ARCHIEF CD-RECENSIES JUNI 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Rainer “17 Miracles – The Best Of Rainer”Antje Duvekot “Big Dream Boulevard”Deryl Dodd “Full Circle” - Kris Delmhorst “Strange Conversation” en Peter Mulvey “The Knuckleball Suite”Grant-Lee Phillips “Nineteeneighties”Various Artists “The Pilgrim: A Celebration Of Kris Kristofferson”Kris Kristofferson “Live From Austin, TX” (CD en DVD)Billy Joe Shaver “Live From Austin, TX” (DVD)Jessi Colter “Out Of The Ashes” - Ilse DeLange “The Great Escape”David Roth “More Pearls”Adam Power “What Were Sundays For?”Taneytown “Taneytown” - Mark Pickerel And His Praying Hands “Snake In The Radio”Cracker “Greenland”Claire Lynch “New Day” en Alecia Nugent “A Little Girl… A Big Four-Lane”Stuart A. Staples “Leaving Songs”Amy Speace “Songs For Bright Street”Various Artists “Texas Unplugged Vol. 2”Laura Cortese “Even The Lost Creek”Monti Amundson featuring Boyd Small “Somebody’s Happened To Our Love”Markowski “Family Café” - The Derailers “Soldiers Of Love”Ron Sexsmith “Time Being”

 

RAINER

“17 Miracles – The Best Of Rainer”

(Glitterhouse / Munich)

(5) J J J J J

 

 

 

“17 Miracles” vat aan de hand van evenveel songs op kernachtige wijze het muzikale levensverhaal van het op 12 november 1997 veel te vroeg overleden godenkind Rainer Ptacek samen.

De al op zeer jonge leeftijd van Berlijn naar Chicago verkaste Rainer geraakte daar al snel in de ban van legendarische bluesgroten als een B.B. King, een J.B. Lenoir en een Buddy Guy. En als hij in de vroege jaren zeventig in Tucson, Arizona belandt, ontwikkelt hij zich in no time tot één van de meest innovatieve bluesgitaristen van zijn generatie. “Stille” getuigenissen van zijn ook toen al aanzienlijke talenten kunnen ondermeer worden aangetroffen op albums van lokale grootheden als Giant Sand en The Band Of… Blacky Ranchette.

Het fenomeen Rainer komt echter pas écht goed tot zijn recht op een aantal later onder de eigen vlag verschenen platen als “The Texas Tapes”, “Worried Spirits”, “Nocturnes” en “Alpaca Lips”. Het daarop aangeboden materiaal was in al zijn rauwe intensiteit zelden minder dan ronduit briljant.

“17 Miracles” is dan ook een waar godsgeschenk voor niet-ingewijden. Van elk van de zeven reguliere Rainer-albums vinden zij er één of meerdere tracks op terug. En voor de fans van het eerste uur zijn er met “Love Buys Love” en “Miss The Mississippi” bovendien als niet te versmaden bonus ook nog eens twee niet eerder uitgebrachte tracks. Noem dit dus maar gerust een schoolvoorbeeld van een muzikaal testament, zo ongeveer even geniaal als Rainer himself.

Rainer

Glitterhouse Records

 

 

ANTJE DUVEKOT

“Big Dream Boulevard

(Black Wolf Records)

(3,5) J J J J

 

 

Ik zie zo geren mijn… Duvekot! Antje, that is. “Big Dream Boulevard” is de ondertussen derde CD van de als één van de voornaamste aanstormende talenten van de alternatieve folk scene in en om Boston geprezen schone. En het zou ons absoluut niet verbazen moest dit haar doorbraakplaat worden. Seamus Egan van folksupergroep Solas werd alvast bereid gevonden om het geheel te produceren en de onvolprezen Ellis Paul doet stemgewijs ook hier en daar een duit in het zakje.

Maar wat is het dan precies, dat deze Duvekot zo speciaal maakt? Is het haar enigszins aparte sensuele lichthese stem? Zijn het haar melodieuze, vrijwel voortdurend tussen pop en folk heen en weer zwalpende songs? Of toch eerder die prachtige, tegelijk eigenzinnige en toch zeer toegankelijke teksten van ‘r? Wellicht het gehele pakket natuurlijk. Liedjes als het ingetogen, door Winifred Horan – Ook al van Solas! – van erg fraai strijkwerk voorziene “Jerusalem”, de net niet in z’n eigen beeldspraak verzuipende love song “Dandelion”, de catchy popdeun “Helpless Kiss”, het melancholische “Anna” of het bezwerende, in pure lust gedrenkte “Sex Bandaid” verdienen het alleszins volop om gehoord te worden.

Als je ’t ons vraagt een zeer grote belofte, deze Antje Duvekot. Gaan we zeker nog meer van horen!

Antje Duvekot

CD Baby

 

 

DERYL DODD

Full Circle

(Dualtone / Bertus)

(2,5) J J J

 

 

Wij mogen ons nog steeds graag de eerste twee platen (“One Ride In Vegas” uit ’96 en “Deryl Dodd” uit ’98) van de rijzige Texaan Deryl Dodd herinneren. Daarop wist die dankzij knappe liedjes als “That’s How I Got To Memphis”, “A Bitter End” en “It’s Only ‘Cause You’re Lonely” bijna voortdurend aan de voor ons juiste kant van de alsmaar dunner wordende streep tussen de in zijn thuisstaat gecultiveerde vorm van countrymuziek en de dezer dagen in Nashville en masse geproduceerde muzak te blijven. Spijtig genoeg zou ook Dodd echter in de daaropvolgende jaren zijn muziek steeds meer op de commerciële countrymarkt gaan afstemmen. En daardoor heeft wat hij doet naar onze bescheiden mening toch wel serieus aan charme ingeboet. Op zijn best is hij nog altijd in swingend honky tonk-materiaal als “Wearin’ A Hole” of de hier nog eens hernomen Jim Lauderdale-Clay Blaker-compositie “It’s Only ‘Cause You’re Lonely” en in met steelgitaar- en fiddleklanken overgoten slepers als “Thanks To The Man”. Daarin klinkt de Lone Star State nog duidelijk door. Het overige materiaal op zijn door de ondermeer van zijn werk met Martina McBride bekende Brett Beavers geproduceerde nieuwe CD “Full Circle” lijkt eerder op het lijf geschreven van liefhebbers van mooizingers als een Randy Travis, een George Strait, een Clay Walker, een Tracy Byrd, een Tracy Lawrence of een Alan Jackson. En daarmee zou u meer dan genoeg moeten weten!

