CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES JANUARI 2014

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

JOSEPH PARSONS “Empire Bridges” - EMILY SMITH “Echoes” - HENRY PRIESTMAN “The Last Mad Surge Of Youth” - OYSTERBAND “Diamonds On The Water” - TIA MCGRAFF “Break These Chains” - WYATT EASTERLING “Goodbye Hello” - HALDEN ELECTRIC “Women” - BAP KENNEDY “Let’s Start Again” - THE BACKCORNER BOOGIE BAND “Faico Faico” - BIRDS OF CHICAGO “Live From Space”

 

 

JOSEPH PARSONS “Empire Bridges” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

De voorbije jaren leek het wel alsof Joseph Parsons meer oog had voor zijn bijdragen aan Hardpan en U.S. Rails dan voor zijn eigen carrière. Maar in die gang van zaken komt nu voorlopig alvast weer even verandering. De uit Philadelphia afkomstige Amerikaanse singer-songwriter, die dezer dagen meer tijd in Europa doorbrengt dan in zijn thuisland, serveert zijn fans op “Empire Bridges” een elf songs tellende collectie liedjesmateriaal, waarvan er heel wat zonder meer tot de beste op z’n nochtans al behoorlijk lang uitvallend muzikaal cv mogen worden gerekend. Heerlijk eerlijke songs zijn het, die beurteling aardig rocken (“Seek The Truth”, “Exhale”, “Live Like The King”, “Shy (Revisited)”, “Leave This Town”), twijfelen tussen traag en snel ( “Dig That Well”, “Endless Sky”) of gewoon onder de noemer ballade vallen (“True”, “Hide Away”, “Minefields”, “The Bridge”). Voor elk wat wils dus eigenlijk. En heus niet enkel voor fans van Parsons en voor liefhebbers van folk rock en Americana! “Empire Bridges” is gewoon een zalige plaat voor onderweg!

Joseph Parsons, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

EMILY SMITH “Echoes” (White Fall Records)

(5*****)

Tussen 2002 en nu bediende de bevallige Emily Smith ons al meermaals van voldoende argumenten om haar als één van de allermooiste folkstemmen van het ogenblik te bestempelen. Met albums als “A Day Like Today”, “A Different Life”, “Too Long Away”, “Traiveller’s Joy” en de met haar wederhelft Jamie McClennan ingeblikte collectie Robert Burns-liedjes “Adoon Winding Nith” wist de Schotse ons telkens opnieuw met spelend gemak te betoveren. En lang niet alleen ons, hoor. Zo werd ze ook in The Guardian bijvoorbeeld al bestempeld als Schotlands meest tot de verbeelding sprekende, jonge zingende liedjesschrijfster. Een héél mooi, maar naar onze bescheiden mening tegelijk ook volslagen terecht compliment.

Op “Echoes”, haar vijfde soloplaat, zoekt nachtegaaltje Smith haar eerste liefde maar weer eens op. In het gezelschap van multi-instrumentalisten als haar echtgenoot en Matheu Watson, bassist Ross Hamilton en percussionist Signy Jakobsdottir en voor de gelegenheid opgetrommelde gasten als Jerry Douglas, Aoife O’Donovan, Kris Drever, Tim Edey, Natalie Haas en Rory Butler slaat ze een brug tussen traditioneel Schots songgoed en Americana. Zelf beschrijft ze wat ze hier doet als zoeken naar “a new Scottish sound”. Een omschrijving, waar – hoe ruim opgevat ze op de keper beschouwd dan ook uitvalt – best wel iets voor te zeggen valt. In al hun ongerepheid blijken het Schotse en het Amerikaanse folkgegeven immers eens te meer behoorlijk wat verwantschap te vertonen en nagenoeg naadloos in elkaar te kunnen overgaan. En dat levert op “Echoes” zo menig een beklijvend momentje op.

Wij noemen in dat verband bijvoorbeeld graag de moordballade “Twa Sisters”, het werkelijk hartverwarmend mooie “The Final Trawl”, de ook al uitzonderlijk knappe lezing van Darrell Scotts “The Open Door” en het afsluitende, bij Bill Caddick geleende “John O’Dreams”. Voor ons alvast vier uitgesproken gevallen van liefde op het eerste gehoor!

