ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2005

 

 

archief

 

januari     februari     maart     april     mei     juni     juli     augustus     september     oktober

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Freddy Fender & Flaco Jimenez “Dos Amigos”Dave Knudsen “The Weeping City”Charley Cruz & The Lost Souls “Life On The Edge” - Johnny Cash “Live From Austin TX” (DVD)Wylie & The Wild West “Live! At The Tractor” - Jackson Browne “Solo Acoustic Vol. 1”Mike Stinson “Last Fool At The Bar”Various Artists “In A Texas Honky Tonk” - Mary Black “Full Tide”Kate Rusby “The Girl Who Couldn’t Fly”Jim Malcolm “Tam o’Shanter & Other Tales” - Kim Lenz “Up To My Old Tricks Again”Kensington Hillbillys “Bones In The Backyard”Robert Coleman Trussell “Texas Gothic”Arthur Godfrey “Amen”Friends Of Dean Martinez “Lost Horizon”Scotland Barr & The Slow Drags “Legionnaires Disease”Bright Eyes “Motion Sickness – Live Recordings”Various Artists “Lowe Profile – A Tribute To Nick Lowe”Eddie Hinton “Beautiful Dream – Sessions Vol. 3”The Deadstring Brothers “Starving Winter Report” - Peter Bruntnell “Ghost In A Spitfire”Various Artists “Blues Guitar Women” - Dwight Yoakam “Live From Austin TX” (DVD)John Hiatt “Live From Austin TX” (DVD)Texas Tornados “Live From Austin TX” (DVD)David Holt “Let It Slide”Eileen Carey “Hearts Of Time” - Blaze Foley “Wanted More Dead Than Alive”Curt Kirkwood “Snow” - Tim Grimm “The Back Fields”Joe West “The Human Canonball”Jim Henry “One-Horse Town” - Danny George Wilson “The Famous Mad Mile”Jan Smith “29 Dances” - Bob Cheevers “Texas To Tennessee”Fred Prellberg “Last Of The Rock Stars” - Steve Wynn & The Miracle 3 “…tick…tick…tick”Randy Rogers Band “Live At Billy Bob’s Texas”Clothesline Revival “Long Gone”Pilgrim “Pilgrim” - Rick Shea & The Losin’ End “Bound For Trouble”Robert Skoro “That These Things Could Be Ours”Chris Cacavas & The Slivers Of Hope “Live At The Laboratorium” - Stoney LaRue “The Red Dirt Album”Elliott Murphy “ “Murphy Gets Muddy” - Thomas Denver Jonsson “Barely Touching It”Jud Newcomb “Byzantine”Various Artists “American Fallout Americana Sampler Volume 1”Healthy White Baby “Healthy White Baby” - Luke Zimmerman “Twilight Waltz”AJ Croce “Early On” - Milton Mapes “The Blacklight Trap”Blues Traveler “¡Bastardos!”Melanie “Photograph (Double Exposure)” - Element Of Crime “Mittelpunkt Der Welt”Bellyachers “200 Lucky Feet Move The Dragon”Minor Majority “Up For You & I” - Mark Fosson “Jesus On A Greyhound”Rev. Horton Heat “We Three Kings – Christmas Favorites” en Marah “A Christmas Kind Of Town”Steve Dawson “Sweet Is The Anchor”

 

FREDDY FENDER & FLACO JIMENEZ

“Dos Amigos”

(Back Porch / Virgin / EMI)

(4) J J J J

 

 

Dit moest er vroeg of laat gewoon eens van komen. Vrienden voor het leven Freddy Fender en Flaco Jimenez bundelen op het toepasselijk getitelde “Dos Amigos” eerstmaals hun krachten voor een volledig album. Daarin bijgestaan door Max Baca op de bajo sexto en Gabriel Zavala op diverse percussie-instrumenten creëren de twee één van de mooiste Tex-Mex-platen van de voorbije jaren. Veertien nummers lang zingen ze met zoveel gevoel in hun moedertaal dat je al bijna van steen moet zijn om er niet meteen bij voor de bijl te gaan. Prachtig gewoon hoe die licht verweerde stemmen elkaar aanvullen! En dat Jimenez – El Rey! - een aardig potje accordeon kan spelen wisten we natuurlijk al wel wat langer dan vandaag. Als Tex-Mex en andere border music-toestanden je ding zijn, weet je bij dezen dan ook wat je te doen staat.

Freddy Fender

Flaco Jimenez

Back Porch Records

 

 

DAVE KNUDSEN

“The Weeping City”

(Boronda Records)

(4) J J J J

 

 

Eén enkele korte blik op de gastenlijst leert in dit geval eigenlijk al meer dan genoeg. Als je er als neofiet al in slaagt om schoon volk als een Charlie McGovern (bas, akoestische gitaar, percussie, piano en productie), Mike Stinson (drums en backing vocals), Joshua Grange (zie bijvoorbeeld ook Dwight Yoakam en Eleni Mandell / pedal steel en elektrische gitaar) en Kip Boardman (piano, Fender Rhodes en backing vocals) voor je kar te spannen, dan moet je wel het één en ander in je mars hebben. En zo is het dan ook. “The Weeping City” ligt als geheel aardig in het verlengde van de hier eerder al bejubelde eerste twee platen van Kip Boardman. Met elf prachtige, veelal in melancholie zwelgende grootstadsfolkdeunen van eigen hand wist ook Knudsen zich dan ook al na één enkele draaibeurt van onze onvoorwaardelijke sympathie verzekerd. Een subtiel uitgevoerde kruisbestuiving met elementen uit pop, country, blues en Americana zorgt daarbij waar nodig voor wat variatie. Laat je net als ons bedwelmen door beauties als het op een dronken pianoriedeltje geënte “Stone On The Water” of het al mijmerend over een zacht mee huilende pedal steel uit de ziel geknepen “My Beautiful Dream” en trek vervolgens de enige juiste conclusie: zonder verwijl aanschaffen die handel!

Dave Knudsen

Boronda Records

Miles Of Music

 

 

CHARLEY CRUZ & THE LOST SOULS

“Life On The Edge”

(White Indian Records)

(3,5) J J J J

 

 

Voor prettige verrassingen moet je niet per definitie altijd ver van huis zijn, dat leert ook “Life On The Edge”, het debuut van het uit het Nederlandse Dordrecht afkomstige kwartet Charley Cruz & The Lost Souls, weer. Met veertien eigen composities eist dat viertal meteen een prominente plaats binnen de Nederlandse rootsmuziekscene voor zichzelf op. Sommige daarvan zijn zo catchy, dat ze zich al na één enkele beluistering nog nauwelijks uit je hoofd laten bannen. Dat is bijvoorbeeld het geval met het heerlijk melodieuze en van prachtig snarenwerk voorziene tweetal “On Saturdays” en “Soothe Me”. Op dergelijke momenten hoeven Charley Cruz (zang, gitaar), Jerry Brown (gitaar, zang), DJ Ciggaar (bas, zang) en Ronald Cruz (drums, zang) absoluut niet onder te doen voor het gros van de Amerikaanse platen die hier week in week uit op de schrijftafel belanden. Een mooier compliment kan je hen amper maken, lijkt ons. En het is verdiend ook!

Naast de opmerkelijke kwaliteit van de voortdurend tussen roots pop/rock en Americana heen en weer laverende eigen liedjes vormen vooral de warme zang van Cruz en het doorleefde gitaarwerk van Brown de voornaamste troeven van de Lost Souls. Als die laatste met veel gevoel zijn gitaar laat janken in de prachtballade “Cried Me A River” bijvoorbeeld, dan is een woord als “functioneel” wel op z’n plaats.

Als Belg kan je eigenlijk alleen maar met een weinig jaloezie in het hart toekijken, hoe zich in Nederland alsmaar meer interessante Americana acts beginnen aan te dienen. Al is het natuurlijk anderzijds ook wel zo, dat we er als luisteraar toch gewoon lekker van mee profiteren zeker…

Charley Cruz & The Lost Souls

 

 

JOHNNY CASH

“Live From Austin TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Al bij leven en welzijn was het voor zijn verstokte fans een heel karwei om de creatieve zondvloed Johnny Cash te blijven bijbenen, maar sedert zijn dood is dat een nagenoeg onmogelijke opgave geworden. Heruitgaven (met uiteraard steeds wel weer een stel obligate niet eerder verkrijgbare extra tracks), box sets, releases met pareltjes uit zijn voorheen gesloten gebleven privé-schatkist en vooral ook tonnen live-materiaal (van niet altijd even geslaagde kwaliteit), je zou er als verzamelaar voorwaar een beetje moedeloos van worden.

Je kan er de mensen van Austin City Limits en New West Records echter allerminst van beschuldigen – zoals zoveel anderen – uitsluitend op commercieel winstbejag uit te zijn. Mocht dat al het geval geweest zijn, dan had deze DVD allicht al veel eerder het daglicht gezien. Lang vóór eerder in hun concertreeks verschenen volumes gewijd aan acts als Robert Earl Keen, Steve Earle, Lucinda Williams, The Flatlanders, Richard Thompson, Susan Tedeschi en Son Volt bijvoorbeeld.

Zoals dat totnogtoe steeds het geval is geweest, neemt ook dit nieuwe deel in de “Live From Austin TX”-reeks ons een eindje mee terug in de tijd. Naar 3 januari van 1987 meer bepaald. Lang vóór The Man In Black in de buurt van hippe producer Rick Rubin voorwaar nog een onverhoopte tweede jeugd beleefde. En dat verklaart meteen voor een groot stuk waarom de klemtoon die bewuste avond vooral op een aantal van ’s mans grootste successen lag. Van het door een stel vrolijke blazers aangejaagde “Ring Of Fire” over andere evergreens als “Folsom Prison Blues” en “I Walk The Line” tot “Long Black Veil” of “(Ghost) Riders In The Sky”. Tussendoor tackelt Cash terloops ook nog een hele partij songs van anderen. De prachtige, door zijn Highwaymen-buddy Kris Kristofferson gepende ballade “Sunday Mornin’ Comin’ Down” bijvoorbeeld, het uit de koker van de legendarische Harlan Howard stammende “The Wall” ook, “I’ll Go Somewhere And Sing My Songs Again” van Tom T. Hall, “Let Him Roll” van Guy Clark en het van John Prine bekende “Sam Stone”. Twee van de mooiste momenten trouwens ook, die laatste nummers, samen met “Where Did We Go Right?”, het enige nummer waarvoor wijlen zijn eega June Carter even het podium met Cash mocht delen.

Geluidstechnisch is alles naar goede ACL-gewoonte weer dik in orde. En ook op de kwaliteit van het beeldmateriaal valt amper iets af te dingen. Met in het achterhoofd de wetenschap dat het hier om een TV-optreden gaat en geen reguliere live show, houd je hier dus een mooie aanvulling voor je collectie aan over. Eén van de leukste volumes van de “Live From Austin TX”-reeks so far zelfs als je ’t ons vraagt. (Al scoort het zopas verschenen en aan de Texas Tornados gewijde deel toch nog net iets hoger op onze appreciatiemeter.)

Austin City Limits

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

WYLIE & THE WILD WEST

“Live! At The Tractor”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

 

De nieuwe van Wylie & The Wild West is een zo natuurgetrouw mogelijke registratie van een optreden dat Gustafson en de zijnen op 8 oktober van vorig jaar in de Tractor Tavern in Seattle afwerkten. Weinig nieuws onder de zon daarop eigenlijk. Alle te verwachten ingrediënten zijn in royale doses aanwezig: de alomgekende yodels van de ranke Texaan, hele hordes paarden in de teksten, een alleraardigste portie Western swing en C&W en de obligate – bij tijd en wijle zelfs behoorlijk aangebrande – humoristische noot. Luister in dat verband bijvoorbeeld maar eens naar de laconiek gebrachte traditional “The Little Red Hen” of het door Wylie’s buddy Gary McMahan geschreven gedicht “The Two Things In Life”. Gefundenes Fressen om gemakkelijk mee te scoren! Wylie krijgt er de die bewuste avond aanwezigen alleszins in een wip – Oeps! Pardon my French… – mee op zijn hand.

Het geheel is overigens in drie verschillende formaten beschikbaar: als CD, als DVD of als een combinatie van de twee. Vooral aan te bevelen aan de liefhebber van ongegeneerd op de traditionele leest geschoeide country (& Western).

Wylie & The Wild West

 

 

JACKSON BROWNE

“Solo Acoustic Vol. 1”

(Inside Recordings / EMI)

(3,5) J J J J

 

 

 

Zoals zoveel generatiegenoten kwam ik al op vrij jonge leeftijd voor het eerst in aanraking met de muziek van Jackson Browne. En diens in 1977 verschenen live-plaat “Running On Empty” reken ik zelfs nu nog zonder nadenken tot het selecte groepje van mijn all-time favorites. Het doet me dan ook bijzonder veel plezier om de man zoveel jaren later opnieuw met een live-album te zien uitpakken. Ditmaal betreft het daarbij een twaalf songs in beslag nemend verslag van een reeks akoestische concerten die hij de voorbije jaren wereldwijd afwerkte. Daarbij valt niet alleen meteen op, dat Browne stemgewijs al wat zijn beste pluimen verloren heeft, maar vooral ook, dat hij door de jaren heen als performer enorm is gegroeid. Het is mooi om te horen, hoe de man zijn publiek direct bij zijn optreden betrekt. Zelfs een dosis humor gaat hij daarbij her en der niet uit de weg. Maar de hoofdmoot blijven natuurlijk wel zijn liedjes. Eén daarvan, het drie decennia oude “The Birds Of St. Marks”, duikt hier voor het eerst in plaatvorm op. Voor het overige krijgen we zowel enkele van zijn vroegste liedjes (“Take It Easy” en “These Days”), een aantal van zijn grotere successen (“The Pretender”, “For Everyman”, “Looking East” en “Lives In The Balance”) als een stel op het eerste gezicht minder tot de verbeelding sprekende tracks voorgeschoteld. En die klinken in al hun naaktheid – met uitsluitend stem, gitaar en piano – zonder uitzondering voortreffelijk. Het is dan ook nu al volop uitkijken geblazen naar de door de titel in het vooruitzicht gestelde volgende volumes. Oude liefdes roesten nu eenmaal niet…

Jackson Browne

Inside Recordings

 

 

MIKE STINSON

“Last Fool At The Bar”

(Boronda Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

“The uncrowned King of the L.A. Neo-Honky-Tonkers” noemt Billboards Chris Morris Mike Stinson in de liner notes van “Last Fool At The Bar”, diens laatste CD. Woorden die ons geenszins overdreven lijken. Op de opvolger van het onvolprezen “Jack Of All Heartache” hoest de man op zijn eigen onnavolgbare manier immers opnieuw twaalf maar moeilijk weerstaanbare lappen twangy-country-anno-nu op. Titels als “Last Fool At The Bar”, “Six Pack Of Lonely” en “Tomorrow’s Gonna Hurt” geven daarbij duidelijk aan waar zijn specialismen liggen: drank, drank, nog eens drank en tonnen hartzeer. (Zonder daarbij overigens het aspect humor uit het oog te verliezen.)

Stinson vond in Tony Gilkyson (leadgitaar, zang), Jimmy Ashhurst (bas), Don Heffington (drums), Derek Ritchie (eveneens drums op het lekker rockende “Take Out The Trash” en “Strange Here Myself”), Josh Grange (piano) en Chris Lawrence (pedal steel) andermaal de ideale metgezellen om zijn missie tot een goed einde te brengen. Naast de aparte nasale stem van de man zelf en zijn fantastische songs – Ondermeer Dwight Yoakam en Billy Bob Thornton behoren tot zijn afnemers! – is het wat ons betreft zelfs vooral de frisse gitaarinbreng van Gilkyson – met wie Stinson ook even duetteert in de sleper “Home In Angeleno” - die “Last Fool At The Bar” in zeer gunstige zin doet opvallen. Prijsnummers zijn het met een fikse shot Bakersfield twang geïnjecteerde “City Girl” en het zwaar naar de drank stinkende honky-tonk-tweetal “Last Fool At The Bar” en “Six Pack Of Lonely”.

