ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2007

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Sand Rubies “Mas Cuacha”Karla Bonoff “Live” - Carolyn Mark “Nothing Is Free”Jim Byrnes “House Of Refuge”Dafni “Charlie’s Lonely Sunday”Mike Stocksdale “The Hill”John Bottomley “Songpoet” - Bonnie “Prince” Billy “Ask Forgiveness”The Texas Sapphires “Roadhouse Gems”Brady Harris “Cover Charge”Neal Casal “All Directions”Remmelt, Muus & Femke “Evensong”Tracy Grammer “Book Of Sparrows”Romi Mayes “Sweet Somethin’ Steady”Owen Temple “Two Thousand Miles” - Gordy Quist “Here Comes The Flood”Stace England & The Salt Kings “Salt Sex Slaves”Sweet Honey In The Rock “Experience… 101” - Grayson Capps “Songbones”Eilen Jewell “Heartache Boulevard” (EP)J.J. Cale “Rewind – Unreleased Recordings” - Various Artists “Give US Your Poor”Polkaholix “The Great Polka Swindle”Marah “Can’t Take It With You EP”Ryan Adams “Follow The Lights” (EP)Eugene Ruffolo “In A Different Light”JJ Schultz “Traveling Songs”Doug Kwartler “All Sides” - Richard Swift “Dressed Up For The Letdown”Christopher Rees “Cautionary Tales”The Blue Ribbons “Rise And Shine”Vietnam “Vietnam”Salim Nourallah & The Polaroids “Pleasantry Lane”Berkley Hart “Pocket Change”

 

SAND RUBIES

“Mas Cuacha”

(Blue Rose/ Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Je eerste nieuwe plaat in jaren de titel “Meer Stront!” meegeven, het lijkt zo op het eerste gezicht nu niet meteen een verstandige zet, maar toch is het precies dát wat David Slutes, Rich Hopkins en de overige Sand Rubies doen. De al wat oudere jongeren onder ons weten natuurlijk wel waarom. De ooit als de Sidewinders ontstane groep, die met drie lichtjes fantastische albums eind jaren tachtig, in haar eentje aan de basis lag van het in bepaalde kringen waanzinnig populaire Desert Rock-genre, debuteerde immers begin ’88 met een plaat die de titel “Cuacha” meekreeg. En dan houdt het plots allemaal wél steek natuurlijk.

“Mas Cuacha” is overigens een ijzersterke plaat. Gelijk van bij het heerlijk melodieuze openingsnummer “Can’t Change That” laten Slutes en co er geen twijfel over bestaan, dat ze nog niets van hun kunstjes verleerd zijn. Heerlijk breed uitwaaierende gitaren, knappe zang en vooral ook een dijk van een song! En zo volgen er met “Satellite Radio” en “Showcase ‘89” meteen nog twee. Met z’n “Desert Rock meets Power Pop-aanpak” krijgt ook dat duo je meteen onophoudelijk aan het hoofdwiegen. En dan hadden we het nog niet over “Flotsam And Jetsam”, een zalig duetje met gastvocaliste Lorna Kelly, waarin overduidelijk aan de Byrds herinnerende gitaren en een ergens in de achtergrond toch behoorlijk prominent aanwezig accordeon voor een apart soort van melancholische inslag zorgen. “The Gap” neemt je vervolgens mee op een psychedelische trip richting de late sixties, “Machines” is een gitaarzware songbom waar ook good ol’ Neil Young & Crazy Horse wel weg mee zouden weten, liefdesliedje “Ferment” koppelt de zang van Rich Hopkins aan die van Lisa Novak, “See You In September” is opnieuw zo’n met een snuif heet woestijnzand gekruide lap Power Pop, “Fuck ‘Em” dealt in gortdroge slome psychedelia en afsluiter “Sooner Or Later” is tegen een muur van tot bloedens toe aangerande gitaren gekwakte Rock met een hoofdletter R.

Welkom terug, heren!

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

KARLA BONOFF

“Live”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Het betreft hier een fraaie, in kleine bezetting opgenomen live-dubbelaar van een zingende liedjesschrijfster, die haar naambekendheid vooral verdankt aan haar bijdrage aan Bryndle, een in de jaren zeventig in de States behoorlijk populaire groep met verder ook nog Kenny Edwards, Wendy Waldman en Andrew Gold, en door anderen ingeblikte versies van haar songs. Zo prijkten op Linda Ronstadts in ’76 verschenen “Hasten Down The Wind” met “Someone To Lay Down Beside Me”, “If He’s Ever Near” en “Lose Again” bijvoorbeeld liefst drie Bonoff-deuntjes. Iets wat later nog eens zou gebeuren ter gelegenheid van haar “Cry Like A Rainstorm, Howl Like The Wind”. “All My Life”, gebracht als duet tussen Ronstadt en Aaron Neville, is wellicht het bekendste van die drie nummers. Verder herinneren wij ons ook covers van Bonoff-liedjes door ondermeer Bonnie Raitt (“Home”) en countrydiva Wynonna Judd (“Tell Me Why”).

Die liedjes en een flink stel anderen treffen we nu in eigen versies van Bonoff op “Live” aan. Die plaat werd grotendeels ingeblikt in Santa Barbara, CA, ergens laat in 2004. In het uitgelezen gezelschap van Nina Gerber (gitaar), Kenny Edwards (gitaar, bas, mandoline, cello, zang) en Scott Babcock (drums, zang) toont Bonoff (zang, gitaar, piano) daarop ook zelf een uitstekende zangeres te zijn. Eentje uit dezelfde school als de eerder genoemde Ronstadt. Wat ze doet had als je ’t ons vraagt dan ook meer kans op slagen gehad in de tweede helft van de seventies. Maar dat neemt hoegenaamd niet weg, dat je hier als liefhebber van “het betere popliedje” ruimschoots aan je trekken komt. Als “Live” al één ding doet, dan is het wel je met de vraag opzadelen, waarom deze Bonoff in onze kontreien nooit echt is doorgebroken. Verdiend had ze ’t immers zeer zeker wel!

Karla Bonoff

CD Baby

 

 

CAROLYN MARK

“Nothing Is Free”

(Mint Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Na haar in 2005 verschenen duettenplaat “Just Married” eindelijk weer een nieuwe van de wellicht voor het leven als Corn Sister getekende Carolyn Mark. En dat duo is heus niet het enige wat haar verbindt met Neko Case. Ook haar zang roept immers regelmatig die van haar partner in crime in gedachten. En zelfs haar aanpak verschilt op het uitstekende “Nothing Is Free” niet wezenlijk van die van haar landgenote. Zelf noemt Mark die zesde haar “woodsy, introspective album”. Een omschrijving die ook daadwerkelijk voor een groot stuk de lading ervan dekt. Zeker als je het hebt over zalige lappen Americana-melancholie als “Pink Moon and all The Ladies”, het met Allison Russell en Awna Teixeira van Po’ Girl gebrachte net-niet-walsje “Point O’View”, de countryschuifelaar “The 1 that Got Away (with it)”, het naar min of meer dezelfde regio gecroonde “Poisoned with Hope” of het mijmerende openingsnummer “The Business End”. “Happy 2B Flying Away” durft mede dankzij een ingehouden twangend gitaartje dan weer wél voorzichtig te rocken, “1 Thing” is een geslaagde kortstondige flirt met Western swing, “Pictures At 5” herbergt tegen een achtergrond van nerveus agerende instrumenten als gitaar, bas en fiddle de titel van de plaat, “Get Along” is lichtvoetige country op z’n traditioneelst en in “Honest Woman” duiken die van Po’ Girl een tweede keer op om het aparte old-time-gevoel van dat nummer middels erg fraaie harmony vocals mee te komen helpen versterken. Stuk voor stuk erg knappe nummers. Slechts één minpuntje hier wat ons betreft: het afsluitende “Destination: You”, dat ondermeer door het gebruik van moderne elektronica vakkundig om zeep wordt geholpen. Programmeren we dus bij volgende beluisteringen gewoon lekker weg…

Carolyn Mark

Mint Records

Sonic Rendezvous

 

 

JIM BYRNES

“House Of Refuge”

(Black Hen / Rounder Europe / Munich)

(5) J J J J J

 

 

Nog maar zelden werden wij al bij een eerste beluistering van een plaat zó van onze sokken geblazen als door “House Of Refuge” van de Canadees Jim Byrnes. De twaalf “songs of hope, longing, sin and redemption” die de beste man daarop serveert vormen in de categorie blues & roots zondermeer het beste wat we dit jaar te horen kregen. Excuseer, wat we de voorbije jaren te horen kregen… Dit is wat je noemt een typische “eilandplaat”. Zo’n schijfje waarvan je nooit nog echt afscheid wil nemen!

