CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES MAART 2016

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

DAVE INSLEY “Just The Way That I Am” - MR. RICK “Mr. Rick Sings About God + Booze” - JONN DEL TORO RICHARDSON “Tengo Blues” - AD VANDERVEEN “The Stellar Cellar Band” - WALTER-SALAS HUMARA “Work: Part One” - SAM ALONE & THE GRAVEDIGGERS “Tougher Than Leather” - TOM GILLAM & THE KOZMIC MESSENGERS “Beautiful Dream” - CORINNE WEST “Starlight Highway” - SHURMAN “East Side Of Love” - JOSH HARTY “Holding On” - THE WOOD BROTHERS “Paradise” - LUTHER DICKINSON “Blues & Ballads (A Folksinger’s Songbook: Volumes I & II)” - TIM HOULIHAN “Another Orion” - GUNTHER BROWN “North Wind” - THE REVEREND SHAWN AMOS “The Reverend Shawn Amos Loves You” - FRANK SOLIVAN “Family Friends & Heroes” - BOB MARGOLIN “My Road” - THE INFAMOUS STRINGDUSTERS “Ladies & Gentlemen” - ERIC BRACE & PETER COOPER “C&O Canal”

                                                                                                                                                                                                                                                        

                                                                                                                                                                               

DAVE INSLEY “Just The Way That I Am” (D.I.R.)

(4****)

Wat heeft hij ons verdomd lang op deze plaat laten wachten! Van 2008 was het inderdaad alweer geleden, dat we nog eens iets vernamen van Dave Insley. Toen verscheen met “West Texas Wine” de derde en voorlopig laatste soloplaat van de beste man. Het sluitstuk van een met “Call Me Lonesome” (2005) en “Here With You Tonight” (2006) enkele jaren eerder ingezette muzikale hattrick, zeg maar. Drie platen waarmee Insley zich in kringen van liefhebbers van old school country in geen tijd een reputatie van hier tot ver achter Nashville wist te verwerven. En dat zowel dankzij die lekkere diepe baritonstem van ‘m als door z’n al even aansprekende story songs.

En nu is er dus eindelijk een opvolger! “Just The Way That I Am” heet die en hij bevredigt in zowat elk opzicht. Twaalf nummers lang strooit Insley immers ook ditmaal weer genereus met thinking man’s country van het allerbeste soort in het rond. En hij blijkt daarbij in uitstekend gezelschap te verkeren ook. Zo zijn het bijvoorbeeld Rick Shea, legende Redd Volkaert en Danny B. Harvey die bijna voortdurend de gitaren voor hun rekening nemen. En als er al eens een gezongen handje hulp nodig bleek, dan schoten onder anderen collega’s als een Kelly Willis, een Elizabeth McQueen, een Billy Brent Malkus en een enkele keer ook Dale Watson ter hulp. Pas mal, hein?

Verwondert het u dan nog, dat “Just The Way That I Am” zo ongeveer vol met instant classics staat? Ons alleszins niet. Wij genieten nog met elke nieuwe beluistering opnieuw met volle teugen van dingen als “Arizona Territory, 1904”, “Please Believe Me” en “No One To Come Home To”. Het eerste een gun fighter ballad naar het voorbeeld van Marty Robbins, het tweede een extreem catchy, onder meer blazersgewijs met wat R&B besprenkeld heupwiegertje, het laatste een swingend streepje liefdesverdriet, voor velen allicht alleen al de moeite waard omwille van de gastbijdrage van ons aller Dale Watson erin.

Andere echte toppertjes hier: het best wel wat naar het label country soul hengelende “Drinkin’ Wine And Staring At The Phone”, het bedaard countryrockende titelnummer, het op beklijvende wijze met nachtegaaltjes Kelly Willis en Elizabeth McQueen gedeelde en en passant grote wolken stof achter zich latende streepje classic country “I Don’t Know How This Story Ends” en het ons op de één of andere manier best wel wat aan iets van Willie Nelson herinnerende “We’re All Here Together Because Of You”.

Dit zou in de categorie country straks wel eens één van onze absolute lievelingsplaten van 2016 kunnen gaan blijken. Hoe dan ook, wie beter wil doen, zal ferm uit zijn kot mogen komen!

Dave Insley

 

MR. RICK “Mr. Rick Sings About God + Booze” (Mr. Rick)

(3,5****)

Mr. Rick is Rick Zolkower, een in Detroit geboren maar dezer dagen vanuit Toronto aan de weg timmerende blues & roots act van het zuiverste soort, naar eigen aangeven zwaar beïnvloed door het luisteren naar late night radio shows tijdens de fifties, toen nog in de States. Iets wat meteen verklaren zou, waarom in ’s mans eclectische muziek onder meer ook sporen van genres als soul, blues, gospel, R&B en rock & roll zijn aan te treffen. Een beetje op z’n Dave Alvins eigenlijk. Met diens (recentere) aanpak mag je die van Zolkower wat ons betreft zeker vergelijken. Ook voor zijn muzikale gumbo mag zo nu en dan de term American Music graag uit de kast. Naast de hoger al gebruikte omschrijving blues& roots en de verzamelnaam Americana dan. Ook die twee laten zich hiervoor zeker gebruiken.

Het knappe aan “Mr. Rick Sings About God + Booze” vinden wij, dat Zolkower er schijnbaar moeiteloos in slaagt om oud voortdurend als nieuw te laten klinken. Hoe ver hij voor z’n muziek ook teruggrijpt in de tijd, nergens gaat ze daardoor gedateerd klinken. En da’s an sich al een hele prestatie! Het maakt van dingen als Sleepy John Estes’ wervelende countrybluesje “Liquor Store Blues”, het jazzy “Two Little Fishes”, het bijna onopvallend met wat Cash-ritmiek gekruide “Hush”, een swingende lezing van Eric Von Shmidts “Champagne Don’t Hurt Me”, een al even knappe vertolking van de country classic “Drivin’ Nails In My Coffin” en andere stekjes waar je als luisteraar maar wat graag naar terugkeert.

Warm aanbevolen derhalve dan ook, dit prima songdertiental!

