ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2008

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

PHIL LEE “So Long, It’s Been Good To Know You” - LYNNE HANSON “Eleven Months” - DIVERSE ARTIESTEN “Live From Austin, TX” (6 DVD’s) - HOKIE JOINT “The Way It Goes… Sometimes” - HT ROBERTS “Motion/Still” - MARKUS RILL “Bag Of Tricks” - WILLIE NILE “Live From The Streets Of New York” - THE INLAW SISTERS “Robbing The Devil” - ESP (EASTON PHILLIPS STAGGER) “One For The Ditch” - WAYLON JENNINGS “Live From Austin, TX ‘84” - BRANDON JENKINS “Faster Than A Stone” - ADAM KLEIN “Western Tales & Trails” - SHINER TWINS “Southern Belles” - CATIE CURTIS “Sweet Life” - JULIE NEUMARK “Dimestore Halo” - WARNER E. HODGES “Centerline” - FLIP KOWLIER “Flip Kowlier Unplugged - Live In De Living”

 

PHIL LEE “So Long, It’s Been Good To Know You” (Palookaville)

(5*****)

Van zoiets worden wij dus even héél erg stil, zie! Zeven lange jaren heeft hij er ons op laten wachten, deze Phil Lee, maar met de opvolger van zijn in 2001 verschenen tweede CD “You Should Have Known Me Then” vloerde hij ons wel weer meteen genadeloos. Dit is Americana op z’n allermooist! Zowel op tekstueel, muzikaal als emotioneel vlak valt hier zo’n achtenveertig minuten lang ontzettend veel te beleven. Phil Lee, da’s Bob Dylan, Steve Forbert en Jimmy LaFave in één! Een droom van een verhalenverteller met bovendien een bijzonder vaardig handje als het erop aankomt om die stories van ‘m muzikaal in te kleden. En dan is er nog die zalige rasp van een stem van ‘m! Veel betere liedjes dan het ongemeen soulvolle “Let There Be Love, Tonight”, de “murder song” “Sonny George”, het over z’n gehele lengte tussen funk en blues twijfelende “Neon Tombstone”, de van een fraai streepje mondharmonica voorziene sleper “Lovers Everywhere” en de volop in rinkelende Byrdsgitaren badende rootsrocker “We Cannot Be Friends Anymore” zal je dit jaar ongetwijfeld niet meer te horen krijgen! Deze schijf niet kopen is niet alleen Lee maar vooral ook jezelf zwaar onrecht aandoen!

Phil Lee

 

LYNNE HANSON “Eleven Months” (Weatherbox Limited / Bertus)

(4,5*****)

Deze plaat bespraken we hier in augustus van dit jaar al, maar aangezien ze nu ook eindelijk officieel in de rekken belandde, komen we er graag nog eens even op terug. Ctrl. Alt. Repeat, zeg maar…

Naar aanleiding van haar twee jaar geleden verschenen debuutplaat “Things I Miss” vergeleken we hier de jonge, uit Ottawa afkomstige zingende liedjesschrijfster Lynne Hanson al met schoon vrouwvolk als Mary Chapin Carpenter, Gillian Welch, Lucinda Williams, Mary Gauthier, Caroline Herring en Lynn Miles. Met die ronduit sublieme eersteling creëerde ze meteen erg hooggespannen verwachtingen met betrekking tot alles wat nog volgen zou. Als ze het geweldig hoge niveau daarvan zou kunnen aanhouden, dan was het Americana-genre wat ons betreft immers meteen een échte topper rijker. En om je geduld niet langer onnodig op de proef te stellen: dat is dus wel degelijk het geval. Meer nog, opvolger “Eleven Months” is als geheel gewoon nóg beter dan zijn voorganger. Van het voortdurend tussen hoop en wanhoop balancerende countrywalsje “More Of The Same” tot de uit religieuze twijfel geboren Americana van “Nazareth Bound”, van het op bijzonder poëtische wijze het almaar schaarser wordende goed “eeuwige liefde” bezingende “Dance In The Evermore” tot het als een soort van antwoord op de bluegrass classic “Pretty Polly” opgevatte midtempo bluesje “Willow Tree”, van de zich behaaglijk in steelgitaarklanken wentelende ballade “Middle Of The Bed” tot de politiek geladen eigentijdse folkdeun “Tears In Your Rain”, van het hardop tussen Americana en authentieke bluegrass twijfelende “Cold Touch” tot het werkelijk schitterende titelnummer, anders dan heerlijk kunnen we liedjes als deze gewoonweg niet omschrijven. De revelatie van weleer bevestigt dus met andere woorden met brio. Geslaagd cum laude, menen wij!

