ARCHIEF CD-RECENSIES MAART

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

ERIC BIBB “Natural Light” - WILLIE NELSON “Crazy: The Demo Songs” - ERICA SMITH “Friend Or Foe” - JAMES McMURTRY “Saint Mary Of The Woods” - TIM GRIMM “Coyote’s Dream” - JOE FOURNIER “Raw Sugar Shed” - BILLY CERVENY “AM Radio”RAILBENDERS “Southbound” - MICHAEL CARPENTER & KING’S RD “Kingsrdworks” - TONE CHAPERONES “Thank You Harlan Howard” - STEVE KETCHEN & THE KENSINGTON HILLBILLYS “Steve Ketchen & The Kensington Hillbillys”SWITCHBACK “The Fire That Burns” - RANDY HOWARD “I Rest My Case” - THE KICKBACKS “Blindside View” - SONNY LANDRETH “The Road We’re On” - KELLY JOE PHELPS “Slingshot Professionals” - KIP BOARDMAN “Upon The Stars” - JAMIE-SUE SEAL “Fly Away” - THE GIBSON BROTHERS “Bona Fide” - DAVID OLNEY “The Wheel” - MARY ALICE WOOD “Daisies In My Hand” - LAST TRAIN HOME “Time And Water” - RICH McCULLEY “If Faith Doesn’t Matter” - THE HAZLEWOODS “Leavin’ You For A Cowboy” - JENNY KERR BAND “Itch” - LISA O’KANE “Am I Too Blue” - DENNIS JAY “What You See” - THE COPPERHEADS “Country & Blues Revue” - ALICE PEACOCK “Alice Peacock” - JOLYNN DANIEL “Come Closer” - JEFF TALMADGE “Gravity, Grace And The Moon” - KARL BROADIE “Nowhere Now Here” - CHUCK PYLE “Affected By The Moon” - MARTY JONES & THE PORK BOILIN’ POOR BOYS “Full Boar” - THE BROKEN FAMILY BAND “The King Will Build A Disco” - JENNIE STEARNS “Sing desire” - MARY McBRIDE “Everything Seemed Alright” - TAMMY FAYE STARLITE & THE ANGELS OF MERCY “Used Country Female” - REBECCA HALL “Sunday Afternoon” - DIANE CRAIG “Fortunes Told” - RD ROTH “From The Ears Down” - JACKSON TAYLOR BAND “Gypsies & Drifters” - KATE CAMPBELL “Monuments” - DAN ISRAEL & THE CULTIVATORS “Love Ain’t A Cliché” - RIAN GREENE “See Things Like You” - ROD PICOTT “Stray Dogs” - MANDO SAENZ “Watertown” - LYLE LOVETT “Smile – Songs From The Movies” - THE MINUS 5 “Down With Wilco” - MARK DAVID MANDERS “Highs And Lows” - SUSANNA VAN TASSEL “My Little Star” - JENNIFER BRANTLEY “Jennifer Brantley” - CALEXICO “Feast Of Wire” - HAYSEED DIXIE “Kiss My Grass – A Hillbilly Tribute To Kiss” - DAR WILLIAMS “The Beauty Of The Rain” - MORPHINE “Best Of 1992 – 1995” - KERRI POWERS “You, Me, And A Redhead” - KATHLEEN EDWARDS “Failer” - JUSTIN TREVINO “The Scene Of The Crying” - NEAL CASAL “Maybe California – An Introduction To” - STAN MARTIN “Cigarettes And Cheap Whiskey” - TRICK PONY “On A Mission” - JOHN BUNZOW “Darkness And Light” - JOSH RITTER “Golden Age Of Radio” - MAX STALLING “One Of The Ways” - ALISON KRAUSS + UNION STATION “Live” - MARK ERELLI “The Memorial Hall Recordings” - GUY CLARK “The Dark” - JOHNNY CASH “American IV: The Man Comes Around” - LAURA CANTRELL “When The Roses Bloom Again” - SHAWN SAHM “Shawn Sahm” - MARY GAUTHIER “Filth & Fire” - WALKABOUTS “Drunken Soundtracks – Lost Songs & Rarities 1995 – 2001” - CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ “Let’s Leave This Town” - RONNY ELLIOTT “Magneto” - JESSE SYKES & THE SWEET HEREAFTER “Reckless Burning” - BILLY RAY REYNOLDS “Whole Lot Of Memories” - JORMA KAUKONEN “Blue Country Heart” - TIN HAT TRIO “The Rodeo Eroded” - LINDA THOMPSON “Fashionably Late”

 

ERIC BIBB

“Natural Light”

(Manhaton Records)

(4) J J J J

 

Het verhaal van Eric Bibb is o zo herkenbaar. Geen sant in eigen land, vanwege niet eenduidig in één welbepaald vakje onder te brengen. Da’s dezer dagen het lot van zowat half musicerend Amerika – de boeiende helft, inderdaad ja. Bibb nam het heft dus maar in eigen handen en creëerde werkgelegenheid voor zichzelf. Hij zakte af naar de U.K. en stampte er samen met zijn manager Alan Robinson zijn eigen label Manhaton Records uit de grond. Van dan af kon het leven voor de man zijn gangetje gaan. Hij kon nu opnemen wat hij wou, hoe hij het wou en wanneer hij het wou. En die ongekende vrijheid straalt zijn werk ook uit!

Luisterend naar “Natural Light” valt eens te meer op van hoeveel markten Eric Bibb wel thuis is. In opener “Too Much Stuff” zou iemand als Robert Cray zijn draai ook wel gevonden hebben. Terwijl in “Home Lovin’ Man” Dr. John elk moment uit de kast lijkt te kunnen springen. “So Sorry” is op zijn beurt gewoon een onvervalste soultrage, terwijl “Tell Riley” onmiskenbaar zydeconoten op zijn zang heeft.

We noemen graag nog enkele hoogtepunten van een plaat die eigenlijk als geheel geen seconde verveelt en je met een behaaglijk gevoel achterlaat. Met een brede glimlach bleven we achter na het dartele “Guru Man Blues”, dat net als “Champagne Habits” volop profiteert van zijn speelsheid - wie met een zinsnede als “Son, you got champagne habits on a beer salary” kan uitpakken, verdient sowieso onze sympathie. En dan mogen we vooral ook de schitterende pianoballade “Circles”, de songgeworden lap nachtleven “Gratefully Blue” en de zomerse beurt die Jackie Wilsons “Higher & Higher” meekreeg, niet vergeten.

Wij zijn al verkocht, nu jij nog!

Eric Bibb

 

 

WILLIE NELSON

“Crazy: The Demo Songs”

(Sugar Hill)

(4,5) J J J J J

 

Dit is country in zijn essentie! Achttien maal Willie Nelson vroege sixties stijl, met demo’s van zijn eigen classics. Het album valt in twee duidelijk afgelijnde helften uiteen. In de eerste acht nummers is Nelson in zijn eentje aan de slag, enkel gewapend met zijn gitaar. Dat resulteert in heerlijke naakte versies van ondermeer “Opportunity To Cry”, “Three Days”, “I’ve Just Destroyed The World” en “Are You Sure”.

Vanaf de negende track wordt de man geruggesteund door een studioband, bestaande uit Willie Ackerman, Buddy Harman, Bob Moore, Roy Huskey, Floyd Chance, Pig Robbins, Ray Edenton, Pete Wade, Jimmy Day en Buddy Emmons. Met ook hier dus als vanzelfsprekend verbluffend mooie resultaten. Zo zijn er ondermeer de oerversies van “Crazy” –de demo die ook Patsy Cline indertijd te horen kreeg- en de honky-tonk show-stopper “I Gotta Get Drunk”. Een speciale vermelding nog voor “I’m Still Here”, een originele Willie Nelson shuffle die hier voor het eerst op cd opduikt. En dan hadden we het nog niet over de 3 ghost tracks die ons als extraatje worden aangeboden!

Heerlijke muziek, en dat niet enkel voor nostalgici! Je zou er voorwaar geld voor geven om Nelson nog eens op deze manier aan de slag te zien gaan.

Willie Nelson

Sugar Hill Records

 

 

ERICA SMITH

“Friend Or Foe”

(Listen Here! Records)

(4) J J J J

 

Of vriend, of vijand, ze zullen er allemaal aan moeten geloven! Erica Smith kan met haar tweede cd namelijk serieus goede papieren voorleggen. Met haar inventieve mix van intieme country en folk deed ze ons bij momenten echt duizelen. Namen als Sandy Denny, Joni Mitchell, Gillian Welch en Laura Cantrell maakten spontaan hun opwachting.

Het album bevat naast vier eigen nummers en een fenomenaal mooie cover van het Rebecca Hall-nummer “Thanks Just The Same” ook Smiths benadering van een viertal traditionals. En als je hoort hoe ze nummers als “Johnny Come Down To Hilo”, “Wayfaring Stranger”, “Oh, Death” en “Pretty Saro” naar zich toe weet te trekken, dan mag al snel duidelijk zijn dat Smith uit heel goed hout gesneden is. En wat de hele zaak nog wat indrukwekkender maakt, is dat haar eigen composities minstens even sterk zijn. “31st Avenue” en “Rose In Winter” zijn beklijvende americanapareltjes met onbeperkte levensduur.

Hier is sprake van een fenomenaal talent, dat we dan ook met argusogen zullen blijven volgen!

Erica Smith

Listen Here Records

 

 

JAMES McMURTRY

“Saint Mary Of The Woods”

(Sugar Hill)

(4) J J J J

 

Op zijn zesde album, z’n derde ondertussen alweer voor het onvolprezen Sugar Hill label, “Saint Mary Of The Woods”, toont James McMurtry zich eens te meer een meester in het observeren en optekenen van de niet zo alledaagse States. Hij neemt ons mee op een reis doorheen Amerikaanse achterbuurten en toont wat niet zo vaak getoond wordt. Een wat bizarre road trip, zeg maar, maar wel een heel erg geslaagde!

Voor het eerst nam McMurtry hier ook zelf de honneurs van producer waar. En, eerlijk is eerlijk, hij heeft zich meer dan behoorlijk van die taak gekweten. Zo zit de uitgestrektheid die Dave Alvins “Dry River” wordt aangemeten het nummer bijvoorbeeld als gegoten. Een eerste subtiel hoogtepuntje zodoende, maar zeker niet het laatste!

“Valley Road” roept de sfeer op van rijden op van die eindeloze snelwegen. Zelf noemt McMurtry dit een momentopname van zijn studententijd. Zondermeer één van de mooiste nummers van deze cd is het titelnummer. De baritongitaar van Stephen Bruton en het orgel van Ian McLagan verlenen aan deze track het soort sfeer waar Daniel Lanois een patent op heeft. En da’s bedoeld als een serieus compliment! Nog zo’n pareltje is “Broken Bed”, met opnieuw een bijzonder prominente rol voor McLagan. En dan vielen wij tenslotte ook nog voor het bekoorlijke tweetal, “Gulf Road” en “Gone To The Y”, vintage McMurtry, héél straf dus!

Sterke plaat trouwens in haar geheel van een grote meneer, die eindelijk z’n juiste draai lijkt te hebben gevonden.

James McMurtry

Sugar Hill Records

 

 

TIM GRIMM

“Coyote’s Dream”

(Vault Records)

(5) J J J J J

 

Een album dat de voorbije weken onze cd-wisselaar nauwelijks nog verlaten heeft, is Tim Grimms “Coyote’s Dream”. Het was zo’n typisch geval van liefde op het eerste gezicht. (Of moet ik zeggen gehoor?) Vanaf de eerste tonen van “Raining”, de werkelijk sublieme ballad waarmee het geheel geopend wordt, waren wij onherroepelijk verkocht. Grimm vertelt hier het verhaal van een man die door een regenstorm gedwongen het huis moet houden en aan het nadenken slaat over het leven. Beklijvend gewoon! Zoals zowat alles wat volgt trouwens! Grimm toont zich een zeer begenadigd storyteller en is bovendien gezegend met een heerlijke zachtruige stem. Je denkt aan Steve Earle, aan Jack Ingram, aan Guy Clark, aan Bruce Springsteen, aan John Prine, aan Woody Guthrie. Een supertalent dus!

Grimm mocht voor zijn derde cd dan ook heel wat helpende handen begroeten. Stacey Earle bijvoorbeeld tekende mee voor het zeer fraaie duet “Browning Mountain”. En Grimms oude gabber Ramblin’ Jack Elliott deelde de honneurs voor het al even knappe “Buffalo Skinners”. Greg Cahill, bekend van zijn werk bij Special Consensus, voorzag ondermeer het titelstuk van lekker banjowerk. En Jason Wilber, die wij ons vooral herinneren als de gitarist van John Prine, stond in voor de werkelijk vlekkeloze productie.

Eén van de sterkste folk-americana platen die wij ooit hebben gehoord!

Tim Grimm

CD Baby

 

 

JOE FOURNIER

“Raw Sugar Shed”

(Dusty Records)

(4) J J J J

 

“My Country Includes…” introduceert je hortend en stotend in de bonte americanawereld van de Canadees Joe Fournier op diens “Raw Sugar Shed” cd. Fourniers aanstekelijke rootsrockavonturen zijn dankzij het Zweedse label Dusty Records ook voor Europese liefhebbers van americana eenvoudig verkrijgbaar. En da’s maar goed ook, want dit wil je niet missen! Of de man het nu over de vrouwen heeft (“All About Irene”, “Susan, Love Jake”), over zijn hond (“My Dog Betty”), over country vandaag de dag (“Country Music’s Gone To Hell”), over… het klinkt allemaal even fris van de lever, héél origineel, héél zomers ook! Qua gevoel denk je aan Dave Edmunds, aan de jonge Costello, aan Creedence, aan de ouwe Hank… Het kreeg de noemer country mee, maar er ging wel een hele flinke scheut rock & roll doorheen! Zo krijg je een hybride waar ook Europese oren wel oor naar hebben. Echt een hele vette kluif dit!

(Ga ze uit nieuwsgierigheid gewoon één keer beluisteren, wij durven je het resultaat van die inspanning nu al te voorspellen! Portefeuille meenemen, ja!)

Joe Fournier

Dusty Records

 

 

BILLY CERVENY

“AM Radio”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4.5) J J J J J

 

Dit is er één die wat ons betreft thuishoort in het rijtje Slaid Cleaves – Rod Picott – Jack Ingram. Dezelfde rasperige stem, dezelfde schrijverskwaliteiten, dezelfde vastberadenheid, kortom dezelfde dosis niet te miskennen talent! Het zou ons dan ook helemaal niet verbazen, mocht Billy Cerveny binnen de kortste keren uitgroeien tot één van de absolute toppers binnen het americanagenre.

