ARCHIEF CD-RECENSIES JUNI

 

 

TINDERSTICKS “Waiting For The Moon”

(Beggars Banquet / V2)

(4,5) J J J J J

 

 

Ervan uitgaande dat soul niet louter een muzikale stroming is, maar ook -en veel meer- de diepgang, de meerwaarde die artiesten aan hun geesteskinderen proberen mee te geven, vallen wat ons betreft nogal wat artiesten die met de nodige goodwill tot de alt. country of Americana goegemeente mogen worden gerekend ook perfect onder die noemer. Zo’n Bonnie Prince Billy bijvoorbeeld is daarvan toch een schoolvoorbeeld. Een Nick Cave al even duidelijk ook. En zeker de Tindersticks. Die hebben trouwens hun bewondering voor een grootheid als Otis Redding nooit onder stoelen of banken gestoken. Maar zoals al eerder gesteld, hun benadering van het begrip soul verschilt in wezen fundamenteel van deze van hun veelal zwarte voorgangers. Hun muziek ademt echter even goed die zekere cool uit, die zich nauwelijks nader laat omschrijven. De lucht is merkbaar zwanger van iets, maar van wat…? Enkele seconden van een Tindersticks song volstaan dan ook vrijwel steeds om de groep thuis te brengen. En daarin schuilt vanzelfsprekend een groot gevaar: herhaling ligt vrijwel constant op de loer. Maar wees gerust, die klip omzeilen de Britten op hun nieuwe album met brio! “Waiting For The Moon” is tegelijk één van hun mooiste en meest toegankelijke platen tot op heden geworden. Dit is muziek die voorbestemd lijkt om je nachten te kleuren, met Stuart Staples in de rol van een soort Scott Walker anno nu. Luister naar ijzingwekkende wolkjes nachtlucht als “Waiting For The Moon”, “Until The Morning Comes” en “Trying To Find A Home” om ons vervolgens volmondig gelijk te geven: als dit al geen soul is, dan loopt het er toch van over… Uitstekend album!

http://www.tindersticks.co.uk/index2.html

www.v2music.com

 

 

BRUCE COCKBURN “You’ve Never Seen Everything”

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

De éminence grise van het Canadese singer-songwritersgild voegde zonet een zevenentwintigste hoofdstuk toe aan de toch al behoorlijk lijvig uitvallende chronieken van zijn carrière. En wat zich op de voorgangers van “You’ve Never Seen Everything” al voorzichtig aankondigde gebeurt op deze plaat nu ook steeds nadrukkelijker. Bruce Cockburn focust niet langer meer uitsluitend op zijn liedjes en hun inhoud, maar laat de muzikale inkleuring ervan een alsmaar belangrijkere plaats innemen. Het lijkt wel alsof de man na zo’n slordige dertig jaar op de planken aan een tweede jeugd begonnen is. Het resultaat van deze plotse opstoot van dadendrang is een in alle opzichten experimentele en bijzonder gewaagde plaat, die een geheel andere Cockburn laat horen. In het openingsnummer “Tried And Tested” bijvoorbeeld lijkt de creatieve geest van David Byrne een nieuw optrekje te hebben gevonden. Terwijl het vlotte “Open” aansluitend ongegeneerd lonkt naar een bestaan als radiohit, mede dankzij de voortreffelijke vocale inbreng van Cockburns landgenote Sarah Harmer. En net als je bij “All Our Dark Tomorrows” in de richting van Daniel Lanois’ machtige soundscapes begint te denken, blijkt Cockburn in dat nummer te worden bijgestaan door één van ’s mans meest in het oog springende poulains van de voorbije jaren, countrydiva Emmylou Harris. Voeg daar nog aan toe, dat later in het mooie, soulvolle “Celestial Horses” ook nog Jackson Browne zijn opwachting maakt en al snel is duidelijk dat voor dit ambitieuze project kosten noch moeite werden gespaard. Alsof Cockburn de titel ervan ook te allen prijze bewaarheid wilde zien – alsof hij wilde aantonen dat in de muziek leeftijd een factor van ondergeschikt belang is en dat we ook in de toekomst nog terdege rekening met hem zullen moeten blijven houden.

www.brucecockburn.com

www.bertus.nl

 

 

GRANDADDY “Sumday”

(V2 Music)

(4) J J J J

 

 

Grandaddy – het blijft een wat aparte naam voor een groep die haar aanhang toch voornamelijk lijkt te zoeken in alternatieve (en dus veelal jeugdige) middens. Staat dan weer wel tegenover dat de muziek van het gezelschap an sich natuurlijk ook wel aan de aparte kant is. Alsof Neil Young en de Presidents Of The U.S.A. elkaar na een goed geproportioneerde dosis psychedelica in de armen zijn gevallen en elkaar eeuwige muzikale trouw hebben beloofd. Rock, pop, alt. country en psychedelisch gefrunnik worden hier op ingenieuze wijze versmolten tot een geestesverruimende muzikale ervaring die vroeg of laat een groot publiek moet kunnen inpakken. Zowel de fans van populaire knapen als Radiohead of Coldplay, als liefhebbers van meer traditionele songwriters of rockers als ome Neil of Dinosaur Jr. zullen aan “Sumday”, de vierde van Grandaddy, hun handen meer dan vol hebben. En het zou ons eigenlijk in het geheel niet verbazen mocht het vijftal na z’n doortocht op een trits grote zomerfestivals als Rock Werchter, Pukkelpop en Lowlands doorstoten tot de status van next big thing. Vast staat alvast dat Europa makkelijker door de knieën lijkt te willen dan thuisland Amerika. Ondanks hun aparte benadering van de hierboven aangekaarte genres slagen de heren er dan ook voortdurend in om goed in het gehoor liggende pop- en rockdeunen af te leveren, die het zomerse radiolandschap in de Lage Landen de eerstvolgende maanden regelmatig  moeten kunnen opfrissen. Luister zelf bijvoorbeeld maar eens naar songs als de voorzichtig rockende opener “Now It’s On”, het licht melancholische “I’m On Standby” of het dromerige “O.K. With My Decay”, de kans is zeer groot, dat je onze mening snel zal gaan delen.

www.grandaddylandscape.com

www.v2music.com

 

 

BOYD SMALL “Four + One”

(Cool Buzz / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Met “Four + One” bewijst de in Amsterdam gehuisveste Amerikaanse zanger-drummer-songwriter Boyd Small eens te meer dat blues niet langer uitsluitend een Amerikaanse aangelegeheid meer is. Klinkt als een contradictio in terminis, maar dat is het niet… Voor zijn jongste worp deed Small immers een beroep op een stel fantastische zangers die bovendien ook stuk voor stuk een prima song op papier weten te krijgen. Gitarist-zanger Marc Thijs bijvoorbeeld, een levende legende in Belgische bluesmiddens. Als frontman van The Electric Kings en recentelijk TEE wist hij al menig een bluesliefhebber languit tegen het canvas te krijgen. Bassist Jasper Mortier van zijn kant verdiende zijn sporen in de schaduw van alom gerespecteerde knapen als Monti Amundson, Eddy Clearwater en Boo Boo Davis. Daarnaast maakte hij ook deel uit van de Boyd Small Band en Sugarcane. En dan is er nog de New Yorkse mondharmonicagigant G.V. Reit, die je letterlijk omver blaast, “Mr. Right” indeed…

Het resultaat van dit voor de Lage Landen vrij unieke samenwerkingsverband is een ronduit heerlijke bluesplaat, waarop eigen nummers worden afgewisseld met een handvol goed gekozen covers. En je mag het rustig van ons aannemen, dit is rootsmuziek die in niets moet onderdoen voor de Amerikaanse voorbeelden, wel integendeel. Van een heerlijke sleper als “It’s Safe To Say” over de soulvolle Marc Thijs-compositie “Easy Bait” tot een gedreven cover van het door Larry Williams gepende “Louisiana Hanna” of het op formidabel smoelschuifwerk van G.V. Reit voortdenderende “I Want You”, hier wordt de Blues bedreven met een hoofdletter B. En de titel van deze cd is dan ook meer dan op z’n plaats: “Four + One”, want het geheel is in dit geval – zonder aan de talenten van de leden afzonderlijk te willen gaan tornen – inderdaad een flink stuk groter dan de som der delen.

