ARCHIEF CD-RECENSIES JULI 2008

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

MARY GAUTHIER “Genesis (The Early Years)”RACHEL HARRINGTON “City Of Refuge”ANDY FAIRWEATHER LOW “The Low Rider – The Very Best Of”FLACO JIMENEZ “He’ll Have To Go” - THE WESTERN ACES “Introducing The Western Aces”BEANSPROUTS “Happy Go Lucky” - ADAM CARROLL “Old Town Rock And Roll” - TWILIGHT HOTEL “Highway Prayer”

 

MARY GAUTHIER “Genesis (The Early Years)” (Proper)

(4****)

Mary Gauthier heeft zich de voorbije jaren gestaag aan de weg timmerend opgewerkt tot één van dé absolute toppers binnen het gild van vrouwelijke Americana-singer-songwriters. Iets wat haar uiteindelijk ook een platencontract bij Lost Highway Records zou opleveren, alwaar ze sedertdien in het goede gezelschap van groten der aarde als een Lucinda Williams, een Ryan Adams, een Elvis Costello en een Willie Nelson verkeert.

Wij menen echter te mogen stellen, dat ze het merendeel van haar beste songs afleverde nog vóór ze die wat het financiële aspect van haar carrière betreft nochtans ongetwijfeld goede deal afsloot. En haar debuut “Dixie Kitchen” uit ’97, de geweldige opvolger daarvan, “Drag Queens In Limousines” uit ’99, en “Filth & Fire” uit 2002 zijn ons op de keper beschouwd dan ook veel liever dan “Mercy Now” en “Between Daylight And Dark”, haar beide platen voor haar nieuwe werkgever. Mocht je die albums nog niet in huis hebben, dan biedt de Proper-verzamelaar “Genesis (The Early Years)” je nu een uitgelezen kans om aan een inhaalmanoeuvre te beginnen. Dat schijfje herbergt immers twee nummers van Gauthiers eersteling, zes van “Drag Queens In Limousines” en vijf van “Filth & Fire”, aangevuld met “I Ain’t Got No Home” en “I Don’t Know Nothing About Love”, twee niet eerder op plaat verschenen live-opnamen. “Long Way To Fall”, “Evangeline”, “Camelot Motel”, “Sugar Cane”, “I Drink”, “Karla Faye”, “Drag Queens In Limousines”, “Christmas In Paradise”, etcetera etcetera etcetera, ze zijn er allemaal. En wat ons betreft is hier dan ook sprake van een voorbeeldige verzamelaar.

Mary Gauthier

Proper

 

RACHEL HARRINGTON “City Of Refuge” (SkinnyDennis Records)

(4,5*****)

Voor wie er ooit mocht aan hebben getwijfeld: Rachel Harrington is wel degelijk een blijvertje! Dat bewijst ze met de opvolger van de E.P. “Halloween Leaves” en haar eigenlijke debuutplaat “The Bootlegger’s Daughter” ten voeten uit. Net als op die beide voorgangers grossiert Harrington op “City Of Refuge” in een bijzonder aantrekkelijke soort van akoestische Americana, die vooral sfeergewijs regelmatig herinnert aan het beste van het duo Welch en Rawlings. Naast haar vaste begeleider Zak Borden (mandoline, gitaar, guitjo en backing vocals) zijn daarvoor ook Tim O’Brien (fiddle en backing vocals), Mike Grignoni (dobro en pedal steel), Jon Hamar (staande bas), Dayan Kai (klarinet) en Holly O’Reilly en de goddelijke Pieta Brown (backing vocals) van de partij. Zij helpen Harrington bij het afleveren van het ene hoogstandje na het andere: van de sombere old-time folk van “Karen Kane” over de melancholische Americana van “A Housewife’s Lament” tot de met een snuifje jazz gekruide medley van “Old Time Religion” en “Working On A Building”, van het zwaar naar bluegrass overhellende “Truman” over het door z’n werkelijk zalige samenzang opvallende “Carver” of de eigenzinnige Bobby Gentry-cover “Ode To Billy Joe” tot de wonderschone ingetogen afsluiter “Under The Big Top”. Alles wat je van een goede Americana-plaat verwacht is aanwezig: heerlijke liedjes, prachtige teksten, hemelse zang en ook muzikaal gezien is alles tot in de puntjes verzorgd. Een ware aanrader dan ook andermaal!

