CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES MEI 2017

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

HARPETH RISING “Against All Tides” - MORRISSEY AND MARSHALL “We Rise” - THE JUKE JOINTS “Crossroads” - KAURNA CRONIN “Euphoria, Delirium & Loneliness” - LOS CENZONTLES + LOS TEXMANIACS FEATURING FLACO JIMENEZ “Carta Jugada” - DAN MONTGOMERY “Gone” - CALE TYSON “Careless Soul” - JEFFREY HALFORD AND THE HEALERS “Lo-Fi Dreams” - MY DARLING CLEMENTINE “Still Testifying” - SAM BAKER “Land Of Doubt” - DALE BOYLE “Gasoline” - BONNIE PRINCE BILLY “Best Troubador” - CHASTITY BROWN “Silhouette Of Sirens” - TREMOLOCO “Deseo” - GERRY SPEHAR “I Hold Gravity” - CARRINGTON MACDUFFIE “Rock Me To Mars” - TB4Q “All For The Money…” - HAYSEED DIXIE “Free Your Mind And Your Grass Will Follow” - JIM KEAVENY “Put It Together” - WEST OF EDEN “No Time Like The Past – A Collection” - PIERCE EDENS “Stripped Down Gussied Up” - SOUND OF THE SIRENS “For All Our Sins” - MALCOLM HOLCOMBE “Pretty Little Troubles”

 

 

HARPETH RISING “Against All Tides” (Harpeth Rising)

(4****)

Echt wel een hele straffe plaat, deze nieuwe van het uit Jordana Greenberg (viool, percussie en zang), Maria Di Meglio (cello, percussie en zang) en Michelle Younger (banjo, gitaar, percussie en zang) bestaande trio Harpeth Rising. We lieten ons hier in het verleden al wel eens eerder lovend over de prestaties van de dames op plaat uit, maar dit is toch nog allemaal net iets knapper, net iets prestigieuzer ook. Dit is echt top!

Wat we geserveerd krijgen zijn acht eigen composities van Jordana Greenberg, twee nummers van de hand van haar vader David en een echt wel verbluffend knappe cover van het meer dan ooit actuele “Prison Trilogy” van folkicoon Joan Baez. Een mooi songelftal waarin op werkelijk ontwapenende wijze een brug wordt geslaan tussen old-time folk, Americana en klassiek, tussen authenticiteit en complexiteit. Met als geweldig surplus de bij momenten hemelse samenzang van de drie.

Aangeboden wordt het geheel ons als “an exploration of spirituality in place of fundamentalism, uncertainty as philosophy, and an unwavering declaration that human connection is the ultimate force for good in the universe”. Genoeg alleszins om weer eens even flink aan het nadenken te gaan over hoe het in deze al lang niet meer altijd even prettige tijden met ons allen allemaal verder moet.

Onze luistertips: het hypernerveuze, met name door de priemende cello van Di Meglio en de daar sfeervol tegenaan hikkende banjo van Younger naar hoogst aparte oorden gestuwde “The HIghwayman”, het een stuk bedaardere, maar minstens even sfeervolle “I Didn Not Make The World”, het old-timey, volop van de meerstemmige samenzang van het drietal profiterende “Love Child” en het gewoon heel erg mooie “Shades Of Orange”.

Harpeth Rising

 

MORRISSEY AND MARSHALL “We Rise” (Mass Market Recordings / Music & Words)

(4****)

Wellicht zullen er onder jullie, onze lezers, wel zijn, die dit zullen afdoen als niet meteen geschikt voor Ctrl. Alt. Country, maar dat advies lappen we hier voor de gelegenheid keihard aan onze laars. Dit is immers zo fucking good, kan je gewoonweg niet aan voorbij! Dit is Pop en Rock met een gigantische hoofdletter. Zo catchy als wat, maar bovenal ook heerlijk gevarieerd. Nu eens herinnerend aan de Beatles, de Byrds of de Kinks in hun hoogdagen dan weer eerder aan Lenny Kravitz of aan een aantal bij het begin van de jaren negentig populaire Britse acts à la Dodgy, Happy Mondays, The Farm, The Charlatans en Blur.

Knallen doet “We Rise”, de tweede van het Ierse duo Morrissey & Marshall, vanaf de allereerste seconde. Soulvol pompend sleuren ze je met “Cold November Sunrise”, een geheide toekomstige radiohit, hun wat aparte muzikale universum binnen. Een eerste staaltje van hun getraind oor voor extreem catchy spul. En daarvan is de single “Love & Be Loved” er in het zog daarvan meteen nog eentje. Mede door de geweldige samenzang van de twee heren waan je je daarin even op Abbey Road. Om de Beatles als referentie kan je hier echt niet heen, nee.

“Play On” heeft beatgewijs vervolgens iets met de al eerder opgesomde dansgrage Britse groepjes van enkele decennia geleden, “Hangin’ Around” koppelt muzikaal gezien de Beatles aan de Beach Boys en de Kinks, terwijl “She’s Got Love” zich nog het best laat omschrijven als een kingsize rockertje, waar de alweer erg knappe harmonieën echt wel zalig doorheen meanderen.

De tweede helft van “We Rise” wordt daarna ingezet met het atmosferisch bruisende “Stand Down” alvorens met “Beautiful World” een volgend hoogtepunt van het album wordt afgeleverd. Opnieuw een ongemeen radiogenieke, echt van de vitaliteit barstende poprockdeun met nadrukkelijk Britse genen en een net niet compleet ontsporend einde.

De laatste rechte lijn wordt aansluitend daarop ingezet met het al bij al eerder onopvallende, maar daarom zeker niet mindere “We’re The Greatest”. Het straalt gewoon wat minder kracht uit dan zo ongeveer alles wat eraan voorafging. En dat geldt in zekere zin ook wel voor de behoorlijk Beatle-eske pianoballade “I Need You” en het ook al een weinig aan de Fab Four refererende “The Light Breaks”, de twee liedjes die daarna nog door de twee op ons worden losgelaten.

Voor de productie van “We Rise” tekende de je wellicht ook nog wel van zijn werk met zijn ex Sinéad O’Connor bekende John Reynolds.

