CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES JUNI 2014

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

TIP JAR “Back Porch” - THE DELTA SAINTS “Live At Exit/In” - NQ ARBUCKLE “The Future Happens Anyway” - CORB LUND “Counterfeit Blues” - WILLIAM CLARK GREEN “Rose Queen” - HANK SHIZZOE “Songsmith” - MAX GOMEZ “Rule The World” - JESS KLEIN “Learning Faith” - EASTON STAGGER PHILLIPS “Resolution Road” - MARY GAUTHIER “Trouble & Love” - BEN MILLER BAND “Any Way, Shape Or Form” - THE DEVIL MAKES THREE “I’m A Stranger Here” - BEN VAUGHN “Texas Road Trip” - WAYLON JENNINGS “Analog Pearls Vol. 1” - BRIGITTE DEMEYER “Savannah Road” - HOLLIS BROWN “Gets Loaded”

                                                                                                                                                                                                                                                        

 

TIP JAR “Back Porch” (Shine A Light Records)

(4****)

De mooiste liedjes worden tot nader order nog altijd door het leven zelf geschreven. Goede songwriters weten dat. Ze plukken als het ware voortdurend de vruchten van alledag. En met de juiste pen – En vooral ook stem! – op smaak gebracht vormen die dan de basis voor een doorgaans hoogst appetijtelijk muzikaal potje. Artisanale fijnkost, zoiets. Muziek met een hoge herkenbaarheidsfactor. Muziek, die kortom een buitengewoon uitnodigende werking op je heeft. De Nederlander Bart de Win is er wat ons betreft een echte meester in. Met albums als “The Simple Life”, “Little World” en “Easy To See” wist hij hier de voorbije jaren keer op keer opnieuw de juiste snaar te raken. Ergens uit het diepe tussen Americana, folk en pop dook hij echt de ene na de andere muzikale parel op.

En dat is ook op z’n nieuwe project “Back Porch” weer niet anders. Al mogen we strikt genomen eigenlijk niet spreken van “zijn” nieuwe project. “Back Porch” is immers een heuse partnerjob geworden. Een duoplaat met de met een werkelijk engelachtig mooie stem gezegende Arianne Knegt. Een samenwerkingsverband dat in het verleden overigens al meermaals zijn waarde bewezen had. Op elk van de hoger al even genoemde albums was Arianne immers ook van de partij. En telkens weer viel daarbij op, hoe zalig de stemmen van de Win en Knegt matchten. Daar kon je als aandachtige luisteraar gewoon niet omheen. En ook als artiest dus niet klaarblijkelijk. Op het onder de gemeenschappelijke vlag Tip Jar uitgebrachte “Back Porch” staan er nu immers twaalf samenwerkingen tussen het stel. Tien van de gebrachte nummers schreef de Win in z’n eentje, onder het zomers soulvolle “Lonely Song” prijkt ook de naam van Martijn de Win en het ons louter muzikaal gezien een beetje aan de zo gesmaakte samenwerkingen tussen Chip Taylor en Carrie Rodriguez van enkele jaren geleden herinnerende “Crossroads” droeg Knegt aan.

Een betere titel dan “Back Porch” hadden de twee voor hun eerste samen naar ons gevoel ook niet kunnen verzinnen. Gelijk van bij het door een fijne banjobijdrage van Harry Hendriks het bluegrassgenre voorzichtig de hand reikende “I Won’t Hide” heb je als luisteraar immers het gevoel met zicht op je zonovergoten achtertuin de dag van je af te mogen laten glijden. Na het eerder al genoemde “Lonely Song”, de bedaarde, nog op een klassieke leest geschoeide country van titelnummer “Back Porch”, het ergens tussen Americana en folk wortel geschoten hebbende “One Biscuit”, de werkelijk oorstrelend mooie ballade “You Will Be Fine”, de al even ontwapenende trage “Love Of My Life”, Knegts “Crossroads” en tal van andere roots-toppertjes open je pas ruim vierenveertig minuten later na het afsluitende, met jazz, blues en country tegelijk stoeiende “As Long As I’ve Got You” compleet voldaan weer je ogen. Die heb je eerder, na enkele ogenblikken van met de juiste soundtrack intens genieten van het landschap dichtgeknepen om je ten volle te kunnen overgeven aan de verdere wonderwerken van de Win en Knegt. Zo mooi kan het leven nog zijn…

Gelijk opnieuw een rondje? Of toch maar eerst op zoek gaan naar de tip jar om er die dubbel en dik verdiende fooi in achter te laten?

Tip Jar

 

THE DELTA SAINTS “Live At Exit/In” (The Delta Saints, Inc.)

(4****)

Wie na hun EP’s “Pray On” en “A Bird Called Angola” van ondertussen zo’n jaar of drie geleden en de vorig jaar verschenen volwaardige langspeler “Death Letter Jubilee” nog zou twijfelen aan de capaciteiten van The Delta Saints, die krijgt met “Live At Exit/In” fameus lik op stuk. Waren drie genoemde items an sich al ronduit uitstekende platen, dan bewijst deze nieuwe worp voor eens en voor altijd, dat je Ben Ringel en z’n kornuiten toch vooral live beleefd moet hebben om er écht over mee te kunnen spreken. Iets wat bezoekers van onder meer het BRBF en Moulin Blues van vorig jaar wellicht graag zullen beamen.

