ARCHIEF CD-RECENSIES FEBRUARI 2007

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

The Yayhoos “Put The Hammer Down”Matthew Ryan “From A Late Night High Rise” - The Greencards “Viridian”Sugar Mountain “In The Raw”She’s Spanish, I’m American (Featuring Josh Rouse & Paz Suay) “She’s Spanish, I’m American”Rootsclub “Rootsclub”Lucero “Rebels, Rogues & Sworn Brothers” - The Paladins “Power Shake – Live In Holland”Jennifer Clarke “More Than I Have”Adam Balbo “6 Outta 9 w/Beats” - Conrad Ford “Don’t You Miss Yourself”Justin Rutledge “The Devil On A Bench In Stanley Park”Mark Erelli “Innocent When You Dream” - Lucinda Williams “West”Patty Griffin “Children Running Through”Jeff Talmadge “At Least That Much Was TRUE” - The Infamous Stringdusters “Fork In The Road”The Endrick Brothers “Attraction Versus Love”Anaïs Mitchell “The Brightness”Chris Knight “The Trailer Tapes”JP Den Tex “Bad French” - Miss Leslie & Her Juke-Jointers “Honky Tonk Happy Hour”United Steel Workers Of Montreal “Broken Trucks And Bottles”Marjan Debaene “Wolfish Times” - Bruno Deneckere “Someday”Various Artists “Black Snake Moan” (Soundtrack) - Martha Scanlan “The West Was Burning”Billy Yates “Favorites”Rickie Lee Jones “The Sermon On Exposition Boulevard”Rainravens “Garden Rocket” - The Silos “This Highway Is A Circle” (CD + DVD)Li’l Mo & The Monicats “Hearts In My Dream” - Jenny Whiteley “Dear”David Ezell “The BackShop Live”Kim Beggs “Streetcar Heart” - Ox “American Lo Fi”Souther Still “Dizziness And Darkness” - inneke23 & The Lipstick Painters “Elephant Crossing”Lisa Novak “Too Shallow To Swim”Felicity Urquhart “My Life”Thrift Store Cowboys “Lay Low While Crawling Or Creeping”Adrien Sala “High Water Everywhere”

 

THE YAYHOOS

“Put The Hammer Down”

(Lakeside Lounge / Evangeline / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Met op hun geloofsbrieven vermeldingen van betrokkenheid bij het werk van ondermeer de Georgia Satellites, de Del Lords, Steve Earle, de Woods, de Olympic Ass Kickin’ Team, Paul Westerberg en Billy Joe Shaver hebben Dan Baird, Eric ‘Roscoe’ Ambel, Terry Anderson en Keith Christopher natuurlijk al lang niets meer te bewijzen. En dat lijkt op hun tweede CD als de Yayhoos dan ook helemaal niet de bedoeling. Hier draait alles nog louter om de fun van het spelen, zo lijkt het. It’s only rock & roll and they like it… En overal waar de Faces en de Stones hem ooit nog serieus van jetje mochten geven, zal deze “supergroep” dan ook zeer welkom blijken. Met hun melodieuze rock songs, waarin hese stemmen en lekker luide gitaren vrijwel voortdurend regeren, nodigen Baird en kornuiten met enige regelmaat uit tot een gedreven potje luchtgitaar. Titels als “Where’s Your Boyfriend At”, “Love Train” (Een sublieme benadering van het Gamble & Huff-nummer dat vooral bekendheid geniet in de uitvoering van de O’Jays!), “Gettin’ Drunk” en “Over The Top” spreken wat dat betreft trouwens boekdelen. Niks moeilijkdoenerij hier, gewoon goudeerlijke rock & roll van uitstekende makelij. Meer moet dat voor ons absoluut niet zijn!

The Yayhoos

Evangeline Records

Bertus

 

 

MATTHEW RYAN

“From A Late Night High Rise”

(00:02:59)

(4) J J J J

 

 

Er zijn zo van die artiesten die je nooit echt lijken te kunnen ontgoochelen. Matthew Ryan is er zo één. En het is voor ons dan ook een huizenhoog raadsel waarom de beste man al niet lang véél en véél bekender is. Met uitstekende albums als “May Day”, “East Autumn Grin”, “Concussion”, “Happiness” en “Regret Over The Wires” op zijn actief zou zijn naam eigenlijk al lang op eenieders lippen moeten branden. En dan hadden we het nog niet over Strays Don’t Sleep, het samenwerkingsverband dat hij niet zo heel erg lang geleden aanging met collega-lotgenoot Neilson Hubbard. Die Matthew Ryan is er nu met een nieuwe CD. En hoeft het nog gezegd, het is alweer een echt pareltje! Dit is songwriter pop met hoofdletters S en P. Dit gaat bij momenten gewoon door merg en been. En dan hebben we het zeker niet alleen over een melancholisch huzarenstukje als het winters ijzige “Gone For Good”, maar bijvoorbeeld ook over dingen als het qua intensiteit en sfeer voorzichtig aan een groep als The Blue Nile herinnerende “Follow The Leader”, het bijzonder radiogenieke “And Never Look Back” met z’n zo uit de eighties weggelopen synth-bijdrage, het zelfs tussen – Weliswaar met zorg! -  vervormde gitaren nog een vleugje exotisme vindende “Babybird”, het wat aparte, door de onvolprezen Kate York van backing vocals voorziene duo “Providence” en “Everybody Always Leaves”, het ingehouden rockende “Misundercould”, het voorzichtig U2-eske “All Lit Up” en andere.

Om een lang verhaal kort te houden: gewoon een bijzonder straffe popplaat, dit! Zouden ook de wat hippere radiomakers hier te lande een heel vette kluif aan kunnen hebben, als ze ze tenminste kennen zouden…

Matthew Ryan

00:02:59

Village Records

 

 

THE GREENCARDS

“Viridian”

(Dualtone / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Op de officiële release van “Viridian”, na “Movin’ On” en “Weather And Water” de derde van de Greencards, is het nog even wachten, maar de plaat prijkt ondertussen al wel fier in de hoogste regionen van de AMA Chart. En dat blijkt wel vaker een zeer goede waardemeter. Als de betere Amerikaanse rootsradiomakers met z’n allen tegelijk voor een nieuwe plaat bezwijken en die al draaiend die lijst in helpen, dan kan je er bijna donder op zeggen, dat je ook effectief met goed spul te maken hebt. Reikhalzend naar uitgekeken dan ook, naar dit schijfje. En er ook helemaal niet door ontgoocheld! Het vanuit de States opererende Engels-Australische drietal bestaande uit Carol Young, Kym Warner en Eamon McLouglin klinkt op die nieuwe plaat eigenlijk beter dan ooit. Bezadigder alleszins. En een stuk rijper dan voorheen ook. De drie gebruiken Americana en bluegrass als grondstenen voor een muzikale hybride, waarin zich verder ook sporen van genres als pop, country, folk en bluegrass laten aanwijzen. Onder de productionele hoede van Doug Lancio en met wat hulp van ondermeer Bryan Sutton, Andrea Zonn, Viktor Krauss, Larry Attamanuik en Jedd Hughes staan ze twaalf nummers lang garant voor Americana met een hoofdletter A. Het door Carol Young gebrachte openingsnummer “Waiting On The Night” is bijvoorbeeld meteen al een echte beauty. Er bekruipt je bijna ogenblikkelijk een zomers lijzig gevoel bij het aanhoren van dat licht jazzy nummer. Nog zo’n pareltje is het door Warner en Young samen met Ronnie Bowman gepende “Who Knows”. Daarin hebben bluegrass, Americana en blues bijna zes minuten lang iets heel moois met elkaar. En dan is er nog het intimistische “All The Way From Italy”, met opnieuw een glansrol voor Young. Je moet al een beetje van steen zijn om er niet meteen voor te vallen… Prachtige zang en al even briljant snarenwerk! En wat dan te denken van “Shinin’ In The Dark”? Newgrass van dat kaliber mag men ons hier alle dagen met hele hopen komen serveren! Of van de meerstemmig gebrachte ballade “I Don’t Want To Lose You”? Het is op zo’n momenten echt wel zalig wegdromen bij Young en co. Niks dan lof dan ook voor dit ondertussen tot halve Amerikanen uitgegroeide stel en hun nieuwste groeibriljantje!

The Greencards

Dualtone

 

 

SUGAR MOUNTAIN

“In The Raw”

(Brewery Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Dit is er eentje voor liefhebbers van acts als de Black Crowes, de Georgia Satellites, de Yayhoos, de Faces en de Stones in betere tijden. “Sure to satisfy any fan of good ol’ in-your-face rock,” wil de groepsbio en zo is het maar net. Het uit het Spaanse Pontevedra afkomstige vijftal Sugar Mountain doet op z’n door Eric ‘Roscoe’ Ambel geproduceerde tweede volwaardige langspeler “In The Raw” op de keper beschouwd eigenlijk absoluut niets nieuws. Maar het doet dat wel verdomd lekker! “It’s only rock & roll, but I sure as Hell like it, baby!” Rasperige zang, plenty gitaarriffs zo weggelopen uit het plakboek van Keith Richards, smeuïge slidebijdragen, een soulvol B3 en songs die zich voor die van hun grote voorbeelden absoluut niet hoeven te schamen. (Enige cover is de bonus track, een pittige lezing van “Picture Book” van de Kinks.) Excellent spul zondermeer!

Sugar Mountain

Brewery Records

Sonic Rendezvous

 

 

SHE’S SPANISH, I’M AMERICAN

(FEATURING JOSH ROUSE AND PAZ SUAY)

“She’s Spanish, I’m American”

(Bedroom Classics / Nettwerk / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Josh Rouse heeft het klaarblijkelijk héél erg naar zijn zin in zijn nieuwe thuisland Spanje. Aan creativiteit alvast geen gebrek, want vrij kort na het knappe “Subtitolo” pakt hij nu alweer uit met nieuw werk. Samen met zijn vriendin Paz Suay vertrouwde hij afgelopen zomer in hun appartementje in Valencia een vijftal deunen aan tape toe. Die werden vervolgens naar zijn goede vriend Daniel Tashian in Nashville doorgestuurd en die zorgde daar voor de eindafwerking ervan. Het resultaat is een onder de wel erg toepasselijke naam She’s Spanish, I’m American op de markt gebrachte collectie bijzonder lichtvoetige popdeuntjes, die je in no time in de mood brengen voor zon, zee en andere zomerse genoegens. Dat er daarbij bijna voortdurend liefde in de lucht hangt, zal je gezien het nog prille geluk van het jonge koppel allicht wel niet verbazen.

Met wat Rouse in het verleden deed heeft het allemaal niet zo heel erg veel meer te maken, maar laat dat vooral geen bezwaar zijn om hiermee kennis te maken. Sprankelende duetten als “Car Crash”, “Jon Jon”, “The Ocean Always Wins” en “Answers” vormen immers een zeer geslaagde beloning voor alle durvers. Bij momenten lijkt het wel alsof Rouse hier aan de slag is met Nina Persson van de Cardigans. Paz heeft alvast een vergelijkbaar honingzoet stemmetje en dát gekoppeld aan de immer relaxte voordracht van haar vriend, diens synthwerk en de opvulmanoeuvres van Tashian levert een erg radiovriendelijk tussendoortje op.

