ARCHIEF CD-RECENSIES JANUARI 2008

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Shelby Lynne “Just A Little Lovin’”Willy DeVille “Pistola”Gin Palace Jesters “Roadhouse Riot… And Other Songs With Words” - JW Roy “JW Roy”Marah “Angels Of Destruction!”Billy Joe Shaver “Everybody’s Brother”The Autumn Defense “The Autumn Defense”Drive-By Truckers “Brighter Than Creation’s Dark”Stew Kirkwood “Free To Fly On A String That’s Tied”Dustin Bentall “Streets With No Lights” - Twilight Hotel “Highway Prayer”Joe Whyte “Devil In The Details”Jewly Hight “Darlin’ Understand”Aaron Stout “Queens Live In Caskets”Corb Lund “Horse Soldier! Horse Soldier!”Karl Broadie “One Million Emeralds” - Tift Merritt “Live From Austin, TX” (DVD)Lost Compadres “Dense”Caleb Klauder “Dangerous Mes & Poisonous Yous”Jimmy Norman “Little Pieces”Donovan Woods “The Hold Up”Mark Lennon “Dance Or Cry”Cary Fridley “Down South”The Lucky Tomblin Band “Red Hot From Blue Rock” (CD/DVD)John Dear Mowing Club “John Dear Mowing Club”

 

 

SHELBY LYNNE

“Just A Little Lovin’”

(Lost Highway)

(3,5) J J J J

 

 

Shelby die Dusty doet, een verrassing is het eigenlijk niet echt. Naar aanleiding van zo ongeveer elk van haar platen sinds het in 2000 verschenen en o zo succesvolle “I Am Shelby Lynne” schuwden critici vergelijkingen met La Springfield immers absoluut niet. Van het één moest en zou dan ook het ander komen. Al blijft Lynne zelf er dan ook allemaal erg bescheiden bij. Zij ziet Dusty Springfield vooral als een grote inspiratiebron en niet als iemand met wie je de concurrentie aangaat. “You can’t ever fill her shoes,” aldus de Amerikaanse daaromtrent. Het siert haar.

Nochtans is “Just A Little Lovin’” een uitstekende plaat. Negen van de tien songs erop zijn klassiekers vanop het repertoire van Springfield, het tiende nummer een Lynne-origineeltje, geïnspireerd door haar grote voorbeeld. Bekende deunen als “Anyone Who Had A Heart”, “You Don’t Have To Say You Love Me”, “I Only Want To Be With You”, “The Look Of Love”, “Breakfast In Bed” en andere blijken Lynne echt op het lijf geschreven. Haar naar late night jazz neigende uitvoeringen ervan leven voornamelijk bij de gratie van haar geweldige stem. Zwoeler kan amper!

(Prachtig hoesje overigens ook, gebaseerd op dat van Springfields classic “Dusty In Memphis”.)

Shelby Lynne

Lost Highway Records

 

 

Willy Deville

“Pistola”

(Eagle Records / PIAS)

(3,5) J J J J

 

 

Successen van het kaliber van “Cabretta”, “Le Chat Bleu”, “Coup De Grâce” of “Where Angels Fear To Tread” hebben er voor vriend Willy na het opdoeken van zijn groep Mink DeVille niet meer ingezeten, maar dat heeft er de beste man vooralsnog niet van weerhouden om met enige regelmaat goede tot ronduit uitstekende platen te blijven afleveren. En dat is exact wat hij ook met zijn nieuwste weer doet. Een heerlijk gevarieerd geheel is dat geworden, waarop met het over een lome marching band gedrapeerde en op de overstromingen in New Orleans terugblikkende “The Band Plays On” zelfs één van de allermooiste DeVille-songs ooit prijkt. Samen met de ingetogen country van het van Paul Siebel geleende “Louise”, de Delta funk van “You Got The World In Your Hands”, het daarbij door Josh Sklairs gitaarwerk aangejaagde zalig rootsrockende “So So Real”, het openlijk tussen R&B en reggae twijfelende “Been There Done That” en de aan DeVilles hoogdagen herinnerende tragen “When I Get Home” en “I Remember The First Time” is het één van de vele hoogtepunten op een album dat daar echt vol van staat. Enkel naar het einde toe verslapte onze aandacht een beetje. En dat was te wijten aan “I’m Gonna Do Something The Devil Never Did” en “The Mountains Of Manhattan”, twee bijdragen waarin de verteller in DeVille het even helemaal haalt van de zanger. Die meer gesproken dan gezongen nummers hadden wat ons betreft rustig achterwege mogen blijven. Voor de rest evenwel geen kwaad woord over deze “Pistola”. Het album maakt alvast zeer nieuwsgierig naar de podiumprestaties van DeVille op 13 februari aanstaande in het CC van Brugge, op 16 februari in de Brusselse AB en op 19 februari in het CC Hasselt.

(Officiële releasedatum: 4 februari.)

Willy DeVille

Eagle Records

PIAS

 

 

THE GIN PALACE JESTERS

“Roadhouse Riot

…And Other Songs With Words”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

De nieuwste van de Gin Palace Jesters opleggen komt min of meer overeen met het openklappen van een stel imaginaire saloondeuren, daartoe aangezet door het verscholen in een hoek van dat etablissement uitbundig ten dans spelende huisorkestje. Net als op hun enkele jaren geleden, in 2004 meer bepaald, nog voor het Duitse Rhythm Bomb Records verschenen debuut “Honkytonk Fools” doen zanger-gitarist “Pennsylvania” Dave Sisson en de zijnen het daarop ook ditmaal weer voornamelijk met eigen materiaal. Enkel het van respectievelijk de Louvin Brothers en Buck Owens geleende tweetal “Are You Missing Me” en “Second Fiddle” vormt de spreekwoordelijke uitzondering op de regel. Onder de overige songs prijken vrijwel steeds de namen van Sisson en tweede gitarist Ken “The Mayor” Mottet. Beiden zijn het kanjers in het pennen en brengen van retrogetint spul, waardoor je je ogenblikkelijk weer ergens in het Westen aan het einde van de jaren vijftig gaat wanen. En als dusdanig is de eigen slogan “America’s newest hillbilly sensations!” wel degelijk op zijn plaats. Dit is nog eens country op zijn allerpuurst, compleet met fiddle, banjo, pedal steel en aanverwanten en vooral ook met het hart op de juiste plaats. Wat ons betreft gewoon stukken beter dan wat een in hetzelfde vaarwater actieve, maar wel veel bekendere act als BR549 dezer dagen te bieden heeft. En dat zegt veel…