De “bourbon-fueled, bayou rock” van de Delta Saints krijgt er live als het ware nog een extra dimensie bij. Bezwete lichamen lijken immers als de spreekwoordelijke rode stierenlap op de heren Ringel, Fitch, Supica, Azzi en Kremer te werken. Hun energiek distillaat uit genres als blues, funk, gospel, Southern en roots rock wint er op een podium alleszins nog ongelooflijk veel aan intensiteit bij. Het wordt dan hoegenaamd onmogelijk om er nog onbewogen bij te blijven.

Laat je verleiden tot een muzikale one-night stand met dingen als “Bird Called Angola”, “Drink It Slow”, “The Devil’s Creek”, “Death Letter Jubilee”, “Pray On”, “Chicago / Boogie”, “Cigarette”, “3000 Miles”, “Liar” en de Gnarls Barkley-cover “Crazy” en je zal gegarandeerd achterblijven als een fan voor het leven! Echte bommen zijn het!

Eind augustus zijn de heren trouwens ook weer in de buurt voor enkele optredens. Op 25 augustus doen ze The Spirit of 66 in Verviers aan, op 29 augustus treden ze op het (Ge)Varenwinkel Blues & Roots Festival in Herselt op en één dag later is Westerpop in het Nederlandse Delft aan de beurt.

The Delta Saints

 

NQ ARBUCKLE “The Future Happens Anyway” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

NQ Arbuckle is het ondertussen al ruim twaalf jaar lang flink aan de weg timmerende Canadese alternatieve countrybandje van Neville “NQ” Quinlan. En met “The Future Happens Anyway” zijn hij en zijn maats Mark en Peter Kesper, Jason Sniderman en John Dinsmore ondertussen dan ook al lang niet meer aan hun proefstuk toe. Eerder verschenen ook al de hoegenaamd zonder uitzondering aan te bevelen albums “Hanging The Battle-Scarred Pinata” (2002), “Last Supper In A Cheap Town” (2005), “XOK” (2008) en het samen met landgenote Carolyn Mark ingeblikte “Let’s Just Stay Here” (2009).

Over hun zonet geloste vijfde willen we het hier vandaar echter hebben, want dat is een héél erg goede! Het is een plaat, die je als luisteraar laat inzien, waarom Quinlan en de zijnen reeds meermaals voor een Juno Award werden genomineerd en door genreconnoisseurs al een poosje in één en dezelfde adem worden genoemd met andere vooraanstaande CanAmericana acts als Blue Rodeo, Blackie & The Rodeo Kings en The Sadies. In de schemerzone tussen alt-country en roots en Heartland rock zorgen zij hier vrijwel constant voor nieuw lekkers.

Quinlans ongemeen attractieve stem zorgt daarbij geregeld voor het nodige kippenvel. We hebben het hier duidelijk over schuurpapier van het allerbeste soort! Stralend in zowel de geregeld opduikende ballades als in de lekker gevarieerde rockers. Je denkt daarbij onwillekeurig aan Springsteen, aan The Band, aan Neil Young, aan Tom Waits, aan Steve Earle,… Enfin, aan nogal wat genregrootheden. Voorts zeker ook een pluim op de hoed van Peter Kesper. Diens gitaar is ons inziens voor de sound van NQ Arbuckle immers minstens even noodzakelijk als de stem van de voorman van de groep.

Gastrollen noteren we tenslotte op het door John Dinsmore geproduceerde “The Future Happens Anyway” ook nog voor onder anderen Melissa McClelland en Luke Doucet (van het duo Whitehorse) en leden van Elliott Brood, Great Lake Swimmers en Wooden Sky. En natuurlijk willen we op de valreep ook nog even aan je kwijt, dat naast elf eigen nieuwe nummers ook vertolkingen van William Whitings “Eternal Father, Strong To Save” – Ook wel “The Navy Hymn”! – en vooral ook wijlen Vic Chesnutts “Panic Pure” “The Future Happens Anyway” haalden. Dat laatste zouden wij samen met het aan Springsteen ten tijde van “The Ghost Of Tom Joad” herinnerende “The Civil War Is Over” hier zelfs nog snel tot absoluut hoogtepunt van het album durven uit te roepen.

NQ Arbuckle, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

CORB LUND “Counterfeit Blues” (New West Records / Warner Music)

(4,5*****)

Wat doe je als rootsartiest, als je van het ene moment op het andere de kans krijgt  om in de legendarische Sun Studios in Memphis een plaat te gaan opnemen? Juist, ja… Je schuift alles aan de kant en je smijt je. Je smijt je alsof je leven ervan afhangt. En dat was dan ook exact wat de Canadees Corb Lund deed, toen hem onlangs die eer te beurt viel. Alleen… Er waren twee addertjes… De opnamen zouden voor een CMT-TV-special gefilmd worden en ze mochten niet langer dan twee dagen in beslag nemen. Van een uitdaging gesproken!

