ARCHIEF CD-RECENSIES MEI 2005

 

 

archief

 

december     januari     februari     maart     april

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Shooter Jennings “Put The O Back In Country”Holly Williams “The Ones We Never Knew”C. Gibbs “Parade Of Small Horses”Glenn Honeycutt & The Poor Boys “Mr. All Night Rock” - Fred Eaglesmith “The Small Beers Tour” (DVD)Dave Insley “Call Me Lonesome”Michael Shane Borden & The Diesel Kings “The Modern Sounds Of…”Forty45 South “We’re Country So We Can”The Hoyle Brothers “Back To The Door” - Creosote “Blacksmoke”Kim McLean “Happy Face”Monti Amundson “Big Monti” - John Prine “Fair & Square”Jamie Kindleyside “kīnd-lē-sīd” - Jim & Jennie & The Pinetops “Rivers Roll On By”Lucinda Williams “Live From Austin, TX” (DVD) – Son Volt “Live From Austin, TX” (DVD) – Richard Thompson “Live From Austin, TX” (DVD)Steve Strauss “Just Like Love”Ryan James “Back To The Wind” - Morrison-Williams “Morrison-Williams”Woode Wood “Whole ‘Nother Life” - The Believers “Crashyertown”Cindy Bullens “Dream #29” - Henrik Levy “A Letter From A City Man”Joseph Parsons “The Vagabond Tales” - The Paladins “Power Shake – Live In Holland” (DVD) – The Drive-By Truckers “The Dirty South: Live At The 40 Watt” (DVD) – Old 97’s “Old 97’s Live” (DVD)AJ Croce “Adrian James Croce”Imperial Crowns “Preachin’ The Blues Live!”Steve Wynn “What I Did After My Band Broke Up (Best Of 1990-2004) / Visitation Rights” - Lucinda Williams “Live @ The Fillmore”Heather Myles “Rum & Rodeo (Classic Heather Myles)”Polgate “Scarfish Love On Wings Of Mojo Wire” – Harold K “Mengsmering” – Ndromeda “Ndromeda” – Bart Oostindie “Grandson” - Nathan Wiley “Bottom Dollar” en “High Low”Silver Ray “Humans”Malcolm Holcombe “I Never Heard You Knockin’”Various Artists “Essential Americana – The Sound Of Spit ‘N’ Polish”Ove Støylen “It’s About Time” - Tracy Grammer “Flower Of Avalon”Leslie Woods & Dark Mountain Orchid “The Luxury Of Sin”JW Roy “Nie Meer Goed” (CD Single)The Stanley Brothers “Earliest Recordings: The Complete Rich-R-Tone 78s – 1947-1952” - Elizabeth McQueen & The Firebrands “Happy Doing What We’re Doing”Rhonda Vincent & The Rage “Ragin’ Live” - The Hickmen “California Dreamin’”Ben Weaver “Blueslivinghollerin’”Jeffrey Luck Lucas “Hell Then Divine” - Ryan Adams & The Cardinals “Cold Roses”Jeffrey Halford & The Healers “Railbirds”Emile Millar “Stay Here” - Last Train Home “Bound Away”Big Low “No Tears In Paradise”Los Lobos “Live At The Fillmore”Dao Strom “Send Me Home” - Los Super 7 “Heard It On The X”Robbie Fulks “Georgia Hard”

 

SHOOTER JENNINGS

“Put The O Back In Country”

(Universal South)

(3,5) J J J J

 

 

Kinderen van bekende ouders, deel 1. Shooter Jennings is de enige zoon van Waylon Jennings en Jessi Colter. Zijn eerste stappen in de muziekbusiness zette de youngster in een rockbandje luisterend naar de naam Stargunn. Maar ondanks de gedegen reputatie die dat gezelschap binnen een relatief kort tijdsbestek wist te vergaren, besloot de jonge Jennings na verloop van tijd toch om zijn eigen outlaw country roots te gaan exploreren. Met de speciaal voor die gelegenheid samengestelde band The 357’s nam hij het veelzeggend getitelde “Put The O Back In Country” op. Dat debuut valt in grote lijnen op te delen in vier soorten nummers: enerzijds zijn er de vrij duidelijk onder de noemer (outlaw) country vallende liedjes als “Lonesome Blues” en “The Letter”, anderzijds vervaarlijk dicht in de buurt bij wat een groep als de Drive-By Truckers doet uitkomende lappen Southern rock à la “Daddy’s Farm” en “Steady At The Wheel”, een stel ballads ook (zoals “Sweet Savannah”) en tenslotte lekkere countryrockers zoals titelnummer “Put The O Back In Country”, het spetterende “Busted In Baylor Country” en het door George Jones met een stukje “He Stopped Loving Her Today” opgeluisterde “4th Of July”. Variatie troef dus op deze eersteling, die het mede daardoor ruimschoots verdient om als zeer geslaagd te worden bestempeld.

Shooter Jennings

Universal South Entertainment

 

 

HOLLY WILLIAMS

“The Ones We Never Knew”

(Universal South)

(3) J J J

 

 

Kinderen van bekende ouders, deel 2. Holly Williams staat te boek als de kleindochter van wijlen de grote Hank Williams, mag pa zeggen tegen Hank Williams, Jr. en is het halfzusje van Hank III. Country in hart en nieren, denk je dan. Maar “The Ones We Never Knew”, Holly’s debuut, is niet het soort van plaat dat je van een Williams verwacht. Je denkt bij het beluisteren ervan veeleer aan populaire neo-folkies of folkrockers als een Shawn Colvin, een Edie Brickell of een Sheryl Crow. Melodieus singer-songwriterspul met andere woorden, met de flair van een veteraan over een achtergrond van akoestische gitaren, piano, bas en drums gedrapeerd. Enkel wat betreft het hoge kommer-en-kwel-gehalte van haar eersteling doet Holly de familietraditie alle eer aan.

Holly Williams

Universal South Entertainment

 

 

C. GIBBS

“Parade Of Small Horses”

(Rubric Records / Dren Records)

(3,5) J J J J

 

 

Als Nick Cave ooit op het lumineuze idee zou komen om een (alt.) countryplaat te maken, dan zal het resultaat van dat voornemen wellicht niet zo heel erg veel afwijken van C. Gibbs’ “Parade Of Small Horses”. Of van grote delen daarvan dan toch. In de ballade “Honeywell”, het slepende titelnummer en het broeierige rockertje “Two Dollar Ford” komt Gibbs immers zowel stemgewijs als muzikaal gezien eerder dicht in de buurt van Neil Young uit. Maar elders is de sfeer dus een stuk donkerder en grimmiger. Zijn creatieve omgang met elementen uit folk, pop, southern rock en vooral ook gothic country doet met name ’s mans ballads en rustigere liedjes beklijven.

C. Gibbs

Rubric Records

Dren Records

 

 

GLENN HONEYCUTT & THE POOR BOYS

“Mr. All Night Rock”

(Rhythm Bomb Records)

(3) J J J

 

 

Precies veertig jaar nadat zijn eerste en enige single verscheen voor het legendarische Sun Records-label is er nu ook de debuut-CD van Glenn Honeycutt. Tussen 1956 en 1958 blikte die man een klein dozijn songs in voor Sun. Enkel “I’ll Be Around” en “I’ll Wait Forever” werden door Sam Phillips echter een single waardig geacht. Vreemd eigenlijk, want in zijn queeste naar een nieuwe Elvis leek de platenbaas met diens achterneef – de grootmoeders van Elvis en Glenn waren zussen – toch een stevige troef achter de hand te houden. Niet dus… Honeycutt werd dus gewoon postbode in Memphis. Totdat bijna een halve eeuw later het Duitse Rhythm Bomb Records plots op de proppen kwam met een voorstel waar de veteraan wellicht helemaal niet meer op gerekend had. Het resultaat is een met Randy Rich & The Poor Boys ingeblikte collectie luisterend naar Honeycutts bijnaam “Mr. Allnight Rock”. Het betreft elf Honeycutt originals en het door Randy “Rich” Richter gepende “My Heart”. En fans van authentieke rockabilly zullen daar hun hart alleszins ruimschoots kunnen aan ophalen. Lekker swingende spulletjes als “Look What I Found At The Movies”, “Tennesse Rockin’ Girl”, “Sailing The Seven Seas” en “Gonna Love You All Over” worden erop afgewisseld met traditionele schuifelballads à la “There’s No Unloving You” en “Backdoor Billy” en eerder als mid-tempo te bestempelen materiaal genre “Don’t Leave Me Tonight”. Hét absolute prijsbeest is wat ons betreft het over een honkende sax uitgesmeerde “Saturday Night”. Je waant je bij nummers van dat kaliber zo terug in de één of andere ballroom ergens aan het eind van de jaren vijftig! En daar was het heerlijk toeven…

Rhythm Bomb

 

 

FRED EAGLESMITH

“The Small Beers Tour” (DVD)

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“The Small Beers Tour” is een zeer onderhoudende DVD die terugblikt op Fred Eaglesmith’s solotournee door Nederland in februari van dit jaar. Op bijzonder smaakvolle wijze worden optredens van de Canadese Singer-songwriter / rootsrocker op het nieuwe Weeping Willow Festival in Amsterdam en in De Gloppe in Leeuwarden in beeld gebracht. Eaglesmith’s liedjes floreren hier volop in al hun naaktheid. Zo’n akoestische benadering accentueert eigenlijk alleen maar, hoe sterk het materiaal van deze eigenzinnige cowboy wel is. Daarnaast is het vooral ook genieten geblazen van de entertainer Eaglesmith. Vrijwel moeiteloos krijgt hij de aanwezigen op de van hem bekende lijzig-humoristische – Cynische? – manier op zijn hand met grappen en bedenkingen over zijn bevindingen in Nederland en dergelijke. Zo heeft hij het ondermeer over een ontmoeting met Jan Akkerman, over het al té cleane karakter van het land, huurauto’s, voedsel uit de muur (Met zelfs even een stukje Pink Floyd-persiflage: “All ’n all, it’s just more food in the wall…”), kleine biertjes en dies meer. Echte Fredheads zullen bovendien ook hun pret niet op kunnen met een verhelderend interview dat de onvolprezen Jan Donkers met hun idool had.

(Speelduur: 108 minuten.)

Fred Eaglesmith

Sonic Rendezvous

 

 

DAVE INSLEY

“Call Me Lonesome”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Voor de opnamen van zijn nieuwe CD “Call Me Lonesome” wist de vanuit Arizona opererende honky-tonker Dave Insley een hele posse aan getalenteerde begeleiders voor zich uit de studio in te drijven. We noemen ondermeer Rosie Flores, Diana Lee, Chris Gough, de van de Dave Alvin bekende Rick Shea, Ron Rutowski uit de entourage van Glen Campbell en Steve Larson en PH Naffah van Roger Clyne’s Peacemakers. Stuk voor stuk gezellen met een groot countryhart en dat zullen we geweten hebben ook. Zij verschaffen de voornamelijk door zijn werk bij de Trophy Husbands bekende Insley de nodige ademruimte om met tien eigen composities een nog wat prominentere plaats op te eisen in (Alt.) Countryland. En die kans grijpt de met een zalige lijzige baritonstem gezegende cowboy met beide handen. Van lekker ouderwetse countryrockertjes als opener “There’s Gonna Be A Few Changes”, het Willie Nelson-eske “I’m Afraid Of Dyin’” en het vinnige, een weinig aan de Stones herinnerende “Laid To Waste” tot “Maricopa Mountains”, een sfeervol met een shot rootsbloed geïnjecteerd duet met Rosie Flores, het aan zo’n typisch truckersritme voortjakkerende “Roy Boy”, de met Diana Lee gedeelde lap R&B country style “Own A Mountain”, de klassieke Western sound van “Cowboy Lullaby”, de pure honky-tonk van “Gilded Cage” en “Just Call Me Lonesome” – met hoofdrollen voor de twangy gitaar van Shea en de steel van Gough - en de bluegrass-confessie “After I Died”, het klinkt eigenlijk gewoon allemaal even lekker… Conclusie? Wie van (real) country houdt, schaft zich dit album best onverwijld aan. Je zal het je geen moment berouwen!

Dave Insley

Miles Of Music

 

 

MICHAEL SHANE BORDEN & THE DIESEL KINGS

“The Modern Sounds Of…”

(Gulftone)

(3,5) J J J J

 

 

“Stereophonic honky-tonk in Hi-Fi” waarschuwt een tekst op de in een leuk retrogetint hoesje gestoken tweede CD van Michael Shane Borden & The Diesel Kings. En dat is inderdaad ook precies waar deze vier knapen voor staan. Net als de in het in trage Western swing-stijl gebrachte duet hoogstpersoonlijk even zijn opwachting makende Dale Watson in zijn jonge jaren mikken Borden en co ogenschijnlijk voornamelijk op een truckerspubliek. Titels als “Truckstop Confessions”, “Jacksboro Highway”, “Daisy Red Ryder” en “Heartbreak 101” spreken wat dat betreft op zich al boekdelen. Fans van die Watson zullen trouwens ook een flinke kluif hebben aan deze van stevige bakkebaarden voorziene geweldenaar. In eer en geweten, liedjes als de volop naar verbrand rubber en dieselolie geurende honky-tonk baanrocker “Truckstop Confessions”, de tear in your beer ballad “What Would Your Heart Say”, het meer vertelde dan gezongen “Daisy Red Ryder”, het met een flinke scheut rock & roll aangelengde “What’s The Matter With The Mill”, de honky-tonk pur sang van “Heartbreak 101” en “Paradise Ranch” en het van een spitsvondige titel voorziene “Alcohol Of Fame” klinken zelfs gewoon een stuk frisser dan het gros van het op Watsons recentere albums geserveerde werk. Laat dat maar als een serieuze aanbeveling gelden.

