CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES JANUARI 2017

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

BRIGITTE DEMEYER & WILL KIMBROUGH “Mockingbird Soul” - MARTIN HARLEY AND DANIEL KIMBRO “Static In The Wires” - MARY’S LITTLE LAMB “Elixir For The Drifter” - CHRISTIAN KJELLVANDER “Solo Live” - PAAL FLAATA “Come Tomorrow: Songs Of Townes Van Zandt” - FRED EAGLESMITH “Standard” - DAYNA KURTZ WITH ROBERT MACHE “Here Vol. 1” - THE BLACK SORROWS “Faithful Satellite” - TIFT MERRITT “Stitch Of The World” - HAT CHECK GIRL “Two Sides To Every Story” - RETO BURRELL “Side A&B” - THE BAND OF HEATHENS “Duende” - MISS TESS “Baby We All Know” - BOB CHEEVERS “Fifty Years, The Bob Cheevers Collection” - CHATHAM COUNTY LINE “Autumn” - SURRENDER HILL “Right Here Right Now” - MANDOLIN ORANGE “Blindfaller” - JOHN CALVIN ABNEY “Far Cries And Close Calls” - STEPHEN FEARING “Every Soul’s A Sailor” - SHANNON LYON “My Throat Is Soar”

 

 

BRIGITTE DEMEYER & WILL KIMBROUGH “Mockingbird Soul” (BDM Music)

(5*****)

Als twee klasbakken als Brigitte DeMeyer en Will Kimbrough elkaar de hand reiken voor een project als “Mockingbird Soul” dan weet je eigenlijk a priori al dat je goed zit voor een prima geheel. En in dat opzicht worden we hier dan ook niet echt meer verrast. Twaalf nummers lang staan de twee hier garant voor ongemeen warmbloedige balsem voor de ziel. Pure southern country soul van het allerbeste soort. Gebracht met her en der wat bijstand van de onvolprezen Wood Brothers en Blue Mother Tupelo’s Micol Davis. Zelf betokkelde DeMeyer de ukelele, deed Kimbrough zijn duitje in het zakje op tal van gitaren en harmonica en mocht Chris Donohue de onderbouw verzorgen op de upright bass.

Aan hoogtepunten absoluut geen gebrek op “Mockingbird Soul”. Van het buitengewoon soulvolle titelnummer en het volop op een swampy vibe terende “Rainy Day” over de door een rondleiding doorheen Kimbroughs thuishaven van weleer geïnspireerde ballad “Little Easy” en het aanstekelijke back porch bluesje “The Juke” tot iets pakkends als “I Can Hear Your Voice”, waarin Kimbrough op bloedmooie wijze ingaat op het pijnlijke proces van het verliezen van een ouder die weliswaar fysiek nog present is maar geestelijk al lang niet meer. Een echt kippenvelmomentje, dat laatste nummer!

“Mockingbird Soul” wordt afgesloten met de enige cover erop. Het betreft daarbij een prima uitvoering van “October Song” van de Incredible String Band.

Beter worden ze ons inziens nog maar zelden gemaakt!

Brigitte DeMeyer, Will Kimbrough

 

MARTIN HARLEY AND DANIEL KIMBRO “Static In The Wires” (Del Mundo Records)

(3,5****)

“Static In The Wires” is het gloednieuwe album van het hier al wel eens eerder bejubelde duo Martin Harley en Daniel Kimbro. De één een dijk van een songwriter in de schemerzone tussen blues en Americana, de ander een bassist met een ondertussen serieuze staat van dienst bij schoon volk als Jerry Douglas en Larkin Poe, om er maar enkelen te noemen.

En die Douglas is overigens ook één van de gasten van Harley en Kimbro op “Static In The Wires”. We horen hem met een uitermate gesmaakte dobrobijdrage aan het groovy rootsniemendalletje “Feet Don’t Fail Me Now”. Verder stoten we in de gastenlijst ook nog op de namen van drummer-percussionist Derek Mixon en toetsenist Micah Hulscher. Voor het overige tekenen Harley en Kimbro zelf. Harley neemt naast de zang ook nog de akoestische en elektrische gitaren, de Weissenborn en de lap steel voor zijn rekening, Kimbro zingt ondersteunend mee en laat zich gaan op z’n double bass, akoestische gitaren en piano. Voor de productie tekenden de twee samen.

In totaal elf songs serveren ze ons op “Static In The Wires”. Zonder uitzondering eigen materiaal. En op de keper beschouwd aangenaam gevarieerd ook. Het zwaar atmosferische “Gold” zouden we zo bijvoorbeeld zonder al teveel nadenken van het label roots pop durven te voorzien, “Sweet & Low” neigt een heel klein beetje richting blues maar is toch vooral mooie bedaarde Americana singer-songwriter stuff, de ballad “My Lover’s Arms” heeft iets bepaald soulvols over zich en “Dancing On The Rocks” herbergt flink wat pittig folky fingerpickgeweld. “Trouble” op zijn beurt heeft met name ritmegewijs iets van een New Orleans feel, “This Little Bird” out zich ongegeneerd als een blues slow en “I Need A Friend” doet vingervlug het folkhart weer wat sneller slaan. Afgesloten wordt er met de blues stunner “Mean Old City – Part 2”.

Leuk geheel! Onopvallend goed eigenlijk. Doet u er vooral uw voordeel mee, zouden we zo zeggen.

Onze luistertips: het hoger al even vermelde “Feet Don’t Fail Me Now”, bluesy opener “One Horse Town” en de trage roots beauty “Postcard From Hamburg”.

