ARCHIEF CD-RECENSIES MEI

 

 

CHRIS STUART AND BACKCOUNTRY

“Angels Of Mineral Springs”

(Backcountry Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: “Angels Of Mineral Springs”, het cd-debuut van Chris Stuart And Backcountry, is een indrukwekkende plaat. Net als bijvoorbeeld ook Alison Krauss heeft Stuart een bluegrass-achtergrond, maar laat hij zich allerminst op dat genre vastpinnen. Americana voldoet allicht nog het best als omschrijving voor deze werkelijk sublieme collectie liedjes. Stuart is echt een uitzonderlijk getalenteerde storyteller die zijn nummers al zag opgenomen worden door ondermeer Claire Lynch, Sally Jones en Tina Adair. Bovendien won de man in ’93 ook de prestigieuze Chris Austin Songwriting Contest op het Merlefest in zowel de bluegrass- als de gospelcategorie. En dat zijn al serieuze adelbrieven, dunkt ons.

“Angels Of Mineral Springs” opent met het korte door Gabe Witcher uit de fiddle getoverde “Desert Lullaby Intro” als aanloop naar de desolate pracht van “Springhill Mine”, dat mede dankzij de hemelse harmonieën van Pam Daley uitgroeit tot één van de vele hoogtepunten op dit album. “Elvis Stays Home” is er nog zo één. Soulvolle Americana dient daarin als bed voor een dromende jonge Elvis die zijn toekomst als The King al voor zich ziet, maar ook alles wat hij daardoor zal moeten missen. Schitterend nummer gewoon! “I Didn’t Hear Them Go” dan weer – met alweer die prachtige samenzang met dat nachtegaaltje Pam Daley – heeft zijn roots duidelijk in Ierland en “The Road Into Town” met fraai banjowerk van Ron Block (Alison Krauss + Union Station) is een knap staaltje van moderne bluegrass. Het titelnummer van de plaat, “Angels Of Mineral Springs”, is wederom een pakkend verhaal over Eddie en Rita, twee engelen en over hoe ze dat werden. Een terechte hoofdrol is er dan voor Pam Daley die zich met “Desert Lullaby” diep de harten van alle Alison Krauss-fans inzingt. Dit had zo op de soundtrack van “O Brother Where Art Thou?” gekund. Haar naam zou dan ondertussen ook al gemeengoed geweest zijn…

Met respectievelijk “Saro”, “The Last Yellow Rose”, “Slow Dancing At Evangeline’s”, “Chasing The Fire” en “A Single Candle” eindigt het album ook in schoonheid. Ook dat blijken immers fraaie staaltjes van zowel het enorme schrijverstalent van Stuart, als van zijn vocale innemendheid. Wat een mooie stem heeft die man toch… Laat hem zo snel mogelijk een paar keer aantreden in het voorprogramma van Alison Krauss, durven wij te suggereren. Je zal zien, hoe snel hij daarna zelf volop in de belangstelling zal staan!

www.backcountryrecords.com

 

 

PAUL BRILL “Sisters LP”

(Scarlet Shame Records)

(3,5) J J J J

 

 

In 2001 wist Paul Brill met zijn debuutplaat “Halve The Light” de aandacht op zich te vestigen. Flink wat airplay en uitstekende recensies vielen zijn wat hij zelf “Post-Country Heartache” noemde te beurt. En nu zijn er dus zijn twee “Sisters” cd’s. Enerzijds de “EP”, een spaarzaam begeleide en als geheel erg somber aandoende collectie liedjes, waar vooral de fans van Nick Drake en Gillian Welch wel raad mee zullen weten. Anderzijds de “LP” die barst van de energie en die naast Pauls vaste begeleiders ook gastbijdragen bevat van leden van het Duke Ellington Orchestra en het Tin Hat Trio. Americana? Zeker weten! Al kiest Paul Brill zeker niet voor de platgetreden paden. Zijn muziek valt op door een gewaagde instrumentenkeuze en een al even gevarieerd aanbod aan moods. Brill lijkt de talenten van de twee opper-Beatles in zich te verenigen. De formidabele hooks die tal van zijn liedjes kenmerken kenden we vooral van McCartney, terwijl hij met Lennon zijn zin voor experiment deelt. “Sisters LP” is dan ook een plaat met twee gezichten. Sommige nummers laten je vanaf de eerste beluistering niet meer los, terwijl de andere helft van het aangeboden repertoire slechts heel langzaam zijn geheimen prijsgeeft. Wij waren en zijn nog steeds heel erg in onze nopjes met de knappe alt. country (bluegrass?) van opener “Begin At The End” (Wat een titel om een album mee in te zetten!) en het bevreemdende door blazers en accordeon gedomineerde “Spit And Spite”.

Wie zijn muziek niet al té eenvoudig prefereert heeft hier een geweldige kluif aan! Paul Brill is namelijk een singer-songwriter die het absoluut verdiend om door een heel ruim publiek gehoord te worden.

http://www.paulbrill.com/

http://www.cdbaby.com/cd/brill03

 

 

DIANE ZEIGLER “Paintbrush”

(cdfreedom.com)

(4) J J J J

 

 

In 1995 verscheen bij Philo het debuut van Diane Zeigler, “Sting Of The Honeybee”, een hele mooie introverte plaat balancerend op de soms flinterdunne scheidingslijn tussen folk en country, met een lichte voorkeur toch voor het eerste van die twee. Vijf jaar later was er dan “These Are The Roots”, met de klemtoon nog iets meer op de folkkant van Zeigler - een heel volwassen, heel erg rijp aandoende plaat, die terecht onder de lovende kritieken werd bedolven. En nu is er dus haar derde, “Paintbrush”. En daarop lijkt Diane Zeigler country weer wat meer ruimte te willen geven. Wat resulteert in enkele beklijvend mooie liedjes. Om te beginnen bijvoorbeeld het openingsnummer van het album, “Ride That Rail”, dat drijvend op een wolkje accordeon van T-Bone Wolk (Tja!) openbloeit tot een gedroomde singlekandidaat. Of het nummer waaraan de plaat haar titel ontleende, “Indian Paintbrush”, dat een prachtige poëtische tekst over de liefde koppelt aan een enigszins Iers aandoende melodie – héél fraai allemaal. Of de prachtige aan wijlen Dave Carter opgedragen ballade “Gentle Soldier Of My Soul”, een mooiere manier van afscheid nemen lijkt ons nauwelijks denkbaar. Je zou ze eigenlijk probleemloos allemaal even in het zonnetje kunnen zetten, de 11 tracks van dit album, dat een ongekende puurheid uitstraalt. De hoesfoto toont Diane Zeigler al zittend temidden van een bloemenveld. En eigenlijk voelt deze plaat ook zo aan. Heel erg natuurlijk in haar betoverende eenvoud…

http://www.dianezeigler.com/

http://www.cdfreedom.com/

 

 

SMALLTOWN ROMEOS “Superfiction”

(Monkeyman / V2)

(4) J J J J

 

 

Onder het motto “Beter laat dan nooit!” de tweede van de Smalltown Romeos. Voor “Superfiction” kregen Eric Van Dijsseldonk (gitaar) en Gabriël Peeters (drums) het gezelschap van Willem van Wordragen (bas). En daarmee telt deze Nederlandse groep voortaan drie volwaardige singer-songwriters in de rangen. Alle drie schrijven ze pakkende popsongs die beurtelings een hoog Britpop-, Americana- of bubblegumgehalte blijken te hebben. Waarbij vooral de heerlijke harmonieën en het subtiele gitaarspel van Van Dijsseldonk in het oog springen. Wat kan die man toch een lekker potje gitaar spelen! Zelden een gitarist aan het werk gehoord die zo mooi binnen de lijnen van een liedje blijvend weet uit te blinken. Voor de productie tekende overigens Wouter Planteijdt.

“Superman Or Charlie Brown” ken je wellicht al als de single van deze plaat, een nummer met een zomers powerpopgevoel dat schreeuwt om de hitstatus. Maar van dat soort snoepjes bulkt het op “Superfiction”. “Modern Love” bijvoorbeeld ook, of het ingetogen “Remember To Forget”, of “Maybe I Don’t Wanna Know”, of “Girl Named Austin”, of… je zegt het maar! Maak deze plaat aan de overkant van het Kanaal en je rustige dagen zijn geteld. Zo goed? Zo goed, ja!

www.smalltownromeos.com

 

 

ELEVEN HUNDRED SPRINGS featuring KIM PENDLETON “Broken Dreams”

(Last Beat Records)

(4) J J J J

 

 

“We dachten, dat het wel leuk zou zijn om eens iets anders te proberen,” zegt Matt Hillyer zelf over de laatste release van zijn band Eleven Hundred Springs. Niet dat ze op “Broken Dreams” hun country roots nu compleet verloochenen, maar anders is het inderdaad ook wel. Met Kim Pendleton (Vibrolux) aan boord brengen ze nog steeds country van het betere soort. Géén typische Texaanse country anno nu, neen dank u. En ook niet het type alt. country afkooksel waarvoor men dezer dagen bijvoorbeeld in No Depression zo graag warm loopt. Neen, gewoon lekkere country met een scherp randje. En de hese stemmen van Hillyer en Pendleton vullen elkaar daarbij werkelijk perfect aan. Slechts vijf nummers telt deze cd, maar hij verveelt dan ook geen seconde. Van bij de vinnige opener “Depend On You” over het lekker twangende titelnummer of de klassieke country trage “We Don’t Need To Belong” tot aan het sluitstuk van de plaat, de John Prine cover “Illegal Smile” (waarvoor ook Max Stalling en Jason Boland even langsliepen) – het klinkt allemaal even lekker en smaakt volop naar meer. Zo’n beetje als de duettenplaat die Two Dollar Pistols enige tijd geleden inblikten met Tift Merritt. Hopelijk ook met hetzelfde resultaat voor deze sympathieke bende!

http://www.elevenhundredsprings.com/

http://www.lastbeatrecords.com/

 

 

RICHARD JULIAN “Good Life”

(My Good Man Records)

(4) J J J J

 

 

Richard Julian levert met “Good Life” een ronduit verbluffende collectie (luister)liedjes af. De man schudt op zijn derde cd schijnbaar achteloos de ene prachtsong na de andere uit de mouw. En met zijn enigszins aan Paul Simon reminiscente stem weet hij ze ook ditmaal weer uitstekend te vertolken. Van bij het bitterzoete openingsnummer “Please Rene, Not Now” tot aan de afsluitende reprise van het meest catchy nummer van de plaat “Good Life” is het 17 keer bingo! Dit is zondermeer één van de beste songwriterplaten die we de jongste maanden mochten begroeten en we willen ze derhalve ook van harte aanbevelen aan iedereen die zo nu en dan een goede story song weet te appreciëren.

http://www.richardjulian.com/

http://pastemusic.com/artist/10208

 

 

THE HAVENOTS “Bad Pennies”

(Circus 65 Records)

(3,5) J J J J

 

 

The HaveNots zijn een tweetal afkomstig uit het Engelse Leicester, bestaande uit de youngsters Sophia Marshall (20) en Liam Dullaghan (22). Van hen verscheen onlangs bij Circus 65 Records de geslaagde debuut-cd “Bad Pennies”, een album waarop Britse popinvloeden en Americana naadloos met elkaar worden verweven. Vooral in de wat rustigere nummers als “Evergreen” of “First & Last”, waarin de stemmen van Marshall en Dullaghan elkaar perfect complementeren, hoor je dat het tweetal over een enorm potentieel beschikt. Maar ook wat meer uptempo happen als “Sweetness + Light” en de geknipte singlekandidaat “Run For Colour” gaan er hier in als zoete koek, hoor! Voor zowel liefhebbers van pakweg de Sundays of Mazzy Star als die van Chitlin’ Fooks of Ryan Adams valt er heel wat moois te beleven op deze Britse Americanavariant met een hoog popgehalte!

http://www.havenots.co.uk/

http://www.circus65.com/

 

 

INTERSTATE COWBOY “Ranch Dance Ruckus”

(Ranch Dance Ruckus Records)

(3,5) J J J J

 

 

Interstate Cowboy is een uit Colorado afkomstig country gezelschap rond zanger-gitarist Tim Champlin. Het leeuwendeel van de songs op de cd “Ranch Dance Ruckus” zijn dan ook van zijn hand. Enkel het van Jay Ungar en Molly Mason bekende “Lovers Waltz” en de traditionals “Draggin’ The Bow” en “Redwing” schreef hij niet zelf. En Champlin blijkt over een uitstekende pen te beschikken! “Ranch Dance Ruckus” staat immers bol van de lekkere western swing, hillbilly en hard country deunen, die lang vervlogen tijden in herinnering roepen. Country met een hoofdletter C dus. En voor al wie net als ons de buik meer dan vol heeft van wat er dezer dagen in Nashville aan de lopende band wordt gefabriceerd, zijn platen als deze van Interstate Cowboy een ware zegen.

www.interstatecowboy.com

 

 

AMBERJACK RICE “New Roots”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Rice Moorehead A.K.A. Amberjack Rice bewijst met zijn vijfde cd “New Roots” er een hoogst eigenzinnige kijk op het Americana genre op na te houden. En eigenzinnig staat in dit geval gelijk met erg interessant. Zijn wat bluesy aandoende rootsmuziek klinkt immers zeer okselfris. Het rammelt zo’n beetje langs alle kanten en je weet op voorhand nooit wat er te gebeuren staat. Deed ons wat dat betreft trouwens een beetje denken aan de aanpak van Tom Waits op zijn beste platen.

