ARCHIEF CD-RECENSIES JULI 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Steve Earle “Live At Montreux 2005”Various Artists “Fargo Collection Eté 2006” - Greg Trooper “The BackShop Live”The Bellrays “Have A Little Faith” - Darrell Scott “The Invisible Man”Munck//Johnson “Unlike You” - Various Artists “Sugar Hill Records – A Retrospective”The Wailin’ Jennys “Firecracker”Riley Baugus “Long Steel Rail” - John Flynn “Two Wolves”Darryl Lee Rush “Llano Avenue” - Ramblin’ Jack Elliott “I Stand Alone”Guy Clark “Workbench Songs”The Milroys “The Milroys” - The Lonesome Sisters With Rayna Gellert “The Lonesome Sisters With Rayna Gellert”Johnny Cash “American V: A Hundred Highways”Sam Bush “Laps In Seven”The Wakefields “Falling Down Blue” - Diana Jones “My Remembrance Of You”The Pine Box Boys “Stab!” - The Seatsniffers “Re-Issued 3: Shakedown”Bellwether “The Stinging Nettles”

 

STEVE EARLE

“Live At Montreux 2005”

(Eagle Records / PIAS)

(3,5) J J J J

 

 

In afwachting van ‘s mans doortocht doorheen ons land begin september en van hopelijk snel te verschijnen “echt” nieuw werk van zijn hand vinden de fans van Steve Earle bij hun vaste muziekleverancier nu alvast een zoethoudertje om de zomer goed mee door te komen. Het betreft een registratie van een in juli van vorig jaar door de man op het vermaarde Montreux Jazz Festival afgewerkte akoestische set. Daarbij slechts gewapend met een gitaar en een mondharmonica toonde Earle zich daar precies van die kant die wij bij zijn laatste optredens in de Brusselse AB een beetje gemist hadden. Klassiekers op zijn repertoire als “The Devil’s Right Hand”, “Dixieland”, “The Mountain”, “Copperhead Road” en “Christmas In Washington” wisselde hij af met geladen songs als “Jerusalem” en “Ellis Unit One” en materiaal van zijn toen pas verschenen CD “The Revolution Starts… Now” zoals het titelnummer daarvan, “Rich Man’s War”, “Warrior” en “Condi Condi”.

Het zal vooral zijn fans van het eerste uur plezieren om Earle zich hier weg van alle gitaargeweld nog eens volop te horen concentreren op zijn niet geringe gaven als singer-songwriter. Of te zien, want de set is ook op DVD verkrijgbaar.

Steve Earle

Eagle Records

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Fargo – Collection Eté 2006”

(Fargo Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Met deze prijsvriendelijke dubbelaar hoopt men je bij het kleine, maar fijne Fargo Records een goede bestemming aan te reiken voor die enkele euro’s die na de bijna obligate jaarlijkse trip richting buitenland nog zullen zijn overgebleven van je vakentiegeld. Met twintig tracks - En enkele verborgen extraatjes! - verspreid over twee CD’s biedt “Collection Eté 2006” bovendien een fraai overzicht over zo ongeveer alles wat de afgelopen maanden aan de stilaan imposante catalogus van het Franse platenlabel werd toegevoegd. Met materiaal van Neal Casal, Eef Barzelay, Great Lake Swimmers, Andrew Bird, Danny George Wilson, Hazy Malaze, Lauren Hoffman, Beulah, White Hassle, Shearwater, Jesse Sykes & The Sweet Hereafter, Richard Buckner & Jon Langford, Luke Temple en vele anderen krijg je alleszins waar voor je geld. Wij zouden zelfs durven te stellen, dat als er nog iets meer van dat al aangesproken vakantiebudget is overgebleven je hier zeker acts zal ontdekken, waarvan je met plezier ook wat materiaal aan je collectie zal willen toevoegen.

Fargo Records

 

 

GREG TROOPER

“The BackShop Live”

(Running Time Music / Lucky Dice)

(4) J J J J

 

 

Hier nog komen vertellen dat Greg Trooper één van de beste singer-songwriters van het ogenblik is, is open deuren intrappen. Na fantastische platen als “Popular Demons”, “Straight Down Rain”, “Live At Pine Hill Farm”, “Floating” en “Make It Through This World” zal er wel niemand meer zijn die daar nog aan twijfelt zeker? En mocht dat toch nog het geval zijn, dan moet die met hoogdringendheid maar eens gaan luisteren naar ’s mans nieuwste. Het betreft daarbij een registratie van een optreden dat Trooper op 14 januari van dit jaar ten beste gaf in de BackShop in Spartanburg, SC. Daar waar hij zich op het vergelijkbare “Live At Pine Hall Farm” uit 2001 nog liet begeleiden door Michael McAdam op diverse gitaren en mandoline doet hij het hier volledig in zijn eentje, “just a man and his guitar”. En dat werkt wonderwel! Fantastische songs als “Dream Away The Blues”, “Green Eyed Girl”, “This I’d Do”, “Lonesome For You Now”, “Sad, Sad Girl”, “Muhammad Ali (The Meaning Of Christmas)”, “Everywhere” en “Ireland” klinken in deze sobere uitvoering als je ’t ons vraagt zelfs beter dan ooit. En Trooper bewijst zich tussen de bedrijven door als een geboren performer. Met grappige “raps”, zeg maar verhalen, over zijn recente samenwerking met Dan Penn voor “Make It Through This World”, over de mening van zijn zus over één van de liedjes daarop en over zijn lotgevallen in Nashville heeft hij de aanwezigen voortdurend op zijn hand. “The BackShop Live” is dan ook een hartverwarmend geheel, dat ondanks zijn “tussendoortjeskarakter” eigenlijk gewoon in de verzameling van elke liefhebber van het betere Americana singer-songwriterwerk thuishoort. Een kwestie van “liefde op het eerste gehoor”.