Lynne Hanson

CD Baby

Bertus

 

DIVERSE ARTIESTEN “Live From Austin, TX” (6 DVD’s)

(New West / Sonic Rendezvous)

     

In z’n stilaan behoorlijk ontzagwekkende vormen aannemende “Live From Austin, TX”-reeks – Je hebt er ondertussen al een aparte plank in je rek voor nodig! - verkent het Amerikaanse New West-label alsmaar meer nieuwe horizonten. De laatste worp van zes, die ons onlangs bereikte, bevat zo bijvoorbeeld materiaal van zo uiteenlopende acts als Trace Adkins, Widespread Panic, Amos Lee, Lucinda Williams, Merle Haggard en Waylon Jennings.

Van de eerste in dat rijtje, neo-traditionalist Trace Adkins (3***), schotelt men ons beeldmateriaal van ten tijde van zijn tweede CD “Big Time” voor. De boomlange rijzende ster vertolkte tijdens zijn doortocht in “Austin City Limits” in het najaar van ’97 uiteraard een aantal van zijn vroege hits als “The Rest Of Mine”, “Every Light In The House”, “This Ain’t No Thinkin’ Thing” en “I Left Something Turned On At Home”. Verder onthielden wij vooral ook een verrassend leuke cover van de soulhit “634-5789”. Getroffen werden we echter vooral door Adkins’ kwaliteiten als entertainer. Ook tussen z’n songs door weet die hier z’n publiek immers probleemloos bij de les te houden. En da’s een hele verdienste…

Nummer twee vinden wij persoonlijk eigenlijk de minste van de zes. Het betreft daarbij een op Halloween 2000 geregistreerd optreden van de vooral in hun thuisland zelf waanzinnig populaire Amerikaanse jamrockband Widespread Panic (3***). Interessant wellicht vooral, omdat één van de stichtende leden van de band, Michael Houser, er toen nog wél bij was. Houser, wiens nickname “Panic” zelfs leidde tot de groepsnaam, zou een kleine twee jaar later aan kanker overlijden. Naast een veelheid aan naar ons gevoel met al té virtuoze instrumentale uitspattingen overladen eigen songs waagden de zes “Paniekzaaiers” zich indertijd ondermeer ook aan herinterpretaties van Vic Chesnutts “Let’s Get Down To Business” en J.J. Cale’s “Travelin’ Light”. Ons zegt het allemaal niet bijster veel, maar fans van de muziek van acts als de Grateful Dead of de jonge Clapton doe je hier wellicht wél een groot plezier mee.

Neen, doe ons dan maar liever de nummer drie van het hier behandelde lijstje. Van de jonge Amos Lee (4,5*****) waren wij immers wél behoorlijk zwaar onder de indruk. De man etaleert in twaalf eigen nummers een bijzonder soulvolle stem en koppelt op volkomen organische wijze genres als folk, Americana, soul, blues en jazz aan elkaar. Zijn liedjes vallen zodoende onder de noemer “volstrekt tijdloos” en ook zijn gitaarspel is werkelijk impeccabel. Op toen nog maar amper 27-jarige leeftijd bewees Lee al een hele grote in wording te zijn. Iets wat door zijn latere platen eigenlijk alleen ook maar werd bevestigd. Héél erg mooi en bijzonder sfeervol geheel! En wat ons betreft dan ook een onomstreden aanrader!