Als we hier zelf een stel favoriete tracks zouden moeten aanwijzen, dan zouden de alt. bluegrassriedel “I’m Sorry Lord”, het rauwe bluesy “99 Bottles Of Beer” en de pure country van “The Other Side Of The Bottle” veel kans op een nominatie maken. Maar eerlijkheid gebiedt ons daar onmiddellijk aan toe te voegen, dat we de nummers van Rice Moorehead eigenlijk stuk voor stuk heel erg weten te appreciëren. Straffe kost!

www.amberjackrice.com

 

 

CAITLIN CARY “I’m Staying Out”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Op de opvolger van haar bejubelde eersteling “While You Weren’t Looking” toont ex-Whiskeytown violiste Caitlin Cary eens te meer dat die groep meer te bieden had dan Ryan Adams alleen. “I’m Stayin’ Out” is een emotioneel gezien erg rijpe plaat geworden. Aan het handje van producer Chris Stamey levert Cary een werkstuk af dat met het betere werk van pakweg een Rosanne Cash of een Mary Chapin Carpenter kan wedijveren. Met dien verstande dat Caitlin Cary kiest voor een net iets meer Americana getinte benadering, waardoor haar jongste voor ons nog iets aantrekkelijker wordt. Nummers als de met Thad Cockrell gepende brok countryleed “Please Break My Heart”, de schitterende soulvolle ballad “The Next One” of het al even heerlijke “You Don’t Have To Hide” maken van “I’m Staying Out” zo’n album dat je van bij de eerste beluistering in je hart sluit. Voeg daar nog aan toe dat schoon volk als Mary Chapin Carpenter, Don Dixon, Mitch Easter, Audley Freed (Black Crowes), Mike Daly, Thad Cockrell en Chris Stamey een flinke hand kwam helpen tijdens de opnames ervan en alle ingrediënten om het momentum na haar full cd debuut vast te houden lijken aanwezig. Cary is op weg om in het kielzog van Ryan Adams één van de eerste supersterren van het Americana genre te worden. En meer dan verdiend ook!

http://www.caitlincary.com/

http://www.sonic.nl/

 

 

TIM EASTON “Break Your Mother’s Heart”

(New West / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Toen Tim Easton in 1998 zijn eerste solo-album “Special 20” op de wereld losliet, was al snel duidelijk dat het voormalige Haynes Boys-lid  een singer-songwriter van uitzonderlijke klasse was. Als een lopend vuurtje circuleerde zijn naam dan ook in de Americana publicaties. En al snel werd Easton getekend door het gereputeerde New West Records. Zijn eerste plaat voor dat label, “The Truth About Us” uit 2001, was opnieuw één van de lievelingsplaten van de verzamelde persmeute. En vrijwel unaniem werd dan ook aangenomen, dat Easton grote dingen zou gaan doen in de toekomst. En die toekomst is nu! Voor ons ligt zijn derde cd “Break Your Mother’s Heart”, met sprekend gemak zijn beste cd tot op heden - een beetje ruwer van concept, een beetje relaxter in de songkeuze. En precies dan is Easton op zijn best! Warm uithalend met zijn hese schuurpapierstem en met slechts de akoestische gitaar omgegord, kan hij je echt doen smelten. Folky Americana pareltjes als “Hanging Tree” of “John Gilmartin” zullen zowel bij de fans van Whiskeytown of Ryan Adams als bij die van Steve Earle zeer in de smaak vallen. En het catchy rootsrockertje “Black Hearted Ways” verdient massa’s radio airplay. Easton kreeg hier ondermeer hulp van Heartbreakers-gitarist Mike Campbell en ace drummer Jim Keltner. En wat verderop is ook Greg Leisz van de partij om met zalig dobrowerk “Amor Azul” mee tot hoogtepunt van deze toch al grote plaat te laten uitgroeien – zo klinkt muziekgeworden liefdesverdriet dus!

Voor wie het ondertussen nog niet begrepen mocht hebben, wij zijn behoorlijk kapot van deze plaat…

http://www.timeaston.com/

http://www.sonic.nl/

 

 

DOYLE BRAMHALL “Fitchburg Street”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Doyle Bramhall werd geboren in Fitchburg Street in West Dallas in 1949. Daarmee is gelijk de titel van zijn tweede soloplaat verklaard. Van jongs af aan leerde hij te houden van muziek over het algemeen en de blues meer in het bijzonder. Van Howlin’ Wolf en Memphis Slim tot Muddy Waters en Jimmy Reed of Lightnin’ Hopkins en Ray Charles. Het mag dan ook geen verbazing wekken dat het indrukwekkende c.v. dat de man tot op heden vergaarde voornamelijk in het teken staat van diezelfde blues. De meest in het oog springende feiten daarop zijn z’n samenwerking met Stevie Ray Vaughan en zijn eigen debuut “Bird Nest On The Ground” dat in 1994 verscheen bij Antone’s Records en er uitgroeide tot het best verkopende album van dat label.

En nu is er dus “Fitchburg Street”, de opvolger van die plaat, waarop het volop genieten geblazen is. Bramhall beschikt over een enorm soulvolle stem - getekend door de tijd, gehard door het leven. En op “Fitchburg Street” vertolkt hij nogal wat klassiek bluesmateriaal. Opener “Dimples” is een bezielde uitvoering van één van John Lee Hookers bekendste nummers, “That’s How Strong My Love Is” werd ontleend aan de rijkgevulde catalogus van wijlen Otis Redding en “I’d Rather Be (Blind, Crippled & Crazy)” mag u zich herinneren in de uitvoering van O.V. Wright. Verder treffen we hier songs aan die bekend werden in de vertolkingen van Buddy Miles, Howlin’ Wolf, Erma Franklin en Z.Z. Hill. Een echt “labor of love” dus, waarop Bramhall zijn eigen favorieten met respect nieuw leven inblaast. Met een speciale vermelding voor het door Bramhall zelf gepende “Life By The Drop”, ooit nog opgenomen door Stevie Ray Vaughan. Diens schaduw hangt trouwens zwaar over dit album. Regelmatig moesten wij terugdenken aan de hoogdagen van de jongste Vaughan en Double Trouble bij het aanhoren van “Fitchburg Street”. En dat is waarschijnlijk één van de mooiste complimenten die je Bramhall kan maken…

Warm aanbevolen!

www.doylebramhall.com

www.sonic.nl

 

 

VIC CHESNUTT “Silver Lake”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Wat gaat de tijd toch snel! “Silver Lake” is alweer de 11de plaat waarmee singer-songwriter Vic Chesnutt op zich opmerkzaam maakt. En waar zijn de dagen dat hij de steun van mensen als Michael Stipe, Billy Corgan of Madonna nodig had om van zich te doen spreken? Chesnutt is ondertussen zelf uitgegroeid tot een gevestigde waarde binnen het songwritersgild. En met zijn wat apart benepen stemgeluid is hij één van die mensen die je herkent uit de duizenden. “Silver Lake” is zijn wat ons betreft meest geslaagde worp tot op heden. Je hoort hier een zelfverzekerde artiest aan het werk, die tal van invloeden verwerkt in zijn nochtans hoogstpersoonlijk overkomende creaties. Dat resulteert in knappe introverte ballads (het bitterzoete “I’m Through”), betoverende popsongs (het ontroerende “In My Way, Yes” of het mooi open waaierende “Stay Inside”) en vlijmscherpe rockers (“2nd Floor” – waar alle Neil Young & Crazy Horse fans dringend eens moeten naar luisteren). Met een speciale vermelding voor het epische “Sultan, So Mighty”, verteld vanuit het standpunt van een eunuch en volgestouwd met de meest uiteenlopende onverwachte instrumenten.

Muzikaal gezien staat “Silver Lake” als een huis. En dat hoeft helemaal niet te verbazen als je er de liner notes op naleest. Schoon volk als Don Heffington, Mike Stinson, Doug Pettibone en Patrick Warren is in de buurt om hand- en spandiensten te verlenen aan een bijzonder geïnspireerd overkomende Chesnutt. En de finishing touch van producer Mark Howard (bekend van zijn werk met o.m. Lucinda Williams, Tragically Hip, Bob Dylan en U2) mag er ook best wezen. Chesnutt lijkt dus alle troeven in handen te houden om zijn gestaag groeiende fangemeente flink te gaan laten toenemen.

http://www.vicchesnutt.com/

http://www.sonic.nl/

 

 

UNDERTAKIN’ DADDIES “Devil In The Rearview”

(Caribou Records)

(5) J J J J J

 

 

Op hun tweede cd “Devil In The Rearview” voltrekken de Undertakin’ Daddies het perfecte huwelijk tussen country en bluegrass. De Canadezen slagen er met hun akoestische benadering wonderwel in om het beste uit de twee genres te versmelten tot ronduit briljante roots music. De klassieke countrystem van zanger-bassist Kevin Barr en de hemelse harmonieën van gitarist George McConkey en mandolinespeler Bob Hamilton (ook voortdurend uitblinkend op de harmonica) maken van “Devil In The Rearview” zo’n typisch geval van liefde op het eerste gehoor. Acht eigen composities en een viertal geleende stukken lang (waaronder een sublieme uitvoering van Merle Haggards “Holding Things Together”) houden de Undertakin’ Daddies je in hun ban met het beste van twee werelden. En met het door Hamilton geschreven “Somebody Loses” bevat hun nieuwe album bovendien ook nog eens één van de mooiste countrynummers van de voorbije jaren. In mij hebben ze er alvast een fan voor het leven bij! Briljant gewoon!

www.caribourecords.com

 

 

ROB McNURLIN “Lonesome Valley Again”

(Buffalo Skinner Recordings)

(5) J J J J J

 

 

In 1992 verscheen “Last Of The Beatnik Cowboys” van de man. In 2000 was er “Cowboy Boot Heel”, destijds opgenomen in de studio van Johnny Cash in Tennessee. En nu is er dus zijn derde, “Lonesome Valley Again”. Een moordend tempo houdt hij er dus niet bepaald op na, deze Rob McNurlin, als het op platen uitbrengen aankomt. Maar daar staat dan weer tegenover, dat als je platen zo goed zijn als deze, je best wat meer tijd mag gebruiken om ze af te werken. “Lonesome Valley Again” staat immers barstensvol met heerlijke Americana luisterliedjes, waarin McNurlin slechts gewapend met die schitterende expressieve stem van ‘m, een akoestische gitaar en een blues harp gospel, country, bluegrass en blues op een fantastische manier laat samenvloeien. En wat meer is, het merendeel van het hier aangeboden materiaal werd gewoon live thuis opgenomen. Lekker ruw dus, op een drietal uitzonderingen na compleet zonder overdubs. “Ik ben altijd al een minimalist geweest,” zegt McNurlin daarover. De man schrijft dan ook volgens de principes van Woody Guthrie – over wat hij ziet dus, bijna als een fotograaf... En dat levert schitterende plaatjes op als het bluesy “Best Black Western Suit”, de surrealistische opener “Zero +”, het van een fraai stukje mondharmonica voorziene “The Hungry Eye” en het al even knappe titelnummer. Een absolute aanrader voor de fans van artiesten als een Guy Clark en een Townes Van Zandt. Briljant!

www.robmcnurlin.com

 

 

DALE WATSON “One More Once More – Dale Watson’s Honky Tonk Swing Album”

(Continental Song City / CRS)

(3,5) J J J J

 

 

Al weet je bij voorbaat dat Dale Watson wellicht nooit een echt slechte plaat zal maken, toch was het even schrikken bij de eerste paar beluisteringen van “One More Once More”. Dit is niet de Watson die we kennen en waar we hebben leren van houden. Dit is de veel gladdere honky tonk swing uitvoering van de man. “Honky tonk swing songs that I would like to think would have been conjured up if Dean Martin had tee many Martooni’s with Bob Wills and Lefty,” noemt hij het zelf en daarmee waren we eigenlijk meteen gewaarschuwd. Nu moet je als fan echter niet meteen gaan panikeren, hoor! Een paar draaibeurten verder croonen we zelf zo nu en dan al een mondje mee met Watson. En hier hoor je eigenlijk pas echt goed wat voor een uitzonderlijk mooie countrystem de man wel heeft. Bovendien bevat het album flink wat materiaal dat het live zeer goed zal gaan doen. We noemen bijvoorbeeld het beleefd swingende “So Glad You’re Mine”, het speelse “Cupid” en de tot meezingen uitnodigende opener “Once More”. Maar, eerlijk is eerlijk, wij houden al bij al toch oneindig veel meer van de country pur sang die we van deze uitermate sympathieke kerel gewoon waren… Een kwestie van smaak wellicht.

http://www.dalewatson.com/

http://www.continental.nl/

 

 

BJ’S PAWNSHOP “Red Light Tracks”

(New Road Records / V2 Records)

(4) J J J J

 

 

Bart Jan Baartmans bewees onlangs met zijn productiewerk voor J.W. Roys “Keep It Coming” dat we terdege rekening met hem zullen moeten houden in de toekomst van Americana in Nederland. Hij heeft de voorbije jaren zijn vaardigheden flink aangescherpt door uitgebreid te touren, zowel in Europa als in de States. En dat hoor je volop aan “Red Light Tracks”. Dit is een plaat die zo Amerikaans aandoet, dat velen verbaasd zullen opkijken wanneer hen wordt meegedeeld dat deze gitarist / singer-songwriter afkomstig is uit het Nederlandse Boxmeer. Heel straffe koffie! Vooral dan het met Iain Matthews gebrachte rootsrock pareltje “Helicopter Girl” is zo’n nummer dat zich met kleine weerhaakjes in je onderbewustzijn vasthecht en dat schreeuwt om radio-aandacht. Matthews is trouwens ook van de partij op twee andere highlights hier: het erg laid back aandoende “She’s Aiming High” en het soulvol rockende “Feet”. Met Eugene Ruffolo dan weer brengt BJ het duetje “Sally Tonight”. En ook dat blijkt uitstekende Americana. Baartmans is dus erg goed bezig op zijn vijfde album (het tweede onder de bandnaam BJ’s Pawnshop) en bewijst dat de Lage Landen hun plaatsje op de kaart van Americanaland zo stilaan wel verdienen.

http://www.bjbaartmans.com/

http://www.newroadmusic.nl/

 

 

THE FOUND CATS “Full Gospel Rockabilly”

(Golly Gee Records)

(4) J J J J

 

 

Rock & roll muziek des duivels? Ha, laat ons niet lachen! Dit zit achter A1 op de jukebox van de paus! De uit Long Island afkomstige Found Cats brengen rockabilly van het puurste soort met een christelijke inslag, zoals de titel van de cd al laat vermoeden. “Full Gospel Rockabilly” inderdaad… Titels als “Heavenly Teardrops”, “Wham Bam Born Again!”, “Living In Your Grace”, “Just A little Prayer”, “Gotta Believe”, “The Power Of Prayer” of “Rock Me, Jesus” spreken wat dat betreft trouwens ook boekdelen. Hier krijg je de boodschap in een hoogst interessant kleedje aangeboden. Muzikaal gezien is het immers allemaal heel erg sterk, wat de Found Cats opdienen. Lekker strak gespeeld en met vocale hoofdrollen voor beurtelings drummer Pete Ludovico (The Spinouts / Peter & The Wolves), gitarist Jeff McLary (Long Island Hornets) en bassist Tom Hopkins (Rhythm Bound!). Heerlijk hoe ze in “Found Cat” een flardje uit de Stray Cats classic “Stray Cat Strut” binnensmokkelen! Of hoe ze Elvis een beurt geven in “Run On”! Al bij al een schoolvoorbeeld van een gevarieerd rockabilly album. Wij zijn alvast bekeerd, nu u nog…

 

http://www.cdbaby.com/cd/foundcats

http://www.gollygeerecords.com/Bands/BandDetail.asp?BandID=19

 

 

KACEY JONES “Never Wear Panties To A Party”

(IGO Records)

(3,5) J J J J

 

 

Kacey Jones is een fenomeen. Met haar krolse stem en haar soulvolle bluesy voordracht heeft ze twee stevige troeven in huis. Weinigen is het immers gegeven om Americana en humor smaakvol te combineren. Maar La Jones flikt het hem weer. De tong zit als vanouds stevig in de wang voor songs als het titelnummer “Never Wear Panties To A Party”, “222nd Wind”, “I Thought He Was Mr. Right (But He Left)” en “Gimme A Younger Man” om er slechts enkele van onze favorieten uit te lichten. Zoals op “Every Man I Love Is Either Married, Gay , Or Dead” en “Men Are Some Of My Favorite People” speelt Kacey Jones ook nu weer voortdurend met woorden en hun betekenissen. En al sta je dan als niet native speaker wel eens voor raadsels, toch blijft dit een met de glimlach aan te bevelen cd.

www.kaceyjones.com

 

 

JOE ROHAN “Walk Along”

(Off The Map Music)

(4) J J J J

 

 

“Walk Along” is het cd-debuut van gerespecteerd drummer Joe Rohan. De man bewijst op deze plaat ook een uitstekende songschrijver te zijn. “Walk Along” staat immers bol van de puntige Americana songs. Van heerlijke ballades tot vlammende rockers, ja tot zelfs een instrumentaaltje… En niet het minste, hoor! “Cactus Waltz” ademt dezelfde desolate sfeer uit, die bijvoorbeeld ook het werk van een Ry Cooder of Calexico kenmerkt. Nog enkele hoogtepuntjes zijn het van lekker twangy gitaarwerk voorziene titelnummer, de knappe ballade “Finally Comes Around” (mee gedragen door de lekkere backings van Jen Podulka) en “Pelican Dance”. Als je naar aanknopingspunten zoekt, dan kunnen we verwijzen naar pakweg een John Hiatt, een Tom Petty of een Dave Matthews. Prima Americana rootsrock dus. Een man waar we nog veel zullen van gaan horen!

http://www.joerohan.com/

http://www.cdbaby.com/cd/joerohan

 

 

BROOKS WILLIAMS “Nectar”

(Signature Sounds)

(4) J J J J

 

 

Wie zijn album aftrapt met een nummer van Aztec Camera’s Roddy Frame mag meteen op onze volle sympathie rekenen. Goed bekeken dus door Brooks Williams, dat hij “Birth Of The True” gelijk een frisse beurt meegeeft, waarin de geest van de Beatles rondwaart. Na meer dan een dozijn albums en oneindig veel optredens zal je deze jongen het klappen van de zweep niet meer hoeven bij te brengen, zoveel is duidelijk. “Nectar” is Williams’ beste plaat totnogtoe. Tien nummers, waarvan zes eigen composities en vier covers van verder ook nog Dougie MacLean, Memphis Slim en John Martyn, krijgen we voorgeschoteld. De productie van het geheel was in handen van de gereputeerde Phil Madeira (Buddy & Julie Miller, Greg Trooper). En het resultaat is een aangenaam wegluisterende Americana folk plaat, die wat ons betreft haar hoogtepunten kent in het eerder al vermelde “Birth Of The True”, het soulvolle “Half The Groove”, het funky “Yellow Hummingbird” en een knappe vertolking van de Memphis Slim classic “Mother Earth”.

http://www.brookswilliams.com/

http://www.signaturesounds.com/

 

 

JOHN EDDIE “Who The Hell Is John Eddie?”

