ARCHIEF CD-RECENSIES FEBRUARI 2009

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

DREW NELSON “Dusty Road To Beulah Land” - THE GOOD INTENTIONS “Poor Boy” - GURF MORLIX “Last Exit To Happyland” - MICHAEL JEROME BROWNE “This Beautiful Mess” - JOHN TROLLMANN “Ray’s Last Stand” - ERIC RHAME “Timber & Steel” - VARIOUS “Winter Dance Party” - AYNSLEY LISTER “Equilibrium” - BRIAN MOLNAR & THE NAKED HEARTS “Temperance & The Devil” - KIERAN GOSS “I’ll Be Seeing You” - RICHARD LINDGREN “A Man You Can Hate” - VARIOUS ARTISTS “Collectors Choice Vol. 1: Texas Fever & Vol. 2: Campus Boogie” - GRETCHEN PETERS WITH TOM RUSSELL “One To The Heart, One To The Head” - ANA EGGE “Road To My Love” - THE POSSUM HOLLOW BOYS “Introducing The Possum Hollow Boys” - DIANA JONES “Better Times Will Come” - KARA GRAINGER “Grand And Green River” - G.R. HARRISON “Gold, Love Or Trust” - DAO STROM “Everything That Blooms Wrecks Me” - CARLEY WOLF “Set Sail” - LAURIE MCCLAIN “Ascend” - JEFFREY FOUCAULT “Shoot The Moon Right Between The Eyes: Jeffrey Foucault Sings The Songs Of John Prine” - ANNABELLE CHVOSTEK “Resilience” - SHAWN MULLINS “Live At The Variety Playhouse” - JUSTIN TOWNES EARLE “Midnight At The Movies” - LEE PENN SKY “Prelude To Hindsight” - BRENT AMAKER & THE RODEO “Howdy Do!” - CALEXICO “Live From Austin, TX” (DVD) - STAN MARTIN “Love Ain’t That Tough” - CAROLINE DOCTOROW “Another Country” - INNEKE23 & THE LIPSTICK PAINTERS “Charcoal” - VARIOUS “Words & Music Nashville” - PIERCE PETTIS “That Kind Of Love” - TOM GILLAM & TRACTOR PULL “Play Loud…Dig Deep” - DAVE GLEASON “Acoustic Sessions” - TIM EASTON “Live At Water Canyon” - DOUG KEITH “Here’s To Outliving Me” - TODD THIBAUD “Broken” - THE RESENTMENTS “Roselight” - JEFF BLACK “Mining For Gold” - BARRY & HOLLY TASHIAN “Long Story Short” - VARIOUS “The Roots Of Nick Cave” - RAY LAMONTAGNE “Gossip In The Grain” - THE MOLENES “Songs Of Sin And Redemption” - GRAHAM LINDSEY “We Are All Alone In This Together” - STEPHEN SIMMONS “Girls”

 

DREW NELSON “Dusty Road To Beulah Land” (Waterbug)

(4****)

Net als z’n vorige, het goed vier jaar geleden verschenen “Immigrant Son”, is ook “Dusty Road To Beulah”, de nieuwe van Drew Nelson, weer een echt juweel van een singer-songwriterplaat geworden. Een plaat, waarop met veel gevoel wordt verhaald over wat er leeft in de harten van veel van zijn hard werkende landgenoten (“Farmer’s Lament”, “Half A Mile Down”). Een plaat ook, die regelmatig oog heeft voor de leefwereld van de oorspronkelijke inwoners van zijn thuisland (“Grandmother Moon”, “Raindance”).

Voor de productie van “Dusty Road To Beulah” tekende Michael Crittenden. En die zag ondermeer Rachael Davis, Natalia Zukerman, Claudia Schmidt en Trina Hamiln de revue passeren voor wat bijzonder gesmaakte gastbijdragen. De eerste drie droegen al zingend hun steentje bij tot het lekker (roots)rockende “Waiting For The Sun”, de verstilde, gevoelsmatig een weinig aan John Gorka herinnerende Americana van “True And Fine”, het al genoemde countryfolkkleinood “Raindance” en de met een flinke scheut traditionele folk op smaak gebrachte afsluiter “Molly’s Home”, de laatste blies op haar harmonica prijsnummer “Stranger” mee naar ijzingwekkende hoogten.

Warm aanbevolen!

Drew Nelson

Waterbug Records

 

THE GOOD INTENTIONS “Poor Boy” (Boronda)

(3,5****)

“Poor Boy” is het in zowat elk opzicht geslaagd te noemen albumdebuut van het vanuit Liverpool actieve trio The Good Intentions. Op die door Charlie McGovern geproduceerde eersteling dealen R. Peter Davies (zang, akoestische gitaar), Francesco Roskell (gitaren, banjo, harmony vocals) en Gabrielle Monk (percussie, harmony vocals) in behoorlijk tijdloos aandoende Americana, waarin eerder wrange onderwerpen als de dood, wanhoop en verraad regeren. De twaalf nummers erop werden opgenomen in hun thuishaven Liverpool, alvorens in de States onder het waakzame oog van de al genoemde McGovern te worden afgewerkt. En die trommelde daarvoor ondermeer Mike Stinson (drums), Rick Shea (pedal steel, mandoline, dobro) en Rob Douglas (bas) op. Geen wonder dan ook, dat alles hier echt af klinkt. De fraaie driestemmige harmonieën en het bij momenten aardig hoge Byrds-gehalte van veel van Davies’ liedjes doen de rest. Très sympa! En als dusdanig een echte aanwinst voor de afdeling “Americana made in Europe”.

The Good Intentions

Boronda Records

CD Baby

 

GURF MORLIX “Last Exit To Happyland” (Gurf Morlix)

(4****)

 

“Last Exit To Happyland” is ondertussen toch ook alweer het vijfde album van Gurf Morlix. En die lijkt zich met elke nieuwe worp weer wat beter in zijn vel te gaan voelen in zijn “nieuwe” hoedanigheid, die van singer-songwriter met name. “Ik heb mijn stem gevonden en mijn albums blijven alsmaar beter en beter worden,” meent hij daarover ook zelf. En zo is het maar net! De eigenlijke opvolger van het ook al uitstekende “Diamonds And Dust” uit 2007 staat immers echt bol van de hoogtepunten. Het zalig rootsrockende openingsnummer, het een crime passionel verhalende “One More Second” is er meteen zo één. En ook het onmiddellijk in het kielzog daarvan volgende swampy stampertje “Walkin’ To New Orleans” is een regelrecht schot in de roos. Dát de lotgevallen van een inwoner van de Crescent City op z’n weg richting het oog van Katrina beschrijvende liedje zouden wij zelfs de absolute stand-out hier durven te noemen. Al zijn ook het fraaie countrybluesje “Crossroads” en de als eerbetonen aan respectievelijk wijlen Blaze Foley en zijn buddy Ian McLagans overleden vrouw Kim opgedragen kleinoden “Music You Mighta Made” en “Voice Of Midnight” absoluut niet te versmaden. In het eerste van die twee liedjes steekt Barbara “K.” Kooyman, bekend vooral om haar werk bij Timbuk3, vocaal een handje toe, in het tweede doet de onvolprezen Patty Griffin hetzelfde. Haar horen we trouwens ook nog in het vertederende afscheidsliedje “She’s A River” en in het zich in zelfbeklag wentelende “I Got Nothin’” terug. “The Phenomenal Ruthie Foster” van haar kant helpt met haar klaagzangen dan weer het sfeervolle “Drums From New Orleans” een aardig eindje op de goede weg. Samengevat: wederom een uitstekende plaat, deze “Last Exit To Happyland”. Morlix lijkt goed op weg om zichzelf een plaatsje te verwerven tussen al het schone volk, waar hij ooit als producer en/of als muzikant voor in de weer was. En ja, dan hebben we het inderdaad over ronkende namen als Lucinda Williams, Mary Gauthier, Ray Wylie Hubbard, Slaid Cleaves, Robert Earl Keen en vele anderen. Voorwaar geen slecht gezelschap, als je ’t ons vraagt…

Gurf Morlix

CD Baby

 

MICHAEL JEROME BROWNE “This Beautiful Mess” (Borealis)

(3,5****)

Een mooi zooitje inderdaad, dit nieuwe album van de Canadees Michael Jerome Browne. De beste man toont zich daarop een ware grootmeester in zaken blues, country(soul) en R&B. “This Beautiful Mess” koppelt memorabele liedjes aan een pakkende stem en “top notch” muzikale prestaties. Met name de gastbijdragen van Burke Carroll op lap en pedal steel, Ken Pearson op B3 en piano en Michael Ball op fiddle springen daarbij naast Browne’s eigen “chops” in het oor. Het resultaat is ontegensprekelijk top-Americana uit “het verkeerde land”. Top-Americana van een man die wel eens op het punt zou kunnen staan om zijn huidige status van “musician’s musician” definitief te ontgroeien. Aanbevolen aan liefhebbers van de muziek van knapen als een Stephen Bruton, een Delbert McClinton, een John Hiatt en een Randall Bramblett. Of om het met de woorden van bluesman Eric Bibb te zeggen: “The real deal!”

Michael Jerome Browne

Borealis Records

 

JOHN TROLLMANN “Ray’s Last Stand” (John Trollmann)

(3,5****)

“Ray’s Last Stand” is de prima eerste CD van de vanuit havenstad San Pedro in Californië actieve zingende songsmid John Trollmann. Die werd naar eigen zeggen behoorlijk beïnvloed door zo uiteenlopende grootheden als Woody Guthrie, Bob Dylan, de Beatles, Steve Earle, Peter Case, Dave Alvin, Mike Beck en Tom Russell. En met name die laatste, Alvin, Dylan en Guthrie lieten ogenschijnlijk de zwaarste indruk na. Hoe anders verklaren, dat Trollmann vrijwel voortdurend dezelfde muzikale vaarwateren aandoet? En hij doet dat goed! Zowel wat het louter muzikale aspect ervan betreft, als naar inhoud zijn z’n liedjes van ronduit uitstekende makelij. Zijn verhalen nodigen keer op keer opnieuw tot aandachtig luisteren uit en vallen vrijwel meteen op door hun accurate beschrijvingen. En een surplus is zeker ook, dat Trollmann tussen folk, Americana, blues en pop voor elk onderwerp steeds weer de juiste muzikale mood weet te vinden. Met als topmomenten voor ons het in een lekker warm aandoend countrybedje te rusten gelegde titelnummer over een bandje luisterend naar de naam Ray & The Boys, het in een niks minder dan beklemmende sfeer badende en met een behoorlijk cryptische tekst gezegende “Paint You A Picture” – Think Leonard Cohen goes Americana, zoiets… – en het op z’n Dave Alvins verhalende “The Mineral King”. Een interessante nieuwkomer zondermeer!