Morrissey And Marshall

 

THE JUKE JOINTS “Crossroads” (Continental Record Servives)

(3,5****)

Al ruim drie decennia lang staan de Zeeuwse Juke Joints garant voor blues & roots van de bovenste plank. Wie hen ooit live aan het werk zag, zal het maar wat graag bevestigen. Wie dat genoegen nog niet mocht smaken, kan nu terecht bij z’n platenboer voor “Crossroads”. Zou je kunnen catalogeren als the next best thing, dat schijfje. Het betreft daarbij immers een sfeervolle, in Het Zwijnshoofd in het Nederlandse Bergen op Zoom ingeblikte live set voor het programma van de onvolprezen Americana-radiomaker Jos van den Boom. Ook hij al jarenlang een garantie voor kwaliteit. Kon dus eigenlijk niet fout gaan.

En dat doet het dan ook niet. Ruim een uur lang wisselen Peter Kempe (zang, akoestische gitaar en mandoline), “Sonnyboy” van de Broek (harmonica, accordeon en zang), Michel Staat (akoestische en elektrische gitaren), Derk Korpershoek (akoestische bas) en occasioneel ook gast Lloyd Spiegel (akoestische gitaren) akoestische en elektrische glansprestaties af. Vandaar ook de wat vreemde ondertitel van het geheel “un&plugged”.

Eigen composities als “Heart On Fire”, “Strollin’ On Lincoln Avenue”, “Deal With The Devil” en “Mojo Hand” worden erop aangevuld met een bont allegaartje aan covers, van Big Bill Broonzy’s “Banker’s Blues” over Leadbelly’s “Out On The Western Plain” tot Rory Gallaghers “Going To My Hometown”, van B.B. Kings “Rock Me Baby” via “Guard Your Heart” van de Nighthawks, de “Walkin’ Blues” van Son House en het tot “Youghal Song” verbasterde cajundansje “Two Step d’Amede” tot “You Can’t Always Get What You Want” van de Rolling Stones.

Muzikaal vakmanschap dat dermate aanstekelijk werkt, dat je gelijk vanaf een eerste beluistering ervan al zeker weet, dat je er in de toekomst nog heel veel plezier aan zal gaan beleven. En als de heren binnenkort nog eens in de buurt zijn voor de één of andere gig, zal je vervolgens met geen stokken meer thuis te houden zijn. Lijkt ons nu ook al wel een zekerheidje…

The Juke Joints, Bandcamp

 

KAURNA CRONIN “Euphoria, Delirium & Loneliness” (Songs & Whispers / Broken Silence)

(4****)

“Euphoria, Delirium & Loneliness” is na het drietal “Feathers”, “Pistol Eyes” en “Glass Fool” al de vierde volwaardige langspeler van de amper vierentwintig jaar oude Australische folkrocker Kaurna Cronin. En dat is op die leeftijd al een serieuze prestatie, als u het ons vraagt. Zeker als je ook nog eens de kwaliteit van de liedjes op elk van die platen in rekening brengt. Dan kan je haast niet anders dan te concluderen, dat Cronin een fameus talent is. Een singer-songwriter met een gouden pen. Eentje die klaarblijkelijk niet de minste moeite heeft met het aan de lopende band produceren van intelligente liedjes met een catchy randje. Zoals ooit bijvoorbeeld ook de Finn-broers met Crowded House.

Tien staan er daarvan in totaal weer op “Euphoria, Delirium & Loneliness”. En als vanouds houden die mooi het midden tussen folk, (roots)pop en –rock en indie. Iets wat hen bij nader inzicht een überhaupt zeer radiovriendelijk karakter verschaft. Op Cronins nieuwste staat eigenlijk niet één nummer dat niet zó op Radio 1 kan. En dat ondanks een binnen het door hem gekozen kader aardig diverse aanpak. Zowel wat betreft de inhoudelijke invulling van zijn verhalen als met betrekking tot de ervan afstralende mood gaat Cronin aardig ruim. Met als bindende factor op de keper beschouwd vooral de eigen aangename stem en de in de titel vervat zittende universele gevoelens.

Enkele luistertips: de met veel gevoel uitgespeelde ballad “Yours For Life”, het ondanks zijn eerder ingetogen aard op de één of andere manier iets bepaald zomers over zich hebbende “Pavlova”, het wat vlottere “Stuck In Amsterdam” en de afsluiter, een mooie rootsy versie van de hier vooral in de uitvoering van hese tante Bonnie Tyler bekende hit “It’s A Heartache”.

Kaurna Cronin

 

LOS CENZONTLES + LOS TEXMANIACS FEATURING FLACO JIMENEZ “Carta Jugada” (Los Cenzontles)

(4****)

Van een dream team gesproken! Dit moet zo ongeveer de uitgekomen natte droom zijn van zowat elke liefhebber van Tex-Mex en aanverwanten. Een samengaan van het Mexikaans-Amerikaanse rootscollectiefje Los Cenzontles, de uit Max en Josh Baca bestaande Los Texmaniacs en accordeonlegende Flaco Jiménez, neen, veel beter worden ze niet gemaakt. Acht tracks en zo’n vijfentwintig minuten lang word je hier als fan van het genre echt op je wenken bediend. Doorgaans heerlijk swingend, zo nu en dan ook wat ingetogener, maar altijd weer innemend.

Met als voornaamste trekpleisters niet enkel de elkaar fantastisch aanvullende accordeons van Flaco Jiménez en Josh Baca maar ook de fraaie stemmen van Fabiola Trujillo, Lucina Rodriguez, Eugene Rodriguez en Max Baca en een handvol uitstekende composities. Keurig verdeeld over twee helften overigens. Een primera parte bestaande uit het viertal “Que Sacrificio”, “Libro Abierto”, “Hermosísimo Lucero” en titelstuk “Carta Jugada”, opgenomen in San Pablo. Een segunda parte met nog eens vier nummers, het sprankelende “La Traicionera”, de traditional “Los Juiles”, “Nomás Las Mujeres Quedan” en “Una Página Más”, ingeblikt in Berkeley.

Zelfs het een average aangename nacht onder de sterren ergens op de grens tussen de States en Mexiko evocerende hoesje is echt mooi.