Mike Stinson

Boronda Records

Miles Of Music

 

 

Various Artists

“In A Texas Honky Tonk”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(2,5) J J J

 

 

 

Het ooit o zo actieve Hightone Records lijkt de voorbije paar jaren een beetje te zijn stilgevallen. Waar men in het verleden geregeld uitpakte met behoorlijk belangwekkende releases van artiesten als Dave Alvin, Joe Ely, Rosie Flores, Dale Watson, Robert Cray, Jimmie Dale Gilmore, Big Sandy & The Fly-Rite Boys en anderen, concentreert men er zich dezer dagen hoofdzakelijk op het herkauwen van het eigen verleden. Nu is daar natuurlijk niks op tegen als dat resultaten oplevert zoals bijvoorbeeld de onlangs aan Kim Lenz gewijde verzamelaar “Up To My Old Tricks Again”. Maar bij een schijfje als de onder de noemer “Four Generations of Pure Texas Honky Tonk” opgevoerde compilatie “In A Texas Honky Tonk” fronsen wij toch wel even de wenkbrauwen. Het nut ervan gaat ons eerlijk gezegd een klein beetje. Aan de hand van elk drie tracks mogen Gary Stewart, Dale Watson, Johnny Rodriguez en Hank Thompson hun belang voor het label nog eens komen onderlijnen. En daar zitten natuurlijk best wel wat aardige liedjes tussen, daar niet van. “The Honkiest Tonkiest Beer Joint” en “That’s What I Like About Texas” van Watson bijvoorbeeld of Thompsons benadering van de classic “In The Jailhouse Now”. Maar wij durven toch luidop te betwijfelen dat je met dit soort van (relatief dure) compilaties veel mensen een plezier doet. Gewoon die originele albums weer allemaal in de handel gooien lijkt ons een veel beter idee. Daar zullen liefhebbers van het genre – als ze ze tenminste al niet in huis hebben – wellicht eerder aan willen.

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

Het zijn weer eens hoogdagen voor de folkies onder jullie! Eigenaardig genoeg lijken een aantal grotere acts uit het genre er immers een soort van sport van beginnen te maken om hun nieuwe releases op te sparen voor het najaar. De dagen van de vallende bladeren, de eerste sneeuw en een weer op volle kracht knetterende open haard worden klaarblijkelijk alom beschouwd als de beste om ons een kloeke portie volksmuziek voor te schotelen. Een stille getuige daarvan vormen de volgende drie topreleases.

 

 

MARY BLACK

“Full Tide”

(3ú Records / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

 

Mary Black, ontegensprekelijk dé leading lady van de Ierse folk scene, verrast op haar nieuwe CD “Full Tide” niet echt meer. Kwaliteit went nu eenmaal snel… Black zingt als naar goede gewoonte weer de sterren van de hemel en vindt daarbij bijna als terloops regelmatig aansluiting bij het werk van een Amerikaanse collega als Mary-Chapin Carpenter. Dat betekent dat ze een al té traditionele aanpak ook ditmaal als de pest vermijdt. Elementen uit folk, pop en heel af en toe zelfs country en Americana vormen de basis voor een bijzonder warm en bij momenten zeer radiovriendelijk geheel. In de eerste plaats toont Black zich daarbij weer een gedreven vertolkster van het materiaal van anderen. We noemen in dat verband bijvoorbeeld liedjes van Noel Brazil, Bob Dylan (“Lay Down Your Weary Tune” en “To Make You Feel My Love”), Robin & Linda Williams, Sandy Denny, Shane & Damien Howard en de traditional “Siúl A Rún”. Met “Your Love”, “Stand Up” en “The Real You” levert ze ditmaal echter ook zelf een behoorlijke geschreven bijdrage.

Mary Black

3ú Records

Music & Words

 

 

KATE RUSBY

“The Girl Who Couldn’t Fly”

(Pure Records)

(4) J J J J

 

 

 

Dat je met jeugdig enthousiasme een aardig eindje verder komen kan, bewijst de Engelse Kate Rusby al acht CD’s lang. Langzaam maar zeker wist ze zich daarmee op te werken tot de absolute top van de Engelse folk scene. En wat ons betreft heeft ze die steile opgang vooral te danken aan twee elementen. Eerst en vooral weet ze als geen ander het evenwicht te bewaren op het slappe koord tussen folk en pop. Met het nodige respect voor de rijkgevulde folktraditie van haar land schildert ze met de getrainde hand van een echte grote de mooist denkbare muzikale miniatuurtjes. En die wekt ze vervolgens met haar engelachtig mooie stem tot leven. Zo groeide ook haar nieuwste CD “The Girl Who Couldn’t Fly” weer uit tot een echt juweeltje. Voor de productie ervan tekende multi-instrumentalist John McCusker. Hij zag, hoe zijn protégé naast een viertal traditionals en het door Pee Wee King gepende “You Belong To Me” toch vooral eigen liedjes ten beste gaf. Tot de mooiste daarvan rekenen wij het poëtische tweetal “Wandering Soul” en “The Lark”, het breekbare - met Roddy Woomble gebrachte - “No Names”, het met een weldaad aan snaarinstrumenten opgewaardeerde “Elfin Knight” en het poppy “Moon Shadow”. Warm aanbevolen!

(De mooie hoestekeningen zijn overigens van de van Blur bekende Graham Coxon.)

Kate Rusby

Pure Records

 

 

JIM MALCOLM

“Tam O’Shanter & Other Tales”

(Belfane Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Zowat een jaar nadat hij bij de uitreiking van de Scots Trad Music Awards die onderscheiding in de categorie “Songwriter Of The Year” in ontvangst mocht nemen, verrast Jim Malcolm opnieuw met een opmerkelijk veelzijdig album. ’s Mans nieuwe CD ontleent haar titel aan zijn muzikale versie van Robert Burns’ epische gedicht “Tam o’Shanter”. Malcolm neemt ons daarin mee op een fascinerende, ruim vijftien minuten durende trip doorheen Folkland. Door het voortdurend verwisselen van muzikale invalshoek en het inzetten van een uitermate gevarieerd instrumentarium slaagt hij erin om over de volle lengte van het ambitieuze stuk je aandacht vast te houden. Malcolm deed er naar eigen zeggen dan ook ruim tien jaar over om het tot een goed einde te brengen. Een echt “labour of love” dus.

De andere songs vermogen het – om voor de hand liggende redenen - niet om eenzelfde indruk te maken. Dat neemt echter niet weg, dat “Tam o’Shanter & Other Tales” een erg mooi geheel is geworden. Malcolm illustreert acht nummers lang naast een bijzonder getalenteerde songsmid vooral ook een erg soulvolle zanger te zijn en bovendien ook een goede gitarist. Het zijn echter vooral de adembenemende capriolen, die hij om de haverklap met zijn warme en ongewoon flexibele stem etaleert, die indruk maken.

Jim Malcolm

 

 

KIM LENZ

“Up To My Old Tricks Again”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

“Up To My Old Tricks Again” is de toepasselijke titel van een onlangs door Hightone Records aan Kim Lenz gewijde verzamelaar. Het zijn immers inderdaad uitsluitend oude kunstjes die erop worden opgevoerd. Maar wat smaakt het nog allemaal even godverdomd lekker! Het album onderlijnt met verve, dat wanneer we één dezer dagen op zoek zullen moeten naar een opvolgster voor de enige echte Queen of Rockabilly Wanda Jackson Lenz in de lange lijn zich aandienende kroonpretendenten eigenlijk de enige serieus te nemen kandidate zal zijn. Niemand kraait immers zo heerlijk krols als deze roodharige spring-in-‘t-veld uit Dallas. En niemand weet uit de heupen van deze allesbehalve dansgrage veertiger hier dezelfde dynamiek te puren als zij en haar band The Jaguars. Dat bewees ze al met haar debuut “Kim Lenz And The Jaguars” en de door Big Sandy geproduceerde opvolger daarvan “The One And Only”. Respectievelijk zes en vier nummers van die albums uit ’98 en ’99 worden hier geserveerd aangevuld met “Cool Love”, haar bijdrage aan het Bloodshot Records-eerbetoon “Hard-Headed Woman: A Celebration Of Wanda Jackson”, en “Down On The Farm” van het ook al bij dat label uit Chicago verschenen “The Bottle Let Me Down”. Een heerlijke lap authentieke rockabilly is het die je eraan overhoudt. Alleen jammer, dat er terloops niet ergens een paar nieuwe nummers van af konden. Voor het overige evenwel niks dan lof.

Kim Lenz

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

KENSINGTON HILLBILLYS

“Bones In The Backyard”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

De groepsnaam mag dan al veranderd zijn van Steve Ketchen & The Kensington Hillbillys in het een stuk vriendelijker bekkende The Kensington Hillbillys tout court, aan het muzikale concept van de band werd daarbij absoluut niet geraakt. De Canadese cowboy en zijn compadres brengen nog steeds diezelfde aanstekelijke mix van honky-tonk, pub- en countryrock, Americana en occasioneel ook bluegrass, waarmee ze al op hun CD “Steve Ketchen & The Kensington Hillbillys” onze aandacht wisten te trekken. Van nog op de traditionele leest geschoeide foot tappers over nagenoeg in hun eigen verdriet verzuipende ballades tot een stel gezapige rockertjes, Ketchen vindt ogenschijnlijk in elk genre vrij gemakkelijk zijn draai. Het meest opvallende nummer van “Bones In The Backyard” is zondermeer de als Country & Eastern gebrachte adaptatie van de Clash-klassieker “Straight To Hell”. (Dat nummer vind je overigens ook terug op de onlangs via het Britse Loose Records verschenen compilatie “Start Your Own Country (New Sounds Of The West Volume 4)”.) Van de eigen songs greep vooral de op het randje van een serieuze depressie balancerende ballade “Dyin’ (Is Just A Part Of Livin’)” ons meteen stevig bij het nekvel.

Kensington Hillbillys

 

 

ROBERT COLEMAN TRUSSELL

Texas Gothic”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

 

Dit is er duidelijk eentje waar de liefhebbers van James McMurtry beslist even aan moeten. Net als die al sinds jaar en dag door velen op handen gedragen zingende en schrijvende collega is Robert Coleman Trussell immers behept met een ronduit apart te noemen, enigszins nasaal overkomende stem. En net zoals zijn spitsbroeder dat in het verleden ook al geregeld deed opteert ook hij hier voor een soort van back to basics-aanpak. Uit (financiële) noodzaak of een bewust gemaakte keuze, wie zal het zeggen? Feit is, dat folk- en bluesgetinte Americana ingeblikt in een zeer minimalistische setting er zijn ding door lijken te zijn. Zelf neemt hij daarbij naast de zang ook het mondharmonicawerk en de akoestische gitaar voor zijn rekening. Kelly Werts mocht van zijn kant opdraven voor bijdragen op fiddle en orgel. En met zijn tweeën tekenen ze bovendien ook nog eens voor de productie. Op die manier kon niet alleen serieus worden bespaard op het opnamebudget, maar ontstond ook een bij momenten behoorlijk intimistisch aandoend album, dat in singer-songwriter-kennerskringen best wel eens op heel wat bijval zou kunnen mogen rekenen.

Robert Coleman Trussell

CD Baby

 

 

ARTHUR GODFREY

“Amen”

(Stampman Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Als je in een prestigieuze liedjeswedstrijd als de John Lennon Songwriting Contest in amper een paar jaar tijd door een louter uit vakmensen bestaande jury liefst twee van je liedjes bekroond ziet, dan ben je uit het goede hout gesneden, zoveel is zeker. Arthur Godfrey wordt door velen dan ook gezien als één van dé coming men binnen het actuele Americana-wereldje. En op basis van zijn nieuwe CD “Amen” – zijn vijfde al – lijkt ons dat terecht ook. Naast zijn twee prijssongs “Simple Man” en “Amen” treffen we daarop nog negen andere tussen 1995 en 2003 geschreven liedjes aan. Daarin herinnert Godfrey wellicht in grote mate door zijn bijzonder performante gruizig-hese stem regelmatig aan spitsbroeders als Tom Waits, Rod Picott, John Hiatt en Bruce Springsteen. Voor zijn teksten grijpt de beste man door de band genomen naar het leven van alledag - inclusief al zijn onvolkomenheden. Hij schuwt dus ook zeker wat diepgaandere thema’s niet. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het vanuit het standpunt van een herhaaldelijk seksueel misbruikt jong meisje geschreven “It’s All Part Of The Story”. Veel treffender als het daarin gebeurt kan je wanhoop ons inziens amper verwoorden of verklanken.

“My own urban Americana” noemt Godfrey zijn uit min of meer gelijke delen Americana, folk, blues en pop geboren muziek zelf. En met die omschrijving slaat hij spijkers met koppen. Het hoort allemaal wél ontegensprekelijk thuis onder het kopje Americana, maar een zekere stedelijke karaktertrek valt inderdaad evenmin te ontkennen. Gaan we alleszins nog veel plezier aan beleven, aan deze knaap. En al zeker als hij zich ook in de toekomst van de hulp van kleppers als een Norton Buffalo, een Bob Britt, een Michael Rhodes, een Pat McInerney, een Tim Lorsch en een Steve Conn weet te verzekeren.

Arthur Godfrey

CD Baby

 

 

FRIENDS OF DEAN MARTINEZ

“Lost Horizon”

(Glitterhouse / Munich)

(4) J J J J

 

 

Voor wat het waard is: de Friends Of Dean Martinez mogen zich al een poosje ook tot onze vaste vriendenkring rekenen. Ooit nog in Tucson ontstaan als een soort van instrumentale supergroep met ondermeer Howe Gelb van Giant Sand, Joey Burns en John Convertino van Calexico en Van Christian van Naked Prey in zijn rangen, staat de bandnaam sinds jaar en dag synoniem voor tijdloze kwaliteit. Daar heeft ook het feit dat de bekende namen het schip inmiddels al weer een poosje hebben verlaten niets aan kunnen veranderen. Het dezer dagen vanuit Austin, Texas actieve en tot trio gereduceerde collectief maakt nog steeds instrumentale muziek van een ademberovende schoonheid. Bill Elm (steelgitaar), Mike Semple (gitaar) en Andrew Gerfers (drums) weten uit een veelheid aan stijlen een volstrekt uniek geluid te puren. Ennio Morricone’s bekende soundtracks, blues, jazz, loungemuziek, desert rock, het zit er allemaal wel ergens in verwerkt. En op het kruispunt van al die stijlen onstaat een muzikale hybride die het ene moment aanvoelt als een zachte balsem voor je trommelvliezen, het andere – voornamelijk - door Semple’s gitaarwerk en bezwerende toetsenbijdragen zwaar hypnotisch werkt. In elk van beide gevallen volstaat het om even je ogen te sluiten en je verbeelding haar gang te laten gaan om te merken welk een kracht er ondanks het ontbreken van het gesproken woord van deze muziek uitgaat. “Lost Horizon” dient zich dan ook aan als een ideale soundtrack voor de vele lange koude winteravonden die we zo stilaan in het vooruitzicht hebben. Het beurtelings dromerige, exotische, pulserende en delirische karakter van de erop aangeboden stukken zal er op zo’n momenten voor zorgen, dat je je werkelijk geen seconde hoeft te vervelen. Groots gewoon!

