ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Lucinda Williams “Car Wheels On A Gravel Road – Deluxe Edition”The Lancaster Orchestra “Never Cried Once When I Could Have”Andre Williams With The Diplomats Of Solid Sound “Aphrodisiac” - Ramsay Midwood “Popular Delusions & The Madness Of Cows”Rich Hopkins & The Luminarios “The Horse I Rode In On”Hayseed Dixie “Monster Mash”Lost Compadres “Limited Edition EP” - Todd Thibaud “Live”Laurie Lewis & The Right Hands “The Golden West” - Kimmie Rhodes “Small Town Girl”Rod Stewart “Still The Same… Great Rock Classics Of Our Time” - Vaya Con Dios “The Ultimate Collection” (CD + DVD)JP Jones “Magical Thinking”Frank Carlier “Americana 101”Bucksworth “Thingsfoundwalkingwithyerheaddown”Erja Lyytinen “Dreamland Blues”Six Mile Grove “Bumper Crop”Michelle Anthony “Frozenstarpalace” - Dijsseldonk “Bijna Lente”Joe Ross “The Spirit Of St. Louis” - The Holmes Brothers “State Of Grace”Edie Carey “Another Kind Of Fire”Nickel Creek “Reasons Why (The Very Best)”Joan Osborne “Pretty Little Stranger”Jinder “I’m Alive”The Stumbleweeds “Evil On Your Mind”Robert Wiersma “Times Hold On” - Blackie And The Rodeo Kings “Let’s Frolic”Nanci Griffith “Ruby’s Torch”McKay Brothers “Cold Beer & Hot Tamales”Bonnie Raitt “Bonnie Raitt And Friends” (CD + DVD)A.J. Roach “Revelation”Butch Hancock “War And Peace”Gert Vlok Nel “Beaufort-Wes Se Beautiful Woorde”The Hideaways “The Whiskey Tango Sessions”Durwood Haddock “Honky Tonk Crazy And Other Love Songs”Tracy Huffman “Ever Notice A Crow”Brian Burns “Border Radio”

 

LUCINDA WILLIAMS

“Car Wheels On A Gravel Road

(Deluxe Edition)

(Lost Highway / Mercury / Universal)

(5) J J J J J

 

 

Net als de enkele weken geleden verschenen “20th Anniversary Edition” van Dwight Yoakams debuut “Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.” is ook deze “Deluxe Edition” van Lucinda Williams’ in 1998 verschenen meesterwerkje “Car Wheels On A Gravel Road” wat ons betreft een echte voltreffer. En daar zijn verschillende redenen voor op te sommen. Er zijn eerst en vooral natuurlijk de hier in volledig geremasterde versie opduikende nummers van het origineel, die met brio de tand des tijds blijken te hebben doorstaan. Er zijn verder ook nog drie extra tracks, waaronder twee niet eerder verkrijgbare (“Down The Big Road Blues” en “Out Of Touch”). En de al van de soundtrack bij de film “The Horse Whisperer” bekende alternatieve versie van “Still I Long For Your Kiss” completeert het eerste van twee schijfjes. Het tweede is volledig gewijd aan op 11 juli 1998 in Penn’s Landing in Philadelphia, PA tijdens het WXPN Singer Songwriter Festival gemaakte live-opnames. Daarop nogal wat materiaal van “Car Wheels” uiteraard, maar toch ook ander moois uit de catalogus van La Williams als “Pineola”, “Something About What Happens When We Talk”, “Hot Blood” en “Changed The Locks”. Heel speciaal allemaal, al was het maar omwille van de fantastische bijdragen van Kenny Vaughan en oude bekende Bo Ramsey op respectievelijk de elektrische en de slide. Beiden zaten ze klaarblijkelijk in de vorm van hun leven en Williams zelf doet vocaal absoluut niet onder voor de heren.

Lucinda Williams

Lost Highway Records

 

 

THE LANCASTER ORCHESTRA

“Never Cried Once When I Could Have”

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

 

“Een in melancholie zwelgend meesterwerkje is het. Net als de Noor Thomas Dybdahl blijkt ook Carl Mathson een echte meester in het creëren van herfstig aandoende sfeertjes, die je beurtelings een heel erg warm gevoel vanbinnen bezorgen en tot op de rand van een depressie drijven.” We schreven het al naar aanleiding van “With Help From Absent Friends”, ‘s mans eersteling, en we kunnen daar als het gaat over zijn nieuwe plaat “Never Cried Once When I Could Have” eigenlijk maar bitter weinig aan toevoegen. Met zijn subtiele alt. countrydeuntjes pakt Mathson ons ook ditmaal weer genadeloos in. Met zijn een heel klein beetje aan Richard Buckner herinnerende lijzige stem tekent de jonge Zweed veertien nummers lang voor de ideale najaarssoundtrack. Wat hij doet leunt verder ook aan bij het werk van onder anderen Lambchop en Bonnie “Prince” Billie, maar het is toch allemaal net iets meer country en derhalve ook net iets toegankelijker.

Wordt straks dus een moeilijke keuze. Welke van zijn twee platen zal ons jaarlijstje halen? “Never Cried Once When I Could Have” of “With Help From Absent Friends”? Of toch maar allebei? Gelukkig moet jij die keuze bij je platenboer niet maken, je kan ze je zonder aarzelen gewoon allebei aanschaffen. Beide zijn het immers ontegensprekelijk zogeheten “no risk discs”.

The Lancaster Orchestra

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

ANDRE WILLIAMS

WITH THE DIPLOMATS OF SOLID SOUND

“Aphrodisiac”

(Vampisoul / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

De ene Williams is duidelijk de andere niet! Doen of deden de drie Hanks het voornamelijk met country, voegde ons aller Lucinda daar virtuoos een snuif alt. aan toe, dan moet krasse seventysomething Andre het hebben van een kruidige mix van R&B, soul, blues, rap en rock. Met de Diplomats Of Solid Sound bestrijkt de “Black Godfather” op z’n nieuwe CD “Aphrodisiac” aardig wat terrein. Zowel stilistisch gezien, als wat betreft het tekstuele. Thema’s als “l’amour” (het zwoele, qua groove voorzichtig naar Zuid-Amerika lonkende “Do You Remember?”), de orkaan Katrina (het stomende “Three Sisters”) en alcoholisme (het over een regelrecht hypnotisch ritme neergelegde “I’m Not Worthy”) worden door een nog bijzonder goed bij stem zijnde Williams aangepakt in aanstekelijke songs, die de gouden R&B- en souldagen van weleer regelmatig laten herleven. Knap hoe de man het hier en nu weet te verklanken in songs, die met één voet duidelijk in het verleden zijn blijven staan, maar met de andere swingend dansgrage benen van nu tot actie aanmanen. Wij hopen, dat wij in ons zeventigste levensjaar nog even kwiek uit de hoek mogen komen…

Andre Williams

Vampisoul

Sonic Rendezvous

 

 

RAMSAY MIDWOOD

“Popular Delusions & The Madness Of Cows”

(Farmwire Records)

(5) J J J J J

 

 

 

Als “Shoot Out At The OK Chinese Restaurant” uit 2002 je meug was, dan zal ook “Popular Delusions & The Madness Of Cows”, de zopas verschenen tweede van Ramsay Midwood, je zonder ook maar de minste twijfel heel erg bevallen. Ook dat is immers weer zo’n typische plaat voor de eeuwigheid, een klassieker in wording. In een productie van Don Heffington zingt-mompelt Midwood zich met z’n gruizige scheur een weg doorheen acht nieuwe songs van eigen hand en eigenzinnige adaptaties van de traditionals “Rattlesnake” en “When God Dips His Pen”. Ergens halverwege Tom Waits en J.J. Cale blijkt nog ruimschoots voldoende plaats voor ‘s mans sympathiek rammelende mix van blues, folk en Americana. Randy Weeks, Kip Boardman, Danny McGough, Phil Parlapiano, Greg Leisz, Jon Birdsong, David Jackson, Jake LaBotz, David Vaught en de al eerder genoemde Don Heffington zorgen daarbij voor een erg “rootsy” invulling van het geheel.

Zondermeer één van dé platen van het jaar!