Gin Palace Jesters

CD Baby

 

 

JW ROY

“JW Roy”

(Munich Records)

(4) J J J J

 

 

Het heeft er alle aanschijn van, dat JW Roy zijn pas met zijn vorige CD “Laagstraat 443” ontdekte moedertaal ondertussen stevig in het hart heeft gesloten. En volkomen terecht ook natuurlijk! Hij mag er dan al zijn kansen op een internationale doorbraak flink mee beknotten, als uitdrukkingsmiddel voor het vertolken van wat er in zijn geest leeft, is er natuurlijk geen beter medium denkbaar. En dus staat ook zijn nieuwe CD weer als een huis. Op zijn best blijft Roy daarop als vanouds in de wat tragere stukken. En dat heus niet enkel omdat zijn ongemeen soulvolle stem daarin het best tot haar recht komt. Luister bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens naar prachtliedjes als het door Rick De Leeuw van een poëtische inleiding voorziene en door Guus Meeuwis mee gezongen “Mijn Vriend”, het bijna misselijk makend mooie “Niet Alleen” of de road song “Tijd”. Heerlijk gewoon, hoe leed en verlangen daarin door Roy op nagenoeg onnavolgbare wijze tastbaar worden gemaakt. En dan is er nog “Ik Weet Dat Jij Er Bent”, waarmee we hier voorwaar zelfs even op onze wensen lijken te worden bediend. Toen we enkele jaren geleden, naar aanleiding van het lichtjes fantastische “Kitchen Table Blues”, wat met de beste man over en weer mailden, drukten we in één van onze briefjes immers de wens uit naar wat meer duetten met Ilse Delange. En dat is precies wat Roy ons met dat liefdesliedje serveert. Als er zoiets als gerechtigheid bestaat, groeit het binnenkort uit tot een kanjer van een hit. Al mag dat lot wat ons betreft ook de sleper “Ik Blijf Bij Jou” best te beurt vallen. Ook daar druipt de bezieling immers weer met beekjes van af.

En wat dan als het er al eens wat steviger aan toegaat? Wel, ook dan valt hier het nodige lekkers te rapen. Openingsnummer “Om Me Heen” is zo een bijzonder catchy zomers rockertje, waarin opvallende gastrollen zijn weggelegd voor ondermeer Roel Spanjers (Hammond), BJ Baartmans (slide), JB Meijers (elektrische gitaar) en Gabriël Peeters (achtergrondzang), het met Rick De Leeuw gepende “Is Het De Regen” leeft van een zorgvuldig opgebouwde ingehouden spanning en het ook al met het Tröckener Kecks-kopstuk gedeelde “Dit Is Echt” stoeit ongegeneerd met lekker luide gitaren en lonkt zodoende behoorlijk opzichtig richting StuBru.

 Al bij al een zoveelste bescheiden meesterwerkje, dit tweede Nederlandstalige album van de sympathieke Roy, die daarmee, als je ’t ons vraagt, wel eens op de drempel naar dat al zoveel langer verdiende succes zou kunnen blijken te staan. Wij gunnen het hem alvast van ganser harte.

JW Roy

Munich Records

 

 

MARAH

“Angels Of Destruction!”

(Munich Records)

(4) J J J J

 

 

Na hun als eerder wisselvallig te bestempelen eindejaarsspurt met de erg sterke EP “Can’t Take It With You…” en het een flink pak minder interessante Kerst-onding “Counting The Days” bewijzen de broertjes Bielanko en co op hun nieuwe volwaardige langspeler “Angels Of Destruction!” met de nodige overtuiging wel degelijk nog lang niet te zijn uitgeteld. Dat album is immers één lange adrenalinestoot, waarop de muzikale pareltjes elkaar werkelijk aan een razend snel tempo blijven opvolgen. En het is dan ook volop genieten geblazen hier. Gelijk van bij het ergens tussen stoelen als rockabilly, blues en roots rock vallende openingsnummer “Coughing Up Blood” grijpen de Bielankos je weer genadeloos bij je nekvel om je pas elf nummers en even veel oplawaaien later weer terug los te laten, zij het dan wel met een dreigend vingertje richting de repeat-toets van je CD-speler. Een dreigement dat je overigens graag voor lief neemt na het horen van heerlijke lappen lillend rauwrood rockvlees als het onder heftige gitaren kreunende “Old Time Tickin’ Away”, het melodieuze, ogenschijnlijk uit de één of andere alternatieve western weggelopen duo “Angels Passing On A Train” en “Wild West Love Song”, de zijn titel alle eer aandoende trage “Blue But Cool”, het tussen iets van Bright Eyes en iets van de Faces twijfelende ingehouden barstampertje “Jesus In The Temple” en de – Wellicht allesbehalve ingecalculeerd! – over een flinke dosis hitpotentie beschikkende king-size-rockertjes “Santos De Madera” en “Angels Of Destruction!”, om er zomaar voor de vuist weg enkele te noemen.

Wat ons betreft is de conclusie met betrekking tot “Angels Of Destruction!” dan ook vlug getrokken. Als je van voorganger “If You Didn’t Laugh, You’d Cry” hield, is ook dit gewoon een must. Iets wat overigens ook van toepassing is, als je de groep nog niet mocht kennen, maar een gezonde dosis (roots) rock op zijn tijd wel weet te waarderen. Très sympa!

Marah

Munich Records

 

 

BILLY JOE SHAVER

“Everybody’s Brother”

(Compadre / Pinnacle / Rough Trade)

(4) J J J J

 

 

Echte honky-tonkhelden, we mogen er zo stilaan een beetje zuinig op beginnen worden, de voorbije jaren vielen ze immers bij bosjes tegelijk. En in die optiek doet het dan ook bijzonder veel deugd om good old Billy Shaver nog eens lekker ouderwets te horen uitpakken op zijn nieuwe CD “Everybody’s Brother”. Op dat door John Carter Cash geproduceerde album komt Shaver Sr. verrassend vitaal uit de hoek. Geflankeerd door gerespecteerde collegae als John Anderson, Marty Stuart, Kris Kristofferson, Tanya Tucker, Bill Miller en Johnny Cash tekent hij zodoende voor één van zijn beste platen in jaren. Van het licht cajuneske, zijn getroubleerde recente huwelijk in Las Vegas bezingende “Rolling Stone” over de met John Anderson gebrachte bluesy stamper “Get Thee Behind Me Satan” tot de met een snuif gospel gekruide ballade “When I Get My Wings”, van het door Marty Stuart mee gestalte gegeven twangertje “Winning Again” over het van wijlen The Man In Black geleende en met Kris Kristofferson gedeelde “No Earthly Good” tot het qua ritmiek volop aan het werk van de betreurde Waylon Jennings herinnerende “You Just Can’t Beat Jesus Christ”, een tête-à-tête met de net al genoemde Cash, het zijn stuk voor stuk dingen die zo op een “Best Of” van Shaver zouden kunnen. En dan vergeten we er ongetwijfeld nog een hele trits! Ons verdict valt logischerwijze dan ook erg positief uit. Kopen! En snel ook! Da’s de boodschap. Misschien inspireert het Shaver er wel toe om snel met nog meer moois op de proppen te komen. En daar kan je als rechtgeaarde liefhebber van het countrygenre nu eens absoluut niets op tegen hebben, zo lijkt ons. En al zeker niet, als het zo goed is als dit.

