ARCHIEF CD-RECENSIES JUNI 2005

 

 

archief

 

december     januari     februari     maart     april     mei

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Lynn Miles “Love Sweet Love”Karl Broadie “Black Crow Callin’”Hobotalk “Notes On Sunset” - Blue Highway “Marbletown”Jim Mills “Hide Head Blues” - John Hiatt “Master Of Disaster”Graham Parker “Songs Of No Consequence”The Grascals “The Grascals”Jesse McReynolds & Charles Whitstein “A Tribute To Brother Duets” - Laura Cantrell “Humming By The Flowered Vine”Dwight Yoakam “Blame The Vain”Joshua Black Wilkins “Hellbent & Brokenhearted”The Greencards “Weather & Water”Chelsea Hotel “Don Quijote” - The Cruzeros “Scandalosa”Tim O’Brien & Darrell Scott “Real Time” - Charlie Dore “Sleep All Day And Other Stories”The Harmony Two Tones “The Harmony Two Tones”The Anacondas “Snakin’ All Over”Harrison Kennedy “Voice + Story”Chris Hillman “The Other Side” - The Eric Steckel Band “High Action”Ana Popovic “Ana! Live In Amsterdam” - Caitlin Cary & Thad Cockrell “Begonias”Various Artists “A Tribute To Billy Joe Shaver – Live”Maria McKee “Peddlin’ Dreams”Ongenode Gaste “Zónder Gêne” - The Seatsniffers “Re-Issued 2 – Jubilee”Michael Shelley “Goodbye Cheater”Bianca DeLeon “The Long Slow Decline Of Carmelita”David Massey “Blissful State Of Blue”Camille Te Nahu & Stuie French “Not Without You”Robert Cray Band “Twenty” - Grey DeLisle “Iron Flower”Chip Taylor & Carrie Rodriguez “Red Dog Tracks” - JW Roy “Laagstraat 443”

 

LYNN MILES

“Love Sweet Love”

(Continental / Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

Met haar laatste reguliere CD “Unravel” wist het schrijvende Canadese nachtegaaltje Lynn Miles ons eerlijk gezegd niet echt meer te bekoren. Haar gestoei met popstructuren stond indertijd een wat langdurigere relatie duidelijk in de weg. Gelukkig wist Miles inmiddels wel de gouden middenweg tussen de op haar eerdere albums bewandelde paden en dat bewuste album te vinden en dus drukken we haar hier en nu met plezier weer stevig aan de boezem. “Love Sweet Love” kan zich wat ons betreft zelfs moeiteloos meten met haar beste werk. Tussen de zalige,wel bijzonder radiovriendelijke roots pop van “Flames Of Love” – Een hitje in spe? – en het meteen daaropvolgende, in vergelijkbare wateren ronddobberende titelnummer en het afsluitende “Casinos El Camino” filosofeert Miles vrijwel voortdurend over de schaduwzijde, de scherpe randjes van (gebroken) relaties. Grenzeloze liefde, ongebreideld, passioneel verlangen, tomeloos (liefdes)verdriet, list en bedrog, het ontvluchten van een uitzichtloze situatie, hoop, het schizofrene karakter van het menselijke hart als het l’amour aanbelangt en een uit overmatig drankgebruik voortvloeiend schuiloord voor één nacht zijn de thema’s die de Canadese met vaste hand en dito stem schildert in haar voor de gelegenheid uit gelijke delen pop, folk en Americana bestaande liedjes. Topmomenten die daarbij uit de bus komen zijn het eerder al vermelde tweetal “Flames Of Love” en “Love Sweet Love”, de aan een aan het werk van Daniel Lanois herinnerend streepje elektrische gitaar opgehangen ballade “Rainmaker”, de met een twangy gitaarbijdrage en een functionele flard banjo hier en daar opgeluisterde road song “8 Hour Drive” en het enigszins als tegengewicht voor alle hier geëtaleerde hartpijn fungerende “This Is The Night”, een enig mooi Americana-popliedje, waarin Miles een nakend einde aan alle doorgemaakte miserie voorspelt. “This is the night when all the stars are in their heavens,” zingt ze. Of nog: “Tonight everything is going to be okay.” Er schijnt dus weer een lichtje aan het eind van de tunnel. En dat gevoel overheerst bij ons ook met betrekking tot Miles zelf. “Love Sweet Love” is immers als geheel een erg geslaagde plaat.

Rounder Europe

 

 

KARL BROADIE

“Black Crow Callin’”

(Universal Music Australia)

(4,5) J J J J J

 

 

Het lijkt de in Schotland geboren maar al sinds 1997 in Australië residerende singer-songwriter Karl Broadie momenteel aardig voor de wind te gaan. Na twee releases voor het lokale Laughing Outlaw Records - het lichtjes fantastische en derhalve ook vrijwel unaniem lovend onthaalde “Nowhere Now Here” uit 2002 en de al even verrukkelijke, een kleine twee jaar later verschenen EP “Everybody’s Gold” – kreeg de man immers een contract aangeboden door platengigant Universal Music. Op zijn debuut voor zijn nieuwe werkgever, het zopas uitgebrachte “Black Crow Callin’”, bewandelt Broadie dan ook resoluut verder de eerder ingeslagen weg. Met zijn aangenaam verweerd klinkende stem kleurt hij dertien eigen liedjes die het midden houden tussen pop, alt. country, Americana en klassiek singer-songwriterspul. Niks nieuws onder de zon dus, maar wat ons betreft hoefde dat eigenlijk ook helemaal niet. Broadie’s al met groten uit het genre als een Earle, een Dylan, een Van Zandt, een Waits, een Young en vooral ook Wilco vergeleken muziekjes bezitten immers een nagenoeg onweerstaanbare charme. Heerlijk lui filosoferend over de liefde in al haar facetten en dies meer slaat de geëmigreerde Schot zijn derde homerun op rij. “Black Crow Callin’” is inderdaad opnieuw een zaligheid van een plaat. Slechts enkele van de vele highlights erop zijn het zomers lome “Stumblin’ Around”, het met Kevin Bennett van The Flood gebrachte en door Gillian Welch geïnspireerde “It Lasts” en het van zo’n typisch (enigszins broeierig) veranda-bij-valavond-sfeertje profiterende titelnummer (met Tim Wedde van The Flood op accordeon). Dit wordt de eerstkomende weken (Maanden? Jaren?) weer een goeie kameraad des huizes, zoveel is nu al zeker…

Karl Broadie

Miles Of Music

 

 

HOBOTALK

“Notes On Sunset”

(Glitterhouse / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

“Notes On Sunset” is het tweede album van het Schotse viermanschap rond zanger-gitarist-pianist-songwriter Marc Pilley. De eersteling van dat gezelschap, het alleraardigste “Beauty In Madness”, kreeg volgens de grote man achter het Duitse platenlabel annex mailorder-bedrijf Glitterhouse Records bepaald niet de aandacht die hij verdiende en dus besloot de man zonder verpinken om zijn schouders onder de opvolger ervan te zetten. Een prettig gevolg daarvan is alvast een wat ruimere mediabelangstelling en die verdienen Pilley en co zeker. Hobotalk charmeert met zachtmoedige, grotendeels akoestisch ingeblikte songs die beurtelings herinneren aan vader en zoon Buckley, Tim Hardin, David Crosby en America. De goede verstaander weet zodoende genoeg: een prettig gevoel van weemoedigheid overheerst inderdaad vrijwel constant in de voortdurend tussen pop, folk en hier en daar zelfs even Americana twijfelende, bijna schoorvoetend in je onderbewustzijn binnen sijpelende liedjes. En “Notes On Sunset” is derhalve allesbehalve een product dat je uit het veelal killige Schotland verwacht. Marc Pilley’s wollig warme stem zou bij nader inzicht zelfs helemaal niet misstaan hebben op tal van klassieke Westcoast pop classics van de vroege jaren zeventig. Onder een warme deken van subtiel betokkelde akoestische gitaren, delicate piano-, Wurlitzer-, Hammond-, harmonium- en harmonicaklanken en “porseleinkast-percussie- en drumwerk” schuilt een plaat die aan de “speed of the sound of loneliness” voorbestemd lijkt om gebroken of eenzame harten door menig een moeilijk (avondlijk) moment heen te helpen. Erg mooi is het hier gebodene alleszins. (Luistertip: het werkelijk wonderschone “Who Are You Now”.)

Hobotalk

Glitterhouse Records

 

 

BLUE HIGHWAY

“Marbletown”

(Rounder)

(4) J J J J

 

 

Tim Stafford (gitaar, zang), Shawn Lane (mandoline, gitaar, fiddle en zang), Wayne Taylor (bas, zang), Jason Burleson (banjo, gitaar, mandoline, zang) en Rob Ickes (dobro en zang) zijn stuk voor stuk gerespecteerde muzikanten, die nauwelijks nog iets te bewijzen hebben. Zowel hun werk voor eigen rekening als dat in de schaduw van anderen wordt in bluegrassmiddens immers beschouwd als “top notch”. Met name dobrovirtuoos Rob Ickes wordt zelfs gezien als één van de allerbeste artiesten in het genre van zijn generatie. Wat het werk van de groep waarin de vijf hun krachten bundelen zo intrigerend maakt, is dat het zo’n typisch geval is van een het geheel der delen nog overstijgende som. Luister maar eens naar hun zevende CD “Marbletown” en je zal meteen begrijpen wat we bedoelen. Op dat naar een liedje van Mark Knopfler vernoemde nieuwe album van de groep demonstreren de heren eens te meer niet enkel cracks op hun instrumenten te zijn, maar ook stuk voor stuk uitstekende zangers en songwriters. Naast het titelnummer en het van Gary Scruggs geleende “Lazarus” bevat het tien bijzonder melodieuze eigen liedjes, die zowel louter muzikaal gezien als wat betreft het vocale aspect de perfectie benaderen. “Marbletown” is eigenlijk gewoon een schoolvoorbeeld van een met voldoende zin voor traditie ingespeelde eigentijdse bluegrassplaat. Absolute topmomenten zijn bijvoorbeeld de wervelende, rond een klassieke banjo-dobro-mandoline-battle opgehangen instrumental “Three-Finger Jack”, de door Sonya Isaacs van heerlijke harmonieën voorziene “Tears Fell On Missouri” en het dicht tegen country en Americana aanleunende “Quarter Moon” (met speciale gaste Cyndi Wheeler). Maar begrijp ons vooral niet verkeerd: naar echt mindere momenten zal je hier vergeefs zoeken. “Marbletown” lijkt ons dan ook voorbestemd om in de jaarlijstjes van heel wat bluegrassliefhebbers hoge ogen te gaan gooien.