John Trollmann

CD Baby

 

ERIC RHAME “Timber & Steel” (Bear Grass Records)

(4****)

“Timber & Steel”, het tweede album van de uit Duluth, MN afkomstige singer-songwriter Eric Rhame, is het soort van plaat, waarmee je in kringen van “minnaars van het liedje” gegarandeerd een goede beurt zal maken. Rhame verenigt op die opvolger van “Long Cold Nights” immers andermaal de beste trekjes van legendarische voorgangers als Townes Van Zandt, Guy Clark, John Prine, Chip Taylor en Greg Brown in zich. Hij profileert zich zodoende eens te meer als een meester-verteller, die aan het leven van alledag een schier onuitputtelijke bron voor zijn verhalen heeft. Je zou “Timber & Steel” dan ook kunnen beschouwen als een soort van eerbetoon aan de velen, die in deze complexe tijden nog een eenvoudig bestaan (durven te) leiden. Rhame lijkt ons met zijn warme observaties daarvan als het ware opnieuw in die richting te willen oriënteren. Terug naar de tijd van toen, toen “gewoon nog heel gewoon” was. En daartoe is de door hem gebezigde country-folk setting allicht het best denkbare vehikel. Gevoelsmatig beantwoordt zijn muziek immers volkomen aan het inhoudelijke aspect van zijn liedjes. En dat leidt tot bij momenten echt wel oorstrelend mooi spul. We vermelden hier in dat verband graag even openingsnummer “International Scout”. Dat gematigd optimistisch uit de hoek komende kleinood vergezelt ons iPodgewijs al dagen aan een stuk. Héél mooi!

Eric Rhame

CD Baby

 

VARIOUS “Winter Dance Party” (El Toro / Bertus)

(3,5****)

Voor wie zo nu en dan nog altijd graag een flinke klodder Brylcream door zijn haar mag jagen, staat 2009 ongetwijfeld in het teken van de vijftigste verjaardag van de fatale vliegtuigcrash, waarbij in de winter van ’59 in één klap drie toppers uit het rock & rollgenre het leven lieten. Die van het gespecialiseerde Spaanse platenlabel El Toro Records herdenken die tragische derde februari daarom ook graag met een bijzondere compilatie gewijd aan Buddy Holly, JP “Big Bopper” Richardson en Ritchie Valens. Van alle drie de betrokkenen krijgen we op het toepasselijk getitelde “Winter Dance Party” naast een aantal van hun grootste hits ook flink wat minder evident materiaal voorgeschoteld. Dat zijn bijvoorbeeld enkel speciaal voor hun gemeenschappelijke “Winter Dance Party”-optredens ingesproken radiocommercials en een stel door Ritchie Valens nog als Arvee Allens en door The Big Bopper in de hoedanigheid van kopstuk van respectievelijk The Echoes en The Japetts gebrachte liedjes. Zoals al zoveel El Toro-releases in het verleden ook nu weer vooral voer voor collectors dus, dit aandenken aan het door Don McLean in zijn wereldhit “American Pie” tot “The Day The Music Died” uitgeroepen moment.

El Toro Records

 

AYNSLEY LISTER “Equilibrium” (Manhaton / Bertus)

(3,5****)

Equilibrium betekent in het Engels zoveel als evenwicht. En je zou dan ook kunnen stellen, dat het hier niet zomaar om een lukraak gekozen titel gaat. De jonge Brit Aynsley Lister lijkt met zijn nieuwe plaat immers precies dát te hebben gevonden. Het ideale evenwicht tussen gespierde gitaarbluesrock à la een Walter Trout enerzijds en een wat meer popgeoriënteerd geluid genre een John Mayer anderzijds. En die koerswijziging zou hem op korte termijn wel eens geen windeieren kunnen gaan leggen. Melodieuze eigen songs als het z’n titel de nodige eer aandoende “Soul”, de semi-ballade “What’s It All About” en het lekker relaxt groovende “Forever” en een ingenieuze (rootsy) cover van de Gnarls Barkley-hit “Crazy” – Stukken beter dan het origineel! – blijken immers uitermate radiovriendelijk van aard. Een doorbraak op een wat grotere schaal lijkt ons dan ook enkel nog een kwestie van tijd. In afwachting daarvan kan je Lister alvast dicht bij huis live gaan bewonderen tijdens één van de volgende gigs:

26/02: Crossroads, Olen

01/03: De Bosuil, Weert, NL

15/03: Kid’s R&B Café, Antwerpen

16/05: Highlands Festival, Amersfoort, NL

21/05: Delirium Blues Festival, Handzame

Ainsley Lister

Ainsley Lister op MySpace

 

BRIAN MOLNAR & THE NAKED HEARTS “Temperance & The Devil” (Avenue A)

(3,5****)

“Temperance & The Devil”, oftewel Matigheid en de Duivel, de twee protagonisten uit de titel van de nieuwste van Brian Molnar & The Naked Hearts, staan voor de kaarten met nummers XIV en XV van het tarotspel. Nu zijn wij van nature allesbehalve bijgelovig en dus drong een weinig naslagwerk zich op. Blijkt, dat achter de Temperance-kaart het mooi in balans houden van diverse levenskrachten schuilgaat en achter de Devil-kaart een verpersoonlijking van de levensenergie in ons binnenste – een energie, die maar naar het kwade gaat neigen door onze eigen foutieve interpretatie ervan of door misbruik tout court. Zware kost, niet? En als dusdanig ook heel erg representatief voor wat Molnar en de zijnen hier doen. Muzikaal gezien tappen ze uit dezelfde Americana-, alt. country- en folkrockvaatjes, die in het verleden al door heel wat anderen werden aangeslagen. Denk aan de net elektrisch gegane Dylan met een Americana-randje, zoiets… Vernieuwend is wat ze doen dus zeker niet. De meerwaarde van het gebrachte schuilt ‘m dan ook vooral in Molnars behoorlijk eigenzinnige teksten. Het onderbewuste speelt daarin een bepaald niet onbelangrijke rol. En daarmee nestelt de beste man zich in goed gezelschap als dat van bijvoorbeeld de al genoemde Bob Dylan, een Townes Van Zandt ook of een Kris Kristofferson. Ook met zijn sterk nasale manier van zingen werkt hij trouwens vergelijkingen met Dylan alleen maar in de hand.

Brian Molnar

Avenue A Records

 

KIERAN GOSS “I’ll Be Seeing You” (Music & Words)

(4****)

 

Voor de opnames van zijn nieuwe CD “I’ll Be Seeing You” trok de Ierse singer-songwrier Kieran Goss richting Austin. En dat bleek bij nader inzicht een bijzonder slimme zet. Dat samen met Gabe Rhodes vereeuwigde geheel is immers zondermeer zijn beste tot op heden geworden. “I’ll Be Seeing You” is in z’n totaliteit een wel heel erg goede collectie onder de ruime noemer Americana vallende liedjes. Een aantal daarvan schreef de Ierse bard samen met Kimmie Rhodes. En ook op de hulp van Beth Nielsen Chapman, Brendan Murphy, Sharon Vaughn, Ann Kinsela en Brad Parker mocht hij bij het pennen van zijn deuntjes her en der rekenen. En dat resulteerde in een in al zijn eenvoud werkelijk bloedmooi album. De uitsluitend akoestische begeleiding werd erop beperkt tot het absolute minimum, de samenzang (met Kinsella en Rhodes) is van een ontwapenende schoonheid en de songs zijn pakkender dan ooit tevoren. Raakpunten vertoont “I’ll Be Seeing You” daardoor ondermeer met het werk van die andere Kieran – Kane! – en dat van Bruce Robison. Het is wat ons betreft het voorlopige hoogtepunt op het actief van een artiest, die met het verstrijken van de jaren alsmaar beter lijkt te blijven worden. Hoe kwetsbaarder hij zich in zijn liedjes gaat opstellen, hoe knapper de uiteindelijke resultaten! En ook zijn stem wordt eigenlijk altijd maar beter en beter. Een echte aanrader dan ook, dit schijfje!

Kieran Goss

Music & Words

 

RICHARD LINDGREN “A Man You Can Hate” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4****)

“A Man You Can Hate”, de alweer erg knappe vierde CD van de Zweed Richard Lindgren, is er één die grotendeels leeft van de opvallende kloof, die gaapt tussen haar vorm en haar inhoud. De Scandinavische singer-songwriter laat zich enerzijds mits wat goede wil nog onderverdelen tussen de Bob Dylans, de Steve Forberts, de Bruce Springsteens en de Neil Youngs van deze wereld, iets wat resulteert in een comfortabel, vrijwel te allen tijde wollig warm aandoend geluid – een sound, die werkelijk perfect past bij zijn hese, enigszins verweerd overkomende stem. Maar anderzijds zijn er dan die teksten van ‘m! Niks feel-good stuff hier! Zó somber, zó donker van aard, dat je er af en toe bijna niet goed van wordt. En toch blijven ze je op een vreemde manier uitnodigen om telkens weer terug te komen, de liedjes van Lindgren. Het deed ons een beetje denken aan Costello in zijn beste dagen. Die kon dat ook. En dat is hier ten huize zowat het allermooiste compliment, wat je krijgen kan. De Brit is immers één van de weinigen, waarvoor hier het woord idool uit de kast mag. En misschien wordt Lindgren dat ook nog wel ooit, wie weet… Op basis van echte moordsongs als “Back To Brno”, “Drunk On Arrival”, “Song For Frieda” en “Doubt” zou het alvast perfect kunnen!

