CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2011

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

MARK VIATOR & SUSAN MAXEY “These Arms” - LANCE LOPEZ “Handmade Music” - THE STEEL WHEELS “Live At Goose Creek” - THE FOLK SURVIVAL CLUB “I Believe In Rock & Roll” - JEFFREY FOUCAULT “Cold Satellite” - MARIA MULDAUR “Steady Love” - MY DARLING CLEMENTINE “How Do You Plead?” - CROOKED STILL “Friends Of Fall” - MARY BLACK “Stories From The Steeples”

 

 

MARK VIATOR & SUSAN MAXEY “These Arms” (Rambleheart Records)

(4,5*****)

Al schrijvend voor Ctrl. Alt. Country e-zine stootte ik door de jaren heen op zo menig een parel, die anders wellicht gewoon aan mijn aandacht ontsnapt zou zijn. Zo herinner ik me bijvoorbeeld nog heel goed, hoe ik in april 2003 compleet van mijn sokken geblazen werd door “Bayou Têche” van de mij voorheen volslagen onbekende Mark Viator. In mijn bespreking van dat kostbare kleinood gewaagde ik toen al van een echt blijvertje. En die woorden kan ik nu, ruim acht jaar later, enkel volmondig beamen. Ik vind “Bayou Têche” nog steeds een dijk van een plaat en ik blijf ze derhalve nog regelmatig draaien ook. En geloof me, dat is gezien het volume aan nieuw materiaal, dat ik wekelijks te verwerken krijg, absoluut niet zo vanzelfsprekend. Ik heb dan ook echt met hangende pootjes zitten wachten op nieuw materiaal van Viator. Maar die nam daar jammer genoeg ruimschoots zijn tijd voor. Pas onlangs stootte ik, wederom compleet onverwacht, eindelijk op wat nieuws van ‘m. Ditmaal in samenwerking met muzikale partner Susan Maxey. Samen met haar dook hij de Rambleheart Studio in Austin in voor wat akoestische vertolkingen van nieuwe songs en oude favorieten. Dat was althans aanvankelijk het plan. Gaandeweg kwamen er echter steeds meer getalenteerde muzikale vrienden van het tweetal voorbij en van dat spaarzaam aangeklede setje kwam uiteindelijk niets meer in huis. Ondermeer Jim Stringer (elektrische gitaar), Chip Dolan (orgel), Jane Gillman (mondharmonica), T. Jarrod Bonta (piano) en Slaid Cleaves (zang) kwamen een duit in het zakje doen. En dat resulteerde in wat ik opnieuw een bescheiden meesterwerkje zou willen noemen. Een album, dat zich zonder schroom laat aanbevelen aan elke liefhebber van Texaanse rootsmuziek, of ruimer genomen, van Americana tout court. Wie van dat laatste genre houdt, zal zeker in zijn nopjes zijn met een aantal hier door het duo Viator-Maxey gecoverde nummers. Met name hun met Slaid Cleaves gedeelde lezing van de Hank Williams-klassieker “I’m So Lonesome I Could Cry” is echt bloedmooi. Ik zou zelfs zo ver durven te gaan om het de mooiste versie te noemen, die ik daarvan al hoorde. En dat wil al iets zeggen! Ook heel erg fraai: vertolkingen van Kate Wolfs “Across The Great Divide”, Robert Earl Keens “I Would Change My Life” en Thad Beckmans “Where Do I Belong” en eigen songgoed als het heerlijk swingende “Ain’t Going Back”, het ondermeer door pittig slidewerk Viators in Louisiana liggende roots verradende “By The Riverside”, het verstilde “These Arms” en het lang niet enkel titelgewijs weer richting cajun wijzende “Queen Of The Bayou”.

(Van Viator verscheen onlangs overigens ook nog een tweede nieuwe cd. Die is echter van een geheel andere orde. Daarop beperkt de beste man zich immers tot het brengen van zelf gepende instrumentaaltjes. Sfeervol rootsy spul, dat wel, maar ditmaal met in de hoofdrol de eigen akoestische. “Wire & Wood” groeit daardoor uit tot de als het ware perfecte soundtrack voor zomerse valavonden in aangenaam gezelschap op zwoele Zuiderse veranda’s.)