Rachel Harrington

 

ANDY FAIRWEATHER LOW “The Low Rider – The Very Best Of” (Proper)

(3,5****)

Dit moet zowat dé ultieme poging zijn om de carrière van de een weinig op een zijspoor geraakte Andy Fairweather Low weer wat nieuw leven in te blazen. Van de man die ooit furore maakte met Amen Corner en in de entourages van onder anderen Eric Clapton, Roger Waters en Bill Wyman worden je nu de grootste hits en een stel live-favorietjes in nieuw ingespeelde versies geserveerd. “Bend Me Shape Me”, “Reggae Tune”, “Wide Eyed And Legless”, “Hello Susie”, “Natural Sinner”, “Gin House Blues” en natuurlijk ook het onsterfelijke “(If Paradise Is) Half As Nice”, ze passeren terloops allemaal even de revue en dat resulteert in een aangenaam wegluisterende popplaat, die vooral bij fans van de muziek van andere oude knarren als een Eric Clapton of een Paul McCartney moet kunnen aanslaan. Of het echter allemaal ook zal volstaan om het beoogde doel mee te bereiken, is nog maar zeer de vraag.

Andy Fairweather Low

Proper

 

FLACO JIMENEZ “He’ll Have To Go” (Me & My / Continental / Munich)

(3,5****)

Hij heeft er ditmaal uitgebreid zijn tijd voor genomen en alleen daarom al, zal deze nieuwe CD van de ongekroonde koning van de Tex-Mex door liefhebbers van het genre wellicht nog net ietsje warmer worden onthaald dan zijn voorgangers. Maar afgezien daarvan is het gewoon ook een heel leuke plaat. En een erg evenwichtig geheel ook. Met de gebruikelijke melange van polka’s, ranchero’s en ballades, vaardig laverend tussen oud en nieuw. Wij onthielden daarbij vooral een mooie versie van het ondermeer ook al in uitvoeringen van Jim Reeves en Ry Cooder bekende “He’ll Have To Go”, het werkelijk van de vitaliteit bruisende “La Viejita”, een erg geslaagde Tex-Mex-benadering van Buck Owens’ “Crying Time” en een al even leuke Border-invulling van Tom T. Halls “Pass Me By”. Ideaal spul voor de er ongetwijfeld ooit nog wel komende zomer van 2008…

Flaco Jimenez

Continental

 

THE WESTERN ACES “Introducing The Western Aces” (El Toro)

(3,5****)

Met hun debuut “Introducing The Western Aces” hebben Gordon en Dave Doel, Phil Morgan en Mark James zich meteen een plaatsje diep in ons hart en in onze collectie in de buurt van andere illustere gezelschappen als Big Sandy & The Fly-Rite Boys, de Dalhart Imperials en de Blasters afgedwongen. Het zegt meteen héél veel over de kwaliteit van deze eersteling van de nochtans pas goed een jaar samen agerende vier. Maar goed, het zijn dan ook niet meteen groentjes. Morgan kenden we zo bijvoorbeeld al van zijn werk met de Tennessee Rhythm Riders, Dave Doel speelde in het verleden wel eens samen met die van de Rimshots en drummer Mark James verdiende zijn sporen al uitgebreid bij The Ricardo’s.