Richard Lindgren op MySpace

RootsySonic Rendezvous

 

VARIOUS ARTISTS “Collectors Choice Vol. 1: Texas Fever & Vol. 2: Campus Boogie” (El Toro)

(3,5****)

    

Voor z’n nieuwe reeks “Collectors Choice” heeft het Spaanse label El Toro Records zich tot doel gesteld een schat aan materiaal uit de jaren veertig en vijftig (weer) commercieel beschikbaar maken. Het betreft daarbij een veelheid aan voorheen veelal slechts op schaars verspreide singles, 78-toerenplaten en “acetates” verkrijgbare songs. En daarbij ligt de nadruk vooral op hillbilly bop en boogie, Western swing en rockabilly. Delen 1 en 2, met als respectievelijke ondertitels “Texas Fever” en “Campus Boogie”, bieden telkens twintig van dergelijke goudklompjes aan. En met name verzamelaars zullen daar hun pret niet mee op kunnen. Zij vinden in het meegeleverde booklet bovendien ook nog eens een schat aan waardevolle informatie terug. Anderen zullen wellicht net iets minder snel aangetrokken worden door namen als Ken Marvin (Tweemaal!), Fred Crawford, Leon Tassin en Charlie Stuckey’s Westerners, Hub Sutter & The Hub Cats, de Jacoby Brothers, Al Urban, Alden Holloway & His Prairie Riders, Lucky Hill, Perry Washburn & The Rocky Mountain Canary Boys, Earney Vandagriff, Jimmie Walton, Stoney Calhoun & The Night Owls, Johnny Maxwell & The Rhythmmasters, Jack Cardwell, Walter Scott, Chuck Ray & His Gang, King Sterling & His Blue Grass Melody Boys, Sammie Lee (Samen met één nobele onbekende terug te vinden op “Volume 1: Texas Fever”!), Jimmie Collie, Slim Williams, The Hooper Twins, Leonard Sipes & The Rythmn Oakies (Tweemaal!), Ed Camp, Chuck Kyles & The Excel Country Music Makers, Terry Fell & The Fellers, Al Runyon & The Gateway All-Stars, Betty Coral & Raymond McCollister & His Orchestra, Jack Derrick, Gene O’Quin, Frank Evans & His Top Notchers, Joyce Lowrance & Earney Vandagriff, Don Johnson & The Mountain Wizards, T. Texas Tyler & His Oklahoma Melody Boys, Al Brumley & The Brumley Brothers, Hank Crowe, Tiny Adams en R.D. Hendon & His Western Jamboree Boys (Op “Volume 2: Campus Boogie”!). Feit is alleszins, dat men gezien de respectabele leeftijd van het materiaal met betrekking tot de geluidskwaliteit ervan bij El Toro een uitstekende job heeft gedaan. Het zal de wellicht ook zo al wel een weinig geëxciteerde harten van de collectors onder onze lezers alleen nog maar wat sneller doen slaan. Sympathieke serie zondermeer!

El Toro Records

CD Baby “Volume 1: Texas Fever” - CD Baby “Volume 2: Campus Boogie”

 

GRETCHEN PETERS WITH TOM RUSSELL “One To The Heart, One To The Head”

(Scarlet Letter / Frontera)

(4,5*****)

In jachtige tijden als deze komt een plaat als “One To The Heart, One To The Head” van gelegenheidsduo Gretchen Peters en Tom Russell als een echt godsgeschenk. Een ware oase van rust en goede smaak is het. Daarbij bijgestaan door autoriteit op dat vlak Russell verkent Peters hier haar Western roots. Een omschrijving die onbewust een stuk oubolliger klinkt dan bedoeld. Als geen ander verstaat Peters immers de kunst om verleden en heden als één enkel werkelijk onweerstaanbaar geheel te presenteren. Daartoe covert ze ondermeer Mary McCaslins “Prairie In The Sky”, Bob Dylans “Billy 4”, Ian Tysons “Blue Mountains Of Mexico”, Rosalie Sorrels’ “My Last Go Round”, Townes Van Zandts “Snowin’ On Raton”, Jennifer Warnes’ “Prairie Melancholy”, Stephanie Davis’ “Wolves” en de traditional “Old Paint”. Eigen songs brengt ze niet, wél eentje van Tom Russell. En dat liedje, het volop in de melancholie badende “Guadalupe”, is naar onze bescheiden mening meteen ook één van de absolute highlights hier. Heel mooi, hoe Joel Guzman accordeongewijs de door Peters al op bijzonder fraaie wijze vertolkte gevoelens nog wat meer in de verf zet. Het zijn trouwens überhaupt net die nummers, waarin Guzman acte de présence geeft, die bij ons het meest in de smaak vallen. Andere voorbeelden daarvan zijn het ook al zeer intimistisch ingevulde “Blue Mountains Of Mexico” en de al genoemde Dylan-cover “Billy 4”, waarin Peters en Russell de vocalen netjes delen. En da’s iets, wat in het gros der nummers niet het geval is. Dit is eigenlijk gewoon een Peters-plaat met slechts her en der wat nadrukkelijke Russell-bijdragen. Maar daar kunnen we best wel mee leven, want Peters is zoals algemeen geweten één van de allerbeste, binnen de huidige Americanascène actieve zangeressen tout court. En dat onderlijnt ze hier ruim veertien nummers lang nog eens uitgebreid.

Gretchen Peters

Tom Russell

CD Baby

 

ANA EGGE “Road To My Love” (Grace / Parkinsong / Lucky Dice)

(3,5****)

 

Als Lucinda Williams je liefdevol “the folk Nina Simone” doopt, Shawn Colvin je eloquentie roemt en andere gerespecteerde collega’s als Ron Sexsmith en Nels Andrews je uitnodigen om op hun platen mee te komen doen, dan mag je er wel van uitgaan, dat je goed bezig bent. En dat ís de jonge Ana Egge ook. Ze heeft ondertussen een geheel eigen stijl ontwikkeld, waarin elementen uit zo diverse genres als pop, rock, jazz, folk, blues en soul naadloos in elkaar overgaan. En die hybride was nooit sterker dan op haar zopas verschenen zesde worp “Road To My Love”. Op dat heel erg persoonlijke album werpt “musician’s musician” Egge zich meermaals op als een soort van rootsy antwoord op Joni Mitchell. Diezelfde nauwelijks te peilen cool, diezelfde bezwerende voordracht ook. En dat levert zo menig een hoogstandje op. Het in melancholische gevoelens zwelgende “Carey’s Waltz” is er bijvoorbeeld zo eentje. Fraai, hoe we daarin van achter een biertje deelachtig gemaakt worden aan de verzuchtingen van een net van het front teruggekeerde soldaat. En ook het zich tegen nerveuze gitaren aan schurkende, een niet voor de hand liggende relatie bezingende “Storm Comin’” is een echte beauty. En dan hadden we het nog niet over het fraaie, voortdurend tussen pop, jazz en soul zwevende “More Than A Day”, flink opgewaardeerd met guest vocals van Be Good Tanyas Trish Klein en Frazey Ford, over het uitvoerig in haar eigen familiegeschiedenis grasduinende “Farmer’s Daughter” of over de het geheel afsluitende eigenzinnige lezing van de roots classic “Swing Low, Sweet Chariot”. Bijzonder sterk allemaal!

Ana Egge

Lucky Dice Music

 

THE POSSUM HOLLOW BOYS “Introducing The Possum Hollow Boys” (Bar Dough Music)

(3,5****)

“My Home Is In Chicago (But My Heart’s In Tennessee)”, als een veritabel statement schalt het over een lekker ouderwets honky-tonkritme tijdens het eerste nummer van het CD-debuut van The Possum Hollow Boys doorheen je luidsprekers. En de toon is daarmee gelijk gezet. Het uit Dennis Leise (gitaren, bongo’s, trombone en zang), Casey Stockdon (akoestische en elektrische bassen en zang) en Casey McDonough (elektrische gitaar, piano, drums en zang) bestaande trio leeft immers overduidelijk nog met het hoofd in veel countryvriendelijkere tijden. En hier covers aantreffen van dingen als “Cash On The Barrelhead” van de Louvins, Merle Travis’ “I Am A Pilgrim”, Bill Nettles’ “The Hadacol Boogie” en het wellicht vooral in de uitvoeringen van Gene Autry en Spade Cooley gekende “Sioux City Sioux” wekte bij ons dan ook hoegenaamd geen verbazing. Iets wat dan weer wél gezegd kon worden van het feit, dat de overige acht nummers, stuk voor stuk originelen, moeiteloos dezelfde hoge standaard haalden. Dat was iets, waar je in tijden, waarin je op platen van tot op zekere hoogte vergelijkbare acts als Big Sandy, Wayne Hancock en BR549 steeds langer dient te wachten, alleen maar gelukkig om kon zijn. Dingen als het over een aanstekelijke beat “tonkende” “Heartache 101”, het al genoemde openingsnummer van de plaat, het in een laidback jazzy sfeertje badende “For A Little While”, de hillbilly deluxe van “Lost Without You”, de voor de nodige tranen in je pintje zorgende trage “What Are You Hanging Around For” en het ritmegewijs subtiel met het werk van de jonge Cash flirtende “Never Had Nuthin’” zijn stuk voor stuk voorbodes van een de drie met een brede grijns toelachende stralende toekomst, zo lijkt ons. En ook live zijn ze naar verluidt absoluut onweerstaanbaar. Wie haalt hen zo snel mogelijk eens voor wat optredens naar hier?