Los Cenzontles

 

DAN MONTGOMERY “Gone” (Fantastic Yes)

(4****)

Regelmatige bezoekers van deze pagina’s weten dat wij hier een serieuze boon hebben voor de Amerikaanse singer-songwriter Dan Montgomery. Door de jaren heen prezen we de beste man reeds herhaaldelijk voor zijn werkelijk uitstekende platen. En daarin zal zo snel ook geen verandering komen, zo blijkt. “Gone”, de zonet verschenen opvolger van “Sin, Repent, Repeat” van drie jaar geleden, is immers andermaal volop spek naar onze bek. Tien nummers lang Americana en roots rock van de bovenste plank!

Eén van dé absolute topnummers van het lot is het met een stukje Everly Brothers ingezette deluxe-rockertje “Sleeping Beauty”. Da’s echt een oorwurm eerste klas. Andere blijvertjes vonden wij onder meer ook nog het met soulvol blaaswerk opgewaardeerde “Gettin’ Up”, het echt ongemeen snedig rockende titelnummer, valse trage “Tonight”, het met Candace Maché gedeelde streepje country “Look At Us Now” en het de feestelijkheden op bedaarde wijze afsluitende “A Little Tear”.

“Gone” werd ons aangereikt als een “rauwe plaat vol desoriëntatie, verloren liefde en uiteindelijk aanvaarding” en dat allemaal “met een dreunende back beat”. En daar valt op de keper beschouwd best wel iets voor te zeggen ook. Zeker op basis van messcherp gebrachte deunen als “Gone”, “Desperation Row”, “Call Up Work” en “Gotta Go” dan. Wat van “Gone” wat ons betreft echter de lekkere plaat maakt die het echt wel is, is dat Montgomery gezorgd heeft voor de nodige variatie. Dat rendeert duidelijk.

Geproduceerd werd het album door Montgomery zelf en zijn maatje Robert Maché.

Dan Montgomery

 

CALE TYSON “Careless Soul” (Clubhouse Records / CRS)

(4****)

Na enkele, later tot het album “Introducing Cale Tyson” gebundelde EP’s pakt die jonge Amerikaan nu uit met zijn eerste echte volwaardige langspeler. En dat is opnieuw een echt snoepje geworden. Ear candy, zeg maar. Anders dan voorheen, maar nog altijd ronduit geweldig. Opgenomen in de vermaarde FAME Studios in Muscle Shoals, Alabama en mede als een gevolg daarvan echt bulkend van de soul. Nog altijd met voldoende traditionele countryelementen aan boord om zijn fans van het eerste uur niet te schofferen, dat wel, maar veel en veel soulvoller gebracht.

En dat levert zo menig een beklijvend momentje op. We noemen er enkele. Om te beginnen het zomerse, aangejaagd door sympathieke blazers tot volop meezingen uitnodigende titelnummer. Of het zwierige, ons wat aan Gram Parsons in betere tijden herinnerende “Easy” zeker ook. Of de werkelijk piekfijne ballad “”Traveling Man”. En dan hadden we het nog niet over de echt wel volop op soul inzettende schuifelaar “Pain In My Heart” en het volop onder dezelfde noemer vallende “Dark Dark”, over het naar onze bescheiden mening zeer radiogenieke “Staying Kind” of over het wervelende “Railroad Blues”.

Kan als antidotum voor alles wat dezer dagen in Nashville voor country moet doorgaan absoluut tellen, dit schijfje. Doe er dan ook vooral snel je voordeel mee, zouden we zo zeggen.

Cale Tyson, Bandcamp (CRS)

 

JEFFREY HALFORD AND THE HEALERS “Lo-Fi Dreams” (Floating Records)

(4****)

Achtste album ondertussen voor zingende songsmid Jeffrey Halford en wat voor één! Echt wel bulkend van de sublieme Americana en roots rock met een soulvol dan wel bluesy randje. Tien tracks in totaal die nog maar eens onderlijnen wat voor een geweldige verhalenverteller de Amerikaan wel is. Zijn hem ooit door een collega van het magazine Dirty Linen verleende eretitel van “Hemingway gewapend met een bluesgitaar” doet hij hier weer ruim zevenendertig minuten lang alle eer aan.

In het sympathiek schuddende, net niet met een overdaad aan slide- en harmonicaklanken gelardeerde “Elvis Shot The Television” heeft hij het zo over de laatste dagen van wijlen The King in Vegas, in het ons terloops best wel wat aan Springsteen en Little Steven herinnerende “Door #3” verwordt de liefde tot een prijs in een spelletjesprogramma en voor het bluesy “Good Trouble” liet Halford zich inspireren door de dadendrang van mensenrechtenactivist John Robert Lewis.

Wat vooral opvalt bij het beluisteren van “Lo-Fi Dreams” is het ontzettend warme geluid ervan. En dat blijkt bepaald geen toeval. Halford koos immers bewust voor vintage. En dat zowel wat betreft de door hem gebezigde gitaren als het overige materieel.

Een echt toppertje in een periode sowieso al rijk daaraan!

Jeffrey Halford And The Healers

 

MY DARLING CLEMENTINE “Still Testifying” (Continental Song City / CRS)

(4****)

Wat voor ex-Good Sons-kopstuk Michael Weston King en zijn zingende wederhelft Lou Dalgleish ooit nog gewoon begon als een soort van nevenprojectje is dat stadium ondertussen duidelijk ontgroeid. Sinds hun debuut in 2011 hebben de twee samen echt een indrukwekkend parcours afgelegd. Honderden van optredens en een paar ronduit uitstekende platen leidden tot een devote fanschare. En dat zowel hier in Europa als stateside. Aan beide kanten van de Atlantic werd er in kennerskringen volop gesmuld van eersteling “How Do You Plead?” en opvolger “The Reconciliation?”.

“Still Testifying”, het ondertussen derde album van het duo, betekent een bescheiden stijlbreuk. De countrypolitan style van beide voorgangers moet hier en nu plaatsruimen voor een sound waarmee je doorgaans in het vakje country soul belandt. Een aardig eindje weg van de steeds opnieuw opduikende vergelijking met George Jones en Tammy Wynette dus. Meer Muscle Shoals dan Nashville alleszins. Al blijft de link met het countrygenre bij tijd en wijle natuurlijk wel nadrukkelijk intact.