Blue Highway

Rounder

 

 

JIM MILLS

“Hide Head Blues”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

De door de International Bluegrass Music Association (IBMA) al vier keer tot “Banjo Player of the Year” uitgeroepen Jim Mills is naast een virtuoos op zijn instrument ook een verwoede verzamelaar van banjo’s. Geen wonder dan ook, dat hij in het artwork van zijn jongste CD “Hide Head Blues” uitvoerig op enkele van zijn lievelingsstukken ingaat. Voor het overige biedt die plaat naast een heleboel instrumentale hoogstandjes ook een aantal door de zang van collega’s als Dan Tyminski, Paul Brewster, Don Rigsby en Barry Bales - en hier en daar ook Mills zelf – gedragen liedjes. Mills lijkt er zich terdege van bewust te zijn, dat je op die manier een anders na verloop van tijd welhaast onvermijdelijk aandachtsverlies bij je fans efficiënt uit de weg kan gaan. Dat verklaart wellicht ook, waarom de man hier pleit voor een lekker gevarieerde aanpak: van weinig bekende nummers van bluegrassgroten als “Pick Along” van Earl Scruggs of “Theme Time” van Bill Emerson over een stel pre-bluegrass songs en fiddle-deuntjes als de traditional “The Old Hen” en het zomers-wulpse “Temperance Reel” tot prachtige covers van de Merle Haggard-hits “I Started Loving You Again” en “Daddy Frank” en een al even heerlijke bluesy benadering van Merle Travis’ “Guitar Rag” of het van de Delmore Brothers bekende “Gonna Lay Down My Old Guitar” (met vocale hoofdrollen voor Tyminski en Rigsby). Bijzonder lekkere plaat!

Sugar Hill Records

 

 

JOHN HIATT

“Master Of Disaster”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

John Hiatt bewijst met zijn nieuwe CD “Master Of Disaster” andermaal tot de allerbeste singer-songwriters van zijn generatie te behoren. Anders dan zoveel van zijn collega’s schuwt de Amerikaan de factor risico bepaald niet. Je zal er hem zelden op betrappen in herhaling te vallen, zeg maar tweemaal na elkaar dezelfde plaat te maken. Hij weet altijd wel de juiste mensen bij zijn projecten te betrekken om verrassend uit de hoek te kunnen blijven komen. Zo toog hij ditmaal bijvoorbeeld naar Memphis om er onder de hoede van de gereputeerde Jim Dickinson en in het gezelschap van diens zoons Cody (drums) en Luther (gitaar), bekend vooral omwille van hun inbreng in het roots-blues-rock-gezelschap The North Mississippi Allstars, Muscle Shoals-basveteraan David Hood, toetsenman East Memphis Slim, violist “T-Bone” Tommy Burroughs en blazers Jim Spake, Scott Thompson, Jeff Calloway en Joe Sallmanberger te werken aan de perfecte symbiose van zijn eigen liedjes, de lokale blues en soul sound en door de fifties geïnspireerde rock & roll. “Master Of Disaster” klinkt daardoor op dezelfde manier verfrissend als eerdere klasseplaten van de man als zijn pièce de résistance uit ’87 “Bring The Family”, het een jaar later verschenen “Slow Turning” en het akoestische “Crossing Muddy Waters” uit 2000. Het is net als dat drietal een plaat die leeft. Of je het nu hebt over het bezadigd rockende titelnummer van het geheel, de ingetogen rootspop van “Howlin’ Down The Cumberland” en het bijzonder radiovriendelijke tweetal “Thunderbird” en “Cold River”, het met een forse scheut ragtime aangelengde “Wintertime Blues”, de pure soul van “Ain’t Never Goin’ Back”, het country-niemendalletje “Old School”, de door een subtiel mondharmonicaatje ergens in het vaarwater van Dylan verzeild geraakte beauty “When My Love Crosses Over”, de bluesy ballad “Back On The Corner” of iets forser materiaal genre “Love’s Not Where We Thought We Left It” of “Find You At Last”, Hiatt weet je zowat op elk terrein moeiteloos in te pakken. En “Master Of Disaster” kunnen we je dan ook alleen maar van ganser harte aanbevelen.

John Hiatt

New West

Sonic Rendezvous

 

 

GRAHAM PARKER

“Songs Of No Consequence”

(Bloodshot / Evangeline / Bertus)

(3) J J J

 

 

Er zijn zo van die artiesten waarover je je het liefst van al steeds in lovende bewoordingen zou willen uitlaten, maar dat kan helaas niet. Het is immers daadwerkelijk zoals een Engelse zegswijze ons dat al sinds jaar en dag voorhoudt: “Nobody’s perfect!” Neem nu zo’n Graham Parker… Het rijtje albums van die man in onze collectie lijkt schier eindeloos. En toch weet hij ons met zijn nieuwe CD - zijn tweede op het Bloodshot-label - niet voor de volle honderd procent te overtuigen. Om misverstanden te voorkomen: slecht is het allemaal zeker niet wat de voormalige pubrocker hier met The Figgs uit de mouw schudt. En de nuchtere manier waarop hij in de titel van de plaat de kracht van de eigen liedjes relativeert, verdient zeker ook alle respect. Maar toch - er schort iets aan ’s mans nieuwe worp. De gebruikelijke, onder vlijmscherpe hooks kreunende (roots)rockertjes met beurtelings R&B-, punk- en pop- (“Dislocated Life”, “Ambivalent” en “There’s Nothing On The Radio”), blues- en country-(“Go Little Jimmy”) en zelfs reggae-invloeden (“Evil”) zijn er nog altijd, maar ze lijken door de jaren een weinig aan doeltreffendheid, aan slagkracht te hebben ingeboet. Het klinkt naar ons gevoel ondanks de bij momenten weer behoorlijk wrange teksten toch allemaal net een beetje te tam. De angry young man van de seventies lijkt beetje bij beetje het onderspit te moeten delven voor een stilaan bezadigder agerende vijftiger, die weliswaar nog zijn bevlogen momenten kent, maar al bij al toch iets minder constant is dan weleer. Eén van de uitzonderingen om die regel te bevestigen is de hilarische afsluiter “Did Everybody Just Get Old?”, waarin Parker de draak steekt met zijn eigen – eveneens hun houdbaarheidsdatum naderende - zingende generatiegenoten. Bij een volgende gelegenheid weer wat meer liedjes van dat kaliber graag…

Graham Parker

Evangeline Records

Bertus

 

 

THE GRASCALS

“The Grascals”

(Rounder / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

The Grascals is een nog relatief jong zestal bestaande uit Terry Eldredge (lead & harmony vocals, rhythm guitar), Jamie Johnson (lead & harmony vocals), David Talbot (banjo, akoestische gitaar en harmony vocals), Jimmy Mattingly (fiddle en mandoline), Terry Smith (bas en harmony vocals) en Danny Roberts (mandoline) dat de aandacht vooral op zich wist te vestigen als respectievelijk voorprogramma voor en begeleidingsband van de grote Dolly Parton. Met diezelfde Parton doken ze trouwens ook de koffer in voor de hun titelloze debuutalbum voorafgaande single, een sprankelende bluegrassversie van de Elvis-hit “Viva Las Vegas”, waarin naast de vocale topprestatie van zowel Parton als Terry Eldredge vooral ook David Talbots vingervlugge banjobehandeling wist te bekoren. En het moet gezegd, hun eersteling weet de door die teaser gewekte verwachtingen helemaal in te lossen. Van doorleefde, bepaald niet belegen klinkende versies van traditionals als “My Saro Jane”, “Sally Goodin” en “Sweet By And By” over eigen liedjes als het bliksemsnelle “Mourning Dove” of het aan een veel bezadigder tempo gebrachte en verhalend opgevatte “Where I Come From” tot covers van deunen à la Harley Allens schitterende “Me And John And Paul”, je verveelt je hier werkelijk geen moment. Dolly Parton noemde dit visitekaartje zelfs al “One of the greatest albums I’ve ever listened to.” Zo ver zouden wij hier nog niet meteen durven gaan, maar uitstekend is het allemaal al wel en dat de Grascals met hun een mooie brug naar country slaande bluegrass een grote belofte zijn voor de toekomst zoveel is nu ook al wel zeker.

The Grascals

Rounder

 

 

JESSE MCREYNOLDS & CHARLES WHITSTEIN

“A Tribute To Brother Duets”

(Pinecastle Records)

(3,5) J J J J

 

 

De vooral als één helft van het duo Jim & Jesse bekend staande mandolinevirtuoos Jesse McReynolds vond voor zijn nieuwe CD in de eveneens een broer verloren hebbende gitarist Charles Whitstein de ideale compagnon. Zeker als je weet, dat hij die plaat heeft opgevat als een soort van tip of the hat aan tal van broederparen die met hun duetten de geschiedenis van zowel het country- als het bluegrassgenre om tal van pareltjes rijker maakten. De samenzang van de twee is bij momenten echt oorstrelend mooi en ook instrumentaal gezien valt hier maar bitter weinig op aan te merken. Uit alles blijkt, dat het hier een echt labor of love betreft. Gecoverde nummers zijn “Remember Me” van de Bailes Brothers, “Rose Of My Heart” van de Whistein Brothers, “Are You Missing Me” van Jim & Jesse, “When I Stop Dreaming” van de Louvin Brothers, “Blues Stay Away From Me” van de Delmore Brothers, “The White Dove” van de Stanley Brothers, “Kentucky” van de Blue Sky Boys, “Somebody Loves You Darling” van de Morris Brothers, “That’s All I Want From You” van de York Brothers, “Which One Is To Blame” van de Wilburn Brothers en “What Would You Give” van de Monroe Brothers. Ook mooi is de speciaal voor deze gelegenheid door McReynolds zelf aangedragen introductie, waarin de twee vanuit het diepst van hun hart laten weten “Now brother you’re gone, but you’re not forgotten…” Mooi zondermeer.

Pinecastle Records

 

 

LAURA CANTRELL

“Humming By The Flowered Vine”

(Matador / V2)

(4) J J J J

 

 

Waar Laura komt, maakt Laura vrienden… Laura Cantrell, that is. Wijlen John Peel, de legendarische BBC DJ noemde haar debuut “Not The Tremblin’ Kind” “my favourite record of the last ten years and possibly my life”, Elvis Costello nodigde haar na het verschijnen van “When The Roses Bloom Again”, de opvolger daarvan, persoonlijk uit om zijn voorprogramma te verzorgen, Conan O’Brien liet haar opdraven in zijn Late Night-show, ze deed de vermaarde Grand Ole Opry aan, het World Café, het Newport Folk Festival, Mountain Stage, enzovoort enzovoort enzovoort. Aan gebrek aan aandacht duidelijk geen tekort voor de in Nashville geboren en getogen maar momenteel in Brooklyn residerende songstress. Met haar wat aparte breekbare stem pakt ze (vooral mannelijke) Americana-liefhebbers bij bosjes tegelijk in. Het regent werkelijk positieve recensies voor zowat elk van haar releases. En terecht ook! Cantrell bewijst immers telkens opnieuw, dat ze ondanks haar op de keper beschouwd eigenlijk behoorlijk beperkte stem zowat alles waar ze aan begint moeiteloos naar zich toe kan trekken. Zo ook op “Humming By The Flowered Vine”, haar door JD Foster - ondermeer ook verantwoordelijk voor Richard Buckner en Marc Ribot – geproduceerde derde full length. Dat blijkt haar meest gevarieerde plaat so far. Opener “14th Street” is nog gewoon vintage Cantrell, “What You Said” evenwel al sprankelende zomerse country, Dave Schramms “And Still” ingetogen folky Americana, haar eigen “Khaki & Corduroy” een ingetogen meditatie over een naar de grootstad New York geëmigreerde Zuiderling, “Letters” een fraaie lijzige adaptatie van een tot dusverre niet verschenen Lucinda Williams-nummer, “California Rose” een opgewekt eerbetoon aan countrylegende Rose Maddox, Wynn Stewarts “Wishful Thinking” onversneden honky-tonk, de Appalachen-traditional “Poor Ellen Smith” een murder ballad pur sang, “Bees” een verstilde pianoballade en het eveneens uit de eigen koker stammende “Old Downtown” een op het levensverhaal van WOI-held sergeant Alvin York geënt streepje alt. country. Variatie troef dus! Met als gevolg dat de tijd ook ditmaal weer echt voorbij lijkt te vliegen in het gezelschap van de schone Miss Cantrell en je na nog geen veertig minuten een beetje op je honger achterblijft. Maar ja, “in der Beschränkung zeigt sich der Meister” zeker?

