ARCHIEF CD-RECENSIES MEI 2008

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

Kasey Chambers & Shane Nicholson “Rattlin’ Bones”Bo Ramsey “Fragile”Eddy “The Chief” Clearwater “West Side Strut”Albert Collins, Roy Buchanan, Clarence Gatemouth Brown “Live From Austin, TX” (DVD)Old Man Luedecke “Proof Of Love”Jesse Malin “On Your Sleeve”The Earl Brothers “Moonshine”Proof Of Ghosts “Proof Of Ghosts”Doña Oxford “Set Up”

 

KASEY CHAMBERS & SHANE NICHOLSON “Rattlin’ Bones” (Liberation Music OZ)

(4,5*****)

 

 

Dit moet samen met de laatste van Fred Eaglesmith voor het ogenblik ten huize Metten zowat dé meest beluisterde plaat zijn! Nu ja, charmanter worden ze dan ook nauwelijks gemaakt! Kasey Chambers doet het op “Rattlin’ Bones” voor de gelegenheid met haar halve trouwboek Shane Nicholson. En dat levert vooral door de werkelijk impeccabele samenzang van de twee een echt plaatje van een plaat op. Een plaat, die ook weer een flink stuk dichter aanleunt bij traditionele country en folk dan het recentere werk van La Chambers. Openingsnummer “Rattlin’ Bones” en “The House That Never Was” sluiten zo dankzij opmerkelijke banjobijdrages bijvoorbeeld naadloos aan bij de muziek van tal van stringbands van weleer. En dat terwijl songs als “Once In A While” en “Sweetest Waste Of Time” op een wel bijzonder hoog Gram & Emmylou-gehalte kunnen bogen. Rootsy country op z’n allermooist met andere woorden! Daar tegenover staan enkele Anderson-bijdragen à la “Monkey On A Wire”, die juist wat meer richting Americana en alt. country overhellen.

De zang is op “Rattlin’ Bones”, zoals hier al eerder gesteld, te allen tijde pakkend, de instrumentale invulling van de liedjes al evenzeer. En die laatste blijken bovendien ook nog eens zonder uitzondering van werkelijk exceptionele kwaliteit te zijn. Wat kan een mens nog meer wensen? Hoegenaamd niets toch?

Een echte moordplaat!

Kasey & Shane

 

BO RAMSEY “Fragile” (CSC / Rounder Europe / Munich)

(4,5*****)

 

 

Wat een plaat, deze nieuwe van de man uit Iowa, die in de eerste plaats bekendheid geniet als producer ván en gitarist óp de platen van anderen. Voor zijn ondertussen toch ook al tiende album voor eigen rekening trok Bo Ramsey werkelijk alle registers open. Zo liet hij zich bijvoorbeeld niet alleen voor het schrijven van zes van de elf songs erop, maar ook voor de productie ervan bijstaan door zijn eigen multi-getalenteerde en ondertussen ook reeds door vele anderen erg gewaardeerde protegee Pieta Brown. Het resultaat van die samenwerking is een enigszins donkere, nagenoeg volledig van de erop gecreëerde sfeer levende plaat. Ramsey zelf toont zich daarop andermaal een ware grootmeester op zo ongeveer alles wat snaren heeft en toevallig in zijn buurt ligt (akoestische en elektrische gitaren, lap steel, Weissenborn). Pieta Brown levert bijdragen op Wurlitzer en akoestische piano, Steve Hayes tekent voor drum- en percussiewerk, Jon Penner en Marty Christensen hanteren om beurten de bas, Ricky Peterson doet het op keyboards en B3 en ook Benson Ramsey mag zich uitleven achter de toetsen. Maar dé blikvanger op “Fragile” is toch wel Ramseys eigen, ongelooflijk warme stem. Beurtelings herinnerend aan andere groten uit het genre als een J.J. Cale, een Robbie Robertson of een Markus Rill kleurt ze werkelijk prachtig bij elk van de gebrachte liedjes. En of die nu eerder richting folk, blues dan wel rock overhellen speelt daarbij hoegenaamd geen enkele rol. Ramsey praat-zingt met de natuurlijke flair van iemand die al heel wat watertjes doorzwommen heeft en weet in elk van de songs stemgewijs de juiste snaar te raken. De mooiste resultaten levert dat wat ons betreft op, als hij qua sfeerschepping, zoals in het broeierig-beklemmende “Burn It Down”, heel even in het vaarwater van Daniel Lanois terechtkomt. Al zal je ons ook absoluut géén kwaad woord horen zeggen over dingen als “Same For You”, “And I Wonder” of het titelnummer, respectievelijk zachtjes voortkabbelende Americana, een voorzichtige knipoog richting The Byrds en een rootsrockertje op z’n Richard Thompsons. En we kunnen bij wijze van afronding dan ook alleen maar herhalen, dat het hier een werkelijk bloedmooie plaat betreft. Doe er vooral je voordeel mee!