Mr. Rick

 

JONN DEL TORO RICHARDSON “Tengo Blues” (Vizztone Label Group / V2)

(3,5****)

In 2005 kaapte de toen nog piepjonge Jonn Del Toro Richardson op de International Blues Challenge van The Blues Foundation de Albert King Award voor meest belovende gitarist weg. Bepaald geen kneusje dus, die youngster. En dat zou hij de volgende jaren ten overvloede gaan bewijzen ook. Onder meer aan de zijde van Pinetop Perkins, Otis Taylor, Rich DelGrosso en Sean Carney bewees hij enorm veel in zijn mars te hebben. Noem het allemaal maar de aanloop naar een eigen solocarrière. En die wordt hier en nu ogenschijnlijk definitief op gang getrapt met het album“Tengo Blues”.

Daarop dertien in een met Anson Funderburgh gedeelde productie opgenomen eigen nummers. Twee daarvan co-writes met diezelfde Funderburgh, twee verdere met Gary Vincent. En uiteraard blijkt Funderburgh ook her en der aanwezig op gitaar. Net als verder ook nog drummer Wes Starr, bassist Nathan Rowe, toetsenist Nick Connoly, Del Toro’s oom Lawrence percussiegewijs en de lichtjes fantastische Texas Horns op hun karakteristieke koperinstrumenten.

Afgetrapt wordt er met het stilistisch gezien eerder naar Memphis dan naar Del Toro Richards’ thuishaven Texas verwijzende “Behind The Curtain”. Behoorlijk funky gaat het er vervolgens aan toe in “I’m Her Man”, één van de twee Vincent co-writes. “Love If You Want” blijkt op zijn beurt een bloedgeile shuffle, “Triple Lindig” verkent op coole wijze jazzy wateren, “The Moment” kruidt het geheel af met wat Latin en “Can’t Run From Love” laat de Texas Horns even volop de ruimte tot soulvol excelleren.

Het werkelijk rete-aanstekelijke “Get Me Back To Texas” lijkt aansluitend daarop ver verwant aan Chuck Berry’s “Memphis Tennessee”, fijne trage “This I Know” doet het met een doorleefde portie slow soul en R&B en “Tall Pretty Baby” swingt echt als de beesten. “Here She Comes” werkt zich in het zog daarvan met stomend gitaarwerk wervelend op tot één van onze absolute lievelingsmomenten hier, alvorens het door Nick Connoly pianogewijs aangejaagde “Wild Ride”, met ook Anson Funderburgh aan boord, het bluesy soulvolle “Tell Me Do You Love Me” en het opnieuw duidelijk Del Toro Richards’ roots verradende titelnummer “Tengo Blues”, een groovy instrumental, de feestelijkheden mogen uitluiden.

Jonn Del Toro Richardson

                                                                                          

AD VANDERVEEN “The Stellar Cellar Band” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Van Nederlands Americana-oergesteente Ad Vanderveen verschijnen dezer dagen vrijwel parallel maar liefst twee nieuwe cd’s. Het betreft de zo ongeveer als elkaars alter ego door het leven gaande albums “The Stellar Cellar Band” en “The Barn Basics”.

Het eerste is een door Vanderveen (zang, gitaren, harmonica) samen met Timon van Heerdt (bas en zang) en Nico de Gooijer (drums) in driemansbezetting ingeblikt geheel dat op z’n minst wat betreft de muzikale aanpak ervan teruggrijpt naar de very basics van rock & roll. Muzikaal gezien mag het aldus Vanderveen zelf onder de hoofding “Garage Folk/Rock Songs and Improv”. Wat er concreet op neerkomt, dat tussen de uitersten ballad en rocker nogal wat blijkt te kunnen. Met als hoogtepunt wat mij betreft ontegensprekelijk de ferme Youngiaanse rootsrocker “Working”. En met als opvallende afsluiter een tip of the hat aan het adres van Bob Dylan middels een bezielde cover van diens “Forever Young”.

“The Barn Basics” is dan weer vooral spek naar de bek van de liefhebbers van Vanderveens (zang, gitaren, harmonica, footstomp) andere kant. Op dat gelimiteerde schijfje worden dezelfde songs immers in akoestische versies aangereikt. Opgenomen in een oude schuur samen met z’n levensgezellin Kersten de Ligny (harmony vocals en autoharp). Legt “The Stellar Cellar Band” eerder de nadruk op Vanderveens rockgenen, dan is het op het in eigen beheer verdeelde “The Barn Basics” de beurt aan z’n folk- en countrykant.

Ad Vanderveen, Blue Rose Records

 

WALTER-SALAS HUMARA “Work: Part One” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Aan een bestaan als kopstuk van The Silos alleen heeft Walter Salas-Humara duidelijk niet genoeg. Zo nu en dan moet hij ook buiten die nochtans redelijk comfortabele groepscontext weer eens even z’n creatieve ei kwijt. Nu, mij niet gelaten, hoor! Zo lang die extraatjes van de kwaliteit blijken van “Work: Part One” hoeft hij er voor mijn part zelfs niet al te lang over te doen om met een volgende worp te komen. Zoals nu dus, want sedert het verschijnen van voorganger “Curve And Shake” verstreken nog geen volle twee jaren. En dat is naar Salas-Humara-normen erg weinig.

Bij “Work: Part One” blijkt het bij nader inzicht dan ook niet om volledig nieuw spul te gaan, maar om herwerkte versies van nummers uit de misschien wel belangrijkste periode uit het bestaan van cultgroep The Silos. Materiaal met name van “About Her Steps”, het banddebuut uit ’85, van het twee jaar later verschenen “Cuba” en van het magistrale “The Silos” van nog eens drie jaar later, de enige major release van Salas-Humara en co. De van die albums geplukte nummers krijgen hier een volledig nieuw, compleet akoestisch jasje aangemeten.

Van “About Her Steps” krijgen we zo “Susan” en “Shine It Down” in een aangepast gewaad voorgeschoteld, van “Cuba” respectievelijk “Mary’s Getting Married”, “For Always”, “Margaret”, “Going Round” en “Tennessee Fire” en van “The Silos” ten slotte “Commodore Peter”, “I’m Over You” en “Caroline”.

