CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES JANUARI 2012

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

CIARA SIDINE “Shadow Road Shining” - MATTY CHARLES “Back At Your Door” - OLD CALIFORNIO “Sundrunk Angels” - ERNEST TROOST “Live At McCabe’s” - AMELIA WHITE “Beautiful And Wild” - THE LITTLE WILLIES “For The Good Times” - PAUL CURRERI “The Big Shitty” - STEPHEN DAVID AUSTIN “A Bakersfield Dozen” - CAROLYN WONDERLAND “Peace Meal” - THE SEAN CHAMBERS BAND “Live From The Long Island Blues Warehouse” - BEN LEE “Deeper Into Dream” - LINCOLN DURHAM “The Shovel (vs) The Howling Bones” - WHITEHORSE “Whitehorse” - HANK SHIZZOE “Live At The Blue Rose Christmas Party 2010”

 

 

CIARA SIDINE “Shadow Road Shining” (Music & Words)

(4****)

Ierland kan al sinds tijden bogen op een onwaarschijnlijk rijk gevulde traditie, daar waar het vrouwelijke zangtalenten betreft. Het is bijna alsof meisjes daar al met de moedermelk die gave meekrijgen. Hoe anders die ongemeen grote weelde aan supervocalisten verklaren? Een kransje, waartoe je sinds kort wat ons betreft ook Ciara Sidine mag rekenen trouwens. Wat die op haar grotendeels door Martin Clancy geproduceerde eersteling “Shadow Road Shining” te bieden heeft is immers in één woord fenomenaal. In het gezelschap van de “crême de la crême” der Ierse studiomuzikanten trakteert ze ons op twaalf warmbloedige lappen Americana en rootsmuziek, waarin ze weliswaar nergens haar Ierse roots tracht te verloochenen, maar die op de keper beschouwd toch redelijk nadrukkelijk Amerikaans aanvoelen. Knappe teksten verpakt in tot in de puntjes verzorgde liedjes bieden haar de kans om uitgebreid te excelleren. Ongelooflijk bezield klinkt Sidine hier dan ook. En die aanpak rendeert duidelijk. Hier niet van houden lijkt ons immers zo goed als uitgesloten. Probeer bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens even het net wat nadrukkelijker dan het gros van het overige materiaal hier bij de folktraditie van haar land aansluiting zoekende duet met Jack J “Constellations High”, het soulvolle “Take Me Down” of “The Arms Of Summer”, Sidine’s doorleefde eerbetoon aan het adres van haar muzikale held wijlen Johnny Cash, en je zal wat dat betreft wellicht al snel op dezelfde golflengte als ons belanden. Gaan we, als je het ons vraagt, ongetwijfeld nog heel wat van horen, van deze dame. Met zo’n geweldige stem en een quasi perfect daarmee matchende smaak kan dat haast niet anders.

Ciara Sidine, Music & Words

 

MATTY CHARLES “Back At Your Door” (MCV Music / Lucky Dice Music)

(5*****)

Gedurende de maand februari doet New Yorker Matty Charles de lage landen aan voor een uitgebreide reeks optredens. En dat is een gelegenheid, die je maar best niet links kan laten liggen! Met zijn vijfde, het werkelijk verbluffend mooie “Back At Your Door”, heeft de beste man immers één van dé absolute topplaten van de voorbije maanden afgeleverd. “Instant classics” noemde collega Greg Trooper zijn songs bewonderend en daarmee had hij wat ons betreft overschot van gelijk. Charles is wat je noemt een witte raaf binnen het o zo druk bevolkte huidige singer-songwriterwereldje. Wat hij doet valt echt op. En in meerdere opzichten zelfs. Vooreerst is er zijn manier van schrijven. Heerlijk “down to earth”! Het valt je als luisteraar absoluut niet zwaar om je met het in zijn teksten vertelde te vereenzelvigen. Charles gebruikt het leven van alledag als voornaamste inspiratiebron. De liefde in al haar facetten, drankgebruik, innerlijke onrust, het zoeken naar uitwegen, het zijn slechts enkele van de vele onderwerpen, die hij op “Back At Your Door” aansnijdt. En dat veelal met een ondertoon van onversneden melancholie. Charles waakt er echter voortdurend over om niet doorlopend al té neerslachtig uit de hoek te komen. En daarbij helpt het natuurlijk om af en toe muzikaal af te dwalen richting wat levendigere biotopen als rockabilly en eerder traditioneel opgevatte country. Die beide genres bepalen hier naast verder onder andere ook pop en folk de klankkleur. Al zijn het bij nader inzicht toch vooral Charles’ hoogst apart aandoende warme baritonstem en zijn bevreemdende manier om zijn akoestische te betokkelen, die bepalend zijn voor de overrompelende totaalindruk die “Back At Your Door” achterlaat. Vreemd, hoe iemand die zo omzichtig te werk gaat je zo kan overdonderen… Devon Sproule, die Matty’s liedje “Steady & True” bracht op haar recente “Live In London”, vat het mooi voor ons samen: “I didn’t know they still made voices like Matty’s until I heard it. What’s even rarer is such a voice combined with such a writing talent… it blows me away every time!”