Martin Harley

 

MARY’S LITTLE LAMB “Elixir For The Drifter” (Rootz Rumble / Donor / Sonic Rendezvous)

(4****)

Een twangy gitaartje, wat sfeervol getrompetter en een ritme ver verwant aan iets van Johnny Cash in zijn jonge dagen en off we are voor de nieuwe van Mary’s Little Lamb, “Elixir For The Drifter”. “Are you ready to ride,” luidt het uitnodigend in het meteen daaropvolgende, ondanks een uitgesproken countryritme best wel wat aan de vermaarde spaghetti western soundtracks van Ennio Morricone herinnerende “Hold Your Horses”. En of we dat zijn! De tweede van het vijftal uit Keerbergen is er namelijk eentje waar we hier, benieuwd als we waren om te zien of de groep haar knappe debuut van twee jaar geleden “Fortune & Chance” zou kunnen bevestigen, al een poosje naar aan het uitkijken waren.

Liefst twaalf nummers lang grossiert het kwintet rond de met een echt wel zalige diepe stem gezegende Bart Hendrickx weer in heerlijk eigenzinnige alternatieve country en Americana. Muziek, die er hoegenaamd geen twijfel over laat bestaan wie de invloeden van de heren geweest zijn. Van Hank en Johnny over de al genoemde Ennio Morricone tot Calexico. Wat Hendrickx en co siert, is dat ze daaruit iets geheel eigens distilleren. Zoals het hypernerveuze, over een sympathiek banjolijntje voortstuiterende “Hay” bijvoorbeeld al. Of het mijmerende, in een ondergrond van zachte twang wel bijzonder goed gedijende “Blending In” ook.

“Incantation” is op zijn beurt het soort van flirt met latin-ritmes zoals je die bijvoorbeeld ook van een groep als Los Lobos verwachten zou. Lekker broeierig en vooral ook super catchy! Vervolgens is er de met Kathleen Vandenhoudt gedeelde en op fundamenten van puur verlangen opgetrokken schuifelaar “Saguaro”. Weer met dat typische filmische sfeertje dat ook al zoveel nummers op het debuut van Mary’s Little Lamb kenmerkte. En met werkelijk subliem blaaswerk ook van de tandem Kevin Van Hoof - Stijn Cumps.

Volgen dan nog: de sensuele murder song “El Fuego”, het eens te meer nadrukkelijk de eigen voorliefde voor wijlen The Man In Black etalerende “Grind”, de doorleefde Hank Williams-cover “Alone & Forsaken”, het desolate, ritmegewijs redelijk duidelijk naar de monotone inslag van de houwelen van in velden hun straf uitzwetende gevangenen zoals we die kennen uit films verwijzende “Stray Arrow”, de banjogestuurde old-time wanhoopskreet “Tell Me Now” en afsluiter “Forever Gone”, een op ongemeen fraaie wijze de spijtgevoelens van een eeuwige twijfelaar verwoordende trage.

Van Belgische makelij weliswaar, maar met internationale allure, dit album! Echt een aanrader van formaat!

Mary’s Little Lamb

 

CHRISTIAN KJELLVANDER “Solo Live” (Stockfisch Records)

(4****)

Hoe hoog we hier wel oplopen met de muziek van Christian Kjellvander bleek nog maar eens aan het eind van de vorige jaargang, toen we ‘s mans “A Village: Natural Light” hier vrijwel zonder nadenken bombardeerden tot plaat van het jaar. We hebben iets met de man, zoveel is ondertussen wel duidelijk. En we vonden het dan ook helemaal niet erg, om met het toepasselijk getitelde “Solo Live” al vrij snel weer een nieuwe release van ‘m te mogen begroeten.

Het betreft daarbij een op 16 mei 2015 in de Bürgersaal in het Duitse Northeim ingeblikte solo gig. En als we er u bij vertellen, dat het uitgerekend Günter Pauler van het al vaak om z’n geweldige geluid geroemde label Stockfisch Records was, die present tekende voor het opnemen van dat setje, dan weet u gelijk ook waar u aan toe bent. Ruim achtenveertig minuten haast onaards schone, kristalhelder gebrachte en vereeuwigde Americana en folk met een Nordic-randje. Spiernaakte songschoonheden vallend onder de ons ooit op een onbewaakt moment nog door landgenoot Tom Dice ingefluisterde hoofding “just me and my guitar”. Dingen als “The Truth”, “The Valley”, “Poppies & Peonies”, “The Mariner”, “The Crow”, “The Trip”, “The Zenith Sunset”, “Oregon Coast”, “Two Souls” en “Gardener River”, hier en nu te beluisteren alsof Kjellvander op nauwelijks een meter van je verwijderd zijn ding zit te doen.

Haast even tijdloos als mooi! En een zoveelste bewijs voor de stelling dat minder vaak juist veel meer is.

Christian Kjellvander, Stockfisch Records

 

PAAL FLAATA “Come Tomorrow: Songs Of Townes Van Zandt” (Blue Mood Records / PIAS)

(5*****)

Ondertussen goed en wel een jaar of vier geleden al wijdden we hier een stukje aan “Wait By The Fire: Songs Of Chip Taylor” (5*****), de eerste van – Wat we toen nog niet wisten! – drie door de Noor Paal Flaata geplande hommages aan het adres van eigen helden. Echt een dijk van een plaat was dat, die ons louter gevoelsmatig in gedachten al eens deed afdwalen richting het werk van groten der aarde als een Leonard Cohen, een Nick Cave en een Mickey Newbury. En die laatste zou een jaar of twee later met “Bless Us All: Songs Of Mickey Newbury” (5*****) wat ons betreft dan ook niet geheel en al onverwacht ook zelf een beurt van Flaata krijgen. En met zo ongeveer hetzelfde resultaat ook. Werkelijk fantastische, heel erg doorleefde vertolkingen van liedjes als “Write A Song A Song”, “Remember The Good”, “Bless Us All”, “I Came To Hear The Music”, “Newbury’s Voice” en het legendarische “An American Trilogy”. Met opnieuw dezelfde sleutelwoorden: pathos, grandeur en niet zelden enige tristesse ook. Americana met iets van een duister randje. Uitermate geschikt ons inziens ook voor gebruik in wel eens voor wat anders openstaande rockkringen.

