ARCHIEF CD-RECENSIES MAART 2008

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Caroline Herring “Lantana”Frank Carillo & The Bandoleros “Someday”Carolann Ames “So Long Abilene” - Bob Cheevers “Fiona’s World”Maria McKee “Live At The BBC”Allison Moorer “The Ultimate Collection”The Hi-Risers “Once We Get Started”Roland Van Campenhout “Never Enough”Patrick Bloom “Moses”Rodney Parker & Fifty Peso Reward “The Lonesome Dirge”

 

CAROLINE HERRING

“Lantana”

(Signature Sounds / CRS /Munich)

(4) J J J J

 

 

Het pleit als je ’t ons vraagt bepaald voor haar gedrevenheid als artieste, dat de bevallige Amerikaanse Caroline Herring er zich zelfs door de recente geboorte van een kindje absoluut niet liet van weerhouden om achter haar schrijftafel plaats te nemen en vervolgens gewoon weer met een tien eenheden tellende nieuwe collectie songs op de proppen te komen. En eigenlijk kunnen we daar met zijn allen alleen maar blij om zijn. “Lantana”, Herrings derde, is immers niet zomaar een poging om het ijzer snel even te smeden nu het toevallig nog wat heet was, het is op de keper beschouwd gewoon haar beste plaat tot op heden geworden. Een veel mooiere manier om een hattrick vol te maken is eigenlijk amper denkbaar! Elk van de tien nummers op het door Herring zelf samen met Rich Brotherton geproduceerde en verder met ondermeer de hulp van Glenn Fukunaga, Danny Barnes, Warren Hood, Marty Muse, Tom Van Schaik en Paul Pearcy ingespeelde “Lantana” ademt een zekere tijdloze schoonheid uit. Met haar fluwelen stem weet Herring je ook nu weer keer op keer aan haar lippen gekluisterd te houden. En met haar innemende teksten zorgt ze ook ditmaal weer voor het nodige “food for thought”. Tussen folk en country, of Americana zo je wil, doet Herring zonder complexen haar ding en behoort ze zo stilaan tot de allerbesten in haar genre. Overtuig jezelf daar maar eens van door je op een onbewaakt moment te trakteren op prachtliedjes als “Stone Cold World”, “Lay My Burden Down”, de slepers “Heartbreak Tonight” en “Midnight On The Water” of het door Danny Barnes banjogewijs voortgestuwde “Paper Gown”. Je zal ook niet meer zonder verder willen…

Caroline Herring

Signature Sounds

 

 

FRANK CARILLO & THE BANDOLEROS

“Someday”

(Jezebel / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Bij een vorige gelegenheid achtten wij het hier nog nodig om Frank Carillo te introduceren door te verwijzen naar zijn verleden als één helft van het duo Golden Carillo en als songleverancier voor ondermeer Golden Earring. Dat is naar aanleiding van ’s mans nieuwe plaat echter niet langer nodig. Nu volstaat het om nog eens even terug te blikken op “Bad Out There”, de voorganger van “Someday”. Dat was immers een album waarmee Carillo in onze kontreien met één klap heel wat zieltjes voor de eigen goede zaak wist te winnen. En dat zal met “Someday” als je ’t ons vraagt bepaald niet anders zijn. Samen zijn Bandoleros strooit Carillo daarop andermaal kwistig in het rond met heerlijk melodieuze, al van bij een eerste beluistering ervan goed in het gehoor liggende rootsrockdeuntjes. Vergelijkingen met ondermeer John Hiatt en Willy DeVille dringen zich daarbij onwillekeurig op. Al is én blijft het natuurlijk wel zo, dat Carillo een veel betere instrumentalist is. Een echt fenomeen op de gitaar, niets meer, maar zeker ook niets minder…

Nu eens ligt de nadruk wat meer op country (het bijzonder sympathiek schokschouderende “Roll The Bones”), dan weer op (roots)rock (de oorwurm “Everything Changes”), R&B (“Gotta Be You”), folk (“Lucky (If You Can Breathe)”), blues (het titelnummer) en pop (het Springsteen-eske “Somebody Poisoned The Well”, de fraaie trage “I’ll Stay Right Here” en nachtbraker “The Way Out”). Dat “Someday” bij zoveel variatie toch als één samenhangend geheel overeind blijft en bovendien flink weet te overtuigen is volledig de verdienste van de zanger Carillo. Met zijn hese rasp van een stem kan die hoegenaamd probleemloos om het even welke stijl aan.