Billy Joe Shaver

Compadre Records

 

 

THE AUTUMN DEFENSE

“The Autumn Defense”

(Broadmoor / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Van een nevenproject van Wilco hoef je naar aanleiding van een derde plaat allicht niet echt meer te spreken. The Autumn Defense is ondertussen gewoon een volwaardige groep geworden, die haar spilfiguren, John Stirratt en Pat(rick) Sansone, toevallig deelt met dát veel bekendere collectief. Samen met bassist Brad Jones en drummer-percussionist Greg Wieczorek tekenen die twee op de opvolger van “The Green Hour” uit 2001 en “Circles” uit 2003 voor dertien erg fraaie popkleinoden, die zowel muzikaal als gevoelsmatig een weinig herinneren aan het betere werk van acts als Love, Bread, Simon & Garfunkel en tal van andere, hun hoogdagen aan het eind van de jaren zestig, begin jaren zeventig belevende artiesten. Westcoast, jazz, pop en folk vallen elkaar hier vrijwel voortdurend liefdevol in de armen en zorgen er zodoende voor, dat “The Autumn Defense” als geheel niet eens zo ver van Wilco’s laatste strandt. Stirratt en Sansone verdelen daarbij overigens keurig de taken. Zowel wat het schrijven en componeren van de songs betreft, als wat betreft de zangpartijen treden ze elk om beurten in de schijnwerpers of doen ze gewoon alles samen. Gastrollen zijn er voor Nels Cline (gitaar), Jim Hoke (fluit), John Pirruccello (pedal steel), Steve Tyska (diverse blaasinstrumenten), Jennet Ingle (hobo), Joey Barbato (piano) en Chris Carmichael (diverse strijkinstrumenten). En vooral die laatste speelt een erg belangrijke rol. Zijn inbreng zorgt er immers herhaaldelijk voor, dat je geneigd raakt om de term orkestrale kamerpop in de mond te nemen. Klinkt allemaal niet erg spannend, mag je dan misschien denken, maar laat het er je vooral niet van weerhouden om eens kennis te gaan maken met deze nieuwe worp van Stirratt en Sansone en co, je zal het je vast niet beklagen! Hun derde is immers een adembenemend mooie oase van rust. En de weldadige warmte ervan zal je tijdens de ongetwijfeld nog op til zijnde lange winteravonden nog zo menig een keer behaaglijk overvallen.

The Autumn Defense

Broadmoor Records

Sonic Rendezvous

 

 

DRIVE-BY TRUCKERS

“Brighter Than Creation’s Dark”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Wie er ooit mocht aan hebben getwijfeld, of de Drive-By Truckers het vertrek van young god Jason Isbell ooit nog te boven zouden komen, krijgt met “Brighter Than Creation’s Dark” andermaal flink lik op stuk. Dat album moet tegelijk zowat hun meest toegankelijke en beste tot op heden zijn. Ruim vijfenzeventig minuten en negentien tracks lang bewijzen Patterson Hood, Mike Cooley, Brad Morgan, John Neff, Shonna Tucker en special guest Spooner Oldham hier weer hun alsmaar omvangrijker wordende schare fans van de eerste tot de laatste te verdienen. Meer dan om het even welke andere Drive-By Truckers-plaat groeide “Brighter Than Creation’s Dark” tijdens hun semi-akoestische “The Dirt Underneath”-tournee van vorig jaar tot een echt groepsalbum uit. Zowel Patterson Hood, Mike Cooley als Shonna Tucker droegen songs aan, die tijdens optredens door zo ongeveer alle betrokkenen spontaan werden bijgestuurd tot wat ze uiteindelijk op de nieuwe CD zouden worden. En die aanpak heeft duidelijk gerendeerd, want geïnspireerder dan hier klonken de Truckers wat ons betreft nog nooit. En gevarieerder al evenmin. De klemtoon ligt alvast véél minder dan voorheen op het Southern rock-element, dat in het verleden wel eens vaker als een soort van molensteen om hun halzen leek te hangen. Probleemloos switcht men van (alt.)country naar R&B-getint spul, (Southern) rock en andere en laat daarbij niet één enkele steek vallen. Iets wat vrijwel meteen resulteert in een groot aantal instant-favorieten. En daartoe rekenen wij hier alvast het volop aan de Stones in véél betere tijden herinnerende rockertje “3 Dimes Down”, de jachtige, onder venijnige gitaren kreunende Patterson Hood-compositie “The Righteous Path”, het soulvolle, door Shonna Tucker gepende en gezongen “I’m Sorry Huston”, de sympathieke countrystamper “Perfect Timing” en de werkelijk adembenemend mooie trage “Daddy Needs A Drink”, met zijn wel heel erg innemende toetsenwerk van good old Spooner Oldham. Liedjes van dat kaliber zorgen ervoor, dat we deze nieuwe van de Truckers zonder ook maar de minste schroom durven te bombarderen tot dé plaat van het moment. Een aanrader van formaat!