Ramsay Midwood

CD Baby

 

 

RICH HOPKINS & THE LUMINARIOS

“The Horse I Rode In On”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Precies drie jaar geleden verscheen met “Ka-Ju-Tah” de laatste studioplaat van Rich Hopkins And The Luminarios. En afgaande op de kwaliteit van de elf nummers op “The Horse I Rode In On”, de van een erg knap hoesje voorziene nieuwste worp van de man, heeft het hem bepaald goed gedaan om er eens zijn tijd voor te nemen. Gelijk van bij het openingstweetal van de plaat, het door Adrian Esparza op z’n twaalfsnarige “Mind Bender” Rickenbacher een aardig eind richting het geluid van wijlen de Byrds gestuwde duo “Nuthin’ You Can Do” en “Hurt You” (Een knap duet met bassiste Anna Rosales!) is het stevig raak. Vervolgens wordt er in het titelnummer van de plaat een kurkdroge pot “gerockt in de woestijn”, krijgt “Mexican Sky” ondermeer door de bijzonder knappe lap steel-inbreng van Stefan George een flinke shot melancholie toegediend en mogen ook in “Draggin’” de gitaren weer op z’n Neil Youngs loos gaan. In het verstilde “Mt. Graham” volstaan Hopkins’ stem en een akoestische gitaar ruimschoots om brokken te maken, “1973 (Do You Remember?)” is een springerige rocker die qua feel inderdaad aan die bewuste periode herinnert, “Linea #27” weer zo’n knappe trage, “Voices” een lillende lap gitaargestuurde folkrockpsychedelica, “Hard Times” gewoon voortreffelijke roots rock zondermeer en de Neil Young-cover “Mr. Soul” een ten onrechte als bonus track aan het eind van de plaat weggemoffelde desert rock-kuitenbijter. Niet de enige bonus hier trouwens, want met de video van “Linea #27” gunt Hopkins ook zijn kijkgrage fans op de valreep nog hun pleziertje.

Rich Hopkins & The Luminarios

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

HAYSEED DIXIE

“Monster Mash”

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3) J J J

 

 

Een zoveelste opstoot van jolige creativiteit vanuit het imaginaire dorpje Deer Lick Holler, diep in het hart der Appalachen. Ter gelegenheid van Halloween verscheen van de vier van Hayseed Dixie onlangs de EP “You Wanna See Something Really Scary?” en daarvan wordt nu de rockgrass-versie van “Monster Mash” van Bobby “Boris” Pickett & The Crypt Keepers ook als single op ons losgelaten. Niks nieuws onder de zon eigenlijk. De heren Scotch, Reno en Byers vloeren immers ook deze klassieke hit genadeloos met hun altijd weer even aantrekkelijke mix van bluegrass, old-time mountain music en rock. Extra track op de single is het al wat oudere “Cat Scratch Fever”, door de niet meer zo jonge lezers van deze pagina’s wellicht ooit nog meegebruld met gitaarbeul Ted Nugent.

Hayseed Dixie

Cooking Vinyl

Bertus

 

 

LOST COMPADRES

“Limited Edition EP”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Amper vier tracks telt de in een gelimiteerde oplage aan de man gebrachte debuut-EP van het uit de Oostenrijkse hoofdstad Wenen afkomstige vijftal Lost Compadres, maar die volstonden wel ruimschoots om ons van de niet geringe kwaliteiten van het kwintet te overtuigen. “Find Myself” is zo een al gelijk van bij een eerste beluistering ervan niet meer uit je hoofd te bannen lap country schatplichtig aan zowel The Man in Black himself als aan de zijn naam als een zegen dragende Bastard Sons. De ballade “A Hundred Times” lonkt ondermeer door het toetsenwerk van Florian Kraemmer nogal nadrukkelijk naar de Californische alt. country scene, “Full Moon” is Americana zoals je die eerder vanuit het diepe Zuiden van de States dan vanuit “of all places Vienna” zou verwachten en “Go Out And Get Her” superaanstekelijke countryrock van een al even hoog niveau. Noteer Robert Tauber (zang, gitaar), Thomas Faustmann (gitaar, zang), Peter “Woody” Hoppa (pedal steel, dobro, gitaar), Kurt Schmutzer (bas) en de al genoemde Florian Kraemmer (zang, drums, keyboards) wat ons betreft dus alvast maar als een combo om vooral niet uit het oog te verliezen! Als ze ditzelfde torenhoge niveau binnenkort een hele langspeelplaat lang blijken aan te kunnen, dan heeft Europa er wederom een topact bij. Wij kijken er nu al met argusogen naar uit!

Lost Compadres

 

 

TODD THIBAUD

“Live”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Altijd weer interessante releases, de door het Duitse Blue Rose uitgebrachte live-albums van acts actief voor dat label. Het blijken vrijwel zonder uitzondering leuke aanvullingen op het repertoire van de artiesten in kwestie. Kan je dus ook maar weinig op tegen hebben. Zelfs al gaat het dan ook om de zoveelste live-plaat van zo’n artiest, zoals bijvoorbeeld in het geval van de vanuit de buurt van Boston actieve singer-songwriter/rootsrocker Todd Thibaud, die wat dat betreft bijzonder actief is. Nu, ons niet gelaten, hoor! Thibauds concertopnames vallen immers altijd reuze mee en dat is ook met de zopas verschenen dubbelaar “Live” niet anders. Het betreft daarbij de registratie van een op 17 december 2004 in het kader van de jaarlijkse Blue Rose Christmas Party in het Bürgerhaus in het Duitse Böckingen afgewerkte show. Ruim twee uur lang vergastte Thibaud de aanwezigen op songs afkomstig van al zijn studioplaten, daarbij uiteraard wel focussend op z’n laatste, “Northern Skies” – met negen van de dertien songs daarop wel erg goed vertegenwoordigd! Daarnaast vond hij ook nog de tijd om met knappe versies van “Helpless” en “You Ain’t Going Nowhere” twee van zijn eigen helden te eren, te weten Neil Young en Bob Dylan.

Zelf nam Thibaud naast de zang ook wat gitaar- en harmonicawerk voor zijn rekening, Jabe Beyer assisteerde op gitaar, Sean Staples deed hetzelfde op mandoline, Steve Mayone tekende voor de basnoot en Dave Westner was verantwoordelijk voor het slagwerk. Een bijzonder hecht klinkende bende! Samen halen ze het onderste uit de kan in zowat alle hier door Thibaud ten gehore gebrachte songs. Die klinken in veel gevallen beter dan ooit tevoren. Zelden meegemaakt, dat iemand live zo af klonk en toch een zekere meerwaarde aan z’n materiaal wist mee te geven. Dat Thibaud een meester is in het schrijven van catchy rootsrockdeuntjes, dat wisten we natuurlijk al wel langer, maar hier excelleert hij toch vooral als performer. En precies dat maakt dit geheel zo speciaal. Alles klinkt hier zó warm, zó uitnodigend, dat je er gewoonweg niet omheen kan. En nergens klonk die lichthese scheur van een stem van ‘m eigenlijk al beter. Wat ons betreft is dit dan ook zondermeer de beste plaat die Thibaud ooit maakte!

Todd Thibaud

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

LAURIE LEWIS & THE RIGHT HANDS

“The Golden West”

(Hightone / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Weinig nieuw eigen materiaal op “The Golden West”, de nieuwe van Laurie Lewis, maar dat kan de pret absoluut niet drukken. Lewis en kompanen weten hun covers immers te kiezen! En de zangeres-fiddler, haar maatje Tom Rozum (zang, mandoline, mandola), Scott Huffman (zang, gitaar), Craig Smith (banjo) en Todd Phillips (bas) gaan daarbij voor een heerlijk gevarieerd programma, dat wellicht ook door menig een liefhebber van Americana fel gesmaakt zal worden. We noemen in dat verband bijvoorbeeld een erg mooie, door Huffman gebrachte versie van Billy Joe Shavers “Live Forever”, een sprankelende benadering van Jimmie Rodgers’ “99 Year Blues” door Rozum (Inclusief yodel!), een door Lewis en gastvocaliste Linda Ronstadt gedeelde uitvoering van de Stanley Brothers-klassieker “Rank Stranger”, het aan het songbook van Kate Campbell ontleende “Bury Me In Bluegrass”, de opzwepende Bill Monroe-instrumental “The Golden West”, John Hartfords “Goodbye Waltz” en het door zijn prachtige vocale wisselwerking tussen Rozum en Lewis opvallende “River Under The Road”, een nummer geschreven door Ana Egge, Jimmie Dale Gilmore en Sarah Brown.

Mooi zondermeer!