Greg Trooper

Running Time Music

Lucky Dice

 

 

THE BELLRAYS

“Have A Little Faith”

(Cargo Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

The Bellrays genieten in kennerskringen al sinds jaar en dag het nodige respect voor hun wervelende live performances. De brute kracht die van hun materiaal uitgaat is dan ook werkelijk uniek. De vier Amerikanen weten op bijzonder aanstekelijke wijze op het eerste gezicht schijnbaar onverenigbare genres als old-school soul en garage rock met elkaar te verbinden tot één fulminante hybride. Koppel de bloedhete zang van Lisa Kekaula, de flamboyante frontvrouwe van het collectief en een echte ouderwetse brulboei, aan de “onder-je-kont-rock & roll” van gitarist Tony Fate, bassist Robert Vennum en drummer Craig Waters en je bekomt een tornado van wat door anderen reeds werd omschreven als “maximum rock’n soul” of “punk soul”. Hier wordt absoluut geen weerstand geduld! Je moet en je zal voor de bijl! B-R-U-I-S-E-N-D!

The Bellrays

Cargo Records

Sonic Rendezvous

 

 

DARRELL SCOTT

“The Invisible Man”

(Full Light Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Een vlugge blik op z’n muzikale c.v. leert, dat je Darrell Scott eigenlijk gewoon tot de allergrootste Americana-artiesten van het moment mag rekenen. Als muzikant stond hij bijvoorbeeld al knapen als een Sam Bush, een John Cowan en een Steve Earle ter zijde. Als producer tekende hij ondermeer voor “Cold Dog Soup” en “The Dark” van Guy Clark”. Als songleverancier was hij verantwoordelijk voor hits van ondermeer The Dixie Chicks en Faith Hill. Hij runt sedert 2003 ook zijn eigen platenlabel Full Light Records. En niet in de laatste plaats verschenen de voorbije tien jaar zes eigen albums waarop hij zich ontpopte als een meester-singer-songwriter. Vooral “Theatre Of The Unheard” leverde daarvan uitstekende kritieken op. Maar de kans is zeer groot, dat ’s mans nieuwste, het zopas verschenen “The Invisible Man”, nog een stuk beter zal worden onthaald. In het gezelschap van klasbakken als gitarist Richard Bennett, pedal steel-virtuoos Dan Dugmore, z’n eerder al genoemde collega’s John Cowan en Sam Bush, toetsenman Gabe Dixon, Marcus Hummon, Suzi Ragsdale, Jonell Mosser, Steve Conn, Danny Thompson, Kenny Malone, Andrea Zonn, Dirk Powell en spoken word-fenomeen Minton Sparks levert Scott met die nieuwe immers zijn meest ambitieuze plaat tot op heden af. Tekstuele diepgang wordt daarbij voortdurend gekoppeld aan een rijk en gevarieerd geluid. “Hank Williams’ Ghost” is zo een licht bluesy rocker, waarbij onze gedachten regelmatig afdwaalden richting James McMurtry en Richard Thompson, “Shattered Cross” een verrassende rootsy cover van dat nummer van de Schotse rockers van Big Country, “And The River Is Me” zweverige Americana, “The Dreamer” ingetogen country & Irish, het belerende “Do It Or Die Trying” gewoon poprock, titelnummer “The Invisible Man” klassiek singer-songwriterspul en in het met een shot bluegrass en een reggae-esk ritme opgewaardeerde “Goodle, USA” gaat Scott zelfs even de politieke toer op. Veel meer kan je als liefhebber van het genre echt niet verwachten.

Darrell Scott

Sonic Rendezvous

 

 

MUNCK//JOHNSON

“Unlike You”

(PonyRec)

(3) J J J

 

 

Had ons nauwelijks op een slechter moment kunnen bereiken, deze eersteling van het Deense duo Camilla Munck en Moogie Johnson. De broeierige temperaturen van de voorbije weken nodigen immers niet bepaald uit om de wat ijl aandoende muziek waarin die twee grossieren te consumeren. Veel herfstiger dan dit kan je eigenlijk nauwelijks klinken. Elf nummers lang gaan de twee jonge Denen op “Unlike You” voor een ultra-minimalistische aanpak, waarin de onderkoelde zang van Munck voortdurend centraal staat. Subtiele gitaren, een contrabas, een viool en hier en daar ook een voorzichtig streepje elektronica doen de rest. Muncks manier van zingen roept daarbij hier en daar Margo Timmins van de Cowboy Junkies in herinnering.

Wie hier voor valt kan via de Deense markt met “Count Your Blessings” overigens ook al een tweede album van de twee youngsters scoren.

Munck//Johnson

PonyRec

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Sugar Hill Records – A Retrospective”

(Sugar Hill Records / Munich)

(4) J J J J

 

 

Huis van vertrouwen Sugar Hill Records viert dit jaar zijn vijfentwintigjarig bestaan en dat zullen we geweten hebben ook. Om de feestelijkheden de nodige luister bij te zetten werd immers besloten uit te pakken met een gigantische retrospectieve. Die box set bevat 81 nummers verspreid over 4 CD’s en als bonus is er ook nog een DVD met daarop interviews met de betrokken artiesten, video’s en fotogalerijen.