Friends Of Dean Martinez

Glitterhouse Records

 

 

SCOTLAND BARR & THE SLOW DRAGS

“Legionnaires Disease”

(Monkey Barr Music)

(3) J J J

 

 

 

Als Scotland Barr en zijn kompanen van de Slow Drags het niveau van het titelnummer van hun CD “Legionnaires Disease” een hele plaat lang hadden kunnen volhouden, dan zou dat album een echte winner geworden zijn. Dat blijkt echter helaas niet het geval. Het uit Portland, Oregon afkomstige viertal is op zijn best als – zoals in dat machtige openingsnummer – Barrs hese stem wordt uitgespeeld in volop in melancholie zwelgende alt. country, waarin ook een behoorlijk prominente rol is weggelegd voor een zacht jammerende steel. Ideale zaterdagochtendmuziek is het eigenlijk. Wellicht net iets té alt. voor Nashville en net iets té wollig en warm voor de alternatievelingen onder ons. Verwacht vooral ook geen tekstuele hoogstandjes van Barr. Hij zoekt zijn heil in het merendeel van de songs in aardig stereotiepe teksten over stukgeslagen dromen en daarmee gepaard gaand drankgebruik. Dat wij desalniettemin gewagen van een aardig album, heeft vooral te maken met het feit, dat de liedjes van Barr en Jon Itkin aangenaam wegluisteren. Het goed gedoseerde gebruik van instrumenten als de harmonica, de pedal steel, de fiddle, de mandoline en het accordeon speelt daarin wellicht een bepalende rol. Bij wijze van kennismaking kan je best liedjes als het eerder al vermelde titelnummer, het daaropvolgende “Bruised Tattoo”, het met een cajunesk accordeonlijntje opgewaardeerde en bijna op z’n Shane MacGowans gebrachte “Count On Me” en het afsluitende drietal “Spanish Dust”, “5 Years In Nashville” en “Delta Dive” even een beurt gunnen. Zij laten wat ons betreft immers het best horen tot wat deze Barr in staat is.

Scotland Barr & The Slow Drags

CD Baby

 

 

BRIGHT EYES

“Motion Sickness – Live Recordings”

(Saddle Creek / Munich)

(4) J J J J

 

 

 

Snel erbij zijn zou in dit geval wel eens geen overbodige luxe kunnen blijken. Het betreft hier immers een live-album waarover de verdeler hier te lande al te kennen heeft gegeven, dat er slechts één oplage van zal verschijnen. En zeg nu zelf, wie wil er niet aan nieuw materiaal van shooting star Conner Oberst? Wat we krijgen is een vijftien tracks tellende bloemlezing uit tijdens zijn drie maanden durende jongste tournee opgenomen materiaal. Daarbij ligt de nadruk bijna als vanzelfsprekend een weinig op songs van zijn succesalbum “I’m Wide Awake, It’s Morning” - met “At The Bottom Of Everything”, “We Are Nowhere And It’s Now”, het bijzonder intens gebrachte “Old Soul Song”, “Train Under Water”, “Road To Joy” en “Landlocked Blues” behoorlijk goed vertegenwoordigd. Maar ook “Lifted” wordt een aantal keren aangedaan, evenals enkele oude singles en EP’s, enkele nieuwe songs komen voorbij en covergewijs moeten “Mushaboom” van Feist en “The Biggest Lie” van Elliott Smith eraan geloven. Oberst speelt daarbij vrijwel voortdurend met extreme uitersten. From a whisper to a scream, zoiets… Maar in no time dan. De emotionele diepgang van zijn performance wordt er alleszins alleen maar door gevoed. En het zal dan ook heel moeilijk worden om bij zijn eerstvolgende doortocht alhier niet aan de verzoeking te bezwijken om er ook zelf bij te zijn. Op basis van wat Oberst hier uit zijn ziel knijpt, zal dat immers een absoluut niet te missen ervaring worden.

Bright Eyes

Saddle Creek

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Lowe Profile – A Tribute To Nick Lowe”

(Brewery Records)

(3,5) J J J J

 

 

Walter Clevenger kenden we tot op heden vooral als het kopstuk van de Dairy Kings, met wie hij een kleine twee jaar geleden nog het tot de nok toe met knappe roots pop en rock gevulde “Full Tilt & Swing” op de markt bracht. Diezelfde Clevenger maken we nu echter in een heel andere gedaante mee, met name die van producer van een overigens ook door hemzelf geconcipieerd eerbetoon aan het adres van de Jesus Of Cool. Dat twee CD’s bestrijkende geheel concentreert zich aan de hand van dertig speciaal voor deze gelegenheid ingeblikte liedjes op alle facetten van Nick Lowe’s toch wel behoorlijk indrukwekkende carrière: van zijn dagen bij Brinsley Schwarz en Rockpile over zijn wilde Stiff-jaren tot zijn recente voornamelijk uit country soul bestaande oeuvre. Daarvoor wist Clevenger een veelheid aan bekende namen te strikken. Gemakkelijkheidshalve verwijzen je voor een volledig overzicht naar de speciaal daarvoor hieronder opgenomen track listing van het album. Op die manier kunnen wij ons beperken tot het opvissen van de vetste krenten uit dit bijzonder lekkere – en behoorlijk gevarieerde – papje. Erg sterk vonden wij zo bijvoorbeeld de verrassend mooie poppy versie die Lowe’s generatiegenoot Ian Gomm ophoestte van “Cruel To Be Kind”, de twangy country cover van “Without Love” door het voor de gelegenheid tot duo herenigde tweetal Foster & Lloyd, Don Dixons vrij natuurgetrouwe benadering van “True Love Travels On A Gravel Road”, de naar goede gewoonte behoorlijk beladen klinkende popaanpak van Michael Carpenter in Lowe’s eeuwige appeltje voor de dorst “(What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love And Understanding”, het sprankelende “Never Been In Love” in een duetuitvoering van Rick Shea en Christy McWilson, de verleidelijke, door een banjo aangejaagde alt. country van “Marie Provost” door Tipsy Jack, de nieuwe band van de van $1000 Wedding bekende Tracy Huffman, Chris Gaffney’s soulvolle kijk op “Crying In My Sleep”, het door Jamie Hoover van een flinke shot power pop bediende “American Squirm”, “What’s Shaking On The Hill” “op z’n Greg Troopers door Greg Trooper” en “Cupid Must Be Angry”, gebracht als een betoverend mooie roots pop ballad door Duane Jarvis. Dé absolute hoogtepunten zijn wat ons betreft echter twee andere songs. James Intveld knijpt uit “Lonesome Reverie” een prachtig staaltje van countryeske rockabilly en The Brilliant Mistakes belanden met hun als ballade gebrachte uitvoering van “Rollers Show” zelfs heel even in het vaarwater van de Everly Brothers.

Als geheel krijgt deze compilatie van ons dan ook een goed tot zeer goed cijfer. Mocht Clevenger iets minder royaal met zijn aanbod aan power pop en punky covers hebben omgesprongen, dan had er volgens ons zelfs nog net wat meer in gezeten ook.

 

Track Listing:


DISC 1


1. Eric Ambel - 12 Step Program (To Quit You Babe)
2. Ian Gomm - Cruel To Be Kind
3. Foster & Lloyd - Without Love
4. Dave Alvin - Failed Christian
5. Don Dixon - True Love Travels On
A Gravel Road
6. Steve Allen - (I Love The Sound Of) Breaking Glass
7. Walter Clevenger & The Dairy Kings - There's A Cloud In My Heart
8. Michael Carpenter - (What's So Funny 'Bout) Peace, Love and Understanding?
9. Terry Anderson & The Olympic Ass Kickin Team - You Got The Look I Like
10. Bryan Shaddix - Couldn't Love You (Anymore Than I Do)
11. Rick Shea & Christy McWilson - Never Been In Love
12. Tipsy Jack - Marie Provost
13. Chris Gaffney - Crying In My Sleep
14. Rex Holmes & We Monster - Homewrecker
15. Steve Wynn - Truth Drug

DISC 2


1. Ron Flynt & The Blue Hearts - I Knew The Bride (When She Used To Rock & Roll)
2. Jamie Hoover - American Squirm
3. Eugene Edwards - The Ugly Things
4. Greg Trooper - What's Shaking On The Hill
5. sparkle*jets uk - When I Write The Book
6. James Intveld - Lonesome Reverie
7. Tiffany Anastasia Lowe - Heart
8. Duane Jarvis - Cupid Must Be Angry
9. Robbie Rist - Love So Fine
10. Kim Shattuck - You Make Me
11. The Lowe Beats - Don't Want The Night To End
12. Monkey Bowl - Let's Eat
13. The Brilliant Mistakes - Everyone
14. The Glimmer Stars - Rollers Show
15. The 'lectric Chairs - Heart Of The City

 

Brewery Records

CD Baby

 

 

EDDIE HINTON

“Beautiful Dream – Sessions Vol. 3”

(Zane Productions / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Zoals dat wel vaker het geval is met écht grote artiesten ging de ster van Eddie Hinton pas echt in vol ornaat aan het stralen na zijn vroegtijdige dood op 28 juli van 1995. Sedertdien geniet de door heel wat connaisseurs liefdevol als de “blanke Otis Redding” bestempelde zanger een heuse cultstatus. En dat vormt ook al niet geheel onverwacht de aanleiding tot een gestage stroom van aan hem gewijde heruitgaven en andere postume releases. “Beautiful Dream” is zo bijvoorbeeld al het derde volume in een reeks met niet eerder verkrijgbaar materiaal van de man, waarin eerder ook al “Dear Y’all” en “Playin’ Around” verschenen. Het betreft daarbij zeldzame aan hun master tapes ontleende en digitaal geupgrade demo’s, tussen 1966 en 1980 opgenomen dóór of mét Hinton. De meerderheid daarvan waren absoluut niet bedoeld om ooit op plaat te belanden, maar dienden louter en alleen om zijn liedjes te kunnen doorspelen naar eventueel geïnteresseerde artiesten of producers. Hinton beschouwde zichzelf indertijd immers in de eerste plaats als een songwriter. Het zijn dan ook behoorlijk ruwe pareltjes, vaak live en in één enkele take ingeblikt. Met knapen van het kaliber van een Donnie Fritts, een Spooner Oldham, een David Hood en andere oude Muscle Shoals-bekenden regelmatig in de buurt om daarbij een handje te helpen, weet je echter dat dat amper ten koste van de kwaliteit hoefde te gaan. Wel integendeel! “Beautiful Dream” bevestigt eigenlijk enkel en alleen wat kenners al een poosje weten, met name dat Hinton naast een fantastische songsmid en een uitstekende gitarist vooral ook een dijk van een zanger was, die op een wat aparte manier het beste van Sam Cooke en Otis Redding in zichzelf wist te verenigen. Voorwaar geen klein bier!

Zane Records

 

 

DEADSTRING BROTHERS

“Starving Winter Report”

(Bloodshot / Evangeline / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Koop je met hooggespannen verwachtingen (eigenlijk een beetje tegen beter weten in) “A Bigger Bang”, de nieuwe van de Stones, en blijf je als fan van het eerste – Of was het toch eerder het tweede? – uur andermaal een beetje op je honger zitten , komt daar toch wel zo’n stel jonge honden uit Detroit voorbij en doet precies dat, wat je eigenlijk van de oude garde verwacht – of eerder verhoopt - had. Op de opvolger van hun in 2003 verschenen titelloze debuut trekken de rond singer-songwriter-gitarist Kurt Marschke geschaarde Deadstring Brothers immers opnieuw ongegeneerd een blik Americana / country rock open waarin vroege jaren zeventig rock- en bluesinvloeden absoluut geen uitzondering vormen. Net zoals dat voor hun eersteling het geval was dringen zich daardoor ook nu weer volop vergelijkingen met in de eerste plaats de Stones circa “Exile On Main Street” en “Sticky Fingers”, maar ook met de Band, Gram Parsons, Green On Red en de Jayhawks op. Ruim achtendertig minuten en tien nummers lang nemen Marschke en co je mee op een aangename retro trip naar een tijd toen gitaren riffgewijs nog volop mochten bepalen welke richting een liedje werd uitgestuurd. (Vreemd genoeg klinkt het aangeboden materiaal evenwel nergens echt gedateerd!) De zwaar Jagger-eske zang van het kopstuk, het bijzonder adequate orgel- en pianowerk van toetsenman Ross Westerbur, een dobro en een mandoline hier, een pedal steel, een fiddle of wat blazers daar completeren het plaatje.

Wedden dat ook jij na het beluisteren van liedjes als het lekker rockende openingstweetal “Sacred Heart” en “Toe The Line” en het daaropvolgende, in melancholie zwelgende – en een heel klein beetje naar Ryan Adams lonkende – “Lights Go Out” niet alleen meteen verkocht zal zijn, maar ook een onweerstaanbare aandrang zal voelen om in je eigen platen- en CD-collectie het jaren-zeventig-compartiment met een onverwacht bezoek te vereren?

Deadstring Brothers

Bloodshot Records

Evangeline Records

 

 

PETER BRUNTNELL

“Ghost In A Spitfire”

(Loose Music / Munich)

(5) J J J J J

 

 

Met zijn zesde en voorlopig zondermeer beste CD “Ghost In A Spitfire” doet de Brit Peter Bruntnell eens te meer de vraag rijzen waarom hij nog niet eenzelfde naambekendheid geniet als pakweg Wilco of Son Volt. Dat deels in een gehuurde schuur in Barnshire, deels met Eric Heywood op een hotelkamer en deels gewoon bij de man thuis ingeblikte album is immers over zijn gehele lengte bezaaid met pareltjes van de allerhoogste songsmeedkunst. Wat minder nadrukkelijk alt. country dan zijn pièce de résistance “Normal For Bridgewater” uit 1999 weliswaar, maar groots van z’n éérste tot z’n laatste noot. In het gezelschap van Pernice Brother James Walbourne (gitaar, lap steel, mandoline, backing vocals), Danny Williams (bas), Andy Cooper (Hammond), Michael Clews (drums) en zijn Son Volt-maatje Eric Heywood (pedal steel) covert Bruntnell ditmaal het hele spectrum tussen de verfijnde gitaarpop van groepen als zijn streekgenoten van Teenage Fanclub en die van de Posies enerzijds en klassieke alt. country van pioniers als het eerder al vermelde tweetal Son Volt en Wilco anderzijds. Voornamelijk dankzij het fantastische gitaarwerk van Walbourne slaagt hij met brio in dat opzet. Met zijn verleidelijke hese stem gidst hij je doorheen elf nieuwe eigen nummers, waarin hij zichzelf op de keper beschouwd maar weinig stilistische beperkingen oplegt. Een dronken voortwaggelend pianootje vormt het fundament voor “Something I Lost”, een dromerig streepje alternatieve singer-songwriter country, in het aanstekelijke “Fear Of Lightning” en het al even ontwapenende “Perfume River” schuilen enkele van de beste (gitaar)rocksongs van het jaar, het weemoedige titelnummer “Ghost In A Spitfire” transporteert ons terug in de tijd naar de Tweede Wereldoorlog en laat ons van nabij de vermeende laatste momenten van een gevechtspiloot ergens hoog boven zijn eigen vaderland meemaken, in “Love Is On Your Side” schuilt een voorbeeldig verkleed Byrds-liedje en deunen als “Orange Moon”, “Tin Streamer Song” en “Little Lorelei” zijn wat wij onder perfecte pop menen te mogen verstaan. Neemt u het dus gemakshalve maar gewoon even van ons aan: dit is zondermeer één van dé platen van het jaar so far. “Ghost In A Spitfire” links laten liggen zou een dikke, dikke, dikke blunder betekenen.

Peter Bruntnell

Loose Music

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Blues Guitar Women”

(Ruf Records / Munich)

(4) J J J J

 

 

“When a woman gets the blues,

she hangs her head and cries.

When a man gets the blues,

he catches a train and rides.”

 

(Ontleend aan een in de liner notes van deze CD geciteerd bluesvers.)

