CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES DECEMBER 2013

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

THE BELLE GAME “Ritual Tradition Habit” - FRED EAGLESMITH “Tambourine” - JOE NOLAN “Tornado” - LAYLA ZOE “The Lily” - D.B. RIELLY “Cross My Heart + Hope To Die” - BORIS MCCUTCHEON AND THE SALT LICKS “Might Crash!” - DOUG TIELLI “Keresley” - RODNEY PARKER & 50 PESO REWARD “The Apology: Part 2” - ERIC BIBB “Jericho Road” - HOWE GELB “The Coincidentalist”

 

 

THE BELLE GAME “Ritual Tradition Habit” (Boompa Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Het klinkt zo op het eerste gehoor misschien nogal eigenzinnig allemaal, maar het is op een wat bevreemdende manier tegelijk ook heel erg catchy, wat de vijf van het Canadese collectiefje The Belle Game op hun debuut “Ritual Tradition Habit” doen. Onder de productionele hoede van de je wellicht onder meer al van zijn werk met de Be Good Tanyas bekende John Raham blikte het kwintet elf heerlijke “soundscapes” in, die je als luisteraar met plezier doen terugdenken aan de topmomenten van zo diverse acts als Mazzy Star, Colourbox, Portishead, de Cocteau Twins, Phosphorescent, Gotye, Selah Sue en andere. Indie rock op zijn allerbest dus, met in de hoofdrol de op de keper beschouwd best wel wat ijl aandoende stem van frontvrouwe Andrea Lo. Die blijkt niet alleen ongemeen performant, maar bij tijd en wijle ook héél erg sensueel. Tegen niet zelden behoorlijk beklemmend werkende popritmes, waarin beurtelings (stevige) gitaren en synths de dienst uitmaken, etaleert Lo met de lenigheid van een keurturnster vocale kunstjes à volonté. Fijne melodieën en intrigerende teksten doen de rest. Onze luistertips: de zwaar verslavende, op melancholisch blaas- en toetsenwerk geënte single “Wasted Lights”, het ook al ongemeen sfeervolle “Tradition” en vooral ook de luidkeels om radioaandacht schreeuwende valse trage “Bruises To Ashes”.

The Belle Game, Sonic Rendezvous

 

FRED EAGLESMITH “Tambourine” (A Major Label / Sonic Rendezvous)

(4****)

Anders dan we dat van Fred Eagslesmith door de jaren heen gewoon zijn geraakt focust ’s mans twintigste, het zonet verschenen “Tambourine”, op de keper beschouwd meer op z’n muzikale aankleding dan z’n tekstuele invulling. Niet dat die teksten plots totaal onbelangrijk geworden zouden zijn of zo, maar toch… “A walk through the garden of rock ‘n’ roll”, noemde Eaglesmith zelf onlangs al het hier gebrachte. Muziek, nadrukkelijk geworteld in de tweede helft van de jaren zestig. En met name dan in “het jaar onzes Heren” 1966. “The year that gave us Bob Dylan’s Blonde on Blonde and Question Mark & The Mysterians.” “Not your typical Eaglesmith” dus. En derhalve vergen de elf nummers op “Tambourine” ook wel enige gewenning. Zelfs voor echte “Fredheads” als ons. Aanvankelijk werkt het enigszins bevreemdend om Eaglesmith een nieuwe niche te horen zoeken ergens tussen pop, rock, soul en R&B. Maar eenmaal de drempel genomen, is het ook ditmaal weer nadrukkelijk genieten geblazen. Voor je het weet ben je verleid door dingen als het zwierig rockende “Nobody Gets Everything”, het quasi op z’n Arthur Alexanders soulvul neergelegde “That’s What You Do”, de prachtballade (met Tejano-ondertoon) “Small Town” of het bezwerende “Whip A Dog”. Benieuwd, of Eaglesmith hiermee eindelijk (dat door hem al zo vaak verdiende) wat ruimere publiek zal weten te bereiken…

Fred Eaglesmith, Sonic Rendezvous

 

