ARCHIEF CD-RECENSIES FEBRUARI 2008

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Nels Andrews “Off Track Betting”Mars Arizona “Hello Cruel World”Tift Merritt “Another Country”The Brandos “Town To Town, Sun To Sun”Jim Lauderdale & The Dream Players “Honey Songs” - Jason Ringenberg “Best Tracks & Side Tracks 1979-2007”Lee Everton “Inner Exile” - Willie Nelson “Moment Of Forever”The Bean Pickers Union “Potlatch”The Whipsaws “60 Watt Avenue”Rhonda Vincent “Good Thing Going” - The Five Blind Boys Of Alabama “Down In New Orleans”Kimmie Rhodes “Walls Fall Down” - Milow “Coming Of Age”Michael Dean Damron & Thee Loyal Bastards “Bad Days Ahead”Jason Spooner “The Flame You Follow” - Allison Moorer “Mockingbird”K.D. Lang “Watershed”Cat Power “Jukebox”Jack Johnson “Sleep Through The Static”The Coal Porters “Turn The Water On, Boy!”The Hometown Gamblers “Dypsomania”

 

NELS ANDREWS

“Off Track Betting”

(Reveal Records / Lucky Dice Music)

(5) J J J J J

 

 

Ruim drie jaar liet Nels Andrews ons na zijn voortreffelijke debuutplaat “Sunday Shoes” op onze honger naar meer achter. In “El Mundo Pop” zou hij daarmee zo goed als zeker zijn eigen artistieke doodsvonnis hebben bezegeld, niet echter in kringen van kwaliteit steeds weer naar waarde schattende Americana-liefhebbers. Die vergeten immers niet zo snel als het zichzelf dezer dagen zo ongeveer suf downloadende jonge grut, dat in zijn honger naar steeds meer en steeds nieuwe helden alsmaar grotere gaten in z’n collectieve geheugen blijft laten optekenen.

Enkel JW Roys waanzinnig mooie “Kitchen Table Blues” ging in 2004 in onze eindejaarlijst Nels Andrews’ eersteling vooraf, die zodoende schoon volk als Buddy Miller, Slaid Cleaves, Rod Picott, Alastair Moock, Grey De Lisle, Greg Brown en Eliza Gilkyson het nakijken gaf. En het zal al heel vreemd moeten lopen, wil zijn nieuwe schijf straks niet eenzelfde lot beschoren blijken. Dat door Todd Sickafoose geproduceerde album mag dan als geheel al flink afwijken van Andrews’ visitekaartje, het is andermaal een bijna onaards mooi klinkende collectie liedjes. Samen met Sickafoose (Ani DiFranco, Erin McKeown) en andere muzikanten als Adam Levy (Norah Jones), Michael Jorgensen (Wilco), Ben Perowsky (Joan As Policewoman) en John Lurie en gastvocalisten Ana Egge en AJ Roach koos Andrews ditmaal voor een beduidend verfijndere muzikale aanpak. De negen songs op “Off Track Betting” krijgen daardoor een soort van cinemascopisch karakter mee. Breedbeeldmuziek, zoiets… De adequate toevoeging van instrumenten als orgel, piano, mellotron, fuzzgitaar, pedal steel en harp en zelfs een heus wijnglasorkestje maakt dat Andrews’ stem en songs niet langer het hele gewicht van de plaat moeten dragen. En precies dat zorgt er eigenaardig genoeg voor, dat zijn vaak enigszins weemoedig aandoende voordracht nog beter tot haar recht komt. Vooral dan in de lang niet alleen qua intensiteit enigermate aan Bruce Springsteen in zijn betere momenten herinnerende folkballade “Lady Of The Silverspoon” en de door de pedal steel van Rich Hinman en de frêle harmoniezang van Anna Egge ondersteunde sleper “Shoot Out The Stars”. Dat zijn gewoon twee echte moordsongs. Liedjes, die Andrews nog wat nadrukkelijker profileren als één van de allerbeste singer-songwriters actief binnen de huidige Americana scene.

Een plaat om te hebben en intens van te houden dan ook, deze “Off Track Betting”!

Nels Andrews

Lucky Dice Music

 

 

MARS ARIZONA

“Hello Cruel World”

(Big Barn Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“Hello Cruel World” is inmiddels ook alweer de derde CD van het als Mars Arizona door het leven stappende duo Paul Michael Knowles en Nicole Storto. En net als z’n beide voorgangers, het ondertussen al een poosje niet meer op CD verkrijgbare “Love Songs From The Apocalypse” uit 2003 en “All Over The Road” van twee jaar later, is ook dat een bijzonder aangenaam wegluisterend geheel geworden, vol met Americana van het betere soort. Naast acht eigen nummers brengen Knowles en Storto daarop ook covers van Neil Youngs “Time Fades Away”, “By The Light Of The Magical Moon”, Loretta Lynns “Blue Kentucky Girl” en de traditional “In The Pines”. En die blijken bij nader inzicht perfect in het geheel te passen. En dat mede dankzij bijdragen van schoon volk als good ol’ Al Perkins (lap steel), Andon Davis (bas en elektrische gitaren), Billy Block (drums) en Alisa Rose (fiddle). Een andere oude bekende die de revue passeert is David Grisman. Diens sprankelende mandolinebijdrage en de viool van de al eerder genoemde Rose verlenen aan het knappe openingsnummer “Dirty Town” een toch wel enigszins apart te noemen “gypsy feel”. Al even beklijvend is vervolgens “Circus”. Heerlijk hoe de hese scheur van Knowles daarin wordt gecomplementeerd door de bij momenten wel wat van Walkabouts-frontvrouwe Carla Torgerson hebbende Storto, messcherp gitaarwerk van D.B. Walker en de pedal steel-escapades van Al Perkins. Storto blinkt dan weer uit in haar eigen, met een dot van een refrein gezegende “Good To Be Lucky”, een fraaie stoelendans tussen traditionele country en folk. Het zijn trouwens überhaupt precies die liedjes, waarin country een wat groter aandeel heeft, die het lekkerst weghappen. We noemen in dat verband bijvoorbeeld ook nog het bedaard aanstekelijk werkende “Wait For The River”, het door Storto volledig ingepalmde “Blue Kentucky Girl” en het door Al Perkins op z’n pedal steel andermaal erg knap onderbouwde “Landscape”.