 

Zelden zoveel plezier beleefd aan een thematische bluesverzamelaar als aan deze door Sue Foley voor het Duitse Ruf Records gecompileerde vrouwvriendelijke dubbelaar. De Canadese was dan ook dé geknipte persoon om die opdracht tot een goed einde te brengen. Zelf is ze onder de werktitel “Guitar Woman” immers al een poosje aan de slag aan een boek en een documentaire over vrouwelijke (blues)gitaristen. “Blues Guitar Women” kon wellicht mede daardoor uitgroeien tot een voortreffelijk gedocumenteerde staalkaart van wat de blues scene door de jaren heen aan vrouwelijke snarenvirtuozen heeft voortgebracht. Foley opteerde bij het benaderen van dit labour of love voor een duale aanpak. Op een eerste schijfje verzamelt ze onder de noemer “Contemporary Blues Guitar Women” het kruim van de momenteel actieve talenten. Betrokkenen zijn de Lara Price Band (met Laura Chavez), Debbie Davis, Alice Stuart, Foley zelf, Deborah Coleman, Joanna Connor, Ana Popovic, Carolyn Wonderland, Eve Monsees, Maria Muldaur & Bonnie Raitt, Erja Lyytinen (met het enige echt nieuwe nummer hier, het van een pas volgend jaar bij Ruf te verschijnen studio album geplukte “Dreamland Blues”), Barbara Lynn, Tracy Conover, Beverly “Guitar” Watkins en Ruthie Foster. Een tweede CD’tje wordt gewijd aan wat Foley noemt de “traditional players”. Daarop treffen we naast een tweede keer Foley zelf ook Precious Bryant, Algia Mae Hinton, Rory Block (Uiteraard!), Ellen McIlwaine, Alice Stuart, Jessie Mae Hemphill, Gaye Adegbalola (met Rory Block), Etta Baker, JoAnn Kelly, Mattie Delaney, Elvie Thomas, Geeshie Wiley en boegbeeld Memphis Minnie aan.

“Een genoegen,” noemt Foley het samenstellen van deze compilatie in de liner notes ervan, en daar kunnen wij ons wel iets bij voorstellen. Evenzeer als bij de vaststelling dat ze er zich gelukkig om prijst om in “zo’n sterk en inspirerend gezelschap” te mogen vertoeven. Voor zover dat nog nodig mocht blijken veegt deze heerlijk gevarieerde verzamelaar immers alle bestaande vooroordelen ten aanzien van vrouwen in de blues van de tafel. Pardon my French, maar ze kunnen wel degelijk “hun mannetje staan”…

Ruf Records

 

 

Een actuele stand van zaken bieden de door New West Records – hier verdeeld door Sonic Rendezvous – aan het populaire Amerikaanse muziekprogramma “Austin City Limits” gewijde DVD’s niet. Daarvoor moet je tot nader order nog altijd bij de betrokken artiesten zelf zijn. Wat ze wel voor je in petto hebben zijn momentopnames van werkelijk superieure beeld- en geluidskwaliteit van artiesten op de top van hun kunnen. Historisch best wel waardevolle documenten dus eigenlijk. Dat bewijzen ook de drie zopas uitgebrachte nieuwe delen van de reeks weer.

 

DWIGHT YOAKAM

“Live From Austin TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Een eerste confronteert ons met Dwight Yoakam, toen die in oktober van ’88 als twentysomething als dé grote belofte van het countrygenre zijn opwachting maakte in Austin. Hij stormt op de van hem bekende stijlvol twangende manier doorheen een reeks van ondertussen al lang tot klassiekers op zijn repertoire uitgegroeide songs als “Guitars, Cadillacs”, “Home Of The Blues”, “1,000 Miles”, “Please, Please Baby”, “Little Ways”, “Honky Tonk Man”, “Streets Of Bakersfield”, “Buenas Noches From A Lonely Room (She Wore Red Dresses)”, “Little Sister” en “I Sang Dixie”. Daarbij wordt hij vakkundig geruggensteund door zijn jarenlange steun en toeverlaat Pete Anderson op de elektrische gitaar, Scott Joss op de fiddle, Taras Prodaniuk op de bas en Jeff Donavan achter de drums. Speciale gasten zijn Buck Owens en Flaco Jimenez, die even hun opwachting maken in het heerlijke “Streets Of Bakersfield” en “Buenas Noches From A Lonely Room (She Wore Red Dresses)”.

Dwight Yoakam

 

 

JOHN HIATT

“Live From Austin TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Voor nummer twee tekent John Hiatt. In 1993, vlak na het verschijnen van het glorieuze “Perfectly Good Guitar”, trad ook hij in Austin aan. Hij wist zich daarbij verzekerd van de hulp van School Of Fish-gitarist Michael Ward en bassist Davey Faragher en drummer Michael Urbano van Cracker, zeg maar de Guilty Dogs. Samen werken ze zich doorheen een veertien tracks omvattende set met voornamelijk aan de CD’s “Bring The Family”, “Slow Turning”, “Stolen Moments” en “Perfectly Good Guitar” ontleende stukken. De nadruk ligt daarbij vooral op wat meer rockende spullen à la “Memphis In The Meantime”, “Thing Called Love”, “Tennessee Plates” en “Perfectly Good Guitar”, maar ook crowd pleasers als de ballades “Icy Blue Heart” en het obligate “Have A Little Faith In Me” ontbreken uiteraard niet op het appel.

John Hiatt

 

 

TEXAS TORNADOS

“Live From Austin TX” (DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

Nummer drie tenslotte staat garant voor 78 minuten doorleefde Zuiderse ambiance. Onderwerp van dienst waren daarvoor immers Augie Meyers, Freddy Fender, wijlen Doug Sahm en accordeonvirtuoos Flaco Jimenez oftewel de Texas Tornados. Producer Terry Lickona spreekt in dit verband van een “all-time Austin City Limits favorite”. En hij heeft daarbij wat ons betreft overschot van gelijk. Net als de vele enthousiaste aanwezigen destijds in het najaar van 1990 genoten immers ook wij met volle teugen van werkelijk onweerstaanbare lappen border music als “(Hey Baby) Que Paso”, “Ay Te Dejo En San Antonio”, “She Never Spoke Spanish To Me”, “Laredo Rose”, “Adios Mexico”, “Mendocino”, “Wasted Days & Wasted Nights”, “Who Were You Thinkin’ Of”, “Before The Next Teardrop Falls”, “She’s About A Mover” en “96 Tears”. Van alle totnogtoe verschenen volumes van de DVD-reeks is dit dan ook zondermeer onze persoonlijke favoriet. Of dat ook zo blijven zal, zal de toekomst moeten uitwijzen, want met bijvoorbeeld al een nieuwe, aan Johnny Cash gewijde aflevering op komst zitten wij alweer met hangende pootjes klaar. Laat maar komen… Hoe meer, hoe liever! Ondertussen zullen deze drie schijfjes wellicht zo menig een brede glimlach waard blijken, als ze straks als onverwachte cadeaus opduiken onder de een of andere kerstboom. (Alle drie bevatten ze overigens ook weer flink wat tracks die de slechts een half uur durende TV-uitzending niet haalden. En alle drie zijn ze ook als CD verkrijgbaar.)

Texas Tornados

 

 

DAVID HOLT

“Let It Slide”

(High Windy Audio)

(4) J J J J

 

 

De slidegitaar heeft mijn leven gered, stelt David Holt onomwonden. Toen hij in 1989 zijn tien jaar oude dochter Sara Jane verloor in een auto-ongeval, zag de man zijn eigen wereld begrijpelijkerwijze volledig instorten. Redenen om zelf nog verder te willen blijven leven bleken toen plots heel schaars. Pas toen een vriend hem een oude National-gitaar schonk, klaarde voor Holt de hemel weer een heel klein beetje op. Hij brak meteen de hals van een wijnfles en begon als een bezetene te experimenteren op het instrument. En geen beter medium om je eigen pijn te verklanken natuurlijk als zo’n huilende slide.

Voor Holt betekende het wel een serieuze ommezwaai. Na zich ruim vijfendertig jaar bijna uitsluitend met traditionele liedjes, old time music en zijn banjo te hebben ingelaten ging hij zich onder invloed van zijn nieuwe muze immers veel meer concentreren op zijn talenten als songwriter. Dat schrijven had hij weliswaar altijd al graag gedaan, maar na de dood van zijn dochtertje bleek er aan de inspiratiestroom absoluut geen einde meer te willen komen. De liedjes rolden als het ware vanzelf uit zijn pen. “Sommige daarvan heel serieus, andere gewoon plezierig, een beetje zoals het leven zelf,” meent hij zelf.

En zo komt het, dat het als een soort van ultiem eerbetoon aan zijn overleden dochtertje ingeblikte “Let It Slide” een aardig gevarieerd geheel is geworden. Holt neemt daarop naast de zang en de bottleneck slide ook de harmonica voor eigen rekening en zag bekende vrienden als een Sam Bush (akoestische gitaar, mandoline en fiddle), een Doc Watson (gitaar en zang), een Byron House (bas), een Kenny Malone (percussie) en een Gina Wammock (harmony vocals) een wezenlijke bijdrage leveren. Met zoveel talent op een kluitje zal het je allicht niet verbazen, dat het resultaat helemaal af klinkt. Bij momenten erg bluesy (“Let It Slide”, “Hole In My Heart”, “Steel Guitar Blues”, “Shotgun Wedding”), elders met zo’n typisch lijzig Zuiders back porch-gevoel (“Slowfood”, “I Got You”, “Got No Use For Lonely”) of gewoon puur op sfeer terend (“John Hartford’s Farewell”, “Sara Jane’s Tune”). Driekwart van de songs droeg Holt overigens zelf aan, in zijn eentje of met wat hulp van collega-songsmid Michael Reno Harrell. Daarnaast waagt hij zich aan covers van de traditionals “Whistlin’ Asheville Blues” en “Top Of The World”, Paul Rishells “Louise” en “Trouble In Mind” van Richard M. Jones.

“Let It Slide” heeft het eigenlijk gewoon allemaal: sterke liedjes, doorleefde zang, tonnen muzikaal vakmanschap, spelvreugde, je zegt het maar…

David Holt

High Windy Audio

CD Baby

 

 

EILEEN CAREY

“Hearts Of Time”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Wie wel houdt van een potje commerciële country op zijn tijd moet in een onbewaakt moment beslist eens even een oor te luister leggen bij Eileen Carey. Die uit Cleveland, Ohio afkomstige zingende liedjesschrijfster belandde na een tussenstop in Los Angeles recentelijk in Nashville, Tennessee. Daar wil ze zich naar eigen zeggen zo snel mogelijk gaan meten met de groten uit het genre. En het moet gezegd, ze heeft er het materiaal voor: een aangename stem, verre van kwade liedjes en bovenal de juiste instelling. Rose laat zich het best vergelijken met collega’s als Cindy Bogguss en Katy Mattea. Ze durft haar eigentijds countrygeluid zo bijvoorbeeld ook regelmatig te verrijken met een spatje blues, iets wat we ook op de laatste CD van Mattea met plezier constateerden. Een groentje is die Carey trouwens ook niet echt meer. Aandachtige toeschouwers zullen haar naam al kennen van bijrollen in prenten als “Batman”, “Hoffa” en “Basic Instinct”, ze stond ook al samen met soullegende Ray Charles in de Super Bowl en met haar – een stuk minder gepolijste - eerste CD “Possibilities” deed ze al in 2001 voorzichtig van zich spreken.

Eileen Carey

CD Baby

 

 

BLAZE FOLEY

“Wanted More Dead Than Alive”

(Waddell Hollow Records)

(3,5) J J J J

 

 

Enkele maanden voor die noodlottige eerste februari van 1989, de dag waarop hij werd neergeschoten, nam Blaze Foley samen met een band bestaande uit steelgitarist Charlie Day, de Waddell-broers (David, bas en Leland, drums), Joe Gracey (akoestische gitaar) en Kimmie Rhodes (back-up vocals) in de Bee Creek Studios in Driftwood tien nummers op die later op een nieuw album hadden moeten verschijnen. Helaas kwam hij daarbij nooit verder dan wat ruwe versies. Toen bleek dat de benodigde studio-uren niet betaald waren, dienden de werkzaamheden aan zijn nieuwe plaat immers ogenblikkelijk te worden beëindigd. En de zoon van een oude dronkaard die Foley trachtte te beschermen zou er een poosje later voor zorgen, dat ze nooit meer zouden worden hervat.

Wat er gebeurde met de master tapes van die bewuste eerste sessies bleef lang een raadsel. Geruchten wilden, dat ze bij een brand verloren waren gegaan. En van de cassettes die elk van de betrokken bandleden hadden gekregen bleek er ook al geen meer terug te vinden. Tot Leland Waddell in juli van dit jaar plots een telefoontje kreeg van een oude vriend in Indiana. Die was bij een grondige poetsbeurt van zijn auto op een CD zonder label uitgekomen, die tot zijn grote verbazing muziek van Blaze Foley bleek te bevatten. Jammer genoeg amper nog beluisterbaar. Toch werd besloten om de CD vooralsnog uit te brengen. Geluidsingenieur Jon Sheppard heeft er allicht wekenlang een hele klus aan gehad om het geheel enigszins te fatsoeneren, maar het is dan ook allemaal de moeite waard. Dankzij zijn inspanningen kunnen we nu immers genieten van een mooie, met Kimmie Rhodes ingezongen versie van Foley’s bekendste nummer “If I Could Only Fly”, van een al even fraaie uitvoering van het recentelijk nog door John Prine gecoverde “Clay Pigeons” en van enkele liedjes waarvan men dacht dat ze voorgoed verloren waren, de Calvin Russell- en Jubal Clark-covers “Life Of A Texas Man” en “Black Granite”.

Verwacht van “Wanted More Dead Than Alive” vooral geen superieure geluidskwaliteit, want die krijg je hoegenaamd niet. Wat dan wel? De best mogelijke illustratie voor het waarom van de status die Foley na zijn dood steeds meer is gaan genieten. Dit is gewoon singer-songwriter country op zijn allermooist. En daar kunnen ook de niet te ontkennen geluidstechnische beperkingen van dit schijfje niets aan veranderen. (Al storen ze bij momenten wel een beetje.)

Waddell Hollow Records

 

 

CURT KIRKWOOD

“Snow”

(Little Dog Records)

(3,5) J J J J

 

 

Hoe invloedrijk de Meat Puppets wel geweest zijn, moge ondermeer blijken uit tal van interviews met rockgod Kurt Cobain en de andere leden van megaseller Nirvana. De jongste jaren was het – enkele opflakkeringen ten spijt - echter nog nauwelijks een groep. Van de originele line-up bleef ogenschijnlijk enkel Curt Kirkwood ernstig geïnteresseerd om het levensvuur van de groep brandende te houden. En ook dat lijkt nu voltooid verleden tijd. In het gezelschap van de met een zwaar Dwight Yoakam-verleden opgezadelde producer Pete Anderson blikte die zopas immers zijn solodebuut “Snow” in. Dat is een tien tracks tellende collectie bestaande uit uitsluitend eigen materiaal, waarin de nadruk beurtelings op naar het traditionele neigende folk en country (“Golden Lies”, “Snow”, “Box Of Limes”, “Circles”) en op wat eigentijdser en alternatiever overkomend songmateriaal (“Beautiful Weapon”) ligt. Al zijn het op de keper beschouwd toch vooral de liedjes van de eerste soort die overwegen. En da’s eigenlijk niet onlogisch ook, want in een voornamelijk door akoestische instrumenten gedomineerde setting kleuren de lijzige klaagzangen van Kirkwood daarbij ook gewoon het best. Uitschieters zijn wat ons betreft de knappe ingehouden akoestische alt. country van “Box Of Limes”, het herfstige “Gold” en qua aanpak enigszins naar good old Hank Williams verwijzende dingen als “Here Comes Forever” en “Circles”.