Mark Viator

CD Baby “These Arms”, “Wire & Wood”

 

LANCE LOPEZ “Handmade Music” (MIG-Music / Suburban)

(4****)

Ondanks het feit, dat de beste man al een hele resem platen op zijn actief blijkt te hebben, betrof het hier voor mij een eerste kennismaking met Lance Lopez. En ik moet zeggen, die smaakt volop naar meer! In de categorie bluesrock moet dit immers zowat de beste plaat zijn, die ik dit jaar voor de kiezen kreeg. Onder de productionele hoede van Jim Gaines, bekend van zijn werk met onder anderen Stevie Ray Vaughan, Carlos Santana, George Thorogood, Steve Miller en John Lee Hooker, toog Lopez ervoor richting de vermaarde Ardent Studios in Memphis, Tennessee. En daar gaf hij ‘m serieus van jetje! In een klassieke triobezetting met naast hemzelf verder ook nog bassist Chris Gipson en drummer-percussionist Jimmy Dereta van dienst knalt Lopez doorheen twaalf staaltjes fijne “Handmade Music”. Qua inventiviteit komt hij daarin regelmatig dicht in de buurt van wijlen Jimi Hendrix, qua vingerlenigheid in die van de hoger al even genoemde Vaughan. Andere vergelijkingspunten voor het hier door deze geweldige axe man-shouter geleverde vormen Cream en ZZ Top. Met dat laatste collectief heeft hij een zich hier en daar manifesterende voorliefde voor “boogie Texas style” gemeen. De hoogtepunten, vroeg u? Dat zijn naar mijn bescheiden mening het werkelijk retestrak rockende “Come Back Home”, de heerlijk soulvolle power ballad “Dream Away”, het lekker vet “struttende” “Your Love”, de sfeervolle instrumentale “Vaya Con Dios” en de naar veelvuldig gebruik tijdens de late uurtje solliciterende sleper “Lowdown Ways”. Dit horen is het ongetwijfeld ook kopen!

Lance Lopez op My Space

 

THE STEEL WHEELS “Live At Goose Creek” (Goose Creek Music)

(4****)

Hun vorig jaar verschenen debuutalbum “Red Wing” was al een heuse voltreffer en dat geldt ook weer voor deze concertregistratie. De vanuit de vermaarde Blue Ridge Mountains actieve Steel Wheels bevestigen daarmee daadwerkelijk alle goeds, wat al naar aanleiding van die eersteling over hen werd verkondigd. En ze bewijzen zich daarenboven ook nog eens ten volle als live act. In Trent Wagler blijken ze een even charismatische als sterke frontman aan boord te hebben, Jay Lapp is ronduit excellent op mandoline en gitaren en Brian Dickel en Eric Brubaker doen zoveel meer dan alleen maar hun duit in het zakje op respectievelijk bas en fiddle. Zo goed als hun volledige debuut moet er hier aan geloven. Enkel het nummer “Valley” brengen ze daarvan niet. Maar daar staat dan wel tegenover, dat enkele andere nummers aan de set werden toegevoegd. Zo stoten we hier bijvoorbeeld ook nog op de medley “Blueridge Mtns / Honey Bear / Hangman’s Reel” en fraaie lezingen van de traditionals “The Cuckoo” en “Spike Driver”. Gebracht in het verlengde van wat we ondermeer van acts als de Avett Brothers en Old Crow Medicine Show gewend geraakt zijn: Americana, nogal nadrukkelijk gebaseerd op old-time country en bluegrass, maar evenzeer met her en der een blues-, ja zelfs rockrandje. Zonder ook maar de minste schroom traditionele waarden verheerlijkend, het hier en nu daartoe echter absoluut niet verwaarlozend. Heerlijk energiek, altijd intens en niet zelden terugvallend op piekfijne samenzang. Warm aanbevolen derhalve ook!

