ARCHIEF CD-RECENSIES MAART 2005

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Josh Rouse “Nashville”Devil In A Woodpile “In Your Lonesome Town” - The Wailin’ Jennys “40 Days”Sarah Borges “Silver City” - Louisiana Red “No Turn On Red”Deana Carter “The Story Of My Life” - The Blasters “Live - Going Home” - Remmelt, Muus & Femke “The Long Way Round”Cigar Store Indians “Built Of Stone”Missing Numbers “Missing Numbers” - Graham Isaacson “Nine Days” - Jimmy LaFave “Blue Night Fall”Various Artists “These Times We’re Living In – A Red House Anthology” - Various Artists “If I Could Only Fly – A Blaze Foley Tribute”Michael McDermott “Ashes”The Lindsey Horne Band “The Lindsey Horne Band” - Amy Garland Band “Angora”Jake La Botz “All Soul And No Money” - Rex Hobart & The Misery Boys “Empty House”Calvin Russell “In Spite Of It All” - Nanci Griffith “Hearts In Mind”Jeremy Proctor “These Two Shoes” en “Sundays And Mondays”John Coinman “Songs From The Modern West”Clelia Adams “Heartbeat Highway” - Liz Meyer “The Storm”Nathan Hamilton & No Deal “Live At Floore’s Country Store” - Bill Culp “Roots ‘N’ Roll”Merle Haggard “Unforgettable”Mando Saenz “Watertown”K.D. Lang “Hymns Of The 49th Parallel” - Collin Herring “The Other Side Of Kindness”The Salty Dogs “The Salty Dogs And Friends” - Ben Lee “Awake Is The New Sleep”Bap Kennedy “The Big Picture”John Doe “Forever Hasn’t Happened Yet” - Hank Ray “Ballads From The Badlands Of Hearts”Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion “Exploration”Tom Russell “Hotwalker” Kathleen Edwards “Back To Me” - Kate & Anna McGarrigle “La Vache Qui Pleure” - Stoll Vaughan “Hold On Thru Sleep & Dreams”Candye Kane “White Trash Girl”Blaze Foley “Oval Room” - Sonny Landreth “Grant Street”

 

JOSH ROUSE

“Nashville”

(Rykodisc)

(3,5) J J J J

 

’t Is dat hij met zijn 33 nog wat aan de jonge kant is voor een midlife crisis, anders zou je de rusteloosheid die Josh Rouse dezer dagen lijkt te kenmerken ongetwijfeld daaraan kunnen toeschrijven. Niet alleen zag de man de voorbije maanden zijn huwelijk op de klippen lopen, hij liet in dezelfde periode ook de States achter om zich te gaan vestigen in Altea, een klein stadje in het Oosten van Spanje, en hij kijkt reikhalzend uit naar een nieuwe werkgever. “Nashville”, zijn vijfde album, zal immers gelijk ook zijn laatste zijn voor Rykodisc. Op die plaat krijgen we in tegenstelling tot wat gebeurde op de erg knappe voorganger ervan (“1972”) niet wat de titel suggereert. Rouse begeeft zich hier zeker niet op het countrypad, maar vernoemde zijn plaat gewoon naar de stad die een groot deel van zijn leven goed voor hem was. Noem het maar een soort van eerbetoon aan de lokale underground scene.

In een productie van Brad Jones en ook verder met the usual suspects (Marc Pisapia, James Haggerty, Curt Perkins, Daniel Tashian) in de buurt illustreert Rouse nog maar eens waarom hij door velen tot de beste songwriters van het ogenblik wordt gerekend. Heel wat van de liedjes hier gaan in op zijn recente scheiding. “Why Won’t You Tell Me What”, om er maar eentje te noemen, is een als bluesy shuffle ingeklede kroniek van een teloorgaande relatie. En het door een zalig harmonicaatje aangezwengelde “My Love Has Gone” laat titelgewijs ook al niet veel aan de verbeelding over. Toch klinkt “Nashville” als geheel bepaald niet zwaarmoedig. “In The Nighttime” heeft zo bijvoorbeeld minstens evenveel gemeen met tal van recente zonnige Britpophitjes als met het singer-songwritergebeuren in de States in de seventies. En “Winter In The Hamptons” is meer dan zomaar een gewone knipoog naar de populaire kant vanThe Smiths. Verder vooral veel lijzig voortkabbelende (folk)popdeuntjes à la “Streetlights” en “Middle School Frown” hier.

Al bij al gewoon weer een erg goede plaat, waarop Rouse ons trakteert.

Josh Rouse

Rykodisc

 

 

DEVIL IN A WOODPILE

“In Your Lonesome Town

(Bloodshot / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 “In Your Lonesome Town” is het derde album van de uit Chicago afkomstige Americana blues cats van Devil In A Woodpile. Frontman Rick “Cookin’” Sherry en de zijnen wentelen zich daarop naar goede gewoonte in een poel vol gebruikelijke en heel wat minder courante akoestische instrumenten. Onder het motto delta blues meets vaudeville vallen steelgitaar- en kazoobijdragen van Joel Paterson, doghouse bass-gepluk van Tom V. Ray, occasionele tubastoten van Gary Schepers en Sherry’s eigen harmonica-, washboard-, clarinet-, jug- en kick drum-spielereien samen tot een onweerstaanbare pot eigentijdse retro blues die geen stilzitters duldt. Opvallend is vooral een wulps rammelende en schuddende benadering van het al van Led Zeppelin bekende “Bron-Y-Aur Stomp”. Bijzonder aanstekelijk is de overgrote meerderheid van het resterende materiaal, met speciale vermeldingen voor de uit de eigen koker stammende instrumental “Beer Ticket Rag” en een geslaagde versie van het aan delta blues-pionier Charley Pattons oeuvre ontleende “Shake It And Break It”.

Bloodshot Records

Bertus

 

 

THE WAILIN’ JENNYS

“40 Days”

(Jericho Beach Music)

(3,5) J J J J

 

In hun thuisland Canada worden de Wailin’ Jennys in kennerskringen zo ongeveer als een supergroep beschouwd. Internationaal gezien gaat die vlieger echter nog lang niet op. Daartoe volstaat de individuele naambekendheid over de eigen landsgrenzen heen van de drie betrokkenen zeker nog niet. Dat het in januari van 2002 eerder toevallig tot stand gekomen samenwerkingsproject tussen de schrijvende zangeressen Cara Luft, Ruth Moody en Nicky Mehta vroeg of laat wél hoge ogen zal gooien staat echter ons inziens buiten kijf. Al zal het dan ook zonder Luft moeten gebeuren, want die verliet het schip vroegtijdig om opnieuw succes voor eigen rekening na te gaan jagen. Zij werd ondertussen vervangen door de met een fraaie altstem gezegende Annabelle Chvostek.

Met een aparte mix van originele deuntjes en traditionals voornamelijk gebaseerd op de eigen kristalheldere harmonieën zullen de drie zowel in folk- als in Americanamiddens snel veel nieuwe vrienden maken. Elementen uit roots pop, Americana, blues en (Keltische) folk vloeien hier samen tot één heerlijk wegluisterend natuurlijk geheel. Vooral de engelachtige samenzang van de drie dames doet je bij momenten echt naar adem happen. Bovendien zijn het alle drie begenadigde songwriters die elk vanuit hun eigen perspectief hun steentje tot het groepsgeluid bijdragen. Ruth Moody tekent zo voor de akoestische (roots)popdeuntjes “One Voice”, “Heaven When We’re Home” en “Beautiful Dawn”, Cara Luft van haar kant staat in voor iets meer op de folkleest geschoeid materiaal als “Untitled”, “Come All You Sailors” en “Something To Hold Onto” en Nicky Mehta leunt wellicht nog het dichtst aan bij wat wij onder Americana verstaan, iets wat ze bewijst met verstilde pareltjes als “Arlington”, “This Is Where” en “Ten Mile Stilts”. Knappe covers zijn er verder ondermeer van Neil Youngs “Old Man” en John Hiatts “Take It Down” en van de traditionals “Saucy Sailor” en “The Parting Glass”. De productie was in handen van David Travers-Smith.

The Wailin’ Jennys

Lucky Dice Music

 

 

SARAH BORGES

Silver City

(Blue Corn Music)

(4) J J J J

 

Sarah Borges geldt onder connoiseurs in en rond Boston als één van de best bewaarde rootsmuziekgeheimen van het ogenblik. En één enkele vlugge beluistering van haar fenomenale debuutplaat “Silver City” zal wellicht wel volstaan om ook jou van het gelijk van al diegenen die dat beweren te overtuigen. Onder de vakkundige productionele hoede van de ondermeer van zijn werk voor illustere gezelschappen als Radiohead, Uncle Tupelo, Hole en The Pixies bekende Paul Q. Kolderie demonstreert Borges een grenzeloze liefde voor de roots scene van haar thuisland. Dat levert een buitengewoon stevig geheel op, waarin de nadruk vrijwel voortdurend op rock ligt, maar dan wel van het rauw-hees-tedere soort. Het feit dat Borges over een stel performante pipes à la Neko Case beschikt zal daar wel niet geheel vreemd aan zijn. En de rol van het zorgvuldig geselecteerde instrumentarium al evenmin. Dé absolute prijsbeesten van dit in zijn geheel zeer overtuigende album zijn het midtempo rootspoppareltje “Mellow Doubt”, waarin zowel die andere lokale jonge revelatie Jake Brennan (akoestische gitaar) als diens pedal-steelgitarist Steve Malone (Confidence Men) acte de présence geven, en de broeierige, door ex-Blood Oranges-kopstuk Jimmy Ryan van wat mandolineaccentjes voorziene ballade “Pious Proud”.

Sarah Borges

Miles Of Music

 

 

LOUISIANA RED

“No Turn On Red”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Net als bijvoorbeeld ook een Eddie Kirkland, een Eddie Burns, een Bobo Jenkins en natuurlijk ook een John Lee Hooker maakte Louisiana Red deel uit van het selecte clubje bluesgroten dat in de nadagen van WOII vanuit Detroit zijn eerste stappen zette. Wat aan die bewuste periode in zijn leven voorafging is stof voor een bijzonder pakkende biopic. Red – geboren als Iverson Minter op 23 maart 1936 ergens in het diepe Zuiden van de States – verloor zijn moeder amper een week na zijn geboorte. Ze overleed aan de gevolgen van een longontsteking. En op zijn vijfde stond hij er al helemaal alleen voor, toen ook zijn vader hem vroegtijdig werd ontnomen. Die werd brutaal om het leven gebracht door leden van de beruchte Ku Klux Klan. Via een omweg langs een weeshuis in New Orleans zou de jonge Iverson vervolgens bij zijn grootmoeder in Pittsburgh, Pennsylvania belanden. Zij bracht hem groot en zou ook bepalend blijken naar zijn toekomst toe. Zij was het immers die hem zijn eerste gitaar kocht. Door mee te spelen met op de radio voorbijkomende hitjes en middels gitaarlessen van lokale bluesman Crit Walters werd Minter aan een rotvaart klaargestoomd voor het grote werk. En als hij op 14-jarige leeftijd in de vermaarde Harlem Inn eerder toevallig kennismaakt met Eddie Burns gaat de wagen al helemaal aan het rollen. Burns wordt zo’n beetje de mentor van de knaap en leert hem alle kneepjes van het vak. Het resultaat is wellicht genoegzaam bekend. Naast werk met ondermeer John Lee Hooker, B.B. King, Muddy Waters, Elmore James en Lightnin’ Hopkins zou Louisiana Red tussen 1952 en nu ook een karrenvracht aan eigen materiaal inblikken voor zo diverse labels als Chess, Roulette, Atco, Spivey, Laurie, Blue Labor, L&R en JSP.