Michael Shane Borden & The Diesel Kings

CD Baby

 

 

FORTY5 SOUTH

“We’re Country So We Can”

(Tilo Records / Select-O-Hits)

(2,5) J J J

 

 

Op de door Bret Michaels van het hardrockcollectief Poison geproduceerde opvolger van hun in 2003 verschenen debuut “Too Much, Too Fast” proberen die van Forty5 South naar eigen zeggen een brug te slaan tussen country pur sang en de commerciële variant daarvan. Dat lukt alle goede bedoelingen ten spijt echter maar gedeeltelijk. Liefhebbers van “the real thing” zullen zich misschien nog wel net kunnen vinden in het instant meefluitbare en daardoor aanstekelijk werkende “Little Red Riding Hood”, de voorzichtig tussen rootspop en (commerciële) country twijfelende drieling “Heaven Only Knows”, “Seems Like Yesterday” en “What I Grew Up On” en het door een Southern rock-kantje opvallende “Smoke ‘Em If You Got ‘Em”, maar de rest is standaard-Music Row-kost. Technisch gezien af allemaal, daar niet van, maar niet meteen spek naar onze bek.

Forty5 South

 

 

THE HOYLE BROTHERS

“Back To The Door”

(Loose Booty)

(3,5) J J J J

 

 

 

File under “Real Country” prijkt er fier op het artwork van de CD “Back To The Door” van The Hoyle Brothers. En dat staat daar meer dan terecht ook. Op hun onder de vakkundige leiding van bekende producer Mark Hallman opgenomen debuut laat het vijftal uit Chicago immers een bijzonder frisse indruk na. “Call Heaven”, “Cry If You Want To”, “Back To The Door” en “This Life I Chose” zijn beheerste staaltjes honky-tonk met een hoog anno nu-gevoel, waarin zanger Jacque Judy niet kan verbergen dat zijn stem iets weg heeft van die van Ray Benson van Asleep At The Wheel. “Got Hammered” is dan weer een feestelijk honky-tonk stampertje van het type dat de heren idolen Haggard en Jones dezer dagen het liefst lijken te vermijden, “What If I” en “All The Right Places” zijn door de pedal steel van Brian Wilkie op sleeptouw genomen klassieke countryslepers, “Trucker’s Life” en “Truck Attack” lonken swingend naar een publiek op veel wielen, het opgewekte “Relief’s Just A Swallow Away” en het weemoedige “Home” horen thuis in de categorie drinking songs, “Mama I’m Sorry” benadert op z’n Tex-Mex de al even traditionele cheating-materie en het afsluitende, zwaar op het leadgitaarwerk van Steve Doyle leunende “Penny Pinchin’” is prima Western swing. Duidelijk voor elk wat wils dus op deze bijzonder geslaagd te noemen eersteling.

The Hoyle Brothers

 

 

CREOSOTE

“Blacksmoke”

(Now Publishing Now)

(3,5) J J J J

 

 

Het betreft hier een flink herwerkte versie van het al in 2001 opgenomen album van de uit Tucson afkomstige groep rond grofgevooisde songsmid Jason Steed. In afwachting van diens eerste soloplaat werd “Blacksmoke” geremixt, van een andere songvolgorde voorzien en met enkele tracks uitgebreid. En het moet ons meteen van het hart, als reclame voor wat dra van Steed zelf volgen zal kan het al tellen wat we op het album aantreffen. Heerlijke gruizige Americana – ‘n beetje folk, ‘n beetje rock, ‘n beetje country -  is het wat hier opgediend wordt. Je denkt aan de rustigere momenten van groepen als de Drive-By Truckers en Uncle Tupelo, maar ook aan tal van Americana singer-songwriters à la een Malcolm Holcombe of een Slaid Cleaves. Naast de markante stem van Steed, zijn het met name het veelvuldig gebruik van de harmonica (Steed zelf), de pedal steel, de dobro (beide Tim Gallagher a.k.a. Hank Topless), de fiddle (Phil Stevens) en de banjo (Mike Ahern, Jim Cox) die aan deze collectie een zeer apart karakter verlenen. Het merendeel van de liedjes smeekt als het ware om medelijden met die arme stakker die daar voortdurend aan het klagen is. Melancholie troef dus! Zelf even proeven van album opener “It’s Over Now” zal wellicht volstaan voor een instant crush.

Creosote

Miles Of Music

 

 

KIM MCLEAN

“Happy Face”

(Hippy Chick Twang Records)

(3,5) J J J J

 

 

De naam Kim McLean zal bij kenners allicht eerder een belletje doen rinkelen als leverancier van liedjes voor collega’s als The Judds (“Stuck In Love”), Lee Ann Womack (“Forever Everyday”), Trisha Yearwood (“Harmless Heart”), Jennifer Hanson (“Beautiful Goodbye”), Shana Morrison (“God Must Love Me”) en Tim McGraw (“All We Ever Find”) dan als artieste voor eigen rekening. “Happy Face” is dan ook haar plaatdebuut en liedjesschrijven beschouwt ze zelf nog steeds als haar hoofdactiviteit. Nochtans mag McLean wat ons betreft best wat verder kijken. Met de in “groove-grass” gegoten verhalen op haar eersteling gooit ze immers bijzonder hoge ogen. Er zijn dan ook nogal wat factoren die in het voordeel van deze schone uit de Appalachen pleiten. Zo is ze gezegend met een kristalheldere en bijzonder lenige stem, weet ze een commercieel verantwoord geluid te verzoenen met een flinke dosis rootsgevoel en mocht ze rekenen op de inbreng van een hele batterij aan muzikale klasbakken. Eddie Bayers (drums), John Wills (akoestische en elektrische gitaren, dobro, banjo), Russ Pahl (elektrische gitaren), Dave Hungate (bas), Jellyroll Johnson (harmonica) Elisha Hoffman (percussie), Mike Rojas (keyboards), Jonathan Yudkin (strijkers), Jim Horn en Steve Herman (blazers) hielpen haar bij het neerzetten van een bijzonder attractief totaalgeluid. En bovendien mocht McLean ook nog rekenen op een gezongen bijdrage van good old Dolly Parton. Met haar brengt ze de lieflijke ballade “Angels And Eagles”. Wij hebben het echter meer voor de liedjes waarin McLean iets scherper uit de hoek durft te komen. We denken dan bijvoorbeeld aan het op een bluesy dobro-mondharmonica-interactie drijvende “Cryin’ Days”, het door tal van akoestische instrumenten gedragen”Unapologetic” en het samen met Lisa Brokop gepende “All About Us”. Ook mooi: het poppy titelnummer “Happy Face” en de rootsy eigen interpretatie van het al van Lee Ann Womack bekende “Forever Every Day”. Net als een Womack is het wellicht allemaal net iets té poppy voor de meeste Americanaliefhebbers, maar dat neemt niet weg, dat we van deze McLean ongetwijfeld nog het één en ander zullen gaan horen. Is het al niet als zangeres, dan toch zeker als songsmid.

Kim McLean

 

 

MONTI AMUNDSON

“Big Monti”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(2,5) J J J

 

 

Ooit leek voor Monti Amundson een heel mooie toekomst weggelegd. Zijn gedreven manier van zingen en zijn vurige snarenbehandeling leverden hem al van in den beginne vergelijkingen op met andere bluesrockers als een Stevie Ray Vaughan en een Johnny Winter. (Die twee rekent hij zelf samen met ondermeer B.B. King, Billy Gibbons, Jimi Hendrix en Jeff Beck dan ook tot zijn voornaamste invloeden.) Maar de kolossale bluesgitaarbeul heeft die blitzstart nooit echt helemaal kunnen bevestigen. Toegegeven, hij is zowat overal ter wereld nog altijd een graag geziene gast op bluesfestivals en andere vergelijkbare aangelegenheden. Maar de dagen waarin men hem echt grootse dingen – “The Future of Blues”! - toedichtte lijken toch definitief tot het verleden te behoren. En daarin zal ook zijn nieuwe CD “Big Monti” – Niet te verwarren met de eerder verschenen compilatie “Big Monti Blues”! - geen verandering brengen. Veel meer dan bevestigen wat we al lang wisten – dat de man gezegend is met een stel bijzonder performante stembanden en een aardig eindje uit de voeten kan op zijn gitaar - doet die plaat immers niet. Daarvoor zijn de liedjes aan de matige kant. Geen van de elf nummers – met uitzondering misschien van de lekker stuiterende afsluiter “Six Shots” - wist een echt blijvende indruk op ons te maken. En dat is ooit wel eens anders geweest…

Monti Amundson

CD Baby

 

 

JOHN PRINE

“Fair & Square”

(Oh Boy Records)

(4) J J J J

 

 

Tien lange jaren liet hij ons wachten op nieuw materiaal van eigen hand. Sinds “Lost Dogs & Mixed Blessings” (1995) verschenen immers enkel nog de – overigens wel uitstekende - met covers van anderen gevulde duetten-CD “In Spite Of Ourselves” (1999) en de veredelde Best Of-collectie “Souvenirs” (2000). Nu was John Prine’s levenspad er de jongste jaren dan ook niet echt één dat over rozen leidde. Zo moest hij ondermeer de ring in om er keelkanker te bekampen en kreeg hij ook een nieuwe heup toebedeeld. Een mens zou het al voor veel minder wat rustiger aan gaan doen.

Maar aan haast alles zitten naast na- ook voordelen. Dat ondervond ook Prine. Zo hield hij aan deze op het eerste gezicht erg onfortuinlijke jaren niet alleen de nodige tijd over om een wat normaler gezinsleven te gaan leiden, hij kwam tot zijn eigen grote verbazing uit de strijd tevoorschijn met een geheel nieuwe – een stuk betere - stem. De man klinkt warmer en subtieler dan ooit en dat komt zijn liedjes alleen maar ten goede. “Fair & Square” is daardoor één van zijn meest toegankelijke platen tot op heden geworden. Van bij de opgewekte, op fraai accordeonwerk van Phil Parlapiano voortkabbelende opener “Glory Of True Love” dompelt Prine ons onder in een lekker heet bad van folky Americana- en singer-songwriterspul. Veel meer dan vroeger liet hij zich voor zijn liedjes ook bijstaan door co-writers. De namen van Roger Cook, Pat McLaughlin, Keith Sykes en Donnie Fritts duiken zo geregeld in de credits op. McLaughlin leverde verder ook bijdragen op gitaar, mandoline en keyboards, Paul Griffith verzorgde het drumwerk, Dave Jacques stond in voor de baspartijen, vaste gitarist Jason Wilber was weer de subtiliteit zelve op de snaren en gewaardeerde gasten als een Kenny Malone (percussie), een Shawn Camp (elektrische gitaar), een Dan Dugmore (steelgitaar), een Phil Parlapiano (piano, Hammond B3 en accordeon) en een Jerry Douglas (Weissenborn) waren verantwoordelijk voor de “muzikale details”. Voorts mocht Prine ook rekenen op vocale gastbijdragen van Mindy Smith, Alison Krauss en Dan Tyminski. En dat leverde zeer fraaie resultaten op. Bij het met Smith gebrachte “Long Monday” dringt zich bijvoorbeeld onwillekeurig een vergelijking met de recente samenwerkingen tussen Chip Taylor en Carrie Rodriguez op. Ook hier is immers sprake van “a perfect match”: heerlijk hoe hun twee stemmen elkaar complementeren. Enkele van de vele andere hoogtepuntjes: het licht bluesy “Morning Train”, het behoorlijk maatschappijkritische “Some Humans Ain’t Human” (met ondermeer de gevleugelde woorden “Some cowboy from Texas starts his own war in Iraq”), het bijzonder laidback overkomende “Crazy As A Loon”, waarin hij droomfabrieken als Hollywood, Nashville en New York op de van hem welbekende tongue in cheek-manier op de korrel neemt, en het bespiegelende, over heerlijk gitaar- en steelwerk van respectievelijk Wilber en Dugmore gedrapeerde “Taking A Walk”. Kortom Prine ontgoochelt als naar goede gewoonte niet. Veertien nummers lang – twaalf eigen liedjes en covers van Blaze Foley’s “Clay Pigeons” en het van de Carter Family bekende “Bear Creek Blues” – laat hij horen nog altijd tot de beste nog in leven zijnde singer-songwriters te behoren. En dat mag hij van ons nog vele lange jaren blijven doen ook.

John Prine

Oh Boy Records

 

 

JAMIE KINDLEYSIDE

“kīnd-lē-sīd”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

“You have to hear this…,” waarschuwt klasbak Kevin Welch in de liner notes van Jamie Kindleyside’s CD “kīnd-lē-sīd”. Woorden die je bijna als vanzelfsprekend nog een weinig nieuwsgieriger maken naar wat de in New England getogen, maar momenteel in Nashville residerende singer-songwriter op dat schijfje zoal te bieden heeft. Da’s overigens niet ’s mans eerste CD. Hij debuteerde immers al in 1997 met een naar zichzelf vernoemde plaat, waarop vooral een folkie versie van de Prince-hit “Little Red Corvette” de aandacht trok, en liet in 2001 “Live On Studio One” volgen, een album opgenomen met wijlen Dave Carter.