The Possum Hollow Boys op MySpace

CD Baby

 

DIANA JONES “Better Times Will Come” (Proper Records)

(4,5*****)

2009 zou op termijn voor Diana Jones wel eens een belangrijk jaar kunnen gaan blijken. Met “Better Times To Come” lijkt ze daartoe alvast het juiste materiaal in handen te houden. Nadat ze met het vrijwel unaniem lovend onthaalde “My Remembrance Of You” uit 2006 en een onder het pseudoniem Byrdjones verschenen samenwerking met Jonathan Byrd de voorbije jaren succesvol afscheid nam van haar sinds de late jaren negentig van de vorige eeuw opgebouwd folkimago, lijkt er nu amper nog iets een doorbraak op wat grotere schaal in de weg te staan. Al moet je met zo’n uitspraak altijd wel oppassen natuurlijk. Jones’ voor velen voornaamste troefkaart is immers tegelijk ook haar kwetsbaarste plek. De Amerikaanse heeft een hoogst aparte stem en zou heus niet de eerste zijn, die daarvoor de rekening gepresenteerd krijgt. Denk in dat verband bijvoorbeeld maar even aan Iris DeMent. Niemand die twijfelt aan haar kwaliteiten en toch kreeg ze nooit echt de commerciële waardering, die ze op basis daarvan méér dan verdiende. Laat ons hopen, dat Jones een beter lot wacht. Ze verdient het, écht wel! Vraag het bijvoorbeeld ook maar een Nanci Griffith of een Mary Gauthier, die zich net als Ketch Secor van Old Crow Medicine Show en Betty Elders graag voor wat hand- en spandiensten voor haar nieuwe schijf lieten inlijven. Griffith van haar kant is van de partij in het melancholisch hoopvolle titelnummer van de plaat en in het nog nadrukkelijk op de old-time-leest geschoeide “Soldier Girl”, Gauthier tekent voor een harmoniërende gastrol in de fraaie ballade “If I Had A Gun”, een door Jones samen met Celeste Krenz, Rebecca Folsom en Liz Barnez gepende beauty. Het zijn slechts drie van de hoogtepunten op een plaat vol daarmee. Jones slaagt er hier immers als geen ander in, om de grenzen tussen genres als Americana, (ouderwetse) country en folk te laten vervagen. En dat er daarbij ook op tekstueel vlak heel wat te beleven valt, wist u als kenner na het beluisteren van voorganger van “My Remembrance Of You” natuurlijk al langer.

Diana Jones

Proper Music

 

KARA GRAINGER “Grand And Green River” (Craving Records)

(4****)

Als je het met iemand over Kara Grainger, een hier vooralsnog zo goed als compleet onbekende Australische singer-songwriter-gitariste, wil hebben, dan kan je het jezelf eigenlijk wel gemakkelijk maken. Gewoon even de namen van Bonnie Raitt en Susan Tedeschi droppen en je gesprekspartner zal ogenblikkelijk behoorlijk precies kunnen inschatten, wat hij van deze werkelijk beeldschone artieste mag verwachten. Net als de genoemde dames beschikt Grainger over een ongemeen soulvolle stem, waarmee ze beurtelings lekker ruig en zeemzoet durft uit te halen. Daarnaast is ze ook al een echte virtuoze op zo ongeveer alles wat snaren heeft. En last but not least: ze schrijft ook nog eens verdomd mooie liedjes ook! Enkele voorbeelden nodig? Probeer dan “What You Wanted” maar eens. Of “Cannot Be Denied”. Of “Dreamed I Was The Devil”. Het eerste een over lekker bar-bluesig pianogepingel van gast Joel Guzman uitgesmeerde R&B-oorwurm, het tweede fraaie ingetogen Americana (met Guzman ditmaal op accordeon), het derde een bij momenten aan iets van pakweg Dr. John herinnerend, maar wat commerciëler getooid swampy New Orleans-bluesje. Maar eigenlijk moet je “Grand And Green River” gewoon in z’n geheel genieten. En liefst meermaals na elkaar ook! Mindere momenten zal je er immers vruchteloos op zoeken. En met “On My Way”, een funky duetje met de onvolprezen Amos Lee, houdt Grainger wat ons betreft zelfs ook een heuse potentiële (radio)hit in handen.

Kara Grainger

 

G.R. HARRISON “Gold, Love Or Trust” (Inbetweens / Clear Spot)

(3,5****)

 

Bijzonder aangenaam verrast werden wij onlangs door “Gold, Love Or Trust”, het debuut van ene G.R. Harrison. Een naam, die ons hoegenaamd niets zei. En dat het daarbij ook nog eens om een Nederlandse rootsmuziekminnaar bleek te gaan, dat hadden we al helemaal niet durven vermoeden. G.R. Harrison is echter gewoon het pseudoniem van Harries zoon, Ruud Gijsen. En die bekoort volop met een fraaie set singer-songwritermateriaal. Bedaard rootsrockend in iets als “100 Miles”, op z’n Tom Waits schurend in “Doc Jag”, “I Cannot Believe” en “Monica”, als storyteller pur sang in het beklemmende “Luckiest Man In Town”, snuivend aan een lijntje country of Americana in “Gold, Love Or Trust” en “At Your Side”, lekker swingend in “Indoor Furniture”. Produceren deed hij het geheel overigens ook gewoon zelf, voor de machtige sound tekende de dezer dagen schijnbaar alomtegenwoordige BJ Baartmans.

G.R. Harrison op MySpace

Inbetweens Records

 

DAO STROM “Everything That Blooms Wrecks Me” (Dao Strom)

(3,5****)

“Everything That Blooms Wrecks Me” is nummer twee op het actief van de in Vietnam geboren, maar in de States getogen zingende liedjesschrijfster Dao Strom. Dat in een alleraardigst handgemaakt envelopje aan de man gebrachte album nam ze op in “de muzikale hoofdstad van de wereld”. Daar, in Austin, vond ze vrijwel zonder zoeken alles wat ze nodig had om een vervolg te breien aan haar lovend onthaalde debuut “Send Me Home” uit 2005. Met de juiste muzikanten te allen tijde binnen handbereik viel het haar absoluut niet moeilijk om andermaal een fraaie reeks uiterst fragiele Americana- en folkpareltjes uit de mouw te schudden. In het kielzog van gerespecteerde collega’s als Gillian Welch, Alela Diane en Patty Griffin verkent ze op welhaast meditatieve wijze thema’s als hartstocht, verlangen en de liefde van haar niet zo alledaagse kantjes. Het resultaat is een schier bodemloos vat aan melancholie, gevuld met een subtiliteit, die doorgaans eerder uitzondering dan regel is. Een echt groeiplaatje!

Dao Strom

CD Baby

 

CARLEY WOLF “Set Sail” (Folded Paws)

(3***)

“Set Sail” is het op 23 april aanstaande officieel te verschijnen volwaardige CD-debuut van de jonge Texaanse Carley Wolf. En haar mag je toch wel een beetje als een vreemde eend in de Lone Star State-bijt beschouwen. De door haar hoogst aparte bohemienne-look sowieso al meteen opvallende zingende liedjesschrijfster blijkt immers ook louter muzikaal gezien een bijzonder kleurrijke verschijning. Liedjes als “Gypsy Soul Blues”, “To Bee” en “Run Into The Sea” doen zo bijvoorbeeld iets moois met elementen uit zigeunermuziek, folk en Americana en zijn echte oorwurmen. Ballads als “Cold Dead Fingers”, “Set Sail” en “Funeral Pyre” anderzijds, stranden ergens in het gouden driehoekje gevormd tussen Gillian Welch, Alela Diane en Neko Case. En gezien onze achtergrond zijn het natuurlijk net die dingen, die ons het meest aanspreken. Al vinden we zeker ook het op een voorzichtig Cash-ritme voorbij schuifelende “Intuition” en het old-time duo “Mine ‘til I’m” en “Rocking Chair” absoluut niet te versmaden.

Carley Wolf

 

LAURIE MCCLAIN “Ascend” (Laurie McClain / CD Baby)

(4****)

Laurie McClain bevestigt met haar nieuwe CD “Ascend” zo ongeveer al het goede, wat we hier al naar aanleiding van één van haar vorige platen meenden te mogen verkondigen. Met veertien nieuwe eigen songs geeft ze ons andermaal redenen te over om haar in één adem met Nanci Griffith en Kate Wolf te noemen. Met haar fluwelen stem betovert ze daarin vrijwel voortdurend. Alsof er een engeltje op je tong piest, zo lekker! Maar dé echte blikvangers op “Ascend” zijn én blijven toch haar teksten. Pure poëzie gewoon! En of ze daar nu haar persoonlijke leefwereld in aandoet, zoals in het introspectieve, aan een droom opgehangen “He Smiled Like An Angel”, dan wel er “de grote boze wereld daarbuiten” in tackelt, zoals in het tegen een fraaie achtergrond van ukelele, banjo, mandoline en fiddle geschilderde “Polyanna”, waarin ze zich vragen stelt bij levensbedreigende issues als abortus en de doodstraf, doet eigenlijk gewoon niets terzake. Het klinkt werkelijk allemaal even mooi en gemeend. Fans van dames als het hoger al genoemde tweetal, Dar Williams, Eliza Gilkyson, Patty Griffin en andere gelijkgestemde nachtegaaltjes zouden daarmee genoeg moeten weten…

Laurie McClain op MySpace

CD Baby

 

JEFFREY FOUCAULT “Shoot The Moon Right Between The Eyes” (Signature Sounds)

(Jeffrey Foucault Sings The Songs Of John Prine)

(5*****)

Het was al op zijn zeventiende, dat Jeffrey Foucault voor het eerst in aanraking kwam met de muziek van John Prine, toen zijn vader op een onbewaakt moment met diens eerste plaat onder de arm thuiskwam. Een op het eerste gezicht misschien eerder banaal lijkende anekdote, ware het niet dat Foucaults leven er in een beslissende plooi zou door vallen. Zo vond hij bijvoorbeeld zijn weg op de gitaar door de songs van de grootmeester na te spelen. En als leermeester voor het vak van songsmid was een beter rolmodel ook al amper denkbaar. Jarenlang zouden de liedjes van Prine als een soort van rode draad door zijn leven blijven lopen. Hij speelde ze tijdens optredens, maar vooral ook op de vele dode momenten daarvoor en erna. En als hij zijn nieuwste, “Shoot The Moon Right Between The Eyes: Jeffrey Foucault Sings The Songs Of John Prine”, een plaat noemt, die hij eigenlijk altijd al had willen maken, dan klinkt dat dan ook zeer aannemelijk. Foucault heeft Prine als het ware “geleefd” en dat hoor je aan elke noot op dit bijzonder fraaie, in een door zijn voornamelijk houten bekleding met een uitzonderlijke akoestiek gezegend directeurskantoor van een ter ziele gegane bank ingeblikte album. Elk van de dertien songs erop – Veertien eigenlijk als we een verborgen bonusje meerekenen! – ademt een zekere magie uit. Het lijkt wel, alsof je er als luisteraar bij bent tijdens één van de vele late night-sessies, waaruit het geheel geboren werd. Foucault raakt absoluut niet aan de legendarische eenvoud van de door hem gekozen liedjes. Met een minimum aan ingezette middelen trekt hij ze op bijzonder respectvolle wijze naar zich toe. Precieuze hulp is er daarbij van Mark Erelli, Peter Mulvey, Kris Delmhorst, David Goodrich, Eric Heywood, Zak Trojano en Annelies Howell. En ook die stellen zich zonder uitzondering volledig ten dienste van het gebrachte liedgoed. Dat laatste is overigens lekker gevarieerd te noemen. Foucault kent het oeuvre van Prine daadwerkelijk zó goed, dat zijn opzet nooit het gevaar loopt in een té voor de hand liggende songkeuze te verzanden. Echte classics als “The Late John Garfield Blues”, “Speed Of The Sound Of Loneliness”, “Storm Windows” en “That’s The Way That The World Goes ‘Round” worden afgewisseld met tal van bij het grote publiek een stuk minder bekende Prine-deunen. Het resultaat is een in veel opzichten verrassend mooi album, dat wat betreft de factor houdbaarheid ervan het werk van de maestro zelve op termijn best wel eens naar de kroon zou kunnen gaan steken.