Wat het louter muzikale aspect betreft ligt de klemtoon natuurlijk vooral op bluegrass in al zijn facetten. Niet verwonderlijk ook met in het achterhoofd de wetenschap, dat Sugar Hill in de eerste plaats een in dat genre gespecialiseerd label is. Dat betekent evenwel niet, dat alles wat je hier opgedist krijgt onder één en dezelfde noemer valt. Door de jaren heen is Sugar Hill immers steeds meer oog beginnen krijgen voor rootsmuziek in de ruimere zin van dat woord. Is het met Ricky Skaggs, The Osborne Brothers, Tony Rice, Dolly Parton, Doc Watson, Boone Creek, Doyle Lawson & Quicksilver, de New Grass Revival, The Seldom Scene, Jerry Douglas, The Lonesome River Band, Hot Rize, Nickel Creek en tal van andere bluesgrasscoryfeeën nog nadrukkelijk vissen in het eigen lievelingswater, met singer-songwriters als Guy Clark, Jesse Winchester, Townes Van Zandt, James McMurtry, Terry Allen, Darrell Scott of Robert Earl Keen, country acts à la Marty Stuart of Rodney Crowell en Americana-toppers als Scott Miller, The Bad Livers en The Gourds zoekt men z’n heil ook regelmatig elders. De daaruit resulterende verzameling is een mooi eerbetoon aan een al vijfentwintig jaar lang aanslepend “labour of love”. En zoiets onthalen we hier natuurlijk maar al te graag op een welgemeend “Dat ze ze nog lang mogen mogen…”

Sugar Hill Records

 

 

THE WAILIN’ JENNYS

“Firecracker”

(Jericho Beach Music)

(4) J J J J

 

 

Tweede CD van de ondertussen uit Annabelle Chvostek (zang, akoestische gitaar, mandoline, viool), Nicky Mehta (zang, akoestische gitaar, harmonica) en Ruth Moody (zang, akoestische gitaar, accordeon, banjo) bestaande Canadese roots singer-songwriter “supergroep”. En daarop wordt met Cara Luft de toch wel bekendste naam van de groep met veel verve uitgewuifd. “Firecracker” is immers opnieuw een wolk van een Americana-CD geworden. Wie had gedacht, dat het vertrek van de gewoon opnieuw voor een solocarrière opterende Luft een onoverkomelijke hindernis zou vormen voor de overige dames, komt dus bedrogen uit. Nieuwkomer Annabelle Chvostek blijkt zondermeer “de juiste vrouw op de juiste plaats”. Met liedjes als het old-timey “The Devil’s Paintbrush Road”, de meerstemmig gebrachte beauty “Swallow”, het verstilde “Apocalypse Lullaby” en titelnummer “Firecracker” manifesteert ze zich als een echte aanwinst.

“Firecracker” is als geheel überhaupt minstens de evenknie van het titelloze debuut van de Wailin’ Jennys uit 2003 en hun eerste full length “40 Days” uit 2004. Ook in hun nieuwe bezetting staan de Jennys immers ruim 51 minuten lang garant voor prachtige, uit min of meer gelijke delen folk en roots bestaande liedjes, gedragen door ronduit verbluffend harmonieerwerk. Wie niet wegsmelt bij de werkelijk fenomenale samenzang van Chvostek, Mehta en Moody is óf géén liefhebber van rootsmuziek, óf heeft een hart van steen. Desgewenst schrappen wat niet past…

The Wailin’ Jennys

Jericho Beach Music

 

 

RILEY BAUGUS

“Long Steel Rail”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Toen z’n maatje Dirk Powell hem enkele jaren geleden wist te betrekken bij de soundtrack van de ambitieuze prent “Cold Mountain” opende zich voor Riley Baugus een compleet nieuwe wereld. Zijn job in een smidse moest als een gevolg daarvan al snel plaatsruimen voor het full-time najagen van die ene levenslange droom van ‘m, een professioneel bestaan als muzikant. En, eerlijk is eerlijk, het zou echt doodjammer geweest zijn als dat er niet vroeg of laat van gekomen zou zijn. Hobbyist-banjobouwer Baugus is immers een echte crack op dat instrument. Op zijn door Dirk Powell en Tim O’Brien geproduceerde eersteling “Long Steel Rail” etaleert hij zijn aanzienlijke talenten alvast ten overvloede. Dat album is één lange trip in clawhammer-stijl doorheen een wereld waarin traditionele old-time music en bluegrass nog volop regeren. “Long Steel Rail” klinkt daardoor als een geheel dat eigenlijk net zo goed vijftig à zestig jaar geleden gemaakt had kunnen zijn als nu. Met een minimum aan ingezette middelen pompen Baugus (zang, banjo, fiddle) en copains Dirk Powell (gitaar, fiddle), Tim O’Brien (zang, gitaar, mandoline), Joe Thrift (fiddle) en Tony Davoren (bouzouki) traditionals als “Long Steel Rail”, “Old John Henry”, “Sail Away Ladies”, “Lonesome Road Blues”, “Boll Weevil” en tal van anderen hier op overtuigende wijze nieuw leven in. Origineel? Zeker niet. Goed? Al even zeker wel. En als dusdanig ook een niet te versmaden aanwinst voor de collectie van liefhebbers van hogergenoemde genres.