Zijn nieuwste, “No Turn On Red”, verscheen onlangs bij het gerespecteerde Hightone. Op die plaat roept hij in het goede gezelschap van producer Bob Corritore de geest op van zijn beste dagen. Op zijn negenenzestigste klinkt Louisiana Red vitaler dan ooit. Mede dankzij voortreffelijk scheurharpwerk van Corritore, stuwende pianobijdragen van Matt Bishop en gedegen gitaarinterventies van Johnny Rapp en Buddy Reed groeit “No Turn On Red” uit tot een beestig goede plaat. Traditionele blues met een hoofdletter B én met een hoog anno nu-gehalte! Het kan een contradictio in terminis lijken, maar dat is het zeker niet. Red schreeuwt, gromt, klaagt en jammert dat het een lieve lust is en martelt ondertussen zijn gitaar als een jonge loopse hond. Waardig ouder worden heet zoiets, geloven we…

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

DEANA CARTER

“The Story Of My Life”

(Vanguard / Munich)

(3) J J J

 

Deana Carter zal in countrygeschiedenisboeken vooral de aandacht blijven trekken als de blonde schoonheid die met haar debuut “Did I Shave My Legs For This?” en de daarvan getrokken single “Strawberry Wine” meteen goed bleek voor een miljoenenverkoop en daaraan gekoppeld platina eremetaal. Daaraan zal ook haar nieuwe CD “The Story Of My Life” niet al teveel veranderen, vrezen we. Ook tien jaar na die eersteling grossiert Carter immers nog steeds in prettig in het gehoor liggende, maar helaas ook vaak weinig opvallende (country)popliedjes. Het grote verschil met de voorgangers van haar jongste worp is dat ze ditmaal resoluut opteerde voor de do it yourself-aanpak. Niet alleen schreef ze mee aan elk van de elf liedjes, ze eiste ook flink wat van de elektrische en akoestische gitaarpartijen en van de strijkersbijdragen voor zichzelf op en produceerde het geheel in haar eentje. Bovendien tekende ze een contract bij independent Vanguard Records teneinde haar artistieke vrijheid te kunnen vrijwaren. Aardigste momenten die dat oplevert zijn de lekker strakke poprockende opener “”The Girl You Left Me For”, het catchy, met een aan het verhaal van Thelma & Louise opgehangen refreintje gezegende popdeuntje “One Day At A Time”, de knappe ballade “Atlanta & Birmingham” en het lekker herkenbare, met een flardje Beatles gelardeerde “She’s Good For You”.

Deana Carter

Vanguard Records

Munich Records

 

 

THE BLASTERS

“Live – Going Home”

(Evangeline Records)

(4) J J J J

 

In februari van vorig jaar al verscheen bij het kleine Amerikaanse label Shout Factory “Live – Going Home”, een tweede concertregistratie van de gereformeerde Blasters binnen een wel erg korte tijdsspanne. En dat album is nu eindelijk ook in Europa verkrijgbaar dankzij het Britse Evangeline Records. Voor de echte die hards wellicht rijkelijk laat, want die hebben het album natuurlijk al lang in de Amerikaanse uitvoering in de kast staan. En wellicht is dat ook de reden, waarom men aan de oorspronkelijke tracklijst vijf extra nummers heeft toegevoegd. Zo wordt het nu als dubbel-CD aangeboden album ook voor hen opnieuw aantrekkelijk gemaakt. “Red Rose”, “Trouble Bound”, het heerlijke “I’m Shakin’”, het met Sonny Burgess gebrachte “Sadie’s Back In Town” en “I Ain’t Got You”, een samenwerking met de lichtjes fantastische Billy Boy Arnold, vormen de toegevoegde waarde. Al hadden diezelfde die hards die nummers wellicht ook al wel in huis in de Amerikaanse DVD-uitvoering van hetzelfde concert. Voor de rest evenwel geen slecht woord over deze bijzonder swingende schijf!

The Blasters

Evangeline Records

 

 

REMMELT, MUUS & FEMKE

“The Long Way Round”

(Remmelt Records / Bertus)

(4) J J J J

 

Rootsminnend Nederland heeft dit drietal al een poosje diep in het hart gesloten en het wordt verdorie hoog tijd dat dat ook in Vlaanderen gebeuren gaat. Hugo Remmelt, Thijs Muus en Femke Japing tekenen samen immers al zo’n goede acht jaar lang voor prachtige, volop op de Amerikaanse leest geschoeide melodieuze popliedjes, die meer dan eens zeer levendig herinneren aan het onvolprezen vakwerk van de vroege Crosby, Stills, Nash & Young. “Gepassioneerd akoestisch” noemen ze het zelf, wij gaan eerder voor stijlvolle folky Americana, waarbij naast het bijzonder professionele geluid van de groep vooral de ijzersterke liedjes en de bij momenten echt hemelse samenzang de voornaamste pluspunten vormen. Het nieuwe album van de drie, “The Long Way Round”, is van de eerste tot de laatste noot bijzonder genietbaar. Van door Thijs Muus van een wel zeer nadrukkelijk Neil Young-tintje voorziene stukken als “Love Me” en “Wishing” over door Hugo Remmelt en Femke Japing voorzichtig over akoestische gitaren en een intimistisch streepje mondharmonica gedrapeerde prachtliedjes als “Sacred Arms” of “Move On”, je voelt je hier als luisteraar ogenblikkelijk thuis. Vergelijkingspunten die zich aandienen naast CSN&Y variëren van James Taylor en de Eagles tot meer recentelijk en een stuk dichterbij huis Powderblue. En “The Long Way Round” doorstaat dan ook moeiteloos elke vergelijking met het werk van heel wat van de betere Americana acts van het ogenblik.

Wie haalt ze snel eens naar ons land?

Remmelt, Muus & Femke

Contact: info@remmeltmuusfemke.nl

Bertus

 

 

CIGAR STORE INDIANS

“Built Of Stone”

(Overall Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

Toen de uit Crabapple, Georgia afkomstige Cigar Store Indians midden de jaren negentig hun titelloze debuutplaat op de wereld loslieten had het er heel even alle aanschijn van, dat dat gezelschap rond zanger en voornaamste songleverancier Ben Friedman de door de vroegtrijdige retraite van de Blasters opnieuw vacant verklaarde plaats aan de spits van de Amerikaanse rootsmuziekbeweging zou kunnen gaan invullen. Een vermoeden dat alleen nog maar bevestigd werd door de ijzersterke opvolger van dat album, het in 1998 verschenen “El Baile De La Cobra”, en het nog eens twee jaar later live ingeblikte “Guest List”. Ondanks het feit dat de heren zo’n 200 wervelende shows per jaar afwerkten zouden ze echter nooit echt dezelfde status bereiken als de broertjes Alvin en co.

Roots rock, rockabilly en country worden door de vier nochtans op erg aanstekelijke wijze vermengd. Ook weer op hun nieuwe album “Built Of Stone”. Voor de productie daarvan werd de hulp ingeroepen van Rodney Mills en Jeff Bakos. Die twee begeleiden Ben Friedman (lead vocals, gitaar), Jeff Sprayberry (gitaar, zang), Keith Perissi (bas, zang) en Paul Barrie (drums, zang) op een tien songs lange en behoorlijk gevarieerde trip doorheen Rootsland. Van de van een twangy ondertoontje voorziene rustige roots pop van “Ballerina Dressed In Black” over spannende gitaarrockertjes als “Blue Mountain Girl”, “Copycat Season” of “Nothing Else Matters” en aan de Blasters herinnerend ritmisch rootsy spul als “Weight Of The World” tot het als een trucker song aangeboden “Hit Me” of de in het vaarwater van knapen als Joe Ely en Bruce Springsteen gedijende tweeling “Other Side Of The Pillow” en “In A Second Flat”, het mag er allemaal best wel wezen. Alleen die ene echte uitschieter zo nu en dan, die ontbreekt. En wellicht moet dan ook juist daar de oorzaak van het eerder vermelde uitblijvende (grote) succes worden gezocht. Eén enkel liedje van het kaliber van een “American Music” of een “Marie Marie” zou voor de Indians wel eens wonderen kunnen verrichten.

Cigar Store Indians

Sonic Rendezvous

 

 

MISSING NUMBERS

“Missing Numbers”

(Eclectone Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

Missing Numbers is een eerder toevallig tot stand gekomen samenwerkingsverband tussen voormalige leden van Bellwether, Janitor Bob en The Dashboard Saviors. Het uit Minneapolis afkomstige viertal bestaande uit Jimmy Peterson (zang, gitaar, piano), Casey Gooby (gitaar), Mike Derrick (bas) en John Crist (drums) zou oorspronkelijk enkel een aantal gemeenschappelijke shows afwerken in de lokale 400 Bar. Maar uit die vrijblijvende vertoningen groeide al snel meer. Eerst nog gewoon een bijjobje, later een echte groep en nu zelfs al een heus album. De plaat werd medio vorig jaar onder het toeziende oog van producer Ed Ackerson verspreid over vijf dagen ingeblikt. En het resultaat is best wel aardig te noemen. Elementen uit alt. country, rock, blues en jazz werden zorgvuldig ingepast in de vrij aparte muzikale puzzel die deze eersteling toch wel is. Sombere, atmosferische rock met een grootstadsbluesgevoel is het, waarin vooral de rasperige stem van zanger Peterson – Denk aan Matthew Ryan! – en de bezwerende gitaarpartijen van diens maatje Gooby in bijzonder gunstige zin opvallen.