Jeffrey Foucault

Signature Sounds

 

ANNABELLE CHVOSTEK “Resilience” (Borealis / Linus / True North)

(4****)

Ze mocht voor ons binnen de Wailin’ Jennys dan al niet de meest ronkende naam zijn, toch waren het regelmatig juist haar liedjes, die ons het diepst wisten te raken. En dus keken wij ook reikhalzend uit naar haar eerste teken van leven na haar kortstondige, maar innige relatie met die “supergroep”. En met dát album, het onlangs verschenen “Resilience”, lost Annabelle Chvostek onze – Nochtans hooggespannen! – verwachtingen volledig in. Met de ene introverte beauty na de andere vloerde ze ons al van bij een eerste beluistering compleet. Tedere, bij nader inzicht meer met folk dan met Americana te maken hebbende juweeltjes als het titelnummer en “Runaway Lane”, slow motion country genre “Seven Years”, het samen met huisfavoriete Mary Gauthier gebrachte “Nashville”, het met haar veel bekendere landgenoot Bruce Cockburn geschreven en gedeelde “Driving Away”, enfin, je zegt het maar, het zijn stuk voor stuk redenen om je deze schijf onverwijld aan te schaffen en ze vervolgens intens te blijven koesteren en steeds opnieuw te blijven draaien. De lokroep van sirene Chvostek had alvast precies dát effect op ons! Werkelijk bloedmooi allemaal!

Annabelle Chvostek

Borealis Records

CD Baby

 

SHAWN MULLINS “Live At The Variety Playhouse” (Vanguard)

(3,5****)

Van “Live At The Variety Playhouse” zou je kunnen zeggen, dat het een soort van “live-best of” is. Het is alleszins een mooie carrière-retrospectieve van de man, die hier nog steeds vooral bekendheid geniet als één van de drie Thorns, het ronduit uitstekende trio met verder ook Matthew Sweet en Pete Droge, en als maker van “Lullaby”, ooit ook in Vlaanderen een onverwachte indie-radiohit. Het geheel werd in het voorjaar van 2008 in de Variety Playhouse in zijn woonplaats Atlanta ingeblikt. Een thuiswedstrijd dus voor Shawn Mullins en dat is eraan te horen ook! Bijzonder relaxt en zelfverzekerd blikt hij vooruit op zijn toen nog te verschijnen CD “Honeydew” en tackelt en passant ook een aantal van de bekendste songs op zijn repertoire. En dat gebeurt eigenlijk in twee bedrijven. Zowat de helft van het materiaal wordt gebracht in een elektrische setting, de overige songs stralen in nagenoeg volledig uitgeklede akoestische versies. Enkele hoogtepunten vormen daarbij wat ons betreft de van een flink misleidende titel voorziene messcherpe gitaarrocker “The Ballad Of Kathryn Johnson”, de intens soulvolle ballade “Anchored In You”, het melodieuze “Beautiful Wreck”, ooit nog één van de highlights op ’s mans “9th Ward Pickin’ Parlor”, het van een compleet nieuw arrangement voorziene “Lullaby” en de afsluitende cover van “House Of The Rising Sun”.

Shawn Mullins

Vanguard Records

 

JUSTIN TOWNES EARLE “Midnight At The Movies” (Bloodshot / Bertus)

(4****)

“De zoon van…” maakt met zijn derde release duidelijk, dat hij zijn draai nu wel definitief gevonden heeft. “Midnight At The Movies” is immers een in haar geheel erg sterke plaat en als dusdanig ook geknipte opvolger voor het vrijwel unaniem jubelend onthaalde “The Good Life”. Het album valt vrijwel onmiddellijk op door een amper te overtreffen stilistische rijkdom. Van onderkoelde countrypolitan genre Lambchop in het titelnummer gaat het over soepele swing in “What I Mean To” en relaxte country blues in “They Killed John Henry” gezwind richting verhalende Americana in “Mama’s Eyes”, van de speelse instrumentale “Dirty Rag” al even vlot richting een verbluffend mooie, mandolinegewijs naar een flink wat hoger niveau getilde cover van “Can’t Hardly Wait” van The Replacements en met bluegrass dwepend spul à la “Black-Eyed Suzy”, van onversneden honky-tonk (“Poor Fool”) naar een heerlijk ouderwets aandoende train song (“Halfway To Jackson”), van enkele tot tranen toe bewegende ballades (“Someday I’ll Be Forgiven For This” en “Here We Go Again”) naar een streepje ragtime (“Walkout”). Vroeg of laat komt nagenoeg iedereen hier met andere woorden wel even aan zijn trekken. Bijzonder intrigerend plaatje!

Justin Townes Earle op MySpace

Bloodshot Records

Bertus

 

LEE PENN SKY “Prelude To Hindsight” (Parker’s Records)

(3,5****)

“Prelude To Hindsight” is het solodebuut van de eerder enkel vanuit de veilige schoot van bandjes agerende Amerikaanse singer-songwriter Lee Penn Sky. Pas nadat hij bij het helpen van de inzittenden van een overkop gegane truck zelf het slachtoffer van een levensbedreigend verkeersongeval werd, durfde de man het naar eigen zeggen aan om volop voor eigen roem en glorie te gaan. Dat voorval veranderde zijn leven immers compleet. En daar mogen wij als luisteraars eigenlijk best wel blij om zijn. Lee Penn Sky blijkt immers een echte aanwinst. Hij schrijft mooie, heldere teksten, heeft een alleraardigst (Americana)deuntje in de vingers, speelt puik gitaar en beschikt bovendien ook nog eens over een erg aantrekkelijke stem. Her en der herinnert die laatste een weinig aan die van Adam Duritz van Counting Crows. En ook muzikaal gezien zijn er eigenlijk regelmatig wel wat raakpunten met die groep. Maar voor het merendeel van de songs van Lee Penn Sky dwaalt de blik toch eerder af richting folkicoon Greg Brown en tal van Texaanse voorbeelden genre een Robert Earl Keen, een Steve Earle en wijlen Townes Van Zandt. Bepaald geen kwaad gezelschap, niet? Maar “Prelude To Hindsight” is dan ook een erg knap visitekaartje.

Lee Penn Sky

CD Baby

 

BRENT AMAKER & THE RODEO “Howdy Do!” (Gravewax Records)

(3,5****)

Na wijlen “The Man in Black” nu ook de “Mannen in ’t Zwart”, een vijftal uit Seattle rond de wel bijzonder grofgevooisde spilfiguur Brent Amaker. Een kwintet met een rockverleden met als nieuwe missie de wereld op een “boom-chick-a-boom”-ritme aan de traditionele country te krijgen. En dat bracht hen in een nog recent verleden ook al uitgebreid tot in ons land. Volledig gehuld in het zwart presenteerden Amaker en co zich toen als “the closest thing to heaven”. Cash was niet meer en dan was een alternatief als dit méér dan welkom. En die opvatting is het ook, die blijft overheersen na het beluisteren van hun tweede, “Howdy Do!” Daarop doen Amaker en de zijnen absoluut niets nieuws, maar dat hoefde ook helemaal niet! De combinatie van ’s mans markante diepe stem met wat twangy gitaarwerk en een secure ritmesectie maakt van de songs op “Howdy Do!” andermaal een feest voor het – Bij voorkeur door de nodige alcohol al enigszins benevelde! - oor. Traditionele country regeert hier, al hoor je her en der nog wél, waar de échte roots van Amaker en z’n maats liggen. Maar precies dat bescheiden snuifje rock maakt het misschien juist allemaal nog net iets interessanter. Ook in wat alternatiever ingestelde middens zou The Rodeo daardoor immers wel eens serieus in de smaak kunnen gaan vallen. Laat alvast maar een sixpack of twee aanrukken…

Brent Amaker & The Rodeo

Gravewax Records

CD Baby

 

CALEXICO “Live From Austin, TX” (DVD) (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

“Garden Ruin” wordt algemeen beschouwd als het album, waarmee die van Calexico voor het eerst écht nieuwe horizonten gingen verkennen. De mariachi-trompetten en de strijkers, die op hun vorige schijven nog ó zo nadrukkelijk aanwezig geweest waren, moesten plots plaatsruimen voor een veel meer popgeoriënteerd geluid. Iets wat natuurlijk ook zo z’n invloed had op de voor de groep zo karakteristieke geluidslandschappen. Vandaar dat wij het in eerste instantie ook een beetje vreemd vonden, dat precies Burns & Convertino-opnames uit deze periode de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records haalden. Maar goed, da’s louter een kwestie van smaak natuurlijk. Sterk is het hier over ruim vijf kwartier geserveerde hoe dan ook wél. Maar de klemtoon ligt - Een beetje tegen onze verwachtingen in! - dan ook helemaal niet op het materiaal van “Garden Ruin”. Passeren wél de revue: oude publieksfavorieten als “Convict Pool”, “El Picador”, “Sunken Waltz”, “Crystal Frontier” en andere. Met speciale vermeldingen voor het met Salvador Duran gebrachte trio “Roka”, “Guero Canela” en “He Lays In The Reins”. Voor dat laatste draven overigens ook Iron & Wine-brein Sam Beam en zijn zus Sara op.