Riley Baugus

Sugar Hill Records

 

 

JOHN FLYNN

“Two Wolves”

(Metta/Four Records)

(3,5) J J J J

 

 

John Flynn wordt door velen – En niet van de minsten ook! We denken dan bijvoorbeeld aan een Kris Kristofferson en een Ramblin’ Jack Elliott. – gezien als één van de best bewaarde Amerikaanse singer-songwritergeheimen. Op zijn nieuwe CD “Two Wolves” wordt ons andermaal duidelijk gemaakt, waarom dat zo is. Voor die plaat kon de man ondermeer terugvallen op de vakbekwame kunstjes van gitaristen Duke Levine en Larry Campbell, drummer Denny McDermott en collega’s als een Jane Kelly Williams, een Kathy Mattea en Kris Kristofferson himself. Het is typerend voor het talent van Flynn dat de laatste van dat indrukwekkende lijstje precies in “zijn jaar” een flinke lans voor ‘m breekt. Het minste wat jullie dan ook met z’n allen kunnen doen, is de man en zijn muziek een eerlijke kans gunnen. Je zal dan ook zelf kunnen vaststellen, dat Flynn inderdaad een meester in zijn vak is. Pakkende teksten over de meest uiteenlopende onderwerpen worden door ‘m verpakt in liedjes die beurtelings eerder onder de noemers Americana, folk dan wel pop vallen. Laat je door je platenboer bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens trakteren op het ingetogen “My Father’s Chapel”, een samen met Kathy Mattea gebracht nummer over nog echt geloven, en je zal ons wellicht snel bijtreden in onze mening dat dit echt wel een crack is. Andere doortastende aankoopargumenten zijn de twee enige covers op de plaat: het werkelijk ongehoord mooie, door Kris Kristofferson gepende en ook met hem gebrachte eerbetoon aan collega Eddie Rabbits verloren kind “Hall Of Angels” en Phil Ochs z’n “Pleasures Of The Harbor”.

Good stuff, zondermeer.

John Flynn

 

 

DARRYL LEE RUSH

“Llano Avenue”

(Shiner Records / Palo Duro / Fontana)

(3,5) J J J J

 

 

Net op het moment dat wij het vanwege “des Guten zuviel” zo’n beetje gehad meenden te mogen hebben met de momenteel volop “boomende” Texaanse singer-songwriter scene diende er zich met Darryl Lee Rush toch weer één aan die in no time onze aandacht wist te trekken en die we dus ook graag met je willen delen. De vanuit Dallas aan de weg timmerende Rush lijkt het immers zo’n beetje allemaal mee te hebben. Er is zijn lekkere grofkorrelige stem, er is het feit dat hij een aardig eindje uit de voeten kan op de akoestische gitaar, er zijn z’n levendige teksten en bovenal ook zijn erg catchy songs. Voorzichtig (country)rockende eigen liedjes als het zomers swingende “Town Too Tough To Die”, “Prodigal Daughter” en “Lorraine” laten zich al na één enkele beluistering met geen stokken meer van tussen je oren verbannen. En ook zijn covers van materiaal van Sam Baker (“Truale”), Chris Knight (“Miles To Memphis”), Hank Riddle (“I Believe In The Sun”), Guy Clark & Terry Allen (“Queenie’s Song”) en de Eagles (het hier met een snuif bluegrass gekruide “Life In The Fast Lane”) zijn uit het juiste hout gesneden. En dat geluidstechnisch ook alles dik in orde is hoeft wat ons betreft al evenmin te verwonderen, als je weet, dat Gurf Morlix voor de productie van deze veelbelovende eersteling tekende.

Daryl Lee Rush

Shiner Records

Palo Duro Records

 

 

RAMBLIN’ JACK ELLIOTT

“I Stand Alone”

(ANTI / PIAS)

(4) J J J J

 

 

Zo’n zeven jaar na zijn laatste studioplaat pakte de onlangs vijfenzeventig geworden folklegende Ramblin’ Jack Elliott zopas uit met één van zijn sterkste werkstukken überhaupt. Het de veelzeggende titel “I Stand Alone” dragende album herinnert in menig een opzicht aan de o zo succesvolle “American”-platen die wijlen Johnny Cash met sterproducer Rick Rubin maakte. Ook Elliott kiest op die nieuwe schijf immers voor een uitermate schaarse aankleding van de door hem gebrachte nummers. En net als Cash laat ook de mentor van Dylan zich daarbij bijstaan door een hele meute veel jongere honden. David Hidalgo van Los Lobos versiert zo het met de tong diep in de wang geplant gebrachte “Arthritis Blues” van Butch Hawes met een subtiel streepje accordeon, Red Hot Chili Pepper Flea (bas), DJ Bonebrake van X (drums), Corin Tucker van Sleater-Kinney (zang) en snarenwonder Nels Cline (dobro) maken hun opwachting in het ultrakorte, van Leadbelly geleende “Jean Harlow”, de country classic “Drivin’ Nails In My Coffin”, de traditional “Call Me A Dog”, het melancholische afscheidslied “Remember Me” en de enige Elliott-original hier, het aan zijn vriend Woody Guthrie gewijde “Woody’s Last Ride”, en Lucinda Williams van haar kant deelt met de man een knappe versie van de Ernest Tubb-hit “Careless Darling”. Voor de productie van “I Stand Alone” tekende Ian Brennan.

Net als “This Old Road” van Kris Kristofferson en “American V: A Hundred Highways” van Cash eerder dit jaar essentieel luistervoer voor wie houdt van door het leven getekende folk- en countrystemmen.