Mars Arizona

Sonic Rendezvous

 

 

TIFT MERRITT

“Another Country”

(Fantasy)

(3,5) J J J J

 

 

Dat je verwachtingspatroon met betrekking tot een nieuwe plaat wel degelijk je eerste mening erover beïnvloedt, bleek maar weer eens overduidelijk naar aanleiding van de nieuwe van Tift Merritt. Eerlijk is eerlijk, we wisten aanvankelijk niet goed, hoe we het ermee hadden. Het door George Drakoulias geproduceerde “Another Country” klinkt als geheel immers een stuk gladder dan zijn voorgangers “Bramble Rose” en “Tambourine”. Zo goed als alle scherpe randjes werden door de ondermeer voor zijn werk voor de Black Crowes en de Jayhawks veelvuldig geroemde Drakoulias vakkundig weggevijld. Wat blijft is een plaat boordevol voornamelijk een weinig dromerig aandoend Americana singer-songwriterspul met een bij momenten wel erg nadrukkelijke knipoog richting country soul. We noemen in dat verband bijvoorbeeld al het radiovriendelijke, met aantrekkelijke blazers opgewaardeerde “Tell Me Something True”, één van de weinige wat vlottere nummers op “Another Country” en mits het nodige pushwerk een gegarandeerde hit in wording. Elders wordt er vooral gefocust op de weelderige, buitengewoon bezielde zang van Merritt. Haar warme voordracht blijkt een gedroomde gids op je weg doorheen de elf nieuwe eigen liedjes, die Merritt ook wat nadrukkelijker zouden moeten kunnen profileren als zingende liedjesschrijfster. En al zeker omdat ze in knapen als een Doug Pettibone en een Charlie Sexton, om er maar enkele te noemen, ook de juiste begeleiders om zich heen wist.

Eén liedje willen we hier tenslotte nog even wat extra-aandacht gunnen. Het betreft de late night-schuifelaar “Mille Tendresses”, de door Merritt keurig in het Frans gecroonde afsluiter van haar nieuwe worp. Zó kenden we haar immers al helemaal niet…

Tift Merritt

Fantasy Records

 

 

THE BRANDOS

“Town To Town, Sun To Sun”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Als het erop aankomt bootleggers het gras voor de voeten weg te maaien, dan zijn die van het Duitse Blue Rose Records echte meesters in hun vak. Want zeg nu zelf, wie maalt er nog om wat illegale live-opnamen in veelal bedenkelijke of op z’n minst mindere kwaliteit van de eigen helden als het reguliere platenlabel ervan uitpakt met zulke fraai vormgegeven juweeltjes als “Town To Town, Sun To Sun” van The Brandos? Niemand toch?

Het betreft hier een twee CD’s en één DVD omvattende collectie, ingeblikt kort na het verschijnen van de voortreffelijke comebackplaat “Over The Border”, waarmee The Brandos zich laat in 2006 opnieuw aandienden na een carrière-hiaat van liefst acht jaar. En wat klinken zanger-gitarist Dave Kincaid en de zijnen daarop andermaal scherp! Zowel het materiaal van het op 20 oktober van vorig jaar in Bonn gehouden Rockpalast Crossroads Festival, als dat van een 4 dagen later in de K4 in Nürnberg ingeblikte gig laat een act in de vorm van zijn leven horen. Geput wordt daarbij natuurlijk voornamelijk uit het nieuwe album, maar ook bandklassiekers als “Gettysburg”, “Gunfire At Midnight”, “Pass The Hat”, “The Light Of Day” en “The Solution” ontbreken vanzelfsprekend niet op het appel. Heerlijke recht-toe-recht-aan-rootsrock genre “CCR aan de steroïden” troef dus op dit document, waaraan heel wat véél grotere acts en labels wat ons betreft een flinke punt kunnen zuigen.

Leuk om weten is verder ook nog, dat men bij het vullen van de DVD niet de gemakkelijkste weg koos door gewoon terug te vallen op het materiaal van de CD’s. Ligt bij deze laatsten immers de nadruk nog op de in Nürnberg gespeelde show, dan bevat de beelddrager het volledige Crossroads-optreden, aangevuld met zeven in Nürnberg ten beste gegeven songs. Zó en niet anders houd je een klant dus tevreden!

The Brandos (Fansite)

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

JIM LAUDERDALE & THE DREAM PLAYERS

“Honey Songs”

(Yep Roc / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Dankzij zijn bijzonder lonende skills als songleverancier voor anderen kan Jim Lauderdale zich sinds jaar en dag steeds weer de luxe veroorloven precies die plaat te maken die hij op een gegeven moment in gedachten heeft. Heeft hij zin in een potje honky-tonk, dan brengt hij dat toch gewoon zeker. Staat zijn hoofd toevallig naar bluegrass, dito. Americana? Zelfde verhaal! En dat betekent concreet, dat we op zijn nieuwe CD “Honey Songs” worden vergast op tien, een zekere hang naar de hoogdagen van de zogeheten countrypolitan sound vertonende liedjes. Daarvoor kon hij een beroep doen op een uitgelezen gezelschap aan door de wol geverfde studioratten en collega’s. Vocale bijdragen zijn er zo ondermeer van Emmylou Harris, Kelly Hogan, Patty Loveless en Buddy Miller. En Dream Players van dienst zijn onder anderen gitarist James Burton, pianist Glen D. Hardin, steeltovenaar Al Perkins, Ron Tutt en Gary Talent.

Het lijkt dan ook bijna een vanzelfsprekendheid, dat ’s mans nieuwste andermaal allesbehalve tegenvalt. Tussen de speels huppelende countryrock van openingsnummer “Honey Suckle Honey Pie” en de welhaast in zacht jammerende steelklanken verdrinkende afsluitende sleper “I’m Almost Back” strooit Lauderdale wederom kwistig in het rond met échte countrypareltjes. En daarvan onthielden wij vooralsnog naast het al genoemde “I’m Almost Back” de werkelijk fenomenaal mooie break-up song “It’s Finally Sinking In”, het nazomers zwoele en louter gevoelsmatig een weinig aan Rodney Crowells “Shame On The Moon” verwante “Molly’s Got A Chain” en het ergens tussen Cash en Jennings geboren “The Daughter Of Majestic Sage”. Stuk voor stuk liedjes van een kwaliteit waar je wellicht nooit echt op uitgekeken raakt.

