ARCHIEF CD-RECENSIES MEI 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Jen Cass “Accidental Pilgrimage”Serena Matthews “Soul Searching” - Gregory Page “Love Made Me Drunk”Chatham County Line “Speed Of The Whippoorwill”The Pine Box Boys “Arkansas Killing Time” - Johnny Cash “Personal File”Gary Bennett “Human Condition”Allison Moorer “Getting Somewhere” - Kevn Kinney’s S.T.A.R. “Comin’ Round Again”Dave Alvin “West Of The West”Kacey Jones “Sings Mickey Newbury”Willie “Big Eyes” Smith “Way Back”Jeroen Willems “Zingt Jacques Brel” - Shearwater “Palo Santo”Edwin McCain “Lost In America” - Malcolm Holcombe “Not Forgotten”The Be Good Tanyas “Chinatown”Slaid Cleaves “Unsung”Ian Tyson “Lost Herd” - Jolie Holland “Springtime Can Kill You”Willie Nelson “Live From Austin, TX” (DVD)Sir Douglas Quintet “Live From Austin, TX” (DVD)Andi Almqvist & The Employees “Can’t Stop Laughing” - Fred Eaglesmith “Milly’s Café”Hem “No Word From Tom”A.J. Croce “Cantos” - Tim Easton “Ammunition”Chris Isaak “Best Of” - Jon Dee Graham “Full”Luz Rios “Luz Rios”Dickie Lee Erwin “Poppin’ Johnny”Willie Nile “Streets Of New York”Troy Campbell “Long In The Sun”Irma Thomas “After The Rain”The Kickbacks “Motel Stars” - Limbeck “Let Me Come Home”Eels With Strings “Live At Town Hall”Hackensaw Boys Love What You Do” - BJ Baartmans “Verpand”

 

JEN CASS

“Accidental Pilgrimage”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Als iemand van het kaliber van een John Jennings je als aankomend talent zelf contacteert om samen aan een nieuw album te gaan werken, dan vergeet je even alles en rep je je zo snel als je kan naar de dichtstbijzijnde opnamestudio zou je denken. Niet echter Jen Cass. Toen Jennings haar opbelde, was ze precies vijf maanden zwanger en wou ze eigenlijk maar één ding en dat was zoveel mogelijk slapen. De gerenommeerde producer liet zich door dat antwoord echter niet uit zijn lood slaan. Als Mozes niet naar de berg komt, dan moet de berg maar, moet hij hebben gedacht. Hij reed met zijn opnameapparatuur helemaal naar het huis van Cass en liet haar in haar pyjama het basismateriaal voor haar derde plaat inblikken. Vervolgens wist hij haar met allerhande lieve beloften toch zover te krijgen om op een vliegtuig met bestemming Charlottesville te stappen om daar het geheel af te werken. Cass hield er een heel erg warm gevoel aan over en precies die warmte straalt ze ook af op haar nieuwe plaat. Met dat album, “Accidental Pilgrimage”, claimt ze zelfverzekerd een plaatsje naast die andere Jennings-protégé Mary Chapin Carpenter en vergelijkbare singer-songwriters als een Shawn Colvin of een Nanci Griffith. Madammen met prachtige stemmen en een straf liedje in de vingers met andere woorden. Cass neemt bovendien absoluut geen blad voor de mond. In het wel heel erg directe, als een open brief van een Irak-soldaat aan Bush opgevatte “Dear Mr. President” noemt ze een koe zo een koe, als ze stelt “I don’t think it’s treason to ask for a reason, when nothing you’ve told us is true.” Het is slechts één voorbeeld ter illustratie van het immense schrijftalent van Cass, maar wat voor één! Een ander bijzonder pakkend liedje is het folky “Standing In Your Memory”. Daarin eert ze op gepaste wijze haar grote held, folklegende Phil Ochs.

Op de grens tussen Americana, country, folk en pop doet Cass erg mooie dingen en het wordt eigenlijk hoog tijd, dat wat meer mensen haar muziek leren kennen. Net als John Jennings zijn ook wij daar al een poosje van overtuigd, nu jij nog…

Jen Cass

CD Baby

 

 

SERENA MATTHEWS

“Soul Searching”

(Lost Cat Records)

(3,5) J J J J

 

 

Hoe belangrijk het internet wel kan zijn voor je carrière, bewees de jonge vanuit Nashville opererende zingende liedjesschrijfster Serena Matthews de voorbije jaren ten voeten uit. De populariteit die zij via gratis downloads aanbiedende websites als MP3.com wist te verwerven spreekt echt wel tot de verbeelding. Zelf omschreef ze zich daarop steevast als een aan groten als een Gillian Welch, een Emmylou Harris en een Rickie Lee Jones verwante artieste. En daar schuilt wel een zekere kern van waarheid in ook. Met haar unieke, enigszins engelachtig aandoende stem vertolkt Matthews akoestische folk- en singer-songwriterdeuntjes met een geheel eigen gezicht. Haar beklijvende liedjes zijn eigenlijk niks meer of niks minder dan op muziek gezette poëzie. Zeven van de negen op haar nieuwe CD “Soul Searching” aangeboden nummers schreef ze ook zelf. Enkel de traditionals “In The Sweet Bye And Bye” en “Baby’s Lullaby” breken met dat gegeven. Die twee liedjes kregen echter een voor Matthews’ prachtige stem op maat gemaakt jasje aangemeten. En als dusdanig passen ze ook perfect in het geheel.

Opmerkelijk: in de liner notes bedankt Matthews je voor het kopen van haar CD en nodigt ze je ook uit om er een kopietje van te maken voor je vrienden, zolang je dat maar gratis doet. Het geeft aan, hoe sterk ze in haar eigen materiaal gelooft. Ze lijkt er zich heel goed van bewust te zijn, dat als je eenmaal voor haar stem en materiaal valt, je wel eens definitief verkocht zou kunnen zijn. En die volgende CD, die koop je dan wel zelf zeker…

Serena Matthews

Lost Cat Records

My Space Music

(Hier vind je enkele gratis te downloaden nummers van dit fijne plaatje!)

CD Baby

 

 

GREGORY PAGE

“Love Made Me Drunk”

(Seedling Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

 

De excentrieke Gregory Page werd geboren en getogen in Londen. Als tiener studeerde hij er ondermeer klassieke gitaar en compositie aan het Trinity College Of Music. Zijn toekomst viel echter in een geheel andere plooi toen hij op zijn zestiende verhuisde naar het zuiden van Californië. Als een bezetene begon hij daar te werken aan een carrière in de muziek. Schijnbaar onvermoeibaar schreef hij song na song. En CD na CD volgde bijna als vanzelfsprekend ook. En bovendien ging hij na verloop van tijd ook nog eens meewerken aan de projecten van anderen. Jason Mraz, John Doe, Jewel, Tom Brosseau, Steve Poltz, A.J. Croce, allemaal deden ze al eens een beroep op de diensten van die vreemde Brit. Uit de samenwerking met laatstgenoemde groeide uiteindelijk zelfs een mooie vriendschap die er de aanleiding toe zou vormen om de muziek van Page nu eindelijk ook maar eens internationaal te gaan verdelen. En dat gebeurt dus met “Love Made Me Drunk”, een soortement conceptalbum dat in zowat elk opzicht afwijkt van ’s mans vroegere platen. De nummers zijn immers in grote mate beïnvloed door het muzikale erfgoed van Frankrijk. Hoe het zover komen kon? Dat is weer een geheel ander verhaal. Op zijn dertigste vertelde de moeder van Page hem, dat de man, die hij aanzag als zijn vader, eigenlijk zijn stiefvader was. Voor Page meteen het begin van een lange zoektocht naar zijn echte ouweheer, die hem uiteindelijk in Parijs deed verzeilen. En daar kwam het ook effectief tot een hereniging. Een herinnering die door Page begrijpelijkerwijze gekoesterd wordt als geen andere. Hij hing er tijdens zijn verblijf in Parijs zelf en in Normandië zelfs een hele songcyclus aan op. Stuk voor stuk in melancholie zwelgende liedjes, waarin vooral instrumenten als violen, een piano en een accordeon de dienst uitmaken. Je waant je zo ergens diep in de Lichtstad zo rond de jaren ’50. Vooral dan door de heerlijke accordeonbijdragen van Marci Phelan en de ook van zijn werk bij John Prine bekende Phil Parlapiano. Zij waren in ruime mate mee verantwoordelijk voor het wat aparte, bitterzoete karakter van de muziek van deze eigenzinnige moderne troubadour. Très joli!

Gregory Page

Seedling Records

Sonic Rendezvous

 

 

CHATHAM COUNTY LINE

“Speed Of The Whippoorwill”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Als dit het verslag van een voetbalwedstrijd zou zijn en geen CD-recensie, dan zouden we het in verband met de derde van het uit Raleigh, NC afkomstige bluegrassgezelschap Chatham County Line kunnen hebben over een loepzuivere hattrick. Het inmiddels tot de full time job van voormalige Tift Merritt-begeleiders Dave Wilson en Greg Readling uitgegroeide kwartet brengt op die opvolger van hun in 2003 verschenen titelloze debuutplaat en de van vorig jaar daterende opvolger daarvan “Route 23” immers opnieuw een grandioze, met één voet nog duidelijk in het verleden gewortelde maar met de andere al een reuzenstap richting de toekomst zettende pot bluegrass. Ze klinken zoals alleen Chatham County Line dat lijkt te kunnen. Definitely different! Anders dan de rest. Kopstuk Dave Wilson vat het allemaal mooi samen als hij stelt dat de groep eigenlijk meer als een rock band zonder drummer en kabels dient te worden gezien dan als een traditioneel bluegrasscollectief.

Voor de opnames van “Speed Of The Whippoorwill” kozen de vier voor een andere producer. Perfectionist Chris Stamey werd ingewisseld voor Brian Paulson. Waar de eerste van de twee er nog vooral op uit was om de groep af te laten klinken, wou de nieuwe man achter de knoppen vooral het juiste gevoel in de liedjes leggen. Op die manier werd uiteraard ook het live-geluid van Wilson en co wat meer benaderd. Al zal het wellicht wel nooit lukken om dat helemaal te vatten in een opnamestudio.