Calexico

New West Records

Sonic Rendezvous

 

STAN MARTIN “Love Ain’t That Tough” (Gibraltar Records)

(4****)

Voor al wie één van Stan Martins beide vorige releases bezit, valt er in deze recensie allicht niet veel nieuws meer te rapen. Met “Wicked Heart” en “Cigarettes & Cheap Whiskey” profileerde de beste man zich immers als één van dé interessantste nieuwe country acts in jaren, als iemand om absoluut niet meer uit het oog te verliezen dus. Net zoals bijvoorbeeld ook een James Intveld en een Jim Lauderdale dat doen, vindt hij in zijn muziek het zo ongeveer ideale evenwicht tussen honky-tonk en (country)rock. Heerlijk twangend herinnert hij ook ditmaal weer beurtelings aan Dwight Yoakam, Chris Isaak, Raul Malo en Roy Orbison. Het door hemzelf en de Tremolo Twins geproduceerde “Love Ain’t That Tough” is met z’n elf originelen een plaat die volop teruggrijpt naar de vibrante scène in en om L.A. medio de jaren tachtig. En dat bedoelen we dan als een serieuze aanbeveling!

Zoeken naar de highlights is op een plaat als deze echt onbegonnen werk. Het gaat hier voortdurend crescendo: van lekker naar lekkerder tot lekkerst… Probeer het zelf maar eens en je zal merken, hier is al na één enkele beluistering absoluut geen ontkomen meer aan. Van het nadrukkelijk de hoogdagen van wijlen Buck Owens tot leven wekkende “A Working Man Ain’t Working Out For Me” tot de twangbeladen ballade “Last Night I Cried For You”, van het op stijlvolle wijze een brug tussen country soul en pop slaande kleinood “Blue, Blue Tears” tot de melodieuze countryrocker “Hard Life”, van de werkelijk hartverscheurend mooie sleper “Whiskey Morning Sunrise” tot het met een laagje Western swing afgewerkte “Missing You Blues”, Martins songs hebben het stuk voor stuk gewoon allemaal! En “Love Ain’t That Tough” overtreft wat ons betreft dan ook met lengtes voorsprong de laatste worpen van enigszins verwante geesten als een Dwight Yoakam en de Derailers. Een échte must have!

Stan Martin

CD Baby

 

CAROLINE DOCTOROW “Another Country” (Narrow Lane Records)

(4****)

Voor wie ook maar enigszins vertrouwd is met de medio de jaren zestig van de vorige eeuw florerende folkscène van Greenwich Village houdt de naam Richard Farina wellicht absoluut geen geheimen meer in. De in 1966 op zijn negenentwintigste bij een motorongeval om het leven gekomen Farina is in kringen van connoisseurs door de jaren heen immers altijd een zekere cultstatus blijven behouden. Verantwoordelijk daarvoor waren twee uitstekende platen (“Celebrations For A Grey Day” en “Reflections In A Crystal Wind”), die hij samen met zijn vrouw Mimi, de jongere zus van Joan Baez, maakte. Twee platen, die Farina op de keper beschouwd vooral als een behoorlijk meedogenloze tekstdichter in beeld brachten. En misschien schuilt precies daarin wel een verklaring voor het feit, dat vóór Caroline Doctorow zich nog niemand aan een vergelijkbaar project met uitsluitend songs van de man waagde. Farina’s donkere teksten waren duidelijk geen spek naar allemans bek. Maar bij Caroline Doctorow zijn ze duidelijk wél in goede handen. De maakster van sublieme platen als “Carmel Valley Ride”, “Passing Through Tulsa”, “That Changes Everything” en “Follow You Down” haalt op “Another Country – The Songs Of Mimi And Richard Farina” in een productie van Pete Kennedy echt wel het onderste uit de kan. Haar geweldige stem gekoppeld aan subliem snarenwerk van diezelfde Kennedy en gastbijdragen van onder anderen Nanci Griffith, Happy Traum, John Sebastian, Maura Kennedy en Eric Weisberg staat garant voor één langgerokken, uitermate bevredigende luistertrip. “Another Country” klinkt tegelijk heel erg retro en brandactueel. Farina’s liedjes en teksten hadden zich echt geen betere vertolkers dan het team Doctorow-Kennedy kunnen wensen.

Caroline Doctorow

CD Baby

 

INNEKE23 & THE LIPSTICK PAINTERS “Charcoal” (CoraZong)

(3,5****)

Het kan verkeren! Bredero wist het al en sinds kort ook Ingrid “inneke23” Veerman. De Antwerpse mocht immers enkele maanden geleden zo’n beetje out of the blue een e-mailtje van Walkabouts-kopstuk Chris Eckman ontvangen, waarin die te kennen gaf zó over haar CD “Elephant Crossing” te spreken te zijn, dat hij graag haar volgende worp zou produceren. En zoiets laat een mens zich natuurlijk geen twee keer zeggen!

Eckman, in het verleden ondermeer al als producer aan de slag met Terry Lee Hale, Steve Wynn, Midnight Choir en Willard Grant Conspiracy, slaagt erin om zonder al té nadrukkelijk zijn stempel op de hem door Veerman aangereikte songs achter te laten van “Charcoal” toch een flink wat coherenter geheel dan zijn voorganger te maken. De elf songs erop ademen zonder uitzondering een alternatief countrysfeertje uit. Think Neko Case, Jesse Sykes en aanverwanten! En nogal wat van de liedjes lijken uitermate geknipt voor een lang leven in Radioland. We denken dan bijvoorbeeld aan een hoogst eigenzinnige (Americana)kijk op de Stranglers-hit “No More Heroes”, aan het door Peter Van Velthoven accordeongewijs flink bevleugelde “Star Car” - Een echte oorwurm is dat! - en aan het over een duidelijk door de trademark beat van de jonge Johnny Cash geïnspireerde “I’d Rather Be A Fair Play Loser”.

Prima plaat van eigen bodem!

inneke23 & The Lipstick Painters

CoraZong Records

 

VARIOUS “Words & Music Nashville” (Adroit Records)

(3***)

 

Hierbij hadden we vooraf zoiets van “Waar vallen ze ons nu toch weer mee lastig?” Schrijvers van commerciële countrydeunen, die voor één keer hun eigen ding mogen doen, wie zat daar nu op te wachten…? Maar achteraf bekeken viel het eigenlijk allemaal nogal mee. Het woordje Nashville uit de titel had meer kwaad aangericht dan absoluut noodzakelijk. Sommige van de bijdragen op deze verzamelaar vallen zelfs gewoon onder de noemer top-Americana! Mooi tot zelfs heel mooi vonden wij zo bijvoorbeeld de door Dean Berner van een aangename shot dobro bediende ballade “Heaven Is A Small Town” van Craig Monday, Vince Melameds soulvolle eigen versie van zijn door Trisha Yearwood ooit de hitlijsten ingezongen “Walkaway Joe”, het op een poppy manier bluesy ingevulde “Yeah She Does” van Brendan McKinney, het z’n titel op alle mogelijke manieren alle eer aandoende “Memphis (Ain’t No Place To Lose The Blues)” van Ray Sisk, Lisa Carvers trage “Bullets”, Karleen Watts in alleraardigst (Americana)snarenwerk badende “I’m Not Ready” en vooral ook “Play The One I Like” van Cheley Tackett. Liedjes van dat kaliber zullen allicht precies het gewenste effect op je hebben. Je wordt er immers nieuwsgierig door gemaakt. Je wil van de betrokkenen best nog wel wat meer horen. Mission accomplished dus zeker?

Adroit Records

CD Baby

 

PIERCE PETTIS “That Kind Of Love” (Compass / Music & Words)

(4****)

Wat betreft nieuwe singer-songwriter releases zijn we de jongste weken/maanden uitgebreid aan ons trekken gekomen. De uitstekende nieuwe albums bleven elkaar aan een echte rotvaart opvolgen. Ga maar na! Greg Copeland, Graham Lindsey, Jeff Black, Ralston Bowles, Tim Easton, Rob Lutes, Stephen Simmons, Michael Brennan, Phil Lee,… En we vergeten er vast nog wel enkele! Nu goed, wat er ook van zij, “That Kind Of Love”, de nieuwe van Pierce Pettis, mag je van ons met een gerust geweten ook weer aan dat lijstje toevoegen. In een productie van Garry West en met de nodige muzikale bijstand van onder anderen Stuart Duncan, Andrea Zonn, Reese Wynans, Phil Madeira, Byron House, Kenny Malone, Katie Herzig, Jeremy Lister, Rob McNelley, Todd Phillips en Russ Pahl levert de man met zijn negende naar ons gevoel zijn beste tot op heden af. De twaalf erop gebrachte songs stammen grotendeels uit de eigen koker. Enkel voor het drietal “Nothing But The Wind”, “Talk Memphis” en “Pastures Of Plenty” zocht hij zijn heil bij anderen. Met name bij zijn eigen idolen Mark Heard, Jesse Winchester en Woody Guthrie.

“That Kind Of Love” blinkt als geheel vooral uit door z’n lekker gevarieerd karakter: van rootsy pop op z’n Richard Thompsons in het al genoemde “Nothing But The Wind” over een voorzichtige vrijage met reggae in “I Am Nothing” tot eigentijds soulvolle folk in “Veracruz”, van subtiel (folk)rockwerk in “Lion’s Eye” over de Americana van “You Did That For Me” tot de met een relaxte R&B groove opgewaardeerde cover van Jesse Winchesters “Talk Memphis” en de snarengewijs een aardig eindje richting old-time gestuwde vertolking van Guthries “Pastures Of Plenty”. Dit is dan ook spul, waarin zowat iedereen zich zou moeten kunnen vinden. En dan bedoelen we zowel op muzikaal als op tekstueel vlak.

Pierce Pettis

Compass Records

Music & Words

 

TOM GILLAM & TRACTOR PULL “Play Loud…Dig Deep” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3***)

Wie zo nu en dan graag wat akkoorden op de luchtgitaar mag aanslaan, zit bij “Play Loud…Dig deep”, de nieuwe van rootsrocker Tom Gillam en zijn Tractor Pull, wel goed. De Amerikaan en zijn gabbers trakteren op dat in 2007 en 2008 tijdens hun “Never Look Back”-toernee ingeblikte album op gitaarzwangere, vaak ellenlange versies van eigen songs als “Outside The Lines”, “Rainbow Girl”, “Dallas”, “Shake My Hand” en andere én een met “Nova’s Journey” tot medley verwerkte versie van Michael Nesmiths ‘”The Girl I Knew Somewhere”. Gefocust wordt hier dus meer op het rockbeest in Gillam dan op de singer-songwriter in de man. Het resultaat is een best wel viriel aandoende plaat, waarmee Gillam zo’n vijfendertig jaar geleden ongetwijfeld hoge ogen gegooid zou hebben. Benieuwd, of hij dat nu, in een toch wel compleet ander muzikaal tijdperk, ook zal kunnen.