Missing Numbers

Eclectone Records

Sonic Rendezvous

 

 

GRAHAM ISAACSON

“Nine Days”

(G-Bomb Records)

(4) J J J J

 

Toen ik me in een gesprek met een bevriende rootsmuziekliefhebber onlangs liet ontvallen, dat het recenseren van nieuw plaatwerk na verloop van tijd tot een heuse sleur verwordt, fronste die vrijwel meteen de wenkbrauwen. Je zag hem als het ware denken, dat het me allemaal een beetje naar het hoofd aan het stijgen is. Maar toch is het zo… Enerzijds is het natuurlijk wel ontzettend leuk om voortdurend onder bakken nieuw materiaal te worden bedolven, maar anderzijds kan je gewoonweg niet om de vaststelling heen, dat je steeds minder tijd krijgt om ook echt van de muziek te genieten. Het wordt een beetje een job…

Gelukkig zijn er echter de onverwachte krenten in de pap om de pil zo nu en dan een weinig te vergulden. De albums die je naderhand steeds opnieuw blijft opzoeken, of je daar nu tijd voor hebt of niet, de blijvertjes… “Nine Days” van de jonge Graham Isaacson is er zo eentje. Ergens op de grens tussen Americana, folk en pop vertelt hij op ingetogen wijze zijn verhalen. Dat hij een zwaar aan de jonge Tom Waits verwante stem heeft is daarbij natuurlijk een enorm pluspunt. Met de nodige omzichtigheid behandelde akoestische gitaren, al even voorzichtig gestreelde drums, een occasioneel opduikende cello, een zacht zoemende stand-up bass, een sfeervolle Fender Rhodes en een bijna penseelgewijs de klankkleur bepalende lap steel doen de rest. Hier gaan we dan ook niet moeilijk over doen! “Nine Days” is gewoon een heerlijke plaat, balsem voor getormenteerde zielen, telkens die daar weer eens behoefte aan hebben…

Graham Isaacson

CD Baby

 

 

JIMMY LAFAVE

“Blue Night Fall”

(Red House Records / Music & Words)

(4,5) J J J J J

 

Ruim vier jaren verstreken er sinds Jimmy LaFave’s laatste album “Texoma” en dat dat eigenlijk veel en veel té lang was besef je al als hij nauwelijks enkele noten ver is in de aan het songbook van Gretchen Peters ontleende ballade “Revival”. Niemand, maar dan ook werkelijk niemand kan tegelijk zo getormenteerd en vertederend uit de hoek komen als deze Austinite. “Sweet Sweet Love” en het door zijn jonge streekgenoot Warren Hood van een zeer fraaie mandolineachtergrond voorziene “River Road” bieden vervolgens meer van hetzelfde. Dit is gewoon Americana grand cru. “Music From The Motor Court” rockt aansluitend mede door de gitaarinbreng van de dezer dagen alomtegenwoordige Gurf Morlix een aardig eindje weg. Maar dat blijkt maar een intermezzo, want vanaf het broeierig-intimistische titelnummer doet LaFave weer voornamelijk datgene wat hij eigenlijk het beste kan, met name het hartverscheurend mooi brengen van rustige roots rock- en Americana-liedjes. En of ze nu “Shining On Through”, “Bohemian Cowboy Blues”, “I Wish For You” of “When You Were Mine” heten, dat gaat werkelijk geen moment vervelen. Wel integendeel! Het bijzonder passionele “Blue Night Fall” behoort gewoon tot het allerbeste wat we van het jaar al voor de kiezen kregen. Enkel in het bluesje “It’s Gone” – met prima slidegitaarwerk van Larry Wilson - en in de zwierige uitsmijter “Gotta Ramble” gaat het volume nog even de hoogte in.

Jaarlijstjesplaat!

Red House Records

Music & Words

 

 

VARIOUS ARTISTS

“These Times We’re Living In”

(A Red House Anthology)

(Red House Records / Music & Words)

(4) J J J J

 

Een- tot tweemaal per jaar pakt het Amerikaanse Red House Records uit met een verzamelaar waarop artiesten uit de eigen stal rond één welbepaald thema aan de slag mogen gaan. Steevast met uitstekende resultaten. Ideale voorbeelden om die stelling te onderbouwen zijn de ronduit fantastische tributes “Going Driftless, An Artists’ Tribute To Greg Brown”, “A Nod To Bob, An Artists’ Tribute To Bob Dylan” en “Treasures Left Behind: Remembering Kate Wolf” én “13 Ways To Live”, een muzikale kanttekening bij de recente gebeurtenissen in Irak door een stel Texaanse artiesten.

Met “These Times We’re Living In” wijkt men enigszins af van de gebruikelijke strategie. Ditmaal wordt immers gewoon thematisch geput uit de bestaande eigen catalogus. Het resultaat is er echter geenszins minder om. Het gaat om een zestien eenheden tellende collectie intimistische liedjes met als uitgangspunt het leven in de eenentwintigste eeuw. Afgetrapt wordt er met Greg Browns “’Cept You & Me Babe”, een als bluesje verpakte romantische veroordeling van de rol die het internet in het persoonlijke leven van zo velen is gaan spelen. Robin en Linda Williams versmelten in “October Light” vervolgens moeiteloos bluegrass, old-time, akoestische country en folk. En dan zijn er de Wailin’ Jennys, een nog relatief jong Canadees drietal bestaande uit Cara Luft, Ruth Moody en Nicky Mehta, dat met het atmosferische “Arlington” de ideale teaser aflevert om je aandacht op hun nieuwe CD “40 Days” te vestigen. Via de snareninstrumental “Horn Island” van Martin Simpson en het relaxte aan het heerlijke “Hard Times In Babylon”-album van Eliza Gilkyson ontleende “Coast” gaat het daarna over “River Road”, één van de mooiste liedjes van “Blue Night Fall”, het nieuwe album van Jimmy LaFave, het in gedachten verzonken “Riverside” van John Gorka, de meerstemmige folk van “Who Cares” van Suzzy & Maggie Roche, Dave Moore’s “Sharks Don’t Sleep” en de werkelijk wonderschone J.J. Cale-achtige ballade “Oxford Town” van de Canadese Vietnam-veteraan Ray Bonneville tot de prachtige folk-pop van Lucy Kaplansky’s “Land Of The Living”, de huiveringwekkend mooie samenwerking tussen Peter Ostroushko en Greg Leisz op respectievelijk mandoline en Scheerhorn resonator voor het veelzeggend getitelde instrumentaaltje “Hymn: Page 9/11”, de knappe folk van John McCutcheons “Ghosts Of The Good Old Days”, Bill Staines’ “The Philosopher’s Song” en David Francey’s “Fourth Of July” en het o zo treffende akoestische bluesje “We All Need More Kindness In This World” van Guy Davis.

Niet één zwakke schakel te bekennen hier! Heerlijke plaat gewoon, deze “Red House Anthology”.

Red House Records

Music & Words

 

 

VARIOUS ARTISTS

“If I Could Only Fly – A Blaze Foley Tribute”

(4 CD/DVD Box Set)

(Borderdreams / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

Hoe invloedrijk de in 1998 bij een schietpartij om het leven gekomen Texaan Blaze Foley als songwriter wel geweest is, mag blijken uit de stortvloed aan eerbetonen die de man sedertdien al te beurt gevallen zijn. Drie daarvan, het in 1998 verschenen “In Tribute And Loving Memory…”, het een jaar later uitgebrachte “Blaze Foley Too: Blaze Ablaze” en het uit 2000 stammende “Blaze Foley Inside”, werden nu door het Spaanse label Borderdreams (verdeling: Sonic Rendezvous) samen met een DVD’tje met daarop opnamen van zowel Foley zelf (ondermeer live met wijlen Townes Van Zandt en Calvin Russell) als Tom Smith en de Texana Dames in een compacte en uitvoerig gedocumenteerde box set heruitgebracht. Dat levert een prachtige collectie liedjes op die geen enkele zichzelf respecterende liefhebber van singer-songwritermateriaal zich eigenlijk zou mogen laten ontgaan. Het lijstje betrokkenen oogt dan ook behoorlijk spectaculair. Kimmie Rhodes, Tom Smith, Mandy Mercier, Calvin Russell, Townes Van Zandt, Jubal Foster, de Texana Dames, Richard Dobson, Elliott Rogers, Merle Haggard, Willie Nelson, David Waddell, Julieann Banks, Timbuk 3, Pat Mears, enzovoort enzovoort enzovoort. Zij halen op respectvolle wijze het beste uit echte beauties van liedjes als “If I Could Only Fly”, “Clay Pigeons”, “Cold, Cold World”, “Lovin’ You” en “Picture Cards Can’t Picture You”. En als bonus krijg je bovendien ook Foley zelf nog even te horen in songs als “Oval Room”, “Loving You”, “My Reasons Why” en “Our Little Town”. Dit flink uit de kluiten gewassen labor of love zouden we dan ook graag een echte must willen noemen.

Borderdreams

Sonic Rendezvous

 

 

MICHAEL MCDERMOTT

“Ashes”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

De in Chicago geboren en getogen singer-songwriter Michael McDermott deed voor het eerst van zich spreken bij het begin van de jaren negentig. Toen werd hij op basis van zijn debuutalbum “620 W. Surf” door sommigen zelfs al jubelend ingehaald als een volgende Dylan of Springsteen. Maar hoe leuk de door de man gebrachte rootsy folk-rock ook was, die hoge verwachtingen heeft hij toch nooit helemaal kunnen inlossen. Na een hit single (“A Wall I Must Climb”) en twee verdere albums (“Gethsemane” en “Michael McDermott”) belandde hij zelfs even op de straatstenen. De ondergang van zijn platenlabel leek ook die van hem te zullen gaan worden. Maar dat was buiten de waard gerekend. McDermott besloot immers om voor eigen rekening te gaan werken en bracht in 1999 zelf het album “Bourbon Blue” uit. Het succes van die plaat leverde hem vervolgens weer een deal op met Koch Records en dat leidde in 2000 tot “Last Chance Lounge”, een album dat ondermeer in Rolling Stone en de New York Times op de nodige bijval mocht rekenen. En nu is er dus “Ashes”, zijn debuut voor het Duitse Blue Rose Records. Die plaat werd deels in Houston, deels in Los Angeles en deels in Chicago opgenomen. Voor de productie tekenden respectievelijk Joe Hardy (The Replacements, Steve earle, Tom Cochrane), Dan Petty (Shawn Colvin, Stone Roses, LeAnn Rimes) en McDermott zelf. En gastbijdragen zijn er van ondermeer Mike Malinin (Goo Goo Dolls), Jennifer Condos (Whiskeytown, Don Henley), Jay Belrose (Beck, Paula Cole), Scott Seiver (Jason Mraz) en Joe Karnes (Imperial Drag). “Ashes” is een album boordevol aangenaam wegluisterende – behoorlijk commerciële – (folk)rockliedjes die vaak heel erg radiovriendelijk overkomen. Het ene moment denk je aan Bruce Springsteen (“Around The World”, “Sword Of Damocles”), het andere aan John Mellencamp, soms zelfs even aan Jon Bon Jovi (de aanstekerballade “Everything I Got”). McDermott heeft net zo’n prettige gruizige stem en weet duidelijk ook hoe je een catchy song hoort te fabriceren. Hij zal zijn weg naar erkenning vroeg of laat dan ook wel weten te vinden.

(P.S.: Mocht je op basis van “Ashes” in de ban raken van McDermott, dan kan je via ’s mans website ook nog het gelimiteerde “Beneath The Ashes” op de kop trachten te tikken, een in november van vorig jaar uitgebrachte collectie outtakes en rariteiten, ’t is maar dat je het weet…)

Michael McDermott

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE LINDSEY HORNE BAND

“The Lindsey Horne Band”

(Pretty Princess Music & Co)

(3,5) J J J J

 

Je houdt van straffe chanteuses als een Joni Mitchell, een Tori Amos, een Sarah McLachlan en een Norah Jones, maar ook wel van de rustige Americana van pakweg een Mindy Smith? Dan moet je beslist ook eens een oor te luister leggen bij de Lindsey Horne Band. In elf eigen liedjes bewijzen La Horne (zang, piano, accordeon) en haar vaste begeleiders Jonathan Erickson (drums, percussie) en Dustin Hofsess (bassen, gitaren, pedal en lap steel, dobro) op hun debuut meteen dat ze tot heel grote dingen in staat moeten worden geacht. Net als de genoemde dames beschikt deze youngster over een buitengewoon sensuele stem. En net als hen schildert ze van achter haar piano tegen een sfeervolle, beurtelings door de pedal- en lap steel- en dobrobijdragen van Hofsess ingekleurde achtergrond met vaste hand haar lieflijke muzikale miniatuurtjes. Fragiel, warm, intens, beklijvend… Werkelijk niets doet vermoeden, dat het hier om een eersteling gaat. Professionalisme troef alom! En je zou dan ook zowat durven zweren, dat de platenfirma die het aandurft om deze schone een contract voor te leggen een echt goudhaantje in huis haalt.