JOE NOLAN “Tornado” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Voor de opnamen van zijn nieuwe cd “Tornado” trok de veelbelovende jonge Canadese singer-songwriter Joe Nolan in februari van vorig jaar naar Nashville. Hij hoopte er met zijn landgenoot Colin Linden opnieuw als producer een waardig vervolg te kunnen breien aan “Goodbye Cinderella”. Met dat al in 2011 verschenen album oogstte hij immers (vrij onverwacht) wereldwijd veel bijval. En aangezien je ijzer moet smeden als het heet is… “Tornado” dus… Met naast Linden onder meer ook nog diens Blackie & The Rodeo Kings-collega’s Tom Wilson, Gary Craig en John Dymond aan boord, evenals “strijker” Chris Carmichael, drummer Marco Giovino en toetsenman John Whynot. Met z’n allen gidsten zij de ondertussen nog altijd maar vierentwintig lentes tellende Nolan doorheen elf – Weer zonder ook maar de geringste uitzondering! – prachtige nieuwe liedjes. Nummers, waardoor, als u het ons vraagt, het aantal vergelijkingen met heel erg gerespecteerde collega’s als daar zijn een Elliott Smith, een Bruce Cockburn, een Robbie Robertson en een Bob Dylan alleen nog maar fors zal gaan toenemen. Nummers, gekenmerkt door bepaald niet alledaagse teksten, regelmatig met poëtische inslag. Nummers, die op de keper beschouwd een oude ziel in een jong lichaam doen vermoeden. Heerlijk atmosferisch van aard! Doorgaans genesteld ergens tussen pop, rock, folk en Americana. Wij onthielden na enkele zwaar bewonderende draaibeurten vooral het ons bedaard rockend best wel wat aan Bruce Cockburn (Daar heb je hem al!) herinnerende “Tightrope Dancer”, het in al zijn eenvoud ronduit groots te noemen melancholische titelnummer, het behoorlijk gekweld gebrachte “(I Don’t Want To Wake Up) On The Highway” – Think Jeff Buckley! – en de “breedbeeldpopdeun” “I Know The Difference”. Heerlijk om zó 2014 te mogen inzetten!

Joe Nolan, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

LAYLA ZOE “The Lily” (Cable Car Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: “The Lily”, de nieuwe worp van Layla Zoe, is een ronduit fantastische plaat geworden. Ook daarop grossiert de stemkrachtige Canadese immers weer volop in je meteen naar de keel grijpende blues(rock). Je denkt als toevallige luisteraar bij het horen van zoveel passioneel stemgeweld vrijwel ogenblikkelijk spontaan aan andere grote madammen als een Janis Joplin, een Beth Hart en een Sass Jordan terug. En dat mag wat ons betreft als een serieus compliment worden opgevat. Een mening waarmee we overigens absoluut niet alleen staan. Zo had bijvoorbeeld ook Eric Clapton het in verband met deze samenwerking tussen Zoe en haar vingersnelle Duitse buddy Henrik Freischlader onlangs over “fantastische blues”. En zo is het ook maar net! Zoe haalt hier stemgewijs immers een dik uur lang het onderste uit de kan, terwijl Freischlader alle gitaren, de bas, het drumwerk en wat backing vocals voor zijn rekening neemt. Enkel de je misschien al wel van zijn band bekende Moritz Fuhrhop mag op z’n Hammond-orgel her en der voor wat bijkomende opsmuk zorgen. Elf nummers worden zo in totaal opgedist. Vreemde eenden in de bijt blijken daarbij enkel de bij wijze van opener a capella gebrachte gospel traditional “Glory, Glory, Hallelujah” en het de feestelijkheden op gloedvolle wijze afsluitende Neil Young-eerbetoon “Hey, Hey, My, My”. Tussen die twee uitersten in bevinden zich negen eigen composities. Zoe zorgde voor de teksten, Freischlader voor de muziek. Met als absolute hoogtepunten naar onze bescheiden mening de ongemeen soulvolle, net geen tien minuten halende sleper “The Lily”, het ook al epische proporties aannemende “The Father”, het buitengewoon vaardig met pop en traditionele rock flirtende “In Her Mother’s House”, het behoorlijk dreigend uit de hoek komende “Green Eyed Lover” en het ons qua ritmiek best wel wat aan Stevie Ray Vaughan in z’n hoogdagen herinnerende “Never Met A Man Like You”. Dat moeten zo ongeveer de vijf beste leerlingen uit dit geweldige klasje zijn. Neen, je hoeft echt geen helderziende te zijn, om aan deze artieste een schitterende toekomst te durven toedichten.

