ARCHIEF CD-RECENSIES JULI

 

 

ERIC HISAW

“Never Could Walk The Line”

(Dusty Records)

(4) J J J J

 

 

Véél te lang blijven rondslingeren hier, deze plaat… Foei! Nochtans is ze van werkelijk voortreffelijke makelij!

Eric Hisaw is wat je noemt een bezige bij. Zo vinden we de naam van deze vanuit New Mexico afkomstige maar dezer dagen in Austin residerende singer-songwriter bijvoorbeeld terug op de platen van Blue Diamond Shine, die met “That Godforsaken Road” onlangs nog hun tweede cd afleverden. Hisaw is de leadgitarist van die groep. En ook op de prima cd “Makin’ Hey” van de Heymakers beroerde hij de snaren. Daarnaast debuteerde hij onlangs als producer. Ondermeer bij het inblikken van zijn tweede solo-cd “Never Could Walk The Line” had hij de touwtjes in handen. Net zoals de voorloper van die plaat, het in 2000 verschenen “Things About Trains”, staat ook de jongste van Eric Hisaw weer bol van de lekkere Americana- / alt. country-songs, waarin country- en rockelementen elkaar mooi in evenwicht houden. En met die krachtige rasp van een stem van ‘m (die ons een weinig doet denken aan die van Graham Parker) wurmt hij zich met brio door zo diverse onderwerpen als garageverkopen, mooie meiden, drugproblemen en goede maar niet zo succesvolle muzikanten. Daarbij mag hij rekenen op de steun van heel wat gereputeerde muzikanten uit zijn buurt: we noemen o.m. Jud Newcomb (gitaren), Ron Flynt (o.a. bas), John Bush (percussie) en Lisa Mednick (accordeon). Samen tekenen zij zoals gezegd voor een sterk geheel, waarvan vooral het ingetogen tweetal “Danced With The Prettiest Girl” (met heel mooi penspianowerk van Mednick) en “Too Damn Pretty” ons nog lang zal bijblijven. Als hij nummers van dat kaliber kan blijven pennen, dan kan het welhaast niet anders of Eric Hisaw wordt een hele grote. En dan denken we aan het kaliber Tweedy, Farrar, Adams…

www.dustyrecords.se

 

 

PISTOL RIVER

“Memory Like Mine”

(Parthenon Records / Comstock Records)

(3,5) J J J J

 

 

Opvallend veel échte countryplaten de jongste weken! Het begint er zo stilaan het aanschijn van te krijgen, dat er weer leven in de brouwerij aan het komen is na al het gladde Nashville-spul van de jongste jaren!

Met “Memory Like Mine” van Pistol River zitten we alvast weer goed. Deze collectie bevat voornamelijk songs van het duo John Bizzack en Marvin Adcock, ingezongen door een aantal stemmen die sinds jaar en dag de kost verdienen in de rugdekking van anderen: Ray Barnett, Tim Hopkins, Wayland Patton, Mac Kaylor, Buddy Jewell en Tim Buppert. De muziek van Pistol River is zeer gevarieerd. De heren voltrekken hier het nagenoeg perfecte huwelijk tussen traditioneel en recent materiaal, waarbij gefocust wordt op pure country. Met een weloverwogen accentje hier of daar worden genres als bluegrass, rockabilly en western evenwel naadloos in het geheel ingepast.

Heel wat hoogtepunten op dit album! Om te beginnen natuurlijk het door de winnaar van de 2003 Nashville Star competitie, Buddy Jewell, gezongen “Two More Waiter!”, een mooie drinkin’ song in onvervalste George Strait-stijl. En verder ook zonder uitzondering alle bijdragen van Tim Hopkins. Wat heeft die man een mooie stem! Twijfelend tussen Raul Malo in “My Heart Stops Here” enerzijds en Dwight Yoakam in “When I Get Close To You” en “Look At The Love We’re In” anderzijds - ongelooflijk eigenlijk dat Hopkins nog geen carrière op eigen benen heeft. En datzelfde geldt wat ons betreft ook voor Wayland Patton. Die verdiende al uitgebreid zijn sporen als backing vocalist voor iedereen van Ricky Skaggs tot Emmylou Harris of Jason & The Scorchers en terug. Terwijl z’n songs al werden opgenomen door ondermeer Dwight Yoakam en George Strait. Maar deze Patton hoort gewoon zelf in de schijnwerpers te staan! Dat bewijst hij hier in het bluegrass getinte “Gone, Gone, Gone”, het een weinig naar Gary Allan overhellende “That Night In Paris” (over een romance in het dankzij Ry Cooder ondertussen vermaarde stadje in Texas) en de knappe sleper “That’s What Love Does To A Man”. En als we je dan ook nog vertellen, dat we ook heel erg onder de indruk waren van het door Ray Barnett gebrachte rockabillynummer “Livin’ It Up!”, dan is de rekening heel gauw gemaakt: dit is nog eens zo’n country-cd die je met plezier uitzit van begin tot einde.

www.pistolriver.net

www.comstockrecords.com

 

 

URBAN TWANG

“Vintage”

(Sweet Pickle Music)

(3,5) J J J J

 

 

Songschrijversduo Trish Clausen en Max Getzel duikt al sinds 1982 geregeld samen op. Eerst nog in de ska band The Eccentrics, later in Price Of Passion en sedert ’91 in Urban Twang. Met deze laatste vanuit Chicago opererende groep zijn ze inmiddels aan hun derde cd toe. Eerder verschenen immers al “Nothing You Can Do” en “Go Call Delia”. Met “Vintage” staan ze borg voor een geslaagde rootsplaat. Hun Americana profiteert ten volle van de erg emotionele voordracht van Clausen. Zoals in het knappe openingsnummer “Mistaken” of in het lekker wegtwangende “Better Days” bijvoorbeeld. Trish Clausen beschikt over een stel pipes dat je niet zo snel weer vergeet… Wij dachten bij het beluisteren van “Vintage” beurtelings aan Neko Case en Nathalie Merchant – met een lichte voorkeur voor de eerste van die twee. Andere in het oog springende nummers zijn het Iers aandoende “I Look Good In Black”, de luchtige country van “Pink To Blue”, het naakte “Acquiescence” en de melodieuze Americanadeun “Everything”. Het absolute hoogtepunt is het ingetogen “Things I Left Unsaid”, waarin de aandacht eerlijk verdeeld wordt over die fameuze vocalen en de mandoline van Getzel. Op de website van de band lazen we: “Hard to classify? Try Americana, Roots, AAA, or just Damn Good Songs.” Het klinkt allemaal wat breedsprakerig misschien, maar er valt absoluut iets voor te zeggen… Enkel de jazzy instrumentale vertolking van het ondertussen al duizendmaal doodgeknuffelde “Amazing Grace” waarmee het album wordt afgesloten, had wat ons betreft achterwege mogen blijven.

www.urbantwang.com

http://store.milesofmusic.com/prodinfo.asp?number=28022

 

 

DAVID LINDLEY Y WALLY INGRAM

(Los Chromasomés)

“Twango Bango III”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Oudgedienden David Lindley en Wally Ingram tafelen nog steeds met zichtbaar plezier mee aan de rijkgevulde dis die Americana dezer dagen steeds meer blijkt te zijn. Wars van welke trend dan ook is dit immers altijd al hun speelterrein geweest. Hier kon naar hartelust rondgedold worden. Hier waren invloeden uit welke muziekcultuur dan ook steeds welkom. En dat vertaalt zich ook ditmaal weer naar het gebruikte instrumentarium. De afbeeldingen ervan in het cd-boekje zijn daarbij allesbehalve een overbodige luxe. Hier valt nog flink wat van bij te leren…

Muzikaal gezien zit het overigens allemaal wel weer snor. Van lekker bluesy (opener “Meatgrinder Blues” en het kolderieke “When A Guy Gets Boobs”) tot cajun (het van Nathan Abshire geleende “Gabrielle”), van calypso (“Tokyo Bootlegger Man”) tot reggae (“Shame And Scandal In The family”), van Americana (het door George Jones en Ray Price gepende “You Done Me Wrong”) tot akoestisch (het ook al door The Possum geschreven “A Drunk Can’t Be a Man”) – Lindley en Ingram moeten zich kostelijk geamuseerd hebben. Stijlen botsen hier bovendien ook voortdurend. In “Young Man Who Wouldn’t Hoe Corn” klinkt Lindley zo bijvoorbeeld als een kruising tussen de Carter Family en Khaled. Terwijl “Meti’s Reel” teert op elementen uit zowel Ierse, Oosterse als zigeunermuziek. En dan is er nog het speelse opstootje tussen reggae en blues dat “Hesitation Blues” heet. Variatie troef dus!

Kwalitatief moeten de teksten van de eigen nummers hier trouwens nauwelijks onderdoen voor het muzikaal gebodene. Zowel de huidige manier van leven, ongezonde voeding, als het fenomeen bootleggers worden op de Lindley zo eigen, licht ironische manier op de korrel genomen. Het enige minpuntje hier: de eigen nummers zijn duidelijk in de minderheid en da’s best jammer…

www.davidlindley.com

 

 

ONION CREEK CRAWDADDIES

“Barn Burners & Bathtub Bourbon”

(Beergrass Records)

(4) J J J J

 

 

Wie kan uitpakken met zulke gevleugelde woorden als “There’s too much blood in my veins where the whiskey oughta be!” mag meteen op de ongelimiteerde sympathie van dit huis van vertrouwen rekenen. En zo feestelijk als die uitspraak klinkt, zo klinkt ook de muziek van de Onion Creek Crawdaddies. Op “Barn Burners & Bathtub Bourbon” zit de tong voortdurend in de wang geplant, terwijl de voeten ritmisch op en neer tappen. Waar deze Texanen muzikaal gezien nog af en toe lijken te twijfelen tussen old-time en bluegrass is de achterliggende bedoeling wel zo klaar als een klontje: alles staat zonder pardon in het teken van fun, fun, fun en nog eens fun… Tussen het geratel van het washboard en het gesteun van de harmonica door hikken banjo en mandoline zich gezapig doorheen vijftien hoogst aanstekelijke eigen songs. Zoals “Another Bourbon” bijvoorbeeld, waarin elk drankje zijn hoogsteigen goede reden vindt in een zwaar vallend afscheid, of ook het al eerder aangekaarte “Blood In My Veins”, hier ondertussen reeds uitgegroeid tot een klassieker des huizes. Of “Oak Tree”, waarin bluegrass en het dolce far niente-ideaal voor elkaar geboren lijken. Of het in gebroken Spaans gebrachte “Vamos” – bluegrass met zo’n typische gypsy feel. Of “Mosquitos”, waarin het hoofdpersonage zelfs in het scherpe hoge zoemen van een mug de stem van z’n ex meent te herkennen, die hem toefluistert dat ze hem mist. En zo zouden we nog wel even kunnen blijven doorgaan… Maar laat ons maar volstaan met te zeggen, dat “Barn Burners & Bathtub Bourbon” gewoon een heel lekkere plaat is en dat de Onion Creek Crawdaddies het ideale vlees in de kuip zijn om om het even welk feestje gegarandeerd helemaal op z’n kop te zetten.

www.onioncreekcrawdaddies.com

 

 

BILLY YATES

“Country”

(M.O.D. records)

(3,5) J J J J

 

 

“What you see is what you get, what you get is what you see. No, I ain’t tryin’ to fool no one, God knows I’m proud to be… Country,” dat is het uitgangspunt hier. En ere wie ere toekomt, Billy Yates is op zijn derde cd als vanouds in goede doen. In de 14 nummers die hij schreef samen met gerespecteerde collega’s als Irene Kelley, Michael Woody, Paul Overstreet en Shannon Lawson, om er maar een paar te noemen, klinkt zijn voorliefde voor simpele, goudeerlijke country overduidelijk door. Bij het beluisteren van dit album lijken de hoogdagen van Randy Travis, George Strait en Alan Jackson aan het eind van de jaren ’80, begin jaren ’90 weer even te herleven. Met zijn lekkere baritonstem bewijst Yates hier dat een mooie countryplaat ook anno 2003 volop mogelijk blijft – zelfs in Nashville…

Hoogtepunten vroeg u? De mooie sleper “What We Don’t Have” is er zeker eentje, evenals het zomerse Tex-Mex- niemendalletje “Me, Marie” en het op bluegrass opgetrokken renpaardje “Smokin’ Grass”. Door de mand viel naar onze bescheiden mening ironisch genoeg alleen het titelnummer. Net dat nummer dus, waaraan we het bovenstaande credo van Yates ontleenden. Dat doet echter weinig af aan de verdiensten van de man. En het neemt al zeker niet weg, dat fans van het hier eerder vernoemde drietal veel plezier zullen beleven aan dit album.

www.billyyates.com

 

 

EL HULA

“Violent Love”

(Things To Come / Glowb Records)

(4) J J J J

 

 

El Hula is het intrigerende alter ego van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige singer-songwriter Blair Jollands. Een man die op zijn tweede cd “Violent Love” een glamoureuze geluidslappendeken uiteenspreidt waarin oud en nieuw gelijkmatig verdeeld aan bod komen. Van soul tot torch, van grunge tot country en terug - “Violent Love” is het soort van plaat dat we ooit ook van één van ’s mans grote voorbeelden, David Bowie, mochten begroeten. Die Bowie, Nick Cave en vooral ook Scott Walker lopen hier trouwens voortdurend door het beeld. Met Bowie deelt de Kiwi zijn eclecticisme, met Walker zijn zin voor dramatiek en met Cave zijn duistere kant. Aan Strokes producer Gordon Raphael viel de eer te beurt die drie elementen in goede banen te leiden. En dat lukte zondermeer het best in de nummers die wat traditioneler van aanpak zijn. De met een huilende pedal steel opgesmukte, bevreemdende country ballads “When The Devil Arrives At My Door” en “Beautiful Day (Like Tomorrow)” en de stiekem uit het songbook van Cave uitgescheurde slepers “Swampman” en “Marigold” zijn hier de absolute prijsbeesten. En het ook al countryeske “Eyes Of Blue”, het heel erg naar Echo & The Bunnymen neigende “Jerusalem” en de frisse single “Songs Of Violent Love” moeten daar niet veel voor onderdoen.