Aanrader van de eerste orde!

Frank Carillo

Sonic Rendezvous

 

 

CAROLANN AMES

“So Long Abilene”

(Ear Candy / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Eerlijk is eerlijk, dat onze aandacht getrokken werd door Carolann Ames, lag zeker niet in de laatste plaats aan haar bijzonder aantrekkelijke verschijning. Dat haar “So Long Abilene” hier ondertussen al meerdere draaibeurten meegaat, heeft daar echter hoegenaamd niets meer mee te maken. Dat is louter en alleen de verdienste van de twaalf nummers erop. Dat blijken voor het merendeel eigen composities. Enkel “Where To Now St. Peter?”, “Cheyenne” en “Answer The Door” leende ze van respectievelijk Elton John & Bernie Taupin, David Beldock & Dan Connor en Dave Howard.

Ames koppelt op “So Long Abilene” een onmiskenbare Zuiderse flair aan puike teksten en een uit gelijke delen rootsrock, country en folk bestaand geluid. Met haar tegelijk krachtige en bijzonder warme stem deelt ze daarbij uppercut na uppercut uit. Wij onthielden daarvan vooral het ingetogen, samen met Hector Maldonado geschreven countryrockertje “Broken Down Dream”, het in het kielzog daarvan al iets vranker uit de hoek komende “Love Is A Wildfire”, de door Dave Curtis van een wel bijzonder innemende orgelbijdrage voorziene trage “7th Avenue” en het werkelijk oorstrelend mooie folky titelnummer. Liedjes van dat kaliber verklaren met sprekend gemak, waarom Ames in 2004 tijdens de John Lennon Songwriting Contest één van de hoofdprijzen wegkaapte.

Eentje om in het oog te houden dus!

Carolann Ames

Sonic Rendezvous

 

 

BOB CHEEVERS

“Fiona’s World”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Ondanks een stilaan ronduit indrukwekkende staat van dienst is de naam Bob Cheevers hier allesbehalve echt goed ingeburgerd. Begrijpe wie begrijpe kan… Cheevers is immers zondermeer één van de meest polyvalente Americana-songwriters van zijn generatie. Om te beginnen kan hij bogen op een zalige stem. Een waar godsgeschenk is dat! Nasaler kan amper, of je zou al bijna Willie Nelson moeten heten! En dan is er zijn werkelijk impeccabele gitaarspel. Ook daar dringt een vergelijking met de “Red Headed Stranger” zich eigenlijk onwillekeurig op, want net als Nelson is ook Cheevers een echte grootmeester op de akoestische. Maar ’s mans voornaamste wapen blijven al bij al toch zijn songs. Elk van zijn platen herbergt immers minimaal één tot twee echte klassiekers in het genre. We denken dan bijvoorbeeld aan iets als het hemeltergend mooie “Me And Dan And The Spoonman” van zijn vorige.

Anders dan op die plaat blijft schoenmaker Cheevers hier allesbehalve bij z’n vertrouwde Americana-leest. “Fiona’s World” klinkt bij momenten zelfs heel erg… Europees. Zowel de thematiek van een aantal van de songs erop als het louter muzikale aspect ervan voeden die vaststelling. Dingen als “Plans To Meet In Paris” (Dat accordeon!), het interludium “Rendezvous” en “Only Roses” ademen zo bijvoorbeeld ongebrijdeld romantiek à la façon Française, terwijl “New Forest Girl” op zijn beurt dan weer iets heel moois heeft met folk op z’n Iers. En dan zijn er nog tal van wat nadrukkelijker dan normaal met pop flirtende dingen als “What I’ve Done For Love” en “Fiona’s World”, waarin Cheevers zo ongeveer klinkt als een kruising tussen Chris Rea, John Hiatt en Willie Nelson.