De veertien songs op de nieuwe plaat zijn allemaal band originals. En vreemd is dat eigenlijk niet, als je een songwriter van het niveau van Wilson in je rangen telt. Ook de anderen laten zich ditmaal echter bepaald niet onbetuigd. Banjoplukker Chandler Holt tekende zo bijvoorbeeld voor het voor het eerst ook door hemzelf gezongen “Coming Home” en de vingervlugge instrumental “Savoy Special” en John Teer droeg niet alleen het slepende “Brice’s Crossroads” – Nog een instrumental! - aan maar deelt met Wilson ook de credits voor het sfeervolle “By The Riverside”, één van de absolute uitschieters van “Speed Of The Whippoorwill”. Al staat het album daar eigenlijk gewoon vol mee. Beurtelings genadeloos snel, met de voet voorzichtig op de rem en heel erg ingetogen serveren Dave Wilson, John Teer, Greg Readling en Chandler Holt hier bluegrass die te allen tijde voor een wat ruimer publiek verteerbaar blijft. Zowel genrepuristen, Americana-liefhebbers als ruimdenkende rockfans zullen hier met zekerheid het nodige plezier kunnen aan beleven.

Chatham County Line

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE PINE BOX BOYS

“Arkansas Killing Time”

(Trashfish)

(4) J J J J

 

 

Elders op deze pagina’s hadden we het al uitgebreid over de met de attitude van een rock band gebrachte bluegrass van Chatham County Line, maar dit gaat toch nog net een stapje verder. “Uncut Southern Horrorbilly” en “Dark Grass” noemen ze het zelf, de vijf van het uit Arkansas afkomstige stelletje ongeregeld, dat zich laat aanspreken als de Pine Box Boys. Onlangs waren ze nog in ons land om met hun wat aparte benadering van de klassieke murder ballad met bosjes nieuwe zieltjes voor hun zaak te winnen. In hun teksten is het uitkijken geblazen om niet om de haverklap over het één of andere lijk te struikelen. En wat de muzikale kant van de zaak betreft valt niet altijd even duidelijk de lijn te trekken tussen bluegrass en rock. Net zoals dat bijvoorbeeld ook door die van Hayseed Dixie gedaan wordt bedienen zanger-gitarist Lester “Tombstone” Raww en de zijnen en hun gasten zich voornamelijk van akoestische instrumenten als de akoestische gitaar, de banjo, de fiddle, de dobro en de contrabas om hun geluid vast te leggen. Door het inzetten van drums krijgt dat echter een beduidend scherper randje mee. Hun muziek verwordt daardoor bij momenten tot de ideale soundtrack voor een wild feestje. Mag je natuurlijk wel niet teveel gaan focussen op hun teksten, want dan krijgen je wilde danspasjes iets van een “danse macabre”… Anderzijds blijken de heren ook zeer bedreven in het brengen van wat trager uitvallende songs. De in duet met de ons volslagen onbekende Greta Boesel gebrachte tragische ballade “The Beauty In Her Face” is zo bijvoorbeeld een pracht van een border song. En het al even fraaie “Your Shadow” houdt knap het midden tussen Americana en ingetogen bluegrass.

Houd onze concertagenda vooral in de gaten, want binnenkort zijn ze terug in de buurt. En geloof ons, dit wil je vooral niet missen!

The Pine Box Boys

Trashfish

CD Baby

 

 

JOHNNY CASH

“Personal File”

(Columbia / Legacy / Sony-BMG)

(4) J J J J

 

 

 

Met “Personal File” worden we voorwaar allemaal een beetje tot erfgenamen van Johnny Cash gebombardeerd. Het betreft immers een 49 songs tellende collectie, die door Gregg Geller met zorg werd gecompileerd uit de persoonlijke archieven van The Man In Black. Sinds 1973 had die er een gewoonte van gemaakt om zich met enige regelmaat in zijn eigen studio in het House Of Cash terug te trekken en er, daarbij slechts gewapend met de eigen akoestische gitaar, wat liedjes in te blikken. Veel intimistischer kon het amper. Cash is op deze tussen ’73 en ’82 opgenomen songs stemgewijs in goeden doen. Als surplus leidt hij bovendien heel wat van de gebrachte liedjes met verhalen in. Dat maakt van dit geheel een nog uniekere luisterervaring.

Op het eerste schijfje bevindt zich materiaal vanuit diverse hoeken. Van het door John Prine gepende “Paradise” tot “When I Stop Dreaming” van de Louvin Brothers, van Jimmie Rodgers’ “My Mother Was A Lady” tot Johnny Hortons “When It’s Springtime In Alaska (It’s Forty Below)”, van “The Cremation Of Sam McGee”, een als gedicht verpakt kortverhaal van Robert Service, tot het van zijn stiefdochter Carlene geleende “It Takes One To Know Me”, van de Lefty Frizzell-hit “Saginaw, Michigan” tot een aantal eigen originals als “It’s All Over”, “A Fast Song”, “Virgie” en “I Wanted So”. Het lijkt zo op het eerste gezicht een bont allegaartje, maar door de spaarzame begeleiding groeit het in al zijn naaktheid toch uit tot één samenhangend geheel. Je zou zelfs kunnen stellen, dat Cash hier zelf anticipeerde op zijn latere succesreleases met Rick Rubin. Qua sfeer zit hij alleszins al duidelijk in hetzelfde straatje.

Op de tweede CD worden we getrakteerd op een vierentwintigtal in religie gedrenkte nummers. Cash was een man van God en dat zullen we geweten hebben ook. Hij brengt hier ondermeer zeer mooie versies van “Wildwood In The Pines” van Rodney Crowell, “The Wayworn Traveler” van A.P. Carter en traditionals en onbekende gospelnummers als “Farther Along”, “The House Is Falling Down”, “Lord, Lord, Lord” en “If Jesus Ever Loved A Woman”. Daarnaast uiteraard ook hier weer een karrenvracht aan songs van Cash zelf.

In de liner notes is in verband met deze “Personal Files” sprake van “a stunning new set” en daarvan is wat ons betreft alvast geen letter gelogen. Innemend spul!

Johnny Cash

Legacy Recordings

 

 

GARY BENNETT

“Human Condition”

(Landslide / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Samen met Chuck Mead, Don Herron, Smilin’ Jay McDowell en Hawk Shaw Wilson maakte hij vanaf de vroege jaren negentig deel uit van het lichtjes fantastische groepje BR5-49, dat vanuit of all places Nashville het in een comateuze slaap verzonken countrygebeuren nieuw leven inblies, deze Gary Bennett. Tot 2002 zou hij samen met Mead in de spits van dat relatief succesvolle team rondlopen. Toen vond hij de tijd rijp voor wat anders. Met zijn spaarcenten kocht hij zich wat opnameapparatuur en bouwde zijn eigen studiootje. Hij wou zich op die manier in alle rust kunnen gaan toeleggen op het ontwikkelen en exploreren van zijn eigen gaven als singer-songwriter. Uit louter geldgebrek zag hij zich echter al vrij snel genoodzaakt om zijn aandacht te verdelen over een dagtaak als arbeidskracht in een lokale doe-het-zelfzaak en het najagen van die nieuwe droom. Zelf heeft hij dat echter absoluut niet als een nadeel ervaren. Het leven van alledag bleek immers bij nader inzicht zo ongeveer de ideale inspiratiebron voor zijn schrijfselen.

Toen Bennett door R.S. Field werd benaderd om een plaat te maken hield hij de boot nog even af. Hij wist immers als geen ander, dat zijn eerste post-BR5-49-plaat maar beter goed kon zijn, want dat hij het anders wel kon schudden als artiest. Hij twijfelde aan zijn materiaal. Dat was wellicht net iets té rockgericht voor een potentieel publiek dat naar alle waarschijnlijkheid zat te wachten op een countryplaat van de man. En dus zette hij het opnieuw op een schrijven met als resultaat de basis voor wat later zijn debuutplaat voor eigen rekening zou worden. Voor die plaat, het nogal wisselvallige “Human Condition”, kon Bennett terugvallen op de hulp van flink van zijn oude gabbers. Naast producer R.S. Field, die ondermeer ook baste en instond voor wat percussiebijdragen, kwamen zo bijvoorbeeld ook gitarist Kenny Vaughan, diens baas Marty Stuart (mandoline en gitaar), drummer Jimmy Lester, pedal steel-virtuoos Lloyd Green, Pat Bergeson (harmonica) en Richard McLaurin (banjo, Wurlitzer piano, zang) even langs. Zij begeleiden Bennett op een tocht langsheen aan Dave Edmunds herinnerende pub- en countryrock, Americana en eerder traditioneel aandoende country. Het resultaat van die gezamenlijke inspanningen is zoals al eerder gesteld niet allemaal even beklijvend, maar er blijven toch ruim voldoende prima momenten over om hier van een verantwoorde aankoop te mogen gewagen. Het zwaar aan Rockpile herinnerende titelnummer “Human Condition” is zo bijvoorbeeld zondermeer uitstekend, “Headin’ Home” is jaren zeventig singer-songwriter country van een goed jaar, het met Todd Snider gepende “Better Than This” moet het hebben van een bijzonder lekkere groove en het reflectieve “Ship In A Bottle” zou in een rechtvaardige muziekwereld ogenblikkelijk tot een hit uitgroeien.

Zijn verleden snel vergeten dus maar en voortaan gewoon op zijn eigen merites beoordelen, deze Gary Bennett. Dat verdient hij immers ten volle!

Gary Bennett

Landslide Records

Sonic Rendezvous

 

 

ALLISON MOORER

“Getting Somewhere”

(Sugar Hill / Munich)

(3) J J J

 

 

Een nieuwe man in haar leven, een nieuw geluid. En of we daar nu echt onverdeeld gelukkig moeten mee zijn? We weten het nog zo niet. Haar door haar kersverse “hubby” Steve Earle geproduceerde zesde langspeler laat immers een geheel andere Allison Moorer horen dan die waar we het hier al jarenlang zwaar voor te pakken hadden. Op die nieuwe plaat kiest Moorer resoluut voor een koers die je eerder van haar wederhelft dan van haar zou verwachten. De sleutelwoorden zijn niet langer country en soul maar roots rock en pop. Stevige gitaren, vette drums, nerveuze songs, geef toe, dat het niet meteen dat was wat je van de knappe Moorer verwacht had. “I’ve got a lot of work to do,” kondigt ze al gelijk in het snedige openingsnummer van de plaat aan. En ze lijkt het nog te menen ook. Dat nummer, waarin ze het heeft over het feit dat ze er niet altijd in slaagt om zich op de gepaste manier te uiten, is melodieuze roots rock van de bovenste plank. En daarmee is de trend voor “Getting Somewhere” gezet. In nummers als het weelderige “You’ll Never Know” of het wél nog van de soul bulkende “Hallelujah” komt ze vervolgens weliswaar nog aardig dicht in de buurt van haar verleden, maar daarmee zet ze ons op het verkeerde been. Het gros van de songs hier rockt immers gewoon een aardig eindje weg. Luister bij gelegenheid bijvoorbeeld maar eens naar dingen als het vurige “Take It So Hard” of het al even jachtige “If It’s Just For Today”, het benieuwt ons eigenlijk wel hoe je erop reageren zal. In countrylijstjes zal je deze Moorer immers in de toekomst met zekerheid niet meer aantreffen…

Allison Moorer

Sugar Hill Records

 

 

KEVIN KINNEY’S S.T.A.R.