Een openbaring!

www.elhula.com

 

 

DEREK DUPLESSIE AND THE DESERT POETS

“((((STEREO))))”

(Jangle Music Inc.)

(3,5) J J J J

 

 

Onder het motto “Je bent jong en je wil wat!” pakken Derek Duplessie en zijn maatjes uit met een tweede cd. En ze steken daarbij hun bewondering voor tijdloze muzikanten als een Tom Petty, een Bob Dylan, een Steve Earle, een Chris Hillman, een Gene Clark of een Gram Parsons weer niet onder stoelen of banken. Covers als “I Won’t Back Down” (Tom Petty), “Harvest” (Neil Young), “She Don’t Love Nobody” (John Hiatt), “American Dreamer” (Gene Clark) en “You’re Still Standing There” (Steve Earle) geven een vrij goed beeld van wat je hier zoal mag verwachten . De pas 14-jarige Duplessie en zijn Desert Poets tekenen inderdaad voor een lekkere portie jengelende countryrock. Tom Petty en de Heartbreakers lijken daarbij de meest voor de hand liggende referentie. Opvallendste gegeven is wel dat de vijf eigen composities van Duplessie muzikaal gezien nauwelijks hoeven onder te doen voor die van zijn grote voorbeelden. Songs als “When You’re Around”, “Not Coming Home Today” of “L.A. Standard Time” illustreren dat we hier met een heel groot talent te maken hebben. We zijn dan ook heel erg benieuwd naar wat de toekomst voor deze youngster in petto heeft! Als zijn jonge stem nog wat meer aan gruis gewonnen zal hebben…

http://cdbaby.com/cd/duplessie2

 

 

LOUISE TAYLOR

Velvet Town

(Signature Sounds / Bertus)

(3) J J J

 

 

Op haar inmiddels ook alweer vierde cd voor het Signature Sounds label strooit Louise Taylor als vanouds kwistig met opvallend lekker in het gehoor liggende folksongs. Al is folk dan niet meer dan een referentiekader. Jazz, delta blues en Afrikaanse ritmes worden daarin immers met sprekend gemak geïntegreerd. In het middelpunt van de belangstelling staan voortdurend de zwoele stem en het uitstekende gitaarspel van Taylor. Bij momenten deed ze ons op “Velvet Town” denken aan jazzgroten als Cassandra Wilson en Billie Holiday. En daar zou voor velen van jullie het schoentje wel eens kunnen beginnen knellen. Hoe sterk songs als het titelnummer “Velvet Town”, “I’d Be Dancing” of “Midnight Rain” ook zijn, het jazzgehalte ligt hier gevaarlijk hoog en dat kan een struikelblok gaan vormen voor al wie twang hoog in het vaandel voert. Daarom deze goede raad: eerst even grondig gaan beluisteren en pas dan een aanschaf overwegen, zo voorkom je al te grote teleurstellingen…

www.louisetaylor.com

www.signaturesounds.com

www.bertus.nl

 

 

BILL CHAMBERS

“Sleeping With The Blues”

(Reckless Records)

(5) J J J J J

 

 

“Dreaming ‘Bout Texas” heet het eerste nummer op de cd “Sleeping With The Blues” van Bill Chambers en da’s meteen een heel goede indicatie voor wat ons te wachten staat. Chambers, die vooral bekendheid geniet als de patriarch van de Dead Ringer Band of als de pa van Kasey, tekent hier immers voor een door en door Texaanse singer-songwriterplaat. Veel beter trouwens dan de meerderheid der cd’s die ons dezer dagen van daaruit bereiken… De man beschikt dan ook over een ongelooflijk mooie donkerbruine stem (ergens tussen die van John Prine, die van Bob Dylan en die van Guy Clark in) die aan de veelal eigen nummers nog net dat ietsje meer meegeeft wat ze zo speciaal maakt. Wat maakt dat je naar “Sleeping With The Blues” steeds opnieuw blijft teruggrijpen. Het is immers zo’n plaat die een zekere tijdloosheid uitstraalt. Vooral het titelnummer heeft echt alles om tot een klassieker uit te groeien. Een beetje zoals Steve Earle’s “My Old Friend The Blues” dat indertijd op kousenvoeten ook kon. Andere hoogtepunten zijn een aangrijpende versie van het Mary Gauthier-nummer “I Drink” (Nog beter dan het origineel!) en duetten met dochter Kasey (“Stories We Could Tell”) en Audrey Auld (“The Whiskey Isn’t Working”). Ook de voltallige Dead Ringer Band mag trouwens even van stal voor “Hold You In My Heart”.

Hier worden wij dus héél erg stil van, zie. Een werkelijk wonderschoon geheel!

www.recklessrecords.com

 

 

WRINKLE NECK MULES

“Minor Enough”

(Roundhill Records)

(3,5) J J J J

 

 

“Minor Enough” is het cd-debuut van een uit Richmond, Virginia afkomstig viertal luisterend naar de wat bizarre naam Wrinkle Neck Mules. Een naam die best wel eens heel snel ingeburgerd zou kunnen raken trouwens, want met hun aanstekelijke alt. country die regelmatig herinnert aan het rustigere werk van Uncle Tupelo en vooral ook Son Volt moeten de heren in staat worden geacht om het een flink eindje uit te zingen. Met Chase Heard en Andy Stepanian beschikt het gezelschap alvast over twee uitstekende songwriters, die bovendien ook een aardig potje blijken te kunnen zingen. Dertien eigen composities treffen we aan op “Minor Enough”, waaronder we afwisselend op één van beide namen stoten oftewel op de twee samen. Van bij het twangy rockende openingsnummer “No Consolation” is meteen duidelijk dat we hier goed zitten. En al blijkt het vervolg veel meer terug te vallen op klassieke countrypatronen, toch raken we die eerste indruk niet meer kwijt. Wat opvalt zijn een wagenlading prima melodieuze Americana songs waarin regelmatig wordt teruggegrepen naar de akoestische instrumenten. En daardoor krijgen ook de knappe harmonieën de kans om volop in de kijker te lopen. Een heel hoog bluegrass-gehalte hebben composities als het titelnummer “Minor Enough”, “Discarded” en “17 Miles Of Bourbon”. In dat laatste liedje, een werkelijk sprankelende bluegrass-excursie, vinden banjo’s en mandoline de ideale grond om het verhaal van de in 1999 ontplofte Wild Turkey Distillery in Kentucky te zaaien. “17 miles of bourbon flowing down,” je zou van minder geïnspireerd raken… Heel mooi is ook “Big Dipper” – als een volleerde singer-songwriter tackelt Chase Heard hierin het tragische lot dat heel wat illegale drankstokers te beurt viel. En dan is er nog het ambitieus opgevatte slotdrietal ingeleid door de wat luguber aandoende instrumental “Wandering Valley Prelude”. Dat nummer wordt gevolgd door het qua sfeer sterk aan de Triffids verwante “Head Of Steam”, één van de absolute uitschieters hier. En afronden doen we “Minor Enough” met “Gold Dust Twin”, een uit experimenteerdrift geboren rocksong, waarin de elektrische gitaren even wat uitgebreider van stal mogen. Wat ons betreft meteen ook het minste nummer van de plaat. Waardoor het voor een “Alle Dertien Goed!” dus net niet meer mag volstaan…

www.wrinkleneckmules.com

http://store.milesofmusic.com/prodinfo.asp?number=27784

 

 

PRAG

“A Couple Of Chords, Some Wood & Wire & A Handful Of Thoughts”

(PRGDS Music)

(3) J J J

 

 

Hij is afkomstig uit Fort Worth, Texas. En hij citeert als zijn grote voorbeelden Merle Haggard, Harlan Howard, Guy Clark en Tom T. Hall. Een beetje goede verstaander heeft dan al lang begrepen, dat PRAG iemand is die het vooral zoekt in het schrijven van oerdegelijke songs. Dat de man beschikt over een lekkere grofkorrelige stem is daarbij mooi meegenomen. En dat hij het aandurft om zijn songs in al hun naaktheid, slechts begeleid door zijn eigen akoestische gitaarspel of dat van Michael Penland, in te blikken zegt iets over de zelfverzekerdheid van deze knaap. “A Couple Of Chords, Some Wood And Wire And A Handful Of Thoughts” mag van ons zo de prijs voor cd-titel van het jaar krijgen. Zelden een meer toepasselijke naam op een plaathoes weten prijken…

Openingsnummer “Belle” is nog een gewoon liefdesliedje. Maar vanaf “Word Going Around” wordt het uitgangspunt iets complexer. De liefde en het verliezen ervan worden met vaardige pen beschreven in dat nummer en ook in het daaropvolgende tweetal, “New Orleans” en “She’s Moved On”. Klinkt allemaal niet erg spectaculair, zal je zeggen. En dat is in wezen ook wel zo. De manier waarop PRAG de nummers brengt doet evenwel de vergelijkingen met zoveel andere liefdesliedjes duidelijk in zijn voordeel uitvallen: als een soort van Texaanse Billy Bragg, zonder diens uitgesproken politieke overtuigingen evenwel. En het mooiste nummer bewaart hij dan nog tot op het laatst. “Bound For Abilene” is een heel fraaie story song over een fatale jonge liefde, gekruid met een snuifje Bonnie & Clyde. Met nummers van dat kaliber mogen ze ons alle dagen komen lastigvallen…

Wij kijken nu al uit naar het vervolg hierop!

www.imprag.com

 

 

COURTNEY LEE ADAMS JR.

“Know What I Mean?”

(Olympic Records)

(3,5) J J J J

 

 

Zegt de bandnaam Courtney & Western je iets? In dat geval zou je immers ook Courtney Lee Adams Jr. kennen. Zij was het inderdaad die met haar krachtige stem enkele singles van die groep voor het kleine maar fijne Diesel Only label kleurde. Toen was –zoals de groepsnaam wellicht al wel deed vermoeden- country nog het geliefkoosde speelterrein van Courtney. Op haar eerste soloalbum “Know What I Mean?” zijn de kaarten enigszins anders geschud: country speelt weliswaar nog een rol in het geheel, maar dan wel een veel minder prominente. In een productie van James Mastro (Health & Happiness Show, Ian Hunter) laat Adams hier in twaalf eigen songs vooral horen een prima songwriter en een hele straffe vocaliste te zijn. Wij gingen beurtelings denken aan sterke vrouwen als Rosanne Cash, Chrissie Hynde van de Pretenders, Patti Smith, P.J. Harvey en vooral ook Ellen Foley. Met elk van deze diva’s deelt Courtney Lee Adams Jr. het vermogen om ongemeen veel soul in een song te leggen. Vooral in de tragere nummers als “Time” of “I’m No Monkey” (het liedje waaraan het album z’n titel ontleent) valt dat ontzettend op. “Know What I Mean?” bevat dan ook nogal wat materiaal dat hoegenaamd radiorijp is. De lekker twangy Americana van “I love You, Dear” bijvoorbeeld of het knappe “No Radio” ook wel. Het mooiste nummer van het album is echter zondermeer het slepende “Promised Land”, waarin elektrische en akoestische snaarinstrumenten elkaar op werkelijk roerende wijze in de armen sluiten. Gaan we nog veel van horen, van deze Courtney Lee Adams Jr. …

www.courtneyleeadamsjr.com

http://www.cdbaby.com/cd/clajr?cdbaby=06d573bfeb3ddaff825cfbe0d084c1f7

 

 