Laura Cantrell

Matador Records

V2 Music

 

 

DWIGHT YOAKAM

“Blame The Vain”

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Met “Blame The Vain”, zijn achttiende plaat in goed eenentwintig jaar tijd, waagt goeie ouwe Dwight Yoakam zich op voor zijn doen wel heel erg glad ijs. Het album markeert het einde van één van de vruchtbaarste samenwerkingen die de recente geschiedenis van het countrygenre rijk is. Yoakam bedankte immers zijn vaste gitarist en producer Pete Anderson voor bewezen diensten en stortte zich in een zo op het eerste gezicht toch behoorlijk onzeker nieuw avontuur met de multi-getalenteerde youngster Keith Gattis. Hij raakte zwaar onder de indruk van diens gitaarspel toen hij rond de jaarwisseling eind 2002 na een bijzonder slopende tournee een aantal tweewekelijkse shows van een groepje jonge honden in zijn eigen L.A. bijwoonde. Hij voelde er ondanks zijn lichamelijke vermoeidheid plots voorwaar weer dezelfde drang opkomen, die hem aan het begin van zijn carrière tot grootse daden geïnspireerd had. En dus moest en zou er iets gebeuren! En je kan niet zeggen, dat zijn gevoel hem ditmaal in de steek gelaten heeft. “Blame The Vain” behoort immers zondermeer tot zijn beste platen. En het is alleszins ook één van zijn meest gevarieerde tot op heden. Openings- en titelnummer “Blame The Vain” is zo een nog geen klein beetje aan de Burrito Brothers op hun beste momenten herinnerende midtempo countryrocker met knap B3-werk van Skip Edwards en een heerlijk twangend gitaartje signé ’s mans nieuwe sidekick Gattis, “Lucky That Way” en “Just Passin’ Time” zijn dan weer eerder klassiek gestijlde trage schuifelaars met als subtiele bonus een zachtjes met de stem van Yoakam zelf mee snikkende pedal steel, “Does It Show” is een lap authentiek old school verdriet à la Haggard en Jones, “International Heartache” en het door een weirde intro hier een beetje als de vreemde eend in de bijt uit de toon vallende “She’ll Remember” rocken er een aardig eindje op los, “I’ll Pretend” blijkt een stijlvolle shuffle gelardeerd met gelijkmatig verdeelde sporen Cash en Owens, “I Wanna Be Loved” is pure Bakersfield honky-tonk (genre Buck Owens), “When I First Came Here” neigt zowel muzikaal gezien als qua sfeer een weinig over naar zijn eigen versie van Elvis’ “Suspicious Minds” en “The Last Heart In Line”, een knappe, in een weelderig schuimend bad van strijkers ondergedompelde ballade, is opgevat als een eerbetoon aan songsmid Jimmy Webb. En dan hadden we het nog niet over het absolute klapstuk hier. Dat is zonder ook maar de minste twijfel de door vinnige hand claps aangejaagde country meets rockabilly oorwurm “Three Good Reasons”. “I’ll give you three good reasons for leavin,” luidt het daarin, “and number one is that I’ve forgotten number two.” Da’s Dwight Yoakam weer ten voeten uit. Zo kennen we hem weer… Van ons krijg je daarom hier en nu ook één goede reden om er snel vandoor te gaan. Ze heet “Blame The Vain” en ligt sinds kort bij je platenboer. Je moest al weg zijn!

Dwight Yoakam

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

JOSHUA BLACK WILKINS

“Hellbent & Brokenhearted”

(Angryson Records)

(4) J J J J

 

 

Alle goede bedoelingen van onzentwege ten spijt zijn er toch regelmatig nog echte juweeltjes die onder onze – nochtans vrijwel constant actieve – radar dreigen door te vliegen, van die platen die het eigenlijk allesbehalve verdienen om aan je aandacht te ontsnappen. Op zo’n momenten helpt het je een aardig eind vooruit als je kan terugvallen op maats die met evenveel kennis van zaken – misschien wel méér zelfs - en met een even groot hart voor het genre de Americana scene tot in haar diepste uithoeken uitvlooien. Zo werden we onlangs door bevriende radiocollega Ray Pieters geattendeerd op “Hellbent & Brokenhearted” van de ons tot dan toe totaal onbekende Joshua Black Wilkins – nochtans reeds ’s mans derde plaat, kan je nagaan... “Moet je aan! Een echte revelatie!”, zo luidde Rays verdict en zoals zo vaak had hij daarmee overschot van gelijk. Wilkins is immers gezegend met een ongemeen expressieve, een weinig aan Eddie Vedder van Pearl Jam verwante stem, die je ogenblikkelijk van de sokken blaast. De combinatie van deze laatste met Americana, roots rock en singer-songwriter stuff van het eerder duister-sombere soort leidt tot bij momenten echt waanzinnig goede resultaten. De muziek van Wilkins krijgt er iets bepaald bezwerends door mee, waardoor je bij elke beluistering ervan weer wat dieper zijn eigen hoogst persoonlijke universum wordt ingezogen. Laat je net als ons verrassen door innemende tracks als het door merg en been gaande rootsy titelnummer “Hellbent & Brokenhearted”, het Springsteeneske – De akoestische dan wel! - “Tell The Devil”, rustpuntjes als “Counting Shooting Stars” en “You Don’t Want To Be My Gal”, het bluesy rockende “In My Time Of Dying” of de eigenzinnige Whiskeytown-cover “Pawnshop Ain’t No Place For A Wedding Ring”, “Hellbent & Brokenhearted” zou ook voor jou immers wel eens het begin van een muzikale vriendschap voor het leven kunnen blijken. (En al zeker als je houdt van het werk van knapen als een Ben Weaver of een Otis Gibbs!) Wij zijn alvast verkocht.

Joshua Black Wilkins

CD Baby

 

 

THE GREENCARDS

“Weather & Water”

(Dualtone / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Hoe je het ook draait of keert, het blijft een eigenaardig gegeven: het door de verzamelde inheemse vakpers zowat unaniem tot één van de hotste nieuwe akoestische acts van de Amerikaanse roots scene gebombardeerde driemanschap The Greencards bestaat uit… twee Aussies en een verdwaalde Brit. Kym Warner (zang, mandoline, bouzouki), Carol Young (zang, bas) en Eamon McLoughlin (zang, fiddle en andere strijkinstrumenten) deden met hun debuut “Movin’ On” waar zoveel anderen alleen maar kunnen van dromen. Ze verkochten er op eigen houtje zo’n tienduizend exemplaren van en zagen het vervolgens opgepikt worden door het gerespecteerde Dualtone, thuishaven van ondermeer ook Jim Lauderdale, Darden Smith, Wylie & The Wild West, Jeff Black en wijlen June Carter Cash tot aan haar dood. En via dat label is het ook, dat ons nu hun tweede CD “Weather & Water” bereikt. Aan de vooravond van megatournees met good old Bob Dylan en Willie Nelson en later dit jaar ook nog met Kasey Chambers illustreren de drie naar Austin geëmigreerde muzikanten daarop nog eens twaalf nummers lang, waarom ze door kenners indertijd zo snel liefdevol aan de borst werden gedrukt. Koppel virtuoze instrumentbeheersing aan hemelse zang, ongebreidelde spelvreugde en een hoogst originele kijk op een tegen zo’n beetje alle verwachtingen in – zo bleek de jongste jaren uitgebreid - nog lang niet uitgemolken idioom en je snapt het plaatje. In een eigen productie en met achter de knoppen de recentelijk ondermeer voor zijn werk met Alison Krauss, Nickel Creek en Dolly Parton geroemde Gary Paczosa bezorgen The Greencards akoestische rootsmuziek en in het bijzonder old-time en bluegrass een ook voor wat jongere generaties sexy imago. Beurtelings nemen Warner, Young en McLoughlin daarbij de lead vocals voor hun rekening en dat leidt eigenlijk nergens tot noemenswaardig kwaliteitsverlies. Je kan dan ook niet anders dan vaststellen dat dit trio een luxeprobleem kent. Zou – als de ego’s wat groot worden - op termijn wel eens tot problemen kunnen gaan leiden… Maar ach, misschien heiligt men wel gewoon de stelling, dat in dit geval de som het geheel der delen ruimschoots overstijgt en zitten we voor een poosje gebeiteld. Laat het ons hopen, want prachtige eigen songs als het een weinig aan het ingetogen werk van Alison Krauss herinnerende “The Ghost Of Who We Were”, de opgewekte bluegrass instrumentals “Almost Home” en “Marty’s Kitchen”, het majestueuze, op dromerige harmonieën geënte rootspopjuweeltje “Time” en het verhalende, door McLoughlin samen met Rich Brotherton geschreven “The Ballad Of Kitty Brown” en sublieme versies van Jedd Hughes “Weather & Water” en Patty Griffins “What You Are” doen nu alweer reikhalzend uitkijken naar meer.

The Greencards

Dualtone

Bertus

 

 

CHELSEA HOTEL

“Don Quijote”

(Rossinant Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Op een regenachtige avond ergens in 2003 besloten vijf oudgedienden van het Nederlandse muziekgebeuren om samen in zee te gaan. En ze kozen daarbij voor een behoorlijk in het oog springende naam. Het vermaarde Chelsea Hotel in New York verschafte ooit immers onderdak aan coryfeeën als een Janis Joplin, een Bob Dylan, een Leonard Cohen, de Stones en de Beatles. En precies dat kwintet, zo blijkt, is van grote invloed geweest op de muzikale ontwikkeling van Rini Dobbelaar (zang, gitaar), Rob de Weerd (gitaar, zang), Richard Hakkenes (gitaar, zang), Roelf ter Veld (bas, zang) en Paul Schothorst (drums), de vijf bandleden van Chelsea Hotel, die zelf kunnen terugblikken op een verleden in groepen als Tröckener Kecks, de Pretty Things, Trio Bier en Oud West. Niet zomaar een willekeurig gekozen naam dus, dat Chelsea Hotel.