“Comin’ Round Again”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Erg honkvast is hij niet, deze Kevn Kinney. De uit Atlanta afkomstige singer-songwriter die in een ver verleden zijn eerste moment de gloire kende als de stuwende kracht achter Drivin’ n’ Cryin’ wisselde de voorbije jaren zo ongeveer even vaak van platenlabel als wij van onderbroek. (Bij wijze van spreken dan natuurlijk…) Voor “Comin’ Round Again”, zijn zesde voor eigen rekening, zijn tweede met de Sun Tangled Angel Revival, belandde hij onlangs op het piepjonge Rosa Records, de liefdesbaby van twee Nederlandse muziekfreaks in hart en nieren, Robbie Klanderman en Frans Lomans. En iets zegt ons, dat hij het daar best wel eens wat langer zou kunnen gaan uitzingen. Niet in de laatste plaats dan omdat die nieuwe CD van ‘m echt wel ijzersterk is. Kinney blijkt in bloedvorm te verkeren. Gelijk van bij het als openingstrack aangeboden titelnummer vliegt hij er hier stevig in. In het venijnig rockende “Comin’ Round Again” vertaalt hij de bij de bevolking van New Orleans levende frustratie na de recente doortocht aldaar van de alles verwoestende orkaan Katrina. Vervolgens is er “The Country Song”, een… countryliedje. Daarin leiden heimwee naar huis en een alles verscheurend verlangen naar die ene die daar op je zit te wachten tot iets heel moois. Het met zijn oudere broer Mikel geschreven “40 Miles Of Mountain Road” is op zijn beurt dan weer een fraai countrybluesje, het superaanstekelijke “Thought By Now (You’d Figure It Out)” noemt hij zelf terecht een kruising tussen de Allman Brothers en de Who, “Covered By An Underground Umbrella” is moody roots pop, “Kinda Like You” - over een schrijver op zoek naar het perfecte liefdesliedje – vertoont her en der raakpunten met de tegendraadse pop van de Kinks, “Sometimes I Wish I Didn’t Care” is een tegen een muur van rinkelende gitaren aan crashende wolk van een ingetogen rootsrocker (à la Jimmy LaFave), “Blues On Top Of Blues” is lekker groovy bluesrock en het als bezeten heen en weer stuiterende “Chattahoochie Coochie Man” mikt al rockend en bluesend op dansgrage benen.

Eentje voor de eindejaarslijstjes als je het ons vraagt!

Kevn Kinney

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

DAVE ALVIN

“West Of The West”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Met “West Of The West” gaat ex-Blaster Dave Alvin andermaal vreemd. Anders dan dat met het in 2000 verschenen en inmiddels tot een klassieker op zijn repertoire uitgegroeide “Public Domain: Songs From The Wild Land” het geval was, zoekt hij het ditmaal echter dicht bij huis. Zijn nieuwe CD wordt immers opgevat als een soort “tip of the hat” aan het adres van een stel verwante zielen uit de eigen regio. De plaat kreeg dan ook terecht “Songs From California Songwriters” als ondertitel mee. Alvin doet het hier met liedjes van mensen die net als hem in California werden geboren of er op zijn minst opgroeiden. We hebben het dan over schoon volk als een Merle Haggard, een Tom Waits, een Brian Wilson, een Tom Russell, een Kate Wolf, een John Fogerty, een John Stewart, een Jackson Browne, een Jerry Garcia, een Kevin “Blackie” Farrell, een Jim Ringer, Richard “Louie Louie” Berry en David Hidalgo en Louie Perez van Los Lobos. Geef toe, niet allemaal even voor de hand liggende keuzes.

Dat Alvin erin slaagt om uit een veelheid aan voorliggende stijlen toch een behoorlijk coherent geheel te puren, hangt wellicht in niet geringe mate samen met het feit dat hij zich voor “West Of The West” wist te omringen met een uitgelezen gezelschap aan studiomuzikanten. Wij onthielden zo bijvoorbeeld de namen van Greg Leisz, Bob Glaub, Don Heffington, Chris Gaffney, Gabe Witcher en Danny Barnes als de meest in het oog springende. Samen tekenen zij voor een heerlijk relaxte roots(rock)plaat. Zo is het bijvoorbeeld zalig wegdromen bij het zomers lijzige “California Bloodlines” van John Stewart, laidback bluesen met “Redneck Friend” van Jackson Browne, met de ogen dicht genieten bij het al van het aan Merle Haggard gewijde eerbetoon “Tulare Dust” bekende “Kern River” en aangenaam zwelgen in de subtiele groove van Tom Waits’ “Blind Love”. Ook heel mooi: het rootsy “Here In California” van Kate Wolf, door Alvin gebracht als duet met de onvolprezen Christy McWilson, de broeierige R&B van Richard Berry’s “I Am Bewildered”, waarvoor The Calvanes werden uitgenodigd, “Sonora’s Death Row” van Kevin “Blackie” Farrell en “Between The Cracks”, een Alvin-Russell co-write, die zich muzikaal gezien met wat goede wil beide als border songs laten omschrijven, een door een opvallende banjobijdrage van Danny Barnes getekende bluesy versie van Los Lobos’ “Down On The Riverbed”, een doorleefde benadering van het van de Grateful Dead bekende “Loser” en het opnieuw met close harmony-meesters The Calvanes ingezongen buitenbeentje “Surfer Girl” van de Beach Boys.

Goed zondermeer.

Dave Alvin

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

KACEY JONES

“Sings Mickey Newbury”

(IGO Records)

(4) J J J J

 

 

Kacey Jones kennen we vooral als de ogenschijnlijk immer goedgeluimde zingende comédienne die met liedjes als het hilarische “Every Man I Love Is Either Married, Gay Or Dead” in het verleden altijd wel weer goed bleek voor de een of andere prompt opduikende glimlach. Op haar nieuwe CD gooit de Amerikaanse het echter over een andere boeg. Daarop eert ze immers één van de grootste songwriters van de voorbije eeuw. Jones, die zesentwintig jaar geleden onverwacht het genoegen had om persoonlijk met Mickey Newbury te mogen kennismaken, bleef in de daaropvolgende jaren altijd zwaar onder de indruk van diens songs. Als een echte verrassing komt deze tribute CD voor haar zelf dus niet. Ze noemt het een logische stap, die ze vroeg of laat wel moest en zou zetten. En ze doet dat goed! Bij het kiezen van het songmateriaal voor “Kacey Jones Sings Mickey Newbury” ging ze bijzonder bedachtzaam tewerk en dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een zeer hechte collectie. Met fluwelen stem brengt ze bekende en minder bekende, maar zonder uitzondering fraaie nummers van Newbury. Klassiekers als “San Francisco Mabel Joy”, “Why You Been Gone So Long”, “Ramblin’ Blues” en “Lovers” mochten natuurlijk niet ontbreken, maar andere nummers als “Some Memories Are Better Left Alone”, “Apples Dipped In Candy”, “Blue Sky Shining”, “Time Was”, “You’ve Always Got The Blues”, “Amen For Old Friends” en “Goodnight” worden met evenveel liefde gebracht. Nooit geweten, dat die Jones zo’n fabelachtige zangeres was! Zou ze absoluut meer moeten doen!

Warm aanbevolen!

Kacey Jones

 

 

WILLIE “BIG EYES” SMITH

“Way Back”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Krasse zeventiger Willie “Big Eyes” Smith geniet vooral bekendheid omwille van het feit dat hij vele lange jaren drummer was in de band van blueslegende Muddy Waters. Maar wat velen niet weten, is dat de man ook een meester is op de mondharmonica. Zo gaf hij ‘m ondermeer serieus van jetje op dat ding in de Bo Diddley-hit “Diddy Wah Diddy” uit ’55.

Van die Smith verscheen nu onlangs het door Bob Corritore geproduceerde “Way Back”. En dat is een echt feest van een plaat geworden! Chicago blues op z’n best! In het gezelschap van een heus sterrenensemble bestaande uit ondermeer Pinetop Perkins, James Cotton, Calvin “Fuzz” Jones, Bob Margolin, Billy Flynn, Bob Stroger, Bob Corritore, zijn zoon Kenny “Beedy Eyes” Smith, Little Frank en Johnny Rapp etaleert “Big Eyes” een zijn leeftijd compleet negerende vitaliteit. Hem hier klassieke Chicago blues shuffles als Jimmy Reeds “Don’t Say That No More” of Muddy Waters’ “Read Way Back” weten tackelen, zijn hart horen uitstorten in het sfeervolle “Blues And Trouble” of hem al stuiterend door iets als “If You Don’t Believe I’m Leaving” volgen is gewoon een lust voor elk bluesminnend oor. We durven dan ook nu al te stellen, dat we, als we straks aan het eind van het jaar weer voor onze “Best of”-lijstjes aan de slag moeten, vrijwel zeker niet om “Way Back” heen zullen kunnen.