www.coolbuzz.nl

www.sonic.nl

 

 

CLAIRE HOLLEY “Dandelion”

(Yep Roc Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Op haar ondertussen ook alweer vierde cd gooit de bekoorlijke Claire Holley het roer behoorlijk om. Gekozen wordt op “Dandelion” voor een veel lossere aanpak. Alle muzikanten samen in het opnamehok en de inspiratie van het moment haar werk laten doen, zoiets ongeveer. Feit is, dat de rol van haar begeleiders op die manier natuurlijk een stuk belangrijker werd. Regelmatig konden ze immers aan de sowieso al uitstekende nummers nog net dat ietsje meer meegeven, wanneer het samenspel daar om vroeg. En Holley moet zich daarbij kiplekker hebben gevoeld, dat merk je meteen al in de pittige opener “6 Miles To McKenney”, waarin ze voor haar doen ongemeen krachtig uit de hoek komt. Gelijk één van de meest in het oog springende tracks van het album – deed ons onwillekeurig denken aan de meer bevlogen momenten van Sheryl Crow. Voor het merendeel bestaat “Dandelion” evenwel net als zijn titelloze voorganger uit fraaie Americana luisterliedjes. Elf tracks lang mag Holley daarin bewijzen over zowel een uitstekende pen als een aangename stem te beschikken. Ons kwamen daarbij beurtelings de beeltenissen van Suzanne Vega, Shawn Colvin en dichter bij huis de Sundays voor ogen. Voorwaar niet de minsten… Erg knappe nummers als “Sugar”, “Waiting For The Whales” of “Playground” deden hier alvast de vraag rijzen, waar het met Claire Holley naar toe moet. Ze heeft het immers allemaal – de looks én de goods. Als je ’t ons vraagt zou een zomerfestivalletje links of rechts in deze kontreien wel eens wonderen kunnen doen voor dit Americana-nachtegaaltje.

www.claireholley.com

www.sonic.nl

 

 

DOYLE HOLLY “Together Again”

(OMS Records)

(3,5) J J J J

 

 

Doyle Holly heeft zijn plaatsje in de geschiedenisboeken van de country & western muziek meer dan verdiend. De man maakte immers lange jaren deel uit van Buck Owens’ Buckaroos, één van de meest invloedrijke bands die het genre ooit voortbracht. Met zijn grappen en grollen en solonummers ging hij na verloop van tijd zelfs zijn eigen door velen fel gesmaakte bijdrage leveren aan de shows van Owens. Kwestie van nog wat meer leven in de brouwerij te brengen.

En met “Together Again” laat hij die hoogdagen van weleer weer even herleven. Het album betekent immers de eerste opname van de Buckaroos als groep na het overlijden van gitarist Don Rich in 1974. En het repertoire is aangepast, of wat dacht je… Vijftien Buck Owens hits worden hier nog eens dunnetjes overgedaan. Met een resultaat dat eigenlijk best wel aangenaam klinkt. Zeker als ook Buck Owens zelf een handje komt toesteken zoals in “Foolin’ Around” of “Love’s Gonna Live Here”. Andere opgemerkte gasten zijn Bobby Osborne (in “Act Naturally”) en Jeannie Seely (in “Mental Cruelty”). De productionele leiding was in handen van het duo Hugh Moore en Johnny Russell.

Country voor de nostalgici onder jullie.

www.omsrecords.com

 

 

DALHART IMPERIALS “Finally!”

(Big Bender Records)

(5) J J J J J

 

 

De uit Denver, Colorado afkomstige Dalhart Imperials staan op hun langverwachte debuutplaat “Finally!” garant voor een heerlijke pot authentieke honky tonk en western swing. En het moet zowat geleden zijn van bij de legendarische eerste platen van de Blasters dat wij ons nog zo hebben laten inpakken door op een traditionele leest geschoeide Amerikaanse rootsmuziek. Het niveau dat de Dalhart Imperials hier vijftien nummers lang volhouden is ronduit indrukwekkend. Temeer als je weet, dat het in dertien van de vijftien gevallen originelen betreft. Vooral zanger-gitarist Les Cooper en de voor steelgitaar-, mandoline- en banjogeluiden verantwoordelijke Tim Whitlock bewijzen hier vrijwel continu hun exceptionele schrijverstalenten. En als er dan al eens gecoverd wordt, zoals in het geval van Wynn Stewarts “Three Cheers For The Loser”, dan wordt de vreemde eend in de bijt met veel zorg naadloos in het geheel ingepast.

Nummers als “The Bottle Will Hold Me”, “Dear Darlin’”, “Not Gonna Lay Down”, “Pardon Me If I Cry” en “Slave In My Castle” maken van “Finally!” één van de leukste platen die ons dit jaar al bereikten!

www.dalhartimperials.com

www.bigbender.net

 

 

TONY JOE WHITE “Snakey”

(Munich Records)

(4) J J J J

 

 

Tony Joe White behoeft natuurlijk al lang geen voorstelling meer. De man draait al zo’n slordige vijfendertig jaar mee in het bluescircuit en levert met de regelmaat van een Zwitsers precisieuurwerk van goed tot uitstekend variërend plaatwerk af. En dat is met zijn nieuwe worp “Snakey” niet anders. Met zijn donkere, bezwerende stem evoceert White ook ditmaal weer het zompige hinterland van de States. Titels als “Feeling Snakey” of “Bayou Blues” laten wat dat betreft trouwens ook weinig aan de verbeelding over. “Snakey” is al bij al een zeer constante plaat geworden. Zonder echte uitschieters, maar even goed zonder dieptepunten. White glijdt gezapig als een alligator door z’n eigen muzikale swamps en levert op die manier opnieuw een album af, dat als ideale gezel voor de late uurtjes kan doorgaan. En als er dan toch al naar onze favorieten op deze plaat geïnformeerd zou worden, dan zouden we allicht het mooie “All Those Tomorrows”, waarin White achteroverleunend nakaart over een nooit ingeloste liefdesbelofte, en het al even beklemmende “Rico (14) Field Worker”, geschreven vanuit het standpunt van een jeugdige seizoensarbeider, naar voren schuiven. Maar, zoals al eerder gesteld, dit is zo één van die platen die je vooral als geheel moet beluisteren. (Zoals heel wat van White’s vorige platen ook trouwens…)

www.tonyjoewhite.net

www.munichrecords.com

 

 

THE REMBRANDTS “Lost Together”

(Atenzia Records / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Als de Rembrandts, een duo bestaande uit de heren Phil Solem en Danny Wilde, in de Lage Landen al enige naambekendheid genieten, dan hebben ze die in grote mate te danken aan het vinnige “I’ll Be There For You”, het thema van de populaire T.V.-reeks “Friends”. En dat is eigenlijk best wel een beetje jammer. Het tweetal verdiende immers al veel langer het nodige respect… Radiohits als “That’s Just The Way It Is, Baby”, “Johnny Have You Seen Her?” of “This House Is Not A Home” en hun drie eerste cd’s als geheel waren immers schoolvoorbeeldjes van popperfectie, waarin een glansrol was weggelegd voor de heerlijke harmonieën van de twee. Wat Solem en Wilde spelenderwijs uit de mouw lijken te schudden zijn werkelijk puntgave melodieën. Dat blijkt ook op hun nieuwe cd “Lost Together” trouwens weer. Tussen de opener, het titelnummer “Lost Together”, en het sluitstuk “Happiness” zal je hier niet één nummer aantreffen dat niet zo op de radio kan. Absolute uitschieter is wat ons betreft het mooie, breed uitwaaierende “Buddy Jo”, dat al dagen door ons hoofd galmt. Liefhebbers van een groep als Crowded House zullen hier vast ook wel raad mee weten…