Voor de productie van “Work: Part One” tekende Rich Brotherton. Andere studio-hand-en-spandiensten werden geleverd door diezelfde Brotherton (gitaar, dobro, mandoline, banjo, citer en zang), Mary Rowell (viool en altviool) en Amy Allison (zang).

Leuk project! En als we de titel ervan juist interpreteren misschien wel het eerste van meerdere.

The Silos, Blue Rose Records

 

SAM ALONE & THE GRAVEDIGGERS “Tougher Than Leather” (People Like You Records / Century Media / Sony)

(3,5****)

Onmogelijk gewoon om bij het voor het eerst beluisteren van “Tougher Than Leather”, het nieuwe album van het Portugese zesmanschap Sam Alone & The Gravediggers, niet onmiddellijk te gaan denken aan The Boss in z’n meest bevlogen momenten. Er is om te beginnen de rauwhese zang van Apolinário “Poli” Correia die je zonder daarbij ook maar enige vorm van tegenspraak te dulden richting Springsteen drijft. Maar er is vooral ook de ronduit zalige blue collar rock van het collectief die nadrukkelijk eenzelfde effect op een mens heeft.

Ook hier “music for the people”, muziek van en voor het volk, met z’n roots niet zelden in folk en protest songs. Doorleefd, doorlopend druipend van de passie en vooral ook ontzettend lekker. Van openingsnummer “Believers And Renegades” tot afsluiter “Crucify”, één langgerokken muzikale rush is het, goed voor net geen drieënveertig hele minuten absoluut topvermaak. Met als beste momenten naast het al genoemde tweetal wat ons betreft vooral ook het op de één of andere manier bepaald radiovriendelijk aandoende titelnummer, de valse trage “Sacrifice” en het wederom ongemeen catchy rockende “God’s Not Around”.

Een aanrader als u het ons vraagt vooral voor liefhebbers van de wat stevigere momenten van The Boss en van andere, enigszins vergelijkbare acts als The Gaslight Anthem en Lucero.

Sam Alone & The Gravediggers

 

TOM GILLAM & THE KOZMIC MESSENGERS “Beautiful Dream” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)                      

“Beautiful Dream”, de nieuwe van Tom Gillam, is wat je noemt ouwezakkenmuziek van het allerzuiverste soort. En dat, beste vrienden, mogen jullie wat mij betreft vooral als een serieus compliment opvatten. Hoe de dezer dagen vanuit Austin z’n creatieve pijlen op de rest van de wereld afvurende singer-songwriter Gillam daarop bijna voortdurend in de weer is tussen seventies style retro rock, de uit dezelfde periode stammende countryvariant daarop en roots& roll tout court laat immers maar bitter weinig te wensen over. En zo menig een fan van acts als Joe Walsh, de Eagles, Bob Seger, de Allman Brothers, John Hiatt, Randall Bramblett, John Mellencamp en aanverwanten zal hier dan ook ongetwijfeld z’n pret niet mee op kunnen. Met dank vooral ook aan z’n nieuwe secondant David Spencer. Die blijkt immers wel heel erg nadrukkelijk aanwezig. Zowel vocaal als bij het schrijven van de songs, maar vooral toch ook op nogal wat snarendragers. Van elektrische en akoestische tot slide- en steelgitaren. Echt wel een bezig baasje, die Spencer!

Andere Kozmic Messengers van dienst zijn de als ritmetandem fungerende heren Dan McCann en Kenn Furr. En gesmaakte gastbijdragen zijn er verder ook nog van coproducer Ron Flynt (elektrische en akoestische piano’s, Hammond-orgel en keyboards), Clete Ritta (banjo en harp) en de lichtjes fantastische Shelley King (zang in “Flying Blind”). Zelf zingt Gillam en is hij ook nog actief op elektrische, akoestische en slide, Wurlitzer en een enkele keer ook piano.

Beginnen doen de Messengers met een bijzonder lekker weghappend rockdrietal. Met voorop het wel heel erg aan Joe Walsh herinnerende slide- en orgelzwangere “Tell Me What You Want” en het al even attractieve, al bijna net zo nadrukkelijk aan de Eagles ten tijde van “One Of These Nights” refererende “Just Don’t Feel Like Love”. (Al lijkt ook Tom Petty daarin bij nader inzicht nooit echt ver weg.) Vervolgens is er de tasty roots & roll van het zoals eerder al even aangegeven door Shelley King mee van de grond geholpen “Flying Blind”.

Op een eerste rustpuntje stoten we met “Red Letter Day”. Ideaal voor spul voor lange lome zomeravonden, die sfeervolle country rock ballad, die hier wordt afgelost met een door de recente dood van Glenn Frey tot een soort van ongewild eerbetoon uitgroeiende cover van “Good Day In Hell” van de Eagles en het z’n titel terloops echt alle eer aandoende “Lazy Sunday”.

“All About Me” blijkt vervolgens een bluesy rocker met redelijk hoog boogie-gehalte, “Better Things To Do” zoekt het in min of meer dezelfde hoek maar dan wel met wat meer funk in de aderen, “DNG” is een akoestische gitaarinstrumental van de hand van David Spencer en het afsluitende “Sail Away” is andermaal een wolk van een ballad.

Wat ik me na een plaat als deze vooral afvraag is, of je nu echt van mijn leeftijd of ouder moet zijn om hier volop van te kunnen genieten. Ik durf het eerlijk gezegd serieus te betwijfelen…

Tom Gillam, Blue Rose Records

 

CORINNE WEST “Starlight Highway” (Make Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Corinne West. U herinnert zich haar vast ook nog wel van “Magnetic Skyline”, haar in 2011 verschenen samenwerking met Kelly Joe Phelps. Prachtige collectie liedjes was dat. Een album dat hier ook nu nog regelmatig in de cd-speler belandt. En we waren dan ook maar wat blij toen we vernamen, dat er van West weer wat nieuws op komst was. Opnieuw onder eigen vlag ditmaal. Al moeten we dat vooral niet té letterlijk nemen, hoor. Ook op “Starlight Highway” duikt Kelly Joe Phelps immers meermaals op. Samen met onder anderen ook nog Mike Marshall en Ricky Fataar verzorgde hij voor West het muzikale decorum.