Willie “Big Eyes” Smith

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

JEROEN WILLEMS

“Zingt Jacques Brel”

(Toneelgroep Oostpool / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

 

Niet echt met open armen ontvangen hier, dit album, want wie zat er nu in hemelsnaam nog te wachten op een zoveelste collectie Brel-covers? Maar dat aanvankelijke vooroordeel lieten we al snel varen. Jeroen Willems en zijn begeleiders van de Toneelgroep Oostpool klaren de klus om ons een volledig in het Nederlands gebrachte blik in het imposante oeuvre van Jacques Brel te gunnen immers met brio. De door Ernst van Altena, Peer Wittenbols en Rob Klinkenberg aangedragen vertalingen van de liedjes van de grootmeester zijn uitstekend. En Willems zelf leeft zich perfect in de rol van zijn voorbeeld in. Met veel overgave blaast hij liedjes als “Les Prénoms De Paris” (“De Namen Van Parijs”), “Mon Enfance” (“Mijn Jeugd”), “Madeleine”, “Le Plat Pays” (“Mijn Vlakke Land”), “Au Suivant” (“Wie Volgt”), “Les Désespérés” (“De Radelozen”), “Ne Me Quitte Pas” (“Laat Me Niet Alleen”), “Le Moribond” (“De Stervende”) en “Mathilde” nieuw leven in, er daarbij voortdurend de nodige zorg voor dragend, dat de ironisch-realistische kijk op de wereld rondom hem van Brel en het dramatische karakter van diens liedjes ongeschonden uit de strijd komen. Knap werk voorwaar!

Toneelgroep Oostpool

 

 

SHEARWATER

“Palo Santo”

(Fargo / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Ooit opgestart als een eenmalige samenwerking tussen Will Sheff van Okkervil River en Jonathan Meiburg van Kingfisher, maar ondertussen de status van hobbyclubje aardig ontgroeid, zo lijkt het, doet het ondertussen tot een volwaardige groep uitgegroeide Shearwater met z’n derde langspeler “Palo Santo”, opnieuw een geslaagde gooi naar uw en onze gunsten. Daarbij valt meteen op, dat Jonathan Meiburg het roer binnen de groep heeft overgenomen. Alle elf de composities op het album werden immers door hem aangeleverd. Daardoor wordt het zo goed als onmogelijk om hier niet meteen de naam van wijlen Jeff Buckley te laten vallen. Meiburgs liedjes zijn bij momenten duidelijk zwaar beïnvloed door de overleden singer-songwriter. En als hij in ijle, wat zweverige deuntjes als album opener “La Dame Et La Licorne” en “White Waves” vooral op zoek gaat naar de hoge noten, dan legt hij het er allemaal nog net iets dikker op. Andere voor de hand liggende invloeden zijn Lambchop, Smog, Will Oldham en Nick Drake. Met hen delen Meiburg en de zijnen een zekere voorliefde voor breekbaar, eerder somber en bespiegelend songmateriaal. Een mooi voorbeeld daarvan is het statige titelnummer van de nieuwe plaat. Als de voet toch even van de rem mag, dan kan het echt alle kanten uit. Het jachtige “Seventy-Four, Seventy-Five” is zo indie pop met een knipoog naar de late jaren tachtig, vroege jaren negentig, “Red Sea, Black Sea” wordt door Thor Harris banjogewijs van een shot old-time en bluegrass bediend, maar dan wel op z’n 16 Horsepowers en “Johnny Viola” is met wijdse gebaren om zich heen meppende pop. Très sympa!

Shearwater

Fargo Records

 

 

EDWIN MCCAIN

“Lost In America”

(Vanguard / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

“Lost In America” is al het zevende album van singer-songwriter Edwin McCain. Daarop doet hij het met tien nieuwe liedjes, waarvan hij er zelf een zevental schreef, in zijn eentje of met de hulp van gewaardeerde schrijvers als een Maia Sharp, een Stan Lynch, een Kevn Kinney en een Billy Chapin of leden van zijn band als Larry Chaney en Pete Riley. Diezelfde Riley en de hier in het verleden al meermaals onder de nodige lof bedolven Bill Mallonee tekenen voor de overige drie songs. Dat lijstje met medestanders geeft al aan, dat McCain door zijn collega’s gewaardeerd wordt. En al van bij een eerste beluistering van “Lost In America” zal ook jou snel duidelijk worden waarom. Met zijn aangenaam rasperige stem brengt de man hier immers vrijwel uitsluitend materiaal, dat zich al van bij een eerste beluistering knus tussen je oren nestelt. ’n Beetje rock, ’n beetje pop, wat roots, veelal gedragen door prominente gitaar- en orgelbijdragen en die ijzersterke stem. McCain koppelt daarbij de vaardigheid van popgroten uit ver vervlogen tijden aan een wat eigentijdsere aanpak als die van de onvolprezen Matthew Sweet. Zijn materiaal krijgt daardoor een zeer radiogeniek karakter mee. En het zou ons dan ook helemaal niet verbazen, als hij vroeg of laat een kapitale hit zou landen. Het zomerse titelnummer van zijn nieuwe CD en de ballade “Losing Tonight” lijken ons daarvoor bijvoorbeeld al zeer geknipte kandidaten.

Edwin McCain

 

 

MALCOLM HOLCOMBE

“Not Forgotten”

(Gypsy Eyes Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Sinds we ergens rond 1999 via het veel later ook door John Prine de hemel in geprezen “A Hundred Lies” kennismaakten met de muziek van de man, lieten we ons niet één plaat meer ontgaan van deze Malcolm Holcombe. Dat album, “Another Wisdom” uit 2003, “I Never Heard You Knockin’” van vorig jaar en het nagelnieuwe “Not Forgotten”, stuk voor stuk zijn het fantastische CD’s, de ene al beter dan de andere. Holcombe illustreert keer op keer opnieuw één van de best bewaarde singer-songwritergeheimen van zijn land te zijn. Met zijn rauw-hees-tedere baritonstem kerft hij poëtische boodschappen in om het even welke muzikale boom die zich op zijn weg aandient. Of die nu zijn wortels heeft in country, folk, dan wel blues, lijkt hem allemaal niet zo heel erg veel uit te maken, met de vaste hand van een echte grootmeester schildert hij in elk van die genres meesterwerk na meesterwerk. Zich daarbij geruggensteund wetend door een bijzonder hecht spelend klein combo met ondermeer bassist Bill Reynolds, harmonicameester Kirk “Jelly Roll” Johnson en dobrospecialist Jared Tyler en in een met zijn toetsenman Aaron Price gedeelde productie tekent hij op “Not Forgotten” voor twaalf nieuwe stukken die elke zichzelf respecterende liefhebber van singer-songwritermateriaal op z’n minst gehoord moet hebben. Prachtige ingetogen lappen Americana (“Your Eyes Will Shine”, “Where Is My Garden”, “A Steady Heart”), bluesy stuff (“Room Eleven”, “Not Forgotten”), roots & roll (“Baby Doll”), al wat meer naar country en bluegrass overhellend materiaal (“Sparrows And Sparrows”), rauw, zelfs voorzichtig rockend singer-songwriterspul (“Cryin’ Dime”, “Yesterday’s Clothes”), folk (“Animated Sanctuary”), pop (de gevoelige ballade “This Ol’ House” en het machtige “Goin’ Home”), you name it, Holcombe’s got it! En “Not Forgotten” is wat ons betreft dan ook één van dé platen van het ogenblik.

Malcolm Holcombe

Village Records

 

 

THE BE GOOD TANYAS

“Chinatown”

(Nettwerk / Munich)

(5) J J J J J

 

 

 

In afwachting van de binnenkort uit te komen nieuwe CD van de Be Good Tanyas wordt hier te lande alvast hun oorspronkelijk in 2003 uitgebrachte “Chinatown” opnieuw onder de aandacht gebracht. Het gaat daarbij eigenlijk om een upgrade, want aan het origineel werden als bonus de extra track “Diamond In My Crown” en de video bij “It’s Not Happening” toegevoegd.

In het kielzog van de hype rond akoestische muziek die door de soundtrack bij de film “O Brother Where Art Thou?” in de States gecreëerd werd leken de Be Good Tanyas met hun tweede cd “Chinatown” indertijd op het juiste ogenblik op de juiste plaats te zijn aanbeland. Het Canadese meidentrio viel in het almaar breder wordende aanbod aan Americana immers op door een charmant rammelende benadering van het genre. Je had het alternatieve bluegrass kunnen noemen, maar daarmee liep je het risico potentiële geïnteresseerden bij voorbaat af te schrikken. En dat was nu net niet de bedoeling! Want net zoals Laïs in eigen land wist te betoveren met zijn eigentijdse folkvariant, zo leken de Be Good Tanyas een rol van betekenis te kunnen gaan spelen bij het winnen van zieltjes om de toekomst van het Americana-genre te helpen verzekeren. Iets voor de liefhebbers van pakweg een Lucinda Williams, een Mary Gauthier of de Cowboy Junkies zeg maar. Of voor alle liefhebbers van real roots music überhaupt. Schitterende harmonieën en fraai akoestisch snarenwerk op afwisselend banjo, mandoline en ukelele zorgden voor een constant hoge kippenvelfactor. Luisteren en huiveren was het bijvoorbeeld bij een ingetogen cover van “Waiting Around To Die” van wijlen Townes Van Zandt of bij andere verstilde heerlijkheden als “Reuben”, “Midnight Moonlight”, de wedergeboorte van het hier vooral in de uitvoering van de Animals bekende “House Of The Rising Sun” en “In My Time Of Dying”. Terloops werd thematisch een indrukwekkend aantal onderwerpen aangekaart: van drugs tot gokken, van Jezus tot New Orleans, van geboorte tot dood, van verloren liefde tot de gevaren van het leven in de grote stad. Veel beter, meenden we toen al, kan akoestische rootsmuziek gewoon niet klinken.

Be Good Tanyas

Nettwerk

 

 

SLAID CLEAVES

“Unsung”

(Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

Op zijn zevende album so far gooit de gevierde Texaanse singer-songwriter Slaid Cleaves het over een compleet andere boeg. In plaats van op een nieuw stel van zijn doorgaans uitstekende eigen songs terug te vallen opteert hij ditmaal voor dertien covers van nummers van collega’s. Allemaal persoonlijke favorieten. Daartoe behoren ondermeer lieden als een David Olney (“Millionaire”), een Adam Carroll en een Karen Poston (Remember “Lydia”?), maar ook een hele trits een stuk minder bekende knapen à la Michael O’Connor, Steve Brooks, Graham Weber en Chris Montgomery. Dat het album ondanks alles toch klinkt als een typische Cleaves-plaat heeft zo ongeveer alles te maken met die hier altijd maar meer gewaardeerde aparte stem van de man zelf. En uiteraard ook met de songkeuze. Cleaves heeft de liedjes met de grootste zorg gekozen, zo lijkt het. Het geheel kabbelt immers tegen een gezapig tempo voort, zonder al teveel brute tempoversnellingen. Cleaves weet duidelijk drommels goed welk materiaal hem het best bekt. En dat zijn folky mijmerliedjes als “Flowered Dresses” van Karen Poston, met een subtiel snuifje blues & roots gekruide dingen à la “Race Car Joe” van Adam Carroll en volbloed-Americana genre Graham Webers “Oh Roberta”. Ook heel mooi: het muzikaal gezien duidelijk door Dylan beïnvloede “Devil’s Lullaby” van Michael O’Connor en het door een zekere gypsy feel in aangename zin opvallende “Everette” van Steve Brooks.