“Introducing The Western Aces” is een schoolvoorbeeld van een geslaagd huwelijk tussen genres als country, hillbilly, rockabilly en Western swing. De broertjes Doel en Phil Morgan nemen in de twaalf gebrachte nummers beurtelings de leadzang voor hun rekening. Daarbij betreft het zes eigen originelen, covers van materiaal van Glenn Barber (“Ice Cold Water”), Merle Kilgore (“Seeing Double”), Johnny Cash (“Leave That Junk Alone”), Eddie Arnold (“Hep Cat Baby”) en Jimmy Day (“I Was There When It Happened”) en één van Willy Briggs geleend liedje (“Four Walls & A Table”). Stuk voor stuk songs, die zich laten interpreteren als open invitaties om je terstond richting dansvloer te begeven voor wat wild vertier. En stuk voor stuk gebracht met een overtuiging, die van deze knapen zo’n vijftig jaar geleden ogenblikkelijk supersterren zou hebben gemaakt. Onmogelijk gewoon om hierbij stil te blijven zitten! En een echte must voor zo ongeveer elke liefhebber van traditionele country!

The Western Aces

El Toro Records

CD Baby

 

BEANSPROUTS “Happy Go Lucky” (In eigen beheer uitgebracht! / Sonic Rendezvous)

(4****)

Oranje andermaal boven! Zij het ditmaal dan ook in een geheel en al andere context dan we dat hier de voorbije dagen gewoon geraakt zijn… Met “Happy Go Lucky” stoot Beansprouts, een Nijmeegs singer-songwriterduo bestaande uit Liesbeth Kemerlings en Martijn de Kleer met dezelfde flair als het Nederlandse voetbalelftal enkele dagen geleden tegen de Italianen door tot de absolute top van de Europese rootsmuziekscène. Met de onvolprezen Gabriel Peeters als producer en met medestanders als Roel Spanjers (accordeon), Harmen De Bresser (bas), Nout Grupstra (accordeon) en maestro Gurf Morlix (pedal steel) om voor de gelegenheid hun rangen te versterken flikken Kemerlings (zang, akoestische) en De Kleer (zang, akoestische en elektrische, slide, mandoline, banjo, fiddle, harmonica) het bijna onmogelijke: ze leveren met “Happy Go Lucky” een werkelijk volmaakt debuut af. Met twaalf eigen songs pakken ze je als liefhebber van het Americana-genre zondermeer genadeloos in. En in dat dozijn songs is het variatie troef! Het sympathiek rammelende openingsnummer “True” houdt zo bijvoorbeeld gevoelsmatig heel mooi het midden tussen Keltische folk en countryrock, de voornamelijk door Kemerlings zang gedragen nummers “Close”, “Shine” en “Ice Cream Parlour” staan voor heerlijk weemoedige Americana à la Lucinda, “Desperate Man” rootsrockt een aardig eindje weg, dingen als “Ghosts” en “Under The Weather” zullen ongetwijfeld snel veel goede vrienden gaan maken in kringen van fans van de Jayhawks, het licht bluesy getinte “Happy Go Lucky”, met z’n wel heel erg subtiele accordeonbijdrage van Roel Spanjers, herinnert aan oud fraais van het duo Welch & Rawlings, “Chilli Bean Baby” en “Bittersweet” vertalen met brio old-time stringband music naar het hier en nu, “Laundromat Blues” is gewoon een wolk van een zomerse rootsstamper en de afsluitende semi-ballade “Nature’s Call” laat het duo samenzanggewijs ingetogen nog één keer het beste van zichzelf geven.

“Alle Dertien Goed” kan net niet, vanwege maar twaalf liedjes, maar met “Alle Twaalf Goed” laat zich ook wel leven, zo lijkt ons… Verplichte aanschaf dan ook!

Beansprouts

Sonic Rendezvous

 

ADAM CARROLL “Old Town Rock And Roll” (In eigen beheer uitgebracht!)