Curt Kirkwood

Little Dog Records

 

 

TIM GRIMM

“The Back Fileds”

(Wind River Records)

(4,5) J J J J J

 

 

“Coyote’s Dream”, de CD waardoor we Tim Grimm ergens in 2003 leerden kennen, ligt nog altijd op ons stapeltje met werkstukken die als we ooit naar een onbewoond eiland verbannen zouden worden unbedingt mee moeten. De een jaar later verschenen verzameling folk covers“Names” vonden we ook een prima plaat, alleen vroegen we ons toen luidop af, waarom een dermate getalenteerde songwriter zich zonodig met het werk van anderen moest inlaten. En dus is het met een voldaan gevoel vanbinnen, dat we nu “The Back Fields” ontvangen, een nieuwe collectie eigen liedjes aangevuld met één enkele cover, met name van Bob Dylans “Girl From The North Country”. Grimm vond inspiratie voor dit nieuwe album tijdens lange wandelingen in de velden en bossen vlak achter zijn huis. Daar rijpten uit hartsvraagstukken, gedachten aan fascinerende lieden die in het verleden zijn wegen kruisten en vragen bij de huidige stand van zaken daarbuiten een reeks sterke nieuwe songs. Voor de muzikale invulling ervan strikte de in 2004 door de Freeform American Roots DJ’s nog tot “American Roots Music Male Artist Of The Year” verkozen Grimm vervolgens schoon volk als John Prine-gitarist Jason Wilber (elektrische gitaar, banjo, zang), de hier onlangs nog bejubelde Krista Detor (zang, orgel), bluesman Gordon Bonham (elektrische en steelgitaar), de Kossoy Sisters (zang) en die van Special Consensus. Samen tekenen zijn voor alweer een wolk van een Americana-folkplaat met nu eens een verstolen knipoog naar bluegrass, dan weer een bescheiden tip of the hat richting het bluesgenre. Enkele van de sterkste liedjes zijn het bezwerende, op een personage uit Louis Broomfields boek “Pleasant Valley” gebaseerde “Celia Rose” (met de Kossoy Sisters), het ingetogen titelnummer, de bluegrass-escapade “Sam’s Song” (met Special Consensus en over een buurman) en het zijn titel helemaal waarmakende “Autumn Garden”.

Horen is kopen!

Tim Grimm

CD Baby

 

 

JOE WEST

“The Human Cannonbal”

(Frogville Records)

(4) J J J J

 

 

Onterecht wat langer dan voorzien op onze schrijftafel blijven liggen, dit schijfje. De nieuwe van Joe West is immers opnieuw een plaatje van een plaat geworden. Op de opvolger van het ook al uitstekende “South Dakota Hairdo” schudt de “Trailer Park Troubadour” met de ondertussen van hem welbekende flair het ene knappe nummer na het andere uit de mouw. Met bepaald niet van humor gespeend gebleven liedjes als het door een twangy gitaartje en prominent aanwezige blazers gedragen “Straight Man In A Gay World”, de tragikomische cowboydeun “Jimmy Joe The Wrangler” en het lijzige, op het randje van het valse af gezongen “Jam Bands In Colorado” tovert hij weer in een oogopslag een brede smile op je gelaat, met ouderwets opgevatte tranentrekkers als “$300 Car” en “Heaven” veegt hij er die vervolgens – wellicht zelf breed glimlachend – even gezwind ook weer terug vanaf. Ergens tussen country, folk en klassiek singer-songwriterspul vindt hij keer op keer weer de juiste niche om zijn met zonderlinge personages bevolkte en als intelligente songs verpakte verhaaltjes in onder te brengen.

Joe West

Frogville Planet

CD Baby

 

 

JIM HENRY

“One-Horse Town”

(Six-Pack Productions)

(3,5) J J J J

 

 

“A seven-song six-pack,” noemt Jim Henry zijn nieuwe CD “One-Horse Town” zelf. En wie mag die man dan wel wezen, horen we je luidop denken. In de late jaren tachtig maakte Henry deel uit van de Sundogs, één van de meest gevraagde dance hall bands van New England. Vervolgens ging hij met vier albums voor eigen glorie. Zijn visitekaartje leverde hij al in 1993 af met “Into The Blue”. Maar het waren toch vooral zijn drie volgende albums die hem wat meer onder de spots brachten. “Jacksonville”, zijn in 1995 verschenen debuut voor het onvolprezen Signature Sounds, bracht het tot de status van Americana radiofavoriet, het in 1997 uitgebrachte “Ring Some Changes” was een album vol soulvolle gitaarduetten met zijn labelgenoot Brooks Williams en “The Wayback” werd in ’99 live ingeblikt.

Sedert het najaar van 2003 heeft Henry echter een nieuwe vaste stek gevonden. Toen Tracy Grammer door het overlijden van haar vaste partner Dave Carter noodgedwongen op zoek moest naar een nieuwe compadre kwam ze bij Jim Henry uit. Die zorgde ervoor, dat hij in amper drie dagen het leeuwendeel van haar werk met Carter onder de knie had. Een eerste gemeenschappelijke show bleek meteen op alle fronten een voltreffer en sinds dat moment zijn de twee dan ook onafscheidelijk. Henry zong en bespeelde zo ondermeer al de dobro, de mandoline en de akoestische en elektrische gitaar op Grammers jongste twee platen, het EP’tje “The Verdant Mile” en haar eerste volwaardige langspeler na Carters dood, het eerder dit jaar verschenen “Flower Of Avalon”.

Zo’n beetje als tegenprestatie daarvoor is Grammer nu ook behoorlijk prominent aanwezig op “One-Horse Town”, de nieuwe van Henry. Ze zingt en bespeelt de viool. Jim Henry zelf neemt naast de leadzang ook de gitaar-, dobro- en mandolinepartijen voor zijn rekening. Samen wagen ze zich aan vier nieuwe liedjes van de man zelf en vertolkingen van de traditionals “Deep River Blues” en “St. James Infirmary” en van Dave Carters voorheen niet verkrijgbare “Quickdraw Southpaw’s Last Hurrah”. Wat daarbij vooral opvalt zijn naast de ongedwongen vingervlugheid van Henry vooral ook diens aangenaam wegluisterende stem, zijn mooi harmonieerwerk met Grammer en zijn makkelijk verteerbare songs. Folky rootsliedjes, rootsy folkliedjes, noem ze zoals je wil, mooi zijn ze alleszins. Vooral het zo’n beetje op z’n Rod Picotts gebrachte titelnummer, de sfeervolle instrumental “A Sad Farewell” en het wat vlottere “Ruby” zijn blijvertjes.

Jim Henry

CD Baby

 

 

DANNY GEORGE WILSON

“The Famous Mad Mile”

(Fargo / PIAS)

(5) J J J J J

 

 

Alleen al voor het feit dat hij mag schrijven over muziek zou een mens op zijn blote knieën dankbaar moeten zijn. En als dat dan bovendien ook nog eens over het genre van artiesten blijkt te kunnen waaraan hij zelf verslingerd is, tja dan lijkt niets een voortdurende smile van oor tot oor nog in de weg te staan. En toch is het zo, dat na verloop van tijd de momenten van absolute gelukzaligheid bij het horen van alweer nieuw materiaal alsmaar schaarser worden. Noem het maar overkill. Des Guten zu viel…

De jongste maanden valt het hier echter allemaal nogal mee. In de categorie singer-songwriters zijn we zelfs echt verwend geworden: Richard Stooksbury, Mark Fosson, Eric Taylor, Perry Keyes, Krista Detor, Brian Joseph, Rick Shea, Steve Dawson, Luke Zimmerman, Tim Grimm, Joe West, Thomas Denver Jonsson, het leek absoluut niet op te kunnen… En aan dat zo al indrukwekkende lijstje met makers van duizelingwekkend goede platen voegen we nu met veel plezier ook nog de naam van Danny George Wilson toe. Die vooral van zijn werk bij Grand Drive bekende Brit heeft met “The Famous Mad Mile” immers zonet één van dé platen van het jaar afgeleverd. Eentje van het kaliber van het hier ook al uitgebreid bejubelde “Barely Touching It” van Thomas Denver Jonsson of van “I’m Wide Awake, It’s Morning” van Bright Eyes van vorig jaar. Zo’n plaat die je maar één keer beluisterd hoeft te hebben om te weten dat je ze nog jarenlang zal meedragen. Tijdloos materiaal is het. Vooral dan de momenten waarop Wilson achter de microfoon ook wat ruimte laat voor de uit Boston afkomstige zingende liedjesschrijfster Jess Klein. Prachtig hoe de stemmen van die twee samen kleuren! Herinneringen aan de samenwerkingen tussen Neil Young en Nicolette Larson ergens medio de jaren zeventig laten zich dan amper nog afstoppen. Zeker omdat “The Famous Mad Mile” ook qua sfeer heel erg herinnert aan Youngs “Comes A Time”. Sfeervolle strijkers, akoestische gitaren à volonté, contrabas, mandoline, lap steel, dobro, mandoline, dobro, harmonica, het hele arsenaal wordt hier nog eens lekker ouderwets bovengehaald. Voeg daar nog aan toe, dat Wilson een fantastische songwriter en een al even bevlogen vertolker is, en het resultaat laat zich raden. Heerlijke, op de seventies-leest geschoeide folk (pop en rock) met een scherp randje is dit. Daarom durven we het album ook een no risk disc te noemen voor zowel de liefhebbers van de eerder al vernoemde Neil Young als voor de volgelingen van hippe acts anno nu als Iron & Wine, Calexico, Willard Grant Conspiracy en Bright Eyes. Doe er vooral je voordeel mee!

Danny George Wilson

Fargo Records

 

 

JAN SMITH

“29 Dances”

(Honey Bird Music)

(3,5) J J J J

 

 

Ze werd geboren in Louisville, Kentucky, maar op nieuwjaarsavond 1999 verhuisde ze naar Virginia. En dat is een niet onbelangrijk gegeven, want voor haar nieuwe CD “29 Dances” – haar tweede na het in eigen beheer uitgebrachte (en hier elders besproken) “Tin Heart” uit 2002 – liet roots singer-songwriter Jan Smith zich uitgebreid inspireren door het landschap en het leven in haar nieuwe thuishaven. Daaruit resulteerde een collectie bijzonder aangenaam in het gehoor liggende liedjes die het midden houden tussen country, folk en bluegrass. Eenvoud is daarbij troef. De van zijn werk voor ondermeer Alison Krauss, James Taylor, Jerry Douglas en Ralph Stanley bekende Bil VornDick produceerde het geheel in zijn eigen Mountainside Audio-studio in Nashville en zag allicht tot zijn eigen grote tevredenheid hoe virtuozen als Mark Fain (Ricky Skaggs & Kentucky Thunder / bas), Johnny Hiland (gitaren), Jeff Vogelgesang (mandoline), Pat McInerney (Nanci Griffith’s Blue Moon Orchestra / drums), David Talbot (Dolly Parton, Grascals / banjo), Robert Bowlin (Bill Monroe’s Bluegrass Boys / fiddle), Randy Kohrs (dobro), Byron House (Sam Bush / elektrische en akoestische bas) en Patty Mitchell (zang) zich tien dagen lang mooi ten dienste van de liedjes van Smith stelden. Vier van de twaalf daarvan zijn herwerkte versies van haar vorige CD, die dra zal worden geschrapt. Het betreft “Your Mama Don’t Care”, “Gorham Mountain”, “Rum In My Morning Coffee” en “All Around This Town”, wellicht niet geheel toevallig enkele van de sterkste nummers van die voorganger.

“29 Dances” komt in z’n totaliteit behoorlijk sterk over en lijkt ons vooral aan te bevelen aan liefhebbers van het recente werk van Patty Loveless, Tim O’Brien en Chris Stuart en ander rootsy spul met een zekere affiniteit met bluegrass.

Jan Smith

CD Baby

 

 

BOB CHEEVERS

“Texas To Tennessee”

(Back 9 Records)

(4) J J J J

 

 

Spectaculaire veranderingen hoef je van iemand die al zo lang in het vak zit als Bob Cheevers absoluut niet te verwachten. Als je één plaat van ‘m gehoord hebt, dan weet je dus eigenlijk ook al perfect wat er je op elke volgende te wachten staat. Maar of je dat daarom ook meteen als een punt van kritiek dient te beschouwen, dat is nog maar de vraag. Cheevers is immers een echte kei in wat hij doet. Zijn in een muzikaal keurslijf gewurmde kortverhalen behoren zelfs tot het allerbeste wat je op dat vlak overkomen kan. Met zijn een weinig aan Willie Nelson verwante nasale stem vertelt hij op treffende wijze verhalen “over mensen, plaatsen en dingen van Texas tot Tennessee”. Verhalen waarover hij ook nu weer meent: “I don’t know if these stories are true, but they happened to me.” Wat er ook van zij, “Texas To Tennessee” staat boordevol hartverwarmende singer-songwriter Americana. Enkele voorbeelden nodig? No problem! “Me & Dan & The Spoonman” is zo een prachtig eerbetoon aan zijn bekende maatjes Dan Penn en Spooner Oldham, het samen met Charlie White geschreven “Under The Bayou Moon” een werkelijk oorstrelend mooi duet met Joy Lynn White en “Jesse Lee Kincade” het tragische, in een broeierig border-sfeertje badende levensverhaal van de bandiet van die naam.

Dat het ook muzikaal allemaal staat als een huis is wellicht in niet geringe mate de verdienste van producer Charlie White, al zullen de hand- en spandiensten van knapen als een Dan Dugmore, een Spooner Oldham, een Fats Kaplin, een Brent Bourgeois en een Marcus Hummon – om er maar een paar te noemen – daar ook wel niet vreemd aan zijn.

Om een Nederlandse vriend des huizes te citeren: “Errug mooi!”

Bob Cheevers

CD Baby

 

 

FRED PRELLBERG

“Last Of The Rock Stars”

(Denmark Street Records

(3,5) J J J J

 

 

“The soul of rock ‘n’ roll is not living in arena shows or multi platinum CD sales, it lives in the desire of a guy or a girl sitting with a guitar in the middle of the night, all alone, and knowing that they have something to say …”, stelt Elliott Murphy in de liner notes van “Last Of The Rock Stars”, het debuut van de vanuit Chicago opererende singer-songwriter Fred Prellberg. En een mooier compliment had hij de man wellicht niet kunnen maken. Op zijn visitekaartje spreidt Prellberg immers een groot rock ’n roll-hart tentoon. In zijn melodieuze popliedjes zal je daarnaast bijvoorbeeld ook sporen aantreffen van andere genres als doo-wop, klassieke R & B en (folk) rock. Het ene moment denk je daarbij aan lui als Ray Davies, Roger Mc Guinn en Del Shannon, het andere aan Dylan, Parker, Hiatt en Murphy. Het zal dan ook wel geen toeval zijn, dat Prellberg “Last Of The Rock Stars” van deze laatste als enige cover aan zijn eigen materiaal toevoegde en er zelfs zijn plaat naar vernoemde.

Denmark Street Records

CD Baby

 

 

STEVE WYNN & THE MIRACLE 3

“…tick…tick…tick”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

File under Loud Rock. En bij voorkeur dan nog mét die dubbele hoofdletter… “Louder, harder, sicker, freakier, more hopped up on goofballs” dan alles wat ze eerder al samen hadden gedaan moest en zou deze hernieuwde samenwerking tussen Steve Wynn en de Miracle 3 klinken. De ex-Dream Syndicate-baas wou een album dat perfect reflecteren zou, waarvoor hij en zijn partners in crime Jason Victor (gitaar, zang), Dave DeCastro (bas, zang) en Linda Pitmon (drums, percussie, zang) de voorbije jaren live hadden garant gestaan. En tien dagen in de Wavelab Studios in Tucson volstonden ruimschoots om ‘m dat kunstje te flikken ook. “…tick…tick…tick” klinkt exact zoals je dat van een plaat met een dergelijke omineuze titel verwachten mag: nerveus, bezwerend, donker, intimiderend, ronduit dreigend zelfs. Er gaat hier haast geen moment voorbij zonder dat je het gevoel hebt het met een stelletje op hol geslagen maniakken te maken te hebben, Wynn daarbij regelmatig meer schreeuwend dan zingend inbeukend op een huizenhoge geluidsmuur. Voorwaar geen voer dus voor lui met een fobie voor uit de bocht gaande gitaren, dit album. Wie het daarentegen allemaal graag op het scherp van de snee heeft, zal hier juist zijn geluk niet mee op kunnen.