DANNY GUINAN & RED

“Live”

(Fingerprint Music / DB Productions / Arising Artist)

(4) J J J J

 

 

Danny Guinan (spreek uit “Kainun”). “Onthoud die naam,” had een vriend des huizes ons ingefluisterd en dat hebben we gedaan. En gelukkig maar ook! Zo hadden we onlangs het genoegen om deze in Haarlem woonachtige kleine Ier samen met zijn formidabele Nederlandse begeleidingsband Red live aan het werk te zien tijdens één van de (gratis) Kaperconcerten te Hasselt. En daar raakten ook wij zwaar onder de indruk van het kunnen van deze knapen. Stel je voor: een broeierige zomeravond voor een enkele duizenden koppen tellend publiek, waarvan de grote meerderheid enkel en alleen oog heeft voor de andere aanwezigen en eigenlijk alleen maar wat wil socializen. Een al bij al zeer ondankbaar uitgangspunt voor een gig. Maar dat kon de pret van Danny en de zijnen absoluut niet drukken! En al wie er wél oor naar had zag een wervelend optreden. Met hun bijzonder aanstekelijke muziek waarin de te verwachten Ierse folk een geslaagd huwelijk aangaat met elementen uit ondermeer pop, country, Hot Club-jazz en cajun kregen ze de handen dan ook geregeld op elkaar. En de talrijke aanwezigen die zich tijdens de pauze of na afloop van het optreden ter plaatse een cd van de band aanschaften zullen het zich nog geen seconde beklaagd hebben. Van hun jongste in maart van dit jaar live in Zeezicht opgenomen album straalt immers zo’n warmte, zo’n liefde voor muziek af, dat je je vanaf de eerste luisterbeurt gewillig eraan overgeeft. Wat opvalt zijn enerzijds de beresterke composities van de tandem Guinan – De Jong (Ronald De Jong is de uitstekende bassist van Red.) en anderzijds het geweldige vakmanschap van de muzikanten. Nummers als “Things I Will Only Know When I’m Dead” (met een prominente rol voor het fiddle-werk van Siard De Jong en het al even pakkende accordeonspel van ex-Louisiana Red Onno Kuipers), het speelse “Jesus Had A Train” of de gedroomde radiohit “Save Me” zijn zo sprankelend van aard, dat ze zich nog nauwelijks uit je hoofd laten bannen. En de ballad “Never To Part” zal je net als ons gegarandeerd met een stevige brok in de keel achterlaten. En als er dan toch al eens iets gecoverd wordt, dan gebeurt dat op zo’n smaakvolle manier dat het naadloos bij het eigen repertoire aansluit. De Tom Waits-song “Yesterday’s Here” en een stomende benadering van het thema van The Flintstones groeien op die manier uit tot echte aha-momenten op een op en top geslaagd album. Het moet van “If I Should Fall From Grace With God” van de Pogues geleden zijn, dat wij ons nog zo hebben laten inpakken door een cd uit de folkhoek. Deze muziek verdient het dan ook om door een heel ruim publiek gehoord te worden!

www.dannyguinan.com

 

 

JEFF & VIDA

“The Simplest Plans”

(Squirrel / Binky Records)

(5) J J J J J

 

 

Jeff (Burke) en Vida (Wakeman) behoren tot de beste akoestische roots acts van het ogenblik. Net als op hun eerste cd “One Horse Town” verdelen ze ook op de voortreffelijke opvolger “The Simplest Plans” hun aandacht voortdurend over pure Appalachian bluegrass en alt. country. Daarbij valt telkens weer op met welk sprekend gemak het duo pakkende liedjes weet neer te zetten. Ondanks hun nog relatief jonge leeftijd slagen ze er als geen ander in om emoties te evoceren in hun werk. Frustratie bijvoorbeeld in het stukje onheilspellende Americana dat “The Law’s Best Friend” is. Of moedeloosheid, zoals in het melancholische “Trucks In The Distance”, waarin de lokroep van de eerste de beste bar de stap naar een beter leven in de weg staat. Of zelfs pure wanhoop in de fraaie ballade “Have Mercy”, waarin de verteller het huis waarin hij werd grootgebracht uit armoede moet verkopen en ziet gesloopt worden door de maatschappij die het aankocht. Heel erg aangrijpend allemaal!

Het kan echter ook een flink stuk opgewekter, zoals in “Where The Dollar Stops”, waarin Vida bewijst ook over rockabilly-kwaliteiten te beschikken. Of in “Want Me back”, een gedreven bluegrass-stamper, waarin de twee na een stukgelopen relatie achtergebleven helften van een stel zo elk hun eigen opvattingen hebben over de duurzaamheid van hun eerder getroffen beslissing. Of in “Can’t Complain”, de door die lekker hese rasp van Vida gedragen lap Americana, waarin zelfs een bestaan waarin alles op wieltjes loopt toch niet alles blijkt – één van de nummers waarin gast Peter Holsapple tekent voor de zeer fraaie accordeoninkleuring. Tot de absolute hoogtepunten van de plaat behoort zeker ook het bluegrassnummer “Dead & Gone”, waarin Jeff en Vida samen mijmeren over het tegemoet gaan van het einde. Kippenvel gegarandeerd! Dit is materiaal van het niveau van Gillian Welch & David Rawlings, Buddy & Julie Miller en Lucinda Williams. Groots!

www.jeffandvida.com

www.binkyrecords.com

 

 

BIANCA DeLEON

“Live: From Hell To Helsinki

(Outlaws & Lovers Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Met “Outlaws & Lovers”, haar in 2001 verschenen cd-debuut, wist Bianca DeLeon terecht onmiddellijk een plaatsje op te eisen tussen de allerbeste Texaanse singer-songwriters. Lof alom voor haar zeer geslaagde eersteling. Guy Clark noemde haar “a voice from Texas that does it right”. Eric Taylor ging en plein public plat voor “Outlaws & Lovers”. En John Conquest van het gerespecteerde 3rd Coast Music magazine vergeleek haar zelfs met Bruce Springsteen en Lucinda Williams. Wij van onze kant situeren haar liever in de buurt van een Tish Hinojosa of van haar grote voorbeelden Townes Van Zandt en Guy Clark. Elf goede redenen daarvoor vind je op “Live: From Hell To Helsinki”, een voor YLE Radio in Helsinki, Finland opgenomen sessie met naast De Leon zelf enkel John Permenter (fiddle, zang) in de buurt. In deze setting bloeien haar songs pas echt open. Hier is het de storyteller die alle aandacht naar zich toe trekt. Echte levens en echte liefdes in het grensgebied dat het diepe Zuiden van Texas uitmaakt fungeren daarbij als de ideale voedingsbodem voor de intrigerende verhalen van DeLeon. Van het heerlijke in het Spaans gezongen juweeltje “Muy Cerca De Mi (Very Close To Me)” over ondertussen een weinig bekendere songs als het behoudend swingende “Merle” of het melancholische “I’d Rather Miss Texas” tot het episch sterke “The Long, Slow Decline Of Carmelita” – als dit je onberoerd laat, dan ben je wellicht per abuis op deze webstek terechtgekomen! Een album om met volle teugen van te genieten telkenmale zich daartoe een gelegenheid voordoet!

www.biancamusic.com

 

 

ERIN HAY

“Somebody’s Angel”

(Westwood International Records)

(4) J J J J

 

 

Erin Hay doet ook op haar derde cd “Somebody’s Angel” weer datgene waar ze zo verdomd goed in is. Ze heeft haar hart verpand aan goudeerlijke traditionele country en dat zullen we geweten hebben ook. Met die schitterende stem van haar, te situeren ergens in het gouden driehoekje Patsy Cline – Brenda Lee – Tammy Wynette, zet ze formidabele vertolkingen neer van klassiekers als “Big City”, “Fool #1”, “Take Me Home, Country Roads”, “Walkin’ The Floor Over You”, “Faded Love”, “Don’t Worry” en “Oklahoma Hills”. Schaamteloos nostalgisch – de natte droom van zowat elke liefhebber van traditionele countrymuziek.

Een compliment ook voor producer Lonnie Ratliff die niet enkel tekent voor het zalige geluid van deze plaat, maar terloops ook nog even twee van de mooiste songs erop aflevert. Met “Somebody’s Angel” nodigde hij zijn protégé uit om echt alle sterren van de hemel te zingen. En “Seed Catalog” is dan weer een pracht van een country story song. Twee verdere troeven van dit uitstekende album zijn de prima eerste single “The Tree”, nog zo’n crême van een verhaal, en “Poor Folks”, haar tweede duet met Opry-legende Ernie Ashworth.

Voor artiesten als deze Erin Hay werd country uitgevonden…

www.erinhay.com

http://www.cdbaby.com/cd/erinhay3

 

 

DOUG BURR

“The Sickle & The Sheaves”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Met “The Sickle & The Sheaves” van Doug Burr (van The Lonelies) belandde onlangs vanuit een wat onverwachte hoek een zeer mooie cd op ons bureau. Onverwacht in die zin dat gospel normalerwijze niet direct ons ding is. Maar verpakt zoals dat hier het geval is, kunnen ook wij er niet aan weerstaan. Op deze in Dallas, TX. Onder de vakkundige productionele hoede van Steven Collins (Deadman) opgenomen plaat klinkt Doug Burr muzikaal gezien als de evenknie van Daniel Lanois. Datzelfde alom bekende heerlijke panoramische geluid kleurt inderdaad ook deze plaat. Daardoor worden religieus geïnspireerde songs als “Meet You In The Sunrise”, “Friend Of Sinners” en “Dark As The Night”, om er maar enkele te noemen, ook voor de doorsnee Americana-liefhebber echte snoepjes. Hartverwarmend geheel!

www.dougburr.com

http://cdbaby.com/cd/dougburr

 

 

JOSIE KREUZER

“Beggin’ Me Back”

(SheDevil)

(5) J J J J J

 

 

Na “Hot Rod Girl” uit ’97 en het twee jaar later verschenen “As Is” is “Beggin’ Me Back” logischerwijze Josie Kreuzers derde cd. En wat voor één! Josie Kreuzer stapt op haar jongste worp opnieuw fris en monter door het leven als een dynamische reïncarnatie van Wanda Jackson in haar hoogdagen. Twaalf songs lang bewijst ze wederom waarom ze in rockabillykringen als een soort halfgodin behandeld wordt. Ze voltrekt hier het absoluut perfecte huwelijk tussen goudeerlijke Rockabilly en honky tonk. Met haar band bestaande uit Mark Neill (op de leadgitaar), Jeff Graves (aan de staande bas) en Craig Packham (achter de drums) raast ze werkelijk van het ene hoogtepunt naar het andere. Met –zoals dat ook op de beide voorgangers al het geval was- een prominente rol voor die heerlijke, krols grommende stem van haar. Nummers als “Lucky & Wild”, “Gone Fishin’”, titelnummer “Beggin’ Me Back” en “Why?” behoren zondermeer tot het allerbeste wat er dezer dagen op rockabillygebied te rapen valt. Wat een plaat!

www.josiekreuzer.com

http://www.hepcatrecords.com/scstore/

 

 

JIMMY RYAN

“Lost Diamond Angel”

(Ambitious Recordings No.13)

(4) J J J J

 

 

Met een verleden als stichtend lid bij groepen als de Blood Oranges en de Beacon Hillbillies behoort Jimmy Ryan zonder enige twijfel al tot de oudgedienden van het alt. country-genre. Overigens beperkt de man zich allesbehalve tot het beroeren van de snaren op zijn eigen albums. Zijn mandolinebijdragen kleurden in het verleden het plaatwerk van zo uiteenlopende acts als Cheri Knight, Mary Gauthier, Warren Zevon, Dumptruck en Morphine. Zijn eerste solo-cd was dan ook slechts een kwestie van tijd. “Lost Diamond Angel” toont een zeer eclectisch denkende muzikale geest aan het werk. Ryan walst zich rond in een poel van diverse stijlen met verrassend genoeg een erg coherent geheel als resultaat. Van folk tot bluegrass, van rootsrock tot pop, met bovendien tal van vreemde uitwassen – het kan hier in een productie van Billy Conway (bekend van Morphine) allemaal.