The Lindsey Horne Band

CD Baby

 

 

AMY GARLAND BAND

“Angora”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

Enkele dagen geleden viel de naam Amy Garland hier al eens in een bespreking van de CD “The Salty Dogs And Friends”, ditmaal is het de beurt aan “Angora” van haar eigen band. En dat is een heel fraaie plaat die we langs deze weg van harte zouden willen aanbevelen aan de fans van Lucinda Williams en aanverwanten. Garland is immers een begenadigde liedjesschrijfster en in Mike Nelson (Fender basgitaar, trompet), Nick Devlin (gitaren, lap steel, piano, zang) en Bart Angel (percussie, mandoline, accordeon, kazoo, zang) vond ze de ideale begeleiders om haar verhalen op soulvolle wijze te vereeuwigen. Nu eens herinnert de uit Little Rock, Arkansas afkomstige zangeres daarbij wel erg nadrukkelijk aan de eerder al even vermelde Williams (in het over haar eerste échte kus handelende openingsnummer “Billy Thompson” bijvoorbeeld), dan weer bewandelt ze resoluut eigen wegen. Het met Bart Angel gepende “Streets Of Mexico” is zo bijzonder prettige verhalende border country, “All For You” verstilde Americana, “Chicken Pickin’” – naar eigen zeggen – “a bluegrass tune gone horribly wrong” (Maar wel erg aanstekelijk!), “Handle On My Life” bedaard rockend singer-songwriterspul en “I’d Have To Be Crazy” een doorleefde cover van een via Willie Nelson ontdekte Steven Fromholz-song.

Een ontdekking van formaat!

Amy Garland Band

Miles Of Music

 

 

JAKE LA BOTZ

“All Soul And No Money”

(Evangeline)

(3,5) J J J J

 

Aparte naam, aparte looks, aparte muziek ook. Jake La Botz is bepaald niet voor één gat te vangen. Hij is er zo eentje van het type “ruwe bolster, blanke pit”. Een zinnenprikkelende zingende verhalenverteller die maar niet lijkt te kunnen – Of willen! – kiezen tussen rock, blues, soul, country, folk en gospel en dus maar van elk van die genres zijn graantje meepikt. En dat levert een zeer smakelijke mélange op. “Working class Americana” zeg maar, dat houdt nog lekker veel opties open: van onbehouwen rock & roll (genre opener “Lost Child”) tot Waitsiaanse country saloon blues (“Used To Be”), van soulvolle staaltjes van story-telling (“Follow Me Down” en “It’s Gonna Rain Again”) tot prettig gestoorde R & B (titelnummer “All Soul And No Money”), van ingetogen rootsy singer-songwritermateriaal (“The Grey” en “Ballad Of The Unknown Blues Man (Back In Mississippi)”) tot stomende gospel(rock) (het van een knappe titel voorziene “I Gotta Write To Know Jesus”).

Al bij al een bijzonder intrigerend zootje.

Jake La Botz

Evangeline Records

Miles Of Music

 

 

REX HOBART & THE MISERY BOYS

“Empty House”

(Bloodshot / Bertus)

(3,5) J J J J

 

Rex Hobart heeft het muzikaal gezien niet van de minsten. De man stak zijn bewondering voor country-iconen als een Merle Haggard, een Johnny Paycheck of een Kris Kristofferson nooit onder stoelen of banken. Daardoor verwordt hij echter zeker niet tot een loutere epigoon. Hobart verstaat immers als geen ander de kunst om de voor veel klassieke countrydeunen karakteristieke ongedwongenheid te versmelten met dat zo moeilijk onder woorden te brengen typische anno nu-gevoel. Wat hij met zijn Misery Boys brengt is klassiek geschoolde country, zoveel is zeker, maar dan wél van het type met een scherp randje. Van huilerige ballads tot opgewekte meezingers, van jazzy swing tot energieke honky tonk rockers, hij brengt het eigenlijk allemaal met één en dezelfde, dezer dagen nog maar hoogst zelden gehoorde vanzelfsprekendheid. En zijn vierde CD “Empty House” vormt als dusdanig dan ook zowat de perfecte bevestiging van iets wat we eigenlijk al veel langer wisten, met name dat Hobart samen met knapen als Robbie Fulks, Jesse Dayton, Mike Ireland, Tom Armstrong en John Howie, Jr. van de Two Dollar Pistols zondermeer tot de interessantste countrymakers van het ogenblik dient te worden gerekend.

Rex Hobart & The Misery Boys

Bloodshot Records

Bertus

 

 

CALVIN RUSSELL

“In Spite Of It All”

(Steamhammer / SPV / Rough Trade)

(3,5) J J J J

 

Mede dankzij de voorbeeldige carrière-retrospectieve “Man In Full” van afgelopen zomer lijkt de uit het hartje van Texas afkomstige singer-songwriter / rootsrocker Calvin Russell aan een serieuze opwaardering toe. (En dat werd verdomme hoog tijd ook!) Zo verschenen onlangs via het Franse Last Call-label al keurig per twee gegroepeerde heruitgaven van “A Crack In Time, “Sounds Of The Fourth World”, “Soldier”, “Dream Of The Dog”, “Calvin Russell” en “Sam” en met “In Spite Of It All” is hij nu ook effectief aan zijn eerste nieuwe CD in goed drie jaar toe. Daarop klinkt Russell opnieuw een stuk vinniger dan op voorganger “Rebel Radio”. De elektrische gitaren mogen weer lekker vet op het voorplan, er wordt weer flink gerockt. Daarbij dwalen de gedachten al snel af naar de creatieve hoogdagen van de Stones in de vroege jaren zeventig. De combinatie van Russells schuurpapieren stem, dreigende snaren, felle sticks en bijzonder functionele toetsen tilt stukken als de bruisende opener “Oval Room”, het beheerst countryrockende “My Money’s On You” en het swampy “Voodoo River” naar een behoorlijk hoog niveau. En op wat ingetogener momenten als het melancholische “Over And Over”, het poppy “Too Much Room” en de slome bluessleper “Cans” is het vooral Russells savoir faire die het ‘m doet. De man legt zonder ook maar de minste gêne steeds weer de eigen ziel bloot. En hij blikt natuurlijk ook ditmaal weer met enige regelmaat terug op een zeer bewogen leven. Hij neemt je eigenlijk gewoon voortdurend in vertrouwen. En zoiets schept een zekere band natuurlijk… Blij dan ook, dat we de outlaw rocker met die o zo markante kop terug in ons midden hebben.

(By the way: een aardige plus is ook nog de opgefokte, als verborgen track aan het geheel toegevoegde Russell-versie van de country classic “Rawhide”.)

SPV

 

 

NANCI GRIFFITH

“Hearts In Mind”

(New Door / UMG)

(3,5) J J J J

 

Ze prijkt momenteel fier helemaal bovenaan de AMA Chart en dat is haar van harte gegund ook. Zelfs al is haar nieuwe CD “Hearts In Mind” dan ook niet meteen haar sterkste plaat. Nanci Griffith is nu eenmaal zo’n artieste van wie je het veel te goed gewoon bent geworden…

“Hearts In Mind” is wel een aardige stap terug in de richting van haar klassieke platen. ‘n Beetje country, ’n beetje folk, veel akoestische instrumenten, maar vooral weer die zalige stem en een trits puntgave liedjes. In een gedeelde productie met Pat McInerney waadt Griffith met de van haar stilaan welbekende flair doorheen een achttal nieuwe eigen liedjes en nummers van haar maatje Julie Gold (“Mountain Of Sorrow”), ex-Any Trouble-kopstuk Clive Gregson (“I Love This Town”), Ron Davies (“Rise To The Occasion”), Tom Kimmel en Jennifer Kimball (“Angels”) en LeAnn Etheridge (“Back When Ted Loved Sylvia”). Daarbij blijken thema’s als “l’amour” en oorlog en vrede zo’n beetje de rode draad te vormen. Nu en dan met een voorzichtig politiek tintje. Zoals in het al als download van haar website bekende “Big Blue Ball Of War”, dat ze formuleerde als antwoord op alles wat er momenteel daarbuiten stevig uit de hand dreigt te lopen. Of “Heart Of Indochine” en “Old Hanoi”, een tweetal dat ze schreef na recente bezoeken aan respectievelijk Vietnam en Cambodja met de Vietnam Veterans of America Foundation.

Niet echt veel nieuws onder de zon dus hier, maar dat verwacht je eigenlijk ook niet. Griffith zal met enige regelmaat wellicht nog jarenlang min of meer dezelfde plaat blijven afleveren, maar ons zal je daarover alvast nooit horen klagen. Mooi is het immers altijd wel weer en meer moet dat echt niet zijn…

Nanci Griffith

Hitsound Records

 

 

JEREMY PROCTOR

“These Two Shoes”

&

“Sundays And Mondays”

(3,5) J J J J

 

Canada is een zeer goede natuurlijke voedingsbodem voor singer-songwriters. En mijns inziens al zeker voor degenen die gedrenkt zijn in roots en/of folk. Ik denk dat de rauwheid van de lokale natuur en het ongecompliceerde karakter van het dagelijkse leven in het land daarbij een essentiële rol spelen.

Mijn nieuwsgierigheid tot één zo’n songwriter, met name Jeremy Proctor, werd initieel gewekt door Nathan Rogers – de zoon van Stan - die, na zelf een schitterend debuut te hebben uitgebracht, via zijn website de spots op deze nieuwkomer richtte. In tegenstelling tot veel muziek, waarbij een dikke laag (computergestuurde) cosmetica de gering aanwezige talenten van de artiest moet uitvergroten en vooral ook de onvolkomenheden dient weg te pleisteren, staat bij deze jonge Canadees de muziek, de song centraal. De directheid van zijn kale performance draagt juist bij tot de geweldige zeggingskracht ervan. Op een bijna natuurlijke, vloeiende wijze rolt zijn muziek voort.

Zoals bij zoveel beginnende artiesten zijn de productiekosten onderworpen aan het financiële budget. En ook de inlays van beide schijfjes maken een zuinige indruk. Maar de essentie, de muziek, die staat er wel degelijk. Beide CD’s liggen wat mij betreft in het verlengde van elkaar, mede door de bijdragen van Ruth Moody (zeer mooie achtergrondzang), Bill Western, Sahra Featherstone (co-writer van “Holiday”), Christian Dugas en vele anderen. De songs worden summier omlijst met voornamelijk akoestische gitaarklanken. Daarnaast zijn er gepaste vioolbijdragen, waarin een duidelijke link naar Ierse, dan wel Schotse roots te onderkennen is, zonder zodoende té Keltisch te worden. De kracht van deze veelbelovende troubadour schuilt hem in het compositorische. Zijn vaak introspectieve nummers sluimeren en kabbelen heerlijk voort, omringd door heerlijk zuivere klanken. Geen bruisende of pulserende dynamiek hier, maar juist rustig en beschouwend werk.