Een wel erg intimistisch uitgevallen decorum. Perfect aansluitend bij het intieme karakter van wat West ons this time around te vertellen heeft. “My aim with this recording is to communicate a personal emotive glimpse of what we all experience in our own way, on our own roads, as we climb, fly, fall, isolate, believe, reinvent, connect, dream,...”, aldus daarover West zelve. “Though seemingly different, we are all somehow cut from the same cloth.” En of zoiets een band schept.

Het resultaat van Wests voornemen: een tien songeenheden tellende collectie, opvallend vooral door haar hoge aaibaarheidsfactor. Veelal dromerig van aard, meestal vederlicht ook, niet zelden een zweem van patchouli in de lucht suggererend. Heel mooi het midden houdend tussen met name folk en pop. Een enkele keer wat meer overhellend richting (vlottere) Americana. We noemen in dat verband bijvoorbeeld de door Mike Marshall mandolinegewijs flink opgewaardeerde spring-in-‘t-veld “Starlight Highway”.

Het mooist zijn wat ons betreft echter ontegensprekelijk de hier zoals al aangegeven duidelijk in de meerderheid verkerende ingetogen momenten. Dingen als het herfstige, ons een weinig aan dames als een Mary Chapin Carpenter en een Carrie Newcomer herinnerende “Monday’s Song”, het meteen door de weer werkelijk hemelse harmonieën met Phelps erin opvallende “Night Falls Away Singing”, het ook al bloedmooie rootsy tweetal “Trouble No More” en “Audrey Turn The Moon” en het terughoudend jazzy gekleurde “Gypsy Harbor”.

Corinne West

 

SHURMAN “East Side Of Love” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)      

Verkondigen dat intens lijden veelal tot de beste creatieve prestaties leidt is natuurlijk absoluut niks nieuws vertellen. Dat is een gegeven zo oud als de straat. Maar every now and then verschijnen er van die platen die je als recensent als het ware dwingen om dat cliché maar weer eens van stal te halen. En ook “East Side Of Love”, de nieuwe van Shurman, blijkt er zo weer ééntje. Dat album staat als het ware volledig in het teken van het verwerken van de recente echtscheiding van kopstuk Aaron Beavers en de emotioneel bijzonder zware tijden die daar voor hem op volgden. Heel even leek het er zelfs op, dat het verhaal van het kwartet uit Austin uit was. Gelukkig voor ons waren er nog Beavers goede vrienden, die hem op het juiste moment de broodnodige schop onder de kont gaven om niet zomaar alles op te geven waar hij zo lang had voor gevochten.

En dus zijn we hier en nu, zoals hoger al even gemeld, weer toe aan een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van z’n bandje. En een bijzonder fijn hoofdstuk ook. Misschien zelfs wel het allerbeste so far überhaupt. Tot de nok toe gevuld met songs die werkelijk bulken van de passie, van het vuur. En dat gelijk van bij het begin. Geopend wordt er immers met het fraaie, eerder hymnisch uitvallende titelnummer. Je blijft als luisteraar gelijk met een heel erg warm gevoel vanbinnen achter. En dat raak je de eerstvolgende vijftig minuten eigenlijk niet meer kwijt. De ene aangename surprise na de andere volgt. Te beginnen met het echt wel rete-aanstekelijke “Never Gonna Quit”, het soort van beklijvend countryrockertje waarvoor ook een Steve Earle in z’n hoogdagen z’n hand zeker niet zou hebben omgedraaid.

Vervolgens zijn er achtereenvolgens het met een flinke dosis ingehouden twang overgoten “If I Could I Would”, de geweldige countrysouldeun “You Don’t Have To Love Me”, de mooie ballads “Saving It Up” en “I Don’t Know Why” en het bijna voortdurend op bijzonder fraaie wijze op gedachten ergens tussen weemoed en hoop hinkende “California Carry Me Away”. Pittige Petty-eske rootsrocker “Dive Right In”, het daar ergens ver aan verwante “See You Smile”, de hier veruit het meest country aandoende trage “Somebody Else’s Problem” en optimistische afsluiter “Time To Say Goodbye” completeren het straffe songelftal.

Shurman, Blue Rose Records

 

JOSH HARTY “Holding On” (Josh Harty)

(3,5****)

De jonge Amerikaanse songsmid Josh Harty deed hier de voorbije jaren al meermaals in positieve zin van zich spreken. Met name met “A Long List Of Lies”, z’n in 2008 verschenen tweede soloproject, kwam z’n carrière in een flinke stroomversnelling terecht. Die plaat leverde hem meteen ook een stekje in ons aller Euro Americana Chart op. En vooral ook: ze opende de nodige deuren. In 2011 volgde dan het met Chris Cunningham ingeblikte “Nowhere” en drie jaar later pakte Harty uit met twee platen als deel van een duo. Eentje met z’n singer-songwriter-maatje John Statz (“12 August”) en eentje met de hem al jaren begeleidende Blake Thomas (“The Attic Sessions”).

En nu is er dus “Holding On”. Voor die plaat dook Harty de koffer in met producerstweetal Blake Thomas en Mark Whitcomb. Met hen als gidsen vereeuwigde hij een tiental liedjes, die de voorbije tweeënhalf jaar ergens onderweg ontstonden. En die hij als dusdanig ook al even lang met een full band kon uittesten. Iets wat de uitvoeringen ervan op “Holding On” natuurlijk alleen maar ten goede is gekomen. Alles klinkt hier zo ongeveer even af. En zo mogen wij het wel hebben natuurlijk!

En al zeker als het dan ook nog eens om songs van het kaliber van die van Harty blijkt te gaan! De beste man houdt hier tien nummers lang heel mooi het midden tussen genres als pop, country, folk en blues. Met als z’n voornaamste bondgenoot ontegensprekelijk z’n best wel wat aan die van Gordon Lightfoot verwante stem. Daarmee beschikt hij over het zo ongeveer ideale instrument om in z’n liedjes complexe en minder complexe gevoelens mee te lijf te gaan. Iets wat hij dan ook uitgebreid doet.

Onze lievelingsmomenten hier: de met het duo Kelly McRae en Matt Castelein gedeelde ballade “Holding On”, het met heerlijk ingehouden gitaarwerk opgewaardeerde “The Kind”, Harty’s doorleefde lezing van “You & The Road” van Brooks West en vooral ook ingetogen afsluiter “English Rain”, bij nader inzicht één van de allermooiste liedjes die 2016 vooralsnog voor ons in petto had überhaupt.