Het koperzwangere “The Embers And The Flame” kan als intro al tellen. Na die bedaard swingende opener is meteen duidelijk welke kant het hier op zal gaan. Vervolgens is er de werkelijk bloedmooie ballad “Eugene”. Die herinnert er ons nog maar eens aan, welk een fantastische zangeres Dalgleish eigenlijk wel is. Als diens hoogsteigen Emmylou dwingt ze Michael Weston King in dat fraaie duet als het ware om ver boven z’n eigen vocale begrenzingen uit te stijgen. En dan is er blazersgewijs ook nog een subtiele hint richting New Orleans als knap surplus. Lekker… Echt lekker!

Via de ook al heel erg soulvolle schuifelaar “Yours Is The Cross That I Still Bear”, de alweer ronduit geweldige tranentrekker “Since I Fell For You”, het zomers twangend rondstuiterende “There’s Nothing You Can Tell Me (That I Don’t Already Know)”, en het Dolly Partons bekende songpersonage vanuit een totaal ander perspectief benaderende “Jolene’s Story” belanden we met veel plezier in de tweede albumhelft. Die wordt ingezet met het speels complexe, door gast Geraint Watkins met een fijn streepje accordeon opgewaardeerde “Friday Night, Tulip Hotel”. Vervolgens zijn er nog het volop aan de hoogdagen van het componistenduo Bacharach en David herinnerende “Just A Woman”, het echt op geweldige wijze een brug tussen country en R&B slaande “Tear Stained Smile”, het hoogst aparte slow-walsje “”Two Lane Texaco” en het de samenzangcapaciteiten van het duo nog maar eens vet onderstrepende afsluitertje “Shallow”.

Voor de productie van “Still Testifying” tekenden Weston King en Dalgleish zelf samen met de je wellicht vooral van zijn werk met Nick Lowe bekende Neil Brockbank.

My Darling Clementine, Bandcamp (CRS)

 

SAM BAKER “Land Of Doubt” (Sam Baker)

(5*****)

Voor de opnames van zijn nieuwe cd “Land Of Doubt” trok Sam Baker voor het eerst richting Nashville. En daartoe had de Texaanse songsmid een goede reden ook. Hij zou er immers gaan samenwerken met producer Neilson Hubbard. Dé aangewezen man leek ons voor het nog net wat fijnzinniger uitdiepen van Bakers doorgaans al aardig dicht de perfectie benaderende miniatuurtjes. We hebben het dan over tot hun absolute essentie herleide lyrics gedrapeerd over een al even minimalistisch gehouden folk-rockachtergrond met nadrukkelijke neigingen richting kamermuziek. Poëzie zo ongeveer op z’n sfeervolst.

“Land Of Doubt”, Bakers vijfde cd ondertussen toch ook al, gaat dus nog net iets verder dan zijn vier door zo menig een liefhebber van Americana en aanverwanten op handen gedragen voorgangers. Het album bulkt als het ware van de potentiële klanten voor het programma van elkeen die van zichzelf vindt dat hij valt onder de noemer van de betere late night radio dj. Ongemeen sfeervol luistervoer regeert hier. Vijftien tracks lang in totaal. Tien daarvan zijn gezongen stukken, de vijf andere instrumentale intermezzo’s met een bepaald filmisch karakter.

In zijn teksten blijft Baker daarbij zijn al zo lang gewaardeerde zelve. Nooit zal hij bij het vertellen van zijn verhalen meer woorden gebruiken dan absoluut noodzakelijk. Op die manier houdt hij je als luisteraar nu eenmaal gemakkelijker bij de les. Elke vorm van afleiding wordt als dusdanig immers vaardig omzeild. En of hij het dan heeft over stukgelopen relaties, het tegenovergestelde daarvan, Viëtnam-veteranen, een aan drugs verslaafde alleenstaande moeder, een vreemd huwelijk of andere topics maakt bij nader inzicht eigenlijk amper uit. Baker weet steeds weer te beklijven. Je hangt als luisteraar gewoon aan zijn lippen. Je wordt behoedzaam naar binnen gezogen in zijn geestesspinselen zoals ooit ook in die van Townes Van Zandt.

Bloedmooi. Een ander woord zou hier gewoonweg niet voor volstaan.

Sam Baker

 

DALE BOYLE “Gasoline” (Download only!)

(3,5****)

“Gasoline” is de nog gloednieuwe, vooralsnog enkel als download verkrijgbare EP van de Canadees Dale Boyle. U weet wel, de singer-songwriter die ons in het verleden ook al het knappe albumdrietal “In My Rearview Mirror”, “Small Town Van Gogh” en “Throwback” schonk. De vijf songs voor zijn nieuwe worp nam Boyle op met de LA Rhythm Section. Respectievelijk drummer Kenny Aronoff en bassist James Lorenzo dus, die we kennen uit de entourages van onder meer John Fogerty en John Mellencamp. Zijn landgenoot Geoff Mitchell zorgde bovendien ook nog voor wat toetsenbijdragen.

Aftrappen doet Boyle met titelnummer “Gasoline”, een vurige rootsy rocker op z’n Springsteens. En daarmee blijkt de toon meteen gezet. Ook elders duikt die referentie immers geregeld op. Niet zo echter voor het tweede nummer van het geheel. Dat is een vinnige versie van Neil Youngs klassieker “Heart Of Gold”. Het mooiste nummer van het geheel vinden wij in het zog daarvan “My Birmingham”. Met die ingetoken rockende oorwurm doet Boyle momenteel ons inziens volkomen terecht uitgebreid van zich spreken in de Canadian Songwriting Competition. Bijzonder straf liedje is dat!

En ook het afsluitende duo mag er beslist zijn. “All Gone Now” herinnerde ons zowel aan The Boss als aan Tom Petty en ook de pianoballade “Hard Luck Town” zou absoluut niet misstaan op een plaat van met name de eerste van dat tweetal.

Dale Boyle, CD Baby

 

BONNIE PRINCE BILLY “Best Troubador” (Drag City / Domino)

(5*****)

Van alle albums die hier de voorbije weken de revue passeerden moet dit ondertussen zo ongeveer het  meest beluisterde zijn. En dat kon eigenlijk ook moeilijk anders. Eén persoonlijke held die een andere covert, veel kon er eigenlijk niet misgaan. Het tegendeel leek dan eerder tot de mogelijkheden te behoren. Will Oldhams benadering van het materiaal van zijn idool Merle Haggard zou wel eens iets heel aparts kunnen opleveren. Iets geweldigs. En dat is ook exact wat gebeurde. Een Bonnie Prince Billy remake van iets van wijlen The Hag is nooit zomaar een slaafse kopie. Dat zou van weinig eerbied getuigen. Dit is een eerbetoon van een totaal andere orde.