Mocht je weer eens door het zeer ruime aanbod van CD Baby heen wandelen, neem dan gerust de proef op de som en voeg één of beide Proctor-CD’s aan je mandje toe. Je zult er beslist geen spijt van krijgen, want dit is uiterst plezierige luistermuziek.

Jeremy Proctor

CD Baby

 

 

JOHN COINMAN

“Songs From The Modern West”

(CoraZong / Heartselling / MML)

(4) J J J J

 

 “This Place Ain’t What It Used To Be”, een vorig jaar via het Nederlandse CoraZong Records verschenen bloemlezing uit “The Man Called Lonesome” (1997), “41 Crosses” (1999) en “River Of Fire” (2001), de eerste drie solo CD’s van de in New Mexico geboren en getogen John Coinman, betekende voor heel wat Americana-liefhebbers een echte revelatie. Nochtans zit de man al ruim dertig jaar in het vak en schat hij zijn productie zelf inmiddels al op zo’n 400 nummers. Hij schreef zo bijvoorbeeld samen met Michael Blake (de auteur van het onvergetelijke “Dances With Wolves”), zijn goede vriend Kevin Costner, de van de legendarische Doors bekende John Densmore, rootsrocker James Intveld en tal van andere acteurs en muzikanten.

’s Mans nieuwe plaat “Songs From The Modern West” laat hem opnieuw van zijn beste kant horen. De basistracks ervoor nam hij met bassist Blair Forward, drummer Larry Cobb, pedal steel-gitarist Neil Harry en vibrafonist Jimmy Carr op in Tucson. Vervolgens toog hij naar Nashville om daar in het gezelschap van gitarist-producer Teddy Morgan (Kelly Pardekooper, Cathy Rivers) de puntjes op de i te zetten. Het resultaat is een in dat voor Tucson al vaak karakteristiek gebleken spookachtig sfeertje badend album, dat Coinmans naam hier definitief zou moeten kunnen vestigen. Luister bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens naar de behoorlijk cynische, in gruizige gitaren badende rocker “Once This Was The Promised Land”, de van ingehouden spanning zinderende Coinman-Morgan-compositie “Superman 14”, het als een gortdroge woestijnbries voorbij waaiende “Days Like These”, het spooky “By The ‘U’ In Buick”, de oorvriendelijke twangy Americana van “Find That Girl” of de broeierige ballade “Long Hot Night” en je zal ons met betrekking tot die laatste bedenking snel bijtreden.

John Coinman

CoraZong Records

 

 

CLELIA ADAMS

“Heartbeat Highway”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 “Bring It On”, haar vorige plaat, verscheen al in 2001. Eigenaardig genoeg werd dat album pas vorig jaar echt “opgepikt” door Europese countryliefhebbers. Liedjes als John Prine’s “Speed Of The Sound Of Loneliness” en “Cowgirl Rides Away” resideerden daardoor zowat het hele jaar lang in tal van op airplay gebaseerde hitlijsten. En terecht ook! Clelia Adams laat zich immers enigszins vergelijken met collega’s als een Rosie Flores en de jonge George Strait. De Australische brengt een aanstekelijke mix van oud en nieuw. Met Flores deelt ze een zekere voorliefde voor naar rockabilly neigende country, met Strait de flair om dat gegeven naar een groot publiek toe te vertalen. Met haar glasheldere stem haalt ze op haar nieuwe CD “Heartbeat Highway” het beste uit liedjes – Live-favorieten! - van ondermeer Hank Williams, Patsy Cline, Iris DeMent, Patsy Montana, Shane Howard, Neil Sedaka en anderen. Lekkere rootsy retro country met regelmatig een rockabilly ondertoontje is het, met hier en daar zelfs een heuse yodel om het allemaal nog net iets authentieker te laten lijken.

“Heartbeat Highway” werd opgenomen met een stel echte klasbakken van muzikanten. Feral Swing Katz Stuie French en Michael Rose tekenden voor respectievelijk de productie, backing vocals en gitaar-, pedal steel- en dobrobijdragen, James Gillard (van The Flood) beroerde de bassnaren, Garry Steele stond zijn mannetje op piano en accordeon, Rudy Miranda – bekend van zijn werk voor Adam Harvey – en Joel Davis wisselden elkaar af achter de drumvellen en Kate Mccarthy, Doug Rowe (Flying Circus) en de lichtjes fantastische Camille Te Nahu (Check her out!) leverden vocale bijstand.

Kort samengevat: een heerlijke stem, prima songs, tal van instrumentale hoogstandjes – “Heartbeat Highway” is gewoon een erg goede plaat, een zoveelste bewijs voor de vaststelling dat veel van de beste country tegenwoordig Down Under wordt gemaakt.

Clelia Adams

CD Baby

 

 

LIZ MEYER

“The Storm”

(Strictly Country Records)

(4) J J J J

 

Net op het moment dat ze opnieuw een strijd op leven en dood uitvecht met een ongenadige kanker, gaat het met de carrière van de momenteel in Nederland verblijvende Amerikaanse singer-songwriter Liz Meyer alsmaar beter. Haar heerlijke nieuwe CD “The Storm” bereikte al lang voor de officiële release ervan een plaatsje in de top 10 van de Euro Americana Chart en critici zijn het er over het algemeen roerend over eens, dat het hier echt een uitzonderlijk knappe plaat betreft. Kan ook moeilijk anders, als je ziet wie er allemaal zijn voor komen opdraven: Mark Cosgrove en Emmylou Harris tekenen voor de harmonieën, Bela Fleck en Ron Block dragen hun steentje bij op de banjo, grootmeesters Jerry Douglas en Rob Ickes doen hetzelfde op de dobro, Glen Duncan, Sam Bush, Stuart Duncan en Shad Cobb verdelen onderling de fiddle-partijen, Mark Johnson komt voorbij op de clawhammer banjo, Byron House bespeelt de bas, Kenny Malone en Chris Brown zijn de drummers van dienst, Sam Bush laat ook zijn mandoline spreken en Meyer zelf en opnieuw Mark Cosgrove nemen het akoestische gitaarwerk voor hun rekening. Temidden van al die instrumentale finesse laat Liz Meyer voortdurend haar hart spreken. Met haar prachtige lage, enigszins bluesy aandoende stem vertolkt ze liedjes rond thema’s als de liefde, de zomers van haar jeugd en haar gevecht tegen een veel te sterke tegenstander. Vooral met het afsluitende “Running Out Of Time” wist ze ons diep te raken.

“Fate has brought us close together

at this crossroads in my life

where I count the days

alone and afraid

that I’m running out of time,”

weerklinkt het daarin tegelijk desperaat en op een vreemde manier voldaan. Meyer realiseerde zich ten tijde van de opnamen van “The Storm” dat niet velen ongehavend uit de strijd met kanker komen. “Not all of us are given a second chance. I am among the most fortunate,” stelde ze in haar dankwoord. Ondertussen achterhaalde de werkelijkheid jammer genoeg haar dromen…

Door je “The Storm” aan te schaffen stel je dus in één vlotte beweging twee goede daden. Je haalt enerzijds één van de allermooiste bluegrassalbums van de voorbije maanden in huis én je helpt een bijna in de ziekenhuisrekeningen verzuipende artieste bij het voeren van wellicht haar allerbelangrijkste strijd ooit. Vooral niet twijfelen dus! Je kan “The Storm” voorlopig enkel bestellen via één van de adressen hieronder.

Liz Meyer

Strictly Country Records

 

 

NATHAN HAMILTON & NO DEAL

“Live At Floore’s Country Store”

(Tamale Pot Records / Lucky Dice Music)

(3,5) J J J J

 

Op het op 23 april in zaal Vredenburg in Utrecht plaatsvindende Blue Highways-festival zullen heel wat Americana-liefhebbers uit de Lage Landen aangenaam worden verrast door de Texaanse singer-songwriter Nathan Hamilton en zijn band No Deal, zoveel is nu al zeker. De échte kenners onder jullie kenden de man allicht al een poosje van zijn prima albums “Tuscola” en “All For Love And Wages”. Daarop profileerde hij zich als een uitstekende songsmid, die stijlgewijs vergelijkingen met collega’s als Lyle Lovett, Robert Earl Keen en Townes Van Zandt met brio doorstond. Onmiddellijk na de release van zijn debuut werden zijn kunstjes trouwens ook al gehonoreerd met de prestigieuze Kerrville New Folk Award. Daarmee trad hij in de voetsporen van groten in het genre als een Steve Earle, een Slaid Cleaves, een Lyle Lovett en een Robert Earl Keen.

“Live At Floore’s Country Store”, Hamiltons jongste album, is de registratie van een stomend avondje uit in één van de vele gerenommeerde dancehalls die de Lone Star State rijk is. De nadruk ligt daarbij in vergelijking met ’s mans voorgaande albums iets meer op zijn rootsrockkant. Een fenomeen dat zich wel eens vaker doet gelden op live-albums van Texaanse singer-songwriters. Recente albums van knapen als Robert Earl Keen, Pat Green en Jack Ingram bevestigen dat alleen maar. Behalve met een kloeke dosis eigen materiaal (als “Cash & Tobacco”, “Watertown” en “15 Dollars”) vloert Hamilton de aanwezigen ook met gedreven covers van nummers als Waylon Jennings’ “Waymore’s Blues”, Shavers “Black Rose” en Paul Westerbergs “Here Comes A Regular”. Het beste van twee werelden in één dus! De vaardige hand van één van de beste nieuwe songsmeden enerzijds, het warme hart van een sublieme rootsrocker anderzijds. Veel meer kan je als muziekfan niet verlangen, lijkt ons…

Nathan Hamilton

Lucky Dice

 

 

BILL CULP

“Roots ‘N’ Roll”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 “Roots ‘N’ Roll” van de uit Ontario afkomstige Bill Culp is een voorbeeldig roots music album. En dat hoeft ook helemaal niet te verwonderen als je weet dat het hier het debuut betreft van een man die eerder zijn sporen verdiende in groepen als de Tennessee Rockets, de Fabulous Diefenbakers en Six Gun Justice of aan de zijde van gerespecteerde knapen als Gene Taylor, Washboard Hank en Chris Whiteley. Culp lijkt een stevige boon te hebben voor de Blasters. Hij covert niet enkel op zeer overtuigende wijze hun klassieker “Marie Marie”, maar zet ook een bijzonder geslaagde, lekker swingende bluesy versie neer van het Leiber-Stoller-nummer “One Bad Stud”, ook al een vaste klant in het live-repertoire van Alvin en de zijnen. Reden genoeg om ook zijn eigen materiaal eens te checken vonden wij. En dat bleek dus reuze mee te vallen. Van complexloze twangy popliedjes als “The Ballad Of John Paul” of “Riverside” over een met crispy gitaren, lekker harmonicawerk en fijne koortjes gegarneerde melodieuze rootsrocker als “Your Sins Will Always Find You” of midtempo rootsy singer-songwriterspul als “Lipstick Lies” tot dartele honky tonk (“Two Left Feet”) of aan Jerry Lee Lewis schatplichtige R&B met Garth Hudson van The Band achter de piano (“Memphis Connection”), Culp weet vrijwel voortdurend te bekoren. “Roots ‘N’ Roll” werd geproduceerd door onze man zelf in samenwerking met de ondermeer van zijn werk voor Jane Siberry en The Nylons bekende Jim Zollis.