Maar dan wel ééntje, die Lund maar wat graag aanging. Meer nog, hij nam zich voor om ten volle te profiteren van de eigenheid van de door zo ongeveer al hun gebruikers tot in den treure toe geroemde opnamestudio’s. “Live” zou hij er een even ruw als puur eerbetoon aan het ook ruim een halve eeuw later nog door velen quasi verafgood geluid van Sun inblikken. Twaalf liedjes in totaal, materiaal ontleend aan twee eerdere platen van ‘m, met name “Five Dollar Bill” uit 2003 en “Hair In My Eyes Like A Highland Steer” uit 2006, helemaal Lund, maar dan wel met een Sun-randje! En met aan variatie alvast absoluut geen gebrek. Bij Lunds plantenlabel heeft men het over “a spirited set of rockabilly, rock & roll and honky tonk country”. Maar hoe ruim op het eerste gezicht ook, die vlag dekt ons inziens haar lading toch nog niet helemaal. Daarvoor is Lund anno 2014 gewoon té eclectisch ingesteld.

Het album opent alvast ongemeen sterk met het zwaar slidegestuurde net-niet-titelnummer “Counterfeiters’ Blues”. Vervolgens gaat het via een streepje outlaw country (“Good Copenhagen”), een onvervalste rockabilly-stamper (“Big Butch Bass Bull Fiddle”), wat hypernerveuze country rock (“Hair In My Eyes Like A Highland Steer”) en wat catchy Western swing (“Little Foothills Heaven”) richting het onvolprezen “Five Dollar Bill”, ondertussen uitgegroeid tot één van Lunds absolute “signature songs”. “Buckin’ Horse Rider” is door zijn scherpe randje dan weer te omschrijven als alternatieve C&W, “Hurtin’ Albertan” twijfelt tussen Buckaroo twang en rockabilly pur sang, “(Gonna) Shine Up My Boots” is gewoon een vrolijk, van verlangen overlopend klassiek countrydeuntje, “Truck Got Stuck” wat aanstekelijke “tongue in cheek” rig rock, “Roughest Neck Around” een buitengewoon fijne streep countryrock en het afsluitende “Truth Comes Out” sfeervolle, enigszins “creepy” aandoende Americana.

De deluxe-uitvoering van “Counterfeit Blues” bevat naast het eigenlijke album op cd ook nog een dvd. Daarop de bijna een uur durende CMT-TV-special met naast interviews ook heel wat performances, waarvan er een aantal hier voor het eerst hun opwachting maken.

Corb Lund, New West Records

 

WILLIAM CLARK GREEN “Rose Queen” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Eerlijkheid duurt in de liedjes van de jonge Texaan William Clark Green het langst. Nu meer dan ooit. De jongeman, die het aandurft cultheld Willis Allan Ramsey als zijn grote voorbeeld te noemen, schrijft naar eigen zeggen vanuit het hart. En dat lijkt hem geen windeieren te gaan leggen ook. Met name zijn nieuwe liedjes gaan er in z’n thuisstaat immers in als zoete koek. “It’s About Time”, de behoorlijk rockende eerste single van z’n nieuwe album “Rose Queen”, deed het ontzettend goed op tal van Texaanse radiostations. En “She Likes The Beatles”, de aan een veelheid van tegenstellingen tussen de protagonist ervan en zijn wederhelft opgehangen opvolger daarvan deed het zelfs nog beter. Met dat sterk staaltje van Red Dirt Americana scoorde Green onlangs zijn eerste nummer 1 in de Texas Music Chart.

En afgaande op wat er verder nog zoal op de door veterane Rachel Loy geproduceerde opvolger van de langspelers “Dangerous Man” en “Misunderstood” staat, zal het zeker niet z’n laatste zijn ook. Met zijn krachtige, karaktervolle stem als zijn voornaamste bondgenoot wurmt Green zich daarop immers doorheen een echt wel ijzersterk songelftal. Liedjes met op de keper beschouwd louter fijne refreinen en dito melodieën. Veelal lekker rockend van aard, al worden wat midtempo materiaal en ballads bij tijd en wijle zeker ook niet geschuwd.

Onze favorieten: het zich als een zalige lijzige roadhouse rocker aandienende titelnummer, de beide eerder al genoemde singles, “Hangin’ Around”, de wederom zeer radiogeniek rockende opvolger daarvan, en vooral ook het zich al stuiterend een weg richting het luisteraarsonderbewustzijn verhalende “Dead Or In Jail”.

Puur muzikaal bekeken bij nader inzicht eigenlijk typisch een gevalletje van oude wijn in nieuwe zakken, deze collectie. Maar storen doet dat hier allerminst. Daarvoor is Green gewoon veel te goed in wat hij doet. Hierbij haalt allicht zo ongeveer elke liefhebber van Texaanse roots rock luidkeels meezingend bij tijd en wijle graag weer eens even de luchtgitaar boven, wij voorop…

William Clark Green, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

HANK SHIZZOE “Songsmith” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Voor de productie van z’n nieuwe cd “Songsmith” riep Hank Shizzoe de hulp in van z’n landgenoot Stephan Eicher. En dat bleek bij nader inzicht een briljante zet. Zelden klonk de Zwitserse blues- en rootsvirtuoos immers beter dan hier. Eicher zorgde duidelijk voor de zo broodnodige nieuwe uitdagingen.