Eigenaardig eigenlijk, dat het bijna twee jaar geduurd heeft om deze plaat ook hier officieel uit te brengen. In de States is “Lost Together” immers al sinds 2001 te koop. Alsof dergelijke zalige popplaten zo dik gezaaid zouden zijn…

www.therembrandts.com

www.atenzia.com

www.bertus.nl

 

 

RETTA AND THE SMART FELLAS

“They Took The Stars Out Of Heaven”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Retta And The Smart Fellas laten op hun tweede cd “They Took The Stars Out Of Heaven” volop de hoogdagen van combo’s als Bob Wills & The Western Playboys herleven. Hier mag je met andere woorden rekenen op een stevige dosis klassiek geschoolde western swing van uitzonderlijk hoog niveau. Van het vlotte openingstweetal, het titelnummer “They Took The Stars Out Of Heaven” en het al even bevlogen “I Love You Honey”, over een fraaie instrumental als “Farr Enough” of rustpuntjes als “What Did You Expect Me To Do?” of “Idaho” tot de sluitstukken “Does My Baby Call Me Honey, Yes Sir” en “Precious Lord” – deze plaat staat als een huis! Noem ze maar het resultaat van een bijzonder geslaagd huwelijk tussen fun, speelplezier en virtuositeit. En als western swing ook jouw ding is, dan mag je je deze uiterst smakelijke hap vooral niet laten ontgaan!

www.rettaandthesmartfellas.com

 

 

RHYTHM BOUND! “Born To Love You”

(Rope & Wrangle Records)

(5) J J J J J

 

 

“Born To Love You” is het absoluut briljante debuutalbum van Rhythm Bound!, een rockabilly viertal uit New York. Zestien tracks lang serveren ze de meest uiteenlopende rock & roll stijlen in voor het merendeel eigen composities. Bijzonder sterke eigen composities… En dat wordt nog eens extra onderlijnd door de gedreven benadering ervan door de band. Dit is rockabilly die zo opwindend en authentiek klinkt, dat je zou zweren dat hij zijn oorsprong in de late jaren vijftig vond. En toch is het onmiskenbaar ook muziek anno nu. Rhythm Bound! bewijst hier even dat het rockabilly genre ook in het nieuwe millennium nog volop recht op bestaan heeft. Heel erg straffe kost! Vooral ogenschijnlijk door de jonge Johnny Cash beïnvloede songs als “Read ‘Em & Weep” en “Ride The Lonely Train” en het een weinig aan de Blasters reminiscente “My Baby’s Gone” krijgen hier een vette duim. Volstrekt onweerstaanbaar gewoon!

www.rbound.com

http://www.cdbaby.com/cd/rhythmbound

 

 

JUD NEWCOMB “Turbinado”

(Freedom Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Loose Diamonds genieten in en om Austin en in rootsmuziekmiddens waar ook ter wereld überhaupt nog steeds een serieuze cultstatus. En de kenners onder jullie weten waarom ook natuurlijk! Met haar muziek waarin rock, blues, country en folk het uitstekend met elkaar konden vinden, dwong de groep gedurende de negentiger jaren regelmatig vergelijkingen met Americana grootheden als de Jayhawks of de Band af. Commercieel succes bleef echter jammer genoeg uit en dus betekende het einde van de vorige eeuw meteen ook het einde van Loose Diamonds.

Elk einde markeert echter meteen ook een nieuw begin. En dat is hier natuurlijk niet anders. Van de diverse bandleden mogen we voortaan individuele projecten verwachten. Zo is er nu bijvoorbeeld al “Turbinado”, de eerste soloplaat van “Scrappy” Jud Newcomb, de uitstekende gitarist en één van de voornaamste songwriters van de groep. Zijn naam was in een recent verleden vrijwel voortdurend op andermans platen aan te treffen. Wij denken bijvoorbeeld aan zijn werk met Beaver Nelson, Jon Dee Graham, Stephen Bruton, Gurf Morlix en z’n Loose Diamonds-maatje Troy Campbell, om er maar een paar op te noemen. Maar nu is hij dus zelf aan de beurt! En hoe! “Turbinado” bevat een veelheid aan knappe Americana liedjes, waarin de wat lijzige stem van Newcomb voortdurend een hoofdrol voor zich opeist. Het tegelijk heel erg soulvolle en toch zwaar poppy aandoende “How Did Your Sweet Lover Croon?”, het relaxt wegtwangende “Empty Bottles” en het enigszins dromerige “Love Is Real” (met fraai mandolinewerk van Rich Brotherton en een dito pianoprestatie van Ian McLagan) zijn wat ons betreft de beste voorbeelden om die stelling te onderbouwen. Newcomb schreef trouwens alle hier aanwezige songs zelf. En dat doet alleen maar het allerbeste verhopen voor wat nog komen moet. Met één been nog een beetje rondlummelend in z’n eigen verleden en met de andere voet al weer stevig aan de grond in het hier en nu houdt Jud Newcomb voor zichzelf duidelijk nog alle opties voor de toekomst open. Al heeft hij met “Turbinado” als muzikaal visitekaartje de lat al wel heel erg hoog gelegd!

www.texasmusicroundup.com

www.sonic.nl

 

 

VARIOUS “Lonesome, On’ry And Mean – A Tribute To Waylon Jennings”

(Dualtone)

(4) J J J J

 

 

“Lonesome, On’ry And Mean” is de zoveelste uit een werkelijk indrukwekkende reeks tribute cd’s die de jongste maanden op alt. country middens werd losgelaten. Ditmaal wordt een laatste groet gebracht aan wijlen Waylon Jennings. En die ligt nu waarschijnlijk met een brede grijns om de lippen in zijn graf, want zijn werk wordt hier werkelijk alle eer aangedaan. Hoe Guy Clark zich ontfermt over “Good Hearted Woman” of Nanci Griffith “You Asked Me To” naar zich toe trekt, is werkelijk aandoenlijk. En ook de manier waarop Dave Alvin “Amanda” tot de zijne maakt weet ons te bekoren. Het mooiste moment van deze toch al bepaald niet misse plaat is wat ons betreft de samenwerking tussen Radney Foster en de Texaanse nieuwkomer Roger Creager op “Luckenbach, Texas (Back To The Basics Of Love)”. Kippenvel gegarandeerd! Andere bekende namen van dienst zijn Norah Jones (met een wat bevreemdende kijk op “Wurlitzer Prize”), Cowboy Jack Clement en Pam Tillis, John Doe (zeer goed op dreef in “Only Daddy That’ll Walk The Line”), Junior Brown, Robert Earl Keen, Carlene Carter, Allison Moorer, Kris Kristofferson, Alejandro Escovedo, The Crickets en Henry Rollins. Met z’n allen tekenen ze voor een droom van een eerbetoon. Warm aanbevolen!

www.dualtone.com

 

 

TOWNES VAN ZANDT

“Live At The Old Quarter – 30th Anniversary Edition”

(CoraZong)

(5) J J J J J

 

 

Juli 1973. Vijf opeenvolgende avonden is Townes Van Zandt te gast in The Old Quarter in Houston. Het is er bijzonder broeierig. Veel volk op een kluitje, defecte airco, de deuren wagenwijd open… Het resultaat? Eén van de allermooiste live-albums ooit! Van Zandt, gewapend met een akoestische gitaar en iets meer dan twee dozijn schitterende songs, laat z’n publiek telkens weer in verwondering achter. Nummers als “Pancho & Lefty”, “If I Needed You”, “To Live Is To Fly”, “Rex’s Blues” (over één van de eigenaars van The Old Quarter), “Waiting ‘Round To Die” en “Tecumseh Valley” klonken wellicht nooit beter dan hier.