En om een lang verhaal maar meteen een stuk korter te maken: “kīnd-lē-sīd” ontgoochelt bepaald niet. Kindleyside illustreert met negen eigen liedjes een uitstekende singer-songwriter te zijn. Geassisteerd door ondermeer Johnny Neel (Allman Brothers) op piano en orgel, Jelly Roll Johnson op harmonica, Hollie Poole (uit de entourage van Jo Dee Messina) op gitaar en John Catchings (bekend van zijn werk met Darrell Scott) op cello neemt hij je mee op een zeer gevarieerde reis doorheen Americanaland. Van melancholie druipende stukken (“Rather Have You”), verhalende country (het innemende “Cinnamon & Sage”), country tout court (“Manhattan”), licht rockend materiaal (“A Prayer From Montana”), lekkere rootspop (“I Ain’t Had Nothing (Since You’ve Been Gone)” en “Sally”), vlotte, enigszins punky aandoende Americana (“Jesus In My Heart”), desolate bluesy ballads (“I Wish I Could Be With You”), wie staat op variatie komt hier ruimschoots aan zijn trekken. Voeg daar nog aan toe dat Kindleyside kan beschikken over een lekker berookt aandoende, gruizige stem en je weet allicht genoeg. Welch heeft het inderdaad bij het rechte eind…

Jamie Kindleyside

CD Baby

 

 

JIM & JENNIE & THE PINETOPS

“Rivers Roll On By”

(Bloodshot / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Je met het werk van Jim Krewson en Jennie Benford inlaten heeft veel weg van een reis doorheen de tijd. Met hun kompanen van The Pinetops staan zij immers telkens weer garant voor een royale dosis old school country en bluegrass. Daarbij wordt met name op dat laatste genre geregeld gefocust. De titel van het van Don Reno geleende “Country Boy Rock & Roll” vat het dan overheersende gevoel mooi samen. Tussen de wervelende fiddles, banjo’s, mandolines, bassen, ukeleles en washboards voelen de twee zich duidelijk als een vis in het water. Al dient daar onmiddellijk aan toe te worden gevoegd, dat ze met even veel gemak geregeld flink wat gas terug nemen. Eigen liedjes als “Mt. St. Helens”, “The Poison Vine” en “Blackie Moore” en een prima versie van de traditional “Red Rocking Chair” zijn zo bijvoorbeeld heerlijke lappen ingetogen nostalgie, weliswaar met een scherp randje, maar wel old-time tot op het bot. Opvallende aanwezige in de eerste drie van de genoemde liedjes is de banjocaster van Brad Hutchison, waarmee die het flikt om zowel het geluid van een pedal steel als dat van een orgel of een elektrische gitaar op te roepen.

Aanstekelijk schijfje, dat we van harte zouden willen aanbevelen aan elke ruimdenkende liefhebber van bluegrass en old-time!

Jim & Jennie & The Pinetops

Bloodshot Records

Bertus

 

 

LUCINDA WILLIAMS

“Live From Austin, TX”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

---

SON VOLT

“Live From Austin, TX”

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

---

RICHARD THOMPSON

“Live From Austin, TX”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

      

 

Lekkertje weertje buiten, maar dat heeft er ons toch niet van kunnen weerhouden om een overdosis nieuw muzikaal beeldmateriaal tot ons te nemen. In één vlotte beweging werden drie nieuwe delen in de “Live From Austin, TX”-DVD-reeks van New West Records erdoor gejaagd.

 

Het eerste van de drie is gewijd aan alt. country-diva Lucinda Williams. De opnamen stammen van 5 december 1998, toen La Williams – ondermeer bijgestaan door collega-songwriter Jim Lauderdale (akoestische gitaar en zang) – neerstreek in de zogeheten muziekhoofdstad van de wereld. Het was al haar derde verschijning in het populaire TV-programma “Austin City Limits”. En uiteraard lag de nadruk die avond vooral op de liedjes van haar toen net verschenen doorbraakplaat “Car Wheels On A Gravel Road”. Liefst tien van de dertien nummers van dat album kwamen aan bod. Verder ontbraken ook Williams classics als “Pineola”, “Sweet Old World” en “Passionate Kisses” uiteraard niet op het appel. Een uiterst gefocuste Williams was vocaal in goeden doen, haar begeleiders – met een speciale vermelding voor de nerdy ogende klasbak van een gitarist Kenny Vaughan (Zie ondermeer zijn gitaareruptie in het lekker venijnig rockende “Joy”!) – excelleerden stuk voor stuk op hun instrumenten, de “Austin City Limits”-manier van in beeld brengen was smaakvol als steeds, het geluid eveneens uitstekend. Daardoor verdient deze DVD een minstens zo warme aanbeveling als het hier onlangs nog besproken dubbele live-album “Live @ The Fillmore”.

(Speelduur: 74 minuten.)

Lucinda Williams

New West Records

Sonic Rendezvous

 

Voor nummer twee in lijn moeten we nog twee jaar verder terug in de tijd. Naar 11 november 1996 om precies te zijn, toen Jay Farrar, Dave en Jim Boquist, Mike Heydorn en gastmuzikant Eric Heywood hun opwachting maakten in Austin. Son Volt inderdaad! Dat uit het as van Uncle Tupelo verrezen gezelschap had toen net z’n uitstekende debuutplaat “Trace” afgeleverd. Dus ook hier is de hoofdmoot van het gebodene eerder voor de hand liggend. Met uitzondering van “Mystifies Me” wordt inderdaad het hele album gebracht. En ook in dit geval verdient producer van dienst Terry Lickona weer een pluim. Net zoals alle DVD’s uit de reeks so far valt immers ook dit aan Son Volt gewijde volume op door zijn uitstekende beeld- en klankkwaliteit. We doelen daarbij vooral op de zeer natuurlijke overgangen tussen de diverse cameraperspectieven en de knappe, zeer functioneel gebruikte close-ups. Een respectvolle benadering, zeg maar, van een stukje alt. country-geschiedenis in wording. Bij voorkeur te genieten met “a couple of cold ones” binnen handbereik.

(Speelduur: 74 minuten.)

Son Volt

New West Records

Sonic Rendezvous

 

Nummer drie tenslotte, is de recentste opname van het trio. We zeggen en schrijven 2 juli 2001 en noteren als sujet Richard Thompson. In het gezelschap van Michael Jerome (drums) en Danny Thompson (upright bass) grasduinde de Brit op die zwoele zomeravond op de van hem bekende humoristische manier uitvoerig in zijn eigen liedjescatalogus. Van “Cooksferry Queen” over “Walking The Long Miles Home” tot “She Twists The Knife Again”, “Shoot Out The Lights” of “1952 Vincent Black Lightning”, één lang gerokken genot voor oog en oor is het! En een veel betere manier om te illustreren dat Thompson naast een kanjer van een singer-songwriter en een begenadigde gitarist vooral ook een geweldige performer is, is dan ook nauwelijks denkbaar.

(Speelduur: 89 minuten.)

Richard Thompson

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

STEVE STRAUSS

“Just Like Love”

(Stockfisch-Records)

(3,5) J J J J

 

 

Het in het Duitse Northeim gevestigde Stockfisch-Records specialiseert zich al sinds jaar en dag in wat heet “de betere singer-songwriter”. Zo biedt men er ondermeer onderdak aan de hier op handen gedragen David Munyon. En ook Steve Strauss vindt er al een poosje de broodnodige nestwarmte. Op de opvolger van zijn debuut-CD “Powderhouse Road”, “Just Like Love”, bewijst die Amerikaan zich opnieuw als een songsmid extraordinaire. Met deze nieuwe worp niet altijd even toegankelijke liedjes zal hij zijn fanschare onder liefhebbers van het genre dan ook ongetwijfeld nog fors gaan uitbreiden. Strauss is een echte dichter. Dat blijkt ondermeer uit songs als “Just Like Love”, waarin hij het heeft over de donkere kantjes van de liefde, “Angel”, een als prachtig liedje verpakte wrange commentaar op het leven in New York voor 9/11, “Old Crow”, een naar een eeuwenoud folkthema teruggrijpend nummer, waarin een eenzame man in een kraai ten onrechte de geest van zijn overleden geliefde meent te herkennen, “Dead Man’s Handle”, een aan prachtige “treinbeeldspraak” opgehangen, licht bluesy deuntje over wanhopig naar huis willen – met een prominente rol voor Chris Jones op de dobro – en het door het gebruik van ondermeer een tuba en een mandoline net wat speelser dan de rest overkomende “Jennie Mae” over een zogeheten “dockside belle”. Andere erg fraaie momenten zijn het zo’n typische desert feel uitademende “The Dirt”, het zijn titel alle eer aandoende “A Western” en het met Christina Lux gebrachte “Lord Franklin”, een met gitaar, tin whistle, sarod en accordeon versierde versie van die Britse folk traditional. Dat laatste en Springsteens “Youngstown” zijn overigens de enige vreemde eenden in de bijt op deze sterke plaat. (Super Audio CD)

Steve Strauss

Stockfisch-Records

 

 

RYAN JAMES

“Back To The Wind”

(Hightail Records)

(3,5) J J J J

 

 

Ryan James is een zesentwintigjarige volbloed-Texaan die met zijn “Back To The Wind” zopas één van de allerbeste Texaanse platen van de voorbije maanden afleverde. In Walt Wilkins en Tim Lorsch vond hij dan ook precies de geschikte mensen om zijn materiaal te produceren. Tien van de twaalf liedjes droeg hij overigens zelf aan. Enkel voor Ray Penningtons “(I’m A) Rambling Man” (Johnny Paycheck) en de Dan Seals-hit “Everything That Glitters (Is Not Gold)” maakte James graag even een uitzondering. Wat zijn muziek zo speciaal maakt, is het feit dat hij zo ongeveer perfect de gouden middenweg weet te bewandelen tussen typisch Texaans singer-songwriterspul, Lone Star State country en alles wat er momenteel leeft in de Texas Music Chart. Het ene moment weet hij je te verleiden met instant meezingcountry als het voorzichtig rockende “How Long”, het andere knijpt hij zijn ziel eruit zoals in het over een ingetogen twangend gitaartje uitgesmeerde “Stay With Me A While”. Elders komt hij gevaarlijk dicht in de buurt van commerciële country - zonder daarbij evenwel uit de bocht te gaan (“Goodbye Carolina” en “Home On The Range”), bezingt hij sfeervol zijn thuisstaat (“Home To Texas”) of laat liefdesleed de bovenhand krijgen (de heerlijke, in steel gedrenkte ballade “A Broken Heart”). Maar heel weinig op aan te merken dus, op deze eersteling van James. Wel integendeel, met platen als deze mag men ons alle dagen komen “lastigvallen”…

Ryan James

CD Baby

 

 

MORRISON-WILLIAMS

“Morrison-Williams”

(Palo Duro Records)

(3) J J J

 

 

Shayne Morrison en Clint Williams kunnen ondanks hun nog betrekkelijk jonge leeftijd toch al terugblikken op een relatief succesvol verleden samen. Met hun band Perfect Stranger mochten ze immers al even proeven van mainstream country succes. En het zou ons eerlijk gezegd ook allerminst verbazen mocht dat scenario zich voor hun eerste worp als duo dra gaan herhalen. De twee weten immers precies hoe ze een prettig in het gehoor liggende (commerciële) countrydeun moeten pennen én brengen. Toegegeven, het klinkt allemaal behoorlijk gladjes, maar een gedoseerd gebruik van instrumenten als de banjo, de mandoline, de dobro en de steel zorgt ervoor dat de pijngrens ook voor liefhebbers van Americana en alt. country niet al té vaak dramatisch overschreden wordt. Enkel opgefokte aanstekerballades van het genre “Beautiful Regret” en “I Still Talk To You” mogen wat ons betreft zo naar de prullenmand. Maar ook daar zal wel een publiek voor bestaan zeker? Wel zondermeer leuk te noemen: het op zomers banjogetokkel voorbij huppelende “Preacher Michael” en een radiovriendelijke eigentijdse versie van de Doctor Hook-hit “Cover Of The Rolling Stone”.

Voor alle duidelijkheid toch nog maar even samenvatten: alle goede bedoelingen ten spijt is dit debuut toch eerder iets voor commerciële dan voor alt. country-/roots sites als deze.

Morrison-Williams

Palo Duro Records

 

 

WOODE WOOD

“Whole ‘Nother Life”

(Xylo Records)

(3) J J J

 

 

Hij noemt zichzelf “a little crazy, friendly and eccentric” en bewandelt muzikaal gezien paden die doorgaans worden aangeduid met termen als Americana, roots rock en modern folk. Wat weten we verder over Woode Wood? Dat hij opgroeide in Virginia bijvoorbeeld, vervolgens zo’n beetje overal gewoond heeft en sinds 1994 een thuis heeft in Austin, Texas. Wellicht is het geen toeval, dat zijn muzikale carrière ook precies in dat jaar en in die stad een aanvang heeft genomen.

“Whole ‘Nother Life” is ’s mans debuut. Een tien eenheden tellende, charmant rammelende collectie liedjes, waaraan op productioneel vlak weliswaar nog weel wat verbeterd kan worden, maar die Wood introduceert als iemand die in de toekomst wel eens in de smaak zou kunnen vallen bij de fans van lui als pakweg een James McMurtry. Hij kruidt zijn Americana singer-songwriter stuff alvast met de juiste ingrediënten: heldere teksten, licht gruizige zang, akoestische gitaren à volonté, een zacht huilende pedal steel, een dobro, een mandoline en dies meer. Leukste liedje is wat ons betreft het het najagen van zijn eigen droom bezingende “Bar”, cirkelend rond de veelzeggende zinsnede “I’m not gonna wake up one day miserable, because I didn’t take any risks with my life.” Ook interessant: het meer gesproken dan gezongen “Mandolin” en het rockende “Five.Five”. Bij dat soort van liedjes ga je je onwillekeurig afvragen hoe deze eersteling geklonken zou hebben als men bij de productie ervan niet op een cent had hoeven te kijken.

Woode Wood

CD Baby

 

 

THE BELIEVERS

“Crashyertown”

(Bona Fide Recordings)

(4,5) J J J J J

 

 

“Row”, het debuut van het zonderlinge duo mét hond The Believers, noemden wij in november van 2003 al “een droom van een Americanaplaat”. En het goede nieuws is, dat de opvolger van dat schijfje eigenlijk alleen nog maar beter is. Het hoeft dan ook geenszins te verbazen, dat inmiddels ook de crême de la crême van de huidige Americana scene zich stevig aan lofbetuigingen te buiten gaat. “Crashyertown” is great - everything about it,” meent Buddy Miller. “The Believers sing with heart & conviction,” aldus Jim Lauderdale. “Certain to crash your town & steal your ears,” stoeft Steve Earle-producer Ray Kennedy. De geloofsbrieven worden dus steeds beter voor Cynthia Frazzini en Craig Aspen. Maar waarom dan wel?