Jim Lauderdale

Yep Roc

 

 

JASON RINGENBERG

“Best Tracks And Side Tracks 1979-2007”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Zowel wat z’n concept als wat z’n inhoud betreft een voorbeeldige verzamelaar, deze nieuwe van ex-Scorchers-baas Ringenberg. Verspreid over twee schijfjes biedt die immers het beste uit net geen dertig jaar Jason.

Het eerste van die twee, “Best Tracks”, is naar eigen zeggen bedoeld als een collectie van zijn sterkste solomomenten. Enkele daarvan nam hij speciaal voor de gelegenheid zelfs opnieuw op. We hebben het dan over de Scorchers-klassiekers “Shop It Around” en “Broken Whiskey Glass” (Hier gebracht met The Woodbox Gang!) en over “The Life Of The Party”. Verder ondermeer ook present “Bible And A Gun” (Met Steve Earle!), “Punk Rock Skunk” in een Rawk Remix (Eén van z’n leukere Farmer Jason-momenten!), zijn cover van Merle Haggards “Rainbow Stew”, “A Pocketful Of Soul”, het met Los Straitjackets gebrachte “Link Wray” en “Last Train To Memphis”.

Minstens zo interessant is het tweede schijfje. “Side Tracks” herbergt immers tal van leuke rariteiten en outtakes: van “Lovely Christmas!”, een samenwerking met Kristi Rose, over een door Webb Wilder van een speciale outro voorziene versie van “Moose On The Loose tot het gloednieuwe “The Sailor’s Eyes”, van een samen met Arty Hill live gebrachte countryversie van “Cappuccino Rosie” over het speciaal voor zijn moeder geschreven en gebrachte en maar net niet op “A Pocketful Of Soul” belande “Mom’s 70th Birthday Song” tot de Shakespeare’s Riot-versie van “Help There’s A Fire”, van het met Stace England en de Woodbox Gang ingeblikte “Buckminster Fuller We Need You Know” over de Tom T. Hall- en John Prine-covers “Who’s Gonna Feed Them Hogs?” en “Paradise” tot het met The Wildhearts opgenomen “Jimmie Rodgers’ Last Blue Yodel”.

Zo hebben wij ze graag!

Jason Ringenberg

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

LEE EVERTON

“Inner Exile”

(Rootdown Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wie het allemaal niet zo nauw neemt met muzikale grenzen zit bij deze knaap goed! De vanuit het Zwitserse Zürich actieve Lee Everton tekent met “Inner Exile” immers voor een even aparte als geslaagde hybride. Hij negeert daarop de grenzen tussen genres als reggae, soul, blues en country en dat levert bij momenten hoogst aanstekelijke resultaten op. Zijn singer-songwriter reggae moet bij nader inzicht zelfs zo ongeveer de ideale soundtrack bij de eerste straaltjes zon van het jaar zijn.

“Inner Exile” koppelt vijftien nummers lang prachtige melodieën aan catchy ritmes en prima teksten. Voornaamste blikvangers zijn daarbij Evertons eigen, enigszins lijzige stem en een opvallende cover van de popklassieker “Bring It On Home To Me”. Dat laatste liedje groeit hier in een gloedvolle reggaeversie uit tot een kandidaat-hit. In een rechtvaardige wereld zouden enkele radiobeurten ruimschoots moeten volstaan om het ook daadwerkelijk die status te bezorgen.

Benieuwd, wat de toekomst voor deze kruising tussen heren als een Bob Marley, een Van Morrison, een Bob Dylan en een Jack Johnson in petto houdt!

Lee Evertons MySpace

Rootdown Records

Sonic Rendezvous

 

 

WILLIE NELSON

“Moment Of Forever”

(Lost Highway Records)

(4) J J J J

 

 

Niet één gelegenheid liet hij de voorbije jaren schieten om ons via zijn muziek zelf een antwoord op de vraag “What would Willie do?” te verschaffen, de Red Headed Stranger. Zijn eigen goesting en niks anders dan zijn eigen goesting, verdomme. Reggae, traditionele en als eerder alternatief te bestempelen country, pop, Americana, gecroonde standards, je zegt het maar! Geen van alle bleken ze bestand tegen het penseel van de grootmeester, die als straks zijn eindafrekening zal worden gemaakt elke beschikbare muzikale kleur minstens eenmaal lijkt te willen hebben geprobeerd. Dat zulks kwalitatief gezien niet altijd even sterk materiaal oplevert, spreekt voor zich. Maar het siert Willie Nelson wel, dat hij zich so far – En dat ook in mindere tijden! – enkel en alleen liet leiden door zijn eigen artistieke visie.

En zo nu en dan levert dat ook eens een echt pareltje op. Zoals zijn nieuwste, “Moment Of Forever”, bijvoorbeeld. Wij werden meteen zwaar gecharmeerd door de Lanois-eske Americana van het atmosferische openingsnummer daarvan, “Over You Again”. En de eerste indruk bleek in dit geval de enige juiste, want dertien nummers (en één verborgen bonus track) lang staat “Moment Of Forever” voor een Nelson in topvorm. Het van Kris Kristofferson geleende titelnummer is zo bijvoorbeeld wat je noemt een echte kippenvelballade. En ook Bob Dylans “Gotta Serve Somebody” zet Nelson probleemloos naar zijn hand. Lekker lijzig funkt hij zich een weg doorheen die toch wel klassieker op Ol’ Bawbs repertoire. En dan is er nog “Louisiana”! Wat Nelson met dat liedje van Randy Newman doet, laat zich nauwelijks anders omschrijven dan “Verbluffend mooi!” Wij vinden het eigenlijk zelfs gewoon nog een stuk mooier dan het door ons toch al op handen gedragen origineel zelf. En zo val je hier van de ene verbazing in de andere! “Gravedigger” blijkt bijvoorbeeld een bepaald hypnotisch werkende streep roots rock, “Keep Me From Blowing Away” is nog vintage Nelson, “Takin’ On Water” twijfelt tussen funk, blues en rock en “Always Now” lonkt ondermeer door een gezapig twangend gitaartje voorzichtig naar het ook wel eens door Chris Isaak bezochte retro-hoekje.