En dankzij het Nederlandse label CoraZong Records is “Live At The Old Quarter (Houston, Texas)” nu eindelijk ook in zijn totaliteit op cd verkrijgbaar. Alle nummers die in ’77 op de oorspronkelijke vinyluitvoering belandden, staan nu ook allemaal samen op deze luxueuze “30th Anniversary Edition”, bovendien nog aangevuld met wat amateur videobeelden van Van Zandt, die in ’90 werden opgenomen tijdens de Singer-Songwriter Marathons in Paradiso en Tivoli. Voor al wie deze klassieker nog niet in huis had, wordt deze prachtig vormgegeven dubbelaar dan ook een aanrader van jewelste. Letterlijk en figuurlijk warm aanbevolen…

www.corazong.com

 

 

THE FLYING BURRITO BROTHERS “The Red Album”

(Corazong)

(3,5) J J J J

 

 

Informeer bij een doorsnee niet meer zo heel erg jonge Americana-liefhebber naar de in zijn ogen meest invloedrijke artiest ooit en de kans is vrij groot, dat de naam van de Flying Burrito Brothers zal vallen. Met hun onvolprezen debuutalbum, het ook alweer uit ’69 stammende “The Guilded Palace Of Sin”, lag de groep rond ex-Byrds Chris Hillman en Gram Parsons immers aan de basis van het latere country rock genre.

En precies van diezelfde Flying Burrito Brothers verscheen zopas bij het Nederlandse CoraZong Records “The Red Album”. Nou ja, diezelfde… het betreft eigenlijk de Flying Burrito Brothers in hun bezetting van ’76 met Joel Scott Hill, Gib Guilbeau, Sneaky Pete Kleinow, Gene Parsons en Chris Ethridge. En “The Red Album” is een live in de studio album dat in datzelfde jaar in Hollywood werd opgenomen. En al kan je dan maar moeilijk om de vaststelling heen, dat de echte hoogdagen van de Flying Burrito Brothers toen al definitief tot het verleden behoorden, toch is dit een bijzonder aangenaam schijfje.geworden. Klassiek materiaal als “Diggy Liggy Li”, “Close Up The Honky Tonks”, “Sin City” of “She Thinks I Still Care” vermag het ook in deze uitvoering nog flink te bekoren. En elke liefhebber van een goede moot lekker ouderwetse country rock op zijn tijd komt hier derhalve dan ook volop aan z’n trekken.

www.corazong.com

 

 

SUZY BOGGUSS “Swing”

(Compadre Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“Swing” is Suzy Bogguss’ eerste nieuwe cd sinds het pakweg drie jaar geleden verschenen “Suzy Bogguss”. De plaat zag zopas het daglicht bij het roots georiënteerde Texaanse label Compadre Records, dat ons recent nog met prima materiaal van ondermeer Billy Joe Shaver en Townes Van Zandt verblijdde en dat sinds kort ook in de Lage Landen verdeeld wordt door Sonic Rendezvous. “Swing” laat ons kennismaken met een geheel andere kant van Bogguss. Met Ray Benson van Asleep At The Wheel als co-producer tekent ze voor een fris eigentijds swing album, dat zowel in country- als in jazzkringen op flink wat bijval zou moeten kunnen rekenen. Suzy Bogguss is en blijft een fenomenale zangeres en dat kan ze in het relaxt voortkabbelende materiaal van “Swing” nog eens ten voeten uit bewijzen. Klassiekers als “Do Nothing Til You Hear From Me” (geleend van Duke Ellington), “Straighten Up And Fly Right” (uit het rijk gevulde songbook van Nat King Cole) en “Comes Love” (vooral bekend in de uitvoering van Billie Holiday) worden ondermeer afgewisseld met speciaal voor deze gelegenheid aangebracht eigen materiaal en songs van de in Nashville actieve singer-songwriter April Barrows. Een snelle blik op de guest list deed ons even duizelen. Naast Ray Benson mocht Bogguss immers ook Floyd Domino, David Sanger, Jason Roberts, Spencer Starnes, John Mills en Dave Biller welkom heten. Van het beste studiopersoneel dat je je in Texas en verre omstreken maar wensen kan… Geen wonder dus dat deze plaat muzikaal gezien de perfectie gevaarlijk dicht benadert!

www.bogguss.com

www.compadrerecords.com

www.sonic.nl

 

 

MACK STARKS “Elsewhere”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Mack Starks? Mack Starks! Ondanks het feit dat de naam je op het eerste gezicht niet erg veel lijkt te zeggen is de kans toch vrij groot dat je de man al kent. Mack Starks is namelijk niemand minder dan Mack Linebaugh, oftewel de frontman van het gerespecteerde Farmer Not So John, een gezelschap dat enkele jaren geleden uitpakte met de prima alt. country albums “Farmer Not So John” en “Receiver”.

Op “Elsewhere”, zijn solodebuut, gooit Starks het over een geheel andere boeg. Zelf noemt hij het “Pop – Rock – Soul”. Maar of die vlag ook echt de lading dekt? Wij zijn alvast eerder geneigd het geheel onder te brengen onder vlotte roots rock. Starks schudt hier immers met een aan het onwaarschijnlijke grenzend gemak de ene aanstekelijke melodie na de andere uit de mouw. Songs die zich buitengewoon catchy aandienen, zonder zich daarvoor aan overdreven veel toegevingen te buiten te gaan. Waarvoor hulde!

Nummers als de een weinig aan de Go-Betweens in hun hoogdagen herinnerende openingstrack “Mirage”, het heerlijke rustpuntje “Shameless” en de perfecte zonnige pop van “Gregory Corso” verlenen aan “Elsewhere” de status van roots rock zomeralbum par excellence! De raampjes kunnen dus omlaag, het volume omhoog…

www.mackstarks.com

www.sonic.nl

 

 

PAUL K “Stolen Gems – The Anthology”

(CoraZong)

(4,5) J J J J J

 

 

Eén van de best bewaarde singer-songwriter geheimen van de laatste twintig jaar deze man! Onbegrijpelijk eigenlijk. Want met op z’n minst vijftien albums op z’n actief – verspreid over zelf verdeelde cassettes en tal van indie platenmaatschappijen doorheen Europa en de States – heeft Paul Kopasz, zeg maar Paul K, al die tijd duidelijk niet stilgezeten. Het is dan ook een echt raadsel, waarom zo weinigen zijn muziek hebben leren kennen.

Paul K is één van die artiesten die zichzelf graag helemaal blootgeven en die hun eigen niet altijd even fraaie leven reflecteren in hun songs. Een vergelijking met pakweg een Townes Van Zandt, een Lou Reed of een Merle Haggard dringt zich wat dat betreft dan ook al snel op. Net als de laatste van dat vermaarde drietal sleet ook Paul K trouwens enkele jaren achter tralies. Heroïnebezit… En dat laat zijn sporen na natuurlijk. Paul K is dus geen doetje. Ook muzikaal gezien niet trouwens. Als er één ding is wat deze schitterende, 35 nummers tellende bloemlezing uit het werk van de man duidelijk maakt, dan is het wel dat Paul K niet voor één gat te vangen is. Het ene moment gromt hij als een Tom Waits op zijn beste momenten (“Stolen Gems”), het andere plakt hij je als een losgeslagen Neil Young tegen een muur opgetrokken op fundamenten van messcherpe gitaarerupties (“Radiant And White”). Hij kan rocken als een bezetene (“We Are Yours”), maar even goed ergens in een hoekje gaan zitten genieten van een moment van bezinning (het heerlijke “Autumn Leaves”). Van het ene uiterste verzeil je in het andere. Dat is Paul K dus. Genialiteit gaat hier voortdurend hand in hand met extreme eigenzinnigheid. En daar knelt ‘m allicht het schoentje als het thema doorbreken ter sprake komt. Wij maken ons echter sterk dat deze prachtige collectie dat wonder wel eens zou kunnen gaan voltrekken voor Paul K. Voor de fans zijn er zeldzame en voorheen onuitgebrachte opnamen voorzien. Voor oningewijden een schat aan songs die je als een roofdier besluipen om ten gepaste tijde met hun messcherpe klauwen stevig te kunnen uithalen naar je trommelvliezen en je onderbewustzijn. Van loslaten is dan geen sprake meer… De ideale kennismaking met een briljante singer-songwriter zeg maar. Er is vast nog wel een plaatsje vrij in je collectie ergens in de buurt van de heren Waits, Cave, Reed en Young…

www.corazong.com

 