En wij vinden “Echoes” van Emily Smith dan ook niks minder dan een aanrader van jewelste! En dat zowel voor folkadepten, als voor liefhebbers van het werk van dames als een Mary Chapin Carpenter, een Nanci Griffith en een Krista Detor.

Emily Smith, White Fall Records

 

HENRY PRIESTMAN “The Last Mad Surge Of Youth” (Proper Records / Rough Trade-Tone)

(4****)

Deze man kleurde met z’n ongemeen soulvolle popstem mee de nadagen van de eighties. Als lid van de bij momenten onnavolgbare Christians wist hij zich met hitjes als “Forgotten Town”, “Ideal World” en een cover van “Harvest For The World” van de Isley Brothers toen al van een eigen niche in het grote muziekgeschiedenisboek te verzekeren. En daarin blijkt hij ook nu, toch al meer dan vijfentwintig jaar later, nog altijd erg actief. Geheel en al anders dan weleer weliswaar, maar nog altijd meer dan de moeite van een luisterbezoekje waard. Wij zouden zelfs voorzichtig durven te stellen, dat zijn meer eclectische benadering van het gegeven muziek hem voor luisteraars met een open geest allicht alleen nog maar aantrekkelijker maakt. Met de opvolger van zijn ondertussen bijna vijf jaar geleden verschenen solodebuut “Chronicles Of Modern Life” gooit Henry Priestman, want over hem hadden we het natuurlijk al die tijd al, wat dat betreft alvast weer hoge ogen. Dat op vaardige wijze beurtelings uit genres als pop, folk, Americana, blues en uiteraard ook soul puttende geheel staat garant voor ruim drie kwartier lang onverdeeld luistergenot. Rijk aan emoties, pakkende liedjes en zich meteen knus tussen je oren nestelende melodieën. Rijk aan memorabele momenten kortom. Als daar zijn bijvoorbeeld het met subtiel koperwerk onderbouwde en op ingetogen wijze aan zijn eigen moeder opgedragen “At The End Of The Day”, het met een koor van schoolkinderen opgenomen “True Believer”, het “boze”, onder meer fiddle-gewijs nadrukkelijk een zekere hang naar folk etalerende “Goodbye Common Stomp”, het zijn vlag werkelijk alle eer aandoende “Valentine Song” en het introspectieve titelnummer “The Last Mad Surge Of Youth”. Uitstekende plaat!

Henry Priestman, Proper Records

 

OYSTERBAND “Diamonds On The Water” (Navigator Records)

(3,5****)

Het scherpe randje is er zo stilletjesaan wel een beetje van af bij de Oysterband. Maar goed, de dagen, dat men dat gezelschap her en der graag in één en dezelfde adem met de legendarische Pogues mocht vernoemen, liggen ondertussen ook al een flink eind achter ons. En de punky folk van weleer heeft met het verstrijken der jaren moeten wijken voor een veel radiovriendelijkere, nadrukkelijk meer popgeoriënteerde aanpak. En de twaalf songs op “Diamonds On The Water”, de eerste Oysterband-schijf sinds het vertrek van Ray “Chopper” Cooper, kunnen wat ons betreft bijna zonder uitzondering zó op de playlist van zo menig een Radio 1-programma. Met name dingen als het a cappella ingeleide en ook verderop buitengewoon warmbloedig aandoende “A Clown’s Heart”, het bedaard rockende “A River Runs”, de fantastische trage “Lay Your Dreams Down Gently” en het extreem catchy titelnummer, om er maar een paar te noemen, zullen de populariteit van het vijftal met z’n roots in Canterbury allicht alleen nog maar ten goede gaan komen. Opdracht volbracht dus, zeker?

Oysterband

 

TIA MCGRAFF “Break These Chains” (Bandana Records)

(4****)

Tia McGraff schrijft en brengt het soort van liedjes, dat haar vooral in kringen van fans van acts als Mary Chapin Carpenter, Mary Gauthier, Shawn Colvin, Lynn Miles, Katy Moffatt, Patty Griffin en aanverwanten erg populair zou moeten kunnen maken. Rootsy spul dus, dat beurtelings wat meer richting Americana, country, folk, dan wel pop en rock durft te leunen. Vrijwel doorlopend gezegend met sterke teksten en gebracht met een stem, die allicht niemand echt onberoerd zal laten. Zelfverzekerd, doorleefd en pakkend tegelijk. Ideaal eigenlijk voor het brengen van Americana, die op de keper beschouwd ook een wat groter publiek zou moeten kunnen aanspreken. Als een engeltje, dat op je tong piest!