Het antwoord op die vraag geeft het tweetal zelf in elf lappen superieure Americana. Je moet al echt van steen zijn om niet te vallen voor het prachtige harmonieerwerk waarmee hier opnieuw wordt uitgepakt. De hese rasp van Aspen en de kristalheldere countrystem van Frazzini lijken als het ware voor elkaar geschapen. Je gaat bij het horen van een dergelijke wisselwerking onwillekeurig terugdenken aan vergelijkbare koppels als Gram & Emmylou, Buddy & Julie en Jeff & Vida. Stevie Adamek tekende voor een vlekkeloze productie, fan Ray Kennedy masterde het geheel.

“Railroad Spikes & Shotgun Shells” barst na een rock intro open in een dot van een roots- / countryrockliedje, dat volop profiteert van het contrast tussen een vrij prominent aanwezige elektrische gitaar en een mandoline. “Get Started” – gezongen door Frazzini en met bijzonder smaakvol accordeon- en pedal steelwerk van respectievelijk Nova Devonie (van Ranch romance) en Dan Tyack (Asleep At The Wheel) - is elegante midtempo Western swing style country voor honky-tonk- en thuisgebruik. Titelnummer “Crashyertown” blijkt vervolgens rootsy pop met zacht rinkelende Byrdsgitaartjes, “Subterranean Homesick Blues”, de enige cover hier, zoekt en vindt in dat Dylan-nummer een potente countryrocker, “Good Days” is trage verhalende Americana à la Buddy & Julie, “Jordan” dan weer een snedige rocker met hoofdrollen voor zowel Frazzini als een twangy gitaartje, “That’s Alright” en “Nobody’s Business” groeien vooral door alweer die fenomenale samenzang uit tot echte rootspoppareltjes en “Highway Song” is high speed old-time Americana tout court. “Long Way To Heaven” herinnert in het zicht van de haven nog even aan wijlen Lone Justice en de rootsy countryballade “Fast Train” is een bijzonder fraai orgelpunt voor een al even fraai album. Eén keer luisteren en ook jij bent een believer, wedden?

The Believers

Miles Of Music

 

 

CINDY BULLENS

“Dream #29”

(Blue Lobster)

(3,5) J J J J

 

 

Met haar twee vorige albums wist Cindy Bullens zich bij heel wat Americana-liefhebbers aardig in de kijker te spelen. We hebben het dan over het in 1999 verschenen en aan haar drie jaar eerder op elfjarige leeftijd overleden dochtertje Jessie gewijde “Somewhere Between Heaven And Earth” en de machtige meer rock & roll-getinte en door de van zijn werk met ondermeer Steve Earle bekende Ray Kennedy geproduceerde opvolger daarvan “Neverland”. Diezelfde Kennedy is ook op de nieuwe Bullens present. Hij deelt het productiewerk met de zangeres zelf en laat hier en daar zijn gitaar flink twangen (“January Sky”). Ander bekend volk dat bij de opnamen van “Dream #29” een handje kwam toesteken zijn ondermeer haar oud-werkgever Elton John, die in het lekker rockende titelnummer van de plaat een stuk wilder op zijn piano tekeergaat dan we dat van ‘m gewoon zijn, Delbert McClinton, met wie Bullens de vocalen van het beheerst stompende en licht bluesy aandoende “This Ain’t Love” deelt, en Tim Wakefield, met wie ze het door een heerlijk mondharmonicaatje aangejaagde countryrockertje “7 Days” zingt. Dat laatste vinden wij meteen het beste nummer van deze als geheel weer best aardige plaat. Bullens profileert zich daarop eens te meer als een vrouwelijk equivalent voor knapen als een John Hiatt, een Bruce Springsteen, een Peter Case of een Steve Earle. Maar het valt wel op, dat ze met de jaren steeds meer oor begint te krijgen naar wat de rock & roller in haar te vertellen heeft. En met knappe liedjes als het slepende “Oriental Silk”, het Stonesy “Box Of Broken Hearts” of het melancholische “Paper & Glass” beschikt ze daarbij over het juiste materiaal ook.

Cindy Bullens

Blue Rose Records

CD Baby

 

 

HENRIK LEVY

“A Letter From A City Man”

(Zip Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Henrik Levy is een jonge, in Stockholm woonachtige Zweed, die enkel en alleen al op basis van zijn looks het hart van menig een vrouwelijke Americana-liefhebber een stuk sneller zal doen slaan. Met name zijn lange bruine lokken en zijn priemende kijkers verlenen hem de allure van de doorgaans goed in de markt liggende jonge god. Maar dat maakt natuurlijk onze rekening niet. Wij baseren ons voor het vellen van een oordeel immers niet op het uiterlijk van een artiest, maar wel op zijn muziek. Blijkt dat “A Letter From A City Man” reeds de derde CD van de man is. In 1998 debuteerde hij met de EP “Among Weeds”, een op duizend exemplaren geperst schijfje dat inmiddels volledig uitverkocht is. In 2000 volgde dan zijn eerste volwaardige album “Along The Way” en daarmee vestigde hij zijn naam als een veelbelovende singer-songwriter in zijn thuisland. En nu is er dus die nieuwe plaat. Die werd opgenomen onder een wel bijzonder gunstig gesternte. Toen Levy door een bevriende producer werd uitgenodigd voor de première van de Nick Drake-film “A Skin Too Few” maakte hij daar immers kennis met Robert Kirby, de man die verantwoordelijk was voor de strijkersarrangementen op heel wat platen van die legendarische liedjesschrijver. En dat had voor Levy als niet onaardig gevolg, dat Kirby ook voor hem die klus wel wilde klaren. Een Nick Drake-vergelijking is dan ook voor de hand liggend. Maar Levy heeft wel meer te bieden dan dat. Album opener en eerste single “Cage-bird Song” herinnert zo bijvoorbeeld heel erg aan Harry Nilsson in zijn topdagen, het van een country-esk ondertoontje voorziene “The Traveling Man” – met zijn zomers mondharmonicaatje - doet hetzelfde met Steve Goodman, Costello lijkt hier en daar ook een invloed te zijn geweest en zo zijn er nog wel een paar te bedenken. Uit het goede hout gesneden dus duidelijk, die Levy. Feit is, dat hij met melancholische liedjes als “Court Song”, “The Teacher”, “Outside”, “Anna’s Song” en de al eerder vermelde single, en wat vlottere deunen à la het bluesy “Coin Man” of “The Traveling Man” een alleraardigste collectie liedjes presenteert, waarin zowel zijn jeugd op het platteland, een studiejaar in het Mekka der songwriters Texas, als zijn huidige verblijfplaats, grootstad Stockholm, duidelijk worden gereflecteerd. Gaan we als je het ons vraagt nog veel van horen, van deze jongeman…

Henrik Levy

Sonic Rendezvous

 

 

JOSEPH PARSONS

“The Vagabond Tales”

(Blue Rose / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Mede door de goede zorgen van zijn Europese werkgever Blue Rose Records en zijn inbreng in groepen als Hardpan en 4 Way Street geniet Joseph Parsons hier een veel ruimere bekendheid dan in zijn thuisland Amerika. Maar misschien kan zijn nieuwe CD “The Vagabond Tales” daarin wel verandering brengen. Parsons, die kan terugblikken op een wel bijzonder bewogen leven, waarin ondermeer een episode van anti-oorlogsinspanningen in Irak voor en tijdens de eerste Golfoorlog opvalt, slaagt er op deze plaat immers voor het eerst in een evenwicht te vinden tussen alle elementen die het verschil uitmaken tussen een goede en een mindere singer-songwriterplaat. In zijn teksten vormt het leven van alle dag het uitgangspunt en muzikaal gezien kiest hij voor een zeer gediversifieerde aanpak. Hij produceerde het geheel zelf en kon bij het tot uitvoer brengen van zijn plannen terugvallen op de hulp van tal van bevriende muzikanten. We noemen bijvoorbeeld een Scott Bricklin (elektrische gitaar), een Ben Arnold (keyboards), een Matt Muir (drums), een Pete Donnelly (bas), een Tom Gillam (elektrische gitaar) en een Scott Silipigni (percussie). Zij helpen “Another Way Around” inkleuren tot een beheerst rockertje, het door een mandolineaccentje opvallende “World Without Shade” en “Good Or Bad” tot leuke rootspopdeunen, het zwaar op de Wurlitzer van Devin Greenwood leunende “Shot Of Will” tot heerlijke singer-songwriter pop tout court, “Shot Of Will” tot een rustig funky niemendalletje, “Mighty High” tot een soulvolle ballade van het type waarop Greg Trooper dezer dagen een patent lijkt te hebben en “Crocodile” tot iets waarvoor ook Tony Joe White zijn hand niet zou omdraaien. “Man Eclipsed” en “Silence” zijn dan weer puur (akoestisch) singer-songwriterspul en het tekstueel nogal deprimerende “Memories” rockt een aardig eindje weg. Kortom, een lekker gevarieerde schijf met tal van “radiovriendelijke” momenten. Doe er je voordeel mee!

Joseph Parsons

Blue Rose Records

Bertus

 

 

THE PALADINS

“Power Shake – Live In Holland” (DVD)

(DaViD 5 / Rounder Europe)

(3,5) J J J J

---

THE DRIVE-BY TRUCKERS

“The Dirty South: Live At The 40 Watt” (DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

---

OLD 97’S

“Old 97’s Live” (DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

      

 

“Power Shake: Live In Holland” is een tijdens de voorbije editie van het Kids ‘n Billies Festival in Nijmegen geregistreerde concert-DVD van blues- en rootsrockiconen The Paladins. Heerlijk zomers weertje in de Goffert die junidag en het aantal kijklustigen in de buurt van het podium was dan ook eerder beperkt. Teveel andere (rand)activiteiten wellicht - de ziekte waaraan zoveel zomerfestivals ten prooi vallen… Dat belette Dave Gonzalez, Thomas Yearsley en Bryan Fahey echter geenszins om er een knallende vertoning van te maken. De geserveerde cocktail van ouder en recent werk ging er bij de wel aandachtige aanwezigen dan ook in als zoete koek. Favorietjes als “Slippin’ In”, “Lil’ Irene”, “Kiddio”, “Let’s Buzz”, “El Matador” en “Bad Case Of Love” klinken hier beter dan ooit.

The Paladins

Rounder Europe

 

“The Dirty South: Live At The 40 Watt” is de eerste live-DVD van de nieuwe vaandeldragers van de Southern Rock-beweging, The Drive-By Truckers. De tweeëntwintig songs tellende collectie werd op 27 en 28 augustus van vorig jaar vereeuwigd tijdens de eerste twee shows van de tournee ter ondersteuning van hun voortreffelijke jongste CD in de 40 WATT in Athens, Georgia. Dat betekent evenwel niet dat de repertoirekeuze bij het materiaal van die plaat ophield. De Truckers kennen duidelijk hun klassieken en band classics als “The Day John Henry Died”, “The Living Bubba” en “Carl Perkins’ Cadillac” ontbraken dan ook evenmin op de setlist. Naast de muziek zijn er ook interviews met de bandleden en gunt men ons ook geregeld een blik backstage. Met een speelduur van ruim 135 minuten en een voortreffelijke 5.1 surround sound is dit dan ook een stevige aanrader!

The Drive-By Truckers

New West Records

Sonic Rendezvous

 

Op hetzelfde New West-label verschenen en van opzet dus ook niet zo heel erg afwijkend van de eerste DBT-DVD is “Live”, een in de kleine, maar fijne Troubadour Club in Hollywood gedraaide concertfilm rond de Old 97’s. Ook die (poppy) roots rock / alt. country bende rond Rhett Miller heeft een uitstekende live-reputatie. Hier weet men die echter niet helemaal waar te maken. Op ons maakte de melange van try-outs van hun laatste CD “Drag It Up” (“Won’t Be Home”, “Smokers”, “Friends Forever” en “The New Kid”) en een stel live-favorieten geplukt van hun zes tussen 1994 en 2001 verschenen albums (“Just Like California”, “Rollerskate Skinny”, “Melt Show”, “Jagged”, “Doreen”, “Time Bomb”, etcetera) alvast niet dezelfde indruk als de eerder besproken schijfjes van de Paladins en de Drive-By Truckers. Een kwestie van smaak misschien wel, maar toch… Het is allemaal net iets minder sfeervol in beeld gebracht. Ook hier als extraatje een als documentaire verpakt kijkje achter de schermen met interviews met de band (en een discografie).

Old 97’s

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

AJ CROCE

“Adrian James Croce”

(Seedling / Eleven Thirty / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

De voorbije vier jaren stonden voor Adrian James “AJ” Croce vooral in het teken van het voor het nageslacht helpen bewaren van de muzikale nalatenschap van wijlen zijn vader Jim. Drie CD’s en één DVD verder is het echter weer volop “me time”. Voor zijn vijfde CD ondertussen ook alweer nam AJ vrijwel alle touwtjes zelf in handen. “Adrian James Croce” verscheen op zijn eigen label Seedling Records, hij produceerde het album samen met de van zijn werk met ondermeer Madonna en Pink Floyd bekende Michael Vail Blum en onder alle liedjes prijkt – we zouden haast durven zeggen uiteraard –zijn eigen naam. Ook de aanwezige muzikanten recruteerde hij zelf en dat zijn bepaald niet van de minsten: Brian MacCleod, de man die met Sheryl Crow “Santa Monica Blvd.” Schreef, tekende voor drum- en percussiewerk, Davy Faragher (Crow, Costello, Hiatt) hanteerde de bas, virtuoos Greg Leisz deed hetzelfde met de mandoline en de lap steel en Nick Kirgo (David Lynch) en Michael Bizar (Phil Lesh, Stewart Copeland) stonden in voor het gitaarwerk. Het zijn echter vooral de knappe stem van de jonge Croce zelf, diens heerlijke pianospel en zijn werkelijk puntgave liedjes die de show stelen. Op “Adrian James Croce” kiest hij resoluut voor een pop-aanpak, daarbij nu eens nadrukkelijk verwijzend naar Elvis Costello, dan weer naar de Beatles, de jonge Elton John of Billy Joel in betere tijden. En dat levert in onze ogen ruim voldoende memorabele momenten op om het album hier warm te mogen aanbevelen. Songs als het met rinkelende gitaartjes overgoten “Call Me Dear”, het Beatle-eske “You’re Not There”, de rootsy ballade “Cold” of het ook al met een mandoline touch gezegende en lekker breed uitwaaierende “Upside Down” schreeuwen zelfs nadrukkelijk om geregelde radio airplay.