“House Of Refuge” verscheen in Byrnes’ thuisland al een klein jaar geleden, maar dankzij Rounder Europe ligt het album nu ook gewoon hier in de winkel. En daar moeten we dat label met z’n allen eigenlijk ontzettend dankbaar voor zijn! Zo wordt het ons immers een stuk gemakkelijker gemaakt om aan deze muzikale lekkernij te geraken.

Met zijn lichtjes fantastische band, bestaande uit Steve Dawson, Jesse Zubot, Keith Lowe, Elliott Polsky en Chris Gestrin, en muzikale gasten The Sojourners vertolkt Byrnes op “House Of Refuge” voornamelijk werk van anderen, maar dat mag gezien de torenhoge kwaliteit van zijn interpretaties daarvan absoluut geen bezwaar vormen om je het juweel onverwijld aan te schaffen. Want of het nu gaat om de onwaarschijnlijk mooie gospel van het traditionele “Didn’t It Rain” of Skip James’ “Be Ready When He Comes”, om de met een gloedvolle shot R&B geïnjecteerde rootsdeun “Of Whom Shall I Be Afraid?”, om het atmosferische “Running Out Of Time”, om het van Big Bill Broonzy geleende streepje topakoestiek “Big Bill’s Blues”, om de in soul, blues en gospel zwelgende lezing van “Lay Me Down Sweet Jesus” van Justin Rutledge, om het uit lekker vettige deltaklei opgetrokken “Today”, om de heerlijk gecroonde Hoagy Carmichael classic “Stardust”, om het eigenzinnige, door Byrnes samen met Steve Dawson gepende en met een snuif exotica gekruide “The Death Of Ernesto Guevara”, of om bezielde vertolkingen van Robert Johnsons “Last Fair Deal Gone Down”, David Walls “Fortify Me” en Nick Lowes “The Beast In Me” (Hier nog een stuk fraaier dan in diens toch al allesbehalve misselijke eigen versie!), je zal hier niet één enkel minder moment op aantreffen! En vooral de samenwerkingen van de grofgevooisde Byrnes met The Sojourners verdienen regelmatig het predikaat “goddelijk”.

Wat ons betreft zondermeer dé plaat van het jaar!

Jim Byrnes

Black Hen Music

Rounder Europe

 

 

DAFNI

“Charlie’s Lonely Sunday”

(Boronda Records)

(3,5) J J J J

 

 

Tot voor kort was ze gewoon één van de nog vele nobele onbekenden voor ons, maar gelukkig kwam daarin met haar vierde CD “Charlie’s Lonely Sunday” onlangs verandering. Gelukkig, omdat deze Dafni gewoon een fantastische zangeres is. Met op één enkele uitzondering na (Tracy Huffmans “Bottom Of A Well”) uitsluitend eigen materiaal weet ze op elegante wijze een brug te slaan tussen de werelden van klassieke jazznachtegaaltjes als Billie Holiday en Nina Simone, contemporaine opvolgsters daarvan à la Madeleine Peyroux, Eleni Mandell en Norah Jones en doorgaans met alt. country in de weer zijnde streekgenoten als Randy Weeks, Mike Stinson, Kip Boardman, Tony Gilkyson en Charlie McGovern. En dat levert uiterst aangename resultaten op. Net als Peyroux, Mandell en Jones beschikt ook Dafni immers over een uit de duizenden herkenbare stem, waarmee ze hier lenig om een veelheid aan uiteenlopende stijlen paaldanst, zonder daarbij de coherentie van het door haar afgeleverde geheel ook maar ergens te schaden. Openingsnummer “Dimes” flirt zo nadrukkelijk met rockabilly en cajun, “Let’s Pretend” en “Lonely Sunday” halen hun meerwaarde uit openlijk gestoei met zwoele Latin, “Broken Letter” en “Carried Away” vallen mede dankzij geslaagde pedal steel- en banjobijdragen van respectievelijk Joshua Grange en Wil Forbis duidelijk onder de noemer Americana, in “Complicated” en “Honey Honey” krijgt het jazzbeestje in Dafni even de bovenhand en in “Down And Dirty”, “This One Dance” en “Never Tell You Why” verliest ze zich in traditionele country. Très sympa allemaal, menen wij.

Dafni

Boronda Records

CD Baby

 

 

MIKE STOCKSDALE

“The Hill”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Het begint stilaan de vormen van een echte rage aan te nemen, want alsmaar meer artiesten doen het dezer dagen. Hun nieuwe platen gratis te grabbel gooien via het internet bedoelen we dan. Zo ook de vanuit L.A. actieve Mike Stocksdale. Die is met “The Hill” al aan zijn tweede solo-CD toe. Eerder verscheen van hem ook al “Searching For September”. In 2005 was dat, vrij kort nadat Three Minute Mile, de band waarvan hij voorheen de leadgitarist en één van de zangers was geweest, er het bijltje had bij neergelegd.

“The Hill” is als geheel een enigszins onopvallende, maar tegelijk wel zeer aangenaam wegluisterende CD, waarop Stocksdale zich beurtelings bedient van elementen uit genres als pop, folk, jazz en country. Namen die je spontaan te binnen schieten bij het beluisteren van liedjes als “Not That Hard To Say Goodbye”, “Time Goes By, So?”, “No One Like Me” en het titelnummer zijn die van collega’s als Josh Rouse, Josh Ritter, Damien Rice, Ray LaMontagne, Rod Picott en Paul Simon en daarmee bevindt Stocksdale zich wat ons betreft in uitmuntend gezelschap. Downloaden dus maar, dat lekker intimistisch aandoende schijfje van ‘m, en als hij ooit voor een optreden in de buurt zou komen vooral niet nalaten om hem middels je aanwezigheid daarop op de gepaste manier te vergoeden. Al kan je dat natuurlijk ook door “The Hill” gewoon te kopen…

Mike Stocksdale

CD Baby

 

 

JOHN BOTTOMLEY

“Songpoet”

(Crane/Bag Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

Hoogst interessante zevende CD van de via een ommetje langs ondermeer Duitsland uiteindelijk in z’n huidige Wahlheimat Canada verzeild geraakte Brit John Bottomley. Hier nog niet echt een household name, maar in zijn nieuwe thuishaven is hij dat zeker wel. En terecht ook! Na de jaren tachtig in tal van redelijk obscure bandjes (zoals Celcius, Albatross en Tulpa) te hebben versleten deed hij voor het eerst echt van zich spreken met zijn in 1990 via zijn eigen Crane/Bag Recordings verschenen eerste soloplaat “Library Of The Sun”. Daarmee trok hij al snel de aandacht van Cowboy Junkie Michael Timmins, die het album heruitbracht via Latent, het platenlabel van zijn groep. In ’92 volgde dan het door de grote T-Bone Burnett gemixte “Songs With The Ornamental Hermits”, dat hem volkomen terecht een Juno Award opleverde. En nog eens drie jaar later was er “Blackberry”, dat hem via een aantal Canadese Top 10-hits ook op commercieel vlak in kaart bracht. “Raggle Taggle” (1998), “The Crown Of Life” (2002) en de CD-boek-combinatie “Star In The Singing Grove” (2004) brachten vervolgens mondjesmaat de bevestiging van ‘s mans enorme talenten als tekstdichter en songsmid.

En nu is er dus nummer zeven, het zeer toepasselijk getitelde “Songpoet”. En dat blijkt een erg interessante rootsplaat te zijn. Aansprekend vooral, omdat je er wat betreft het muzikale zowel zijn vroegere als zijn huidige thuisbasis in terug hoort, naast een gezonde dosis Americana en roots pop. Zelf neemt Bottomley naast de zang daarop ook werk op gitaar, mandoline, harmonica en piano voor zijn rekening. Hier weinig bekende, maar daarom zeker niet minder goede muzikanten als Alan Anton, Joby Baker, Daniel Lapp, Bill Dillon, John Dymond, Gary Craig, Ruth Sutherland en Adam Weinman doen op ondermeer bas, drums, fiddle, trompet, gitaar, mandoline, harp, hobo en wat percussie-instrumenten het overige. Al is er ook nog wel een bijdrage van The Hamilton Elgar Choir. Het resultaat is een plaat met vrijwel onmiddellijk aanslaannde liedjes, die een lekker warm rootsgevoel koppelen aan een catchy pop touch, iets waardoor zo nu en dan de naam Willie Nile even door ons hoofd flitste. Onze luistertips: het melodieuze, op vaardige wijze tussen folk en Americana heen laverende “Trafalgar”, een zalig duetje met de hier al eerder genoemde sirene Ruth Sutherland, de fraaie roots pop van “Mandolin Clown” en het door een veelheid aan ideeën bijna uit zijn voegen barstende “The Ballad Of Charlie Pillberry”. Maar ontdekt u via onderstaande links vooral zelf andere favorieten…

John Bottomley

CD Baby

 

 

BONNIE “PRINCE” BILLY

“Ask Forgiveness”