Steve Wynn

Blue Rose

Sonic Rendezvous

 

 

RANDY ROGERS BAND

“Live At Billy Bob’s Texas”

(Smith Music Group)

(3,5) J J J J

 

 

Het zoveelste deel in de ondertussen stilaan indrukwekkende proporties aannemende en ook behoorlijk succesvolle “Live At Billy Bob’s Texas”-reeks, waarin naast gevestigde countrywaarden (Willie Nelson, Merle Haggard, Earl Thoms Conley, John Conlee, Michael Martin Murphey,…) en Lone Star State singer-songwriters (Pat Green, Jack Ingram,…) ook steeds meer energieke lokale jonge honden (Cross Canadian Ragweed, Cooder Graw, Jason Boland & The Stragglers,…) aan bod komen. Zo ook de Randy Rogers Band. Dat vijftal rond de met een bijzonder prettig klinkende gruizige stem gezegende en zeer getalenteerde jonge songsmid Randy Rogers herinnert bij vlagen erg sterk aan de Steve Earle van ten tijde van “Copperhead Road”. En ook wel wat aan een Pat Green en de wat meer rockende kant van Robert Earl Keen. Tekstueel gezien gaat het allemaal nog niet zo heel erg diep als bij die twee, maar wat de muziek betreft zit het hier al wel snor. Het merendeel van de liedjes is van de hand van Rogers zelf. Voor enkele daarvan kreeg hij wel wat assistentie van gerenommeerde collegae. Radney Foster stak zo bijvoorbeeld een handje toe bij het schrijven van “Somebody Take Me Home”, “Love Must Follow You Around” en de radiohit “Tonight’s Not The Night (For Goodbye)”, Cody Canada van Cross Canadian Ragweed deed hetzelfde bij “Again” en “This Time Around”. Afgesloten wordt er met een cover van de Gary Stewart-hit “An Empty Glass (That’s The Way The Day Ends)”.

Conclusie: wat je in handen houdt, is een lekkere live-plaat, waarop Rogers met veel flair illustreert, waarom de Texaanse incrowd zo gek van ‘m is. Bevlogen countryrockertjes worden erop afgewisseld met knappe ballades en materiaal waarmee hij zonder ook maar de minste schroom een plaatsje in de voorste regionen van het peloton aanstormend (commercieel) Texaans singer-songwritertalent voor zichzelf opeist.

Randy Rogers Band

Smith Music Group

 

 

CLOTHESLINE REVIVAL

“Long Gone”

(Paleo Music)

(4) J J J J

 

 

Clothesline Revival is de wat aparte naam van het al even aparte project, waarin arrangeur-producer Conrad Praetzel en zijn vaste muzikale buddy gitarist Robert Powell de Amerikaanse rootsmuziek van “days long gone” upgraden voor gebruik in een nieuw millennium. Op z’n Alan Lomax grasduint Praetzel rond in het minder bekende muziekverleden van zijn land, anders dan zijn illustere voorganger beperkt hij zich echter niet tot het aanleggen van een archief met field recordings, maar springen hij en zijn maats er creatief mee om. Een eerste keer deden ze dat onder de noemer Clothesline Revival al op het in 2002 verschenen en alom geprezen “Of My Native Land” en nu is er de opvolger daarvan “Long Gone”. Praetzel en Powell en co stoeien daarop opnieuw ongegeneerd met a capella-overblijfselen van blueswijsjes, spirituals, work songs, ballads enzovoort, die ze een eigentijds jasje aanmeten. Met een soort van “alles kan, alles mag”-benadering laten ze traditionele rootsinstrumenten frontaal inrijden op moderne studioapparatuur, beats en ambiënte ritmes en hun verzameling “stemmen van weleer”. En hoe weird die combinatie op papier ook moge lijken, het resultaat is bij momenten van een verbluffende schoonheid. Lucinda Williams is al een fan, nu jij nog…

Clothesline Revival

Miles Of Music

 

 

PILGRIM

“Pilgrim”

(Dusty Records)

(3,5) J J J J

 

 

Wij maakten voor het eerst kennis met de muziek van de uit Göteborg afkomstige honky-tonk-groep rond tweelingszussen Karin en Maria Forsman op de compilatie “Rockin’ At The Barn Vol. 4”. Daarop bracht dat collectief een aangrijpend mooie versie van de Patsy Cline-klassieker “I Love You Honey”. Een visitekaartje dat toen al geïnteresseerd deed uitkijken naar meer. En dat meer krijgen we nu onder de vorm van hun debuut-CD “Pilgrim”. Daarop zingen de zussen bij herhaling weer de sterren van de hemel. Heerlijk gewoon, hoe die twee harmoniëren! Naast een aantal klassieke countryliedjes als “Cry Cry Cry” (Johnny Cash), “Tiger By The Tail” (Buck Owens), “Honky Tonk Merry Go Round” (opnieuw Patsy Cline), “Single Girl, Married Girl” (Carter Family), “If I Could Only Win Your Love” (Louvin Brothers), “Love Bug” (George Jones) en “Hoping That You’re Hoping” (Louvin Brothers) krijgen we daarop ook vijf eigen liedjes voorgeschoteld. En dat zijn bepaald niet van de minsten! Het door Tomas Larsson (mandoline, elektrische gitaar, productie) aangedragen drietal “Stupid Song”, “As You Walk By My Side” en “Nighttrain” zijn zo respectievelijk een rustig voortkabbelend C&W-liedje, een oorstrelende Americana-ballade en een volop aan de hoogdagen van pakweg een Buck Owens herinnerend streepje swingende honky-tonk. Peter Grahn (gitaar en banjo) levert met het enigszins bluegrass-getinte “Two-Timing Darling” een soort van moderne tegenhanger voor het werk van klassieke broederparen als de Louvins en de Stanley Brothers. En dan is er ook nog het door Tommy (productie) en Elinor Sahlin gepende “Oh Lord, If You’re Out There”, een op een engelachtig mooie manier gebrachte a capella gospeldeun.

Samenvattend kunnen we stellen, dat “Pilgrim” een royale dosis bijzonder knappe country uit een wat verrassende hoek bevat. Straffe köst, of zoiets…

Pilgrim

Dusty Records

 

 

RICK SHEA & THE LOSIN’ END

“Bound For Trouble”

(Tres Pescadores)

(4,5) J J J J J

 

 

Na ruim zes jaar lang in het gareel te hebben gelopen bij The Guilty Men van Dave Alvin – met wie hij ondermeer het wonderschone “Public Domain” mee hielp tot stand brengen – acht Rick Shea de tijd klaarblijkelijk rijp om weer eens wat aan zijn eigen carrière te gaan doen. Zo belooft hij naast een gloednieuwe plaat voor volgend jaar ook weer een heleboel optredens, solo én met zijn gereactiveerde groep The Losin’ End. In afwachting daarvan kreeg ondertussen alvast zijn in 2000 verschenen meesterwerkje “Sawbones” een grondige opknapbeurt. Op deze tot “Bound For Trouble” herdoopte upgrade vinden we naast het volledig geremixte en geremasterde oorspronkelijke album ook nog drie nieuwe tracks: een mooie akoestische live-versie van “Texas Lawyer”, het twangy, ook op “Lowe Profile”, het door Walter Clevenger gecoördineerde eerbetoon aan good old Nick Lowe, opduikende duet met Christy McWilson “Never Been In Love” en het titelnummer, fanfavorietje “Bound For Trouble”.

Net als een Joe Ely of zijn voormalige werkgever – Alvin – laat Shea zich op “Bound For Trouble” allesbehalve voor één gat vangen. Country (“Emperor Of The World”), folk (“A Bend In The River”), roots pop en rock (“”Black-Eyed Girl”, “Never Been In Love”, “Cammellia” en “Bound For Trouble”), blues (“Piedmont Ridge”), gospel (“Walkin’ To Jerusalem”) en border music (“Magdalena” en “Texas Lawyer”) vloeien hier rimpelloos in elkaar over en monden uit in een juweel van een Americana-plaat. Shea illustreert daarop met gulle hand naast een bijzonder begaafde songwriter en een heus snarenwonder ook een begenadigde zanger te zijn. Zijn warme bariton is echt van een regelrecht ontwapenende schoonheid. Luister bijvoorbeeld bij gelegenheid maar eens naar ’s mans versie van het ooit nog door Lefty Frizzell de eeuwigheid ingezongen “Saginaw Michigan” en je zal al snel begrijpen wat we daaronder verstaan.

Behoorlijk indrukwekkende guestlist verder ook, met naast de hier al eerder genoemde Christy McWilson en Walter Clevenger ondermeer ook nog zijn ex-baas Dave Alvin (elektrische gitaar), Paul Lacques (eveneens elektrische gitaar), David Jackson (akoestische bas), Don Heffington (percussie) en Katy Moffatt (harmonieën).

Een eventuele inhaalbeweging bij de platenboer wordt bij dezen van hieruit derhalve ook van ganser harte aanbevolen.

Tres Pescadores

 

 

ROBERT SKORO

“That These Things Could Be Ours”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Robert Skoro is een vierentwintig jaar oude singer-songwriter uit Minneapolis die tot voor kort nog gewoon zijn sporen verdiende als bassist – en occasioneel ook als vocalist – in de Mason Jennings Band. Zo was hij ondermeer ook betrokken bij de opnamen van diens “Birds Flying Away” en “Century Springs”, twee absoluut aan te bevelen albums. Zelf debuteerde hij een jaar of twee geleden met “Proof”, een collectie in zijn dooie eentje in zijn eigen slaapkamer opgenomen demo’s. In tegenstelling tot dat album is “That These Things Could Be Ours” veel meer een “band effort”. Toch is het tekstueel gezien nog altijd een behoorlijk persoonlijke plaat. Dat lijkt misschien een tegenspraak, maar dat is het niet. Wat het muzikale betreft lijkt Skoro anderzijds enigszins te twijfelen tussen enkele “disciplines”. Al zal hij je zelf graag vertellen, dat hij het gewoon niet zo begrepen heeft op de huidige “hokjesmentaliteit”. Intelligente pop songs à la “All The Angles” gaan hier zodoende gewoon hand in hand met roots rock op z’n Go-Betweens (“Kidnapped”), energieke power pop (“The Package”) en hoekige neo-folk van het genre van “Before The Sun”. Waarom de man in de States zonodig met Nick Drake vergeleken moet worden, is ons bij zoveel muzikale invalshoeken dan ook een compleet raadsel. Een vergelijking met de Pernice Brothers is dan al veel meer op haar plaats.

Robert Skoro

Yep Roc

Sonic Rendezvous

 

 

CHRIS CACAVAS

& THE SLIVERS OF HOPE

“Live At The Laboratorium”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

“Live At The Laboratorium” is een over twee schijfjes uitgesmeerd verslag van een optreden dat Chris Cacavas op 23 april van vorig jaar afwerkte in The Laboratorium in het Duitse Stuttgart. De man wist zich daarbij geruggensteund door een uitstekende groep begeleiders. Onder de noemer The Slivers Of Hope verzamelden zich de ook van Steve Wynns Miracle 3 bekende gitaarbeul Jason Victor (elektrische gitaar, lap steel), Jesse Wilder (elektrische gitaar, keyboards), Ed Kampwirth (bas) en Brandon Laws (drums). Samen werkten de vijf zich op bijzonder gedreven wijze doorheen een royale hap van Cacavas’ laatste album “Self Taut” en een reeks wat oudere nummers. Vijfenzestig minuten bewijsmateriaal daarvoor vind je in audioformaat op het eerste schijfje. Het tweede bevat vijfenveertig minuten beeldmateriaal met acht verdere liedjes die niet op de eigenlijke CD voorkomen. Klinkt als geheel stukken beter, stukken vitaler als zowat alles wat Cacavas de jongste jaren zoal heeft afgeleverd.

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

STONEY LARUE

“The Red Dirt Album”

(Smith Entertainment)

(3,5) J J J J

 

 

Red Dirt Music is de term die men gebruikt om de vele talenten die de jongste jaren vanuit Stillwater, Oklahoma opdoken onder een passend label te kunnen onderbrengen. Het beteft daarbij een zeer levendige scene die al aardig wat zeer interessante acts heeft opgeleverd. We denken bijvoorbeeld aan succesvolle collectieven als Cross Canadian Ragweed, Jason Boland & The Stragglers en de Red Dirt Rangers, allemaal groepen die tot ver buiten Oklahoma en Texas een stevige reputatie genieten.

Eén van de interessantste nieuwkomers die zich recent vanuit Stillwater aandiende is wat ons betreft echter Stoney LaRue. We lieten ons hier eerder al eens zeer lovend uit over zijn debuut met de Organic Boogie Band, het onvolprezen “Downtown”, en dat willen we naar aanleiding van ’s mans nieuwe CD “The Red Dirt Album” graag nog eens overdoen. LaRue is wat ons betreft zowat de perfecte illustratie van alles wat de hoger vernoemde beweging zo boeiend maakt. Hij weet als geen ander het beste uit genres als country, Americana, blues en (Southern) rock in zijn liedjes te verenigen en is bovendien een begenadigde zanger. Met zijn aangenaam gruizig klinkende stem haalt hij het onderste uit de kan in de meest uiteenlopende liedjes. Of het nu gaat om beheerst rockende deuntjes als opener “Down In The Flames”, melancholische slepers als het in steelgitaarklanken zwelgende “Closer To You” of “Texas Moon”, eerder onder de noemer country of Americana vallende dingen als “Idabel Blues” of het bluesy “Solid Gone”, deze LaRue straalt voortdurend zo’n zelfzekerheid uit, dat het klinkt alsof hij zijn hele leven lang niets anders gedaan heeft dan achter een microfoon staan. Bovendien kan hij ook rekenen op de steun van flink wat bekende vrienden. Op de gastenlijst troffen we zo ondermeer de namen van Cody Canada (Cross Canadian Ragweed) en Mike McClure (The Great Divide) aan. Met die Canada schreef LaRue overigens ook één van de beste liedjes van het album, het knappe rockertje “Walk Away”. Het merendeel van de songs hier zijn trouwens gewoon van eigen makelij. Enkel voor “Bluebird Wine” en “Forever Young” ging de beste man in de leen bij respectievelijk Rodney Crowell en Bob Dylan. Voor de productie tekende Mike McClure.

Stoney LaRue

Lone Star Music

 

 

ELLIOTT MURPHY

“Murphy Gets Muddy”

(Last Call / Wagram)

(3) J J J

 

 

Jarenlang heeft hij met het idee in zijn achterhoofd rondgelopen en nu is het er eindelijk ook effectief van gekomen. Op “Murphy Gets Muddy” wagen Elliott Murphy en zijn vaste compagnon Olivier Durand (gitaren, dobro’s, backing vocals) zich in het gezelschap van Ernie Brooks (Modern Lovers / bas), Kenny Margolis (Willy DeVille / diverse piano’s, orgel, accordeon, mellotron), Danny Montgomery (Ray Charles / drums, backing vocals) en onze landgenoot Patrick Riguelle (Red Harmony, De Laatste Show Band / lap steel, backing vocals) aan een eerbetoon aan het bluesgenre in het algemeen en aan Muddy Waters en Willie Dixon meer in het bijzonder. Daarbij tackelen ze klassieke nummers als “Terraplane Blues” van Robert Johnson, “I Got My Mojo Working”, “Mannish Boy”, “I Can’t Be Satisfied” en “Baby Please Don’t Go” van Muddy Waters, “I’m Ready” van Willie Dixon, het vooral in de uitvoering van B.B. King bekende “The Thrill Is Gone”, Slim Harpo’s “Tip On In (Part 1)” en Jimmy Reed zijn “Baby What You Want Me To Do”. Dat indrukwekkende lijstje wordt aangevuld met een vijftal nieuwe nummers van eigen hand. Een tweede schijfje (“Down Home Blues – A Tribute To Willie Dixon”) bevat in DVD-formaat de registratie van vijf in Murphy’s woonst in Parijs ingespeelde Willie Dixon-nummers.

Als Murphy-fans van het eerste uur kunnen we het allemaal best wel appreciëren, maar tegelijk kunnen we ons toch ook niet van de indruk ontdoen, dat het allemaal net iets te braafjes klinkt. De intensiteit en de passie waarmee zijn grote voorbeelden hun materiaal aan de man brachten heeft Murphy hier immers niet echt weten te evenaren.