Openingstrack “I Am Lost” bijvoorbeeld leunt erg dicht aan bij het werk van Morphine, wat an sich niet hoeft te verbazen natuurlijk met Conway in de buurt. En als ook Dana Colley met zijn zware sax voorbijkomt in het titelnummer “Perfect Angel”, dan lijkt het wel alsof de Gourds en datzelfde Morphine een potje zijn gaan samenspelen. Héél fraai! “Diamonds” lonkt dan weer behoorlijk naar het geluid dat de Band ooit neerzette. En “Face Up” is bluegrass uit het post-“O Brother Where Art Thou?”-tijdperk. Datzelfde geldt trouwens ook voor het veelzeggend getitelde “Drunker’s Lament #7 or 8” – grass, maar dan wel met een scherp randje. De twee mooiste songs van de plaat zijn wellicht niet toevallig twee van de meer ingetogen nummers. Vooreerst is er het folky deuntje “This Town” met werkelijk beeldige vocale bijstand van Catie Curtis. En al even pakkend is de moderne story song “John Brown”, die bij het einde van het album het weirde “Boneheaded” voorafgaat, bluegrass met licht psychedelische inslag, zeg maar.

www.jimmyryan.org

www.cdfreedom.com

 

 

RANI ARBO & DAISY MAYHEM

“Gambling Eden

(Signature Sounds / Bertus)

(4) J J J J

 

 

“Gambling Eden” van Rani Arbo en haar band Daisy Mayhem is zondermeer één van de interessantste platen die ons dit jaar vanuit Amerikaanse folkhoek al bereikten. Arbo (bekend van haar werk met Salamander Crossing gedurende de jaren ’90) beschikt over een wat lijzig aandoende maar tegelijk zeer veelzijdige stem, waarmee ze alle nummers op “Gambling Eden” probleemloos naar haar hand zet. Daardoor bekom je ondanks een veelheid aan voorbijkomende stijlen toch ook een bijzonder samenhangend geheel. Van de via het oeuvre van Leadbelly ingepaste bluesy traditional “Stewball” over een ingetogen eigen nummer als “Finland” tot het volstrekt onweerstaanbare, met een flinke shot zydeco geïnjecteerde “Turtle Dove” – het klinkt allemaal ongelooflijk fris en draagt onmiskenbaar het stempel van Arbo en co. Zelfs het vooral van de soundtrack bij de film “O Brother Where Art Thou?” en in de versie van Ralph Stanley bekende “O Death” wordt hier omgetoverd tot één brok dynamische folk voor mensen van nu. En een verdere uitblinker in het hier voorbij fietsende peloton is zeker ook de Arbo-compositie “Sparrow”, waarin country, jazz en folk elkaar bijna blindelings lijken te vinden.

Eigenlijk is het best moeilijk om hier een gepast hokje voor te vinden. Laten we het er dus maar gewoon op houden, dat Rani Arbo en Daisy Mayhem steengoede muziek maken. Een beetje ongewoon misschien, maar vast en zeker wel de moeite waard.

www.raniarbo.com

www.signaturesounds.com

www.bertus.nl

 

 

FLATFOOT

“Down In The Cellar”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Flatfoot is een uit East Lansing afkomstig vijftal geschaard rond het broederpaar Jason en Aaron Bales. Hun naam ontleenden de heren aan de antiheld van een zomerkampverhaal, die aan een ongelukkig afgelopen reddingsoperatie een stel flink misvormde schuiten overhield. In hun muziek mag je naar eigen zeggen op zoek gaan naar de invloed van zo uiteenlopende artiesten als Howling Wolf, Johnny Horton, de Stones, Tom Waits en de Jayhawks. Het resultaat van die mélange is bij momenten uiterst genietbare Americana, waarin de klemtoon nu eens op blues (“Bottle For The Baby” of “Hard Headed Woman”), dan weer op country (“Kentucky”) of pop (“Do You Justice” of “Sleep All Day”) ligt. Het rammelt echter voortdurend langs alle kanten en dat verleent aan deze collectie een zekere speciale aantrekkingskracht. “Out In The Streets” is zelfs een echte oorwurm van een song. Alsof de jonge Stones en Them hun zinnen op een alt. country carrière hadden gezet. Bijzonder aanstekelijk!

www.flatfootmusic.com

http://www.cdbaby.com/cd/flatfoot

 

 

MARCIA BALL

“So Many Rivers”

(Alligator)

(4) J J J J

 

 

Met Marcia Ball gaat het goed. Dank u. Sinds ze enkele jaren geleden op het Alligator label belandde kwam haar carrière in een stroomversnelling terecht. En afgaande op wat ze op haar jongste cd “So Many Rivers” presteert werd dat hoog tijd ook. Met haar een weinig aan Bonnie Raitt herinnerende stem en haar flamboyante pianospel tekent ze hier voor wat wel eens dé bluesplaat van het jaar zou kunnen blijken. Muzikaal voortdurend heen en weer pendelend tussen haar muzikale voedingsbodem New Orleans en haar thuishaven Austin slaagt Ball er aan het handje van producer Stephen Bruton telkens weer in om sprankelend uit de hoek te komen. Zoals in het heerlijke stukje swamp pop “Honey Pie” bijvoorbeeld, waarin gast Wayne Toups zich volop op zijn accordeon mag uitleven. Of in de soulvolle pianoballades “Give Me A Chance” en “The Storm”, waarin continu vocale magie in de lucht hangt. Hoogtepunten zat hier! Van de gloedvolle opener “Foreclose On The House Of Love” over de al even fraaie eigen compositie “Baby, Why Not” tot Balls prima vertolking van de Arthur Alexander-klassieker “If It’s Really Got To Be This Way” – het staat eigenlijk gewoon allemaal als een huis. Met een warme zomer in het vooruitzicht is dit voor bluesfanaten de ideale plaat om de volgende maanden mee door te komen. “Another fine production from South Austin, Texas,” vermeldt het hoesje fier en wie zijn wij dan om dat tegen te spreken…

www.marciaball.com

www.alligator.com

 

 

EASTMOUNTAINSOUTH

“Eastmountainsouth”

(Dreamworks Records)

(4) J J J J

 

 

“Eastmountainsouth” is het cd-debuut van Peter Adams en Kat Maslich die onlangs complete out of the blue kwamen opduiken met hun eersteling voor major Dreamworks. Dat gecombineerd met de wetenswaardigheid dat het album ook nog eens geproduceerd werd door Mitchell Froom (bekend om z’n werk met ondermeer Los Lobos, Elvis Costello en Crowded House) maakte ons alvast nieuwsgierig genoeg om voorzichtig onze eerste passen in hun muzikale wereld te zetten. En daar wachtte ons een aangename verrassing! Beklijvende songs, bij momenten werkelijk adembenemend mooie harmonieën, een zalige panoramisch openwaaierende productie. “Appalachian from both sides of the fence,” zoals producer Froom het noemt. Behoorlijk wat elementen ontlenend aan tal van muzikale stromingen (zoals bijvoorbeeld bluegrass en Ierse folk om er maar twee te noemen), maar dat blijken uiteindelijk maar bouwsteentjes om te komen tot een volkomen eigen geluid. Adams en Maslich grossieren in nagenoeg perfecte deunen die het in zich hebben om zowel bij een wat breder poppubliek als bij Americana-liefhebbers in te slaan als een bom. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het adembenemend mooie “All The Stars” en je zal onmiddellijk begrijpen waar we naartoe willen… Te situeren ergens halverwege tussen de Dixie Chicks en Robbie Robertson, zeg maar. Van de enen hebben ze alvast de hemelse samenzang en een jong gevoel voor traditie, van de andere de omzeggens perfecte sound. Niet toevallig allicht fungeert Robertson hier ook als executive producer…

www.eastmountainsouth.com

www.dreamworksrecords.com

 

 

OLD & IN THE GRAY

“Old & In The Gray”

(Acoustic Disc)

(5) J J J J J

 

 

Old & In The Gray herenigt coryfeeën Peter Rowan, David Grisman en Vassar Clements van het grensverleggende bluegrassgezelschap Old & In The Way dat midden de jaren ’70 furore maakte. Ter vervanging van de ondertussen overleden Jerry Garcia deed men een beroep op Herb Pedersen. En de allesbehalve oude en grijze Brynn Bright mocht met haar staande bas tekenen voor de finishing touch, waarvoor vroeger de ondertussen ook al wijlen John Kahn verantwoordelijk was.

Wat mag je van deze (op één na) grijze eminenties verwachten? Enerzijds een vakmanschap dat zijn gelijke niet kent natuurlijk. Maar anderzijds wordt hier met zoveel liefde bluegrass bedreven, dat je al bijna van steen moet zijn om dit niet te kunnen waarderen. Het door Townes Van Zandt gepende, maar vooral van Willie Nelson bekende “Pancho & Lefty” groeit in de versie van Old & In The Gray uit tot een instant bluegrass classic. En de openingstrack van het album, “Good Old Boys”, laat zich al na één draaibeurt niet meer uit je hoofd verbannen. En wat te denken van een gedreven bluegrassvertolking van de Stones-hit “Honky Tonk Women” – het lijkt vragen om moeilijkheden, maar die van Old & In The Gray komen er heel goed mee weg. En als de mandoline van Grisman, de fiddle van Clements en de banjo van Pedersen elkaar echt gaan vinden zoals in het spetterende “Meadow Green”, dan is het resultaat volstrekt onweerstaanbaar. Een tweetal hoogtepuntjes willen we je tenslotte nog meegeven – het betreft zalige versies van Carter Stanley’s “The Flood” en A.P. Carters “When The Springtime Comes Again”, waarin de hoogdagen van acts als de Louvin Brothers en de Delmore Brothers volop herleven.

Essentiële aanschaf!

www.acousticdisc.com

 

 

JOLIE HOLLAND

“Catalpa”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(5) J J J J J

 

 

Jolie Holland, interessante nieuwkomer, dat was oorspronkelijk het uitgangspunt voor deze recensie. Maar is ze wel zo nieuw? En voldoet dat woordje “interessant” wel? Is hier niet net iets meer aan de hand? Een heleboel vragen die hier gaandeweg een antwoord zullen vinden. Eerst en vooral blijkt Holland allesbehalve een groentje te zijn. Wel integendeel! Jolie Holland was één van de twee stichtende leden van de Canadese meidengroep, de Be Good Tanyas, momenteel één van de meest in de kijker lopende acts in rootsmuziekkringen überhaupt. Zowel de band, als het debuutalbum werden vernoemd naar nummers uit Jolie’s repertoire. Kort na het inblikken van “Blue Horse” zou ze de Tanyas echter verlaten om terug te keren naar haar thuisland Amerika.

Het hoeft dan ook helemaal geen verbazing te wekken dat Hollands muziek ons in eerste instantie onwillekeurig aan de Be Good Tanyas deed denken. Of aan de “Texas Campfire Tapes” van Michelle Shocked ook wel. Datzelfde totaal ongedwongen sfeertje, een voornamelijk akoestisch instrumentarium (ukelele, banjo, zingende zaag, bellen, gitaar) en Holland die met zo’n typisch old-time stemmetje anno nu haar ding doet. Twaalf nummers, waarvan ze de grote meerderheid zelf schreef, getuigen van haar uitzonderlijke talent. En haar voordracht die tegelijk heel lieflijk en breekbaar overkomt, verleent aan haar songs een heel apart karakter. Bij momenten lijkt het alsof Holland “Catalpa” gewoon in haar appartementje in San Francisco heeft opgenomen. En precies die relaxte eigenzinnigheid maakt van deze plaat een serieuze kanshebber voor ons eindejaarslijstje. En aan de liefhebbers van de eerder vernoemde Be Good Tanyas (In “Mule On De Mount” trouwens ook zelf aanwezig hier!) en Gillian Welch kunnen we dit album echt van harte aanbevelen.

www.jolieholland.com

http://cdbaby.com/cd/jolieholland

 

 

 

 

LISA MILLER

“Car Tape”

(Raoul Records)

(5) J J J J J

 

 

Dit is nu wat wij een interessant concept noemen, zie. En het is de Australische chanteuse Lisa Miller die op het even simpele als briljante idee kwam. Vele nachtelijke roadtrips met als haar enige valabele gezelschap een tot op het bot versleten cassette met nummers die haar om de één of andere reden dierbaar waren, inspireerden haar tot het inblikken van haar eigen “Car Tape”. Een verzameling ronduit briljante covers van nummers die ooit op haar favoriete cassette belandden. Composities van Arthur Alexander, Dillard & Clark, Tim Rogers, Bill Withers, Jean Wells, Steve Miller, Karen Dalton, Toussaint McCall, Doug Sahm, Lyle Lovett, Colin Blunstone, Townes Van Zandt en Charlie Rich krijgen op die manier een liefdevolle injectie twang. Lisa Miller klinkt bij momenten als het iets popgevoeligere zusje van Kasey Chambers, zonder dat ze daartoe evenwel een knieval hoeft te doen voor de commercie. Daarvoor is de muziek op “Car Tape” gewoon té goed! Met haar verleidelijke warme stem omarmt Miller liefdevol elk van de zorgvuldig geselecteerde nummers. En dat gebeurt op een zodanig geïnspireerde manier, dat je nauwelijks anders kan dan je overgeven aan haar muzikale magie. Absoluut magistraal zijn haar bluesy benadering van het door Jean Wells geschreven “Have A Little Mercy”, haar jazzy kijk op het van die andere Miller (Steve!) bekende “Evil” en onze absolute favoriet op deze plaat, de Dillard & Clark compositie “Why Not Your Baby?” – dat gegarandeerd ook ooit op één van onze persoonlijke compilaties zal belanden! En al bijna even zwaar werden wij gecharmeerd door uitstekende licht countryeske vertolkingen van respectievelijk Karen Daltons “Something’s On Your Mind”, Doug Sahms “Give Back The Keys To My Heart”, Lyle Lovetts “Nobody Knows Me Like My Baby”, Townes Van Zandts “No Place To Fall” en het aan het songbook van Charlie Rich ontleende “We Love Each Other”.