Bill Culp

CD Baby

 

 

MERLE HAGGARD

“Unforgettable”

(Capitol)

(3) J J J

 

Good old Merle Haggard bezegelde onlangs zijn hernieuwde samenwerking met het Capitol-label, waarop hij ooit zijn eerste successen liet optekenen, met een erg apart nieuw album. Anders dan anders, dat zeker, maar beslist niet onaardig. “Unforgettable” is een in heel wat opzichten met Willie Nelsons “Stardust” vergelijkbaar album. The Hag croont op bijzonder relaxte wijze doorheen een stel pop standards als “Unforgettable”, “Pennies From Heaven”, “Cry Me A River” en “Stardust”. Tegen een minimalistisch gehouden jazzy achtergrond met ondermeer strijkers-, piano-, sax-, trompet- en tromboneversieringen klinkt de man even zelfvertrouwd en even warm als op het gros van zijn laatste albums. En dan vergeet je zelfs als criticus al snel dat van de meeste van de hier vertolkte liedjes al tientallen versies bestaan en dat deze nieuwe uitvoeringen ervan dus eigenlijk op de keper beschouwd best wel een beetje overbodig zijn.

Merle Haggard

Hitsound Records

 

 

MANDO SAENZ

“Watertown”

(Carnival Recording Company)

(4) J J J J

 

Dit was één van de allereerste platen die we hier twee jaar geleden bespraken. Ondertussen vond de man een nieuw label en werd besloten het album te voorzien van een nieuwe cover en het een tweede kans te geven. Dit is nog eens wat we er indertijd over te vertellen hadden.

Alweer een nieuwkomer die gretig aftrek zal vinden bij de fans van Texaanse singer-songwriters! De met een wat apart nasaal stemgeluid gezegende Saenz laat zich hier elf tracks lang van zijn beste kant zien. Enkel in de vlotte opener “April’s End” deed hij ons nog net iets teveel aan James McMurtry denken. Maar vanaf track twee was het goed raak. Het rijkelijk met fiddle en gitaar overgoten “Julia” is werkelijk een crême van een liefdesliedje. En dan is er het titelnummer, waar de weemoed werkelijk van afdruipt. Jeugdherinneringen aan de lopende band hier… Net als in “When I Come Around”. Of in het ook al ingetogen hoogtepunt van het album, “Rusty Steeple”. Weemoed is trouwens überhaupt het gevoel dat overheerst op deze aangenaam wegluisterende plaat van een grote belofte voor de toekomst. Saenz kon dan ook een beroep doen op een hele trits gereputeerde (studio)muzikanten, als daar zijn Tommy Detamore, Bobby Flores, Dan Dreeben, David Carroll en Joel Guzman. Zij hielpen hem deze songs naar een voor een debutant ongekend hoog niveau tillen. Aanrader!!!

Mando Saenz

 

 

K.D. LANG

“Hymns Of The 49th Parallel”

(Nonesuch Records)

(4) J J J J

 

Al een poosje uit, dit album, maar zo goed, dat we je ons oordeel erover toch ook niet willen onthouden. K.D. Lang trakteert op haar jongste schijf “Hymns Of The 49th Parallel” op een reeks liedjes van de hand van gewaardeerde landgenoten van haar. Op de van haar ondertussen welbekende manier croont ze zich een weg doorheen uitmuntend songmateriaal als “After The Gold Rush” en “Helpless” van Neil Young, “A Case Of You” en “Jericho” van Joni Mitchell, “One Day I Walk” van Bruce Cockburn, “Fallen” van Ron Sexsmith, “The Valley” en “Love Is Everything” van Jane Siberry en “Bird On A Wire” en “Hallellujah” van Leonard Cohen. Vooral dat laatste – hier te lande vooral in de uitvoering van wijlen Jeff Buckley bekende – liedje krijgt een hemeltergend mooi nieuw jasje aangemeten. Een piano en die fantastische stem van de Canadese, meer is er absoluut niet nodig om je aan het duizelen te krijgen. Bijzonder knap gedaan! Een statement dat trouwens van toepassing is op deze in haar geheel bijzonder sober gehouden plaat, die van begin tot einde ongeveer hetzelfde effect op een mens heeft als een goed glas wijn genoten bij de open haard op een koude winteravond. Mighty fine company indeed…

K.D. Lang

 

 

COLLIN HERRING

“The Other Side Of Kindness”

(Self / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

Met zijn debuutalbum “Avoiding The Circus” maakte de jonge Texaan Collin Herring vorig jaar in één klap heel wat vrienden in alt. country-kringen. Velen beschouwden hem meteen als één van dé grote lichtpunten binnen de stilaan toch wel serieus vervlakkende country rock scene van de Lone Star State. Met zijn lekkere hese stem, zijn puntgave liedjes en dito teksten nestelde hij zich wekenlang comfortabel tussen onze oorschelpen en deed hij reikhalzend uitkijken naar wat de toekomst brengen zou. En dat blijkt dus “The Other Side Of Kindness” te zijn, een in haar geheel beschouwd een stuk meer gediversifieerde plaat dan haar voorganger. Van een stevige roots rocker als opener “Back Of Your Mind” tot gitaarpop met een scherp randje à la “Aphorism”, van dromerige Americana van het type van “Headliner” tot countryeske singer-songwriter stuff (“Sinkhole Of Love”, “Flower Mound” en “Nobody Much Longer”) of donker, behoorlijk ongemakkelijk aanvoelend rootsy spul (“Lazy Wind”), Herring mag tegenwoordig ogenschijnlijk graag van heel wat walletjes tegelijk eten. Pa Ben Roi verzorgt daarbij ook ditmaal weer de prominent woekerende pedal steel-partijen, Eleanor Whitmore tekent voor tal van knappe fiddle-interventies en Austin Barker geeft ‘m regelmatig flink van jetje op de elektrische gitaar. Voor de productie deed Herring een beroep op Stuart Sikes, ook de man achter ondermeer The White Stripes, Loretta Lynn en Neilson Hubbard. Hij hielp de jongeling aan een geluid dat hem ook in ruimdenkende rockmiddens de nodige bijval zou moeten kunnen opleveren.

“The Other Side Of Kindness” is een schoolvoorbeeld van bevestigen in stijl.

Collin Herring

Sonic Rendezvous

 

 

THE SALTY DOGS

“The Salty Dogs And Friends”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 “The Salty Dogs And Friends” is het volwaardige CD-debuut van een nog relatief nieuwe groep uit Little Rock, Arkansas rond de als gitarist van rootsrockers Big Silver bekende Brad Williams. Die toont op de – gezien een hele pléiade aan opdravende compadres – adequaat getitelde eersteling van zijn band – de eerder verschenen EP “King Of Broken Hearts” gemakshalve even buiten beschouwing gelaten – dat hij over heel wat meer talenten beschikt dan uit zijn vorige job ooit is naar voren gekomen. De man kan immers terugvallen op een heerlijke, meer dan zomaar een klein beetje aan Dwight Yoakam herinnerende “snikstem” en heeft een uitstekende retro honky tonk song in de vingers. Met liedjes als het ondermeer door het efficiënt gebruik van banjo en mandoline stevig naar bluegrass overhellende “Comfort And Rest”, het tongue in cheek hard country-verdriet van “Thanks For The Memories”, het even simpele als doeltreffende “Let’s Try Again”, een in lap steel gedrenkt duet met Amy Garland, en het geheel en al in zijn eentje gebrachte “Outcast” zal hij – als hij op voldoende exposure mag rekenen tenminste – stormenderhand de harten van liefhebbers van klassiek geschoolde country met een hoog “nu-gehalte” inpalmen. Een warme aanbeveling lijkt ons dan ook meer dan op haar plaats hier.

The Salty Dogs

 

 

BEN LEE

“Awake Is The New Sleep”

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

Sinds zijn in 1994 voor het Beastie Boys-label Grand Royale verschenen debuut “Grandpaw Would” heeft youngster Ben Lee al aardig wat muzikale watertjes doorzwommen. Nooit klonk hij daarbij echter zo goed als op zijn zopas verschenen vijfde album “Awake Is The New Sleep”. In een productie van Brad Wood, bekend van zijn werk voor ondermeer Smashing Pumpkins, Liz Phair en Tortoise, fietst hij daarop behendig heen en weer tussen speels-frivole popdeuntjes als “Catch My Disease” en “Into The Dark”, sfeervolle breekbare ballads van het type “Get Gotten”, eerder classy singer-songwriterspul à la “No Right Angles” en wat stevigere brokken als het ellenlange “Light” of “Close I’ve Come”. Net als geestesverwant Josh Rouse lijkt de ondertussen zesentwintigjarige Lee dan ook klaar om op de poort die leidt tot een doorbraak op wat grotere schaal te gaan staan bonken. Iets wat hem overigens in Australië eerder al wel lukte. Daar sleepte hij met zijn derde CD “Breathing Tornados” immers al platina eremetaal in de wacht.

Ben Lee

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

BAP KENNEDY

“The Big Picture”

(Loose / Munich)

(3,5) J J J J

 

Via zijn werk bij Energy Orchard, een door Steve Earle geproduceerd debuut, een album vol Hank Williams-covers en het eerder bezadigd aandoende “Lonely Street” uit 2000 effende de uit Belfast afkomstige cowboy Bap Kennedy het pad voor zijn meest voldragen CD tot op heden, het onlangs verschenen “The Big Picture”. Stemgewijs profileert hij zich daarop steeds meer als de ontbrekende schakel tussen Tom Robinson, Jackson Browne en zijn landgenoot Van Morrison. Een groot gedeelte van “The Big Picture” werd trouwens ook ingeblikt in de Somerset Studios van deze laatste. Keltische soul, folk, pop en country werden daar vakkundig omgeroerd tot een bijzonder aangenaam wegluisterende pap, waarin het schaamteloos sentimentele “The Milky Way” (een co-write met Morrison), het instant catchy popliedje “Rock And Roll Heaven”, de in steel gedrenkte ballade “Too Old For Fairytales” en de als duet met Shane MacGowan van de Pogues opgevatte ode aan de drankdemon “On The Mighty Ocean Alcohol” de vetste krenten zijn. Maar versta ons vooral niet verkeerd, “The Big Picture” is eigenlijk gewoon één mooi uitgebalanceerd geheel. Typisch het soort van singer-songwriterplaat waarmee je graag een koude winteravond doorbrengt. En laat ons daar nu dezer dagen toch net geen gebrek aan hebben zeker…

Bap Kennedy

Loose Music

Munich Records

 

 

JOHN DOE

“Forever Hasn’t Happened Yet”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

Ex-X-kopstuk John Doe’s soloplaten voeren hem steeds verder weg van zijn legendarische punkrockverleden. Dezer dagen zoekt de man naar eigen zeggen zijn heil vooral in materiaal dat extreem simpel is, zowel vanuit muzikaal als vanuit tekstueel standpunt bekeken that is. Elektrische Americana met een ruw blues- en countryrandje is het, waarin enkel thematische ingrediënten als sex, drugs, de dood, verlangen en vervreemding nog enigszins de punker in Doe verraden. Daarbij verkeert hij in uitermate goed gezelschap. Met Dave Alvin en Grant Lee Phillips wurmt hij zich zo bijvoorbeeld doorheen het knappe openingstweetal “The Losing Kind” en “Heartless”. Met diezelfde Alvin en Veronica Jane deelt hij de catchy roots rocker “Mama Don’t”, Phillips draaft opnieuw op voor het tedere “Twin Brother”, Neko Case kruipt in de huid van Doe’s maatje van weleer Exene Cervenka in het springerige rauwe “Hwy 5”, Cindy Lee Berryhill komt voorbij in het melancholische “Your Parade” en in “Repeat Performance”, Kristin Hersh van haar kant doet mee in het lekker rockende “Ready” en Smokey Hormel is medeverantwoordelijk voor de urbane blues van “There’s A Black Horse”. Maar één van de allermooiste liedjes is ons inziens toch het ingetogen, door Doe gewoon in zijn dooie eentje gedragen “Worried Brow”.