(Lost Highway / UMG)

(4) J J J J

 

 

John Eddie? Who the hell is John Eddie? Leuke voorzet om een cd-recensie mee te beginnen! Gewoon nog even binnenknikken en je bent vertrokken… Deze uit Virginia afkomstige, maar muzikaal in New Jersey gerijpte rocker laat zich ergens in de buurt van Bruce Springsteen situeren - die trouwens een fan van de man blijkt te zijn en zelfs regelmatig eens mee het podium met ‘m betreedt. Vooral in de zachtere nummers is de stemgelijkenis frappant! Dat maakt van John Eddie echter geen epigoon, helemaal niet! Hier hoor je een door de wol geverfde muzikant aan het werk, die het allemaal al wel eens heeft beleefd, alles behalve dan die grote doorbraak. En daar zou nu wel eens verandering in kunnen komen. “Who The Hell Is John Eddie?” werd immers opgenomen in de legendarische Ardent studio’s met achter de knoppen de gerenommeerde Jim Dickinson (Replacements, Big Star). Bovendien verscheen het album op het Lost Highway label van Lucinda Williams en dat verklaart allicht mee de aanwezigheid van Tift Merritt hier. Wat de songs betreft kunnen we kort zijn. Die zijn van een constant zeer hoge kwaliteit: liedjes over het leven on the road, de liefde en de daarmee vaak gepaard gaande pijn en over zijn weinig bevredigend verleden als muzikant in shithole bars, zoals hij ze zelf noemt. Muziek die uit het hart komt en op het hart mikt…

http://www.johneddie.com/

http://www.whothehellisjohneddie.com/

www.losthighwayrecords.com

 

 

THE SIDERUNNERS “Ain’t Inventin’ The Wheel”

(Failed Experiment Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met het melodieuze countryrockertje “Countin’ Threes” maken de Siderunners hun bedoelingen op deze “Ain’t Inventin’ The Wheel” cd meteen duidelijk. Deze doorgewinterde veteranen van het Chicago punkgebeuren springen met genres en grenzen om alsof die er helemaal niet zijn. Is het country? Is het alt. country? Is het Americana? Is het rock? Who cares! Het is verdomd aanstekelijke muziek! En wij houden het op country con cojones…

Wie van groepen als BR549, Southern Culture On The Skids, Jason & The Scorchers of de Backsliders houdt, moet hier dringend eens wat aandacht aan besteden. Want twang is hier nog geen loos begrip! Lekker vettige country, gespeeld met zoveel overtuiging dat je er gewoonweg niet omheen kan!

http://www.siderunners.com/

http://www.failedexperimentrecords.com/

 

 

RHONDA VINCENT “One Step Ahead” (Rounder / CRS)

(5) J J J J J

 

 

Wat Rhonda Vincent de voorbije paar jaren aan oorstrelend mooie dingen op de bluegrass-goegemeente heeft losgelaten grenst aan het onvoorstelbare. Na “Back Home Again” (2000) en “The Storm Still Rages” (2001) maakt ze met “One Step Ahead” nu de perfecte hattrick vol. Net als Alison Krauss beschikt ook Rhonda Vincent over een kristalheldere stem en net als dat andere zingende nachtegaaltje is ze daarnaast een begenadigde instrumentaliste en songwriter. Voeg daar nog aan toe, dat ze op “One Step Ahead” een beroep mocht doen op het kruim van de actuele bluegrass-scène. Van de partij zijn zo ondermeer Aubrey Haynie, Bryan Sutton, Stuart Duncan en Sam Bush. En als kers op de zo al erg smakelijk ogende taart komt ook Alison Krauss even voorbij voor wat vocale bijstand op “One Step Ahead Of The Blues”.

Het gebodene op “One Step Ahead” is van een constante zeer hoge kwaliteit. Zoeken naar hoogtepunten heeft dan ook absoluut geen zin, want iets anders vind je hier niet! Maar wij gaan al bij al toch nog net iets gewilliger door de knieën voor Vincent als ze even wat gas terugneemt. Bij “Pathway Of Teardrops”, “Missouri Moon” en “You Can’t Take It With You When You Go” smelten wij telkens weer heel even weg. Heerlijke muziek gewoon… En alweer zo’n plaat waarmee ze haar steentje bijdraagt tot de popularisering van het bluegrass-genre.

http://www.rhondavincent.com/

http://www.continental.nl/

 

 

THE BE GOOD TANYAS “Chinatown”

(NETTWERK / EMI)

(5) J J J J J

 

 

In het kielzog van de hype rond akoestische muziek die door de soundtrack bij de film “O Brother Where Art Thou?” in de States gecreëerd werd lijken de Be Good Tanyas met hun tweede cd “Chinatown” op het juiste ogenblik op de juiste plaats te zijn aanbeland. Het Canadese meidentrio valt in het almaar breder wordende huidige aanbod aan Americana immers op door een charmant rammelende benadering van het genre. Je zou het alternatieve bluegrass kunnen noemen, maar daarmee loop je het risico potentiële geïnteresseerden bij voorbaat af te schrikken. En dat is nu net niet de bedoeling! Want net zoals Laïs in eigen land weet te betoveren met zijn eigentijdse folkvariant, zo lijken de Be Good Tanyas een rol van betekenis te kunnen gaan spelen bij het winnen van zieltjes om de toekomst van het Americanagenre te helpen verzekeren. Liefhebbers van pakweg een Lucinda Williams, een Mary Gauthier of de Cowboy Junkies zullen zich hier ook best in kunnen vinden. Zoals trouwens überhaupt alle liefhebbers van real roots music. Schitterende harmonieën en fraai akoestisch snarenwerk op afwisselend banjo, mandoline en ukelele zorgen voor een constant hoge kippenvelfactor. Luister en huiver bijvoorbeeld bij een ingetogen cover van “Waiting Around To Die” van wijlen Townes Van Zandt of bij andere verstilde heerlijkheden als “Reuben”, “Midnight Moonlight”, de wedergeboorte van het hier vooral in de uitvoering van de Animals bekende “House Of The Rising Sun” en “In My Time Of Dying”. Terloops wordt thematisch een indrukwekkend aantal onderwerpen aangekaart: van drugs tot gokken, van Jezus tot New Orleans, van geboorte tot dood, van verloren liefde tot de gevaren van het leven in de grote stad. Veel beter kan akoestische rootsmuziek niet klinken. Je moest al in de platenwinkel staan!

http://www.begoodtanyas.com/

http://www.nettwerk.com/

 

 

M. WARD “Transfiguration Of Vincent”

(Merge / Matador / V2)

(5) J J J J J

 

 

Met “Transfiguration Of Vincent”, zijn derde album tot op heden, lijkt Matt Ward aan de vooravond te zijn aanbeland van zijn artistieke doorbraak. Ward maakt ons dit keer deelachtig aan het rouwproces om zijn overleden vriend uit de titel. “This record,” lezen we op het hoesje, “was designed to keep the loss alive & behind me.” Rouwen mag, moet zelfs, maar het leven gaat onverminderd zijn eigen gangetje, lijkt Ward te beseffen. En de verbittering om het grote verlies moet plaats ruimen voor het besef dat de draad van het eigen leven hoogdringend weer dient te worden opgepikt. En als dat dan verder op deze manier kan, dan hebben wij alvast geen reden tot klagen. Ward heeft met zijn jongste album immers een hoogst indringend meesterwerkje afgeleverd. Zo’n plaat die je bij elke beluistering een beetje meer in haar ban krijgt. Een plaat ook, die steeds een tipje meer van de eigen sluier oplicht, zonder zich daarbij aan een al te brutale vorm van exhibitionisme te wagen. Ward heeft hier héél veel te bieden, maar je moet het zelf wel beetje bij beetje verdienen…

De vergelijkingen met het werk van Tom Waits en vooral ook Sparklehorse dringen zich bij het beluisteren van dit kleinood steeds opnieuw op. Ward betovert immers beurtelings met een rasperige Waitsiaanse benadering –al heeft hij al bij al toch een paar sigaretten minder geconsumeerd…- en een gebroken stem à la Mark Linkous. Van hortend en stotend voortjakkerend (zoals in “Helicopter”) tot onwezenlijk emotioneel (in bijvoorbeeld “Involuntary”) of gewoon frivool croonend (“Poor Boy, Minor Key”) – het ganse beschikbare palet aan stijlen wordt hier door Ward gebezigd. En als de man aan het eind van dit sowieso al indrukwekkende staalkaartje van zijn kunnen ook nog even David Bowie’s “Let’s Dance” een mystieke folkbeurt geeft, waarbij het origineel lijkbleek achterblijft, dan kan je eigenlijk alleen maar concluderen, dat wat die oude muziekwijsheid volhoudt ook daadwerkelijk klopt. Het hebben van de blues inspireert inderdaad tot grootse wapenfeiten.

http://www.matadorrecords.com/

http://www.v2music.com/

 

 

THE KIERAN RIDGE BAND “The Kieran Ridge Band”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(5) J J J J J

 

 

The Kieran Ridge Band heeft met zijn titelloze debuut een juweel van een roots rock plaat afgeleverd. Deze uit Boston afkomstige groep gevormd rond één van de grootste aankomende singer-songwriter talenten van het ogenblik laat het beste uit genres als blues, country en klassieke rock & roll verenigd uitmonden in puntgave songs. En de voordracht van Kieran Ridge zelf is daarbij een niet te onderschatten troef. De man beschikt immers over een stem die het midden houdt tussen die van Bob Dylan en die van John Prine. En daarmee beantwoordt dat orgaan perfect aan zijn songs: grote stem, uitstekend materiaal, zo hoort dat! Het berustende slotnummer van het album “Close Your Eyes” bijvoorbeeld is zondermeer één van de mooiste Americana liedjes die we dit jaar al hoorden. En het fraaie “Lonesome Traveler” waarmee Ridge de plaat aftrapt moet daar nauwelijks voor onderdoen. De rusteloosheid van de protagonist uit de songtekst druipt er zo van af. Tussen die twee uiteindjes legt Kieran Ridge nog tien keer zijn songwriterziel bloot. Songs over onschuld en ervaring, goede en kwade dagen, het leven on the road en de liefde worden op zo’n bezielde (lees: soulvolle) manier gebracht, dat we je dit album met de hand op het hart van harte kunnen aanbevelen. Dit wordt een hele grote, let maar op…

http://www.kridge.com/

http://www.cdbaby.com/cd/kieranridge

 

 

SETH “Cryin’ Songs”

(Epiglotic)

(4,5) J J J J J

 

 

Vanuit Chicago, IL bereikte ons de cd “Cryin’ Songs” van de ons nobele onbekende Seth. De man brengt hier zo goed als in zijn eentje vertolkingen van een stel country classics, zoals “Long Black Veil”, “Busted”, “Blue Eyes Cryin’ In The Rain” en “Lost Highway”. Tot daar het weinig wereldschokkende nieuws. Interessant wordt het pas als we je erbij vertellen, dat deze songs werden opgenomen met een 25 jaar oude 8 track terwijl Seth zich aan het uitleven was op een 70 jaar oude (geleende) dobro voorzien van 30 jaar oude strings. “I may never use new equipment again,” stelt de man in de liner notes. En wij kunnen alleen maar zeggen, dat we hopen dat hij woord houdt. Wat hij met deze voor het merendeel suf gecoverde songs met absoluut minimale middelen heeft uitgericht smaakt immers naar meer, véél meer… Dit is alt. country van een exceptioneel niveau. Welhaast ziek van de melancholie klaagt de dobro zich je onderbewustzijn binnen in het van Willie Nelson en Ray Charles bekende “Seven Spanish Angels”. En op luchtigere deunen als “Busted” of “Egg-Suckin’ Dog” (beiden groot gemaakt door de Man in Black) is het dan weer Seth zelf die imponeert – als een soort John Prine voor het nieuwe millennium drukt hij zijn tong stevig in de wang. Zelfs “Old Shep” (denk o.m. aan Elvis) klinkt in z’n uitvoering op “Cryin’ Songs” meer dan aanvaardbaar. En dat wil al iets zeggen! Door zijn wat aparte stem en zijn ongedwongen relaxte spel blaast Thompson alle songs hier een flinke dosis nieuw leven in. En was het dat niet wat criticasters van covers altijd geweten willen hebben? Dat deze alleen relevant zijn als ze iets toevoegen aan de originelen? Als dat het enige criterium zou zijn om deze collectie te beoordelen zou Seth cum laude slagen. Maar wij luisteren veel liever naar onze lichaamstaal. En ook die spreekt in dit geval boekdelen: pijn in de wijsvinger van het herhaaldelijk bewerken van de repeat-toets van de cd-speler… Hier kan wat ons betreft niet snel genoeg een vervolg aan worden gebreid!

http://www.epiglotic.com/

http://www.cdbaby.com/cd/setht2

 

 

HIGH OR HELLWATER “Living The Good Lie”

(Cooked In Greasor)

(4) J J J J

 

 

Op “Living The Good Lie” laat High Or Hellwater een hoogst genietbaar stelletje ongeregeld uit L.A. het beste uit de voorbije dertig jaar country rock weer even herleven. Lekker rough & rowdy klinkt het allemaal. Alsof de Black Crowes, de Georgia Satellites, Jason & The Scorchers en de Flying Burrito Brothers samen aan het jammen geslagen zijn… En een nummer als “The Good Lie” verdient het eigenlijk dik om ook door Belgische en Nederlandse radiomakers opgepikt te worden. Aanbevolen!