En nu is er dus nummer drie in Flaata’s trilogie. Daarop buigt het voormalige kopstuk van Midnight Choir zich over de liedjes van misschien wel zijn allergrootste held: Townes Van Zandt. Een voorbeeld voor velen, maar bij leven en welzijn lang niet zo populair als dat ondertussen wel het geval is. Wat ons betreft zonder meer de allerbeste singer-songwriter ooit. Geen twijfel over mogelijk! En we zouden er hier bijna een eed op durven te zweren, dat Paal Flaata er precies zo over denkt. Hij heeft er door de jaren heen immers nooit echt een geheim van gemaakt, dat Van Zandt een speciaal plaatsje in zijn hart had.

Flaata kent Van Zandt alleszins door en door. Hij voelt ’s mans werk aan als nagenoeg geen ander. En in tegenstelling tot heel wat voorgangers in het verleden al brengt hij Van Zandts materiaal op “Come Tomorrow” wel heel erg geloofwaardig. Daarbij overigens en passant aan enkele volgens hem net iets te voor de hand liggende songs verzakend. Denk bijvoorbeeld maar al aan iets als het hier ondertussen dankzij de versie van de Broken Circle Breakdown Bluegrass Band tot gemeengoed verworden “If I Needed You”.

Wel van de partij zijn een net niet overgeorkestreerde versie van “Flyin’ Shoes”, de ons opnieuw wel wat aan Nick Cave herinnerende story song “Our Mother The Mountain”, het gevoelige “Tower Song”, een best wel wat onheilspellend aandoende vertolking van “Rake”, een echte moorduitvoering – Denk bij wijze van referentie maar even aan de “American Recordings” van Johnny Cash zaliger! – van “Kathleen”, een met zijn dochter Maia gedeelde, bij nader inzicht very sixties uit de hoek komende interpretatie van “Come Tomorrow”, het walsje “Quicksilver Daydreams Of Maria”, een berookte, bluesy lezing van “Where I Lead Me”, het lieflijke “Velvet Voices” en het als groots orgelpunt dienstdoende “Snow Don’t Fall”, één van onze persoonlijk Van Zandt-favorieten, hier gebracht als een bloedmooie pianoballade.

“Zo mooi, dat het haast pijnlijk wordt,” schreven we indertijd al over “Wait By The Fire: Songs Of Chip Taylor” en dat herhalen we naar aanleiding van het verschijnen van “Come Tomorrow: Songs Of Townes Van Zandt” en de heruitgave van de beide andere delen van de trilogie hier graag nog eens even opnieuw. Het kan haast niet anders, of Van Zandt zit ergens daarboven met een grijns veel breder dan we van hem gewoon waren toen hij nog leefde mee te genieten…

Paal Flaata

 

FRED EAGLESMITH “Standard” (A Major Label / Lucky Dice Music)

(3,5****)

“Standard” is wat je noemt vintage Fred Eaglesmith. Standard Fred Eaglesmith. Alternatief countrystemgruis van het betere soort. Story songs over de hard werkende medemens en diens diepste gevoelens. Simpel maar effectief. In die mate zelfs, dat heel wat collega’s zich wellicht zullen afvragen, waarom ze deze verhalen niet zelf achter schijnbaar alledaagse taferelen zien.

Iets als “Jenny Smith” bijvoorbeeld. Over een in afzondering levende, compleet van de wereld vervreemde oorlogsweduwe, voor wie een nieuwe vliegendeur naar haar terras nog zowat het enige is, waar ze durft naar uit te kijken, naar te verlangen. Of “Miss Mary Jane”. Die haar ventje badend in de vragen achterlaat, “on a southbound train”. Je proeft daarin de wanhoop in zowat elk woord van de protagonist. Net als in “Tom Turkey” trouwens ook. Waarin het harde bestaan op de boerderij er het leven in eenzaamheid ook al niet eenvoudiger op maakt. Gelukkig is er met dingen als het afsluitende “Mr. Rainbow” zo nu en dan ook plaats voor wat positivisme.

Vintage Eaglesmith dus, zoals gezegd, met daarbij voor de gelegenheid een opvallend prominente rol voor ’s mans muzikale echtgenote Tif Ginn. Als co-producer, maar ook met gezongen hand-en-spandiensten en met wat bijdragen op mandoline, ukelele, harp, trompet, tamboerijn, melodica, drums en tal van percussie-instrumenten.

Fred Eaglesmith, Lucky Dice Music

 

DAYNA KURTZ WITH ROBERT MACHE “Here Vol. 1” (Kismet Records / Lucky Dice Music)

(4****)

De Amerikaanse Dayna Kurtz heeft al zo menig een prachtplaat op haar repertoire staan, maar sta ons toe hier te stellen, dat ze live toch nog altijd op haar allerbest is. En dus juichen wij het ook alleen maar toe, dat het bij de opvolger van het knappe “Rise & Fall” van zo’n twee jaar geleden over een tijdens haar laatste tour doorheen Nederland ingeblikte concertregistratie blijkt te gaan. Goed voor ruim drie kwartier luisterplezier van een ongekende intimistische intensiteit, echt druipend van de passie. Met in de hoofdrollen de snaren van de je vast ook wel van z’n bijdragen aan de Continental Drifters bekende gitarist Robert Mache en uiteraard ook de stem van La Kurtz zelve. Die brok puur natuurgeweld!