“AM Radio” is zijn tweede cd, na z’n in 2000 verschenen debuut “A Horse Named Pride”. En je mag het met een gerust hart van ons aannemen, deze plaat heeft echt alles om snel veel zieltjes voor zich te winnen! Van de bluesy feel van opener “100 Rings” over de gedoodverfde radiohit “AM Radio” tot het wat stevigere “If Ever” – het openingsdrietal legt meteen een heel stevig fundament. En de rest van het huis zal daar in niets voor onderdoen. Wel in tegendeel! “The Way I Meant To Be”, een fraai liefdesliedje (met glasheldere backings van Cori Moon), is voor ons één van de hoogtepunten van de plaat. Maar dat kan je met even veel recht ook zeggen van “Nicotine”, het van subtiel harmonicawerk voorziene “My Father’s Son”, “These Soldier’s Clothes” en “Early Morning Son”.

Op school zou je hier al vlug een vette negen op tien voor krijgen.

Prima plaat!

Billy Cerveny

Paste Music

 

 

RAILBENDERS

“Southbound”

(Big Bender Records)

(4) J J J J

 

Redelijk straffe kost van een groepje dat van dezelfde poel drinkt als de Bastard Sons Of Johnny Cash. De invloed van de Man In Black in zijn jonge jaren is inderdaad ook hier onmiskenbaar aanwezig. En ook de Railbenders brouwen met die bekende ingrediënten een bijzonder aanstekelijk nieuw mengsel. Tal van lekkere hapklare brokken dan ook hier! Opener “Southbound” zet meteen de toon voor wat een wild ritje belooft te worden. En “Whiskey Saturday Night” is exact wat hun label Big Bender Records van meet af aan beloofde: 180 Proof Drinkin’ Music! Dit zou in een wat rechtvaardigere wereld regelmatig uit zowat elke radio geknald komen en ook niet één jukebox zou er zonder kunnen… Aansluitend bevestigt “Lonesome Train”, als dat nog nodig mocht zijn, onze Cashtheorie – waren train songs immers geen stokpaardje van hun grote voorbeeld? Wij dachten van wél!

Klassiek countrymateriaal te over hier ook verder nog met ondermeer “There Was A Time”, “Texas Sun”, “Crazy Train” (Nog eentje!) en het als bezeten voortjakkerende “Breakneck Speed”.

Onze absolute favoriet is evenwel het twangzwangere “Whiskey Drinkin’ Man”, dat op een zalige gitaarlijn als een op hol geslagen trein doordendert.

Wil er iemand dit combo a.u.b. zo snel mogelijk naar de Lage Landen halen?

Railbenders

Big Bender Records

 

 

MICHAEL CARPENTER & KING’S RD

“Kingsrdworks”

(Laughing Outlaw Records)

(4) J J J J

 

“Kingsrdworks” is de opvolger van de “Up Close” compilatie van Michael Carpenter en de zijnen die door Laughing Outlaw Records begin 2002 op de mensheid werd losgelaten en door connaisseurs goed onthaald werd ook.

En dat lot staat het nieuwe album allicht ook te wachten! Wat Michael Carpenter en de zijnen hier klaarstomen is immers weer heel erg catchy. Over de power pop van opener “Nothing In The World” tot het Earleske titelnummer “King’s Rd.” of de Byrdsgitaartjes in “The One For Me”, het klinkt allemaal even lekker! Wij moesten bij herhaling terugdenken aan de werkelijk fenomenaal goede eersteling van Diesel Park West, “Shakespeare Alabama”. Ook die plaat puilde uit van de Byrds- en andere invloeden en kon ons toch probleemloos nog jaren blijven boeien.

Nog enkele krenten uit deze wel zeer lekkere pap: het zonnige “Summertime” (het ideale radiovoer lijkt ons), het poppy niemendalletje “No Way Out” (met zijn heerlijke vocalen) en het pompende “You’re So Alone”.

Kortom, wie dit géén kans gunt, doet zichzelf ernstig tekort!

Michael Carpenter

 

 

TONE CHAPERONES

“Thank You Harlan Howard”

(D Cupp Records)

(4) J J J J

 

Now that’s what I call real country! Leuk om te weten, dat het ook op deze manier nog kan. En wat meer is, de Tone Chaperones maken er hun handelsmerk van! Met “Thank You Harlan Howard” brengen ze een passend eerbetoon aan de in maart vorig jaar overleden songwriterlegende. Howard was werkelijk één der allergrootsten in zijn vak. Een paar titels opsommen zal al snel een belletje doen rinkelen: “I Fall To Pieces” (Patsy Cline), “Excuse Me (I Think I’ve Got A Heartache)” (Buck Owens), “Pick Me Up On Your Way Down” (Charlie Walker), “Above And Beyond” (Buck Owens), etcetera. En die nummers vind je hier dus allemaal op terug, evenals een stel wat minder bekende Howard-songs – benaderd met het grootst mogelijke respect voor hun schepper.

Als 2003 1958 zou zijn, dan waren deze Tone Chaperones nu ongetwijfeld supersterren!

CD Baby

 

 

STEVE KETCHEN & THE KENSINGTON HILLBILLYS

“Steve Ketchen & The Kensington Hillbillys”

(Three Feathers Music)

(4) J J J J

 

Steve wie? We horen het je al denken! Maar dat zou al snel geen punt meer zijn, als we hier de gelegenheid zouden hebben om je zo ongeveer een halve minuut te laten horen van “Party Frock”, de opener van deze plaat. Hoe deze Canadees de bardeuren hier opengooit, doet het allerbeste verhopen. Dit zijn daadwerkelijk hillbillys die naam nog waardig! En of ze nu “The Way It Is”, “Emelina”, “You’ve Been Mistaken”, “Lonely At The Moon”, “Tall Tall Pines” of “Writing On The Wall” heten, hier krijg je stuk voor stuk moten prima traditionele country voorgeschoteld. Ik durf er dan ook mijn hoed om te verwedden, dat je deze plaat als ze in Texas gemaakt zou zijn, al lang in je bezit zou hebben!

The Kensington Hillbillys

 

 

SWITCHBACK

“The Fire That Burns”

(Waygood Productions)

(4.5) J J J J J

 

Je vraagt je af, hoe het in hemelsnaam mogelijk is, dat iets wat zo goed is zo lang aan je aandacht is kunnen ontsnappen… We hebben het dan over het duo Switchback dat net met “The Fire That Burns” zijn zevende cd heeft afgeleverd. Wat Brian Fitzgerald en Martin McCormack hier bij momenten klaarmaken is namelijk ronduit indrukwekkend. Onder de vakkundige productionele leiding van de dezer dagen alomtegenwoordige Lloyd Maines versmelten ze americana, bluegrass en Ierse volksmuziek tot iets volstrekt unieks. Opener “The Farmer Leaves The Dell” bijvoorbeeld leek wel Luka Bloom blootgesteld aan een overdosis bluegrass – enorm aanstekelijk! Titelnummer “The Fire That Burns” dan weer is een prachtig bluegrassgetint rustpuntje, waarin vooral de hemelse harmonieën in het oog springen. “One Heart” moet het vooral hebben van zijn Keltische invloeden. En “Wild Irish Polkas” maakt wat dat betreft zijn titel ook helemaal waar – wie hier ongevoelig voor blijkt, dient dringend een dokter te bezoeken!

Van de eerste tot de laatste noot uiterst genietbaar!

Switchback

 

 

RANDY HOWARD

“I Rest My Case”

(Sugar Hill)

(4) J J J J

 

Tot aan zijn vroegtijdige dood in 1999 gold Randy Howard als één van de beste bluegrass fiddlers. Hij maakte naam tot in Nashville toe, waar hij een graag gezien sessiemuzikant was. Op zijn c.v. pronken zo ondermeer jobs voor Garth Brooks, George Jones, Tammy Wynette en Shelby Lynne.

“I Rest My Case” was Howards derde solo cd. Het grotendeels door de man zelf geproduceerde geheel bevat naast eigen favorieten ook een stel originele composities. We krijgen de muzikant Howard hier werkelijk in al zijn facetten te horen: adembenemende bluegrassmomenten (“New Camptown Races”, “I Rest My Case”, “So Long, Bill”) worden afgewisseld met fraaie ballades (“Leader Of The Band”, “River Of Tears”, “A Lonesome Road”, “Fit For A King”) en swingende Django-stijl jazzoefeningen (“Kansas City Kitty”, “Sweet Bunch Of Daisies”).

Als we je dan ook nog vertellen, dat het gastenboek leest als een soort who’s who in bluegrass, dan weet je eigenlijk al meer dan genoeg. Van de partij zijn ondermeer Ron Block, Sam Bush, Jerry Douglas, Bryan Sutton, Kathy Chiavola, David Grisman, Roy Huskey Jr., Carl Jackson, Don Rigsby, Larry Cordle en Dennis Crouch. Samen tekenen ze voor de nagenoeg perfecte soundtrack bij een ontluikende lente.

Sugar Hill Records

 

 

THE KICKBACKS

Blindside View”

(Sodapop Records)

(3.5) J J J J

 

The Kickbacks zijn een rock & roll band pur sang uit Boston, MA. Met “Blindside View” zijn ze inmiddels aan hun derde cd toe. Eerder verschenen al de goed onthaalde EP “Blue Man’s Collar” in 2000 en hun debuut “Longitude”, drie jaar eerder in ’98. In singer-songwriter Tad Overbaugh beschikt dit 5 man sterke gezelschap over een serieuze troef. Qua stem doet hij bij momenten geregeld sterk denken aan Buffalo Toms Bill Janovitz. Maar daar houdt de gelijkenis dan wel op.

The Kickbacks staan voor bijzonder melodieuze rootsrock/americana, waarin de gitaren lekker twangend hun gang mogen gaan. Wij knikten vooral goedkeurend  bij de van ingehouden spanning zinderende opener “Spotlight Hits You”, bij het wat rustigere tweetal “Banged Up, Black And Blue” en “He Was A Fire”, en bij de lekker strakke Creedence-cover “Almost Saturday Night” - een geheide radiohit!

Meer van dat graag…

The Kickbacks

 

 

SONNY LANDRETH

“The Road We’re On”

(Sugar Hill)

(4.5) J J J J J

 

Sonny Landreth geniet hier te lande vooral bekendheid als één van John Hiatts Goners. En daarmee doen we dit uitzonderlijke slidegitaartalent royaal tekort. Landreths spel kleurde immers ook al de platen van ondermeer John Mayall, Dr. John, Dolly Parton en Shelby Lynne, om zomaar willekeurig wat namen van andere werkgevers te noemen. En bovendien is hij met “The Road We’re On” ook al aan zijn achtste soloalbum toe. En wat voor één!

Met het op Elmore James z’n “It Hurts Me Too” gebaseerde delta blues nummer “True Blue” wordt een vliegende start genomen. En Landreth zorgt ervoor dat we vanaf dan voortdurend bij de les zullen blijven! Het lekker ruwe “Hell At Home” werd volledig live ingeblikt en dat hoor je. En “All About You” noemt de man volledig terecht een “power shuffle with attitude”. Beter hadden we het zelf niet kunnen verwoorden!“A World Away” is dan weer een klassieke bluessleper, terwijl “Gone Pecan” een heerlijk rockende cajundeun belichaamt.

Vergeefs zal je hier wachten op ook maar één moment van zwakte. Van “Natural World” tot het afsluitende “Juke Box Mama” volgt enkel en alleen nog superieur materiaal, getuigend van een ongelooflijke instrumentbeheersing en een al even indrukwekkend schrijftalent.

Noteer dus maar in koeien van letters: Sonny Landreth rules!

Sonny Landreth

Sugar Hill Records

 

 

KELLY JOE PHELPS

“Slingshot Professionals”

(Rykodisc)

(4.5) J J J J J

 

Kelly Joe Phelps is een hele grote meneer. Slechts weinigen lijken er vooralsnog aan te willen, maar dat kan nog enkel een kwestie van tijd zijn. Deze man is gewoon te goed om hem te blijven negeren! Op albums als zijn nieuwe “Slingshot Professionals” zou men eigenlijk zelfs een waarschuwend stickertje mogen aanbrengen met de tekst “Zwaar verslavend!” erop. Phelps brengt op zijn vijfde cd namelijk als vanouds emotioneel bijzonder diepgravende moderne bluesliedjes. Hij schreef ze ook nu weer allemaal zelf en had in Lee Townsend productioneel een goede helpende hand in de buurt. Luister zelf en huiver mee! Want nummers als “Window Grin”, “Not So Far To Go”, “Waiting For Marty” en het goddelijke “Circle Wars” zullen ook jou gegarandeerd niet onberoerd laten! Hier worden met medewerking van supertalenten als Bill Frisell, Petra Haden en Scott Amendula 10 tracks lang de sterren van de hemel gemusiceerd. Volstrekt uniek gewoon en ongemeen groots!

Kelly Joe Phelps

Rykodisc

 

 

KIP BOARDMAN

“Upon The Stars”

(Ridisculous Records)

(4.5) J J J J J

 

Afdeling “aangename verrassingen”: Kip Boardman met “Upon The Stars”. Dit is een echte instant klassieker! Boardman dompelt je van bij de eerste noten onder in een wel zeer bekend sopje. De jaren zeventig lijken nooit aan de man voorbij te zijn gegaan. Zijn warme countryrockgeluid is dan ook een ware zegen voor liefhebbers van rustigere americana. Heel af en toe moesten wij denken aan The Band, The Jayhawks of een meer country uitvoering van Neil Young. Niet direct slecht gezelschap dus om in gesitueerd te worden!

In het titelnummer, de openingstrack “Upon The Stars”, dekt Boardman je onder met een warme deken van verstilde pracht. De seventies ten voeten uit vervolgens in “Bottom Line”. En vanaf dan is er geen weg meer terug. “Edendale” vonden wij één van de mooiste liedjes van het geheel – zachte country, voortbordurend op een fijn akoestisch gitaartje. Bij “Andalusia” leek Gram Parsons wel van de partij, al kunnen het ook die van Green On Red geweest zijn. Heel wat funkier van opzet is dan “Remember To Breathe”. En ook dat gaat Boardman goed af!

“Words Will Come” noteren we tenslotte als onze absolute favoriet op “Upon The Stars” – zo’n zalig miniatuurtje van het type waarop de vroege Jayhawks ooit een patent leken te hebben. Voor de geïnteresseerden : Boardman kreeg bij het tot stand brengen van al dit fraais ondermeer bijstand van Don Heffington, Tony Gilkyson, Danny McGough, Mike Stinson, Amy Correia en Randy Weeks.