(Domino / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

“’t Is beter te vragen om vergiffenis dan om permissie”, aldus Bonnie “Prince” Billy in het zijn nieuwe CD begeleidende booklet. Een eigenaardige uitspraak als je weet dat het daarbij een coverproject betreft. En al zeker als je daar dan nog bij bedenkt, dat het vol staat met werkelijk uitstekende heruitvindingen van de songs van anderen. Die liedjes zijn hier eigenlijk gewoon niet langer van hun oorspronkelijke eigenaars, maar van Will Oldham. Van Mickey Newbury’s “I Came Here To Hear The Music” tot Björks “I’ve Seen It All”, van Danzigs “Am I A Demon” tot Phil Ochs’ “My Life”, van zijn eigen “I’m Loving The Street” tot “The Way I Am” van Merle Haggard, het vooral in uitvoeringen van Frank Sinatra en Harry Belafonte bekend geraakte “Cycles” en R. Kelly’s “The World’s Greatest”, hoe uiteenlopend ook hun karakters, ze worden hier in het gezelschap van Meg Baird van de Vespers, gitarist Greg Weeks en occasioneel ook celliste Margie Wienk gewoon omgetoverd tot typisch Bonnie “Prince” Billy-materiaal. Lekker naakt, een beetje dromerig, heerlijk breekbaar! Kan je gezien de tijd van het jaar dus amper iets op tegen hebben…

Bonnie “Prince” Billy

Domino Recording Co.

 

 

THE TEXAS SAPPHIRES

“Roadhouse Gems”

(Stag Records / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

 

“Roadhouse Gems – Live At John T. Floore Country Store” van de Texas Sapphires wordt aangeboden als onderdeel van de “Stag Records Live Bootleg Series”. En hoewel het an sich best een aardige collectie songs betreft zouden we dit toch niet meteen een waardige opvolger voor het vorig jaar verschenen debuut van de groep “Valley So Steep” durven noemen. Daarvoor is de geluidskwaliteit ervan gewoon te slecht. En dat verdienen de songs van Billy Brent Malkmus absoluut niet. Met dingen als “The Emerald Outlaw”, “Bring Out The Bible (We Ain’t Go A Prayer)”, “Dirty Me, Dirty Me (I’m Disgusted With Myself)”, “Dirty Tattered House Shoes”, “Deep Gap Blue”, “Cold Silver Ring” en “Barstow Barstool” van de al genoemde fameuze eersteling van de groep en het nieuwe “Stunt Double” bewijst Malkmus één van de interessantere neo-traditionalisten van zijn generatie te zijn. Voeg daar nog aan toe, dat hij een aardig eindje uit de voeten kan op diverse gitaren en de dobro en dat hij in Rebecca Lucille Cannon een bijzonder leuke zingende wederhelft heeft gevonden, en je weet, dat je hier normaliter goed zit voor het betere countrywerk. Ook al omdat de Sapphires hun klassiekers duidelijk wel kennen. Zo tackelen ze ondermeer Buck Owens’ “Under Your Spell Again”, Merle Haggards “Tonight The Bottle Let Me Down”, Gram Parsons’ “Ooh Las Vegas”, Marty Robbins’ “Cigarettes And Coffee Blues”, het door ondermeer Webb Pierce de eeuwigheid in gezongen “There Stands The Glass” en het vooral van Ernest Tubbs versie bekende “Drivin’ Nails In My Coffin”. Jammer dus enkel van die nauwelijks anders dan als minderwaardig te omschrijven geluidskwaliteit…

The Texas Sapphires

Stag Records

Sonic Rendezvous

 

 

BRADY HARRIS

“Cover Charge”

(Lampshade Records)

(3,5) J J J J

 

 

Dat een leuke plaat niet noodzakelijk door een slopend creatief proces hoeft te worden voorafgegaan blijkt maar weer eens naar aanleiding van de nieuwste van Brady Harris. De Texaan die ons met “Next Door To Nowhere”, “Good Luck Stranger”, “Lone Star” en vooral ook “North Hollywood Skyline” de voorbije tien jaar al meermaals wist te overtuigen van de kwaliteit van zijn eigen liedjes doet het op het toepasselijk getitelde “Cover Charge” uitsluitend met interpretaties van songs van anderen. En in het merendeel van de gevallen rendeert die aanpak. De keuze van de nummers mag dan op het eerste gezicht al een beetje vreemd aandoen, Harris slaagt erin om middels een eigen twist een onsamenhangende reeks deuntjes tot één mooi geheel te versmelten. Madonna’s “Like A Virgin” wordt zo gitaargewijs van een flinke shot twang bediend, “Girl” van de Beatles profiteert van een banjitarbijdrage van Brandon Schott om wat meer richting roots pop te evolueren, Duran Durans “Rio” en “Smile Like You Mean It” van The Killers blijken hier mede dankzij een gesmaakte pedal steel touch signé Tucker Jackson plots knappe (bijna alt. country) ballads, “Spanish Bombs” van The Clash herinnert qua opzet aan de aanpak van Josh Rouse, “Highly Evolved” van The Vines roept middels een dronken rammelende piano herinneringen op aan die ene bar teveel na een lange nacht stappen, “I Want You To Want Me/Surrender/Do You Really Want To Hurt Me” is een ronduit briljante, volop in melancholie zwelgende medley van die nummers van Cheap Trick en Boy George en zijn Culture Club, “Underneath The Sky” geeft de Gallagher-broertjes van Oasis een flinke bolwassing in warm woestijnzand en het afsluitende “Ace Of Spades” van Motörhead blijkt hier tussen pedal steel, banjo, mandoline en ukelele door andermaal een gedroomd slachtoffer voor een countryrockaanval. Lekker herkenbaar natuurlijk allemaal ook en mede daarom met open armen ontvangen. Al is dat vaak geheel en al de verdienste van Harris, want een aantal van de songs hier vonden wij in hun originele versies eigenlijk amper te pruimen…

Brady Harris

CD Baby

 

 

NEAL CASAL

“All Directions”

(Fargo Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

“All Directions” is een album dat je vooral moet zien als een soort van tegemoetkoming aan de wensen van de die hard fans van de inmiddels door Ryan Adams als vaste gitarist ingelijfde singer-songwriter Neal Casal. Het is een aangenaam wegluisterende collectie odds & ends, die, zoals de ondertitel het al laat vermoeden, bestaat uit “unreleased songs, original demos, live recordings and covers (from “No Wish To Reminisce”)”. En daar zitten er wat ons betreft nogal wat tussen die een aanschaf van dit (Voorlopig?) enkel via platenlabel Fargo Records en de mail order-dienst van het Duitse Glitterhouse verkrijgbare schijfje rechtvaardigen. We noemen bijvoorbeeld de ingetogen twangende country rock van het titelnummer (een niet eerder verschenen demo-opname), de tijdens zijn Europese tournee met Ryan Adams in november van vorig jaar in de Amsterdamse poptempel Paradiso ingeblikte pianoballade “You Don’t See Me Crying”, de hoogst aparte Terence Trent D’Arby-cover “Wishing Well”, het ijle, van Beachwood Sparks geleende “The Reminder”, de Beatles-adaptatie “I’m Only Sleeping”, hier uitgroeiend tot een echte wolk van een rootspopdeun, en de ook al zonderling mooie ballade “Too Much To Ask”, opgenomen in het gezelschap van Rie Yoshihara (piano en zang) in Japan.

Bijzonder leuk tussendoortje!

Neal Casal

Fargo Records

Glitterhouse Records

 

 

REMMELT, MUUS & FEMKE

“Evensong”

(Remmelt Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

 

Een recensie schrijven over een plaat van het trio Remmelt, Muus & femke zonder een verwijzing naar de heren Crosby, Stills, Nash en Young erin is eigenlijk zo goed als onmogelijk. En we gaan er hier gemakshalve maar even van uit, dat Hugo Remmelt, Thijs Muus en Femke Japing ook helemaal niet zwaar tillen aan een dergelijke vergelijking. Daarvoor ligt het er gewoon té vingerdik op door wie ze beïnvloed zijn. Ook op hun nieuwste weer. Dat is een zeer fraaie registratie van het optreden, dat ze in juni van vorig jaar afwerkten tijdens het Roots@Roepaenfestival in het Nederlandse Ottersum. Daar bracht men met “Move On”, “Wishing”, “Sacred Arms”, “Gone”, “Sad Man”, “Here Comes The Sun” en “Carina’s Waltz” begrijpelijkerwijze voornamelijk materiaal van de toen nog recente en uitermate lovend onthaalde laatste CD “The Long Way Round”. Enige uitzonderingen vormden het door Remmelt gepende “If I Was You” en de Neil Young-covers “Old Man” en “Tonight’s The Night/New Mama”.