Laurie Lewis

Hightone Records

Sonic Rendezvous

 

 

KIMMIE RHODES

Small Town Girl”

(Sunbird / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

 

Ergens in de zomer van ’96 rijpte bij Kimmie Rhodes eerder toevallig het idee voor een theaterproductie. Het begon allemaal met het autobiografisch opgevatte liedje “Small Town Girl” en groeide vervolgens gestaag uit tot haar meest ambitieuze project so far, een soortement muzikaal sprookje, waarin ze haar versie van de werkelijkheid als kind en het verborgen verlangen om de wereld te verbeteren tot uiting brengt.

En nu is er dus ook de begeleidende soundtrack bij die productie. Daarop zestien liedjes, waarvan het merendeel zich als standaard-Richey laat omschrijven. Ingetogen luisterliedjes dus, gebracht met die erg mooie stem van ‘r. En daarbij wordt ze bijgestaan door nogal wat schoon volk. Met Wes McGhee, Gabe Rhodes, Joe Gracey, Marcia Ball, Freddie Krc, Johnny Gimble, Butch Hancock, Beth Nielsen Chapman, Joe Ely en Willie Nelson beperken we ons hier tot het vermelden van de voornaamste betrokkenen.

De meest in het oog springende liedjes op deze aangenaam voorbij trekkende collectie zijn wat ons betreft “Rose Loves The Carnival”, een duetje met Joe Ely, en het afsluitende “Rhinestone Highway”, door Willie Nelson opgewaardeerd met een fel gesmaakte gitaarbijdrage. Dat laatste nummer deed ons met plezier weer even terugdenken aan “Picture In A Frame”, haar ronduit fantastische duettenplaat met de Texaanse neuzelaar, ook al zingt hij ditmaal dan ook niet mee.

Kimmie Rhodes

Sonic Rendezvous

 

 

ROD STEWART

“Still The Same…”

(Great Rock Classics Of Our Time)

(J Records / Sony BMG)

(1,5) J J

 

 

 

Met veel poeha aangekondigd als een terugkeer van Rod Stewart naar zijn rock roots, maar wie daarin nog geloofde komt hier toch behoorlijk bedrogen uit. “Still The Same…” mag dan al een flinke stap terug vooruit zijn als je het album vergelijkt met de door de man de voorbije jaren afgeleverde croontoestanden, het is en blijft één grote, gladde commerciële bedoening. Akkoord, met zijn versies van nummers als “Have You Ever Seen The Rain” van Creedence Clearwater Revival en “Still The Same” van Bob Seger en de Silver Bullet Band komt hij nog behoorlijk goed weg (en die hoor je dus ook regelmatig op de radio), maar regelrechte draken als “I’ll Stand By You” (Pretenders), “It’s A Heartache” (Bonnie Tyler) of “Missing You” (John Waite) zijn nu niet meteen wat wij van een na al die jaren nog altijd fantastisch klinkende rockstrot als Stewart verwachten. Snel vergeten dus, die handel, en hoogdringend eens wat oude maats optrommelen om nog eens een plaat te maken die er echt toe doet.

Rod Stewart

J Records

 

 

VAYA CON DIOS

“The Ultimate Collection”

(CD + DVD)

(Sony BMG Belgium)

(4) J J J J

 

 

 

Altijd een beetje ‘n zwak voor gehad, voor dit collectiefje rond de zondermeer beste zangeres die ons landje rijk is. Jarenlang bewezen Dani Klein en haar kornuiten met hun aanstekelijke mix van elementen uit jazz, folk, blues, pop, soul, Frans chanson en zigeunermuziek, dat zelfs een hits kopend en makend publiek soms wel eens oren aan z’n lijf heeft. En dus zagen we deze “ultieme collectie” ook graag komen aanwaaien. Noem het maar een hernieuwde poging tot een comeback, na de jammerlijke mislukking die “The Promise” van zo’n jaar of twee geleden toch was. Van “Just A Friend Of Mine” over “Don’t Cry For Louie” tot “Johnny”, van de complete miskleun “Puerto Rico” – Ai, ai, ai, inderdaad! – tot de fantastische soulsleper “What’s A Woman?” of “Time Flies”, van meezinger “Nah Neh Nah” tot “Don’t Break My Heart” of “Time Flies”, allemaal staan ze erop, de grote hits van Vaya Con Dios. Alle 5 hun reguliere albums zijn in meer of mindere mate vertegenwoordigd, zelfs het zoals al gesteld qua verkoopscijfers aardig tegenvallende “The Promise” komt met nummers als “Je L’Aime, Je L’Aime” en “Don’t Deny” aan bod. Daarnaast werden er met een met Aaron Neville gedeelde lezing van “What’s A Woman”, het in het Frans gebrachte “Pauvre Diable” en “Some Like It Hot” ook drie nieuwe songs aan het geheel toegevoegd. Wat van deze collectie pas een echt hebbedingetje maakt is evenwel de DVD in bijlage, met daarop een in de zomer van dit jaar in Brussel ingeblikt akoestisch optreden, een interview en een slideshow met foto’s. Een welgemeend “Welkom terug, Dani!” is hier wat ons betreft dan ook meer dan op z’n plaats.

Vaya Con Dios

 

 

JP JONES

“Magical Thinking”

(Vision Company Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Het schrijven van degelijke liedjes is een kunst. En JP Jones bewijst op zijn toch ook alweer twaalfde CD, dat hij die kunst als weinig anderen beheerst. Tien maanden deed hij erover om de elf liedjes op dat album in te blikken. Dat “Magical Thinking” als geheel bijzonder af klinkt, hoeft dan ook niet echt te verbazen. Na twee akoestische platen vormt het schijfje een terugkeer naar een wat voller georkestreerde sound. En bovendien pakt Jones stilistisch gezien ook vol uit. Opener “A Man Stands Up” is zo bijvoorbeeld een aan de late Springsteen verwante atmosferische rocker, het met een leuk accordeonmotiefje versierde “Prophet In His Prime” Americana uit dezelfde liga waarin ook knapen als John Gorka en Jeff Talmadge het mooie weer maken, “Wreck The Bed” bluesy folk genre J.J. Cale, “Us And Them” een pianoballade uit het popvakje, “Strut” folk zoals we die bijvoorbeeld ook regelmatig gepresenteerd krijgen door Bruce Cockburn, “Fool In Love” een erg knappe countryeske lap singer-songwriter stuff, “Loaded Question” wordt bijna Dylanesk gebracht en het al uit 1976 stammende “The Fire And The Rose” is met z’n 14 minuten en 54 seconden het verhalende summum hier.

Voor liefhebbers van singer-songwriters die net dat ietsje meer te bieden hebben een onvoorwaardelijke aanrader!

JP Jones

CD Baby

 

 

FRANK CARLIER

“Americana 101”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Zo mogen wij ze dus graag hebben, onze roots-CD’s! Knappe, lekker donkere stem, puike teksten, dito liedjes en ook de muzikale invulling ervan is zondermeer af te noemen. Van het betere popwerk genre het van mooi piano- en akoestisch gitaarwerk voorziene “Julia Painted” tot ronduit zalige Americana zoals het met een stukje “Blue Moon Of Kentucky” opgewaardeerde “Old Crow” of de border song “Underneath The American Dream”, van een sfeervolle instrumentale als het ook al volop richting de Zuid-staten lonkende “Manuel’s Farewell” tot Byrdsy jengelpop type “Last Man Standing”, humor op z’n John Prines in “I’m Going On The Jerry Springer Show”, pure singer-songwriter country à la “Old Red” of het onwaarschijnlijk knappe “Angels In The Death House” – met z’n heerlijke Emmylou-eske harmony vocals van Carol O’Quinnen – en een venijnige rocker als “White Trash”, Frank Carlier speelt met “Americana 101” in op zo ongeveer al onze wensen en noden. In plaats van bij je eindejaarsaankopen zoals steeds op safe te spelen raden we je dan ook ten stelligste aan om eens wat lui gelukkig te maken met dit schijfje. Ze zullen het je naderhand vast in dank afnemen!

Frank Carlier

CD Baby

 

 

BUCKSWORTH

“Thingsfoundwalkinwithyerheaddown”

(Silent John Records)

(3) J J J

 

 

 

“Thingsfoundwalkinwithyerheaddown” is de wat aparte, hier de nodige jeugdherinneringen oproepende titel van de nieuwe CD van Bucksworth. Weinig nieuws onder de zon daarop. Zanger-groepsleider Mark Nemetz klinkt nog steeds als een kruising tussen de jonge Van Morrison en Dr. John en muzikaal gezien putten hij en zijn kompanen nog altijd uit genres als country, R&B, blues, gospel en rock om tot een eigen geluid te komen. De sterkste momenten zijn deze waarin de countryfactor het zwaarst doorweegt. We denken dan meteen aan deunen als het lekker twangende “Waiting For The Truth”, het wel erg traditioneel opgevatte slepertje “From Where We’re From” of het met een flinke shot swing opgewaardeerde “Lil Girl (Is Mean)”. Ook leuk: het muzikaal gezien een weinig aan Willy DeVille herinnerende “Too Many Smokes” en het soulvolle “Get Poor Slow”.