Kip Boardman

 

 

JAMIE-SUE SEAL

“Fly Away”

(Smokin’ Sleddog Records)

(3.5) J J J J

 

 “Folk rock. Nee, eigenlijk eerder een mengelmoes van alle stijlen waar ik mee grootgebracht werd en waar ik van houd: classic rock, soul en r&b, country en gospel.” Dat was het antwoord dat Jamie-Sue Seal ons gaf, toen we haar vroegen ons een hokje voor haar muziek aan te wijzen. Een antwoord dat tegelijk alles en niks zegt over haar nieuwe album. ’t Is inderdaad moeilijk om hier maar één label op te plakken. Behalve dat ene dan, dat zegt dat dit een goede plaat geworden is. Het ene moment klinkt het allemaal heel erg country, zoals in de werkelijk wonderschone ballade “Zephyr Wind” of in het al even fraaie duo “Mustang Summer” en “Hold Me”, het andere dan weer liggen gestroomlijnde rocksongs op de loer, zoals het energieke “Crossroads” en het titelnummer, de road song “Fly Away”.

Krachtige stem (een beetje Pitti Polak), prima songs, goede vertolkingen – trek zelf de conclusie maar!

Jamie-Sue Seal

 

 

THE GIBSON BROTHERS

“Bona Fide”

(Sugar Hill)

(3.5) J J J J

 

The Gibson Brothers hadden voor hun vijfde cd geen toepasselijker titel kunnen bedenken. Dankzij de film “O Brother Where Art Thou?” verheven tot een mode-uitdrukking en bovendien alleszeggend met betrekking tot de kwaliteit van het hier gebodene is “Bona Fide” eigenlijk de enig mogelijke juiste keuze.

Eric (banjo) en Leigh (gitaar) Gibson tekenen hier namelijk eens te meer voor een voortreffelijke pot bluegrass. Hun handelsmerk zijn als vanouds die schitterende samenzang, de veelal uitmuntende songs en een ronduit fenomenale instrumentbeheersing. Negen eigen story songs worden hier aangevuld met een stel uitgelezen covers, ondermeer prachtuitvoeringen van de Earl Scruggs klassieker “Shuckin’ The Corn” en Tom T. Halls “Don’t Forget The Coffee, Billy Joe”. In “The Lighthouse” wordt bovendien het familieplaatje gecompleteerd als ook zus lief Erin de lead vocals even voor haar rekening komt nemen.

De broers vatten wat hier gebeurt zelf nog het best samen in het nummer “That Bluegrass Music”. Het mag dan al zo zijn, dat mooie vrouwenstemmen de jongste jaren in bluegrassmiddens de scepter zwaaiden, de essentie van het genre blijft toch nog steeds elders te zoeken:

“Oh, no, there’s nothin’ in the world like bluegrass music

Oh, no, nothin’ can touch that harmony

When you find the beat, brother, you will never lose it

That bluegrass music”

Welkom terug!

The Gibson Brothers

Sugar Hill Records

 

 

DAVID OLNEY

“The Wheel”

(Loudhouse Records)

(4.5) J J J J J

 

David Olney is een vriend des huizes. Altijd al geweest! En we kunnen het ons eigenlijk ook nauwelijks voorstellen, dat daar ooit verandering in zal komen. Wijlen Townes Van Zandt noemde hem ooit één van de beste songwriters die hij ooit had gehoord. En wie zijn wij dan om dat te gaan tegenspreken….Zeker als Olney, zoals dat op zijn elfde studioalbum “The Wheel” het geval is, de pareltjes één na één uit de mouw blijft schudden. Het merendeel van de songs schreef hij gewoontegetrouw in z’n eentje. Voor “Chained And Bound To The Wheel”, “Voices On The Water” en “Boss Don’t Shoot No Dice” mochten respectievelijk Bland Simpson, Gwil Owen en Janis Ian mee aan tafel. Thematisch gezien blijkt het ditmaal allemaal om circulariteit en beweging te draaien: van de a capella opener “Wheels” over het wat forsere, bluesy “Big Cadillac” tot het zacht twangende “Chained And Bound To The Wheel” en afsluiter “Round”. Als een volleerd bokser mept Olney je regelmatig tegen het canvas, om je vervolgens telkens gewillig weer in de wedstrijd laten te komen en zijn werk steeds genadelozer af te maken. Ook het muzikale aspect van “The Wheel” blijft op die manier steeds in beweging.

David Olney bewijst hier eens te meer, wat wij eigenlijk al heel lang wisten: met name dat hij tot de allergrootste momenteel actieve singer-songwriters dient te worden gerekend. Bijzonder indrukwekkend allemaal!

(Enkele luistertips: “Revolution”, “Stonewall”, “The Girl I Love” en “All The Love In The World”.)

David Olney

Loudhouse Records

 

 

MARY ALICE WOOD

“Daisies In My Hand”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4.5) J J J J J

 

Goede raad is duur, wil het spreekwoord. Even héél goed luisteren is daarom nu de boodschap! Als de namen Lucinda Williams en Kasey Chambers je naar het puntje van je stoel doen schuiven, doe jezelf dan een groot plezier en schaf je “Daisies In My Hand”, de tweede cd van Mary Alice Wood, blind aan. Wood beschikt namelijk niet enkel over een heerlijke stem (in het verlengde van die van Williams), ze bestrijkt met fantastische songs ook zowat alle uithoeken van het americana genre. (Alt. country, americana, akoestisch, rootsrock, folk,… je zegt het maar!) Hier moet je niet teveel over praten of over schrijven, hier moet je gewoon naar luisteren… Woorden schieten immers toch tekort! Dit is er zonder twijfel één voor de eindejaarslijstjes! En wat Lucinda betreft, die zal al met een fenomenale cd over de brug moeten komen om dit nog te toppen… Briljant!

Mary Alice Wood

 

 

LAST TRAIN HOME

“Time And Water”

(Adult Swim Records)

(4.5) J J J J J

 

2002 Wammie (Washington Area Music Award) voor artiest van het jaar vermeldt een trotse zelfklever op de jongste van Last Train Home, “Time And Water”. Een onderscheiding die dan ook meer dan verdiend is! Last Train Home maakt immers al sinds 1997 hemelse muziek, die je nu eens als country, dan weer als folk, americana of rock kan omschrijven, maar die altijd onder de gemeenschappelijke noemer “uitstekend” valt. Ook nu weer!

“Time And Water” is een bijzonder gevarieerd geheel geworden met tal van delicieuze hoogtepuntjes. We noemen in dat verband ondermeer opener “Lorelei”, sierlijk opgebouwd rond een super sexy twangend gitaartje, het bitterzoete “Blue skies” ook, de door Mary Battiata van Little Pink aangeleverde speelse oorwurm “All Right Okay”, waarin banjo, mandoline, dobro en pedal steel om je aandacht wedijveren, en de Latino afsluiter “Las Lagrimas Del Pollo Rico”, compleet met zomers trompetgeschal.

Ze mogen ze, wat ons betreft althans, nog lang mogen, die van Last Train Home!

Last Train Home

 

 

RICH McCULLEY

“If Faith Doesn’t Matter”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3.5) J J J J

 

Rich McCulley (die in het verleden ondermeer reeds zijn sporen verdiende bij de Big Blue Hearts) heeft met zijn tweede cd “If Faith Doesn’t Matter” een dot van een rootsrockplaat afgeleverd. Gelijk van bij de rustig rockende opener “Waiting” valt McCulley’s geweldige gevoel voor melodieuze songs op. En het heerlijk twangende duo “Unwound” en “Say Bye-Bye” laat daar vervolgens ook niet de minste twijfel rond ontstaan. Evenmin als de rest van de plaat trouwens! Wij zaten in gedachten regelmatig bij Marshall Crenshaw. Ook die weet ons met zijn pakkende rootspopsongs altijd weer op een vergelijkbare manier te bekoren. Nog een naam die onwillekeurig door onze geest flitste was die van Paul Westerberg. Met de voormalige Replacements baas deelt McCulley een ogenschijnlijk met schuurpapier bijgewerkte rasp van een stem, die zijn songs extra goed tot hun recht laat komen. Heel catchy wordt het op die manier allemaal! Heel erg aan te bevelen ook…

Rich McCulley

 

 

THE HAZLEWOODS

“Leavin’ You For A Cowboy”

(Laughing Outlaw Records)

(4) J J J J

 

The Hazlewoods zijn een vijfkoppig gezelschap afkomstig uit Sydney. De groep kreeg bij haar ontstaan in 1999 de naam The Desperates mee, werd later herdoopt tot The Starlings, maar lijkt pas nu klaar voor het echt grote werk onder alweer een nieuwe naam. In de nieuwe line-up heeft men er alvast geen gras over laten groeien wat betreft het inblikken van een eerste cd.

“Leavin’ You For A Cowboy”, het album in kwestie, heeft in onze collectie ondertussen al een plaatsje gevonden in de buurt van plaatwerk van groepen als The Riptones, The Demolition String Band, Southern Culture On The Skids en The Bellyachers. En dat zegt héél veel over de kwaliteit van het hier aangebodene! Van zodra de deksel van de pot gaat, vult het aroma van The Hazlewoods onmiddellijk je keuken! Dit vonkt, dit knettert, dit smaakt naar meer! De energie spat er gewoon van af! Dankzij de energieke en vrijpostige vrouwelijke vocalen waan je je zo in een retrotrip naar de late fifties. Alle clichés zo eigen aan het countrygenre krijgen ondertussen een stevige bolwassing. Hier wordt volop de spot gedreven met het genre, maar… o, ironie, de parodie groeit uit tot een zeer aanstekelijk brouwsel met tal van denderende (country!) highlights:

de hortende en stotende opener “Divorce Trailer Style” bijvoorbeeld, “Long Gone”, waaraan het album zijn titel dankt, “Love & Hate”, waarin de geest van The Cramps rondwaart, het rustpuntje “Loaded”, en vooral ook “Lambchops” dat na een wat introverter begin openspat tot een energieke lap alt. country.

Great stuff!

Laughing Outlaw Records

 

 

JENNY KERR BAND

“Itch”

(JennyCo Records)

(4.5) J J J J J

 

Niet echt recent meer, deze acht tracks tellende eersteling van The Jenny Kerr Band, maar er zijn heel wat redenen te bedenken om hem hier toch even een beurt mee te geven.

Eerst en vooral zijn Jenny en haar begeleiders in de buurt voor een aantal optredens in zowel Nederland, als België. En bovendien zal de plaat weldra in een enigszins aangepaste versie worden heruitgebracht. En dan heb je ’t dus nog in het geheel niet gehad over de kwaliteit van het gebodene…

Opener “Itch” is meteen zo’n bluesy countryrockertje dat je op een hele vervelende plaats steekt, zodat het moeilijk wordt om je stoel nog te houden. In “Pony” neemt Jenny Kerr vervolgens wat gas terug en illustreert ze bijna terloops hoe krachtig haar stem wel is. Dat blijkt trouwens ook uit “Mississippi Delta”, dat een veelbelovende titel paart aan een vlekkeloze invulling daarvan, the real stuff dus…

In “I Wanna Be Rich” waagt Kerr zich aan klassiek countrymateriaal en “Clear A Path” stuitert aansluitend als een op hol geslagen springballetje in het rond op uitstekend smoelschuifwerk van de bazin zelve.

De twee absolute hoogtepunten van de plaat vormen de ronduit hartverwarmende border song “Tijuana Waltz” en dat andere rustpuntje “If I Had Wings”. Afronden doen Kerr en co “Itch” met het dartele, op een toffe banjoriedel ronddansende “When I Get Home”.

Wat ons betreft een ontegensprekelijke 8 op 8!

Jenny Kerr Band

 

 

LISA O’KANE

“Am I Too Blue”

(Raisin’ Kane Music)

(3.5) J J J J

 

Lisa O’Kane geniet momenteel volop de aandacht van countryminnend Europa. En afgaande op haar cd “Am I Too Blue” is dat meer dan verdiend ook! O’Kane heeft een prachtige doorleefde countrystem die ons bij tijd en wijle herinnert aan die van Katy Moffatt. En net als Moffatt bedient ze zich ook deels van eigen materiaal, deels van goed gekozen nummers van anderen. Zo excelleert ze ondermeer in het door Lucinda Williams gepende titelnummer, in Hank Williams’ “My Sweet Love Ain’t Around”, in K.T. Oslins “Wall Of Tears” en in John Prine’s “All The Way With You”. Maar ons pakte ze toch vooral in met het openingstweetal van de cd: het naar Cajun neigende “Romance And Finance” (een nummer dat ze zelf schreef samen met Ken O’Malley) en de werkelijk adembenemende ballade “Little Black Cloud”, waarin muzikale hoofdrollen zijn weggelegd voor de fiddle van Scott Joss (Dwight Yoakam) en de mandoline van Tom Corbett.

Als je even de tijd neemt om eens na te denken over wat men ons vanuit Nashville dezer dagen allemaal durft voor te schotelen, dan wordt het zo goed als onbegrijpelijk dat een lekkere plaat als “Am I Too Blue” van Lisa O’Kane nog niet door een major werd opgepikt. Hier wordt er namelijk het levende bewijs voor geleverd, dat ook moderne country nog volop country kan zijn.

Lisa O’Kane

 

 

DENNIS JAY

“What You See”

(Linkhorn Records)

(4) J J J J

 

Van bij de eerste noten van het titelnummer van zijn debuut koesterden wij meteen een warme sympathie voor Dennis Jay. “What you see is what you get”, zingt de man en zo is het maar net. Hij staat op het hoesje van de cd afgebeeld als één van de vele countrysterren die aan het einde van de vijftiger jaren furore maakten en zo klinkt het geheel eigenlijk ook. Het moet van de jongste van Tom Armstrong geleden zijn, dat we ze nog zo puur voorgeschoteld kregen! Twaalf songs lang etaleert Dennis Jay hier een wel bijzonder minimalistische kijk op country, al hoort hij zelf liever spreken van “folk & western”. De invloeden zijn zeer uiteenlopend van aard: van klassieke country en cowboy ballads over folk tot flamenco. Uiterst spaarzaam begeleid brengt Dennis Jay zijn zelf gepende songs echter op zo’n doorleefde manier, dat je wel door de knieën moet. Echo’s van Lefty Frizzell, Marty Robbins en de jonge Johnny Cash en de Tennessee Two hoorden wij hierin. Enkele hoogtepunten vroeg u? “Letters From Mexico” dat de belofte van zijn titel alvast qua sfeer volop weet waar te maken is er zeker één, evenals “One Good Simple Reason”, een heerlijk duet met de ons totaal onbekende Fannie Zollicoffer, en de beklemmend mooie ballade “Sorry Excuse For Love” (Zo’n titel alleen al!) zorgde hier ten huize ook al voor het nodige kippenvel. Een ontdekking!