Drive-By Truckers

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

STEW KIRKWOOD

“Free To Fly On A String That’s Tied”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Als er al zoiets bestaat als ideale muziek voor in de wagen, dan moet deze van de jonge Canadees Stew Kirkwood aardig dicht in de buurt komen. Wij sleten de voorbije dagen nogal wat uren “on the road” en raakten daarbij alvast niet uitgeluisterd op zijn “Free To Fly On A String That’s Tied”. Dat album bevat tien uitermate catchy zelfgepende popliedjes, die er ons terloops nog eens even op attent maakten, dat wij hier altijd al een stevige boon hebben gehad voor intelligente popmaestro’s à la een Matthew Sweet, een Marshall Crenshaw of een Don Dixon. En met hen lijkt Kirkwood alvast zijn gevoel voor onmiddellijk beklijvende melodieën gemeen te hebben. Van openingsnummer “The One You Need Now” over het door heftig toetsenwerk van Mark Remple aangezwengelde “Anyone Of Us” of het speels voorbij stuiterende “Soap” tot de je op bedaarde wijze uitwuivende afsluiter “Underneath Your Sun And Moon” en alles wat daar tussenin gebeurt, we kunnen niet zeggen, dat Kirkwood ons, al is het ook maar één keer, echt ontgoochelde. Ergens tussen roots en power pop vond de beste man een geheel eigen niche, waar het, als je ’t ons vraagt, verdomd aangenaam toeven is. (En al zeker onderweg met de wagen…)

Amazon

 

 

DUSTIN BENTALL

“Streets With No Lights”

(Killbeat Music)

(4) J J J J

 

 

Onder het motto “Beter laat dan nooit!” willen we vooral niet nalaten om ook hier even enkele lijntjes te besteden aan “Streets With No Lights”, het ongelooflijk knappe debuut van de zoon van Canadese rocklegende Barney Bentall. Het visitekaartje van die nog prille twintiger blijkt een ware schatkamer aan country rock en Americana. “Americana zoals het bedoeld is,” schreef een lezer ons enkele weken geleden en overschot van gelijk had hij. De songs van Dustin Bentall zijn immers zonder ook maar de geringste uitzondering echte juweeltjes. En dat hij er daarin zonder schroom durft voor uit te komen, wie zijn invloeden waren (Gram Parsons, Neil Young, Steve Earle, e.a.), doet dan ook absoluut niet terzake. Bentall is gewoon zó goed, dat je hem nagenoeg alles zou vergeven. Maar valt er hier eigenlijk wel iets te vergeven? Zowel ’s mans ballades als zijn country- en rootsrockertjes zijn immers buitengewoon lekker. En ook zijn cover van “Helplessly Hoping” van CSN verdient wat ons betreft meteen een lintje. Af gewoon! En dan die zang! Zalig rauw-hees-teder! Meer moet dat voor ons absoluut niet zijn! Canada rules! Andermaal…

Dustin Bentall

Amazon

 

 

TWILIGHT HOTEL

“Highway Prayer”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

Een plaat waar wij hier behoorlijk veel van verwachten is “Highway Prayer”, de door Colin Linden geproduceerde nieuwe van het Canadese echtpaar Brandy Zdan en Dave Quanbury. Op die opvolger van het al onder jubelende kritieken bedolven “Bethune” uit 2006 geeft dat onder de naam Twilight Hotel actieve duo andermaal een geheel eigen invulling aan de term Americana. Luister bij gelegenheid maar eens naar het op bijzonder aanstekelijke wijze tussen rockabilly, R&B en pop heen en weer stuiterende openingsnummer “Viva La Vinyl”, naar het “gloomy” “No Place For A Woman”, naar de werkelijk huiveringwekkend mooie ballade “Impatient Love”, naar het sfeermatig een weinig aan het werk van de Walkabouts verwante titelnummer, naar het twangy “Slumber Queen”, naar het met een fraai streepje accordeon opgewaardeerde grensromantiek “The Ballad Of Salvador & Isabelle”, naar het bijna op z’n Waits cabaretesk aandoende “Shadow Of A Man” of naar de bijzonder pakkende afsluitende sleper “Sand In Your Eyes” en je zal meteen begrijpen, waarom men in verband met dit duo in het verleden her en der al regelmatig de namen van andere markante duo’s als Johnny & June (Cash) en Ian & Sylvia (Tyson) in de mond durfde te nemen. Als er zoiets als gerechtigheid bestaat, dan zal deze in het gezelschap van vaklui als Colin Linden, Richard Bell, Bryan Owings, Gary Craig, Stephen Hodges en Dave Roe ingeblikte schijf straks door velen worden bestempeld als één van dé highlights van 2008. Buitengewoon knap spul!

Twilight Hotel

 

 

JOE WHYTE

“Devil In The Details”

(Bridge & Tunnel Records)

(4) J J J J

 

 

Wat een verdomd lekkere plaat is dit! Kan je maar bitter weinig op tegen hebben! Elf nummers lang grossiert New Yorker Joe Whyte immers in liedjes, die je al meteen vanaf een eerste beluistering ervan niet meer loslaten. Met zijn knappe, een weinig aan Ryan Adams en Jesse Malin herinnerende stem tekent hij voor een trits lappen Americana en alt. country, volop herinnerend aan de hoogdagen van Whiskeytown. Daarbij het ene moment werkelijk hartverwarmend rockend zoals in het door Rob Clores van hemels orgelwerk voorziene “Let Me Down”, “Linden To L.A.” of “Mercury”, het andere zalig gas terugnemend zoals in de in pedal steel gedrenkte en een weinig aan zowel de Jayhawks als aan de al genoemde Adams schatplichtige ballade “Devil In The Details”, het akoestische “No More” of het samen met Kelly McRae gebrachte “Out Of June” presenteert Whyte zich wat ons betreft als dé grote belofte voor de nabije toekomst. Onverwijld aanschaffen en urenlang van genieten is in zo’n geval dan ook de onvermijdelijke boodschap!

Joe Whyte

CD Baby

 

 

JEWLY HIGHT

“Darlin’ Understand”

(Jewly Hight Music)

(3,5) J J J J

 

 