Josh Rouse

She’s Spanish, I’m American

Nettwerk

 

 

ROOTSCLUB

“Rootsclub”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

De Rootsclub – ook zonder plaatwerk op z’n actief is dat negenkoppige gezelschap stilaan uitgegroeid tot een heus begrip in Nederlandse americanakringen. Drie jaar lang verzorgden de heren maandelijks zeer gesmaakte rootsavonden in de Amsterdamse honky-tonk Maloe Melo. En dat sprak zich rond natuurlijk. Temeer daar ze daarop ze ook heel wat internationaal gerespecteerde collega’s mochten begroeten: van Tim Easton tot Claude Bernard van The Gourds, van de Hackensaw Boys tot Johnny Dowd, van Tonya Lamm van Hazeldine en Tres Chicas tot Sonny James, van Nels Andrews tot Steve Conte, just to name but a few. Dat naar hun plaatdebuut door velen echt werd uitgekeken behoeft hier dan ook wellicht geen bijkomend betoog meer. En kopstukken Jan “the Lazyman” en Rik van Doorn en Bert Boot en hun van groepen als Jack Of Hearts, de Blue Moon Boys, de Wilma’s, Lazy Sunday Dream, de Raggende Manne, 4tuoze Matroze en de Tennessee Studs bekende maatjes Harry Langeveld, Roland van Beveren, Dirk Portegies, René Windig, Louis Ter Burg en Jur Scherpenzeel beschamen het in hen gestelde vertrouwen ook absoluut niet. Ruim zevenendertig minuten en twaalf nummers lang waan je je in het gezelschap van de Rootsclub ergens diep in het hart van Texas. De negen coveren Leadbelly’s “Out On The Western Plain” en “Highway Junkie” van Chris Knight, maar vertrouwen voor de resterende tien tracks van hun eersteling op de schrijftalenten van de van Doorns en Boot. En terecht ook! Vooral songs als het sfeervol twangende “Hank Hillbilly”, het voorzichtig naar groepen als de Gourds en The Band lonkende “This Diamond Lost Her Shine”, het door Scherpenzeel van een leuk accordeonondertoontje voorziene countryniemendalletje “You Go Your Way”, de aanstekelijke, met een snuifje cajunkruiden opgewaardeerde meezinger “Sweety” en de a capella meerstemmig ingeleide afsluiter “I’m Goin’ Down From The Mountain” zijn van internationale klasse. En voor één keer nemen we onze Nederlandse lezers enig chauvinisme dan ook niet kwalijk. Kopen die handel! Het lijkt ook ons immers het enig mogelijke juiste advies.

(Zelfs het hoesje hiervan is leuk!)

Rootsclub

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

LUCERO

“Rebels, Rogues & Sworn Brothers”

(Liberty & Lament / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Eindelijk ook voor de Beneluxmarkt geschikt geacht, deze regelrechte moordplaat van de ons stemgewijs regelmatig aan Shane McGowan van de Pogues in betere dagen herinnerende Ben Nichols en kornuiten. Zondermeer één van dé opwindendste groepen van het ogenblik, dat Lucero. Heerlijk hoe ze op hun jongste CD “Rebels, Rogues & Sworn Brothers” het beste van genres als alt. country en roots en Southern rock weten te koppelen aan grootse pop op zijn Springsteens. Een vergelijking die nog wat extra wordt gevoed door het additionele toetsenwerk van de voor de gelegenheid uit de entourage van Cat Power weggeplukte Rick Steff. Mede door diens pianobijdragen is The Boss in gedachten nooit echt ver weg bij naar Lucero-normen wat kalmere nummers als “What Else Would You Have Me Be?” en “I Can Get Us Out Of Here”. Maar dat zijn slechts momentopnamen. Nichols en co zijn vaak juist op hun best als ze gewoon recht voor de raap rocken. Zoals in het punky, over een hypnotische Farfisariedel stuiterende “I Don’t Wanna Be The One”, het gitaarzwangere, met de blik duidelijk richting Zuiden gebrachte “The Mountain”, het ook al op bijzonder nerveuze gitaren geënte “The Weight Of Guilt” of het zo ongeveer uit al zijn lichaamsopeningen tegelijk zwetende en super catchy “She’s Just That Kind Of Girl”. Dan hoor je de misschien wel beste Amerikaanse rockgroep sinds het verscheiden van de Replacements aan het werk. En dat bedoelen we echt wel als een serieus compliment!

Lucero

Sonic Rendezvous

 

 

THE PALADINS

“Power Shake – Live In Holland

(Continental Blue Heaven / Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

De DVD-versie van deze op 27 juni 2004 op het Kids ‘n’ Billies Festival in de Goffert in het Nederlandse Nijmegen ingeblikte live-dubbelaar heb je misschien al wel in je bezit. Die verscheen immers een aantal maanden geleden al. Indien niet, dan is dit een uitgelezen kans om je Paladins-collectie vooralsnog te completeren. De heren Gonzalez, Yearsley en Fahey presenteerden zich destijds in Nijmegen immers in een echte bloedvorm. Hun opzwepende mélange van blues, rockabilly en roots rock komt wellicht nergens beter tot zijn recht dan hier. Nummers als “Powershake”, “Hot-Rod-Rockin’”, “Lookin’ For A Girl Like You”, “Lil’ Irene”, “It’s Too Late Baby (Gonna Have To Let You Go)”, “Tore Up”, “Going Down To Big Mary’s”, “Lett’s Buzz”, “Kiddio” en “El Matador” klinken in hun live-uitvoeringen vetter dan ooit. Dát gegeven en de wetenschap dat je je deze dubbelaar voor een echt prijsje – Om en bij de 11 euro! – kan aanschaffen, maken er wat ons betreft een regelrechte aanrader van.

The Paladins

Rounder Europe

 

 

JENNIFER CLARKE

“More Than I Have”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Heeft hier een beetje langer dan voorzien liggen wachten op wat aandacht van onzentwege, dit schijfje, maar dat doet hoegenaamd niets aan de kwaliteit ervan af. De in Delaplane, Virginia aan de voet van de Blue Ridge Mountains opgegroeide Jennifer Clarke presenteert er zich immers op als een bijzonder gedreven volgelinge van artiesten als een Bonnie Raitt en een Rickie Lee Jones. Met name de eerste van die twee dames lijkt ons een serieuze invloed op haar ontwikkeling als muzikante te hebben gehad. Clarke koppelt op haar debuut een misschien nog net iets minder krachtige, maar desalniettemin al zeer mooie en bijzonder performante stem aan het vermogen om op elk moment een melodieus pop- of rockliedje uit de mouw te schudden. Als er op deze plaat al iets dient te worden aangemerkt, dan is het misschien de vaststelling, dat het allemaal nogal gestroomlijnd overkomt. Net iets té braafjes eigenlijk . Verder echter geen kwaad woord over Clarke hier. Met name als voorzichtig richtig soul (“Just About Gone”) of country (“Fall For You”) wordt afgedwaald klinkt ze immers zeer overtuigend. Al zal de bijzonder sterke muzikale cast daar ook wel niet geheel vreemd aan zijn. Met toppers als een Duke Levine, een Larry Paxton, een Stu Kimball, een Brent Mason, een Jim Hoke, een Pat Buchanan en een Eddie Bayers in de buurt moet je je immers wel op je gemak voelen.

Jennifer Clarke

CD Baby

 

 

ADAM BALBO

“6 Outta 9 w/Beats”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(2,5) J J J

 

 

Hoogst apart spul, dit! Zeker niet “your typical singer-songwriter stuff”… De voor het ogenblik in San Francisco residerende Adam Balbo gebruikt immers met een zekere regelmaat een Casiootje om zijn eigenzinnige pop- en folkdeuntjes met een beat te onderbouwen. En dat levert uiteraard zeer aparte plaatjes op. Alsof Jonathan Richman, G. Love, Beck, Billy Bragg en Dylan samen door de mangel werden gehaald… Opvallendste momenten: het nog vrij traditioneel gehouden anti-Bush-liedje “Talkin’ Bush”, het zeer Richmaneske “Rock Ballad”, het met de tong diep in de wang geplant zittend gebrachte “Let’s Make A Porno” en “Let’s Feel Terrible Together”, ’s mans wel zeer zonderlinge kijk op een leven samen.

Adam Balbo

CD Baby

 

 

CONRAD FORD

“Don’t You Miss Yourself”

(Tarnished Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

In het leven loopt lang niet altijd alles zoals je ’t plant. Dat mocht ook Andy McAllister ondervinden nadat hij nu goed zo’n jaar of twee geleden z’n thuishaven Seattle verliet voor Austin. Daar aangekomen vond hij weliswaar vrij snel het opperste genot in de muziek van lokale grootheden als een Daniel Johnston en een Townes Van Zandt, maar werk? Niet dus! Hij besloot onlangs dan ook om op zijn stappen terug te keren en vond in Seattle wél de ideale bondgenoot om zijn muzikale dromen mee na te jagen. In multi-instrumentalist Jordan Walton met name, die achter de knoppen voor ondermeer Damien Jurado en Denison Witmer al een beetje naam had gemaakt. Onder een garage werkten ze samen aan wat al vrij snel zou gaan uitgroeien tot hun debuutplaat “Don’t You Miss Yourself”. De van zijn werk met hippe collectieven als The Shins, Band Of Horses en Built To Spill bekende Phil Ek werd daarbij ingehuurd als producer.

Het resultaat? Een plaat die zo ongeveer hetzelfde effect op je heeft als urenlang door je raam zitten staren naar het vallen van de bladeren op een herfstige namiddag. Veelal sombere, op het slappe koord tussen pop, folk en country balancerende liedjes, in de eerste plaats gedragen door McAllisters verweerde stem en verder richting najaarsweemoed getrokken door bijdragen op instrumenten als de melodica, de zingende zaag, mandogitaar, pedal en lap steel, cello, banjo, dobro, ukelele, harmonica, omnichord, trompet en accordeon. Een bonte waaier aan muzikale sfeertjes dus, die maken dat deze eersteling zowel voor fans van pakweg de Eels of Sparklehorse als die van een Justin Rutledge, een Thomas Dybdahl of een Iron & Wine onze aanbeveling ten volle verdienen. De ondertoon is er één van totale melancholie, maar dan wel van het aangenamere soort. Wedden, dat ook jij er met het nodige plezier zal in zwelgen?