Josh Harty

 

THE WOOD BROTHERS “Paradise” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Wat een verdomd lekkere schijf alweer, deze vijfde studioplaat van de dezer dagen vanuit countrygrootstad Nashville naar ons aller aandacht hengelende Wood Brothers. Een geheel dat geheel en al in harmonie met z’n opvallende cover volledig in het teken blijkt te staan van het verlangen naar dingen. En van het paradoxale gevoel vooral ook, dat net dat ongebreidelde hunkeren naar het vervullen van onze wensen ervoor gaat zorgen dat die vaak onvervuld blijven. Vandaar de middels een tak aan het lijf van de ezel op het hoesje van “Paradise” bevestigde wortel dus. Net ver genoeg uitstekend om er met z’n bijtgrage tanden niet meer bij te kunnen, hoe graag hij dat ook zou willen.

De broers Oliver (gitaren en zang) en Chris Wood (diverse bassen, harmonica en zang) en geadopteerd familielid Jano Rix (drums, percussie, shuitar, keyboards en zang) grossieren hier als vanouds in heerlijk rootsy (rockend) Americana-materiaal: van ouderwets lekker krassend in het tot op zekere hoogte hun eigen dagelijkse bezigheden bezingende “Singin’ To Strangers” tot voorzichtig funky in het nerveuze “American Heartache”, van zweterig swampy in het door Susan Tedeschi (zang) en Derek Trucks (gitaar) bezochte “Never And Always” tot recht-toe-recht-aan roots & rollend in het catchy “Snake Eyes” of juist heel erg bedaard in “Two Places” of “Heartbreak Lullaby”, van bijna dreigend in het quasi onopvallend wat Latin de feestelijkheden binnensmokkelende “Without Desire” tot down right funky in “Raindrop”, zomers sensueel in “Touch Of Your Hand” en licht jazzy in het afsluitende “River Of Sin”, gebracht samen met de onvolprezen McCrary Sisters.

Beter worden ze o.i. amper nog gemaakt!

The Wood Brothers, Blue Rose Records

 

LUTHER DICKINSON “Blues & Ballads (A Folksinger’s Songbook: Volumes I & II)” (New West Records / PIAS)      

(5*****)

“Blues & Ballads (A Folksinger’s Songbook: Volumes I & II)” is de bijzonder ambitieus uitgevallen nieuwe van de je wellicht vooral van z’n rol binnen de North Mississippi Allstars bekende Luther Dickinson. Eenentwintig nummers telt dat geheel, waarvoor de zoon van wijlen Jim Dickinson zowat z’n complete carrière en bij uitbreiding ook z’n hele leven aandeed. ’t Is als het ware regenererend terugkijken op z’n werk bij hoger genoemd bandje, op deuntjes geleerd van vrienden en familieleden, op songs hem aangereikt door z’n eigen helden en mentoren en op materiaal dat alle vele lange jaren het collectieve Amerikaanse onderbewustzijn mag bevolken.

De voorzet die leidde tot “Blues & Ballads (A Folksinger’s Songbook: Volumes I & II)” kwam er eigenlijk van soullegende Mavis Staples. Op haar verzoek samen “Ain’t No Grave” van de Allstars herontdekken kwam voor Dickinson neer op het zaad planten voor het voorliggende geheel. De beste man ging nu immers op bijna regelmatige basis andere nummers op dezelfde manier benaderen. Waar en wanneer speelde eigenlijk helemaal geen rol. Gewoon wanneer en met wie het hem het best uitkwam. Zalig ongedwongen! En precies dat gevoel straalt deze machtige songcollectie ook af. Dat losse, dat ongecontroleerde, dat volledig complexloze.

Iets waartoe het bij de hand hebben van de juiste vrienden op de juiste plaatsen en momenten allicht ook wel flink zal hebben bijgedragen. Zo mag JJ Grey bijvoorbeeld z’n soulvolle zelf zijn in het zomers lijzig voorbij kabbelende “Up Over Yonder”, levert Jason Isbell in datzelfde nummer een gesmaakte slidebijdrage, kleuren Alvin Youngblood Hart en Jimbo Matthus met name gitaar- en banjogewijs het hyperkinetische bluesje “Shake (Yo Mama)” en blijkt Will Sexton regelmatig present op zowel drums als akoestische gitaar. En dan hadden we het nog niet over fiddler Lillie Mae Rische en de je normaliter ook door z’n rol op heel wat bij het legendarische Hi Records verschenen albums vertrouwde toetsenman Charles Hodges, noch over Dickinsons vaste begeleidsters Amy LaVere (upright bass en zang) en Sharde Thomas (drums, fife en zang).

Een geweldige cast voor een al even geweldig uitgevallen project, dat bij nader inzicht best wel eens de aanzet tot een heus reeksje zou kunnen gaan blijken. En ons zou u daarover alvast niet horen klagen. Wat Dickinson en co hier tussen blues, folk en Americana presteren is immers van een ronduit verbluffende schoonheid. “Up Over Yonder”, “Moonshine”, “Jackson”, “Ain’t No Grave”, “Let It Roll”, “Horseshoe”, “And It Hurts”, en, en, en… Stuk voor stuk groeien ze hier meer dan ooit uit tot echte pareltjes.

“Blues & Ballads (A Folksinger’s Songbook: Volumes I & II)” is verkrijgbaar op cd en vinyl-dubbelaar inclusief songbook.