Ramblin’ Jack Elliott

ANTI-

PIAS

 

 

GUY CLARK

“Workbench Songs”

(Dualtone / Bertus)

(5) J J J J J

 

 

Terwijl de zon buiten de voorbije dagen aanhoudend temperaturen bleef produceren van om en bij de dertig graden, regende het in Americanaland vrijwel onophoudelijk goede tot uitstekende nieuwe releases. Vooral de singer-songwriter scene bleek daarbij ongehoord productief. Met als voorlopig hoogtepunt de ondertussen tiende studioplaat van Altmeister Guy Clark. “Workbench Songs” is zondermeer ’s mans beste so far. En als we dan toch al met superlatieven aan het zwaaien zijn, wat ons betreft ook ontegensprekelijk de beste plaat die 2006 ons tot dusverre opleverde.

Clark is de jongste jaren steeds vaker beginnen samenwerken met andere songwriters om zijn materiaal tot stand te brengen. En dat gaat ‘m klaarblijkelijk bijzonder goed af. Ditmaal zat hij zo rond de schrijftafel met vrienden als Steve Nelson, Ray Stephenson, Verlon Thompson, Rodney Crowell, Hank DeVito, Darrell Scott, Chuck Mead, Gary Nicholson en Lee Roy Parnell. Zij tekenen samen met Clark voor negen van de elf hier opgediste beauties. Enkel onder “No Lonesome Tune” en “Diamond Joe” prijken andere namen. Het eerste is een heerlijke, met Verlon Thompson (akoestische gitaar, harmonica), Shawn Camp (mandoline) en Bryn Bright (bas, cello) gedeelde lezing van dat liedje van wijlen zijn buddy Townes Van Zandt. Het tweede een al even fraaie, als duet met Verlon Thompson verpakte versie van de bekende traditional. Het zijn slechts twee van de vele werkelijk uitzonderlijke highlights hier. Het ingetogen “Magdalene” is er nog zo één. Daarin laat Clark een man een vrouw op passionele wijze smeken om samen met hem naar Mexico te vluchten. Bijzonder mooie tekst en bijzonder mooie harmony vocals ook van Morgan Hayes. En wat te denken van het met Verlon Thompson gepende en qua thema wel heel erg actuele “Tornado Time In Texas”, van het de liefdesperikelen van een rodeo clown bezingende “Funny Bone”, van het zonnige, nauwelijks anders dan als pure honky-tonk te omschrijven “Exposé”, van het met BR549-kopstuk Chuck Mead gepende “Cinco De Mayo In Memphis” over Mexicanen op bezoek in Graceland of van het een gewoon leven in de digitaal georiënteerde wereld van vandaag propagerende “Analog Girl”? Stuk voor stuk kanjers van songs, ontstaan op de werkbank van een echte grootmeester. Die vijf sterren die staan er dus inderdaad niet zomaar bij…

Guy Clark

Dualtone

 

 

THE MILROYS

“The Milroys”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Voor liefhebbers van countrykoppels genre The Woodys en Caitlin Cary & Thad Cockrell zal deze titelloze eersteling van CJ en John Milroy als een zeer aangename verrassing aankomen. De twee wisten zich voor hun visitekaartje dan ook in zeer goed gezelschap. Tussen de namen van de betrokkenen stoten we zo ondermeer op die van Railroad Earth, Sally Van Meter, John Keane, Jerry Lawson van The Persuasions en… Caitlin Cary & Thad Cockrell.

Op “The Milroys” bewijzen CJ en John in de eerste plaats vocaal heel erg complementair te zijn. Hun harmonieerwerk is echt wel buitengewoon goed te noemen. Daarenboven blijken de twee ook nog eens uitstekende songwriters te zijn. De tien nummers op hun debuut zijn stuk voor stuk eigen originals, die zich merendeels zowel als country als als Americana laten categoriseren. Prachtige kleinoden zijn het, waarin nog volop ruimte blijkt voor traditionele instrumenten als pedal steel, dobro, mandoline, banjo en fiddle. Het album als geheel wordt dan ook gekenmerkt door een bijzonder warm geluid. De topmomenten? Dat zijn er nogal wat! De goudeerlijke Americana van “Silver Bullet” bijvoorbeeld al, of het met die van Railroad Earth gebrachte en voorwaar voozichtig rootsrockende “The Good News Gospel Hour”, het met mariachi-trompetgeschal opgeluisterde en over zo’n typisch Cash-ritme neergelegde “Jailhouse”, de met Jerry Lawson gedeelde bluesy gospeldeun “Hallelujah Time”, het zijn titel volledig waarmakende “Cowboy Song”, het met Cary en Cockrell vertolkte “The Marryin’ Kind” en de gloedvolle ballade “My Favorite Heartache”. Een dikke zeven op tien dus!

The Milroys

CD Baby

 

 

THE LONESOME SISTERS WITH RAYNA GELLERT

“The Lonesome Sisters With Rayna Gellert”

(Tin Halo Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Derde album van “de zussen die eigenlijk geen zussen waren” en dat blijkt al even verbluffend mooi als zijn beide voorgangers, het in 2004 verschenen tweetal “The Lonesome Sisters” en “The Lonesome Sisters With Riley Baugus”. Ditmaal kregen Debra Clifford (zang, gitaar, banjo en mandoline) en Sarah Hawker (zang, gitaar en banjo) bij de opnames van hun materiaal een flinke hand hulp van fiddler Rayna Gellert, vandaar de titel van het album. Voor het overige veranderde er eigenlijk niet zo heel erg veel. Ook deze nieuwe schijf staat immers weer boordevol door het engelachtige harmonieerwerk van de twee dames gedragen eigen composities en covers van traditionals, die akoestische muziekgenres als old-time en bluegrass met glans vertalen naar het hier en nu. En ook hier kan dus eigenlijk geen enkele zichzelf respecterende liefhebber van Americana weer aan voorbij. Bloedmooi allemaal!