Elliott Murphy

Last Call Records

 

 

THOMAS DENVER JONSSON

“Barely Touching It”

(Kite Recordings / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

Tot een kleine week geleden waren wij er nog ten stelligste van overtuigd, dat het voor de nummer 1-stek in ons alt. country-eindejaarslijstje zou uitdraaien op een moeilijke keuze tussen “Farewell To The Fainthearted” van het Australische Halfway en “Jacksonville City Nights”, de jongste van Ryan Adams & The Cardinals, maar - zoals dat wel vaker gaat - terwijl die twee honden vochten om één been, liep een derde er mee heen… Die lachende outsider is in dit geval de jonge Zweed Thomas Denver Jonsson. Wat die op zijn zogeheten moeilijke tweede presteert is van een bijna onaardse schoonheid. De opvolger van het hier ook al zeer lovend onthaalde “Hope To Her” uit 2003 is gewoon nog enkele klassen straffer. Songs als het met Ned Oldham gebrachte en vaagweg aan Neil Young herinnerende “Silver Boy”, de als een soort Gram-versus-Emmy-duet met Nina Kinert opgevatte ballade “Dreams At The Film Club”, de broeierige alt. country slow “Dance Floor Borders”, de eigenzinnige roots pop van “Eyes Of Blue”, de moderne country folk van “Time Stops When I Hold You” en “Don’t Cry”, het glorieus rockende “Strange Luck”, de sombere neo-gospel-(alt.)countryrock van “Walther” en het heerlijke melancholische slaapliedje “Good Night”, het zijn stuk voor stuk voorbeelden van hoe het eigenlijk altijd zou moeten. Een betere alt. country-plaat zal je wat ons betreft dit jaar dan ook vast niet vinden…

Thomas Denver Jonsson

Sonic Rendezvous

 

 

JUD NEWCOMB

“Byzantine”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Toen hier enkele weken geleden met een kritisch oor werd geoordeeld over “Switcheroo”, de erg knappe jongste langspeler van The Resentments, hadden we het er al even over, dat ook van bandlid Jud Newcomb in zijn eentje nog voor de jaarwisseling nieuw werk te verwachten viel. En dat is er dus nu ook effectief met het van een wat bizarre titel voorziene “Byzantine”.

De vooral voorafgegaan door zijn koosnaampje “Scrappy” bekende zanger-gitarist wordt in zijn eigen Austin door tal van collegae echt op handen gedragen. Die eer verdankt hij niet alleen aan de rol die hij jarenlang speelde binnen Loose Diamonds, maar vooral ook aan zijn werk als songleverancier, gitarist en producer voor anderen. In zijn klantenbestand prijken zo ondermeer de namen van Ray Wylie Hubbard, Beaver Nelson, Toni Price, Michael Hall en Ian McLagan. Deze laatste (B-3, piano), zijn Resentments-maatje Bruce Hughes (bas), zangeres Kacy Crowley en de van zijn werk voor ondermeer de Silos bekende Daren Hess (drums) zijn zowat de bekendste gasten die we aantreffen in de namenlijst op de inlay van de opvolger van “Turbinado”. Op die plaat klinkt Newcomb over het algemeen heel erg relaxt. Met die zalige schuurpapieren stem van ‘m en zijn elektrische gitaar als voortdurende steun en toeverlaat waadt de man daarop aan een gezapig tempo doorheen tien nieuwe eigen nummers. Ingetogen akoestische deuntjes zoals het ook al van de jongste Resentments-schijf bekende, maar hier met een streepje strijkers opgewaardeerde “Gwendolyn”, de bloedmooie rootsy pianoballade “I Think Of You” en het al even pakkende “Repeated Mystery”, en als eerder mid-tempo te bestempelen rootsrockertjes als “Plain & Simple” en “Baby, Let’s Break The Rules” vormen daarbij de hoofdmoot.

De conclusie is simpel: zoals zo ongeveer alles wat ons dezer dagen vanuit het Resentments-kamp – de Resentments zelf, Jon Dee Graham, Stephen Bruton,… - bereikt, is ook “Byzantine” van Jud Newcomb een bijzonder fijn plaatje. Zo’n typisch groeibriljantje, waar je bij elke beluistering weer wat meer verknocht aan raakt.

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

VARIOUS ARTISTS

“American Fallout Americana Sampler Volume 1”

(American Fallout)

(3,5) J J J J

 

 

Americana Fallout is een gloednieuw rootsmuziekvriendelijk label uit Etters, PA. En “what better way” om maar meteen duidelijk te maken waarvoor je staat dan een representatieve sampler natuurlijk. Op “American Fallout Americana Sampler Volume 1” wordt daarom een verwoede poging gedaan om middels een zo breed mogelijk gehouden waaier aan stijlen gebracht door voornamelijk minder bekende artiesten een stevig eigen territorium af te bakenen. Het doet van opzet allemaal een beetje denken aan een stukje van de slogan waarmee het gezaghebbende vakblad No Depression jarenlang werd aan de man gebracht, “alt. country… whatever that is…” Het genre laat zich nu eenmaal moeilijk definiëren… Van soulvolle roots pop en Americana (Wayne Supergenius, Jenkins Hollow, Eddie Spaghetti, Trespassengers) gaat het daarom hier tot eigentijdse folk (Yikes McGee), van op de traditionele leest geschoeide bluegrass (The Grassy Knoll Boys) tot klassiek opgevatte roots rock (Blue Diamond Shine, Hawk, Andrew Vladeck, Altercana), van cowpunk (The Supersuckers) tot in een modern (rockend) kleedje gestoken old time music (Jack Chernos, Slimfit), van prachtig singer-songwritermateriaal (de hier ondertussen al wel wat bekendere Stephen Simmons en Jefferson Pepper) tot alt. country (Case 150, The Deadbillys). Variatie troef met andere woorden en dat is meteen ook de sterkste kant van dit schijfje. Dát plus natuurlijk het feit, dat je er weer enkele interessante nieuwe namen door leert kennen. (Bij aankoop van “Christmas In Fallujah” van Jefferson Pepper, één van die best wel een beetje bijzondere nieuwkomers, via de webstek van het label krijg je er deze leuke compilatie trouwens zomaar gratis bij. Een mooie geste.)

American Fallout

 

 

HEALTHY WHITE BABY

“Healthy White Baby”

(Broadmoor Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

Healthy White Baby is een eerder toevallig tot stand gekomen trio bestaande uit gitarist Danny Black van The Blacks, de van haar aandelen in Blue Mountain en later ook Laurie & John bekende bassiste Laurie Stirratt en drummer Ryan Juravic. Black en Stirratt leerden elkaar al in 2000 kennen, toen hun respectieve groepen met elkaar toerden. Daaruit ontstond een vriendschap die zelfs nog hechter zou worden, toen Stirratt in 2002 naar Chicago besloot te verkassen. Hun wederzijdse voorliefde voor genres als klassieke R&B, blues en country evenals sixties en seventies pop psychedelica maakte dat de twee wel voorbestemd leken om samen vroeg of laat ook zelf iets in die richting te gaan doen. En toen Stirratt via een gemeenschappelijke vriend in contact kwam met Juravic was Healthy White Baby snel een feit en werd besloten de daad ook effectief bij het woord te voegen. Het debuut van de drie is een dampende portie tot zijn brute essentie herleide vette rock (& roll). Geluidstechnisch gezien stonden daarvoor acts als de Velvet Underground en Creedence Clearwater Revival model, aldus de bezieler van de groep, Danny Black. Deze laatste is het ook die het merendeel van de vocalen voor zijn rekening neemt. Af en toe steekt Stirratt echter wel al eens een handje toe en dan is het legendarische X nooit echt ver uit de buurt. Er zijn hier trouwens wel meer elementen voorhanden die herinneren aan het werk van John Doe, Exene Cervenka en co.

Het uit gelijke delen rauwe (garage) rock & roll, ranzige blues en psychedelica opgetrokken visitekaartje van Healthy White Baby werd overigens gewoon in Chicago bij Black thuis ingeblikt. Daarbij was het de voornaamste betrachting van de drie een hun live performances zo dicht mogelijk benaderend geluid te vereeuwigen. Gewoon zang, gitaar, bas en drums dus, lekker hoekig ingeblikt, zonder al té veel overdubs en andere technische poespas. Het zodoende ontstane eindproduct zal daardoor in kringen waar The White Stripes en andere jonge geweldenaars op de nodige bijval kunnen rekenen ook wel gretig aftrek vinden.

Broadmoor Records

Sonic Rendezvous

 

 

LUKE ZIMMERMAN

“Twilight Waltz”

(Crow River Records)

(4) J J J J

 

 

Afdeling aangename verrassingen. Bij de naam Zimmerman ga je natuurlijk automatisch onwillekeurig even aan Bob Dylan denken, maar voortaan mag daar meteen ook wat aandacht voor deze nieuwkomer uit Minneapolis bij. Het debuut voor eigen rekening van deze zeventwintigjarige singer-songwriter is er immers één om vingers en duimen van af te likken. De manier waarop hij uit zo verschillende genres als (alt.) country, rock, pop en jazz een eigen geluid weet te distilleren dwingt immers diep respect af. Zimmerman, die in zijn jonge jaren een opleiding als klassiek pianist genoot, vervolgens zijn eerste liefde tijdelijk de rug toekeerde om zich te bekwamen in de teken- en schilderkunst om tenslotte toch weer in de muziek te belanden als kopstuk van de inmiddels alweer ter ziele gegane Crow River Band, voltrekt op “Twilight Waltz” een echt huzarenstukje. Met zijn aangenaam nasale stem schildert hij een tiental emotioneel behoorlijk diepgaande liedjes. Relaties en de daarmee gepaard gaande problemen vormen daarbij het voornaamste thema. Als treffende referentie zou bijvoorbeeld een Kip Boardman kunnen dienen. Ergens tussen de lijzige folk rock van een Neil Young of The Band, het meer urbane geneuzel van een Lou Reed, de alt. country-klaagzangen van de Jayhawks en Green On Red en de klassieke popdeunen van de eerder al genoemde Dylan en John Lennon strekt zich het fascinerende universum van Luke Zimmerman uit. En als die op zijn volgende platen even sterk uit de hoek kan blijven komen, lijkt er ons niets een stralende toekomst in de weg te kunnen staan.

Luke Zimmerman

CD Baby

 

 

AJ CROCE

“Early On”

(The Americana Recordings 1993-1998)

(Seedling Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Zijn naam – de betreurde Jim Croce is zijn vader - zal allicht hier en daar wel wat deuren hebben geopend die voor anderen al wat gemakkelijker dicht blijven, maar de vliegende start waarmee deze knaap zijn carrière jaren geleden aanvatte volledig aan dat gegeven toeschrijven zou wat al té simpel en bovendien geheel onterecht zijn. AJ Croce bulkt immers gewoon van het talent, dat was al vanaf dag één zo klaar als een klontje. Hij is gezegend met een heerlijke soulvolle stem genre Ray Charles, speelt piano als de besten en heeft bovendien ook het schrijven van prachtige melodieuze pop- en soulliedjes klaarblijkelijk met de paplepel mee ingegeven gekregen. Dat hij inmiddels niet langer onder dak is bij een grote platenfirma is dan ook zo goed als onbegrijpelijk. Croce is er echter de man niet naar om bij de pakken te blijven zitten. Na het onlangs nog verschenen nieuwe album “Adrian James Croce” grijpt hij nu via zijn eigen labeltje Seedling Records terug naar de drie platen waarmee het voor hem ooit allemaal begon. “Early On” is een achttien tracks tellende collectie met materiaal van de CD’s “A.J. Croce” uit 1993, “That’s Me In The Bar” uit 1995 en “Fit To Serve” uit 1998. En laat dat nu net de albums zijn waarvoor wij hem zo appreciëren. Als een soort van kruising tussen soullegende Ray Charles en singer-songwriter-iconen Randy Newman en Tom Waits schudde hij daarop als veelbelovende nieuwkomer spontaan het ene pareltje na het andere uit de mouw. Het resultaat daarvan was, dat soulvolle – vaak ook enigszins jazzy ingevulde - liedjes als “Trouble In Mind”, “He’s Got A Way With Women”, “Texas Ruby”, “Which Way Steinway”, “I Found Faith” en “That’s Me In The Bar” zelfs hier te lande door de betere radiostations nagenoeg werden doodgeknuffeld. En het doet dan ook bijzonder veel deugd om ze hier keurig op één schijfje voor het nageslacht bewaard te weten. Wie de eerste drie Croce-platen nog niet in huis zou hebben, heeft hier in onze ogen een heel erg vette kluif aan! Of het daarbij nu gaat om een ruimdenkende rootsmuziekliefhebber dan wel om een fan van nieuwe jazzigheid à la Norah Jones, Joss Stone, Michael Bublé en Jamie Cullum doet eigenlijk zelfs helemaal niets terzake.

AJ Croce

Sonic Rendezvous

 

 

MILTON MAPES

“The Blacklight Trap”

(Undertow / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“The Blacklight Trap” is na “The State Line” en het in de States volop onder lofbetuigingen bedolven “Westernaire” de derde CD van het uit Austin afkomstige collectief Milton Mapes. De haar naam aan de grootvader van haar kopstuk ontlenende groep bestaande uit zanger-liedjesschrijver Greg Vanderpool (zang, gitaren, orgel, banjo, harmonica), Roberto Sánchez (drums, percussie, harmonieën), Jim Fredley (gitaren, mandoline, harmonieën), Cliff Brown, Jr. (orgel, keyboards, piano, elektrische gitaren, harmonieën) en Britton Beisenherz (bas, piano) grossiert daarop in materiaal dat je niet meteen vanuit Texaanse hoek zou verwachten. Je omzichtig besluipende en vervolgens genadeloos overvallende Americana rock is het, die beurtelings herinnert aan de Neil Young van ten tijde van “Tonight’s The Night”, aan Uncle Tupelo en aan Marah, maar evengoed aan over het algemeen wat fijnbesnaardere collegae à la Richard Buckner en Damien Jurado. De broeierige elektrische gitaarpartijen, het bezielde toetsenwerk, de rauw-hees-tedere zang van Vanderpool, zich geduldig als sfeervolle geluidstapijten ontrollende liedjes, die van Milton Mapes lijken over aardig wat bijzonder sterke troefkaarten te beschikken om hun opmars naar de absolute top van het huidige Americana-gebeuren snel tot een goed einde te kunnen brengen. Het feit dat ze in een recent verleden reeds de planken deelden met acts als Marah, Richmond Fontaine, The Broken Family Band, The Handsome Family, Ron Sexsmith en Willie Nelson lijkt dat trouwens alleen maar te bevestigen.

De absolute stand-out hier is wat ons betreft overigens het zich op majestatische wijze loom voortslepende en uit gelijke delen Springsteen en Young opgetrokken “Underneath The River Runs”. Kippenvel gegarandeerd! Maar dat geldt hier wel voor meer nummers…

Milton Mapes

Sonic Rendezvous

 

 

BLUES TRAVELER

“¡Bastardos!”