Luther Dickinson, New West Records

 

TIM HOULIHAN “Another Orion” (Peatcart Music)

(3,5****)

Voor ik op z’n nieuwe cd “Another Orion” stootte, was ik eigenlijk helemaal niet vertrouwd met de naam Tim Houlihan. Toegegeven, ik verwarde hem aanvankelijk gewoon met z’n collega James Houlahan en werd verder eigenlijk vooral aangetrokken door de vermelding van Kevin Bowe als producer. Voor mij een nog volledig onbeschreven blad dus eigenlijk, die Houlihan…

Echter wel één waar ik bij nader inzicht bijzonder graag over aan het schrijven geraakt ben. Meteen vanaf het openingsnummer van “Another Orion” had hij me immers volop bij de les. Dat “I Get Lonesome, Too” bleek immers een bijzonder fraaie country rock ballad genre de Eagles, Poco en aanverwanten. En vooral ook: géén toevalstreffer! Ook tussen de dan nog resterende negen nummers zaten er immers nog aardig wat blijvertjes. Het aangenaam wegrockende “Send Me Back To You” bijvoorbeeld al, folky titelnummer “Another Orion” zeker ook, het als het ware op z’n Fogerty’s ergens tussen country en blues residerende “Beneath The Surface Of The Well”, het met name gitaargewijs wat richting het werk van de good old Byrds overhellende “Some Kind Of Mystery” en het lekker knallende “What’s Gonna Happen To Me” ook, om er zomaar voor de vuist weg nog een vijftal op te noemen.

Al bij al gewoon een prima singer-songwriter dus, deze vanuit Minneapolis actieve Amerikaan, die zelf bij wijze van introductie als invloeden graag Jackson Browne, Stephen Stills, James Taylor, Shawn Colvin en die van Dawes noemen mag.

Tim Houlihan

 

GUNTHER BROWN “North Wind” (Continental Song City)

(4,5*****)

Het vanuit Portland, Maine actieve collectiefje Gunther Brown wordt gezien als één van dé grote Americana-beloften voor 2016. En dat is een status die het viermanschap op basis van z’n twee jaar geleden verschenen debuut “Good Nights For Daydreams” wat ons betreft perfect kan rechtvaardigen ook. Met straffe nummers als “No Use Livin’”, “Time And Again”, “Christ Of The American Road”, “Bobby Orr”, “Headlights And Highways” en andere brachten ze indertijd immers ook ons hoofd al vrij snel helemaal op hol.

En ook met hun nieuwe worp slaan Pete Dubuc (zang en gitaar), Chris Plumstead (gitaar en zang), Mark McDonough (bas en gitaar) en Derek Mills (drums) weer spijkers met koppen. Al is het dan ook al vrij snel duidelijk, dat wie heeft zitten wachten op een “Good Nights For Daydreams Part II” eraan is voor de moeite. De vier heren hebben duidelijk geen zittende konten en gaan opnieuw onder de productionele hoede van Jonathan Wyman voor een veel ruimer, veel gevarieerder geluid. Iets wat wat ons betreft de attractiviteit van het gebodene alleen nog maar meer ten goede komt.

Stringente gitaarklanken loodsen ons via het snedig rockende “What’s Left” het geheel binnen. Vervolgens zijn er de bedaarde, lang niet enkel op de woordspeling uit z’n titel terende lekkere countryrocker “(Don’t Forget To) Don’t Go”, het door als een spervuur aanhoudend drumgeratel van Mills aangejaagde “Norridgewock”, de flink wat rustiger uitgevallen Americana van “I Believe In Love Again” en het super groovy “For A Night”. In ons boek zomaar goed voor een vijf op vijf.

In de tweede helft van “North Wind” belanden we daarna met het ongemeen sfeervolle, schijnbaar uit pure passie en verlangen opgetrokken “Sweet Marie”. Heeft iets bijna mystieks over zich, die melancholische folkrocker. Heel wat meer down to earth is dan de met een wat misleidende titel getooide valse trage “Swampland”. En zeker ook het meteen daaropvolgende, met de tong diep in de wang geplant gebrachte “Jesus Ain’t Listenin’”. Hoe daarin tussen alle opgewektheid door uit de mond van een vroom opgevoede youngster plots te horen valt “…just one look at the Middle East will tell you all you really need to know, Jesus ain’t listening tonight” is bepaald frappant te noemen.

Resten dan nog: de ingetogen, volop aan de hoogdagen van het countryrockgenre herinnerende beauty “Old Man” en afsluiter “Over You”, een ruim de kaap van de zeven minuten overschrijdend bevreemdend epos, waarin de muzikale experimenteerdrift van de vier pas echt geen grenzen meer lijkt te willen kennen.

Alweer redelijk straffe kost allemaal!

Gunther Brown

 

THE REVEREND SHAWN AMOS “The Reverend Shawn Amos Loves You” (Put Together / Sonic Rendezvous)

(5*****)

The Reverend Shawn Amos houdt van je! En op twaalf verschillende manieren dan nog wel! Of zo kondigt hij toch het dozijn liedjes op z’n nieuwe worp aan. Als “12 ways the Reverend loves you”. En hij houdt vervolgens verdomme dik negenendertig minuten lang woord ook! Aan variatie twaalf nummers lang geen gebrek hier!

Tijdens het met de legendarische Blind Boys Of Alabama gebrachte “Days Of Depression” waan je je zo als luisteraar bijvoorbeeld gelijk tussen de zwaar labeurende lotgenoten op één of ander veld ergens diep in het Amerikaanse Zuiden, “Brand New Man” is vervolgens bruisende, door blazers aangejaagde eigentijdse classic R&B, “Boogie” blijkt een z’n naam alle eer aandoende, met Missy Andersen gedeelde en flink aan John Lee Hooker verwante stroomstoot van formaat en “Brothers Keepers” perst met vaste hand in één tijd het beste uit zowel soul als blues. Regelrecht moordspul, dat laatste nummer! En dat geldt wat ons betreft zeker ook voor het meteen daaropvolgende, met wat mean mean smoelenschuifwerk opgewaardeerde “You’re Gonna Miss Me (When I Get Home)”. Een dansje, iemand?

Met een doorleefde lezing van Minnie Lawlers “Joliet Bound” mag het tempo vervolgens even een heel klein beetje naar omlaag. Al duurt die korte break zelfs geen heel nummer lang. Daarvoor blijkt ook die Lawler-baby bij nader inzicht immers veel te nerveus van aard. Slow boogie “Will You Be Mine”, bedaard rockend buitenbeentje “The Outlaw”, Jimmy Reed-cover “Bright Lights, Big City” – Gebracht in onvervalste schuifelmodus met Mindi Abair! – en het nogal omineus uit de hoek komende “Hollywood Blues” bereiden in het kielzog daarvan voor op een machtig slotsalvo.