 

BUTCH RYAN “Honeylove”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: dit is een plaat die schreeuwt om erkenning. Butch Ryan schrijft namelijk heel fraaie Americana pop songs met een kop en een staart, die zelfs met bescheiden middelen ingespeeld fantastisch klinken. Neem nu bijvoorbeeld de kant-en-klare radiohit die opener “Elvis Is Not Dead Is” is – wij kunnen ons inbeelden, dat zo’n nummer met de nodige steun zowel in de States als ook hier in de Lage Landen een flinke hit zou kunnen worden. En het goeie nieuws is, dat er van die heerlijke deunen met zalig wegrockende gitaartjes en hier en daar een lekkere flard mondharmonica maar liefst twaalf op “Honeylove” staan. Voor de liefhebbers van pakweg een John Mellencamp of een Bruce Springsteen - met alle respect, zeker zo lekker…

www.butchryan.net

www.groovycool.com

 

 

TROY CAMPBELL “American Breakdown”

(Loudhouse Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Net als de elders op deze pagina’s besproken Jud Newcomb lijkt ook Troy Campbell zijn Loose Diamonds verleden definitief te willen begraven. Met “American Breakdown” is hij inmiddels al aan zijn tweede solo cd toe. En dat is echt een heel mooie plaat geworden. Aan het handje van producer Gurf Morlix (bij ons vooral bekend omwille van zijn werk met Lucinda Williams) levert Campbell zijn tot op heden beste songmateriaal af. Van bij de catchy gitaarpop opener “Sad Truth” is hier meteen duidelijk welke kant het opgaat. Troy Campbell pent uitstekende goed in het gehoor liggende Americana songs met lange houdbaarheidsfactor. “World Of Tears” is nog een voorbeeld daarvan. Een ingetogen moment waarop Campbells bijzonder expressieve stem en het subtiele gitaarwerk van Gurf Morlix elkaar perfect complementeren. Naast Morlix mocht Campbell voor “American Breakdown” ondermeer ook nog Eliza Gilkyson, de befaamde Ierse singer-songwriter Juliet Turner en zijn oude Loose Diamonds-maten Scrappy Jud en Mike Campbell (zijn broer) op de loonlijst inschrijven. Genoeg schoon volk in de buurt dus om een fraai resultaat te garanderen. Het verstilde “Sorrytown”, de opgewekte spring-in-‘t-veld “Rosabelle” (Echt iets voor Steve Earle fans!) en uitstekende covers van “Home After Dark” van Dan Stuart (Green On Red) en “Ruby” van Jo Carol Pierce (eerder ook al eens ingeblikt door Loose Diamonds voor de prima Pierce tribute cd “Across The Great Divide”) zijn dan ook slechts enkele van de vele songs die je steeds opnieuw zal willen horen, als je je eenmaal aan “American Breakdown” hebt overgegeven!

www.troycampbell.com

www.loudhousemusic.com

 

 

JAN SMITH “Tin Heart”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Afdeling “Aangename Verrassingen”! “Tin Heart” is het cd-debuut van de uit Louisville afkomstige singer-songwriter Jan Smith. Na haar deelname aan een songschrijversworkshop met Jimmie Dale Gilmore in New York verkaste ze naar Charlottesville, Virginia waar ze haar huidige groep rond zich recruteerde. Als de Jan Smith Band doken ze vervolgens de studio in en blikten er hun fraaie eersteling in. Daarop toont Jan Smith zich naast een zeer getalenteerde schrijfster vooral ook een uitmuntende vocaliste. In elf rustige country–folk-bluegrass nummers van eigen hand laat Smith horen, waarom ze regelmatig wordt vergeleken met acts als Gillian Welch, Iris DeMent of de Be Good Tanyas. Haar muziek nestelt zich comfortabel ergens tussen het materiaal van dat drietal in. En het moet gezegd, dat ze met een dergelijke fraaie eersteling heel erg hoge verwachtingen creëert. In zoverre zelfs dat het ons helemaal niet zou verbazen om haar naam binnen afzienbare tijd in één adem met het eerder vermelde drietal te horen vernoemen. Eén keer luisteren naar het ronduit schitterende “Dime On The Floor” met heerlijke harmonieën van Mary Lucey en Terri Allard zal ook jou daarvan snel kunnen overtuigen! Mocht je dus, nadat je de jongste platen van Gillian Welch en de Be Good Tanyas in huis gehaald hebt, nog wat euro’s over hebben gehouden, dan is dit het album waaraan je ze graag zal spenderen!

www.jansmithband.com

http://www.cdbaby.com/cd/jansmith

 

 

GIB GILBEAU “Songs I Like”

(CoraZong)

(3) J J J

 

 

Gib Gilbeau heeft in de loop der jaren naambekendheid verworven als lid van de legendarische Flying Burrito Brothers (Waarover elders hier meer!). Gilbeau maakte deel uit van de line up van de groep die na ’74 verder ook Sneaky Pete Kleinow, Chris Ethridge, Gene Parsons en Joel Scott-Hill muzikaal onderdak verschafte. Eerder had hij trouwens zijn krachten als eens met die van Parsons gebundeld in het country duo Cajun Gib & Gene. En ook later zou zijn naam nog geregeld opduiken in countrygetinte acts als Nashville West, Swampwater (de band van Linda Ronstadt) en The Burrito Brothers. Een man met een aanzienlijke staat van dienst dus.

In 1997 onderging Gilbeau echter een hartoperatie en sedertdien moet hij het noodgedwongen wat kalmer aan doen. Dat houdt bijvoorbeeld in, dat hij weliswaar nog geregeld voor studiowerk met de Flying Burrito Brothers tekent, maar dat hij niet langer met hen toert. En dan dreig je als bezige bij natuurlijk in een zwart gat te vallen en tijd over te houden. Genoeg voor een soloalbum bijvoorbeeld, moet Gilbeau gedacht hebben. Voor dat album,“Songs I Like”, putte hij daarbij rijkelijk uit zijn eigen meer dan behoorlijk gevulde songcatalogus. Nummers van zijn hand oorspronkelijk vertolkt door anderen krijgen nu de Gilbeau treatment. “Big Bayou” bijvoorbeeld, bekend in de uitvoeringen van ondermeer Swampwater, Ron Wood, Bobby Womack en de Flying Burrito Brothers. Of “Take A City Bride”, een nummer met een Ricky Nelson verleden. Of “That’s How People Are”… Vierentwintig stuks in totaal. En allemaal krijgen ze hier dezelfde relaxte country beurt mee, waardoor “Songs I Like” een rustig voortkabbelend album is geworden, dat vooral nostalgici (Je waant je zo weer in de jaren zeventig!) en fans van de bovenvermelde Flying Burrito Brothers zal kunnen behagen.

www.corazong.com

 

 

GILLIAN WELCH “Soul Journey”

(Acony / Warner Music)

(5) J J J J J

 

 

Is vooraf heel wat om te doen geweest, om deze vierde van Gillian Welch en haar eeuwige soul mate David Rawlings. In zoverre zelfs dat een mens na verloop van tijd de indruk begon te krijgen, dat niets nog bij het oude gebleven was. Zeker als je dan Welch zelf ook nog laconiek hoorde aankondigen dat het de zonnigste plaat was die ze ooit maakte. Een mens zou al voor veel minder gaan twijfelen…