Gelijk van bij openingsnummer “Rocket Ship” is het er vol op. Met z’n enigszins futuristisch aandoende swamp sound en z’n hypnotische beat legt dat de lat voor alles wat dan nog volgen moet meteen erg hoog. Maar geen nood, met z’n gelegenheidsmaatje Eicher in de buurt lost Shizzoe in de elf verdere nummers op “Songsmith” ogenschijnlijk probleemloos alle zo hooggespannen verwachtingen in. Via de mooie, ons een weinig aan Nick Cave in z’n wat bezadigdere momenten herinnerende pianoballade “He Is Not” over het voorzichtig met moderne elektronica stoeiende en toepasselijkerwijze meer parlando dan gezongen gebrachte “I Talk Too Much” en de in duet met Shirley Grimes opgevoerde trage “Light Up” tot “Like It’s 1929”, een absoluut briljant nummer, dat op cabareteske wijze een brug slaat tussen de economische crisis van het jaar uit z’n titel en die anno nu. In het hart van “Songsmith” stoten we vervolgens op de atmosferische “bluesicana” van het titelnummer en het twangy, louter sfeermatig bij momenten behoorlijk zwaar aan de muziek van die van Calexico refererende “The Ghost Of Pain”. Blijven daarna nog over: de onder meer over lentefrisse ukeleleklanken heen gedrapeerde “singalong” “iTune (Song For Jony)”, het “spacey” rootspopdeuntje “Planned Obsolescence”, de werkelijk sublieme americanaballade “Thanks To You”, de niets ontziende bluesrocker “Where I Come From” en “I Sing”, een even aanstekelijke als aparte adaptatie van Charles Trenets hit “Je Chante” uit 1937.

Duidelijk Shizzoe’s meest gevarieerde worp tot op heden, dit album. En misschien ook wel z’n beste…

Hank Shizzoe, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

MAX GOMEZ “Rule The World” (New West Records / Warner Music)

(4****)

In de States is dit juweel al een behoorlijk poosje uit. Zo’n anderhalf jaar al bij benadering. En vraag me nu niet, waarom het zo lang heeft geduurd om het ook hier op de markt te brengen, want daarop moet ik je het antwoord compleet verschuldigd blijven. Meer zelfs nog, je zou hier alleen maar op het nodige onbegrip met betrekking tot die lange periode in de wachtkamer stuiten. Was echt nergens goed voor… En het zou me ook volstrekt niet verbazen, mocht Max Gomez ondertussen z’n volgende plaat alweer klaar hebben. Zo gaat dat dan immers…

Een beauty als deze ontzeg je een geïnteresseerd publiek wat mij betreft trouwens sowieso niet zó lang. (Wedden, dat veel van de lezers van deze webstek hem ondertussen al kochten via importkanalen? Ik zou het alleszins begrijpen…) “Rule The World” is immers wat je noemt een echt droomdebuut. De vanuit Taos, New Mexico de wereld voor het eerst vragend in de ogen kijkende Max Gomez doet het daarop uitsluitend met eigen nummers. Eén daarvan schreef hij samen met z’n alom gerespecteerde collega Shawn Mullins (het schoorvoetend rockende “Love Will Find A Way”), één met z’n producer Jeff Trott (het na een wat tragere intro echt helemaal openbloeiende rootspoppareltje “Run From You”) en één met enkele van z’n muzikanten (de pianoballade “Black And White”). De overige zeven zijn solocreaties.

Het merendeel van Gomez’ liedjes laat zich vangen onder de noemers country, folk en rootspop. En dat met een onmiskenbare voorliefde voor ballads en andere wat rustigere liedjesvormen dan nog. Met uitzondering misschien van het een aardig eindje richting de blues overhellende “Ball And Chain”. Dat zou je met enig gevoel voor overdrijving de vreemde eend in de bijt hier kunnen noemen.

Gaan we in de komende jaren ongetwijfeld nog heel veel van horen, van deze knaap met z’n wat weemoedig aandoende stem!

Max Gomez, New West Records

 

JESS KLEIN “Learning Faith” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Een compleet zwart frontje met ergens in het midden enkel twee reeksen witte letters eroverheen: “learning faith” en “jess klein”. Nu niet meteen de meest in het oog springende cover, die de Amerikaanse Jess Klein haar nieuwe cd heeft aangemeten. En veel aandacht zal ze er naar onze bescheiden mening dan ook zeker niet mee trekken. Maar gelukkig is er ook nog de muziek. En dat is een geheel en al ander verhaal!