Al meer dan vijfentwintig jaar lang liet Will Oldham geen gelegenheid onbenut om te verkondigen, hoeveel respect hij wel had voor Merle Haggard. Echt elke kans daartoe was goed om iets van zijn grote voorbeeld te brengen. En dat moest vroeg of laat ook gaan resulteren in een plaat vol met zijn versies van de songs van het countryicoon. Een voornemen waarvan Oldham last minute bijna nog afweek, toen hij het nieuws van Haggards dood vernam. Gelukkig voor ons kwam het uiteindelijk zover niet.

Op “Best Troubador” treffen we daardoor nu eigenzinnige vertolkingen van zestien van ’s mans eigen Haggard-favorieten aan. Liedjes ooit gebracht door The Hag that is, lang niet allemaal van zijn hand. Van bekende, al wat oudere knarren als “The Fugitive” en “That’s The Way Love Goes” tot recenter spul genre “Haggard (Like I’ve Never Been Before)”, “I Am What I Am” en “If I Could Only Fly”, z’n fantastische Blaze Foley cover. Veel wat minder voor de hand liggend spul ook. Eigen favorieten nu eenmaal.

Eén ding hebben alle uitvoeringen alvast met elkaar gemeen: ze profiteren echt volop van de intimistische benadering van Oldham en zijn vele vrienden. Hét grote voordeel van gewoon alles in je eigen thuisstudio opnemen, zo blijkt nu. De daar vastgelegde warmte had men wellicht nergens anders kunnen vereeuwigen. Met dank ook aan de zich wel heel erg betrokken tonende Bonafide United Musicians bestaande uit Van Campbell (drums), Nuala Kennedy (zang en fluit), Danny Kiely (bas), Drew Miller (sax), Cheyenne Mize (fiddle) en Chris Rodahaffer (gitaar en banjo). En aan special guests als de voor het duet “Nobody’s Darling” opgetrommelde Mary Feiock, de “Haggard (Like I’ve Never Been Before)” met BPB delende en eveneens op gitaar presente Emmett Kelly, de “The Day The Rains Come Down” voor zijn rekening nemende A.J. Roach en de z’n weg door “Leonard” heen fingerpickende en zingende Matt Sweeney.

Een veel mooier eerbetoon aan wijlen Merle Haggard kunnen we ons hier amper voorstellen! En een aparter al helemaal niet. Bijzonder warm aanbevolen derhalve ook.

Bonnie Prince Billy

 

CHASTITY BROWN “Silhouette Of Sirens” (Red House Records / Music & Words)

(4****)

De jonge Amerikaanse Chastity Brown heeft duidelijk potentieel. En heel veel potentieel zelfs! Ze is het soort van artieste waarvan je eigenlijk al van meet af aan weet, dat het vakje roots music voor haar veel en veel te eng is. Hoe dan ook te beperkend werkt. Het soort van artieste dat moeiteloos in spagaat gaat over tal van muzikale genregrenzen heen. Zoals bijvoorbeeld ook een Tracy Chapman dat ooit zo goed kon en eigenlijk nog steeds kan. Folk, country, pop, rock, soul, blues, jazz en gospel vallen elkaar op “Silhouette Of Sirens” ongegeneerd in de armen.

Het resultaat? Een hoogst aantrekkelijk geheel dat tien nummers lang weet te boeien. Nee, maak van dat laatste maar te verrukken. Want exact dat is het wat Brown op de keper beschouwd met haar ongemeen soulvolle stem doet. Ze betovert je als luisteraar. Ze neemt je bij de hand en leidt je binnen in haar eigen hoogstpersoonlijke gevoelswereld. Ze stort haar hart over je uit en maakt je deelachtig aan zo ongeveer alles wat haar zelf raakt. Zo ga je onder meer van liefde tot hartzeer en terug. Maar er is natuurlijk nog veel meer dan dat.

Onze luistertips: het op de een of andere manier wat aan iets van Bruce Springsteen ten tijde van “Born In The USA” herinnerende “Colorado”, de radiorijpe akoestische soft funk van “Whisper” en het al even geweldige “My Stone”, dat ons in al zijn ingetogen schoonheid in het hart van het album dieper trof dan wat dan ook hier.

Absoluut niet te missen!

Chastity Brown

 

TREMOLOCO “Deseo” (Casa Julia Records)

(4****)

Het onlangs verschenen “Deseo” is na het wervelende “Dulcinea” uit 2008 en “Salsipuedes” van vier jaar later al het derde album van het vanuit L.A. actieve zevenmanschap van Tremoloco. En ook daarop grossieren kopstuk Tony Zamora en de zijnen weer volop in zo ongeveer alles wat rootsmuziekgewijs goed en fijn is tussn hun afkomst en hun huidige woonplaats. Ruim een uur en dertien tracks lang blinken ze uit in wat de broertjes Alvin tijdens hun hoogdagen bij de Blasters ooit zo treffend omschreven als American Music. Roots rock, R&B, blues, country en folk, allemaal zijn het ingrediënten van een nagenoeg onweerstaanbare muzikale gumbo die al vanaf een eerste beluistering ervan uitnodigt tot herhaald gebruik.

Van het er schokschouderend rockend meteen stevig de zweep opleggende openingsnummer “Alberta” over het wat meer bluesy ingesteld nog wat in dezelfde hoek rondhangende “The Thing About Jane” tot het zich op bezwerende wijze langzaam voortslepende rootsrockreptiel “Kissing Disease”, van de samen met opvallende gaste Teresa James gebrachte countryeske trage “Birmingham” over de sympathieke stamper “How About Alice” tot het behoorlijk zwierig een snuif cajunpeper aan het geheel toevoegende “Heavenly Love”, van het volop op een hete groove terende “Seventh Woman” of de verhalende ballad “Tecumseh’s War (Prairie Girl)” over de catchy country rocker “Goodbye Highway 99” – ook wel The Story Of El Valiente” – en pianoballade “Where Will You Go?” tot het, wat je na het een eerste keer lezen van de titel ervan verwachten zou, niet in Tex-Mexwateren maar ergens “on the R&B side of life” neergelegde “No Bueno” of het afsluitende duo bestaande uit schuifelaar “End Of You” en het zijn titel echt alle eer aandoende “Lonesome Hearted Blues”, hier haal je als recensent met veel plezier nog eens de omschrijving “Alle 13 Goed!” voor boven.