Gelukkig blijkt bij nader inzicht elke vrees volstrekt ongegrond. Muzikaal gezien mag “Soul Journey” dan al een stuk voller dan zijn voorgangers klinken, het is en het blijft toch onmiskenbaar een Welch en Rawlings plaat. Wat mag je dan wél verwachten? Welch in haar eentje, in duet met David of zelfs in heuse bandbezetting. En dat laatste pakt regelmatig echt prachtig uit, zoals in het heel erg Iers aandoende pareltje “Wayside / Back In Time”. Maar – eerlijk duurt het langst - op haar best vinden wij Gillian Welch toch als ze de akoestische gitaar omgordt en in haar eentje verbluffend mooie, sobere vertolkingen neerzet van de traditionals “Make Me A Pallet On Your Floor” en “I Had A Real Good Mother And Father” en het eigen nummer “One Little Song”. Vooral toen we dat laatste nummer voor ’t eerst hoorden liepen er koude rillingen enkele lengtes heen en weer over onze ruggengraat. En ook het fraaie bluegrass staaltje “No One Knows My Name” – met David Rawlings weer wel prominent aanwezig – mag hier op zijn minst op een goedkeurend knikje rekenen. Kon zo op de soundtrack van de immens populaire prent “O Brother Where Art Thou?”. En de met enkele fraaie stukjes mondharmonica opgesmukte ingetogen beauty “I Made A Lovers Prayer” heeft hier intussen ook al een plaatsje op de huis jukebox gekregen. Prachtig gewoon.

De slotconclusie dan maar: Gillian Welch heeft met “Soul Journey” op artistiek vlak een enorme stap vooruit gezet en ze lijkt echt helemaal klaar voor een welhaast onafwendbare zegetocht. In de States gaat ze alvast uitgebreid aan het toeren met superster Norah Jones. En op die manier zou ze wel eens heel veel nieuwe zieltjes voor zich kunnen winnen… Zeker in haar nieuwe, wat toegankelijkere gedaante!

www.gillianwelch.com

 

 

TEDDY MORGAN “Freight”

(Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Teddy Morgan verkaste recentelijk van Austin naar Tucson. En de eerste sporen van die nieuwe horizonten duiken ook reeds in zijn muziek op. Er is bijvoorbeeld de in het oog springende samenwerking met de heren Convertino en Burns, zeg maar Calexico, in één van de twee live bonus tracks die aan het album werden toegevoegd, “Along The Way”. Maar er vallen ook heel wat andere van zijn eerder werk afwijkende manoeuvres te bekennen. Het warme zand in zijn boots wellicht… Hoe dan ook, Morgan laat op “Freight” horen het hele alt. country spectrum te beheersen: van een ingetogen Americana pareltje als “Waiting” tot een perfecte pop song als “No Such Pain As Love” (van Willy DeVille) of een stevig schokschouderende gitaareruptie als “Train”, hij slaagt telkens met brio in zijn opzet. Vooral de wat introvertere momenten zijn daarbij steevast goed voor het nodige kippenvel alhier. Het van een heerlijk twangy gitaartje voorziene “Strobe Light” bijvoorbeeld. Of het samen met grote-in-wording Cathy Rivers gepende “Middle Of The Night”. Heel knap is ook de met Johnny Hickman (Cracker) gebrachte Dylan-cover “She Belongs To Me”, waarin Morgan eens te meer mag excelleren op de gitaar. Weinigen is het gegeven om zo beheerst te soleren, steeds in dienst van het liedje en toch o zo prominent aanwezig. Tussen de gasten merken we verder ondermeer ook nog Ken Coomer (Wilco), Jon Rauhouse, Eric Heywood en Scott Merritt (Fred Eaglesmith) op. Het was trouwens ook deze laatste die het geheel mixte. En hij deed dat voortreffelijk ook, want “Freight” is een bijzonder okselfris aandoende roots cd geworden, die volop doet uitkijken naar de optredens die Teddy Morgan van de zomer in Europa zal verzorgen. Zo zal hij op 20 juli ondermeer te zien zijn op het Belgium Rhythm & Blues Festival te Peer. Dat belooft dus!

www.teddymorgan.com

www.sonic.nl

 

 

JESSE DAYTON “Tall Texas Tales” (Re-issue)

(Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Oorspronkelijk werd deze plaat van Jesse Dayton enkel in de States uitgebracht, met alle gevolgen van dien voor Belgische en Nederlandse Americana liefhebbers: ellenlange wachttijden trotseren voor een peperduur importexemplaar of zich één van de beste roots albums van de laatste jaren gewoon moeten ontzeggen… Niet erg fraaie vooruitzichten dus. En dat is het onvolprezen Nederlandse label Sonic Rendezvous niet ontgaan. Vandaar deze heruitgave, bovendien nog eens voorzien van fraai nieuw artwork en maar liefst drie bonus tracks ook.

Bovenop de twaalf formidabele Americana songs die het origineel al telde krijgen de liefhebbers nu dus nog eens drie goede redenen meer om tot de aanschaf van dit album over te gaan. Het eerste van de drie nieuwe nummers, het bluesy “River Done Rose” gaat in op de recente overstromingen in het centrale gedeelte van Texas, die duizenden in één klap van hun woning beroofden. Terwijl het zomerse “I Think I’ll Go Out Tonight” dan weer de ideale remedie voor een gebroken hart lijkt te vinden in het altijd wel enigszins bruisende nachtleven in de Lone Star State. En dan is er nog het sluitstuk van deze heruitgave met de veelzeggende titel “Beginning Of The End”. Een nummer dat Dayton samen met Dale Watson schreef - een Texaanse honky tonker als klap op de vuurpijl dus!

Daarom durven wij te spreken van een must voor al wie platen als “Crossing Muddy Waters” van John Hiatt, de laatste van JW Roy of om het even wat van de Blasters of Phil Alvin in de kast heeft staan. Songs als “Creek Between Heaven And Hell”, “Molasses Girl” en “One Year, Three Months, A Week To The Day” behoren immers tot het beste wat er op Americana vlak te rapen valt. Veel doorleefder zal je ze niet vlug aantreffen…

www.jessedayton.com

www.sonic.nl

 

 

TOM RUSSELL “Modern Art”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Tom Russell is al jarenlang één van de allerbeste singer-songwriters actief binnen het Americanawereldje. En telkens de man een nieuw album aflevert, kan je eigenlijk alleen maar bevestigen wat je al heel lang wist. Russell weet als geen ander verhalen uit het leven van alledag te plukken om ze vervolgens in droomsongs om te toveren. Hoe hij ditmaal bijvoorbeeld één van zijn jeugdidolen verheerlijkt in “Muhammad Ali” is ronduit roerend. “Float like a butterfly, sting like a bee”, zingt Russell en da’s precies wat dit opgewekte verhaal doet. Het fladdert als een mooie vlinder enkele rondjes om je hoofd en als een bij steekt het je vervolgens – zo ben je voor eeuwig verkocht…

Ook in opener “The Kid From Spavinaw” eert Russell trouwens een sportidool. In dit op werkelijk schitterend steelgitaarwerk van Gurf Morlix (Lucinda Williams) zwevende juweeltje geldt zijn aandacht baseball-ster Mickey Mantle. En in “American Hotel” van de vorig jaar overleden Carl Brouse verhaalt hij de dood van Stephen Foster, de man die meer dan een eeuw geleden de geschiedenisboeken inging als schrijver van onsterfelijke classics als “Oh! Susanna” en “Swannee River”.