The Steel Wheels

CD Baby

 

THE FOLK SURVIVAL CLUB “I Believe In Rock & Roll” (CRS / Munich)

(4,5*****)

In het verleden verdiende Ad van Meurs al ruimschoots zijn sporen als singer-songwriter. De tot ver buiten de Nederlandse landsgrenzen reikende reputatie van The Watchman is daarvan een stille getuige. Dezer dagen neemt diezelfde van Meurs echter genoegen met een eerder dienende rol. Binnen The Folk Survival Club zijn het vooral Ankie Keultjes en Marjan Cornille, die de aandacht opeisen. Hun heerlijke stemmen zijn het immers, die je naar binnen zuigen in het wonderlijke muzikale universum van de groep. Ook op “I Believe In Rock & Roll”, de opvolger van hun knappe debuut “Break Of Dawn”, weer. Voor de opnames daarvan trok het drietal richting The Cowboy Arms Hotel & Recording Spa, de ondertussen volledig afgebrande studio van de legendarische Cowboy Jack Clement, een goede vriend van van Meurs, in Nashville, Tennessee. Met de hulp van vaste begeleiders Theo Wijdeven (bassen) en Eric van der Lest (drums), Johan Jansen (pedal steel) en andere, flink wat bekendere gasten als Glen Duncan (mandoline en viool), Carrie Rodriguez (eveneens viool) en Gene Williams (diverse gitaren en bas) blikte men daar een negental van Meurs-originelen en covers van “Wildwood Flower” van de Carter Family, “I Guess Things Happen That Way” van Clement en Natalie Merchants “Motherland” in. Met wederom hemeltergend mooie resultaten tot gevolg! Het veelal eerder bedaard aandoende materiaal biedt Keultjes en Cornille volop de gelegenheid om vocaal te excelleren. En die kans laten ze niet liggen ook! Hun samenzang zorgde hier alvast vrijwel voortdurend voor het nodige kippenvel. Dit is ontroerend en meeslepend tegelijk! Zijn de liedjes van van Meurs an sich al beklijvend, dan tillen de stemmen van Keultjes en Cornille ze enkel naar een nog hoger niveau. Ze kloppen er als het ware mee op de poorten van de Americana-hemel. Zo goed, vroeg je? Zo goed, inderdaad! Werkelijk alles klopt hier als een bus. Bloedmooi gewoon! Niet enkel één van de beste Neder-Americana-platen van het jaar, neen, gewoon één van de beste Americana-albums van het jaar tout court. Tenzij u liever de term folk gebruikt natuurlijk, want ook die is hier bij tijd en wijle zeker op z’n plaats…

The Folk Survival Club

Continental Record Services

 

JEFFREY FOUCAULT “Cold Satellite” (Continental Song City / CRS / Munich)

(4****)

Alweer een nieuwe Jeffrey Foucault? Ja en neen… Ja, omdat zijn naam nu wel degelijk als maker ervan op het artwork van “Cold Satellite” prijkt. Neen, omdat dit schijfje eigenlijk al zo’n jaar geleden voor het eerst opdook. Toen nog gewoon onder de projectnaam Cold Satellite. Via een speciaal daartoe ontworpen webstek was het korte tijd beschikbaar. En nu duikt het op Continental Song City dus eindelijk weer terug op. “Cold Satellite” is geen normaal Foucault-album. Het betreft een nogal in het oog springende samenwerking met het aanstormende Amerikaanse dichterstalent Lisa Olstein. Al in de winter van 2007 speelde zij Foucault een aantal niet eerder verschenen gedichten en fragmenten daarvan door. Die ging daarmee creatief aan de slag en zette er muziek onder. Muziek, die beduidend meer rockgetint is dan zijn overige werk. Samen met onder anderen Billy Conway (Morphine, Twinemen) op drums, Jeremy Moses Curtis (Booker T) op bas, zijn maatje David Goodrich op elektrische gitaren en de in en om Nashville een uitstekende reputatie als sessiemuzikant genietende Alex McCollough op pedal steel grijpt Foucault hier regelmatig terug naar de aanpak van acts als Crazy Horse en de Faces. Of dit nu wil zeggen, dat je hier als liefhebber van ‘s mans eerdere werk maar beter van af kan blijven? Zeker weten niet! Country, Americana, blues, R&B en rock worden ook hier immers weer op ingenieuze wijze met elkaar verweven. Alleen is het zo, dat de nadruk daarbij net wat meer dan normaal op het laatste van die vijf elementen komt te liggen. Het resultaat is echter andermaal een ijzersterke collectie liedjes!