Conrad Ford

Tarnished Records

CD Baby

 

 

JUSTIN RUTLEDGE

“The Devil On A Bench In Stanley Park

(Six Shooter Records / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Al opvallend veel uitstekende nieuwe platen vanuit Canada mogen begroeten de jongste weken! En ook dit is er weer zo eentje. Al komt ze dan ook iets minder als een verrassing dan dat bij anderen het geval was. “No Never Alone”, het debuut van Justin Rutledge, was immers al een echt juweeltje en daar kwam bovendien ook nog eens bij, dat “The Devil On A Bench In Stanley Park” elders al een poosje op de markt was en we al tal van opnieuw zeer lovende besprekingen ervan hadden mogen lezen. Volkomen terechte woorden van lof overigens! Ook “The Devil On A Bench In Stanley Park” staat immers weer als een huis. Rutledge illustreert daarop andermaal een echte meester te zijn in het pennen en brengen van van melancholie doordrongen alt.-countryliedjes. Met z’n intrieste, maar tegelijk o zo warme stem weet hij op z’n samen met David Baxter geproduceerde nieuwe tien nummers lang telkens opnieuw de juiste snaar te raken. Stuk voor stuk prachtige liedjes zijn het, die volop profiteren van een met veel oog voor detail uitgewerkte instrumentale invulling. David Baxter (elektrische gitaren), Burke Carroll (pedal steel en dobro), Bazil Donovan (bas en akoestische gitaar), Blake Manning (drums en percussie), Bob Packwood (piano en B3) en Rutledge zelf (gitaren, banjo, harmonica en zang) weten voor elke deun precies de juiste klankkleur te kiezen. En áls de situatie daar al eens om vraagt, dan doen ze gewoon een beroep op wat hulp van buitenaf. Zo horen we ondermeer Jim Cuddy voorbijkomen in het sfeervolle “I’m Gonna Die (One Sunny Day)”, neemt Suzie Ungerleider van Oh Susanna wat zangpartijen voor haar rekening in “Blue Is What To Do”, tekent Blue Rodeo’s Greg Keelor voor een bijzonder gesmaakte gitaarbijdrage aan het van ingetogen geleidelijk aan naar behoorlijk heftig evoluerende “This Is War” en doen verder ook Melissa McClelland (zang), Sarah McElcheran (trompet en flugelhorn), John Showman (viool), Tim Vesely (accordeon) en een uit Amoy en Ciceal Levy en Adrienne McKenzie bestaand koortje hun duit in het zakje. Het resultaat is een miserabel mooi album. Treurnis bijna voortdurend troef hier, maar dan wel treurnis van een bijna misselijk makende schoonheid. Treurnis, die je ergens op halve hoogte juist een bijzonder prettig gevoel weet te bezorgen. Letterlijk warm aanbevolen!

Justin Rutledge

Six Shooter Records

Bertus

 

 

MARK ERELLI

“Innocent When You Dream”

(Hillbilly Pilgrim Records / Signature Sounds)

(3,5) J J J J

 

 

Oorspronkelijk eigenlijk helemaal niet bestemd voor onze oren, deze enkel via zijn eigen webstek en platenlabel Signature Sounds verkrijgbare nieuwe van Mark Erelli. De man vatte een poosje geleden immers het leuke idee op om een album in te spelen, waarmee hij vrienden van ‘m die recentelijk een kindje op de wereld hadden gezet kon plezieren. Dat werd “Innocent When You Dream”, een collectie uiterst breekbare slaapliedjes, die hij met uitzondering van “Alright For Now”, waaraan stalgenoot Jeffrey Foucault zijn stem en gitaar leende, volledig in z’n eentje inblikte. Daarbij betreft het zeker niet de gebruikelijke hap. Bij zijn materiaalkeuze ging Erelli immers bijna uitsluitend voor tedere liedjes van gerespecteerde collega’s. Van Tom Waits leende hij zo bijvoorbeeld het op een mondharmonica-intro na volledig a capella gebrachte titelnummer, van Deb Talan “Comfort”, van Tom Petty het al eerder aangehaalde duet met Jeffrey Foucault “Alright For Now”, van Wilco “My Darling”, van James Taylor “Close Your Eyes”, van Jesse Winchester “Defying Gravity”, van Shawn Colvin “I Don’t Know Why”, van Townes Van Zandt “I’ll Be Here In The Morning” en van Kris Delmhorst “Lullaby 101”. Uit het eigen songbook werden enkel “Tired Eyes” en “Little Torch” weerhouden. De klemtoon ligt hier dus zeker niet op de songwriter Erelli, maar op de vertolker. Gewapend met z’n akoestische gitaar en die prachtige fluwelen stem van ‘m tekent hij voor een plaat die zowel bij “kleine mannen” als bij hun ouders in goede aarde moet kunnen vallen. Ideaal gezelschap voor knusse avonden in huiselijke kring.

Mark Erelli

Signature Sounds

 

(Een tip! Bij ’s mans platenlabel levert de aanschaf van dit schijfje je meteen ook de verzamelaar “Signature Sounds Collection 11” op, met daarop muziek van Crooked Still, Chris Smither, Eilen Jewell, Mark Erelli, Peter Mulvey, Jeffrey Foucault, Winterpills, Kris Delmhorst, Mammals en Dave Carter & Tracy Grammer. Is mooi meegenomen!)

 

 

LUCINDA WILLIAMS

“West”

(Lost Highway / UMG)

(4,5) J J J J J

 

 

Catharsis lijkt het sleutelwoord op de nieuwe van Lucinda Williams. Heel wat van de dertien overwegend weemoedige songs op “West” behoren alvast tot haar meest persoonlijke tot op heden. Met name de dood van haar moeder en het bittere einde van haar relatie lijken Williams opnieuw richting topniveau te hebben gestuwd. Uit liedjes als “Mama You Sweet” en “Fancy Funeral” blijkt duidelijk de noodzaak om het nog niet geheel en al verwerkte overlijden van haar moeder van zich af te schrijven. In schril contrast met de daarin geëtaleerde breekbaarheid staan “Wrap My Head Around That” en vooral ook “Come On”. Daarin klinkt Williams bij momenten strijdbaarder dan ooit. “All you do is talk the talk, you can’t back it up with your walk, you can’t light my fire, so fuck off,” sneert ze in dat laatste, één van de stevigere nummers op “West”, op die manier haar frustratie over haar onfortuinlijke privé-leven van zich af schreeuwend.

Muzikaal gezien overweegt op “West” een gevoel van melancholie. Enkel het door merg en been gaande “Unsuffer Me” en het al genoemde tweetal, het snedig rockende “Come On” en het nogal repetitieve “Wrap My Head Around That”, vormen wat dat betreft uitzonderingen. Elders domineren de ondertussen genoegzaam bekende klaaglijke zang van La Williams zelve, de gitaren van habitué Doug Pettibone en Bill Frisell en het toetsenwerk van Rob Burger. Andere prominente betrokkenen: Tony Garnier (bas), Jim Keltner (drums en percussie), Jenny Scheinman (violen), Hal Willner (productie, draaitafel en samples) en Jayhawk Gary Louris en Gia Ciambotti (backing vocals).

Haar beste blijft wat ons betreft tot nader order verder “Car Wheels On A Gravel Road”, maar “West” komt daar bij momenten toch aardig dicht bij in de buurt.

Lucinda Williams

Lost Highway Records

 

 

PATTY GRIFFIN

“Children Running Through”

(ATO Records)

(5) J J J J J

 

 

Vijf smileys? Yep! Beter dan de nieuwe Lucinda dan? Zeker weten! Dat Griffin de betere zangeres van de twee is, zal na albums als “1000 Kisses” en “Impossible Dream” al wel niemand meer betwisten zeker? Die sopraanstem van ‘r is gewoon één van de allermooiste van het moment. Wat betreft het tekstuele is Griffin op haar nieuwste, “Children Running Through”, echter ook in bijzonder goeden doen. En ook muzikaal gezien scoort ze hier toch net iets beter dan haar concurrente. Griffin kiest immers voor een beduidend gediversifieerdere aanpak en dat werpt zijn vruchten af. Het ene moment verleidt ze je met een adembenemend mooi staaltje late night jazz (“You’ll Remember”), het andere klinkt ze als een kruising tussen Rickie Lee Jones en Bonnie Raitt (het met bijzonder soulvol blaaswerk opgewaardeerde “Stay On The Ride”), knijpt ze samen met Emmylou Harris of in haar eentje enkele van de mooiste Americana-deuntjes die je dit jaar te horen zal krijgen uit haar ziel (“Trapeze”, “Railroad Wings”, “Crying Over” en “Heavenly Day”), rockt ze op z’n Buddy Millers een eindje weg (“Getting Ready” en “No Bad News”), kruipt ze achter haar piano voor een wolk van een (folky) ballade (“Burgundy Shoes” en “Someone Else’s Tomorrow”) of gaat voorzichtig de gospeltoer op (“Up To The Mountain (MLK Song)”. In eer en geweten: niet één enkel moment van zwakte hier! Nooit klonk deze godendochter beter dan hier!

Patty Griffin

ATO Records

 

 

JEFF TALMADGE

“At Least That Much Was TRUE”

(CoraZong / Heartselling / MML)

(4) J J J J

 

 

Met zijn jongste twee CD’s, “Gravity, Grace And The Moon” en “Blissville”, wist Jeff Talmadge op bescheiden schaal ook in Europa door te breken. Als een gevolg daarvan toerde hij uitgebreid door de regio en dat is ‘m klaarblijkelijk uitstekend bevallen. Er valt immers nogal wat neerslag van dat kortstondige verblijf hier in de liedjes op z’n nieuwste worp aan te treffen. “Wrong Train” ontstond zo bijvoorbeeld toen hij per trein richting een gig in het noorden van Nederland reisde en ergens ter hoogte van Groningen een verkeerde overstap maakte. Foutieve bestemming dus, maar toch een aangename trip, aldus de man zelf. En alweer een levensles rijker ook. Zelfs als je denkt de verkeerde weg op te zijn gegaan, kom je vaak op de gewenste bestemming aan. Je nam gewoon een andere weg om er te geraken. Een nog nadrukkelijkere verwijzing naar Nederland bevat dat andere treinliedje “Train From Amsterdam”. Je hoeft er daar zelfs niet voor aan de titel voorbij. Heel karakteristiek tegelijk ook weer voor het werk van Talmadge, dat nummer. De man bewees in het verleden immers al uitgebreid, dat hij zich goed voelt hij het schrijven van liedjes over zijn ervaringen onderweg. Ook het samen met collega Claudia Russell gepende “White Cross” onderlijnt dat nog eens. Daarin heeft de Texaan het over de witte kruisjes langs de kant van de weg, waarmee door verdriet verscheurde mensen de herinnering aan bij tragische verkeersongelukken om het leven gekomen naasten in leven trachten te houden.

Dat hij evenwel niet vastgeroest zit in een tot het strikt noodzakelijke beperkt thematisch repertorium toont Talmadge elders in liedjes als “The Blues Would Stay” en “Chet Baker Street”. Het eerste over het opzettelijk in stand houden van het gevoel uit de titel ervan om zich te kunnen blijven uiten, met fraai accordeon- en dobrowerk van respectievelijk Chip Dolan en Lloyd Maines, het tweede, een jazzy niemendalletje over een bezoek aan de straat waar zijn idool Chet Baker overleed.