Voor de productie van “Unsung” tekenden multi-instrumentalist David Henry en Cleaves’ maatje Rod Picott.

Slaid Cleaves

Rounder Europe

 

 

IAN TYSON

“Lost Herd”

(Ace / Vanguard / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

De Canadees Ian Tyson geldt sinds jaar en dag als één van de voornaamste vertegenwoordigers van het helaas een langzame dood stervende Country & Western-genre. De man is een uitstekende songwriter en weet als geen ander het gevoel te verklanken, dat de uitgestrekte prairies bij velen oproepen. Het leven van de lone cowboy staat in zijn werk vrijwel voortdurend centraal.

In de Vanguard Masters-reeks van het gelijknamige label verschenen zopas enkele mid-price re-releases van een aantal van ’s mans bekendste albums. Eentje daarvan is het in ’99 verschenen “Lost Herd”. Daarop brengt Tyson ondermeer het mooie “Smugglers Cove”, het Zuiders getinte “La Primera” en een C&W-cover van de populaire klassieker “Over The Rainbow”. In zijn genre behoort dit samen met bijvoorbeeld de platen van een Tom Russell en een Corb Lund zondermeer tot het beste wat er op de markt verkrijgbaar is.

Ian Tyson

Ace Records

 

 

JOLIE HOLLAND

“Springtime Can Kill You”

(ANTI / PIAS)

(4) J J J J

 

 

Toen wij ons hier ondertussen al zo’n jaar of drie geleden in bijzonder lovende bewoordingen uitlieten over haar debuut “Catalpa” was Jolie Holland ondanks haar voorgeschiedenis bij de lichtjes fantastische Be Good Tanyas voor velen nog een nobele onbekende. Nu, goed drie jaar en twee platen verder, liggen de kaarten wel enigszins anders. Holland werd ondertussen door het ondermeer van de jongste albums van Tom Waits en Neko Case bekende ANTI-label opgepikt en begon aan een steile opmars. Van haar studiodebuut “Escondida” werden zo bijvoorbeeld in Europa alleen al meer dan 20.000 exemplaren verkocht. En gerenommeerde vakbladen als Rolling Stone en Mojo staken er uitgebreid de loftrompet over af. En geloof ons vrij, het zou al vreselijk verkeerd moeten lopen wil de geschiedenis zich met haar derde langspeler “Springtime Can Kill You” niet herhalen. Van achter haar piano strooit Holland immers ook daarop weer kwistig met pareltjes in het rond. Veel minder dan in het verleden zoekt ze daarbij aansluiting bij de old-time folkmuziek der Appalachen. Als een soort van voor de eenentwintigste eeuw geüpgradede versie van Billie Holiday dwaalt ze doorheen sfeervolle, zowel door genres als jazz, blues, folk, Americana en country als door pop beïnvloede miniatuurtjes, die nooit minder dan beklijvend zijn. Een dronken walsje als “Stubborn Beast”, achterbuurtjazz van het kaliber van “Please Don’t”, de etherische pop van eerste single “Crush In The Ghetto”, het over een beneveld pianolijntje heen en weer waggelende “Mehitibell’s Blues” of het ongegeneerd naar New Orleans geurende “You’re Not Satisfied”, het zijn stuk voor stuk nummers, die je al na één enkele beluistering niet meer loslaten.

Jolie Holland

ANTI

PIAS

 

 

Stilaan goed voor een volledige plank in onze DVD-kast is de New West-reeks gewijd aan het populaire Amerikaanse TV-programma Austin City Limits. Na eerdere delen gewijd aan Lucinda Williams, Richard Thompson, Susan Tedeschi, Son Volt, Robert Earl Keen, Dwight Yoakam, The Flatlanders, Eric Johnson, Steve Earle, Merle Haggard, Waylon Jennings, Johnny Cash, Tony Joe White, John Hiatt en The Texas Tornados pakt men in de “Live From Austin, TX”-reeks nu uit met eigen volumes voor country-icoon Willie Nelson en het legendarische Sir Douglas Quintet.

 

 

WILLIE NELSON

“Live From Austin, TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Dat de Red Headed Stranger vroeg of laat aan de beurt zou komen in deze reeks, daar kon je donder op zeggen. Willie Nelson was het immers, die in 1974 in de pilootaflevering van Austin City Limits de eerste regels van het succesverhaal van dat programma schreef. Men koos evenwel niet voor dat optreden, wél voor een performance daterend van 6 september 1990. Daarin werkt de Texaan zich gedreven doorheen een trits highlights op zijn repertoire: van “Whiskey River” tot het Bob Wills-eerbetoon “Stay A Little Longer”, van het met wijlen Waylon Jennings gepende “Good-Hearted Woman” tot het tot medley verwerkte drietal “Ain’t It Funny How Time Slips Away”, “Crazy” en “Night Life”, van de swingende Lefty Frizzell-cover “If You’ve Got The Money I’ve Got The Time” tot het van Beth Nielsen Chapman geleende “Nothing I Can Do About It Now”, van de Kris Kristofferson-hits “Help Me Make It Through The Night”, “Me And Bobby McGee” en “Loving Her Was Easier (Than Anything I’ll Ever Do Again)” tot eigen composities als “Bloody Mary Morning” en “On The Road Again”, van het klassieke “Blue Eyes Crying In The Rain” tot de melige evergreen “Always On My Mind”. Aan het eind van de show worden we nog getrakteerd op een leuke verrassing, als de sympathieke rosse een toen nog piepjonge Shelby Lynne op het podium uitnodigt om samen met haar “Still Moving To Me” en “Milk Cow Blues” te brengen.

(Ook verkrijgbaar op CD!)

Willie Nelson

Austin City Limits

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

SIR DOUGLAS QUINTET

“Live From Austin, TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Iets minder verwacht maar minstens even welkom is een uit januari ’81 stammende en aan de Sir Douglas Quintet gewijde aflevering. Daartoe wellicht aangezet door het succes van “The Texas Tornados Live From Austin, TX” kwam men bij New West op het idee om ook wijlen Doug Sahms andere succesgroep CD- en DVD-gewijs op ons los te laten. Doug (zang, gitaar) en zijn zoon Shawn Sahm (gitaar), Alvin Crow (gitaar, fiddle), Augie Meyers (orgel - Dat orgeltje, ja!-, accordeon), Speedy Sparks (bas) en John Perez (drums) garanderen daarbij een klein uur Tex-Mex rock & roll van de bovenste plank. De groep die ooit ontstond als het Texaanse antwoord op de invasie van Britse beatgroepjes in de States raast doorheen onvergetelijke hits als “Mendocino”, “96 Tears” en “She’s About A Mover” en andere bandfavorieten als “Goin’ Down To Mexico”, “Who Were You Thinkin’ Of?”, “Who’ll Be The Next In Line?” en “(Is Anybody Goin’ To) San Antone”. Dat zulks aanleiding is tot één groot feest hoef je een goede verstaander dan natuurlijk al lang niet meer aan zijn verstand te brengen. Aanrader!

(Ook verkrijgbaar op CD!)

Austin City Limits

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

ANDI ALMQVIST & THE EMPLOYEES

“Can’t Stop Laughing”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Alweer een verrassing van formaat uit het voor liefhebbers van roots en Americana acts alsmaar attractievere Hoge Noorden! Ditmaal betreft het de grofgevooisde Zweed Andi Almqvist, die met zijn groep The Employees tekent voor een fantastische mix van old school blues delta-stijl en eigentijdser werk genre 16 Horsepower en Tom Waits. Op zijn debuut “Can’t Stop Laughing” klinkt hij het ene moment als een blanke neger met het volledige oeuvre van knapen als een Leadbelly of een Son House in de kast, het andere als een verre neef van de al genoemde Waits of David Eugene Edwards. Groovy lappen lillend bluesvlees à la “Big Bad Black Dog Blues”, “Boneyard Blues” en “Deadbeat” worden op die eersteling afgewisseld met sfeervolle Americana-deunen als “Can’t Stop Laughing” en “Weekend Trip To Hell”, rammelende Gothic roots rock à la “The Devil Is A Girl” en uitstekend singer-songwriterspul als het druilerige tweetal “Rain” en “The Old Gal And The Fat Man”.

In weinig of niets vergelijkbaar met het gros van de Scandicana-platen die ons de voorbije maanden wisten te verblijden dus, dit “Can’t Stop Laughing”, maar desalniettemin opnieuw een serieuze voltreffer.Moest dringend maar eens naar deze kontreien afzakken, die Almqvist. Want als acts als 16 Horsepower en Elliott Brood hier weten aan te spreken, dan moet hij dat ons inziens zeker óók kunnen.