“This is a record I think Bob Dylan would like,” stelt de man een beetje zelfvoldaan in zijn bio over “Forever Hasn’t Happened Yet”. En hij zou daarin eigenlijk best wel eens gelijk kunnen hebben ook. Wij van onze kant kunnen er alvast maar niet genoeg van krijgen.

John Doe

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

HANK RAY

“Ballads From The Badlands Of Hearts”

(Rhythm Bomb Records)

(4) J J J J

 

Hoe vreemd dat op het eerste gezicht ook moge lijken, de beste authentieke country releases bereiken ons dezer dagen bijna steevast vanuit Duitsland. Iets waarvoor we voornamelijk Ralph Braband van het in Hamburg gevestigde Rhythm Bomb Records op onze blote knieën mogen bedanken. De beste man liet ons bijvoorbeeld al kennismaken met lichtjes fantastische combo’s als de Wailin’ Elroys en – recent nog – de Gin Palace Jesters en ditmaal vestigt hij onze aandacht op Hank Ray. Nu is die Ray wel niet echt een nieuwkomer te noemen. In het verleden verdiende hij zijn sporen immers al bij gezelschappen als The Raymen en The Holy Roller Trash Inc. en “Ballads From The Badlands Of Hearts” is inmiddels ook alweer zijn derde soloplaat. Bij het zoeken van de liedjes voor dat album ging Ray grasduinen in de songcatalogus van wijlen Hank Williams. En net zoals Hank Williams, Jr. dat in 1969 al deed op “Songs My Father Left Me” “gebruikt” hij de liedjes van zijn vermaarde naamgenoot meer dan ze klakkeloos te imiteren. Zo zijn “Forever’s A Long, Long Time”, “A Stranger In The Night”, “Somebody’s Lonesome” en “Your Turn To Cry” bijvoorbeeld minder bekende gedichten van de oude Williams, die door Ray van een apart muzikaal gewaad worden voorzien. Met zijn gitzwarte diepe grafstem lijkt hij deze en andere songs (“Men With Broken Hearts”, “Alone And Forsaken”, “The Pale Horse And His Rider”, “The Angel Of Death”, etcetera) van zijn idool te brengen op een op het kruispunt tussen Lee Hazlewood, de Cash van diens laatste albums en de Hankster zelve opgestelde zeepkist. Bij de opnames bediende Ray zich voor elk van de liedjes aanvankelijk enkel van zijn eigen stem en een akoestische gitaar. Later werden daaraan met de nodige omzichtigheid stand-up bass, tremologitaar en orgel aan toegevoegd om het geheel een wat voller geluid mee te geven. Op die manier ontstond een album dat het net als het laatwerk van The Man In Black voornamelijk moet hebben van zijn beklijvende sfeerschepping: door en door somber, maar evengoed door en door mooi. “Ballads From The Badlands Of Hearts” is wat ons betreft dan ook een regelrechte aanrader.

Rhythm Bomb Records

 

 

SARAH LEE GUTHRIE & JOHNNY IRION

“Exploration”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

Ooit geleerd, dat je vanuit psychologisch standpunt bekeken slecht nieuws best vooraf kan laten gaan door een gegronde motivering en goed nieuws maar beter meteen op tafel kan gooien om pas later nadere uitleg te verstrekken. En dus vallen we in verband met “Exploration”, het studiodebuut van Sarah Lee Guthrie en haar wederhelft Johnny Irion, maar meteen met de deur in huis: een echte moordplaat is dat immers geworden. De charmante dochter van Arlo Guthrie – en derhalve ook kleinkind van folklegende Woody – en haar eega hadden met respectievelijk “Sarah Lee Guthrie” en “Unity Lodge” al elk een album voor eigen rekening op hun actief en vorig jaar nog debuteerden ze als muzikaal koppel met het EP’tje “Entirely Live”, maar “Exploration” is dus hun eerste voldragen plaat samen. En daarvoor werden meteen de grote middelen ingeschakeld. Het bij het gereputeerde New West-label verschijnende geheel werd zo bijvoorbeeld geproduceerd door Gary Louris (van de Jayhawks) en Ed Ackerson. En naast die Louris zelf en diens bandmaatje Marc Perlman zijn verder ondermeer ook de van Son Volt bekende Dave Boquist en Eric Heywood, fiddlers Ruthy en Jay Ungar, Tift Merritt-drummer Zeke Hutchins en Pete Seegers kleinzoon Tao Rodriguez Seeger van de partij. En de zijn sporen in het verleden al bij gevestigde waarden als Beck, Elliott Smith en R.L. Burnside verdienende Tom Rothrock en John Paterno mixten de plaat af.

Gelijk van bij de op de heerlijke samenzang van de twee geënte high-lonesome folk van opener “In Lieu Of Flowers” wordt je als luisteraar overvallen door een bijzonder warm gevoel. Via het rootsy back porch pareltje “Cease Fire”, de zomers lome roots pop van het door Sarah Lee gepende en gezongen “Holdin’ Back” en het zwaar aan Neil Young ten tijde van “Harvest” herinnerende tweetal “Exploration” en “Kindness” – met heel mooi harmonicawerk van Irion zelf - belandden we bij de enige cover op de plaat en meteen ook één van de absolute hoogtepunten ervan, een volop naar het diepe Zuiden van de States aan het eind van de jaren zestig geurende versie van Pete Seegers niet eerder opgenomen “Dr. King”. Sarah Lee’s “Mornin’s Over” lijkt dan weer een ver neefje van Bobbie Gentry’s “Ode To Billie Joe” te zijn en het snedige “Gervais” en het een stuk zoetere “Mixed Blessings”, beide aangedragen door Johnny, passen countryrockgewijs aardig in het van Gary Louris en de zijnen bekende plaatje. Bij het door Eric Heywood van een zachte pedal steel-achtergrond voorziene “Swing Of Things” sluit je vervolgens even de ogen en geniet je van de intiemste samenzang sinds Gram en Emmylou, “Georgia Pine” is soulvolle country en het afsluitende “Gotta Prove” rockt een aardig eindje weg over op hol geslagen banjo’s en fiddles.

In één woord: adembenemend!

Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

TOM RUSSELL

“Hotwalker”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

Halverwege de sixties raakte Tom Russell in de ban van het werk van literaire cultfiguur Charles Bukowski. Hij begon diens “Notes of a Dirty Old Man”-columns voor een obscuur krantje te verzamelen en zou daardoor later eerder toevallig ook met de man zelf in contact komen. Toen Bukowski op zoek ging naar zijn eigen schrijfsels om ze in boekvorm gebundeld uit te geven bleek buiten Russell immers niemand nog over de complete collectie te beschikken. Zo werden de twee pennenvrienden. Hun correspondentie kan je er trouwens binnenkort op nalezen in “Tough Company”, een boek van de hand van Russell met naast de bewuste brieven ook enkele van zijn eigen gedichten en kortverhalen.

Enfin, om een lang verhaal kort te maken, toen men weet begon te krijgen van ‘s mans vriendschap mét en fascinatie voor Bukowski werd her en der het idee geopperd om een plaat te maken waarop tal van bekende namen diens poëzie zouden voordragen over muziek van Russell heen. Quentin Tarantino en enkele van zijn acteurs, Ozzie Osbourne, Sean Penn en tal van anderen bleken van meet af aan geïnteresseerd. Maar dat eerbetoon zou uiteindelijk niet doorgaan. Russell zou in plaats daarvan zelf een zeer prestigieus opgevat eigen project voltooien. “Hotwalker” – ondertitel “Charles Bukowski And A Ballad For Gone America” – is een heerlijke muzikale lappendeken, waarin de man herinneringen uit zijn eigen jeugd koppelt aan de levenswandel van zijn sujet. Flarden van muziekjes die in de 50’s en 60’s het West Coast-leven kleurden – van zwarte gospel, blinde straatzangers en Chet Baker-era jazz tot Bakersfield twang en Tex-Mex - worden verweven met tekstflarden van ondermeer Bukowski zelve, Ramblin’ Jack Elliott en Dave Van Ronk, door Russell en circusdwerg Little Jack Horton uit de bewuste correspondentie voorgedragen stukjes en een stel van ’s mans nieuwste liedjes. Het resultaat is een bijzonder intrigerende conceptuele collage, die door de artiest zelf als deel twee van een trilogie wordt beschouwd, waarvan de in 1999 verschenen folk opera “The Man From God Knows Where” het uitgangspunt vormde.

Tom Russell

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

KATHLEEN EDWARDS

“Back To Me”

(Zoë / Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

Toen de jonge Canadese Kathleen Edwards een goede twee jaar geleden met “Failer” voor het eerst de neus aan het venster stak, werd ze vrijwel meteen bedolven onder de goedkeurende schouderklopjes. In het kielzog van grote dames als Lucinda Williams en Allison Moorer zou ze snel een vaste stek aan de top van het Americana-gebeuren gaan vewerven werd her en der door critici luidop geopperd. En op basis van de ijzersterke opvolger van die plaat, het op 1 maart te verschijnen “Back To Me”, kan je dat prille enthousiasme alleen maar beamen. Met haar expressieve, enigszins aan Sheryl Crow verwante stem voelt Edwards zich even goed thuis in lekker rockende stukken als de door de elektrische gitaar van producer Colin Cripps en het orgel van Heartbreaker Benmont Tench gedragen opener “In State” of het spannende “What Are You Waiting For?” als in meer bespiegelende stukken als - het werkelijk met een juweel van een tekst gezegende - “Copied Keys” en “Away”, een samenwerking met “Meneer Pedal Steel” Eric Heywood, of lijzig met soulvolle blazers opgeluisterd Americana singer-songwriterspul als de Jim Bryson-cover “Somewhere Else”. Wat Edwards voor ons zo speciaal maakt zijn echter vooral haar teksten. Haar ondanks tegenslagen sterke personages zetten je steeds weer aan het nadenken over je eigen leven. En dat leidt vaak tot zeer verrassende inzichten.