Met “Don Quijote” leveren de vijf meteen een alleraardigst visitekaartje af. Het album puilt uit van de liedjes met een behoorlijk hoog sixties-gehalte badend in zo’n typisch Lage Landen-Americana-sfeertje. “Suite 16” is zo bijvoorbeeld een sterke hang naar de Byrds uitstralende gitaarpop, “Melissa & Ray” een ingetogen Americana story song over de “struggle for life” van zijn twee protagonisten met mooi mandolinewerk van Pedro Rademacher, “Sweet Little Angel” radiovriendelijke rootsy pop met leuke koortjes en de tweeling “Neil Armstrong” en “Train Of Love” ontstond duidelijk met een meer dan gemiddelde affectie voor Dylans songcatalogus. Absoluut prijsbeest van “Don Quijote” is “Cherry Red Car”, een als duet met de werkelijk verrukkelijk zingende Ellen ten Damme gebrachte ballade. Wat meer liedjes van dat kaliber zouden van deze eersteling een echte topper hebben gemaakt.

Chelsea Hotel

Sonic Rendezvous

 

 

THE CRUZEROS

“Scandalosa”

(Cruzaroo Music Corp.)

(4) J J J J

 

 

Een flard onvervalste meezing-Tex-Mex met een zomers schallend trompetje en een al even wuft accordeon (titelnummer “Scandalosa”), een stel rustige Americanadeuntjes (“The Way It Is Around Here” en “This Lucky”), een bluesy niemendalletje (“Stuck With It”), een beheerst rootsrockertje (“Don’t Drink The Water”), een staaltje liefdesverdriet op z’n Springsteens (“Rosalita”), een geslaagd huwelijk tussen Keltische folkinvloeden en de Amerikaanse variant daarvan (“November 11th”), een reïncarnatie van de Sir Douglas Quintet (“The Way You’re Lookin’ At Me” - met dat o zo karakteristieke orgeltje), een poppy country ballad (“Helplessly”), een truck song (“Load Me Up”) en stevige covers van “Cowboy Boots” van The Backsliders (met een gastbijdrage van Dan Baird) en “Wooly Bully” van Sam The Sham & The Pharaohs, aan variatie alvast geen gebrek op de tweede CD van de Canadese Cruzeros. Dat album namen ze deels op in Nashville, TN, deels in hun thuishaven Kelowna, BC. Voor de productie ervan tekende niemand minder dan Joe Hardy (Steve Earle, ZZ Top, The Georgia Satellites en vele anderen). En deze laatste was het ook die naast de eerder al vernoemde Dan Baird (zang, gitaar) ook studiocracks als Greg Morrow (drums), Richard Bennett (gitaar) en Dan Dugmore (pedal steel) voor de kar van Barry Mathers en de zijnen wist te spannen.

Net als “El Niño”, de eersteling van dit drietal, een bijzonder sympathiek schijfje! Zo eentje van het type dat je eerder uit het diepe Zuiden van de States verwacht dan uit Canada. Maar ja, Gods wegen en die van The Cruzeros zijn nu eenmaal ondoorgrondelijk…

The Cruzeros

 

 

TIM O’BRIEN & DARRELL SCOTT

“Real Time”

(Full Light Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Zowel de recente platen van Darrell Scott (het magistrale “Theatre Of The Unheard” en het met Danny Thompson en Kenny Malone ingespeelde “Live In N.C.”) als die van Tim O’Brien (“Traveler”) bleken behoorlijk aan te slaan. Reden genoeg voor Full Light Records om opnieuw uit te pakken met hun al in 2000 opgenomen samenwerking “Real Time”. En terecht ook, want dat was een ronduit fantastische Americana-folk-CD. Dat de twee echte cracks waren op tal van snaarinstrumenten was natuurlijk al geweten, maar hier illustreerden ze het toch nog maar eens uitgebreid opnieuw: gitaar, mandola, mandoline, bouzouki, banjo, speelgoedviool, Hawaïaanse gitaar… je zegt het maar, het was er allemaal à volonté. Voor wie deze plaat om de één of andere onbegrijpelijke reden nog niet zou kennen: het oeuvre van Tony Rice vormt een uitstekend referentiepunt voor dit meesterwerkje.

Hoogtepunten zat! Van een kippenvelverwekkende a capella-uitvoering van Hank Williams zijn “House Of Gold” of het door duellerende banjo’s op sleeptouw genomen “Helen Of Troy, Pennsylvania” tot het door O’Brien met gelijkgestemde geesten Robin en Linda Williams gepende “Five Rooms”, van het op ingetogen wijze over een streepje mandola en mandoline heen geschilderde “Walk Beside Me of de op knappe harmonieën terugvallende Williams-cover “Weary Blues From Waiting” tot lekker spannende versies van de traditionals “Little Sadie” en “Keep Your Lamp Trimmed And Burnin’”, geen spoor van zwakte te bekennen hier. Zoals zowat alles van de heren O’Brien en Scott verdient dus ook “Real Time” het van harte te worden aanbevolen.

Darrell Scott

Sonic Rendezvous

 

 

CHARLIE DORE

“Sleep All Day And Other Stories”

(Black Ink Music / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Folkie Charlie Dore schreef begin jaren tachtig een klein stukje hitgeschiedenis toen ze met “Pilot Of The Airwaves” van haar debuutplaat “Where To Now” de aandacht van heel wat radiojongens op zich wist te vestigen. Aan dat vrij onverwachte succes zou ze echter nooit echt kunnen aanknopen. En dus kwam de kaars van haar carrière op termijn een poosje op een laag pitje te branden. Een laatste teken van leven, haar derde album “Things Change”, dateert zo bijvoorbeeld alweer van 1996. Dat betekent overigens wel niet, dat Dore al die tijd op haar lauweren heeft liggen rusten. Haar fijngevoelige liedjes vonden gretig afname bij hitkanonnen als Tina Turner, Celine Dion, Lisa Stansfield, Jimmy Nail en Sheena Easton. Op die manier bleef haar tenminste een inkomen gegarandeerd.

Maar nu is er dus “Sleep All Day And Other Stories”, waarover ze zelf zegt: "If I had to place it within a genre, I suppose I'd have to say it's alternative country-folk, but with Americana as a cousin." Of nog: "I really like the simple, straightforward country thing, but I can't deny that I'm a total Beatles child too, having grown up with them and loving them still today." Het merendeel van de liedjes van de plaat bevindt zich dan ook op het kruispunt van laat ons zeggen de folkbenadering van iemand als Joni Mitchell, de melodieuze pop van de Beatles – met name McCartney’s liedjes dan – en bezadigde Americana. Zelf tekent Dore daarbij naast voor de zang en het merendeel van de liedjes(teksten) ook voor gitaar, harmonium en autoharp. Co-writer Julian Littman (een veelheid aan instrumenten waaronder tal van gitaren, mandoline, piano, Turkse drum, Tabla en percussie), Graham Henderson (piano en dobro), Ivo Van Der Werff, Steve Simpson en Tim Herniman(violen), Guy Barker (trompet) en Danny Thompson (double bass) doen de rest. Het resultaat van hun samenwerking bestaat uit tien (voornamelijk) breekbare luisterliedjes die wij eerder aan de fans van pakweg een Joni Mitchell of een Suzanne Vega zouden durven aanbevelen dan aan de liefhebbers van een goede beurt Americana, al zullen deze laatsten aan songs als het op een nerveus tikkende mandoline geënte “Maximum Bob” vast ook wel het nodige plezier beleven.

Charlie Dore

Sonic Rendezvous

 

 

THE HARMONY TWO TONES

“The Harmony Two Tones”

(Cool Buzz / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Als je het voor mekaar krijgt om zonder noemenswaardig plaatwerk als breekijzer om je doorbraak te forceren toch te worden uitgenodigd voor gerespecteerde festivals als het Belgium Rhythm & Blues Festival in Peer, Moulin Blues in Ospel en het Europa Blues Festival in het Franse Nantes dan moet je wel uit het goede hout gesneden zijn. Het zes man sterke Belgisch-Nederlandse gezelschap The Harmony Two Tones geniet dan ook een uitstekende live-reputatie. Renaud Lesire (zang en mondharmonica), Ernesto Zvar (zang en gitaar), Maurice Coumans (gitaar), Jan Boekaerts (sax), Donné la Fontaine (contrabas) en Frank Coumans (drums) overtuigen op hun plaatdebuut met een zeer eclectische benadering van tal van blues- en rootsgenres. Hun mix van elementen uit zowel blues, jazz, gospel als swing leidt tot een niet zo alledaagse plaat waarop sfeer vrijwel voortdurend het sleutelwoord blijkt. Van een door merg en been gaande Waitsiaanse late night ballad à la “How Does It Feel” tot het Frans-Engelse dronkemanswalsplezier van “Suzanne”, van het nerveuze door de mondharmonica van Lesire en de sax van Boekaerts aangejaagde bluesje “Unlucky So ‘N’ So” tot de big band style swing van “I’ll Be Seeing You”, van de ogenschijnlijk vanuit het duisterste hoekje van een half verlaten nachtclub tegen sluitingstijd opgeviste (jazzy) instrumentale hartenbreker “Sincerely Blue” tot de politiek getinte meezinger “Why Are You Afraid”, de eersteling van The Harmony Two Tones staat vol met eigen liedjes die het hart van elke rechtgeaarde rootsmuziekliefhebber geregeld een eerder ongezond ritme zullen opleggen. En als toemaatje eren de heren op passende wijze ook nog hun gemeenschappelijke inspirator Percy Mayfield door met een heerlijk slepende versie van diens “I Need Love So Bad” uit te imponeren. Wij zijn behoorlijk onder de indruk!

The Harmony Two Tones

Sonic Rendezvous

 

 

THE ANACONDAS

“Snakin’ All Over”

(Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“A surf style band with a rock & roll heart” is de erg rake eigen typering van het vier man sterke en uit Amsterdam afkomstige gezelschap The Anacondas. Johnny Torpedo (ex-The Killers / gitaren), Messerschmitt Marzl (drums), Jacky Stuka (bas en gitaar) en Pete Python (keyboards, geluidjes) illustreren op “Snakin’ All Over” ten tweeden male waarom ze zo graag geziene gasten zijn op Europese en Amerikaanse podia waar men een energieke pot surfgeweld wel weet te appreciëren. Aanstekelijke eigen nummers als het zich wellustig in een poel van mysterieus verderf rondwentelende “The Red Baron On Patrol Again”, het met een snuif sirtaki gekruide “Inspector Souvlaki”, de - zoals de titels ervan dat al doen vermoeden - in zo’n typisch woestijnsfeertje badende tweeling “Kalahari” en “Tucson” (Desert surf???), het Oosters georiënteerde “The Girl From Da Bang Cheng” en het gevoelige, aan de gelijknamige voetballer opgedragen “Vasovic” worden op dat album afgewisseld met geslaagde covers van liedjes als “King Of The Surf” van The Trashmen, “Il Padrino” van Ennio Morricone, “The Mysterion” van The Astronauts en “Moonprobe” van The Bomboras. Ons oordeel: wild, fris, opwindend en bovenal extreem verslavend!