De vanuit Nashville actieve Jewly Hight is allicht geen onbekende meer voor vaste lezers van bladen als Paste en The Nashville Scene. Daarin verschijnen immers op vrij regelmatige basis artikels van haar hand. Wat velen echter niet zullen weten, is dat Hight ook zelf in de eerste plaats een muzikante is. Haar eerste stappen in de muziek zette ze achter een drumstel. Later zou ze evenwel geleidelijk aan evolueren richting een meer prominente rol op het podium. Via het schrijven van songs samen met anderen en het leren bespelen van een gitaar bereidde ze zichzelf in alle rust beetje bij beetje voor op een carrière als singer-songwriter. En nu lijkt haar eigen moment de gloire eindelijk aangebroken. Haar debuutplaat “Darlin’ Understand” is immers een hoogst opmerkelijk visitekaartje. Heeft hoegenaamd niets te maken met wat ons gewoonlijk vanuit Nashville geserveerd wordt. Als referenties zouden eerder een Lucinda Williams, een Tift Merritt of een Julie Miller kunnen dienen. Al willen we daar wel direct aan toevoegen, dat we die namen enkel en alleen opnoemen om het kader te situeren waarbinnen Hight actief is. Wat ze doet laat zich immers maar moeilijk met het werk van anderen vergelijken. Hight is nog eens wat je noemt een original. Voor de veertien songs op haar maiden release liet ze zich bijstaan door schoon volk als Charlie Rich, Jr., Delaney Bramlett, Chad Watson, Todd en Tara Austin, Jason Goforth, Dave Perkins, Dwight McConnell, Bob Nickerson, Joshua Whitaker, Matt Margucci, Jason Howes, Sarah Jahn en Jason Eskridge. Voor de productie ervan tekende ze zelf samen met de al genoemde Bob Nickerson en Chad Watson. Het geeft alleen nog maar meer aan, hoe zelfverzekerd deze Hight wel is. Ze wist bij voorbaat verdomd goed, hoe haar eersteling moest en zou gaan klinken, daar had ze geen anderen voor nodig! “Darlin’ Understand” is dan ook een bijzonder krachtig statement van een artieste die absoluut niet klinkt als een debutante. En of het nu gaat om vette bluesrock à la “Some Things (Gonna Be Left Undone)”, een zich in soul en R&B wentelende semi-trage als “Wheels Come Off”, roots pop genre “Poke Salad”, voorzichtig rockend materiaal type het titelnummer of iets als het met ragtime flirtende “Guilt”, het doet allemaal niet terzake. Hight tackelt zo ongeveer elk genre met evenveel brio. En dat is al een verdienste op zich. Is wat ons betreft dan ook zeker in de gaten te houden, deze met een erg knappe stem gezegende madame!

Jewly Hight

CD Baby

 

 

AARON STOUT

“Queens Live In Caskets”

(Monotreme Records)

(3,5) J J J J

 

 

“Queens Live In Caskets” is het al in 2004 voor het eerst verschenen debuut van de vanuit Brooklyn actieve folkrocker Aaron Stout. Dat wij pas nu wat aandacht aan de man besteden heeft alles te maken met het feit, dat het Britse label Monotreme Records het album zopas opnieuw onder de aandacht bracht. En terecht ook! Stouts eigenzinnige, ergens langs de boord van folk- en alternatieve rockwegen gewortelde verhalen over zijn eigen leven en dromen verdienen het immers ten volle om gehoord te worden. Met name liefhebbers van het werk van andere, hier wel al enige naambekendheid genietende excentriekelingen als M Ward en Cass McCombs zullen er het nodige plezier aan beleven. Wie het meer voor het pure, onversneden spul heeft, zal wellicht iets minder gemakkelijk uit de voeten kunnen met Stouts spielereien, waarvan naast rock en folk ook gospel, aan de late sixties herinnerende psychedelia en hypermoderne elektronica hun aandeel opeisen.

Aaron Stout

Monotreme Records

 

 

CORB LUND

“Horse Soldier! Horse Soldier!”

(Stony Plain)

(3,5) J J J J

 

 

Als een plaat hier al eens wat langer op de schrijftafel blijft liggen dan oorspronkelijk voorzien, dan zegt dat gewoonlijk ook wel iets over de kwaliteit ervan. Meestal betreft het dan inderdaad toch net wat mindere producten. Maar niets is minder waar met betrekking tot “Horse Soldier! Horse Soldier!”, de nieuwe van Corb Lund. Integendeel zelfs! Dat door Harry Stinson geproduceerde schijfje staat garant voor een bijzonder verfrissende kijk op een door velen als extreem oubollig beschouwd genre. Lunds jachtterrein strekt zich immers grotendeels uit over C&W-gronden. Maar de Country & Western Lund style is niet de Country & Western zoals we die kennen van de grijsgedraaide LP’s van onze ouders en grootouders. Lund houdt ervan om het genre met aan andere stijlen ontleende elementen een volledig nieuw elan mee te geven. Zo staat openingsnummer “I Wanna Be In The Cavalry” bijvoorbeeld voor een geslaagd huwelijk met Keltische folk genre The Pogues, zoekt titelnummer “Horse Soldier, Horse Soldier” zijn heil gitaargewijs in de buurt van de zuidelijke grens van de Verenigde Staten, haalt “Lament For Lester Cousins” de mosterd overduidelijk bij de jonge Cash, is “The Horse I Rode In On” één van de mooiste Marty Robbins op het lijf gepende songs die de beste man niet zelf opnam en flirt “A Leader Losing Control” tegelijk met country, rock en Zuid-Amerikaanse ritmes. “Student Visas” is vervolgens dan weer donkere country folk, “What That Song Means Now” heeft iets met de blues, “Hard On Equipment (Tool For The Job)” lijkt zo weggelopen van het repertoire van de Sir Douglas Quintet en doorheen “Family Reunion” waait een frisse bluegrasswind. En als het klassieke C&W-patroon dan toch al eens gerespecteerd wordt, zoals in “My Saddle Horse Has Died”, dan zorgen lekkere blazers alsnog voor een apart tintje. Prima plaatje!

Corb Lund

Stony Plain

CD Baby

 

 

KARL BROADIE

“One Million Emeralds”

(ABC Music / Warner Music Australia)

(3,5) J J J J

 

 

Met zijn debuut “Nowhere Now Here”, de E.P. “Everybody’s Gold” met ondermeer de knappe Townes Van Zandt-cover “Like A Summer Thursday” en het twee jaar geleden verschenen “Black Crow Callin’” wist Karl Broadie hier telkens weer de juiste snaar te raken. De naar Australië uitgeweken Schot toonde zich daarop immers een echte grootmeester in het pennen én brengen van openlijk tussen folk en Americana twijfelende, veelal weemoedig aandoende luisterliedjes. Geen wonder dan ook, dat elk van die drie schijfjes wereldwijd nagenoeg bedolven werd onder de lovende kritieken.