Kathleen Edwards

Rounder Europe

Munich Records

 

 

KATE & ANNA MCGARRIGLE

“La Vache Qui Pleure”

(Munich)

(3,5) J J J J

 

Als straks op 23 april in Vredenburg in Utrecht onder de noemer Blue Highways wederom de jaarlijkse hoogmis van de Americana zal worden gelezen zullen ze door velen wellicht als het buitenbeentje van dienst worden bekeken, maar dat doet natuurlijk niets af aan de enorme verdiensten van Kate & Anna McGarrigle. De zussen die hun naambekendheid hier te lande voornamelijk verdanken aan het prachtige “Complainte Pour Ste. Catherine”, de onwaarschijnlijke hit die ze destijds in het voorjaar van ’76 lieten optekenen, worden in folkkringen door velen werkelijk geadoreerd voor hun werk. En niet alleen daar trouwens, samenwerkingen met groten der aarde als een Emmylou Harris, een Nick Cave en een Lou Reed bevestigen dat alleen maar.

“La Vache Qui Pleure” is een al in 2003 verschenen plaat van de twee, die wellicht naar aanleiding van hun verschijning op hoger genoemd festival nu ook in ons land officieel beschikbaar werd gesteld. Het op één liedje na volledig in het Frans ingezongen album borduurt voort op wat we van de ex van Loudon Wainwright en haar zus door de jaren heen gewoon zijn geraakt. Met hun wat aparte stemmen en dito harmonieën schilderen Kate en Anna een stel elegante folkliedjes, die met uitzondering van “Petites Boites (Little Boxes)” en “La Complainte Du Phoque En Alaska” allemaal uit de eigen koker stammen – vaak geschreven samen met Philippe Tatartcheff weliswaar. Voor heel wat van onze lezers zal het wellicht zwaar te verteren kost zijn, maar wie bijvoorbeeld wel eens iets van Laïs, Daniel Lanois of de al eerder voorbijgekomen Emmylou Harris beluistert zal ook hier beslist wel zijn plezier aan beleven. Rustig voortkabbelende luisterliedjes zijn het, die vooral aan de zang van de McGarrigles hun charme ontlenen. Maar zoals dat met aparte stemmen wel eens vaker het geval blijkt, je houdt ervan of juist niet… Wij mogen ze alvast wel, al vallen ze strikt genomen dan ook niet echt binnen de genres Americana of alt. country.

Kate & Anna McGarrigle

Munich

 

 

STOLL VAUGHAN

“Hold On Thru Sleep & Dreams”

(Shadowdog Records)

(4) J J J J

 

Men loopt momenteel erg hoog met ‘m op in rootskringen aan de andere kant van de grote plas. In zoverre zelfs dat hij zijn weg naar de prestigieuze AMA Chart al heeft weten te vinden. Niet slecht voor een debutant, niet? De uit Kentucky afkomstige singer-songwriter Stoll – spreek uit als Stall – Vaughan lijkt het dan ook allemaal te hebben. Hij ziet er niet alleen heel erg goed uit, hij heeft bovendien ook nog eens een heerlijke, enigszins aan The Boss verwante gruizige stem, speelt een aardig potje gitaar en schrijft erg knappe roots pop en rock songs. Dat ontging ook de ondermeer voor zijn snaren- en productiewerk voor de heren Mellencamp, Dylan en McMurtry bekende Mike Wanchic niet, want die liet zich maar wat graag voor de kar van de jonge Vaughan spannen. Hij begeleidt de jonge snaak doorheen tien vooral door hun poëtisch woordgebruik en een opmerkelijke diepgang opvallende eigen liedjes. Voeg daar nog aan toe, dat Vaughan zijn materiaal op bijzonder emotionele wijze weet te verpakken en je begrijpt waarom hij de status van één van dé grootste nieuwe talenten in Americanaland geniet. Een absolute aanrader derhalve dan ook, deze “Hold On Thru Sleep & Dreams”.

Stoll Vaughan

 

 

CANDYE KANE

“White Trash Girl”

(Ruff Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

De uit het Noordoosten van L.A. afkomstige, maar veelal vanuit Texas haar muzikale bakens uitzettende Candye Kane is over heel de wereld een graag geziene gaste op bluespodia. Jammer genoeg niet altijd en overal om de juiste redenen… Kane, die ooit nog haar boterham verdiende door te poseren voor vunzige blaadjes als Juggs, Floppers en Hustler, behoort nu eenmaal tot het soort vrouwen waarvoor de term rondborstig in het leven werd geroepen. (Dolly Parton is er echt waar klein bier tegen…) Velen zien haar dan ook veeleer als een vleselijke attractie, dan als de uitstekende artieste die ze is.

Op haar titelgewijs naar haar uit bittere noodzaak door andermans rotzooi gedomineerde jeugd verwijzende zevende CD “White Trash Girl” toont La Kane andermaal uitgebreid waarvoor ze muzikaal staat. Op dat door Mark “Kaz” Kazanoff geproduceerde album walst ze in bijzonder goed gezelschap doorheen een negental eigen nummers en een handvol covers. Gary Primich (harmonica), Preston Hubbard (bassen), Damien Llanes (drums), Jeff Ross, Johnny Moeller en David Grissom (gitaren), Riley Osbourn (piano, orgel, Wurlitzer) en The Texas Horns loodsen haar vaardig doorheen een erg gevarieerde collectie liedjes over “sterke madammen”. Enkele van de opvallendste nummers zijn het flink rockende “Work What You Got”, de excellente swinger “Big Fat Mamas Are Back In Style”, het jazzy, quasi gecroonde “Misunderstood”, “What A Day For A Daydream”, haar soulvolle aanval op de bekende Lovin’ Spoonful-hit, het expliciete “Masturbation Blues” en het samen met Primich op de harp nieuw leven ingeblazen “I Wanna Do More” van de legendarische componistentandem Leiber-Stoller. Diversiteit troef alleszins! En precies dat maakt van “White Trash Girl” een niet te versmaden aanwinst voor je collectie.

Candye Kane

Ruf Records

Munich

 

 

BLAZE FOLEY

“Oval Room”

(Munich)

(4) J J J J

 

Het begint er stilaan op te lijken dat zowat de halve bevolking van Texas dit jaar de tijd heeft genomen om de zolder een grondige beurt te geven. En dat leidt voor ons als muziekliefhebbers tot hoogst interessante resultaten. Daarbij blijken immers om de haverklap de alleraardigste muziekjes op te duiken. Opnames van legendarische muzikale persoonlijkheden, waar men vaak niet eens van wist, dat ze bestonden. Eerder dit jaar mochten we zo met “Live At The One Knite, Austin, TX, June 8th 1972” en “Live At The Jester Lounge Houston, Texas 1966” al vroegwerk van respectievelijk The Flatlanders en Townes Van Zandt begroeten en zopas kwam met “Oval Room” een zestien liedjes tellende collectie van Blaze Foley uit de lucht vallen. Het betreft hier de wellicht laatste registratie van de man tijdens een optreden in The Austin Outhouse op 27 en 28 december 1988, vlak voor zijn controversiële dood in 1989 dus – Foley werd immers in februari van dat jaar vermoord.

Foley wordt door velen samen met Van Zandt gezien als één van de allergrootste songwriters ooit. Merle Haggard illustreerde dat door één van zijn laatse CD’s te vernoemen naar het door de man geschreven pareltje “If I Could Only Fly”, Lyle Lovett heeft bij voortduring de mond vol over hem, Lucinda Williams en Townes Van Zandt wijdden respectievelijk hun songs “Drunken Angel” en “Blaze’s Blues” aan hem en liefst vier eerbetonen zagen er al het daglicht, om maar te zeggen dat Foley een ongelooflijk respect genoot onder zijn collega’s. En waarom dat zo is, wordt treffend geïllustreerd op “Oval Room”. Voor een beperkte schare luisteraars vertolkt de man daarop enkel eigen materiaal. In het gezelschap van Lost John Casner op de piano, fiddler Champ Hood, vrouwelijke collega Pat Mears en Tony DiRoadie en Ed Bradfield op de harmonica toont hij zich beurtelings kwetsbaar (“Down Here Where I Am”, “My Reasons Why”, “Rainbows And Ridges”), strijdvaardig (“Oval Room”, “WW III”) en ongemeen grappig (“Big Cheeseburgers And Good French Fries”, “Wouldn’t That Be Nice”, “Springtime In Uganda”). In het titelnummer schuwt hij de politieke roede alvast niet: “He’s the president, but I don’t care””, laat Foley de aanwezigen daarin weten. En zo’n openlijke stellingname karakteriseert de man eigenlijk best wel goed. Wanneer hij zich iets in zijn hoofd geprent had, bleek Foley immers de onverzettelijkheid zelve. Een gegeven dat hem wellicht ook een wat florisantere carrière gekost heeft. Foley weigerde zo immers ook halsstarrig toegevingen te doen aan de commercie. En daardoor liep hij het (wat) grote(re) geld mis. Zich wat inschikkelijker opstellen naar de muziekwereld toe zou ongetwijfeld vruchten hebben afgeworpen. Ingetogen schoonheden als het al eerder vermelde “If I Could Only Fly” of het op deze collectie vertolkte tweetal “Rainbows And Ridges” en “My Reasons Why” zijn immers niet van deze wereld, zo overweldigend mooi. Komt bij, dat de schuurpapieren stem van Foley zowat alles wat zij onder handen kreeg sowieso al van een zekere aantrekkingskracht voorzag. En in dit specifieke geval, dat Gurf Morlix samen met John Casner achteraf op respectvolle wijze het nodige deed om de opnames wat op te waarderen. Het resultaat is dan ook van een adembenemende schoonheid. En een must derhalve voor elke liefhebber van het betere singer-songwritermateriaal.

Munich

 

 

SONNY LANDRETH

Grant Street

(Sugar Hill / Munich)

(4) J J J J

 

Sonny Landreth is de jongste jaren van vaste helpende hand van groten als bijvoorbeeld een John Hiatt uitgegroeid tot een echte naam himself in de blueswereld. Vooral zijn voor een Grammy genomineerde laatste CD “The Road We’re On” zit daar voor veel tussen. En zijn uitstekende live-reputatie natuurlijk ook! Logisch dan ook dat het snarenwonder uit Louisiana precies nu uitpakt met een live-album om de voor hem momenteel zo gunstige omstandigheden optimaal te kapitaliseren. De in het gezelschap van bassist David Ranson en drummer Kenneth Blevins live in Grant Street in Lafayette, LA opgenomen plaat is een schoolvoorbeeld van wat een concertregistratie hoort te zijn of te brengen. Het is een stomende set met zowel recent materiaal van zijn eerder al aangesproken jongste CD als wat oudere stukken van zijn inmiddels niet meer in de handel verkrijgbare debuutplaat. Heerlijk hoe Landreth elementen uit blues, rock en roots in één knallende cocktail weet te verwerken. Je vingers aflikken kan bijvoorbeeld bij het nog volop naar ’s mans afkomst verwijzende prijsnummer “Gone Pecan”, het atmosferische “Port Of Calling”, het aan een rotvaart voortdenderende “U.S.S. Zydecoldsmobile” en een tien minuten durende versie van zijn hoogsteigen klassieker “Congo Square”.

Sonny Landreth

Sugar Hill

Munich