Samen blikken ze terug op zo ongeveer de hele carrière van Kurtz. Zo serveren ze ons bijvoorbeeld haar sublieme “drinking song for the apocalyps” “Raise The Last Glass”, het volledig van de blues doordrongen “I Look Good In Bad”, haar ode  aan New Orleans “NOLA” en uiteraard ook haar enige hit, het passionele “Love Gets In The Way”. Voorts zijn er ook nog “Fred Astaire”, de ook al werkelijk bloedmooie soulvolle ballad “I’ll Be A Liar”, het enigszins omineuze “Billboards For Jesus” en “If I Go First”, wat ons betreft nog altijd één van haar allermooiste liedjes überhaupt.

Als open invitatie voor haar er begin maart aankomende volgende tournee kan dit absoluut tellen! Met stops in onder meer Gent en over de grens in Maastricht, Den Haag, Utrecht, Amsterdam en Nijmegen vindt u vast wel een gig naar uw gading!

Dayna Kurtz, Lucky Dice Music

 

THE BLACK SORROWS “Faithful Satellite” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Wist u, dat “Faithful Satellite” al het twintigste album van The Black Sorrows is? Wij dus niet, he. Dat het er al heel wat waren, dat wel. Maar twintig, neen dus… Nochtans zijn zanger-songsmid Joe Camilleri en de zijnen hier sinds jaar en dag graag geziene gasten. Sinds 1988 om precies te zijn, toen ze ons quasi omverbliezen met het radiohitje “Hold On To Me” en het gelijktijdig daarmee verschenen gelijknamige album. Die plaat en het twee jaar later op de wereld losgelaten “Harley And Rose” behoren nog altijd tot het selecte kransje van onze favoriete platen aller tijden.

Maar goed, nu is er dus “Faithful Satellite”. En het is dan ook die plaat, die hier even onze aandacht verdient en niet dat glorierijke verleden. Strijkersgewijs worden we naar binnen gezogen in opener “Cold Grey Moon”, een nummer dat ons überhaupt een beetje herinnerde aan die andere held des huizes, Elvis Costello, ten tijde van pakweg “Imperial Bedroom”. Een prima appetizer dus! Vervolgens gaat het via het knappe, zich na een gospeleske intro tot een brassy rocker ontwikkelende “Raise Your Hands” en de met flink wat Tex-Mex-gevoel besprenkelde ballad “You Were Never Mine” over de jachtige verhalende country van “Fix My Bail” en het nogal noirish neergelegde “It Ain’t Ever Gonna Happen” richting het alleraardigst swingende walsje “Winter Rose” en het opnieuw met fraai koperwerk opgewaardeerde, tegelijk wat old school jazzy en R&B aandoende “I Love You Anyhow”.

Volgen dan nog: de prima folkrocker “Into Twilight”, de stomende, daar perfect op aansluitende rootsy meezinger “Carolina”, het zonder schroom even in de grote pot met reggae ondergedompelde “Love Is On Its Way”, het werkelijk messcherpe “Land Of The Dead” en de dub-escapade “Beat Nightmare”.

Variatie troef met andere woorden weer. We hadden het van Camilleri en co eigenlijk niet anders verwacht!

The Black Sorrows

 

TIFT MERRITT “Stitch Of The World” (Yep Roc Records / V2)

(4,5*****)

De ingehouden country rock van “Dusty Old Man”, het van een echt door merg en been gaande pianoballade gaandeweg tot iets vlotters, heel erg soulvols evoluerende “Heartache Is An Uphill Climb”, het op een gedicht van Raymond Carver geënte “My Boat”, de fijne, voorzichtig hitgevoelige country soul van “Love Soldiers On”, folky titelnummer “Stitch Of The World”, de haar door het gadeslaan van enkele prille levenslessen van vogels op haar inrit ingegeven ballad “Icarus”, de pittige roots rocker “Proclamation Bones” en het samen met onder meer Sam Beam van het onvolprezen Iron & Wine ingeblikte drietal “Something Came Over Me”, “Eastern Light” en “Wait For Me”, het zijn zo maar eventjes tien dwingende redenen om ook de nieuwe van Tift Merritt weer zonder dralen stevig tegen de borst te drukken.

Dat niet doen zou overigens een stommiteit van formaat zijn. Je zou er zomaar één van de allerbeste platen van 2017 mee laten schieten. En dan bedoelen we heus niet enkel de eerste maand van 2017! Neen, neen, neen, één van die dingen die straks ongetwijfeld op heel wat eindejaarslijstjes gaan belanden! Naast de Lucinda’s, de Emmylou’s en zo… Horen is kopen!

Tift Merritt

 

HAT CHECK GIRL “Two Sides To Every Story” (Gallway Bay Music)

(4****)

Hat Check Girl is het hier al sinds jaar en dag op de nodige bijval kunnen rekenende samenwerkingsverband tussen klasbakken Peter Gallway en Annie Gallup. En met “Two Sides To Every Story” zijn die twee ondertussen ook al aan hun zesde album samen toe. Een zesde, waarvoor ze op drums en percussie-instrumenten de hulp kregen van de grote Jerry Marotta.

“Two Sides To Every Story” zou je als geheel een soort van conceptplaat kunnen noemen. Bij nader inzicht blijkt het immers te gaan om tien in paar geschreven liedjes, ondergebracht in vijf aparte hoofdstukken, van elkaar gescheiden door korte instrumentale interludia en gevolgd door een epiloog. Klinkt misschien een beetje gekunsteld allemaal, maar zo doet het naar onze bescheiden mening absoluut niet aan. Integendeel zelfs.