Gasten bij de opnames van “Thingsfoundwalkinwithyerheaddown” waren onder anderen Lisa Nemetz, Jesse Harris en Kelly McGuire.

Miles Of Music

 

 

ERJA LYYTINEN

“Dreamland Blues”

(Ruf Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Vrouwen met gitaren! Het levert vooral in het blueswereldje steeds weer bijzonder sexy resultaten op! En dan hebben we het zeker niet in de eerste plaats over het visuele aspect. Heel wat dames benaderen het genre gewoonweg anders dan hun mannelijke collega’s. De jonge Finse Erja Lyytinen illustreert die stelling bijvoorbeeld perfect. Op haar door Ian Parker geproduceerde internationale debuutschijf “Dreamland Blues” toont ze zich een uitstekende zangeres, een bekwame songsmid en vooral ook een begenadigde slidegitariste. De na “Pilgrimage”, een in de Zuid-staten van de States opgenomen samenwerking met Aynsley Lister en Ian Parker, al door velen liefdevol tot de “Finse Bonnie Raitt” omgedoopte Lyytinen bestrijkt op die eersteling nogal wat terrein. Opener “Skinny Girl”, haar “signature song”, is een lekker vette bluesrock instrumental, “Why A Woman Plays The Blues” beantwoordt niet alleen die prangende vraag, maar is tegelijk ook een knappe hybride van blues en funk, “Best For You” koppelt op sfeervolle wijze Memphis soul aan R&B en voedt nadrukkelijk de hoger aangehaalde vergelijking met de grote Bonnie Raitt, met een seductieve benadering van “It Hurts Me Too” van Etta James geeft Lyytinen aan haar klassiekers wel degelijk te kennen en beheersen en in het door Ian Parker aangedragen “Mississippi Callin’” zit een flinke dosis swamprock verscholen. Dé kleppers hier zijn echter het door een gemene slide aangejaagde “Good Lovin’ Man” en het beklijvende, zijn titel alle eer aandoende titelnummer. Nummers als dat tweetal bevestigen op indrukwekkende wijze de groeiende reputatie van Erja Lyytinen als één van dé aanstormende talenten in Bluesland. En ons mag ze vanaf nu alvast tot haar onvoorwaardelijke fans rekenen!

Erja Lyytinen

Ruf Records

 

 

SIX MILE GROVE

“Bumper Crop”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Sommige platen doen er net iets langer over om op onze schrijftafel te belanden dan andere. De nog vrijwel dagelijks in omvang toenemende Americana scene blijkt immers steeds moeilijker controleerbaar en dat er al eens iets onder onze radar door vliegt is dus ook maar normaal. Maar goed, we doen ons best en we zijn hier ook niet te beroerd om af en toe eens met een inhaalmanoeuvre uit te pakken. Zoals ook nu weer voor “Bumper Crop”, de vierde CD van Six Mile Grove. Da’s een plaat die dat ook zeker verdient. De vier rond zanger-songwriter Brandon Sampson tekenden daarop immers voor veertien kwalitatief bijzonder hoogstaande liedjes, die ons geregeld doen terugdenken aan de hoogdagen van de Jayhawks en andere aanverwante groepen. Sampson, bassist Dezi Wallace, toetsenman Barry Nelson en drummer-percussionist Brian Sampson grossieren ruim vijftig minuten lang in twangy countryrockdeuntjes die opvallen door een instant catchy karakter. Rinkelend Byrds-gitaartje hier, wat banjo, mandoline, harmonica en orgel daar, de vier weten duidelijk hoe je een song aantrekkelijk brengt. En zelfs al is dit dan ook niet echt een nieuwe plaat meer, toch willen we je van hieruit graag aanraden om er eens naar op zoek te gaan. Wij werden – Beter laat dan nooit! - immers bijzonder aangename zin verrast door dit volledig in eigen beheer ingeblikte en uitgebrachte product.

Six Mile Grove

Miles Of Music

 

 

MICHELLE ANTHONY

“Frozenstarpalace”

(MercTwyn Records)

(3,5) J J J J

 

 

Michelle Anthony wist ons al met haar door Jay Bennett geproduceerde debuutplaat “Stand Fall Repeat” van haar niet onaanzienlijke capaciteiten als chanteuse en liedjesschrijfster te overtuigen. Met donkere (alt.)countryballades zocht ze daarop nadrukkelijk een plaatsje in het rijtje Welch-Williams-Moorer-Edwards. “Frozenstarpalace”, haar nieuwste, plaatst haar in ander gezelschap. Ditmaal liggen vergelijkingen met andere dames als een Aimee Mann, een Sarah McLachlan, een Tift Merritt, een Bonnie Raitt, ja zelfs een Carole King meer voor de hand. De zeven nummers op die nieuwe, door de ondermeer van zijn werk voor Fleetwood Mac bekende Barry Goldberg geproduceerde plaat worden gekenmerkt door een nadrukkelijke pop feel, zij het dan ook her en der gekruid met een fikse snuif country soul. Vooral de belangrijke rol die in songs als “Lead Glass Tiffany Shades”, titelnummer “Frozenstarpalace” en de ballades “Aluminium” en “White Lies” weggelegd blijkt voor piano en strijkers voedt die vaststelling. Het leukste nummer is wat ons betreft echter net het voor de plaat atypische rockertje “Ugly Side”. Daarin botsen de werelden van Lucinda Williams en K.T. Tunstall op bijzonder aantrekkelijke wijze op elkaar en dat weet ons precies daar te raken waar we het graag hebben.

Michelle Anthony

Miles Of Music

 

 

DIJSSELDONK

“Bijna Lente”

(Inbetweens / Clear Spot)

(4) J J J J

 

 

 

JW Roy deed het al. BJ Baartmans niet zo heel erg lang geleden nog. En nu laat ook voormalig Smalltown Romeos-kopstuk Eric van Dijsseldonk zich verleiden tot een volledige langspeelplaat in het Nederlands. Bij onze noorderburen groeit klaarblijkelijk dus bij steeds meer artiesten binnen de roots music scene aldaar het verlangen om zich in hun eigen taal te uiten. En dat is een ontwikkeling die wij van hieruit eigenlijk alleen maar kunnen toejuichen. Die keuze voor het Nederlands lijkt immers een meesterzet als het erom gaat een groter publiek aan te spreken. Kijk in dat verband bijvoorbeeld maar naar het succes van een groep als Rowwen Hèze. Dat gezelschap blijkt ondertussen steeds weer goed voor een stevige verkoop van zijn albums, daarmee gepaard gaande topnoteringen in de vaderlandse hitparades en uitverkochte concerten. Een gegeven, waaraan de grotere toegankelijkheid van hun teksten zeker niet vreemd zal zijn. Het kost het publiek nu eenmaal minder moeite om mee te kunnen in het Nederlands.

“Bijna Lente”, de nieuwe van Dijsseldonk en het eigenlijke onderwerp van deze bespreking, klinkt als geheel een stuk steviger dan zijn voorganger, het nog grotendeels akoestische “33 1/3”. Voor heel wat van de liedjes daarop is als je ’t ons vraagt de term pop veel meer op zijn plaats dan (roots)rock. Dat geldt bijvoorbeeld al voor het knappe, op indringende wijze een mislukte liefde bezingende openingsnummer “Weer Geprobeerd”. Dat nummer groeit mede door het voortreffelijke snarenwerk van producer Gabriël Peeters erin tot een perfecte gitaarpopdeun uit. En ook “Bijna Lente”, het door zijn wat aparte, positivistische benadering van de momenteel helaas weer volop regerende donkere najaarsdagen opvallende titelnummer, is zo’n echte oorwurm van een popsong, geknipt voor radiogebruik. Het slome, aan een uitzichtloze “crush” bestede “Maandag” valt dan weer wel onder de noemer roots rock en is daarmee een uitzondering hier. Vervolgens zijn er de sombere, sfeergewijs aan iets als “Under The Milky Way” van The Church herinnerende ballade “Mooi Geweest”, het ingehouden rockende en van het zelfvertrouwen bulkende definitieve afscheidslied “Ik Kan Best Zonder Jou” en het ongemeen mooie, in het eigen dialect gebrachte “Eindhoven”, een ode aan de “misschien wel lillekste stad van het land”, die van Dijsseldonk getuige een regel als “wa d’r ok mag gebeure, ik blijf vur altijd an jouw kant” toch een heel warm hart toedraagt. Het onder stevige gitaren kreunende “Geen Gehoor (Als Jij Niet Luistert)” kaart aansluitend daarop treffend een zeer eigen aan de tijd van nu aan, “Zwak Voor Jou” is een aan schuifeltempo gebrachte uiteenzetting over een oude vriendschap die eigenlijk al net iets meer blijkt, “Geen Zin” haalt bijtend uit naar het alsmaar meer als vervangleven fungerende fenomeen televisie en de wereld in z’n algemeenheid, “Requiem Voor De Romeo’s” is een ingetogen muzikale slotmis voor zijn ex-groep en “Nergens Heen” een jazzy kroniek van de aangekondigde dood van een relatie.