En dat blijkt te bestaan uit de door Amos zelf gepende tweeling “Put Together” en “The Last Day I’m Loving You”. Het eerste een door onze man met een kloeke dosis funk à la James Brown besprenkelde nieuwe aanslag op de benen, het tweede een ongemeen intense klassieke soultrage, waarbij onze gedachten voorwaar heel even afdwaalden richting Bobby “Blue” Bland. Vies goed dus!

Voor de productie van “The Reverend Shawn Amos Loves You” tekende de hoger ook al even vermelde Mindi Abair.

The Reverend Shawn Amos

 

FRANK SOLIVAN “Family Friends & Heroes” (Compass Records)

(4****)

Frank Solivan & Dirty Kitchen werkten zich de voorbije jaren in geen tijd op tot één van bluegrass’ next big things. En dat naar onze zoals steeds bescheiden mening volkomen terecht ook. Checkt u op zoek naar bevestiging van die opinie maar even hun drie tussen 2010 en 2014 verschenen albums. Veel meer is er echt niet nodig om u van de kwaliteiten van bandleader Solivan en de zijnen te overtuigen! De vier behoren ontegensprekelijk tot het allerbeste wat het progressieve bluegrassgenre de jongste decennia aan nieuwe namen heeft voortgebracht.

Vreemd genoeg is de nieuwe Solivan geen groepsplaat geworden. Zodoende het door z’n vorige worpen gegenereerde momentum eigenlijk compleet ignorerend jaagt hij met “Family Friends & Heroes” vooral de invulling van enkele van z’n eigen wensen na. Hoog op z’n wish list stond zo bijvoorbeeld geruime tijd het maken van een plaat samen met z’n getalenteerde moeder Lorene. Die overleed echter in de zomer van 2014. En dus nam Solivan maar vrede met second best. En dat blijkt hier en nu een plaat opgenomen met – zoals de titel dat al nadrukkelijk liet vermoeden – familie, vrienden en eigen helden.

Dat een dergelijk uitgangspunt heeft geleid tot een bijzonder warm aanvoelend geheel moeten we u allicht niet meer komen vertellen. Gelijk van bij het openingsnummer wordt je het gewaar. Als appetizer kan die samen met Del McCoury gebrachte bluegrassversie van Roy Orbisons klassieker “Pretty Woman” zeker al tellen! Vervolgens gaat het met het samen met enkele van z’n neven ingeblikte “Mask, Snorkel And Fins” en het hem door een andere neef aangereikte “The Fishin’ Song” even flink de zomerse toer op. Beelden van zonovergoten tropische stranden zijn dan een zevental minuten lang nooit erg ver weg. Mooi, mooi, mooi… Mede ook door het betoverende akoestische gitaarwerk van Jim Hurst in dat laatste nummer.

In het ingetogen “I Am A Rambler” zijn het dan weer een stel andere gasten die vrijwel meteen opvallen. Met name Sam Bush op mandoline, Jerry Douglas op dobro, Mike Munford op banjo en Shana Higginbotham-Sullivan met hemelse high harmony vocals. Voor mij één van dé absolute hoogtepunten van “Family Friends & Heroes”, dat liedje. Samen met de wervelende, in min of meer dezelfde bezetting opgenomen instrumental “Cazenovia Casanova” dan. Ook dat is immers een ronduit subliem te noemen deun.

In Sarah Elizabeth Campbells “Mexico”, één van de lievelingsliedjes van z’n ma zaliger, mag nicht Megan McCormick aansluitend daarop even de vocale honneurs voor haar rekening nemen, Bill Brownings “Dark Hollow” wordt in alle intimiteit gedeeld met Sam Bush en “You Don’t Write” – van z’n op Hawaii residerende cousin John Cruz – troont ons andermaal mee naar zonniger oorden. Iets waar die attractieve steel drum erin zeker niet helemaal vreemd aan is…

Het verstilde “Put Me In Your Pocket”, nog één van de signature songs van z’n overleden moeder, brengt Solivan vervolgens in duet met de al eerder genoemde Megan McCormick, alvorens voor een ijzingwekkend mooie lezing van “I Still Miss Someone” van Johnny Cash onder meer z’n eigen vader, wat nichten en het tweetal Shawn Camp (zang) en Rob Ickes (dobro) op te trommelen. Frank Solivan Sr. duikt overigens meteen daarop samen met z’n zoon en Ronnie McCoury (mandoline) ook nog eens op in een speelse vertolking van de traditional “When The Leaves Turn Brown”.

Moeten dan nog de revue passeren: een onder meer met een vocale gastbijdrage van John Cowan opgewaardeerde versie van de John Denver-hit “Leaving On A Jet Plane”, het aan een ooit spontaan ingeblikte zangpartij van ma Lorene Solivan opgehangen “Wayfaring Stranger” en afsluiter “Are You Missing Me”, een fraai ingetogen stukje familiemuziekgeschiedenis van Aunt Norma & Uncle Chuck.

Frank Solivan

 

BOB MARGOLIN “My Road” (VizzTone / V2)

(3,5****)

“Mijn nieuwe plaat toont me zoals ik vandaag de dag ben, zowel op muzikaal als op persoonlijk vlak,” aldus Bob Margolin over “My Road”. En daarmee is over die recente worp van ‘m eigenlijk al veel gezegd. “Steady Rollin’” Bob Margolin, hier vooral bekend als de jarenlange rechterhand van Muddy Waters in diens begeleidingsband in de seventies, is ondertussen ook zelf uitgegroeid tot blues royalty. Een man, wiens geweldige reputatie echt wel oververdiend is. Als gitarist, maar ook als zanger en als songsmid. En met name dat laatste wordt op “My Road” nog eens extra geaccentueerd. “My ride through modern challenges, the ironies and lessons of aging, achieving true love, mourning, my band’s distinctive signature sound, a childhood epiphany, my seven years in Muddy Waters’ band, and exploring the darkest sides of life with friends who have been there,” vat Margolin zelf voor ons samen wat hij in de twaalf nummers erop doet.