Als je het ons vraagt is dit gewoon met afstand Willie Nelsons beste plaat in jaren! En dan is het bepaald prettig om weten, dat hij later dit jaar nog naar ons land zal afzakken om er uitgebreid uit voor te lezen.

Willie Nelson

Lost Highway Records

 

 

THE BEAN PICKERS UNION

“Potlatch”

(Shut Eye Records)

(3,5) J J J J

 

 

Was in de States al een poosje verkrijgbaar, deze van The Bean Pickers Union, maar middels een behoorlijk agressieve mediacampagne richt men z’n pijlen nu ook nadrukkelijk op de Euro-Americanamarkt. En daar valt gezien de kwaliteit van de eersteling van het rond de uit Boston afkomstige singer-songwriter Chuck Melchin opgetrokken collectiefje absoluut begrip voor op te brengen ook. Muzikaal gezien mag wat die Melchin en z’n trawanten doen bij momenten dan ook nogal nadrukkelijk verwijzen naar de Neil Young van ten tijde van “Freedom”, hun veelal een melancholische geaardheid etalerende songs zijn zodanig sterk, dat je dat graag voor lief neemt. Zeker omdat Melchin bovendien ook nog eens een begenadigde verteller blijkt. De manier waarop hij in openingsnummer “Photograph” de teloorgang van een klein Amerikaans stadje weet te vatten is wat dat betreft meteen illustratief. Dat liedje heeft inderdaad iets bijna fotografisch over zich.

En verderop volgen nog tal van andere voorbeelden van erg geslaagde Americana-exercities. Wij onthielden zo vooral het bluesy aandoende “Bride”, het atmosferische “Independence Day”, luisterliedjes “Home” en “Waltz No. 1”en het heerlijk aan zijn kettingen snokkende countryrockertje “I’m So Sorry”, dat mede door een erg geslaagde gitaarbijdrage van de ondermeer van zijn snarenwerk voor Leonard Cohen bekende Bob Metzger uitgroeit tot onze persoonlijke favoriet op “Potlatch”.

Een groepje met potentieel, deze Bean Pickers Union. Gaan we vast nog het nodige van horen!

The Bean Pickers Union

MySpace

Shut Eye Records

 CD Baby

 

 

THE WHIPSAWS

60 Watt Avenue

(Shut Eye Records)

(4) J J J J

 

 

The Whipsaws zagen het levenslicht ergens in 2002 in het koude Alaska. Ze deden er vervolgens ruim vier jaar over om met een debuut op de proppen te komen. Maar van dan af ging het plots allemaal heel snel. Hun visitekaartje “Ten Day Bender” groeide immers vlot uit tot een favorietje binnen Americana-kennerskringen en lovende recensies liepen binnen vanuit zowat alle hoeken van de wereld. Er moest dan ook snel een opvolger komen, je smeedt het ijzer immers als het heet is! En dat gebeurt nu met “60 Watt Avenue”. Die plaat en een periode van full-time toeren doorheen zowel de States als Europa moeten al het goede wat er reeds over de Whipsaws verteld werd gaan bevestigen. En als je ’t ons vraagt, dan zitten Evan Phillips, Ivan Moleski, James Dommek, Jr. en Aaron Benolkin wat dat betreft nu al gebeiteld. Het in z’n liner notes aan Neil Young & Crazy Horse opgedragen “60 Watt Avenue” is immers andermaal een erg sterke, hoogst dynamische plaat.  En Evan Phillips lijkt daarvoor zo op het eerste gezicht de hoofdverantwoordelijke. Hij levert met acht liedjes immers de hoofdmoot van het gebrachte materiaal. De overige vijf zijn groepsinspanningen (“Sinferno” en “Ode To Shakey”), Dommek-songs (“Stick Around” en “Amsterdam”) en een Neil Young-cover (“Mr. Soul”).

Het geheel werd ingeblikt vroeg in 2007. Voor de productie ervan tekenden de vier heren zelf, afgemixt werd het door de gerenommeerde John Agnello (Son Volt, Sonic Youth en vele anderen) en op de gastenlijst prijken ondermeer de namen van Marty Jones en Tim Easton. Laatstgenoemde levert een bijdrage aan de atmosferische Americana van afsluiter “7 Long Years”, waarin hij niet alleen de zangpartijen deelt met Phillips en Dommek, maar ook zijn dobro laat spreken. Jones is dan weer vocaal van de partij in het lekker relaxt rootsrockende “High Tide”.

Andere uitschieters op “60 Watt Avenue”: de stuiterende gitaar-countryrocker “Jessi Jane”, de in pedalsteelklanken badende semi-ballade “Lonesome Joe”, het op Young-eske wijze bijtende, belerend-verhalende “The War”, de korte, aan I Can Lick Any Sonofabitch In The House gedediceerde gitaarrockinstrumental “Sinferno”, de heerlijk voortjakkerende stamper “Bar Scar” en de Dommek-trage “Amsterdam”.

Benieuwd te zien, hoe ze dit binnenkort live aan de man zullen brengen! De energie die van deze frontale botsing tussen elektrisch en akoestisch op plaat uitgaat is immers fenomenaal te noemen! Kan dus ook amper tegenvallen, zo lijkt ons…

The Whipsaws

Shut Eye Records

 CD Baby

 

 

RHONDA VINCENT

“Good Thing Going”

(Rounder Records)

(4) J J J J

 

 

Haar eerste wat mindere plaat moest ze nog maken, deze Rhonda Vincent, en, om een lang verhaal kort te maken, als je daarop al zou hebben zitten wachten, dan is je lijdensweg vooralsnog niet ten einde, want ook met “Good Thing Going” presenteert ze zich andermaal als “the first in line” om Alison Krauss te onttronen als de ongekroonde koningin van het bluegrassgenre. Voor de productie van dat album tekende ze zelf met haar broer Darrin. En naast haar vaste kompanen van The Rage trok een hele stoet aan bekende muzikale gasten voorbij om her en der een handje toe te komen steken. Als voornaamsten noemen we hier even de jonge countrygod Keith Urban, de van IIIrd Tyme Out bekende Russell Moore, Jesse McReynolds, stergitarist Bryan Sutton en nachtegaaltje Kathy Chiavola.