Over nummer vier in lijn houden we het ditmaal kort. “Live From Austin, TX ‘84” van Waylon Jennings (4****) bespraken we hier immers al eens eerder als CD-DVD-combinatie. En de vier sterren, die we er toen aan toekenden, vinden we ook voor deze DVD only-uitvoering volstrekt aanvaardbaar. Al blijft “de tweeling” al bij al natuurlijk wel het betere koopje.

En dan is er nummer vijf! Ook daarbij gaat het om een aan een echte countrylegende gewijd tweede volume. Meer bepaald om de registratie van Merle Haggards (4****) eerste “Austin City Limits”-show in januari van ’78. Dat samen met Bonnie Owens en zijn band The Strangers afgewerkte optreden zal ongetwijfeld op heel wat bijval kunnen rekenen in kringen van Hag-fans en traditioneel geschoolde countryliefhebbers tout court. Wij hebben alvast met volle teugen nog eens genoten van alleraardigste uitvoeringen van klassiek spul op ’s mans repertoire als “Silver Wings”, “Ramblin’ Fever”, “Lonesome Fugitive”, “Sing Me Back Home”, “Orange Blossom Special” en “Workin’ Man Blues”. En dan hadden we het nog niet over z’n toen nog volop actuele Bob Wills-covers als “Cherokee Maiden”, “San Antonio Rose” en “Misery”. Très, très sympa! (Ook verkrijgbaar als CD-DVD-combo!)

En “last but not least” is er dan natuurlijk ook nog “Live From Austin, TX ‘89” van Lucinda Williams (4****). En ook daarbij gaat het om een eerste “Austin City Limits”-concert. Samen met een nog zichtbaar flink wat jaartjes jongere Gurf Morlix (gitaar), John “Juke” Logan (harmonica), John Ciambotti (bas) en Donald Lindley (drums) neemt La Williams ons op sleeptouw doorheen een bijzonder aangename set met ondertussen al lang tot eigen klassiekers uitgegroeide dingen als “Big Red Sun Blues”, “Am I Too Blue”, “Crescent City”, “I Just Wanted To See You So Bad”, “Something Happens When We Talk”, “Passionate Kisses” en “Happy Woman Blues” en covers als John Sherrills “Wild And Blue”, Memphis Minnie’s “Nothing In Rambling” en Lil’ Son Jacksons “Disgusted”. Spectaculair oogt het allemaal zeker niet, maar héél erg mooi is het bij momenten wél. Hier hadden wij dan ook maar wát graag ook een CD-uitvoering van zien verschijnen. Maar dat zal allicht wel ijdele hoop blijken, zeker?

New West Records

Sonic Rendezvous

 

HOKIE JOINT “The Way It Goes… Sometimes” (Cool Buzz / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Bij het Nederlandse label Cool Buzz zijn ze wat ons betreft volkomen terecht apetrots op het feit dat ze met Hokie Joint wellicht “the next big thing” op bluesvlak in huis hebben gehaald. Dat vijftal uit het Engelse Colchester beschikt alvast over een aantal serieuze troeven om het binnen de kortste keren te gaan maken. Z’n bijzonder charismatische frontman JoJo Burgess is er zo bijvoorbeeld al één. In diens regelmatig aan Tom Waits herinnerende stem gaan emotie en zeggingskracht immers bijna voortdurend hand in hand. En dan is er uiteraard ook nog Giles King. Die onder ingewijden ondermeer van zijn geweldige harmonicabijdragen aan Ian Siegals “Meat & Potatoes” bekende knaap steelt ook op “The Way It Goes… Sometimes” met enige regelmaat de show op zijn instrument. En dan mogen we zeker ook niet nalaten om hier met gitarist Joel Fisk de derde sterkhouder van de groep te noemen. Zonder de andere groepsleden tekort te willen doen mogen we toch wel stellen, dat het genoemde drietal in grote mate bepalend is voor het straffe geluid van Hokie Joint. Een geluid, dat tegelijk catchy en rauw is en waarin zowel plaats blijkt voor trage als supersnelle momenten.