Linkhorn Records

 

 

THE COPPERHEADS

“Country & Blues Revue”

(Narnian Records)

(3.5) J J J J

 

Hier worden wij dus heel vrolijk van, zie! Dit is zo’n plaat waar in dikke vette witte letters “Fun!” overheen gekalkt werd. The Copperheads grossieren in vrijblijvende pret met een swampy randje. “Sweetwater Blues” opent de feestelijkheden meteen losjes in de blues, “Ain’t No Black & White” zet heel erg soulvol de aanval verder en “Letter From Houston” rondt countrygewijs perfect af. Het openingsdrietal geeft het met andere woorden al aan: de titel “Country & Blues Revue” is bepaald niet gestolen! De soulvolle stem van Ray Barnard –ook de voornaamste songleverancier van de groep- is op haar best in de slepers, zoals “White Lies & Dark Nights”, “Burning Darkness Of The Night” en “Caught Up In The Rain”. Al willen we daar wel meteen aan toevoegen, dat het meer up tempo “Ball & Chain” met z’n aantrekkelijke accordeonopstootjes ook niet te versmaden is.

Een feest van een cd!

The Copperheads

 

 

ALICE PEACOCK

“Alice Peacock”

(Aware / Columbia)

(3.5) J J J J

 

Ze zou je met de titel van haar cd zo op het verkeerde been kunnen zetten, maar “Alice Peacock” is niet het debuut van deze fraai ogende chanteuse. Eerder bracht ze in eigen beheer reeds het goed onthaalde “Real Day” uit.

Alice Peacock staat voor het type van gedegen vakmanschap dat we de jongste jaren ook gewoon zijn geraakt van artiesten als Sheryl Crow, Shawn Colvin en Melissa Etheridge. Ze brengt het alleen oneindig veel aanstekelijker. Als ze het openingsnummer “Alabama Boy” inzet, heb je gelijk het gevoel dat je dit al jaren kent. En dat prettig herkenbare lijkt als een rode draad doorheen heel het album te lopen. Hoogtepuntjes te over dan ook. De singles “I’ll Be The One” en vooral ook “Bliss” bijvoorbeeld, het heerlijk voortkabbelende “I’ll Start With Me” ook, enfin, je kiest ze zelf maar uit, keuze zat hier…

Een snelle blik op de gastenlijst maakt al vlug duidelijk, dat Peacock wel eens meer op bijval mag rekenen. Muzikale bijrollen zijn er ondermeer voor folkicoon John Gorka, Indigo Girl Emily Saliers, singer-songwriter Kristen Hall en haar labelgenoot John Mayer. Maar laat er vooral geen twijfel over bestaan, wie hier de show steelt – dat is namelijk ontegensprekelijk Peacock zelf!

Alice Peacock

 

 

JOLYNN DANIEL

“Come Closer”

(Rebel Sky Music / Lucky Dice Music)

(3.5) J J J J

 

Het kleine maar fijne Nederlandse label Lucky Dice Music heeft met Jolynn Daniel opnieuw een goudhaantje aan zijn artiestenstal toegevoegd. Daniel is met “Come Closer” aan haar derde cd toe. En het moet gezegd, het is opnieuw een voltreffer van jewelste! Ze verstaat als geen ander de kunst om bruggen te slaan tussen diverse genres. Het ene moment pakt ze je in met perfecte popsongs als “Everybody Else Does” of “Hold Me Closer”, het andere rollen zachte folk- en countrygetinte pareltjes uit haar pen als “Love In A Bottle”, “My Imagination” of “The Girl”.

Het resultaat is een plaat die bij elke nieuwe beluistering weer wat meer van haar geheimen prijsgeeft. Een plaat ook, die voortdurend blijft groeien! Artiesten als Sheryl Crow, Shawn Colvin en vooral ook Marti Jones lijken gepaste aanknopingspunten. Jolynn Daniel kan alvast bogen op een vergelijkbare dosis talent als de genoemde dames. Ze is er dan ook in geslaagd om nogal wat gerenommeerde collega’s voor de opnames van het album mee de studio in te tronen – Matthew Ryan is bijvoorbeeld van de partij, Kami Lyle (Ron Sexsmith, Patti Griffin) ook, en de dezer dagen alomtegenwoordige Ken Coomer (Wilco), om er maar enkele te noemen. Combineer zo’n cast met het fenomenale schrijftalent van Daniel en de gevolgen laten zich vrij makkelijk raden: bijzonder catchy liedjes zijn het geworden, die zich met kleine weerhaakjes lijken vast te hechten op je trommelvliezen, echte oorwurmen!

Die grote doorbraak, die zou met zo’n plaat absoluut moeten kunnen…

Jolynn Daniel

Lucky Dice

 

 

JEFF TALMADGE

“Gravity, Grace And The Moon”

(Bozart Records / CoraZong Records)

(4) J J J J

 

Sinds hij in 1999 debuteerde met “Secret Anniversaries” heeft Jeff Talmadge al een aardig palmares bij elkaar geschreven. Na “The Spinning Of The World” (2000) en “Bad Tattoo” (2001) is “Gravity, Grace And The Moon” al zijn vierde cd in goed evenveel jaar tijd. En het lijkt er alsmaar meer op, dat Talmadge binnen afzienbare tijd in de bovenste la van het singer-songwritersgild zal gaan belanden. Met zijn mooie gebronsde stem -denk aan een John Gorka of een John Prine!- omarmt de Texaan dertien zelf geschreven nummers en het resultaat daarvan is een album dat bijzonder aangenaam wegluistert. De hoogtepunten volgen elkaar aan een adembenemend tempo op. In het up tempo openingsnummer “Photograph” denkt Talmadge na over het verleden. “I’m thinkin’ about that photograph that was never taken, God we were beautiful back then,” zingt de man - alles bleek toen nog véél mooier… In “House On Fire” bepalen de elektrische gitaar van Bradley Kopp en de mooie achtergrondvocalen van Karen Mal mee de sfeer. Een wat donkere ballad met onmiskenbare rockinvloeden is wat ons hierbij ten deel valt. “Interstate Blues” is vervolgens één van onze persoonlijke favorieten – een opgewekte countrybluesdeun waarin de genoegens van het naar huis terugkeren worden bejubeld. Een nummer dat een weinig typerend is voor het hele hier door Talmadge aangeboden oeuvre trouwens. Hij vermag het als weinig anderen om zijn omgeving te observeren en die dagelijkse realiteit vervolgens te vangen in heerlijke miniatuurtjes. “Little Dress” is er nog zo eentje, of het delicieuze duet met Karen Mal, “Inside The Brackets”, of het vlottere “Chasing Grace” ook.

Tenslotte willen we er ook nog even het tweetal “All The Things That She’ll Miss” en “Everything I Know” uit lichten. Twee heerlijke lappen melancholie met als bonus de subtiele accordeoninkleuring door Chip Dolan. Prachtig gewoon!

Al bij al een plaat die alles in zich heeft om voor Jeff Talmadge eindelijk de welverdiende doorbraak te bewerkstelligen. Zeg dat Ctl. Alt. Country het gezegd heeft!

Jeff Talmadge

 

 

KARL BROADIE

“Nowhere Now Here”

(Laughing Outlaw Records)

(5) J J J J J

 

2003 is amper een paar maanden oud en we werden reeds bedolven onder een stortvloed aan goede tot uitstekende platen. Americana leeft, dat moge duidelijk zijn! Steeds meer beginnen ons trouwens ook prima platen te bereiken die niet langer van Amerikaanse makelij zijn. Eén van de jongste (én beste!) voorbeelden daarvan is “Nowhere Now Here”, het werkelijk verbluffend mooie debuutalbum van de 31-jarige in Sydney, Australië woonachtige Schot van geboorte Karl Broadie. De man heeft een stem uit de duizend. Van zodra hij licht hees uithaalt in de opener van zijn plaat, “Keep Me On Your Mind””, blijf je met de mond wagenwijd opengesperd van verbazing achter. Zelf noemt Broadie ex-Waterboy Mike Scott en Bob Dylan als z’n grote voorbeelden. En wat hij hier heeft neergezet doet die namen alle eer aan! Je wordt genadeloos van het ene hoogtepunt naar het andere meegezogen: van “A Few More Miles” tot het oorstrelend mooie titelnummer “Nowhere Now Here” tot “Moonshine Dancin’”, noem maar op, dertien stuks in totaal!

Het absolute hoogtepunt meenden wij te hebben gevonden in “If Not For You”, een doodgewoon liefdesliedje, ware het niet dat Broadie er zijn hele ziel en zaligheid in blootlegt.

Fans van een Lucinda Williams, een Jeff Tweedy, een Bob Dylan of een Mary Gauthier zouden ondertussen al genoeg moeten weten, maar voor het geval dat niet zo moest zijn, de spreekwoordelijke tekening erbij: “Essentiële plaat van een fenomenaal talent!”

Karl Broadie

 

 

CHUCK PYLE

“Affected By The Moon”

(Bee ‘n’ Flower)

(3.5) J J J J

 

Chuck Pyle is een naam die in onze kontreien niet direct bij velen een belletje zal doen rinkelen. Nochtans is hij nu ook niet direct wat je noemt een nobele onbekende. Zijn songs vinden al jarenlang gretig aftrek bij meer gereputeerde collega’s. Tot zijn clientèle mag de man zo ondermeer Tish Hinojosa, de Nitty Gritty Dirt Band, Suzy Bogguss, Chris LeDoux en Jerry Jeff Walker rekenen. Toch niet de minsten…

En nu is er dus met “Affected By The Moon” ook een zevende album van Pyle zelf. The Zen Cowboy, zoals hij door de Amerikaanse persjongens steevast genoemd wordt, neemt ons daarop mee op een bijzonder gevarieerde trip. Van de shuffle “in gypsy mineur” “Affected By The Moon” over de mooie ballad “97 Hillside Road” tot het poppy “Blue Train” (een nummer van zijn maatje Tom Kimmel overigens), het gaat er allemaal in als zoete koek. Maar op zijn best is Pyle wat ons betreft toch als de cowboy in hem naar buiten treedt, zoals in het wijdse “Outlaw’s Dream” (een Jack Williams song), het zacht rockende tweetal “Laurie Ann” en “Think I’ll Go To Texas”, en vooral in het zo uit een jaren vijftig western weggelopen “Cowboy’s Christmas Dream”. Dat zijn de momenten waarop je perfect gaat aanvoelen, waarom ’s mans songs zo gegeerd zijn.

Warm aanbevolen!

Chuck Pyle

 

 

MARTY JONES & THE PORK BOILIN’ POOR BOYS

“Full Boar”

(Big Bender Records)

(3.5) J J J J

 

Marty Jones en gezelschap maken het soort country waar men dezer dagen het label hard of real als waarschuwing op aanbrengt. Muziek waar het spelplezier nog van af spat. Muziek dus ook die op feestelijkheden gegarandeerd bijval zal oogsten. En bovenal muziek die nog op de klassieke countryleest geschoeid is. Cheatin’, cryin’, drinkin’,… hier kan het nog allemaal zonder de minste gêne. Vooral het onderdeel “hijsen” lijkt dit 4 man sterke gezelschap wel bijzonder goed te liggen. (Bezoek bij gelegenheid hun website maar eens, je vindt er uitgebreid bewijsmateriaal!) Wij zijn dan ook geneigd om dit te bestempelen als de ideale soundtrack voor een uitgelaten vrijdag- of zaterdagavond. Luister naar nummers als de sterk Cash getinte opener “Drivin’ Into Lincoln”, de sleper “Blue, Sad, Cryin’”, het klassieke countryduet met Mary Huff van Southern Culture On The Skids, “Now We Barely Pass For A Couple”, en vooral ook het stevig voortgalloperende “Goin’ Into Town” en je zal onmiddellijk begrijpen wat we bedoelen! Beslist iets voor liefhebbers van pakweg de Hollisters of de Two Dollar Pistols, lijkt ons.

Marty Jones & The Pork Boilin’ Poor Boys

 

 

THE BROKEN FAMILY BAND

“The King Will Build A Disco”

(Snowstorm)

(3.5) J J J J

 

Zelf noemen ze wat ze brengen popmuziek. Maar dan wel geïnspireerd door country, folk en heavy metal… Al mag je dat laatste wel met een flinke korrel zout nemen! The Broken Family Band staat namelijk voor fabuleuze, goudeerlijke americana. En ook het feit dat ze Britse roots hebben vermag daar hoegenaamd niets aan te veranderen. John Peel loopt het al een poosje te verkondigen en de man heeft overschot van gelijk: “The King Will Build A Disco”, hun cd-debuut, bevat 7 zeer geïnspireerde lappen alt. country. Vooral het verstilde “The Moon And The Stars” (over een nachtelijke vrijpartij langs een openbare weg) en het openingsduo “Queen Of The Sea” en “Behind The Church” lieten hier diepe sporen na.

Je zal het ons niet zo vlug horen zeggen, maar geloof voor één keer de hype in de Britse media! The Broken Family Band mogen namelijk op basis van het hier ten gehore gebrachte binnen afzienbare tijd in staat worden geacht tot werkelijk grootse dingen.

The Broken Family Band

 

 

JENNIE STEARNS

“Sing desire”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4.5) J J J J J

 

Jennie Stearns moet zowat het best bewaarde alt. country geheim van het ogenblik zijn. Nochtans is ze met “Sing Desire” nu niet meteen aan haar proefstuk toe. Het is meer bepaald reeds haar derde worp. En wat ons betreft misstaat haar naam al in het geheel niet meer tussen die van een Emmylou Harris (de recentere uitvoering!), een Lucinda Williams, een Gillian Welch of een Aimee Mann. Met die laatste vertoont ze trouwens ook een opvallende stemverwantschap.

Jennie Stearns is op haar best in tragere ballads en walsjes. Haar muziek heeft zo ongeveer hetzelfde effect op je als een achteloos op een tapijt achtergelaten sigarettenpeuk. Ze schroeit langzaam maar zeker een gaatje in de bekleding van je ziel. En de uitslaande brand volgt onvermijdelijk… Wie ongevoelig kan blijven voor hartverscheurend mooie dingen als “Sing Desire”, “Country Road”, “Season of Dreams”, “Knoxville Girl” of het door Johnny Dowd aangebrachte “Garden of Delight” is wellicht om de verkeerde redenen op deze pagina’s verzeild geraakt! Voor alle rechtgeaarde liefhebbers van dromerige alt. country is dit namelijk zondermeer verplichte kost.