Zelf vonden wij “Two Sides To Every Story” meteen één van de beste platen van het duo Gallway en Gallup. Weer tot de nok toe gevuld met van die heerlijk atmosferisch aandoende, zich gelukkig niet al teveel van genregrenzen aantrekkende new folk beauties. Zonder echte uitschieters, van een permanent uitzonderlijk hoge kwaliteit. Gedragen door twee zalige stemmen ook: de berookte rasp van Gallway, de wat fijnbesnaardere, in de voetsporen van Joni Mitchell tredende van Gallup.

Hat Check Girl

 

RETO BURRELL “Side A&B” (TOURBOmusic)

(4****)

Reto Burrell is wat wij hier graag een onopvallende vaste waarde zouden willen noemen. De al sinds jaar en dag vanuit zijn Zwitserse thuishaven aan de weg timmerende songsmid met de lekkere gruizige stem leverde al zoveel fraais af. “Echopark”, “Shaking Off Monkeys”, “Roses Fade Blue”, “Burrell”, “Sunshine & Snow”, “Lucky Charm” en andere, het waren stuk voor stuk prima platen. Zonder uitzondering heel erg Amerikaans van opzet. Gemaakt als het ware voor de liefhebbers van het materiaal van knapen als een Tom Petty, een Ryan Adams, een Bob Seger en een Bruce Springsteen. Bulkend van de liedjes met een groot hart. Heerlijk warmbloedig!

Met “Side A&B” viert de beste man op z’n vierenveertigste de twintigste verjaardag van z’n besluit om solo aan de slag te gaan. Vroege dingen als “Eleven Songs” uit 1997 en “Foolpark Session” uit 1999 en de verzamelaar “Song Compilation 200-2009” uit 2010 meegerekend is het al z’n twaalfde plaat so far. En het is ‘n beetje een speciale geworden. Een schijfje in vinyl replica look, keurig opgedeeld in een “Side A” en een “Side B” en dan ook nog eens opgeborgen in een toepasselijk geconcipieerd klaphoesje, het doet zo op het eerste gezicht allemaal best wel wat retro aan.

De keuze voor twee plaatkanten blijkt bij nader inzicht echter louter functioneel. De eerste zeven liedjes van het geheel nam Burrell immers op met een full band, de volgende zeven hield hij bewust klein en akoestisch. Op die manier de twee kanten van z’n eigen ik in gelijke mate aan het woord latend. Z’n Dr. Jekyll en z’n Mr. Hyde als het ware. En dat levert ook nu weer zo menig een hoogstandje op. Van extreem catchy en derhalve ook zeer radiogeniek krachtvoer als “Shake It”, “Chasing The Wild” en “Ticket To Fly” tot knappe tragen als “How Many Doubts”, “Swimming In Stars” en “Red, Red Wine Pt. 2” of ingehouden akoestische schoonheden van songs als “Seize The Morning Light”, “When It Comes To Town Tonight” – Eén van ’s mans allermooiste liedjes tot op heden überhaupt! – en “You’re Still Alive”, Burrells kleinoden blijken niet zelden een ware lust voor het oor. Pareltjes waarvoor de beste man ogenschijnlijk ruimschoots voldoende inspiratie vond in zijn eigen turbulente bestaan van de voorbije paar jaren. Moeilijke tijden, die hij naar eigen zeggen gelukkig weer helemaal achter zich heeft.

Reto Burrell, Bandcamp

 

THE BAND OF HEATHENS “Duende” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Precies op tijd om er hun tienjarige bestaan wat bijkomende luister mee te verlenen pakken die van The Band Of Heathens uit met hun vijfde studioplaat, hun achtste in totaal. En dat is naar ondertussen goede gewoonte weer een verre van kwade. Tien nummers lang werpen ze zich in een met Jim Vollentine gedeelde productie weer op als terecht vaak als erfgenamen van legendarische acts als The Band of Little Feat genoemde praktikanten van het Americanavak. En dat op een pak minder introspectieve wijze dan nog op voorganger “Sunday Morning Record”.

Op “Duende” kan het bijna voortdurend echt alle kanten uit. Het openingsnummer, de zich thematisch gezien over de ontberingen van een leven on the road buigende rocker “All I’m Asking” krijgt zo en passant een lekker soulvol poppy randje mee. Een radiohitje in wording, zou je bijna denken. In het hypernerveuze “Sugar Queen” krijgen we vervolgens te maken met een soort van swampy uitvoering van de Stones, “Last Minute Man” doet het daarna lekker bedaard met een lap beklijvende roots rock pur, in “Deep Love” hoor je tot op zekere hoogte de invloed van de Beatles terug en “Keys To The Kingdom” is een slow boogie waaraan ons inziens met name liefhebbers van het werk van de betreurde J.J. Cale een aardige kluif zullen hebben.

“Trouble Came Early” dan. Opnieuw een stevige streep roots rock waarvoor de Stones en in het bijzonder dan Keith Richards duidelijk een voorbeeldfunctie hebben gehad. Eén van dé momenten van “Duende” voor ons meteen ook, dat nummer! (Die lekkere barrelhouse piano! Mmmm…) Vervolgens zijn er achtereenvolgens ook nog de psychedelische Sly-funk light van “Daddy Longlegs”, de zich terecht kritisch met betrekking tot het overdadige gebruik van social media dezer dagen uitende bedaarde folk rock ballad “Cracking The Code”, het in tijden van Trump meer dan ooit actuele immigratielied “Road Dust Wheels” en het afsluitende “Green Grass Of California”, een lijzige, nadrukkelijk naar seventies countryrockmodel geconcipieerde ode aan de cannabisplant en haar legalisering.