“Deseo” werd ingeblikt samen met onder meer ook nog Rick Shea, Brantley Kearns, Billy Watts en JR Lozano. Voor de productie ervan tekenden kopstuk Tony Zamora en drummer-percussionist David Raven.

Tremoloco

 

GERRY SPEHAR “I Hold Gravity” (Gerry Spehar)

(3,5****)

Jaren geleden besloot singer-songwriter Gerry Spehar zijn carrière voor onbepaalde tijd on hold te zetten. Zijn tomeloze liefde voor zijn college sweetheart Sue en de behoefte om hun kinderen samen een stabiel leven te kunnen bieden deden hem kiezen voor een steady job als bankbediende. Wat echter altijd bleef was zijn behoefte om songs te schrijven. En vroeg of laat resulteert zulks dan altijd weer in het onvermijdelijke… Een return. In Spehars specifieke geval op een wel erg ongelukkig moment.

Wat zijn en Susans eerste moment de gloire als songschrijvend duo had moeten worden, draaide op de valreep totaal anders uit. Terwijl Gerry samen met onder meer de heren van I See Hawks In L.A., multi-instrumentalist Tommy Jordan, fiddler Gabe Witcher en toetsenist Chris Tuttle de laatste hand legde aan z’n comebackplaat “I Hold Gravity” overleed zijn grote liefde aan de gevolgen van kanker. Voor Spehar ongetwijfeld een harde noot om te kraken, maar hij liet er zich niet door van zijn voornemen afbrengen. Meer nog: hij draagt in de liner notes van zijn nieuwe album fase twee van zijn muzikale loopbaan aan zijn overleden wederhelft op. Hij wil, dat ook wij haar door hun liedjes leren kennen. “Through this album may you share my good fortune and know her, too,” luidt het daarom veelbetekenend op het hoesje van “I Hold Gravity”.

In een met Paul Lacques van I See Hawks In L.A. gedeelde productie blikte Spehar in totaal tien liedjes in. En daarin herinnert hij ons mede door zijn manier van zingen beurtelings een beetje aan Robert Earl Keen en Darden Smith. Al gaat Spehar hier muzikaal gezien een stuk breder dan die twee. Openingsnummer “Dirt” is zo bijvoorbeeld een swampy rocker, “Muleshoe Mules” zachtjes voorbij kabbelende Americana, “I Hold Gravity” het ultieme (folky) afscheidsliedje voor zijn Sue, “Be Nemanic” een zwierige country rocker inclusief sympathiek koperblaaswerk, “Holy Moses Doughboy” verhalend singer-songwriterspul pur en “Here In The Pass” een dot van een country ballad. “Mr. & Mrs. Jones” neigt groovegewijs dan weer nadrukkelijk naar country funk, het heerlijke weidse “How To Get To Heaven From L.A.” nodigt ogenblikkelijk uit tot aandachtig luisteren, “God Lubbock” troont ons op muzikaal verzengende wijze mee richting West Texas en het afsluitende “Into The Mystic” is je reinste Americana-balsem voor de ziel. Een heerlijk diverse muzikale ondergrond waarin de hun vele tochten samen doorheen hun vaderland bezingende teksten van het tweetal bijzonder goed gedijen.

Iets zegt ons, dat Spehars Sue hier erg trots zou op geweest zijn. En volkomen terecht ook!

Gerry Spehar

 

CARRINGTON MACDUFFIE “Rock Me To Mars” (Pointy Head Records)

(2,5***)

“The purpose of life is to experience fun and joy. That’s the whole point of being here.” Zit wel iets in, als je het ons vraagt, in die stelling van de Amerikaanse zingende liedjesschrijfster Carrington MacDuffie, die ons, zodoende de daad bij het woord voegend, al redelijk snel na voorganger “Crush On You” alweer met een nieuwe plaat meent te moeten verblijden. Het betreft daarbij de slechts zes songeenheden tellende EP “Rock Me To Mars”. MacDuffie zelf heeft het met betrekking tot het materiaal daarop over electronic americana. Wat ons betreft is de term (roots) pop hier echter veel meer op z’n plaats. En dan nog met dat woordje roots zeker niet zomaar tussen haakjes. ’t Is niet omdat je uitpakt met een ukelele dat je ook zomaar een rootsrtiest wordt, he…

Geopend wordt er met het bedaarde titelnummer. Een radiovriendelijk popdeuntje van het genre waarvan we er altijd wel eentje meer kunnen gebruiken. “Because I Couldn’t Have You” hikt vervolgens wat onbeholpen tegen ukelelegepingel van MacDuffie aan en is voorbij voor je er goed en wel erg in hebt. Een al bij al eerder onopvallend liedje dus. “Better That Way” heeft daarentegen wel iets, al was het maar de funky synthbijdrage van producer Rob Halverson.

In het rustige “Lay Down & Let Go” werkt de aanwezigheid van Mac Duffies ukelele daarna juist wel prima. Het bevreemdende “Sweet Young Thing” had ze voor ons dan weer achterwege mogen laten. (Tenzij ze ergens diep in haar binnenste het voornemen zou koesteren om ooit Grace Jones achterna te gaan.) Wel nog leuk: de melodieuze afsluiter “Come For Me”. Die is nog enkele minuten lang goed voor wat fun and joy. En daarmee zijn we dan meteen terug bij ons uitgangspunt.

Carrington MacDuffie

 

TB4Q “All For The Money…” (Tub Thumper Records)

(3,5****)

The Big Four Quartet evolueerde tot TB4Q, de eigenzinnigheid van het collectiefje is gelukkig door de jaren heen steeds gebleven. En op z’n vierde album gaat de Belgisch-Nederlandse groep zelfs nog wat verder dan voorheen.

“Eye Candy” balanceert zo bijvoorbeeld voortdurend op het slappe koord tussen grootstadsfunk en jazz, “Face Down” voegt daar mede dankzij een zomers sprankelende gitaarbijdrage van blues man Enrico Crivellaro nog een radiovriendelijke popdimensie aan toe, “A Wonderful Day” leunt lijzig achterover richting lounge jazz en “Blue T” doet eigenlijk gewoon hetzelfde maar dan wel richting soul, iets waaraan met name de diepwarme zang van JB Biesmans zeker niet vreemd is.