Andi Almqvist & The Employees

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

FRED EAGLESMITH

“Milly’s Cafe”

(A Major Label / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Er zijn zo van die dagen, dat je als recensent met een vrij zwaar hoofd, loden vingers en de nodige tegenzin achter je pc kruipt voor alwéér een stukje over alwéér een nieuwe plaat. Op die momenten zijn albums als “Milly’s Cafe”, de nieuwe van de Canadese singer-songwriter Fred Eaglesmith, een waar godsgeschenk. Ze zorgen ervoor, dat je in een mum van tijd weer volop bij de les bent, dat je weer wil schrijven, dat je je mening erover absoluut wil verkondigen. Na zijn nogal poppy uitvallende, maar evengoed uitstekende vorige CD “Dusty”, bedient Fredje ons ditmaal weer volop op onze wensen. “Milly’s Cafe” staat immers opnieuw boordevol met rootsy liedjes geworteld in het leven van alledag. Met die lekker gruizige stem van ‘m en zijn als vanouds weer erg knappe songteksten trekt Eaglesmith voortdurend aan je mouw om hem toch maar de aandacht te geven die hij al zo lang op veel grotere schaal verdient. Luister bijvoorbeeld bij gelegenheid maar eens naar het vertederende “Rocky”. In dat als een brief van een ouderling naar een andere cowboy op jaren opgevatte liedje vat hij in één vlotte beweging het lot dat heel wat van hun leeftijdsgenoten onvermijdelijk te wachten staat én een heleboel mooie herinneringen aan hun gemeenschappelijke verleden samen. Simpelweg bloedmooi! In “18 Wheels” heeft hij het dan weer over het harde bestaan van truckers, in “Milly’s Cafe” laat hij de hoofdpersonages uitgroeien tot bankrovers, in “Kansas” dwalen zijn gedachten af naar een vergane liefde, in “Tired” hangt hij op bijzonder sfeervolle wijze een beeld op van het ruige leven als veehoeder in de nog rurale delen van zijn land en het voorzichtig tonkende “Mrs. Hank Williams” maakt de belofte van zijn in het oog springende titel probleemloos waar. Kortom de Fredheads mogen weer met een gerust gemoed naar de lokale platenboer rennen. Fredje staat op “Milly’s Cafe” immers gewoon weer garant voor tien nummers excellente Americana. Dat hij ze nog lang moge mogen…

Fred Eaglesmith

Sonic Rendezvous

 

 

HEM

“No Word From Tom”

(Nettwerk / Munich)

(4) J J J J

 

 

“Outtakes, Covers, Demos, Live Recordings & Rarities (2000-2005)” is de ondertitel van de zopas verschenen derde CD van Hem. Je bent dan ook al snel geneigd te denken in termen als “tussendoortje” en “overblijvertjes”. Maar om maar meteen met de deur in huis te vallen, dat verdient deze plaat absoluut niet. Wat het gezelschap rond de muzikale elf Sally Ellison hier aflevert is immers gewoon schitterende muziek tout court. Heerlijke, voornamelijk traag uitvallende rootsmuziek, waarin instrumenten als de piano, de gitaar, de mandoline, de pedal steel, de dobro, de bas, de viool, de harmonica, Glockenspiel en drums een weldadig aandoende loper uitrollen waarover het voor Ellyson met haar fenomenale stem heerlijk wandelen blijkt. Je gedachten dwalen af en toe af naar Margo Timmins en haar Cowboy Junkies, maar dit klinkt ondanks bepaalde gelijkenissen al bij al toch een stuk zonniger. Ronduit schitterend zijn de zo ongeveer in weemoed verzuipende R.E.M.-cover “South Central Rain”, een wollige uitvoering van het van Tony Joe White geleende “Rainy Night In Georgia” (Met een heerlijke pedal steel!), beklijvende benaderingen van de countryhits “The Tennessee Waltz” en “Crazy Arms” en van Fountains Of Wayne’s “Radiation Vibe” en eigen songs als “The City And The Traveler”, “Lazy Eye” en “The Beautiful Sea”.

Minstens zo goed als de eerder al vermelde Cowboy Junkies of Mazzy Star en dus je aandacht meer dan waard!

Hem

Nettwerk

 

 

A.J. CROCE

“Cantos”

(Seedling Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Ons aller Adrian James heet voor zijn nieuwe CD “Cantos” weer gewoon A.J., maar voor het overige veranderde er eigenlijk niet zo heel erg veel. En waarom ook wel, kan je je terecht afvragen. De zoon van Jim Croce zaliger bewijst zich op die nieuwe plaat immers andermaal als een songsmid met gouden handjes. In het uitgelezen gezelschap van collega-muzikanten als een Ben Harper, een Brian MacCleod, een Greg Leisz, een Gregory Page, een Michael Bizar, een Nick Kirgo, een Phil Smith en een Steve Poltz en in een met Michael Vail Blum gedeelde productie presenteert hij elf nieuwe eigen liedjes en een behoorlijk eigenzinnige cover van de door Beatle Paul McCartney ooit nog voor de Wings gepende hit “Maybe I’m Amazed”.

Stuk voor stuk vallen de gebrachte nummers onder de noemer pop. Met een opvallend hoog seventies-gehalte, that is. Door Croce’s voorliefde voor zwaar pianogetint materiaal zou hij in dat tijdperk ook bepaald geen mal figuur hebben geslagen. In hetzelfde genre actieve en stukken succesvollere knapen als de ondertussen zo ongeveer doodgeknuffelde James Blunt en Daniel Powter kunnen hier wat ons betreft alvast een ferm punt aan komen zuigen. (Mits de nodige promotionele back-up zou een song als de pianoballade “All I Have” zelfs tot een grote hit genre “You’re Beautiful” of “Bad Day” moeten kunnen uitgroeien, menen wij.)

Z’n pa kan ergens daarboven apetrots op ‘m zijn.

A.J. Croce

Seedling Records

Sonic Rendezvous

 

 

TIM EASTON

“Ammunition”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Op een goede morgen in een studio ergens in Cleveland, Ohio gaf singer-songwriter Tim Easton bij wijze van opwarming voor het starten van de opnames voor zijn nieuwe album “Ammunition” een sobere versie van de folkklassieker “Sitting On Top Of The World” ten beste. Wat hij op dat moment nog niet wist, was dat er al tape mee liep en dat hij zonder het zelf goed en wel te beseffen het eerste nummer van zijn vierde CD had ingeblikt. Een voorval dat eigenlijk typerend is voor het hele opnameproces van “Ammunition”. Toeval is immers waar het allemaal een beetje om gedraaid heeft. Easton is een muzikale zwerver en hij wilde voor zijn nieuwe plaat een duidelijk andere aanpak dan voor de voorgangers ervan. Hij wilde zijn ding kunnen doen waar en wanneer hij dat maar wilde. Op die manier zou zijn leven er niet alleen een stuk interessanter op worden, vond hij, hij zou ook met telkens andere mensen kunnen werken en daar - Misschien wel dé voornaamste reden van allemaal! -  aan over houden, die er zich ook toe leenden om gewoon solo gebracht te worden, wat wel handig was als hij eens niet de behoefte aan een band om zich heen voelde.

Twee jaar zou hij er uiteindelijk over doen om het geheel af te werken. Daarbij werden zo uiteenlopende locaties als Cleveland, Minneapolis, Alaska en Joshua Tree, California opnamegewijs aangedaan. Acht van de dertien liedjes nam Easton volledig voor eigen rekening. Elders wordt hij bijgestaan door ondermeer Doug Pettibone, Don Heffington, Lucinda Williams, Jayhawk Gary Louris en Tift Merritt.

Het resultaat is een ongelooflijk relaxt overkomend folk-/singer-songwriter-album, waarop zich her en der ook wat elementen uit country en blues aandienen. Muzikaal eerder schaars aangekleed klinken de liedjes van Easton hier op de keper beschouwd beter dan ooit. Eenvoud werd tijdens het vereeuwigen ervan door alle betrokkenen duidelijk nog als een deugd ervaren. En dat doet deugd ook! Songs als de innemende rootsy opener “Black Dog”, het slepende, met Lucinda Williams gedeelde “Back To The Pain”, het bitterzoete afscheidslied “Wish You Well”, het door zijn Dylaneske strijdvaardigheid opvallende tweetal “News Blackout” en “J.P.M.F.Y.F.”, het bluesrockertje “C-Dub” en het countryeske “Next To You” groeiden daardoor immers makkelijk uit tot nieuwe hoogtepunten op Eastons c.v.

Puike plaat!

Tim Easton

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

CHRIS ISAAK

“Best Of”

(Reprise / Warner)

(3,5) J J J J

 

 

De jongste jaren is het eigenlijk best wel een beetje stil geworden rond deze man. Hoogste tijd vond men dan ook bij zijn platenlabel om daar verandering in te brengen. Het idee van een nieuwe verzamelaar was op die manier vrij snel geboren. Hits als “Wicked Game”, “Blue Hotel”, “You Owe Me Some Kind Of Love” en “Dancin’” vinden daarop een plaatsje naast andere fanfavorieten genre “San Francisco Days”, “Baby Did A Bad Bad Thing”, de Roy Orbison-cover “Only The Lonely” en “Somebody’s Crying”.

Vier van de aangeboden nummers verschenen nog nooit eerder op CD. Het meest in het oog springende daarvan is een wat geforceerd aandoende cover van de Cheap Trick-hit “I Want You To Want Me”. Wél heel mooi is de hier eveneens debuterende akoestische versie van het nummer “Forever Blue”. Uit die song blijkt eens te meer dat Isaak op z’n best is, wanneer hij met die prachtige gekwelde stem van ‘m zijn emoties de vrije loop laat in de één of andere ballade. Andere nieuwe deunen zijn de pretentieloze rockertjes “Let’s Have A Party” en “King Without A Castle”, die wij nu niet meteen als hoogtepunten in Isaaks songcatalogus zouden durven te bestempelen.

Chris Isaak

Reprise Records

 

 

JON DEE GRAHAM

“Full”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

 

Het zal je maar overkomen! Net op het moment dat door de zware kosten gepaard gaand met de verzorging van zijn aan de zeldzame beenderziekte Legg-Perthes lijdende zoon Willie geld ten huize Graham een zeer kostbaar goed bleek zag vader Jon Dee zich ook nog eens genoodzaakt om een nieuwe werkgever te gaan zoeken. Na zijn wel bijzonder kortstondige flirt met het gereputeerde New West Records belandde hij zo in eigen land bij het kleine Texaanse label Freedom Records. En in Europa werd het onvolprezen Blue Rose bereid gevonden om zijn nieuwe CD “Full” aan de man te brengen.

Voor dat album viel het budget logischerwijze wat minder royaal uit dan voor voorganger “The Great Battle” uit 2004. “Full” werd in januari van dit jaar in amper drie dagen tijd in Austin ingeblikt. Naast Graham zelf waren daarbij ook Andrew Duplantis, Mike Hardwick, Mike Stewart en zijn Resentments-maatjes Scrappy Jud Newcomb, John Chipman en Bruce Hughes van de partij. Dat de plaat ondanks alles toch uitstekend klinkt, hoeft dan ook in het geheel niet te verwonderen. Het gaat hier immers gewoon om een in het verleden al meermaals een winnende combinatie gebleken groep vrienden-muzikanten, die elkaar echt door en door kennen en fantastisch op elkaar weten in te spelen.