Ten derde male ondertussen ging Klein daarvoor een samenwerkingsverband met Mark “Professor Feathers” Addison aan. En de man, die recentelijk onder meer ook al met de Band Of Heathens en Guy Forsyth voortreffelijk werk afleverde, drukte flink zijn stempel op “Learning Faith”. Zowel de opnamen, de mixing als de productie vielen onder zijn bevoegdheid en tussendoor vond hij ook nog de tijd om onder andere aan tal van gitaren, bassen en toetseninstrumenten de nodige bijdragen te ontlokken. Klein zelf betokkelde zowel akoestische als elektrische gitaren en gasten als Honeybrowne’s Billy Masters (elektrische gitaren), Rob Hooper en John Paul Keenon (drums), BJ Lazarus (mandoline) en Wendy Colonna (backing vocals) deden de rest.

Stralend middelpunt van de belangstelling zijn zoals op elk van Kleins voorgaande albums echter ook nu weer haar zwaar verleidelijke (licht)ruwe stem en haar bijzonder diepgaande teksten. In die laatste gaat ze voor de gelegenheid echt helemaal loos. In die zin, dat ze naar eigen zeggen voor het eerst echt alleen maar gedaan heeft, waar ze zin in had. En dat werkte klaarblijkelijk behoorlijk bevrijdend. Het centale thema van “Learning Faith” ligt voor de hand. Op de keper beschouwd is het zelfs gewoon een conceptalbum, volledig gewijd aan processen waarbij een zeker geloof ontwikkeld wordt – een geloof in mensen, een geloof in het universum, een geloof in een hogere kracht.

Verpakken doet Klein haar teksten over het algemeen in americana- en rootsrockliedjes met een ietwat scherp randje. Sommige eerder atmosferisch van aard (het titelnummer en het afsluitende “Long Way Down” bijvoorbeeld), andere gewoon recht-toe-recht-aan voorbijdenderend (het catchy “So Fucking Cool” en het al even snedige “Dear God”). Een leuke ballade kan zo nu en dan naar goede gewoonte bij wijze van afwisseling echter ook (“If There’s A God” en het radiogenieke “Loving You”).

Jess Klein, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

EASTON STAGGER PHILLIPS “Resolution Road” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Is het écht al weer meer dan vijf jaar geleden, dat de heren Easton, Stagger en Phillips ons met hun voortreffelijke debuutplaat “One For The Ditch” wisten te verrassen? Wat gaat de tijd toch snel, he… En al zeker in goed gezelschap! En dat zijn de songsmeden Tim Easton, Leeroy Stagger en Evan Phillips ontegensprekelijk. Zowel voor eigen rekening, als samen.

Hun nieuwe album namen de drie begin 2013 verspreid over twee weken in Staggers eigen studio, de Rebeltone Ranch, op. Easton nam daarbij het leeuwendeel van de bas-, mandola-, gitaar-, piano- en orgelgitaarpartijen voor zijn rekening, Stagger en Phillips betokkelden hun respectieve gitaren. Zingen deden ze uiteraard allemaal. En dat zowel apart als samen. En dat harmonieerwerk blijkt ook ditmaal weer goed voor een gegarandeerde meerwaarde. Net zoals ten tijde van “verrassingshit” “One For The Ditch”.

Als geheel klinkt “Resolution Road” echter anders dan zijn voorganger. Rijkelijker geïnstrumenteerd alleszins. Doordachter gearrangeerd al evenzeer. In haar totaliteit laat de productie “this time around” eigenlijk absoluut niets te wensen over. De muzikale perfectie wordt hier vrijwel voortdurend benaderd of zelfs helemaal bereikt. In die mate, dat je geneigd bent om te denken, dat men hiermee op zoek wil naar een breder publiek. En geloof ons vrij, de potentie daartoe is ruimschoots voorhanden. Tussen wat de drie heren op en over de stijlgrenzen tussen Americana, roots pop en folk rock brengen zou in een wat rechtvaardigere wereld zo nu en dan zelfs een bescheiden hitje te vinden moeten zijn.

Afgetrapt wordt er met Phillips’ “Alway Came Back To You”, een buitengewoon knappe, meteen ongegeneerd naar blijvende genegenheid hengelende atmosferische rootsrocker. Vervolgens rocken ook Stagger en Easton op hun beurt bedaard een eindje weg met respectievelijk “Traveller” en “Stay”. Laatstgenoemde blijkt trouwens het best bedeeld hier. Van hem prijken er immers vier songs op “Resolution Road”, van de beide anderen “slechts” drie.

Wij onthielden van die tien songs naast het al genoemde “Alway Came Back To You” vooral ook het harmoniezwangere “Lucilia”, het verhalende Stagger-hoogstandje “Life Of Crime”, het ons op de één of andere manier een weinig aan de Jayhawks herinnerende “So Much In Tune” en het mede door de lekkere slap bass erin heerlijk twangy uit de hoek komende “Hwy Is My Home”. Met materiaal van dat kaliber in handen hoeven ze wat ons betreft met een volgende plaat absoluut niet weer vijf jaar te wachten.

Easton Stagger Phillips, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

MARY GAUTHIER “Trouble & Love” (Proper Records / Rough Trade)

(5*****)

Na het in hoge mate autobiografische “The Foundling” uit 2010 tekent Mary Gauthier hier en nu met haar nieuwe studioworp “Trouble & Love” andermaal voor een echte vijfsterrenplaat.