AJ Croce

Sonic Rendezvous

 

 

IMPERIAL CROWNS

“Preachin’ The Blues Live!”

(Ruf Records / Munich)

(4) J J J J

 

 

Het uit L.A. afkomstige blueskwartet Imperial Crowns wist zich met z’n withete mix van blues, R&B, funk, swamp, rock en soul al na amper twee albums van een stevige reputatie verzekerd. Qua impact was het verschijnen van hun debuut “Imperial Crowns” en opvolger “Hymn Book” een beetje te vergelijken met dat van de eersteling van Lester Butlers Red Devils indertijd. Je weet wel, van die albums, die je al van bij het eerste rondje stevig bij de ballen hebben. En dat was in niet geringe mate de verdienste van kopstuk Jimmie Wood. En diens potente grom is het ook nu weer die op “Preachin’ The Blues Live!”, een zopas verschenen concertregistratie van de groep, stukken maakt. De grofgevooisde Wood schreeuwt meer dan dat hij zingt en hij blijkt bovendien ook nog eens goed voor een beklijvend potje smoelschuifwerk. En dan is er nog de fantastische gitaarbeul J.J. Holiday die hem voortdurend met vlijmscherpe snarensalvo’s ruggensteunt. Billy “Champagne” Sullivan achter de drumkit en John Avila op de bas vervolledigen het viertal.

Met uitzondering van William Bells gloedvolle soultrage “You Don’t Miss Your Water” brachten Wood en de zijnen op 23 maart van vorig jaar op het Rockpalast Crossroads-festival in Bonn enkel eigen materiaal. En dat dat behoorlijk kan knallen wisten we natuurlijk al. Van de uit drassige bodem getrokken rocker “Lil’ Death” over de in gospel gedrenkte stamper “Praise His Name”, van het naar Crowns-normen eerder bedeesde harmonica-bluesje “Big Boy” tot het funky stuiterende “(Simply) Just A Dream”, van het licht delirante, met een shot Diddley twang geïnjecteerde “The River” tot de van een stomende harp intro voorziene sneltrein “Altar Of Love”, van het van soul overlopende “Golden Girl” of het knallende “Blues Au Go Go” tot afsluiter “Ramblin’ Woman Blues”, no doubt about it, this is the real thing! Mis ze dus vooral niet als ze vroeg of laat ergens in je buurt opduiken…

(By the way, het concert werd ook op DVD vastgelegd.)

Imperial Crowns

Ruf Records

Munich Records

 

 

STEVE WYNN

“What I Did After My Band Broke Up / Visitation Rights”

(DBK Works / Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

“What I Did After My Band Broke Up” is een zeventien songs omvattende bloemlezing uit het solowerk van voormalig Dream Syndicate-kopstuk Steve Wynn. Het album bevat fragmenten van alle acht CD’s die de man tussen 1990 en 2004 inblikte. Wynn zelf voorzag ze allemaal van de nodige commentaren in het daardoor zeer verhelderend werkende booklet. Alle wat bekendere songs van de rootsrocker, zoals het nerveuze “Amphetamine” (met The Miracle 3), het al even jachtige “Sustain”, het ondertussen licht klassieke “Shelley’s Blues, Pt. 2” (met de verrukkelijke Thalia Zedek en haar maats van Come), het op lekkere keyboardklanken van Chris Cacavas (Green On red) drijvende poppareltje “There Will Come A day” en het nog uit de prille dagen van zijn carrière stammende radiohitje “Carolyn” passeren daarbij uiteraard de revue. Wat dit album voor velen echter pas echt interessant zal maken, is de bijgevoegde bonus disc “Visitation Rights”, waarvoor Wynn enkele van zijn liedjes van een nieuw arrangement voorzag. “14 songs reinterpreted for Piano and Vocal” noemt hij het zelf. Hij nam ze samen met Chris Cacavas op in september van vorig jaar. En het moet gezegd, zijn nummers overleven deze toch wel behoorlijk drastische ingreep met sprekend gemak. In al hun naaktheid nodigen ze veel meer nog dan in hun originele versies uit tot “echt” luisteren. En de conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd, dat, als de jaren straks stilaan gaan wegen, Wynn zich geen zorgen hoeft te maken. Zijn jasje van rocker kan hij dan met een gerust gemoed inleveren voor dat van klassieke singer-songwriter. Hij zal er hoegenaamd niets aan zeggingskracht door inboeten.

Steve Wynn

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

LUCINDA WILLIAMS

“Live @ The Fillmore”

(Lost Highway / UMG)

(4) J J J J

 

 

Net als die van Los Lobos enkele weken geleden koos ook Lucinda Williams als decorum voor haar eerste live-CD het legendarische Fillmore Theatre in San Francisco uit. Daar blikte ze verspreid over drie avonden in november van 2003 de tweeëntwintig stukken in die de twee in een knappe met zo’n typische Fillmore-poster versierde digipack gestoken schijfjes vullen die je momenteel voor de bijzonder klantvriendelijke prijs van één enkele CD worden aangeboden. De nadruk lag bij de repertoirekeuze natuurlijk vooral op haar drie laatste CD’s. Van “World Without Tears” worden liefst elf van de dertien nummers gebracht, met ondermeer mooie versies van het bitterzoete “Ventura”, het soulvolle “Fruits Of My Labor”, het knappe titelnummer en het over een twangy gitaartje heen (quasi) gerapte “Sweet Side”. Van “Essence” plukte ze zeven liedjes (“Essence”, “Lonely Girls”, “Blue”, “Bus To Baton Rouge”, “Reason To Cry”, “Are You Down” en “Out Of Touch”) en van “Car Wheels On A Gravel Road” twee (“I Lost It” en “Joy”). Haar songbook van voor die succesplaten komt er eerder bekaaid vanaf. Enkel “Pineola” (van “Sweet Old World”) en “Change The Locks” (van “Lucinda Williams”) werden goed genoeg bevonden. Laat dat echter vooral geen reden zijn om je deze plaat niet onverwijld aan te schaffen. Williams klinkt hier in het gezelschap van Doug Pettibone (gitaar, pedal en lap steel, mandoline en harmonica), Taras Prodaniuk (bas) en Jim Christie (drums, percussie en keyboards) immers opvallend relaxt en goed bij stem. Je hoort haar als het ware genieten van elke noot en dat werkt bijzonder aanstekelijk. “Live @ The Fillmore” vormt dan ook een welgekomen aanvulling op haar eerdere catalogus.

Lucinda Williams

Lost Highway

 

 

HEATHER MYLES

“Rum & Rodeo”

(HighTone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Wat betreft het uitpakken met nieuw plaatmateriaal houdt het Amerikaanse HighTone-label zich de jongste maanden opvallend gedeisd. Wat evenwel niet meteen hoeft te betekenen, dat men ons op onze honger laat zitten. De eigen archieven blijven immers stof genoeg opleveren om verzamel-CD’s mee te vullen. Van Joe Ely, van Buddy & Julie Miller, van Jimmie Dale Gilmore, van Rosie Flores, van Big Sandy en nu ook weer van Heather Myles. Geput wordt er uit haar albums “Just Like Old Times” uit ’92 en “Untamed” uit ’95, met als welkom extraatje het niet eerder uitgebrachte “Read You All Wrong”. Heather Myles bewees reeds in dat prille stadium van haar carrière uit het juiste hout gesneden te zijn. Een stem als een klok en liedjes met een hart voor traditie bezorgden haar dan ook snel een hele horde hondstrouwe fans. Men ziet haar graag als het vrouwelijke antwoord op Dwight Yoakam. En daar valt wel iets voor te zeggen ook. Je kan daar trouwens zelf een oordeel over vellen door de twee op 10 juli te gaan bewonderen op het Butterfly Country Festival in Emmen, waar verder ondermeer ook BR549 en Asleep At The Wheel acte de présence zullen geven.

Heather Myles

HighTone Records

Sonic Rendezvous

 

 

POLGATE

“Scarfish Love On Wings Of Mojo Wire”

(Green / Arising Artist)

(4) J J J J

---

HAROLD K

“Mengsmering”

(Cracking Chair)

(3,5) J J J J

---

NDROMEDA

“Ndromeda”

(Skipper Boetlek)

(3) J J J

---

BART OOSTINDIE

“Grandson”

(Inbetweens Records / Clear spot)

(3) J J J

 

         

 

Neerlands hoop in bange dagen? Klinkt een beetje al té drastisch, niet? Americana lijkt het momenteel immers verre van kwaad te doen boven de Moerdijk. Ten bewijze daarvan een rondje recente Nederlandse platen.

 

En we beginnen meteen met kwaliteit met een hoofdletter K. “Scarfish Love On Wings Of Mojo Wire” is het werkelijk uitstekende derde album van het Utrechtse collectief rond singer-songwriter Erny Green. Dat door niemand minder dan good old Henk Koorn van Hallo Venray geproduceerde schijfje is een echt toonbeeld van goede smaak. Green verstaat als weinig anderen de kunst om zijn liedjes een zeker melancholisch elan mee te geven. Nummers als “Silverlake ‘91”, “Dinner In My Cave” en “Broken Heart & Hammering Rain” mogen wat ons betreft zelfs zo langs de betere (rustigere) momenten van pakweg een R.E.M. of een Wilco. Het experiment schuwen de heren echter zeker ook niet. De combinatie van een voor een 16 Horsepower-vergelijking net iets te vrolijke banjo, een rockgitaar en een opera-aria in “The Flower & The Bee” en de reggae touch van “Homebound Tree” zijn daarvan goede voorbeelden. Waarom Polgate door sommigen reeds enige tijd de beste Neder-Americana band van het ogenblik genoemd wordt, wordt hier ook voor nuchtere Belgen als ons meteen duidelijk…

Polgate

 

Een heel ander verhaal is dat van de ook al vanuit Utrecht opererende Limburgse singer-songwriter Harold Konickx. Onder het pseudoniem Harold K serveert die op het in een leuke digipack gestoken “Mengsmering” acht beurtelings in het Limburgs en het A.N. gezongen liedjes. Het ene moment klinkt hij daarbij als een soort eigentijdse kruising van Armand en Bob Dylan, het andere komt hij vervaarlijk dicht in de buurt bij streekgenoot Gé Reinders. Het resultaat van dat alles is een aangename luistertrip voor wie zijn pop / Americana graag in zijn moerstaal heeft. Beste momenten: het jazzy melancholische “Feest” en het herkenbare (licht rootsy) “Koper”.

Harold K

 

Ndromeda dan, is een duo bestaande uit Ciska Ruitenberg (zang, dobro, harmonium) en Jaco bouwmeester (zang, gitaar, banjo, viool, cello, bas, percussie) dat op z’n titelloze debuut aangevuld met gast(muzikant)en Bart Matthesius (trombone) en Elsa Beckman (achtergrondzang) zowat het midden houdt tussen wat anderen als een Gillian Welch, een Nick Drake of – iets dichterbij huis - Powderblue doen of deden. Mooie folky Americana dus, met vrijwel voortdurend de nadruk op het element sfeer. Zeven eigen liedjes aangevuld met een filmpje van een optreden in Theater Bellevue (bij Club Calotte) in Amsterdam is wat je hier voor je geld krijgt aangeboden. Songs als “Two Days” en “River St John” zullen liefhebbers van de hoger vernoemde acts vast en zeker ook kunnen bekoren. De combinatie van de lijzig-expressieve stem van Ruitenberg, semi-klassieke en eerder voor Americana karakteristieke instrumenten en knappe songs doen het hem.

Ndromeda

Skipper Boetlek

 

Bart Oostindie tenslotte is in het Limburgse circuit al lang geen onbekende meer. In de bands van Mo’ Jones en Arno Adams en in zijn eigen Down South speelde hij zich al een aardige reputatie als gitarist bijeen. Dat hij ook met de pen een aardig eindje uit de voeten kan bleek eind februari toen hij de Alfa Award won, de singer-songwritercompetitie van het L1 TV-programma “De Muziekfabriek”. Vooral met het liedje “Grandson” maakte hij toen indruk op de jury. Dat nummer werd aangevuld met vier andere songs tot ’s mans debuut-EP. Dat in een met Léon Bartels gedeelde productie opgenomen schijfje laat ons kennismaken met een folky zingende liedjesschrijver die duidelijk al wel eens van Nick Drake gehoord heeft. Zonder dat je hem daarom meteen van epigonisme moet gaan beschuldigen overigens. Nummers als “It’s Alright” en “Jimmy The Bullet” klinken immers een stuk jazzier dan Drake lief was.