Opener “Jubilee” is zo meteen een heerlijk, met rinkelende gitaren behangen catchy rockertje. Het zich langzaam voortslepende “Swept Away” is rootsy singer-songwritermateriaal dat tot diep onder de huid gaat en hier vrijwel ogenblikkelijk voor het nodige kippenvel zorgde. Het groovy “Something Wonderful” blijkt vervolgens zijn titel meer dan waard en groeit onder de supervisie van een stomende bas uit tot één van die stukken waarvan je nu al weet dat ze straks tot het selecte groepje van publieksfavorieten binnen het live-repertoire van Graham zullen gaan behoren. Het melodieuze folkrockertje “Amsterdam” lijkt ons trouwens een zelfde lot te zijn beschoren. En zo gaat het hier maar door. Prachtsong na prachtsong. Voor het liefdevolle klaagliedje “O Dearest One” gordt Graham een akoestische gitaar om en laat hij de rest even van aan de zijlijn toekijken, “Holes” is mede door een opvallend ingezette slide top blues & roots stuff, “Bonaparte” rockt bij de beesten af, “Rosewood” heeft iets met soul, “WCD” en “Remain” zijn twee heerlijke ballades, “Tie A Knot” kruidt tussen kreunende gitaren blues voorzichtig met een snuifje reggae en de werkelijk majestueuze afsluiter “Beloved Garden” laat nog één keer de songwriter Graham schitteren.

Als je in moeilijke tijden als deze een plaat van dit kaliber kan maken, dan ben je een heel grote! Chapeau, mister Graham. Wij hopen dat je van deze plaat massaal veel exemplaren mag verkopen. Iedereen zou er wel bij varen: Willie, jijzelf en natuurlijk ook de kopers ervan.

Jon Dee Graham

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

LUZ RIOS

“Luz Rios”

(LCR Music)

(3) J J J

 

 

De oogstrelend mooie jonge Mexicaanse Luz Rios doet het met een bruisende mélange van cumbia’s, norteño’s en Tex-Mex. Met haar heldere en bijzonder expressieve stem geeft ze de tien liedjes op het wat ons betreft zeer geslaagde “Luz Rios” een zekere vorm van aangename speelsheid mee, die door puristen wellicht – Ten onrechte! – zal worden afgedaan als platte commercialiteit. Wie zich daar niet aan stoort, stoot hier op een handvol oorwurmen van het allerzuiverste kaliber. De muziek van Rios vermag het immers om in een oogwenk een kamerbrede glimlach om je mondhoeken te toveren en je in dat typische vakantiegevoel onder te dompelen waar je elk jaar opnieuw vol verlangen naar uitkijkt. Dat ze daarbij kan rekenen op de diensten van de uitstekende accordeonist Alex Avellano betekent overigens een serieus surplus. Neen, deze prachtige lap wereldmuziek laten we ons deze zomer zeker niet meer afpakken. Ideaal spul voor onderweg is het.

LCR Music

CD Baby

 

 

DICKIE LEE ERWIN

“Poppin’ Johnny”

(Freedom Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Al ruim dertig jaar lang draait hij mee in het circuit, deze Dickie Lee Erwin, en in en om Austin wordt hij door velen dan ook aanzien als een belangwekkende songsmid. Erwin is nog wat je noemt een échte traditionalist. De muziek op zijn jongste CD “Poppin’ Johnny” grijpt schaamteloos terug naar de gouden jaren van het countrygenre. Qua aanpak verzeilt hij daarbij regelmatig in hetzelfde straatje waar ook een Waylon Jennings zaliger zich graag mocht ophouden. Dat van de ruwe-bolster-blanke-pit-cowboy met name, waarin gevoelige story songs en countryrockertjes weelderig zij aan zij gedijen. Niet het soort van voorgekauwd spul waarmee men je vanuit Nashville probeert te verleiden, maar échte country regeert op “Poppin’ Johnny”. Fans van een Billy Joe Shaver, een Willie Nelson, een Waylon Jennings, de Highwaymen en vergelijkbare acts moeten dit album daarom zeker eens checken. Het zal hen vast niet berouwen.

Dickie Lee Erwin

Texas Music Round Up

 

 

WILLIE NILE

“Streets Of New York”

(Evangeline / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

 

Een verhaal apart, deze Willie Nile. Al meer dan een kwart eeuw lang levert hij met enige regelmaat goede tot uitstekende albums af, maar tot een echte doorbraak heeft dat vooralsnog geen aanleiding gegeven. In de pers gemaakte vergelijkingen met een Dylan en een Springsteen ten spijt bleef de New Yorkse singer-songwriter/rootsrocker voor het grote publiek een nobele onbekende. En da’s eigenlijk jammer voor alle betrokkenen.

Zijn collega’s weten hem gelukkig al wél naar waarde te schatten. Lou Reed, Little Steven, Ian Hunter, Graham Parker, Lucinda Williams, stuk voor stuk prezen ze ’s mans gaven als songwriter. Williams ging daarbij zelfs zo ver om te stellen dat in een wat rechtvaardigere wereld zij concerten zou openen voor Nile en niet omgekeerd. Om maar te zeggen, dat hij echt wel heel goed is, deze knaap.

Blijkt trouwens ook weer uit zijn nieuwe CD “Streets Of New York”. Daarop etaleert de intussen de vijftig een eind gepasseerde Nile een uitstekende vorm. Door een vuurwerk van gitaren opgeschrikte rockertjes van het slag waarop de hier al eerder genoemde Graham Parker ooit nog een patent leek te hebben (“Welcome To My Head”, “Game Of Fools”, “Best Friends Money Can Buy”, “Cell Phones Ringing (In The Pockets Of The Dead)”) worden erop afgewisseld met rootsy, een weinig aan Dylan herinnerend materiaal (“Back Home”), een Equals-via-Strummer-cover van “Police On My Back”, Clashiaanse power reggae (“When One Stands”), een late night piano ballad (“Streets Of New York”), een voorzichtig Americana-uitstapje (“Lonesome Dark-Eyed Beauty”) en dies meer.

Een buitengewoon fijn schijfje! Zeg dat wij het gezegd hebben!

Willie Nile

 

 

TROY CAMPBELL

“Long In The Sun”

(M-Ray Records / Freedom Records)

(3,5) J J J J

 

 

Samen met zijn broer Mike en “Scrappy” Jud Newcomb schreef Troy Campbell achtereenvolgens met The Highwaymen en Loose Diamonds een achtenswaardig stukje Texaanse rootsrockgeschiedenis. Ruim een decennium lang behoorden zij met hun geslaagde mix van rock, blues, country en folk tot de absolute top van de roots scene in de Lone Star State. Tot Campbell en Newcomb zich aan het eind van de vorige eeuw meer op hun solocarrières gingen focussen eigenlijk. Sindsdien doen beiden op regelmatige basis van zich spreken met nieuw materiaal. Newcomb combineert een stek binnen de Resentments met platen voor eigen rekening, Campbell kiest vooralsnog enkel voor dat laatste.

Het door Gurf Morlix geproduceerde “Long In The Sun” is zo al zijn derde soloplaat. Net als z’n in 2002 verschenen voorganger “American Breakdown” puilt dat album uit van de ronduit uitstekende Americanaliedjes. Campbell tekent daarin zelf voor zang en gitaarwerk, Morlix zingt mee en doet het verder op gitaar, keyboards en tal van percussie-instrumenten, Rick Richards tekent voor de drumpartijen, Mike “Cornbread” Traylor hanteert de bas en ouwe gabber “Scrappy” Jud Newcomb komt gitaargewijs ook even voorbij in het afsluitende “Ball & Chain”.

Campbell zweert hier overigens vrijwel uitsluitend bij eigen materiaal. De enige uitzondering wat dat betreft vormt een bijzonder sfeervolle rootsrockversie van Woody Guthrie z’n “Along In The Sun & The Rain”. Verder stoten we hier ondermeer op zonnige Texaanse country pop (“Birdsong” en “Lovers”), met rinkelende sixties-gitaartjes gelardeerde roots rock (“Disappear” en “I’ll Let You Know”), zich traag voortslepende Americana (het duidelijk de stempel van Morlix dragende “Killing Time In Texas”), met vervormde stem gebrachte bluesrock (“Ball And Chain”), pure rock & roll (“Town To Town”) en nogal aan de Traveling Wilburys herinnerend materiaal (“Famous”). Vernieuwend? Allerminst. Lekker? Even zeker weten wel! Vooral geschikt als metgezel tijdens lange ritten met de wagen als je ’t ons vraagt.

Troy Campbell

Texas Music Round Up

CD Baby

 

 

IRMA THOMAS

“After The Rain”

(Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Op het nauwelijks enkele maanden na de verwoestende doortocht van de orkaan Katrina doorheen haar thuisstaat in Maurice, Louisiana ingeblikte “After The Rain” kiest de ontegensprekelijke Soul Queen van New Orleans Irma Thomas voor een behoorlijk gevarieerd programma. Het door Arthur Alexander gepende en door meestergitarist Sonny Landreth van een broeierig streepje slide voorziene “In The Middle Of It All”, het weelderige “If You Knew How Much” en “Till I Can’t Take It Anymore” zijn nog pure soul, het van rootsrocker Kevin Gordon geleende “Flowers” daarentegen is withete blues & roots, haar versie van de Drifters-hit “I Count The Tears” heeft iets met jazz, “Make Me A Pallet On Your Floor” dan weer met Americana en het New Orleans van de legendarische Allen Toussaint, “I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free” koppelt een gospeleske aanpak aan een jaren zeventig singer-songwriter feel, Eleni Mandells “Another Lonely Heart” valt stevig onder de noemer country soul, “Another Man Done Gone” en Blind Willie Johnsons “Soul Of A Man” zijn twee ronduit zalige lappen blues, “Stone Survivor” een dito moot R&B en Stevie Wonders “Shelter In The Rain” een in romantiek zwelgende pianoballade. Voor elk wat wils dus hier! En door de ondertussen 65 jaar oude Thomas ook ditmaal weer met zoveel overgave gezongen dat het bijzonder moeilijk blijkt om er niet meteen voor te vallen.