De slotsom? Dit is een erg knappe plaat! Prima liedjes, pakkende teksten, dito zang. Meer moet dat voor ons absoluut niet zijn!

Dijsseldonk

Inbetweens Records

 

 

JOE ROSS

“The Spirit Of St. Louis

(Zephyr Records)

(4) J J J J

 

 

 

Bezig baasje, deze Joe Ross! Nauwelijks een paar maanden na z’n uitstekende CD “Festival Time Again” pakt hij alweer uit met een nieuw album en dat is, het moet gezegd, zelfs nog beter. Met “The Spirit Of St. Louis” herdenkt Ross de tachtigste verjaardag van Charles Lindberghs eerste solovlucht over de Atlantische Oceaan in 1927. In het gezelschap van kleppers uit het bluegrassgenre als een Bryan Bowers, een Al Brinkerhoff, een Tim Crouch, een Scott Vestal, een Radim Zenkl, een Randy Kohrs en leden van groepen als Cedar Hill, Cold Thunder en The James King Band presenteert hij op die nieuwe plaat van ‘m elf nieuwe originals en een cover van de traditional “St. Anne’s Reel”. En net als op “Festival Time Again” blijken die nieuwe eigen deunen ook ditmaal weer zonder uitzondering winners. Sprankelend ingevulde bluegrasskleinoden zijn het, die in positieve zin opvallen door hun ijzersterke, meteen toegankelijke melodieën en een bijzonder groot countryhart. Ross toont zich met andere woorden naast een begenadigde multi-instrumentalist andermaal een meester-songwriter. En als hij erin zou slagen om een platendeal bij een wat groter label met een hart voor bluegrass als Sugar Hill, Rebel of Pinecastle te landen, dan gaan we beslist nog veel van deze knaap horen. En da’s maar terecht ook!

Joe Ross

 

 

THE HOLMES BROTHERS

“State Of Grace

(Alligator / Munich)

(5) J J J J J

 

 

 

Op 22 november staan ze op de planken van het CC Mechelen en geloof ons vrij, dat optreden wil u vooral niet missen! Wat de broers Sherman en Wendell Holmes en drummer-falsetto Popsy Dixon op hun binnenkort te verschijnen nieuwe CD “State Of Grace” in een productie van Stephen Street aanbieden is immers ronduit subliem te noemen. Dit is rootsmuziek buiten categorie! Veertien nummers lang wordt er weer geharmonieerd dat het een lieve lust is en stilistisch gezien blijft ons niet één uithoek van het canvas gespaard. Van de pure soul van hun cover van Nick Lowe’s “(What’s So Funny ‘Bout) Peace, Love And Understanding” tot de kippenvelgospel van “God Will”, van een verrassende en superaanstekelijke cajun-benadering van CCR’s “Bad Moon Rising” tot de swampy folk van “Close The Door”, van de broeierige R&B van “Gasoline Drawers” tot het tot een heuse pianoballade omgebouwde “I Want You To Want Me” van Cheap Trick, van de Ray Charles naar de kroon stekende country soul van “Ain’t It Funny What A Fool Will Do” tot de vette blues van “Standing In The Need Of Love”, zo goed als alles hier schreeuwt uit volle borst om de term wereldplaat. ’t Is dat ze pas in januari van volgend jaar verschijnt, anders noteerden we haar nu al als hét album van het jaar.

(Releasedatum: 16 januari 2007.)

The Holmes Brothers

Alligator Records

 

 

EDIE CAREY

“Another Kind Of Fire”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

U houdt van de muziekjes van dames als een Shawn Colvin, een Lori McKenna en een Patty Griffin? Dan moet u beslist ook eens even een oor te luister leggen bij deze Edie Carey. Net als dat drietal beschikt ook Carey over een ongelooflijk mooie stem en schrijft ze aan de lopende band erg fraaie liedjes. En als je daar nog aan toevoegt, dat de ondermeer voor zijn werk met Martin Sexton en de al genoemde McKenna Crit Harmony op “Another Kind Of Fire”, haar ondertussen toch ook alweer vierde studioplaat, tekent voor een bijzonder rijke productie, herinnerend aan het werk van ondermeer een John Leventhal voor Colvin of een John Jennings voor Mary Chapin Carpenter, dan weet ‘n beetje liefhebber van zingende liedjesschrijfsters als de in deze bespreking her en der opduikende eigenlijk al meer dan genoeg. Ergens tussen pop, folk en Americana betovert Carey vrijwel voortdurend. Ze brengt liedjes die aanvoelen als een warme sjaal op een gure winteravond. En wat dat betreft had dit album dus eigenlijk ook nauwelijks op een beter moment het daglicht kunnen zien.

Edie Carey

CD Baby

 

 

NICKEL CREEK

“Reasons Why (The Very Best)”

(CD + DVD)

(Sugar Hill / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

De eindejaarsfeesten komen er weer stilletjes aan en de eerste, als geschenken o zo handige verzamel-CD’s beginnen dan ook naar goede jaarlijkse gewoonte weer op onze schrijftafel te belanden. “Reasons Why” is er zo bijvoorbeeld eentje. Daarop wordt keurig verdeeld over twee schijfjes het beste van het experimenteergrage jonge Amerikaanse bluegrasstrio Nickel Creek samengebracht. Op het eerste, een CD, vinden we van hun in 2000 verschenen en door Alison Krauss geproduceerde titelloze debuut “The Lighthouse’s Tale”, “Out Of The Woods”, “Reasons Why” en “When You Come Back Down” terug, van de twee jaar jongere opvolger “This Side” “Smoothie Song”, “I Should’ve Known Better” en het titelnummer, en van hun derde langspeler “Why Should The Fire Die?” “When In Rome”, “Helena”, “Somebody More Like You”, “Can’t Complain” en “Jealous Of The Moon”. Om het voor de bezitters van die albums ook allemaal een beetje aantrekkelijk te houden werden aan dat mooie twaalftal ook nog enkele uit het jaar 2000 stammende live-opnames toegevoegd. Het betreft daarbij de nummers “You Don’t Have To Move That Mountain” en “The Fox”.

Het tweede schijfje, een DVD, herbergt de video’s bij een zestal van de ook op de CD terug te vinden liedjes, aangevuld met die van “Speak”. Op die manier wordt “Reasons Why” vooral een ideale instapper voor hen die nog niet zo vertrouwd zijn met het werk van broer en zus Sean en Sara Watkins en hun virtuoze maatje Chris Thile.