Ondertussen in z’n mid-sixties aanbeland levert Margolin met “My Road” aan het handje van producer Michael Freeman een in haar geheel erg sterke plaat af. Geflankeerd door Chuck Cotton (drums en zang) en Tad Walter (harp en gitaar) neemt hij het zo op het eerste gehoor vooral niet te nauw met genregrenzen. En met name die tussen blues, roots rock en Americana durven hier dan ook nogal eens fameus te vervagen.

Onze favorieten op “My Road”: een heerlijk schokschouderend gebrachte cover van Sean Costello’s “Low Life Blues”, de geweldige eigen swampy sleper “Understanding Heart”, het überhaupt erg soulvolle “More And More” en de werkelijk messcherpe opener “My Whole Life”.

Bob Margolin

 

THE INFAMOUS STRINGDUSTERS “Ladies & Gentlemen” (Compass Records)

(4****)

Met hun inmiddels toch ook alweer zesde studioplaat doen Andy Falco (gitaar), Travis Book (bas), Jeremy Garrett (fiddle), Chris Pandolfi (banjo) en Andy Hall (dobro), je samen allicht beter bekend als The Infamous Stringdusters, een redelijk nadrukkelijke gooi naar glorie. Dat leert alvast een vlugge blik op de voor de gelegenheid wel erg uitgebreide gastenlijst. De gentlemen uit de titel van hun nieuwe plaat blijken gewoon de heren zelf te zijn, de ladies een hele rist aan bekende en minder bekende zingende vrouwelijke collega’s. En die vrijwel meteen in het oog springende werkwijze levert quasi vanzelfsprekend ook zo menig een beklijvend momentje op.

De hier vooral van haar pophitje “One Of Us” bekende, maar in de States inmiddels tot een gerespecteerde rootsartieste uitgegroeide Joan Osborne mag “Ladies & Gentlemen” aftrappen met het als niets minder dan een open invitatie te interpreteren “Listen”. Countryster Lee Ann Womack doet vervolgens een aardig mondje mee in het bijzonder radiogenieke “I Believe”, hipster Sarah Jarosz doet hetzelfde in het zich redelijk nerveus aandienende “Won’t Be Long” en soulie Joss Stone toont zich van een tot op heden ongeziene kant in de het bluegrassgenre een serieuze update verkopende rootsy beauty “Have A Little Faith”. Eén van dé hoogtepunten van deze twaalf songs tellende collectie toch wel, dat liedje.

Sara Watkins lijkt zich vervolgens als een vis in het water te voelen in het lentefrisse newgrass-niemendalletje “See How Far You’ve Come”, de je allicht vooral van het vijftal Della Mae bekende Celia Woodsmith maakt van “Old Whiskey Bottle” een bepaald bezielde bedoening, de hier onlangs ook nog zelf besproken Nicki Bluhm straalt in “Still The One”, genre-icoon Claire Lynch excelleert op haar beurt in “Ladders In The Sky” en Mary Chapin Carpenter komt voorbij voor het voorwaar zelfs met wat jazzgevoel gekruide “Coming Back To You”.

Aoife O’Donovan bezielt met haar lenige vocals aansluitend daarop dan weer “Run To Heaven”, huisfavorietje Abigail Washburn straalt ook al volle bak in het speelse “Rock And Roll” en jazz-trompettiste Jennifer Hartswick mag de feestelijkheden daarna mee afsluiten met de zo ongeveer elke genregrens negerende instrumentale bonus track “Hazosphere”.

Voor de productie van het erg knappe “Ladies & Gentlemen” tekende Chris Goldsmith.

The Infamous Stringdusters, Compass Records

 

ERIC BRACE & PETER COOPER “C&O Canal” (Red Beet Records)

(4,5*****)

“C&O Canal”, het nieuwe album van het duo Eric Brace en Peter Cooper, zou je bij nader inzicht kunnen zien als een soortement van statement met betrekking tot de regio waar de twee een al bij al erg gelukkige muzikale jeugd kenden. Waar ze in gelegenheden als de Birchmere, de Red Fox Inn, The Cellar Door, Gallagher’s en andere letterlijk van op de eerste rij roots music (be)leefden. En waar met name de heren van de Seldom Scene een aardig diepe indruk nalieten. “What we’re saying is that Washington history is as rich with genius-level roots music as it is with tricky politics,” aldus de heren zelf in het begeleidende schrijven met betrekking tot het op hun recentste worp gebodene.

Iets wat we hier na deze bijzonder innemende tip of the hat aan het adres van zo menig één van hun favoriete acts graag bereid zijn te geloven ook. Samen met Thomm Jutz (akoestische en slidegitaren, mandola en zang), Andrea Zonn (viool en zang), Justin Moses (dobro, mandoline en banjo), Jeff Taylor (accordeon), Mark Fain (bas) en Lynn Williams (drums) tekenen Brace (akoestische gitaar en zang) en Cooper (zang) hier immers voor net geen vijfendertig minuten pure Americanamagie. Prachtig gewoon!

Gelijk van bij hun vertolking van het bij John Starling en de Seldom Scene geleende en aan de collectie haar titel verschaffende “C&O Canal” is het prijs. Heerlijk gewoon, hoe die twee stemmen samengaan! Vervolgens gaat het via het hen door Tony Rice aangereikte en door gaste Andrea Zonn van wat fijn fiddle-werk voorziene Mary Chapin Carpenter-nummer “John Wilkes Booth” richting het wat ons betreft absolute hoogtepunt hier. En dat is het door diezelfde Zonn vocaal mee naar eenzame hoogten getilde “Boulder To Birmingham”, je uiteraard ook wel bekend in de uitvoering van Emmylou Harris. Wat een beauty!

Voor “Blue Ridge” en “He Rode All The Way To Texas” belanden we vervolgens weer even bij de Seldom Scene, het sprankelende “Rainy Night In Texas” blijkt van Karl Straub en “If That’s The Way You Feel” is uiteraard van Ralph Stanley. En dan is er nog het slotsalvo: met eerst “Been Awhile”, gevonden bij DC’s ‘70s country-rockkoningen de Rosslyn Mountain Boys, vervolgens het door Alice Gerrard gepende “Love Was The Price” en bij wijze van afsluiter “Boat’s Up The River”, een  niemendalletje in finger-picking style van de hand van grafdelver John Jackson.

Allemaal samen goed voor een aanrader van formaat!

Eric Brace & Peter Cooper

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home