Matty Charles, Lucky Dice Music

 

OLD CALIFORNIO “Sundrunk Angels” (Californio Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

“Sundrunk Angels” is ondertussen ook alweer het derde album in het al bij al nog eerder prille bestaan van Old Californio. En het vanuit Pasadena resoluut aan de weg richting een wat ruimere naambekendheid timmerende kwintet rond zanger-songmid Rich Dembowski gaat op die wat ons betreft een loepzuivere muzikale hattrick vervolledigende schijf gelukkig gewoon onverminderd verder z’n gekende eigenzinnige gangetje. Verstikkend muzikaal hokjesdenken is er voor deze vijf getalenteerde Yanks duidelijk niet bij. Wie ten volle van hun muziek wil kunnen genieten, zal te allen tijde eclectisch ingesteld moeten zijn én blijven. Een boon hebben voor ondermeer (roots)rock, country, folk en aan de hoogdagen van collectieven als The Byrds herinnerende (licht) psychedelische en kosmische toestanden is hier absoluut een must. Al vertellen we er wel graag bij, dat het op de keper beschouwd wel een aardig eindje vooruit helpt, dat “Sundrunk Angels” gewoon proppensvol staat met heerlijk melodieus uitvallende deunen, waarin het sprankelende gitaarwerk van Woody Aplanalp, de soulvolle B3-bijdragen van toetsenist Levi Nuñez en drie tot vier fraai harmoniërende stemmen elk op hun beurt mogen zorgen voor een zekere muzikale meerwaarde. Onze onverbintelijke luistertips: het deluxe-rockertje “Learn To Cheat”, het sfeergewijs nadrukkelijk naar de late sixties lonkende “Better Yet”, het louter gevoelsmatig ergens in de buurt van de jonge Jayhawks strandende “Dark Fire”, het atmosferische titelnummer en het op heerlijk onvoorspelbare wijze aan zijn kettingen snokkende “Allon Camerado”. Aan de promo-pen van dienst ontlokten liedjes als deze en andere de vindingrijke omschrijving “experimenteel snoepgoed voor luistergrage oren” en daar valt ons inziens absoluut wat voor te zeggen ook.

Old Californio, Sonic Rendezvous

 

ERNEST TROOST “Live At McCabe’s” (Travelin’ Shoes Records)

(4****)

“Kerrville New Folk Winner” waarschuwt een opvallend stickertje op het hoesje van “Live At McCabe’s” van singer-songwriter Ernest Troost en daarmee zouden “vaste klanten” van deze pagina’s eigenlijk al meer dan genoeg moeten weten. Laureaten van die gerenommeerde wedstrijd blijken immers steevast echte toptalenten. En dat is in het geval van Troost zeker niet anders. Het op 8 januari van vorig jaar op de bühne van de hem ooit tot een bestaan als songsmid geïnspireerd hebbende McCabe’s Guitar Shop in Santa Monica ingeblikte derde album van Troost biedt naast een ruime selectie aan populaire deuntjes van zijn beide vorige platen “All The Boats Are Gonna Rise” en “Resurrection Blues” ook een zevental nieuwe songs. Veelal folky en bedaard bluesy akoestisch materiaal, waarin eenvoud nog volop regeren mag. Met zachte stem en vaste hand en begeleid door een stel begenadigde muzikanten uit L.A. en omstreken (Met een speciale vermelding voor de vocaal regelmatig een prominent plaatsje voor zichzelf opeisende Nicole Gordon!) vertelt Troost daarin op veelal eerder intimistische wijze zijn vrijwel zonder uitzondering tot de verbeelding sprekende verhalen. En voor ons betekende dit album dan ook niets minder dan een echte openbaring!