“Good Thing Going” heeft dan ook zo ongeveer alles wat je van een moderne bluegrassplaat verwacht. In het uptempo gebrachte materiaal klinkt Vincent werkelijk genadeloos frivool. En in de ballades zorgt ze met haar prachtige stem andermaal steevast voor kippenvel. Goede voorbeelden van sprankelende snelle songs zijn het onweerstaanbare openingsnummer “I’m Leavin’”, een wervelende vertolking van de standard “Hit Parade Of Love” en het door Jerry Salley en Lisa Shaffer gepende “I Gotta Start Somewhere”, met een geweldige Stuart Duncan op de fiddle. Mooie tragen zijn ondermeer het met Keith Urban gedeelde “The Water Is Wide”, “I Give All My Love To You”, een duet met “mooizinger” Russell Moore, en Tommy Pockstallers “I Will You See Again”, een pracht van een afscheidsliedje, waarin een kranig oudje in een tot de nok toe gevulde kerk op ontroerende wijze afscheid neemt van haar overleden wederhelft. Andere topmomenten: de sfeervolle afsluiter “Bluegrass Saturday Night”, het in Western swing gedrenkte “World’s Biggest Fool”, het flink naar traditionele country overhellende titelnummer en het door zalig harmonieerwerk van Kathy Chiavola en Darrin Vincent flink opgewaardeerde stampertje “Just One Of A Kind”.

Laat Alison Krauss haar horizonten dus maar rustig verruimen, met een Rhonda Vincent in deze vorm zitten wij nog wel even goed.

Rhonda Vincent

Rounder Records

 

 

THE FIVE BLIND BOYS OF ALABAMA

“Down In Orleans

(Proper / Rough Trade)

(4,5) J J J J J

 

 

Het is eigenlijk amper te geloven, maar “Down In New Orleans” markeert wel degelijk de eerste reeks opnames die de Five Blind Boys Of Alabama in hun nu toch al zo’n slordige acht decennia overspannende carrière in het bruisende New Orleans maakten. En dat terwijl die smeltkroes van culturen toch al vele lange jaren zo’n voor de hand liggende keuze was geweest. Begrijpe wie begrijpen kan en al zeker na beluistering van dat nieuwe album van de heren. Veel beter worden ze immers amper gemaakt! Het is werkelijk smullen geblazen van de allereerste tot de allerlaatste noot van een heerlijk gediversifieerd album, waarvoor ondermeer de legendarische Allen Toussaint en The Preservation Hall Jazz Band hun diensten aanboden. Geruggensteund verder door lokale topmuzikanten als pianist David Torkanowsky, bassist Roland Guerin en drummer Shannon Powell gaan de Blind Boys hier nog eens lekker ongegeneerd tekeer. Geen ster aan het firmament is veilig voor zoveel vocaal machtsvertoon. En of het daarbij nu gaat om funky spul als “Let’s Make A Better World” en “Free At Last”, om (bluesy) gospel genre “How I Got Over” en “You Better Mind”, streekgebonden materiaal als het losjes uit de pols swingende tweetal “You Got To Move” en “I’ll Fly Away” of  om een aanstekelijke nieuwe versie van een standard als “Down By The Riverside”, het maakt eigenlijk allemaal geen ene moer uit. Misschien moeten we dit album dan ook nu al wel aan ons bestand van kandidaten voor onze eindejaarslijst over 2008 toevoegen. Zo goed? Zo goed indeed!

Proper Records

 

 

KIMMIE RHODES

“Walls Fall Down”

(Sunbird / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Tja, wat moeten we over dit Texaans zangvogeltje nog vertellen? Dat ze ongelooflijk mooi kan zingen, wist je al. Dat ze prachtige, veelal eerder onder de noemer “intimistisch” vallende liedjes in de vingers heeft, vast ook. En dat ze het volste respect geniet van groten der aarde als een Willie Nelson, een Kris Kristofferson, een Billie Joe Shaver en zo ongeveer iedereen met een hart voor Americana singer-songwriters, al evenzeer. Laten we het hier dus maar gewoon even hebben over haar nieuwe CD “Walls Fall Down” zeker? Op dat door haarzelf samen met haar zoon Gabe geproduceerde album doet Rhodes het met negen eigen nieuwe liedjes, het door Rodney Crowell voor haar geschreven “Sex & Gasoline” en covers van de Townes Van Zandt classic “If I Needed You” en de Beatles-hit “The Fool On The Hill”. En daarbij  krijgt ze de hulp van een klein leger aan collega’s. Kieran Goss tekent zo voor wat akoestisch gitaarwerk en wat gezongen bijdragen, Gabe Rhodes is prominent aanwezig op de elektrische, keyboards en harmonica, Brian Standefer doet het op z’n cello, Joe Gracey op de elektrische, Floyd Domino op keyboards, Glen Fukunaga op de bas, John Gardner op drums en percussie-instrumenten en de Last 7 Singers (Mark Smith, Joe Burke, Sue Shearer en Jole Gracey) en Annie Kinsella tenslotte als achtergrondvocalisten.

Het op “Walls Fall Down” gebodene is naar Rhodes-normen behoorlijk divers. Van haar handelsmerk, vederlichte mijmerballades (à la de al genoemde en haar echt op het lijf geschreven Van Zandt-cover “If I Needed You”, de Beatles-interpretatie “The Fool On The Hill” of “Beautiful”), gaat het zo over recht-toe-recht-aan-countryrockertjes (Crowells “Sex & Gasoline”) tot soulvol spul (genre “All In All”), country pur (“I’ve Been Loved By You”) of zalige luister-Americana (“Make The Morning Shine” en het bijzonder sfeervolle, zelfs een weinig mysterieus aandoende “Your Majesty”). Op die manier wordt “Walls Fall Down” een CD waar je echt op elk moment van de dag het nodige plezier kan aan beleven. En meer moet dat voor ons absoluut niet zijn…

Kimmie Rhodes

Sonic Rendezvous

 

 

MILOW

“Coming Of Age”

(Homerun Records / Munich)

(4) J J J J

 

 

Bijzonder hooggespannen verwachtingen hier met betrekking tot dit schijfje. Dé vraag vooraf was, zou Jonathan Vandenbroeck de met zijn voortreffelijke debuutplaat “The Bigger Picture” gemaakte belofte volledig kunnen inlossen. Zeker omdat hem daartoe door het even onverwachte als verdiende succes van “You Don’t Know” plots een pak minder tijd gegund bleek dan vooraf gepland.