Jennie Stearns

Miles Of Music

 

 

MARY McBRIDE

“Everything Seemed Alright”

(Bogan Records)

(4) J J J J

 

In het kielzog van Lucinda Williams is het dezer dagen een drukte van jewelste. Sterke vrouwelijke nieuwkomers verdringen zich voor de poorten van Alt. Country Land. Jongste aanwinst in dat rijtje is Mary McBride. In de roots rock scene van New York al lang geen onbekende meer, maar dankzij “Everything Seemed Alright” nu ook klaar voor de rest van de wereld. McBride beschikt over een bijzonder krachtige stem, te situeren ergens in het driehoekje Lucinda Williams – Bonnie Raitt – Janis Joplin. En ondanks haar status van debutante toont ze hier op overtuigende wijze de meest uiteenlopende stijlen de baas te kunnen! Lou Whitney (Syd Straw, Bottle Rockets, Del Lords) tekende voor de productie. Hij was er als dusdanig mee verantwoordelijk voor, dat wie de laatste van Lucinda Williams net iets te tam vond, hier breed glimlachend mee verder zal kunnen! Everything IS Alright gewoon…

Mary McBride

 

 

TAMMY FAYE STARLITE & THE ANGELS OF MERCY

“Used Country Female”

(Diesel Only Records)

(3.5) J J J J

 

Rated XXX! Warning: offensive comedy! De waarschuwingen vliegen je vooraf om de oren! Miss Tammy Faye Starlite, het geesteskind van Tammy Lang, een uit New York afkomstige comédienne met een stem verwant aan die van Ellen Foley indertijd, zal dan ook niet snel een blad voor de mond nemen! Heel wat heilige huisjes worden hier op vakkundige wijze neergehaald. Twaalf tracks lang choqueert de kokette Tammy Faye luisteraars van alle mogelijke rassen, overtuigingen en religies, dat het een lust is! En over lust gesproken! De titels spreken wat dat betreft boekdelen: “Highway 69” (over kop gaan krijgt hier een geheel nieuwe betekenis…), “Don’t Make Me Pregnant”, “Misguided Magdalene”, “Ride The Cotton Pony”,… echt véél verbeelding is er niet bij nodig! Veelal zelf geschreven sarcastische hoogstandjes hier – slechts twee uitzonderingen: “Surrender” van Cheap Trick krijgt hier letterlijk een goeie beurt mee en de Glen Campbell hit “I Knew Jesus (Before He Was A star)” leek wel voorbestemd om vroeg of laat op projecten als dit hier verzeild te raken.

Muzikaal zit het ook allemaal wel snor. Voor de productie tekende Steve Earle-gitarist Eric “Roscoe” Ambel. En tot de bekendere genodigden mogen we verder ook gitarist Mark Spencer (Kelly Willis, Jay Farrar), drummer Ken Coomer (Wilco, SWAG) en Eric Dreysdale rekenen. Het geheel klinkt daardoor te allen tijde als een volwaardig alt. country album. De conclusie is hier dan ook eerder voor de hand liggend. Als tong en wang bij jou elkaars gezelschap zo nu en dan wel eens op prijs willen stellen, dan kunnen we je “Used Country Female” alleen maar aanbevelen. Je zal er gegarandeerd een opgewekt humeur aan overhouden…

Tammy Faye Starlite & The Angels Of Mercy

 

 

REBECCA HALL

“Sunday Afternoon”

(Listen Here Records)

(4) J J J J

 

Rebecca Hall weet als één van weinigen de Britse folktraditie en haar Amerikaanse tegenvoeter naadloos in elkaar te laten overlopen. Van bij de van een fraaie banjolijn voorziene opener “Come Around” grijpt haar engelachtige stem je meteen bij de keel. Sandy Denny, Nick Drake en Gillian Welch zullen van dan af aan nooit meer ver uit de buurt zijn! “Sculptor’s Song” baadt aansluitend weelderig in de strijkers, heerlijk gearrangeerd door Ken Anderson. En daarmee wordt eigenlijk de toon gezet voor het resterende deel van Halls tweede cd, “Sunday Afternoon”. Ook nummers als “Lessons”, “Ballad of Willie”, “O Lord” of “California” blijven in hun verstilde schoonheid voor ons namelijk net zo goed americana als folk. Keurig afgelijnde vakjes zijn bij een dergelijke grandeur echter totaal overbodig. Gewoon even “Thanks Just The Same” beluisteren zou moeten volstaan om ook jou ervan te overtuigen, dat deze Rebecca Hall een héle, héle grote in wording is.

Rebecca Hall

 

 

DIANE CRAIG

“Fortunes Told”

(CoraZong Records)

(4,5) J J J J J

 

 “Country kan je het strict genomen niet noemen, bluegrass al evenmin en folk ook al niet”, antwoordde Diane Craig onlangs op de vraag van Ctrl. Alt. Country om zelf even te omschrijven wat ze nu eigenlijk precies brengt. “Ik ben door elk van die genres beïnvloed“, zegt ze, “en er zitten derhalve in vrijwel alle songs ook elementen ervan.” Een omschrijving die moeilijk accurater kan! Diane Craig brengt inderdaad het resultaat van een bijzonder geslaagde kruisbestuiving tussen deze drie genres. De songs die ze voor het merendeel samen met Don Woodson schreef zitten haar werkelijk als gegoten. Dit is buitengewoon puur aandoende muziek, die in al haar eenvoud een bijna bovennatuurlijke pracht uitstraalt. Qua stem doet Craig ons bij herhaling aan Katy Moffatt denken: diezelfde breekbaarheid, diezelfde zeggingskracht ook! Hier hoor je eigenlijk niet te gaan zoeken naar hoogtepunten! “Fortunes Told” is er gewoon één in z’n geheel! Maar we zijn het nu eenmaal aan onze stand verplicht…

“Another Old Poet” noemen we daarom, waarin Craig op onnavolgbare wijze de magie beschrijft die van de maan afstraalt op een poëtische oude ziel, “Leavin’ Alabama” ook met zijn heerlijke muzikale inkleuring, “Your Mama Ain’t Wrong” als de perfecte ode aan alle moeders als eeuwige, betrouwbare toeverlaten, en ten slotte het absolute klapstuk van de plaat, “The Ghost Of Townes Van Zandt”. In het Old Quarter Acoustic Cafe in Galveston, Texas wordt de gedachte aan Townes Van Zandt door uitbater Rex Bell (de protagonist uit Van Zandts “Rex’s Blues”) op een wel bijzondere manier in leven gehouden. Een muur vol foto’s is er de stille getuige van een bijna devote toewijding aan de man. Craig beschrijft in haar ode aan wijlen Van Zandt, hoe ze in de buurt van die muur telkens weer Townes’ aanwezigheid meent te voelen. Een kippenvelmoment!

U moest al bij de platenboer staan!

CoraZong Records

 

 

RD ROTH

“From The Ears Down”

(In eigen beheer uitgebracht.)

(4) J J J J

 

Als hij je met “No Help At All” onmiddellijk in een muzikaal waas hult en op intrigerende wijze verhaalt van de lotsbestemming die elke liefde onvermijdelijk kenmerkt, dan voel je meteen dat je hier een speciale beurt te wachten staat. Bevestiging volgt ook vrijwel onmiddellijk: “3 Seasons” is een hypnotiserend pareltje, waarin Paul K. vocaal een handje komt toesteken. Liefhebbers van Nick Cave’s rustigere momenten zouden hier beslist eens moeten naar luisteren! “Little Knots” is aansluitend een muzikale poging om je met jezelf en alle kommer en kwel in je leven in het reine te laten komen. En in “Just North Of Canada” verliest een idyllisch, landelijk stukje aardkloot (zijn thuishaven Detroit meer bepaald) zijn maagdelijkheid aan de alsmaar meer uitdeinende beschaving. Héél knap is ook het op het eerste gehoor zorgeloos rondhuppelende “I Need A Guru”, waarin Roth op zoek gaat naar zekerheden in zijn bestaan. Eén laatste hoogtepuntje nog willen we je hier ook niet onthouden: “All The World Requires”. Dat is namelijk zo’n song waar je spreekwoordelijk je pink zou voor geven om hem geschreven te hebben. Heerlijke mandoline, harmonica en tweede stem van David Olney en een prachtige tekst over het belang van een luisterend oor en een geruststellende glimlach op moeilijke momenten, perfect gewoon!

Voor wie het nog niet begrepen mocht hebben: wij hebben een stevige boon voor “From The Ears Down”, het plaatdebuut van RD Roth. En iedereen die bij tijd en wijle eens achteroverleunt om bij een goed glas te genieten van de woordkunst van de één of andere singer-songwriter, zou zich dit, als je ’t ons vraagt, niet mogen laten ontgaan.

RD Roth

 

 

JACKSON TAYLOR BAND

“Gypsies & Drifters”

(Gaske Records)

(4) J J J J

 

Dit is typisch zo’n plaat die je meteen al van bij de eerste luisterbeurt stevig bij je nekvel heeft om je vervolgens niet snel meer los te laten. Opener “Guitars, Jim Beam & Waylon” alleen al rechtvaardigt als je ’t ons vraagt de aanschaf van deze “Gypsies & Drifters”! Jackson Taylor laat gedurfd in zijn kaarten kijken – Billy Joe, Waylon en Willie zijn z’n grote voorbeelden en dat hoor je! Outlaw country heeft sinds de zeventiger jaren nooit meer beter geklonken dan hier! In acht eigen nummers en de van Jason Boland en Billy Joe Shaver bekende deunen “Drinking Song” en “Black Rose” laten Taylor en kornuiten de fans van real country nog eens volop aan hun trekken komen. Slechts één advies dan ook: “Kopen die handel!!!”

Jackson Taylor Band

 

 

KATE CAMPBELL

“Monuments”

(Evangeline Records)

(4) J J J J

 

Kate Campbell lijkt een voor haar carrière niet onbelangrijke beslissing te hebben genomen. Van bij binnenkomer “Yellow Guitar” is op haar nieuwe cd “Monuments” namelijk duidelijk, dat ze opnieuw voor een wat meer toegankelijke aanpak heeft gekozen. Wij meenden zo nu en dan zelfs even Emmylou te horen… Ronduit schitterend is vervolgens ook het op bijzonder subtiel gitaarwerk opgetrokken “Corn in a Box”, waarin Kate haar visie op vooruitgang etaleert, daarbij tot de veelzeggende conclusie komend “Some things change, some things won’t, the more we know, the more we don’t…”. Alles zullen we nooit weten… “Strangeness of the Day” baadt dan in datzelfde sfeertje, dat Daniel Lanois’ platen zo herkenbaar maakt, poppy americana dus! En ook Neil Young komt nogal eens om de hoek gluren. “Joe Louis’ Furniture” en “How Much Can One Heart Hold” zouden niet hebben misstaan op Youngs “Harvest”! Kan tellen als compliment… “New South” dan weer is gewoon een vrijblijvende deun, waarin het Zuiden ook daadwerkelijk tastbaar aanwezig is.

Verdere hoogtepunten zijn wat ons betreft nog het weemoedige “Petrified House” en het aangrijpende “William’s Vision”, met mooie backing vocals van ouwe getrouwe Mac McAnally. Je had het wellicht al begrepen: sterk staaltje van americana is dit!

Kate Campbell

 

 

DAN ISRAEL & THE CULTIVATORS

“Love Ain’t A Cliché”

(Hayden’s Ferry Records)

(4) J J J J

 

Dan Israel en zijn Cultivators staan sinds jaar en dag garant voor lekkere rootspop, zoals de man het zelf noemt. Met “Love Ain’t A Cliché” zijn ze ondertussen aan hun vijfde cd toe. En ook nu weer weet het zacht hese stemgeluid van Israel ons te bekoren. Denk aan een vroege Costello, een Tom Petty, een Jakob Dylan ook wel… maar dan wel in de vorm van hun leven! Israel en cohorte brengen namelijk het soort nummers, waar je met plezier ook wel eens een akoestische versie van zou willen horen. Liedjes als opener “Some Time”, “Don’t Feel Like Laughing” en “Friend In This Town” leven van een zalige gitaarinbreng, maar tussen de regels door hoor je dat er meer is. En dat wordt ten vroegste in “Jump Through The Rings” nog duidelijker, als flink wat vaart wordt geminderd. Dit is gewoon perfecte popmuziek, die in een wat rechtvaardiger wereld al lang een groot publiek zou hebben ingepakt. Onze favorieten? De heerlijke slepers “Jump Through The Rings” en “Hey Kid”, het frivole “Feet In The Water”, de gewoon volmaakte pop song “Dark Corner” en de dromerige afsluiter “Wasn’t Lost On Me”. Maar eigenlijk is dit gewoon van begin tot einde een perfecte plaat. Ze zal dan ook in de komende weken, maanden niet uit de buurt van onze cd-speler weg te slaan zijn!

Dan Israel

 

 

RIAN GREENE

“See Things Like You”

(Shakedown Records)

(3.5) J J J J

 

Rian Greene? Rian Greene! Tot voor kort zei ook ons deze naam helemaal niets! Maar als je voor je debuut klasbakken als een Lucinda Williams, een Rosie Flores en een Scott Joss (Dwight Yoakam) voor je kar gespannen krijgt, dan moet er wel iets heel speciaals aan de hand zijn. De verwachtingen waren dan ook enigszins hooggespannen. En het moet gezegd, Greene heeft zich met brio van zijn taak gekweten! Met elf zelf gepende songs bewijst de man een wissel op de toekomst van het country singer-songwritergenre te zijn. In zoverre zelfs, dat producer Dusty Wakeman (Dwight Yoakam, Lucinda Williams, enz.) hem qua diepgang al met een Townes Van Zandt of een Steve Earle vergeleken heeft. Zo ver willen wij nog niet mee, maar onze onverdeelde sympathie geniet Greene al wel. Het rustig wiegende “Hold You In My Arms” waart al weken in onze hersenen rond. En bij wat steviger op het gitaarwerk leunende brokken als “Lay My Life On The Line” of “Watching Over Me Tonight” schiet ons spontaan de naam Jack Ingram te binnen. Tegen de tijd dat Lucinda Williams en Rosie Flores hun opwachting maken in het van een als een klaterend bergbeekje rinkelende gitaartje voorziene “The Way That You Move Me” zijn liefhebbers van alle in deze recensie genoemde artiesten dan ook vast al lang over de streep getrokken. Veelbelovend debuut!