Deryl Dodd

Dualtone

 

 

Kris Delmhorst

“Strange Conversation”

(Signature Sounds)

(4) J J J J

 

 

 

Peter Mulvey

“The Knuckleball Suite”

(Signature Sounds)

(4) J J J J

 

 

 

Net als hun Redbird-maatje Jeffrey Foucault eerder dit jaar met het fabuleuze “Ghost Repeater” pakken nu ook Kris Delmhorst en Peter Mulvey uit met ijzersterke nieuwe platen, muzikale delicatessen voor liefhebbers van Americana en singer-songwriter stuff.

Delmhorst doet het op “Strange Conversation” met een twaalftal door het poëtische erfgoed van anderen geïnspireerde liedjes: van Lord Byron en Walt Whitman tot Vergilius, Hermann Broch, George Eliot, Robert Browning en anderen. Met die prachtige warme stem van ‘r als voornaamste bindmiddel bestrijkt ze daarbij behoorlijk wat muzikale grond. Het op Robert Brownings werk geënte “Galuppi Baldassare” is zo zacht swingende zomerse Americana pop, het aan het oeuvre van Lord Byron ontleende “We’ll Go No More A-Roving” doet iets moois met jazz en roots, het op Walt Whitman gebaseerde “Light Of The Light” is fraaie pop, James Weldon Johnsons “Since You Went Away” introspectief singer-songwiterspul met een hoog jaren zeventig-gehalte, titelnummer “Strange Conversation” een over een subtiel betaste bas heen dansend stukje achterbuurtenjazz, het eveneens door Vergilius en Broch geïnspireerde “The Drop & The Dream” laat zich nog het best als een pianoballade omschrijven, het van George Eliot doordrongen “Invisible Choir” koppelt een Dixieland-motiefje aan enigszins aan Norah Jones verwante zang, “Tavern” is rootsy late night jazz en “Pretty How Town” pure country. Diversiteit troef met andere woorden op “Strange Conversation” en precies dat maakt van deze plaat een absolute aanrader.

Peter Mulvey van zijn kant bevestigt op “The Knuckleball Suite” al het goede wat sinds het verschijnen van zijn onverwachte doorbraakplaat “Ten Thousand Mornings” in 2002 over hem werd gepubliceerd. In tegenstelling tot dat al buskend in metrostations opgenomen coveralbum bevat ’s mans nieuwe plaat voornamelijk eigen materiaal. De enige uitzondering op die regel vormt een bluesy benadering van de U2-hit “The Fly”, een nummer waar hippe radiojongens aller landen hun pret wellicht niet mee op zullen kunnen en aldus een zowel vanuit commercieel als artistiek oogpunt absoluut te verantwoorden zet.

Mulvey blikte “The Knuckleball Suite” in iets minder dan drie dagen in. En wellicht klinkt het geheel juist daardoor zo direct en ongedwongen. Hoogtepunten zat alleszins! Openingsnummer “Old Simon Stimson” klinkt voorzichtig als iets van de Latin Playboys, het ingetogen “Abilene (The Eisenhower Waltz)” is een geslaagd huwelijk tussen elementen uit Ierse folk en Americana, “Girl In The Hi-Tops” een bedaard rockertje op z’n Costello’s, “You And Me And The Ten Thousand Things” een speelse uiteenzetting met jazz, “Horses”, “Marty And Lou”, “Thorn” en titelnummer “The Knuckleball Suite” zijn eerder klassiek singer-songwritermateriaal, het met zijn buddy David Goodrich en Tim Gearan gepende “Lila Blue” is zalige zomerse roots pop en “Brady Street Stroll” moet het hebben van een jazzy blues feel. Ook hier kan muzikaal gezien dus weer behoorlijk veel, met voor de luisteraar zo ongeveer hetzelfde gevolg als bij de nieuwe Delmhorst. Superieur luistervoer is het, voor elke rechtgeaarde liefhebber van Americana, folk en ander singer-songwritermateriaal gewoon een must.

Kris Delmhorst

Peter Mulvey

Signature Sounds

Rounder Europe

 

 

GRANT-LEE PHILLIPS

“Nineteeneighties”

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

 

“Nineteeneighties”, de nieuwe van Grant-Lee Phillips, is voorwaar een heuse conceptplaat geworden. Het voormalige Grant Lee Buffalo-kopstuk zoekt én vindt daarop Americana, folk en roots pop songs in alternatieve jaren tachtig classics als “Wave Of Mutilation” van The Pixies, “Age Of Consent” van New Order, “The Eternal” van Joy Division, “I Often Dream Of Trains” van Robyn Hitchcock, “The Killing Moon” van Echo & The Bunnymen, “Love My Way” van The Psychedelic Furs, “Under The Milky Way” van The Church, “City Of Refuge” van Nick Cave, “So. Central Rain (I’m Sorry)” van R.E.M., “Boys Don’t Cry” van The Cure en “Last Night I Dreamt That Somebody Loved Me” van The Smiths. Knap, hoe hij zich die nummers helemaal toeëigent. Als je niet beter zou weten, je zou zweren, dat hij ze zelf geschreven had ook. Alle gebruikelijke ingrediënten zijn alvast weer volop aanwezig. Die lijzige, enigszins mysterieuze zang van ‘m natuurlijk, een weldaad aan snaarinstrumenten ook, wat toetsenwerk en hier en daar een vleugje strijkers. Zijn fans kunnen dus met een gerust gemoed weer eens diep in de buidel tasten.