In “In High Spirits” mag er vervolgens zelfs even onvervalst worden gerockt, alvorens “The Silver Lining” ons weer meetroont naar het nachtelijke decor van een berookte jazz club waar saxen als die van kopstuk Biesmans graag in het middelpunt van de belangstelling mogen staan. “I’m A Lover” herinnert op zijn beurt in al zijn blunkiness volop aan wijlen Luke Walter en Blue Blot en is gewoon een dijk van een song. “Dream And Nightmare” heeft dan weer het nerveuze jazzfunkgehalte van pakweg een Defunkt in betere tijden, het gedeeltelijk parlando gebrachte “Brand New God” raakte met name de Gil Scott-Heron-fan in ons even heel diep en “Livin’ Like I Should” is zalig laidback spul dat zich op eender welke zonnige zomeravond met een cocktail ergens binnen handbereik graag zal laten weghappen.

Afgesloten wordt er met het duo “Tight To Your Rack” en “The One And Only”. Het eerste een bij momenten wat richting funk overhellende poppy deun genre The Style Council, het tweede een sexy jazz instrumental met andermaal de sax van Biesmans, de snaren van Crivellaro en nu ook de toetsen van Pietro Taucher in glansrollen. Een ronduit geweldige afsluiter voor een behoorlijk intrigerend geheel.

TB4Q

 

HAYSEED DIXIE “Free Your Mind And Your Grass Will Follow” (Hayseed Dixie Records)

(3***)

Er begint zo stilaan wat sleet te komen op de formule van Hayseed Dixie. Het nieuwe is er allemaal wat van af. Op het vertalen naar country en bluegrass van klassiekers uit andere genres staat duidelijk een versheidsdatum. En die komt voor John Wheeler en co stilletjesaan akelig dicht in de buurt, zo lijkt ons. Zelfs al beperken ze zich dezer dagen al lang niet meer enkel tot eigenzinnige versies van rock classics.

Het openingssalvo van “Free Your Mind And Your Grass Will Follow” bestaat zo bijvoorbeeld uit vertolkingen van het je ongetwijfeld ook van Bob Marley & The Wailers bekende “Buffalo Soldier”, de soul classic “What’s Going On” van Marvin Gaye en Elvis Costello’s onvergetelijke “Oliver’s Army”. Verre van kwaad gebracht, maar ook niet meer dan dat. En dat geldt voor zo ongeveer alles hier. Ook voor de vier eigen songs van John Wheeler. En die hebben dan ook nog eens het nadeel, dat ze niet op die o zo handige herkenbaarheid door een bekende voorganger kunnen terugvallen.

Covers zijn er naast van de al eerder genoemde nummers ook nog van “Ball Of Confusion” van de Temptations, “The Ballad Of Curtis Loew” van Lynyrd Skynyrd (Een toppertje!), “Black Or White” van Michael Jackson, “Vom Selben Stern” van het Berlijnse duo Ich + Ich, “A Change Is Gonna Come” van Sam Cooke en “Love Train” van de O’Jays. Een redelijk gevarieerd aanbod met andere woorden, met ditmaal een lichte voorkeur voor all things soul.

Hayseed Dixie

 

JIM KEAVENY “Put It Together” (Jim Keaveny)

(5*****)

Ik daag u bij dezen uit om als liefhebber van Americana singer-songwriter stuff niet te houden van “Put It Together” van Texaan uit vrije wil Jim Keaveny. Dat lijkt me eerlijk gezegd bijna onmogelijk. Wat de beste man op die zesde van ‘m doet is immers zo geweldig goed, dat het iets volstrekt onweerstaanbaars over zich krijgt. Keaveny schuwt het bepaald niet om stijlen met elkaar te vermengen en dat levert een uitzonderlijk fris klinkend roots-totaalpakketje op.

Van het zomers Dylanesk maar wat rondhangen in “What I Ain’t Got” tot het draperen van Tex-Mex- en Mariachi-elementen over een makkelijk mee te stampen beat in het extreem catchy werkende “Is It You”, van de groovy bluesy aanpak van “The Grand Forks” tot het speels nerveus, bijna punky opnieuw tegen Dylan aanhikkende “Check You Out”, van de knappe country ballad “Good Times” en het daar sfeergewijs perfect bij aansluitende tweetal bestaande uit het volbloed-Americana-juweel “Blown Away” en het nu al tijdloze “Please Don’t Underestimate My Love” tot zwierige afsluiter “Six Days In A Jailhouse” en alles daar nog tussenin, dit zijn ruim tweeënvijftig bijzonder goed bestede minuten! En ik denk eerlijk gezegd niet, dat er dit jaar nog veel platen zullen gaan uitkomen, waar ik evenveel plezier aan zal gaan beleven.

En dan had ik het nog niet eens over Keaveny’s teksten. Ook die zijn van die aard, dat je spontaan aan groten der aarde als een Dylan, een Guthrie en een Van Zandt gaat denken. Echt wel bijzonder straf spul dus! Noem het maar ouderwets goed.

Jim Keaveny

 

WEST OF EDEN “No Time Like The Past – A Collection” (West Of Music)

(4****)

Met het bijzonder fraai vormgegeven “No Time Like The Past – A Collection” viert het Zweedse folkzesmanschap van West Of Eden op meteen in het oog springende wijze zijn twintigjarige jubileum. De groep rond echtelieden Jenny en Martin Schaub put daarop materiaal uit acht van hun tien eerder verschenen albums, aangevuld met enkele nog iet eerder aangeboden tracks, een single en een nieuwe versie van één liedje ook. Vijfentwintig songs in totaal, verspreid over twee cd’s en verpakt in een knap en vooral ook erg informatief boekje, waarin met fotomateriaal en tekst en uitleg wordt teruggegrepen naar het verleden van de groep.

En dat gebeurt ook in het speciaal voor deze collectie gepende en ingespeelde “Twenty Years Of Traveling”. Daarin wordt op passende wijze een plaatsje gegeven aan zowel pijn als plezier. Al overweegt natuurlijk vooral dat laatste. Anders zouden ze het allicht ook geen twintig jaar uitgehouden hebben samen.