The Band Of Heathens

 

MISS TESS “Baby We All Know” (Rights Records)

(4****)

Al na één enkel nummer, het machtig swingende “Ride That Train”, weet je dat je met “Baby, We All Know”, de nieuwe worp van Miss Tess, weer gebeiteld zit voor ruim eenenveertig minuten rootsvertier van het betere soort. En op die opvolger van “Sweet Talk” uit 2012 en “The Love I Have For You” van zowat een jaar later blijkt de Amerikaanse vervolgens bovendien lekker breed te gaan. Met als motto genregrenzen zijn er om overschreden te worden hopt ze voortdurend lustig rond.

Van de sensuele moody roots rock van “Little Lola” of het aardig nadrukkelijk in 50’s R&B-wateren rondhangende “It’s So Easy To Tell” over de recht-toe-recht-aan rockende bluesvariant van “I Can’t Help Myself” of het zomers jazzy aandoende “Do You Want My Love” tot het catchy voorbijrockende “Shotgun Wedding”, van een maar moeilijk te categoriseren kuitenbijter als “Take You, Break You, Shake You” of een soulvol tranentrekkertje als “Don’t Blame Me” over country pur genre “Moonshiner” en het daar Americanagewijs zo ongeveer perfect bij aansluitende “Going Downtown” tot het afsluitende lieflijke rootswalsje “Lie To Me”, hier gingen ze er alvast zonder uitzondering in als zoete koek.

En een dikke pluim gaat daarbij wat ons betreft ook richting The Talkbacks. Zonder de buitengewoon vakbekwame begeleiding van haar ondertussen goed gerodeerde orkestje zou Miss Tess dit klusje ongetwijfeld niet op dezelfde geweldige manier hebben kunnen klaren. Eigenlijk hoorde de naam ervan gewoon mee op het artwork van deze kingsize dosis krachtvoer voor rootsomnivoren.

Miss Tess

 

BOB CHEEVERS “Fifty Years, The Bob Cheevers Collection” (Howlin’ Dog Records)

(4,5*****)

Vijftig jaar in het vak, dan mag het al eens iets meer zijn… Dat moet zo ongeveer de gedachtegang achter de nieuwe van de Texaanse songsmid Bob Cheevers geweest zijn. De man met het af en toe best wel wat aan Willie Nelson herinnerende nasale stemgeluid trakteert ons naar aanleiding van een halve eeuw liedjes schrijven immers op een liefst vijf discs in beslag nemende box set met daarop zomaar eventjes 83 van z’n songs. Zo menig een classic geplukt van z’n eigen repertoire, maar vooral ook tal van liedjes die nooit eerder op plaat belandden. En dat maakt van “Fifty Years” ook voor ’s mans al alles in hun collecties hebbende fans een echt hebbeding. Een waardevolle aanvulling op een ook zo al indrukwekkende songcatalogus.

Rootsy spul troef op “Fifty Years”, al durft Cheevers z’n voelsprieten along the way best ook wel eens op genres als jazz, pop en rock te richten. Doorgaans hoort z’n materiaal echter thuis onder de hoofdingen country, Americana of folk. Met zo nu en dan een toefje R&B of blues als afwerking. En met als voornaamste verkoopsargument nadrukkelijk ’s mans heerlijke verhalen. Als storyteller is hij wat ons betreft altijd op z’n best.

Mocht je Cheevers nog niet kennen, laat je dan op een onbewaakt moment eens even verwennen met dingen als “My Guitar, The Man In The Moon, And My Heart”, “Me And Dan And The Spoonman”, “Texas Is An Only Child”, “North Of Baton Rouge”, “Is It Ever Gonna Rain”, “You Sound Just Like Willie”, “Texas To Tennessee”, “The Stories I Write” en andere en je zal zeer snel begrijpen, waarom wij hier zo hoog met de beste man oplopen.

Mocht je Cheevers al wel kennen en er al (flink) wat materiaal van in huis hebben, dan vind je hier alle mogelijke redenen om toch onverwijld tot een aanschaf van “Fifty Years” over te gaan. (Voor amper $25 is het overigens sowieso een koopje.)

Bob Cheevers

 

CHATHAM COUNTY LINE “Autumn” (Yep Roc / V2)

(4****)

De Casino in Sint-Niklaas (01-02), Cultuurcentrum Zwaneberg in Heist-op-den-Berg (02-02), De Warande in Turnhout (03-02), CC Muze in Heusden-Zolder (04-02) en De Grote Post in Oostende (05-02) mogen zich zo stilaan beginnen op te maken voor een doortocht van de absolute bluegrasstrots van Raleigh, North Carolina, het onvolprezen viermanschap van Chatham County Line. Met onder de arm een nog nagelnieuw album, hun onlangs verschenen zevende studioplaat “Autumn” zullen singer-songwriter-gitarist Dave Wilson en de zijnen er ongetwijfeld weer garant staan voor het nodige live rootsplezier. Afgaande op de werkelijk torenhoge kwaliteit van het songelftal op “Autumn” is er hoegenaamd geen reden om daaraan, ook al was het maar heel even, te twijfelen.