Nickel Creek

Sugar Hill

 

 

JOAN OSBORNE

“Pretty Little Stranger”

(Vanguard / Welk / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

 

What if God was one of us? Dan zou ie zich nu waarschijnlijk net als ons zitten afvragen, waarom de maakster van het onsterfelijke liedje waaraan we die vraag ontleenden zich voor haar prestigieus opgevatte nieuwe plaat niet volledig heeft beperkt tot Americana. Op dat door Steve Buckingham geproduceerde schijfje hinkt Joan Osborne immers net iets teveel op twee gedachten om van een volledig geslaagd project te kunnen spreken. Enerzijds lonkt ze met tal van (folk)popdeuntjes nog nadrukkelijk naar de hitlijsten, anderzijds vergast ze ons ook op een aantal echte Americana beauties. Het mee door de twangy gitaar van Steve Gibson gedragen titelnummer “Pretty Little Stranger” is er bijvoorbeeld zo eentje. Dat nummer deed ons meteen sterk denken aan het werk van iemand als Rodney Crowell. Ook heel mooi, de soulvolle sleper “Brokedown Palace”. Voor die Garcia & Hunter-cover blijkt Allison Moorer zo ongeveer de ideale referentie. Met “Holy Waters”, waarin Alison Krauss en Tania Hancheroff tekenen voor erg fraai harmonieerwerk, belandt Osborne vervolgens dan weer in het vaarwater van dames als Patty Griffin en Patty Loveless. En over Patty Griffin gesproken, haar “What You Are” is één van de absolute hoogtepunten van “Pretty Little Stranger”. Samen met “Please Don’t Tell Me How The Story Ends” van Kris Kristofferson en het door Osborne samen met Gary Nicholson gepende “Dead Roses” dan. Het eerste is een prima staaltje ingetogen country van het niveau van een Emmylou Harris, het tweede een volop van z’n blues feel profiterende oorwurm, die mede dankzij de Wurlitzer- en B3-bijdragen van Reese Wynans en een streepje slide van Sonny Landreth strandt in de buurt van het recentere werk van de grote Bonnie Raitt. Als Osborne dat niveau een hele plaat lang had kunnen aanhouden, dan zouden we “Pretty Little Stranger” meteen tot moordplaat hebben gebombardeerd. Maar dat is helaas dus niet het geval. Wat evenwel niet wegneemt, dat je hier mits wat voorprogrammeerwerk een aardige kluif aan overhoudt. Ook dingen als de knappe trage “’Til I Get It Right” en het met Rodney Crowell gebrachte “When The Blue Hour Comes” zijn immers verre van kwaad. En af klinkt wat Osborne hier doet ook al allemaal.

Joan Osborne

Vanguard Records

 

 

JINDER

“I’m Alive”

(Folkwit Records)

(3,5) J J J J

 

 

Tijd weer eens voor wat spul afkomstig van bij onze Britse spitsbroeders. Met “I’m Alive” van Jinder belanden we meer bepaald in Bournemouth. Zeg nu zelf, niet meteen een plaats, waar je uit eigen beweging naar Americana zou gaan zoeken. En toch loont dat zeer de moeite. De drieëntwintig jaar oude Brit waarvan hoger sprake levert met zijn tweede album immers een in zowat elk opzicht geslaagde schijf af. Stemgewijs leunt hij akelig dicht aan bij Ryan Adams. En ook muzikaal gezien sluit wat hij doet vaak aardig aan bij het werk van deze laatste. Vooral de wat rustigere, tussen folk en country gedijende liedjes dan. Iets als “Travellin’ Song” bijvoorbeeld, waarin het prachtige steelwerk van Melvin Duffy overigens absoluut een speciale vermelding verdient, of zo’n slepertje als “Cicadas Café” ook. Zeer mooi zijn daarnaast ook het net als de hele plaat aan zijn grote voorbeeld opgedragen “Townes’ Blues”, het op een bijna-walsmotiefje rondzwevende “A Song To Myself” en een gedreven versie van de traditional “In My Time Of Dyin’”, de enige cover hier.

Verrassend goed!

Jinder

MySpace

Folkwit Records

 

 

THE STUMBLEWEEDS

“Evil On Your Mind”

(Spinout Records)

(4) J J J J

 

 

Tweede album van het lichtjes fantastische vijftal uit Boston, dat ook daarop weer het zo ongeveer perfecte huwelijk tussen rockabilly, country en Americana weet te voltrekken. Lynnette Lenker en haar kompanen kennen hun klassiekers zoveel is wel duidelijk. Gelijk van bij de stevig “tonkende” opener van “Evil On Your Mind”, het gelijknamige nummer van Harlan Howard weet je dat je hier goed zit. Er is de hard country in de stemmen van Lenker zelf en Lisa Beauregard, er is het lekker vette gitaarwerk van Dennis Kelly en ook bassist Jack Hanlon en drummer Johnny Cote geven ‘m serieus van jetje. Het is het begin van een vijftien tracks lange trip doorheen een land waar authenticiteit nog hoog in het vaandel wordt gevoerd. Zes daarvan zijn originelen, de negen andere zeer geïnspireerde covers van materiaal van anderen. Met als meest in het oog springende wat ons betreft zondermeer Wanda Jacksons “Saving My Love”, het een vrouwvriendelijker jasje aangemeten “Only Mama That’ll Walk The Line”, bekend ondermeer van Waylon Jennings, en een swingende benadering van Leon Payne’s “I Love You Because”. Moet je wel van houden!

The Stumbleweeds

MySpace

Spinout Records

 

 

ROBERT WIERSMA

“Times On Hold”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

Robert Wiersma mag je wat ons betreft gerust in één adem noemen met landgenoten van ‘m als een J.W. Roy, een Ad Vanderveen of een Ad “The Watchman” van Meurs. Net als die knapen is de Groninger immers een fantastische singer-songwriter, actief in wat we gemakshalve maar weer eens het Americanagenre zullen noemen. Slechts gewapend met een stel gitaren tekent hij op “Times Hold On” voor twaalf veelal zwaar melancholische liedjes, die duidelijk de invloed van groten als Gene Clark, Gram Parsons, Townes Van Zandt, Neil Young en Bob Dylan verraden. In zijn teksten laat de Noord-Nederlander beurtelings herinneringen, dromen en eigen filosofietjes de revue passeren. Dat levert plaatjes van songs als het ergens in de buurt van de Byrds strandende afscheidslied “On Hold”, het aan de Neil Young van zijn “Harvest”-periode herinnerende “Going Nowhere” en het voorzichtig naar bluegrass neigende “The Ride Never Ends” op.

Met elke beluistering lijkt deze schijf weer wat beter te worden! En in zo’n geval lijkt het ons dan ook niet meer dan gepast dan om van een heus groeibriljantje te spreken. Alleszins warm aanbevolen!

Robert Wiersma

CD Baby

 

 

BLACKIE AND THE RODEO KINGS

“Let’s Frolic”

(True North Records)

(4) J J J J

 

 

 

Ergens in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw bundelden singer-songwriters Stephen Fearing en Colin Linden en de vooral van zijn werk met Junkhouse bekende Tom Wilson hun krachten in een als eerbetoon aan het adres van de in kennerskringen in zijn thuisland Canada op handen gedragen maar verder niet erg bekende Willie P. Bennett. En die samenwerking resulteerde al in 1996 in een eerste, door critici onder lofuitingen bedolven album, “High Or Hurtin’”. Ondanks die succesvolle start bleven de drie uiteindelijk echter toch in de eerste plaats voor eigen rekening actief. En het zou dan ook duren tot ’99 alvorens ze met de dubbelaar “Kings Of Love” hun fanschare van een tweede shot heerlijk authentieke folk, blues en rootsrock voorzagen. Opnieuw vier jaar later volgde “BARK” en sinds kort is er nummer vier, het olijk getitelde “Let’s Frolic”. En dat is net als haar voorgangers, u raadt het al, een in haar totaliteit ijzersterke plaat. Lekker gevarieerd ook weer! Zo zijn de door Wilson gezongen liedjes “Silver Dreams” en “That’s What I Like” zalige melodieuze rootsrock van het genre waarop de Traveling Wilburys ooit een patent leken te hebben, hebben “House Of Soul”, “Crown Of Thorns”, “Heaven For A Lonely Man” en “Under The Rain” mede door de keyboard-inbreng van Malcolm Burn en het pedal steelwerk van Daniel Lanois veel gemeen met het zweverige werk van deze laatste, groeit “The Fool Who Can’t Forget” mede dankzij de prachtige harmonieerpartijen van countryster Pam Tillis uit tot schuifel-Americana van het allerbeste soort en zijn “Let’s Frolic”, “Life Is Golden” en het van een weirde intro voorziene “Into The Grey” excellente lappen blues(rock) signé Linden. En dan hadden we het nog niet eens over de meer singer-songwriter-georiënteerde bijdragen van Fearing, zoals een “Lovin’ Cup”, de pure soul van “I Give It Up Everyday” of het retestrak rockende “Buried In Your Heart”. U begrijpt, hier is sprake van een echte dijk van een rootsrockplaat. Warm aanbevolen!