Inbetweens Records

 

 

NATHAN WILEY

“Bottom Dollar”

“High Low”

(Sonic Records / Warner Music Canada)

(4) J J J J

 

  

 

De jonge Canadees Nathan Wiley dwong met zijn in 2001 verschenen debuut-CD “Bottom Dollar” meteen het nodige respect af. Met ijzersterke liedjes als het ingenieuze, meer dan zomaar een klein beetje naar Tom Waits verwijzende “Bottom Dollar Baby”, het op het zweverige af melancholische “Comeback”, het voorzichtig (country)rockende “Black Bones” en de werkelijk wonderschone ballade “Renegade” Verdiende hij zich vergelijkingen met groten der aarde als de al eerder genoemde Tom Waits, een Ron Sexsmith, een Leonard Cohen, een Neil Young, een Steve Earle en een Paul Simon. Met een evenwaardige opvolger op de proppen komen zou dus geen sinecure worden, zo leek het. Wiley zelf liet zich door die gedachte echter niet uit zijn lood slaan. Hij doet met het onlangs verschenen “High Low” gewoon even goed, om niet te zeggen nog beter. Ook op zijn tweede CD schudt hij weer de ene memorabele song na de andere uit de mouw. Twaalf nummers lang verweeft hij elementen uit zo diverse muzikale genres als (roots)rock, pop en blues tot bijzonder aangenaam luistervoer. De eerste single van het album, “High Low”, is zo een lekker in het gehoor liggend rootsrockertje, in “Bride Of Fire” komt hij eerder swampy uit de hoek, “Hey Hey” is rustige singer-songwriter pop genre de jonge Young of Sexsmith, “Get Your Own” leeft van een funky groove en “Best That I Can Do” is weergaloze roots pop. Wiley profileert zich daarbij als een echt duiveltje-doet-al. Hij schreef, arrangeerde en produceerde alle liedjes zelf. Daarnaast nam hij ook flink wat van het gebezigde instrumentarium voor eigen rekening (akoestische en elektrische gitaren, slide, lap steel, bas, drums, percussie en orgel) en had hij ook een hand in zowel artwork als lay-out. Zondermeer een man voor de toekomst dus.

Nathan Wiley

Sonic Records

 

 

SILVER RAY

“Humans”

(Broken Horse / Munich)

(3) J J J

 

 

Wellicht mede onder invloed van het succes van groepen als Calexico en Friends Of Dean Martinez worden steeds meer artiesten zich bewust van de levensvatbaarheid van een instrumentale benadering van het genre dat doorgaans enigszins misleidend als alt. country wordt bestempeld. Zo ook Cam Butler (gitaar), Julitha Ryan (elektrische en akoestische piano en keyboards) en Brett Poliness (drums). Van dat onder de naam Silver Ray door het leven stappende drietal verscheen zopas de CD “Humans”. Met die plaat scharen de drie zich in het rijtje The Dirty Three, Godspeed en Explosions In The Sky. Ellenlange, volledig instrumentale exercities luisterend naar namen als “Winter Is Behind Us”, “Live Then Die”, “Big Mystery” en “Live In Hope” zijn hun ding. De beurtelings galmende, krassende en zalvende gitaar van Butler gaat daarin op bijzonder fraaie wijze de dialoog aan met de piano’s van Ryan. Poliness completeert het verhaal met subtiel drumwerk. Wat zodoende ontstaat is muzikaal behang van het betere soort. De veelal in weemoed badende stukken – en met name dan het afsluitende “Live In Hope” – vormen als het ware de gedroomde achtergrond voor nachtelijke mijmerpartijen.

Broken Horse

Munich Records

 

 

MALCOLM HOLCOMBE

“I Never Heard You Knockin’”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

In kennerskringen wordt Malcolm Holcombe al langer gezien als één van de allerbeste singer-songwriters van het ogenblik. Die uitstekende reputatie heeft hij vooral te danken aan zijn twee vorige CD’s, “A Hundred Lies” (1999) en “Another Wisdom” (2003). Daarop presenteerde de grofgevooisde poëet zich als iemand die je rustig in één adem met enkelen van de allergrootsten uit het genre als een Guy Clark of een Townes Van Zandt mag vernoemen. En dankzij “I Never Heard You Knockin’” zal hij zijn positie alleen nog maar verstevigen, daarin mag je ons vrij geloven. Dat door hemzelf geproduceerde en door Ray Kennedy gemixte, elf nieuwe eigen liedjes bevattende album nam hij volledig in zijn eentje op. Die verweerde stem van ‘m en een akoestische gitaar, daarmee moet je het maar zien te doen. En op die manier creëerde hij een intimistisch kader waarin zijn liedjes werkelijk uitstekend gedijen. Het lijkt zelfs alsof ze er alleen nog maar sterker uitkomen. Vooral als hij het over relaties heeft zoals in het hartverscheurend mooie viertal “Sittin’ Sad”, “For The Love Of A Good Woman”, “Not Who You’re Thinkin’ Of” en”Mama Told Me So” lijkt hij diep in zijn eigen ziel te laten kijken. Bij wijze van tegengewicht zijn er ook wat opgewektere deunen zoals zijn loflied aan het eigen werkende bestaan “Doing My Job”.

“I Never Heard You Knockin’” noteren we nu alvast bij op het lijstje met de jongste platen van Greg Trooper, Jimmy LaFave, Ryan Adams, Bruce Springsteen en de Hacienda Brothers. Dit is immers een gegarandeerde kandidaat voor ons jaarlijstje, zeker weten!

Malcolm Holcombe

Village Records

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Essential Americana”

(The Sound Of Spit ‘N’ Polish)

(Spit & Polish / Shoeshine / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Een leuke verzamelaar, maar gezien het gebodene naar ons gevoel wel één met een toch wat al té schreeuwerige naam is het zopas verschenen “Essential Americana”. Het betreft hier immers geen genreoverspannende collectie, maar gewoon een label sampler van het sympathieke Spit & Polish, een tak van het iets bekendere, vanuit Glasgow actieve Shoeshine Records. Daarop verzamelde labelbaas en producer van dienst Francis MacDonald (Teenage Fanclub) enkele van de leukste momenten van de jongste jaren voor zijn platenstal verschenen albums. Dat betekent naast twee tracks van Laura Cantrell (“Queen Of The Coast” en “High On A Hilltop”) en Paul Burch (“C’est Le Moment” en “Peach Pickin’ Time In Georgia”) ook materiaal van Amy Rigby, Jason Ringenberg & Steve Earle (het werkelijk sublieme “Bible And A Gun”), John Herald (“Martha And Me”), Steve Young (“Blackland Farmer”), de Radio Sweethearts (“Lonesome Blue”), Tim Carroll, Tom Clelland, She-Haw, Tom Armstrong, Amy Allison, Neil Cleary en John Miller. Helaas niks nieuws onder de zon. Elk van de 16 zogeheten “classics of contemporary country” die hier worden geserveerd verschenen immers eerder ook al elders. Anderzijds is het echter ook wel zo, dat MacDonald bij het selecteren van de tracks een bijzonder gelukkig handje heeft gehad. En dat maakt van dit prettig geprijsde introductieschijfje al bij al toch een voorzichtige aanrader.

Spit & Polish

Shoeshine Records

Munich Records

 

 

OVE STØYLEN

“It’s About Time”

(Kultur & Spetakkel)

(3,5) J J J J

 

 

Je hebt commerciële country en commerciële country… Wat de Noor Ove Støylen maakt valt onmiskenbaar onder de noemer commerciële country, maar hij doet dat met zo’n flair en met zoveel gevoel voor traditie dat het in zijn buurt goed toeven is. Hij doet je met plezier terugdenken aan de tijd dat knapen als George Strait, Alan Jackson en Randy Travis om er maar een paar te noemen nog fier als neo-traditionalisten door het leven stapten en als redders van het aardig in verval verkerende countrygenre werden binnengehaald. ’t Is dat het als buitenlander zo verdomd moeilijk is om in Nashville een voet tussen de deur te krijgen, anders zouden we deze knaap zonder blikken of blozen een grote toekomst durven te voorspellen. Twaalf zelf gepende liedjes brengt hij op de door zijn landgenoot Espen Skeie gearrangeerde en geproduceerde opvolger van het in 2003 verschenen “Dusty Boots”. En daarin mogen traditionele country-instrumenten als de steelgitaar, de fiddle, de dobro, de banjo en de mandoline nog volop de klankkleur bepalen. Het is de man duidelijk menens als het over zijn favoriete muziek gaat. “When you’re hooked on country so bad, it gets down to your roots,” zingt hij bij wijze van bevestiging van die vaststelling in het vrolijk swingende “From Duke To Alan”, slechts één van de vele hoogtepuntjes hier. En echt onweerstaanbaar wordt het al helemaal als hij in feestelijke stampertjes als “Countryfied” en “Pork On The Run” elementen uit respectievelijk cajun en bluegrass in zijn country binnensmokkelt. Werkelijk voor elke (commerciële) countryliefhebber wat wils hier. Het ene moment laat Støylen je vrolijk meelallen met zijn bijzonder aanstekelijk uptempo materiaal, het andere bewijst hij in wat rustigere nummers over een wel erg mooie countrystem te beschikken. Noem hem dan ook gerust een echte topper in zijn genre.

Ove Støylen

Kultur & Spetakkel

 

 

TRACY GRAMMER

“Flower Of Avalon”

(Signature Sounds / Rounder Europe / Munich)

(4,5) J J J J J

 

 

Het heeft haar - niet geheel onbegrijpelijk overigens - enige tijd gekost om het plotse verlies van haar muzikale partner in crime Dave Carter in juli van 2002 te boven te komen, maar afgaande op “Flower Of Avalon”, haar eerste full CD sedertdien, behoort dat verwerkingsproces voor Tracy Grammer nu definitief tot het verleden. Op dat in een gedeelde productie met de ondermeer voor zijn werk met Mary Chapin Carpenter en de Indigo Girls bekende John Jennings opgenomen album begraaft de zangeres overigens haar verleden absoluut niet. Ze bewijst Dave Carter zelfs als het ware een laatste eerbetoon door opnieuw negen van zijn liedjes te vertolken. (“Laughlin Boy”, een tiende nummer, ontleende ze aan het repertoire van de Johnson Boys.) Net als in het verleden werkt de combinatie van de werkelijk goddelijke zang van Grammer en de briljante liedjes van Carter ook nu weer voortreffelijk. Voeg daar nog het delicate gitaarspel van grootmeester Jennings en het fraaie harmonieerwerk van diens poulain Carpenter aan toe en je zal begrijpen dat “Flower Of Avalon” typisch zo’n album is geworden, dat binnen iets meer dan een half jaar op tal van eindejaarslijstjes zal prijken. Net als Carpenter weet ook Grammer zich voortdurend met brio al dansend op het slappe koord gespannen tussen genres als folk, Americana en pop staande te houden. Het is ongemeen boeiend om te horen, hoe ze ook na de dood van Carter de stem van diens verhalen blijft. Schitterende plaat gewoon, je moest al op weg zijn…

Tracy Grammer

Signature Sounds

Rounder Europe

 

 

LESLIE WOODS & DARK MOUNTAIN ORCHID

“The Luxury Of Sin”

(Glitterhouse Records / Munich)

(4) J J J J

 

 

De in Knoxville, Tennessee grootgebrachte Leslie Woods wist ons met haar in 2002 verschenen debuut al aardig te overtuigen van haar kwaliteiten als zingende liedjesschrijfster en echt verwonderen deed het ons dan ook niet dat ze voor haar tweede album “The Luxury Of Sin” onderdak vond bij het Duitse kwaliteitsabel Glitterhouse Records. Voor de productie van die nieuwe plaat deed ze opnieuw een beroep op Tom Backus. Die vormt als percussionist dezer dagen samen met Sean O’Connell (mandoline, banjo, harmonica, concertina), Bob Deck (gitaren, piano) en Jeff Woods (upright bass) trouwens ook haar vaste begeleidingsgroep Dark Mountain Orchid. In verband met de muziek van Woods en haar gezelschap stoot je met enige regelmaat op de term “Appalachian Gothic”. En dat lijkt inderdaad een vrij adequate omschrijving voor haar onder de huid kruipende liedjes. Er zijn immers effectief wel zekere parallellen te trekken met het muzikale erfgoed der Appalachen. En ook een donker kantje kan je haar muziek nauwelijks ontzeggen. Er is echter nog meer ook. Met de flair van pakweg een jonge Marianne Faithull zingt-zucht-kreunt Woods zich een weg doorheen een muzikaal bos waarin naast old-time- en bluegrass-elementen ook country, folk, jazz en zelfs rock een plaats hebben. Daardoor krijgt het bij momenten allemaal iets bepaald beklemmends, iets obsessiefs over zich. Iets ongemeen boeiends ook. En Woods verdient er wat ons betreft dan ook haar eigen niche mee ergens op het gouden kruispunt tussen de Walkabouts, Sixteen Horsepower, de Carter Family en PJ Harvey.

Goed nieuws trouwens ook nog voor wie de eersteling van Woods miste. “Velvet Sky” wordt door haar platenstal nu immers als gratis bonus disc bij “The Luxury Of Sin” mee aangeboden. Tel uit je voordeel!

Leslie Woods

Glitterhouse Records

Munich Records

 

 

JW ROY

“Nie Meer Goed”

(CD Single)

(Munich)

(4) J J J J

 

 

Het is niet van onze gewoonte om ons hier met het bespreken van CD singles bezig te houden, maar voor de maker van het door ons tot album van het voorbije jaar gebombardeerde “Kitchen Table Blues” maken we graag een uitzondering. “Nie Meer Goed” is de voorloper van de op 20 mei te verschijnen nieuwe plaat van JW Roy. En afgaande op de kwaliteit van de vier liedjes op dat schijfje mogen we onze aan een nieuwe tour de force van de Brabander verwachten. Roy kiest op “Laagstraat 443” resoluut voor de dialectaanpak. En dat werkt wonderwel. Vooral met de prachtballades “Nie Meer Goed” en (het samen met streekgenoot Gerard van Maasakkers gepende) “Niemend In De Stad” weet Roy weer onmiddellijk de gevoelige snaar te raken. Weemoedig schrijft hij in de eerste van die twee de kroniek van een op haar einde lopende relatie en al even sfeervol schetst hij aan de hand van de contouren van en verlaten nachtelijke stad in het tweede het nijpende gevoel van eenzaamheid als een gevolg daarvan. Kwetsbaarder dan ooit presenteert hij zich op die manier. En hij doet je nu al reikhalzend uitkijken naar dat nieuwe album van ‘m. Kan gewoon niet tegenvallen, lijkt het.