Ernest Troost, CD Baby

 

AMELIA WHITE “Beautiful And Wild” (Proper / Rough Trade)

(4,5*****)

Met “Beautiful And Wild” meldt Amelia White zich naar onze bescheiden mening op bepaald indrukwekkende wijze terug. Haar inmiddels toch ook alweer vijfde studioplaat is er één van het soort dat met name fans van enigszins vergelijkbare acts als een Lucinda Williams, een Mary Gauthier en een Patty Griffin zich eigenlijk gewoon blind kunnen aanschaffen. “They’re in for a real treat!” Met tien eigen nieuwe liedjes voornamelijk cirkelend rond de thema’s verlies en “foute liefdes” en een werkelijk verbluffend mooie atmosferische Americana-cover van de Roxy Music-hit “More Than This” streelt White ruim drieënveertig minuten lang de zinnen. Topmomenten werkelijk zat hier! Zo vermelden we naast de net al even genoemde door Bryan Ferry en co aangedragen vreemde eend in de bijt bijvoorbeeld graag ook nog “Mercy”, een fraai rootspopduet met collega-songsmid A.J. Croce, het titelnummer, een buitengewoon pakkend liedje dat White schreef naar aanleiding van het overlijden van haar ook hier op handen gedragen mentor Duane Jarvis, en zeker ook nog het afsluitende trio “Madeline”, “Saint Christopher” en “Rider Ghost”. Voor de productie van al dat moois tekende de ondermeer ook van zijn werk voor Patty Griffin bekende Marco Giovino. En hij was het naar verluidt ook, die met onder anderen stergitarist Doug Lancio en de dezer dagen schijnbaar alomtegenwoordige McCrary Sisters enkele voor de klankkleur van “Beautiful And Wild” uitermate bepalende factoren wist te strikken.

Amelia White

 

THE LITTLE WILLIES “For The Good Times” (Milking Bull Music / EMI)

(4****)

Ruim vijf jaar na hun titelloze eersteling samen hebben Lee Alexander (bas), Jim Campilongo (gitaar), Norah Jones (zang en piano), Richard Julian (zang en gitaar) en Dan Rieser (drums) eindelijk weer eens de tijd gevonden om met elkaar de muzikale koffer in te duiken. En net als indertijd in 2006 levert dat weer een echt plaatje van een plaat op. Eén die nog duidelijker dan “The Little Willies” stelt: “Wij houden echt van traditionele country!” En dat wordt ons duidelijk gemaakt aan de hand van vertolkingen van materiaal van onder anderen Ralph Stanley (“I Worship You”), Loretta Lynn (“Fist City”), Willie Nelson (“Permanently Lonely”), Johnny Cash (“Wide Open Road”), Kris Kristofferson (“For The Good Times”), Lefty Frizzell (“If You’ve Got The Money I’ve Got The Time”) en Dolly Parton (“Jolene”). Deze en andere covers dulden slechts één enkele vreemde eend in de bijt en dat is het dartele, door Jim Campilongo aangedragen “Tommy Rockwood”. Speels klinkt trouwens zo ongeveer alles hier. Je hoort heel erg duidelijk, dat “La Jones” en haar maten hun plezier niet op konden tijdens de opnames van “For The Good Times”. En dat werkt uitermate aanstekelijk! Met “For The Good Times” wordt het hartje winter eensklaps al een beetje lente…

The Little Willies

 

PAUL CURRERI “The Big Shitty” (Tin Angel / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Vier dagen volstonden naar verluidt voor de dezer dagen met zijn hier al wat bekendere wederhelft Devon Sproule vanuit Berlijn agerende Amerikaanse singer-songwriter Paul Curreri om met zijn achtste cd “The Big Shitty” op de proppen te komen, maar dat valt er absoluut niet aan te horen. De tien songs die Curreri er ons op voorschotelt klinken allesbehalve als inderhaast in elkaar geflanst materiaal, wel integendeel! Zonder uitzondering sterke liedjes zijn het, opgehangen aan doordachte melodieën, pittig elektrisch gitaarwerk en messcherpe zangpartijen. Behoorlijk rockgetint door de band genomen, maar her en der ook met uitstapjes richting andere muzikale oorden. Zoals in “Juju” bijvoorbeeld, waarin country en tropicalia elkaar innig omarmen, of in “Poor Little Motorbike”, dat zich gewillig laat meevoeren op een zondermeer funky aandoende groove. Met als mooiste tussenstops naar ons gevoel de heerlijke trage “The South Tip”, waarin ook Sproule klarinetgewijs haar duit in het zakje komt doen, en de meer gesproken dan gezongen afsluiter “Who Got Gang?”, nog zo’n funky opgevat streepje rock fun. Wie het allemaal graag wat excentrieker mag hebben komt hier zeker aan zijn trekken!