Vraag is maar, of z’n - voor zover wij weten enkel in Australië uitgebrachte - nieuwste hetzelfde lot beschoren zal blijken. Daarop bewandelt Broadie bij momenten immers beduidend meer poppy aandoende wegen. Openingsnummer “Sleepy Head” zou nog wel op één van z’n vorige platen gepast hebben, maar “Only A Moment”, “Chamomille Days” en het bedaard rockende tweetal “Country Bound” en “Painting A Picture”, om zomaar voor de vuist weg enkele voorbeelden op te sommen, zijn duidelijk uit ander hout gesneden. En wij hebben het er eerlijk gezegd een beetje moeilijk mee. Niet dat het slecht is, dat zeker ook weer niet, maar wat eraan voorafging was gewoonweg zoveel beter. Wat niet wegneemt, dat ook “One Million Emeralds” zijn uitstekende momenten kent. Zo onthouden wij naast het al genoemde “Sleepy Head” vooral de lichtvoetige country pop van “Count Your Blessings”, een zonnig duetje met Dianna Corcoran, “Tears”, ook al een duet, ditmaal met de onvolprezen Melanie Horsnell, het ingetogen “Sunday’s Bells”, het veelzeggend getitelde en ook nog volop aan de oude Broadie herinnerende “You Won’t Hear Me On The Radio” en het perfect daarbij aansluitende “The Desert Song” en het afsluitende, werkelijk enig mooie afscheidsliedje “Dear Natalie”. De volledige tweede helft van de plaat met andere woorden. En dat maakt, dat we ook“One Million Emeralds” ondanks alles toch wel weer met enige regelmaat in de CD-speler zullen duwen.

Karl Broadie

 

 

TIFT MERRITT

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Met betrekking tot een aantal van de releases in de New West Records-reeks “Live From Austin, TX” hoorden we her en der wel eens de bedenking formuleren of ze nu echt wel noodzakelijk waren. Vooral dan omdat het opnames betrof van artiesten waarvan al één of meerdere live-CD’s en of –DVD’s bestonden. Benieuwd, hoe men in die kringen op dit aan de lichtjes fantastische Tift Merritt gewijde deeltje zal reageren. Met “Home Is Loud” verspreidde die in beperkte oplage weliswaar zelf al wel een live-CD, maar voor zover ons bekend is dit toch het eerste commercieel beschikbaar gestelde beeldmateriaal van de voormalige Carbines-zangeres. En geloof ons vrij, dat mag gezien! In het gezelschap van een ronduit uitstekend musicerende band bestaande uit Brad Rice (gitaren, zang), Danny Eisenberg (keyboards, zang), Jay Brown (bas, zang) en Zeke Hutchins (drums) trakteerde Merritt (zang, gitaren, Wurlitzer) de op 20 oktober 2005 voor Austin City Limits uitgerukte aanwezigen op een 58 minuten durende, tien songs omvattende bloemlezing uit haar twee tot op heden verschenen studioplaten “Bramble Rose” en “Tambourine”. Van haar debuut bracht ze “Virginia, No One Can Warn You”, “Supposed To Make You Happy”, “Neighborhood” en “When I Cross Over”, van “Tambourine” “Stray Paper”, “Ain’t Looking Closely”, “Still Pretending”, “Good Hearted Man”, “I Am Your Tambourine” en “Shadow In The Way”. Op de keper beschouwd absoluut niks nieuws onder de zon hier dus, maar dat kan de pret wat ons betreft absoluut niet drukken. En dat is dan vooral te wijten aan de ravissante Merritt zelve, die zich ontpopt tot een bijzonder innemende podiumpersoonlijkheid, iets wat we op basis van haar studioplaten eigenlijk niet echt van haar hadden verwacht. Knap om te zien, hoe ze in de rockende songs helemaal ontploft, om vervolgens in wat rustigere nummers weer helemaal haar eigen vertrouwde soulvolle zelf te hervinden. Het maakt deze DVD wel héél erg de moeite waard. Doe er dus ook vooral je voordeel mee, zouden wij zeggen…

(By the way, “Another Country”, de nieuwe van Merritt, verschijnt op 26 februari 2008.)

Tift Merritt

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

LOST COMPADRES

“Dense”

(Buntspecht)

(3,5) J J J J

 

 

Hun eerste gemeenschappelijke stappen zetten zanger-gitarist Robert Tauber en de zijnen circa 2003. Tauber, Phlo Kraemmer (drums, keyboards, mondharmonica, zang), Thomas Faustmann (gitaar, backing vocals), Kurt Schmutzer (bas) en Peter “Woody” Hoppa (pedal steel, dobro) wilden in eerste instantie hun gedeelde voorliefde voor Americana en country vertalen naar een project, dat het hen zou toelaten om het werk van artiesten als een Guy Clark, een Townes Van Zandt en veel van hun geestesverwanten te introduceren bij een grotendeels onwetend Oostenrijks publiek. Maar dat was toen en dit is nu. De tijd bleef natuurlijk niet stilstaan en het vijfmanschap uit Wenen heeft zich ondertussen flink ontwikkeld. Ze zijn zelfs doorgegroeid tot de enige echte country-ambassadeurs van hun land. En een debuutalbum kon dan ook niet langer uitblijven. Dat album, “Dense”, blijkt een logisch vervolg op een door ons eerder al liefdevol in de armen gesloten in beperkte oplage uitgebracht EP’tje. Ook op hun eerste volwaardige langspeler herinneren de Lost Compadres ons muzikaal gezien immers regelmatig aan de Bastard Sons Of Johnny Cash. Zeker als ze zich zoals in het aanstekelijke “Find Myself” behoorlijk nadrukkelijk in het kielzog van wijlen The Man In Black wagen. Maar ook in dingen als de volop van Hoppa’s steelwerk profiterende trage “So Much Between Us”, de bedaarde, melodieuze Americana van “Full Moon” of wat nadrukkelijker door gitaren bevolkte rockertjes als “Sunday Pickin’” of “My Family”. De leukste songs zijn wat ons betreft deze die het dichtst bij traditionele country aanleunen. We hebben het dan ondermeer over het al eerder genoemde “Find Myself”, het aanstekelijke “Frank” en het aan een aardige snelheid het station voorbij denderende “L&N Blues”.

Al bij al een erg geslaagd debuut. En zeker ook een serieuze aanwinst voor de Europese Americana scene, deze Lost Compadres.