Blackie And The Rodeo Kings

True North Records

 

 

NANCI GRIFFITH

“Ruby’s Torch”

(Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Dat Nanci Griffith een fantastische liedjesschrijfster is, is, naar we mogen aannemen, ondertussen algemeen bekend. En dat ze met enige regelmaat ook in andermans materiaal vocaal weet te schitteren, zal wellicht ook maar hier en daar een enkeling ontgaan zijn. Om dingen als haar vertolking van Julie Golds “From A Distance” of haar beide “Other Voices”-platen kon je nu eenmaal maar moeilijk heen. Net als voor die twee laatste albums opteerde La Griffith ook voor haar nieuwe CD weer voor een duidelijk omlijnd concept. De elf nummers erop vormen immers een pakkend eerbetoon van harentwege aan het adres van de torch song. Zich geruggensteund wetend door een dertien man sterk strijkensemble straalt ze in liedjes als Jimmy Webbs “If These Walls Could Speak”, Tom Waits’ “Ruby’s Arms”, “Grapefruit Moon” en “Please Call Me, Baby” en andere genreklassiekers als “In The Wee Small Hours Of The Morning”, “Bluer Than Blue” en “Never Be The Sun”. Voor een persoonlijke noot zorgen verder herinterpretaties van haar eigen nummers “Brave Companion Of The Road” en “Late Night Grande Hotel”. De chanteuse Griffith laat zich daarbij op niet één enkele uitschuiver betrappen. Prachtig gewoon, hoe ze zich in het door haar gekozen songmateriaal inleeft en er een persoonlijke draai aan geeft. Zoiets is alleen de allergrootsten gegeven.

(Releasedatum: 14 november 2006.)

Nanci Griffith

Rounder Europe

 

 

MCKAY BROTHERS

“Cold Beer & Hot Tamales”

(Medina River Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Na de vruchtbare samenwerking met Gurf Morlix die in 2004 resulteerde in hun titelloze debuutplaat gingen de broers Noel en Hollin McKay voor hun tweede een verbond aan met de al even gerenommeerde Lloyd Maines. En ook die voelt hun muziek nagenoeg perfect aan. De McKays kunnen daardoor op “Cold Beer & Hot Tamales” andermaal verbluffend sterk uit de hoek komen. Muzikaal gezien sluit wat ze doen ook ditmaal weer aan bij het werk van kleppers als een Steve Earle, een Robert Earl Keen, een Guy Clark en een Willie Nelson. De hoekstenen van hun repertoire vormen andermaal country en rock en het liefst van al in één en dezelfde vlotte beweging gepresenteerd dan nog. Dat resulteert in lekker twangy singer-songwritermateriaal, dat het goed zal doen bij zowel liefhebbers van elk van de hoger genoemde artiesten als bij fans van (Texaanse) country over het algemeen. Echte snoepjes zijn wat ons betreft vooral de tweetalig gebrachte en ongegeneerd met het Tex-Mex-genre flirtende songs “Texas Heart, Mexican Soul” en “Acompañeme”, het protestlied “The Disappearing Texas”, het slepende “Bandera Style (Whiskey, Smoke And Beer)” en het ondeugende, met de tong diep in de wang geplant gebrachte rockertje “Silicone Baby”. Met deuntjes van dat kaliber bevestigen de McKay-broertjes al het goede wat we hier al naar aanleiding van hun debuut over hen schreven.

McKay Brothers

Lone Star Music

 

 

BONNIE RAITT

“Bonnie Raitt And Friends”

(CD + DVD)

(Capitol / EMI)

(4) J J J J

 

 

Naast een geweldige zangeres en een begenadigde gitariste is Bonnie Raitt ook een fantastische performer. Wie haar ooit live aan het werk zag zal je dat maar al te graag navertellen. En als je daarmee geen genoegen kan nemen is er nu “Bonnie Raitt And Friends”, de bijzonder klantvriendelijk opgevatte nieuwe van La Raitt, bestaande uit telkens één CD en één DVD. Het betreft daarbij een registratie van een optreden dat ze op 30 september van vorig jaar ten beste gaf in Trump Taj Mahal, Atlantic City, NJ. De moeite alleen al voor de gasten die erop passeren. Met Jon Cleary brengt Raitt zo bijvoorbeeld diens “Unnecessarily Mercenary”, met Alison Krauss glijdt ze doorheen de romantische ballade “You”, Keb’ Mo’ komt voorbij in het lekker vette “Love Letter”, Ben Harper mag het R&B-heupwiegertje “Two Lights In The Nighttime” en het gospeleske “Well, Well, Well” mee naar een hoger niveau tillen, Norah Jones doet mooie dingen in “I Don’t Want Anything To Change” en met z’n allen tekenen ze voor de razend knappe grande finale “Love Sneakin’ Up On You”. En de DVD heeft bovendien ook nog een met Alison Krauss gedeelde versie van “Papa Come Quick”, een met Keb’ Mo’ gebracht “No Gettin’ Over You” en een heerlijke uitvoering van “Tennessee Waltz” met Norah Jones voor je in petto. Niet al te lang over nadenken dus, gewoon ogenblikkelijk in huis halen, die handel!

Bonnie Raitt

Capitol Records

 

 

A.J. ROACH

“Revelation”

(New FolkStar Records)

(4) J J J J

 

 

 

Singer-songwriter A.J. Roach groeide op in het bergrijke Scott County, Virginia, thuishaven van onder anderen ook de legendarische Carter Family. Een stukje achtergrondinformatie dat bij nader inzicht quasi onmisbaar blijkt bij het plaatsen van zijn muziek. Niets, maar dan ook werkelijk niets hier verbindt Roach immers met z’n huidige thuishaven San Francisco. Wat de man brengt, is een z’n door bluegrass, traditionele mountain music en old-time gospel gedomineerde jeugd reflecterende Americana-variant, waarin verder ook elementen uit genres als country, folk en blues een onderkomen vinden. “Revelation” is al zijn tweede CD. In 2003 verscheen met “Dogwood Winter” immers zijn debuut. Roach etaleert op die nieuwe plaat een echt neusje voor verhalen. En of je ’t nu folk, bluegrass, blues dan wel Americana dient te noemen, feit is, dat ook zijn liedjes staan als een huis. Met zijn bij momenten een weinig aan Cat Stevens herinnerende stem pakt hij je keer op keer opnieuw moeiteloos in. En als iemand als Ray LaMontagne het al vermocht om door te breken, dan deze Roach zeker ook. Songs als het bijzonder soulvolle, mede door het orgel van Charlie Rowan gedragen “Freezing Car”, het met Anna Coogan gebrachte titelnummer en de fantastische opener “Clinch River Blues” zullen er wellicht zelfs voor gaan zorgen, dat we deze plaat straks in aanmerking zullen laten komen voor ons eindejaarslijstje. En dat alleen al zou eigenlijk genoeg moeten zeggen!

A.J. Roach

Lucky Dice Mailorder

 

 

BUTCH HANCOCK

“War And Peace”

(Two Roads Records)

(3,5) J J J J

 

 

Wil Flatlander Butch Hancock met zijn nieuwste daadwerkelijk in de voetsporen van Tolstoi treden? Titelgewijs alvast wel. Inhoudelijk gezien is het echter veeleer een statement tegen oorlog en ander onrecht eigen aan de eeuw waarin we leven. Op z’n Dylans roept Hancock ons op om ons verstand te gebruiken. Hij spaart daarbij vooral de in zijn ogen schuldigen aan alle kwaad niet. In niet mis te verstane bewoordingen neemt hij hen in nummers als “When The Good And The Bad Get Ugly” en “The Devil In Us All” op de korrel. En als hij het in dat laatste liedje heeft over iemand die glimlacht als de duivel in ons allen en die vooral olie geroken heeft, dan snapt natuurlijk zelfs het kleinste kind, dat het vooral Bush is, die hier geviseerd wordt.

Leuk voor ons als muziekliefhebbers is, dat Hancock bij zoveel gemoraliseer toch nooit het liedje uit het oog verliest. Bijgestaan door Rob Gjersoe (elektrische giatren) en zijn maatjes Joe Ely en Jimmie Dale Gilmore (zang) tekent hij voor dertien deuntjes die ergens tussen folk en country bediend worden van een shot twang op z’n Texaans. Zo is “Road Map For The Blues” een lekker streepje countryrock, heeft “Toast” iets met bluegrass en old-time, valt de met Ely en Gilmore gebrachte tweeling “The Master Game” en “Cast The Devils Out” dan weer eerder onder Lone Star State singer-songwriter stuff, roept “Give Them Water” a capella op tot meer verdraagzaamheid en naastenliefde en is “Damage Done” van onder rinkelende gitaren schitterende folkrock. Bij zoveel creativiteit kunnen we alleen maar hopen, dat hij ons weer geen negen jaar op een volgende studioplaat zal laten wachten.