The Anacondas

Sonic Rendezvous

 

 

HARRISON KENNEDY

“Voice + Story”

(Black & Tan Records)

(3,5) J J J J

 

 

Harrison Kennedy (ex-The Chairmen Of The Board) maakte het ons door zijn jongste CD als titel “Voice + Story” mee te geven wel erg gemakkelijk. Op dat in het vakbekwame Nederlandse gezelschap van Erik Spanjers (productie), Nico Heilijgers (productie, bas en percussie), Roel Spanjers (accordeon en Hammond) en Jan Mittendorp (gitaar) in Studio Cortez in Utrecht opgenomen nieuwe album van de gedreven bluesman draait immers in grote lijnen alles daadwerkelijk om die twee elementen. Kennedy is niet alleen een geboren verteller, hij beschikt ook over een ongemeen soulvolle strot, waarmee hij zowat elk genre aankan. Op “Voice + Story” slalomt hij zo gezwind heen en weer tussen funk, R&B en zydeco (het met een funky accordeonbijdrage en een streepje kazoo gezegende “Bad Attitude”), soul (“One Track Mind” en het Redding-eske “There Ain’t No Words”), rock (“Going Down”), folk (“Bad Luck And Trouble”), roots (“Bob Lo Island”, “Recipe For Loving”), gospel (“It’s Hard”, “Make A Difference” en het a capella gebrachte “Let Her Talk”) en de blues in tal van varianten (“What A Way To Go”, “40 Acres And A Mule”, “Too Far To Fall”, “Hummin’ Blues”). En precies die variatie is het, die van dit schijfje een echte groeiplaat maakt. Zo eentje van het type, die beetje bij beetje, laagje per laagje haar geheimen prijsgeeft. Voor de liefhebbers van soulvolle blues performances is dit dan ook een regelrechte aanrader.

Harrison Kennedy

Black & Tan Records

 

 

CHRIS HILLMAN

“The Other Side”

(Sovereign Artists / Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Een oude held doet weer eens van zich spreken. En hoe! Chris Hillman, bekend omwille van zijn bijdragen aan ondermeer de Byrds, de Flying Burrito Brothers, Manassas, Souther-Hillman-Furay en de Desert Rose Band, levert met het door zijn maatje Herb Pedersen geproduceerde “The Other Side” een erg mooi Americana-album af, waarop elementen uit rock, folk, alt. country en bluegrass fraai met elkaar worden verzoend. De man mocht dan ook rekenen op heel wat “gediplomeerde” helpende handen. Pedersen nam naast het werk achter de knoppen ook het merendeel van de harmony vocals en tal van gitaar- en banjopartijen voor zijn rekening, Larry Park stond in voor het leadgitaarwerk, Gabe Witcher, Sally Van Meter en Skip Edwards deden hun best op respectievelijk fiddle, dobro en accordeon, Bill Bryson bespeelde de bas en good old Jennifer Warnes tekende voor de tweede stem in “The Water Is Wide”. Zelf hield Hillman het bij zang, mandoline en gitaar.

Ondanks een lichte bluegrass-/Americana-ondertoon is “The Other Side” eigenlijk gewoon een lekker gevarieerd geheel geworden: ‘s mans rockverleden wordt zo bijvoorbeeld nog even aangekaart met een aparte rootsy cover van de Byrds-hit “Eight Miles High” en het samen met Stephen Stills gepende “It Doesn’t Matter”, bluegrass krijgt duidelijk de bovenhand in een sprankelende remake van “True Love” en titelnummer “The Other Side”, “Drifting” leeft van een country vibe en het door Van Meter fraai ingekleurde “Heaven Is My Home” twijfelt openlijk tussen folk en Americana. Echt wereldschokkend kan je wat Hillman en co hier brengen eigenlijk nergens noemen, maar anderzijds klinkt het allemaal zo authentiek en af, dat het je toch bijzonder moeilijk zal vallen om ook maar één Americana-liefhebber te vinden die zich hierdoor bekocht zal voelen. Laten we het dus maar gewoon houden op ouderwets lekker.

Chris Hillman

Cooking Vinyl

Bertus

 

 

THE ERIC STECKEL BAND

“High Action”

(Me & My Records / Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Erick Steckel is zowat de Vincent Kompany van de actuele blues scene. Net als de getalenteerde Anderlecht-verdediger weet ook de jonge Steckel zich vrijwel voortdurend verzekerd van de nodige media-aandacht. En net zoals dat voor de grote hoop van het Belgische voetbal het geval is worden ook zijn verrichtingen met argusogen gevolgd door “de grote clubs”, in casu de grote platenmaatschappijen. En da’s maar normaal ook, want als je hoort wat dit baasje uit Allentown, Pennsylvania op de gezegende leeftijd van veertien jaar reeds uit de vingers weet te schudden, dan kan je hem nauwelijks anders dan een hele grote toekomst toedichten. Op “High Action”, zijn tweede CD (Zijn debuut, het live opgenomen “A Few Degrees Warmer” verscheen reeds op zijn elfde, amper twee jaar nadat hij voor het eerst een Fender Stratocaster omgordde!), etaleert hij in het gezelschap van een geoliede ritmesectie bestaande uit Wayne Smith (drums, Hammond) en Nick Franclik (bas) een vaardigheid die je meteen aan grote kanonnen als een Stevie Ray Vaughan, een Freddy King of een Jimi Hendrix doet denken. Bepaald geen klein bier dus. Eigenlijk verraadt enkel de stem dat we hier met een tiener te doen hebben. En dat lijkt de youngster zelf als geen ander te beseffen, want zowat de helft van “High Action” is gevuld met op vlammende licks drijvende instrumentale bijdragen. Eén van de absolute prijsbeesten daarvan is het van een subtiele Latin touch voorziene (en door de knaap zelf gepende) “Espirita”.

Laat deze Steckel wat ons betreft dus maar vlug de baard in de keel krijgen. Als zijn stem zich op even spectaculaire wijze ontwikkelt als zijn gitaarspel dan staan er ons nog mooie tijden te wachten.

The Eric Steckel Band

Rounder Europe

Munich Records

 

 

ANA POPOVIC

“Ana! Live In Amsterdam”

(Ruf Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

“Ana! Live In Amsterdam” is een sfeervolle registratie van de thuiswedstrijd die de uit Belgrado afkomstige, maar sinds jaar en dag in Nederland residerende schone luisterend naar de naam Ana Popovic op 30 januari van dit jaar speelde in de Melkweg. Al snel wordt daarop duidelijk dat deze vingervlugge beauty geen spek is naar de bek van bluespuristen. Popovic is er immers niet de artieste naar om platgetreden paden te bewandelen. Met vaste hand kruidt ze haar bluespotje beurtelings met elementen uit respectievelijk jazz, soul, funk en rock. Het resultaat is een zeer gevarieerd album waarop La Popovic zich beurtelings profileert als jonge gitaargodin (het wervelende “Sittin’ On Top Of The World”), als souldiva in wording (“Love Me Again” en “Night By Night”), als funkbeest (het sensuele“Comfort To The Soul”) en als gevoelige ziel (het ingetogen eerbetoon aan haar gitaarhelden Stevie Ray Vaughan en Ronnie Earl). Ook als DVD verkrijgbaar.

Ana Popovic

Ruf Records

Munich Records

 

 

CAITLIN CARY & THAD COCKRELL

“Begonias”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Caitlin Cary en Thad “Put The Hurt Back In Country” Cockrell hebben voor hun eerste voldragen samenwerking maar bitter weinig aan het toeval overgelaten: met Brad Jones (Josh Rouse, Tim Easton, Steve Forbert en vele, vele anderen) belandde de juist man achter de knoppen, met Skillet Gilmore (Whiskeytown / drums), Jen Gunderman (Jayhawks / piano), Pete Finney (pedal steel en elektrische gitaren), Pat Buchanan (elektrische en akoestische gitaren), Aaron Oliva (elektrische en akoestische bas), Logan Matheny (drums, Moog, elektrische en akoestische gitaren, vibes), Will Kimbrough (elektrische, akoestische en baritongitaren) en Audley Freed (elektrische gitaar) de juiste begeleiders aan de andere kant van het studioglas. Cary (viool, zang), Cockrell (akoestische gitaar) en Jones (orgel, harmonium, elektrische en akoestische gitaren, gastvocalen) tekenen zodoende samen voor een plaat die naadloos aansluit bij zowat alles wat onder het klassieke countryduetten-erfgoed valt. “Begonias” bestaat voor ruim drie vierden uit eigen, vooral thematisch gezien zwaar aan het werk van legendarische koppels als George Jones & Tammy Wynette, Dolly Parton & Porter Wagoner, Conway Twitty & Loretta Lynn, Buck Owens & Rose Maddox en natuurlijk ook Gram Parsons & Emmylou Harris schatplichtige liedjes. Opvallend is daarbij vooral ook, dat deze samenwerking tussen twee van de vaandeldragers van de zeer levendige alt. country scene van North Carolina geregeld aan Whiskeytown doet denken. Veel meer nog dan op zijn soloplaten “Stack Of Dreams” en “Warmth & Beauty” komt Cockrell hier stemgewijs immers regelmatig gevaarlijk dicht in de buurt van de jonge Ryan Adams. Het van hartzeer overlopende “Whatever You Want” klinkt daardoor als iets wat de Bryant-broers voor de Everly Brothers geschreven zouden hebben mochten ze vijftig jaar later op de wereld zijn gezet, het delicaat voorbij schuifelende “Please Break My Heart” is een sleper van het type waarvoor één enkele tegel doorgaans ruimschoots volstaat, “Don’t Make It Better” knipoogt al honky-tonkend tersluiks naar Buck Owens, “Warm & Tender Love” wordt omgetoverd tot pure country soul, “Party Time” maakt op vrij traditionele wijze zijn titel helemaal waar, “Conversations About A Friend (Who’s In Love With Catie)” is een over een zacht jammerende steel gedrapeerde beauty vol smart van het genre waarop ook Cary’s ex-baas een patent lijkt te hebben, “Waiting On June”, één van de weinige covers hier, zet aan tot zalig zomers gemijmer, het met heerlijk snarenwerk en een dito orgeltje versierde “Two Different Things” is de (country)radiovriendelijkheid zelve, “Big House” biedt tegen een achtergrond van met zeer veel eerbied voor de vocale prestatie van de frontlui gehanteerde instrumenten heerlijk harmonieerwerk en het volop naar de country van de seventies geurende “Something Less Than Something More” - beetje Croce, beetje Nelson, beetje Nilsson, beetje Goodman - zou het in een rechtvaardiger wereld onmiddellijk tot megaseller schoppen. Noem “Begonias” dus gerust maar één van dé alt.countryplaten van het ogenblik.