Hokie Joint

Cool Buzz

Sonic Rendezvous

 

HT ROBERTS “Motion/Still” (Misty Music House / Bertus)

(4****)

 

Zoiets noem je dus een loepzuivere hattrick. Diep in de tweede helft van zijn muzikale carrière maakt Gentenaar HT Roberts hem met een derde beauty op rij vol. Na het oorstrelende duo “Acres Of Time” en “Fingernail Moon” is er nu immers het al even fraaie “Motion/Still”, één van die helaas nog steeds weinige momenten, waarop je als Americana-minnaar even fier kan zijn een Belg te zijn. Een plaat die je vooral niet te luid mag afspelen, noemt Roberts het zelf op het hoesje ervan. Hij wil immers niet tegen je schreeuwen, maar je eerder liefdevol in het oor fluisterend deelachtig maken aan zijn gedachtenwereld. En zo klinkt hij inderdaad ook op zijn best. In het goede gezelschap van oude getrouwen Niels Delvaux (drums, tamboerijn, shaker, percussie) en Gijs Hollebosch (dobro, mandoline, gut string, tri-cone, lap steel, akoestische slide) en nieuwkomer Peter Ryckeboer (toetsen) durfde Roberts nog naar eigen zeggen eindelijk het album te maken, dat hij al langere tijd in zijn hoofd had. Een echte groepsplaat, aldus de man zelf, geboren uit enkele magische momenten samen met een stel bevriende muzikanten, die zijn liedjes perfect aanvoelen. Het resultaat zijn twaalf veelal verstilde schoonheden van songs, die Roberts’ unieke positie binnen Vlaanderen Muziekland eens te meer vol in de verf zetten. Werkelijk niet één landgenoot kan tippen aan de buitengewone verhalende kwaliteiten van deze kanjer, die het eigenlijk al een poosje volop verdient om in één en dezelfde adem te worden genoemd met Amerikaanse geestesverwanten als een Jeff Talmadge, een John Gorka, een Terence Martin of een Greg Trooper. En dat is dus bij deze ook gebeurd!

HT Roberts

Bertus

 

MARKUS RILL “Bag Of Tricks” (Markus Rill)

(3,5****)

Aan veel coverplaten gaat het nodige denkwerk vooraf. Alles moet immers kloppen, het moet binnen een welbepaald concept passen. Maar dat was zeker niet het geval met dit tussendoortje van Markus Rill. Het album kwam er eigenlijk gewoon na een spontane ingeving. “It happened by accident,” aldus de Würzburger zelf in de liner notes ervan. Materiaal dat de voorbije jaren om uiteenlopende redenen op de plank was blijven liggen, werd na overleg met zijn rechterhand Andi Obieglo door de man zelf gekoppeld aan bijdragen aan diverse projecten en zo ontstond completely out of the blue “Bag Of Tricks”. Daarop ondermeer opnames gemaakt met Los Solitary Men, een groep waarvan Rill enkele jaren geleden deel uitmaakte en die ermee ophield nog voor haar eerste CD volledig ingeblikt was, “Tender Mercies”, zijn met labelgenoot Todd Thibaud opgenomen bijdrage aan een Rich Hopkins-eerbetoon, “Fade Away”, een soortgelijke deelname aan een plaat vol songs van Michael Weston King, en “If I Were A Carpenter”, een geweldige lezing van die Tim Hardin-hit samen met aanstormend countrytalent Sunny Sweeney. Al bij al een lekker gevarieerd geheel, waarvoor stilistisch gezien absoluut geen beperkingen lijken te hebben gegolden. Van R&B, rockabilly en rock & roll tot country, Americana en folk en zo ongeveer alles wat zich daar tussenin bevindt, het kan hier eigenlijk allemaal wel. Met wat ons betreft speciale vermeldingen voor een kippenvel verwekkende uitvoering van de Elvis Presley-hit “Can’t Help Falling In Love”, een ingenieuze medley van “Understand Your Man” van Johnny Cash en “Don’t Think Twice” van Bob Dylan, een heerlijk naakte lezing van Dylans “Not Dark Yet”, het al genoemde duet met Sunny Sweeney en Rills kijk op “I Still Miss Someone” van zijn overleden idool Johnny Cash. Met die zalige hese stem van ‘m zet Rill eigenlijk gewoon alles probleemloos naar zijn hand, ook echte genreklassiekers als “Ghost Riders In The Sky”, “Six Days On The Road”, Chuck Berry’s “Nadine” en “Brown-Eyed Handsome Man” of Steve Earle’s “Guitar Town”. Wij zijn bij dezen alvast weer een beetje meer fan van deze echt wel extreem getalenteerde Duitser geworden… Nu u nog!