Lang had Milow echter niet nodig om zelfs ook maar het laatste beetje twijfel hier resoluut van de tafel te vegen. Meteen van bij openingsnummer “Canada” wordt je duidelijk gemaakt, dat Vandenbroeck allesbehalve een eendagsvlieg is. In dat bijzonder catchy en muzikaal gezien een weinig aan Springsteen herinnerende nummer geeft hij aan één dezer dagen naar het land uit de titel ervan te willen trekken. Vrees echter niet, ’t is niet om er zich te permanent gaan vestigen, maar gewoon om er zijn held Neil Young op te zoeken en hem een paar van zijn nummers voor te spelen. Het begin van een stormachtig succesverhaal als we de beste man zelf geloven mogen. Wat volgt is Milow zoals we hem kennen. “The Deal” en titelnummer “Coming Of Age” zijn emotioneel geladen en behoorlijk persoonlijke nummers. Het ene voorzien van een sfeervolle elektrische gitaarbijdrage en dito pianowerk, het andere gewoon voor zich uit getokkeld op de akoestische, met hier en daar een goede Tom Vanstiphout op de mandoline. En dan is er “Stephanie”. En dat is een liedje, waarbij spontaan in grote neonletters het woord hit in je gedachten gaat oplichten. Weer niet al te ver verwijderd van een Springsteen in goeden doen tackelt het nochtans een eerder somber onderwerp. Met het meisje uit de titel ervan loopt het immers niet goed af.

Nog enkele hoogtepunten zijn het ingetogen “House By The Creek”, een wolk van een luisterliedje met muzikale hoofdrollen voor andermaal Tom Vanstiphout (ditmaal op de mandoline) en Hans Francken (accordeon), de naar Milow-normen aardig rockende eerste single “Dreamers And Renegades”, rootsy afsluiter “Launching Ships” en reality song “Herald Of Free Enterprise”, misschien wel het beste bewijs hier van Vandenbroecks “coming of age” als songsmid. En wat blijkt? De ruwe diamant van ten tijde van zijn eersteling schittert na een eerste bescheiden slijpbeurt alleen nog maar meer.

Te koesteren, dat talent!

Milow

Munich Records

 

 

MICHAEL DEAN DAMRON & THEE LOYAL BASTARDS

“Bad Days Ahead”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Niks “Bad Days Ahead”! De repeat-toets van onze CD-speler weet er ondertussen alles van! Erg straffe plaat, die Michael Dean Damron en zijn begeleiders van Thee Loyal Bastards afgeleverd hebben. Gelijk van bij het op venijnig smoelschuifwerk van David Lipkin en al even weerbarstige snarenescapades van leadgitarist Morgan Geer drijvende “I Love The Rain” wordt je genadeloos de leefwereld van raspstem Damron en cohorten binnengezogen. En daar is het verdomd lekker toeven! De countryrock (“By The Time I Get To Heaven”, “Moonshine”) smaakt er vrijwel constant naar meer. De rootsrock (“Bad Days Ahead”, “Swear To God”) is er al even af. De ballads (“Hallelujah”, “Ghost”) zijn er zonder uitzondering zondermeer bezwerend te noemen. Hier is dan ook maar één advies mogelijk: “Toon je ook eens een loyale bastaard en koop die handel gewoon! En snel ook, als het even kan!”

Michael Dean Damron & Thee Loyal Bastards

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

JASON SPOONER

“The Flame You Follow”

(Jason Spooner / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Het opvallendste nummer op “The Flame You Follow”, de tweede CD van de jonge Amerikaan Jason Spooner, is een hoogst eigenzinnige bewerking van de Talking Heads-klassieker “Slippery People”. “Oei,” denk je dan misschien, “dat klinkt niet goed!” Maar juist het tegendeel is waar. Als we “Slippery People” als het meest in het oog springende liedje aanduidden, dan had dat immers enkel en alleen te maken met de herkenbaarheid ervan. Ook de rest van het materiaal op “The Flame You Follow” is van die aard, dat Spooner er heel wat vrienden mee moet kunnen maken in kringen van bewonderaars van artiesten als Milow, Josh Ritter, James Blunt, Damien Rice en andere gelijkgestemde geesten. Het betreft daarbij veelal eerder ingetogen (pop)liedjes, die zich, volop terend op de stemkwaliteiten van de met een zalige lichthese stem gezegende Spooner, vrijwel meteen knus tussen je oren nestelen. Bij het inkleuren ervan vormden akoestische instrumenten duidelijk het uitgangspunt. Dat weerhoudt er Spooner echter niet van om her en der ook een elektrische gitaar of bas en wat toetsen (Hammond, Wurlitzer) te laten opdraven. Een gegeven dat de uiteindelijke klankkleur van zijn nieuwe plaat alleen maar ten goede komt. Alles klinkt hier immers even warm en aantrekkelijk. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het voorzichtig aan Paul Simon refererende “Spaceship”, dat middels een zoemende staande bas, een lentefris betokkelde akoestische, een subtiel behandeld accordeon, wat Hammond en een streepje mondharmonica uitgroeit tot een loom zomers kuitenbijtertje, dat zó op om het even welke playlist van Radio 1 kan. “All That We Know” van zijn kant doet iets moois met jazz en roots, “Black And Blue” evolueert  net als het titelnummer door een beduidend grotere elektrische inbreng wat meer richting pop en rock, “Hazel” is een fraaie pianoballade, die ondermeer dankzij het fraaie vocale weerwerk van de hier alomtegenwoordige Kim Taylor het label potentiële hit verdient en “Meant To Be” strandt mede door sfeervol dobrowerk van Abbie Gardner en een dito strijkersbijdrage van Tim Carbone in de hoek waar Americana regeert. Al bij al een lekker gevarieerd geheel, dat Spooner in onze kontreien eigenlijk vrij gemakkelijk aan de man zou moeten kunnen brengen. Als iemand als Milow (Volkomen terecht!) een onverwacht grote hit kon scoren met iets als “You Don’t Know”, dan zit er misschien zelfs ook voor Jason Spooner wel meer in…