Layla Zoe, Cable Records, Sonic Rendezvous

 

D.B. RIELLY “Cross My Heart + Hope To Die” (Shut Up & Play!)

(4****)

Zijn vorige, “Love Potions And Snake Oil”, zat in een leuk blikken doosje, zijn nieuwe, “Cross My Heart + Hope To Die”, valt op door een al even knappe houten verpakking. Zijn vorige was een heel lekker, heerlijk gevarieerd Americana-geheel, zijn nieuwe is dat ook! Gewoon nog een stuk beter dan zijn debuut eigenlijk. En dat wil in dit geval echt wel wat zeggen. D.B. Rielly delivers! Zalig twangende Americana (‘s mans versie van de Bob Seger-hit “Turn The Page”), zydeco (het nagenoeg onweerstaanbare “Wrapped Around Your Little Finger” en “Roadrunner”, een kruisbestuiving van het genre met country), Orbisoneske pop (“Some Day”), ingetogen singer-songwriter stuff (“Come Hell Or High Water”), aanstekelijke (alternatieve) country (het bedaarde “Moving Mountains”), bluesy spul (het door een machtige slide aangedreven “It’s Gonna Be Me”), sixties-georiënteerd rockmateriaal (“Untie Me”), authentieke old-time string band music (“Your Doggin’ Fool”) en folk (het nadrukkelijk met de Keltische genretraditie contact zoekende “Fíorchroí (True Heart)”), Rielly toont zich hier “en passant” van heel wat markten thuis. En dat zowel als zanger, als muzikant (akoestische gitaar, banjo, tamboerijn, accordeon, wasbord, Hammond B3-orgel, penny whistle, drums, shakers) als als songsmid. Mijn zoontje zou zeggen: “Een dikke duim!” En overschot van gelijk daarmee hebben ook, want dit is een echt rootsmuziektoppertje!

D.B. Rielly, CD Baby

 

BORIS MCCUTCHEON AND THE SALT LICKS “Might Crash!” (Frogville / Lucky Dice Music)

(4,5*****)

Nog zo’n kanjer, die eigenlijk nooit teleurstelt! Ook ditmaal weer niet! Wel integendeel zelfs! De twaalf nieuwe liedjes op “Might Crash” behoren wat mij betreft zonder meer tot de allerbeste op het repertoire van Boris McCutcheon. Al zijn ze “this time around” dan ook lang niet allemaal even vrolijk van aard, vanwege geboren uit zware tijden voor onze protagonist en z’n gezin. Of zwarte sneeuw zien als inspiratiebron… Voor een lekker gevarieerd setje, dat wel! Titelnummer “Might Crash” herinnerde ons zo in z’n bedrieglijke vrolijkheid terstond een weinig aan Nick Lowe, “Off The Grid” bleek herfstig melancholische alternatieve country, “On The Beltway” stoeide op catchy wijze met een al bij al wat goedkoop aandoend swingmotiefje en “Harmless Yellow Leaves” verklankte bij wijze van Americana de herfst in al zijn mistroostige kleurenpracht. Het aanstekelijke “Booze Farm” leek ons dan weer te stranden ergens tussen Hiatt en Dylan, “Holding Out” zouden we maar net geen country soul durven te noemen en “Loren Wise” droeg nadrukkelijk sporen van “ze blues”. Verdere absoluut niet te versmaden songschoonheden hier: openingsnummer “Flesh And Dream”, de sfeervolle instrumentale “The Road To Cañoncito”, het mistroostige “Blacksmith”, de ingehouden countryrocker “Lover I’m Taken”, het samen met John William Palmer, Jr. gepende “This Town Is Dead” en een reprise van prijsnummer “Harmless Yellow Leaves”. Afgeklokt op net wat meer dan tweeënvijftig minuten. En die, beste vrienden, blijken keer op keer opnieuw verdomd goed besteed. Doe er vooral jullie voordeel mee, zouden we zo zeggen…

Boris McCutcheon, Lucky Dice Music

 