Bo Ramsey

Rounder Europe

 

EDDY “THE CHIEF” CLEARWATER “West Side Strut” (Alligator / Munich)

(4****)

 

 

Eén van dé bluesplaten van het moment, deze nieuwe van extravagante Chicago-held Eddy “The Chief” Clearwater. “West Side Strut” heeft ons inziens zo ongeveer alles wat je van een eigentijds bluesalbum verwachten mag: enkele heerlijke ballades, wat knallende rock & roll, een flinke portie stomende R&B, enkele Chicago-bluesjes en een royale dosis soul. Met voor dat laatste ondermeer een dikke merci aan het adres van gast Otis Clay. Die tilt met één van zijn vermaarde vocale bijdragen de sleper “Do Unto Others” immers mee naar een zeldzaam hoog niveau.

Gewoon alles klopt hier eigenlijk! De gitaren zijn voortdurend uitstekend op dreef, de zang is even intens als voortreffelijk en wat de materiaalkeuze betreft deed Clearwater this time around ook al een excellente job. Vandaar ook een zeer goed voorbeeld van hoe een geslaagde ontmoeting tussen traditionalisme en zin voor het hier en nu hoort te klinken, dit “West Side Strut”. En wat ons betreft dan ook zondermeer warm aanbevolen!

Eddy “The Chief” Clearwater

Alligator Records

 

ALBERT COLLINS / ROY BUCHANAN / CLARENCE GATEMOUTH BROWN “Live From Austin, TX” (DVD) (New West / Sonic Rendezvous)

 

      

 

En nog meer blues! Met drie recente releases in de onvolprezen DVD-reeks “Live From Austin, TX” van New West Records meer bepaald. Zwaargewichten van dienst zijn daarin ditmaal Albert Collins, Roy Buchanan en Clarence Gatemouth Brown.

 

(3,5****)

 

Van Albert “The Ice Man” Collins serveert men ons een op 28 oktober van ’91 ingeblikte show. Het betreft zijn eerste ooit voor “Austin City Limits”. En die mocht er absoluut wezen! Wervelend is wellicht het enige juiste woord om Collins’ performance die bewuste avond mee te omschrijven. Via “Mr. Collins, Mr. Collins”, het omineuze “My Woman Has A Black Cat Bone” en z’n “signature tune” “Iceman” over ander fraais als “Lights Are On But Nobody’s Home”, “Put The Shoe On The Other Foot”, het ongemeen soulvolle “The Things That I Used To Do”, “Head Rag” en het aan een rotvaart voortdenderende “Travelin’ South” wordt vakkundig naar een ronduit zinderend te noemen finale toegewerkt, die Collins tijdens een minutenlange versie van zijn eigen millionseller “Frosty” al handjes schuddend tot ver in het publiek dreef. (Lange kabels hadden ze toen nog!!!) En dat levert natuurlijk een kloeke dosis hoogst interessant kijk- en luistervoer op.

Sonic Rendezvous

 

(3***)

 

Iets wat in iets mindere mate ook wel opgaat voor het aan de nu precies twintig jaar geleden overleden Roy Buchanan gewijde volume. Met de kwaliteit van de van een in laat ’76 van hem ingeblikt optreden is er absoluut niks mis. Maar met een speelduur van amper 32 minuten krijgt deze grootmeester van de Telecaster wat ons betreft toch een wat al té bescheiden uitvallend laat eerbetoon. Temeer omdat van “Roy’s Bluz”, “Soul Dressing”, het heerlijk gevoelige “Sweet Dreams”, het hier natuurlijk vooral in de uitvoering van Jimi Hendrix bekende “Hey Joe” en een zinderend “The Messiah” (ondanks Buchanans eerder beperkte zangcapaciteiten) voor een beetje bluesliefhebber met volle teugen te genieten valt.

Sonic Rendezvous

 

(4****)

 

En dan is er nog nummer drie! En daarop zijn de schijnwerpers gericht op de charismatische Texaanse legende Clarence Gatemouth Brown. Van hem krijgen we ruimschoots een uur muzikaal vuurwerk te zien. Eén bruisende melange van zo ongeveer alle wat op rootsvlak leeft in en om Texas (en Louisiana) is waar Brown bij leven en welzijn voor stond en dat zullen we hier geweten hebben ook! Blues (“Leftover Blues”, “There You Are”), R&B (“Early In The Mornin’”), rock & roll (“Honky-Tonk”), funk (“Things Ain’t What They Used To Be”), jazz (“Ain’t That Dandy”, “Bits And Pieces”) en country (“Dark End Of The Hallway” en fiddledeun “Up Jumped The Devil”), Brown combineert erop los, dat het een lust is voor oor én oog. Van de drie hier besproken releases wat ons betreft dan ook absoluut de meest onderhoudende.