Drie nummers brengt Russell als duetten met zijn boezemvriendin Nanci Griffith: het oude Blasters nummer “Bus Station” van de hand van Dave Alvin, het door Griffith zelf gepende, je welbekende “Gulf Coast Highway” (één van Russells favoriete liedjes ooit, net als het hier eveneens aanwezige “The Dutchman” van Michael Smith) en het van Emmylou Harris bekende “The Ballad Of Sally Rose”. Eliza Gilkyson mag op haar beurt dan weer het prachtige zeemanslied “Isaac Lewis” van hemelse harmonieën voorzien. Een zeeman uit Wales lijdt op z’n terugreis van het verre Australië in het zicht van zijn thuishaven schipbreuk en spoelt dood aan vlakbij het huis van zijn vader. Een schitterend verhalend nummer dat ontstond na een bezoek aan een pub in het noorden van Wales en waarvan Tom Russell zelf zegt: “This song goes well with a guinness. And two shots of Tulamore Dew.” En dan is er nog het autobiografische titelnummer, “Modern Art”. Nog zo’n hoogstandje waarin Elana Fremerman van de Hot Club Of Cowtown tekent voor uitstekend fiddle werk.

Voor wie ondertussen nog een reden zou nodig hebben om de meesterlijke storyteller Tom Russell te ontdekken - op “Modern Art” staan er maar liefst dertien. Doe er je voordeel mee!

www.tomrussell.com

www.sonic.nl

 

 

JEFF BLACK “Honey And Salt”

(Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

In ’98 verscheen van Jeff Black de uitstekende debuut cd “Birmingham Road”. Een plaat waarmee hij zich al snel in de gunst van de verzamelde meute critici wist op te werken. Al zal het feit dat ondermeer Wilco en Iris DeMent daarop voor fel gesmaakte gastbijdragen zorgden daar wellicht ook niet vreemd aan zijn geweest. Zonder dat we daarmee evenwel iets aan de verdiensten van Black willen afdoen! De man schrijft immers uitstekende roots rock songs en met zijn rauwhese stem blaast hij ze met sprekend gemak nog wat meer zeggingskracht in.

Hebben we trouwens onlangs nog mogen vaststellen, toen we het eerder dit jaar verschenen “B Sides And Confessions, Volume One” bespraken. Maar nu is er dus “Honey And Salt”. En da’s een plaat die als geheel een stuk afgewerkter en meteen ook een stuk steviger klinkt. Regelmatig rockt Jeff Black er hier op los als pakweg een Bruce Springsteen, een Rod Picott of een Warren Zevon. Voorwaar niet de geringste vergelijkingspunten, als u het ons vraagt. Het meest naar waarde schatten wij echter precies die nummers waarin de voet even van het gaspedaal gaat en waarin Black de songs zelf het werk laat doen. Op die momenten wordt immers pas echt duidelijk hoe goed Black wel is als songwriter! En als verteller… Woorden als “buitengewoon” en “begenadigd” dringen zich onwillekeurig op.

Dankzij ingehouden pareltjes als bijvoorbeeld “Time”, “The Leaving” of “Persephone” waarin afscheid nemen steeds weer tot o zo karakteristieke taferelen leidt, kunnen we deze derde worp van Jeff Black dan ook bestempelen als een bijzonder geslaagd modern singer-songwriter album.

www.jeffblack.com

www.sonic.nl

 

 

HONKY TONK HEROES “Honky Tonks & Heart Aches”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(5) J J J J J

 

 

Hier wordt het leven ons wel erg aangenaam gemaakt! Niet enkel is er de titel van de plaat die al zowat het hele verhaal vertelt, honky tonks en hartzeer inderdaad… Er is ook nog eens een geweldig album! Zo’n plaat waar de fans van pakweg de Derailers of BR549 een flinke kluif aan zullen hebben. Wat Larry Parcell, DeWayne Grimes en Kevin Hickman op “Honky Tonks & Heart Aches” presteren is immers bepaald niet gering! Dit is zondermeer klassieke Texaanse honky tonk, die gewoonweg bulkt van de twang! Nummers als het slepertje “Hasn’t Got Me Over You”, de bar room classic in wording “One More Drink” of het wel heel erg aan Buck Owens herinnerende “I’d A Kept Her Around” zijn heerlijke lappen authentieke country. En in “Big House” wordt het allemaal nog wat fraaier als ook Mando Saenz even voorbij komt lopen om na Buck Owens ook Johnny Cash op gepaste wijze te eren. En dan hadden we ’t nog niet over “Pardon Me”, een country story song van het type waarvan we er dezer dagen nog veel te weinig horen.

Deze Honky Tonk Heroes, waarde vrienden, hadden jullie al lang begrepen, verdienen het om hun naam zo snel mogelijk bewaarheid te zien worden. Wat kan country verdomd mooi zijn!

 www.honkytonkheroesmusic.com

 

 

NANCY MOORE “These Are Real”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

“These Are Real” is het voortreffelijke cd-debuut van Nancy Moore, een jonge Texaanse getuigend van een gezonde dosis goede smaak. Shaggy, zoals ze ook wel wordt genoemd, was jarenlang dj voor een plaatselijk radiostation in Dallas. En misschien moeten we daar wel een verklaring gaan zoeken voor het feit dat deze cd opvalt door een wel uitzonderlijk eclectisch karakter. Moore laat je werkelijk alle hoeken van de Americana ring zien. En geregeld mag ze daarbij rekenen op wat prominente hulp. Het meest in het oog springend zijn wat dat betreft duetten met Jack Ingram (“The Happy Song”) en Barry Kooda (“I’ve Got A Ring”). De beste nummers zijn evenwel “Tyler ‘55”, een klassieke country story song waarin Moore op zeer fraaie wijze hulde brengt aan The King, en “Meet Me In Lafayette”, dat met z’n zonnige cajun feel de zomer op gepaste wijze inluidt. Qua stem doet Moore een weinig denken aan dat andere Texaanse nachtegaaltje, Susanna Van Tassel. Maar in tegenstelling tot deze laatste kiest Nancy Moore op haar debuut resoluut voor afwisseling: van klassieke country (“And This Is My Beloved”) tot bluegrass (“Mockingbird”), van cajun (“Meet Me In Lafayette”) tot blues (“Miss My Baby”), van rock (“Overdrive”) tot singer-songwritermateriaal (“The Happy Song”), je vindt het hier echt allemaal terug. En wat meer is: het klinkt nog allemaal uitstekend ook! Shaggy staat voor Americana van de bovenste plank…

www.nancymoore.net

http://www.cdbaby.com/cd/nancymoore

 

 

LUKE OLSON “Uvalde”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Luke Olson is met “Uvalde” niet aan zijn proefstuk toe. En dat valt er aan af te horen ook! De sympathieke Texaan levert op zijn vierde cd tot op heden – ruim vijf jaar na het nochtans lovend onthaalde “Panhandle Sunset” uit ’99 – opnieuw een uitstekende reeks Americana / Texana songs af. Zeven daarvan schreef hij zelf. En van het resterende drietal springt vooral de ronduit prachtige bluegrass vertolking van het van J.J. Cale bekende “If You’re Ever In Oklahoma” in het oog. Al verdient ook de single, het samen met Pat Green en Ray Wylie Hubbard vertolkte “Gulf Coast Romance”, een speciale vermelding. Benieuwd hoe ze hier in Texas gaan op reageren! Green en Hubbard in één en dezelfde song – het doet wel wat vreemd aan…

Olsons eigen nummers dan, laten we het daar dan maar eens even over hebben. Die blijken immers door de band genomen zeker zo sterk! Luister maar eens naar het schitterende “All These Years”, waarin nu ook Terri Hendrix haar opwachting maakt. Een kippenvelmoment! Of naar “Greenwood Town” ook – nog zo’n pareltje. Of naar het titelnummer, “Uvalde”…

Olson liet zich voor het merendeel van deze songs inspireren door zijn vele reizen doorheen Texas en verre omstreken. En om het resultaat optimaal in te blikken riep hij de hulp in van producer Lloyd Maines. Het mag dan ook gehoord worden ook! Een must eigenlijk voor alle fans van Robert Earl Keen, Pat Green, Cory Morrow en Jack Ingram.

www.lukeolson.com

 

 

TERRI BINION “Fool”

(Richter Records)

(5) J J J J J

 

 

Toen wij een aantal jaren geleden kennismaakten met de muziek van Mary Gauthier betekende dat voor ons een ware schok. Zwaar onder de indruk waren we, van zowel de songs als de manier waarop deze gebracht werden. En met Terri Binion is het weerom van dattum! Opnieuw zo’n stem die het midden lijkt te houden tussen die van Mary Gauthier, die van Lucinda Williams en die van Gillian Welch, opnieuw zo’n songs die weten te boeien van begin tot einde.