Grant-Lee Phillips

Cooking Vinyl

 

 

VARIOUS ARTISTS

“The Pilgrim: A Celebration Of Kris Kristofferson”

(American Roots Publishing / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

2006 moest en zou gewoon het jaar van Kris Kristofferson worden, dat stond al een tijdje vast. Op 22 juni laatstleden werd de in 1936 in Brownsville, TX geboren singer-songwriter immers zeventig. En in countrykringen viert men dat soort van verjaardagen zoals geweten nu eenmaal behoorlijk uitgebreid. Kristofferson zorgde eerder dit jaar met het voortreffelijke “This Old Road” zelf al voor een eerste highlight. En met het fraaie eerbetoon “The Pilgrim: A Celebration Of Kris Kristofferson” en een dubbele worp in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records liggen nu ook de volgende drie bij je platenboer.

“The Pilgrim” is een voorbeeldige “tip of the hat” aan het adres van de man die aan het begin van de jaren zeventig met liedjes als “Me & Bobby McGee”, “Help Me Make It Through The Night”, For The Good Times”, “Why Me” en “Sunday Mornin’ Comin’ Down” het countrygenre een totaal andere richting induwde. (Geen wonder dan ook dat hij in de daaropvolgende jaren uitgroeide tot één van de meest gecoverde artiesten aller tijden…)

Op “The Pilgrim” vinden we zeventien nieuwe interpretaties van ’s mans liedjes naast een circa 1970 door hem zelf ingezongen demo van “Please Don’t Tell Me How The Story Ends”. In een productie van Randy Scruggs zetten tal van artiesten uit de country- en Americanahoek - En enkele zelfs van daarbuiten. - hier hun beste beentje voor. Zo stoten we ondermeer op erg mooie versies van “The Silver Tongued Devil & I” door Shooter Jennings, “Sunday Mornin’ Comin’ Down” door aanstormend new country-talent Gretchen Wilson, “Come Sundown” door Rodney Crowell, het door Rosanne Cash van een vrouwelijke touch voorziene “Lovin’ Him Was Easier (Than Anything I’ll Ever Do Again)”, “Maybe You Heard” door Todd Snider, “Why Me” door Shawn Camp en “Help Me Make It Through The Night” door koppeltje Bruce Robison & Kelly Willis. Dé absolute hoogtepunten zijn echter een ingetogen lezing van “Sandinista” door de onvolprezen Patty Griffin en Charanga Sidewalk, de hartverscheurend mooie versie die Emmylou Harris en vrienden Sam Bush, Jon Randall, Byron House en Randy Scruggs van “The Pilgrim: Chapter 33” ten beste geven en de met de nodige Zuiderse dramatiek gekruide covers van “The Circle” en “The Legend” door respectievelijk Marta Gómez en Willie Nelson. Onder de hoofding “Eerder overbodig” vallen dan weer wat Russell Crowe & The Ordinary Fear Of God doen met “Darby’s Castle”, de oervervelende Brian McKnight-R&B-uitvoering van “Me And Bobby McGee” en de instrumental “Smile At Me Again” van producer Randy Scruggs zelve. Andere betrokkenen: Lloyd Cole & Jill Sobule, Marshall Chapman en Jessi Colter & Vance Haines.

American Roots Publishing

Sonic Rendezvous

 

 

KRIS KRISTOFFERSON

“Live From Austin, TX

(CD en DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

  

 

Voor Kristoffersons aandeel in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records wordt terruggerepen naar een optreden dat hij op 14 september 1981 verzorgde in “The Music Capitol Of The World”. Een optreden, waarvoor hij op de keper beschouwd eigenlijk al een dag eerder op de planken had moeten staan. Een gigantische (door een rat veroorzaakte) stroompanne zorgde er indertijd evenwel voor, dat de omineuze krachten die velen aan een dertiende van de maand toedichten nog maar eens bewaarheid werden. Maar zoals al gesteld, Kristofferson liet het allemaal niet al te erg aan zijn hart komen en deed zijn ding toch gewoon één dag later. In het uitgelezen gezelschap van Stephen Bruton (gitaar, mandoline, zang), Glen Clark (keyboards, gitaar, harmonica, zang), Sammy Creason (drums), Donnie Fritts (keyboards), Tommy McClure (bas) en Billy “I Can Help” Swan (keyboards, gitaar, zang) gaf hij het publiek met uitstel zondermeer wat het wou. Zo ongeveer al zijn grote hits (“Help Me Make It Through The Night”, “Me And Bobby McGee”, “Darby’s Castle”, “Casey’s Last Ride”, “The Pilgrim”, “For The Good Times”, “Loving Her Was Easier (Than Anything I’ll Ever Do Again)”, “Sunday Mornin’ Comin’ Down”, “The Silver Tongued Devil & I”, “Why Me”) passeerden zodoende de revue naast een aantal wat minder bekende maar daarom zeker niet minder goede nummers. Kristofferson presenteerde zich daarbij ontspannen, goedlachs en vooral ook in topvorm, waardoor zowel de CD- als de DVD-uitvoering van de registratie van dit optreden als absolute aanraders mogen gelden, al gaat het in beide gevallen dan ook om precies dezelfde zestien liedjes. (Speelduur: 57 minuten.)

Kris Kristofferson / New West Records / Austin City Limits

Sonic Rendezvous (CD) / Sonic Rendezvous (DVD)

 

 

BILLY JOE SHAVER

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Wie in deze dagen van algehele sportgekte op TV nog de tijd zou vinden voor wat visueel muzikaal vertier kan daarvoor overigens ook nog terecht bij de aan die andere grote Texaanse singer-songwriter, Billy Joe Shaver, gewijde aflevering van de “Live From Austin, TX”- reeks. Net als streekgenoot Kristofferson hing óók hij in augustus van ’84 zijn set op aan een aantal van zijn grootste successen: “I Been To Georgia On A fast Train”, “Willy The Wandering Gypsy & Me”, “Black Rose”, “Bottom Dollar”, “I’m Just An Old Chunk Of Coal”, “Old Five And Dimers Like Me” en anderen, enfin, u kent ze wel. Een bij voorbaat gewonnen wedstrijd dus. En al zeker voor een Shaver op dreef zoals hier, geflankeerd door zijn toen nog piepjonge zoon Eddy bij leven en welzijn op de elektrische gitaar. Zondermeer één van de interessantste delen van de “Live From Austin, TX”- reeks so far, als je ’t ons vraagt.