Caitlin Cary

Thad Cockrell

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

VARIOUS ARTISTS

“A Tribute To Billy Joe Shaver – Live”

(Compadre Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Het leven van Billy Joe Shaver was de jongste jaren één grote aaneenschakeling van tegenslagen. Vooral het vroegtijdige verlies van zijn getalenteerde zoon Eddy trok diepe voren doorheen de zo al getormenteerde geest van de countrylegende. Het is immers de schrik van zowat iedere ouder om een eigen kind te moeten overleven. Maar zoals het een grote past, vocht Shaver terug. Op muzikaal vlak beleeft hij momenteel daardoor zowat een tweede jeugd. Vooral in Americana-kringen wordt de man dezer dagen echt op handen gedragen. Niet kwaad voor een kwieke vijfenzestiger toch? Die vijfenzestigste verjaardag vormde op 16 augustus van vorig jaar trouwens de aanleiding tot een groot feest in het Paramount Theatre in Austin, Texas. Daar passeerde die avond een karrenvracht aan vrienden en collega’s van de oude Shaver de revue om hem op passende wijze te eren door één van zijn liedjes of door hem geïnspireerd materiaal te brengen. En een aandenken aan die voor alle betrokkenen memorabele avond verscheen nu ook op CD. Een gedeelte van het op die manier ingezamelde geld zal ter beschikking worden gesteld van het M.D. Anderson Cancer Center.

De crême de la crême van de actuele Texaanse singer-songwritergilde gaf acte de présence. Jimmie Dale Gilmore trad voor de gelegenheid aan met zijn zoon Colin voor een ingetogen uitvoering van “Hearts-A-Bustin’”, Robert Earl Keen bracht op de van hem bekende manier “Bottom Dollar”, Guy Clark eigende zich “Randall Knife” toe, schoon koppel Bruce Robison en Kelly Willis harmonieerde erop los in “Ride Me Down Easy”, Todd Snider klonk bijna verlegen in zijn eigen “Waco Moon”, Joe Ely hield het met “Honky Tonk Masquerade” ook al bij iets uit de eigen koker, Dale Watson honky-tonkte als vanouds een aardig eindje weg in “You Asked Me To”, youngsters Jack Ingram, Cory Morrow en Rodney Hayden baanden zich een weg doorheen respectievelijk “Ava Adelle”, “Live Forever” en “Black Rose” en The Geezinslaws countryrockten bedaard doorheen “Bad Rock And Roll”. Shaver was uiteraard ook zelf van de partij en deed met het swingende “Georgia On A Fast Train” (met Diamondback Texas), het a capella gebrachte “You Wouldn’t Know Love”, het recente “Try And Try Again” en zijn eigen klassieker “Tramp On Your Street” een royale duit in het zakje.

Mooi zijn ook de door de meeste betrokkenen opgediste verhaaltjes (over hun vriendschap met de jarige) die van dit eerbetoon één groot samenhangend geheel maken. En als bonus is er bovendien ook nog een videoclip van Todd Sniders “Waco Moon”. “A Tribute To Billy Joe Shaver – Live” is dan ook een regelrechte aanrader voor al wie houdt van singing & songwriting op zijn Texaans.

Billy Joe Shaver

Compadre Records

Sonic Rendezvous

 

 

MARIA MCKEE

“Peddlin’ Dreams”

(Viewfinder / Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

“Maria, Maria, Ik Hou Van Jou!”, schreeuwde Raymond Van Het Groenewoud het jaren geleden al van de daken en wat betreft deze Maria kunnen we hem daarin eigenlijk alleen maar bijtreden. Toen McKee in de vroege jaren tachtig met aardig naar het werk van Tom Petty refererende lappen roots- en countryrock als “Wicked Ways” en “Sweet, Sweet Baby (I’m Falling)” en iets meer popgeoriënteerd materiaal als “I Found Love” en “Shelter” voor het eerst van zich deed spreken als de bevallige frontvrouwe van Lone Justice gingen de harten van heel wat mannelijke muziekliefhebbers meteen een fors aantal slagen per minuut meer produceren. Wat een vrouw, wat een stem, wat een talent! Jammer genoeg bleef de door zowat iedereen verwachte doorbraak op echt grote schaal echter uit. Die zou er pas veel later komen met het thema van de film “Days Of Thunder”, de zeemzoete ballade “Show Me Heaven”. En dus kennen de meesten McKee vooral van dat ene, niet erg voor haar oeuvre representatieve liedje. Niet echter de échte fans, die weten wel beter, die herinneren zich met veel plezier kanjers van soloalbums als “Maria McKee”, “You Gotta Sin To Get Saved” en “Life Is Sweet” of haar recente comebackplaat “High Dive”.

En nu is er dus “Peddlin’ Dreams”, de naar McKee-normen verschrikkelijk snel verschenen opvolger van dat laatste album. (De concertregistratie “Live In Hamburg” van vorig jaar gemakshalve even buiten beschouwing gelaten!) “In the past I haven’t been the most prolific artist,” zegt ze daarover zelf. “It’s taken me as much as six years to go from one album to the next. I’ve had to sit with my songs and ideas a long time until I’ve felt satisfied with them. I want to make better use of my talent now. If I’m honest with my songs, I can put albums out more frequently; that’s become important to me because of how incredible my fans have been and how important it is for me to connect with them as often as I can.” Klinkt goed, zeker als we daarbij afgaan op de kwaliteit van “Peddlin’ Dreams”. Dat is een heel directe plaat geworden, met (veelal) behoorlijk ingetogen liedjes, die aan McKee toelaten om naar goede gewoonte alle vocale registers open te trekken. In een productie van haar bassist / co-writer / echtgenoot Jim Akin bereikt ze regelmatig weer het torenhoge niveau waardoor we haar ooit zo vurig gingen aanbidden. Van het als een sierlijke vlinder over rinkelende gitaartjes rondfladderende rootspopdeuntje “The Horse Life” over het introspectieve “Appalachian Boy” tot een doorleefde cover van Neil Youngs “Barstool Blues”, van het zwaar naar de sixties lonkende (en hier – hoe mooi het ook is - eigenlijk een weinig uit de toon vallende), van Nancy Wilson geleende liefdesliedje “(You Don’t Know) How Glad I Am” over een onder feedback kreunende rocker als “Sullen Soul” tot door merg en been gaande (twangbeladen) ballades als “Turn Away” en het titelnummer, “Peddlin’ Dreams” ademt zowat elke seconde één en dezelfde gedachte uit, met name deze dat McKee eindelijk weer helemaal terug onder de mensen is. En daar zijn we blij om, zeer blij zelfs…

Maria McKee

Cooking Vinyl

Bertus

 

 

ONGENODE GASTE

“Zónder Gêne” (CD Single)

(Inbetweens Records)

(3,5) J J J J

 

 

“Zónder Gêne” is de eerste single van het voortreffelijke album “Veur Dees Nach” van het Nederlands-Limburgse dialectrootsrockgezelschap Ongenode Gaste. Dat schijfje verdankt zijn meerwaarde vooral aan de drie nummers die aan dat al van de tweede CD van de groep bekende liedje werden toegevoegd. Het eerste van het trio is de “Veur Dees Nach”-outtake “Vlam”, een ingetogen rockertje met fraai gitaar- en orgelwerk van genode gasten BJ Baartmans, Dicky Fransen (Alquin) en Mike Roelofs. De andere twee zijn live voor het L.O.S.-radioprogramma Popkrakers van Jo Smeets en Giel Scholtes ingeblikte akoestische versies van “Donderlóch” en “Ik Wil Dich”, waarin zanger Peter Beeker slechts gewapend met de eigen gitaar meer dan ooit aanspraak maakt op de titel van Nederlands(talig)e Ryan Adams. “Zónder Gêne” is dan ook niet enkel voor Gaste-fans een waardevolle aanvulling van de collectie.

Ongenode Gaste

Inbetweens Records

 

 

THE SEATSNIFFERS

“Re-Issued 2 – Jubilee!”

(Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Die van onze nationale rootsrocktrots The Seatsniffers vieren dit jaar het feit dat de groep zo’n tien jaar geleden boven de doopvont werd gehouden en als het van hun huidige werkgever Sonic Rendezvous afhangt, zullen we dat geweten hebben ook. Enkele maanden geleden verscheen daar al “Re-Issued 1”, een zogeheten two-fer met daarop de albums “The Seatsniffers” en “All Of This”, en nu is er deel twee in de poging om het volledige repertoire van deze rockende godenzonen weer wat toegankelijker te maken. Het de toepasselijke ondertitel “Jubilee!” dragende “Re-Issued 2” bevat klassiek, eerder zeldzaam en zelfs nieuw Sniffers-materiaal. Om te beginnen is er de in 1998 enkel op 10” vinyl verschenen covers-collectie “Arabian Love Call” met ondermeer het over een onweerstaanbare ska-R&B-beat gebrachte titelnummer, de stomende (Crampsy) rock & roll van “Whistle Bait” en een door de als vanouds pompende sax van Roel Jacobs aangejaagde versie van de Fats Domino-hit “I’m Ready”. Vervolgens is het tijd voor een rondje gospel Seatsniffers style. De goede verstaander heeft daarmee natuurlijk al lang begrepen, dat ook de integrale, in 2000 verschenen mini “Born Again” met Broes en co in vromen doen hier kan worden teruggevonden. Van de Louvin-Brothers-voorzien-van-een-kloek-stel-ballen-versie van “There’s A Higher Power” over het naar Sniffers-normen eerder ingetogen “Jubilee” tot een vurige benadering van Tony Joe White’s “Backwoods Preacher Man” of een over een strakke countrybeat voortdenderend “River Of Jordan”, zo wordt religie in één klap een stuk makkelijker verteerbaar… Verder krijgen we ook nog het oorspronkelijk enkel op een “Pili-Pili”-compilatie uit 1998 verschenen “Alone Again” aangeboden, het in datzelfde jaar als single uitgebrachte “Give Your Love To Me”, het B-kantje van de single “Assembly Line”, te weten “I Got Hit”, en als kers op de taart ook nog het gloednieuwe (en een aardig eindje wegtwangende) countryrockertje “I Won’t Call”. Nog niet genoeg? Dan is er nog “The Official Seatsniffers Lo-Fi Bonus DVD”, een gratis aan het geheel toegevoegd visueel extraatje met beelden van drie live gebrachte liedjes, wat interviews en een beknopte groepsgeschiedenis. Snel kopen die handel en vervolgens samen met ons gedwee wachten op deel drie, waarop met “Shakedown” het laatste moeilijk verkrijgbare album van de vier zijn plaatsje verdient, zo luidt het voor één keer bindende advies hier.