Wat bij het beluisteren van “Evensong” in de eerste plaats opvalt, is het ongelooflijk heldere geluid ervan. Een pluim dus zeker voor de mensen van Radio L1, die instonden voor de opnames ervan. Al houdt het natuurlijk zeker zoveel steek, om die pluim gelijk ook maar op de hoeden van onze drie protagonisten te prikken. Zij waren het immers, die met hun naar goede gewoonte weer puntgave harmonieerwerk en dito gitaarspel de show stalen. Veel betere reclame kan je voor jezelf amper maken! Op basis van dit schijfje zou zo ongeveer elke programmator van culturele en andere podia in ons land ervan overtuigd moeten kunnen worden om Remmelt, Muus & Femke minstens voor één vertoning te boeken. Ze verdienen het gewoon! Dit is immers Europese Americana op z’n allerbest! En voor wie niet vies is van een nostalgische noot op zijn tijd een ontegensprekelijke aanrader.

Remmelt, Muus & Femke

MySpace

 

 

TRACY GRAMMER

“Book Of Sparrows”

(Tracy Grammer Music)

(4) J J J J

 

 

Ook zonder haar voormalige partner in crime, wijlen Dave Carter, blijft Tracy Grammer met elke nieuwe release erg hoge toppen scheren. Zo wist ze ons ook nu weer zwaar te charmeren met de zopas verschenen mini “Book Of Sparrows”. Die in afwachting van een volwaardige opvolger van het ook al ronduit voortreffelijke “Flower Of Avalon” uit 2005 uitgebrachte collectie bevat zeven liedjes van anderen. Twee daarvan zijn andermaal nog van de hand van Carter. Met name het ingetogen “Lord Of The Buffalo” en een volledig onthaaste versie van het ook al op haar solodebuut terug te vinden “Gypsy Rose”, hier bij wijze van aka toepasselijk omgedoopt tot “Gypsy Down”. Dat laatste is meteen één van de absolute highlights op “Book Of Sparrows”. Samen met de door haar nieuwe partner Jim Henry van uitermate fraai dobrowerk en knappe harmonieën voorziene Tom Russell-cover “Blue Wing”, het van Kate Power geleende en door Grammer als een “one-song peace movement song” omschreven “Travis John”, een pakkend eerbetoon aan een jonge, uit Oregon afkomstige soldaat die in 2003 het leven liet in Irak, en “April Come She Will”, een van alle overbodige franje ontdane adaptatie van het gelijknamige Paul Simon-liedje, waarin Grammers stem en een enkele akoestische gitaar regeren. Oók heel mooi: een melancholische lezing van David Francey’s “The Waking Hour” en de lieflijke afsluiter, een door Grammer richting de sterren gezongen versie van Jackson Browne’s “In The Shape Of A Heart”. Alsof er een engeltje op je tong plast, zo lekker! En als dusdanig ook een echt snoepje voor liefhebbers van tussen folk en Americana twijfelende singer-songwriters!

Tracy Grammer

CD Baby

 

 

ROMI MAYES

“Sweet Somethin’ Steady”

(Manitoba Film & Sound)

(4,5) J J J J J

 

 

De zoveelste ongelooflijk mooie plaat die ons dit jaar vanuit Canada bereikt! Bij nader inzicht misschien zelfs wel de mooiste van allemaal! Het betreft na de ondertussen uitverkochte EP “On The Road In Two Days…” en het met gelegenheidsgroep The Temporarily Employed (met muzikanten van de Corb Lund Band, de D. Rangers en de Duhks) opgenomen “The Living Room Sessions” de derde van de uit Winnipeg, Manitoba afkomstige Romi Mayes, die zich eerder ook al liet opmerken als één helft van het duo Mayes & Carmichael en als lid van Off The Wagon.

“Sweet Somethin’ Steady” werd opgenomen onder de vakbekwame leiding van producer Gurf Morlix (ook akoestische, elektrische en beer bottle slide en harmony vocals) en die helpt er samen met muzikanten Dan Walsh (elektrische, akoestische, slide- en baritongitaar, lap steel, dobro), Chris “Chopper” Carmichael (drums, akoestische en elektrische gitaar, harmony vocals), Scott Nolan (bas, gitaar en harmony vocals) en Sky Onosson (orgel) voor zorgen, dat je in verband met die plaat zonder schroom de namen van Lucinda Williams, Bonnie Raitt, Mary Gauthier en Gillian Welch in de mond durft te nemen. Van de hele groten van het americanagenre dus. En daar zijn drie goede redenen voor. Een eerste is de ongemeen expressieve stem van Mayes. Daarmee kan ze zowel lekker rauw uit de hoek komen als heel erg teder. Het bluesy “The Other Dame” is een goed voorbeeld van het eerste. Daarin steekt Mayes zowaar ongegeneerd La Raitt naar de kroon. De knappe bluegrassdeun “Long Way Home”, de al even fraaie americana van “Angeline” en de trage “On The Corner Of Grant And Alice” illustreren het andere.

Een tweede goede reden om Mayes gelijk maar naar de eerste klasse van het americanagebeuren te katapulteren vormen haar songs. Die zijn tegelijk zeer toegankelijk en qua thematiek zeer herkenbaar. Niks moeilijkdoenerij hier, maar gewoon liedjes gemikt naar het hart van de luisteraar.

En als je nog een aanleiding meer nodig zou hebben om deze Mayes onverwijld in de armen te sluiten, dan vermelden we graag nog even, dat ze ook een ronduit uitstekende gitariste is.

Zondermeer één van de allerbeste platen van 2007!

Romi Mayes

CD Baby

 

 

OWEN TEMPLE

“Two Thousand Miles”

(El Paisano Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met “General Store”, “Passing Through” en “Right Here And Now”, zijn drie eerste, tussen 1997 en 2002 verschenen CD’s, wist Owen Temple zich in onze ogen op te werken tot één van de interessantste nieuwlichters binnen de plots onder invloed van het succes van veel commerciëlere collega’s als een Pat Green, een Cory Morrow en een Jack Ingram weer volop oog voor singer-songwriters hebbende Texaanse muziekscene. Vreemd dan ook, dat we ruim vijf jaar hebben moeten wachten op nieuw werk van de man. Hij kan het immers nog steeds! Dat bewijst “Two Thousand Miles” ten volle. Dat net als zijn eerste twee platen opnieuw door de alomtegenwoordige Lloyd Maines geproduceerde album is tot de nok toe gevuld met prima werk. Daarbij ligt de nadruk voornamelijk op duidelijk op de Texaanse leest anno nu geschoeide countryrock. Dat wordt meteen vanaf de eerste noten van openingsnummer “You Want To Wear That Ring” duidelijk. Net als “Red Wine And Tequila”, “Swear It Off Again”, titelnummer “Two Thousand Miles”, het aanstekelijke “Demolition Derby” en de door Maines van een geslaagde dobro touch voorziene meezinger “Can’t Drink Enough To Sing” is dat samen met Wade Bowen geschreven deuntje een liedje met een zekere commerciële potentie. Iets wat trouwens geldt voor het gros van het materiaal op “Two Thousand Miles”. Als knapen als de al genoemde Pat Green erin slagen om tonnen platen te verkopen, dan zou Temple dat ook moeten kunnen. En al zeker omdat zijn songs eigenlijk gewoon stukken beter zijn dan die van Green. Zelfs een ordinair liefdesliedje als “I Just Can’t Quit Loving You” krijgt in zijn handen iets speciaals mee. En dat an sich al is een hele verdienste.

Owen Temple

Lone Star Music

 

 

GORDY QUIST

“Here Comes The Flood”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Door de hoge vlucht die zijn groep de Band Of Heathens de voorbije maanden nam, kwam de solocarrière van getalenteerde songsmid Gordy Quist onverwachterwijze plots wat op het achterplan terecht. In zoverre zelfs dat hij “Here Comes The Flood”, zijn tweede CD voor eigen rekening, in nauwelijks een week tijd diende in te blikken tijdens een korte break van z’n band. Daartoe trok hij op aanraden van zijn maatje Steve Wedemeyer richting het oostelijke deel van Nashville. Daar vond hij in Joe McMahan de ideale producer voor zijn knap het midden tussen folk, country, blues en rock & roll houdende liedjes. En in de al genoemde Wedemeyer, Jayhawk Jen Gunderman, Bryan Owings, Martin Lynds, Dave Jacques, Steve Poulton, Claire Small, Ed Jurdi en anderen waren ook de ideale begeleiders voorhanden. Geen wonder dan ook, dat alles op “Here Comes The Flood” ontzettend af klinkt. Quist, in 2006 nog winnaar van de Kerrville New Folk Songwriting Contest, kan hier nergens verbergen, dat zijn roots eigenlijk in die hoek liggen. Maar een leven in Texas en “on the road” met Band Of Heathens heeft ook duidelijk zijn sporen nagelaten. Iets wat zich uit via subtiel in zijn songs verwerkte invloeden uit genres als country, blues en rock & roll. Daardoor kan het, dat je hier het ene moment met je hoofd zit mee te schudden op een lekker vet stampertje als “Unsleeping Eye” om het volgende in een qua intensiteit een weinig aan JW Roy herinnerende ballade als “Green And Blue” verzeild te raken of in iets als het tussen country, rock en blues twijfelende “Judas ‘Scariot Blues”. Het resultaat is een lekker gevarieerde, wat ons betreft ronduit uitstekende plaat van een songwriter, waarvan we hopelijk nog veel zullen mogen horen. Zelfs al moet dat dan ook, zoals nu,  tussen de bedrijven door gebeuren…

(Aanbevolen als je houdt van de muziek van Buddy Miller, Alastair Moock en Steve Earle!)