www.hellorhighwater.com

 

 

JACKSON TAYLOR BAND “Hollow Eyed & Wasted”

(Gaske Records)

(4) J J J J

 

 

Enkele weken geleden braken we hier nog een lans voor “Gypsies & Drifters”, de tweede cd van de Jackson Taylor Band. Toen al lieten we geen gelegenheid ongebruikt om je te overtuigen van onze affectie voor deze neo outlaw country. En dat zal voor deze “Hollow Eyed & Wasted”, Taylors derde, niet anders zijn. Wat deze Texaan en zijn kornuiten ook ditmaal weer klaarstomen is zo aanstekelijk, dat stilzitten moeilijk wordt. Taylor heeft gelijke delen Jennings, Shaver en Cash in zijn genen. Zoveel is nu wel met zekerheid duidelijk! De man doet je op om het even welk moment geloven dat outlaw country ook van deze tijd is. En wat meer is, hij doet dat met voornamelijk eigen materiaal. Enkel voor het stomende “Mystery Train” en voor “Eleven Roses” ging hij leentjebuur spelen bij respectievelijk Elvis en Hank Williams Jr. Maar wat een weelde aan heerlijke, goudeerlijke country hier! Van bij de opener, de gedreven geloofsbelijdenis “Long Legs & Long Necks” tot aan de van verwijzingen naar tal van country classics bol staande sluiter “Ride The Lightnin’” (met lekker vet gitaarwerk van Ronnie Belaire) worden we hier vergast op een waar honky tonk feest. “Blue Agave” lijkt zo van een plaat van wijlen Waylon Jennings te zijn afgevallen en bij het zuiders aandoende “Maria” kan je in gedachten de tequila zo op je tong proeven. Taylor slaagt er met “Hollow Eyed & Wasted” met brio in om ons geloof in country dat de laatste jaren een flinke knauw had gekregen weer volop te laten open bloeien. Als Ctrl. Alt. Country een eigen honky tonk zou uitbaten, dan zouden Taylor en kornuiten ons huisorkest zijn!

www.jacksontaylorband.com

 

 

AMY RIGBY “Til The Wheels Fall Off”

(Signature Sounds / Bertus)

(4) J J J J

 

 

The Mod Housewife, zoals ze in de Amerikaanse vakpers liefdevol genoemd wordt, is terug van even uit de schijnwerpers geweest. Amy Rigby vond onlangs nieuw onderdak bij het kleine maar gereputeerde label Signature Sounds en laat nu een zeer gedreven overkomende nieuwe cd op de wereld los. Heel wat bekende vrienden werden bereid gevonden om op die plaat, “Til The Wheels Fall Off”, hun duit in het zakje te komen doen. We noemen o.a. Duane Jarvis, Bill Lloyd (Foster & Lloyd), Ken Coomer (Wilco), Will Kimbrough en Todd Snider als de meest in het oog springende. Die laatste deelt met Rigby het fraaie titelnummer van de plaat. Heel mooi ook, het ingetogen voortkabbelende eigentijdse liefdesliedje “Don’t Ever Change”.

Het hilarische “Are We Ever Gonna Have Sex Again?” dan weer steekt op speelse wijze de draak met onze huidige jachtige levensstijl.

Als zelfs aan die primaire behoefte niet meer wordt voldaan, ja dan… “The Deal” lijkt vervolgens het muzikale gezelschap van Burt Bacharach wel te kunnen waarderen – al zou het ook gewoon Ben Folds geweest kunnen zijn… Het resultaat werkt in elk geval enigszins bevreemdend! Heel wat conventioneler van opzet is dan “O’Hare”, dat niet zou misstaan hebben op een Tom Petty plaat. En ook “Even The Weak Survive”, “Last Request” en “All The Way To Heaven” zijn bovenste beste poprock.

Conclusie: Amy Rigby kan het nog! Ze pakt als vanouds uit met zeer degelijk plaatwerk. Ons verwondert het eigenlijk al lang niet meer…

http://www.amyrigby.com/

http://www.signaturesounds.com/

 

 

AMY RIGBY “I’ve Got The World On A Broken String”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Vrijwel gelijktijdig met haar nieuwe studioplaat “Till The Wheels Fall Off” ontdekten wij van Amy Rigby op haar webstek de in eigen beheer uitgebrachte live-registratie “I’ve Got The World On A Broken String”. En die biedt ons een Rigby die duidelijk in haar element is. Ongemeen geestig en gevat. Constant het publiek bij haar performance betrekkend. Vooral bij een sarcastische sneer als “Cynically Yours” wordt dat heel erg duidelijk. Of bij de stortvloed aan drummermoppen die Rigby terloops even ophoest. Maar in de eerste plaats blijft ze natuurlijk een sublieme singer-songwriter. En in een akoestische setting gaat dat uiteraard alleen nog maar meer opvallen. Nummers als “Keep It To Yourself”, “Just Someone I Had In Mind”, “I Hate Every Bone In Her Body” of “Summer Of My Wasted Youth” zijn even pakkend als tekstueel spitsvondig. Mocht Elvis Costello een in de States woonachtige vrouw geweest zijn, dan zou hij wellicht zo hebben geklonken. En die bedenking alleen al zou moeten volstaan om Rigby nu maar eens eindelijk de aandacht te schenken die haar al lang volop toekomt.

www.amyrigby.com

 

 

TOM ARMSTRONG “Songs That Make The Jukebox Play”

(Spit & Polish / Shoeshine Records)

(4) J J J J

 

 

Het is slechts weinigen gegeven om de hoogdagen van het honky tonk genre zo intens te laten heropleven als deze Tom Armstrong dat een tweede keer doet op “Songs That Make The Jukebox Play”. In tegenstelling tot zijn voorganger “Sings Heart Songs” is Armstrongs nieuwe worp behoorlijk opgewekt. Alles lijkt een beetje meer in het teken te staan van de dansbaarheid van het materiaal. Voor het overige blijft alles bij het oude. Tom Armstrong laat de late fifties en prille sixties op zo’n vaardige manier herleven, dat je al bijna een kenner moet zijn om niet te gaan denken dat het materiaal dat je hoort zo’n goeie veertig jaar oud moet zijn. Namen als die van Faron Young, Ray Price en Webb Pierce borrelen spontaan op bij het aanhoren van nummers als “Promises Promises”, “Brand New Memories” of “A Good Night Tonight”. Zoals de titel van een oude Nederlandse popcompilatiereeks het placht te verwoorden: “Alle dertien goed!”

http://www.tomarmstrongmusic.com/

http://www.shoeshine.co.uk/

 

 

MARLEE MacLEOD “Like Hollywood”

(Catamount)

(4) J J J J

 

 

In een interview dat we recentelijk van haar afnamen gaf Marlee MacLeod aan stevig beïnvloed te zijn door Maria McKee en dat hoor je hier ook nadrukkelijk. Net als McKee in het verleden brengt MacLeod op haar toch ook alweer vijfde volwaardige cd “Like Hollywood” immers een geslaagde kruisbestuiving tussen Americana, pop en rock tot stand. Met haar doorleefde stem aan het handje van een opvallende banjoriedel laat ze heden en verleden elkaars gezelschap opzoeken in het gezapig voortstruinende “Wish I Could”. Maar stevig kan het ook en dat bewijst ze bijvoorbeeld in strakke lappen alt. country als “O Muse” of “Regretfully” – met voldoende twang in huis om elke Americana-fanaat te kunnen bekoren, maar tegelijk ook van een heel erg hoog popgehalte voorzien. Heel knap ook, het rond fraai pedal steel werk van Eric Heywood opgetrokken ingetogen momentje “Wallflowers” en het extreem hitgevoelige openingsnummer van de cd, “Flying Time”, waarin MacLeod zelf op speelse wijze de mandoline hanteert. Met uitzondering van het eerder al vermelde “Wish I Could”, geschreven door Rob Veal, nam MacLeod trouwens al het songschrijfwerk voor haar rekening. En als dat dan pareltjes als het akoestische “Down Your River” of het statige “You Don’t Miss Me” oplevert, dan kan je hoogstens eens bewonderend tussen je tanden fluiten. Marlee MacLeod verdient eigenlijk al lang veel meer erkenning dan haar tot op heden te beurt is gevallen. Hopelijk mag “Like Hollywood” haar die ook eindelijk opleveren!

http://www.marleemacleod.com/

 

 

JASON MORPHEW “The Duke Of Arkansas”

(Ba Da Bing!)

(3,5) J J J J

 

 

Jason Morphew had ons al gewaarschuwd! “The Duke Of Arkansas” zou weinig raakvlakken met zijn voorganger “Not For The Faint Of Heart!” vertonen. En of de man gelijk heeft! Zijn jongste album staat boordevol aanstekelijke deunen die nog maar weinig affiniteit met het Americana genre vertonen. Tracks als “Sex” of “Bull In The China Shop Of Love” lijken eerder te zijn weggelopen van albums van Blur of Cornershop. Terwijl “High School Cliques” muzikaal dan weer eerder verwant lijkt aan die andere Britpop glorie Elastica. Pas wanneer in een wat rustiger moment als “Lipstick Stairs” de pedal steel van Doug Livingston haar opwachting maakt krijgen we weer even de alt. country kant van Morphew te horen. Wat ons betreft meteen ook met ruime voorsprong het mooiste nummer van de plaat. “Badass With A Heart Of Gold” deed ons dan weer met plezier terugdenken aan de gloriedagen van de jonge Stiff-god Wreckless Eric (Remember “Hit And Miss Judy”, “Reconnez Cherie” of “Take The K.A.S.H.”?). En “My Love Makes Me Stoned” koppelt op een wat eigenwijze manier een weemoedige pedal steel aan een moderne pop song. Country of pop? Beats me… Héél knap, dat wel! Net als “Inconsolable”, nog zo’n rustpuntje, waarin de singer-songwriter en de zanger in Morphew wat meer aan bod mogen komen.

Aan variatie hier duidelijk geen gebrek dus. En ook dat had Morphew beloofd. Zei hij immers niet, dat hij niet graag in herhaling valt…?

http://www.jasonmorphew.com/

http://www.badabingrecords.com/

http://www.cdbaby.com/cd/jasonmorphew

 

 

CHRIS WALL “Just Another Place”

(Cold Spring Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Chris Wall doet ook op zijn zesde cd weer datgene waarin hij zo verdomd goed is. Hij presenteert op “Just Another Place” (een bonus track meegerekend) zestien lappen outlaw country van het zuiverste soort. Sinds wijlen Waylon Jennings hebben we ze zo authentiek niet meer gehoord! Het mag dan ook geen verbazing wekken, dat Wall met “An Outlaw’s Blues”, de eerste single van het album, een laatste groet brengt aan precies die Jennings. Ons kent ons in dat wereldje, weet je wel…

Aan muzikale bijstand hier trouwens ook helemaal geen gebrek. Van Bruce Robison tot Paul Cotton (Poco), van Dale Watson and the Lone Stars tot het aanstormende locale talent van de South Austin Jug Band, allemaal voelden ze zich vereerd om voor een gastrol op Walls jongste te worden uitgenodigd. En als je ’s mans teksten even onder de loep neemt, dan zal je meteen duidelijk zijn waarom. Wall is een meester-verteller, die niet om aandacht hoeft te vragen – als hij het woord neemt, dan ga je vanzelf luisteren. Adembenemend gewoon! Songs als “The Poet Is Not In Today”, “An Outlaw’s Blues”, “Hank Williams’ Cadillac”, “Five Piece Band” en “Raining In Atlanta” zijn nu al klassieke country story songs. En de onaangekondigde uitsmijter waarin Wall al zijn muzikale gasten nog even mee ten tonele roept sterkt ons alleen nog maar meer in onze overtuiging dat de man zondermeer één van de laatste echt grote real country artiesten van het ogenblik is.

www.chriswallmusic.com

 

 

CLIFF WAGNER & THE OLD #7 “Take Me Back To The Delta”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(5) J J J J J

 

 

Hier schieten woorden ons tekort! Zo mooi wil traditionele bluegrass helaas niet zo heel erg vaak meer klinken dezer dagen! Wat Cliff Wagner & The Old #7 demonstreren op hun ronduit formidabele cd “Take Me Back To The Delta” is zo indrukwekkend, dat je je meteen gaat afvragen waarom ze deze plaat in eigen beheer hebben moeten uitbrengen. Dit is bluegrass van hetzelfde niveau als die van pakweg een Ralph Stanley of de Del McCoury Band. En of het nu hun bewerkingen van traditionals als “East Virginia” en “Black Mountain Blues”, covers van anderen als bijvoorbeeld een Don Reno (“Banjo Special”) of een reeks sublieme eigen composities betreft (“Take Me Back To The Delta”, “Road Trip”, “Little White Chapel”), hier wordt met zoveel overgave en met zoveel passie gemusiceerd, dat je er even heel stil van wordt. Dit is kippenvelmuziek, van de eerste tot de laatste noot.

Sublieme plaat!

www.oldnumber7.net

http://www.cdbaby.com/cd/cliffwagner1

 

 

FRED EAGLESMITH & THE FLATHEAD NOODLERS “Balin”

(Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

  

Fred Eaglesmith heeft hier al lang niets meer te bewijzen. De man heeft de voorbije jaren zo kwistig met groeibriljantjes van Americana-platen rondgestrooid, dat je telkens wanneer er iets van hem aangekondigd wordt -Net als al die andere Fredheads!- al met hangende pootjes gaat zitten wachten tot het zo ver is… En dat was voor “Balin” niet anders!

Voor de gelegenheid geafficheerd als Fred Eaglesmith & The Flathead Noodlers werken de Canadees en zijn band zich dit keer doorheen een set van traditionele bluegrass deunen. En ook die klus klaren ze schitterend. Eaglesmith klinkt als het vijftig jaar te laat geboren neefje van Bill Monroe en Ralph Stanley. De man beleefde hoorbaar de tijd van zijn leven bij het opnemen van deze heerlijk ouderwets aandoende set. Allemaal hoogsteigen materiaal bovendien, waarin hij zich als vanouds als een vaardige observator en kroniekschrijver van het dagdagelijkse leven opstelt.

“Balin” is een essentiële plaat van een artiest die in een wat rechtvaardigere wereld al lang genoeg platen verkocht zou hebben om rustig te kunnen gaan rentenieren, als hij dat zou willen tenminste… Doe er je voordeel mee!

www.fredeaglesmith.com

http://www.sonic.nl/product.cfm?ID=342771&CFID=136113&CFTOKEN=90831974

 

 

RECKLESS KELLY “Under The Table & Above The Sun”

(Sugar Hill)

(4,5) J J J J J

 

 

Reckless Kelly, de uit Austin, Texas afkomstige band die zijn naam ontleende aan de

19de-eeuwse Australische bankrover Ned Kelly, heeft een nieuw onderdak gevonden bij het gereputeerde Sugar Hill label. En afgaande op de eerste vruchten van die samenwerking kunnen we alleen maar hopen, dat beide partijen zich goed zullen blijven voelen in dit huwelijk. De vierde cd van de broertjes Cody en Willy Braun en kompanen is namelijk verreweg hun beste tot op heden. En dat kan tellen, als je weet dat “Millican” (1998), “Acoustic: Live At Stubbs” (2000) en “The Day” (2000) ook al verre van kwaad waren.