Jason Spooner

Sonic Rendezvous

 

 

ALLISON MOORER

“Mockingbird”

(New Line Records)

(4) J J J J

 

 

Net als haar oudere zus op haar jongste worp doet ook Allison Moorer het op haar nieuwe “Mockingbird” voornamelijk met covers. In tegenstelling tot Shelby Lynne, die zich voor “Just A Little Lovin’” uitsluitend liet inspireren door de grote Dusty Springfield, beperkt mevrouw Steve Earle zich echter niet tot het werk van één enkel voorbeeld. In een productie van Buddy Miller tackelt ze ondermeer materiaal van June Carter Cash (“Ring Of Fire”), Patti Smith (“Dancing Barefoot”), Nina Simone (“I Want A Little Sugar In My Bowl”), Gillian Welch (“Revelator”), Joni Mitchell (“Both Sides Now”), Ma Rainey (“Daddy, Goodbye Blues”), zus Shelby (“She Knows Where She Goes”) en Julie Miller (“Orphan Train”). Stuk voor stuk sterke madammen met andere woorden, die door Moorer ook op passende wijze worden geëerd. Andermaal bewijst die hier immers één van de allerbeste binnen de huidige Americana scene actieve zangeressen te zijn. En zonder uitzondering zet ze de vertolkte stukken dan ook enigszins naar haar hand. Met name haar onverwachte versie van de Patti Smith classic “Dancing Barefoot”, haar modernisering van de Johnny Cash-hit “Ring Of Fire”, haar lome, bluesy-sensuele lezing van Nina Simone’s “I Want A Little Sugar In My Bowl” en haar met wederhelft Steve gebrachte vertolking van Ma Rainey’s “Daddy, Goodbye Blues” illustreren dat treffend.

Bijzonder straffe kost!

Allison Moorer

 

 

K.D. LANG

“Watershed”

(Nonesuch)

(4) J J J J

 

 

Wat een heerlijke plaat alweer, deze tweede van K.D. Lang voor Nonesuch. Vier lange jaren liet ze ons na het met covers gevulde “Hymns Of The 49th Parallel” op onze honger zitten, maar het wachten is absoluut de moeite waard geweest. Lang, hier voor het eerst zelf de honneurs van producer waarnemend, serveert elf nieuwe eigen songs, die op de keper beschouwd zo ongeveer alle door de Canadese tijdens haar lange carrière al aangedane haltes weer even met een bezoekje vereren. Er is zo een weinig country, een weinig jazz, een weinig croonwerk, een voorzichtige Braziliaanse touch ook. Dat de samenhang van het gebodene allerminst onder die diversiteit te lijden heeft, is uitsluitend de verdienste van Lang zelf. Die klinkt hier relaxter, sensueler ook, dan ooit. En van alle nummers straalt daardoor eenzelfde warme, soulvolle gloed af. Zoeken naar highlights is daarom onbegonnen werk. Van de zwoele, eigentijdse Americana pop van “I Dream Of Spring” tot het onopvallend met wereldmuziek en de Franse taal flirtende “Je Fais La Planche”, van het zomers voorbij huppelende “Coming Home” tot het voorzichtig countryeske “Once In A While” of het zich behaaglijk tegen bossa aanschurkende “Thread”, van de jazzy sleper “Sunday” tot het aflsuitende, een weing old-timey aandoende “Jealous Dog” en alles wat daar tussenin gebeurt, dit is wat ons betreft een klassiek geval van “All killer, no filler!” Een aanrader van formaat dan ook!

(Ook verkrijgbaar in een “Deluxe Limited Edition”! Het betreft daarbij een fraai vormgegeven doosje met naast allerhande prullaria ook een tweede CD met daarop 4 bonus tracks en een interview met Lang.)

K.D. Lang

 

 

CAT POWER

“Jukebox”

(Matador / V2)

(3,5) J J J J

 

 

Chan Marshall aka Cat Power mag zo nu en dan graag een covertje placeren. Zo leverde ze eerder al het toepasselijk getitelde “The Cover Record” af en stal ze onlangs nog de show op de soundtrack bij de Dylan-prent “I’m Not There” met een erg geslaagde vertolking van diens “Stuck Inside Of Mobile (With The Memphis Blues Again)”. Aan haar proefstuk is ze met “Jukebox” dus allerminst toe. En verwonderen doet het ons dus ook al lang niet meer, dat ze er zich met brio op kwijt van de haar zichzelf opgelegde taak, te weten het op eigenzinnige wijze brengen van materiaal van eigen muzikale helden als een Frank Sinatra, een Hank Williams, een James Brown, een Billie Holiday, een Janis Joplin, een Joni Mitchell, de Highwaymen en Bob Dylan. Die laatste valt overigens ook de eer te beurt het onderwerp te vormen van de enige nieuwe song op deze plaat. In “Ode To Bobbie” heeft Marshall het immers over haar eerste ontmoeting met Dylan.

Naar goede gewoonte weer heerlijk onderkoeld soulvol agerend vindt Marshall hier klassiekers als “New York, New York”, “Ramblin’ (Wo)man”, “Song To Bobby”, “Lord, Help The Poor & Needy”, “I Believe In You” en haar eigen “Metal Heart” opnieuw uit. En daarbij weet ze zich bijzonder vakbekwaam geruggensteund door Dirty Delta Blues (Judah Bauer, Gregg Foreman, Jim White, Erik Papparazzi) en illustere gasten als Spooner Oldham, Larry McDonald, Matt Sweeney en Teenie Hodges.

(Ook verkrijgbaar als “Deluxe Edition”. In een klaphoesje bevinden zich dan de oorspronkelijke CD en een tweede schijfje met nog eens vijf covers extra.)