Gordy Quist

CD Baby

 

 

STACE ENGLAND & THE SALT KINGS

“Salt Sex Slaves”

(Rankoutsider / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Stace England deed hier voor het eerst echt van zich spreken met zijn derde langspeler, het in 2005 verschenen “Greetings From Cairo, Illinois”. Op die plaat ontpopte hij zich tot een markante songsmid. “Greetings…” was immers geheel en al gewijd aan het bijzondere verhaal van Cairo, een eens florerend, maar ondertussen tegen het eigen verval strijdend stadje, gelegen daar waar de Mississippi en de Ohio elkaar ontmoeten. En ook op zijn nieuwste, het erg lekkere “Salt Sex Slaves”, tackelt England weer zo’n stukje Amerikaanse geschiedenis. Daarop draaien de verhalen immers rond thema’s als de productie van zout, het kidnappen van zwarten, slavernij en moord in een zogezegd vrij land. En dat alles gebeurt tegen een muzikale achtergrond die ongegeneerd teruggrijpt naar de Stones ten tijde van hun klassieker “Exile On Main Street”. Al zijn er ook wel momenten aan te wijzen, waarop country even de voertaal blijkt. Dat is bijvoorbeeld het geval in het door special guest Jason Ringenberg gezongen “Freedom’s Star”.

Stace England & The Salt Kings

Sonic Rendezvous

 

 

SWEET HONEY IN THE ROCK

“Experience…101”

(Appleseed Recordings / Music & Words)

(3) J J J

 

 

Al ruim dertig jaar lang betoveren de dames van het Amerikaanse collectief Sweet Honey In The Rock met een bijzonder levendige hybride van folk, blues en gospel. Als ze a capella aan de slag gaan betekent dat een echte streling voor het oor. Hun samenzang is immers werkelijk niet van deze wereld! En dat leverde hen in 1989 ook al een Grammy op. In de categorie “Best Traditional Folk Recording” meer bepaald voor “Grey Goose”, hun bijdrage aan “Folkways: A Vision Shared”, een ook hier aardig succesvol eerbetoon aan Leadbelly en Woody Guthrie.

Regelmatig richten de dames zich op hun platen ook specifiek tot kinderen. Dat is ondermeer het geval op het ook al voor een Grammy genomineerde “Still The Same Me” en op hun nieuwste, “Experience… 101”. Puttend uit hun eigen geloofsovertuiging trachten de zangvogeltjes daarop aan de jeugd van vandaag een aantal levenslessen mee te geven. Een heel nobel gegeven natuurlijk, maar de vraag is maar, of ze hun doel ook effectief bereiken. Die jeugdigen blijken immers vaak in heel andere genres geïnteresseerd als dat waarin Sweet Honey In The Rock actief is en bovendien hebben ze hier natuurlijk ook nog eens te kampen met een taalbarrière. Los daarvan is “Experience… 101” wel een erg mooi plaat, waarvan vooral ouders met volle teugen zullen genieten.

Sweet Honey In The Rock

Appleseed Recordings

Music & Words

 

 

GRAYSON CAPPS

“Songbones”

(Hyena / Bertus)

(4) J J J J

 

 

 

Lang nog voor hij met zijn bijdragen aan de soundtrack van de film “A Love Song For Bobby Long” eindelijk de naambekendheid zou verwerven die hem al een tijdje toekwam, blikte Grayson Capps samen met zijn oude gabber Tom Marron in Mike Wests 9th Ward Picking Parlor in New Orleans in minder dan vijf uur het voorliggende album in. Zelf beperkte hij zich daarop tot het zingen en op de akoestische tokkelen van een aantal songs waarvan er later flink wat op zijn solodebuut “If You Knew My Mind” en de opvolger daarvan “Wail & Ride” zouden terechtkomen. Marron ondersteunde hem waar nodig op de viool en de mondharmonica. De titel, die het geheel meekreeg, is dan ook heel toepasselijk gekozen. Ondertussen tot favorieten op het repertoire van Capps uitgegroeide liedjes als “Slidell”, “Washboard Lisa”, “Graveyard”, “I Can’t Hear You”, “Mermaid”, “Junkman” en “I See You” vallen hier immers te genieten in tot hun naakte essentie herleide versies, songgeraamtes als het ware. En zó klinken ze vaak nog een stuk innemender dan in hun later met meer middelen ingeblikte uitvoeringen. Hier hoor je Capps immers echt op z’n puurst. En zowel zijn heerlijk rauwe, doorleefde zang, als zijn ronduit subliem snarenwerk varen daar wel bij. Met “Guitar”, “Junior & The Old African Queen” en “Psychic Channel Blues” stoten we bovendien ook op drie nummers, die hier voor het eerst opduiken. Echt iets voor verzamelaars dus, deze “Songbones”. En al zeker als je weet, dat er slechts vijfduizend exemplaren van zullen worden gemaakt.

Grayson Capps

Hyena Records

Bertus

 

 

EILEN JEWELL

Heartache Boulevard

(EP)

(Signature Sounds)

(4,5) J J J J J

 

 

De EP als tussendoortje zit de jongste maanden weer aardig in de lift. Wie er regelmatig onze nieuwsrubriek op naslaat, kreeg daar recentelijk informatie mee over dergelijke schijfjes van ondermeer Marah (Liefst twee tegelijk!), AJ Roach (Gratis dowload!), Malcolm Holcombe, Ryan Adams (Ook al twee!), Brandi Carlile, Martin Sexton, Tracy Grammer en ook Eilen (Spreek uit zoals “feelin’”!) Jewell. En ’t is over haar, enkel via haar platenlabel Signature Sounds verkrijgbare “Heartache Boulevard” dat we ’t hier vandaag even willen hebben. Daarop vind je naast de oergezellige retro swing folk van het gelijknamige nummer van haar laatste CD “Letters From Sinners & Strangers” en het ingetogen “The Flood”, één van de absolute prijsnummers van haar debuut “Boundary County”, ook drie nergens anders verkrijgbare songs. Drie covers. De eerste is een heerlijke jazzy achteruitleunversie van “Fine & Mellow” van Billie Holiday. Daarin bewijst Jewell (Voor zover dat nog nodig was!), dat ze vocaal tot minstens even grote daden in staat moet worden geacht als de véél en véél succesvollere Norah Jones. Nummer twee is een al even zalige lezing van Lester Flatts “I’m Head Over Heels In Love”. Daarin voltrekt Jewell het nagenoeg perfecte huwelijk tussen traditionele country en folk. Ongemeen mooi gewoon! En dan is er ook nog het afsluitende “Nobody’s Business”. Daarin blijken de grenzen tussen folk en blues dan weer erg vaag. En welk een vocale tour de force wederom van Jewell! Het mag hier dan ook al gaan om een traditional, zó mogen wij onze Americana hier en nu maar al té graag hebben!

Wat een talent!

Eilen Jewell

Signature Sounds

 

 

J.J. CALE

“Rewind - Unreleased Recordings”

(Really Crazy Mamas Music / Universal)

(3,5) J J J J

 

 

Zoals zowat elke artiest overkwam het ook J.J. Cale tijdens zijn lange carrière regelmatig, dat hij een nummer inblikte, dat, hoe goed het alle betrokkenen vlak na de opname ervan ook beviel, naderhand om de één of andere reden niet bleek te passen in het beoogde geheel. En het zopas verschenen “Rewind” is nu een veertien eenheden tellende verzameling besteed aan dergelijke liggenblijvertjes. Allemaal songs opgenomen tussen 1973 en 1983. Van een nog jonge Cale met andere woorden. En niet essentieel afwijkend van ’s mans overige materiaal uit dezelfde periode. Dat wil zeggen opgetrokken uit gelijke delen (roots)pop, rock & roll, country, blues en jazz. En dat er ook dezelfde troeven worden in uitgespeeld als steeds: dat heerlijk relaxte gitaarspel van ‘m en die vaak meer gefluisterde dan gezongen voordracht.