’t Is niet echt meer de Cheevers zoals we ‘m kenden, maar van de dertien songs op “Fiona’s World” is er toch niet één, waarmee we absoluut niet zouden kunnen leven. Wel integendeel! Iemand zou deze plaat eigenlijk hoogdringend eens aan een paar producers van Radio Een moeten bezorgen. Het zou voor Cheevers wel eens wonderen kunnen gaan doen…

Bob Cheevers

 

 

 MARIA MCKEE

“Live At The BBC”

(Geffen / UMC)

(3,5) J J J J

 

 

Almaar meer opnamen uit de omvangrijke live-archieven van de BBC vinden dezer dagen hun weg naar een commerciële release. Eén van de laatsten aan wie die eer onlangs te beurt viel is Maria McKee. Van haar ligt sinds kort een album bij de platenboer, dat aan een bijzonder prettige prijs materiaal van twee van haar aan het begin van de jaren negentig voor de Beeb gegeven concerten bundelt. Het betreft daarbij gigs aan de universiteit van Manchester in 1991 en in de Cambridge Junction in 1993. Materiaal van vrij kort na haar totaal onverwachte en absoluut niet voor de rest van haar oeuvre representatieve wereldhit “Show me Heaven” dus. En dat blijkt heus niet alleen om nostalgische redenen meer dan de moeite waard. De McKee die we hier te horen krijgen is er immers één op de top van haar kunnen. Passioneler dan ooit baant ze zich een weg door een aantal van haar beste en meest bekende songs. Dingen als “Shelter” en “I Found Love” uit haar Lone Justice-periode, het door haar gepende, maar door ex-Undertones-kopstuk Feargal Sharkey de hitlijsten ingezongen “A Good Heart”, de aan de soundtrack van de Tom Cruise-filmhit “Days Of Thunder” ontleende en hier al eerder genoemde zwijmelballade “Show Me Heaven”, maar vooral ook zaligheden als “My Lonely Sad Eyes”, “This Property Is Condemned” en “You Gotta Sin To Be Saved”. Al bij al zeer de moeite waard en een leuke aanvulling op zowat elke Maria McKee-collectie.

Maria McKee

 

 

ALLISON MOORER

“The Ultimate Collection”

(Hump Head Records /LC Music)

(3,5) J J J J

 

 

Met haar zopas verschenen jongste CD “Mockingbird” nam Allison Moorer definitief afscheid van haar vorige werkgever Sugar Hill Records. Een dergelijk “scheiden der wegen” wordt dan wel eens vaker bezegeld met een zogeheten “ultieme” verzamelaar. Maar dat is hier dus niet het geval, want “The Ultimate Collection” grijpt terug naar haar vroegere, nog wat meer countrygetinte werk van voor haar contract bij Sugar Hill. Deze verzameling neemt ons mee op een achttien tracks - Zeventien en een verborgen bonusnummer om precies te zijn! - durende trip doorheen Moorers albums “Alabama Song”, “The Hardest Part”, “Miss Fortune” en “Show”. En voor de doorgewinterde Moorer-fan is ze bijgevolg dan ook absoluut niet essentieel. Wie onbegrijpelijkerwijze evenwel nog niks van Mevrouw Steve Earle in huis zou hebben, heeft hieraan een flinke kluif. Knappe liedjes als “Set You Free”, het van de soundtrack van “The Horse Whisperer” geplukte “A Soft Place To Fall”, “Alabama Song”, “The Hardest Part”, “Send Down An Angel”, “Tumbling Down” en “Is Heaven Good Enough For You”, hier in de live-versie met haar zus Shelby Lynne, vormen voor hem of haar immers zo ongeveer de ideale introductie tot het stilaan indrukwekkende oeuvre van La Moorer en zullen ongetwijfeld doen hongeren naar meer. Mission accomplished dus!

Allison Moorer

Hump Head Records

 

 

THE HI-RISERS

“Once We Get Started”