DOUG TIELLI “Keresley” (Tin Angel / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Het naar het gelijknamige voorstadje aan de rand van Coventry genoemde tweede album van Doug Tielli is wat je noemt een geval apart. Of je er zomaar iedereen een plezier mee kan doen? Wij durven het van hieruit luidop te betwijfelen. Daarvoor stoeit Tielli wellicht met net wat teveel aparte stijlen tegelijk. Afro, Britse folk, Braziliaanse spirituals, blue-eyed soul, jazz, pop, rock, you name it, he does it. En als het even kan nog in één enkel liedje tegelijk ook. Ongewoon moeilijk en toch ook weer niet. Want da’s nu net het vreemde aan Tielli’s avant-gardistische materiaal. Luister je er een eerste keer naar, dan heb je vrijwel meteen zoiets van “Pfff, straffe kost…” “Art for art’s sake.” Maar als je er vervolgens je tijd voor gaat nemen en alles rustig tot je door laat dringen, dan wordt het plots een geheel en al ander verhaal. Dan krijgen zijn vaak wat dromerig aandoende melodieën en soundscapes plots wel iets aantrekkelijks over zich. Complex verwordt dan eensklaps tot gracieus. Stem, gitaar, percussie en koperwerk worden dan op zonderlinge wijze één. En één met je luisteraarsbewustzijn tegelijk ook. Tielli-songs als zachte balsem voor de ziel. Maar je moet er na die eerste beluistering dan natuurlijk wel wel aan willen…

Doug Tielli, Tin Angel Records, Sonic Rendezvous

 

RODNEY PARKER& 50 PESO REWARD “The Apology: Part 2” (Smith Entertainment)

(4,5****)

Al sinds z’n in 2005 verschenen debuutplaat “Blow The Soot Out” ben ik een onvoorwaardelijke fan van de Texaan Rodney Parker. De beste man ontgoochelde me eigenlijk nog nooit. Luister er het al genoemde album, het ondertussen toch ook alweer vijf jaar oude “The Lonesome Dirge”, “The Apology: Part 1” uit 2010 en “Live In The Living Room” van goed en wel twee jaar geleden maar eens op na en je zal het allicht al snel met me eens zijn: zo klinkt jong Texas op z’n best! Van die heerlijk gruizige vocals, lekker in het gehoor liggend en niet zelden om meezingen brullend tekstmateriaal, bij momenten best wel stevige gitaren, maar ook pedal steel, dobro, banjo, fiddle, accordeon en andere. De hoegenaamd perfecte balanceeract op het slappe koord tussen country en rock! En dat geldt ook voor het op “The Apology: Part 2” gebrachte weer. Dat met de vijf nummers van zijn voorganger tot een full cd opgewaardeerde geheel biedt met “Tongue Tied”, “Things You Make Me Do”, “I Apologize”, “I Thought Your Eyes Were Blue” en “The Corner” vijf nieuwe supersongs. Eén keer horen en je bent geheid verkocht! In een wat rechtvaardigere wereld gingen er hiervan wat mij betreft in no time enkele miljoenen exemplaren over de toog!

Rodney Parker & 50 Peso Reward

 

ERIC BIBB “Jericho Road” (DixieFrog / Bertus)

(5*****)

Magistrale plaat! Eric Bibb hoegenaamd op z’n allerbest! In een productie van de onder meer van zijn werk met Ron Sexsmith bekende Glen Scott en met diezelfde Scott, Victor Wooten, Staffan Astner, Neville Malcolm, Grant Dermody en anderen in steun tekent de beste man hier voor een vijftiental ronduit sublieme rootsmomenten. Met “front& center” uiteraard weer vrijwel voortdurend de eigen heerlijke goudbruine (soul)stem en akoestiche, maar muzikaal gezien zoveel rijker dan veel van zijn eerdere platen. Het bluesgenre op de keper beschouwd eigenlijk enkel en alleen nog gebruikend als uitgangspunt voor een op indrukwekkende wijze muzikale grenzen aan z’n laars lappende roots trip. Afro, funk, R&B, jazz, gospel, folk en pop, ze komen hier elk op hun beurt allemaal wel ergens voorbij en verlenen aan “Jericho Road” mee het open karakter dat Bibb ervoor voor ogen had. De eigenheid vereist voor het uitdragen van z’n pregnante boodschap ook. “Want,” aldus Bibb, “bij dit project draait alles om medelijden, om altijd en overal het juiste ding doen.” “Het gaat om naar de wereld kijken, naar alle moeilijkheden om je heen en er ook iets over willen zeggen.” Een bijzonder geëngageerd geheel dus. Met als absolute hoogtepunten wat ons betreft het ons een weinig aan Curtis Mayfield in z’n seventies-hoogdagen herinnerende “Let The Mothers Step Up”, het echt ongemeen soulvolle, met gastvocalisten Ruthie Foster en Madou Sene gedeelde “Have A Heart”, het al even beklijvende, voor de gelegenheid in kleinere bezetting ingeblikte “Death Row Blues”, het funky “Can’t Please Everybody” en het op erg radiogenieke wijze pop, Afro en roots met elkaar versmeltende “Freedom Train”. Een dikke, dikke aanrader!