Acht van de songs op “Rewind” zijn eigen composities. De overige zes zijn covers van materiaal van Waylon Jennings (“Waymore’s Blues”), Randy Newman (“Rollin’”), Eric Clapton (“Golden Ring”), Leon Russell (“My Cricket”), Bill Boatman (“Blue Sunday”) en zijn jarenlange maatje Christine Lakeland (“Seven Day Woman”). Vooral “Rollin’” en “Golden Ring” blijken daarvan zéér de moeite. Al blijft het natuurlijk wel vreemd om Cale iets van Clapton te horen zingen. We zijn het nu eenmaal eerder omgekeerd gewoon! Andere absolute topmomenten op een eigenlijk gewoon als geheel heel erg aardige CD: het ingetogen countrywalsje “My Baby And Me” en “Lawdy Mama”, al heeft dat laatste dan ook heel erg veel weg van het klassieke “Call Me The Breeze”.

Als het van ons afhangt, hoeft men het ten huize Cale alvast zeker niet bij dit ene volume te laten!

J.J. Cale

 

 

VARIOUS ARTISTS

 “Give US Your Poor”

(Appleseed Recordings / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

 

Toen Jim Musselman ooit Appleseed Recordings boven de doopvont hield, deed hij dat met in zijn achterhoofd de vaste intentie geleidelijk aan het zaad voor meer sociale rechtvaardigheid te helpen planten. Via de releases op zijn label trachtte hij in de daaropvolgende jaren dan ook met enige regelmaat diverse sociale problemen aan te kaarten. En dat is ook weer het geval op “Give US Your Poor”. Daarop staat het alsmaar schrijnender wordende probleem van de dakloosheid in zijn land (3,5 miljoen Amerikanen zijn effectief dakloos!) centraal. Een probleem waar we volgens hem wat al té vaak gewoon achteloos aan voorbijgaan. En overschot van gelijk heeft hij natuurlijk!

Voor de CD “Give US Your Poor” wist Musselman tal van internationale sterren uit de muziek- en filmwereld te strikken. Zo draafde Jon Bon Jovi bijvoorbeeld op om samen met Mighty Sam McClain ongemeen soulvol uit de hoek te komen in diens “Show Me The Way”. Een echte openbaring! Bruce Springsteen doet het dan weer samen met folklegende Pete Seeger in een zonderling mooie rootsy lezing van Goebel Reeves’ vooral in de uitvoering van Woody Guthrie bekende “Hobo’s Lullaby”. Alleen die twee liedjes al rechtvaardigen wat ons betreft eigenlijk de aanschaf van dit bijzonder lovenswaardige project. Maar er valt nog zoveel meer te beleven! We noemen bijvoorbeeld ook nog de samenwerking tussen Michelle Shocked en Michael Sullivan in het door deze laatste geschreven folkjuweeltje “Becky’s Tune”, een bijzonder funky “Walking The Dog”, waarin Bonnie Raitt en Boston blueslegende Weepin’ Willie Robinson beurtelings flink aan de leiband snokken, “I Think It’s Going To Rain Today”, een bloedmooie jazzy adaptatie van dat Randy Newman-liedje door de onvolprezen Madeleine Peyroux, het door Dan Zanes en de elfjarige Kyla Middleton (Wat een talent!) van Leadbelly geleende “Boll Weevil”, “Baby Don’t Let Me Go Homeless”, een formidabel streepje akoestische blues featuring Keb’ Mo’ (Op de slidetoer!) en Eagle Park Slim, en het atmosferische “There Is No Good Reason” van Natalie Merchant en een stel minder bekende vrienden. Verder ook nog van de partij: Del Goldfarb & John Sebastian, Sonya Kitchell, Buffalo Tom, Sweet Honey In The Rock, Jewel, Tim Robbins, Mario Frangoulis, Danny Glover, Mark Erelli en een heus leger aan onbekende daklozen. Die laatsten en de heren Robbins en Glover komen aan bod in enkele intrigerende, op muziek gezette gesproken bijdragen.

Geef toe, er bestaan minder aangename manieren om je een geweten te schoppen…

Give US Your Poor

Appleseed Recordings

Music & Words

 

 

POLKAHOLIX

“The Great Polka Swindle”

(Westpark Music / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

Eén van de leukste Duitse acts in jaren, dit acht man sterke collectief uit Berlijn. En dat ondanks of juist dankzij hun collectieve voorliefde voor een door velen als het absolute toppunt van oubolligheid beschouwd genre: polka! Polkaholix zijn ongelooflijke fuifbeesten en schuwen niet de minste kruisbestuiving. Polka betekent hier ook punk, ska, cajun, klezmer, Latin, rock, pop en nog zo veel meer! Geen wonder dan ook dat zanger-saxofonist Andreas Wieczorek en de zijnen graag geziene gasten zijn op festivals en andere feestelijke aangelegenheden! Nagenoeg ideale uitsmijters zijn het! Heerlijk hoe ze op hun nieuwste “The Great Polka Swindle” bijvoorbeeld een aantal ook hier relatief bekende Neue Deutsche Welle-klassiekers van weleer nieuw leven inblazen: van “Das Modell” van Kraftwerk over “Herz Ist Trumpf” van Trio tot “Alles Lüge” van Rio Reiser en “Berlin” van het onvolprezen Ideal. En hoe ze oude schlagers van een nieuw, stukken jeugdiger élan bedienen! Stilzitten is zo bijvoorbeeld volstrekt onmogelijk bij “Puffpolka”, hun met een flinke snuif Latin swing gekruide adaptatie van Peter Kreuders “Was du mir erzählst hast von Liebe und Treu”, en bij “Bel Ami”, een tegen een achtergrond van zomers wulpse blazers, wat lap steel en een hikkend accordeon verleidelijk met de kont schuddende versie van de ondertussen stokoude Theo Mackeben-hit. Andere absoluut niet te versmaden momenten nog: de lekker ruige, hier tot “Blutwurstpolka” herdoopte genreklassieker “Who Stole The Keeshka?”, het als bezeten skankende en bij momenten ook ongemeen grappige eigen nummer “Bolle Polka” en de funky polka meets East van “Polka Kebab”.

Zouden voor het polkagenre zo ongeveer hetzelfde effect moeten kunnen sorteren als Rowwen Hèze hier ooit voor Tex-Mex en aanverwanten, deze Polkaholix! Party time gegarandeerd dus!

Polkaholix

Music & Words

 

 

MARAH

“Can’t Take It With You”

(Ltd. edit. 10-inch vinyl & download only!)

 (Yep Roc)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wat ons betreft zo ongeveer hét ideale middel om de tijd tot aan hun eerstvolgende reguliere release, het in januari van volgend jaar te verschijnen “Angels Of Destruction!”, mee te doden, deze enkel op vinyl (Een gelimiteerde 10-inch!) en als download verkrijgbare nieuwe EP van Marah. Zes tracks, (in MP3-vorm) te hebben voor net geen zes dollar en bovendien zonder uitzondering van uitstekende kwaliteit, een koopje noemen wij zoiets!

Het door een dronken ragtime pianootje op z’n weg naar huis terug ondersteunde “Shine On Harvest Moon” herinnerde ons bijvoorbeeld aan het beste van de nog jonge Kinks, “Angels On A Passing Train” bleek een zoveelste erg knappe melodieuze rocker op het actief van de Bielanko-broers en co en “If You Didn’t Laugh You’d Cry” is het zonderling mooie, compleet onthaast aandoende en op dat bewuste album nog gewoon ontbrekende titelnummer van hun laatste studioplaat. “Hard Up” is vervolgens “punk meets pop-venijn” genre Graham Parker in betere tijden en “Can’t Take It With You” een met de nodige blazers opgewaardeerde rootsy ballade van het soort waarvoor ook Paul Westerberg zijn hand niet zou omdraaien. Net als “Angels On A Passing Train” al een vooruitblik op “Angels Of Destruction!” trouwens, dat nummer. Dit laat kortom alleen maar het allerbeste verhopen voor die op stapel staande nieuwe van de heren…

Marah

Yep Roc

 

 

RYAN ADAMS

“Follow The Lights”

(Lost Highway / UMG)

(3,5) J J J J

 

 

Om het wachten op de al een poosje aangekondigde box set met daarin ondermeer z’n tot dusverre niet verschenen albums “48 Hours” en “The Suicide Handbook” wat draaglijker te maken pakte Ryan Adams zopas alvast uit met een zoethoudertje. De EP “Follow The Lights” bevat met z’n rijkelijk met piano en strijkers besprenkelde titelnummer en de Americana ballad “My Love For You Is Real” slechts twee écht nieuwe eigen songs. De andere vijf zijn een geslaagde cover van “Down In A Hole” van grunge supergroep Alice In Chains en samen met z’n Cardinals live in de studio ingeblikte versies van al wat oudere liedjes als “Blue Hotel”, “Dear John”, “This Is It” en “If I Am A Stranger”. Het betreft daarbij voornamelijk eerder rustig materiaal. Enkel “This Is It” mag op die regel lekker rockend even een uitzondering maken.