(4****)

Van alle jonge songwriters afkomstig uit het Mekka der zingende liedjesschrijvers is Adam Carroll ons misschien wel het liefst. De jonge Texaan herinnert ons immers in menig een opzicht aan John Prine. Net als die grootmeester van het genre is hij een weergaloze tekstdichter. Hij plukt zijn verhalen uit het leven van alledag in de Lone Star State en giet ze vervolgens in puntige, vaak behoorlijk humoristische, maar vooral te allen tijde pakkende liedjes. Vergelijkingen met andere groten als een Guy Clark, een Townes Van Zandt, een Todd Snider en in iets mindere mate zelfs een Bob Dylan dringen zich onwillekeurig op. En dat kan bij wijze van compliment al tellen, zo lijkt ons.

“Old Town Rock And Roll”, Carrolls inmiddels vierde CD al, werd geproduceerd door Scott Nolan en bevat geschreven samenwerkingen met ondermeer diezelfde Nolan, Gordy Quist, Jud Newcomb en Brian Rung. Muzikale bijstand was er voor Carroll (zang, elektrische en akoestische, orgel) ditmaal van Nolan (elektrische en akoestische, bas, piano, percussie, mandoline, harmonica, zang), Joanna Miller (drums, percussie, zang), Adrian Schoolar (dobro) en Mark en Joy Jungers (zang). Samen tekenden zij voor een plaat die in al haar eenvoud vrijwel voortdurend weet te beroeren. Luister bij gelegenheid maar eens naar het afsluitende “Porter Wagner (aka The Silvertone Song)” en je zal onmiddellijk begrijpen, wat we daarmee bedoelen. Bijna zoals anderen tegen je praten, zó nodigt Carroll je daarin al zingend uit in zijn wereld. En geloof ons vrij, daarin is het bijzonder aangenaam toeven.

Adam Carroll

Lone Star Music

 

TWILIGHT HOTEL “Highway Prayer” (CoraZong Records)

(4,5*****)

Deze is sinds kort ook gewoon hier verkrijgbaar via het Nederlandse CoraZong Records en dus vallen we graag nog eens in herhaling met onze al in januari gebrachte recensie ervan. Hieronder lees je nog eens wat we er toen over schreven.

Een plaat waar wij hier behoorlijk veel van verwachten is “Highway Prayer”, de door Colin Linden geproduceerde nieuwe van het Canadese echtpaar Brandy Zdan en Dave Quanbury. Op die opvolger van het al onder jubelende kritieken bedolven “Bethune” uit 2006 geeft dat onder de naam Twilight Hotel actieve duo andermaal een geheel eigen invulling aan de term Americana. Luister bij gelegenheid maar eens naar het op bijzonder aanstekelijke wijze tussen rockabilly, R&B en pop heen en weer stuiterende openingsnummer “Viva La Vinyl”, naar het “gloomy” “No Place For A Woman”, naar de werkelijk huiveringwekkend mooie ballade “Impatient Love”, naar het sfeermatig een weinig aan het werk van de Walkabouts verwante titelnummer, naar het twangy “Slumber Queen”, naar het met een fraai streepje accordeon opgewaardeerde staaltje grensromantiek “The Ballad Of Salvador & Isabelle”, naar het bijna op z’n Waits cabaretesk aandoende “Shadow Of A Man” of naar de bijzonder pakkende afsluitende sleper “Sand In Your Eyes” en je zal meteen begrijpen, waarom men in verband met dit duo in het verleden her en der al regelmatig de namen van andere markante duo’s als Johnny & June (Cash) en Ian & Sylvia (Tyson) in de mond durfde te nemen. Als er zoiets als gerechtigheid bestaat, dan zal deze in het gezelschap van vaklui als Colin Linden, Richard Bell, Bryan Owings, Gary Craig, Stephen Hodges en Dave Roe ingeblikte schijf straks door velen worden bestempeld als één van dé highlights van 2008. Buitengewoon knap spul!

Twilight Hotel

CoraZong Records

 

Home