Amazon

 

 

ROD PICOTT

“Stray Dogs”

(Welding Records)

(5) J J J J J

 

Wie zo gelukkig was een exemplaar van Rod Picotts eerste cd “Tiger Tom Dixon’s Blues” op de kop te kunnen tikken, die heeft hier met hangende pootjes op zitten wachten. Picott is dan ook een singer-songwriter hors catégorie. Als géén ander vermag hij het schijnbaar banale te verheffen tot pure poëzie. Zelf zegt hij zich met dit album niet te hebben willen herhalen en dat gebeurt eigenlijk ook bijna niet. Hier is sprake van een bijzonder gevarieerd geheel. Het album opent met het pittig rockende titelnummer, waarin Picott meteen laat zien van veel meer markten thuis te zijn dan zijn debuut liet vermoeden. Als hij vervolgens in “Baby Blue” wat gas terugneemt om het aangrijpende verhaal van een aan lager wal geraakte jonge deerne te vertellen, onderstreept hij dit alleen nog maar meer. “Angels and Acrobats” is dan weer een erg fraai liefdesliedje. “Angels and acrobats got nothing on me, I can fly like that, when you love me, honey I fly like that,” verwoordt Picott heel mooi een gevoel dat we allemaal wel eens ervaren hebben. Tijd dan voor, wat ons betreft, het absolute hoogtepunt van de plaat: “Circus Girl”. Met Alison Krauss in de buurt voor de backing vocals schildert Rod Picott hiermee één van de mooiste nummers die wij in tijden hebben gehoord. Niks dan lof ook voor het vlottere “Workshirts and Turpentine”, het over een stukgelopen relatie mijmerende “Find Your Way Home” en het verstilde “The Leaving Kind”. “Need You Bad” heeft muzikaal dan weer veel weg van Springsteens “I’m on Fire”, gewoon een heel erg mooi nummer dus. En het houdt maar niet op! Over “I Coulda Been the King” en “Up All Night”, waarin telkens wat gerijptere mannen aan het woord komen, tot “Not Going Down” en het fraaie slotnummer “River Runs” (waarin ook maatje Slaid Cleaves een handje komt toesteken), je zal vergeefs op zoek gaan naar een moment van zwakte. Integendeel! Hoe de man in “River Runs” poëtisch omspringt met de vaststelling dat we allemaal onverbiddelijk meegezogen worden door de maalstroom van het leven, is gewoon grote, grote klasse! Het jaar is amper begonnen, maar wij noteren “Stray Dogs” alvast al als een ernstige kandidaat voor onze cd van het jaar…

Rod Picott

 

 

MANDO SAENZ

Watertown

(Plethorazine Records / Angus Records)

(4) J J J J

 

Alweer een nieuwkomer die gretig aftrek zal vinden bij de fans van Texaanse singer-songwriters! De met een wat apart nasaal stemgeluid gezegende Saenz laat zich hier elf tracks lang van zijn beste kant zien. Enkel in de vlotte opener “April’s End” deed hij ons nog net iets teveel aan James McMurtry denken. Maar vanaf track twee was het goed raak. Het rijkelijk met fiddle en gitaar overgoten “Julia” is werkelijk een crême van een liefdesliedje. En dan is er het titelnummer, waar de weemoed werkelijk van afdruipt. Jeugdherinneringen aan de lopende band hier… Net als in “When I Come Around”. Of in het ook al ingetogen hoogtepunt van het album, “Rusty Steeple”. Weemoed is trouwens überhaupt het gevoel dat overheerst op deze aangenaam wegluisterende plaat van een grote belofte voor de toekomst. Saenz kon dan ook een beroep doen op een hele trits gereputeerde (studio)muzikanten, als daar zijn Tommy Detamore, Bobby Flores, Dan Dreeben, David Carroll en Joel Guzman. Zij hielpen hem deze songs naar een voor een debutant ongekend hoog niveau tillen. Aanrader!!!

Mando Saenz

 

 

LYLE LOVETT

“Smile – Songs From The Movies”

(MCA)

(3) J J J

 

Niks nieuws onder de zon hier! Gewoon een tussendoortje waarmee Lyle aan klantenbinding doet. Twaalf nummers afkomstig van even veel soundtracks, nu voor zijn fans beschikbaar op één cd. We pikken er enkele favorietjes uit: “You’ve Got A friend In Me” met Randy Newman en uit “Toy Story” (Herinner je je trouwens Arno’s Nederlandstalige versie nog?), “Smile” uit “Hope Floats”, “Summer Wind” uit “For Love Of The Game” en vooral het machtige “I’m A Soldier In The Army Of The Lord” uit “The Apostle”. In afwachting van ’s mans nieuwe cd die voor september is aangekondigd kunnen we hier wel weer even mee verder.

Lyle Lovett

 

 

THE MINUS 5

“Down With Wilco”

(Yep Roc Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 “Down With Wilco” lost de belofte van z’n titel helemaal in. Scott McCaughey (van de Young Fresh Fellows) en Peter Buck (die van R.E.M., ja) krijgen hier inderdaad het gezelschap van het voltallige Wilco. De plaat werd zo ongeveer rond dezelfde tijd ingeblikt als Wilco’s veel geloofde “Yankee Hotel Foxtrot”. Er zijn dan ook wel raakpunten met die plaat aan te wijzen, al gaat het er hier al bij al toch een stuk conventioneler en speelser aan toe. Genre overstijgend, zonder zodoende zwaar op de hand te worden. Invloeden alleszins zat hier… Het dartele, wel heel erg Brits aandoende “Groove Supply” met zijn plotse veranderingen van muzikale richting en vooral ook “Retrieval Of You” (voorzien van heerlijke koortjes) bleven ons alvast bij.

The Minus 5

 

 

MARK DAVID MANDERS

“Highs And Lows”

(Blind Nello Records)

(4) J J J J

 

Fantastisch toch om te zien, hoe het in het leven roepen van de Texas Music Chart het Texaanse muziekgebeuren laat opleven als nooit eerder tevoren. Mensen als Pat Green, Jack Ingram, Radney Foster, Deryl Dodd en Cross Canadian Ragweed staan plots zelfs nationaal in de belangstelling! Een ander gevolg is een ongekende wildbloei van aanstormend jong talent. En dan is er natuurlijk ook nog de plots verhoogde productiviteit van zoveel anderen. Het kan niet op! Wat Mark David Manders betreft, die hoort eigenlijk al in het laatste rijtje thuis, want met “Highs & Lows” is hij bepaald niet aan zijn proefstuk toe. Zijn vijfde cd is gelijk ook zijn beste! “Highs & Lows” bevat dertien lappen oerdegelijke Texaanse country, altijd weer balancerend op dat flinterdunne lijntje tussen typisch singer-songwritermateriaal en rustige countrysongs. Manders schreef alle nummers zelf. Enkel voor “Halloween Costumes” en “Ward’s Song” kreeg hij daarbij wat hulp van buitenaf. Lloyd Maines produceerde het geheel en nam terloops ook het leeuwendeel van de snaarinstrumenten voor zijn rekening. Billy Joe Shaver dan weer, werd bereid gevonden om de intro tot “Hell’s Half Acre” te reciteren, en Max Stalling van zijn kant deed de harmonieën voor “Follow Me”. Schoon volk genoeg dus! Het geheel is dan ook een heerlijke plaat geworden, die zowel de liefhebbers van een Robert Earl Keen of een Jack Ingram als de fans van een George Strait of een Alan Jackson moet kunnen bekoren. Songs als “Drive” (over zijn hervonden zelfbewustzijn), “Halloween Costumes & Left Over Pizza” (over de onschatbare waarde van jeugdherinneringen) en het verstilde “Oxford, Mississippi” (als beeld voor alle plaatsen waar je je meteen thuisvoelt) zijn daarvoor het perfecte bewijsmateriaal!

Mark David Manders

 

 

SUSANNA VAN TASSEL

“My Little Star”

(The Music Room)

(4.5) J J J J J

 

Waar we ons bij de eerste cd van Susanna Van Tassel, “The Heart That I Wear”, nog vooral door de naam van meestersongschrijver Bruce Robison als producer lieten overhalen om het geheel een luisterbeurt te gunnen, weten we nu wel beter! Van Tassel bleek namelijk gezegend met één van de mooiste vrouwelijke (Texaanse) countrystemmen van het ogenblik. En wat meer is, ze brengt het goedje nog onversneden ook! Dit is pure country met een hoofdletter C! “My Little Star” is Van Tassels tweede gooi naar faam. En in Jim Stringer van de Austin Music Band vond ze ook nu weer een kanjer van een producer. Bruce Robison bleef wel nog wat rondhangen. Samen met vrouwlief Kelly Willis tilde hij het mooie “A Fine Line Today” mee naar een hoger niveau. En up and coming man Roger Wallace deed dat huzarenstukje nog eens over door zowel de harmonieën voor de sleper “I Had A Feeling”, als voor het dartel rondhuppelende “A Love That’s True” voor zijn rekening te nemen. Meer hoogtepunten vroeg u? Die zijn er in overvloed! Wij denken dan bijvoorbeeld aan het met Jim Stringers gitaar afgebiesde, nu al klassieke countrydeuntje “On The Hill”, de heerlijke slow “The Morning” of het titelnummer van de plaat “Little Star”, waarin de pedal steel van Marty Muse een keurige strik rond de echt wel goddelijke countrystem van Van Tassel knoopt. Très, très joli!

Susanna Van Tassel

 

 

JENNIFER BRANTLEY

“Jennifer Brantley”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3.5) J J J J

 

O.k., o.k., we zullen er hier niet te lang om heen draaien, Jennifer Brantley heeft bij ons overduidelijk de gevoelige snaar weten te raken! Wij smolten van meet af aan weg voor haar glasheldere stem. En bovendien was er ook nog het eigen songmateriaal, dat getuigt van een ongelooflijke maturiteit. Jennifer Brantley is voor ons dus zondermeer één van dé ontdekkingen van de afgelopen maanden. Hoogst eigenaardig dus, dat ze deze plaat nog in eigen beheer moest uitbrengen. Doodjammer eigenlijk, want dit verdient gewoon een ruimer publiek! Nummers als “You Left Me Crying”, “She’s Just Fine In Her Mind”, “Did It For You”, “Dream” of het op een goddelijk gitaartje wegdromende “Oh Why Did It take So Long” laten je vanaf een eerste beluistering niet meer los! Je denkt aan een Emmylou Harris, een Gillian Welch, een Irene Kelley (“A Little Bluer Than That”) of een Alison Krauss, maar wat je hoort is gewoon Jennifer Brantley… Wat je hier wordt aangeboden is een album dat staat als een huis van een singer-songwriter die het gewoon allemaal heeft: de stem, de songs en zelfs de looks.

Jennifer Brantley

 

 

CALEXICO

“Feast Of Wire”

(City Slang)

(4) J J J J

 

De heren Convertino en Burns flikken het hem weer! Wie dacht dat ze met “The Black Light” en “Hot Rail” nu hun beste pijlen wel zouden hebben verschoten, komt bedrogen uit. Joey Burns lijkt alleen nog maar te zijn gegroeid als storyteller en de groep als geheel voelt zich steeds meer thuis in haar eigen muzikale achtertuintje. Uiteraard wordt de rijke Texaans-Mexicaanse muziektraditie ook nu weer regelmatig als inspiratiebron aangeboord, evenals de verzamelde werken van de koning van de spaghetti western Ennio Morricone. Wat overblijft is telkens zo uitgesproken Calexico, dat de bronnen al gauw worden vergeten. Wij noteren bij dezen “Sunken Waltz” alvast als één van onze kandidaten voor song van het jaar!

Calexico

 

 

HAYSEED DIXIE

“Kiss My Grass – A Hillbilly Tribute To Kiss”

(Dualtone / Bertus)

(3) J J J

 

Een serieus uit de hand gelopen muzikale grap, lijkt het wel… Maar dan wel één die aanslaat! Toen John Wheeler in april 2001 dit project lanceerde, kon hij niet vermoeden, dat zijn hillbilly benadering van rockklassiekers een serieuze kans op succes had. De fictieve namen van de bandleden (gebaseerd op die van de jongens van AC/DC) gaven het ook al aan, dit was just for fun. Maar ziedaar, Hayseed Dixie verwierf al snel faam als de ultieme party band. En na het aan AC/DC gewijde debuut volgde vorig jaar dan ook een plaat waarop zowat iedereen van de Cars tot Queen en terug een beurt kreeg.

Voor hun nieuwe cd tackelen Barley Scotch en kompanen nu Kiss. En het is dus uiteraard weerom één groot feest der herkenning. Van bij de opener “Calling Dr. Love” scheren laagvliegende fiddles je om de oren. En ze zijn er ook echt allemaal, de Kiss-klassiekers: “Detroit Rock City”, “Christine Sixteen”, “Love Gun”, “Rock And Roll All Nite”, noem maar op. ’t Was ooit even wennen, maar dit werkt zo aanstekelijk, dat alle reserves al vlug over boord gaan. Is dit grote kunst? Zeker niet! Is dit genietbaar? Zeker wél! Ook voor je vrienden, die niet zo country minded zijn.

Hayseed Dixie

 

 

DAR WILLIAMS

“The Beauty Of The Rain”

(Razor & Tie)

(4) J J J J

 

Dar Williams lijkt steeds verder af te dwalen van haar oorspronkelijk folkpad. (Amerikaans) mainstream succes lijkt wat ons betreft dan ook nog slechts een kwestie van tijd. Verrassend is dit allemaal niet meer – goed daarentegen zeer zeker wel. Het mooiste nummer hier is zondermeer de bewerking van “Whispering Pines” (bekend van rootsrockgoden The Band), waarvoor Williams de medewerking kreeg van Cliff Eberhardt en Alison Krauss. Daarnaast bezweken wij ook wel een beetje voor het speelse  duo “The World’s Not falling apart” en “I Saw A Bird Fly Away” (met lekker harmonicawerk van Blues Traveler’s John Popper).

Dar Williams

 

 

MORPHINE

“Best Of 1992 – 1995”

(Rykodisc)

(3.5) J J J J

 

Passend eerbetoon aan het trio rond de in ’99 overleden Mark Sandman. De cd omvat de hoogtepunten uit het Rykodisc-oeuvre van Morphine, tegelijk ook het beste van de heren. Drie voordien niet verkrijgbare tracks maken het geheel ook voor de fans aantrekkelijk, naast een video-opname van “Shame”, live vastgelegd in Atlanta. Wij luisteren nog altijd met het nodige plezier naar tracks als “Buena”, “Honey White”, “Cure For Pain”, “Candy”, “Thursday” of “Supersex”. En zelfs na al die jaren hebben we nog altijd geen pasklaar label voor de muziek van Morphine. Het heeft iets met jazz, het heeft iets met rock, het heeft iets met pop… gewoon Morphine dus.

Amazon

 

 

KERRI POWERS

“You, Me, And A Redhead”

(Leopard Skin Records)

(3.5) J J J J

 

Aangrijpende country! Dit heeft gewoon alles: torch, twang en heerlijke moody ballads. Kerri Powers voelt zich even goed thuis in een honky tonk als op een groot podium. Van heartbreakers tot countryrockers met ballen, ze zingt ze allemaal met hetzelfde gemak. Wat ons betreft een blijvertje! Overtuig echter vooral jezelf en beluister “Hard Road I Ride” of “Nolan’s Song”. Kerri Powers heeft de pipes.