Voor de opnames ervan trok ze ditmaal samen met de onder meer van zijn werk met Delbert McClinton bekende Patrick Granada richting de studio van Ricky Skaggs net buiten Nashville. Daar zocht en vond ze studiohulp bij onder anderen collega-songwriters Darrell Scott, Beth Nielsen Chapman en Ashley Cleveland. En bij gitaarlegende Duane Eddy ook. Hij leende zijn karakteristieke gitaar immers aan het extreem broze, door Gauthier samen met de onvolprezen Gretchen Peters gepende “How You Learn To Live Alone”. Eén van de allermooiste liedjes die wij in 2014 al voorgeschoteld kregen, dat nummer! En één van de sleutelnummers ook op een album dat probeert een weerspiegeling te zijn van het menselijke leven in zijn totaliteit. Een gevolg van het feit dat de liedjes op “Trouble & Love” hun kiem vonden in een voor Gauthier werkelijk gitzwarte periode. Een periode gekenmerkt vooral door verlies en verdriet. En dus bestempelt Gauthier zelf haar nieuwe plaat ook als “a transformation record”. Als een poging “om terug normaal te worden”.

Onder het motto “There’s no such thing as going too deep.” maakt Gauthier ons hier dus opnieuw deelachtig aan bepaalde facetten van haar eigen bestaan. En ze doet dat ook dit keer weer op een dermate ontwapenende manier, dat je als luisteraar compleet gevloerd achterblijft. Eerlijk is eerlijk: platen als deze maakt de nochtans nog altijd veel hoger aangeschreven staande Lucinda Williams naar onze bescheiden mening al een poosje niet meer. Dringend met z’n allen stevig aan de boezem drukken dus, deze geweldige liedjesschrijfster! Haar veelal balladeske, soms bedaard rockende americanaliedjes ontgoochelen op de keper beschouwd eigenlijk nooit. Ze leven als het ware op van de erin vertolkte gevoelens van melancholie en aanverwante stemmingen. En zo wordt héél somber plots ook héél mooi.

Mary Gauthier, Proper Records

 

BEN MILLER BAND “Any Way, Shape Or Form” (New West Records / Warner Music)

(4****)

Billy Gibbons van ZZ Top is een danig grote fan van dit trio, dat hij er zijn bandmaats van meende te moeten overtuigen om het drietal bij wijze van ruggensteuntje een poosje op sleeptouw te nemen. En zo belandden Ben Miller, Scott Leeper en Doug Dicharry tijdens het voorbije 2013 ook zonder noemenswaardige media-aandacht vooraf al op tal van gerenommeerde Europese podia. Met als absolute hoogtepunt een triomfantelijke doortocht op het vermaarde Montreux Jazz Festival.

Daar en elders gooiden Miller en co hoge ogen met hun op veelal zelf in elkaar geknutselde instrumenten gebrachte “Ozark stomp”, een amalgaam van elementen uit country, bluegrass, Delta blues, jazz, rock en andere, daaraan ver of minder ver verwante genres. Muziek, stralend in al haar bewust gezochte eenvoud, maar tegelijk ook barstend van de energie en de passie. Aanstekelijker vind je ze amper! Van het nadrukkelijk naar het muzikale erfgoed van de Appalachen lonkende “The Outsider” tot de uitermate catchy boogie-oefening “You Don’t Know”, van de bevreemdende Americana van “Ghosts” tot het volop met Delta-klei besmeurde bluesstampertje “Hurry Up And Wait”, de knappe countrytrage “I Feel For You”, de wat aparte vaudeville jazz van “23 Skidoo”, de hypernerveuze funky bluesrock  van “Burning Building”, een eigenzinnige eigentijdse interpretatie van de traditional “The Cuckoo”, het aanstekelijke bluegrassniemendalletje “Twinkle Toes” en andere, hier móet je gewoon van houden!

Vermelden we tenslotte ook nog even, dat voor de productie van dit in totaal dertien eenheden tellende kleinood een beroep werd gedaan op niemand minder dan de recent onder meer nog om z’n werk met Jack White, de Kings Of Leon en Wanda Jackson geprezen Vance Powell. En dat was duidelijk de juiste man op de juiste plaats op het juiste moment…

Ben Miller Band, New West Records

 

THE DEVIL MAKES THREE “I’m A Stranger Here” (New West Records / Warner Music)

(4****)

Wat zouden we dit voor het ogenblik met z’n allen graag willen… Een Duivel, die er eens drie zou willen maken… In één wedstrijd dan! In de nakende kwartfinales tegen Argentinië bijvoorbeeld al… Maar goed, da’s natuurlijk een heel ander verhaal. Hier horen we het tot nader order nog altijd gewoon over muziek te hebben. Zoals over “I’m A Stranger Here” bijvoorbeeld, van het trio The Devil Makes Three, vandaar dus…