Dit is al bij al het soort van plaat, dat je aan iedereen die onlangs één van de concerten van Steve Earle in de Lage Landen bezocht cadeau zou willen doen als dat even kon. Reckless Kelly zou er namelijk gegarandeerd genoeg nieuwe fans aan overhouden om weldra ook zelf de Europese podia stormenderhand te komen veroveren. De plaat werd trouwens geproduceerd door Ray Kennedy en dat is voor Steve Earle fans ook geen onbekende! De heerlijke hese stem van Willy Braun tilt nummers als “Mersey Beat” (een eerbetoon aan het adres van George Harrison), “Set Me Free” (over het zoeken naar vrijheid van doen en laten) en “May Peace Find You Tonight” (met heel mooie harmony vocals van Kim Richey) naar een niveau ver boven de middelmaat!

http://www.recklesskelly.com/

http://www.sugarhillrecords.com/catalog/pagemaker.cgi?3968

 

 

THE HIRED GUNS “Between Here & The Night”

(Laughing Outlaw Records)

(4) J J J J

  

 

De Hired Guns zijn een vijf man sterk gezelschap afkomstig uit Melbourne, Australië. Al zijn de woorden “afkomstig uit” in dit geval eigenlijk een weinig ongelukkig gekozen, want géén van allen blijken de leden van de groep ook daadwerkelijk in Melbourne te zijn geboren. Hun Australische afkomst zou je bovendien ook nooit achterhaald hebben op basis van hun muziek, mochten we er je hier al niet over hebben ingelicht. De Hired Guns laten zich muzikaal gezien namelijk ergens situeren tussen de Band, de Flying Burrito Brothers, Neil Young en de Stones in hun beste dagen. Hun debuutalbum puilt werkelijk uit van de fraaie countryrockgetinte liedjes, waarin  een opvallende rol is weggelegd voor zalige harmonieën. Naast vijf uitstekende songwriters heeft de groep immers ook vier prima zangers in de rangen, die beurtelings of samen een plaats achter de microfoon innemen.

Nogal wat gebroken harten en stukgelopen relaties in de teksten, die wat dat betreft perfect het gevoel verwoorden dat ook de muziek uitademt. Het late werk van Whiskeytown en de Jayhawks lijken immers de meest voor de hand liggende aanknopingspunten om er je een beeld van te geven hoe deze uitstekende alt. country plaat klinkt.

http://www.laughingoutlaw.com.au/shop/product.asp?pID=13&cID=1&c=7229

 

 

TRAILER PARK TROUBADOURS “Living In Aluminum – The Live Experience”

(Rugburn Records)

(3,5) J J J J

 

 

Behoorlijk aanstekelijke muzikale ongein met een rock & roll attitude – Antsy McClain en Flem AKA The Trailer Park Troubadours hebben er hun handelsmerk van gemaakt. En op “Living In Aluminum” horen we de heren ditmaal live aan het werk in Kentucky. Enkel opener en titelnummer “Living In Aluminum” en sluitstuk “Billboard” zijn gewone studiotracks die als bonus aan het geheel werden toegevoegd om de honger naar nieuw werk bij de Flamingo Heads (het koosnaampje voor Trailer Park Troubadours fans) alvast een weinig te stillen. Veelal spitst de humor van de Troubadours zich toe op het leven in en rond een trailer (park). En al bijna even vaak leidt dat tot hilarische situaties. Of wat dacht je bijvoorbeeld van titels als “My Baby Whistles When She Walks” over een body piercing fanate als vriendin hebben, “Spit Cup” over hoe iemands baas een bakje tabaksspuug voor koffie aanziet met alle gevolgen vandien, en “Jailbird Beauty” over een liefde tussen twee bajesklanten die niet kon en mocht zijn. Muzikaal gezien klinkt het allemaal vrij klassiek wat hier gebeurt – een oerdegelijk Americana en rootsrock geluid fungeert immers in de eerste plaats als kapstok om de humoristische uitspattingen van de Troubadours aan op te hangen. Dat neemt echter niet weg, dat “Living In Aluminum” over het algemeen ook best aangenaam wegluistert.

www.unhitched.com

 

 

RETO BURRELL “Shaking Off Monkeys”

(Blue Rose)

(4) J J J J

 

 

“Shaking Off Monkeys” is de tweede worp van de in Zwitserland woonachtige singer-songwriter Reto Burrell na zijn in 2001 verschenen en goed onthaalde debuut “Echo Park”. Waar zijn eersteling voornamelijk zijn akoestische zijde etaleerde, krijgen we op “Shaking Off Monkeys” een heel andere Burrell te horen. Gebleven zijn de puntige liedjes, die één van de beste in Europa actieve songsmeden laten horen. Burrell maakt muziek die door de fans van pakweg een Tom Petty, de Wallflowers of Sheryl Crow ook gesmaakt zou moeten kunnen worden. Heel erg catchy rootsrock met andere woorden, waarin de pakkende hooks je voortdurend om de oren vliegen. Muziek die je eigenlijk zowel op de openbare omroepen als in rootsrock shows kwijt zou kunnen. Wij zijn vooral gecharmeerd door de puntgaaf rockende opener “Hey You”, de singlekandidaten “It Doesn’t Mean A Thing” en “Mr. Sorry” en het ingetogen “Overboard”. Maar neem het gerust van ons aan: deze plaat blijft van de eerste tot de laatste noot uiterst genietbaar!

http://www.retoburrell.com/

http://www.bluerose-records.de/index.asp

 

 

BRYAN SUTTON “Bluegrass Guitar”

(Sugar Hill)

J J J J

 

 

Bryan Sutton tekent met “Bluegrass Guitar” voor zijn tweede cd op het Sugar Hill label, thuishaven van heel wat gereputeerde bluegrassmuzikanten. Sutton is één van de meest gevraagde sessiemuzikanten van het ogenblik in Nashville en deze plaat maakt duidelijk waarom. Want of het nu gaat om platgelopen muzikale paden als “Roanoke”, “Beaumont Rag” of “Hangman’s Reel” of een eigen nummer als “Nelia’s Dance”, de gitaar van Sutton weet haar weg overal te vinden. Samen met zijn maatjes Dennis en Tim Crouch, Tim O’Brien en David Talbot levert hij een album af waarop virtuositeit en spelvreugde hand in hand gaan. De vooral in de uitvoering van Dan Crary bekende traditional “Big Sandy River” krijgt hier zo’n liefdevolle knuffel mee, dat je wel door de knieën moet. En ook de Benny Martin song “Back Up And Push” wordt zo spetterend neergelegd, dat hij iets onweerstaanbaars over zich krijgt. En een heerlijk rustpuntje als “Margaret’s Waltz” gaat er bij ons ook altijd wel in. Instrumentale bluegrass van de bovenste plank!

http://www.bryansutton.com/

http://www.sugarhillrecords.com/catalog/pagemaker.cgi?3975

 

 

MIKE MARSHALL & CHRIS THILE “Into The Cauldron”

(Sugar Hill)

J J J J

 

 

“Into The Cauldron” is het resultaat van een samenwerking tussen twee van de beste mandolinespelers van hun generatie. Chris Thile is dankzij het gigantische succes van zijn groep Nickel Creek stilaan uitgegroeid tot een bekendheid in de States. Mike Marshall van zijn kant begon zijn carrière meer dan twintig jaar geleden in het originele David Grisman Quintet. En recentelijk werkte de man ondermeer nog samen met Edgar Meyer en Bela Fleck op “Uncommon Ritual”.  Op “Into The Cauldron” toveren deze twee virtuozen het ene hoogstandje na het andere te voorschijn: van Bach tot Charlie Parker, van Braziliaans tot Brits, van eigen werk tot traditionals, je kan het zo gek niet bedenken of Marshall en Thile wagen er zich aan. Niet direct een plaat voor Jan Modaal dus, maar liefhebbers van een potje wervelend snarenwerk hebben hier een heel stevige kluif aan.

http://www.mikemarshall.net/

http://www.nickelcreek.com/

http://www.sugarhillrecords.com/catalog/pagemaker.cgi?3967

 

 

KATE CALLAHAN “The Greatest Of Ease”

(Rarity Records)

(3,5) J J J J

 

 

“The Greatest Of Ease” is de titel van de tweede cd van Kate Callahan, van wie sinds haar debuut “The Influence Of Red”, dat verscheen in 2001, algemeen wordt aangenomen dat ze één van de grootste nieuwe folktalenten van het ogenblik is. Callahan werd op 19-jarige leeftijd het slachtoffer van een zeer ernstig ski-ongeval met hersenletsel als gevolg. Tijdens haar rehabiliteringsproces  besloot ze te gaan zingen en spelen, opdat haar handen en ogen een goede reden zouden hebben om hun eerdere functies volledig te herwinnen.

En dat werd ons geluk… Met de hulp van percussionist Damon Honeycutt en producer en bassist Michael Deming levert ze immers een klasse folk album af. “The Greatest Of Ease” bevat elf knap uitgewerkte akoestische songs, die de meest uiteenlopende verhalen vertellen. Van geesten tot koorddansers, van engelen tot minnaars – Callahan  vindt vrijwel overal een goede song in. En dat is een feit dat op zich al opzienbarend genoeg zou moeten zijn om dit album op zijn minst eens een goede luisterbeurt te gunnen. Vooral de liefhebbers van het prille werk van Suzanne Vega zullen aan deze Kate Callahan een vriendin voor het leven overhouden.

http://www.katecallahan.com/

http://www.cdbaby.com/cd/katecallahan2

 

 

LAURA VEIRS “Troubled By The Fire”

(Bella Union)

(4) J J J J

 

 

Met Laura Veirs dient zich alweer een uitzonderlijk sterke nieuwe vrouwelijke Americana artieste aan. Veirs heeft op haar derde cd haar eigen volstrekt unieke plaatsje binnen dat genre gevonden door op ingenieuze wijze traditionele bluegrass en folk elementen te versmelten met experimentele muziek. En in tegenstelling tot velen die het haar probeerden voor te doen is Veirs daarbij alles behalve onderuit gegaan. Ze mocht bij de opnames van “Troubled By The Fire” dan ook rekenen op de hulp van heel wat gereputeerde vrienden. Danny Barnes bijvoorbeeld, die met Veirs het erg aan Woody Guthrie reminiscente “The Ballad Of John Vogelin” zingt - meteen één van de hoogtepunten van de plaat. En Bill Frisell ook – hier vooral bekend van zijn werk met Elvis Costello, maar eigenlijk gewoon één van de meest invloedrijke gitaristen van het ogenblik. “Troubled By The Fire” is zo’n plaat geworden die zich als een jonge kat behaaglijk tegen je been aan schurkt. Bijna onopgemerkt glijden haar prachtige songs je onderbewustzijn binnen en masseren zacht je ziel. Nummers als het eerder al vermelde duet met Danny Barnes, de vrij traditionele bluegrass oorwurm “Tom Skookum Road” en het fraaie “Tiger Tattoos” met Bill Frisell op de national guitar zijn gewoon tijdloos. Onder de namen van Eleni Mandell, Jennie Stearns, Grey DeLisle en Mary Alice Wood noteren we nu dus ook die van Laura Veirs als in het oog te houden tip voor de toekomst!

http://www.lauraveirs.com/

http://www.bellaunion.com/

 

 

BETTY DYLAN “Heart Land

(Daz Unlimited)

(3,5) J J J J

 

 

“There’s no truth to the rumor that… Betty Dylan is Bob Dylan’s daughter.” Het stond (voor wie het nog niet begrepen had en als geslaagde reclameslogan natuurlijk) een poosje geleden te lezen in een in het oog springende advertentie in het trendsettende blad inzake alt. country No Depression. Betty Dylan is een uit Los Angeles afkomstig maar dezer dagen vanuit Bloomington opererend gezelschap rond de echtelieden Vickie en Dan Dubelman. Op hun vierde cd “Heart Land” vallen als vanouds elementen uit blues, country en rock te herkennen en liefst zo’n beetje allemaal tegelijk en voorzien van een scherp randje ook.

Heel fraaie momenten zijn de honky tonk pop van opener “Are You Happy Now”, de met een lekker bluesy sausje overgoten country folk deun “Poison Kisses” en de heerlijk eigenwijs eigentijdse covers van Johnny Cash’ “Folsom Prison Blues” en Hank Williams’ “Your Cheating Heart”. Betty Dylan klinkt op “Heart Land” beter dan ooit. Door wat resoluter te kiezen voor een country blues richting werkt het geheel ook een stuk samenhangender dan zijn voorgangers. En dat doet nu alvast het beste verhopen voor de toekomst.

www.bettydylan.com

 

 

SHANE FONTAYNE “What Nature Intended”

(Mile End Records)

(4) J J J J

 

 

Shane Fontayne heeft als gitarist een ontzagwekkend c.v. bijeengesprokkeld. Zo flankeerde de man ondermeer Bruce Springsteen, Paul Simon, Marc Cohn, Steve Forbert, Shania Twain, Rod Stewart, Bryan Adams en John Waite tijdens concerten en opnames. Met die laatste werkte hij trouwens ook als schrijver en co-producer samen. Net als met Maria McKee, als lid van Lone Justice. Een lijstje om u tegen te zeggen!