Eén cover ook op “At Least That Much Was TRUE” en niet van de minste ook! Samen met producer Bradley Kopp op elektrische en akoestische gitaren, bas en percussie-instrumenten en Rich Brock op harmonica tackelde Talmadge immers op bijzonder fraaie wijze Bob Dylans “Girl Of The North Country”.

In de hitparade van ónze persoonlijke singer-songwriterfavorieten stijgt de beste man hiermee alvast met stip weer een aantal plaatsen. Bijzonder warm aanbevolen!

Jeff Talmadge

CoraZong Records

 

 

THE INFAMOUS STRINGDUSTERS

“Fork In The Road”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

 

Dankzij een voor zichzelf sprekende live-reputatie door heel wat bluegrass-connoisseurs zelfs al vóór er ook maar iets van hen op plaat verkrijgbaar was gebombardeerd tot één van dé acts voor de toekomst, deze Infamous Stringdusters. De c.v.’s van de zes leden van de groep liegen er dan ook niet om. Andy Hall (dobro), Chris Eldridge (gitaar), Chris Pandolfi (banjo), Jeremy Garrett (fiddle), Jesse Cobb (mandoline) en Travis Book (bas) bekwaamden zich in het vak in de buurt van zo uiteenlopende groten als Earl Scruggs, Dolly Parton, Charlie Daniels, Tony Rice, Chris Thile, Tony Trischka, Bobby Osborne, Chris Jones, Audie Blaylock, Lee Ann Womack, Mike Snider, Jim Lauderdale, Melonie Cannon, de Cox Family, Valerie Smith en Benny “Burle” Galloway, just to name but a few. Indrukwekkend lijstje, niet? Vakmanschap te koop dan ook, deze youngsters. En gekoppeld aan hun jeugdig elan, een ongebreidelde creativiteit en een diepgewortelde liefde voor het bluegrassgenre in al zijn facetten levert dat inderdaad een behoorlijk straffe debuutplaat op. De kenners kregen dus uiteindelijk nog gelijk ook. Het mooie aan het veelzeggend getitelde “Fork In The Road” is dat er eigenlijk niet echt een keuze wordt op gemaakt. De heren Stringdusters stonden bij het maken ervan klaarblijkelijk op een tweesprong, maar hielden bij alle vernieuwingsdrang toch ook vrij nadrukkelijk vast aan het traditionele genre-erfgoed en dat leverde bij momenten ronduit opmerkelijke resultaten op. We noemen in dat verband bijvoorbeeld dingen als “No More To Leave Behind”, het titelnummer, “3x5” en “40 West”. Nog nooit was de afstand tussen wat ooit de standaard was en wat wellicht wel eens de nieuwe zou kunnen worden zó klein. Old school en jamgewijs improviseren, het lijkt een op het eerste gezicht vreemde combinatie, maar de Dusters komen er op grandioze wijze mee weg. Hun voornaamste troeven? Sterke, veelal eigen songs, erg knappe samenzang en een ongelooflijke instrumentbeheersing. Gaan we ongetwijfeld nog heel wat van horen!

The Infamous Stringdusters

Sugar Hill Records

 

 

THE ENDRICK BROTHERS

“Attraction Versus Love”

(Hypertension / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Zo’n twee jaar geleden al verrasten de Schotse Endrick Brothers vriend en vijand met hun voortreffelijke debuutplaat “Built To Last”. Met die schijf plaatsten ze zo’n beetje in hun dooie eentje ook Schotland op de alt.-countrykaart. En dat zou hen in de daaropvolgende maanden ook bepaald geen windeieren gaan leggen. Zo stonden ze op basis van die eersteling bijvoorbeeld al eens op de affiche van Take Root in het Nederlandse Assen en verzorgden ze ook een aantal keren het voorprogramma van Jesse Malin. Door diens toedoen kwamen ze dan weer in contact met Ryan Adams en die bleek zó onder de indruk, dat hij samen met zanger Niall Holmes en gitarist Yorick Cormack tekende voor het openingsnummer van hun nieuwe CD “Attraction Versus Love”, het prachtige “Thorns On Every Rose”. En dat blijkt meteen een zeer goede indicator voor wat je vervolgens nog allemaal te wachten staat. Met name een royale collectie warmbloedige, uiterst melodieuze liedjes, die regelmatig doen terugdenken aan het allerbeste van bands als R.E.M. en de Jayhawks. Nu eens mooi breed uitwaaierend, dan weer gewoon recht-toe-recht-aan rockend, aangejaagd door beurtelings ouderwets lekker rinkelende gitaren of hun wat meer op hol geslagen spitsbroeders. Waar nodig zorgen bijdragen op respectievelijk pedal en lap steel, banjo, fiddle en keyboards voor een wat ruimer klankkleurenpalet. Voornaamste troeven van deze onechte broers: de doorleefde zang van voorman Holmes, het puike harmonieerwerk, maar uiteindelijk vooral toch ook die liedjes. Een opgemerkte gast is overigens ook nog Roddy Hart, die met een geapprecieerde vocale bijdrage van “Star Of The Silver Screen” en het melancholische “Questions And Answers” twee radiorijpe groeipareltjes helpt te maken.

 

Ter ondersteuning van deze nieuwe CD zakken de Endrick Brothers in maart af naar Nederland, waar ze samen met Richmond Fontaine een aantal optredens zullen verzorgen:

 

vrijdag 2 maart: Doornroosje, Nijmegen

zaterdag 3 maart: W2, Den Bosch

zondag 4 maart: Witte Bal, Assen

 

Endrick Brothers

Bertus

 

 

ANAÏS MITCHELL

“The Brightness”

(Righteous Babe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Als je ‘t ons vraagt is het zo’n beetje now or never voor de uit het Amerikaanse Vermont afkomstige folknimf Anaïs (ah-NAY-iss) Mitchell. De op een schapenboerderij opgegroeide, maar ondertussen zeer bereisde zingende liedjesschrijfster wordt door haar verdeler afgeschilderd als een soort ver muzikaal nichtje van Joanna Newsom, weliswaar zonder harp, maar even betoverend. En eigenlijk valt daar best wel iets voor te zeggen. Er is die aparte, tegelijk kwetsbare en bijzonder performante stem, er zijn de al even zonderlinge liedjes en songteksten. De link tussen de twee dames is dan ook inderdaad vrij vlug gelegd. Al moet ons toch meteen van de lever, dat wat Mitchell op haar tweede CD “The Brightness” doet al bij al toch wel wat aardser klinkt dan het werk van Newsom. Ze is als een eenzaam haar licht verbreidende lamp op een rustig zomers terrasje bij nacht. Helder en wenkend. En wij, wij zijn dan de in groten getale opdoemende muggen die ons zo goed als onmogelijk aan haar aantrekkingskracht kunnen onttrekken. Mooi, hoe de rond even eenvoudige als attractieve akoestische gitaarlijntjes opgetrokken folkdeuntjes van La Mitchell nog met één voet in het verleden staan, maar met de andere al voorzichtig de toekomst van het genre aftasten. Geen wonder dan ook, dat ze voor deze plaat getekend werd door Ani DiFranco’s Righteous Babe Records. Vandaar die nu of nooit-bedenking uit de aanhef van dit stukje ook. Newsom effende onlangs de paden richting potentieel succes, DiFranco stond klaar met een bijkomende helpende hand, Mitchell doet op bijzonder overtuigende wijze de rest.

(Oh en by the way, haar “Hymns For The Exiled” uit 2004 blijft ook nog steeds van harte aanbevolen!)

Anaïs Mitchell

Righteous Babe Records

 

 

CHRIS KNIGHT

“The Trailer Tapes”

(Drifter’s Church Productions)

(3,5) J J J J

 

 

Ergens in de zomer van ’96 nam een toen nog volslagen onbekende Chris Knight in een broeierig hete trailer aan de rand van een klein mijnstadje in Kentucky voor eigen rekening een reeks liedjes op die door de jaren heen beetje bij beetje zijn uitgegroeid tot de natte droom van heel wat van ’s mans vaste fans. Ze bleven er hem continu vragen over stellen en uiteindelijk is hij ook voor die druk van buitenaf bezweken en brengt hij ze als “The Trailer Tapes” onverwachterwijze toch nog op CD uit. De moeite waard, vraag je je af? En of! De elf songs op “The Trailer Tapes” hebben immers zeker niet alleen een zekere historische waarde. Ze illustreren niet enkel, dat Knight ook toen al een echte naturel was, daar waar het het schrijven van verhalende songs betreft, maar eveneens, wat een begenadigd vertolker hij wel is. Slechts gewapend met een akoestische gitaar en die heerlijke rasp van een stem van ‘m zorgt hij ervoor dat je elf nummers lang aan z’n lippen hangt. Ruwe, spiernaakte beauties zijn het, van die dingen als “Backwater Blues”, “Rita’s Only Fault”, “Spike Drivin’ Blues” en “Hard Edges”. Een aantal ervan zoals “Something Changed”, “House And 90 Acres” en “If I Were You” zouden later overigens in aangepaste versies op zijn titelloze “debuut” en de opvolger daarvan, “A Pretty Good Guy” uit 2001, belanden. Maar hier klinken ze eigenlijk minstens zo mooi. Het hoge kampvuurgehalte is daar wellicht niet vreemd aan. Met je ogen dicht lijkt het alsof Knight z’n liedjes op een goede meter van je verwijderd speciaal voor jou zit te brengen. En zoiets schept een speciale band natuurlijk. Vooral niet laten liggen dus, dit kostbare kleinood!

(Officieel verschijnt deze plaat pas op 3 april. Door ze te bestellen via Knights webstek kan je ze echter al een goede maand eerder in handen houden!)

Chris Knight

 

 

JP DEN TEX

“Bad French”

(CoraZong / Heartselling / MML)

(3) J J J

 

 

Als er al één ding is, dat “Bad French”, de nieuwe CD van JP Den Tex onderlijnt, dan is het wel, dat de man van heel wat markten thuis is. De Nederlandse Americana-veteraan en z’n Emotional Nomads variëren er op die plaat immers flink op los. Het titelnummer is zo bijvoorbeeld swampy funk van het genre waarin ook iemand als Tony Joe White pleegt te grossieren, “Within Narrow Bounds” roots pop met een uitgesproken Europees randje, “Still Crazy About The Future” singer-songwriterspul waarvan men in de jaren zeventig wel pap gelust zou hebben, “American Tune” een knappe, in melancholie zwelgende ballad, “Christmas In August” hapklaar zomers popradiovoer, “Cool Kids Have Feelings Too” lonkt nadrukkelijk richting New Orleans, enzovoort, enzovoort, enzovoort. De aangevoerde omschrijving “een Europese soundtrack bij een Amerikaanse roadmovie” slaat dus niet enkel conceptueel maar ook muzikaal spijkers met koppen.