En om maar gelijk een open deur in te trappen: dat door de dezer dagen zo’n beetje alomtegenwoordige Buddy Miller geproduceerde en ook van bijkomend gitaarwerk voorziene nieuwe album van Pete Bernhard (zang en gitaar), Lucia Turino (bas en backing vocals) en Cooper McBean (gitaar, diverse banjo’s en backing vocals) is er één om duimen en vingers bij af te likken. Heerlijk onconventioneel! Met lak aan eender welke stilistische begrenzing. Akkoord, old-timey klinkt het zo ongeveer allemaal wel. Maar dan wél “tailor-made” voor “jonge oren”. Hier en daar ook opgewaardeerd met een elektrische noot. En misschien is het wel net dat gegeven, dat van dit amalgaam van elementen uit onder andere country, Western swing, ragtime, jug band music, New Orleans en gypsy jazz, Appalachen- en andere folk, blues en gospel zo’n aanstekelijk geheel maakt. Een muzikaal ADHD’ertje dat je als luisteraar maar wat graag in de armen sluit. Ritmisch vrijwel voortdurend overtuigend, meer zelfs nog, bij momenten zwaar verslavend.

Van de je met z’n gypsy ondertoontje meteen overrompelende achterbuurtenjazz van openingsnummer “Stranger” over het ons louter sfeermatig voorzichtig even aan Morphine herinnerende rockertje “Worse Or Better” tot de banjogestuurde, de belofte uit z’n titel helemaal inlossende ballade “A Moment’s Rest”, de hyperkinetische bluegrass-stamper “Dead Body Moving”, het swampy rockende “Hand Back Down” en zo ongeveer al de rest hier, dit is echt killer stuff! En wat het allemaal net nog wat interessanter maakt, is dat onze drie protagonisten het hier uitsluitend met eigen materiaal doen. Love it!

The Devil Makes Three, New West Records

 

BEN VAUGHN “Texas Road Trip” (Munster Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Wie – Net als ons! – in geen tijd zwaar in z’n nopjes is als dingen als “Who Where You Thinkin’ Of” en “(Hey Baby) Que Paso” van de Texas Tornados, “Mendocino” van de Sir Douglas Quintet, “Buena” van Joe “King” Carrasco of “Half A Boy And Half A Man” van Nick Lowe radiogewijs voorbij komen waaien, die moet hoognodig aan “Texas Road Trip”, de echt wel rete-aanstekelijke nieuwe van singer-songwriter Ben Vaughn. Die toog voor de opnamen van z’n jongste worp immers effectief naar Texas en liet er zich bijstaan door louter lokale topmuzikanten. Onder meer Augie Meyers, Alvin Crow, John X Reed, Speedy Sparks en Mike Buck hielpen hem daar in het verre Austin bij het realiseren van wat ontegensprekelijk z’n allerbeste plaat tot op heden is.

Gelijk van bij het extreem catchy, door Meyers’ uit de duizenden herkenbare orgeltje aangejaagde “Boomerang” zit de (Tex-Mex-)sfeer er goed in. En dat zal zo een tijdje blijven ook! Zo is het bijvoorbeeld erg moeilijk om niet met een superbrede grijns op je gelaat te eindigen na het beluisteren van het nog even uit hetzelfde muzikale vaatje tappende en van een ronduit zalige tekst voorziene “(I’m Gonna) Miss Me When I’m Gone”. En ook de daaropvolgende trage old-school R&B van “I’ll Stand Alone” – Met Augie Meyers ditmaal op de piano! – is naar onze bescheiden echt geweldig! Evenals de schokschouderende Tex-Mex-countryrockers “Fire In The Hole” en “Sleepless Nights”, de als fijne ballade verpakte road song “Texas Rain”, het met de tong diep in de wang geplant gebrachte “She Fell Out The Window” en het snedige, met Bill Lloyd gepende “Seven Days Without Love”. En dan vergaten we bijna nog het lijzige stampertje “Six By Six” en vooral ook het licht psychedelisch getinte, zich zo ongeveer als het toppunt van machogedrag uitende “Heavy Machinery”. Of wat dacht u van een behoorlijk dubbelzinnig geladen uiting als “We’re talking heavy machinery, baby, when it comes to my love…” Goed dat we weten, dat grapjurk Vaughn op z’n tijd graag even met ons dollen mag…

Met platen als deze binnen handbereik als soundtrack mag de zomer van 2014 van ons een heel erg warme worden!

Ben Vaughn, Munster Records, Sonic Rendezvous

 

WAYLON JENNINGS “Analog Pearls Vol. 1” (Stockfisch Records)

(3,5****)

Onder de noemer “Analog Pearls” trapte het zo ongeveer voortdurend naar geluidsperfectie op zoek zijnde Duitse Stockfisch Records onlangs een op het eerste gezicht voor het label enigszins atypische nieuwe reeks af. Maar die schijn bedriegt, aldus eigenaar Günter Pauler. Het is immers net zijn bedoeling om met die nieuwe productlijn uitstekend klinkende en ook muzikaal overtuigende analoge opnamen van weleer van een voortbestaan onder een dikke laag stof te redden. En de eerste aan wiens materiaal deze eer te beurt valt, is Waylon Jennings.