Alle elf blijken originelen. En toch hebben ze gelijk al vanaf je eerste beluistering ervan iets vertrouwds. De manier waarop Wilson en co met bluegrass en Americana omspringen is nu eenmaal redelijk uniek te noemen. Hun ongemeen spontane aanpak, de eigen achtergrond in tal van rockbandjes en een open oor voor invloeden uit onder meer Cosmic American Music, seventies country rock, folk en andere maken dat de resultaten van een rondje in de opnamestudio met Chatham County Line altijd weer zeer de moeite blijken. Hun eigentijdse benadering van met name het bluegrassgenre maakt dat velen er zich door aangetrokken gaan voelen. En dat zonder al doende traditionalisten voor het hoofd te stoten. Je moet het maar doen!

Beginnen zoeken naar hoogtepunten op “Autumn” is naar ons gevoel onbegonnen werk. Maar als u lang genoeg zou aandringen, dan zouden we er ons misschien toch toe laten verleiden en dan is de kans redelijk groot dat we dingen als “Jackie Boy” – “A tribute to my old college friends and their dogs that have passed,” aldus Wilson zelf! – en het ook al zwaar melancholische “Moving Pictures Of My Mind” zouden gaan noemen. Of het lome, door het enerverende gehamer van een specht op een slechte morgen geïnspireerde katerliedje “Bon Ton Roulet”.

Chatham County Line

 

SURRENDER HILL “Right Here Right Now” (Blue Betty Records)

(3,5****)

Vanuit Sedona, Arizona bereikte ons onlangs de cd “Right Here Right Now” van het uit de Zuid-Afrikaan Robert Dean Salmon en de bevallige Afton Eekins bestaande duo Surrender Hill. En die twee blijken daarmee niet aan hun proefstuk toe. In 2015 verscheen immers ook al hun titelloze debuutplaat.

Net zoals op die maiden release staan er ook op “Right Here Right Now” weer uitsluitend eigen originals. Veertien stuks daarvan om precies te zijn. En die situeren zich echt zonder uitzondering ergens in de schemerzone tussen Americana, country en (in iets mindere mate) roots rock. Met de nadruk vrijwel doorlopend op twee elkaar wonderwel aanvullende stemmen. Nergens echt wereldschokkend, dat niet, maar wel doorlopend zeer oorvriendelijk. Catchy, om het met het daarvoor gangbare woord te omschrijven.

Salmon horen we en passant ook in de weer op akoestische en elektrische gitaren en dobro, Seekins levert op haar beurt percussie- en mandolinebijdragen. En dan zijn er ook nog co-producer Eric Fritsch (bas, orgel, piano, mandoline, accordeon en Wurlitzer), Paul Griffith (drums en percussie), Mike Daly (pedal en lap steel) en Jonathan Callicutt (gitaar), die voor een al bij al erg verzorgd totaalplaatje helpen zorgen.

Zouden we bijvoorbeeld durven aan te bevelen aan fans van een act als de Common Linnets. En daarmee weet een beetje liefhebber van Americana allicht genoeg. We hebben het hier inderdaad over de schijnbaar voor een wat groter publiek bestemde variant daarvan.

Onze luistertips: de doorleefde ballad “God Don’t Let The Road Disappear” en het door buddy Eric Fritsch accordeongewijs van nog net dat beetje meer gevoel bediende “Empty Bottle Of Dreams”.

Sympa!

Surrender Hill

 

MANDOLIN ORANGE “Blindfaller” (Yep Roc / V2)

(4****)

Wat een mooie plaat alweer, deze opvolger van het ondertussen goed en wel anderhalf jaar geleden verschenen “Such Jubilee”! Met “Blindfaller” nemen Emily Frantz en Andrew Marlin wat ons betreft weer enkele treden tegelijk bij het realiseren van hun ambitie om het tot de absolute top van het Americanagenre te schoppen. Ergens tussen country, bluegrass en folk vonden ze op weg naar “Blindfaller” al snuffelend zo menig een nieuwe rootstruffel. De tien liedjes erop zijn van een werkelijk superieure kwaliteit.

De zang is quasi voortdurend van een niets minder dan verbluffende schoonheid. Van beiden trouwens! En als ze dan ook nog eens aan het harmoniëren slaan… Wow! Wordt je als luisteraar ogenblikkelijk heel stil van! Daar ga je even voor zitten om er echt ten volle van te kunnen genieten. Neem nu zoiets als het een duidelijke hang naar traditionele country vertonende “Picking Up Pieces” bijvoorbeeld. Da’s met als kers op de taart de zachtjes huilende pedal steel van Allyn Love een heus staaltje van Americanaperfectie. Kippenvel gegarandeerd!

En daarvan vind je er op “Blindfaller” nog wel meer. Van het op bedaarde wijze naar de Appalachen lonkende “Lonesome Whistle” en de heerlijke, door Frantz naar eenzame hoogten getilde ballad “Cold Lover’s Waltz” tot “Hard Travelin’”, de zwierig rockende vreemde eend in de bijt hier, of het afsluitende “Take This Heart Of Gold” en dan vergeten we er nog wel enkele…

Zeker aan te bevelen aan liefhebbers van het materiaal van acts als Gillian Welch en David Rawlings.

Mandolin Orange

 

JOHN CALVIN ABNEY “Far Cries And Close Calls” (Continental Song City / CRS)

(4****)

John Calvin Abney is al de zoveelste ons door het Nederlandse CRS aangereikte songsmid uit Oklahoma die veel meer dan een bestaan ergens diep in de marge verdient. Dat hadden we eigenlijk al moeten weten naar aanleiding van ’s mans in 2014 en 2015 verschenen platen “Empty Candles”, “Better Luck” en “Vice Versa Suite”, maar die ontgingen ons jammerlijk. En dan is het maar goed, dat je op andere betrouwbare bronnen terug kan vallen natuurlijk. Waarvoor bij dezen de nodige dank!