Eric Bibb, DixieFrog Records

 

HOWE GELB “The Coincidentalist” (New West / Warner Music Benelux)

(3,5****)

Niet het soort van plaat waarmee je zomaar in één-twee-drie klaar bent, deze nieuwe van Howe Gelb. Neen, daarvoor mag het Giant Sand-kopstuk je als luisteraar wat al té graag op het verkeerde been zetten. Zelf liet hij in verband met wat hij hier doet onlangs de namen van Thelonious Monk, Neil Young en Clint Eastwood vallen, maar aan dat lijstje zouden wij er zonder al te veel moeite direct een handvol toe kunnen voegen. Met als meest prominente waarschijnlijk die van Robbie Robertson en Lou Reed. Maar goed, wat Gelb hier doet valt vooral heel erg moeilijk onder één enkele hoed te vangen. Er gewoon het label Americana opplakken, zoals sommige organisatoren van optredens in de buurt onlangs deden, is de beste man alleszins flink te kort doen. Daarvoor blijkt hij hier een té fervente voorstander van eclecticisme. Volledig solo of in het gezelschap van bassist Thøger Tetens Lund, gitarist M. Ward, drummer Steve Shelley, het stemgeweldige Silver Thread Trio (Gabrielle Pietrangelo, Laura Kepner-Adney, Caroline Isaacs) en gasten als Bonnie “Prince” Billy, KT Tunstall, Andrew Bird, Jon Rauhouse en Luke Bullen legt hij zichzelf muzikaal gezien elf nummers en ruim zesendertig minuten lang allerminst beperkingen op. Van het als eerbetoon aan wijlen George Jones en Merle Haggard voor hun samenwerking op het album “A Taste Of Yesterday’s Wine” bedoelde en met Bonnie “Prince” Billy gedeelde “Vortexas” (Gelbs koosnaampje voor zijn thuishaven Tucson!), een streepje alternatief gecroonde late night bar jazz, tot het bedaard twangende, als het ware van onder een fijn laagje woestijnzand opgediepte rootspopdeuntje “Left Of Center”, van de Americana-trage “Running Behind” tot de sfeervolle, met popster KT Tunstall gebrachte pianoballade “The 3 Deaths Of Lucky”, van het van nogal wat walletjes tegelijk etende alterna-popdonterje “Unforgivable” tot het ons best wel een weinig aan Lou Reed herinnerende titelnummer “The Coincidentalist”, van het al doende ergens tussen rock en alternatieve country strandende “Triangulate” tot “Picacho Peak”, een op z’n Robbie Robertsons parlando gebrachte nachtelijke sleper, van de lijzig swingend ingezette schuifelpop van “An Extended Plane Of Existence” tot het op buitengewoon zwoele wijze voorbijtrekkende “Looking That Way” – Nog zo’n Reediaans riedeltje! – en het afsluitende (jazzmomentje) “Instigated Chimes”, Gelb vergt hier nogal wat (inlevingsvermogen) van je als luisteraar! Aanvankelijk hadden wij het er hier eerlijk gezegd best wel wat moeilijk mee, maar na enkele beluisteringen ging Gelbs wereld plots wel voor ons open en ondertussen mogen we er zelfs al graag in vertoeven. Een groeiplaatje noemen ze zoiets…

Howe Gelb, New West Records

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home