In 1964 nam wijlen de countrylegende in de Audio Recorders Studio in Phoenix, Arizona begeleid door zijn toenmalige groep The Waylors een handvol liedjes op, waarvan er uiteindelijk een twaalftal op plaat zouden belanden. Vooralsnog vooral covers. Van bekende en wat minder bekende dingen als “Stepping Stone”, “The Real House Of The Rising Sun”, “Kisses Sweeter Than Wine”, “Unchained Melody”, “Four Strong Winds”, “Sing The Girls A Song, Bill”, “Don’t Think Twice It’s Alright”, “River Boy”, “The Twelfth Of Never” en “Sally Was A Good Old Girl” meer bepaald. Enkel “Just To Satisfy You” en “Charlie Lay Down The Gun” waren prille aanduidingen van een groot schrijftalent in wording. Bij momenten wat rock & roll aandoend allemaal à la een Roy Orbison of een Buddy Holly, elders wat meer folkgetint en natuurlijk ook al country.

Nu dus verkrijgbaar op Super Audio CD. Door de vaklui van Stockfisch Records zorgvuldig geremasterd uiteraard. En als dusdanig best wel een leuke aanvulling voor elke collectie met zin voor het verleden.

Stockfisch Records

 

BRIGITTE DEMEYER “Savannah Road” (Brigitte DeMeyer Music / PIAS Rough Trade)

(5*****)

De vanuit Nashville actieve Brigitte DeMeyer heeft met haar zesde cd “Savannah Road” wat mij betreft eindelijk haar al wel langer verdiende “ticket to the stars” beet. Het merendeel van de nummers op die opvolger van het ook al verre van misselijke “Rose Of Jericho” van zo’n drie jaar geleden schreef de bekoorlijke Amerikaanse samen met collega Will Kimbrough. En dat is zo goed als een kwaliteitsgarantie.

De dochter van een koppel Belgische en Duitse inwijkelingen in de States levert met “Savannah Road” zonder meer één van de mooiste americanaplaten van 2014 so far af. Dertien liedjes lang baant ze zich op bijzonder soulvolle wijze een weg naar het luisteraarshart. Namen als die van Rory Block en meer nog die van Bonnie Raitt mogen daarbij voor vooralsnog oningewijden als referentie gelden. Net als dat tweetal beschikt DeMeyer over een ongemeen expressief stel “pipes”. Iets wat door Kimbroughs even wonderschone als subtiele, echt volledig ten dienste van het liedje staande snarenbijdragen eigenlijk alleen nog maar meer gaat opvallen. Volop genieten geblazen is het daardoor wat ons betreft onder meer van de verfijnd ingehouden back porch americana van “Conjure Woman”, het in al zijn eenvoud niets minder dan briljante akoestische bluesje “Big Man’s Shoe”, de soulvolle trage “Please Believe Me” en vooral ook van swampy titelnummer “Savannah Road”. Verdere verbluffend knappe momenten: het funky “Honey Hush”, het spooky “Worker”, het ons louter sfeergewijs even aan Tony Joe White herinnerende “Lightnin’ Poor” en het waarlijk van de soul bulkende “Build Me A Fire”.

Zullen we ons straks ongetwijfeld als één van dé muzikale hoogtepunten van 2014 herinneren, dit schijfje! Een aanrader van formaat dan ook!

Brigitte DeMeyer, Sonic Rendezvous

 

HOLLIS BROWN “Gets Loaded” (Alive Naturalsound Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Hun debuut “Ride On The Train” vond ik bij nader inzicht een echte dijk van een plaat, maar bij het concept achter hun nieuwste had ik vooraf toch zo mijn bedenkingen. Een rootsy versie van de Velvet Underground-klassieker “Loaded”… Moest dat nu wel echt? Zou daar echt iemand op zitten te wachten? Konden ze ons dan niet beter gewoon verwennen met wat meer eigen lekkers? Enfin, de nodige scepsis in de aanloop naar, je kent dat wel…

Maar die bleek op de keper beschouwd compleet overbodig. De in omgekeerde volgorde afgehaspelde nieuwe versie, die Mike Montali, Jonathan Bonilla, Michael Graves en Dillon Devito van “Loaded” afleverden, luistert immers best wel aangenaam weg. Hun interpretaties van de liedjes van Lou Reed en co situeren zich gewoon wat meer in de muzikale buurt van de Stones (model vroege jaren zeventig), Creedence Clearwater Revival en de Box Tops. “Hollis Brown Gets Loaded” rockt bij tijd en wijle flink, durft ongegeneerd richting R&B te lonken en schuwt ook een bescheiden dosis country op z’n tijd niet. “Head Held High” zou zo bijvoorbeeld uitstekende diensten kunnen verlenen bij het onderbouwen van het eerste lid van dat drieluik, het aardig funky uit de hoek komende “Train Round The Bend” als een al even geslaagd staaltje van het tweede en trage “New Age” tenslotte van het derde, countryeske. Drie verrassend goede nieuwe versies trouwens, die drie liedjes. En samen met het ten dele meerstemmig gebrachte en mede daardoor ongemeen soulvol aandoende “I Found A Reason” en het immer frisse “Sweet Jane” eigenlijk ook gewoon mijn persoonlijke favorieten hier.

Wat mij betreft zonder meer een geslaagd initiatief te noemen!

Hollis Brown, Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home