Lost Compadres

 

 

CALEB KLAUDER

“Dangerous Mes & Poisonous Yous”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Deze plaat was de voorbije dagen nauwelijks nog uit de buurt van onze CD-speler weg te slaan. Het betreft hier de tweede van de in onze kontreien vooral om zijn werk met de Foghorn Stringband bekende Caleb Klauder. Op die opvolger van zijn al in 2000 verschenen solodebuut “Sings Out” bestrijkt die Klauder nogal wat terrein. Van honky-tonk (“Can I Go Home With You” en “Who’s Shoulder Will You Cry On”) tot old-time (“This Old Song”), van Western swing (“Sick, Sad And Lonesome” en “It’s All Your Fault”) tot bluegrass (“Innocent Road”), van Cajun (“New Shoes” en “Hard Times”) tot mountain music Appalachian style (“Talk To Your Heart”) of R&B (“Rockin’ Years” en “The Price You Pay”), in het gezelschap van vrienden als Betse Ellis van The Wilders (fiddle, zang), Stephen “Sammy” Lind (fiddle, gitaar, zang), Paul Brainard van Richmond Fontaine (elekrische en steelgitaar, dobro), Ned Folkerth (drums), Jesse Emmerson (bas), Ralph Huntley (piano), Kevin Sandri (bas) en Lewi Longmire (piano) brengt Klauder (zang en gitaar) ze allemaal even gepassioneerd en even heerlijk authentiek. Daardoor groeit “Dangerous Mes & Poisonous Yous” uit tot een echte kluif voor liefhebbers van traditioneel rootsmateriaal. In tegenstelling tot wat je na het voorgaande zou kunnen denken is het trouwens een behoorlijk coherent geheel. Vooral Klauders enigszins lijzige zang lijkt voor die samenhang verantwoordelijk. Wat een prachtige, lichthese stem heeft die man toch! En een uitstekende pen bovendien ook! Het merendeel van de songs hier (Zeven van de twaalf!) is immers van eigen hand. Covers van materiaal van ondermeer Ray Price, Kitty Wells en Dolly Parton & Porter Wagoner vullen het geheel aan.

Erg knap spul!

Caleb Klauder

CD Baby

 

 

JIMMY NORMAN

“Little Pieces”

(Wildflower / Rykodisc / Rough Trade)

(3,5) J J J J

 

 

Even geslaagde als onverwachte comebackplaat van de man die in 1964 tijdens een opnamesessie met Irma Thomas quasi terloops de tekst schreef voor “Time Is On My Side”, een nummer, dat later zoals bekend zou uitgroeien tot een heuse wereldhit voor de Rolling Stones. Zijn talenten als songwriter zouden Jimmy Norman door de jaren heen trouwens überhaupt geen windeieren leggen. Zo zou hij verder ondermeer ook nog samenwerken met muzikale grootheden als Bob Marley, Jimi Hendrix, Lou Rawls, Lloyd Price, Johnny Nash, Jerry Lee Lewis, Solomon Burke, Marvin Gaye, de Temptations, Ben E. King en Ike & Tina Turner. En dan was hij vanaf de vroege jaren zeventig natuurlijk ook nog actief als leadzanger van de Coasters.

Op zijn eerste nieuwe CD voor eigen rekening in meer dan twintig jaar is die Norman nu in de weer met een veelheid aan verschillende stijlen. Naast de te verwachten dosis soul en R&B laten zich verder ondermeer ook sporen van folk, jazz, blues en swamp rock aanwijzen. Zelf noemt Norman wat hij doet op “Little Pieces” trouwens “swamp funk”. En dat is al bij al niet eens zo’n kwade omschrijving. Door zijn heerlijk soulvolle voordracht belandt het rockaandeel in zijn liedjes immers vrijwel steeds behoorlijk snel ergens op de achtergrond. Naast een obligate (Maar wel héél erg mooie!) rootsy eigen versie van “Time Is On My Side” bevat “Little Pieces” nog tien verdere staaltjes van het immense schrijftalent van Norman. In een productie van Kerryn Tolhurst groeien “Only Time Will Tell” en “Miracle Worker” zo bijvoorbeeld uit tot bijzonder broeierige soulslepers, is “Back Home” een zalig streepje bedaarde swamp rock, herinnert “Telling Me Lies” muzikaal gezien een beetje aan de blues op z’n Robert Crays, doet het titelnummer iets moois met folk en soul en vat het sexy met de kont schuddende “Caught Up” misschien nog het best samen wat Norman zelf met z’n omschrijving “swamp funk” bedoelde. “The Truth” twijfelt dan weer op aanstekelijke wijze tussen rock en R&B en wordt terloops blazersgewijs van een shot New Orleans bediend en “Coming From Truth” lonkt mede dankzij gloedvol toetsenwerk wat nadrukkelijker richting (Southern) rock en zwetende lijven.

Jimmy Norman

Wildflower Records

Rykodisc

 

 

DONOVAN WOODS

“The Hold Up”

(Sunny Lane Records)

(3,5) J J J J

 

 

“The Hold Up” van de jonge Canadees Donovan Woods is het soort van plaat waarvoor je in kringen van liefhebbers van knapen als een Damien Rice, een Josh Ritter en een James Blunt vast wel het één of andere luisterbereide oor zal vinden. Een heerlijk intimistische, nergens té nadrukkelijk naar commercieel succes lonkende affaire is het, waarop Woods zich introduceert als een bijzonder interessante nieuwkomer, zowel wat betreft zijn voordracht, als wat betreft zijn liedjes. In folk en pop vindt hij de ideale voedingsbodem voor zijn gelijk al vanaf de eerste luisterbeurt boeiende songs. Dat zijn vrijwel zonder uitzondering erg charmante, tot herhaaldelijke beluistering uitnodigende kleinoden, die zich wat ons betreft bij voorkeur in de late uurtjes laten genieten, als de weldoende intimiteit van een koptelefoon nog ruimschoots volstaat om je heel even helemaal van de wereld te isoleren. We willen je van hier uit dan ook graag uitnodigen om bij gelegenheid eens even met deze Woods kennis te maken. Dat kan bijvoorbeeld via zijn MySpace-pagina, waar je met het heerlijke “She Drinks Gas”, “Virginia Man” en “My Cousin Has A Grey Cup Ring” drie van de mooiste liedjes van “The Hold Up” kan beluisteren. Doen! Je zal het je naderhand zeker niet beklagen!