JW Roy

Munich Records

 

 

THE STANLEY BROTHERS

“Earliest Recordings”

(The Complete Rich-R-Tone 78s (1947-1952))

(Rounder)

(4) J J J J

 

 

Verzamelaars zullen met dit schijfje hun pret nauwelijks op kunnen. De door Carter en Ralph Stanley tussen 1947 en 1952 voor het Rich-R-Tone label opgenomen en hier verzamelde 78-toeren-platen gelden immers als echte collector’s items in kringen van bluegrass- en old-time music-fanaten. De in totaal veertien liedjes werden indertijd maar op zeer beperkte schaal verspreid. Slechts in een vijftal Amerikaanse staten doken ze met mondjesmaat op. En ook een in het midden van de jaren zestig eraan gewijde LP zou door een eerder beperkte oplage niet aan de latere vraag kunnen beantwoorden.

Eigen liedjes als “The Jealous Lover”, “The Little Glass Of Wine”, “Our Darling’s Gone”, “The Girl Behind The Bar” en “Mother No Longer Awaits Me At Home” staan hier zij aan zij met traditionals als “Little Maggie” en “Little Birdie” en nummers van Bill Monroe (“Molly And Tenbrook” en “The Little Girl And The Dreadful Snake”), Ernest Tubb (“Are You Waiting Just For Me?”), Leslie Keith (“The Rambler’s Blues”) en andere minder bekende goden uit het genre. Een zeer informatief booklet met tal van unieke foto’s en uitvoerige liner notes van Gary B. Reid completeren een werkelijk uniek tijdsdocument. De niet altijd even geslaagde geluidskwaliteit neem je in dit geval graag voor lief. Warm aanbevolen!

Rounder Europe

 

 

ELIZABETH MCQUEEN & THE FIREBRANDS

“Happy Doing What We’re Doing”

(Me & My / Rounder Europe)

(3,5) J J J J

 

 

Spelvreugde, dat moet voor Elizabeth McQueen zowat het sleutelwoord geweest zijn bij het inblikken van de nieuwe CD van haar en haar kompanen van The Firebrands. “Happy Doing What We’re Doing”, hun tweede album, is opgevat als een soort eerbetoon aan de Britse pubrockbeweging die in de vroege seventies en de daaropvolgende jaren zo menig een fraai liedje heeft opgeleverd. Via enkele van haar favoriete acts als Elvis Costello, Rockpile en Squeeze ontdekte de gebrilde Texaanse immers een scene waar ze zich muzikaal gezien helemaal in terug kon vinden. En dat resulteert hier in covers van nummers van Ducks Deluxe, Costello, Eggs Over Easy, Dave Edmunds, Brinsley Schwarz, Squeeze, Dr. Feelgood, Graham Parker, Eddie & The Hotrods en Nick Lowe. McQueen bewijst opnieuw een uitstekende zangeres te zijn en doet het merendeel van de gebrachte liedjes dan ook alle eer aan. Sterkste momenten zijn het met een snuif Doug Sahm gekruide “All I Need Is Money” dat ze leende van Eddie & The Hotrods, Dave Edmunds’ immer swingende “A1 On The Jukebox”, een zalig “Almost Blue” (Costello) en titelnummer “Happy doing What We’re Doing” van dé pubrockband par excellence Brinsley Schwarz. Enkel bij de Firebrands-versie van “Annie Get Your Gun” van Squeeze fronsten wij even de wenkbrauwen. Dat nochtans perfecte popdeuntje glijdt hier een beetje zielloos af naar de middenmoot, iets wat het absoluut niet verdient. Voor de rest echter geen kwaad woord over dit schijfje!

Elizabeth McQueen & The Firebrands

Rounder Europe

 

 

RHONDA VINCENT & THE RAGE

“Ragin’ Live”

(Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

“Ragin’ Live”, het is het soort van titel waarachter je eerder een belegen klinkende hardrock-CD verwacht dan een bluegrassplaat, maar toch is het precies dat laatste wat er hier achter schuilgaat. “Ragin’ Live” is immers de live in de Sheldon Concert Hall in St. Louis, Missouri ingeblikte nieuwe CD van Rhonda Vincent en haar band The Rage. Vandaar die naam dus.

Vijf opeenvolgende keren wist La Vincent de prestigieuze Female Vocalist of the Year award van de IBMA (de International Bluegrass Music Association) in de wacht te slepen en hier snoert ze eens te meer elke criticaster die daarmee niet leven kon de mond. Vooral in de tragere nummers (als “Missouri Moon” en “You Can’t Take It With You When You Go”) zingt ze met enige regelmaat weer de sterren van de hemel. En daarnaast geeft ze hem ook nog eens flink van jetje op respectievelijk de mandoline, de akoestische gitaar en de fiddle. Hunter Berry (fiddle, mandoline, zang), Mickey Harris (akoestische bas, zang), Kenny Ingram (banjo, akoestische gitaar, zang) en Josh Williams doen als goed op elkaar ingespeelde entiteit de rest. Eigen nummers als het vinnige “Kentucky Borderline” en het midtempo titelnummer van haar laatste studioplaat “One Step Ahead Of The Blues” worden afgewisseld met enkele welgemikte covers. Vooral Vincents door een ingenieus arrangement opvallende bewerking van Dolly Partons “Jolene”, Jimmie Rodgers z’n “Muleskinner Blues” en de Flatt & Scruggs-gospel “So Happy I’ll Be” vallen daarbij in bijzonder positieve zin op. Kortom “Ragin’ Live” bevestigt nog maar eens waarom dezer dagen steeds meer bluegrassfanaten Vincent zowel als vocaliste als als performer hoger inschatten dan het trotse boegbeeld van haar generatie Alison Krauss. Eigentijdse bluegrass van de bovenste plank dus!

Rhonda Vincent

Rounder Europe

 

 

THE HICKMEN

“California Dreamin’”

(JustBobs Records)

(3) J J J

 

 

De uit de zuidelijke helft van California afkomstige countryrockers van The Hickmen zijn grote fans van Cracker-gitarist Johnny Hickman, met wie ze ooit het genoegen hadden de planken te delen. Dat verklaart meteen hun wat eigenzinnige naamkeuze. Hickman voelde zich op zijn beurt trouwens ook niet te beroerd om zoveel devotie met een stel leadgitaarpartijen op “California Dreamin’”, de jongste CD van de band te beantwoorden. Eén van de songs op die plaat (“Father Winter”) is bovendien ook van zijn hand. “California Dreamin’” mag je zien als een met de tong behoorlijk diep in de wang geplante uiteenzetting over de haat-liefde-verhouding van de heren Hickmen met hun thuisstaat. Stevig rockend kaarten ze thema’s aan als de loomheid eigen aan de plaatselijke steden, het uniformiseren van deze laatste, drug labs en het recht op wapenbezit. Het resultaat van zoveel ijver is een bijzonder energiek en vitaal schijfje. Waarvan akte.

The Hickmen

CD Baby

 

 

BEN WEAVER

“Blueslivinghollerin’”

(Fargo / PIAS)

(4) J J J J

 

 

Ben Weaver spendeert een groot deel van de maand mei in Europa – met op 11 mei ondermeer nog een gig in de Botanique in Brussel - en dat zullen we geweten hebben ook. Zijn Franse werkgever Fargo Records profiteert immers van de gelegenheid om met een soort “Best Of” van de knaap uit te pakken. “Blueslivinghollerin’” is een veredelde dwarsdoorsnede van de drie nog voor ’s mans debuut voor het label met “Stories Under Nails” verschenen albums. Van “El Camino Blues” (1999) krijgen we naast het titelnummer ook nog “Lonesome As AM Radio”, “I Cried All Night” en “Sometimes” voorgeschoteld, van “Living In The Ground” (2000) “Precious Time”, “Bill Brown”, “Ella Mae”, de titeltrack, “Rose Marie” en de Townes Van Zandt-cover “2 Girls”, van “Hollerin’ At A Woodpecker” (2002) “Ocean Ain’t Blue”, “Blood”, “Semis Sounded Like Thunder” en “Sara”. Wat dit album evenwel pas echt interessant maakt zijn vier gloednieuwe tracks. Vooreerst een bezwerende, met de van Son Volt bekende Dave Boquist (gitaar, harmonica), Steve Murray (bas), Michael Wirtz (drums) en Pete Sands (orgel, piano) opgenomen versie van “Ballad Of A Thin Man” van good old Bob Dylan. (Met een heerlijk orgeltje d’rin!) Daarnaast het een wel bijzonder desolaat sfeertje uitademende tweetal “Boxcars” en “Vapor” en het als eerder klassieke Weaver te omschrijven singer-songwriterdeuntje “Liza”. Bij wijze van introductie tot het charmant rammelende vroegwerk van de grofgevooisde liedjesschrijver en als voorzichtige blik vooruit kan “Blueslivinghollerin’” al tellen.

Ben Weaver

Fargo Records

 

 

JEFFREY LUCK LUCAS

“Hell Then Divine”

(Antebellum Records)

(4) J J J J

 

 

Onder tijdsdruk gebeurt het nogal eens dat wij een bepaalde plaat een poosje uit het oog verliezen. Meestal zegt dat dan ook wel iets over het betreffende album, niet zo echter in het geval van “Hell Then Divine” van Jeffrey Luck Lucas. Wij waren er ten stelligste van overtuigd, dat we aan die schijf al de nodige aandacht hadden geschonken, maar dat bleek dus niet zo.

Lucas deed voor het eerst van zich spreken in het midden van de jaren tachtig, toen hij deel uitmaakte van het garage-rockcollectief The Morlocks. Later was zijn naam vooral aan te treffen tussen de kleine lettertjes op de platen van anderen. Als sessiemuzikant – Lucas is een klassiek geschoolde cellist! - was hij zo ondermeer aan de slag bij gevestigde waarden als Chuck Prophet, Tom Heyman, Barbara Manning en Pat Ryan. Onder de productionele hoede van Desmond Shea – bekend om zijn werk met onder anderen Tarnation, Virgil Shaw en The Court And Spark – levert Lucas nu een ongemeen boeiende plaat voor eigen rekening af. Sfeer is hier voortdurend het sleutelwoord. Country is het, maar dan wel van het type noir: traag, somber, badend in melancholie. Vergelijkingen met de akoestische Springsteen, Townes Van Zandt en Mickey Newbury leverde het hem reeds op, maar eigenlijk moet je deze man gewoon op zijn eigen merites beoordelen. Laat zijn door zacht twangende gitaren en steelklanken gedomineerde verhalende liedjes als een droge woestijnwind een poosje door je geest rondwaren en je zal snel begrijpen waarom wij deze mens zo’n warm hart toedragen. Voer voor de fans van Richard Buckner en co!

Jeffrey Luck Lucas

CD Baby

 

 

RYAN ADAMS & THE CARDINALS

“Cold Roses”

(Lost Highway / UMG)

(4) J J J J

 

 

Welk een verademing! Na het eerder matige “Rock N Roll” en het welles-nietes-spelletje rond “Love Is Hell” lijkt Ryan Adams eindelijk opnieuw het licht te hebben gezien. Benieuwd hoe het festivalpubliek van Rock Werchter hierop zal reageren. Adams werd immers zopas toegevoegd aan de affiche van de afsluitende zondag van die jaarlijkse muziekhappening. De man zal op 3 juli ondermeer in het schone gezelschap van Flogging Molly, R.E.M., Sarah Bettens (K’s Choice), Zita Swoon en Tom McRae verkeren.

Voor zijn qua sfeer perfect op het in 2000 verschenen “Heartbreaker” aansluitende en weer volop onder de noemer roots rock en alt. country te rangschikken nieuwe CD “Cold Roses” liet het voormalige Whiskeytown-kopstuk zich flankeren door The Cardinals, een voor de gelegenheid opgetrommelde groep bestaande uit J.P. Bowersock (elektrische gitaar), Cindy Cashdollar (steel, lap steel, resonator en zang), Brad Pemberton (drums, zang), Catherine Popper (bas, piano en zang) en Rachael Yamagata (piano en zang). Zelf nam hij naast de leadzang ook alle akoestische gitaren, wat elektrische gitaarbijdragen, de harmonica en wat pianowerk voor zijn rekening. En Tom Schick werd ingehuurd om productioneel alles in goede banen te leiden.

Geen moeilijkdoenerij ditmaal. Gewoon meteen twee schijfjes in een leuk digipack gestoken en boordevol sterke liedjes gepropt. En zo hoort het eigenlijk ook natuurlijk. Adams heeft geen uitgekookte marketingstrategieën nodig om te verkopen. Beheerste (roots)rockertjes als het titelnummer, “Magnolia Mountain” of “Beautiful Sorta”, over melancholische steelklanken heen gedrapeerde semi-ballades type “Now That You’re Gone”, catchy twangy spul genre “Let It Ride”, ingetogen alt. country à la “Sweet Illusions” of “Cherry Lane”, werkelijk briljante roots pop van het kaliber van“When Will You Come Back Home”, dat soort van verkoopsargumenten doen het hem hier en niets anders.

Alle kritiek van ten tijde van het hoger vernoemde tweetal slikken we bij dezen dan ook graag weer in. Adams en co verdienen op basis van dit zeer geslaagde tweeluik opnieuw volop onze sympathie. (Waar een gedwongen rustpauze al niet allemaal goed voor kan zijn…)

Ryan Adams

Lost Highway Records

 

 

JEFFREY HALFORD & THE HEALERS

“Railbirds”

(Shoeless Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met hun debuut “Kerosene” en de door tal van critici fel bejubelde opvolger daarvan, “Hunkpapa”, wisten de uit San Francisco afkomstige Jeffrey Halford en zijn Healers zich relatief snel een behoorlijke reputatie te verwerven in Americana-kennerskringen. En die goede naam zal door hun zopas verschenen derde, “Railbirds”, zeker niet worden geschaad. Halford is immers een prima verteller en bij het muzikaal inkleuren van zijn verhalen is hij bepaald niet voor één gat te vangen. Knappe ballades worden met een zekere natuurlijke flair bijna achteloos afgewisseld met bluesy stukken, rockertjes en eerder countrygetint spul. En als je al een vergelijkingspunt zou moeten aanwijzen, dan zullen alle vingers wellicht al snel in de richting van de eveneens op deze plaat aanwezige Chuck Prophet (gitaar, zang) gaan wijzen. Andere bekende gasten zijn good old Augie Meyers (orgels) en ex-Counting Crows-drummer Steve Bowman. “Railbirds” mag je wat ons betreft rustig rangschikken bij de betere Americana releases van de voorbije maanden.