Vergezeld wordt McGraff op “Break These Chains” onder meer door haar wederhelft Tommy Parham en Jonathan Edwards. De eerste tekende voor gitaar- en productiewerk en schreef samen met z’n eega het materiaal voor het album, de tweede liet onder andere gitaar-, bas- en mandolinesnaren spreken. Verder onder andere ook nog mee aan boord: Ian Bell (accordeon), Jim Kimball (uit de band van Reba McEntire / harmonica) en Ellen Day (fiddle).

Fijn plaatje! Onze – naar goede gewoonte ook nu weer geheel en al onverbintelijke – luistertips: het beklijvende folkpoppareltje “Nighthawk”, het met wat bluegrassgevoel besprenkelde “Reckonin’”, het pakkende titelnummer en het radiovriendelijke “Saints And Angels”.

Tia McGraff, CD Baby

 

WYATT EASTERLING “Goodbye Hello” (Phoenix Rising Records)

(3,5****)

De dezer dagen vanuit Nashville actieve Amerikaan Wyatt Easterling zit al ruim dertig jaar in het vak. Hij debuteerde al in 1981 met het album “Both Sides Of The Shore”. Die collectie liedjes zou hem eigenaardig genoeg niet lanceren als artiest, maar indirect wel aan de basis liggen van een carrière binnen het muziekwereldje. Binnen de A&R-afdeling van Atlantic Records meer bepaald en belangrijker nog, als songleverancier voor anderen. Zo hadden onder meer Neal McCoy, Paul Thorn, Joe Diffie, de Sons Of The Desert, Billy Joe Royal en recenter nog Dierks Bentley (“Modern Day Drifter”) en aanstormend talent Robby Hecht het nodige succes met liedjes van Easterlings hand.

Maar de jongste jaren lijkt de beste man toch vooral weer bemoeid om ook voor zichzelf een plaatsje onder de spotlights op te eisen. Sinds het in 2009 verschenen album “Where This River Goes” om precies te zijn. Sedertdien leeft hij weer het leven van de eigentijdse troubadour. En dat is duidelijk een muzikale jas die hem goed zit. Met zijn wollig-warme stem beschikt Easterling immers over een geweldige troefkaart. Vrijwel moeiteloos wist hij ons alvast in te pakken met zijn voortdurend handig tussen Americana en (pop) country heen en weer fietsende liedjes. Enkele daarvan schreef hij samen met getalenteerde collega’s als Paul Jefferson, Drew Womack en Robby Hecht, om er maar enkele op te noemen. Wat maakt, dat hier niet enkel op vocaal en instrumentaal, maar ook tekstueel en muzikaal vlak zo ongeveer alles klopt. “Goodbye Hello” is gewoon af.

En wij zouden het album van hieruit dan ook zonder schroom durven aan te bevelen aan liefhebbers van het materiaal van knapen als een John Gorka, een Jeff Talmadge, een Greg Trooper en – in iets mindere mate ook – een Marc Cohn. Goed gezelschap, niet?

Wyatt Easterling, CD Baby

 

HALDEN ELECTRIC “Women” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik tot voor kort absoluut niet vertrouwd was met het werk van de Noorse singer-songwriter Anders Svendsen en z’n band Halden Electric. Mijn nieuwsgierigheid naar de derde van die groep werd eigenlijk vooral gewekt door wat voorafgaand aan de release van “Women” door de spreekbuis van hun platenlabel verspreide lovende woorden. Die had het met betrekking tot Svendsen over “a Leonard Cohen and Neil Young melted into one”. En dat wilde ik natuurlijk wel eens horen. Beide heren zijn immers sinds jaar en dag helden des huizes.