Met zijn eerste solo cd “What Nature Intended” bevestigt Fontayne al het goede wat zo’n bloemlezing uit zijn vroegere werk deed vermoeden. Het is een bijzonder sfeervolle plaat, tegelijk heel erg melodieus en heel gewaagd van opbouw. De Beatles, Crowded House, World Party, Robbie Robertson en T Bone Burnett zijn slechts enkele van de vele namen die ons bij het beluisteren van “What Nature Intended” voor ogen kwamen. De hidden track “Orchestral Napoleons” meegerekend telt het album 15 tracks, waarvan Fontayne het merendeel zelf schreef. Enkel voor “Marlene” en “You’ll Never Know” riep hij de hulp in van ouwe getrouwe Randy Vanwarmer. De songs reiken van rustig rockend (zoals bijvoorbeeld in opener “Weight Of The World”) over dromerig jazzy (in “Marlene” en “So High”) tot funky (in “Bubble & Squeak”). Op zijn best is Fontayne in nummers als “There’s Only One Room For Me” en “You’ll Never Know”, waarin hij ten volle kan demonstreren, dat hij ook over een uitstekende (wat hese) stem beschikt. Een prima plaat dus van iemand waarvan we ongetwijfeld nog meer zullen horen!

www.shanefontayne.com

 

 

JEN CASS “Skies Burning Red”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

  

 

Verleidelijk kijkt ze je aan vanop het hoesje van haar tweede cd “Skies Burning Red” en als je daarvoor al niet door de knieën gaat, dan beschikt Jen Cass nog over een heel arsenaal aan andere troeven om je wel zo ver te krijgen. Op het in ’96 verschenen “Brave Enough To Say” bewees ze al volop dat ze prima songs in de pen had en dat doet ze hier nog eens uitgebreid over. Van bij de opener “Main Attraction” is meteen duidelijk dat ze in het gezelschap van producer John Jennings (Mary Chapin Carpenter, John Gorka, Indigo Girls) enorm gegroeid is. Hier is een artieste aan het werk die mits de nodige aandacht in de media een groot publiek aan zich moet kunnen binden. Cass is immers gezegend met een prachtige stem waarmee ze echt alle kanten op kan. Je hoort deels Tracy Chapman, deels Wynonna Judd, deels Janis Joplin. Krachtig als het moet, subtiel als het maar kan…

Voeg aan dat alles nog een set uitstekende songs toe en je begrijpt meteen volledig waarom wij Jen Cass een warm hart toedragen. Een beetje in de lijn van wat Mary Chapin Carpenter doet, maar dan wel met héél erg veel bezieling en overgave gebracht.

www.jencass.com

 

 

RURAL PICTURES “Sweethearts From Everywhere”

(Gitbox Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

Onder aanvoering van singer-songwriter Steven Rossan (Nadine) brengen Rural Pictures op hun cd-debuut “Sweethearts From Everywhere”een radiovriendelijke vorm van rootsrock. Het schitterende openingsnummer “Wait Shift” is daar een uitstekend voorbeeld van – power pop van een goede jaargang voorzien van aanstekelijk gitaarwerk en gedragen door een soepele wat hese stem. Rossan zegt zelf beïnvloed te zijn door zo uiteenlopende artiesten als Roxy Music, Al Green, de Jayhawks, R.E.M. en de Replacements. En bij nader inzicht lijk je ze ook allemaal wel een beetje terug te horen in deze uitstekende muzikale cocktail. Al dient daar dan wel direct aan toe te worden gevoegd, dat de balans wel heel sterk overhelt naar de Replacements. Net als van de muziek van die groep straalt hier een uitnodigende warmte vanaf, waaraan het heel moeilijk weerstaan is. Nummers als het de luxe rockertje “Rodeo Star”, het ook al strak ingespeelde “Penitentiary” en het soulvolle titelnummer “Sweethearts From Everywhere” kunnen als visitekaartje beslist tellen!

www.ruralpictures.com

 

 

WHITESPACE “Fulfillment”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Whitespace zijn Rebeca en David Randle, een heerlijke soulvolle stem en een uitstekende gitarist onder één en dezelfde vlag opererend. Op “Fulfillment” presenteren zij veertien eigen songs, waarin elementen uit rock, pop, folk, country en soul versmelten tot een bij tijd en wijle zeer aanstekelijk goedje. Americana? Niet echt nee, eerder pop of rock allicht – maar elke liefhebber van een goede rootsy plaat zal hier wel degelijk het nodige plezier aan beleven. De manier waarop de expressieve stem van Rebeca en het gevarieerde gitaarspel van David elkaar aanvullen in dotten van songs als het vlotte radiovriendelijke openingsnummer “Sustenance”, de heerlijke ballad “Falling” en het torchy “Sleep, Give Me The Peace” heeft iets unieks. Het zou ons dan ook in het geheel niet verbazen mocht deze plaat één dezer dagen in de handen van een platenbaas met oren belanden, die voor dit tweetal de schitterende toekomst kan uittekenen die het verdient.

http://www.ilovewhitespace.com/

http://www.cdbaby.com/cd/whitespace

 

 

CHRIS WHITLEY “Hotel Vast Horizon”

(Fargo / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Chris Whitley is een rusteloze ziel. Deze Texaan van geboorte heeft de voorbije jaren bijna even veel thuishavens gehad als hij platen heeft afgeleverd. Van Texas tot New York, van Mexico tot Vermont, ja zelfs tot België en recentelijk Duitsland. En net als in zijn persoonlijke leven spreidt Whitley ook in zijn muziek die rusteloosheid tentoon. Sedert zijn formidabele debuutplaat “Living With The Law” heeft deze moderne poëet al aardig wat watertjes doorzwommen. En op “Hotel Vast Horizon” toont hij zich in een zoveelste nieuwe gedaante. Het is zijn eerste volledig akoestische album met originele muziek opgenomen in bandbezetting. Matthias Macht (drums en percussie) en Heiko Schramm (bas) zijn z’n secondanten op deze naakte, erg rauw aandoende plaat, die qua sfeer heel erg verwant is aan het solowerk van Mark Lanegan, vinden wij. Singer-songwriter stuff voor gevorderden dus: tegelijk heel erg somber en verslavend werkend…

http://www.chriswhitley.com/

http://www.fargorecords.com/

 

 

ANYTOWN “Welcome Home”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

De meeste platen die je dezer dagen vanuit Texas bereiken lijken qua aanpak heel erg sterk op elkaar. Een gevolg allicht van de gunstige invloed die van de Texas Music Chart uitgaat op de verkoopscijfers aldaar. Niets van dat echter bij Anytown! Dit uit Dallas afkomstige drietal klinkt als een moderne Texaanse uitvoering van Crosby, Stills, Nash & Young. En da’s bedoeld als een serieus compliment! Schitterende songs, uitstekend vertolkt, met de werkelijk oorstrelende samenzang van de heren als kers op de taart. Op “Welcome Home” vallen country, folk en pop mekaar voortdurend in de armen, resulterend in een opvallend verfrissend Americana geluid. Fraaie songs als “Feeling Older”, “Feeling At Home” of  “Reality” om er maar een paar te noemen zouden een heel groot publiek moeten kunnen aanspreken. Van de fans van Robert Earl Keen tot die van CSNY of de Eagles - voor iedereen eigenlijk die een goed potje akoestische rootsmagie wel ziet zitten. Heel erg overtuigend allemaal!

http://www.anytownonline.com/

 

 

MARK BYRNE “Your Blues”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Mark Byrne is een in Liverpool woonachtige 40-something met een stem die een weinig aan die van Paul Simon herinnert en die onlangs met “Your Blues” een bevallige debuut cd op de wereld heeft losgelaten – het soort plaat dat je naarmate de avond vordert graag weer eens even in je cd-speler schuift. Zelf noemt de man Peter Gabriel, Ry Cooder en Joni Mitchell als zijn grote voorbeelden. Terwijl het Tom Waits-nummer “Somewhere” bovenaan prijkt op zijn lijstje met favoriete songs ooit. En misschien is dat wel het beste referentiepunt om zijn muziek aan te brengen. Heel erg mooie, breekbare, akoestisch gebrachte nummers waarin de warme stem van Byrne en zijn soepele gitaarspel de aandacht voortdurend onder elkaar verdelen. Volg de link onder deze recensie en beluister op ’s mans website fragmenten van het mooie openingsnummer “Mystery”, het al even fraaie “Undone” en het misschien wel mooiste nummer van de plaat “Runnin”. Je zal het dan snel met ons eens raken, als we Mark Byrne een interessante nieuwkomer binnen het singer-songwriter genre noemen.

www.markbyrnemusic.com

 

 

PENNY JO PULLUS “My Turn To Howl”

(Art of Balance / Ruby Dog Music)

(4,5) J J J J J

 

 

“My Turn To Howl” is Penny Jo Pullus’ derde cd na het eerder al verschenen tweeluik “Acme Volcano” en “Lucky #7”. En het is van bij het heerlijke poppy openings- en titelnummer “My Turn To Howl” meteen duidelijk, dat Pullus op dit album voor een ietwat andere aanpak heeft gekozen. Roots- en popmuziek worden op ingenieuze wijze met elkaar versmolten tot Americana van de bovenste plank. De invloed van producer Ron Flynt (die zelf ooit nog deel uitmaakte van de vanuit Los Angeles actieve power pop groep 20/20) is daar allicht niet helemaal vreemd aan. De guest list voor “My Turn To Howl” leest trouwens überhaupt als een regelrechte who’s who in Austin: van Monte Warden over Earle Poole Ball tot voormalig Faces toetsenman Ian MacLagan, van Scrappy Judd over Chip Dolan tot Warren Hood, van Libbi Bosworth over Karen Poston tot Susanna Van Tassel, ze geven hier allemaal acte de présence. En dan vergeten we nog bijna Kevin Fowler, één van de populairste performers in Texas voor het ogenblik. Met hem brengt Pullus het door Richard Dobson gepende “Baby Ride Easy”, één van de talrijke hoogtepunten op deze ook als geheel bijzonder geslaagde plaat. Heel erg fraai zijn ook het eerder al even aangesproken titelnummer, de gedroomde catchy singlekandidaat “What’s A Girl To Do”, het rustpuntje “Ever Be Mine” (met Karen Poston en Susanna Van Tassel als achterhoede) en het nog naar honky tonk geurende “Same Old Magic” (van de hand van Jeff Hughes).

Penny Jo Pullus blijft zodoende ook in haar nieuwe gedaante één van onze absolute favorieten van het Texaanse circuit. Met haar goddelijke soulvolle stem weet ze haast elk nummer in een mum van tijd om te toveren tot een blijvertje. Dit is het soort van plaat dat je blijft draaien, altijd opnieuw en opnieuw…

http://www.pennyjopullus.com/

http://www.cdbaby.com/cd/pennyjopullus2

 

 

FORTYTWENTY “Lowdown And Dirty”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(5) J J J J J

 

 

Hee haw! FortyTwenty lossen met hun debuutcd “Lowdown And Dirty” de hier hooggespannen verwachtingen meer dan in! Van bij de wilde opener “Drink About Her” is meteen duidelijk, dat dit the real deal is. Qua attitude op dezelfde golflengte als pakweg een Hank III of een Wayne Hancock. Vooral dan de oneven genummerde songs van de plaat die allemaal werden geschreven door zanger - bassist Lern Tilton. Van het eerder al genoemde “Drink About Her” over het knallende “The Wagon” of “Angel” tot het credo “Lowdown Dirty

Drinkin’” – speed limits zijn er alleen maar om overtreden te worden, zo lijkt het wel…

In de even genummerde tracks gaat het er over het algemeen allemaal een stuk rustiger aan toe. Hier betreft het de geesteskinderen van fiddle player – zanger David Wilson. En ook in zijn wereldje valt er heel wat te genieten. Klassieke countrysongs als “Dreamin’ Big And Livin’ Small”, “Honky-Tonk Me”, “Broken Heartland” (Inclusief een heuse yodel!) en “Cowboys And Hippies” deden ons even denken aan de wat meer bezadigde momenten van Jason & The Scorchers.

De concurrentie kan het dus voor dit jaar alvast schudden…

Countryplaat van het jaar! Zeg dat Ctrl. Alt. Country het gezegd heeft!

www.fortytwenty.com

 

 

ADAM POWER “More Juice”

(Laughing Outlaw Records)

(4,5) J J J J J

(Street date: 19 mei)

 

 

“More Juice” van Adam Power is een heel speciale plaat. Pure alt. country of Americana is het allemaal zeker niet, dat kunnen we bij voorbaat wel duidelijk stellen. Maar Power is wel een uitstekende singer-songwriter, die zijn klassiekers kent. In nummers als “Idol Caper” en “Winston Jones” krijg je het gevoel op een theekransje met Paul McCartney en Crowded House mee aan te zitten. Prachtige melodieën en al even fraaie harmonieën. En het titelnummer van het album, “More Juice”, bloeit zelfs helemaal open tot Beatles puur.

Wat deze Australiër hier op zijn debuut allemaal tentoonspreidt is ronduit indrukwekkend. Van het ingetogen “Rise” over rockertjes als “Fact Of You” en “Face In Time” tot de klassiek geschoolde pop van “Little Foreign Places”, aan het handje van goudhaantje Michael Carpenter, die hier als producer optreedt, slaagt Power erin om alles even aanstekelijk als ambitieus te laten klinken. Sublieme popplaat!

www.laughingoutlaw.com.au

 

 

THE TATERS “Recess”

(Molio Town)

(4,5) J J J J J

 

 

Met de cd’s “Vox Box” en “Strange But True” wist een groepje uit Richmond, VA luisterend naar de naam de Burnt Taters enkele jaren geleden heel wat zieltjes voor zich te winnen. De manier waarop ze een Everly Brothers-achtige sound voor de jaren negentig creëerden zorgde voor tal van lovende besprekingen, ondermeer in het toonaangevende alt. country magazine No Depression. En ook wij waren zwaar onder de indruk van die twee platen.

En nu zijn Craig Evans, Brad Tucker en Stu Grimes er dus weer – met de na het vertrek van enkele vroegere bandleden tot Taters verkorte naam en met een cd met de veelzeggende titel “Recess”. En wij kunnen opnieuw niet anders dan rijkelijk met superlatieven zwaaien.

Liefhebbers van Roy Orbison, de Mavericks, de Everly Brothers en Chris Isaak zullen ook smelten bij het aanhoren van de soepele stem van Craig Evans – vooral dan in tragere nummers als “The Kiss” en “Never Really Meant To Be”. Maar dat zijn lang niet de enige uitschieters hier. Deze twangy popcocktail zit vol van de bruisende momenten. “On Our Own” is bijvoorbeeld een lekker sixties getint rockertje, “Required By Love” een rasechte Motown shuffle en “Right B4 My Eyes” power-pop light inclusief zalige handclaps. Eén ding hebben alle tracks alvast gemeen: ze gaan er zonder uitzondering in als zoete koek!

www.thetaters.com

 

 

DAVID TODORAN “Luck In This Life”

(Ulftone Music)

(4) J J J J

 

 

Opgenomen in Berlijn met de plaatselijke band Dziuk’s Küche. En dat voor een Americanaplaat? Als recensent ben je dan bij voorbaat al wat meer op je hoede. Maar die dosis argwaan blijkt hier achteraf beschouwd echt niet nodig! David Todoran en zijn Duitse begeleiders leveren met “Luck In This Life” immers een uitstekende alt. countryplaat af. Net als zijn twee voorgangers, “Solstice” (uit ’98) en “Under My Skin” (uit 2000), ademt het heel erg ambitieuze “Luck In This Life” een wat apart sfeertje uit. Met als basis een akoestische / resonator gitaar, een bas en drums liet Todoran Moe Jacksh en Danny Dziuk volledig hun gang gaan bij het uitrollen van het uiteindelijke klanktapijt. Het geheel werkt dan ook heel erg atmosferisch door het gebruik van moderne elektronica, zweverige keyboards en scherpgetande gitaren. En toch blijft het altijd onmiskenbaar alt. country. Overtuig jezelf daarvan door het qua sfeer een weinig aan “Under The Milky Way” van de Church herinnerende “Good” of het rustpuntje “Cafe Novacento” op ’s mans webstek te gaan beluisteren, want dit is prima stuff. Andere groeibriljantjes hoorden wij in het sombere “Drive All Night” en het Beatle-eske “Our Own Half Moon”.

http://www.davidtodoran.com/

http://www.ulftone.com/

 

 

BILL NEELY “Austin’s Original Singer-Songwriter”

(Lost Art Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Bill Neely overleed op 22 maart 1990 aan leukemie. Die dag staat sedertdien te boek als één van de zwartste bladzijdes in de Texaanse muziekgeschiedenis. Neely was het immers, die een brug wist te slaan tussen de traditionele country blues en het werk van de nieuwe generatie van Texaanse singer-songwriters. Hij bekleedde daardoor een vrij unieke plaats binnen het Texaanse muziekwereldje. Alleen was er tot voor kort bitter weinig tastbaar materiaal om die stelling ook naar de buitenwereld toe te staven. Want buiten zijn in 1974 voor Arhoolie verschenen “Blackland Farm Boy” en de heruitgave daarvan als “Texas Law And Justice” in 2002 was er van Neelie aan plaatwerk helemaal niets voorhanden.