Om aan het geheel nog een zekere meerwaarde te verlenen is platenlabel CoraZong Records naar goede gewoonte ook nu weer erg royaal met bonusmateriaal. In eerste instantie is er zo “For You”, een in duet met stalgenote Krista Detor opgenomen bonusnummer. Dat is balladewerk van de bovenste plank en misschien wel het beste nummer van de gehele plaat. Maar het échte toetje is uiteraard de bonus-CD die met de eerste oplage van het album wordt meegeleverd. Daarop bevinden zich immers twaalf in 1973 opgenomen demo’s die uiteindelijk hadden moeten leiden tot de tweede CD van Tortilla, de groep waarvan Den Tex indertijd deel uitmaakte. Hadden, want dat album zou uiteindelijk nooit verschijnen. “The 1973 Demo Sessions” zullen dan ook in goede aarde vallen bij heel wat verzamelaars.

JP Den Tex

CoraZong Records

 

 

MISS LESLIE & HER JUKE-JOINTERS

“Honky Tonk Happy Hour”

(Live At The Continental Club)

(Zero Label Records)

(4) J J J J

 

 

 

Miss Leslie Lindley en kompanen zijn in geen tijd uitgegroeid tot één van de populairste acts binnen het traditionele countrycircuit anno nu. Zelfs gerespecteerde collega’s als een Dale Watson steken hun bewondering voor het zestal bepaald niet onder stoelen of banken. De hier zelf aardig populaire Texaan liet zich in verband met “Honky Tonk Happy Hour”, de live in de vermaarde Continental Club in Houston ingeblikte nieuwe van Lindley en de haren, bijvoorbeeld ontvallen “If this ain’t country, I’ll kiss your A***. This is Honky Tonk Gold, made me wish I was there!” Een mooiere aanbeveling lijkt ons amper denkbaar. En wat meer is, ze is nog volkomen terecht ook! Lindley en co laten immers met veel verve de hoogdagen van het countrygenre herleven. Als je niet beter zou weten, je zou je zo in de één of andere honky-tonk ergens aan het eind van de jaren vijftig of het begin van de sixties wanen. De dagen toen grote madammen als een Patsy Cline, een Connie Smith en een Leona Williams nog volop de plak zwaaiden. In dat rijtje hoort ze dan ook thuis, deze Miss Leslie. Met haar heerlijk authentieke en bijzonder zelfverzekerde stem tackelt ze ditmaal enkele uitzonderingen daar gelaten voornamelijk bekende en wat minder bekende songs van weleer. Van klassiek spul à la “Bubbles In My Beer”, “Touch My Heart” en “Little Ole Wine Drinker Me” tot “Cry, Cry, Cry”, “The Arms Of A Fool”, “Yes Ma’am (He Found Me In A Honky Tonk)”, “You’re Still On My Mind”, “Empty Barstool” of “Ship Of Love”, één langgerekte, regelrecht onweerstaanbare retrotrip is dit! Prachtige zang, twangy gitaarwerk, authentieke fiddle-, pedal steel- en pianobijdragen, werkelijk alles zit erop en eraan. Om het nog maar eens in hun eigen woorden te zeggen “country music with a hardwood floor sound”. The real thing en bij dezen dan ook zéér, zéér warm aanbevolen!

Miss Leslie & Her Juke-Jointers

CD Baby

 

 

UNITED STEEL WORKERS OF MONTREAL

“Broken Trucks And Bottles”

(weewerk)

(3,5) J J J J

 

 

Het soort van groepsnaam waarmee je eigenlijk gewoon om miserie vraagt, denken wij dan. The United Steel Workers Of Montreal… Het klinkt allemaal heel erg hard en heavy, maar dat is het absoluut niet. USWM staat immers voor een bijzonder aanstekelijke mix van tal van rootsmuziekstijlen. Folk, country, bluegrass, swing, blues, pop, rock en andere stijlen worden door het zestal uit Montreal op bijzonder eigenzinnige wijze met elkaar verweven. En hun schip strandt op die manier ergens in de buurt van collectieven als de Gourds of de Nederlandse Rootsclub. De basisingrediënten van het muzikale brouwsel van The United Steel Workers Of Montreal mogen dan nóg zoveel afwijken van die van het werk van de genoemde groepen als ze willen, sfeergewijs komt het er allemaal toch aardig dicht bij in de buurt. En verdomd lekker is het allemaal zeker ook! Neem nu bijvoorbeeld zoiets als het melancholische openingsnummer “Place St. Henri”. Da’s een beetje Prine, ’n beetje Waits, ’n beetje Gourds, allemaal in één enkel liedje. Superieure Americana dus! “Life Bearable In Texas” koppelt vervolgens de gruizige zang van kopstuk Gern f. aan gore achterbuurtenswing, nummer drie heet vreemd genoeg “Number 4” en is sfeervol bluesy singer-songwriterspul, het door Felicity Harmer gezongen “Wandering Eye” dan weer punky old-time string music en “Lay Me Down Father” alt. country. “77-87” valt aansluitend onder de noemer Americana (Denk daarbij aan Otis Gibbs!), “The Promise” heeft iets met de Pogues, “Goddamn The CPR” laat country en rock & roll frontaal op elkaar botsen, “Trigger” is exotisch getinte countryrock, “You Left Me Letty” een pracht van een rootsy ballade en afsluiter “Where The Green Grass Grows” blues meets folk meets bluegrass meets rock. Klinkt allemaal heel chaotisch en dat is het eigenlijk ook wel een beetje. Maar laten we het vooral gecontroleerde chaos noemen, want de essentie, het liedje dus, wordt door USWM echt op geen enkel moment uit het oog verloren.

USWM

(weewerk)

CD Baby

 

 

MARJAN DEBAENE

“Wolfish Times”

(Superjane Music / PIAS)

(3,5) J J J J

 

 

Behoort samen met Neeka al een poosje tot het allerbeste wat ons land op het vlak van vrouwelijke singer-songwriters te bieden heeft, deze Marjan Debaene. En eigenlijk wordt het dus gewoon hoog tijd, dat wat meer mensen zich dat eens gaan realiseren ook. Aan de kwaliteit van haar derde CD zal het alvast niet gelegen hebben, als dat niet zou gebeuren. “Wolfish Times” staat immers tjokvol met aanstekelijke liedjes die invloeden als een Sheryl Crow, een Suzanne Vega en een Shawn Colvin verraden. Het gebodene varieert daarbij van pittige, bijzonder radiovriendelijke rockertjes à la “Falling”, “Anger Management” en de singles “Charlie Chaplin” en “Drive” tot een flink stuk ingetogener spul genre “Demon”, “How To Make Sense Of It All” of het rootsy tweetal “Rockabye” en “Wolfish Times”. Uitsluitend eigen materiaal, opgetrokken rond verhaaltjes over liefde, pijn, gelukkig zijn of net niet, veranderingen en dies meer. Muzikale hand-en-spandiensten verleenden daarbij ondermeer Alex Brackx (gitaar), Bert Embrechts (bas), Eric Bosteels (drums) en Nils Decaster (lap steel).

(Het lief klein konijntje op het hoesje van “Wolfish Times” heeft overigens last van heel andere problemen dan een vliegje op zijn neus…)

Marjan Debaene

 

 

BRUNO DENECKERE

“Someday”

(HKM / LC Music)

(4) J J J J

 

 

Hij zou het moeilijk gaan krijgen, onze Bruno Deneckere, dachten we na het verbluffend mooie “Crescent Of The Moon” van nu bijna drie jaar geleden, om als opvolger iets gelijkwaardigs uit de Stetson tevoorschijn te toveren. Maar… Onze twijfels blijken nu volslagen onterecht. “Someday”, de nieuwe CD van de Gentenaar is immers opnieuw een echt juweeltje. Ook dat, in triobezetting ingeblikte album kan zich weer meten met zo ongeveer alles wat hier op Americana- en singer-songwritervlak met enige regelmaat vanuit de States en elders wordt binnengegooid. Deneckere is een echte grootmeester in het op aanschouwelijke wijze verklanken van gevoelens. Geloof, hoop, liefde, passie, eenzaamheid en andere an sich vrij universele thema’s worden door de man knap vertaald naar liedjes, die je als luisteraar vrijwel zonder uitzondering op de bedoelde golflengte krijgen. Al mijmerend met ‘m doorheen de straten van die stad slenteren in “Blue Sky Over Nashville” laat je ook effectief met “wat regen in je hart” achter. Zo en niet anders hoort eenzaamheid te klinken! En als de man in “When The Time Is Right (I’ll Go To The Light)” de blik even hemelwaarts richt en zich vragen stelt over wat hem daarover al niet allemaal werd voorgehouden, dan is ook dat een ogenblikkelijk herkenbaar gevoel. “Heaven knows when Heaven is,” vier woorden volstaan volstrekt om ’s mans reserve inzake “the greatest story ever told” gestalte te geven. Het op nerveus pianowerk van Yves Meersschaert en een al even jachtige vioolbijdrage van Nils De Caster geënte “Diamond” is dan weer de nagenoeg perfecte belichaming van een van onwennig eerste contact tot ware love of a lifetime uitgroeiende ontmoeting tussen een in nood verkerende en zijn reddende engel. En in “Someday”, een werkelijk beeldig ingetogen rootspopdeuntje, gaan pijn en hoop op maaghoogte dat ene, o zo speciale verband aan, dat iedere op een kansje wachtende hopeloos verliefde ziel ongetwijfeld kent. Een stuk passioneler nog gaat het eraan toe in het voorzichtig bluesy ingekleurde “Jenny, Last Night”. Oude liefde roest niet, leert ons dat stukje vlees en bloed geworden honger naar meer. Enfin, u begrijpt ondertussen wellicht al wel, dat wij hier maar geen genoeg van kunnen krijgen. Deneckere is een ruwe diamant, aan ons om hem met z’n allen te koesteren!

Bruno Deneckere

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Black Snake Moan”

(Soundtrack)

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

De soundtrack als appetizer voor een op stapel staande filmrelease, het is bepaald geen nieuw gegeven. En dat de prent waar het allemaal om draaide vervolgens de veel té hooggespannen verwachtingen niet helemaal weet in te lossen al evenmin. Het zou ons echter ten stelligste verbazen mocht dat ook met “Black Snake Moan” het geval gaan blijken. Die op 23 februari te verschijnen film van Craig Brewer (Zie ook al “The Poor And Hungry” en “Hustle & Flow”!) speelt zich af in het diepe Zuiden van de States en is gebaseerd op een werkelijk ijzersterk verhaal. De rol van de protagonist ervan, de gereformeerde bluesman Lazarus, wordt vertolkt door Samuel L. Jackson. En die ging wel héél erg ver in de voorbereiding van zijn prestatie. Hij volgde niet alleen urenlang zanglessen, maar leerde in de aanloop naar “Black Snake Moan” toe ook een alleraardigst potje bluesgitaar spelen, waardoor door hem samen met knapen als een Kenny Brown, een Jason Freeman, een Cedric Burnside en een Luther Dickinson gebrachte dingen als “Just Like A Bird Without A Feather” (R.L. Burnside), titelnummer “Black Snake Moan” (Blind Lemon Jefferson), “Alice Mae” (R.L. Burnside) en “Stackolee” (Traditional) eigenlijk absoluut niet misstaan tussen werk van gevestigde waarden à la Son House, The Black Keys, Jessie Mae Hemphill, Bobby Rush, Precious Bryant, John Doe, Outrageous Cherry, de North Mississippi Allstars en de alomtegenwoordige Scott Bomar, onder wiens muzikale supervisie de werkzaamheden ook stonden. Bomar noemt R.L. Burnside ontegensprekelijk de “zeitgeist” van de film en geeft op die manier al heel duidelijk aan, wat je zowel als cinefiel als als muziekliefhebber van “Black Snake Moan” mag verwachten. De onorthodoxe pogingen van Lazarus om de aan sex verslaafde Rae, vertolkt door Christina Ricci, weer op het juiste spoor te krijgen spelen zich af ergens ver weg van grote steden in één of ander godvergeten gat, waar juke joints en honky-tonks nog altijd het beste alternatief vormen voor de feestgrage lokale medemens. “Black Snake Moan (…) employs as a setting the contemporary North Missisippi hill country music scene,” leren we uit de bijgevoegde one sheet. En dat het daar voor bluesfanaten bepaald goed toeven is, behoeft eigenlijk van hieruit amper nog commentaar. We willen er dan ook enkel nog aan toevoegen, dat dit een schoolvoorbeeld van een soundtrack is. En die, dat is geweten, laten zich op een onbewaakt moment ook zonder de erbij horende beelden nog graag genieten. Vet spul!