Bleek, dat “Women”, “de moeilijke derde” voor Halden Electric, eigenlijk gewoon twee nieuwe platen ineens bevatte. De ene, de Cohen-schijf zeg maar, telde met “Loving Comes To Life”, “Always You”, “Be For Real”, “Everything You Love”, “Light Your Lantern”, “Good Enough”, “Annie Leaving”, “Move On”, “I Don’t Think It’s Funny”, “Something Less” en “True Love” elf veelal eerder ingetogen gehouden rootsy songschoonheden, die zich op tekstueel vlak voornamelijk bezighouden met het relationele. Liedjes over mannen en vrouwen, hun onderlinge band en alle daarmee samengaande grote en kleinere gevoelens dus. Heel erg herkenbaar allemaal.

CD 2 was geheel en al andere koek. Om die te kunnen inblikken heeft men in de studio op de valreep allicht nog snel het één of andere stopcontact extra dienen te voorzien. “Plugged” is hier inderdaad het sleutelwoord. Dingen als “No More Love”, “These Wounds”, “I Don’t Want To”, “See No Evil”, “All I Ever Needed”, “How Much Attention”, “Somewhere”, “Good To Be Alone” en “Trust Your Love” blijken inderdaad “heel erg Neil Young”. En Crazy Horse! De zang vertoont de nodige “Ähnlichkeiten”, het gitaarwerk zeer zeker ook.

De “buzz” vooraf was dus wel degelijk gerechtvaardigd! En dit moet je mijns inziens dan ook zeker even proberen te beluisteren. Er wacht je – Mocht je Halden Electric net als mij nog niet kennen tenminste! – immers een alleraardigste muzikale verrassing!

Halden Electric, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

BAP KENNEDY “Let’s Start Again” (Proper Records / Rough Trade-Tone)

(4****)

De Noord-Ier Bap Kennedy is wat je noemt een echte topper binnen het (Europese) Americana-gebeuren. Een echte songwriters’ songwriter. Alleen jammer, dat zó weinig mensen dat vooralsnog lijken te willen beseffen… Met “Let’s Start Again”, zijn ondertussen toch ook alweer zesde soloplaat na zijn dagen als kopstuk van rockband Enery Orchard, serveert Kennedy elf bijkomende redenen om hem als liefhebber van het genre onverwijld stevig aan de borst te drukken. Géén gerenommeerde fans als een Steve Earle of een Mark Knopfler in de buurt om een handje toe te steken daarbij ditmaal, maar dat kan de pret absoluut niet drukken. In een gedeelde productie met z’n maat Mudd Wallace en met de nodige hand- en spandiensten van nogal wat lokaal muzikaal talent levert Kennedy z’n misschien wel mooiste plaat tot op heden af. Americana van het betere soort regeert hier. Zonder dat zulks ook maar enigszins beperkend hoeft te werken overigens. Aan stilistische variatie immers bepaald geen gebrek op “Let’s Start Again”. Het zomerse “King Of Mexico” speelt zo bijvoorbeeld nadrukkelijk met uit Midden- en Zuid-Amerika komen aanwaaien muzikale invloeden, “Revelation Blues” en “If Things Don’t Change” blijken schalkse knipogen richting country blues, titelnummer “Let’s Start Again” is knap melancholisch ingevulde singer-songwriter country en het ook al erg breekbaar aandoende “Song Of Her Desire” en “Radio Waves” voegen daar zelfs nog een bescheiden prise popsensitiviteit aan toe. “Heart Trouble” leeft dan weer van een bepaald aanstekelijke Western Swing-invulling, “Under My Wing” is gewoon een héél mooi, héél erg “seventies aanvoelend” popriedeltje, “Strange Kid” “Americana pur”, “Let It Go” klassiek geschoolde trage honky-tonk en “Fool’s Paradise” een in al zijn valse opgewektheid volop aan de zonnige kant van wijlen Willy DeVille herinnerend niemendalletje. Een lekker elftal voorwaar!

“Let’s Start Again” is overigens ook verkrijgbaar in een “Deluxe Edition” inclusief bonus-cd met daarop een verdere voetbalploeg waard aan “classic Bap recordings” à la “Long Time A Comin’”, “Be Careful What You Wish For” en “Domestic Blues”. Doe er vooral je voordeel mee!

