het ware tot het werk van de volstrekt unieke Canadese rootsrocker, waarvoor tot op heden keer op keer opnieuw de omschrijving “the real deal” uit de kast mocht. Geen wonder, dat deze knaap met zijn rete-aanstekelijke mix van country, swampy rock & roll, rockabilly, folk en blues al heel wat vrienden voor het leven maakte! En wie hem nog niet zou kennen, moet hier eigenlijk gewoon met hoogdringendheid aan! Heerlijk rammelende en niet zelden flink humoristische songs als “Country Music’s Gone To Hell”, “Regular Guy”, “Joe’s #1 Hit Record Plan”, “Why Am I Sitting Here Sober”, “Bad Record Collection” zullen hun werk dan wel doen!

(Tijdelijk is Fourniers volledige catalogus trouwens nog voor een prikje beschikbaar via CD Baby. Voor deze geweldige verzamelaar betaal je zo bijvoorbeeld amper $8.99. Een echt koopje!)

Joe Fournier

CD Baby

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home