Butch Hancock

Village Records

 

 

GERT VLOK NEL

“BEAUFORT-WES SE BEAUTIFUL WOORDE”

(Munich Records)

(4) J J J J

 

 

Schoonheid is een universeel gegeven, dat blijkt maar weer eens naar aanleiding van de Nederlandse heruitgave van “Beaufort-Wes se Beautiful Woorde” van Gert Vlok Nel. Je hoeft heus geen connoisseur van het Zuid-Afrikaans te zijn om met volle teugen te kunnen genieten van wat die man op die plaat klaarmaakt. Ergens tussen kleinkunst en Americana zingt-dicht de in zijn eigen land in betrekkelijk korte tijd tot cultfiguur uitgegroeide Gert Vlok Nel acht liedjes bij elkaar, die je keer op keer opnieuw zal willen beluisteren. Hij is te situeren ergens tussen pakweg een Boudewijn de Groot, een Stef Bos, een Nick Drake en een Springsteen. Apart, maar wel héél mooi! Met het nummer “Tuesday” werd één bonustrack aan het geheel toegevoegd en op een extra schijfje krijg je er ook nog de DVD-versie van “Beautiful in Beaufort-Wes”, de door Walter Stokman gedraaide VPRO-documentaire, zomaar bij.

(By the way, van alle liedjes krijg je in het tekstboekje naast de oorspronkelijke lyrics ook keurig een Engelse vertaling opgedist.)

Munich Records

 

 

THE HIDEAWAYS

“The Whiskey Tango Sessions”

(Big Bender Records / Dren Records)

(4) J J J J

 

 

The Hideaways zijn een uit El Cajon, CA afkomstig viertal bestaande uit Rian Greene (zang, gitaar, harmonica), Phil Bensimon (zang, bas), Keith Haman (zang, gitaar, orgel, harmonica) en Clint Osborn (drums, percussie, zang) dat met “The Whiskey Sessions” onlangs een debuut heeft afgeleverd om u tegen te zeggen. De vier staan daarop borg voor een kloeke dosis countryrock met het hart op de juiste plaats. Hun “tales of small towns, drinking, cheating, loving and leaving” nestelen zich al gelijk van bij een eerste beluistering ervan comfortabel tussen je oren en blijven vervolgens nadrukkelijk in de richting van de repeat-toets van je CD-speler wijzen. Songs met huizenhoge hooks zijn het, waarin de gitaren nog ouderwets lekker twangen en er geharmonieerd wordt dat het een echte lust is voor het oor. Onze luistertip: het prachtige, volop naar het muzikale Zuiden van de States lonkende “El Centro County Line”. Een regelrecht onweerstaanbaar liedje gewoon!

The Hideaways

Big Bender Records

Dren Records

Miles Of Music

 

 

DURWOOD HADDOCK

“Honky Tonk Crazy And Other Love Songs”

(Eagle International Records)

(3) J J J

 

 

Veel authentieker dan dit kan amper nog. Durwood Haddock staat immers voor country op z’n traditioneelst. Op “Honky Tonk Crazy And Other Love Songs” staan dertien eigen nummers die zowel wat betreft het muzikale aspect ervan als qua thematiek net zo goed vijftig jaar geleden gemaakt hadden kunnen zijn. Titels als “I Can’t Drown My Sorrows (You Taught ‘Em How To Swim)”, “Honky Tonk Crazy (& Bar Hoppin’ Mad)”, “I’m Tired Of Waiting ‘Round (Til You Get Around To Me)” of “(While The World Turns) Bluer Than Blue” geven al aan, dat Haddock zeer goed weet, waarover een liedje moet gaan om er in honky-tonks echt mee te kunnen scoren. En door niet al te spaarzaam om te springen met fiddles en lap steel vergroot hij daar zijn kansen natuurlijk alleen nog maar meer. Opmerkelijk is trouwens, dat Haddock hier echt alles zelf gedaan heeft. De oude Texaan schreef de liedjes, zong ze, produceerde het geheel en stond in voor alle bespeelde instrumenten (fiddles, lap steel, akoestische en elektrische gitaren, harmonica, keyboard, bas en drums). Geluidstechnisch kon een en ander dan ook wel wat beter, maar voor het overige valt hier wat ons betreft niets dan goeds over te vertellen. Misschien moest hij voor z’n volgende Bobby Flores of Justin Treviño maar eens aanspreken. Die twee weten met materiaal van dit kaliber immers wel raad.

Country the way it should be!

Durwood Haddock

CD Baby

 

 

TRACY HUFFMAN

“Ever Notice A Crow”

(Boronda Records)

(3) J J J

 

 

Ik weet niet of de naam Tracy Huffman je veel zegt, maar misschien ken je ‘m wel zonder dat zelf goed en wel te beseffen! Als het kopstuk van de groep Tipsy Jack dan, waarvan op het niet zo heel erg lang geleden verschenen Nick Lowe-eerbetoon “Lowe Profile” de cover “Marie Provost” terug te vinden was. Voor zijn debuut “Ever Notice A Crow” kon de man terugvallen op de productionele hulp van Charlie McGovern. En u weet zo onderhand ook wel wat dat betekent! Een stel van L.A.’s fijnsten in de buurt inderdaad. Mike Stinson drumde en verzorgde wat backing vocals, Glen Sherba nam de lead- en slidegitaarpartijen voor zijn rekening, Kip Boardman zong en speelde piano, McGovern zelf baste en Colleen Kennedy stond in voor het percussiewerk en wat bijdragen op de harmonica. Dat Huffman in dergelijk uitgelezen gezelschap geen kneusje van een plaat aflevert, zal je wellicht wel niet verbazen. Met elf eigen composities van een meer dan gemiddeld niveau maakt hij alvast duidelijk waarom McGovern en co überhaupt geïnteresseerd bleken in een samenwerking. Zijn wat aparte nasale stem leent zich daarbij wat ons betreft duidelijk het best tot het brengen van rockend materiaal. We denken dan bijvoorbeeld aan het door een hoog Stones-gehalte opvallende “California”, het door Glen Sherba met een aanstekelijke riff onderbouwde “Bottom Of A Well” of het door hemzelf banjogewijs met een bescheiden prise bluegrass gekruide “Glad”. In tragere songs als “Somebody’s Buried There” en “The Crow” liggen de vergelijkingen met Neil Young nogal voor de hand. Al bij al gewoon een aardige countryrockplaat.

Boronda Records

Miles Of Music

 

 

BRIAN BURNS

“Border Radio”

(Presidio Records)

(3,5) J J J J

 

 

De door schoon volk als Waylon Jennings, Willie Nelson, Marty Robbins en Tom Russell beïnvloede Texaan Brian Burns leverde met “Border Radio” zopas zijn vijfde CD af. En dat, beste mensen, is een bijzonder fijn plaatje. Naast op overtuigende adaptaties van Tom Russells “Rose Of The San Joaquin” en “Down The Rio Grande”, Bill Staines’ “Border Blues”, Ken Hensley’s “Stealin’” en de traditional “Pico De Gallo” trakteert de man ons daarop toch voornamelijk met eigen composities. En die onderlijnen net als op voorgangers “Highways, Heartaches, & Honky-Tonks”, “Angels & Outlaws”, “The Eagle & The Snake: Songs Of The Texians” en “Heavy Weather” ook nu weer, dat Burns over een kwikzilveren pen beschikt. Met veel zwier maakt hij zich op zijn nieuwste zo ongeveer elke binnen het countrygenre mogelijke variant eigen. Opener “Del Rio” zou je zo bijvoorbeeld als country & big band kunnen omschrijven, “Border Blues” heeft het zomerse van het materiaal van Jimmy Buffett, het met Tommy Alverson gebrachte “The Prettiest Girls In Texas” is onversneden Western swing, “Never Goin’ Back To Mexico” aanstekelijke Tex-Mex, “Crying On The Shoulder Of The Road” een honky-tonk-sleper, “Bicycling In A Border Town” licht bluesy Americana, “Midnight In Manzanilla” een Zuiderse gitaarinstrumental, “Dark Spanish Eyes” een onvervalste border ballad, “Stealin’” een ingehouden countryrockertje en afsluiter “Sagebrush Symphony” ouderwets lekkere C&W. Zo ongeveer voor elk wat wils dus! En bovendien gebracht door een man met een erg warme stem. Liefhebbers van eerder traditionele country zouden daarmee genoeg moeten weten!

Brian Burns

Lone Star Music