Jeffrey Foucault

Continental Record Services

 

MARIA MULDAUR “Steady Love” (Stony Plain / CRS / Munich)

(4****)

Maria Muldaur heeft door de jaren heen al heel wat geweldige platen afgeleverd, maar helaas ook al een flink stel kwalitatief gezien wat mindere. En dus is de vraag naar aanleiding van elke nieuwe worp van haar opnieuw: wat zal het deze keer worden? Maar wees gerust, met “Steady Love” zit het weer allemaal goed. Voor die plaat keerde Muldaur terug naar New Orleans, alwaar ze met flink wat lokale klasbakken de studio indook. We noemen in dat verband ondermeer leden van The Subdudes en de begeleidingsgroepen van de Neville Brothers en Boz Scaggs, alsook haar de voorbije jaren ook zelf flink furore makende dochter Jenni en Rick Vito van Fleetwood Mac. Het resultaat is een uitermate energiek blues & roots-geheel, bulkend van de soul en vol met instant classics. De schokschouderende swamprocker “I’ll Be Glad” bijvoorbeeld meteen al, het op z’n NOLA’s met blues stoeiende “Why Are People Like That?”, het nerveus met de kont schuddend z’n titel echt alle eer aandoende “Soulful Dress”, het over een lome bluesgroove neergelegde “Blues Go Walking”, het uit gelijke delen gospel, R&B en rock & roll opgetrokken “As An Eagle Stirreth In Her Nest” en het zich onderkoeld funky presenterende bluespareltje “Rain Down Tears” zeker ook. En dan vergaten we nog bijna het titelnummer. En dat is misschien wel het allermooiste liedje van allemaal hier. Soul New Orleans style! Met Muldaur zelf in vocale bloedvorm, een heerlijk orgeltje op de achtergrond, dito koperwerk en ook weer bijzonder pittig gitaarwerk. Zo horen we “diva Maria” eigenlijk gewoon het allerliefst!

Maria Muldaur

Continental Record Services

 

MY DARLING CLEMENTINE “How Do You Plead?” (Drumfire Records)

(5*****)

Wat een ongelooflijk mooie plaat! Voor “How Do You Plead?” sloegen de Britse singer-songwriter Michael Weston King en zijn wederhelft Lou Dalgleish voor het eerst de handen in elkaar. Samen tekenen ze voor een plaat, die ongegeneerd teruggrijpt naar de hoogdagen van het countryduet. Naar het fijnste van illustere duo’s als George & Tammy, Porter & Dolly en Johnny & June met andere woorden. Daarbij bijgestaan door de ondermeer van zijn werk met Nick Lowe en Tift Merritt bekende producer Neil Brockbank en met verder ook de nodige studio-hand-en-spandiensten van ondermeer Martin Belmont (gitaar), Geraint Watkins (piano en orgel), Kevin Foster (bas), Alan Cook (pedal steel), Bob Loveday (viool) en Bobby Irwin en Jim Russell (beiden drums) evoceren ze met dertien eigen nummers die gouden dagen van weleer. Een echt “labour of love”! Dertien “songs of love, separation, bitterness and acrimony”, die je als luisteraar in zekere zin een voyeuristisch trekje verlenen. Ze maken je immers deelachtig aan wat er achter gesloten deuren en gordijnen tussen twee mensen gebeurt. En dat levert zo menig een topmoment op! De slows “Put Your Hair Back” en “The Other Half” bijvoorbeeld. Bij dat soort van meeslepende liedjes de zakdoek droog houden is welhaast onmogelijk. Maar ook wat vlottere dingen als het bedaard countryrockende “Nothing Left To Say” of de soulvolle “valse trage” “Going Back To Memphis” gaan er hier in als zoete koek. En wij hopen dan ook nu al, dat het hier binnenkort niet om een eenmalige gebeurtenis zal blijken te gaan. Graag nog veel meer van dat!