Heel erg grote plaat!

www.lisamiller.com.au

www.raoulrecords.com.au

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Johnny’s Blues: A Tribute To Johnny Cash”

(NorthernBlues Music)

(4) J J J J

 

 

Met “Johnny’s Blues” is Johnny Cash al aan zijn derde eerbetoon binnen het jaar toe. En net als de twee voorgangers, “Kindred Spirits” en “Dressed In Black” is ook dit album een echt “labour of love” geworden. Onder de bezielende leiding van Colin Linden (o.m. bekend als producer van Bruce Cockburn) storten ditmaal tal van befaamde en minder befaamde bluesartiesten zich op het werk van The Man In Black. En het resultaat is knap gevarieerd! “Walking The Blues” bijvoorbeeld wordt in de uitvoering van Maria Muldaur een volbloed delta blues nummer. Terwijl Alvin Youngblood Hart in “Sunday Mornin’ Comin’ Down” aangeeft dat hij als folky singer-songwriter bepaald geen mal figuur zou slaan. Garland Jeffreys dan weer levert met “I Walk The Line” zijn eerste nieuw materiaal in jaren af en kruidt het nummer terloops met een flinke snuif cajun. En Sleepy LaBeef tekent met “Frankie’s Man Johnny” eigenlijk gewoon voor een stevige lap honky tonk. Wat ons trouwens met een stem van dat kaliber ook de best mogelijke optie leek. Luistervoer van de bovenste plank zijn ook de wat stevigere uitvoeringen van “Train Of Love” (met lekker vet harmonicawerk van Paul Reddick), “Folsom Prison Blues” (door Blackie & The Rodeo Kings) en Colin Lindens eigen bijdrage aan dit geheel, “Big River”. En een speciale vermelding krijgen van ons tenslotte ook nog de gitarist van Norah Jones, Kevin Breit, die op het instrumentale “Send A Picture Of Mother” werkelijk de sterren van de hemel speelt, en Mavis Staples, die met haar gospeluitvoering van “Will The Circle Be Unbroken” de feestelijkheden mag afronden. “Johnny’s Blues: A Tribute To Johnny Cash” is al bij al een album dat volop naar meer smaakt. Het toont flink wat van de betrokken artiesten van een verrassende andere kant en het bewijst op die manier de songs van Cash alle eer die ze toekomt. Voor de volledigheid geven we hier ook nog even de volledige tracklist op:

Paul Reddick (“Train Of Love”) / Clarence Gatemouth Brown & Benjy Davis (“Get Rhythm”) / Maria Muldaur (“Walking The Blues”) / Chris Thomas King (“Rock Island Line”) / Garland Jeffreys (“I Walk The Line”) / Blackie & The Rodeo Kings (“Folsom Prison Blues”) / Harry Manx (“Long Black Veil”) / Alvin Youngblood Hart (“Sunday Morning Coming Down”) / Sleepy LaBeef (“Frankie's Man Johnny”) / Corey Harris (“Redemption”) / Kevin Breit (“Send A Picture Of Mother”) / Colin Linden (“Big River”) / Mavis Staples (“Will The Circle Be Unbroken”).

www.northernblues.com

 

 

WADE BOWEN & WEST 84

“The Blue Light Live”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Wade Bowen & West 84 zijn aan een rotvaart op weg om één van Texas populairste acts te worden. En luisteren naar “The Blue Light Live” is begrijpen waarom! De man heeft zo’n typische lekkere rauwe stem (een beetje in de lijn van Jack Ingram, Reckless Kelly en Cross Canadian Ragweed) en beschikt over tonnen charisma. Bovendien zijn z’n songs van die aard om een publiek binnen de kortste keren in vuur en vlam te zetten. De beste voorbeelden daarvan tussen deze in november van vorig jaar in Lubbock, Texas gemaakte opnamen zijn het titelnummer van ’s mans laatste reguliere cd “Try Not To Listen”, het samen met die andere Texaanse up-and-comer Brandon Rhyder gebrachte “Walkin’ Shoes”, de bluesy samenwerking met Seth James in “Dong’s Song” en de obligate ballad “Who I Am”. Voor de fans is er een leuk extraatje voorzien in de vorm van een soort ghost track lang na het einde van het op het cd-hoesje als laatste nummer aangegeven “Just For You”. Die bewuste avond in Lubbock zouden Wade Bowen en de zijnen na lang aandringen van de fans als encore immers ook nog het van Ryan Adams en Whiskeytown bekende “16 Days” aanheffen.

Horen is kopen!

www.wadebowen.com

 

 

ADAM CARROLL

“Live”

(Down Hole Records)

(5) J J J J J

 

 

Als er van de hele meute jonge Texaanse honden die momenteel aan een steile opgang bezig zijn één is die het verdient om in één adem te worden genoemd met Lone Star State legendes als Townes Van Zandt en Butch Hancock, dan is het wel Adam Carroll. Met twee uitstekende cd’s (het al van ’98 daterende “South Of Town” en het twee jaar later in 2000 uitgebrachte “Lookin’ Out The Screen Door”) had de man de aandacht reeds royaal op zijn magnifieke songwriting gevestigd. En dat doet hij op deze live-registratie van een optreden in het Cheatham Street Warehouse opnieuw. Ons doet hij hier herhaaldelijk denken aan John Prine en in mindere mate ook aan Todd Snider. Zijn story songs zijn immers op een vergelijkbare manier humoristisch van inhoud en catchy van melodie. Luister zelf maar eens naar het nieuwe nummer “Elvis” over een vrij ongeloofwaardig overkomende ontmoeting met een dronken King en het zal je snel gaan dagen. Of naar het heerlijke “Screen Door”, waarin zowaar de geest van de jonge Dylan lijkt rond te waren! Of naar de ongemeen komische publiekslieveling “Snow Cone Man”…

Zijn aangeboren feeling voor verhalen gekoppeld aan een innemende podiumpersoonlijkheid maken van deze Adam Carroll een legend-to-be. Een troubadour die dringend ook maar eens de Lage Landen moet aandoen… Ons plaatsje op de eerste rij is alvast gereserveerd!

www.adamcarroll.com

 

 

MARK PENGILLY

“Nothing Borrowed”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Mark Pengilly is de in Heidelberg (Australië) woonachtige broer van Kirk Pengilly, je welbekend van INXS. Muzikaal gezien leven de broers echter in twee totaal verschillende werelden. Met de gespierde rock van de groep van zijn broer heeft Marks muziek immers in het geheel geen uitstaans. Op zijn tweede cd “Nothing Borrowed” grossiert de man in aangenaam wegluisterend akoestisch singer-songwriter materiaal, waarbij spontaan de namen van een Dan Fogelberg of een James Taylor als aanknopingspunten hun opwachting maken. In twaalf eigen nummers (waarbij hij slechts in één enkel geval wat hulp van buitenaf inriep van gitarist Damien Robison) neemt de man ons mee op een dromerige trip doorheen zijn eigen fantasiewereld, waarin het aangenaam toeven is. Songs als “A Loner Alone”, fraai ingekleurd met lekker harmonicawerk van Allan Gibson, en de wat vlotter weghappende melancholische opener “Gee Geelong” zijn songs die ook in de Lage Landen best wel wat radio airplay verdienen.

Sympathieke kerel, sympathieke plaat!

www.chaosmusic.com/markpengilly

markpengilly@hotmail.com

 

 

PINE VALLEY COSMONAUTS

“The Executioner’s Last Songs Vol. 2 + 3”

(Bloodshot Records / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Delen 2 en 3 van “The Executioner’s Last Songs” waarmee de Pine Valley Cosmonauts, het muzikale geesteskind van duivel-doet-al Jon Langford, hun afkeer ten overstaan van de in de States nog altijd toegepaste doodstraf nog eens duidelijk onderstrepen. De opbrengsten van de plaat gaan dan ook naar de Illinois Coalition Against The Death Penalty. Zoals al op de voortreffelijke voorganger laat Langford ook op deze dubbelaar een ware pleiade aan schoon alt. country volk de revue passeren. Zodat dit album eigenlijk gewoon uitgroeit tot de zoveelste uitstekende Bloodshot compilatie. Hoogtepunten: een mooie, dronken voortwaggelende versie van de Tom Jones-hit “Delilah” door Langford zelf en Sally Timms, een al even knappe benadering van het vooral van Engelbert Humperdinck bekende “Green Green Grass Of Home” door Dave Alvin, het live opgenomen “Tom Dooley” van de Sundowners en de lichtjes fantastische Jon Rauhouse met “Pardon This Coffin”. Hieronder vind je nog de volledige tracklist om het plaatje compleet te maken:

“Gallows Pole” (Tim Rutili met Sally Timms, Rebecca Gates, Jo Walston & Jon Langford), “Louis Collins” (Dave Alvin met Dean Schlabowske), “Fall Of Troy” (Kurt Wagner), “Banks Of The Ohio” (Otis Clay), “Homicide” (Skid Marks met Sally Timms), “Green Green Grass Of Home” (Kelly Hogan), “Death Row” (Rico Bell), “Gulag Blues” (Lu Edmonds met John Rice), “Horses” (Chris Mills met Dean Schlabowske & Dave Alvin); “Strange Fruit” (Diane Izzo met John Rice), “One Dyin’ & A Buryin’” (David Yow) (Live), “Delilah” (Jon Langford met Sally Timms), “Willie O’Winsbury” (Charlotte Greig), “Bad News” (Alejandro Escovedo & Jon Langford met Dave Alvin), “The Ballad Of Billy Joe” (Rebecca Gates), “Dang Me” (Rhett Miller), “Forever To Burn” (Rex Hobart), “Death Where Is Thy Sting” (Pat Brennan), “Long Black Veil” (Sally Timms & Edith Frost), “God’s Eternal Love” (Mark Eitzel), “Hangin’ Me Tonight” (Gurf Morlix), “John Hardy” (Meat Purveyors met Rick Cookin’ Sherry), “Pardon This Coffin” (Jon Rauhouse), “Saviour” (Kevin Coyne), “Green Green Grass Of Home” (Dave Alvin), “Angel Of Death” (Tom Greenhalgh), “Tom Dooley” (The Sundowners) (Live).

www.bloodshotrecords.com

www.bertus.nl

 

 

TISH HINOJOSA “The Best Of Tish Hinojosa – Live”

(Rounder / Continental Record Services)

(4,5) J J J J J

 

 

Met “The Best Of Tish Hinojosa – Live” sla je twee vliegen in één klap! Het album kan enerzijds immers doorgaan voor een uitstekende dwarsdoorsnede van het repertoire van deze vanuit Austin, Texas aan de weg timmerende singer-songwriter, die sinds jaar en dag op handen wordt gedragen door zowel de critici als de fans van authentieke rootsmuziek in de Lage Landen. En anderzijds is het een heerlijke Tejano live-registratie.

Hinojosa neemt een vrij aparte plaats in in het wereldje der singer-songwriters. Een eenvoudig optelsommetje leert ons dat haar Mexicaanse roots, haar verblijf in Texas en haar jaren als broodschrijfster in Nashville zo elk hun steentje moeten hebben bijgedragen tot haar uitzonderlijke creatieve zeggingskracht. Schijnbaar moeiteloos maakt ze in haar werk steeds weer de overgang van Spaans naar Engels en omgekeerd. En al even vanzelfsprekend wisselen cumbias, polkas, walsjes en ballads elkaar af. Heel erg opvallend is de zelfverzekerdheid die daarbij dezer dagen van Hinojosa afstraalt. Waar ze in het verleden vaak op een klein kwetsbaar vogeltje leek, toont ze zich nu als een hele grote. Het leven lijkt haar een weinig te hebben gehard. Daarin blijken de liner notes ons trouwens gelijk te geven. De dromen van sterrendom heeft ze voorgoed opgeborgen. In plaats daarvan geniet ze nuchter maar met volle teugen van haar degelijke roep als singer-songwriter. En dat mag best ook, want wie pareltjes als “Aquella Noche”, “Donde Voy”, “Something In The Rain” of “God’s Own Open Road” uit de pen kan knijpen, die mag daar met recht en rede trots op zijn. Gewoon even de ogen dicht en je begrijpt wat we bedoelen… je waant je zo in het diepe Zuiden van de States. De evocatieve kracht van deze muziek is gewoonweg fenomenaal. Pure klasse!