Sonic Rendezvous

New West Records

 

OLD MAN LUEDECKE “Proof Of Love” (Black Hen / Rounder Europe / Munich)

(3,5****)

 

 

Niet dat zoiets bij de extreem hete temperaturen van de voorbije dagen nog absoluut nodig was, maar met “Proof Of Love”, de nieuwe van Canadese excentriekeling Chris “Old Man” Luedecke, wordt het terstond een beetje zomer in je hart. Op die door veelvoudig Juno Award-winnaar Steve Dawson geproduceerde opvolger van het in 2006 verschenen en vrijwel unaniem lovend onthaalde “Hinterland” laat Luedecke zich voor het eerst bijstaan door een voldragen band. En – Eerlijk is eerlijk! – dat komt zijn muziek alleen maar ten goede. De beperkingen van een al té zeer op zijn eigen banjospel focussende plaat worden er immers spelenderwijs door omzeild. En precies dát zorgt ervoor, dat “Proof Of Love” als geheel nog een stuk aantrekkelijker overkomt dan voorganger “Hinterland”. Old-time string music en dito folk vormen weliswaar nog steeds de basis voor heel wat van het materiaal hier, maar ook uitstapjes richting Americana, country, swing en (singer-songwriter)pop ontbreken op “Proof Of Love” absoluut niet. Net als het materiaal van pakweg een Gillian Welch, de Be Good Tanyas of de Corb Lund Band klinkt ook het nieuwe album van Luedecke daardoor op een eigenwijze manier sexy en eigentijds en dat ondanks een overduidelijke hang naar tijden van weleer. Oud van hart, jong van geest, zeg maar.

(Onze luistertip: het uit gelijke delen jazz, blues en folk opgetrokken en met de onvolprezen Sojourners gebrachte “Johnny Has Gone For A Soldier”. Briljant deuntje gewoon!)

Black Hen Music

Rounder Europe

 

JESSE MALIN “On Your Sleeve” (One Little Indian)

(2,5***)

 

 

Opvallend, hoeveel Americana-coverplaten er dezer dagen gemaakt worden! Als je niet beter wist, zou je bijna te durven gewagen van een heuse trend! De volgende om met zo’n volledig met herinterpretaties van materiaal van anderen uit te pakken is Ryan Adams’ maatje Jesse Malin. Al bij al vrij kort na de live-CD “Love It To Life” belandde onlangs van hem “On Your Sleeve” in de rekken. Daarop waagt Malin zich met wisselend succes aan songs van zo uiteenlopend volk als Neil Young, de Ramones, de Rolling Stones, de Lords Of The New Church, de Clash, Paul Simon, The Hold Steady, Lou Reed, Elton John, The Kills, Sam Cooke, Jim Croce, Tom Waits en Harry Nilsson. En hij doet dat op wel erg creatieve wijze. Weinig van wat je op “On Your Sleeve” aantreft leunt bij nader inzicht nog echt dicht aan bij het origineel ervan. Goede punten, denk je dan misschien, maar dat is dan toch een beetje voorbarig gedacht. Daarvoor is wat Malin hier brengt ons inziens gewoon té weinig. Slecht is het allemaal weliswaar niet, maar hangen blijft de grote meerderheid van zijn covers al evenmin. Neem nu bijvoorbeeld zijn zomers-nerveuze bewerking van de Paul Simon-klassieker “Me And Julio Down By The Schoolyard”, zijn tackle van “Rock & Roll Radio” van de Ramones of zijn lijzige lezing van oorwurmen als “Walk On The Wild Side” van Lou Reed en “Wonderful World” van Sam Cooke, géén van die songs slaagde er, ook al was het maar heel even, in om ons de originelen te doen vergeten. We durven dan ook met een gerust geweten te stellen, dat “On Your Sleeve” vooral voer is voor Malin-adepten en niet zo zeer voor de doorsnee-platenkoper.