Cat Power

Matador Records

 

 

JACK JOHNSON

“Sleep Through The Static”

(Brushfire Records)

(3) J J J

 

 

Aan een winnende formule sleutel je niet teveel, dat weet ook Jack Johnson en dus wijkt zijn vierde CD so far, afgezien van wat meer elektrische gitaarbijdragen misschien, niet wezenlijk af van voorgangers “Brushfire Fairytales”, “On & On” en “In Between Dreams” en ’s mans bijdragen aan een hele reeks soundtracks. Op dat in Hawaii en Los Angeles voor de volle 100% analoog en op zonne-energie opgenomen album grossiert de “surfer gone pop star” andermaal in relaxte hangmat-popmuziekjes, die zich bij voorkeur laten genieten bij zomerse temperaturen achter een kingsize cocktail of vlak voor het inzetten van de nacht, na een zware dagtaak die geduldig elk beetje leven uit je weggezogen heeft. Wie op zoek is naar wat opwinding, zal aan deze mijmerliedjes over kindjes maken, ze vervolgens opvoeden, de wereld waarin ze terecht zullen komen en dies meer wellicht dan ook geen boodschap hebben. Wie houdt van een rustig popmuziekje op zijn tijd echter juist des te meer. Op de lijzige zang van Johnson zelve, diens gitaargetokkel en het spel van zijn kompanen Adam Topol (drums), Merlo Podlewski (bas) en Zach Gill (toetsen) valt immers maar weinig af te dingen. Net als op de productie van de ooit ook al voor Johnsons eerste CD verantwoordelijke JP Plunier. En het is dan ook zalig wegdromen bij loom voorbij slenterende deuntjes als “While We Wait”, “Monsoon”, “Adrift”, “Same Girl” en “Enemy” en iets vlottere dingen als de radiogenieke popdeuntjes “If I Had Eyes” en “Go On”, het voorzichtig reggae-eske “Hope” of het qua manier van zingen een heel klein beetje aan G. Love herinnerende titelnummer.

Of hij er veel nieuwe zieltjes mee zal winnen, valt nog af te wachten, maar feit is, dat Jack Johnson zijn aanzienlijke fanschare met “Sleep Through The Static” duidelijk op haar wenken heeft willen bedienen en zich zo nu alweer verzekerd weet van een verkoop die in de miljoenen zal lopen. Veel singer-songwriters zullen het hem vanop een afstand vast wel een weinig benijden…

Jack Johnson

 

 

THE COAL PORTERS

“Turn The Water On, Boy!”

(Prima Records / Proper)

(4) J J J J

 

 

Over The Coal Porters wordt nog altijd voornamelijk gepraat in termen van de groep waarin Long Ryders-kopstuk Sid Griffin onderdak vond na het ontmantelen van dat legendarische alt.-country-gezelschap. Maar eigenlijk doe je daarmee zijn kompanen Neil Robert Herd (gitaar), Paul Sandy (bas), Gemma White (fiddle), Hana Loftus (fiddle) en Matt Woolvett (banjo) flink tekort. In zijn eentje zou Griffin (zang, mandoline, autoharp) immers geen plaat als “Turn The Water On, Boy!” kunnen maken. Dat derde album van de Porters is wat je noemt nog eens een echt “team effort”. In het gezelschap van gasten als Chris Hillman (mandoline in “Mr. Guthrie”), Rick Townend (dobro in “Here In The Dock”), Pat McGarvey (lead vocals in datzelfde nummer, banjo elders) en Griffins zes jaar oude dochter Esther Mae (lead vocal in “Butterfly Hearts”) worden twaalf lappen “alt.-bluegrass” opgehoest, die je binnen de kortste keren mee neuriet of met de voet mee tikt. Een rete-aanstekelijk brouwsel van country, old-time en bluegrass is het, wat Griffin en co serveren, waarmee ze hun zorgvuldig verworven cultstatus wederom alle eer aandoen. Al gaan ze natuurlijk wel wat ver als ze zichzelf tot “the world’s first alt.-bluegrass band” uitroepen. Anderen deden dit eerder en wellicht zelfs ook beter. Maar dat is detailkritiek op een uitstekende plaat, die zulks absoluut niet verdient.

Onze luistertips: de buitengewoon mooie, atmosferische cover van Gene Clarks “Silver Raven” en het aan persoonlijke held Woody opgedragen “Mr. Guthrie”.

Sid Griffin

The Coal Porters

 

 

THE HOMETOWN GAMBLERS

“Dypsomania”

(El Toro Records)

(3,5) J J J J

 

 

Tweede van de broers De Caluwé en co en meteen de eerste Belgische rootsplaat van het jaar die het vermocht ons even in hoera-stemming te brengen. Net als hun in 2006 op de wereld losgelaten debuut “Takin’ Care Of Business” verscheen ook “Dipsomania” weer voor het flink aan de weg timmerende Spaanse label El Toro Records. En net als die plaat is het opnieuw een bruisende cocktail van elementen uit honky-tonk, Western swing, rock & roll en rockabilly geworden. As retro as it gets, maar ó zo lekker. En wat meer is, tot aan de rand toe gevuld met eigen materiaal van Yves en Guy De Caluwé en Jurgen Van Poppel. Dat drietal slaagt er wonderwel in om de klok ruim vijftig jaar terug te draaien, zonder daarbij, al was het ook maar heel even, gedateerd te klinken. En op die manier verdien je natuurlijk al gauw een plaatsje in het kielzog van de onvolprezen Seatsniffers. Wie van die groep houdt, doet er goed aan om zo snel mogelijk ook de Hometown Gamblers in de armen te sluiten. Het zal voor beide betrokken partijen een bijzonder lonende bedoening blijken! Van overduidelijk aan de jonge Cash schatplichtige dingen als “Fooling Around” (Heerlijk twangend gitaartje!) of “Cruising Across The U.S.A.” tot harmonicagewijs opzichtig met blues en rockabilly stoeiend spul als openingsnummer “Pretty Baby”, met country kruisbestoven rock & roll (Of was het toch eerder omgekeerd?) genre “Have No Place To Stay”, recht-toe-recht-aan-rockabilly type drinklied “Drunk Tonight” of een heerlijke, op een fanatiek geplukte bas leunende stamper rocker als “Fly Away”, het klinkt gewoon allemaal even lekker en uitnodigend! Zeker even gaan checken dus als ze in de buurt zijn, deze vier. Opwinding en fun gegarandeerd!

The Hometown Gamblers

El Toro Records