Bap Kennedy, Proper Records

 

THE BACKCORNER BOOGIE BAND “Faico Faico” (Suburban Records)

(4****)

Toen ik nog flink wat jonger was, pleegden mijn muziekminnende vrienden en ik dit soort van platen te bestempelen als “dikke schijven”. Albums, bedoelen we dan, waarvan je gelijk al van bij de eerste beluistering ervan wist, dat je er nog heel erg vaak naar terug zou gaan grijpen. En zo eentje is de tweede van The Backcorner Boogie Band dus. “Faico Faico” is kort samengevat één groot feest voor het oor. On-Hollands goed eigenlijk! Met een hart zo groot als zo ongeveer de volledige Zuidelijke helft van de States. Want daar wordt uiteraard ook ditmaal weer het grootste deel van de mosterd gehaald. Zoals voor het in al zijn bezielde zwierigheid nadrukkelijk aan de Black Crowes refererende “Angels”, het ingehouden Southern rockertje “Lost My Job To A Chinaman”, het ongemeen funky uit de hoek komende “When The Day Is Done”, de soulvolle sleper “This Is How It’s Gonna Be” en het als bezeten om zich heen schoppende “Take My Life”. En ook het lijzige “Country Love Affair”, de in ruimschoots voldoende mate met steelklanken besprenkelde (country)ballade “Number 21”, het met blazers onder de steroïden opgewaardeerde en wellicht juist mede daardoor ongemeen catchy werkende “It Is Not So Easy”, de knappe “valse trage” “Wait Till I Get Home”, het ingehouden stompende “Can You Hear It On The Radio” en het vrijwel meteen tot meebrullen uitnnodigende stukje Zuiderse zonnigheid “Home” mogen zó mee in dat rijtje. Eigenlijk wordt er enkel met “The Beat Of Love” even naast de muzikale pot gepiest. Dat in aanstekelijk gitaargerinkel gehulde niemendalletje grijpt immers nadrukkelijk terug naar de late sixties. Maar storen doet dat hier absoluut niet! Wel integendeel! Het is zelfs één van de allermooiste liedjes op “Faico Faico”!

The Backcorner Boogie Band, Suburban Records

 

BIRDS OF CHICAGO “Live From Space” (Birds Of Chicago / Lucky Dice Music)

(4,5*****)

Het verhaal van Jeremy Lindsay en Allison Russell samen wordt er met de dag alleen nog maar mooier op. Hem leerden we ooit kennen via JT & The Clouds, haar via Po’ Girl, maar sinds eind vorig jaar denken we met betrekking tot het tweetal eigenlijk enkel en alleen nog in termen van Birds Of Chicago. Hun toen verschenen debuut was immers meteen een schot in de roos. Een mooie belofte met het oog op hun toekomst samen, zeg maar. En die bracht nog zoveel meer dan aanvankelijk verwacht. Zo gaven de twee elkaar vorig jaar bijvoorbeeld niet enkel hun jawoord, maar is er ondertussen ook reeds een kindje op komst. En ook met hun carrière samen gaat het uitstekend. Ten bewijze daarvan is er hier en nu “Live From Space”. Dat album blikten Russell en Lindsay ergens medio 2013 samen met vijf kompanen in de SPACE in hun huidige thuishaven Evanston, Illinois in. Wat we daardoor aangeboden krijgen is volgens de twee “the cadillac edition” van hun bandje. Het ideale vehikel alleszins ook wat ons betreft voor de catchy liedjes van Lindsay en Russell. Zeventien serveren ze er daarvan. Daaronder ook enkele gloednieuwe en vertolkingen van al wat ouder materiaal van JT & The Clouds en Po’ Girl. Het ene deuntje alleen maar aantrekkelijker dan het andere. Hier moet je wel van houden! Buitengewoon knap, hoe (indie) pop en folk, Americana, doo-wop, soul, gospel en exotica elkaar hier weten te vinden. Dit bruist! Dit stoomt! Dit pakt je! Geen wonder, dat dit album “in no time” wist door te stoten tot de nummer-1-stek in de Euro Americana Chart. En dan kan je wel zeggen, dat er bij het begin van een nieuw muziekjaar meestal niet al teveel concurrentie is, dat doet hoegenaamd niets af aan de kwaliteit van dit uitzonderlijke songzeventiental. Als je dit enkele maanden later zou uitbrengen, dan zou het evengoed richting de top knallen. Zeker weten!

Vanaf eind januari kan je de Birds Of Chicago ook live gaan bewonderen op diverse locaties in onze kontreien. Voor meer info daaromtrent kan je hier terecht.

Birds Of Chicago, Lucky Dice Music

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home