Michael Weston King / My Darling Clementine

Drumfire Records

 

CROOKED STILL “Friends Of Fall” (Signature Sounds / CRS / Munich)

(4****)

Elders op deze pagina laten wij er absoluut geen twijfel over bestaan, wie naar onze bescheiden mening sinds jaar en dag de beste Ierse folkzangeres is: Mary Black en niemand anders. Maar anders zouden de kaarten hebben gelegen mocht Black in de States hebben geleefd en gewerkt. Dan zou ze immers aan Crooked Still-sirene Aoife O’Donovan een te duchten concurrente hebben gehad. Wat een geweldige stem heeft die toch! Alles wat ze aanraakt, verandert terstond in goud! Zo ook weer op “Friends Of Fall”, de zeven tracks tellende EP, waarmee zij en haar kompanen momenteel een sabbatjaar inluiden. Daarop stoten we naast op nummers van banjogeweldenaar Greg Liszt en O’Donovan zelf voornamelijk op covers. “We Can Work It Out” van The Beatles, “Morning Bugle” van John Hartford, de traditional “When Sorrows Encompass Me ‘Round”, “Pretty Bird” van Hazel Dickens en “American Tune” van Paul Simon worden door de groep probleemloos naar zich toe getrokken. In elk van die liedjes verleggen ze op de van hen ondertussen welbekende manier de grenzen van het bluegrassgenre. Met als absolute hoogtepunt een werkelijk door merg en been gaande net niet a capella-versie van Hazel Dickens’ “Pretty Bird”. Veel mooier hoor je akoestische “roots music” echt maar hoogst zelden!

Crooked Still

Continental Record Services

 

MARY BLACK “Stories From The Steeples” (Music & Words)

(5*****)

Als je, zoals Mary Black, al ruim je halve leven lang bewijst de beste zangeres van je land te zijn, dan kan je het je al eens veroorloven om wat meer tijd voor een plaat te nemen. Zes lange jaren verstreken er dan ook sinds “Full Tide”, de laatste studioplaat van de Ierse folkdiva. Tijd, die Black afgaande op de kwaliteit van haar zopas verschenen nieuwe cd “Stories From The Steeples” overigens wel goed besteed heeft. De twaalf nummers daarop behoren immers zondermeer tot het allerbeste wat ze sinds haar titelloze solodebuut uit 1983 al afleverde. Drie daarvan werden aangedragen door haar zoon Danny O’Reilly. Hij is één van de vele jonge Ierse songwriters, die hun nummers hier door Black naar een ongelooflijk hoog niveau getild weten. Een ander opvallend gegeven zijn een aantal duetten. Het meest in het oog springende daarvan is zeker het titelnummer. Daarin deelt Black immers haar stek achter de microfoon met niemand minder dan rockabilly-sensatie Imelda May. Samen tekenen ze voor een liedje dat heel knap het midden weten te houden tussen Americana en pop. Echt wel bloedmooi! Samen met Finbar Furey brengt ze dan weer “Walking With My Love”. En ook dat nummer baadt mede dankzij diens aanstekelijke banjogepingel in een uitgesproken countrysfeertje. Van een geheel andere orde is het derde en laatste duet op “Stories From The Steeples”. Daarvoor wist Black haar gerenommeerde collega Janis Ian te strikken. Met haar deelt ze een ook al wonderschone lezing van Ry Cavanaughs “Lighthouse Light”. En daarvoor mag ontegensprekelijk de omschrijving Americana uit de kast. Iets wat voor wel meer nummers hier geldt trouwens. Blacks nieuwste is zeker geen folkplaat tout court, al zijn er nog ruimschoots voldoende momenten om ook die categorisering deels te rechtvaardigen. “Stories From The Steeples” is op de keper beschouwd echter vooral een adembenemend mooie plaat. Een album, dat hokjesdenken eigenlijk gewoon totaal ongepast maakt. Niet één muziekliefhebber met het hart op de juiste plaats zal immers niet als sneeuw voor de zon smelten bij hartverwarmende beauties van deunen als de sfeervolle anti-oorlogsballade “All The Fine Young Men”, het ook al beklijvende luisterliedje “Steady Breathing” of het eerder poppy ingevulde “The Night Is On Our Side”. En laat ons dan ook vooral maar hopen, dat Black ons op haar volgende worp niet weer een kleine eeuwigheid laat wachten…

Mary Black

Music & Words

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home