(Munster / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Als het inderdaad zo is als de u allen ongetwijfeld bekende oerkreet ons voorhoudt, dat rock & roll goed is voor “the soul”, dan wordt het verdorie hoog tijd dat ziekenfondsen over de brug beginnen te komen met een financiële tussenkomst bij elke aanschaf van een Hi-Risers-CD. Wat dat uit zanger-gitarist Greg Townson, bassist Todd Bradley en drummer Jason Smay bestaande drietal brengt, is immers niets anders dan balsem voor elke door de stress van alledag zwaar getormenteerde ziel. De drie putten op elk van hun albums weer ongegeneerd uit ruim vijftig jaar rockgeschiedenis en vinden op die manier het genre op hoogst aanstekelijke wijze een beetje opnieuw uit. Rock & roll, sixties pop, R&B, country, doo wop en surf, op de één of andere manier vinden ze allemaal wel hun weg naar de songs van Townson en co. “All American rock & roll” noemen ze het resultaat zelf, maar ook het Britse beatgebeuren van de jaren zestig is hen duidelijk niet vreemd! Zo deed “ATM Inside” ons aanvankelijk bijvoorbeeld vrijwel onmiddellijk een beetje denken aan iets van The Kinks. Het melodieuze “18 Wheels Of Love” doet het van zijn kant dan weer met een duidelijk aan de jonge Cash schatplichtig ritme, “Where The Lonely Go” vertoont een zekere hang naar de hoogdagen van “sunny boys” als Jan & Dean en de Beach Boys, flink uit de bocht gaande rockertjes als “Two Week Notice” en “With The One I Love” dragen het beste van groten als een Chuck Berry, een Buddy Holly, een Eddie Cochran en een Gene Vincent in zich, “We’re All On That Train” is heupschudden op z’n Dave Edmunds, enzovoort, enzovoort, enzovoort…

Rete-aanstekelijk, een ander woord kunnen wij hier gewoon niet voor verzinnen! Een onvervalste aanrader wat ons betreft derhalve ook, dit schijfje!

The Hi-Risers

Munster Records

Sonic Rendezvous

 

 

ROLAND VAN CAMPENHOUT

“Never Enough”

(Capitol / EMI)

(4) J J J J

 

 

Ook in ons land begint bij heel wat platenlabels stilaan het besef te groeien, dat ze niet langer op de ingeslagen weg verder kunnen. Hun té dure prijzen hebben er de voorbije jaren immers steeds meer mensen van weerhouden om nog geluidsdragers te blijven kopen. Downloads, al dan niet legaal, zijn daardoor een steeds groter aandeel van de markt voor zich gaan opeisen. En er moet dus echt wel iets gaan gebeuren, willen de traditionele muziekverdelers op den duur niet volledig buitenspel worden gezet, als het spreekwoordelijke kalf al niet verdronken is tenminste! Bij platenfirma EMI weigert men dat laatste alvast te geloven. Daar kwam men onlangs voorwaar op het lumineuze idee, om te gaan experimenteren met de introductieprijs van een aantal Belgische albums. En de eerste die van die strategie profiteert is roots-altmeister Roland Van Campenhout. Zijn door Tom Van Laere (Admiral Freebee) geproduceerde nieuwe CD “Never Enough” zal een aantal weken lang voor om en bij de tien euro te koop worden aangeboden. Bij EMI hoopt men op die manier alvast voorzichtig een aantal zieltjes “voor de goede zaak” terug te kunnen winnen. Wij zijn benieuwd naar het resultaat!

En mocht het bij nader inzicht dan ook allemaal al blijken tegen te vallen, aan Roland zelf zal het dan zeker niet hebben gelegen. Die pakt hier immers gewoon uit met zijn sterkste plaat in jaren. Het klinkt alvast absoluut niet Belgisch en deed ons allemaal best wel een beetje denken aan Robbie Robertsons samenwerking met Daniel Lanois ten tijde van “Somewhere Down The Crazy River”. Ook van “Never Enough” gaat bij momenten ten gevolge van de enigszins aparte sfeerschepping immers iets bepaald onheilspellends uit en ook Roland valt graag terug op meer vertelde dan gezongen verhalen. Samen met Van Laere schreef hij er tien dergelijke, die op bijzonder broeierige wijze pop, rock, blues en roots in zich verenigen. Samen met diezelfde Van Laere (zang, akoestische en elektrische gitaren, harmonica, banjo, dulcimer, elektrische bas, piano en synthesizer) en Polle “LP” Van Bruystegem (elektrische gitaar, bas, elektrische saz en slide), Pieter-Jan De Smet (elektrische gitaar en zang), Cesar Janssens (drums, tamboerijn en percussie) en Nina Babet (zang) blikte hij het geheel ook in. Onze luistertip: het echt ellendig mooie, met de nodige weemoed op een goed gevuld leven terugblikkende “In My Time”.

Roland Van Campenhout

Voor boekingen: Busker.