Dankzij Lost Art Records kunnen we nu echter ten volle genieten van een op 24 februari 1985 door KUT 90.5 FM (University of Texas, Austin) uitgezonden live set. Met uitzondering van de Jimmie Rodgers classic “Hobo Bill’s Last Ride” en het door Mance Lipscomb gepende “Ella Speed” gaat het daarbij om door Neely zelf geschreven songs. Ondermeer het in 1941 op papier gezette “Rock ‘n’ Roll Baby”, waarmee Bill Neely het zaad lijkt te hebben geplant voor één van de boeiendste muziekgenres ooit.

Verder vinden we op “Austin’s Original Singer-Songwriter” ook nog 4 nummers die in 1965 werden opgenomen door de Texaanse musicoloog Tary Owens, waaronder het werkelijk sublieme “Law And Justice”, een pennenvrucht van Ira McKee, een ten onrechte ter dood veroordeeld familielid van Neely. Allemaal volstrekt uniek materiaal hier dus. En derhalve een aanrader van jewelste voor iedereen die wel eens iets van Jimmie Rodgers, Woody Guthrie of Guy Clark beluistert.

www.lostartrecords.com

 

 

TREMBLING HIGHBURYS “The Moon Is Mine”

(AG Music)

(4) J J J J

 

 

Rootsrock pur sang afkomstig uit het Nederlandse Beverwijk! The Trembling Highburys zijn met “The Moon Is Mine” aan hun derde cd toe (na het in 2000 uitgebrachte “Six String Love Affair” en de ook alweer uit 2001 daterende mini “Only Night Time”).

En als je dit album beluistert, dan wordt het je al snel duidelijk, waarom deze groep door vrijwel iedereen met een hart voor rootsmuziek zo gewaardeerd wordt. The Trembling Highburys hebben met zanger-gitarist Marco Nicola immers een uistekende songwriter in huis. De man fietst op “The Moon Is Mine” gezwind heen en weer tussen knappe rootspop (“Little Stars” en “Just Survive”), prima blues(y) stuff (“Do You Like It?” en “Blues And Boogie”), fijne countryrock (het titelnummer “The Moon Is Mine”) en heerlijke akoestische Americana (“A Song For You” en “Under My Trembling Trees”).

Er valt dus nogal wat te genieten hier! En wij kunnen dan ook kort zijn wat betreft “The Moon Is Mine”. Doe jezelf een groot plezier en haal met dit album ook eens topkwaliteit uit eigen contreien in huis. Je zal het je geen seconde beklagen!

http://www.highburys.com/

http://www.agmusic.nl/

 

 

LEE ROCKER “Bulletproof”

(Cargo Records)

(4,5) J J J J J

(Street date: 26 mei)

 

 

Lee Rocker behoeft natuurlijk al lang geen uitgebreide voorstelling meer. Het volstaat te zeggen, dat de man van 1980 tot 1992 werkzaam was als bassist van de rockabilly supergroep The Stray Cats. Mede dankzij zijn stomend snarenwerk werden nummers als “Runaway Boys” en “Rock This Town” terechte wereldhits.

En het lijkt erop dat voor Lee Rocker de tijd is blijven stilstaan. Want op zijn jongste cd “Bulletproof” bewijst hij ook zelf over uitstekende stembanden te beschikken en zijn songs laten bij momenten de hoogdagen van de Stray Cats herleven. De schitterende pompende opener van de plaat “Evil” is rockabilly van het allerhoogste niveau, waarbij de volumeknop schreeuwt om naar rechts gehengst te worden. “Blue Suede Nights” van zijn kant ademt die typische slecht-verlicht-steegje-bij-nacht-sfeer uit, die ook tal van Brian Setzers songs kenmerkte. En de Johnny Cash compositie “Johnny, Frankie’s Man” werkt uitstekend in Rockers uitvoering – een geslaagd huwelijk tussen Americana en rockabilly!

Ook de andere covers op de plaat worden trouwens naadloos ingepast. Nooit gedacht dat The Beatles zo lekker rockabilly konden klinken als dat hier in “I’ll Cry Instead” het geval is bijvoorbeeld. En Carl Perkins’ “One More Shot” is hier inderdaad ook niet meer dan dat:

één van de veertien lappen uitstekende rockabilly waarop we door Lee Rocker worden getrakteerd.

Uitermate aanstekelijk!

www.leerocker.com

 

 

HELL’S ½ ACRE “Blacktops & Blackouts”

(Pioneer Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Met de mini-lp “Fervor” van Jason & The Scorchers begon het voor ons ooit allemaal. Ringenberg en co stonden daarop voor country met attitude – meer zelfs nog, country met punk attitude, en dat beviel ons wel. Rauwe energie gekoppeld aan pure emotionaliteit – dat was het…

En datzelfde geldt eigenlijk ook voor Hell’s ½ Acre. Ook dit voelt aan als een onverwachte schop onder je luie kont! De cowpunk op het debuut van dit uit Louisville, Kentucky afkomstige viertal klinkt dan ook als een soort kruising tussen de Clash, de Stray Cats, George Thorogood en Hank Williams. Deze laatste wordt hier trouwens ook gecoverd: “Why Don’t Ya Love Me?” in regelrechte Joe Strummer-stijl, geklokt in 1’17” rond.

Deze opwindende mix van hillbilly en punk werkt ook uitstekend in nummers als “Hellbent”, “Interstate” en “Rearview Mirror”, het openingssalvo van de plaat. En de meer rockabilly of blues getinte lappen op “Blacktops & Blackouts” als “Wind Me Up”, “When I’m Gone” of het live opgenomen “Copenhagen” smaken al evenzeer naar meer.

De conclusie is dan ook nogal voor de hand liggend: Hell’s ½ Acre staan garant voor a hell of a good time!

www.hellshalfacreonline.com

 

 

MARK BRINE “For Karrie”

(Wild Oats Records)

(4) J J J J

 

 

Mark Brine mag met recht en rede stellen: “I was Americana before Americana was cool.” Sinds jaar en dag timmert hij immers reeds aan de weg als Americana-artiest. In ’85 verscheen er zelfs reeds een album van de man met als titel “Return To Americana”.

En nu is er dus “For Karrie”, met als centerpiece een nummer dat hij in de jaren tachtig nog vergeefs trachtte te slijten aan Donovan en dat nu onder invloed van zijn vrouw Karen weer aan het oppervlak kwam: zijn in muziek verwoorde liefdesverklaring aan het adres van de vrouw van zijn leven.

Ook de fraaie opener van de plaat, “Up On Elk’s Ridge”, is trouwens schaamteloos romantisch. Maar Brine’s sobere country folk benadering zorgt ervoor dat het nooit té klef wordt. “Once A Soldier (Always A Hero)” is het enige niet door Brine zelf geschreven nummer op “For Karrie”. Het is van de hand van de Texaanse dj Eddie Russell en is een hommage aan alle mannen en vrouwen die hun land dienen - onder het motto: “I don’t believe in war, but the war you didn’t start.”

Over het algemeen schildert Brine echter dagdagelijkse tafereeltjes in fraaie country folk liedjes waar je een warm gevoel van binnen bij krijgt. Wij durven “For Karrie” dan ook met een gerust gemoed warm aanbevelen aan alle liefhebbers van goede Americana singer-songwriterplaten! Nummers als “8th Grade Romance (…And They Danced)”, “Riverboat” of “Even Blind Faith Has To See” zullen hun effect niet missen…

http://www.markbrine.com/

 

 

CLAY DUBOSE “Rewriting History”

(Lazy River Records)

(3,5) J J J J

 

 

Clay DuBose is een verrassende nieuwkomer in de AMA chart. Verrassend in dat opzicht dat “Rewriting History” een weinig op twee gedachten hinkt. Enerzijds lijkt DuBose een carrière in Nashville wel te zien zitten. Anderzijds smokkelt hij geregeld zoveel honky tonk- en rockelementen in zijn muziek binnen, dat de term Americana volkomen te rechtvaardigen valt. Vooral zijn countrybenadering van de Doors-klassieker “Love Me Two Times”, de moderne honky tonk van “All By My Lonesome”, de heerlijke ballade “Your Love I Can’t Replace” (waarin DuBose op aangrijpende manier het verhaal vertelt van zijn ouders die tijdens een overstroming in Texas al hun bezittingen verloren zagen gaan) en het dartele sluitstuk van de plaat “Baby Blues” lijken wat ons betreft te wijzen op de geboorte van een groot talent, waar we nog veel van zullen horen.

http://www.claydubose.com/

http://www.lazyriverrecords.com/

 

 

THE MYRTLES “Nowhere To Be Found”

(C Student Records)

(3,5) J J J J

 

 

The Myrtles zijn het nieuwe vehikel voor de songs van voormalig Becky Sharp-vocalist Gabe Daigle. En afgaande op wat de vijf man sterke groep uit Baton Rouge op “Nowhere To Be Found” neerzet, zullen we terdege rekening met ze moeten gaan houden! Her en der worden reeds vergelijkingen gemaakt met de vroegste uitvoering van Whiskeytown. Zo ver willen wij nog niet gaan, maar als referentie kan het wel tellen natuurlijk…

Wat er ook van zij, de Myrtles brengen een aanstekelijke mix van folk, alt. country en rootsy rock & roll, gekruid met elementen uit tal van aanverwante genres. En nummers als de kant-en-klare radiohit “Devil In A Bottle”, het op fraai vioolwerk van Talice Lee breed uitwaaierende “After The Show”, het van ingehouden spanning levende “If You Left” en het ingetogen pareltje “Pale Blue Eyes” bevestigen wat ons betreft al het goede wat van de band verteld wordt. Hun alt. country met een punkrock achtergrond zal zijn weg naar een breder publiek zeker gaan vinden!

http://www.themyrtles.com/

 

 

THE MASSACOUSTICS “The Massacoustics”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

In The Massacoustics vinden de broertjes Andy en Matt Thompson hun tweede adem, ergens ver weg van Nashville zo lijkt het. Nochtans mochten de platen die ze eerder inblikten als de Thompson Brothers, “Cows On Main Street”, “Blame It On The Dog” (Waarop in “Pick Up The Tempo” Steve Earle zelfs even van de partij was!) en “The Late Late Late Show”, ook best worden gehoord. En dat bleek ook uit de reactie van tal van recensenten.

Maar goed – een nieuwe naam, een nieuw leven dus… En het moet gezegd: de akoestische aanpak waarvoor ze op hun nieuwe cd hebben gekozen zit de heren werkelijk als gegoten. Hun samenzang is –zoals dat bij broederparen wel eens vaker het geval pleegt te zijn- gewoon briljant. En songs als “Underachiever”, “The Forever Song”, “Giving All My Loving Away” en “Soundtrack Of The Summer” zouden bij de fans van pakweg Crowded house, Michael Penn en Venice wel eens voor een Aha-Erlebnis kunnen zorgen. Ook hier gebeurt alles for the sake of the song.

Prima plaat!

www.themassacoustics.com

 

 

DIANA DARBY “Fantasia Ball”

(Delmore Recordings)

(4,5) J J J J J

 

 

“Fantasia Ball”, de nieuwe cd van Diana Darby, werd opgenomen met minimale middelen – uiterst schaars begeleid werd ze in haar eigen woonst op 4-track cassette vastgelegd. En het is precies die naaktheid die voor een heel erg aparte sfeer zorgt. Je hebt voortdurend het gevoel dat één van je beste vriendinnen een intiem gesprek met je aan het voeren is. Gewoon de gitaar even wegdenken en dan is dat eigenlijk ook wel zo…

Darby levert daardoor met “Fantasia Ball” een plaat af die enorm intens overkomt. Dit is Americana / alt. folk op z’n best. Diana Darby klinkt beurtelings als een twangy uitvoering van de jonge Marianne Faithful (“Fly Away” en “The Only One Who’s Listening”), als het alternatieve nichtje van Sandy Denny (“Falling Down”) en als een Americana-uitvoering van P.J. Harvey (“My Own”). Maar eigenlijk doe je haar tekort door naar dergelijke vergelijkingspunten te zoeken, want op “Fantasia Ball” staan elf klinkende bewijzen voor de stelling dat Diana Darby een hoogst oorspronkelijk en origineel talent is. Hoe ze als afsluiter van de plaat bijvoorbeeld “Blue Turns To Grey” van Mick Jagger en Keith Richards naar haar hand zet, getuigt gewoon van heel grote klasse!

http://www.dianadarby.com/

http://www.delmorerecordings.com/

 

 

ACCIDENT CLEARINGHOUSE “Full Moon Night”

(OBT)

(4) J J J J

 

 

Als we door de staande bas van Jeff Tranberry doorheen het love gone wrong verhaal “The Prize” worden geloodst weten we meteen weer, waarom we Accident Clearinghouse sedert jaar en dag diep in het hart dragen. Zo hoort Americana wat ons betreft dus te klinken! Als een geslaagd huwelijk tussen traditie en heden.

“Full Moon Night” werd opgenomen tijdens de zomer en de herfst van 2000, maar zou door omstandigheden pas in het najaar van 2002 worden afgewerkt. Het is een naar Accident Clearinghouse normen zeer bezadigd album geworden – tekstueel gezien heel erg rijk ook.

“That Man Of Mine” bijvoorbeeld behandelt de moord op Leeann Pankow, een vriendin van Quillan Roe die door haar vriend om het leven werd gebracht. “Bird On The Wing” kaart quasi gelaten na over alweer een stukgesprongen relatie. En ook in “Scary Slumber” blijken de eenzame nachten lang te duren…

Accident Clearinghouse eindelijk volwassen geworden? Wie zal het zeggen – feit is, dat ze nog steeds perfecte liedjes afleveren. Veel rustiger als voorheen, dat wel, maar nog altijd volmaakt in al hun eenvoud…

www.accidentclearinghouse.com

 

 

JOHN WESLEY HARDING “Swings And Roundabouts”

(Way Out Wes)

(4,5) J J J J J

 

 

Ooit werd John Wesley Harding bestempeld als de nieuwe Elvis Costello. Nu waren er natuurlijk ook best wel wat raakpunten tussen de twee aan te wijzen, die deze stelling leken te rechtvaardigen. Enerzijds was er natuurlijk de vrij frappante stemgelijkenis, anderzijds hun scherpzinnige popsongs, steeds weer vol van addertjes onder het gras. Maar tijden (en bijgevolg ook mensen) veranderen… Costello slooft zich dezer dagen steeds meer uit om toch maar alles eens geprobeerd te hebben. En John Wesley Harding? Die blijft gewoon doen waar hij héél erg goed in is. Voor hem blijft alles als vanouds gewoon draaien om het liedje. En dat kunnen wij van hier uit allen maar toejuichen. Zeker als de resultaten op die manier deze van “Swings And Roundabouts” blijven benaderen. Twaalf perfecte singer-songwriter popliedjes vallen ons hier ten deel, waarbij vooral bitterzoete deunen als “Darwin”, “Love’s Reign Of Terror” en “For An Actress” een speciale vermelding verdienen.

Een grote meneer geworden, die John Wesley Harding, een heel grote meneer zelfs…

(“Swings And Roundabouts” kan je overigens uitsluitend via de website van John Wesley Harding kopen. Het adres vind je zoals gebruikelijk hieronder.)

http://www.wesweb.net/

 

 

OH SUSANNA “Oh Susanna”

(Hot Records / Bertus)

(4,5) J J J J J

 

 

Op haar vierde album klinkt Suzie Ungerleider A.K.A. Oh Susanna een stuk minder intimistisch en dromerig als op de voorgangers van die plaat. Als geheel straalt “Oh Susanna” een erg warme bijna soulvolle gloed af. En als dusdanig is het allemaal een weinig verwant aan het recente plaatwerk van de zusjes Shelby Lynne en Allison Moorer.