Billy Joe Shaver / New West Records / Austin City Limits

Sonic Rendezvous

 

 

JESSI COLTER

“Out Of The Ashes”

(Shout Factory / Evangeline / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Een veel toepasselijkere titel was voor deze onverwachte comebackplaat van Jessi Colter amper mogelijk geweest. De weduwe van wijlen Waylon Jennings kende haar voorlopige moment de gloire vooral in de jaren zeventig en de vroege jaren tachtig. Toen scoorde ze een stel behoorlijk grote hits, waarvan “I’m Not Lisa” wellicht de bekendste is. En daarnaast speelde ze samen met haar wederhelft en knapen als David Allan Coe en Willie Nelson natuurlijk ook een belangrijke rol in de zogeheten Outlaw Country-beweging.

In het midden van de eighties keerde ze de muziekbusiness evenwel de rug toe om zich wat beter op de opvoeding van haar zoon te kunnen gaan concentreren. Maar nu Shooter zelf al weer een poosje in de spots staat, acht “the Belle of The Outlaws” de tijd gekomen om ook zelf weer eens met een nieuwe plaat uit te pakken. En wat voor één! Producer Don Was slaagde er – cfr. Rick Rubin - ook ditmaal weer in om een beschermelinge op respectabele leeftijd naar bij momenten echt wel fenomenale hoogten te stuwen. Luister bijvoorbeeld maar eens naar de nooit eerder verschenen samenwerking tussen Colter, haar overleden echtgenoot en Tony Joe White in diens “Out Of The Rain”. Dat is zondermeer country soul van het allerbeste soort. Of naar “Rainy Day Women #12 & #35”, de lijzige (bluesy) cover die ze van het gelijknamige Dylan-nummer uit de mouw schudt. Ook dat is zeer straffe kost. En dan is er nog “Please Carry Me Home”, een droom van een pianoballade, waarin zoonlief Shooter Jennings beurtelings naast en in de schaduw van zijn moeder figureert. Opnieuw zo’n kippenvelmoment.

“Out Of The Ashes” is eigenlijk gewoon als geheel een bijzonder sterke collectie liedjes, waarin country niet langer het enige hoofdbestanddeel vormt. Wellicht onder invloed van vriend des huizes Ben Harper – die haar ook aanmoedigde om opnieuw een carrière te ambiëren - en producer Don Was kiest Colter anno nu ook resoluut voor genres als blues, gospel en rock. En dat mag ze wat ons betreft nog wel even blijven doen ook, want dit is wat wij een “retour de force” zouden willen noemen. Graag meer van dattum!

Jessi Colter

Shout! Factory

Evangeline Records

 

 

ILSE DELANGE

“The Great Escape”

(Universal)

(2,5) J J J

 

 

 

Nooit echt de belofte van haar behoorlijk indrukwekkende debuut “World Of Hurt” kunnen inlossen, deze Ilse DeLange. Gebeurt ook weer niet met haar nieuwe, aan het handje van sterproducer Patrick Leonard opgenomen “The Great Escape”. Daarop profileert de mooie Nederlandse zich als een zingende liedjesschrijfster à la Alanis Morissette. Ze doet het met andere woorden met behoorlijk commerciële popdeunen, waarin zich nog amper een spoor van country laat aanwijzen. En of we daar nu blij moeten mee zijn, we zouden het niet weten. Onze zoektocht naar iets echt beklijvends leverde alvast geen resultaten op. Geluidstechnisch gezien is wat DeLange hier doet uiteraard weer allemaal dik in orde en zingen kan ze natuurlijk ook, maar het gebrachte materiaal mist gewoon iets, het blijft niet hangen. Jammer maar helaas…

Ilse DeLange

Universal Music

 

 

DAVID ROTH

“More Pearls”

(Stockfisch-Records / Inakustik)

(3) J J J

 

 

 

Wij zijn klaarblijkelijk lang niet de enigen om zwaar gecharmeerd te zijn door de prachtige stem van David Roth. Gerenommeerd producer Günter Pauler is bijvoorbeeld ook een fan. Tijdens een gesprek dat hij niet zo heel erg lang geleden had met de man, stelde hij daarom aan de uit Chicago afkomstige, maar dezer dagen in Cape Cod residerende singer-songwiter voor om zijn tanden eens in wat bekender materiaal van anderen te zetten. “Evergreens” van James Taylor, Gordon Lightfoot, Paul Simon, Lennon & McCartney, Dylan, Jackson Browne, Steve Goodman, Tom Paxton, Michael Smith, Peter, Paul & Mary, Ralph McTell, Phil Ochs, Carole King en Pete Seeger kregen zodoende de David Roth treatment mee. In het gezelschap van Pauler zelf, Chris Jones (gitaren), Fiona Simpson en Roger Nicholls (backing vocals), Hans-Jörg Mausch (bas) en multi-instrumentalisten Siard de Jong en Beo Brockhausen zet Roth de veertien gebrachte nummers moeiteloos naar zijn hand. Als een soort van romantische uitvoering van Luka Bloom levert hij met “More Pearls” een ideale compagnon voor de late uurtjes af. Het klinkt allemaal nogal braafjes misschien, maar is daarom zeker niet minder mooi.

David Roth

Stockfisch-Records

 

 

ADAM POWER

“What Were Sundays For?”