Paul Curreri, Tin Angel Records, Sonic Rendezvous

 

STEPHEN DAVID AUSTIN “A Bakersfield Dozen” (Stephen David Austin)

(3,5****)

Stephen David Austin combineert op “A Bakersfield Dozen” als het ware het beste van twee werelden. Met name zijn teksten blijken van bijzonder fijne makelij. Sterke staaltjes van storytelling zijn het, waarmee hij naar onze bescheiden mening bij momenten moeiteloos aansluiting vindt bij eigen idolen als een Townes Van Zandt, een Guy Clark, een Steve Earle en een Dave Alvin. Alleen verpakt hij die schrijfsels van ‘m graag op een andere manier. En wat dat betreft vormt de titel van de plaat hier met enige regelmaat een ideale indicatie. Austin blijkt immers een grote fan van de ooit door knapen als Buck Owens, Tommy Collins en Merle Haggard groot gemaakte Bakersfield Sound. En die tracht hij op zijn eerste cd geregeld naar het hier en nu te vertalen. Dat is bijvoorbeeld nogal nadrukkelijk het geval in het swingende “Best Ex I Ever Had” en “The Day Buck Owens Died”. Elders gaat hij dan weer eerder voor een sterk traditioneel aandoend old-time string band-geluid (de Lennon & McCartney-cover “Baby’s In Black”), een pure singer-songwriter-aanpak (“The Cage”) of zelfs country- en rootsrock (“Kansas Ain’t Kansas Anymore” en “The Fat Kid”). Het resultaat van dat alles is een op z’n minst interessant te noemen geheel, waaraan ondermeer Skip Edwards, Brantley Kearns, Shawn Nourse, Teresa James, Marty Rifkin en Paul Marshall maar wat graag hun medewerking verleenden.

Stephen David Austin, CD Baby

 

CAROLYN WONDERLAND “Peace Meal” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Ook op haar achtste album, haar debuut voor het Duitse Blue Rose Records “Peace Meal”,laat Carolyn Wonderland weer niets aan het toeval over. Onder de productionele hoede van Ray Benson, Sam Seifert, Larry Campbell en een enkele keer ook Michael Nesmith verkent ze op de van haar ondertussen welbekende passionele wijze andermaal de schemerzone tussen blues en roots. Zes eigen nieuwe songs illustreren daarbij perfect haar zich nog voortdurend volop ontwikkelende talenten als songschrijfster. Ondermeer het met een snuifje boogie op smaak gebrachte en door de McCrary Sisters van gospeleske backing vocals voorziene “Only God Knows When”, de soulvolle bluesrocker “Victory Of Flying” en het bedaard de feestelijkheden hier afsluitende streepje deluxe-Americana “Shine On” konden dan ook vrijwel meteen onze goedkeuring wegdragen. Voorts ook een prima, haar stem werkelijk helemaal op het lijf geschreven Janis Joplin-cover (“What Good Can Drinkin’ Do”), een even verbluffende als zwierige uitvoering van Elmore James’ en Robert Johnsons “Dust My Broom”, een rootsy lezing van Samuel Smiths “I Can Tell” (Zie ondermeer ook Bo Diddley!), een aanstekelijke, aardig funky aandoende benadering van Muddy Waters’ “Two Trains” en eigenzinnige interpretaties van Dylans “Meet Me In The Morning” en “Golden Stairs” van Grateful Dead-mannen Robert Hunter en Vince Welnick. Allemaal samen goed voor net geen eenenvijftig minuten blues & roots-plezier van de bovenste plank en van hier uit warm aanbevolen aan fans van andere, een stuk gerenommeerdere dames als de al genoemde Janis Joplin, Bonnie Raitt en Susan Tedeschi.