 

 

PATRICK BLOOM

“Moses”

(Mud Dauber Records)

(4) J J J J

 

 

De eerste maanden van 2008 stonden garant voor een zeer rijke oogst aan goede tot ronduit uitstekende nieuwe Americana-CD’s. Opvallend veel gevestigde waarden pakten in deze traditioneel eerder luwe periode al uit met nieuw materiaal, wat het er voor aanstormend talent meteen een stuk moeilijker op maakte om nog echt op te vallen. Dé grote uitzondering op die regel vormt wat ons betreft de uit Iowa afkomstige Patrick Bloom. Diens nieuwe CD “Moses” wist ons immers gelijk al van bij een eerste beluistering ervan genadeloos in te pakken. Zijn aparte, bepaald weemoedig aandoende stem, zijn mooie, veelal enigszins melancholische liedjes, zijn knappe teksten, eigenlijk zo ongeveer alles wat wij van een goede singer-songwriterschijf verwachten is er gewoon op voorhanden. En Bloom kan wat ons betreft dan ook zo in het rijtje Josh Ritter-Mark Erelli-Rocky Votolato. Wedden, dat ook jij na het beluisteren van liedjes als de melodieuze rootsrockertjes “Million Miles Away” en “Heaven On The Radio”, het door Amy Finders van fraai harmonieerwerk voorziene “Queen Of Oklahoma”, het old-timey “Jerusalem” of het erg knappe titelnummer, de pianoballade “Moses”, abso-zeker-weten-luut niet meer zonder zal willen? Een op-en-top-aanrader!

Patrick Bloom

 

 

RODNEY PARKER & 50 PESO REWARD

“The Lonesome Dirge”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

“The Lonesome Dirge” markeert een wat ons betreft alvast bijzonder blij weerzien met Rodney Parker en zijn groep Fifty Peso Reward. Met hun debuutplaat “Blow The Soot Out” hadden die jonge Texaanse singer-songwriter en zijn kompanen ons immers enkele jaren geleden zomaar out of the blue compleet van de sokken geblazen. Parker had daarop met brio aangetoond, dat het in het ondertussen zo goed als volledig door figuren als een Pat Green en een Cory Morrow gedomineerde Texaanse circuit wel degelijk nog steeds perfect mogelijk was om ook als nieuwkomer een singer-songwriterplaat te maken die er echt toe deed. Heerlijke heartland-rockertjes, gezegend met knappe teksten en gebracht met een dijk van een gruizige stem leverden Parker indertijd vergelijkingen op met ondermeer Steve Earle, Robert Earl Keen en Jay Farrar, om er zomaar voor de vuist weg enkelen te noemen. En het spreekt dan ook voor zich, dat her en der – Ook hier! – met argusogen werd uitgekeken naar de opvolger van dat bepaald impressionante visitekaartje.

En “The Lonesome Dirge” lost die toch wel erg hooggespannen verwachtingen vrijwel moeiteloos in. Gelijk van bij het nerveus agerende openingsnummer “Firefight” had Parker ons ook ditmaal weer onmiddellijk bij de les. Zo en niet anders hoort countryrock anno nu dus te klinken. Heerlijk rauw en nog volop vanuit het hart gebracht! En wat komt die Parker hier weer verdraaid zelfverzekerd over! Tussen heftige gitaren, blazers en zelfs wat accordeongestoei door schraapt hij met die zalige rasp van een stem van ‘m geduldig laagje per laagje van elke mogelijke aanvankelijke weerstand weg. En dat herhaalt hij vervolgens eigenlijk gewoon elf nummers lang. De meest opvallende daarvan zijn “Atlantic City” en “Wild Man From Borneo”. Niet dat die songs zoveel beter zouden zijn dan de overige negen hier, dat zeker niet, maar gewoon omdat het daarbij covers van materiaal van anderen, meer bepaald Bruce Springsteen en Kinky Friedman, betreft. Beide sluiten ze op de keper beschouwd gewoon naadloos aan bij de rest van het door Parker weer zelf aangedragen materiaal, waarvan het met een (bescheiden) snuifje Ierse folkinvloeden gekruide drinklied annex statement “I’m Never Getting Married” ons als primus inter pares al bij al nog het meest wist aan te spreken.

Bijzonder straffe kost!

Rodney Parker & Fifty Peso Reward