Voor de fans zijn er trouwens nog twee goede redenen meer om tot de aanschaf van deze plaat over te gaan: het opgewekte “She’s A Highway” en het door Santiago Jimenez, Jr.’s accordeon fraai ingekleurde “Otra Vez (Once Again)” zijn twee nummers die nooit eerder op plaat verschenen. En als er al één iets is, wat dat tweetal lijkt te willen beklemtonen, dan is het wel dat we van Tish Hinojosa nog lang niet het laatste gehoord hebben!

www.mundotish.com

www.continental.nl

 

 

CROWSONG “Western”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Crowsong is een drietal geschaard rond multi-instrumentalist en meester slide gitarist Randy Clark. In ’99 leverden ze de instrumentale debuutplaat “Dark Comes Light” af. En nu is er de bijzonder sterke opvolger “Western”, waarop Clark bewijst ook over een knappe stem te beschikken. Met zijn gitaar rolt hij telkens weer fraaie woestijnzandtapijten uit, waarover zijn lichtjes aan Roger McGuinn refererende stem dan pakkend verhalen mag. De beste momenten van Neil Young & Crazy Horse zouden hierbij als ideale referentiepunten dienst kunnen doen. Net als Young is ook Clark een meester in het neerzetten van een sfeervol, panoramisch geluid. En dat levert een aantal bijzonder gesmaakte hoogtepunten op. Vooral de instrumentals “Fall In The Sea” en “Red Is The Color Of Blood” moet je daar zeker toe rekenen. Van een werkelijk oorstrelende, bedwelmende schoonheid zijn die twee. Je voelt als het ware het hete zand tussen je tenen schuren… En dat geldt misschien nog wel meer voor het schitterende stukje slide dat “Desert Song” is. Dit moet zo ongeveer het beste instrumentale werk ten zuiden van Ry Cooder zijn!

Indrukwekkende stuff, die we je alleen maar van harte kunnen aanbevelen!

(Zeker als je een fan van Neil Young of Ry Cooder bent!)

http://www.crowsong.com/

 

 

MALCOLM HOLCOMBE “Another Wisdom”

(Purple Girl Music)

(5) J J J J J

 

 

Malcolm Holcombe moet zowat Amerika’s allerbest bewaarde singer-songwriter-geheim zijn. Sinds zijn debuut met “A Far Cry From Here” in ’94 ging op professioneel vlak dan ook zowat alles voor ‘m fout wat maar fout kon gaan. Culminerend in het wrange lot dat zijn meesterwerkje uit ’96, “A Hundred Lies”, beschoren was. Die plaat zou oorspronkelijk kort na zijn overgang naar het Geffen Records label ook daar hebben moeten verschijnen. Enkele dagen voor de geplande releasedatum werd Geffen echter ingelijfd door Universal Music en Malcolm Holcombe’s plaat verdween volkomen ten onrechte in de vergeethoek. Tot ze uiteindelijk drie jaar later via John Prine’s Hip-O Records toch het daglicht zag en bedolven werd onder de lovende kritieken. Aan het grote publiek ging de release echter onopgemerkt voorbij. En da’s heel jammer, want platen van het kaliber van “A Hundred Lies” worden heus niet elke dag gemaakt…

Ondertussen zijn we alweer vier jaar verder en voor ons ligt “Another Wisdom”, ’s mans nieuwe cd. En die is wederom van een werkelijk verbluffende schoonheid. Met zijn licht bluesy baritonstem schildert Holcombe zijn fraaie teksten als het ware over pakkende melodieën. Het resultaat zijn muzikale portretten die gehoord mogen worden. “The Station” bijvoorbeeld wordt bevolkt door de verschoppelingen der aarde en in “Woman Missin’” laat de man bitsig weten “You gotta woman missin’, but she ain’t missin’ you”. Het leven kan hard zijn… Maar tegelijk ook heel mooi en dat beseft Holcombe maar al te goed. Dat blijkt ondermeer uit songs als het schitterende “Sleepy Town”, waarin hij met de ogen van een vader observeert hoe een kind in de armen van zijn moeder inslaapt, of uit “Marvelene’s Kitchen” – lekkers zuiders pickin’ & grinnin’ en ongedwongen tafelen bij het gastvrije hoofdpersonage uit de song. Het beste nummer van de plaat is echter zonder enige twijfel “Who Carried You”, een song gedragen door de rauw-hees-tedere stem van Holcombe: “Life and Agatha Christie in a trailway back from New Orleans. Who dunnit, who carried you,” vraagt hij zich adembenemend mooi af.

Onze conclusie: je doet jezelf ernstig tekort als je deze plaat niet op zijn minst een luisterbeurt gunt – dat zou namelijk moeten volstaan om je van Holcombe’s enorme kwaliteiten te overtuigen!

http://store.milesofmusic.com/prodinfo.asp?number=27681

 

 

THE MEN THEY COULDN’T HANG

“The Cherry Red Jukebox”

(TWAH!)

(4) J J J J

 

 

Al zo’n twintig jaar lang zijn The Men They Couldn’t Hang in de weer. En gedurende al die jaren zijn ze hun eigen muzikale principes steeds trouw gebleven. Met als gevolg dat hun kruisbestuiving van folk, rock, punk en country wél steeds heeft mogen rekenen op flink wat bijval van de kant van de critici, maar van commercieel succes verschoond is gebleven. Nochtans moeten liefhebbers van groepen als de Pogues, de Levellers of de Oysterband hier ook het nodige plezier aan kunnen beleven. Wij zijn alvast weer zeer gecharmeerd door “Cherry Red Jukebox”, het zevende studioalbum tot op heden van de heren. Nogal wat kersen op deze taart! Met opener “Sunrise” bijvoorbeeld razen we meteen aan een rotvaart het album binnen. De jonge Clash is niet ver uit de buurt! Vervolgens is er “Singing Elvis”, een gedroomde singlekandidaat, waarin 40 jaar rock & roll wordt gebald tot een echte oorwurm van jewelste! Het nummer is dan ook een eerbetoon aan de helende kracht die van het genre uitgaat – in goede en kwade dagen, rock & roll is er altijd… Heel knap is ook “Rivertown”, een droom van een folksong waarin op een bed van violen en accordeon thuishaven Southhampton wordt bezongen. Of ook “Silver Gun”, wat ons betreft het absolute hoogtepunt op deze plaat: country in onvervalste Marty Robbins-stijl met een Engels accent als extra pigment. Bovendien is het nummer opgevat als duet en krijgt Merrill, de vrouw van zanger Stefan Cush, zo ook even een plaatsje in de spotlights. Een parallel eerbetoon aan June Carter en Johnny Cash noemen ze het zelf. Zouden ze best wat meer mogen doen! En dan is er ook nog “The Hill”, een cajun rockertje, waarin een feestje met de Mavericks, Los Lobos en Bruce Springsteen lekker uit de hand loopt – roots rock op zijn allerbest dus!

Al bij al een wreed sympathiek plaatje!

www.tmtch.net

www.twah.com

 

 

SCOTT MILLER & THE COMMONWEALTH

“Upside Downside”

(Sugar Hill / Munich)

(4) J J J J

 

 

Ex-V-Roys-kopstuk Scott Miller pakt met “Upside Downside” uit met een uitstekende opvolger voor zijn in 2001 verschenen “Thus Always To Tyrants”, toen ook al één van de beste platen van het jaar. Oorspronkelijk zou zijn nieuwe album een “plaat met twee kanten” worden – lekker ouderwets conceptje! De a-zijde zou in Nashville worden ingeblikt met zijn vaste band The Commonwealth, de b-kant in Knoxville met de pop-rockers van Superdrag. Van die plannen zou uiteindelijk echter niet veel in huis komen. De werken met The Commonwealth in Nashville bleken immers zodanig goed mee te vallen, dat het Knoxville-idee prompt weer werd opgeborgen. Dat neemt echter niet weg, dat het uit de sessies op die ene locatie resulterende album wel degelijk in twee helften uiteenvalt, een “upside” en een “downside”, zoals de titel van het geheel al duidelijk liet doorschemeren. De eerste van die twee laat zich daarbij vooral typeren door de aanwezigheid van vinnige alt. country rockertjes als “It Didn’t Take Too Long”, “Raised By The Graves” en de single “Second Chance”, terwijl de tweede voornamelijk de Steve Earle-fans van het eerste uur zal aanspreken met heerlijke ingetogen pareltjes als “I’ve Got A Plan” of “Angels Dwell” (met de lichtjes fantastische Patty Griffin) en de bluegrass-excursie “Ciderville Saturday Night” (met lekker mandolinewerk van Tim O’Brien). “Upside Downside” is derhalve als geheel een schoolvoorbeeld van hoe Americana anno 2003 hoort te klinken.

http://thescottmiller.com/

http://www.sugarhillrecords.com/catalog/pagemaker.cgi?1074

 

 

THE SWINDLES “Songs In The Key Of T”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

“Songs In The Key Of T” is het tweede teken van leven van de Texaanse rock & roll tornado The Swindles. Net als wijlen Doug Sahm zijn ze afkomstig uit San Antonio. En net als hun legendarische stadsgenoot gaan ze een goed feestje niet gauw uit de weg. Op hun platen vertaalt zich dat in één spetterende aaneenrijging van invloeden. Doug Sahm, Buddy Holly, Steve Earle, de jonge Van Morrison, Chuck Berry, Freddy Fender, The Animals… ze passeren allemaal de revue, een eindeloos lijstje eigenlijk aan illustere voorgangers. “Songs In The Key Of T” is dan ook een lekker vette Texaanse rootsplaat geworden, waarop covers en originals elkaar aan een zeer hoog tempo afwisselen. Van “I’m Ready” tot “Nuevo Laredo”, van “Let Her Dance” tot “Before The Next Teardrop Falls”, van “Bama Lama, Bama Loo” tot “Ready, Willing And Able” of de ingenieuze medley die ontstond door het samenvoegen van “She’s About A Mover” en “These Boots Are Made For Walking” – dit is één grote all-night rock & roll party, waarop een opvallende hoofdrol is weggelegd voor zanger-leadgitarist Mitchell Justice Webb. Met een stem die het midden houdt tussen de sneer van Joe Ely en de wat meer soulvolle “growl” van de jonge Van Morrison ploegt hij diepe voren in de akkers van elk zich gewillig aandienend rock & roll hart. Onmogelijk om hierbij stil te blijven zitten! En een dikke, dikke aanrader derhalve voor elk zomerfestival dat wel wat ambiance kan gebruiken!

(By the way, de T in de titel staat naar verluidt voor Tequila…)

www.theswindles.com

 

 

BILLY DEE “Heart, Don’t Fail Me Now”

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Al wie de voorbije jaren hier of daar een concert van Dale Watson & The Lone Stars heeft meegepikt kent deze innemende persoonlijkheid. Billy Dee Donahue was immers vijf jaar lang de bassende rechterhand van Watson. En da’s dan nog maar één van de vele ronkende namen die je op zijn c.v. aantreft. Ondermeer ook David Allen Coe, Johnny Paycheck, Wendel Adkins en Vern Gosdin maakten in het verleden van zijn diensten gebruik.