Op “Everybody Knows”, de binnenkort te verschijnen Europese versie van deze Amerikaanse EP, zal met het gelijknamige, aan ’s mans laatste reguliere CD “Easy Tiger” ontleende nummer één track meer te vinden zijn. ’t Is maar, dat je het weet natuurlijk…

Ryan Adams

Lost Highway Records

 

 

EUGENE RUFFOLO

“In A Different Light”

(Stockfisch / In-Akustik)

(3,5) J J J J

 

 

“In A Different Light”, de zopas verschenen nieuwste van de Amerikaanse singer-songwriter Eugene Ruffolo, zijn debuut voor het Duitse Stockfisch Records, is op de keper beschouwd eigenlijk een soort van veredelde Best Of. Het betreft hier immers in het gezelschap van studiokleppers als John Jennings, Martin Hutch, Beo Brockhausen, Siard de Jong, Hans-Jörg Maucksch en anderen ingespeelde nieuwe versies van werk van zijn drie eerdere platen (“When We Were Kings”, “Fool For Every Season” en “The Hardest Easy”), aangevuld met enkele nieuwe liedjes. Schoonheden van songs als “Fool For Every Season”, “The Right Thing”, “Poor Lonesome me” en andere profiteren op “In A Different Light” ten volle van de bijzonder warme minder-is-meer-aanpak van producer Günter Pauler. En nooit kwam Ruffolo’s fluwelen stem zelf beter tot haar recht dan hier! Gevoeliger dan ooit klinkt hij eigenlijk. En dat is natuurlijk een enorm pluspunt als je het in je liedjes voornamelijk over liefde en verlangen hebt. Wij kunnen je dan ook maar één goede raad meegeven: als je het al zou overwegen om ooit nog eens een plaat van deze eigentijdse mooizinger aan te schaffen, laat het dan vooral deze zijn! Er staat je ziel daarmee immers een aangenaam warme balseming wachten. En dat lijkt ons absoluut niet te versmaden in deze barre tijden…

Eugene Ruffolo

Stockfisch Records

 

 

JJ SCHULTZ

“Traveling Songs”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

“Traveling Songs” is na het in 2004 verschenen “Bustin’ Outa Town” en het van een jaar later daterende “Something To Me” ook alweer nummer drie voor de jonge Amerikaan JJ Schultz. En net als zijn twee voorgangers is het een verbluffend mooie plaat geworden. Koos Schultz ten tijde van “Something To Me” nog resoluut voor een formule mét band, voor zijn nieuwste zocht hij zijn heil in een compleet andere aanpak. Een van alle overbodige franje ontdane soloplaat moest en zou dat worden. En afgezien van wat bescheiden bijdragen van Manny Bernal (percussie), Craig Koozer (akoestische bas), Scott Robertson (Telecaster, backing vocals), Matt Dundas (piano) en Sonya Cotton (backing vocals) blijft Schultz er zijn uitgangspunt ook daadwerkelijk op trouw. En dat maakt, dat hij weer wat meer opschuift richting Townes Van Zandt, de prille Dylan en het vroegwerk van Tom Waits. Al vormt de Springsteen van ten tijde van “Nebraska” zeker ook een uitstekend aanknopingspunt. Met als zijn voornaamste bondgenoten de eigen schuurpapieren stem en een stel heerlijke nieuwe songs grijpt Schultz je ook ditmaal vrijwel ogenblikkelijk weer bij de keel. Luisteren zal je! Daar is absoluut geen ontkomen aan! En dat hoeft ook niet, want je doet het met veel plezier! Terugkerend thema in de songs is ditmaal een vaak van de nodige twijfels vervuld leven onderweg.

Niets minder dan briljant!

JJ Schultz

CD Baby

 

 

DOUG KWARTLER

“All Sides”

(Hollow Body Records)

(4) J J J J

 

 

“All Sides” is de uitstekende derde van New Yorker Doug Kwartler. Die in twee duidelijke helften uiteenvallende opvolger van het in 2003 boven de doopvont gehouden “Halfway House” en het een jaar later op de wereld gezette “Silver Meteor” deed ons nog net iets meer naar adem happen dan zijn twee toch ook al bepaald niet misse voorgangers. In de songs op “Just About To Die”, de eerste van de twee CD’s, is Kwartler ondermeer in de weer met elementen ontleend aan folk, bluegrass, traditionele country en jazz. Op CD 2, het zijn titel alle eer aandoende “Strong”, ligt de nadruk meer op (roots)rock en pop. Men denke daarbij bijvoorbeeld aan acts als Wilco, Ryan Adams en Josh Ritter. Vooral de wat rustigere nummers van Kwartler kunnen zich moeiteloos meten met het betere werk van die veel bekendere namen. We denken dan bijvoorbeeld aan prachtsongs als de ballades “Park Avenue” en “Ghosts” en het licht bluesy gekleurde “Two Kinds”. Maar ook melodieuze rockertjes als “Always Looking Down”, “Senses Closing In” en “Bangor” gingen er hier in als zoete koek, hoor. En dan hadden we het nog niet eens over het rootsy spul op “Just About To Die”! Daar valt werkelijk geen enkel week moment tussen te bekennen! Van het met een snuifje mardi grass gezegende “Banjo Eyes” over de country rock van “Just Walk Away” en de jazzy trage “Closest New York Friend” tot de sfeervolle akoestische Americana van “A Simpler Life”, van de even eigenzinnige als geslaagde Bruce Hornsby-cover “On The Western Skyline” over het speels naar bluegrass neigende “Honey Brown” of de op een lekker streepje mondharmonica geënte meezinger “Just About To Die” tot het melancholische “Suzanne”, van de broeierige trage “I Made It To Saturday Night” over de alweer zeer zwierige Americana van “Charlestown” tot de gevoelsmatig zijn titel helemaal waar makende afsluiter “Lonely Tonight”, het zijn stuk voor stuk ijzersterke nummers. En “All Sides” verdient alleen al daarom dan ook absoluut onze aanbeveling.

Doug Kwartler

CD Baby

 

 

RICHARD SWIFT

“Dressed Up For The Letdown”

(Saddle Creek / Munich)

(4) J J J J

 

 

Zelfs voor niet-ingewijden laat Richard Swift er met de titel van zijn nieuwe CD niet de minste twijfel over bestaan, dat hij een onverbeterlijke cynicus is. Maar dan wel eentje van het eerder tedere soort. Louter muzikaal gezien dan toch. Indie, maar toegankelijk. Zéér zelfs! Vaak vergeleken met die andere moderne crooner Rufus Wainwright, maar even goed met veeleer klassieke songwriters als een Randy Newman en een Nilsson. Heeft natuurlijk alles te maken met het feit, dat hij net als die twee graag achter zijn piano mag kruipen om te componeren. Andere uitstekende referenties vormen de heren McCartney en Harrison in hun prille na-Beatles-dagen. Met elk van de voornoemde groten deelt de Amerikaan alvast een bijzonder goed ontwikkelde neus voor fijne melodieën, regelmatig zwaar schatplichtig aan het popgebeuren van de eerste helft van de jaren zeventig in zijn eigen land. Centraal staan daarin voortdurend de eigen weemoedige stem en het vaardige, amper anders dan als retro te bestempelen toetsenwerk van Swift. Net zoals bijvoorbeeld ook een Andrew Bird dat zo graag doet, schuwt ook hij overigens het muzikale risico absoluut niet. Hij kiest voor een sobere, maar bijzonder effectieve aanpak, die uitmondt in een erg warm aandoend geheel, dat zowel liefhebbers van het betere commerciële popwerk als die van wat moeilijker spul zou moeten kunnen aanspreken. Wat wollige strijkers ter verfraaiing, her en der een (jazzy) flugelhornbijdrage, speciale gitaren, het zijn allemaal van die dingen die er toe bijdragen, dat je in verband met de muziek van Swift regelmatig geneigd bent het woord “groots” in de mond te nemen en “en passant” ook nog snel even de namen van Burt Bacharach en Van Dyke Parks te droppen. Het heeft immers allemaal iets bepaald ingenieus over zich.