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

MARTHA SCANLAN

“The West Was Burning”

(Sugar Hill / Munich)

(4) J J J J

 

 

Ondanks het feit dat het hier om een debuutplaat gaat, zou het toch best kunnen, dat de naam van de maakster ervan al een belletje bij je doet rinkelen. Martha Scanlan maakte immers ruim zes jaar lang deel uit van de veel geprezen Reeltime Travelers, ze leverde een prominente bijdrage aan de soundtrack van “Cold Mountain” en ze viel met haar liedjes liefst tweemaal in de prijzen tijdens een deelname aan de gerenommeerde Chris Austin Songwriting Competition op de MerleFest-editie van 2003. Het zijn geloofsbrieven die kunnen tellen! Voor haar eersteling wist ze dan ook heel wat schoon volk te strikken. Banjomeister Dirk Powell tekende zo bijvoorbeeld voor de productie ervan, Band-grootheid Levon Helm stelde niet alleen zijn studio ter beschikking, maar nam ook plaats achter de drumkit, zijn dochter Amy en haar Ollabelle-maatje Glenn Patscha deden het op respectievelijk drums en piano en verzorgden harmony vocals, Riley Baugus tokkelde wat op z’n banjo, Guy “Fooch” Fischetti leverde enkele zeer gesmaakte steelbijdragen en Michael Juan Nunez, Gina Forsyth en Eric Frey namen de dobro, de fiddle en de bas voor hun rekening.

Het stralende middelpunt van het gebeuren blijft op “The West Was Burning” echter vrijwel voortdurend Scanlan zelve. Met een hoogst aparte, bij momenten voorzichtig een weinig aan die van Iris DeMent herinnerende stem en met enkele fenomenaal mooie songs stal ze vrijwel ogenblikkelijk ons hart. Vooral deunen als het heel erg omzichtig rond een steellijntje van Fischetti geweven titelnummer, een echte wolk van een Americana-song, het al even beklijvende, richting bluegrass en old-time string music overhellende “Seeds Of The Pine”, de traditionele countrysleper “I Don’t Even Have To Ask”, het bijna onschuldig ondeugende “Walkin’” en de ballade “Up On The Divide” lijken alles in zich te hebben om Scanlan nu al een mooie toekomst te mogen toedichten. En dan zijn er nog haar werkelijk hartverscheurend mooie lezing van Bob Dylans “Went To See The Gypsy”, het bluesy ingekleurde “Get Right Church” van James Cleveland en de even aanstekelijke als virtuoos ingekleurde instrumentale “Call Me Shorty”, signé Dirk Powell.

Een veelbelovende start!

Martha Scanlan

Sugar Hill Records

 

 

BILLY YATES

“Favorites”

(M.O.D.)

(3,5) J J J J

 

 

 

Neo-traditionalist Billy Yates besloot in 2001 het roer om te gooien en na een korte flirt met Almo Sounds zijn eigen platenlabel op te richten. Sindsdien bracht de man in eigen beheer vier CD’s uit en nu acht hij de tijd rijp om ons met het beste daarvan te plezieren in de vorm van deze “Favorites”. Daarop zijn songs terug te vinden van de albums “If I Could Go Back”, “Country”, “Anywhere But Nashville” en “Harmony Man”. En daarnaast ook het nieuwe en van een lekker stomende pianopartij voorziene “(Lookin’) Better Every Beer” en heropgenomen versies van “Flowers” en “Choices”, twee nummers van zijn ondertussen niet langer in handel verkrijgbare titelloze debuut uit ’97. Dat laatste was ooit een hit voor George Jones en die komt nu ook even voorbij om het als duet met Yates te brengen. Gelijk één van de hoogtepunten van deze plaat die het vooral bij liefhebbers van wat commerciëlere country goed zal doen. Al doelen we dan niet echt op wat dezer dagen in Nashville hip is. Yates zal eerder scoren bij de fans van knapen als een Randy Travis, de al genoemde George Jones, Merle Haggard, George Strait en Alan Jackson. Wél commercieel dus, maar ook weer niet té. En zijn roots is deze mooizinger al zeker niet vergeten, zoveel is hier na 21 songs wel duidelijk. Of om het met zijn eigen woorden te zeggen: “I’m too country and proud of it!”

Billy Yates

CD Baby

 

 

RICKIE LEE JONES

“The Sermon On Exposition Boulevard

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“The Sermon On Exposition Boulevard” is de bijzonder ambitieus overkomende titel van een al even ambitieus project. Voor haar nieuwe worp zocht Rickie Lee Jones immers inspiratie in de woorden en het gedachtengoed van Jezus. Het uitgangspunt vormde daarbij “The Words” van haar compañero Lee Cantelon, een boek gewijd aan de leer van Christus. Die Cantelon zag in Jones de ideale vertolkster voor een lo-fi, low budget spoken word-benadering van zijn werk. Maar dat feestje ging uiteindelijk bijna niet door en Jones huurde zelf dan maar een producer in om het project vooralsnog gestalte te kunnen geven. Haar keuze viel daarbij op de ondermeer van zijn werk met Elliott Smith en Beck bekende Rob Schnapf. En die liet heel wat meer ruimte voor de creatieve inbreng van Jones zelf dan dat oorspronkelijk de bedoeling was geweest. Zowel op muzikaal als op tekstueel vlak zou ze uiteindelijk een groot deel van het laken naar zich toe trekken. En dat resulteerde in een enigszins bevreemdend geheel, bij momenten echt wel compleet anders dan we dat van La Jones door de jaren heen gewoon geraakt waren. Openingsnummer “Nobody Knows My Name” koppelt zo bijvoorbeeld op geslaagde wijze “pure pop for now people” aan een beheerst punkgevoel, het gitaarzwangere “Falling Up” en het hees voorgedragen “Tried To Be A Man” zijn van hun kant dan weer “definitely rock” en iets als “Lamp Of The Body” neigt voorwaar zelfs even richting ambient. Het kan hier met andere woorden zo ongeveer alle kanten uit. Bindende elementen zijn daarbij de immer sensuele stem van Jones en haar aparte teksten. Daarin wordt het woord van Christus vertaald naar het hier en nu, om het op die manier voor iedereen toegankelijk en verstaanbaar te maken. Enkele van de sterkste momenten zijn wat ons betreft het gevoelsmatig een weinig aan de muziek van The Velvet Underground of Lou Reed herinnerende tweetal “It Hurts” en “Where I Like It Best”, het in al zijn eenvoud weidse “I Was There” en het tekstueel bijzonder sterke “Elvis Cadillac”. In deze en andere nummers benadrukt Jones met klem ook na zo’n kleine dertig jaar in het vak nog erg verrassend uit de hoek te kunnen komen.

Van hieruit warm aanbevolen dan ook, deze plaat!

Rickie Lee Jones

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

RAINRAVENS

“Garden Rocket”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Zes lange jaren deden de Rainravens erover om eindelijk nog eens met een nieuwe studioplaat uit te pakken. En de verwachtingen waren hier dan ook behoorlijk hooggespannen naar de opvolger van “One Last Saturday Night”. En om maar meteen met de deur in huis te vallen, zanger-songsmid Andy Van Dyke en de zijnen ontgoochelen op “Garden Rocket” absoluut niet. Het album dompelt je gelijk vanaf z’n akoestische opener “Good Luck Charm” onder in een bad vol warm aandoende, ouderwets lekkere roots rock. Wat ons betreft valt hier niet één enkel moment van zwakte aan te wijzen. Met z’n vriendelijk rasperige stem als zijn voornaamste bondgenoot haalt Van Dyke dertien nummers lang spelenderwijs het niveau van “Rainravens” en “Diamond Blur”, de albums waarmee hij en zijn Texaanse maats in de jaren negentig al zo menig een rootsliefhebber aan zich wisten te binden. Dat het door hem en z’n collega’s David Ducharme-Jones (gitaren, keyboards, percussie, zang), Rich Stanmyre (bas) en Michael Kopp (drums, percussie) op “Garden Rocket” gebodene bol staat van de variatie is daarbij alleen maar een pluspunt. “Earth Rolls Over” herinnert zo tegelijk aan het jaren-zeventigwerk van Neil Young en de Eagles, “Ruby” is een door een meteen in het oog springend harmonicaatje en een lekker vette slidegitaarbijdrage behoorlijk bluesy uitvallende rootsrocker, “Highway Prayer” een pracht van een Americana-ballade, “Dragonfly” atmosferische countryrock van bijzonder hoog niveau en “A Beautiful One” de ideale showcase voor de storyteller Van Dyke. “One With Everything” lijkt vervolgens wel weggelopen uit de songcatalogus van Tom Petty, “You Can’t Live Here” is echt een droom van een trage, “Wish You Were Here” speelt schaamteloos leentjebuur bij Neil Youngs “Out On The Weekend” maar weet toch volop te bekoren en “Hole In My Pocket” is het soort van rootsy stamper zoals die enkel nog op veranda’s in het diepe Zuiden van de States lijken te kunnen worden gemaakt. En dan zijn er nog de alweer oorstrelend mooie Americana ballads “All Sevens Day” en “Sleep Through The Night”, twee verdere piekmomenten hier, en de met een fikse snuif New Orleans gekruide afsluiter “Highway Prayer Revisited”. Bij zoveel moois kan je eigenlijk alleen maar hopen dat de heren je op hun volgende worp weer geen jaren zullen laten wachten.