Irma Thomas

Rounder Europe

 

 

THE KICKBACKS

“Motel Stars”

(Peeled Label records)

(3,5) J J J J

 

 

“Rock & roll pur sang” schreven we hier naar aanleiding van de release van “Blindside View”, de derde CD van het uit Boston afkomstige collectief The Kickbacks. En eigenlijk is er in de vier jaren die sindsdien verstreken zijn niet zo heel erg veel veranderd. Akkoord, singer-songwriter Tad Overbaugh en de zijnen spelen weer een stukje hechter, maar voor het overige biedt hun nieuwe CD “Motel Stars” – Gelukkig! - vooral gewoon meer van hetzelfde. En dat zijn nog steeds volop op de nadrukkelijk aanwezige gitaren van Overbaugh zelf en Steve Scott terende liedjes, die zich al na één enkele beluistering knus tussen je oren nestelen. ’n Beetje (roots) rock, ’n beetje pop, ’n beetje alt. country, ’n beetje folk, ’n beetje indie, zoiets. Steeds weer terend op hooks om u tegen te zeggen. Of het daarbij nu gaat om lekker strak rockende dingen als “Collect Calling For You”, “Lazy Eye” of “Answers Coming Soon” dan wel om ballads à la “Fixed To Be Broken”, midtempo spul genre “I Crash Cars” of Americana type “Answers Coming Soon” of “Jealous Of The Stars” speelt eigenlijk geen enkele rol. The Kickbacks tonen zich meesters in elk van die disciplines. Mocht dit album toevalligerwijze in de handen van de juiste radiomensen belanden, dan lijkt ook hier voor Overbaugh en co een mooie toekomst weggelegd. Wij houden onze vingers dan ook samen met hen gekruist. Je weet immers maar nooit…

The Kickbacks

CD Baby

Miles Of Music

 

 

LIMBECK

“Let Me Come Home”

(Doghouse America / WEA USA)

(4) J J J J

 

 

“Let Me Come Home”, de derde van het uit Orange County, CA afkomstige kwartet Limbeck, is het soort van plaat dat je als rechtgeaarde liefhebber van old school alt. country en roots rock absoluut niet aan je voorbij zou willen zien gaan. De vier rond de met zo’n heerlijke hese scheur van een stem gezegende Robb MacLean grossieren op hun door Jayhawk Gary Louris en de van zijn werk met ondermeer de Wallflowers en Bellwether bekende Ed Ackerson immers in songs met hooks zo scherp dat je ze uit veiligheidsoverwegingen maar best buiten het bereik van je kinderen kan bewaren. Zonnige Westcoast pop, catchy gitaarrock genre Paul Westerberg en z’n Replacements en alt. country van het type waarin ook de Jayhawks ooit echte meeste bleken leven hier zo ongeveer in perfecte harmonie naast elkaar. Met dertien uit de eigen koker stammende nieuwe songs snoeren MacLean en de zijnen elke criticaster bij voorbaat de mond. Voor vijf daarvan – “Long Way To Go”, “Making The Rounds”, “Home”, “I Saw You Laughing” en “91 Honda” – kregen ze wél wat hulp van Gary Louris en Ed Ackerman. En die twee lieten zich net als Marc Perlman (mandoline), Rachael Cantu, Justin Pierre en Kari Gray (allen zang) al evenmin onbetuigd bij het opnemen ervan. Ackerson zong en liet zich gaan op Rhodes, Hammond, Wurlitzer, Farfisa, piano en percussie-instrumenten, Louris zong eveneens en was verder ondermeer ook nog in de weer op slide, Rhodes, piano, synth, Glockenspiel en accordeon.

Dé echte sterren hier zijn echter zanger Robb MacLean, gitarist Patrick Carrie, drummer Matt Stephens en bassist Justin Entsminger. Zij namen immers het leeuwendeel van het werk aan deze ronduit fantastische plaat voor hun rekening. File under: verplichte kost!

Limbeck

Miles Of Music

Glitterhouse Records

 

 

EELS (WITH STRINGS)

“Live At Town Hall”

(Vagrant / UMG)

(3,5) J J J J

 

 

Strikt genomen op het eerste gezicht misschien niet direct voer voor deze pagina’s, want eerder te categoriseren onder pop of rock, maar toch hebben wij altijd al een stevige boon gehad voor dit groepje. En met dit nieuwe album trekken Mark Oliver Everett – E bekt inderdaad stukken beter! – en de zijnen ons alleen nog maar verder over de streep. Het betreft hier de registratie van een op 30 juni van vorig jaar in New York afgewerkt optreden. Zijn speciale karakter ontleent het album grotendeels aan de inzet van een batterij strijkers. Door die kunstgreep en door de zo goed als volledig akoestische (en zeer intimistische) aanpak komen de liedjes van E hier wat ons betreft gewoon nog stukken beter tot hun recht. En ook covers als Dylans “Girl From The North Country” of Johnny Rivers’ “Poor Side Of Town” klinken ronduit fantastisch. Warm aanbevolen derhalve dan ook.

(Het geheel is in een behoorlijk afwijkende versie overigens ook op DVD verkrijgbaar.)

Eels

Vagrant

 

 

De jongste van de lichtjes fantastische Hackensaw Boys wordt sinds kort ook gewoon officieel in ons land verdeeld en dus vallen we hier graag even in herhaling. Dit is wat we een klein half jaar geleden reeds over “Love What You Do” optekenden.

 

HACKENSAW BOYS

“Love What You Do”

(Nettwerk / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Bij momenten konden wij ons niet van de indruk ontdoen, dat de hak-en-zaag-jongens voor hun nieuwe CD “Love What You Do”, hun eerste voor het Nettwerk-label, geopteerd hebben voor een wat bezadigder aanpak. Tegenover de gebruikelijke wilde old-time-anno-nu-stampers van het genre “Cannonball”, “We Are Many” en “Mecklenburg County” staan immers opvallend veel ingetogen momenten. We noemen bijvoorbeeld de met veel gevoel en gebroken stem gebrachte opener “Sun’s Work Undone”, de rootsy ballade “Bordertown”, het al bijna even bedaarde “High Faller” en de een weinig mistroostig aanvoelende tweeling “Buildings Are The Cages” en “All Good Dogs”. Tussen die twee vuurlinies bevinden zich bovendien ook nog gezapige niemendalletjes als het dubbelzinnige gipsy-jazzy “Kiss You Down There” en de ontspannen Americanadeunen “Parking Lot Song” en “Fiddle My Blues Away”. Maakt dat van “Love What You Do” een mindere plaat? Abso-zeker-weten-luut niet! Noem het maar gewoon een wat volwassener benadering van een inmiddels beproefd recept. Zonder daardoor hun jeugdige onschuld te verliezen overigens. Net zoals The Pogues dat indertijd deden met het folkgenre lijken de Hackensaw Boys old-time string music nog steeds aan een wat blitzer imago te willen helpen. En net als de hier elders besproken Foghorn Stringband, de Old Crow Medicine Show, The Wilders en aanverwanten blijven ze zodoende dan ook gewoon verplichte kost voor iedereen met een zwak voor akoestische (snaar)instrumenten en voor muziek met een oud hart en een jonge geest.

Hackensaw Boys

Nettwerk

 

 

BJ BAARTMANS

“Verpand”

(Inbetweens Records / Clear Spot)

(4) J J J J

 

 

Dat BJ Baartmans in ons land nog niet lang op een wat ruimere naambekendheid mag rekenen valt eigenlijk nauwelijks te verklaren. Niet alleen is de man zondermeer één van de interessantste Americana singer-songwriters van de lage landen, hij is bovendien ook een veel gevraagde sessiegitarist en producer en begeleidde de afgelopen jaren een veelheid aan artiesten uit het genre op hun doortocht door onze kontreien. Ondermeer Iain Matthews en Rod Picott maakten recentelijk nog graag van zijn diensten gebruik.

’s Mans nieuwe plaat komt eigenlijk een beetje als een verrassing. Op zijn vorige zes platen deed Baartmans het immers steeds in het Engels. Op die nieuwe, “Verpand”, zoekt hij zijn heil in een volledig Nederlandstalige aanpak. En hoe! In dertien prachtsongs trekt hij diepe voren doorheen het leven van alledag, dat zijn schoonheid voor hem grotendeels ontleent aan het ongewone dat onder een op het eerste gezicht vaak schijnbaar rimpelloos oppervlak sluimert. Baartmans durft het aan om te confronteren. Hij drukt je met de neus op feiten waar je zelf het liefst gewoon aan voorbijgaat. In het door de van zijn werk met ondermeer Boudewijn de Groot en Bram Vermeulen bekende Jakob Klaasse van een prachtig strijkarrangement voorziene “Land Waar Alles Overwaait” neemt hij zo bijvoorbeeld de hypocrisie van de maatschappij waarin we leven op de korrel. Maatschappelijke betrokkenheid, hoezo?

“Aan alles komt vanzelf een eind – Met de jaren word je wijs

In de nieuwe ochtend gloort – Een dag van een bekende soort

Dag van toen – Land van ooit

De dag des oordeels komt er nooit”

Hoe heftig de emoties soms ook kunnen oplaaien, uit wat gebeurt lessen leren is er klaarblijkelijk niet meer bij, aldus Baartmans hier. Voor de meesten toch niet…

Toch is “Verpand” als geheel allesbehalve een sombere plaat. Het album werd door Baartmans immers opgevat als een soort van queeste naar schoonheid. Van taal, van melodie, van liefde, maar vooral ook van het leven. Muzikaal gezien boort hij daarbij als vanouds flink wat bronnen aan. “Verpand” mag dan al een behoorlijk poppy karakter vertonen in vergelijking met zijn eerdere platen, elementen uit genres als Americana, blues, folk en jazz glippen toch nog vrijwel voortdurend opvallend en minder opvallend in de mix.

Net als “Laagstraat 443”, de uitstekende laatste van streekgenoot JW Roy, groeide dit album daardoor uit tot het soort van plaat dat je met plezier in de CD-speler schuift als de avond zijn intrede heeft gedaan en je in alle rust Baartmans’ poëtische overpeinzingen op de tong kan laten smelten. Bij elke nieuwe beluistering ontdek je dan weer nieuwe dingen. Een echt groeibriljantje dus! En een plaat waarin zowel liefhebbers van Americana, het kleinkunstgenre als “het betere poplied” een vriend voor het leven erbij hebben.

BJ Baartmans

Inbetweens Records