Tom Gillam

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

DAVE GLEASON “Acoustic Sessions” (Dowload only! – eMusic)

(3***)

Met de EP “Acoustic Sessions”, sinds kort verkrijgbaar als download via eMusic, toont Dave Gleason zich dezer dagen van een geheel andere kant. Zonder zijn Wasted Days, met enkel een akoestische voortdurend binnen handbereik, waadt hij doorheen zes nieuwe songs, waarin de nadruk vrij nadrukkelijk op zijn singer-songwriterkant komt te liggen. Wat meer outlaw, wat minder So. Cal. country rock dan gebruikelijk, zeg maar. Wij zijn alvast benieuwd, of “Open All Night Long”, “If You’re Going Through Hell”, “The Neon And The Wine”, “What Lonely Means”, “Won’t You Please Come Home” en “The Rails Don’t Run Here Anymore” een indicatie vormen voor de door Gleason en co op hun nieuwe CD te bewandelen paden. Dat zouden er dan immers worden, waarop hartzeer en melancholie het panorama nadrukkelijk bepalen.

Dave Gleason

eMusic

 

TIM EASTON “Live At Water Canyon” (New Moon Records)

(4****)

In tegenstelling tot veel van hun in de popsector actieve collega’s voelen singer-songwriters zich doorgaans pas écht goed in hun sas, als ze, daarbij veelal slechts gewapend met een akoestische en in het beste geval ook nog een mondharmonica, voor een handjevol écht geïnteresseerden hun ding mogen doen. De intimiteit van zo’n kleinschalige gig doet velen van hen ogenschijnlijk zodanig veel deugd, dat ze er vrijwel spontaan tot glansprestaties worden door aangespoord. Neem nu bijvoorbeeld een Tim Easton. Zijn studioplaten mogen dan al stuk voor stuk echte juweeltjes zijn, geen van alle komen ze naar ons gevoel zelfs ook maar in de buurt van wat hij tijdens z’n akoestische solo performances ten beste geeft. Ten getuige daarvan is er sinds kort het in een klein zaaltje in het Amerikaanse Yucca Valley ingeblikte “Live At Water Canyon”. Tien nummers lang zingt en speelt Easton daarop letterlijk de sterren van de hemel. Heerlijk ongepolijst, bij momenten enigszins bluesy, maar bovenal héél erg doorleefd allemaal. Eigen nummers als “Special 20”, “All The Pretty Girls Leave Town”, “Baltimore”, “Reliable”, “They Will Bury You”, “Lexington Jail”, “Man That You Need”, “Tired And Hungry” en “Next To You” worden met verve van alle mogelijke overbodige muzikale ballast ontdaan en blijven zo goed als spiernaakt achter. Echt bloedmooi! En dan hadden we het nog niet eens over het ons door Easton gepresenteerde toetje! Dat is een ook al ongemeen knappe uitvoering van het door Sonny Terry en Brownie McGhee gepende “Lose Your Money”. Zalige schijf gewoon!

Tim Easton

New Moon Records

CD Baby

 

DOUG KEITH “Here’s To Outliving Me” (The Cougar Label)

(4****)

“Here’s To Outliving Me” is de eersteling van de ons dus om volstrekt begrijpelijke redenen tot voor kort al even volstrekt onbekende jonge New Yorker Doug Keith. De indruk, die de beste man daarmee maakt, is echter van dien aard, dat we hem niet zo licht meer zullen vergeten. Als singer-songwriter heeft hij zich duidelijk laten beïnvloeden door iconen als een Bob Dylan, een Tom Waits en een Neil Young. Maar zoals een Richard Buckner hem dat bijvoorbeeld al voordeed, slaagt ook Keith er in om zijn helden niet klakkeloos te imiteren, maar hun beste eigenschappen op subtiele wijze stijlvol te integreren in songs die op de keper beschouwd overduidelijk zijn eigen signatuur dragen. De twaalf liedjes, die op die manier ontstaan, zijn behoorlijk tijdloos van aard. Het betreft rootsy pop- en rocksongs, waar je binnen enkele jaren wellicht nog met evenveel plezier zal naar blijven teruggrijpen als nu. Onze luistertips: de uitgebreid enig vroeg gruis op de stembanden etalerende ballade “There Are Days”, de bijna voortdurend op kwikzilveren gitaren balancerende popparel “The West Coast” en het intimistisch opgevatte “Take The Hammer Down, Dear”. Na het aanhoren van dat drietal is er wellicht ook voor jou geen weg meer terug… Zeer knap debuut!

Doug Keith

 

TODD THIBAUD “Broken” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Echt verrassen doet Todd Thibaud al een poosje niet meer, maar dat vormt wat ons betreft absoluut geen bezwaar om toch weer intens van elke nieuwe plaat van ‘m te houden. De beste man weet ondertussen immers als geen ander waar hij goed in is en laat hoegenaamd geen gelegenheid onbenut om ons dat keer op keer opnieuw te tonen. Ook op “Broken” regeren dan ook weer de fraaie melancholisch getinte ballades en de met een snuif heartland of prairie op smaak gebrachte rootsrockertjes. Het verschil met ’s mans eerdere worpen dienen we vooral te zoeken in de manier waarop het materiaal voor deze vijfde studioplaat tot stand kwam. Thibaud trok ditmaal immers gewoon met wat songblauwdrukken studiowaarts en liet zich bij het uitwerken daarvan uitgebreid assisteren door de leden van zijn band. Het resultaat van die handelswijze is een lekker organisch aanvoelend en klinkend geheel, dat werkelijk van de eerste tot de laatste noot weet te bekoren. Vooral het wat meer ingetogen gehouden materiaal (à la een “I Go On”, een “Simple Man” of een “Man That I Am”) is bij momenten echt groots te noemen. Met als absolute uitschieter naar onze smaak het fragiele, met Lori McKenna gebrachte “The Right One”.

Todd Thibaud

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

THE RESENTMENTS “Roselight” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Wij zullen allicht lang niet de enigen geweest zijn, die deze nieuwe van de Resentments met de nodige reserves tegemoet hebben gezien. Jon Dee Graham er niet meer bij, hoe zouden de heren Bruton, Newcomb, Hughes en Chipman met dat verlies omgaan? Zouden ze zijn vertrek überhaupt wel kunnen opvangen? Niets dan vraagtekens vooraf. Maar die bleken op de keper beschouwd volkomen ongegrond. De vier resterende Resentments blijken immers allerminst geïntimideerd door deze nieuwe situatie. Meer nog, ze leveren met “Roselight” gewoon één van hun beste platen so far af. Alle hoeken van het Americana-canvas laten ze ons erop voelen. Aan muzikale variatie hier hoegenaamd geen gebrek! Iets waaraan ook de gesmaakte gastbijdragen van Joel Guzman (accordeon), Johnny Nicholas (harmonica), Donnie Fritts (Wurlitzer) en Malford Milligan (zang) wellicht niet helemaal vreemd zijn. Brutons “What Love Can Do” groeit bijvoorbeeld mede door een accordeonvoorzetje van Guzman uit tot een leuk streepje zomerse rootspop met een Tex-Mex-twist. Hughes’ “Look Up” is vervolgens wat wij “pure pop for now people” zouden willen noemen, het van de Carter Family geleende “Wanderin’ Boy” lijzige Americana van de allerpuurste soort, titelnummer “Roselight” een door Stephen Bruton samen met Alejandro Escovedo geschreven rustige roots rock beaty, “Wish The Wind” een (zeker qua ritmiek) openlijke flirt met “all things New Orleans”, “Struttin’ Yer Stuff” (van Donnie Fritts en wijlen Eddie Hinton) zalige country soul en “Holdin’ On To Nothin’” wat eigentijdse R&B. Om een lang verhaal kort te maken: “Roselight” is een voor eenieder die Americana een warm hart toedraagt niet te versmaden aankoop.

The Resentments

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

JEFF BLACK “Mining For Gold” (Download only! – eMusic)

(4,5*****)

Net als het hier enkele dagen geleden nog onder de loep genomen “Girls” van zijn zingende en liedjes schrijvende collega Stephen Simmons is ook “Mining For Gold”, de nieuwe van Jeff Black, (Vooralsnog?) enkel als download verkrijgbaar. En dat vinden wij als uitgesproken liefhebbers van tastbare geluidsdragers eigenlijk uitermate jammer. Wij mogen immers graag door een tekstboekje bladeren en ons zodoende tijdens het genieten van hun muziek nog wat meer verdiepen in de zieleroerselen van onze idolen. En al zeker als het zulke fraaie worpen als “Mining For Gold” betreft! Dit is Black herleid tot z’n absolute essentie. Just a man and his guitar. Naakter kan haast niet! En mooier eigenlijk al evenmin. Bij momenten krijg je hierbij de indruk, dat Black je vanuit de één of andere hoek van je woonkamer hoogst persoonlijk zit te bedienen. Een intiemere band met je publiek hebben lijkt haast onmogelijk. Bloedmooi gewoon!

Jeff Black

eMusic

 

BARRY & HOLLY TASHIAN “Long Story Short” (Rock-A-Lot Records)

(3,5****)

“Long Story Short”, de zevende van muzikaal echtpaar Barry en Holly Tashian, is wat je noemt een echte “no risk disc”. Een plaat, die je kan kopen zonder enig risico op ontgoocheling te lopen. Het voormalige lid van Emmylou Harris’ Hot Band en zijn eega staan immers sinds al sinds jaar en dag garant voor uitstekende Americana. En dat is ook op “Long Story Short” niet anders. In acht eigen nummers en covers van “The Grey Funnel Line”, “Darkness On The Delta” en “Boogie Woogie Country Line” laten ze heerlijk harmoniërend de grenzen tussen genres als country, bluegrass, folk, (Western) swing, gospel en blues vervagen. En dat levert naar goede gewoonte weer flink wat hoogtepunten op. We noemen in dat verband bijvoorbeeld graag het de twee echt wel op het lijf geschreven en met een aanstekelijke groove gewapende streepje bluegrass “We Don’t Give Up On Love”, het levenslustig swingende “Worry Doesn’t Worry Me”, het middels zalige samenzang een soliede brug tussen folk en bluegrass slaande “The Gry Funnel Line”, de traditionele countrymeezinger “Rockin’ Little Country Girl”, het volop naar het muzikale erfgoed van Bob Wills zaliger lonkende titelnummer en het met een smakelijke snuif country blues gekruide “Honey, Where’s The Money Gone”. Maar ook de andere nummers mogen er absoluut zijn! Om ook hier een lang verhaal kort te maken: “The Long Story Short” is gewoon een prima plaat!