(Vanguard Records / Munich)

(3) J J J

 

 

Het in een productie van ex-Wilco-gitarist Jay Bennett opgenomen “¡Bastardos!”, het inmiddels ook alweer achtste studio-album van het al sinds het einde van de jaren tachtig aan de weg timmerende, uit New York afkomstige kwartet Blues Traveler is zondermeer hun beste so far. Anders dan dat in het verleden wel eens het geval was verliezen harmonicavirtuoos John Popper en co hier het liedje immers niet al te vaak meer uit het oog. De dagen van het eindeloze gejam lijken daarmee zo ongeveer definitief achter de rug. Staar je trouwens vooral ook niet blind op de eerste helft van de naam van de groep. Ondanks her en der nog voorzichtig aanwezige blueselementen moet je dit gezelschap eerder als een rock act bestempelen. Ideeën ontleend uit de soul- en sixties-psychedelica-hoek zorgen daarbij ditmaal bijna voortdurend voor wat extra (klank)kleur. Het resultaat is een bij momenten onder zijn instrumentale rijkdom kreunend geheel, waarvan onder impuls van radiogenieke deunen als “Amber Awaits”, “Leaning In” en “After What” – vooral in de States - best wel eens een aardige partij over de toonbank zou kunnen gaan. Een pluim bij dezen ook nog voor het fraaie C&W-stijl artwork, al blijkt dat uiteindelijk dan ook al even misleidend als de groepsnaam…

Blues Traveler

Vanguard Records

 

 

MELANIE

“Photograph (Double Exposure)

(Munich Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met deze worp zullen die van Munich Records binnenkort vooral in kringen van verstokte bloemenkinderen en andere zich hardnekkig aan hun lange hippieharen vastklampende medemensen op een goed rapport kunnen rekenen. Ook al betreft het dan een heruitgave van een pas medio de jaren zeventig verschenen album van Melanie Safka. Eén van haar beste überhaupt, dat wel. De New York Times noemde het in 1976 zelfs “één van de beste popplaten van het jaar”. En in Rolling Stone verbaasde men er zich vooral over hoe La Safka vrijwel moeiteloos de horde van bloemenkind tot vrouw had genomen. Het zijn geloofsbrieven die kunnen tellen…

En nu is dat klassieke album “Photograph” dus voor het eerst ook op CD verkrijgbaar. En met een bepaald niet onaardige bonus bovendien. Op een aan het oorspronkelijke album toegevoegd schijfje bevinden zich immers veertien niet eerder verkrijgbare nummers. (Met ondermeer alternatieve versies van “Groundhog Day” en “Cyclone”, aanvullende uitvoeringen van “Secret Of The Darkness” en een toffe cover van “Ruby Tuesday” van de Stones.) Fans en verzamelaars wrijven zich dus wellicht nu al uitgebreid in de handen. Wij kunnen ons hier echter niet echt van het gevoel ontdoen, dat het allemaal wat gedateerd klinkt. Een gevoel dat we trouwens – dat voegen we er bij wijze van verontschuldiging graag even bij - net zo goed hebben bij andere - door velen als klassiekers bestempelde - platen uit diezelfde periode van acts als de Eagles, Fleetwood Mac of Al Stewart. Stuk voor stuk zijn ook dat kleine meesterwerkjes, die ondanks een weelde aan mooie liedjes té sterk verbonden zijn met de periode waarin ze ontstonden om ook nu nog mateloos te kunnen blijven boeien. De genadeloze tand des tijds, weet je wel… (Neemt echter niet weg, dat Melanie een ongelooflijk goede zangeres is én blijft.)

Melanie

Munich Records

 

 

ELEMENT OF CRIME

“Mittelpunkt Der Welt”

(Polydor / Universal Music)

(4) J J J J

 

 

De Duitse taal zal voor sommigen wellicht een beletsel vormen, maar hier zou je toch beslist eens even moeten naar luisteren. Na een afwezigheid van vier jaren pakken de multigetalenteerde Sven Regener en de zijnen immers opnieuw uit met een album om van te snoepen. De nu vierenveertigjarige Regener gebruikte die wat langere carrière-time-out om zich volledig te kunnen wijden aan zijn boeken “Herr Lehmann” en “Neue Vahr Süd”.

De nieuwe CD “Mittelpunkt der Welt” bevat naar goede oude gewoonte weer een royale dosis aangenaam-melancholische gitaarpopliedjes, waarin naast Regeners aparte stem en zijn bijzonder herkenbare (poëtische) teksten vooral ook de wat aparte muzikale invulling ervan in het oog springt: trompetje hier, accordeon daar, warme keyboards ook, lap steel, mandoline, mondharmonica, strijkers,… Je krijgt er voorwaar een prettig gevoel vanbinnen van. Wij zijn al jaren een grote fan van dit gezelschap, leer ze zo snel mogelijk kennen en je zal begrijpen waarom… Een goede raad die zeker de fans van zulke acts als Tindersticks, Hobotalk, Nick Cave, de jonge Waits en Calexico zich ter harte zouden moeten nemen.

Element Of Crime

 

 

BELLYACHERS

“200 Lucky Feet Move The Dragon”

(Pratfall Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met hun twee vorige CD’s – “Bottoms Up” uit 2000 en “Heavy In My Hands” uit 2002 - manifesteerden Sandra Mello (zang, bas), Melody Baldwin (zang, gitaar), Peter Craft (drums, zang) en Brian Mello (zang, gitaar, keyboards) zich tot één van de interessantere twang en honky-tonk acts van het ogenblik. Op “200 Lucky Feet Move The Dragon”, hun derde, wordt echter vrij resoluut geopteerd voor een beduidend meer power-pop-gerichte aanpak. Gelijk van bij het openingsnummer “Fool’s Game” laten de vier er amper twijfel over bestaan dat ze vanaf nu nieuwe horizonten willen verkennen. Via een ’n klein beetje aan Foreigner’s “Cold As Ice” herinnerende piano intro belanden we in een lekker strakke power-popdeun, waarin jengelende gitaren welig tieren. Brian Mello neemt ons even later met “Crisis Of Faith” mee op een reis doorheen de tijd naar de hoogdagen van de new wave pop. (Retro is hier immers bijna voortdurend het Leitmotiv!) En met nummers als “Heaven Is Blue” en “Halfway Around The World” belandt Sandra Mello wel erg nadrukkelijk in het vaarwater van Aimee Mann in haar hier veel te weinig bekende ‘Til Tuesday-tijd.

Slechts hier en daar nog herinneren de vier aan de Bellyachers van weleer. De twangy ballade “Forever Changed” klinkt zo bijvoorbeeld als een vrouwelijk antwoord op knapen als een Chris Isaak en een Raul Malo, “Walking Time” is mooie akoestische folk pop en het afsluitende “Swan Dive” een juweel van een alt. country-sleper met hoofdrollen voor een broeierige pedal steel en de bijna onaards mooie stem van Sandra Mello.

We gaan hier niet onder stoelen of banken steken, dat hun twee vorige albums ons eigenlijk beter bevielen, maar dat neemt in het geheel niet weg, dat ook “200 Lucky Feet Move The Dragon” erg sterke momenten heeft en dat een aanschaf ervan zeker te overwegen valt. Al verdient het wel aanbeveling om er eerst eens goed naar te luisteren alvorens die stap te zetten.

The Bellyachers

 

 

MINOR MAJORITY

“Up For You & I”

(Big Dipper Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Minor Majority – aparte naam, niet? En al bijna even apart is de plaats die dit Noorse gezelschap de jongste jaren binnen het Europese rootsmuzieklandschap voor zichzelf opeist. Opgestart in 2000 en met “Up For You & I” na het in 2001 verschenen “Walking Home From Nicole’s” en het van een jaar later daterende “If I Told You, You Were Beautiful” inmiddels al aan zijn derde CD toe blijft het om de zoetgevooisde Pål Angelskår verzamelde vijftal vriend en vijand verbazen met liedjes die nu eens verwijzen naar Simon & Garfunkel, dan weer naar de akoestische Neil Young, met tussendoor ook wel eens een knipoog naar het oeuvre van acts als de Tindersticks, Hobotalk en The Church. Melancholische liefdesliedjes met – ondanks flink wat akoestische gitaren en strijkers - een scherp randje zijn Angelskårs specialiteit en in zijn thuisland hebben die hem alvast geen windeieren gelegd. Van hun nieuwe CD verkochten die van Minor Majority daar ondertussen immers reeds 20.000 exemplaren, goed voor een gouden plaat. En optredens samen met Chris & Carla van The Walkabouts, Violent Femmes en hun hier stukken bekendere landgenoot Bjørn “Stringmachine” Berge vormen een welgekomen illustratie voor de vaststelling dat ze ook bij steeds meer collega-muzikanten in de bovenste schuif komen te liggen. Wat ons betreft alvast een ideale gezel, deze plaat, voor als binnenkort ook de temperaturen en het weer meer in het algemeen wat meer herfstige allures gaan aannemen.

Minor Majority

Sonic Rendezvous

 

 

MARK FOSSON

“Jesus On A Greyhound”

(Big Otis Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Om maar meteen met het goede nieuws in huis te vallen: dit is een verbluffend mooie plaat! Eén van de allerbeste albums eigenlijk die wij dit jaar al in handen mochten houden. De stemgewijs heel erg aan Greg Trooper herinnerende Mark Fosson (zang, gitaar, banjo, dulcimer, mando, harmonica en spoons) is werkelijk een meester-verteller. En van zijn in een productie van Edward Tree (ook verantwoordelijk voor bijdragen op dobro, gitaren en harmonium) en in het gezelschap van klasse-muzikanten als een Dave Beyer (drums, percussie), Gabe Witcher (fiddle), Bob Glaub (bas), David Jackson (bas, accordeon, hambone), Lisa O’Kane (zang) en Sarah Colemen (zang) opgenomen “Jesus On A Greyhound” straalt een ongelooflijke warmte af. Het is allemaal een beetje vergelijkbaar met wat knapen als de hoger al vermelde Trooper, een Jeff Talmadge en een John Gorka doen. Prachtige, zich in de schemerzone tussen country en folk tot echte oorwurmen ontwikkelende akoestische luisterliedjes zijn de spécialité de la maison. Eén van de absolute hoogtepunten daarvan is het religieus getinte, behoorlijk belerend opgevatte titelnummer, waarin Fosson in de huid van Jezus als passagier op een bus kruipt om ons allemaal nog eens op onze aardse plichten te wijzen. Net als Richard Stooksbury eerder deze maand en Terence Martin een poosje geleden een naam om stevig in de gaten te houden.

Mark Fosson

Lucky Dice

CD Baby

 

 

REV. HORTON HEAT

“We Three Kings – Christmas Favorites”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

MARAH

“A Christmas Kind Of Town”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

  

 

Ho-ho-ho, ho maar zeker… Met op de thermometer nog steeds temperaturen die nog volop herinneren aan de toch alweer een poosje tot het verleden behorende zomer vielen hier zopas de eerste kerstalbums van het jaar al in de brievenbus. Een vreemde gewaarwording…

Nummer een in het rijtje is het toepasselijk getitelde “We Three Kings – Christmas Favorites” van de Reverend Horton Heat. Jim Heath en de zijnen vliegen er na een nog wat aarzelend begin genadeloos in en verkopen de ene kerstklassieker na de andere een vette rock & roll-oplawaai van jewelste. Zelfs jaar na jaar door radiomakers dood geknuffelde standards als “Frosty The Snowman”, “Santa Bring My Baby Back”, “Jingle Bells”, “Santa Claus Is Coming To Town”, “Santa Looked A Lot Like Daddy”, “Rudolph The Red Nosed Reindeer” en “Winter Wonderland” klinken hier daardoor bij momenten behoorlijk opwindend en dat wil al iets zeggen…

Voor nummer twee moeten we bij die van Marah zijn. En dat is geheel andere koek. Die onlangs met “If You Didn’t Laugh, You’d Cry” nog voor één van dé albums van het jaar verantwoordelijke groep verdeelt op “A Christmas Kind Of Town” de aandacht over klassiek kerstmateriaal à la “Baby It’s Cold Outside”, “Christmas Time’s A Comin’”, “Let It Snow”, “Silver Bells”, “Have Yourself A Merry Little Xmas” en “Auld Lang Syne” en een stel eigen, speciaal voor deze gelegenheid gepende liedjes. Onder het bijna verontschuldigend aandoende motto “This record is for anyone and everyone, regardless of religion or race, who just likes it when December rolls in.” musiceren de broers Bielanko en co er ongedwongen zomaar een eindje op los. Veel meer dan wat typisch eindejaarsvermaak voor Americana-liefhebbers gezegend met een hart voor Kerstmis maar tezelfdertijd ook met een stevige dégout voor de Sinatra’s, de Crosby’s en aanverwanten van deze wereld moet je er echter niet van verwachten. Kwestie van geen al té grote ontgoochelingen op te lopen…

Rev. Horton Heat

Marah

Yep Roc

Sonic Rendezvous

 

 

STEVE DAWSON

“Sweet Is The Anchor”

(Undertow / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Steve Dawson geniet hier te lande vooral bekendheid als het kopstuk van Dolly Varden, de groep waarin hij en zijn wederhelft Diane Christensen sedert het midden van de jaren negentig het mooie weer maken. Met albums als “The Thrill Of Gravity”, “Mouthful Of Lies”, “Forgiven Now” en “The Dumbest Magnets” wist dat gezelschap zich een stevige reputatie te verwerven bij de alt. country incrowd. Gedragen door Dawsons onmiskenbare compositorische talenten, zijn soulvolle voordracht en de heerlijke samenzang met zijn vrouw leek de groep met elke release een stapje dichter te komen bij een echt tijdloos meesterwerk. Maar nu is er dus “Sweet Is The Anchor”, ’s mans solodebuut. En op die plaat exploreert hij veel meer nog dan in het verleden de soul- en R&B-kant van zijn eigen artistieke persoonlijkheid. Dawsons muzikale jeugd werd dan ook grotendeels bepaald door wat hij vond in de gigantische platencollectie van zijn vader, waarvan precies die twee genres en jazz de hoofdmoot uitmaakten. Moeder Dawson zorgde van haar kant dan weer voor de klassieke sixties touch met wat Dylan, wat Beatles en wat Stones, en country was gewoon alomtegenwoordig. Waar bij Dolly Varden die drie componenten nog naadloos in elkaar overvloeiden, ontpopt Dawson zich op “Sweet Is The Anchor” nogal nadrukkelijk tot een soort van moderne Al Green. Heel sporadisch – zoals in het naar jazzy Americana neigende “Ten Thousand Pounds” bijvoorbeeld – lijken rootsy elementen nog wel even de bovenhand te krijgen, maar het sleutelwoord is en blijft hier toch ontegensprekelijk jaren-zeventig-soul. Een beetje zoals op de jongste drie albums van Nick Lowe eigenlijk. Bloedmooi is het alleszins.

Steve Dawson

Sonic Rendezvous

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand oktober.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Shane Alexander “Shane Alexander”Various Artists “Early Country Radio” en “Mountain Gospel” - Lucy Kaplansky “The Tide”Various Artists “For A Decade Of Sin: 11 Years Of Bloodshot Records”JJ Schultz Band “Something To Me”Jimmy Ryan & Hayride “Gospel Shirt”Marah “If You Didn’t Laugh, You’d Cry”Liz Janes & Create (!) “Liz Janes & Create (!)” - Joe Fournier “Three Chord MacGyver”Vienna Teng “Warm Strangers”Mack Starks “ Blind Spot” - Blue Rodeo “Are You Ready”Gé Reinders “Blaos Mich Nao Hoes”Tracy Bonham “Something Beautiful”The Matt Angus Thing “Political Pop” - Kathy Mattea “Right Out Of Nowhere”Kevin Deal Band “Raw Deal – Kevin Deal Band Live”Charlie Gracie “Just Hangin’ Around” - Richard Stooksbury “Richard Stooksbury”Christine Lavin “FolkZinger”The First Miles “Aim For The Heart, Go!” - Joy Lynn White “One More Time”Luke Doucet “Outlaws (Live And Unreleased)” en Aloha, Manitoba” en Various Artists “Six Shooter Records: More Large Than Earth (We Will Warn The Stars)” - Eileen Rose “Come The Storm”The Highwaymen “The Road Goes On Forever: 10th Anniversary Edition”Johnny Hickman “Palmhenge” - Old 97’s “Alive & Wired”Todd Fritsch “Todd Fritsch”Various Artists “Thunder Road – Tracks Inspired By The Boss (Uncut)” - The Kingsbury Manx “The Fast Rise And Fall Of The South”Various Artists “New Music From New West”T-99 “Cherrystone Park”Perry Keyes “Meter”Neil Young “Prairie Wind”Rodney Crowell “The Outsider” - Patty Loveless “Dreamin’ My Dreams”Half Knots “Half Knots”Carolyn Mark “Just Married: An Album Of Duets”Switchback “Bolinree” - Eric Andersen “Waves (Great American Song Series Vol. 2)”Eric Taylor “The Great Divide” - Mark Eitzel “Candy Ass”Bill Staines “The Second Million Miles” - Krista Detor “Mudshow”Brian Joseph “If I Never Sleep Again”Jordan Chassan “East Of Bristol, West Of Knoxville” - Rich McCulley “Far From My Angel”Honi Deaton & Dream “Promise To A Soldier”