Amazon

 

 

KATHLEEN EDWARDS

“Failer”

(Zoë Records / Rounder / CRS)

(4) J J J J

 

Kathleen Edwards is een nieuwkomer en toch eigenlijk ook weer niet helemaal. In haar thuishaven Canada was deze plaat namelijk al een tijdje verkrijgbaar. Dankzij de goede zorgen van Rounder en CRS kunnen nu ook wij ten volle ervan genieten zonder nog langer zwaar in de buidel te moeten tasten. Edwards is een natuurtalent! Hoe uiteenlopend americana of alt. country als geheel ook mogen zijn, Kathleen Edwards voelt zich thuis in zowat elke uithoek van het genre. Het hoeft dan ook allerminst verbazing te wekken, dat in Amerika met het nodige ontzag op het verschijnen van haar eersteling werd gewacht. De buzz die aan deze plaat voorafging mochten nog maar weinig artiesten uit de alternatieve countryhoek ervaren. Edwards wordt vergeleken met de Lucinda Williams van haar jongste twee platen, voorwaar geen gering compliment. En wat het allemaal nog mooier maakt, is dat deze vergelijking regelmatig nog opgaat ook. Dit is namelijk zo’n plaat die je bij elke gelegenheid een weinig meer gaat koesteren. Van bij de opener, de vlotte single “Six O’Clock News”, is het meteen duidelijk, dat hier iets speciaals te gebeuren staat. “One More Song The Radio Won’t Like” staat aansluitend haaks op zijn inhoud. Dit is geknipt radiovoer, zelfs naar de normen die in pakweg Brussel of Hilversum van kracht zijn. Ook de resterende acht tracks zouden we hier met superlatieven kunnen overladen, maar eigenlijk moet je gewoon zelfs een op de website van Edwards voorbijfietsen! Beluisteren is geloven! Toch nog één speciale vermelding, voor het nummer “Hockey Skates” meer bepaald, dat in al zijn eenvoud van een zodanig beklijvende schoonheid is, dat we nu al menen te mogen gewagen van één van de nummers van het jaar.

Kathleen Edwards

 

 

JUSTIN TREVINO

“The Scene Of The Crying”

(Lone Star Music / Texas Music Group)

(4) J J J J

 

Zelden een toepasselijker plaattitel meegemaakt dan deze! “The Scene Of The Crying” is inderdaad tot de rand toe gevuld met tearjerkers en andere klassieke countrystijlfiguren. Je waant je in een honky tonk zo’n veertig jaar geleden. En het podium behoort er geheel en al toe aan de blinde zanger Justin Trevino. Trevino serveert zijn country nog zo authentiek, dat het bijna onwaarschijnlijk wordt. Onze favorieten? Opener “Two Empty Glasses” staat als een huis, evenals in het kielzog daarvan het titelnummer. Vermelden we tenslotte ook nog even, dat de man voor “What Have We Done” werd bijgestaan door de legendarische Wanda Jackson en dat de al even vermaarde Jimmy C. Newman ook zijn duit in het zakje kwam doen voor “Daydreaming”. Yee-haw!

Justin Treviño

 

 

NEAL CASAL

“Maybe California – An Introduction To”

(Glitterhouse / Mailorder only!)

(4) J J J J

 

Speciaal voor de Franse markt ontworpen verzamel-cd met het beste van de man. Een 77 minuten lange luistertrip, regelmatig doorspekt met zeldzamere tracks. De ideale introductie tot het oeuvre van Casal. Country, folk of singer-songwriter getint materiaal, het maakt hem allemaal niet zo heel erg veel uit, hij brengt alles met dezelfde overtuiging, daarbij vaak herinnerend aan Gram Parsons. Voorlopig helaas enkel via mailorder verkrijgbaar bij Glitterhouse.

Neal Casal

 

 

STAN MARTIN

“Cigarettes And Cheap Whiskey”

(Twangtone)

(4) J J J J

 

De uit Boston afkomstige Stan Martin wist vorig jaar al onze aandacht op zich te vestigen met de veelbelovende 5 tracks tellende e.p. “Wicked Heart”. En nu is er dus de opvolger “Cigarettes And Cheap Whiskey”. Martin neigt daarop opnieuw schaamteloos naar de befaamde Bakersfield sound van weleer. En hij doet dat ook nu weer uitstekend. Twang is hier geen loos begrip! Het moet zowat van de eerste platen van Dwight Yoakam geleden zijn, dat er nog zo onbezorgd gegrossierd werd in authentieke honky tonk stuff. En da’s des te verwonderlijker als je weet, dat Martin alle nummers voor deze plaat ook zelf schreef. Pareltjes als “Honky Tonk Fever” of “Crying Over You” geven aan, dat hier een grote aan het werk is… Opgemerkte gast is Scott Joss, die zijn fiddle eerder ten dienste stelde van ondermeer de hoger aangehaalde Yoakam. In het oog houden is ons advies, want deze man zou het nog wel eens heel ver kunnen gaan schoppen.

Stan Martin

 

 

TRICK PONY

“On A Mission

(Warner Bros.)

(3) J J J

 

Of je dit alt. country kan of mag noemen? Allicht niet! Maar het is wel van bij binnenkomer “On A Mission” meteen duidelijk, dat dit een lekkere countryplaat zal worden. De vette gitaarlicks van Keith Burns jagen de geile stem van zangeres Heidi Newfield op doorheen één van de leukste songs die de voorbije maanden de Billboard Hot Country lijst haalde. Begrijp ons echter vooral niet verkeerd: dit is wel degelijk commerciële country geschoeid op de dezer dagen zo in trek zijnde Music Row-leest. Maar het gaat allemaal zo gemakkelijk naar binnen, dat je ons alvast niet hoort klagen: van het rustigere “Nobody Ever Died Of A Broken Heart” over de bluesy feel van “Love Is A Ball” tot het stompende met Willie Nelson ingespeelde “Whiskey River”, moet kunnen gewoon!

Trick Pony

 

 

JOHN BUNZOW

“Darkness And Light”

(Sideburn)

(4) J J J J

 

John Bunzow moet één van de meest onderschatte rootsrockers zijn die onze aardkluit bevolken. Zeven lange jaren vergingen er immers tussen zijn door Pete Anderson (Dwight Yoakam) geproducete debuutcd “Stories Of The Years” en de nu voor ons liggende opvolger “Darkness And Light”. En dat is eigenlijk volkomen onbegrijpelijk! (Eerlijkheid gebiedt ons wel ook even te wijzen op het bestaan van de cd “Off The Shelf”, een collectie demo’s, verkrijgbaar o.m. via CD Baby.) Iedereen met een hart voor singer-songwriters als Steve Earle, Chris Knight, Jack Ingram, Kevin Welch en konsoorten zal hier een hele vette kluif aan hebben. Voor ons één van dé platen van het voorbije 2002. Luister en huiver!

John Bunzow

 

 

JOSH RITTER

“Golden Age Of Radio”

(Signature Sounds)

(4.5) J J J J J

 

Josh Ritter heeft op enkele jaren tijd een reputatie als singer-songwriter opgebouwd, waar anderen een leven lang over doen. Ritter is dan ook geen gewone jongen. Hij werd in het verleden wel eens vergeleken met Johnny Cash. Maar dan wel de gortdroge Cash die we kennen van diens jongste platen. Niet altijd even toegankelijk dus! Maar ook dat spreekt velen aan… Dit zou je trouwens perfect ook op de meer rockgerichte radiostations in de Lage Landen kwijt kunnen. Nummers als “Me & Jiggs” en “Golden Age Of Radio”, niet toevallig ook de singles van de plaat, zijn geknipt radiovoer. Verder ook héél knap: “You’ve Got The Moon”, “Harrisburg” en slotstuk “Song For The

Fireflies”.

Josh Ritter

 

 

MAX STALLING

“One Of The Ways”

(Blind Nello Records)

(5) J J J J J

 

In Texas was het afgelopen jaar heel wat loos. Er ging welhaast geen week voorbij of er bereikte ons van daaruit een plaat waar wij een goed gevoel aan overhielden. Steeds meer Texaanse singer-songwriters treden in de voetsporen van Robert Earl Keen, Jack Ingram en vooral ook Pat Green. Of dat een gunstige evolutie is, daarover willen wij ons hier niet uitlaten. Het betekent echter alleszins wel, dat er steeds meer deuren open gaan voor de jonge garde uit de Lone Star State. Zo nu en dan schittert er daartussen  een parel die net dat ietsje meer heeft dan de anderen. Max Stalling is er zo eentje! Met zijn ondertussen derde cd “One of the Ways” bewijst deze ranke Texaan, dat het perfect mogelijk is om de dunne grens tussen country en singer-songwriterstuff om de haverklap te overschrijden zonder daarbij op je gezicht te gaan. Het resultaat is een plaat die bol staat van de melancholische hoogtepunten. “Ain’t Falling In Love (With You Tonight)” is er zo eentje, of ook “Probably Corsicana”. Stalling vertelt beklijvende verhalen in een vormgeving die je op zich al doet smelten. Wij durven er dan ook een weddingschap om aan te gaan, dat je na het horen van deze plaat meteen ook op zoek zal gaan naar “Comfort in the Curves” en “Wide Afternoon”, het resterende gedeelte van Stallings muzikaal c.v..

Max Stalling

 

 

ALISON KRAUSS + UNION STATION

“Live”

(Rounder / CRS)

(4) J J J J

 

Goede wijn behoeft geen krans, wil het spreekwoord. Toch staan wij hier graag een ogenblik stil bij de jongste release van Alison Krauss. In haar eentje was ze verantwoordelijk voor het ontketenen van de hausse die het bluegrass-genre dezer dagen kent. Het hoeft dan ook helemaal niet te verbazen, dat net nu een dubbele live cd van Krauss en haar zopas met Jerry Douglas uitgebreide Union Station verschijnt. De groep is waanzinnig populair in (alt.) countrymiddens, hier zowel als in de States. Dit carrière-overzicht is een welgekomen rustpunt in het hectische bestaan van het vijftal. En je mag gerust zijn, ze staan er allemaal op: het mooie “The Lucky One” van haar jongste reguliere cd, “Every Time You Say Goodbye”, “Ghost In The House”, “Forget About It”, “When You Say Nothing At All”, “Baby, Now That I’ve Found You”, en uiteraard ook hun bijdrages aan de “O Brother, Where Art Thou?” soundtrack, “Down To The River To Pray” en “I Am A Man Of Constant Sorrow”. Verplichte kost, zondermeer!!!

Alison Krauss

 

 

MARK ERELLI

“The Memorial Hall Recordings”

(Signature Sounds)

(4.5) J J J J J

 

Mark Erelli maakt het soort platen waarvoor je gezellig even achteroverleunt. Zijn stem is daar allicht niet geheel vreemd aan. Ons herinnert Erelli’s instrument aan de zachtbruine croon van Martin Stephenson (van de Daintees, remember?) en in mindere mate aan Paul Simon. Zijn derde cd nam de man in iets meer dan drie dagen tijd op in een leegstaande Civil War Memorial Hall in het stadje Monson in Massachusetts. De 14 songs werden ingeblikt as is, zonder overdubs achteraf met andere woorden. Het doet allemaal een beetje denken aan het verhaal achter “The Trinity Sessions” van de Cowboy Junkies en -het moet gezegd- het resultaat is even groots! Of het nu gaat om de Erelli-originals op de plaat, om de adaptaties van traditionals met New England roots of om de covers van gerespecteerde artiesten als Bill Morrissey (het erg fraaie “Summer Night”) of de Lonesome Brothers, Erelli kwijt zich voortdurend met brio van zijn opgave, daarbij niet zelden herinneringen oproepend aan het beste van The Band. Het met een subtiel streepje accordeon opgesmukte “Call You Home” en het drietal “Dear Magnolia”, “Fine Time Of Year” en “Every Goodbye” ontlokten aan ons alvast een goedkeurend knikje. En “What’s Changed” huppelde hier zo vrolijk vrijblijvend voorbij, dat we spontaan van lente in het land begonnen te dromen… Sympathiek plaatje!!!

Mark Erelli

 

 

GUY CLARK

“The Dark”

(Sugar Hill)

(5) J J J J J

 

Een huis van vertrouwen! Van Guy Clark verwachten wij al lang niets nieuws of verrassends meer, maar ontgoochelen doet de man ons ook zelden of nooit. En dat is op z’n nieuwste, “The Dark”, niet anders. Van bij opener “Mud” is het meteen duidelijk, dat Clark ons ook ditmaal weer moeiteloos zal inpakken met zijn speciale kijk op alledaagse dingen. Met zijn warme gebronsde stem en zijn subtiel gitaarspel schildert hij een betoverend randje rond zijn poëtische levensbeschouwelijke overpeinzingen. “All things come to him who waits, yet he is lost who hesitates”, zingt Clark in het openingsnummer van de plaat. Aarzel dus niet en gun de man een luisterbeurt! Je zal onder meer worden beloond met een speciale verrassing in het tweede nummer. In “Arizona Star” krijgt de oude meester immers een stel jonge wolven op de koffie: Gillian Welch en David Rawlings tekenen namelijk voor de harmony vocals. Het nummer vertelt het verhaal van wat Clark een “pre-Madonna primadonna part time southern belle” noemt. Een zelfverzekerde tante, schoon vlees, maar… Verdere eervolle vermeldingen zijn er wat ons betreft voor ondermeer “Magnolia Wind”, de Townes Van Zandt-cover  “Rex’s Blues” en “Homeless”. Maar neemt u het gerust van ons aan: dit is gewoon één héél knap geheel. Eén van dé platen van 2002.

Guy Clark

 

 

JOHNNY CASH

“American IV: The Man Comes Around”

(American / Lost Highway)

(4) J J J J

 

Deel 4 in de American-reeks, de muzikale tweede jeugd van de Man in Black. En het is met de nodige pijn in het hart dat we moeten vaststellen, dat dit ook wel eens het laatste deel zou kunnen zijn. Cash klinkt als een moe man. En het lijkt er heel sterk op, dat hij met “The Man Comes Around” zijn muzikaal testament heeft vastgelegd. In het merendeel van de nummers kijkt Cash terug op een rijk gevuld leven. Hoogtepunten wou u weten? Het met Nick Cave gezongen “I’m So Lonesome I Could Cry” is er zeker één. En ook zijn visie op “Tear Stained Letter” en “Streets Of Laredo” zien wij wel zitten. De kers op de taart is wat ons betreft echter het wel erg persoonlijke “Give My Love To Rose”, muzikaal afscheid nemen van je geliefde heet zoiets… Eens te meer grote, grote klasse!