Barry & Holly Tashian

CD Baby

 

VARIOUS “The Roots Of Nick Cave” (Snapper Music)

(3,5****)

 

De “Complete Roots”-reeks van Snapper Music is een serie bijzonder prettig geprijsde hebbedingetjes, die het je toelaten om kennis te maken met dé grote inspiratoren van je idolen. En in de jongste worp van zeven gaat de aandacht daarbij uit naar The White Stripes, The Black Crowes, The Doors, The Byrds, Gram Parsons, Janis Joplin en Nick Cave. En op die laatste willen wij hier en nu even focussen. Op het aan zijn voorbeelden gewijde volume trekken tal van bekende en minder bekende gasten uit genres als rock & roll, country, blues en traditionele folk aan je voorbij. Sommigen daarvan verwachtte je eigenlijk wel, anderen dan weer minder. We overlopen even het lijstje: Carl Perkins (“Blue Suede Shoes”), Big Joe Turner (“Shake, Rattle And Roll”), Little Richard (“Keep A Knockin’”), Gene Vincent & His Blue Caps (“Cat Man”), Screamin’ Jay Hawkins (“I Put A Spell On You”), John Lee Hooker (“I’m Gonna Kill That Woman”), Leadbelly (“Bottle Up And Go” en “Black Betty”), Ella Jenkins (“Wade In The Water”), The Alabama Singers (“Jesus Met The Woman At The Well”), Odetta (“Another Man Done Gone”), Harry Belafonte (“Mourning Song”), Little Willie John (“Fever”), Charlie Gracie (“99 Ways”), Hank Williams (“Lost Highway”), Roy Rogers (“The Streets Of Laredo”), Hobart Smith & Texas Gladden (“Down In The Willow Garden”), Ernest Phillips & His Holiness Singers (“Shine On Me”), Chubby Parker (“King Kong Kitchie Kitchie Ki-Me-O”), Mississippi John Hurt (“Stack O’ Lee”), Dick Justice (“Henry Lee”) en Blind Willie Johnson (“John The Revelator”). Niet enkel leuk om je inzicht te verschaffen in het tot stand komen van de artiest Cave zoals we die nu kennen, maar vooral ook een alleraardigste, uiterst gevarieerde collectie stokoude rootsdeunen.

Snapper Music

 

RAY LAMONTAGNE “Gossip In The Grain” (14th Floor / Warner)

(3,5****)

In de States was deze plaat al wat langer verkrijgbaar, maar nu kan je ze eindelijk ook gewoon hier in de platenrekken vinden. En dat is niet meer dan terecht ook! De nu vijfendertigjarige Ray LaMontagne is immers een echt supertalent. De enigmatische Amerikaan met de Jezus-baard trekt aan de zijde van producer Ethan Johns ook ditmaal weer alle registers open. Maar veel meer dan op de voorgangers van “Gossip In The Grain” doet hij dat hier in soulwateren. Het eerder nog alomtegenwoordige folkelement wordt daardoor regelmatig flink naar de achtergrond verdrongen. Wat minder Bob Dylan of Tim Buckley, wat meer Van Morrison, zeg maar. Al gaan ook vergelijkingen met echte soulgroten als een Sam Cooke en een Otis Redding tot op zekere hoogte wel op. En dat vinden wij nu net het mooie aan deze bijzonder warmbloedig aandoende plaat. Het ene moment lijkt Montagne je ver mee terug in de tijd te nemen, het andere klinkt het allemaal juist heel erg nu. Soul heeft hij te allen tijde gewoon te koop! Bijzonder knappe schijf, vinden wij dit dan ook.

Ray LaMontagne

 

THE MOLENES “Songs Of Sin And Redemption” (The Molenes)

(3,5****)

Naar aanleiding van hun debuut, het in 2006 verschenen “This Car Is Big”, lieten we ons hier al eens behoorlijk positief uit over The Molenes. En hun tweede, het toepasselijk getitelde “Songs Of Sin And Redemption”, nodigt eigenlijk alleen maar uit tot wat dat betreft in herhaling vallen. Gebleven is immers de aantrekkelijk rammelende mix van alt. country en roots rock, die bij momenten bol staat van de verwijzingen naar hier op handen gedragen acts als Son Volt, Wilco in z’n jonge jaren en Steve Earle. En dat is op de keper beschouwd een serieus compliment aan het adres van zanger-gitarist Dave Hunter. Die schreef immers ook alle songs hier, daarbij in zijn teksten vaardig heen en weer laverend tussen bescheiden gevoelens van hoop en in alle stilte de kop opstekende tekenen van het tegenovergestelde daarvan. Het heeft “twang”, het klinkt vrijwel allemaal lekker ongepolijst, er wordt voldoende aandacht besteed aan de door zoveel anderen over het hoofd geziene variatie, enfin, ’t is gewoon lekker tout court. Onze luistertips: de zeer fraaie trage “You Are Not Gone”, het aardig richting traditionele country overhellende “Silver Stars” en het van een intraveneuze shot old-time bediende “Beacom’s Farm”, punkgrass in de waarste zin van het woord.

The Molenes

CD Baby

 

GRAHAM LINDSEY “We Are All Alone In This Together” (Spacebar / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Met zijn twee vorige platen, “Famous Anonymous Wilderness” uit 2003 en “Hell Under The Skullbones” uit 2006, maakte Graham Lindsey hier een zodanig verpletterende indruk, dat we absoluut niets meer van ‘m zouden willen missen. En dat gevoel zal er met ’s mans derde, het zopas verschenen “We Are All Alone In This Together”, zeker niet minder op worden! Twaalf nummers lang bewijst de jonge singer-songwriter daarop immers andermaal, dat alle in het verleden reeds in verband met zijn muziek gemaakte vergelijkingen meer dan terecht waren. Gillian Welch, Bob Dylan, Townes Van Zandt, Vic Chesnutt,… het waren nochtans absoluut niet van de minsten! Maar Lindsey is dan ook een echt übertalent. Zijn enigszins grimmige “folk meets Americana” mag je zondermeer meeslepend noemen. En het materiaal op “We Are All Alone In This Together” misschien zelfs nog net iets meer dan dat op z’n voorgangers. Onder de productionele auspiciën van Steve Deutsch en met verder opvallende bijrollen voor ondermeer Greg Leisz (dobro en pedal steel), Graham Lathrop (eveneens pedal steel), Mike Parsons (mandoline en fiddle) en Tina Lindsey (backing vocals) klinkt Lindsey hier nog poëtischer en oprechter dan voorheen. En dingen als het over een mismoedige banjolijn gedrapeerde titelnummer, het door Greg Leisz in steelgeweeklaag gedrenkte “The Good Life” of de melancholische opener “Tomorrow Is Another Night” behoren wat ons betreft zondermeer tot het beste wat Lindsey al te bieden had. Noem “We Are All Alone In This Together” daarom gerust één van de allereerste écht grote platen van 2009!

Graham Lindsey op MySpace

Sonic Rendezvous

 

STEPHEN SIMMONS “Girls” (Download only! / CD Baby - iTunes)

(4****)

Het recept van Stephen Simmons is, naar we mogen aannemen, ondertussen genoegzaam bekend. De vanuit Nashville actieve singer-songwriter staat voor zo ongeveer alles, waar men in die stad gewoonlijk met een zo wijd mogelijke boog omheen gaat. Zijn muziek is werkelijk ongelooflijk puur van aard. En in zijn bij momenten wonderschone teksten schuwt hij amper een onderwerp. En bovendien beschikt hij ook nog eens over een stem om u tegen te zeggen. Met die aangenaam rauw klinkende rasp van ‘m zou hij zelfs de bijsluiter van een flesje medicamenten tot een fraai liedje kunnen doen uitgroeien.

Van die Simmons is er nu de voorlopig enkel als download verkrijgbare nieuwe CD “Girls”. En op die opvolger van het knappe “Something In Between” uit 2007 en de politiek beladen EP “The Blame’s On U.S.” van vorig jaar klinkt hij heel erg bezadigd. De titels van tal van songs erop an sich geven al aan, dat “the ladies” er een belangrijke rol op spelen. We noemen in dat verband “Oh Allison (Try Again)”, “Hey Shannon”, “Asheville Girl” en “Amanda”. Maar “Girls” heeft als geheel veel meer te bieden dan dat alleen. Aardig universele thema’s als verlossing, de eenzaamheid van een bestaan “on the road”, gebroken harten en katers van diverse aard regeren erop. Diepe gevoelens met andere woorden, die nog expressiever aan bod komen door de spaarzame aankleding van de liedjes. Simmons beperkt zich hier immers tot het betokkelen van zijn akoestische en producer Richard McLaurin vult waar nodig met mondjesmaat aan op pedal steel, dobro, mandoline en dergelijke. Louter muzikaal gezien komt “Girls” daardoor een weinig in het verlengde van “Drink Ring Jesus” te liggen. En da’s eigenlijk best wel vreemd, als je weet, dat flink wat van de songs erop eigenlijk bestemd waren voor het een stuk “voller” klinkende “Something In Between”. Ga daardoor echter vooral niet denken, dat je hier met een collectie overschotjes te maken hebt! Dat is immers absoluut niet het geval! Niet één kneusje staat er op “Girls”! Een zaligheid van een Americana singer-songwriterplaat is het! Wedden dan ook, dat de vergelijkingen met Townes Van Zandt zaliger en de Springsteen van ten tijde van “Nebraska” de man naar aanleiding van “Girls” weldra weer om de oren zullen vliegen?

Stephen Simmons

CD Baby

 

Home