Maar nu is de man dus eindelijk ook zelf aan de beurt! En zijn eersteling is een door-en-door old-school country-album geworden. Op “Heart, Don’t Fail Me Now” is het moeilijk om een voet te verzetten zonder daarbij op één van de thema’s te trappen die het country-genre mee groot maakten: gebroken harten, overspel, spijt, je zegt het maar… Is Billy Dee’s debuut dan louter een herhalingsoefening? In zekere zin wél. Dat neemt evenwel niet weg, dat elke rechtgeaarde liefhebber van een potje pure country hier enorm veel plezier aan zal beleven. Net als zijn buddy Dale Watson -die trouwens mee instond voor de productie- is Billy Dee immers een eerste-klas-performer. Met zijn warme voordracht tilt hij nummers als “What’ll I Do”, “May Your Heart (Rest In Pieces)” of “New Tune On An Old Fiddle” tot op een niveau dat je de dag van vandaag helaas niet zo vaak meer op countryplaten aantreft. Een genot om naar te luisteren!

www.billyfdee.com

www.sonic.nl

 

 

TERRY ALLEN “Amerasia”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

De muziek op Terry Allens “Amerasia” fungeerde oorspronkelijk als soundtrack bij een film uit ’85 van Wolf-Eckart Bühler, die ondertussen niet langer beschikbaar is. Onderwerp van zowel de film als dit album vormen de Amerikaanse soldaten die na de Vietnam-oorlog in Zuidoost-Azië achterbleven. Beide vertellen ze het verhaal van mannen die ver van huis iets vonden dat de moeite waard bleek om te blijven. Heel erg ambitieus materiaal dus! Bepaald niet vergelijkbaar met Allens gebruikelijke verzamelingen luchtige of hartverscheurende verhalen over het leven van alledag in Texas of het zuiden van Californië. Doch alleszins wél de moeite waard! Dit is immers zo’n stukje geschiedenis waarover meestal niet wordt gepraat. En laat het nu net iemand zijn die het allemaal niet van dichtbij heeft meegemaakt, die er een heel treffend beeld van schetst. Muzikaal gezien heerst er trouwens ook wel wat verwarring. Allen bedient zich hier immers niet uitsluitend van de diensten van z’n Panhandle Mystery Band, maar laat ook de uit Bangkok afkomstige Surachai Jantimatorn & Caravan opdraven. Voor de productie van het geheel tekenden overigens hijzelf en Lloyd Maines. Vreemde plaat, maar wel een goede…

http://www.sugarhillrecords.com/catalog/pagemaker.cgi?1076

http://www.munichrecords.com/

 

 

VARIOUS ARTISTS “Every Word: A Tribute To Let’s Active”

(Laughing Outlaw Records)

(3,5) J J J J

 

 

Samen met Don Dixon was Mitch Easter één van de grote bezielers van het Amerikaanse college rock gebeuren van de jaren tachtig. Als producer was hij ondermeer verantwoordelijk voor het geluid en de successen van Love Tractor, Game Theory, Velvet Crush, Pavement, Marshall Crenshaw en vooral ook R.E.M. De eerste platen van deze laatsten dragen onmiskenbaar zijn signatuur! Daarnaast was Easter echter ook de drijvende kracht achter Let’s Active, een zwaar onderschat gezelschap dat een erfenis van één EP en drie langspelers achterlaat, boordevol pop verweven met Merseybeat jangle, psychedelia en compromisloze gitaarrockuitbarstingen. Commercieel gezien in de verste verte niet te bekennen op de wereldkaart natuurlijk, maar wél goed voor het respect van tal van collega-muzikanten. En zoals dat dan gaat, kon een tribute niet uitblijven! En “Every Word” is als eerbetoon in elk opzicht zeer geslaagd te noemen. Tal van bekendere namen, maar ook heel wat mindere goden bewijzen hier dat Easter een verdomd goede song in de pen had. Onze favoriete bijdragen aan het album zijn het door Bill lloyd met liters twang overgoten “Every Word Means No”, het Don Dixon – Jamie Hoover duetje “Horizon”, het springerige “Make Up With Me” met een Tommy Womack in zeer goede doen en “Last Chance Town”, dat Spike Priggen echt op het lijf geschreven is. Verder zijn ondermeer ook nog Bobby Sutliff van de Windbreakers, Velvet Crush frontman Paul Chastain, Neilson Hubbard en Marti Jones van de partij.

www.laughingoutlaw.com.au

 

 

RONNY ELLIOTT “Hep”

(Blue Heart Records)

(5) J J J J J

 

 

Ronny Elliott is een man naar ons hart. “There’s something wrong with the radio waves today. You can get crap played on the radio stations if you’ve got money to pay. Maybe music and business are terms that just don’t jive. All I’ve got is three chords and a will to survive”, haalt hij uit in “All The Way To Louisville”, zodoende het verhaal van zijn carrière beknopt samenvattend. Sinds 1995 levert de man immers aan een meer dan behoorlijk tempo meesterwerk na meesterwerk af. Maar ondanks lovende recensies aan de lopende band in de geschreven pers komt zijn werk veel te weinig aan airplay toe en blijft commercieel succes dus achterwege. Nochtans is Elliotts muziek alles behalve moeilijk te noemen. Hij schrijft eenvoudige maar pakkende melodieën en met een diepe stem waarop zowat iedereen met uitzondering van Johnny Cash en Lou Reed best jaloers zou mogen zijn vertelt hij verhalen zoals geen ander dat kan. Een Elliott-plaat uitzitten is als een avond aan een bar spenderen met een oude door het leven getekende zonderling die elk fait divers uit zijn leven door de jaren heen en door sloten aan drank wadend heeft uitvergroot of omgetoverd tot telkens weer een ander bizar verhaal. Zoiets als een blad voor de mond nemen bestaat in zo’n geval natuurlijk niet! Een mooi voorbeeld om dat te illustreren treffen we op “Hep” aan in “Elvis Presley Didn’t Like Tampa”, waarin zowel Elliotts streekgenoten als The King himself een subtiele veeg uit de pan krijgen. Of ook in “Jack’s St. Pete Blues” met de veelzeggende passage “I drink because I can’t write and I can’t write because I’m drinking.” Een probleem waarmee zowat elk schrijvend individu vroeg of laat af te rekenen heeft. Op het hoesje van “Hep” graaft Elliott met holle ogen en met een fles bourbon binnen handbereik in het holst van de nacht een graf. Je vraagt je af in hoeverre het zijn eigen graf symboliseert. Enkel de grijns op zijn gelaat lijkt te suggereren dat we niet in die richting moeten denken. Maar voor de zekerheid moesten we hem met z’n allen maar eens helpen zijn enigszins onbevredigende verleden te begraven en hem de status bezorgen die hem toekomt. Deze man hoort namelijk ontegensprekelijk thuis in het rijtje hele groten als een Guy Clark of een Townes Van Zandt. En “Hep”, mocht je dat nog niet begrepen hebben, is een heerlijke plaat!

www.ronnyelliott.com

 

 

DAVID GRISMAN “Life Of Sorrow”

(Acoustic Disc)

(4,5) J J J J J

 

 

De nieuwe cd van David Grisman is maatwerk voor muzikale fijnproevers. Bluegrass-adepten zullen heel wat van het materiaal op deze compilatie allicht al in hun collectie hebben zitten. Desalniettemin blijft het een absoluut aan te bevelen aanschaf. David Grisman grasduinde in zijn eigen ruim dertig jaar tellende carrière en hield een verbluffend coherent geheel aan muzikale samenwerkingen aan zijn speurtocht over. Van John Hartford tot Del McCoury, van Ralph Stanley tot Mac Wiseman, van de Nashville Bluegrass Band tot Herb Pedersen en ga zo maar door – David Grisman speelde en zong met ze allemaal samen. En zo komt ’t dus dat met “Life Of Sorrow” eigenlijk een various artists cd voor ons ligt. Maar dan wel één waarop de mandoline van Grisman als uitstekende gids op pad is. Ze neemt je mee op een reis langs pareltjes als “A Life Of Sorrow” (met de Nashville Bluegrass Band), “Seven Year Blues” (met Herb Pedersen), “Man Of Constant Sorrow” (met Ralph Stanley), “Tennessee Waltz” (met Del McCoury) en “Pretty Saro” (met John Nagy). Vijftien keer houden we op deze trip halt in ’s mans loopbaan en vijftien keer is het genieten geblazen! Ondanks de wat zorgelijk aandoende albumtitel houd je hier dan ook een overwegend prettig gevoel aan over.

www.acousticdisc.com

 

 

OL’ YELLER “Penance”

(SMA Records / Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“Penance”, de derde van het trio rond zanger-gitarist-songwriter Rich Mattson, pendelt al enkele weken heen en weer tussen onze cd-wisselaar en een stapeltje “vaste klanten”. En da’s meestal wel een goed teken… Ol’ Yeller grossiert dan ook in pittige, veelal goed in het gehoor liggende alt. country deunen. Heel erg opvallend? Niet echt. Maar anderzijds is “Penance” wel van een constant zeer goede kwaliteit. Het met een lekker mondharmonicaatje opgesmukte “Secrets” bijvoorbeeld is een echte oorwurm. En ook het rustig voortkabbelende zomerse hapje “Fireflies & Bugs” heeft hier een prima indruk achtergelaten. Zoals één van die vervelende muggen – het is maar een klein prikje, maar het blijft wel jeuken… Dit is Americana, waarmee je het genre ook hier aan populariteit zou moeten kunnen laten winnen. Lekker gitaarwerk, een prettige wat hese stem en een dot van een song.

Zelf vinden de heren dat ze het beste van CCR, Buffalo Springfield, de Byrds en een Rolling Stones concert belichamen, maar dan wel in een schuur… Ol’ Yeller is wat ons betreft alvast een blijvertje, net als hun grote voorbeelden dat waren.

www.olyellerband.com

www.sonic.nl

 

 

LYS GUILLORN “Lys Guillorn”

(Little Cowgirl Records)

(4) J J J J

 

 

Vanaf de eerste noten van “Steel Pier”, het openingsnummer van haar titelloze debuut, had ze ons meteen op het puntje van onze stoel, deze Lys Guillorn. Met haar uitermate eigenzinnige benadering van (alt.) country zal ze her en der wellicht wel wat wenkbrauwen doen fronsen, maar hier gaat haar bevreemdende hybride erin als zoete koek. En wij kunnen ons voorstellen dat wie iets van de Cowboy Junkies, de Be Good Tanyas of Gillian Welch op de plank heeft staan, hier ook wel aan zal willen. Als een soort van vrouwelijke Lee Hazlewood houdt Lys Guillorn je met haar stripped to the bone aanpak voortdurend goed bij de zaak. Het heeft allemaal iets zonderlings, iets donkers, iets sombers, maar tezelfdertijd gaat van deze muziek ook een haast niet nader definieerbare warmte uit. Een beetje zoals dat bij de Cowboy Junkies in hun prille jaren ook het geval was.

Tien van de elf songs op haar debuut schreef Guillorn zelf. Voor het elfde, “You Can’t Put Your Arms Round A Memory”, ging ze in de leen bij Johnny Thunders. Het zijn echter vooral eigen nummers als “Legendary Cowboys”, “Throne” en “In Sleep” waarmee ze met brio haar plaatsje verdiend in het alsmaar langer wordende lijstje van prima nieuwe alt. country dames. Al zou je ’t voor hetzelfde geld net zo goed rock kunnen noemen, wat ze maakt… Is gewoon een kwestie van interpretatie natuurlijk!

www.lysguillorn.com

http://www.cdbaby.com/cd/lysguillorn

www.littlecowgirl.com

 

 

MICHAEL WESTON KING “A Decent Man”

(Floating World)

(4) J J J J

 

 

Michael Weston King geldt al sinds jaar en dag als één van de grootste rootsrocktalenten die in Europa rondlopen. En zijn jongste cd “A Decent Man” zal die roep alleen nog maar versterken. Het is immers zonder enige twijfel zijn sterkste album tot op heden geworden. De voormalige Good Sons voorman is op zijn best als hij in warm aandoende lappen country soul als de opener, het samen met Lou Dalgleish gepende “Celestial City”, of het weidse “The Wooden Hill” mag tonen hoe goed hij wel kan zijn als zanger. Dat blijkt trouwens ook uit een mooie, naakte versie van Neil Youngs “Love In Mind”. Piano, stem en… kippenvel. Is trouwens niet de enige cover hier dat nummer. Aan het eind van de plaat moet ook Pete Townshends “Blue Red & Grey” eraan geloven. En da’s een heel fraai sluitstuk voor een al even fraaie cd. Vooral het veelzeggende “The Englishman’s Obsession With America (Part 2)” zal hier nog een tijdje blijven hangen. Kan zo naast het beste werk van pakweg een Lloyd Cole. En is trouwens ook een uitstekend staaltje aan bewijsmateriaal om aan te tonen dat de productie van oudgediende Jackie Leven werkelijk vlekkeloos is. Het resultaat van dit alles? Een plaat die wij een toekomst gunnen bij zowel de fans van artiesten als de al eerder genoemde Cole of de Beautiful South, als bij alle ruimdenkende Americana-liefhebbers in het Verenigd Koninkrijk en hier op het Europese vasteland.

www.michaelwestonking.com

www.floatingworld.co.uk

 

 

JILL MARKEY “Jill Markey”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Jill Markey houdt op het eerste gezicht alvast twee ijzersterke troeven in handen om haar carrière snel een hoge vlucht te zien nemen. Niet enkel kan ze terugvallen op haar fraaie uiterlijk, deze oogstrelend mooie blondine beschikt bovendien ook over een stel pipes om u tegen te zeggen. Ons deed ze alvast regelmatig denken aan Wynonna Judd op deze mini. ’n Country stem met een bluesy biesje, zeg maar. En dat lijkt ons ook haar voornaamste wapen. Songs als “Simple Things” en vooral ook “Dive Bar” passen door haar voordracht perfect in zowel het huidige country als Americana format. Haar titelloze debuutcd bevat jammer genoeg slechts vijf songs. Maar het zijn er wel vijf waar vooral in Nashville wel eens met de nodige belangstelling op gereageerd zou kunnen worden.

www.jdpmusic.com

 

 

CAROLINE HERRING “Wellspring”

(Bluecorn Music / Me & My Records / CRS)

(5) J J J J J

 

 