The Seatsniffers

Sonic Rendezvous

 

 

MICHAEL SHELLEY

“Goodbye Cheater”

(Confidential Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

“Goodbye Cheater” is na zijn in 1996 verschenen debuut “Half Empty”, de uit 1998 stammende opvolger daarvan “Too Many Movies” en “I Blame You” uit 2001 het vierde solo-album van de uit New York afkomstige singer-songwriter Michael Shelley. Die demonstreert op die plaat in het gezelschap van een harde muzikantenkern bestaande uit Jon Graboff (Amy Rigby, Laura Cantrell), drummer Steve Goulding (Graham Parker, Mekons) en bassist John Lee (Mercybuckets) herhaaldelijk het perfecte liedje in de vingers te hebben. Het ene moment vindt hij de mosterd op zijn zoektocht naar het geschikte materiaal bij verwante eigentijdse singer-songwriters als een Freedy Johnston, een Marshall Crenshaw of een Aimee Mann, het andere staan country-artiesten als een Steve Earle en een Robbie Fulks model. En met name deze laatste lijkt een grote invloed te zijn geweest. Dat blijkt ondermeer uit liedjes als het ongegeneerd naar het Nashville van de vroege jaren zestig lonkende “A Little Bit Blue”, de grootstads-honky-tonk van “Hurry On Up And Fall In Love”, de twangy ballad “I’ve Been Trying”, een duet met de onvolprezen Laura Cantrell, en het van een country-gospel-randje voorziene “Where Did I Go Wrong”. Voor het eerst waagt Shelley zich op “Goodbye Cheater” ook aan enkele covers. Van George Jones en Roger Miller leende hij het zomers dartele “That’s The Way I Feel” en van de uit Buddy Holly’s entourage bekende Sonny Curtis het hem werkelijk op het lijf geschreven poppy countrydeuntje “I Wanna Go Bummin’ Around”. Dat soort van liedjes maakt van “Goodbye Cheater” ondanks het royale aantal liefdesperikelen dat erop aangekaart wordt een bijzonder vrolijk overkomende plaat, die bij elke liefhebber van vrijblijvende pop- en countrydeunen (genre Nick Lowe) spontaan een glimlach om de mondhoeken zal toveren. Laat die zomer dus nu eindelijk maar eens definitief beginnen…

Michael Shelley

Confidential Recordings

CD Baby

 

 

BIANCA DELEON

“The Long Slow Decline Of Carmelita”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Maar bitter weinigen is het gegeven om de essentie van de smeltkroes van culturen die het Zuidwesten van Texas toch wel is zo mooi te vatten en te vereeuwigen als Bianca DeLeon. Met de albums “Outlaws & Lovers” en “Live: From Hell To Helsinki” eiste ze zodoende reeds een plaatsje op langs notoire spitsbroeders als een Willie Nelson, een Tom Russell en een Townes Van Zandt. En haar nieuwe CD “The Long Slow Decline Of Carmelita” zal die goede naam alleen nog maar verstevigen. Zowel muzikaal als tekstueel gezien waan je je daarop vrijwel voortdurend in het diepste Zuiden van de States. De gedachte aan occasioneel in het straatbeeld opduikende aftandse sombrero’s en dito poncho’s, aan geurige burrito’s en het sluipende gif luisterend naar de naam tequila, aan stofferige wegen en spannende, in een zweem van mysterie gehulde avonturen dringt zich bij het beluisteren ervan onwillekeurig aan je op. Durf je te laten verleiden door klasse liedjes als titelnummer “The Long Slow Decline Of Carmelita” (met godenzoon Flaco Jimenez op accordeon), het deels in het Engels, deels in het Spaans gebrachte tweetal “Muy Cerca De Mi” en “Guitarra Mia” of het sfeervol verhalende “Don’t Drink The Water Pancho” en je zal net als ons wellicht ook nooit meer zonder haar willen! Storytelling the Texas way op z’n best!

Bianca DeLeon

 

 

DAVID MASSEY

“Blissful State Of Blue”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Je houdt van rootsy singer-songwriters als een Steve Forbert, een John Prine, een Al Stewart of een Todd Snider? Dan kunnen we er met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid van uitgaan, dat je ook David Massey een warm hart zal toedragen. Diens “Blissful State Of Blue” is immers een echt groeibriljantje. De man nam het album dan ook op met een klein legertje aan klassemuzikanten uit Washington en omstreken: Dudley Connell en Mike Auldridge (van The Seldom Scene), Robbie Magruder (drumde jarenlang voor Mary-Chapin Carpenter), banjovirtuoos Stephen Wade, multi-instrumentalist Zan McLeod (bekend van zijn werk voor ondermeer Paul Winter, Jim Lauderdale, David Wilcox en Mike Cross), accordeonist Bill McComiskey, Bill Kirchen and Too Much Fun-drummer Jack O'Dell, Jim Robeson (The Cathy Ponton King band), Bill Starks (The Cathy Ponton King Band, Ruthie and the Wranglers), bluegrasszangeres Sally Love en Emily en Susan Hsu van indie pop/jam band Exit Clov.

Met een aangename zachte stem schildert Massey dertien songs lang zijn intrigerende verhalen tegen een achtergrond van banjogetokkel, sfeervolle accordeon- en dobroklanken, gestreelde akoestische gitaren en mandolines, een occasioneel opduikende fiddle of cello en her en der ook een sax, een piano of een Hammond B3. Het resultaat is werkelijk superieure rootsmuziek, waarin op subtiele wijze beurtelings naar pop, Americana en bluegrass wordt gelonkt. Je mag deze “Blissful State Of Blue” wat ons betreft dan ook gerust een plaat om te koesteren noemen!

(Luistertips: het volop van het dobrowerk van Mike Auldridge profiterende “Nowhere Close To Home” en het zomerse titelnummer “Blissful State Of Blue”.)

David Massey

CD Baby

 

 

CAMILLE TE NAHU & STUIE FRENCH

“Not Without You”

(Swingin’ Door Productions)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wij hebben het er hier wel eens eerder over gehad, dat we zwaar gecharmeerd zijn door de vocale capaciteiten van de uit Nieuw-Zeeland afkomstige schone met de exotische naam Camille Te Nahu. Die Te Nahu verwierf vooral naambekendheid door haar werk in de achtergrondkoortjes bij Kasey Chambers en door haar bijdragen aan de beste Western swing band Down Under, de Feral Swing Katz. Met haar maatje in dat gezelschap, gitarist-producer Stuart “Stuie” French, leverde ze zopas opnieuw een dot van een album af. “Not Without You” is een aangenaam gevarieerd geheel waarop op subtiele wijze de grenzen van country en Americana worden afgetast. Randy Van Warmers grappige “Wives Don’t Like Old Girlfriends” is zo bijvoorbeeld jazzy Western swing, het door Waylon Jennings en Jesse Coulter gepende “Storms Never Last” een oorstrelend mooie country ballad, Eliza Gilkysons “Walk Away From Love” een met een deken van warm rinkelende gitaren toegedekt rootspopjuweeltje en “Without You” en Audrey Auld Mezera’s “Love You Like The Earth” laten zich misschien nog het best omschrijven als ingetogen Americana op z’n Down Unders. “Ode To Ray And Chet” is dan weer een vingervlugge instrumentale tip of the hat van French aan zijn helden Chet Atkins en Roy Nichols, “Maori Woman” en het rustige “Blue Smoke” verraden zonder enige gêne de roots van Te Nahu, het duet “There’ll Be Some Changes Made” swingt als de pest, “Where Does A Little Tear Come From” is een folkie deuntje vol van liefdesverdriet opgehangen aan een exotisch gitaartje, Mark Erelli’s “My Love” opnieuw een hartverscheurend mooie ballade, waarin Te Nahu de sterren vrijwel letterlijk van de hemel zingt, “Chain Me” – Remember Danni Leigh, anyone? – bruisende high speed honky-tonk en “Since You Walked Out The Door” gewoon een lekker jazzy niemendalletje.

Dit verdient als je ’t ons vraagt als geheel zeker zoveel aandacht als de platen van een Kasey Chambers of een Audrey Auld Mezera! Die stem van Te Nahu is immers gewoon verbluffend en het gitaarwerk van French is al evenzeer om van te smullen.

Camille Te Nahu

 

 

ROBERT CRAY BAND

“Twenty”

(Sanctuary / BMG)

(3) J J J

 

 

Ooit werd hij ten onrechte versleten als de gedoodverfde kandidaat om de door het schielijke overlijden Stevie Ray Vaughan vacant geworden post van koning van de actuele blues scene te kunnen innemen. En dat terwijl de twee eigenlijk maar bitter weinig met elkaar gemeen hadden. De vergelijking tussen de rauwe, vaak vingervlugge gitaarescapades van bluesrocker Vaughan en de verfijnde, een stuk gladdere soulvolle benadering van het genre door Cray liep eigenlijk volledig mank. Maar Cray leek nu eenmaal voorbestemd om net als Vaughan een serieuze bijdrage te kunnen leveren tot de popularisering van de blues, vandaar dus. En dat zou hij ook doen ook. Met nummers als “Right Next Door (Because Of Me)”, “Smoking Gun”, “Don’t Be Afraid Of The Dark” en “634 5789” (met Tina Turner) haalde hij tussen 1987 en 1989 herhaaldelijk de hitlijsten en zijn CD’s “Strong Persuader” en “Don’t Be Afraid Of The Dark” stootten zelf door tot de allerhoogste regionen daarvan. Om maar te zeggen… Daarna ging het allemaal een weinig bergaf met de carrière van de man. Met enige regelmaat pakte hij nog wel uit met nieuw plaatwerk, maar de echt grote successen bleven voortaan uit. Niet dat zijn werk plots zoveel slechter was, verre van zelfs, maar om het met een in tenniskringen nogal eens gebezigde term te omschrijven het momentum was gewoon voorbij.

Cray bleef echter gewoon volharden in de boosheid. En ook op zijn inmiddels veertiende album - met de toch wel enigszins verwarrende titel - “Twenty” blijft hij de eigen huisstijl in grote lijnen trouw. Dat betekent dat de hoofdmoot van het gebodene ook nu weer bestaat uit soulvolle Memphis R&B met als voornaamste troefkaarten zijn eigen zijdezachte blues croon en z’n als vanouds bijzonder subtiele gitaartoets. Afwijken van de beproefde formule doet hij eigenlijk alleen in het een zekere hang naar jazz vertonende “My Last Regret”, het op een reggae-esk ritme voortkabbelende “Poor Johnny” en in de behoorlijk emotionele anti-oorlogsballade “Twenty”. ‘s Mans fans zullen zich hier weer graag aan laven, maar dat hij er ook daadwerkelijk nieuwe zieltjes zal mee winnen, valt ten stelligste te betwijfelen.