Donovan Woods (MySpace)

Sunny Lane Records

 

 

MARK LENNON

“Dance Or Cry”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(1,5) J J

 

 

De single “Gotta Be A Big Man” vonden wij hier al geen al te beste voorbode voor Mark Lennons nieuwe CD en we moeten nu tot onze grote spijt ook effectief vaststellen, dat ons doemdenken naar aanleiding daarvan gerechtvaardigd was. Wat de van het door ons wél erg gesmaakte Venice bekende Lennon op “Dance Or Cry” klaarmaakt, nodigt wat ons betreft vooral uit tot dat laatste. Dat album staat immers vol met retecommerciële, duidelijk op een groot publiek mikkende popliedjes, waarin de productionele trukendoos zo ongeveer tot op de bodem geledigd wordt. Zelfs de mooie zang van Lennon kan in die omstandigheden niet verhinderen dat gladheid gaat regeren. De dertien songs op “Dance Or Cry” zullen wellicht eerder een publiek vinden bij (dansgrage) luisteraars van radiostations als Donna of Q Music dan tussen de lezers van Ctrl. Alt. Country. Jammer, maar helaas…

Mark Lennon

 

 

CARY FRIDLEY

“Down South”

(Juba Records)

(4) J J J J

 

 

Zo mogen wij ze dus graag hebben, zie, onze Americana-CD’s. Heerlijk gewoon, hoe Cary Fridley op haar tweede CD van hot naar her draaft, zonder daarbij ook maar even de pedalen te verliezen. Fridley heeft een wanzinnig mooie stem en die gebruikt ze ook daadwerkelijk om een zo breed mogelijk scala aan genres aan te doen. Voornamelijk materiaal van anderen weliswaar, maar een grote kniesoor die zich daaraan stoort. Daarvoor zijn haar interpretaties van de gekozen liedjes gewoon té goed. Of het nu gaat om het akoestische bluesje “When The Levee Breaks”, om de onvervalste old-time van “Pretty Saro”, om de wervelende bluegrass van “Lonesome Homesick Blues” of “Shuckin’ The Brush”, om de traditonele country van “North Country”, “Making Believe” en “I Have No Mother Now”, om het van R.L. Burnside geleende en door Kyle Smith van The Lowdown Travelers Blues Band met een vette mondharmonicabijdrage opgewaardeerde bluesje “Going Down South”, om de countryrock van het bij Ola Belle Reed gevonden “You Led Me To The Wrong”, om de heerlijke honky-tonk van het zelf gepende “Cheatin’” of eender welk van de resterende nummers, Fridley overtuigt gewoon doorlopend en doet met “Down South” wat ons betreft een serieuze gooi naar een stek onmiddellijk in het kielzog van grote madammen als Lucinda Williams, Gillian Welch en Iris DeMent. Zo goed? Zo goed inderdaad!

Cary Fridley

CD Baby

 

 

THE LUCKY TOMBLIN BAND

“Red Hot From Blue Rock”

(CD + DVD)

(Texas World Records / sonic rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Dat Lucky Tomblin en de zijnen in Texas en verre omstreken een uitstekende reputatie genieten, hoeft, afgaande op het op hun nieuwe CD “Red Hot From Blue Rock” gebodene, absoluut niet te verbazen. Tomblin (zang), Earle Poole Ball (piano en zang), Bobby Arnold (gitaar en zang), John Reed (leadgitaar en zang), Sarah Brown (bas en zang), Redd Volkaert (leadgitaar en zang), Jon Hahn (drums) en special guests Casper Rawls (akoestische gitaar en elektrische tremolo), Gary Claxton, Jimmy McNeal, Jordon Lott, Joel Cowen en Henry Garcia (backing vocals) laten daarop dertien nummers lang een erg groot countryhart spreken. Traditionele country, that is. Ze tackelen materiaal van ondermeer Mel Tillis & Buck Peddy (“Honky Tonk Song”), Jerry Lee Lewis (“End Of The Road”), Rose Nelson (het door Redd Volkaert gezongen “Setting The Woods On Fire”), Hank Williams (“Howlin’ At The Moon”), Moon Mullican (“Sundown Blues”), Floyd Tillman (“I’ll Keep On Loving You”), Bill Trader (“A Fool Such As I (Now & Then)”), Jimmy Bowen & Buddy Knox (“Party Doll”), Tommy Duncan (“Time Changes Everything”) en Billy “The Kid” Emerson (“Red Hot”). Voor een persoonlijke noot zorgen Sarah Brown (met het samen met Rosie Flores gepende “Don’t Forget To Dip The Girl” en “Good Lookin’ No Good”) en Earl Poole Ball (met het met Jo-El Sonnier gedeelde “Play One More Song”). Leuk is, dat, met uitzondering van drummer Hahn, alle betrokkenen beurtelings de leadzang voor hun rekening nemen. Zulks draagt natuurlijk alleen maar bij tot het lekker gevarieerde karakter van het geheel, dat van opzet een beetje doet denken aan het materiaal van Asleep At The Wheel, al ligt de klemtoon hier dan ook een stuk minder op Western swing.

Op de meegeleverde “The Making Of…”-DVD laat men ons bovendien ook nog eens acht nummers lang meegenieten van beeldmateriaal, gedraaid tijdens het tot stand komen van het album. Meer moet dat voor een oude countryrukker als deze hier absoluut niet zijn!

The Lucky Tomblin Band

Sonic Rendezvous

 

 

JOHN DEAR MOWING CLUB

“John Dear Mowing Club”

(Hazelwood)

(4) J J J J

 

 

“Smutfish is niet meer, lang leve de John Dear Mowing Club!” blokletterden we enkele weken geleden al in onze nieuwsrubriek en die uitspraak kunnen we na het beluisteren van hun eerste album onder die naam alleen maar bevestigen. Net als “Lawnmower Mind” en “Through A Slightly Open Door”, het in 2004 nog onder de oude groepsnaam verschenen debuut van Melle de Boer en de zijnen en de opvolger daarvan van een jaar of twee later, is immers ook “John Dear Mowing Club” weer een echte droomplaat geworden. En net als op die beide platen zijn daarop ook nu weer duidelijk invloeden als Green On Red, Daniel Johnston, Neil Young en Dylan aanwijsbaar. Dat neemt echter niet weg, dat dit titelloze “debuut” toch vooral een plaat met een eigen gezicht is. De country noir van weleer is gebleven. Het sombere, bij momenten zelfs ronduit dreigende karakter van de liedjes ook. En dan die zang! Melle klinkt hier klaaglijker dan ooit. Alsof elk woord dat hij zingt ook effectief ontzettend pijn doet. Vlees en bloed geworden leed als het ware! Echt kapot zijn we ervan! En we willen dan ook vooral niet nalaten om dit sterke staaltje van “Haagsche Americana-bluf” hier te bombarderen tot een echte must have. Onze luistertips: het slepende, zo ongeveer als de Velvet Underground in een zonderlinge Americana mood klinkende “Bare Hands”, het apart twangende “Golden Hands”, de hartverwarmende (bijna soulvolle) sleper “Donald Duck Suit” en het tekstueel ronduit briljante openingsnummer “Marilyn Postcard”. Beklijvend spul zondermeer!

John Dear Mowing Club

Hazelwood