Jeffrey Halford & The Healers

Miles Of Music

 

 

EMILE MILLAR

“Stay Here”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Emile Millar was voor ons nog een nobele onbekende toen zijn “Stay Here” op onze schrijftafel belandde, maar dat betekent niet, dat de man ook effectief helemaal uit het niets kwam aanwaaien. Wat opzoekwerk leerde immers, dat Millar eerder al achter de microfoon te vinden was bij de in L.A. actieve bands Postfontaine en The Lapdancers. Met de hulp van tal van gereputeerde studiomuzikanten uit zijn thuishaven, waaronder Michael Lockwood (Aimee Mann, Fiona Apple), Jebin Bruni (Aimee Mann, Michael Penn), Milo Decruz (Ryan Adams, Duncan Sheik) en Joshua Grange (Lucinda Williams, Jay Farrar), gaat hij nu evenwel voor eigen glorie. Op zijn door een ongelooflijk warm geluid opvallende debuutplaat fietst Millar heen en weer tussen rustige alt. country, volop aan Nick Drake herinnerende akoestische folkniemendalletjes en trage verhalende rockliedjes. Vooral het gebezigde instrumentarium verleent daarbij aan het geheel een apart rootsy tintje. Pedal en lap steel worden zeer functioneel ingezet, evenals diverse orgels, banjo, mandoline, trompet en dies meer. Opvallendste liedjes zijn wat ons betreft de enige cover op de plaat, een erg mooie versie van de Howard Jones-hit “No One Is To Blame”, het countryeske, in een bad van steelklanken ondergedompelde “Miles And Miles” en het als rootsy folk opgevatte “I Bet”.

Emile Millar

CD Baby

 

 

LAST TRAIN HOME

“Bound Away”

(Blue Buffalo)

(4) J J J J

 

 

Het levensverhaal van het vanuit Washington DC opererende countryrockgezelschap Last Train Home vertoont aardig wat gelijkenissen met dat van een fles exclusieve wijn. Ook de muziek van de in steeds wisselende bezetting aantredende groep rond zanger-songleverancier Eric Brace wordt immers alsmaar beter met de jaren. En dat wil in dit geval heel wat zeggen. Het in 1997 verschenen debuut “Last Train Home”, “True North” uit ’99 en het van twee jaar geleden stammende “Time And Water” waren immers ook al bepaald geen misselijke aangelegenheden.

Op “Bound Away” serveren Brace en co twaalf nieuwe liedjes. Daarbij ligt de nadruk als vanouds voornamelijk op trage en midtempo countryrock. Zijsprongetjes naar genres als blues, folk en zelfs rock & roll zorgen op tijd en stond evenwel voor wat pigment (en de nodige afwisseling). De hoofdmoot van het gebrachte materiaal stamt uiteraard ook nu weer uit de koker van Brace zelve. Covers van songs van Paul Kelly (“To Her Door”), Bob Dylan (“Tonight I’ll Be Staying Here With You”), Kevin Johnson (“Marlene”), Karl Straub (“They Dance Real Close There”) en de traditional “Rye Whiskey” completeren het bijzonder aangenaam weg luisterende geheel en bevestigen mee de renommée van Last Train Home als regelrechte Americana top act.

Last Train Home

Blue Buffalo Records

 

 

BIG LOW

“No Tears In Paradise”

(Smoked Recordings / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Dat het niet altijd noodzakelijk van ver hoeft te komen om echt goed te zijn, dat bewijst het uit Wageningen afkomstige drietal Big Low ten voeten uit op zijn tweede langspeler “No Tears In Paradise”. Net als hun debuut “Ghost Hunt Migration” is die tweede van de in Nederland woonachtige Australische singer-songwriter Dan Tuffy (zang, gitaren, contrabas, banjo-bas en bekend van zijn werk met Wild Pumpkins At Midnight) en zijn soul mates Michiel Hollanders (dobro, velofoon, banjo-bas, zingende zaag, zang) en Marc Constandse (bandoneon, cajon, darbuka, kora, psycho drums, zang) een wat donker folky geheel geworden, waarin een brede waaier aan invloeden de revue passeert: van alt. country tot blues, van folk tot singer-songwriter stuff, van electro pop tot cabaret, je zegt het maar. Bijzonder atmosferisch spul is het, dat met name de fans van acts als het zopas ter ziele gegane Sixteen Horsepower of Tom Waits moet kunnen aanspreken. Absolute prijsbeesten zijn het sympathieke, Waitsiaans rammelende tweetal “We Gonna Die Out Here” en “Todd River Disco”, de bezwerende dialoog met een slang die “Black Snake Story” is en het sfeervolle “At The Parade”. De enige vreemde eend in de bijt is een - overigens wel erg geslaagde - cover van Jonathan Richman z’n “Afternoon”. Werkelijk niets verraadt de Nederlandse achtergrond van het stel. En dat op zich is al een hele verdienste.

Smoked Recordings

Munich Records

 

 

LOS LOBOS

“Live At The Fillmore”

(Hollywood / Mammoth)

(3,5) J J J J

 

 

De wolven behoeven natuurlijk al lang geen introductie meer. In de nu dertig jaar dat ze in het vak staan evolueerden de heren Hidalgo en Rosas en kompanen gaandeweg van loutere feestband tot één van de meest vernieuwende roots rock acts überhaupt. En zowat elk aspect van de weg die ze daarbij door de jaren heen aflegden komt even aan bod op deze verspreid over twee avonden in juli van vorig jaar in het legendarische Fillmore Auditorium in San Francisco opgenomen live-CD. Verwacht je hier niet aan een achteloos afgerammelde set vol grote successen. Daarvoor bedanken de heren – wellicht tot ongenoegen van velen – feestelijk. Zij kiezen zoals gewoonlijk eerder voor de wat minder voor de hand liggende aanpak. De tentoongespreide spelvreugde en hun virtuoze instrumentbeheersing doen echter wonderen. Het ene moment lekker vet rockend en groovend (“Good Morning Aztlan”, “Charmed” en “Viking”), het andere hun Latino-kant wat meer accentuerend (“Maria Christina”, “Luz De Mi Vida”, “Maricela” en “Cumbia Raza”) pakken ze de aanwezige menigte dan ook moeiteloos in. Voor wie daarvan een visuele bevestiging zoekt is er overigens ook een DVD-uitvoering van het geheel. En in de betere platenzaak kunnen verzamelaars wellicht nog beslag leggen op een exemplaar van de gelimiteerde eerste oplage, die vergezeld gaat van de bonus-CD “Acoustic En Vivo” met daarop nog eens drie extra akoestisch gebrachte nummers (“Saint Behind The Glass”, “Maricela” en “Guantanamera”).

Los Lobos

Hollywood Records

 

 

DAO STROM

“Send Me Home”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Geboren in Vietnam, getogen in “Sunny California” en dezer dagen op muzikale schattenjacht vanuit Austin, Texas – honkvast kan je Dao Strom bezwaarlijk noemen. En dat geldt eigenlijk ook wel een beetje voor haar muziek. Voor haar op de traditionele folkleest geschoeide old-timey alt. country zocht en vond Strom ogenschijnlijk inspiratie bij acts als Hazel Dickens & Alice Gerrard, Freakwater en Gillian Welch, maar even goed bij de o zo kenmerkende muziek eigen aan de Appalachen. Devotie, eenzaamheid, kommer en kwel troef dus in de negen eigen liedjes en de enige cover op haar debuut “Send Me Home”, een sfeervolle vertolking van de traditional “I Am A Poor Wayfaring Stranger”. De ondermeer van zijn werk voor Shearwater en Okkervil River bekende Brian Beattie registreerde om het aparte karakter van die plaat te onderlijnen alles geheel en al live op een uit de late jaren vijftig stammende analoge bandopnemer. Stemgewijs situeert La Strom zich ergens op het kruispunt tussen de eerder al even vernoemde Gillian Welch, Iris DeMent, Kelly Willis en Amy Allison. Een apart gevalletje dus… En fans van voornoemde dames weten bij dezen dan ook wellicht genoeg.

Dao Strom

CD Baby

Miles Of Music

 

 

LOS SUPER 7

“Heard It On The X”

(Telarc)

(4) J J J J

 

 

“Heard It On The X”, de derde van gelegenheidscollectief Los Super 7, werd opgevat als een soort eerbetoon aan de illegale Mexicaanse grensradio’s – allemaal met namen beginnend met een X - die al van vroeg in de jaren dertig een grote invloed uitoefenden op heel wat muziekminnende Amerikaanse kids. Deze piraten speelden door de jaren heen niet enkel een beslissende rol in het brandend houden van de rock & roll-vlam, ze keken vaak ook ver over de bestaande cultuurgrenzen heen. Geen wonder dan ook, dat “Heard It On The X” een zeer gevarieerd album is geworden. Mariachi, Tex-Mex, country, Western swing, blues(rock), R&B Texas style, het kan hier echt allemaal. En daarbij passeert een heuse karrenvracht aan Americana supersterren de revue. Raul Malo van de Mavericks, Freddy Fender, Rick Trevino, Delbert McClinton, John Hiatt, Lyle Lovett, Joe Ely, Rodney Crowell, Ruben Ramos en Clarence “Gatemouth” Brown doen elk een vocale duit in het zakje. Charlie Sexton, Joey Burns en John Convertino van Calexico, Augie Meyers, Lloyd Maines, Flaco Jimenez, Max Baca, Redd Volkaert en tal van anderen nemen de instrumentale honneurs waar. Het repertoire bestaat voornamelijk uit klassiek materiaal van ondermeer Willie Dixon, Doug Sahm, Bobby Fuller, Blind Lemon Jefferson, ZZ Top en Buddy Holly. Superaanstekelijk! Laat de zomer nu maar beginnen…

Telarc

 

 

ROBBIE FULKS

“Georgia Hard”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Robbie Fulks was bij het begin van de jaren negentig één van de allereersten om het nog louter de commercie dienende country establishment een welgemeende trap onder de zelfvoldane krent te verkopen. “Fuck This Town” was een opgestoken middelvinger aan het adres van Nashville, waarin de man zijn opgekropte frustraties van zich af schreef met betrekking tot de tijd die hij vruchteloos had besteed aan het proberen te schrijven van een hit. In Nashville stond men bepaald niet open voor zijn materiaal en op de keper beschouwd was hij zelf ook “too country” om er zelfs maar te willen aarden. De stilaan ontbolsterende alt. country-beweging had er meteen een voortrekker bij.

Het was overigens al weer een poosje geleden, dat de man nog eens van zich deed spreken met eigen materiaal. In 2001 serveerde hij vlak na elkaar het heerlijke “13 Hillbilly Giants”, een hoogstpersoonlijk eerbetoon aan tal van mindere countrygoden en vergeten helden, en het avontuurlijke “Couples In Trouble”. In de tijd die daarop volgde hield hij zich vooral onledig met de voorbereiding en de productie van de erg knappe Johnny Paycheck tribute CD “Touch My Heart” en een soortgelijke – om voor de hand liggende redenen – voorlopig uitgestelde tip of the hat aan het adres van Michael Jackson.

Maar nu is er dus ’s mans debuut voor het spraakmakende Yep Roc Records, dat als titel “Georgia Hard” meekreeg. Daarop blikt Fulks op de van hem bekende manier uitgebreid over de schouder. Anders dan op zijn voorgaande albums focust hij ditmaal een beetje meer op het countrygebeuren van de seventies. Songwriters als Shel Silverstein, Bob McDill en Roger Miller stonden model voor “Georgia Hard”. Daardoor groeit de plaat uit tot een geheel dat zich nog het best laat vergelijken met het werk van geestesverwant Mike Ireland. Sterkste momenten zijn het wulps-humoreske “I’m Gonna Take You Home (And Make You Like Me)”, het traditioneel opgevatte en met tal van akoestische instrumenten opgeluisterde openingsnummer “Where There’s A Road”, de met een dot van een titel bedachte cheating song “All You Can Cheat” en het strijdvaardige “Countrier Than Thou”. Met dat soort van liedjes bevestigt Fulks vrijwel voortdurend dat hij ook na zijn reces nog steeds als één van de origineelste country acts van het ogenblik dient te worden beschouwd.

Robbie Fulks

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand april.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Erin Condo “Leaving Songs”Memphis Minnie “Queen Of The Delta Blues – Volume 2” (5 CD Box) - Cheatin’ Hearts “Cheatin’ Hearts”Julie Gold “The Girl I Found” - Loudon Wainwright III “Here Come The Choppers”Bruce Springsteen “Devils & Dust”Vic Chesnutt “Ghetto Bells”Patricia Vonne “Guitars And Castanets”Heavy Trash “Heavy Trash”Various Artists “Blue Highways 6”David Olney “Migration”JP Den Tex “Music That Inspired The Film Emotional Nomads”The Trembling Highburys “Past & Present” - Various Artists “American Connection”Audrey Auld Mezera “Texas”The Ragtime Wranglers “Groove A Tune”The Seatsniffers “Re-Issued 1 (The Seatsniffers & All Of This)”Old 97’s “Drag It Up” - John Lilly & Ralph Blizzard “Blue Highway”Jerry Reed “Live, Still!” - Tish Hinojosa “A Heart Wide Open”Amber Digby “Music From The Honky Tonks” - Doyle Lawson & Quicksilver “You Gotta Dig A Little Deeper”Dusty 45’s “Devil Takes His Turn” - Amy Martin “Deliverance”Redbird “Redbird”David Francey “The Waking Hour” - Marc Carroll “World On A Wire”Hètten Dès “Cowboys Con Cojones”Admiral Freebee “Songs”Greg Trooper “Make It Through This World”