The Lonesome Sisters

Tin Halo Music

CD Baby

 

 

JOHNNY CASH

“American V: A Hundred Highways”

(American / Lost Highway)

(5) J J J J J

 

 

Tijd heelt alle wonden. Zelfs als het om zulke gapende japen als deze veroorzaakt door het ons ontvallen van het echtpaar Cash nu net geen drie jaar geleden gaat. Want, zo leerde diezelfde tijd ook, een leven zonder The Man In Black hoeft niet meteen ook een voortbestaan zonder “nieuwe” muziek van de countrylegende te betekenen. Het is bij nader inzicht zelfs zó, dat liefhebbers van ’s mans werk nooit dieper in de buidel hebben moeten tasten dan ná zijn overlijden. Naast een schier eindeloze reeks met onuitgegeven materiaal opgewaardeerde heruitgaven van eerdere platen onthielden wij vooral de fraaie , door Rick Rubin geproduceerde vijfdelige box set “Unearthed” uit 2003, de in het daaropvolgende 2004 daaruit losgekoppelde gospelcollectie “My Mother’s Hymn Book”, de in 2005 in verschillende gedaanten opgedoken verzameling “The Legend” en de onlangs nog op ons losgelaten dubbelaar met door Cash zelf bijgehouden akoestisch archiefmateriaal, “Personal File”.

Met “American V: A Hundred Highways” zullen we dus wellicht ook nog wel niet aan de laatste “nieuwe” Cash-plaat toe zijn. Wat echter wél vaststaat, is dat de twaalf liedjes op die plaat tot de laatsten behoren, waar hij tot vlak voor zijn dood samen met zijn vriend Rick Rubin aan werkte. De plaat zelf reflecteert dan ook perfect de overgang van herfst naar winter in een bewogen leven. Berustend blikt de oude grootmeester hier beurtelings terug en vooruit in de tijd. Met dunne, onvaste stem dompelt hij ons twaalf nummers lang onder in een bad van melancholie. Soms kost hem dat behoorlijk wat moeite, dat hoor je. Maar precies daardoor wordt dit zo’n uniek geheel. De wetenschap dat alle hier vertolkte emoties recht uit de onderbuik van een kranige, door het leven zwaar getekende en door verdriet overmand stilaan naar zijn einde snakkende oude man stammen geeft aan zowat elke hier gezongen regel een bepaalde meerwaarde. En daardoor ga je “American V” geheel en al anders beluisteren. Een stuk intenser!

“O Lord, help me walk another mile, just one more mile, I’m tired of walking all alone,” klinkt het gelijk in de door Larry Gatlin gepende opener “Help Me” en daarmee is de toon voor wat komen zal gezet. Cash laat hier immers geen gelegenheid onbenut om ons te laten weten, dat hij voelt dat zijn einde nakende is. Dat blijkt ondermeer ook uit een knappe lezing van de traditional “God’s Gonna Cut You Down” en het – als we Rick Rubin mogen geloven tenminste – allerlaatste nummer waar hij zelf aan schreef, het licht bluesy “Like The 309”. Andere heerlijkheden hier zijn knappe vertolkingen van “If You Could Read My Mind” van Gordon Lightfoot, “Further On Up The Road” van Bruce Springsteen, “On The Evening Train” van Hank Williams, “A Legend In My Time” van Don Gibson, “Rose Of My Heart” van Hugh Moffatt en “Four Strong Winds” van Ian Tyson. Al bij al een behoorlijk countrygerichte keuze dus voor die laatste plaat van ‘m. Gelukkig bleef de aanpak dezelfde als op de vier vorige “American”-albums. Daarvoor zorgden naast producer Rick Rubin andere betrokkenen als muzikanten Mike Campbell (gitaar), Smokey Hormel (eveneens gitaar), Matt Sweeney (gitaar), Benmont Tench (ondermeer piano en orgel), Jonny Polonsky (gitaar), Randy Scruggs (gitaar) en Pat McLaughlin (gitaar) en gasten Marty Stuart, Mark Howard, Pete Wade, “Uncle” Josh Graves, Laura Cash, Mac Wiseman, “Cowboy” Jack Clement, Larry Perkins en Dennis Crouch.

Muziek van een bij momenten haast ondraaglijke schoonheid…

Johnny Cash

Lost Highway

 

 

SAM BUSH

“Laps In Seven”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Zo ongeveer de enige Bush, die hier zo nu en dan eens op enige bijval kan rekenen, deze snarenvirtuoos. De tegen zijn zin tot “King of Newgrass” gebombardeerde ex-voorman van het progressieve bluegrasscollectief New Grass Revival gaat op z’n nieuwe CD “Laps In Seven” voor een lekker gediversifieerde aanpak. Openingsnummer “The River’s Gonna Run” (van Julie Miller) is zo een potente (country)rocker met knappe duetvocalen van Emmylou Harris en kamerbreed gitaarwerk van Buddy Miller, “Bringing In The Georgia Mail”, zijn lezing van de gelijknamige Charlie Monroe classic, is bluegrass op zijn traditioneelst, “Riding That Bluegrass Train” een met Tim O’Brien gedeelde knipoog richting newgrass, “I Wanna Do Right” een samen met Jeff Black gepende hommage aan het adres van allen die zo fortuinlijk waren het recente orkaangeweld in de States te mogen overleven, het door Robbie Fulks aangeleverde “Where There’s A Road” een dot van een bluegrass story song, “New Country” een onstuimige twin fiddles-exercitie met jazz-rock-violist Jean-Luc Ponty, “Ballad For A Soldier” klassiek Americana singer-songwritermateriaal gesigneerd Leon Russell en met “The Dolphin Dance” en “Laps In Seven” ontbreken uiteraard ook de voor Bush zo karakteristieke instrumentals weer niet op het appel. Voor elk wat wils hier met andere woorden en zo mogen wij het graag hebben.