Johnny Cash

 

 

LAURA CANTRELL

“When The Roses Bloom Again”

(Spit & Polish / Shoeshine Records)

(4.5) J J J J J

 

Zelden zo naar een plaat uitgekeken als naar deze tweede poging van Laura Cantrell. Cantrell had met haar debuut “Not The Tremblin’ Kind” hier de juiste snaar bespeeld, zoveel was duidelijk. Net als de legendarische Engelse dj John Peel waren ook wij zwaar onder de indruk van deze broze verschijning met de al even breekbare stem. Het doet dan ook enorm veel plezier om Cantrell de draad daar weer zien op te nemen, waar ze hem met “The Way It Is”, het afsluitende nummer van haar eersteling, had laten liggen.

Met 4 zelfgepende happen en 8 geleende stukken dwingt Cantrell je hier opnieuw ernstig rekening met haar te houden. Dit is inderdaad americana op z’n best. Het zou zelfs wel eens de toekomst van het genre kunnen blijken. Dat bewijzen trouwens steeds meer vrouwelijke nachtegaaltjes dezer dagen… Nummers als “All The Same To You” (dat je eigenlijk al hoort te kennen in de ook zeer te pruimen uitvoering van Joe Flood), “Conqueror’s Song” (zie ook de Schramms!), de titeltrack of “Yonder Comes A Freight Train” zullen geheid ook een glimlach om jouw lippen toveren! Waarop zou je dus nog wachten? Gewoon eens gaan beluisteren en dan snel kopen die plaat!

Laura Cantrell

 

 

SHAWN SAHM

“Shawn Sahm”

(Evangeline)

(3) J J J

 

Voor Shawn Sahm lijkt het momentum voorzichtig te keren. De leegte door wijlen zijn vader Sir Douglas achtergelaten bij diens dood, lijkt stilaan vergeten. De jonge Sahm put op zijn debuut net als zijn ouweheer uit de rijk gevulde Texaanse muziektraditie. En net als Doug dat een heel leven lang kon, mag ook hij daarbij rekenen op de steun van nogal wat bekende compadres. De meest opvallende rol is daarbij weggelegd voor Flaco Jimenez. Het zijn immers vooral de aan frivool accordeonwerk opgehangen nummers die beklijven. Sterk verwant aan de betere momenten van Los Texas Tornados zijn wat ons betreft bijvoorbeeld “Who’s To Blame Senorita”, “Suspicious Eyes” en de huisfavoriet “Her Dream Man Never Came”. Wie ooit van de Sir Douglas Quintet of van de soloplaten van Doug sahm heeft genoten, zal zich derhalve ook hier beslist geen buil aan vallen.

Shawn Sahm

 

 

MARY GAUTHIER

“Filth & Fire”

(Signature Sounds / Munich Records)

(5) J J J J J

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: “Say Go-Shay Y’all!” Mary Gauthier mag hier dan misschien nog niet dezelfde status als Lucinda Williams genieten, wat ons betreft staat ze al minstens op gelijke hoogte. Gauthier behoort tot dat selecte clubje van werkelijk uitzonderlijke singer-songwriters. Als geen ander ziet ze de verhalen die verscholen zitten achter op het eerste gezicht banale taferelen. Als geen ander ook weet ze deze “short stories” te vertellen. Daarbij kreeg ze voor haar toch ook al weer derde cd “Filth & Fire” flink wat schoon volk over de vloer. Ook muzikaal gezien staat de plaat als een huis dankzij de goede zorgen van producer Gurf Morlix (jarenlang de man achter Lucinda Williams, inderdaad). Morlix neemt zelf ook de gitaar- en baspartijen voor zijn rekening. Darcie Deaville (fiddle), Peter Rowan (mandoline, harmonieën), Ian MacLagan (Hammond B-3) en maatje Slaid Cleaves (harmonieën) zorgen voor de rest.

Er zijn er heel wat die hun pink zouden geven voor één song van het kaliber van “Good-Bye” (over de onweerstaanbare lokroep van een rusteloos bestaan), “After You’re Gone” (over de pijn en de conflicterende emoties bij een zelf in de hand gewerkt afscheid) of “Christmas In Paradise” (één van de mooiste kerstsongs ooit: het kerstverhaal van losers en bums). Deze plaat staat er gewoon bol van! Doe er je voordeel mee…

Mary Gauthier

 

 

WALKABOUTS

“Drunken Soundtracks – Lost Songs & Rarities 1995 – 2001”

(Glitterhouse)

(4) J J J J

 

2 CD’s voor de prijs van 1, da’s alvast goed nieuws! En de ondertitel vertelt eigenlijk de andere helft van het verhaal al. We hebben hier inderdaad te maken met 29 zogeheten leftovers: overschotjes van recente opnamesessies, covers van o.a. Mickey Newbury en Neil Young, bijdragen aan compilaties en tal van b-kantjes. Goed gedocumenteerd bovendien nog ook! Een must derhalve voor alle liefhebbers van de grootstadsfolk van Eckman en Torgerson en kompanen.

Walkabouts

 

 

CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ

“Let’s Leave This Town”

(Train Wreck Records / CRS)

(5) J J J J J

 

Toen oude knar Chip Taylor op het vermaarde SXSW-festival in Austin Carrie Rodriguez aan het werk zag, raakte de man zodanig onder de indruk van haar vioolspel, dat hij haar uitnodigde om enkele concerten met hem te doen. Daar zou het echter niet bij blijven. Carrie zou aansluitend ook een zes weken durende tournee door Europa meemaken in Taylors gezelschap. En het was tijdens één van die optredens dat Taylor haar ook niet geringe vocale capaciteiten ontdekte. Toen ze tijdens een Nederlands concert samen het nummer “Storybook Children” brachten, ging het publiek zo uit zijn dak, dat dit gewoon niet zonder gevolg kon blijven. Taylor scherpte naar eigen zeggen meteen zijn pen en schreef in een ruk het materiaal voor “Let’s Leave This Town”. Een werkelijk briljante plaat, die baadt in hetzelfde relaxte sfeertje als “In Spite Of Ourselves”, John Prine’s fameuze duettenplaat. En dat is bepaald geen geringe referentie! Het is dan ook onbegonnen werk om hier voorkeurtracks uit te selecteren. Nu al een klassieker!!!

(p.s.: Carrie is de dochter van een andere fameuze Texaanse songwriter, David Rodriguez. En ook die loont zeer de moeite!!!)

Chip Taylor & Carrie Rodriguez

 

 

RONNY ELLIOTT

“Magneto”

(Blue Heart Records)

(5) J J J J J

 

Ronny Elliott is wat je noemt een muzikale zonderling. Hij schuwt in zijn teksten hoegenaamd niets. Dat levert in combinatie met zijn gortdroge stemgeluid (een soort alt. country uitvoering van Lou Reed) vaak heerlijk absurde tafereeltjes op. Elliott is namelijk een meester-verteller. Het mooiste voorbeeld van deze uitzonderlijke begaving is “Last One Standing”. Elliott beeldt zich in, hoe hij met respectievelijk Johnny Cash en Jerry Lee Lewis een boompje opzet over verleden, heden en toekomst. “I wanted to be the king of rock ‘n’ roll, but I don’t want to be the last one standing”, klinkt het lijzige verdict. Wrang toch wel, als je je de huidige situatie van zowel de Man In Black als die van de Killer voor de geest haalt. Symptomatisch ook voor Elliots aanpak. Bitterzoet verpakte speldenprikken, die je steeds opnieuw onderhuids raken. Als de eerder vermelde Lou Reed en alt. country ook voor jou beide kunnen, aarzel dan vooral niet om met Ronny Elliott kennis te gaan maken.

Ronny Elliott

 

 

JESSE SYKES & THE SWEET HEREAFTER

“Reckless Burning”

(Fargo Records)

(4) J J J J

 

Toen Uncle Tupelo voor de bijl ging vonden velen dat jammer, ook wij… Maar lang duurde ons verdriet niet, want al snel werd duidelijk, dat een verlies niet noodzakelijk ook echt een verlies hoeft te zijn. Plots bleek er immers veel meer te kunnen. Tweedy, Farrar en kompanen bleken na hun pioniersdagen ongemeen productief. En het werk dat ze voortbrachten, deed in niets onder voor hun vroegwerk. De som hoefde dus klaarblijkelijk niet zondermeer groter te zijn dan het geheel der delen.

Een vergelijkbaar gevoel overvalt ons ook naar aanleiding van “Reckless Burning”, de eersteling van Jesse Sykes & The Sweet Hereafter. De hierboven geschetste geschiedenis lijkt zich immers te herhalen in de nadagen van Whiskeytown. Het verhaal van Ryan Adams is ondertussen wel genoegzaam bekend. En ook zangeres-violiste Caitlin Cary kreeg de handen al uitgebreid op elkaar met haar twee solo-uitspattingen tot dusverre. Bij dezen is het de beurt aan gitarist Phil Wansdcher om weer van zich te doen spreken. Wandschers slidegitaar maakt als vanouds het mooie weer op “Reckless Burning”. De plaat baadt over het algemeen in een wat sombere, bijna onheilspellende sfeer, die regelmatig de wat ingetogener momenten van een groep als Sixteen Horsepower oproept. Een ander niet te ontkennen raakpunt zijn zeker de verzamelde werken van Mazzy Star en Hope Sandoval. Al is het vooral de stemgelijkenis met Sandoval die tot deze conclusie leidt. Sykes en maats krijgen her en der het label “country noir” mee en die term valt beslist te rechtvaardigen. Nummers als “Doralee”, “Lullaby” of de titeltrack ademen tegelijkertijd iets onheilspellends, maar ook iets warms uit. Wij durven dan ook te gewagen van een bijzonder knappe eersteling die volop doet hongeren naar meer.

Jesse Sykes & The Sweet Hereafter

 

 

BILLY RAY REYNOLDS

“Whole Lot Of Memories”

(Compadre Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Het Texaanse label Compadre Records is in no time uitgegroeid tot een vaste waarde in alt. countryland. Daar waar men zich voor de eerste releases echter nog in veilige wateren ophield met Lone Star State–compilaties, wordt nu stilaan resoluut gekozen voor sterke producten van daarom niet altijd even voor de hand liggende namen. Onlangs werd zo bijvoorbeeld ook Billy Ray Reynolds aan dat lijstje toegevoegd. Reynolds was jarenlang de solide rechterhand van Waylon Jennings. De man is echter zoveel meer dan alleen maar een begenadigd gitarist. Zijn songs worden door zijn collega’s erg hoog ingeschat en je treft ze dan ook met de regelmaat van de spreekwoordelijke klok aan op de platen van anderen. Niet ditmaal evenwel! Nu is er immers “Whole Lot Of Memories”. En het moet ons meteen van de lever: veel puurder kom je ze dezer dagen niet al te vaak meer tegen! Reynolds slaagt er schijnbaar achteloos in om de beste momenten van de country scene van de jaren zeventig weer even te laten herleven. Met zijn doorleefde stem tovert hij songs als opener “Saratoga”, het heerlijk melodieuze “It’ll Be Her” of “Two Step Me”, een duet met Merle Haggard, om tot heuse oorwurmen. “Whole Lot Of Memories” is echter bovenal een heel erg geslaagd geheel. Zo’n plaat waar je eigenlijk helemaal niets van verwacht, maar die dan wel weken in de buurt van je cd-speler blijft rondslingeren. Dit is nog eens hard country, die naam ook echt waardig!

Billy Ray Reynolds

 

 

JORMA KAUKONEN

“Blue Country Heart”

(Columbia / Sony)

(3,5) J J J J

 

Toegegeven, er bestaan hippere namen dan Jorma Kaukonen (ex-Jefferson Airplane, ex-Hot Tuna). Maar dit hier heeft dan ook helemaal niets te maken met het als een kip zonder kop nastreven van muzikaal succes. Hier wordt integendeel een lang gekoesterde muzikale droom verwezenlijkt. Kaukonen liep al geruime tijd met het idee rond om in Nashville met z’n maats Sam Bush, Jerry Douglas en Byron House zijn versie in te blikken van een stel country classics. En het moet gezegd: het resultaat is werkelijk wonderschoon. Qua sfeer is het een weinig reminiscent aan wat de Notting Hillbillies (met o.a. Mark Knopfler, remember?) jaren geleden klaarmaakten. Pretentieloos allemaal, maar ondertussen muzikaal wel de perfectie benaderend. Nummers als “Just Because”, “Blues Stay Away From Me” en “Red River Blues” beleven een zoveelste jeugd in de uitvoeringen van dit topgezelschap. Niet enkel voor bluegrassadepten een aanrader dus.

Jorma Kaukonen

 

 

TIN HAT TRIO

“The Rodeo Eroded”

(Rykodisc)

(2) J J

 

Mark Orton, Rob Burger en Carla Kihlstedt vormen samen het Tin Hat Trio. Op hun derde cd “The Rodeo Eroded” pakt dit trio als vanouds voornamelijk met instrumentale stukken uit. Er wordt je een soort vreemde hybride van bluegrass, jazz en tango voorgeschoteld, waarmee het wat al te vaak twee kanten op gaat. Soms pakt het allemaal goed uit, zoals in de opener van de plaat “Bill”, een zeer mooi sfeerstukje, of ook in “Willow Weep for Me”, opgesmukt met de gastvocalen van Willie Nelson. Het merendeel van de nummers deed ons echter wat té gemaakt aan. En dan haken wij af… Not our cup of tea, zeg maar.

Tin Hat Trio

 

 

LINDA THOMPSON

“Fashionably Late”

(Rounder / CRS)

(4) J J J J

 

Dit is wat je noemt een retour de force! ’t Is dan ook drummen geblazen op deze even onverwachte als geslaagde comeback van folkcoryfee Linda Thompson. Het lijkt wel een heuse familiereünie. Van zoonlief Teddy tot ex Richard, je kan je niet zo meteen een Thompson voor de geest halen of hij of zij doet wel iets op deze plaat!

Linda lijkt zich te hebben laten inspireren door Teddy’s entree langs de grote poort. Voor het merendeel van de nummers op deze plaat delen de twee zelfs de credits. Eén enkele keer valt die eer de jonge Rufus Wainwright te beurt. Eén cover complementeert het geheel: het met een wel heel erg fraai stukje accordeon van Van Dyke Parks (!) opgesmukte duet met Teddy “Evona Darling”, geschreven door en bedoeld als tribute aan Lal Waterson. De hoogtepunten volgen elkaar hier aan een moordend tempo op. Ons lijstje vermeldde liefst 7 van de 10 nummers op deze nu al moderne folkklassieker! De twee grootste uitschieters zijn voor ons “Miss Murray” en “No Telling”, allicht niet geheel toevallig net de twee nummers waarop Kate Rusby tekent voor de hemelse harmonieën.

Linda Thompson