Richard Swift

Saddle Creek

 

 

CHRISTOPHER REES

“Cautionary Tales”

(Red Eye Music / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Je kan je zo stilaan vragen beginnen stellen bij de adequaatheid van de term Americana. De dagen dat de onder die noemer vallende muziek uitsluitend in de States werd gemaakt liggen immers al een tijdje achter ons. Meer nog, de betere Americana blijkt dezer dagen steeds meer elders te worden gemaakt. Zo is er nu bijvoorbeeld weer “Cautionary Tales”, na “The Sweetest Ache” uit 2004 en het een jaar later verschenen “Alone On A Mountain Top” de derde van Welshman Christopher Rees. Een echt plaatje van een plaat is dat! Het album combineert al het beste van zijn twee voorgangers en groeit op die manier spelenderwijze tot een waar juweeltje uit. Elk van de zeven doodzonden wordt er tekstueel op getackeld. Gulzigheid en de gevaren van promiscuïteit vormen het onderwerp van het muzikaal een weinig aan Grant Lee Buffalo verwante “Bucket Full Of Holes”, begeerte en jaloezie staan centraal in het naar het werk van Sixteen Horsepower lonkende “How Did You Sleep Last Night?”, luiheid in de broeierige Adamsiaanse country soul van “It Won’t Come Easy”, wellust in het bluesy ingevulde titelnummer, hebzucht in het gevoelsmatig misleidend lieflijk aandoende “A Sinner’s Serenade”, trots in het door Rees zelf van bijzonder fraai gitaar- en harmonicawerk voorziene slepertje “Don’t Let Your Heart Grow Cold” en razernij in de beklijvende murder ballad “Mary Lee”, gebracht samen met de van The Hot Puppies bekende Becky Newman. En dat is lang niet de enige interessante gaste hier! Zo leent Victoria Williams bijvoorbeeld haar aparte stem aan de met soulvolle blazers overgoten ballade “Bottom Dollar” en duikt onze landgenote Charline Rose op in de sensuele afsluiter “Until Love Comes Around Again”.

Verrassend sterk geheel!

Christopher Rees

MySpace

Red Eye Music

Bertus

 

 

THE BLUE RIBBONS

“Rise And Shine”

(Day Job Records)

(3) J J J

 

 

Hun krachten bundelend als The Blue Ribbons deden zanger-toetsenman James Rohr, bassist Jef Charland, gitarist Mike Castellana en drummer Tauras Biskis er de voorbije zes jaar alles aan om in en rond Boston gehoor te vinden voor hun muziek. En die samenwerking zou uiteindelijk uitmonden in hun zopas verschenen debuutplaat “Rise And Shine”. Daarop combineren de vier als we het erbij mee geleverde promopraatje mogen geloven “het beste wat Americana en roots rock te bieden hebben”. En dat zouden dan moeten zijn “de krachtige punch van een Ray Charles, een gezonde dosis Band en een royale homp Tom Waits”. Zoiets schept natuurlijk verwachtingen! En om eerlijk te zijn, die worden hier niet helemaal ingelost. Akkoord, de songs van Rohr mogen er absoluut zijn en ook zijn inderdaad zwaar aan Tom Waits herinnerende voordracht is best wel in orde, maar om nu direct te spreken van “het beste wat Americana en roots rock te bieden hebben”, dat is wat ons betreft toch wel wat ver gezocht. Enkele mooie liedjes maken immers nog geen top act! Laat ons dus maar gewoon genieten van dingen als het ingehouden countryrockende “Bed Of Roses”, de Waitsiaanse stamper “Rise And Shine”, het op een heerlijke sixties beat geënte garagerockertje “Pig Rock Lane”, de Americana ballad “I’ll Never Do That Again” en het in een royale geut R&B geflambeerde “They’re All Gonna Love Me (When I’m Dead)” en ons verder niet al te veel van het publicitaire gelul rond deze plaat aantrekken. Dan blijkt het immers plots allemaal wel best genietbaar te zijn. En dat zal uiteindelijk toch wel de bedoeling geweest zijn, niet…?

The Blue Ribbons

 

 

VIETNAM

Vietnam

(Kemado Records / Munich)

(3) J J J

 

 

Hun gezamenlijke voorliefde voor acts als Bob Dylan, de Stones, de Velvet Underground en Sonic Youth bracht zanger-gitarist Michael Gerner en collega snarenbeul Josh Grubb ooit samen. Al snel nadat ze met z’n tweeën aan het musiceren en songs schrijven sloegen werden drummer Michael Foss en bassist Ivan “DJ Dolphin” Berko erbij gehaald om als dusdanig Vietnam in het leven te kunnen roepen. Dat resulteerde al in 2004 in een eerste EP, het van een prachttitel voorziene “The Concrete’s Always Grayer On The Other Side Of The Street”. Het spelen van een aantal shows samen met All Night Radio, een project rond voormalig Beachwood Sparks-gitarist Dave Scher zou vervolgens leiden tot een samenwerking met deze laatste, Jason Lader en de van hit act Maroon 5 bekende Mickey Madden. Samen met dat als producers actieve drietal werd in de Sound City Studios in Los Angeles met ouderwetse analoge apparatuur de eerste volwaardige langspeler van het drietal uit Brooklyn ingeblikt. Gastbijdragen zijn er daarop ondermeer van Jenny Lewis, Paz en Ana Lenchantin, Jesse Carmichael, het Crossroads Girl Choir en de blazerssectie van Future Pigeon. Het resultaat is een tot de nok toe met een enigszins bevreemdende hybride van rock, blues en soul gevuld album. Variërend van extreem soulvol, zoals in de van bezield shoutwerk en een knappe blaaspartij voorziene trage “Apocalypse”, het ook al bijzonder sfeervolle “Hotel Riverview” of het verhalende “Toby”, tot overduidelijk herinnerend aan de Jesus & Mary Chain of de Velvet Underground, zoals in het vooral door zijn “wazige” gitaarspel op een rare manier catchy aandoende tweetal “Step On Inside” en “Summer In The City”, zwelgend in sixties psychedelica, zoals in “Mr. Goldfinger”, of gewoon recht-toe-recht-aan rockend, zoals in het radiogenieke “Gabe” en het eveneens lekker doordouwende “Welcome To My Room”. Geen spek naar de bek van de doorsnee-bezoeker van deze pagina’s wellicht, maar daarom zeker niet minder interessant.

Vietnam

Kemado Records

 

 

SALIM NOURALLAH & THE POLAROIDS

“Pleasantry Lane”

(Paisley Pop)

(4) J J J J

 

 

Promotiemachines werken soms vreemd. Zo verscheen zopas met “Snowing In My Heart” van Salim Nourallah reeds een vijfde plaat en dat op het eigenste moment dat men hier zijn vierde ter bespreking aanbood. Raar… Maar het weerhield er ons alvast niet van om deze zwaar ondergewaardeerde popmaestro toch een aantal luisterbeurten te gunnen. En maar goed ook, want het naar zijn eigen studio vernoemde “Pleasantry Lane” is echt wel een wolk van een popplaat. Een album, dat nergens, maar dan ook echt nergens probeert om een zware beïnvloeding door de Beatles zaliger te ontkennen. Samen met zijn band The Polaroids werkt Nourallah zich op dat live in de eigen studio ingeblikte schijfje doorheen een selectie songs van zijn eerder verschenen platen “A Way To Your Heart”, “Polaroid” en “Beautiful Noise” en het samen met zijn broer Faris ingeblikte “Nourallah Brothers”. Het resultaat is een dertien eenheden tellende collectie veelal bedachtzame popliedjes, die het vooral moeten hebben van hun sprankelende melodieën en hun levensechte teksten. Heel wat van die nummers zouden in een wat rechtvaardigere wereld al lang zijn uitgegroeid tot echte hits. We denken dan bijvoorbeeld aan het reflectieve, door prachtig gitaarwerk gedragen “Avenue”, het emotionele “Missing You” en de zalige ingehouden power pop van “1978”, om er zomaar voor de vuist weg drie te noemen.

Warm aanbevolen!

Salim Nourallah

Paisley Pop

 

 

BERKLEY HART

“Pocket Change”

(PSB Records)

(3,5) J J J J

 

 

Onder het motto “Beter laat dan nooit!” een liggenblijvertje van het Amerikaanse tweetal Berkley Hart, dat gewoon té mooi is om hier onbesproken te blijven. “Pocket Change” is na “Wreck ’N Sow”, “Something To Fall Back On” en “Twelve” al het vierde album van dat uit Kerrville New Folk Songwriter Award-winnaar Jeff Berkley (zang, gitaar, percussie) en Calman Hart (zang, gitaar, harmonica) bestaande duo. En het is een back-to-basics-plaat in de waarste zin van het woord geworden. Daarbij slechts gewapend met hun eigen stemmen en gitaren, een harmonica en wat percussie-instrumenten trokken de twee zich immers terug in een houten kamer en blikten daar in amper zestien uur en met een minimum aan overdubs het geheel in. Dat levert uiteraard een heerlijk intimistisch geheel op, vol van luisterliedjes van het soort dat naast Americana- en folkliefhebbers ook fans van artiesten als James Taylor, Simon & Garfunkel en andere in hetzelfde genre actieve coryfeeën van de vroege jaren zeventig zou moeten kunnen bekoren. Eén microfoon wordt gedeeld voor bij momenten echt heerlijke samenzang, de gitaren worden meer gestreeld dan bespeeld en de liedjes zijn “road tested”. Klinkt met andere woorden gewoon lekker af en is ideaal spul om je tijdens de weer stilaan op komst zijnde gure herfstavonden mee te vermaken. Enige vreemde eend in de bijt is overigens een geslaagde cover van het van de Waterboys geleende “Has Anybody Here Seen Hank?”.

Berkley Hart

CD Baby