West Of Eden staat zoals ondertussen allicht genoegzaam bekend voor een aansprekend samengaan van meerdere folktradities. De Zweden distilleren al jarenlang een eigen brouwsel uit elementen uit de folkscènes van hun eigen thuishaven, Groot-Brittanië, Ierland en Amerika. En ze doen dat op een dermate lenige manier, dat ze met hun muziek op de juiste plaats op het juiste moment ooit ook wel eens mainstreamsucces zullen gaan oogsten. Een beetje zoals Alison Krauss in de States indertijd. Het binnensmokkelen van wat popgevoel in een aantal songs zal daarbij dan zeker helpen.

Mocht u de groep nog niet kennen, dan vormt “No Time Like The Past – A Collection” een geweldige instapper in het oeuvre van West Of Eden. De kans is ons inziens redelijk groot, dat u na het beluisteren van deze collectie graag voor nog wat meer zal willen gaan.

West Of Eden

 

PIERCE EDENS “Stripped Down Gussied Up” (Pierce Edens)

(3,5****)

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik tot voor kort absoluut niet vertrouwd was met het werk van Pierce Edens. De vorige vier platen van de Amerikaanse singer-songwriter ontsnapten echt volledig aan mijn aandacht. En als men nu in het begeleidende schrijven bij ’s mans vijfde stelt, dat hij heeft gekozen voor een totaal andere aanpak, kan ik dat dus bevestigen noch ontkennen. Ik kan alleen maar aangeven, dat de noemer stripped down effectief wel opgaat voor het op “Stripped Down Gussied Up” gebodene. Met een minimum aan instrumentatie worden hier bijzonder knappe resultaten bereikt.

Met Edens zelf op gitaren en percussie en zijn maat Kevin Reese op gitaar, mandoline en occasioneel ook banjo blijkt hier enorm veel mogelijk. En dat heeft allicht in niet geringe mate te maken met twee factoren. Enerzijds is er de gruizige stem van Edens zelf. Dat is een instrument op zich. Rauw, bijna als een zaag krast hij daarmee op soulvolle wijze zijn teksten tussen je oren. Anderzijds zijn het precies die teksten die het hem doen. Het resultaat: beklijvende story Americana Appalachian style. Soms op het woeste af, elders zenuwachtig of net eerder bedaard. Niet echt vergelijkbaar met iets of iemand anders.

Als toetje krijgen we bovenop de tien eigen songs van Edens ook nog een even eigenzinnige als gesmaakte cover van Tom Waits’ “Mr. Seigal”.

Pierce Edens

 

SOUND OF THE SIRENS “For All Our Sins” (DMF Records)

(3,5****)

Sound Of The Sirens is een vanuit het Britse Exeter actief duo bestaande uit de dames Abbe Martin en Hannah Wood. De twee deden over het Kanaal de voorbije maanden al uitgebreid over zich spreken met enkele goed onthaalde EP releases. Wat daarop vooral opviel was de werkelijk fantastische samenzang van beide youngsters, hoe hun contrasterende stemmen elkaar vonden in perfecte harmonie. Zoals ooit bijvoorbeeld ook die van Paul Simon en Art Garfunkel.

Nu is er “For All Our Sins”, hun debuutalbum. Met daarop naast de extreem catchy single “Smokescreen” nog tal van andere deuntjes die echt wel op het schaamteloze af lonken naar veelvuldig radiogebruik. Op aantrekkelijke wijze purend uit genres als akoestische pop en folk. In de verte herinnerend aan tal van andere vrouwelijke acts, maar toch vooral zichzelf blijvend laten Martin en Wood daarin een al behoorlijk flink uit de kluiten gewassen gevoel voor het schrijven van een onmiddellijk aantrekkelijk liedje bewonderen.

Dingen als het al genoemde “Smokescreen”, het heerlijk melodieuze “Together Alone”, het al even sprankelende opdondertje “Grow” en andere nestelen zich daardoor bijzonder fluks tussen je oren en lijken nu al garant te staan voor flink wat zomers luisterplezier.

Sound Of The Sirens

 

MALCOLM HOLCOMBE “Pretty Little Troubles” (Gypsy Eyes Music)

(5*****)

Zijn vijftiende studioplaat ondertussen toch ook al blijkt andermaal een echte voltreffer voor Malcolm Holcombe. De doorgaans onder lovende kritieken bedolven Amerikaanse songsmid doet het daarop dan ook in uitmuntend gezelschap. Zo tekende collega Darrell Scott bijvoorbeeld voor de productie ervan en gaven naast diezelfde Scott op tal van instrumenten ook Jared Tyler, Verlon Thompson, Marco Giovino, Dennis Crouch, Joey Miskulin, Kenny Malone, Jelly Roll Johnson, Mike McGoldrick en Jonathan Yudkin tijdens de opnames van “Pretty Little Troubles” acte de présence.

Het resultaat is zoals ook hoger reeds aangegeven van een werkelijk ademberovende, volstrekt tijdloze schoonheid. Vintage Holcombe in die zin dat hij ook hier weer meer knauwend dan zingend graag de minder aangename uithoeken van het leven mag frequenteren. Daar, tussen de ongelukkigen, de armeren en andere verworpenen gedijen zijn woorden nu eenmaal het best. Tussen de mijnwerkers en staalarbeiders, de boeren, oorlogsveteranen en aanverwanten, in het zweet huns aanschijns oogst hij zijn “Pretty Little Troubles”. Hun ongemakken liggen aan de basis van veel van zijn poëzie, van heel wat van zijn verhalen.

Inmiddels heeft Holcombe zich wat ons betreft met zijn stilaan bepaald indrukwekkende oeuvre een mooi stekje verdiend naast echte genregroten als een Townes Van Zandt, een Guy Clark, een Blaze Foley, een David Olney en een Ray Wylie Hubbard. Authentieker dan bij hem wordt Americana immers amper gemaakt. Hoe hij uit de scherven van gebroken harten en stukgeslagen dromen het ene na het andere fraaie miniatuurtje in elkaar puzzelt tart werkelijk alle verbeelding. Je vraagt je zo stilaan af, wat het zou opleveren als Holcombe zich aan het schrijven van boeken zou wagen. Het potentieel heeft hij er duidelijk voor.

Malcolm Holcombe

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home