Rainravens

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE SILOS

“This Highway Is A Circle

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(CD + DVD)

(3,5) J J J J

 

 

“Aus New York City… The Silos!” Tot zover de gortdroge aankondiging van Blue Rose-baas Edgar Heckmann op 20 april van vorig jaar in het “Red River Saloon” in Heilbronn. En met die woorden leidde hij meteen het allereerste officiële live-album van de groep rond singer-songwriter Walter Salas-Humara (zang, gitaren) in. Samen met Drew Glackin (gitaren, bas, zang) en Konrad Meissner (drums, percussie, zang) bewees die voor een lekker vol huis daar in Duitsland ook na vijfentwintig jaar nog garant te kunnen staan voor een lekker intens potje roots rock. De klemtoon lag daarbij bijna als vanzelfsprekend op materiaal van de laatste drie groepsalbums “Laser Beam Next Door”, “When The Telephone Rings” en “Come On Like The Fast Lane”. Maar ook ouder materiaal als “Miles Away”, “Susan Across The Ocean”, “Start The Clock”, “I’m Straight” en “Change The Locks” kwam aan bod. Het veelzeggend getitelde “This Highway Is A Circle” vormt daarvan nu een uitstekend getuigenis. Het geheel omvat twee schijfjes: één CD en één DVD. Op de CD vijftien songs, waaronder de ballads “Never Leaving” (Mede dankzij een mooie lapsteelgitaarbijdrage van Glackin één van de absolute highlights hier!), “The First Move” en “Get Out” en rockers als “More For Free”, “Caroline”, “Innocent” en “The Only Love”. De DVD bevat met tweeëntwintig over een speelduur van om en bij de 105 minuten uitgesmeerde songs het volledige optreden. Prima spul!

The Silos

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

LI’L MO & THE MONICATS

“Hearts In My Dream”

(Passin Fancy Music)

(4) J J J J

 

 

Herinnert u zich deze nog? Het betreft eigenlijk een al in ’99 verschenen album, dat al geruime tijd niet meer via de reguliere kanalen verkrijgbaar was. Het deed ons dan ook enorm veel plezier, toen we onlangs mochten vaststellen, dat het kleine, maar fijne CD Baby het aan zijn catalogus had toegevoegd. Voor velen allicht een uitgelezen kans om deze tweede CD van Monica “Li’l Mo” Passin en de haren vooralsnog aan hun collectie toe te voegen.

Het door Passin samen met Hank Bones geproduceerde “Hearts In My Dream” is typisch zo’n plaat die je nooit beu lijkt te kunnen worden. En voor een liedje als “Still Cryin’” mag wat ons betreft zelfs nog altijd onverwijld het predikaat klassieker uit de kast. Voor die door Fats Kaplin van een streepje fiddle voorziene en door Tony Trischka met een banjobijdrage opgewaardeerde countrytrage zouden heel wat overleden countrygroten met plezier in de rij hebben staan wachten. Andere absoluut niet te versmaden momenten zijn ondermeer Passins versie van de obscure George Jones-Roger Miller-sleper “Hearts In My Dream”, het verleidelijk swingende “Twice The Lovin’ (In Half The Time)”, de knappe rockabilly van “Wait’ll I Get You Home”, het met subtiel doorslaande stem gebrachte “The Great Indoors”, het in perfecte harmonie met gitarist Nick Holmes gebrachte “The Sun Keeps Shining” van Don Everly, de lijzige shuffle “I’m Still Walkin’”, het bijzonder aanstekelijk countryrockende “’fess Up” en het opzwepende, vooral aan dansgrage vetkuiven geadresseerde “Oh Baby!”.

Voor elke liefhebber van het meer traditionele spul zondermeer een absolute must!

Li’l Mo & The Monicats

CD Baby

 

 

JENNY WHITELEY

“Dear”

(Black Hen Music)

(4) J J J J

 

 

Net als de hier recentelijk al uitgebreid bejubelde Kim Beggs bleef ook die andere Canadese Jenny Whiteley in onze kontreien eigenlijk veel té lang ondergewaardeerd. In haar thuisland bleken haar twee eerste platen, haar titelloze debuut uit 2000 en het vier jaar later verschenen “Hopetown”, al goed voor een stel Juno Awards in de categorie roots music. En afgaande op de kwaliteit van haar derde valt dat perfect te begrijpen. Ook op het door Steve Dawson geproduceerde “Dear” profileert Whiteley zich immers als één van de allerbeste singer-songwriters van haar land. In het gezelschap van collegae als precies die Dawson, Amy Millan (Stars, Broken Social Scene), Joey Wright (Sarah Harmer), Jim Byrnes, Keith Lowe en Dan en Chris Whiteley beperkt ze zich echter niet uitsluitend tot eigen materiaal. Zo is “Heart Of Gold” bijvoorbeeld een erg mooie lezing van dat nummer van Kinks-baas Ray Davies en stamt het mede dankzij het knappe toetsenwerk van Chris Gestrin erg soulvol aanvoelende countrydeuntje “Take Your Time And Do It Right” uit de koker van Chris Whiteley. Meteen al twee echte hoogvliegers, die beide songs. Andere uitstekende momenten zijn het wellicht mede door het werk van producer Dawson ergens richting Bonnie Raitt gestuwde slepertje “Indoor Lightning”, het nog volop aan haar bluegrassverleden herinnerende “Banjo Girl”, de intimistische, door Amy Millan van backing vocals voorziene rootsparel “Unsung”, het heerlijk lome “Write Me Away”, de in duet met Jim Byrnes gebrachte traditionele countrytrage “Other Side Of Life” en het afsluitende, van een nu al klassieke titel voorziene “When It Rains I Pour”. Met songs van dat kaliber verdien je het gewoon om binnen de kortste keren ook tot een gevestigde waarde binnen het internationale rootscircuit uit te groieien.

Jenny Whiteley

Black Hen Music

CD Baby

 

 

DAVID EZELL

“The BackShop Live”

(Running Time Music)

(3) J J J

 

 

Derde volume in de reeks “The BackShop Live” van Running Time Music. Na Greg Trooper en David Childers is het daarin nu de beurt aan de ons volslagen onbekende singer-songwriter David Ezell. “…catch me on a good night and you’ve heard my CD,” was tot voor kort diens credo. “The BackShop Live” is dan ook zijn allereerste CD. En daarop wordt zoals op de al genoemde eerdere delen in de serie van de heren Trooper en Childers andermaal gewerkt volgens het principe “what you see is what you get”. “Just a man and his guitar” dus. En natuurlijk de liedjes van Ezell, want daar draait het in de BackShop in Spartanburg, SC allemaal om. En die songs, die mogen er best zijn. ’n Beetje folk, ’n beetje blues, ’n beetje country, de gebruikelijke hap zeg maar, met hier en daar een verhaaltje om de boel samen te houden. Allemaal net iets minder sterk dan Trooper en Childers, maar dat heeft dan vooral te maken met de vocale capaciteiten van Ezell, die toch niet van dezelfde orde zijn als die van zijn voorgangers. Desalniettemin is ook dit weer een plaat waar liefhebbers van het betere singer-songwriterwerk vast hun plezier zullen aan beleven. Hier alvast twee leuke voorsmaakjes: “Leaning Forward” en “Real Pain”.

David Ezell

Running Time Music

 

 

KIM BEGGS

“Streetcar Heart”

(Caribou Records)

(4) J J J J

 

 

Deel 2 van een onverholen liefdesverklaring aan het adres van de muziek van de jonge Canadese Kimm Beggs. We hadden het hier al aangekondigd: na onze recente kennismaking met haar tweede CD “Wanderer’s Paean” moest en zou ook haar debuutplaat er zo snel mogelijk aan geloven. En geloof ons vrij, daar hebben we nog geen seconde spijt van gehad. Ook het in 2004 volkomen ten onterechte aan onze aandacht ontsnapte “Streetcar Heart” was immers al een echt pareltje. Oók dat was een schoolvoorbeeld van een hybride van roots, country, bluegrass en folk. Die honingzoete zang, die catchy liedjes, die prachtige teksten, ze waren er ook op Beggs’ visitekaartje al allemaal. Onder de productionele hoede van de onvolprezen Bob Hamilton werden destijds vijftien eigen songs en een erg mooie cover van Neil Youngs “Like A Hurricane” vereeuwigd. Dat laatste huzarenstukje alleen al rechtvaardigt eigenlijk de aanschaf van dit schijfje volledig. Nooit gedacht, dat achter die klassieker zo’n mooi bluegrassliedje schuil kon gaan. Gelukkig voor ons blijft het echter niet bij dat ene hoogtepunt! We noemen in dat verband bijvoorbeeld ook nog het op prachtig snarenwerk van Hamilton geënte en een oude vriendschap bezingende “Old Pal”, het poëtische titelnummer, de speelse countrydeuntjes “Gidyup Cowboy” en “Bucko”, het het eigen muzikantenbestaan bezingende “Carry My Guitar”, het rootsy “My Woes” en de fraaie roots pop van “Birds And No Bees”. Net als zo goed als alle andere deunen hier stuk voor stuk dotten van songs, die je zal blijven draaien. De conclusie is wat ons betreft dan ook vrij simpel: “This thing of beauty is a joy to listen to forever!”

Kim Beggs

Caribou Records

CD Baby

 

 

OX

“American Lo Fi”

(weewerk)

(3,5) J J J J

 

 

 

Precies op het juiste moment om allen die menen alt. country al ten grave te moeten dragen de mond te snoeren verschijnt de nieuwe van anti-held Mark Browning en de zijnen. En al noemen Browning, Bishops, Murphy en Chôn wat ze doen zelf dan ook liever “American Lo Fi”, heel wat van hun songs dragen nog duidelijk de sporen van het dezer dagen zo in opspraak zijnde genre. Opener “Miss Idaho” mag dan nog gewoon spiernaakte roots rock zijn en de ook al van alle overbodige franje ontdane Cheap Trick-cover “Surrender” lo-fi pop, in dingen als “Sugar Cane”, “747”, het eerste deel van “El Camino”, de gortdroge ballade “1913” en het met de tong diep in de wang geplant gebrachte “Country Music Promoter” overheerst nog duidelijk het alt.-countrygevoel. Als geheel net iets minder overtuigend misschien dan z’n voortreffelijke voorganger “Dust Bowl Revival”, maar al bij al nog meer dan sterk genoeg om heel wat van de concurrentie spelenderwijze achter zich te laten. Enkel de absurde pianoballade “Martas Song”, geschreven en – Met valse stem! - gebracht door Marta Jaciubek en gelardeerd met een flard “Happy Christmas (War Is Over)” van het duo Lennon en Ono had men wat ons betreft absoluut achterwege mogen laten. Voor dat soort van muzikale ongein maken wij hier immers niet graag tijd!