(Big Radio Records)

(4) J J J J

 

 

Het kan verkeren! Dat mocht de Australische poptroubadour Adam Power ondervinden naar aanleiding van het verschijnen van zijn CD “More Juice”. Vooral in Engeland en in de States kon die plaat al snel op de nodige bijval rekenen. In zijn thuisland werd zijn visitekaartje echter volkomen ten onrechte schromelijk genegeerd. Frustrerende bedoening natuurlijk, dat kan je je wel voorstellen. In het buitenland kunnen gaan toeren en dan bij je thuiskomst weer gewoon akoestische vertolkingen van andermans liedjes ten beste moeten geven om te overleven, een mens zou van minder wanhopig worden. Niet echter Power, die bleef steeds geloven in zijn eigen talenten. En dat resulteerde medio 2005 uiteindelijk ook in de nodige media-aandacht down under, waar “Rise Of Corby”, waarin de songwriter openlijk zijn sympathie betoonde voor een veroordeelde lokale drugtrafficant, plots wél goed bleek voor heel wat airplay.

Logische volgende stap is het nieuwe album “What Were Sundays For?”. Op die door pop maestro Michael Carpenter geproduceerde plaat bewijst Power, dat hij wel degelijk zijn plaats heeft tussen een stel heel wat bekendere collega’s. We denken dan bijvoorbeeld aan producer Carpenter, maar bijvoorbeeld ook aan een Neil Finn, een Jeff Lynne, ja zelfs een Paul McCartney. Met elk van hen deelt Power een niet te miskennen voorliefde voor heerlijk uitgediepte popsongs, die het stuk voor stuk moeten hebben van melodieën om u tegen te zeggen. Soms neigt wat hij brengt eerder naar power pop. Dat kan ondermeer gezegd worden van nummers als het door Michael Carpenter aangedragen “Heartbreaker” of het bij momenten al even furieus aan zijn ketting snokkende gitaarrockertje “Recluse”. Elders, zoals in het vertederende “Sad And Lonely”, het ei zo na in de strijkers verzuipende “Two-Faced”, het door zijn opbouw en zijn zalige harmonieerwerk een weinig aan het materiaal van de Fab Four en Crowded House herinnerende “The Obvious” of het titelnummer, regeert Koning Pop met vaste hand. Met dat soort van liedjes verdient Power het om ook hier regelmatig te worden gedraaid. Het zou zijn platenverkoop met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid flink ten goede komen!

Adam Power

Big Radio Records

 

 

TANEYTOWN

“Taneytown”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Dat je de beste dingen niet noodzakelijk altijd even ver van huis dient te gaan zoeken, bewijst het jonge Nederlandse vijftal Taneytown. Op zijn titelloze debuutplaat presenteert dat naar een Amerikaans stadje vernoemde collectief elf duidelijk onder de noemer Americana vallende songs, die zich meteen knus tussen je oren nestelen. En daarvoor laten zich ook meteen twee goede redenen aanwijzen. Eerst en vooral kan je er gewoonweg niet omheen, dat zanger-gitarist Edwin Jongedijk een kanjer van een songwriter is. En dat hij bovendien ook nog eens met een ’n weinig aan Bruce Springsteen herinnerende prachtige gruizige stem gezegend blijkt, helpt natuurlijk ook een aardig eind verder. Het zou echter volkomen verkeerd zijn om op basis van die twee gegevens de groep Taneytown te degraderen tot loutere begeleiders van die Jongedijk. Al snel wordt op hun visitekaartje immers duidelijk, dat we hier te maken hebben met een bijzonder goed op elkaar ingespeelde groep muzikanten. Joost Prinsen (gitaren, zang, harmonica), Benjamin Vernooij (piano, keyboards, zang), Martin Wieringa (bas, zang), Niek Stok (What’s in a name! - drums, percussie, zang) en kopstuk Jongedijk waren dan ook in de eerste plaats vrienden. En het was hun gemeenschappelijke voorliefde voor het Americana-genre, die er hen uiteindelijk zou toe drijven om ook zelf een groep op te richten. En die verbondenheid met elkaar voel je als het ware in elke gespeelde noot.

Liefhebbers van artiesten als de eerder al genoemde Springsteen, John Mellencamp, (de jonge) Steve Earle en Reckless Kelly moeten hier bij hun volgende bezoek aan de platenboer beslist eens naar luisteren. Zo’n korte kennismaking zal wellicht volstaan om met een tevreden gevoel met een zoveelste aanvulling voor de eigen collectie onder de arm weer naar huis te gaan. Vooral de eerder naar de melancholische kant neigende nummers van Jongedijk en co zijn immers van uitstekende makelij en doen werkelijk het allerbeste verhopen voor de toekomst. Voorlopig nemen wij alvast graag genoegen met dit knappe debuut.

Taneytown

CD Baby

 

 

MARK PICKEREL AND HIS PRAYING HANDS

“Snake In The Radio”

(Evangeline / Bloodshot / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Steeds meer artiesten uit de aan het begin van de jaren negentig ook hier aardig populaire Amerikaanse grunge scene zoeken dezer dagen hun heil in het wereldje van roots rock en Americana. Zo ook Mark Pickerel. Samen met Mark Lanegan maakte die ooit nog deel uit van de door critici op handen gedragen Screaming Trees. Maar “Snake In The Radio”, zijn eerste voor eigen rekening, is zoals al gesteld totaal andere koek. In een productie van de ondermeer voor zijn werk met Nirvana, Soundgarden, de Posies, Low en zijn oude band bekende en zich geruggensteund wetend door zijn groep Praying Hands ontpopt Pickerel zich daarop als een soort kruising tussen Mark Lanegan, Lee Hazlewood en Nick Cave. Hij grossiert in eigenzinnige, enigszins duister aandoende Americana, waarin de nadruk beurtelings wat meer verschuift richting country (“Forest Fire”, “I’ll Wait”), pop (“Come Home Blues”, “Sin Tax Dance”) en sixties psychedelica (“A Town Too Fast For Your Blues”). Onze voorkeur genieten daarbij vooral die nummers, waarin hij met zijn gruizige stem als voornaamste bondgenoot de country-Cave-toer opgaat. We denken dan bijvoorbeeld aan iets als “Ask The Wind, Ask The Dust”.