Met haar debuutalbum “Twilight” wist Caroline Herring hier goed twee jaar geleden onmiddellijk een gevoelige snaar te raken. Wat waren we toen diep onder de indruk van zowel de honingzoete stem  als de heerlijk uitgewerkte songs van deze uit Mississippi afkomstige maar dezer dagen vanuit Austin opererende schone. Boter zou er spontaan van zijn gaan smelten, zo warm voelde het allemaal aan wat ze deed! Je zal begrijpen dat we met aan de grenzen van het toelaatbare reikend enthousiasme reageerden op het nieuws van haar tweede cd. En terecht ook, zo blijkt! Met “Wellspring” eist Caroline Herring immers definitief haar plaatsje op tussen de grote vrouwelijke singer-songwriters van het ogenblik. Ergens tussen Kelly Willis (hier zelf ook van de partij in het fraaie “Jewels”), Kate Campbell, Lucinda Williams en Mary Gauthier in zeg maar. Haar hemelse mélange van bluegrass, folk en country heeft alles om het haar toe te laten binnen de kortste keren een grote schare fans aan zich te binden. Hoe ze op treffende wijze het leven van alledag in het diepe Zuiden van de States verwoordt, dwingt en passant grote bewondering af. Van alle hier aanwezige songs straalt dezelfde aantrekkingskracht af. Sfeer en thematiek gaan dan ook een perfect huwelijk aan in een muzikale setting die zich vaak baseert op de traditionele bluegrass benadering. Volop ruimte voor akoestisch snarenwerk dus, terwijl de percussieve inbreng juist tot een absoluut minimum beperkt wordt. Het is moeilijk om hier hoogtepunten op aan te wijzen, want eigenlijk is zo ongeveer elke song er eentje. Maar het op subtiel accordeonwerk van Mike Maddux gebrachte “MGM Grand” en in het kielzog daarvan het ronduit schitterend gezongen “The Way That You Are” lenen zich misschien toch het best om het talent van Caroline Herring hier nog eens even extra te onderlijnen. Dit is gewoon een verplichte aanschaf!

www.carolineherring.com

www.continental.nl

 

 

STACEY EARLE & MARK STUART

“Never Gonna Let You Go”

(Gearle Records / Southbound Records / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Terwijl de verzamelde muziekindustrie zich stilaan aan het opmaken is voor het jaarlijkse zomerdutje, blijven vanuit de Americana hoek de uitstekende nieuwe releases elkaar aan een verschroeiend hoog tempo opvolgen. Zo is er nu bijvoorbeeld weer de nieuwe van Steve Earle’s zusje Stacey en haar echtgenoot Mark Stuart. “Never Gonna Let You Go” heet die samenwerking en dat mag gerust worden gezien als een statement. Stacey geeft immers zelf openlijk te kennen resoluut voor deze duoformule te willen blijven gaan. Na twee soloplaten en een met Mark gedeelde dubbele live cd is dit haar vierde en meest consistente worp tot op heden. Elementen uit country en folk ondergaan op dit album de singer-songwriter treatment en dat resulteert in dertien knappe songs, waarmee Earle wel eens een groter publiek zou kunnen gaan aanspreken dan dat met haar vorige platen het geval was. Want, laten we wel wezen, ondanks het feit dat Mark Stuart in enkele songs de lead vocals voor zijn rekening neemt en met zijn backings een prominente complementaire rol speelt, blijft dit toch voornamelijk een Stacey Earle plaat. Waarbij bovendien dient te worden opgemerkt, dat haar stem de jongste jaren flink aan diepte lijkt te hebben gewonnen. Nummers als “Me And The Man In The Moon”, “Maybe That’s Just Me” of “Lay Down” illustreren dit perfect. Het zijn slechts enkele van de vele hoogtepunten op een album dat nu al reikhalzend doet uitkijken naar zijn vervolg.

(In een gelimiteerde eerste oplage wordt trouwens ook al een beetje aan die behoefte voldaan. De eerste exemplaren van “Never Gonna Let You Go” gaan immers vergezeld van de bonus cd “In The Rough” met daarop akoestische demo’s van tien van de songs die uiteindelijk op het album belandden. En ook die zijn zeer de moeite waard!)

www.staceyearle.com

www.gearlerecords.com

www.bertus.nl

 

 

HALDEN WOFFORD AND THE HI-BEAMS

“Halden Wofford & The Hi-Beams”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

Halden Wofford en de Hi-Beams zijn een vijf man sterk gezelschap afkomstig uit Colorado. En net als hun streekgenoten van de Dalhart Imperials, de Honky Tonk Hangovers en Marty Jones & The Pork Boilin’ Poor Boys hebben zij hun hart verpand aan real country. Wofford citeert als zijn grote voorbeelden songwriters als Cindy Walker, Harlan Howard en Don Gibson. Evenals meer eigentijdse acts als Jim Lauderdale, Paul Burch en vreemde eend in de bijt Gillian Welch. Grade A Country Music prijkt op de cover van hun eersteling en da’s niks teveel gezegd! Dit is immers het soort muziek waardoor we bijvoorbeeld ook van Big Sandy zijn gaan houden. Door en door puur! Een smakelijke hutsepot van traditionele country, honky tonk en hilbilly. En dat smaakt van bij de speelse opener “Bye Bye Baby” gelijk naar meer. Een gevoel waarin we op onze wenken bediend worden, want tussen de elf nummers die nog volgen is het vruchteloos zoeken naar ook maar het minste zwakke moment. Absolute uitschieters zijn wat ons betreft het tekstueel spitsvondige “(My Other Car’s An) Appaloosa”, de lekkere hillbilly van “Penny In The Fountain” en het stomende “Roll On”. Je kan er van op aan, dat wij aan dit album nog héél veel plezier zullen gaan beleven!

www.hibeams.com

 

 

ADRIENNE YOUNG

“Plow To The End Of The Row”

(AddieBelle Music)

(5) J J J J J

 

 

Zelden een plaat gehoord waarop traditie en actualiteit mekaar zo innig omhelsden als deze. Wat Adrienne Young op haar debuut klaarspeelt is –zacht uitgedrukt- indrukwekkend! Ketch Secor, fiddler bij The Old Crow Medicine Show, leerde haar niet enkel de clawhammer banjo technieken, hij introduceerde haar en passant ook in de voor haar relatief nieuwe wereld van old-time music. Niet dat Young zich hier laat vastpinnen op het klakkeloos naspelen van een stel traditionals, hoor – daarvoor beschikt ze over teveel talent! Wat ze op “Plow To The End Of The Row” produceert ligt precies op de breuklijn tussen country, folk en bluegrass. En wat daarbij opvalt is dat je je desondanks nooit hoeft te ergeren aan de één of andere brutale stijlbreuk. In het samen met Will Kimbrough geschreven openingsnummer “I Cannot Justify” resulteert een botsing tussen bluegrass, old-time en alt. country in een heerlijk vitale lap Americana. En traditionals als “Satan, Yer Kingdom Must Come Down”, “Groundhog”, “Cluck Old Hen”, “Spotted Pony” en “Lonesome Road Blues” profiteren van samenwerkingen met Ketcham Secor of de gehele Old Crow Medicine Show om uit te groeien tot één groot bruisend feest der herkenning. Alsof de Carter Family het nieuwe millennium aan het inluiden is… Daar staan dan weer een aantal knappe songs tegenover die eerder in het heden geworteld zijn. “Home Remedy” bijvoorbeeld, dat Young samen met co-producer Will Kimbrough inzong, heeft gewoonweg alles wat een goede Americana song anno nu zou moeten hebben. En “Sadie’s Song”, waarmee ze onlangs op de jongste uitgave van het Merlefest de gerenommeerde Chris Austin Songwriting Contest winnend wist af te sluiten, is niets minder dan briljant. Een speciale vermelding tenslotte ook nog voor de Johnny Cash cover “Stripes” – die torent namelijk met kop en schouders boven het merendeel van de vertolkingen op de vele recente Cash tributes uit. Hier spat het spelplezier gewoon vanaf. Zo moet dat dus…

Slotsom: Adrienne Young heeft een dijk van een album afgeleverd, dat alles in zich heeft om haar te laten uitgroeien tot een hele grote.

www.adrienneyoung.com

 

 

ALLEN DOBB “Bottomland”

(Skipping Stone Music)

(4) J J J J

 

 

Roots rock liefhebbers die de voorbije maanden net als ons uitgebreid hebben genoten van Rod Picotts jongste cd “Stray Dogs” moeten beslist ook de Canadese singer-songwriter Allen Dobb eens een kansje gunnen. Deze in Victoria woonachtige muzikant roept op zijn tweede album immers regelmatig herinneringen op aan Picott. Of aan een Steve Earle bijvoorbeeld ook. Of een Bruce Springsteen. Allen Dobb beschikt net als het genoemde drietal over zo’n lekker aangename stem voorzien van een flinke laag gruis. Het ideale instrument om z’n pakkende songs aan de man te brengen, waarin elementen uit country, folk en blues in afgewogen doses om je aandacht smeken. Zelf noemt Dobb deze plaat een muzikale reis doorheen zijn leven tot op heden. “Bottomland” vormt daarbij het uitgangspunt. Het nummer fungeert als beeld voor waar hij vandaan komt. Het erg mooie, enigszins ingetogen “Bellingham Rain” is dan weer een symbool voor het hier en nu. Tussen deze twee uiteinden in bewijst Allen Dobb nog tot acht maal toe een heel erg begenadigde songwriter en storyteller te zijn. Wij staan er dan ook op om dit als rootsmuziek van een exceptioneel hoog niveau te bestempelen.

www.allendobb.com

www.pacificmusic.net

 

 

ALLISON MOORER

“Show / A Live Release”

(Universal South)

(4) J J J J

 

 

Een ware stortvloed aan live releases weten verschijnen de jongste weken, maar dit is veruit één van de beste. Het betreft hier een concertregistratie daterend van 4 januari van dit jaar – plaats van de feiten een afgeladen volle 12th & Porter in Nashville. Met Allison Moorer in optima forma! Haar soulvolle country songs klinken wellicht nergens beter dan in zo’n live setting, als ze haar stem als een warme deken over haar toehoorders kan laten glijden. Vijftien songs krijgen we in totaal geserveerd – dertien afkomstig van haar drie vorige albums, twee nieuwe. Met als enigszins te verwachten hoogtepunten ijzingwekkend mooie vertolkingen van “Don’t Cry No Tears”, “Alabama Song”, “A Soft Place To Fall” en “Send Down An Angel”. En al helemaal kippenvel als ze samen met haar zus Shelby Lynne haar vermoorde moeder huldigt in het gospeleske “Is Heaven Good Enough For You”. Met Lynne deelt ze trouwens nog twee verdere nummers. Andere opgemerkte gasten zijn Lonesome Bob en Kid Rock. Met die laatste als duetpartner voor het uitgelaten “Bully Jones” worden de feestelijkheden afgesloten.

(Een snelle aanschaf van dit kleinood blijkt overigens lonend – een gelimiteerde eerste oplage bevat naast de cd immers ook een DVD met een volledige concertregistratie. Een mooi toemaatje!)

www.allisonmoorer.com

 

 

MICHELLE SHOCKED

“Texas Campfire Takes”

(Mighty Sound / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Het verhaal is wellicht genoegzaam bekend. We schrijven 1986. Een nog piepjonge Michelle Shocked speelt op een festival in Texas met een orkest van krekels en voorbijrijdende wagens als begeleiding bij een kampvuur. Eén van de aanwezigen registreert onopvallend haar knappe performance met zijn walkman. En dan gaat de bal aan het rollen! Enkele maanden later blijken deze opnames immers –zonder medeweten van Shocked zelf- uit te groeien tot haar debuutalbum. En wat meer is, in Engeland slaat haar werk in als een bom. De jonge blanke folkzangeres met de oude zwarte ziel geldt al snel als een ware indie sensatie. Mooie story, ware het niet dat Michelle Shocked zelf nooit echt helemaal happy geweest is met de plaat. De batterijen in de bewuste walkman bleken immers hun beste tijd te hebben gehad, waardoor de opnamekwaliteit nogal wat hiaten vertoonde. Uiteindelijk belandden de opnames zelfs duidelijk te snel en te hoog klinkend op plaat. En daar zou wellicht niet één zichzelf respecterende artiest vrede mee hebben kunnen nemen.

Vandaar dus deze re-release op het eigen label van Shocked, Mighty Sound. Het geheel bevat nu twee cd’s, verpakt in een speciale box en met als bonus een 52 pagina’s tellend dagboek. De eerste van de twee cd’s is een reprise van de originele “Texas Campfire Tapes”. De tweede bevat niet alleen alle 22 toen opgenomen songs, maar laat ze bovendien horen op de juiste snelheid. Eind goed, al goed dus: Michelle Shocked gelukkig, wij ook!

www.michelleshocked.com

www.bertus.nl

 

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!