De single en opener van de plaat “Carrie Lee” geeft meteen de nieuw ingeslagen muzikale richting aan. En ook “Right By Your Side” (over de vermoeidheid die een leven on the road vroeg of laat onvermijdelijk met zich meebrengt) laat er geen twijfel over bestaan dat Suzie Ungerleider ditmaal andere keuzes heeft gemaakt – zelf noemt ze het nummer “my chance to strut like Mick Jagger”.

Niet dat ze nu meteen radicaal met haar verleden gebroken heeft – dat ook weer niet… Slepertjes als “The One” en “I’ll Keep It Mine” (een heel erg fraaie Dylan-cover!) zouden ook op voorganger “Sleepy Little Sailor” absoluut niet misstaan hebben. En “Down By The Quarry” is zelfs nog regelrechte country.

Oh Susanna anno 2003 zou echter – naar het voorbeeld van de al eerder genoemde Shelby Lynne- ook in onze contreien moeten kunnen aanslaan bij een wat groter publiek.

http://www.ohsusannamusic.com/

 

 

KYF BREWER “Bright Jewels”

(Ryf Records)

(4,5) J J J J J

 

  

Een plaat die haar titel méér dan waar maakt! “Bright Jewels” inderdaad… Kyf Brewer combineert hier immers het beste van pakweg Tom Petty, Steve Earle, Elvis Costello en Sheryl Crow. De openingstrack van het album, “Grace”, kabbelt zo voort op een aanstekelijk Byrdsgitaartje en zou zowel de liefhebbers van alt. country als van rootsrock moeten kunnen behagen. In de dronkemansballade “Dear Richard’s Wake” lijken vervolgens The Pogues voorwaar Shane McGowan weer even in de armen te sluiten. In de Ierse pub om de hoek nu al een klassieker!

“The One” en “Shake Me Down” zijn gewoon heel erg mooie rootspopliedjes, waarin de hese stem van Kyf Brewer volop gelegenheid krijgt om het mooie weer te maken. Terwijl “Hey Madeliene” dan weer net lijkt te willen beklemtonen hoe goed Brewer wel is als songwriter. Dertien songs lang (een mystery track even niet meegerekend) bewijst de man hier trouwens, dat hij wat dat betreft van niemand iets te vrezen heeft. Luister maar eens even naar het samen met zijn vrouw Kay ingezongen slotnummer “Home” – kippenvel gegarandeerd! (Al zag je dat in deze dagen vol van vogelleed wellicht liever anders….)

http://www.kyf.com/

http://www.brightjewels.com/

 

 

LYNNMARIE “The Polka Record”

(Squeeze Records)

(4) J J J J

 

 

“America’s main squeeze” LynnMarie brengt polka naar een nieuw, veel jonger publiek. Alt. polka noemt ze ’t zelf. Ze combineert daarin elementen uit rock, country en pop met een formidabele virtuositeit op de trekzak. Dat leverde haar onlangs nog een GRAMMY nominatie voor “Best Polka Album” op. (De GRAMMY zou uiteindelijk wel weer in de wacht worden gesleept door ouwe getrouwe Jimmy Sturr.) Aan media-aandacht trouwens überhaupt geen gebrek voor de goedogende LynnMarie. Jay Leno ging zelfs zo ver haar in zijn Tonight Show “the Dixie Chick of Polka” te noemen.

Laat je verrassen door haar jeugdige (en bijgevolg ook héél erg levendige) kijk op tal van klassiekers uit het genre in bijvoorbeeld “The Beer Barrel Polka”, “Hooked On A Feeling Polka”, “Tiny Tot Medley Polka” of “The Bar Room Polka”. Je zal het met ons eens moeten zijn, dat je hier gegarandeerd elke party mee aan de kook krijgt. En de vooroordelen ten aanzien van het als oubollig bekend staande polkagenre zullen al snel wegsmelten als sneeuw voor de zon…

www.lynnmarie.net

 

 

ELENI MANDELL “Country For True Lovers”

(Zedtone Records)

(4,5) J J J J J

 

  

Dit wordt één van onze platen voor de volgende weken, maanden, (jaren?). Mandell kenden we al als rootsy performer. Ze is dan ook niet aan haar proefstuk toe. “Country For True Lovers” is inmiddels al haar vierde cd. Maar wél heel andere koek dan z’n voorgangers. Mandell kreeg na het beluisteren van Tammy Wynette’s cd “Your Good Girl Is Gonna Go Bad” een zodanige bewondering voor country, dat ze zelf tot het maken ervan overging. En hoe? Deze in amper 14 dagen onder de hoede van Tony Gilkyson (Lone Justice, X) opgenomen plaat straalt zo’n vakmanschap uit, dat het lijkt of Mandell nooit iets anders gedaan heeft. Tussen opener “Just Another Lonely Heart” en sluiter “Blue Ribbon Eyes” bevinden zich twaalf lappen goudeerlijke country. Wij vonden vooral “Home” erg overtuigend.

http://www.elenimandell.com/mainBanr.htm

 

 

MICHAEL HILL “Yours Truly”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Het solodebuut van Michael Hill (Slobberbone, 12 lb. Test, The Nancy Boys), “Yours Truly”, zou perfect kunnen om iemand diets te maken, dat minder vaak juist meer is. Zeven nummers slechts telt deze cd, maar de kwaliteit ervan is wel constant zeer hoog. En ook naar de begeleiding toe werd alles hier heel erg bescheiden gehouden. Occasioneel mogen de cello van Dylan Rieck en de dobro of de elektrische bas van Michael Bristow een woordje komen meepraten, maar over het algemeen zijn het de stem en de gitaar van Michael Hill en de zalige backings van Nancy K. Dillon die het leeuwendeel van het werk verrichten.

Op zijn best klinkt Hill in het drietal “Ghost Story”, “Driving To Austin” en “Stranger In This World” – heel even lijkt het daar alsof hij je wil laten geloven dat de Steve Earle van ten tijde van “Guitar Town” weer eens nieuw plaatwerk heeft afgeleverd.

www.michael-hill.net

 

 

KELLY PARDEKOOPER “House Of Mud”

(Trailer Records)(Trocadero)

(4) J J J J

 

 

Kelly Pardekooper – bij de meesten zal er bij het lezen of horen van die naam allicht nog geen belletje gaan rinkelen. Al zou dat best wel mogen, want zijn “House Of Mud” is een erg geslaagde rootsrockplaat, die bij elke beluistering aan spankracht lijkt te winnen en steeds meer vat op je onderbewustzijn lijkt te krijgen. Licht verslavend, denken wij dan…

Van bij de wat duister aandoende opener, het titelnummer “House Of Mud”, grijpt Pardekooper je bij de strot om je pas terug los te laten tien tracks later. Een prominente rol is daarbij weggelegd voor de lekker twangende gitaar van maatje Teddy Morgan, die met Pardekooper zelf ook voor de productie tekent. ’s Mans mix van country, Americana en blues die op een wat grungy manier wordt gebracht, werkt wat ons betreft het best in het op subtiel orgelwerk van David Zollo drijvende “Drown In Alcohol”, in het slepende rockertje “Hayseed Girl”, in het akoestische pareltje “Highway Home” en in het zondermeer mooiste nummer van de plaat, “Tell Me Quickly”, met alweer die zalige gitaar van Teddy Morgan om het geheel wat meer aan te kleden.

Een blijvertje!

http://www.kellyp.net/

http://www.trailer-records.com/

 

 

ANDY HILL & RENEE SAFIER WITH HARD RAIN “Everything Disappears”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Andy Hill en Renée Safier wisten onze aandacht te trekken met het erg knappe twangbeladen titelnummer van hun jongste cd. De soulvolle stem van Andy Hill deed ons verlangend uitkijken naar meer. Op de cd “Everything Disappears” nemen Hill en Safier beurtelings plaats achter de microfoon. Beiden beschikken ze over uitstekende stemmen. En ook het songmateriaal is o.k. Eén grote maar echter – wij vonden van te weinig nummers een echt Americana gevoel afstralen. Voor het merendeel bevat “Everything Disappears” immers popnummers. Enkel het titelnummer, “Hollywood Nightmare” en het uitstekende “Right In Time” horen dus eigenlijk in deze kolommen thuis – niet toevallig allicht ook de drie beste nummers van de plaat.

www.andyandrenee.com

 

 

PAP AND THE SIDEMEN

“Heads You Win”

(Stardust Records)

“The Wine Remembers”

(Dark Horse Traditions)

(3) J J J

  

 

Dave “Pappy” Hamel kreeg in zijn thuisland Canada de bijnaam “Mr. Smoothy” toebedeeld. En daarmee zijn ze ons ginder voor geweest… Want zowel “Heads You Win” als “The Wine Remembers” bieden immers easy-listening country jazz van het allerrelaxte type. (Eigenlijk gaat het daarbij in het geval van “The Wine Remembers” om een heruitgave van zijn tot dusverre enkel op cassette verkrijgbare cd “Pappy & The Good Old Boys” uit ’94.)

Op hun best zijn Pap & The Sidemen duidelijk in de meer up tempo nummers. Songs als “Only Tomorrow Knows”, “Don’t Change The Rose Of San Antone” of “The Wine Remembers” op de gelijknamige cd, en “Heads You Win (Tails I Lose)”, de instrumental “Remington Ride” en de Marty Robbins cover “Is There Any Chance” op “Heads You Win” rechtvaardigen de opname van Pap & The Sidemen in de “Best of Texas International Country Music Hall of Fame” volkomen.

http://www.cdbaby.com/cd/pappy

 

 

DERAILERS “Genuine”

(Lucky Dog / Sony)

(4,5) J J J J J

 

 

Met “Genuine” zijn de Derailers ondertussen ook alweer aan hun zesde cd toe. En op die plaat bewandelen ze ongedwongen verder de van hen bekende paden. Ook ditmaal weer heerlijke nostalgische deunen troef dus, waarin zowel de Britse als de Amerikaanse sixties volop herleven. De klemtoon ligt daarbij gewoontegetrouw op wat in honky tonks de aanwezigen gemakkelijk op de dansvloer krijgt.

Twee door Jim Lauderdale meegepende songs mogen de feestelijkheden openen: het relaxt swingende “The Way To Your Heart” schreef de man samen met John Leventhal en voor het eerste hoogtepuntje van de plaat, “Take It Back”, in onvervalste Buck Owens stijl, mocht Leslie Satcher mee aan tafel. Ook van Owens zelf mocht trouwens weer geen nummer ontbreken –we zullen duidelijk geweten hebben waar de Derailers de mosterd vandaan hebben- de keuze viel daarbij deze keer op het instrumentale “The Happy Go Lucky Guitar”.

Zelf hebben de heren Villanueva, Adkins en Hofeldt echter ook prima pennen en dat bewijzen ze hier voortdurend! Van het zuiders aandoende “Leave A Message, Juanita” over de fraaie Mavericks-achtige sleper “Alone With You” en de honky tonk light van “Boomerang Heart” tot het deluxe countryrockertje “Genuine” en het rootsy sluitstuk “The Wheel”, het klinkt allemaal even aanstekelijk. Je hoort dat het viertal zich onder de productionele hoede van Kyle Lehning te pletter geamuseerd moet hebben tijdens de opnames van “Genuine”. En al klinkt het dan ook allemaal behoorlijk commercieel, toch wordt hier volop bewezen dat ook in Nashville nog uitstekende platen kunnen worden gemaakt – platen die het predikaat “Genuine” volop verdienen!

www.derailers.com

 

 

LOST JOHN CASNER “Don’t Make Me Laugh (While I’m Drinkin’)”

(Spectrum Records)

(4,5) J J J J J

 

 

 Lost John Casner krijgt op het hoesje van zijn cd “Don’t Make Me Laugh (While I’m Drinkin’)” een flink zetje mee van een bekende compadre. Merle Haggard himself laat zich over de plaat ontvallen: “This is great old honky tonk and Texas swing.” En wie zijn wij om een monument als The Hag te gaan tegenspreken…

Casner levert met “Don’t Make Me Laugh (While I’m Drinkin’) inderdaad één van de knapste real country platen van de voorbije maanden, ja zelfs jaren, af. Albums van dit kaliber laten je in één klap alle commerciële rotzooi vergeten waarmee men dezer dagen vanuit Nashville het begrip country bezoedelt. Twaalf tracks lang serveert Lost John Casner echte Texaanse honky tonk en western swing van een bijzonder hoog niveau. En of het nu gaat om de covers van klassieke nummers van illustere voorgangers als George Jones, Mel Tillis, Leon Payne (het fraaie “They’ll Never Take Her Love From Me”) of John Prine, dan wel om de vier door Casner zelf geschreven nummers, dit is om vingers en duimen bij af te likken, zo lekker…

www.lostjohn.com

 

 

GINA LEE “Where Ya Been?”

(Glee Club Recordings)

(5) J J J J J

 

 

Zondermeer één van de sprankelendste platen die ons dit jaar al bereikten! Gina Lee, a.k.a. The Rockin’ Hillbilly Gal, heeft met “Where Ya Been?” een werkelijk tijdloos album ingeblikt. Hillbilly en western swing klinken hier zo traditioneel en authentiek, dat je het nauwelijks voor mogelijk houdt.

Lee heeft in samenwerking met producers Joe McDermott en Maryann Price en een werkelijk oogstrelende cast van in en om Austin werkzame klassemuzikanten (als Redd Volkaert, Floyd Domino, Slim Richey, Cindy Cashdollar, David Sanger en Kevin Smith, om er maar enkele te noemen) de deur naar haar muzikale toekomst wagenwijd opengetrapt. Van swingende originelen als “Little Gold Band”, “Hard Headed”, “Who Said So Long” en het titelnummer “Where Ya Been?” slaan je voeten als bezeten aan het tappen. En bij rustpuntjes van het kaliber van “Layer Of Frost” of “Crying Steel Guitar Waltz” krijg je spontaan kippenvel.

Speciale vermeldingen zeker ook nog voor “Hank”, Lee’s tip of the hat aan het adres van één van haar grootste idolen, Hank Williams, én voor “Long Gone Lonesome Blues” van de skinny one zelve – twee heerlijke lappen puur countrygenot.

Wat een stem! Wat een songs! Wat een plaat!

www.ginaleeswings.com

http://www.cdbaby.com/cd/ginalee

 

 

GIT “Flowers”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

Git zijn Sarah Carroll, Suzannah Espie, Trish Anderson en Matt Ryan, een Australisch viertal dat met “Flowers” een tweede album vol met volstrekt unieke country en roots pareltjes aflevert. Harmony hillbilly! Alles draait hier om fun en om heerlijke harmonieën. Probeer je de Andrews Sisters maar eens voor te stellen op bezoek in Nashville na een stevig nachtje stappen met de oeruitgave van de Dixie Chicks. Twang, twang en nog eens twang dus…

Als nummers als het melancholische “When You’re Gone”, de spring-in-’t-veld “Flowers” of het heel erg naar de sixties neigende “This Old House” je onberoerd laten, dan moet je aan de verkeerde pillen zitten…

Dit is namelijk volstrekt onweerstaanbaar!

http://www.gitgals.com/

 

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!