Mark Pickerel & His Praying Hands

Bloodshot Records

Evangeline Records

Bertus

 

 

CRACKER

Greenland

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Het zijn drukke tijden voor wie die van Cracker een warm hart toedraagt. Amper een paar weken na de release van elkaar stevig voor de voeten lopende compilaties door vroegere werkgever Virgin en nieuw huis van vertrouwen Cooking Vinyl verscheen voor dat laatste label nu ook de zevende studioplaat van ex-Camper Van Beethoven-kopstuk David Lowery en de zijnen. Een album dat nogal nadrukkelijk in twee helften uiteenvalt, dat “Greenland”. Aanvankelijk grossieren Hickman, Lowery en co nog gewoon in de van hen al langer dan vandaag bekende melodieuze Americana, maar naarmate het album vordert moet dat toegankelijke materiaal regelmatig wijken voor een veel donkerdere, behoorlijk naar het psychedelische overhellende sound. Luister bijvoorbeeld bij gelegenheid maar eens naar het beklemmende “Sidi Ifni”, gitaarzware stukken als “Gimme One More Chance” en “Minotaur” of het poppy, over een hypnotisch orgeltje heen gelegde “Everybody Gets One For Free” en je zal meteen begrijpen wat we bedoelen.

Al bij al een boeiend schijfje, waaraan ondermeer ook David Immergluck van Counting Crows en Mark Linkous van Sparklehorse hun medewerking verleenden.

Cracker

Cooking Vinyl

 

 

CLAIRE LYNCH

“New Day”

(Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

ALECIA NUGENT

“A Little Girl… A Big Four-Lane

(Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

  

 

Happy hour! Two chicks for the price of one! Twee bluegrassmadelieven, that is! Beiden met nieuwe CD’s. Het gaat daarbij meer bepaald om gevestigde waarde Claire Lynch en aanstormend talent Alecia Nugent. En die doen op “New Day” en “A Little Girl… A Big Four-Lane” exact datgene wat je van hen verwacht. Allebei zingen ze vrijwel voortdurend de sterren van de hemel naar beneden. Lynch in het gezelschap van schoon volk als haar band bestaande Jim Hurst (gitaar), David Harvey (mandoline) en Missy Raines (bas) en tal van gasten waaronder Stuart Duncan (fiddle), Andrea Zonn (eveneens fiddle), Charlie Cushman (banjo), Alison Brown (banjo) en Rob Ickes (dobro), Nugent met onder anderen Carl Jackson (gitaar, banjo), dezelfde Rob Ickes (dobro, Weisenborn), Jim Van Cleve (fiddle) en Adam Steffey (mandoline). Voeg daar nog aan toe, dat de youngster ook mocht rekenen op gezongen bijdragen van producer Carl Jackson, Rebecca Lynn Howard, Doyle Lawson, Alison Krauss, Bradley Walker en Cia Cherryholmes en je weet als liefhebber allicht al voldoende. Beide CD’s zijn inderdaad staaltjes van aan het perfecte grenzend vakmanschap. Schitterende zang, een adembenemend instrumentaal kader, melodieuze songs – af gewoon. Elke liefhebber van bluegrass zal hier ongetwijfeld zijn weg mee weten!

Claire Lynch

Alecia Nugent

Rounder Records

 

 

STUART A. STAPLES

“Leaving Songs”

(Beggars Banquet)

(4) J J J J

 

 

Dat hij met “Leaving Songs”, na “Lucky Dog Recordings 03-04” zijn tweede solo-CD in nauwelijks een jaar tijd, Tindersticks definitief de rug zou hebben toegekeerd, wil Stuart A. Staples vooralsnog niet geweten hebben. Dat blijft nog even een open vraag dus. Zijn onverwachte uitbarsting van creativiteit schrijft hij gewoon toe aan het feit, dat hij naast zijn werk met zijn band dringend eens aan iets anders toe was. En daarvoor trok hij ditmaal naar Nashville om er samen met producer Mark Nevers (Lambchop) en een handvol anderen de thematische collectie afscheidsliedjes “Leaving Songs” in te blikken. Een erg mooie plaat is dat! Qua sfeer een weinig verwant aan materiaal van de Walkabouts, Lambchop en Nancy Sinatra & Lee Hazlewood. Die laatste vergelijking wordt vooral gevoed door twee opvallende duetten erop. “This Road Is Long”, het eerste, is een in piano- en lap steelklanken zwelgende samenwerking met ex-Lone Justice-kopstuk Maria McKee. In nummer twee, het somber-zwoele “That Leaving Feeling”, doet Staples het in een bed van strijkers en trompetten opnieuw met de fantastische Lhasa (De Sela). Echt een combinatie uit de duizenden, die twee samen!

Anders dan dat bij zijn vorige plaat het geval was kiest Staples hier resoluut voor een op het tekstuele afgestemde aanpak. In nauwelijks zevenendertig minuten neemt hij je zo mee op een memorabele trip die onwillekeurig de grote eerste platen van Tindersticks weer in herinnering roept. Niemand croont getormenteerder dan deze knaap. En nergens klonk hij daarbij tot op heden beter dan hier. Ergens tussen pop, folk, country, Americana, ja zelfs een weinig soul vond Staples een eigen niche, waar hij hopelijk nog lang mag in blijven rondhangen. Tijdloze klasse!

Beggars Banquet Records

 

 

AMY SPEACE

“Songs For Bright Street

(Wildflower Records / Navarre)

(3,5) J J J J

 

 

Amy Speace doet in het gezelschap van haar Tearjerks op haar nieuwe CD “Songs For The Bright Street” een zeer verdienstelijke poging om in het kielzog van andere sterke vrouwen als een Emmylou Harris, een Lucinda Williams en een Tift Merritt door te stoten tot de top van de actuele Americana scene. Een heerlijk gevarieerde plaat is dat geworden. Rock, country, folk, Americana, het zit er echt allemaal wel ergens in verwerkt. “Shed This Skin” en “Make Me Lonely Again” zijn zo bijvoorbeeld het soort van broeierige Americana ballads waarvoor ook Lucinda Williams haar hand niet zou omdraaien, “Dreaming” is een relaxt twangende countryversie van de gelijknamige Blondie-hit, “The Real Thing” een qua feel aan “These Boots Are Made For Walking” verwante lap muzikale cool, “Two” een old-timey duet met Gary Louris van The Jayhawks, “Not The Heartless Kind” een heerlijke streep vette roots rock, “Right Through To Me” heeft de soulvolle intensiteit van iets van Maria McKee en “Step Out Of The Shade” is een wel bijzonder hartelijke knipoog richting gewillige radio’s waar ook ter wereld, een Americana hit gewoon met andere woorden.