De vanuit Tulsa actieve Abney maakte in eerste instantie vooral naam als helpende hand voor anderen. Met bijdragen op respectievelijk gitaar, pedal steel, keyboards en drums hielp hij door de jaren heen zo menig een collega een flink eind verder. Maar dan gingen plots ook zijn eigen vingers aan het jeuken. En met een pen ertussen leverde dat al snel heel fijne resultaten op. Sla er de hoger vernoemde albums maar eens even op na, je zal ons ongetwijfeld niet gaan tegenspreken. Of beter nog: geef je over aan “Far Cries And Close Calls”, de nieuwe van Abney. Is net als “Wilder Side” van Carter Sampson een echt snoepje.

Alternatieve country van het betere soort sowieso. Niet zelden eerder bedachtzaam van aard. Maar zeker niet uitsluitend zo. Daarvoor verandert Abney zelf het muzikale geweer te graag van schouder. Dompelt hij je het ene moment nog onder in een weldadig warm bad van weemoedige klanken (“Way Out”), dan gaat hij het andere net zo makkelijk even aan het rocken (“I’ll Be Here, Mairead”, “Jailbreak”). En da’s maar goed zo ook, want het garandeert je als luisteraar een lekker gevarieerd geheel dat hoegenaamd nergens aan spankracht dreigt te verliezen.

Onze luistertips: het op de keper beschouwd een weinig Dylanesk aandoende “Goodbye Temporarily”, de zonet ook al even vermelde trage “Way Out” en het daar louter sfeergewijs best wel wat bij aansluitende duo “Imposter” en “In Such A Strange Town”. Al zeggen we ook tegen de lekkere rockers “Jailbreak” en “Weekly Rate Palace” zeker niet neen.

John Calvin Abney, Bandcamp (CRS)

 

STEPHEN FEARING “Every Soul’s A Sailor” (Lowden Proud Records / Lucky Dice Music)

(4****)

Na “My Throat Is Soar” van Shannon Lyon gisteren ook vandaag weer een Canadese singer-songwriterschijf in de aanbieding. “Every Soul’s A Sailor” meer bepaald, de nieuwe worp van de door de jaren heen steeds actiever geworden Stephen Fearing. Als je hem al niet kennen zou van zijn eigen soloplaten en zijn werk met collega Andy White als Fearing & White dan is de kans vrij groot dat hij als lid van Blackie And The Rodeo Kings en door samenwerkingen met onder anderen Nick Lowe, Shawn Colvin, Bruce Cockburn en Richard Thompson onverwachterwijze toch al op je radar terechtkwam.

Eind deze maand strijkt Fearing weer eens even in de Lage Landen neer. Onder meer een optreden in de Breughel in Bree (26-01) staat daarbij op het programma. En zij die er hun weg heen zullen vinden zullen door Fearing ongetwijfeld mee worden getroond op een vergelijkbare reis doorheen het leven zelve als deze die ons op “Every Soul’s A Sailor” wordt aanbevolen. Een tien songeenheden tellende wandeling langsheen de vele kronkelende paden die ons dagdagelijkse bestaan voor ons in petto houdt. De paden die ervoor zorgen dat we gepokt en gemazeld altijd maar verder van huis belanden.

En haast even rijk aan variatie blijkt “Every Soul’s A Sailor” ook stilistisch gezien. Van pop songs over een bluesje en folky spul tot recht-toe-recht-aan rockend rootsy materiaal, Fearing bewijst hier uitgebreid het allemaal in de vaardige vingers te hebben. En dat met aan echte lekkernijen absoluut geen gebrek! Of wat dacht u van hemelse dingen als het bedaarde countrybluesje “The Things We Did”, de knappe, in onvervalste rootsrockmodus ingeblikte protestsong “Blowhard Nation”, de met collega Rose Cousins gedeelde trage “Gone But Not Forgotten” of het atmosferische titelnummer “Every Soul’s A Sailor”?

Noem dit maar een eerste echt toppertje voor 2017! Als dit het niveau voor het nieuwe jaar wordt, dan staan er ons verdorie nog heel wat fraaie dingen te wachten…

Stephen Fearing, Lucky Dice Music

 

SHANNON LYON “My Throat Is Soar” (Cockadoodle Doo Records / Continental Song City / CRS)

(3***)

Voor het debuut van de Canadese songsmid Shannon Lyon moeten we ondertussen al zo’n drieëntwintig jaar terug in de tijd. Naar 1994 en het toen verschenen “Buffalo White” meer bepaald. Het eerste in een reeks van inmiddels veertien albums. Met als recentste toevoeging het zopas verschenen “My Throat Is Soar”.

Die plaat blikte de voormalige wereldburger gewoon thuis in. In zijn eigen woonst annex studio in de buurt van het befaamde Lake Huron. Weg van welke vorm van haast dan ook. En dat hoor je aan het erop gebodene ook. De twintig tracks op “My Throat Is Soar” zijn wat je noemt vintage singer-songwriter stuff. Aan een Tascam 414 Mkll cassette 4 track recorder toevertrouwde overpeinzingen van een troubadour die door de jaren heen duidelijk geleerd heeft de tering naar de nering te zetten. Doorgaans minimaal bewapend met slechts een akoestische gitaar en een mondharmonica neuzelt Lyon er net geen drieënvijftig minuten flink op los. Stripped down is duidelijk de meest geschikte term om zijn niet zelden behoorlijk persoonlijk uitvallende mijmeringen hier mee te vatten. Spiernaakte schoonheid is daarbij met enige regelmaat het resultaat.

Onze luistertips: het drietal “Lake Huron”, “Lonelier Than You And Me” en “The Sandwich Man”.

Shannon Lyon, Bandcamp (CRS)

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home