En als toetje, Lucinda Williams meteen al in het eerste nummer mee aan de bak – het bedrieglijk opgewekt aandoende “GayleAnne” over de lotgevallen van een oude bluegrass picker. Het eerste van een indrukwekkende reeks hoogtepunten. En daartoe behoort heel zeker ook het bitterzoete titelnummer “Fool”, waarin Binion overloopt wat had kunnen zijn, maar wat niet is… Haar liefde blijft onbeantwoord en dat ontlokt aan haar de bittere conclusie: “It should be a sin to let criminals and fools in love roam these lonely old streets.” Of nog: “I’m just taking up time and space.”

En gelukkig maar ook… Songs als het Dixie jazzy “Dreams Worn Thin”, het berustende “All She Ever Dreamed” (over een op brutale wijze stukgelopen huwelijk) of het door een dartele accordeonriedel gedragen “Come Another Hurricane” hadden wij immers voor geen geld in de wereld willen missen. En alle fans van het hoger vernoemde drietal doen er dus naar ons gevoel goed aan zo snel mogelijk de onderstaande webstek te bezoeken en er dit album te kopen. Ze zullen het zich geen seconde beklagen! Uitstekende plaat!

www.terribinion.com

www.richterrecords.net

 

 

PETER BRUNTNELL “Ends Of The Earth”

(Loose / Munich)

(4,5) J J J J J

 

 

Omdat we de houding van de Britten inzake materiaal wat van eigen bodem komt ondertussen wel denken te kennen, zijn we op onze hoede als er weer eens overenthousiast gereageerd wordt op een inheems product. Maar in het geval van Peter Bruntnell blijkt die argwanige houding eens te meer ongegrond. Net als voorganger “Normal For Bridgwater” uit ‘99 is “Ends Of The Earth” immers een uitstekend Americana album. Bruntnell schrijft heerlijke, vaak wat melancholisch aandoende liedjes, waarin de rinkelende gitaartjes vaak herinneringen oproepen aan het beste van Big Star, Teenage Fanclub of de Byrds. Zonder dat er al te nadrukkelijk naar de sound van die bands gelonkt wordt trouwens. “Ends Of The Earth” bevat met nummers als “Here Come The Swells”, “City Star”, “Rio Tinto” en nog een stuk of wat andere ingetogen pareltjes materiaal dat de doorsnee Amerikaanse alt. country plaat mijlen ver achter zich laat.

www.peterbruntnell.com

www.loosemusic.com

 

 

CLEM SNIDE “Soft Spot”

(Fargo / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Het wat arty aandoende Americana gezelschap Clem Snide is met “Soft Spot” inmiddels ook alweer aan zijn vierde volwaardige album toe. En het zou ons in het geheel niet verbazen als deze uit Brooklyn, New York afkomstige band onder aanvoering van Eef Barzelay met deze plaat ook in onze kontreien gehoor zou vinden. Hun derde en heel wat minder toegankelijke plaat “The Ghost Of Fashion” mocht immers her en der al op enige interesse rekenen. En “Soft Spot” vermengt net als die voorganger op ingenieuze wijze elementen uit jazz, folk, country, pop en rock tot een volstrekt unieke vorm van veelal ingetogen Americana. In tegenstelling tot hun eerder werk komt het geheel echter een stuk warmer en temperamentvoller over. En dat heeft wellicht zo zijn redenen. Enerzijds schreef Barzelay heel wat van de nummers omstreeks zijn huwelijk nu goed twee jaar geleden en rond de geboorte van zijn zoontje iets meer dan een half jaar terug. Hij ging zich daardoor een stuk kwetsbaarder tonen dan voorheen. En anderzijds is er natuurlijk ook nog het feit, dat ruim de helft van de hier aanwezige songs live werden opgenomen om ze later een stevige studiobehandeling mee te geven, waarvoor dan de vakkundige hulp van Joe Chicarelli werd ingeroepen. Daardoor heeft deze toch al zeer persoonlijke plaat nog enorm aan soul gewonnen. Als Barzelay zelf van “good love songs” gewaagt, slaat hij dan ook spijkers met koppen. Dit is inderdaad fijngevoelige country soul van de bovenste plank. Ver weg van het narcisme waardoor de nummers één tot en met drie van Clem Snide nog werden gekenmerkt…

www.clemsnide.com

www.bertus.nl

 

 

BONEPONY “Jubilee”

(Super Duper Recordings)

(4) J J J J

 

 

Bonepony met een retour de force! Hun vijfde cd “Jubilee” staat immers barstensvol met aanstekelijke Americana songs van het type dat je na één beluistering al een leven lang lijkt te kennen. Nummers als de frivole titeltrack van het geheel of het daaropvolgende tweetal “Whisper” en “My Sunshine” lijken voorbestemd om ook op Europese radiostations een goede beurt te gaan maken. En dat drietal is dan nog maar willekeurig gekozen… Met wat airplay en een festivalletje links of rechts moet een doorbraak ook hier kunnen voor Bonepony! En als je weet dat ze in de States al gevraagd werden voor gigs op Farm Aid, het Telluride Bluegrass Festival en het Kentucky Bourbon Festival, dan lijkt dat nog slechts een kwestie van tijd. Deze volstrekt unieke mix van rock, Americana en bluegrass elementen verdient wat ons betreft alvast elk beetje aandacht die hij maar krijgen kan. Onze plaat voor een lange hete zomer!

www.bonepony.com

 

 

TRENT SUMMAR & THE NEW ROW MOB “Live At 12th & Porter”

(DCN)

(3,5) J J J J

 

 

“Who’s ready to party and raise hell?”, vraagt Trent Summar zich bij het begin van deze concertregistratie af. En die vraag is terecht want Summar en zijn New Row Mob staan 26 nummers lang garant voor ongebreidelde fun. Hier moet je vooral niet teveel achter gaan zoeken! Dit is muziek die het best gedijt in dance halls of honky tonks, waar het bier rijkelijk vloeit en waar de ware aard van het beestje ongegeneerd zijn weg naar buiten mag zoeken. Muziek gemaakt om stevig bij uit je dak te gaan dus…

Summar laat hier net als op zijn debuut de grenzen tussen country, rock en rockabilly ernstig vervagen. Het resultaat is een bruisende alt. country cocktail die zonder al te veel technische poeha op de band werd geslingerd en die je laat proeven van de sfeer eigen aan de wilde nachten waarvoor Summar zo onderhand wel bekend staat. Het album bevat ondermeer knappe versies van Summars grootste hit tot op heden, “New Money”, van zijn credo, “I’m Country”, en van de gedreven Albert Hammond cover “It Never Rains In Southern California”. Tot op heden niet op plaat verkrijgbaar in zijn uitvoering waren de nummers “She’s A Woman”, “The Dope Smoking Song” (een concertfavoriet) en de Nick Lowe cover “I Knew The Bride”. Locatie van de feestelijkheden was op die bewuste dag in december van 2002 het gereputeerde 12th & Porter in Nashville.

http://www.trentsummar.com

www.dcn.com

 

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!