In afwachting van nieuw plaatwerk van de hierboven opgesomde grote madammen is dit dan ook een schijfje om te koesteren. Je aandacht alleszins meer dan waard!

Amy Speace

CD Baby

 

 

VARIOUS ARTISTS

Texas Unplugged Vol. 2”

(Palo Duro / Fontana)

(3,5) J J J J

 

 

Deel 2 in een hopelijk lekker lang lopende reeks. Niet dat alles erop even onmisbaar is, dat zeker niet, maar het betreft wel een leuk concept. Bekende en minder bekende Texanen doen het hier zoals de titel al laat vermoeden immers volledig akoestisch. The Derailers bewijzen met de bedaarde naar Roy Orbison knipogende country van “I’m Still Missing You” andermaal hoe goed ze wel zijn, de Sidehill Gougers onderlijnen met het ingetogen “One Tiny Sin” met brio hun status van aankomend talent, Dale Watson swingt zoals alleen hij dat nog lijkt te kunnen doorheen dronkemanslied “As Long As The Bottle’s Full”, Johnny Bush draagt de prachtige border song “Rio Grande Runs Red” aan, Davin James doet het met het akoestische bluesje “Dog Days Blues”, het duo Morrison-Williams lonkt met “Duct Tape” naar Pat Green- en Cory Morrow-fans, singer-songwriters Rusty Wier, Walt Wilkins en Max Stalling blijven met respectievelijk “Texas Love & War”, “The Path To Your Door” en “The Rodeo Song” hun gebruikelijke ding trouw, gelegenheidsduo Cindy Cashdollar & Carolyn Wonderland doet het met de al bij al eerder onopvallende rootsy instrumental “Turtle Bayou Turnaround”, die van Two Tons Of Steel stelen de show met het aanstekelijk met de heupen wiegende rockabillydeuntje “Car Seat” en de Wild Horses dragen met “You And Me And San Antone” het naar onze bescheiden mening net iets te commercieel opgevatte minste nummer van het geheel aan.

Zoals al eerder gesteld: een leuke verzamelaar.

Texas Unplugged

Palo Duro Records

 

 

LAURA CORTESE

“Even The Lost Creek”

(Cortese Music)

(3,5) J J J J

 

 

Met haar ontwapenende glimlach, haar leuke snoetje, haar honingzoete, zwaar aan die van Harriet Wheeler van de onvolprezen Sundays herinnerende stem en haar bepaald niet geringe talenten als fiddler en songwriter als voornaamste troeven lijkt de uit San Francisco afkomstige, maar dezer dagen haar tijd tussen talloze optredens door in Boston doorbrengende youngster Laura Cortese gewoon voorbestemd tot grootse dingen. Op de opvolger van haar al in 2002 verschenen debuut “Hush”, het prachtige “Even The Lost Creek”, blijkt ze bepaald niet voor één gat te vangen. Dingen als de zwierige instrumentals “Mulqueen’s” en “The Jigs” verraden het niet meteen van haar naam af te leiden andere deel van haar Iers-Italiaanse roots, titelnummer “Even The Lost Creek” is jazzy late night Americana, “Blackbirds” is poppy folk, uit de Cure-hit “Just Like Heaven” weet ze totaal onverwacht een bluegrassdeun te puren, Josh Ritters “Blue Jays” blijkt dan weer goed voor een ongelooflijk fraai streepje roots pop, in het verstilde “Morning Comes Around” bewijst ze zich als groot singer-songwritertalent en de traditional “Jack Orion” is country op z’n Dolly Partons. En dan hadden we het nog niet over twee van de mooiste liedjes hier. Met het breekbare “The Boat Song” waagt ze zich ook met succes aan een tweede Josh Ritter-compositie en met het afsluitende “Night Train To Chelsea”, haar versie van dat nummer van de Tarbox Ramblers, brandde ze pardoes een minuscuul gaatje in de wand van ons hart. Heerlijk liedje gewoon! En Cortese zelf noteren we dus gelijk al maar als één van onze grote ontdekkingen van 2006. Warm aanbevolen!

Laura Cortese

CD Baby

 

 

MONTI AMUNDSON FEAT. BOYD SMALL

“Somebody’s Happened To Our Love”

(Me & My Blues / Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

 

“Somebody’s Happened To Our Love” markeert een terugkeer langs de grote poort voor bluesgitaarbeul Monti Amundson. Samen met Boyd Small tekent hij voor misschien wel zijn allerbeste plaat tot op heden. Veel minder dan dat in het verleden het geval was laat hij zich op zijn nieuwe CD verleiden om aan het rocken te slaan. Hij opteert juist een stuk nadrukkelijker voor een meer bluesgeoriënteerd geluid. Nummers als het aan een rotvaart voortdenderende “Let Me Know”, het door zijn als vanouds behoorlijk gemeen uit de hoek komende gitaarlicks aangejaagde “Red Room” of het woest om zich heen schoppende “What’s It Coming To” mogen dan nog een aardig eindje wegrocken, tegenover elk van die songs staat er wel iets met een uitgesproken blues vibe. De strafste voorbeelden? De ongemeen sexy overkomende opener “Hello Sundown”, het aan een klassiek bluesthema opgehangen titelnummer, het werkelijk moddervette “Red Room” en de verleidelijke sleper “Plain As A Day”.