Carolyn Wonderland, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

THE SEAN CHAMBERS BAND “Live From The Long Island Blues Warehouse” (Blue Heat / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Heel wat van mijn favoriete blues(rock)platen zijn live-registraties. Niet onlogisch eigenlijk, als je in rekening brengt, dat nogal wat in dat genre actieve artiesten er maar niet in slagen om de bezieling die ze in hun live performances steken ook naar hun studiomateriaal te vertalen. En dus keek ik ook met meer dan gemiddelde belangstelling uit naar “Live From The Long Island Blues Warehouse”, de vierde van het in Florida geboren en getogen gitaarfenomeen Sean Chambers en z’n band. En volkomen terecht ook, zo blijkt nu. De zoals al wel langer geweten overduidelijk door Jimi Hendrix, Stevie Ray Vaughan, Johnny Winter en Albert King beïnvloede gitaarbeul geeft hem daarop tien nummers lang bijzonder gepassioneerd van jetje. De manier waarop hij zijn snaren laat spreken grenst bij momenten echt aan het ongelooflijke. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het funky “Dixie 45”, naar het stuiterende “Love Can Find A Way”, naar zijn gloedvolle lezing van Fred James’ “Full Moon On Main Street”, een al even pakkende, ronduit stomende benadering van Elmore James’ “Dust My Broom”, de zijn titel alle eer aandoende “Hip Shake Boogie” en vooral ook de magistrale afsluiter “In The Winter Time” en je zal meteen begrijpen, waar ik met die uitspraak op aanstuur. Hoe aangrijpend ’s mans schorre (schreeuw)zang bij momenten ook moge zijn, het is toch vooral zijn “string talk” die het hem doet. Daar kan je absoluut niet omheen! Geen wonder, dat het gerenommeerde Britse tijdschrift “Guitarist Magazine” hem zonder verpinken al tot de beste vijftig bluesrockgitaristen ooit rekende. Eigenlijk doe je Sean Chambers daarmee wat mij betreft zelfs nog flink tekort…

Sean Chambers, Sonic Rendezvous

 

BEN LEE “Deeper Into Dream” (Lojinx / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

“Deeper Into Dream”, het nieuwe album van de in Amerika residerende Australische singer-songwriter Ben Lee, wordt op gang getrapt met een spoken word track, waarin tal van anderen het over hun dromen hebben. In het meteen daaropvolgende titelnummer maakt de artiest ons duidelijk waarom dat zo is. “Have you ever woken from a dream and convinced yourself you remember it in the morning?”, vraagt hij zich luidop af, op die manier zijn uitgangspunt voor de reeks nog volgende liedjes blootleggend. Daarin gaat hij immers daadwerkelijk op zoek naar de kracht van dromen. Op heerlijk openhartige wijze tracht hij te verwoorden wat er zo al in zijn onderbewustzijn omgaat. En dat doet hij als vanouds in beklijvende (roots)popliedjes. Gezegend met bij momenten weer erg straffe melodieën, die zijn bewering niet meer in hits geïnteresseerd te zijn zo goed als volledig logenstraffen. We noem in dat verband bijvoorbeeld graag het net niet in een overvloed aan ideeën verzuipende “Get Used To It”, het effectief dromerig opgevatte “Lean Into It” en vooral ook de knappe trage “Glue”. Dat soort van liedjes maakt van Lee al sinds jaar en dag een echt blijvertje. Een op de keper beschouwd even diepzinnig als mooi geheel!

Ben Lee, Sonic Rendezvous

 

LINCOLN DURHAM “The Shovel (vs) The Howling Bones” (Lincoln Durham)

(5*****)

Een veel betere manier om het Americana-jaar 2012 mee op gang te trappen hadden we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Wat een geweldige plaat, deze nieuwe van de jonge Texaan Lincoln Durham! “Ear Candy” van het allerlekkerste soort! In een productie van collega Ray Wylie Hubbard en de al even gerenommeerde George Reiff en met verder ook de nodige studiohulp van onder anderen Derek O’Brien (gitaar), Rick Richards (drums en percussie), Jeff Plankenhorn (mandoline) en Bukka Allen (accordeon en toetsen) legt Durham de lat meteen erg hoog voor allen, die dit jaar na hem nog platen zullen afleveren. Heerlijk gruizig uithalend presenteert hij ons elf lappen veelal in swamp en blues rock gedrenkte Americana. Rauw, lekker “down to earth” allemaal! Met zo nu en dan gelukkig ook wel eens wat tijd en ruimte voor een wat ingetogener noot. De knappe trage “Clementine” is er zo bijvoorbeeld eentje. Daarin toont Durham zich tegen wat rustig akoestisch gitaargepingel van Ray Wylie Hubbard en een melancholische pianobijdrage van Bukka Allen aan van een wat bedaardere kant. Maar evengoed met ronduit bloedmooie gevolgen! Andere veritabele topmomenten hier: het enigszins funky uit de hoek komende “Mud Puddles”, het Zuiders lijzig rockende “Reckoning Lament”, het ook al ongemeen sfeervolle “How Does A Crow Fly”, de klassieke rockstamper “Love Letters” en vooral ook de aflsuitende sleper “Trucker’s Love Song”. Met songs van dat kaliber doet Durham eigenlijk gewoon nu al een gooi naar een prominente stek in onze jaarlijst van 2012…