Jesse Malin

One Little Indian

 

THE EARL BROTHERS “Moonshine” (Big Hen Music)

(4****)

 

 

Ik weet niet, of mijn oordeel in dezen nog wel echt voor de volle honderd procent betrouwbaar is, maar ik geef het desondanks toch maar even. Zelf ben ik al een poosje een onvoorwaardelijke fan van de Earl Brothers. Hun debuutplaat “Whiskey, Women & Death” en “Troubles To Blame”, de opvolger daarvan uit 2006, behoren wat mij betreft gewoon tot het allerbeste wat er de voorbije jaren op het vlak van neo-traditionele bluegrass te rapen viel. Authentieker kon het eigenlijk amper nog! En dat geldt ook weer voor de derde van Robert Earl Davis en kompanen. Op “Moonshine” trakteren hij (banjo en zang) en zijn maats Danny Morris (gitaar en tenorzang), Larry Hughes (mandoline) en James Touzel (bas) andermaal op een shot werkelijk volstrekt tijdloze “grass”. In twaalf eigen, ook wat het tekstuele betreft bijzonder genietbare composities musiceren ze vrijwel voortdurend de pannen van het dak. Daarbij herinneren ze terloops aan de hoogdagen van genregroten als een Bill Monroe en een Ralph Stanley. Een veel mooier compliment lijkt ons op de keper beschouwd amper mogelijk…

The Earl Brothers

CD Baby

 

PROOF OF GHOSTS “Proof Of Ghosts” (weewerk)

(3,5****)

 

 

De impact die je had of hebt als artiest laat zich “in the long run” wellicht nog het best afmeten aan de omvang van de schare bewonderaars, die zich op de één of andere manier geroepen voelen om (Iets té?) nadrukkelijk in je voetsporen te treden. En wat dat betreft zit het voor die goeie ouwe Neil Young wel snor. Er zijn immers maar weinig artiesten die zó vaak als een invloed kunnen worden aangehaald als hij. Zoals ook nu weer, in het geval van het titelloze debuut van het sinds 2003 actieve Canadese gezelschap Proof Of Ghosts. Ook Steve Shoe (zang, gitaar, banjo, piano), Mike Hawko (bas, zang, akoestische) en Mike Duffield (drums) brengen daarop immers het soort van folkrock, dat het beurtelings van een eerder introspectief karakter dan wel van hevige elektrische gitaarerupties moet hebben. Dat zowel de stem van Shoe, als zijn gitaarspel en zijn songs daarbij bij momenten behoorlijk hevig aan Young herinneren zullen sommigen als een serieus voordeel zien, anderen dan weer eerder als een dodelijk nadeel. Aan jou om uit te maken, tot welke van beide groepen je behoren wil! Best wel goed is het al je ’t ons vraagt hoe dan ook allemaal zeker wel.

Proof Of Ghosts (MySpace)

weewerk

 

DONA OXFORD “Set Up” (Fountainbleu / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

 

 

Doña Oxford kwam er al op relatief jonge leeftijd achter, dat soul, blues en rock & roll eigenlijk véél meer haar ding waren dan het acteerwerk dat men haar aan een theaterschool in New York trachtte aan te leren. En haar aandacht ging derhalve ook al snel meer uit naar het bloeiende clubleven aldaar dan naar haar studies. Meer zelfs nog, ze stortte zich met volle overgave op een eigen carrière in de muziek. En dat zou haar geen windeieren leggen…

Oxford mag voor het grote publiek vooralsnog een nobele onbekende zijn, ze speelde ondermeer al samen met knapen als Buddy Guy, Keith Richards, Levon Helm, Hubert Sumlin, Son Seals, Lonnie Brooks, Popa Chubby en haar grote idool, voormalig Chuck Berry-pianist Johnnie Johnson. En uiteraard ook met de haar qua bekendheid toch een weinig overvleugelende Shemekia Copeland, met wie ze in steun van haar gewelige debuutplaat “Turn The Heat Up!” zowat de hele wereld rond trok.

Met “Step Up” lijkt nu Oxfords eigen moment de gloire aangebroken. De Amerikaanse stoeit daarop onder het toeziende oog van producer Carla Olsen bijzonder vaardig met elementen uit genres als pop, rock, soul, R&B en blues en toont zich naast een uitstekende toetsenvrouw vooral ook een ongemeen soulvolle zangeres (Aretha meets Janis, zoiets…). Luister bij gelegenheid maar eens naar iets als de catchy R&B-deunen “Change The World” en “Here We Go Again”, de werkelijk van de soul overlopende trage “Between The Sheets”, het funky, door Maxine, Julia, Oren en Luther Waters van huiveringwekkend mooie backing vocals voorziene “Shame On Me” of de a capella van “I Am” en je zal onmiddellijk begrijpen, wat we daarmee bedoelen. Wij durven haar alvast een hele mooie toekomst te voorspellen!

Doña Oxford

Sonic Rendezvous

 

Home