Sam Bush

Sugar Hill Records

 

 

THE WAKEFIELDS

“Falling Down Blue”

(Eminence Records)

(4) J J J J

 

 

Een poosje geleden lieten wij ons hier al eens in erg lovende bewoordingen uit over “Falling Down Blue” van The Wakefields. Toen ging het nog gewoon om een mini-CD’tje als voorsmaakje op de full length die nu het onderwerp van bespreking vormt. Een erg knappe plaat! Het viertal uit Seattle grossiert immers in erg catchy deunen die voortdurend perfect het midden weten te houden tussen Bakersfield country, rockabilly en zwaar aan de sixties schatplichtige pop en rock. De meest voor de hand liggende referenties die zich daarbij aandienen zijn groepen als de Mavericks en de Derailers.

Spilfiguur van de band is Jason Kardong. Hij tekent niet alleen voor het gros van de songs, hij zingt ze ook en strooit “en passant” kwistig met twangy gitaarlicks in het rond. Arne Chatterton van zijn kant is verantwoordelijk voor warme Hammond- en pianobijdragen en Lynn Sepeda en Eric Himes doen het op respectievelijk drums en bas.

Wedden dat de volgende schijf van deze vier knapen bij een major verschijnt? Ze zouden het wat ons betreft alvast zeker verdienen, want liedjes als het in rinkelende gitaarklanken badende “Take Me Home” of de swingende countrydeun “Without You” zijn in feite gewoon kant-en-klare zomerhits.

Wakefields

Eminence Records

CD Baby

 

 

DIANA JONES

“My Remembrance Of You”

(NewSong Recordings / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Liefhebbers van Americana singer-songwriters komen dezer dagen uitgebreid aan hun trekken. Echte hoogdagen beleven ze. De voorbije weken lieten zich zo ondermeer al uitstekende platen begroeten van Tim Easton, Bruce Robison, Ray Wylie Hubbard, Alejandro Escovedo, Darrell Scott, Markus Rill, Jeffrey Foucault, Mark Erelli, Kris Delmhorst en Peter Mulvey just to name but a few. En nog is het einde niet in zicht! Verwacht worden bijvoorbeeld ook nog nieuwe live-CD’s van Greg Trooper en Steve Earle en studiomateriaal van Carrie Rodriguez, Chip Taylor, Chris Knight en Guy Clark (Een echt juweeltje!).

Als je er als aanstormend talent in slaagt om tussen zoveel bruut geweld toch nog op te vallen, dan moet je wel uit het goede hout gesneden zijn. En geloof ons daarin vrij, dat is Diana Jones! Het is echt wel met het nodige schaamrood op de wangen, dat wij hier moeten toegeven, dat haar eerste twee CD’s, “Imagine Me” en “The One That Got Away”, ons compleet ontgaan zijn. Dat iemand van haar kaliber erin slaagt om onder onze immer alerte radar door te vliegen is toch wel hoogst uitzonderlijk.

In het gezelschap van een stel doorgewinterde studioratten als Lorne Entress (drums, percussie), Duke Levine (gitaren, mandoline, mandola), Bob Dick (bas), Jay Ungar (fiddle) en Jane Karras (gitaar) presenteert Diana Jones (zang, mandoline, fiddle) zich op haar nieuwe album “My Remembrance Of You” als één van de allerbeste nieuwe zingende liedjesschrijfsters in jaren. Ze kan daarbij terugvallen op een werkelijk wonderschone en echt wel bijzonder expressieve stem. Met dat instrument als haar voornaamste bondgenoot ploegt ze hier doorheen elf eigen songs, die werkelijk het allerbeste doen verhopen voor de toekomst. Voor haar liedjes zocht én vond Jones voornamelijk inspiratie in haar eigen omgeving. Thema’s als het leven van alledag zelf en het klassieke trio “love, loss and redemption” vormen de solide basis voor in country, bluegrass, folk en zelfs blues gewortelde songs, die stuk voor stuk worden gebracht met de zelfverzekerdheid van een oude rot in het vak. Zoeken naar highlights is hier dan ook echt onbegonnen werk! Dit zijn gewoon elf loepzuivere diamantjes. Jones onthouden we derhalve graag als één van de revelaties van 2006 so far en “My Remembrance Of You” als een geheide kandidaat voor ons eindejaarslijstje. Verplichte aanschaf!

Diana Jones

NewSong Recordings

Sonic Rendezvous

 

 

THE PINE BOX BOYS

“Stab!”