“Somebody’s Happened To Our Love” mag je wat ons betreft gerust zien als een open invitatie gericht aan de verzamelde meute aan concert- en festivalorganisatoren in de Lage Landen. Amundson bewijst op die nieuwe CD immers dat hij nog lang niet afgeschreven is, maar integendeel juist klaar staat voor een nieuwe reeks bruisende feestjes met hemzelf vanzelfsprekend in de rol van swingende gastheer.

Monti Amundson

Rounder Europe

 

 

MARKOWSKI

“Family Cafe”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Door de aanhoudende stroom aan topreleases in het genre de jongste weken volkomen ten onrechte tijdelijk veroordeeld gebleven tot een eigen bladzijde in het vergeetboek, deze eersteling van de vanuit Rotterdam aan een carrière sleutelende zingende liedjesschrijfster Sonja Markowski. Zelf neemt die op dat leuke visitekaartje naast de zang ook nog wat van het gitaarwerk voor haar rekening. Haar partner in crime Jan van Bijnen tekent voor de invulling van het gros van de overige instrumenten: dobro, gitaar, pedal steel, banjo en mandoline zijn z’n deel. Drie van de zes gebrachte nummers werden wat grootser opgevat. Daarin werd de basisbezetting met nog eens twee eenheden uitgebreid. Cees van der Laarse en Rudi Sanders tekenen op die momenten voor respectievelijk bijdragen op de contrabas en drums en andere percussie-instrumenten. Dat is bijvoorbeeld het geval in de poppy folkdeunen “How Will I Know” – Niet de Whitney Houston-hit! - en “Where Are You”, twee in niet geringe mate het werk van Shawn Colvin in herinnering roepende liedjes. Elders, zoals in het verstilde “Circles”, dwaalden onze gedachten dan weer eerder af tot bij Suzanne Vega. Maar op de beste momenten van “Family Cafe” doe je Sonja Markowski groot onrecht aan door op zoek te blijven gaan naar meer van dergelijke referentiepunten. De prachtige Americana van het door Jan van Bijnen van bijzonder sfeervol dobrowerk voorziene “In The Distance” en het door een licht funky inslag opvallende en live in het Amsterdamse Theater Bellevue opgenomen “Soldier” zijn wat ons betreft zo ongeveer de ideale voorbeelden om mee te verduidelijken wat deze jonge, in Nederland woonachtige Duitse zoal in haar mars heeft. Met haar heldere, bijzonder expressieve stem tilt ze die nummers spelenderwijs naar een niveau waar heel wat bekendere Amerikaanse collega’s alleen maar kunnen van dromen. Interessant om volgen dus, wat de toekomst voor dit veelbelovende talent in petto houdt.

Markowski

 

 

THE DERAILERS

“Soldiers Of Love”

(Palo Duro Records / Fontana)

(4) J J J J

 

 

 

Op hun zevende CD geven de Derailers hem ouderwets lekker van jetje. “Soldiers Of Love” barst praktisch uit zijn voegen van de aanstekelijke countrydeunen waar traditionalisten hun hart nog eens ongeremd kunnen aan ophalen. “Cold Beer, Hot Women & Cool Country Music”, “It’s Never Too Late For A Party” en “You’re Looking At The Man” zijn zo zonder ook maar de minste gêne aan wijlen Buck Owens refererende stampertjes, “She’s A Lot Like Texas” klinkt als Roy Orbison gone country, titelnummer “Soldier Of Love” en “Everytime It Rains” twangen ingetogen een eindje weg, het in speelse R&B gedrenkte “Donna Sue Earline” klinkt als een kruising tussen Waylon Jennings en Bo Diddley, “The One Before Me” is een met rinkelende gitaren versierde wolk van een poppy love song, in “An American Man” herleeft de jonge Cash een ogenblik lang en “Hey, Valerie!” en “Get ‘Er Gone” zijn twee lekkere lappen onvervalste bar room rock & roll. Dit is kort samengevat gewoon een echt feest van een plaat!

Derailers

Palo Duro Records

 

 

RON SEXSMITH

“Time Being”

(V2)

(4) J J J J

 

 

 

Als we “Destination Unknown”, zijn enkele maanden geleden verschenen samenwerking met Don Kerr, en “Rarities”, een in 2003 geloste collectie “odds & ends”, mogen meerekenen, is “Time Being” al de tiende CD van prille dertiger Ron Sexsmith. De jonge Canadees is dan ook stilaan aan het uitgroeien tot een gevestigde waarde binnen het singer-songwritercircuit. Voor die nieuwe plaat van ‘m ging Sexsmith opnieuw in zee met geluidsperfectionist Mitchell Froom. En die koos voor een eerder spaarzame muzikale invulling van de door zijn protégé opgediste songs. Daardoor komt Sexsmiths wollig soulvolle stem meer dan ooit in het middelpunt van de belangstelling te staan. En dat is een gegeven, dat je als fan van ‘m eigenlijk alleen maar kan toejuichen. In een decorum van akoestische gitaren, met de nodige omzichtigheid bespeelde drums, een piano en wat strijkers etaleert de door heel wat veel bekendere collega’s – We denken bijvoorbeeld spontaan aan iemand als Elvis Costello! – op handen gedragen Sexsmith andermaal dat hij over een gouden pen beschikt. Ergens tussen pop, folk, soul en een enkele keer ook country creëert hij een volstrekt eigen muzikaal universum. En daar is het, gelooft u ons vrij, bijzonder aangenaam toeven. De liedjes van Sexsmith blijken immers zeer toegankelijk en vertonen een zekere voorliefde voor melodieën met een enigszins Beatle-esk aandoend karakter. Als absolute hoogtepunten onthielden wij ditmaal vooral het ondanks zijn melancholische ondertoon bijzonder radiogenieke “Hands Of Time”, de à la Paul McCartney neergelegde pop van “Snow Angel”, het met een snuif country gekruide “Cold Hearted Wind” en het zich traag voortslepende rootsrockertje “Jazz At The Bookstore”. Maar u vindt er beslist nog wel een paar andere…

Ron Sexsmith

V2 Music