Lincoln Durham

 

WHITEHORSE “Whitehorse” (Six Shooter Records / Lucky Dice Music)

(4****)

Of het hierbij een eenmalige samenwerking, dan wel een vereniging van wat blijvendere aard betreft, is ons vooralsnog één groot raadsel. Wat we na het beluisteren van “Whitehorse” echter al wél zeker weten, is dat echtelieden Luke Doucet en Melissa McClelland, beiden door ons erg gewaardeerde Canadese singer-songwriters, in de toekomst wat ons betreft graag wat meer de handen in elkaar mogen slaan. Hun eersteling samen is immers een verbluffend knappe plaat geworden. Hoogst bevreemdend bij momenten, levend vooral van haar enigszins aparte sfeerschepping, maar bovenal geweldig. Tussen de enigszins etherisch aandoende intro “Eulogy For Whiskers” en zijn gelijknamige outro-wederhelft treffen we zes “echte” songs aan. Drie daarvan blijken nieuw. De opvallendste twee daarvan zijn de op eigenwijze manier de aanpak van het duo Welch en Rawlings met die van acts als pakweg Wilco, Whiskeytown of de Drive-By Truckers versmeltende “Killing Time Is Murder” en het vooral door de heerlijke samenzang van Doucet en McClelland en een al even zalig twangende gitaar in niet geringe mate richting de late sixties lonkende “Emerald Isle”. Voor “Passenger 24” en “Broken” moeten we dan weer terug in de tijd. Naar respectievelijk McClellands “Thumbelina’s One Night Stand” uit 2006 en Doucets “Broken (And Other Rogue States)” van twee jaar geleden. Beide nummers krijgen hier wel een ander kleedje aangemeten. En van “Broken” werd zelfs de tekst flink aangepast, zo blijkt. En – Eerlijk is eerlijk! – slechter zijn ze er geen van beide van geworden. Ook heel leuk: de speelse Springsteen-cover “I’m On Fire” en vooral ook de quasi gecroonde trage “Night Owls”. In dat laatste deuntje hoor je pas echt goed, hoe fraai de stemmen Doucet en zijn wederhelft eigenlijk wel samengaan. Erg, erg mooi!

Whitehorse, Six Shooter Records, Lucky Dice Music

 

HANK SHIZZOE “Live At The Blue Rose Christmas Party 2010” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Elk jaar weer, ergens kort voor Kerstmis, bedankt Blue Rose Records-labelbaas Edgar Heckmann de getrouwen van één of meerdere van zijn beschermelingen met een alleraardigst feestje. En zo ook in 2010. Toen traden op 11 december in het Bürgerhaus Böckingen in Heckmanns thuishaven Heilbronn respectievelijk lokale helden Westwood, singer-songwriter Julian Dawson, het Texaanse collectiefje Micky & The Motorcars en de naar onze bescheiden mening nog steeds zwaar onderschatte Zwitserse rootsrocker Hank Shizzoe op. En van het optreden van die laatste en zijn tweekoppige band verscheen onlangs, ook al naar goede Blue Rose-gewoonte, ook een blijvend aandenken. In het gezelschap van bassist Felix Müller en drummer Christoph Beck horen we Shizzoe – echte naam Thomas Erb – daarop voor een behoorlijk rockgeoriënteerde set opteren. Ideaal spul om de ambiance daar in Heilbronn indertijd wat mee aan te zwengelen! En dat lukte de heren dan ook spelenderwijze. De vele aanwezigen genoten duidelijk met volle teugen van de zompige rootsrock- en Americana-escapades van de grofgevooisde Zwitser en zijn vaardige secondanten. Uiteraard met nog wel de nodige ruimte voor wat het eigen verleden reflecterend bluesgeweld op z’n tijd en al even vanzelfsprekend de sublieme slide van Shizzoe himself. Goed voor net geen uur muzikaal vuurwerk met als voornaamste blikvangers de ronduit heerlijke “valse trage” “Oh So Near”, je wellicht nog wel bekend van ’s mans cd “Low Budget”, de supersappige David Lindley-cover “When A Guy Gets Boobs”, het hypernerveus gebrachte “Caught Asleep” en een het nodige stof doen opwaaiende lome sleeprockversie van “Prettyhead” van ZZ Top. Straf spul zondermeer!

Hank Shizzoe, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home