(Trash Fish Entertainment Corporation)

(4) J J J J

 

 

“Stab!”, de nieuwe van het uit Arkansas afkomstige zootje ongeregeld The Pine Box Boys, is opnieuw één onweerstaanbaar geheel! Bluegrass met bloeddoorlopen ogen, schuim op de lippen en een kloeke peper in de reet, dat is het! Zanger-gitarist Lester “Tombstone” Raww en de zijnen springen bepaald niet zachtzinnig om met de misschien wel conservatiefste aller onder de noemer Americana vallende stromingen. Wat hij en zijn kornuiten brengen is een hypernerveuze kruisbestuiving tussen old time en Southern rock, een soort van uit pure lust en waanzin geboren muzikale gang rape van een zich uit alle macht verzettende niet meer zo jonge dame. Subtiliteit is trouwens überhaupt niet de sterkste kant van deze vier knapen. Je moet al verdraaid goed bij de les blijven om hier niet om de haverklap op het één of andere lijk te trappen! Hun teksten zitten er gewoon nokvol mee. Moord en doodslag troef hier! En dus blijft de door Raww en co gehanteerde omschrijving “Uncut Southern Horrorbilly” tot nader order ook de beste om de essentie van hun muziek mee te vatten.

 

Binnenkort zijn de vier trouwens weer in de buurt voor wat zij zelf noemen “Benelux Killing Time, Part 2”. Hieronder vind je alvast de totnogtoe bekende datums en locaties:

 

donderdag 17 augustus, parkconcert De Blauwe Wolk, Zottegem

vrijdag 18 augustus, ’t Eenvoudig Bestaan, Kerkhove

zaterdag 19 augustus, VivaLola, Sint-Niklaas

zaterdag 19 augustus, Café Pebbles, Hamont

zondag 20 augustus, Harley Davidson Day, Breda (NL)

woensdag 23 augustus, Café Wir War, Turnhout

donderdag 23 augustus, De Pompe, Goes (NL)

vrijdag 25 augustus, (Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival, Herselt

zaterdag 26 augustus, Culemborg Blues, Culemborg (NL)

zaterdag 26 augustus, Le Parc, Luik

 

The Pine Box Boys

Trashfish

 

 

THE SEATSNIFFERS

“Re-Issued 3: Shakedown”

(Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Herinnert u zich deze nog? If not thé best Belgian roots rock record ever, dan toch zeker één van dé allerbesten. “Shakedown” verscheen in 2001 voor het kleine Belgische label Rowyna Records en de plaat kreeg wellicht mede daardoor niet echt de (internationale) exposure, die ze verdiende. Het doet dan ook bijzonder veel plezier om vast te stellen, dat het Nederlandse Sonic Rendezvous er nu de forse schouders onder zet als het derde en wellicht laatste deel van de aan onze vaderlandse rootsrocktrots gewijde “Re-Issued”-reeks. Zo krijgt deze fenomenaal goede schijf uiteindelijk toch nog waar ze al die tijd al recht op had. En wat meer is, je kan ze nu ook eindelijk weer kopen. Iets wat voorheen om voor ons onbegrijpelijke redenen zo goed als onmogelijk bleek…

Het is hier volop genieten geblazen bij viriele countrypletwalsen als “Busy Soon” en de bijzonder geslaagde Steve Earle-cover “The Devil’s Right Hand”, het als de Blasters op steroïden uit je speakers knallende “Shakedown”, door de sax van Roel Jacobs aangejaagde R&B-stampers als “The Lowdown On The Hoedown” en recht-toe-recht-aan roots rockers à la “Big Boat” of “I Had It With That”. Dit is zo’n typisch geval van “all killer, no filler”. Nergens, maar dan ook echt nergens, wordt zo aanstekelijk omgesprongen met country, rockabilly, R&B, blues en roots rock als hier. Een echt feest van een plaat!

Seatsniffers

Sonic Rendezvous

 

 

BELLWETHER

“The Stinging Nettles”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Met albums als “Turnstiles” en “Home Late” diende het uit Minneapolis afkomstige Bellwether zich rond de eeuwwisseling aan als een in de gaten te houden gezelschap, daar waar het de opvolging van de Jayhawks betrof. Spijtig genoeg zou zanger-kopstuk Eric Luoma zich in de daaropvolgende jaren echter alsmaar meer gaan toeleggen op zwaar melancholisch en uitermate rustig materiaal. En daardoor leek die vliegende start van de groep een beetje umsonst te zijn geweest. Léék, want wat Luoma en co op “The Stinging Nettles”, hun debuut voor het jonge Nederlandse platenlabel Rosa Records, laten horen, doet opnieuw het allerbeste verhopen. Niet dat er daarop geen plaats meer zou zijn voor een melancholische noot op z‘n tijd, dat nu ook weer niet, maar van bij de ergens tussen power pop, roots rock en alt. country zwevende opener “There Were Days” wordt toch meteen duidelijk, dat die nieuwe schijf beduidend anders is dan zijn voorganger “Seven And Six” uit 2004. Een vaststelling die ondermeer bevestiging vindt in het gelijk daaropvolgende en lekker rammelende “Nothing’s Wrong”, in het als een kruising tussen Dylan en Mark Olson klinkende countryrockertje “Poor You”, in eveneens in het vaarwater van de Jayhawks agerende dingen als “A Little Rain” en “Please Don’t Be Mean”, in het zijn titel volkomen rechtvaardigende “Talkn’ Funplex Blues”, in de met hese stem gebrachte alt. country-oorwurm “Jamestown” en de over een met veel vuur bepotelde akoestische gitaar neergelegde zomerse spring-in-‘t-veld “Sweethearts”. Dat zijn - samen met de werkelijk onweerstaanbare afsluiter “Come Out Walking” – stuk voor stuk nummers die ervoor zullen zorgen dat zo menig een alt. country-liefhebber dit schijfje voor langere tijd zal gaan koesteren. Glad to have ‘em back!

Rosa Records

Sonic Rendezvous