Sanctuary

 

 

GREY DELISLE

“Iron Flowers”

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Wat velen beschouwen als Grey DeLisle’s sterkste kant zou tegelijkertijd ook wel eens haar zwakste plek kunnen blijken. Het eclecticisme dat ze op haar platen tentoonspreidt is immers enerzijds wel bewonderenswaardig, maar anderzijds ook niet van die aard om fans onvoorwaardelijk aan zich te binden. “Ik wil nooit twee keer na mekaar dezelfde plaat maken,” liet ze zelf in dat verband onlangs optekenen. En dus is “Iron Flowers”, haar vijfde CD so far, opnieuw in de verste verte niet vergelijkbaar met de majestueuze voorganger daarvan, “The Graceful Ghost”. Waar DeLisle er op dat album in slaagde om op onnavolgbare wijze het begrip old-time country naar een actuele context te vertalen, laat ze op “Iron Flowers” haar inspiratie volledig de vrije loop. Een discrete pedal steel, gebrushte drums, een subtiel betaste gitaar en de als vanouds als een sirene tekeergaande zangeres zelf verlenen zo aan de Queen classic “Bohemian Rhapsody” een instant Gothic country feel. Vervolgens is er het Spectoriaans opgebouwde, aan een duidelijk aanwijsbare Wall Of Sound-referentie opgehangen “Joanna”. “Right Now” en “Who Made You King” zijn dan weer lome popdeunen, waarbij met name het laatste opvalt door een sloom “Get It On”-ritme. “God’s Got It” is onvervalste rammelende vuilbakken-rock & roll en“The Bloody Bucket” twijfelt op weg naar een furieus country-einde openlijk tussen pop, folk en bluegrass. Titelnummer “Iron Flowers” is dan een klassiek gestijld Western-deuntje, enigszins “geactualiseerd” door de opvallende aanwezigheid van tal van vreemde geluidjes. “Blueheart” – featuring The Amazements – is dronken garage Americana, “Sweet Little Bluebird” een zeemzoete country ballad en “Inside Texas” enigszins spooky aandoende schuifel-alt. country. Van een muzikale draaikont gesproken…

Over “The Graceful Ghost” hebben we zowat een jaar geleden geen moment lang getwijfeld, dat was een echte wereldplaat. Wat betreft het vellen van een oordeel over deze “Iron Flowers” liggen de kaarten echter enigszins anders. Een goede plaat is het zeker, laat daar vooral geen twijfel over ontstaan, maar of ze even goed aan de tand des tijds zal kunnen weerstaan als haar voorganger, dat blijft nog even een vraagteken.

Grey DeLisle

Sugar Hill

Munich

 

 

CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ

“Red Dog Tracks”

(Train Wreck Records / Rounder Europe / Munich)

(4,5) J J J J J

 

 

Als klein kind leerden we op school ooit aan de hand van een oud spreekwoord dat mooie liedjes niet lang duren. Maar dat stukje taalrijkdom wordt door de op het eerste gezicht eerder onwaarschijnlijke combinatie van old-timer Chip Taylor (akoestische gitaar, harmonica, zang) en Southern Belle Carrie Rodriguez (fiddle, zang) nu al enkele platen lang serieus ontkracht. “Red Dog Tracks” is – de mini “Angel Of The Morning” gemakshalve even niet meegerekend – hun alweer derde plaat samen. En het daarop gehaalde niveau is als naar goede gewoonte vrijwel voortdurend erg hoog. Taylor levert als vanouds het merendeel van de liedjes aan. Enkel covers van Hank Williams’ “I Can’t Help It (If I’m Still In Love With You)” en Clarence Williams’ “My Bucket’s Got A Hole In It”, een door Carrie van een fenomenaal nieuw arrangement voorziene versie van de traditional “Elzick’s Farewell” en het door de twee samen gepende “Once Again, One Day… Will You Be Mine” vormen uitzonderingen op die huisregel. Ook op de samenzang valt verder uiteraard weer niks af te dingen. Het blijft gewoon zalig om de twee bezig te horen. Met als genereus surplus ditmaal bovendien ook nog de inbreng van snarenvirtuoos Bill Frisell op de elektrische gitaar. Samen met Jim Whitney op de bas, Kenny Wollesen achter de drums en Richie Stearns op de banjo zorgt hij ervoor dat “Red Dog Tracks” vanuit louter muzikaal standpunt bekeken veruit de meest voldragen inspanning van het duo Taylor-Rodriguez tot op heden mag worden genoemd. Vooral breekbare liedjes als “Big Moon Shinin’”, “Once Again, One Day… Will You Be Mine”, “Private Thoughts” en “The Wonder Of You” zijn ronduit briljant. Beter hebben we Americana nog maar zelden horen klinken.

Train Wreck Records

Rounder Europe

Munich

 

 

JW ROY

“Laagstraat 443”

(Munich Records)

(4) J J J J

 

 

Niemand, maar dan ook werkelijk niemand in de Lage Landen weet diepe emoties zo treffend te verwoorden als JW Roy. Dat blijkt nog duidelijker dan voorheen op ’s mans nieuwe, in z’n eigen dialect, het Brabants, gezongen liedjes bevattende CD “Laagstraat 443”, een plaat die haar titel ontleende aan het adres van de studio waarin ze werd opgenomen. Nu ja, studio is een groot woord. Het ging immers om het tot opnameruimte omgebouwde huis van JW’s jeugdvriend en gitarist Ruud van den Boogaard, waar onder leiding van producer Gabriël Peeters twee maanden lang in alle rust en vrede de twaalf liedjes konden groeien, die van “Laagstraat 443” andermaal een bijzonder aangename luisterervaring maken.

In een tot de absolute essentie beperkte bezetting – zang, akoestische gitaar en drums werden in één take opgenomen, de elektrische gitaar, de Fender Rhodes en de basgitaar werden later ingespeeld – zijn het meer dan ooit Roys warme stem en zijn doorleefde songteksten die alle aandacht naar zich toetrekken. Meer nog dan voorheen lijkt de man zich volledig aan zijn luisteraars te hebben willen blootgeven. Vandaar dat de voor velen moeilijk te nemen brug van een vreemde taal hier resoluut (Definitief?) wordt opgeblazen.

In het door Ruud van den Boogaard van een van weemoed druipende akoestische gitaarachtergrond voorziene openingsnummer en de eerste single van de plaat “Nie Meer Goed” komt de protagonist langzaam maar zeker tot het besef dat zijn relatie nu wel definitief om zeep is. En ook het daaropvolgende, al even breekbare “Saam” staat in het teken van het missen van die ene, al gaat het daarin schijnbaar slechts om een tijd- en plaatsgebonden scheiding. Het over Van Gogh handelende “Rabobankblues” laat zich vervolgens eerder omschrijven als akoestische roots pop of Americana dan als het in de titel gesuggereerde bluesje. “Kortsten Dag” is één van de opgewektere nummers van de plaat en heeft als thema de liefde. En dan met name de mooie kant ervan, te weten die waarin hartstocht en ongebreideld verlangen zorgen voor het universele vlinders-in-de-buik-gevoel. “Cis Verdonk” is dan weer storytelling met een hoofdletter S over een op een mensonwaardige wijze aan haar einde komende verstotelinge uit de lokale gemeenschap. In het herfstige “Dood” verzoent hij zich met de gedachte dat iedereen vroeg of laat aan zijn einde moet komen, maar bekent hij toch openlijk “Ik wil hier nog nie weg…” Er is immers nog veel teveel te doen. Eén van de allermooiste liedjes van het geheel is vervolgens het op het gedicht “Water Zacht Als Bloemenpracht” van Kees Spruit gebaseerde “Tijd Um Te Verdoen”. De manier waarop Roy daarin – wederom over prachtig gitaarwerk van van den Boogaard heen – beschrijft wat hij nodig heeft om echt tot rust te komen is zo treffend, dat je echt lijkt te voelen wat hij voelt. Het speelse “Naar Zeeland” beschrijft aansluitend een op stapel staande maar in laatste instantie afspringende verhuis naar nieuwe oorden als aanleiding tot een nieuw liedje. Resten nog: het innemende, al van eerder plaatwerk van Gerard van Maasakkers bekende duet met deze laatste “As Ge Ooit” (Wishful thinking tot pure kunst verheven!), de in eenzaamheid en nachtbrakerij zwelgende ballade “Niemend In De Stad”, het verhaal van de door de jaren heen nogal wat veranderde “Marionneke Sanders”, een jeugdliefde, en “443”, een hartverscheurend mooie confessie over scheidingsweeën.

Roys eerste stappen in zijn moerstaal – zoveel moge nu al wel duidelijk zijn – zijn ronduit indrukwekkend te noemen. Als bonus werd aan het geheel overigens ook nog ’s mans kortverhaal “Penningmeester van de Parochie” toegevoegd.

JW Roy

Munich Records

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand mei.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Shooter Jennings “Put The O Back In Country”Holly Williams “The Ones We Never Knew”C. Gibbs “Parade Of Small Horses”Glenn Honeycutt & The Poor Boys “Mr. All Night Rock” - Fred Eaglesmith “The Small Beers Tour” (DVD)Dave Insley “Call Me Lonesome”Michael Shane Borden & The Diesel Kings “The Modern Sounds Of…”Forty45 South “We’re Country So We Can”The Hoyle Brothers “Back To The Door” - Creosote “Blacksmoke”Kim McLean “Happy Face”Monti Amundson “Big Monti” - John Prine “Fair & Square”Jamie Kindleyside “kīnd-lē-sīd” - Jim & Jennie & The Pinetops “Rivers Roll On By”Lucinda Williams “Live From Austin, TX” (DVD) – Son Volt “Live From Austin, TX” (DVD) – Richard Thompson “Live From Austin, TX” (DVD)Steve Strauss “Just Like Love”Ryan James “Back To The Wind” - Morrison-Williams “Morrison-Williams”Woode Wood “Whole ‘Nother Life” - The Believers “Crashyertown”Cindy Bullens “Dream #29” - Henrik Levy “A Letter From A City Man”Joseph Parsons “The Vagabond Tales” - The Paladins “Power Shake – Live In Holland” (DVD) – The Drive-By Truckers “The Dirty South: Live At The 40 Watt” (DVD) – Old 97’s “Old 97’s Live” (DVD)AJ Croce “Adrian James Croce”Imperial Crowns “Preachin’ The Blues Live!”Steve Wynn “What I Did After My Band Broke Up (Best Of 1990-2004) / Visitation Rights” - Lucinda Williams “Live @ The Fillmore”Heather Myles “Rum & Rodeo (Classic Heather Myles)”Polgate “Scarfish Love On Wings Of Mojo Wire” – Harold K “Mengsmering” – Ndromeda “Ndromeda” – Bart Oostindie “Grandson” - Nathan Wiley “Bottom Dollar” en “High Low”Silver Ray “Humans”Malcolm Holcombe “I Never Heard You Knockin’”Various Artists “Essential Americana – The Sound Of Spit ‘N’ Polish”Ove Støylen “It’s About Time” - Tracy Grammer “Flower Of Avalon”Leslie Woods & Dark Mountain Orchid “The Luxury Of Sin”JW Roy “Nie Meer Goed” (CD Single)The Stanley Brothers “Earliest Recordings: The Complete Rich-R-Tone 78s – 1947-1952” - Elizabeth McQueen & The Firebrands “Happy Doing What We’re Doing”Rhonda Vincent & The Rage “Ragin’ Live” - The Hickmen “California Dreamin’”Ben Weaver “Blueslivinghollerin’”Jeffrey Luck Lucas “Hell Then Divine” - Ryan Adams & The Cardinals “Cold Roses”Jeffrey Halford & The Healers “Railbirds”Emile Millar “Stay Here” - Last Train Home “Bound Away”Big Low “No Tears In Paradise”Los Lobos “Live At The Fillmore”Dao Strom “Send Me Home” - Los Super 7 “Heard It On The X”Robbie Fulks “Georgia Hard”