Ox

weewerk

CD Baby

 

 

SOUTHER STILL

“Dizziness And Darkness”

(Open Plan Records)

(3) J J J

 

 

 

Alt. country made in Britain. En om maar meteen met de deur in huis te vallen, een plaat die het vooral moet hebben van momenten, deze tweede van het uit Londen afkomstige viertal Souther Still. Mijmerliedjes als opener “Open Road”, “Thirty Year Bouquet”, “Moorgate”, “Love’s Left This Town” en “White Lies” en van ingehouden spanning levende rockertjes als “All Hands To The Pump” en “All These Streets” droegen vrijwel meteen onze goedkeuring weg. Met een shot Neil Young, punk of zelfs new wave geïnjecteerde dingen als “Up Downer Street”, “Lodgings To Let” en “Cuba Libre” deden dat echter absoluut niet. Wat ons betreft dus een beetje een twijfelgevalletje, deze “Dizziness And Darkness”. Al demonstreren songwriters Bradley Putze en Kevin Stokes regelmatig wel degelijk een uitstekende song in de vingers te hebben. (Vandaar inderdaad toch nog drie smileys!) Misschien moeten ze naar hun volgende worp toe gewoon een wat duidelijkere keuze met betrekking tot de door de groep te varen koers maken. Dat zou het voor iedereen een flink stuk gemakkelijker maken…

Souther Still

Miles Of Music

 

 

INNEKE23 & THE LIPSTICK PAINTERS

“Elephant Crossing”

(CoraZong / Heartselling / SSL)

(3,5) J J J J

 

 

 

“Elephant Crossing” is na het in eigen beheer opgenomen “Not With A Band” de tweede CD van de Antwerpse zingende liedjesschrijfster inneke23. Het betreft eigenlijk een heruitgave van een eerder slechts op 300 exemplaren verkrijgbare vinyl LP van de ondermeer nog van haar werk bij garagerockers De Bossen en meidenpunkgroep Hara’kiri bekende zangeres.

Op “Elephant Crossing” slaat de jonge Antwerpse echter resoluut andere paden in. Daarop zoekt ze aansluiting bij eigen muzikale helden als een Lucinda Williams, een Gillian Welch, een Mary Gauthier, een Johnny Cash, de Jayhawks en de Gourds. Ze concentreert zich hier met andere woorden nogal nadrukkelijk op Americana. Maar dan wel op zeer eigenzinnige wijze. Samen met Lipstick Painters Peter Van Velthoven (toetsen), Koen Vissers (bas) en Bart van Hecke (drums) en gastmuzikanten als Buni Lenski (DAAU / fiddle), Jimmy Stelling (Hackensaw Boys / banjo), Jon Birdsong (cornet) en Wim DB (De Bossen / elektrische gitaar) covert ze daarbij nogal wat terrein. “The Fairy Man” is zo bijvoorbeeld een catchy old-timey folkdeun, “O.V.E.R.” een op een aanstekelijk honky-tonk pianomotiefje geënte lap (alt.) country, “Trojan Horse” een door merg en been gaande ballade, “Guitar Jesus” een soortement kruising tussen Nick Cave en de Carter Family, “Elephant Crossing”, met alweer zeer mooi toetsenwerk van Van Velthoven en een al even fraaie cornetbijdrage van Birdsong, een wolk van een rootspopdeun en in liedjes als “Hatesong” en “Purple And Blue” wordt het eigen punkverleden op vaardige wijze gekoppeld aan rootsy materiaal. En dan zijn er nog enkele ferme covers: “I Envy The Wind” van Lucinda Williams profiteert ten volle van een geslaagde wisselwerking tussen inneke23 en de vaardige vingers van Van Velthoven achter z’n piano en in Bob Dylans “Oh Sister”, hier omgedoopt tot “Oh Brother”, stellen we eigenlijk nogmaals hetzelfde vast, zij het dan ook dat de toetsenman daarin sporadisch ook even z’n accordeon omgordt.

Behoorlijk apart allemaal, maar wél héél erg goed!

(Releasedatum: 23 februari 2007.)

Inneke23 & The Lipstick Painters

CoraZong Records

 

 

LISA NOVAK

“Too Shallow To Swim”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

Met almaar stijgende verbazing lazen wij de voorbije weken geregeld stukjes waarin allerhande vakbroeders - Wellicht in een poging om zichzelf interessant te maken! - alt. country al ten grave meenden te moeten dragen. Zo’n kortzichtigheid… Je houdt het gewoon niet voor mogelijk! Is het omdat een wat groter publiek zich plots tot een genre begint aangetrokken te voelen, dat je het meteen compleet moet afschrijven? Komaan, jongens, even serieus blijven, he! Het alt.-voorvoegsel in twijfel trekken, tot daar nog aan toe, maar gelijk ook maar de kist voor het hele genre klaarzetten… Er is niet één muziekstroming, die niet vroeg of laat een al dan niet bescheiden boom meemaakt. Maar heeft ze daarom niet langer bestaansrecht? Not dus!

Neem nu zo’n plaat als “Too Shallow To Swim”, de vierde van de Texaanse Lisa Novak. Als je het geen alt. country wil noemen, dan doe je maar, maar het is wel degelijk een alternatief voor zo ongeveer alles waar Nashville dezer dagen voor staat. Novaks liedjes zijn zonder uizondering gezegend met melodieën en hooks om u tegen te zeggen, zonder dat ze zich daarvoor hoeft te prostitueren. Het klinkt allemaal erg radiovriendelijk, maar het is er nooit echt over! Met haar krachtige, een weinig donkere voordracht weet Novak je gemakkelijk tien songs lang geboeid te houden. Heerlijk hoe in liedjes als “Fair Warning” en “Fade Away” haar stem en de rinkelende gitaar van Chris Masterson als klaterende bergriviertjes naar beneden komen rollen, of hoe ze in wat rustigere nummers als “I Remembered I Forgot”, “The Chauffeur” of “Where I Lie” haar hele hart en ziel weet te leggen. In afwachting van de nieuwe Lucinda Williams hebben wij zo alvast weer iets om ons enkele dagen zoet te houden. Moest je misschien ook maar eens proberen! Kan je dan rustig bij nadenken over de toekomst van alt. country en zo…

Lisa Novak

CD Baby

 

 

FELICITY URQUHART

“My Life”

(Shock Records)

(3) J J J

 

 

 

In eigen land is de oogverblindend mooie jonge Australische Felicity Urquhart stilaan aan het uitgroeien tot een echte revelatie. Naar aanleiding van haar jongste CD “My Life” werd ze er regelrecht bedolven onder de nominaties en onderscheidingen. En zoiets trekt natuurlijk de aandacht. Oók die van ons! Zo leerden we een beetje tot onze verbazing, dat “My Life” reeds Urquharts vijfde CD is en dat ze bij de totstandkoming ervan ondermeer een beroep mocht doen op producer Glen Hannah en gerenommeerde helpende schrijfhanden als Randy Scruggs, Robert Lee Castleman (Zie bijvoorbeeld ook Alison Krauss!), Al Anderson, Jennifer Kimball en Kevin Bennett (van The Flood). Het resultaat van al die samenwerkingen is een album dat zowel bij liefhebbers van commerciële country als bij die van een wat meer rootsgetint geluid in de smaak zou moeten kunnen vallen. Net zoals bijvoorbeeld ook een Kasey Chambers dat steeds meer doet, zoekt Urquhart op haar nieuwe CD ogenschijnlijk naar de gouden middenweg tussen die beide genres. De mooiste resultaten die dat oplevert zijn zondermeer het over een subtiel banjolijntje neergelegde en een weinig aan Dolly Parton herinnerende “The Flood”, het met Randy Scruggs gepende tweetal “Big Black Cloud” (Ondertussen een nummer één down under!) en “No Mistakes”, de voorzichtig richting bluegrass neigende ballade “A Little Joy”, het rootsy “Mr. Catfish” en een zeer mooie lezing van Robert Lee Castlemans “My Life”, het titelnummer van de plaat. Daarin laat Urquhart horen veel meer te zijn dan alleen maar een leuk snoetje. De mooie blondine beschikt over een werkelijk glasheldere stem en dat zullen we geweten hebben ook!

Felicity Urquhart

Shock Records

 

 

THRIFT STORE COWBOYS

“Lay Low While Crawling Or Creeping”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Ook op z’n derde CD “Lay Low While Crawling Or Creeping” blijft het vanuit het gerenommeerde Lubbock actieve zestal van de Thrift Store Cowboys trouw aan z’n wat aparte benadering van het countrygenre. In een productie van de ondermeer van zijn werk met Calexico, Iron & Wine en Neko Case bekende Craig Schumacher worden ook ditmaal weer twaalf songs afgeleverd, die het vooral moeten hebben van hun enigszins filmisch aandoend karakter. Sfeer is hier vrijwel voortdurend het sleutelwoord. En daardoor sluit de (alt.) country van Colt Miller, Amanda Shires, Todd Pertll, Daniel Fluitt, Clint Miller en Kris Killingsworth tot op zekere hoogte ook aan bij het werk van Calexico en aanverwanten. Een mariachimotiefje, een walsje, gypsy jazz, rock,… Ook hier kan het allemaal. Zigeunerviooltje, speelgoedpiano, trompet, accordeon, pedal steel, alles wat helpt om een song op de gepaste manier in te kleuren is daarbij ook welkom. En precies dát en de bij momenten echt wel ijzersterke songs en dito zang (van vooral Shires) maken van deze nieuwe van de Thrift Store Cowboys de sterke plaat die het geworden is. Laat je betoveren door beauties als het beklijvende “Sidewalk Song”, het op een vreemde manier Zuiders aandoende “Wasted Void”, het indringend twangende “Understudy” of het behoorlijk traditioneel opgevatte “Lubbock Lights” en je zal nauwelijks nog om deze plaat heen kunnen. Straffe kost is het immers!

Thrift Store Cowboys

Miles Of Music

CD Baby

 

 

ADRIEN SALA

“High Water Everywhere”

(Dollartone Records)

(4) J J J J

 

 

 

Een regelmatige bezoeker van deze pagina’s zette ons enkele weken geleden op het spoor van de vooralsnog zo goed als volslagen onbekende singer-songwriter Adrien Sala. En daarmee gooide hij hier hoge ogen. Met een tip van dat kaliber weten wij immers wel raad. Net als de man in kwestie raakten ook wij ogenblikkelijk gecharmeerd door wat de jonge Canadees op zijn debuut te bieden heeft. Sala blijkt immers zwaar beïnvloed door grootheden uit het genre als een Townes Van Zandt en een Mickey Newbury en dat vertaalt zich ook naar de kwaliteit van zijn songs toe. Liefhebbers van folk & roots zullen wellicht dan ook met bosjes vallen bij het horen van intelligente liedjes als het met een fragment uit “Une Saison en l’Enfer” van de erin geprezen dichter opgeluisterde “Ode To Rimbaud”, het ondermeer met bijdragen op een heerlijk zwalpend pianootje en een zingende zaag opgewaardeerde “Road To Thunder Bay”, het bijzonder indringende “Winter’s End” of het al even beklijvende “Friend Lost To Jesus”. Dat zijn – Net als heel wat andere songs hier trouwens! - stuk voor stuk juweeltjes, die ervoor zullen zorgen, dat Sala bij een volgend project allicht niet meer zal moeten rekenen op de hulp van anderen om voor zijn muziek de nodige aandacht te krijgen in de media. Dit is gewoon véél te goed om er achteloos aan voorbij te gaan! Doe er dan ook vooral je voordeel mee!

Adrien Sala

Dollartone Records

Festival Distribution