Markus Rill

 

WILLIE NILE “Live From The Streets Of New York” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Willie Nile geldt in kennerskringen al sinds jaar en dag als één van dé best bewaarde singer-songwritergeheimen überhaupt. En de New Yorker is bovendien ook nog eens een bijzonder begenadigde performer. Roots rock live op z’n Willie Nile’s is dan ook absoluut niet te versmaden. Je hoeft ons daarbij echter niet op ons woord te geloven. Eén enkele beluistering van zijn ten tijde van zijn geweldige CD “Streets Of New York” in het hartje van de Lower East Side van zijn thuishaven NYC opgenomen nieuwe live-album zal wellicht volstaan om je over de streep te trekken. In het gezelschap van z’n Worry Dolls Brad Albetta (bas, zang), Frankie Lee (percussie, drums, zang) en Rich Pagano (drums, percussie, zang) en gasten Jimmy Vivino (gitaar, mandoline, keyboards, melodica, zang) en Andy York (gitaar, zang) hield Nile met een vrijwel zijn gehele carrière overspannende set bestaande uit spitante rockertjes en tot tranen toe bewegende bewegende ballades een uitverkochte Mercury Lounge ruimschoots een uur lang in de ban. Het is volop genieten geblazen van heerlijk spul als de deluxe-stampertjes “Game Of Fools” en “Vagabond Moon” en knappe tragen als het rootsy “The Day I Saw Bo Diddley In Washington Square”, “Back Home” en vooral ook het afsluitende “Streets Of New York”. “Live From The Streets Of New York” komt als een CD-DVD-combinatie. Op de DVD bevindt zich naast de concertregistratie ook nog een speciale documentaire met ondermeer exclusief clipmateriaal en interviews.

Willie Nile

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

THE INLAW SISTERS “Robbing The Devil” (Inlaw Sisters / Sonic Rendezvous)

(5*****)

 

Heel wat mensen in mijn directe omgeving vinden mij maar een rare. Iets waar het feit, dat ik er over heel wat dingen een nogal uitgesproken mening op nahoudt, wellicht een grote rol in speelt. Eén van mijn stokpaardjes is zo bijvoorbeeld het aan vaste rituelen verbonden zittende kopen van geschenken voor anderen. Niet dat die cadeaus die mensen niet gegund zouden zijn, dát absoluut niet! Maar wat blijft er in godsnaam over van het verrassingseffect, als je weet dat die dingen op komst zijn? Als je in veel gevallen zelfs al vooraf vermoedt, wat er je te wachten staat? Ik houd daar absoluut niet van. Er is toch niets mooiers dan een spontaan aangeboden kleine attentie. Een vanuit het diepst van je hart aangeboden kleinigheid, waarvoor bijvoorbeeld geen Valentijn, Kerstmis of verjaardag nodig was… Dan raak je gegarandeerd pas echt de juiste snaar…

Een behoorlijk lange inleiding om het gevoel te verwoorden, dat zich hoe langer hoe meer ook in mijn benadering van nieuwe muziek begint te openbaren. Nieuwe platen van idolen, ze hebben op mij al lang niet meer hetzelfde effect als toen ik een dag jonger was. Echt uitkijken naar nieuwe schijven van helden doe ik dan ook nauwelijks nog. De ervaring leert immers, dat té grote verwachtingen vooraf naderhand maar al té vaak het plezier aan zo’n nieuwe worp fnuiken. Waar ik echter wel nog steeds naar uitkijk zijn nieuwe ontdekkingen. Daar lijk ik maar geen genoeg van te kunnen krijgen. En dan zijn we terug bij het uitgangspunt van dit stukje! Het element verrassing is daar plots weer. Na al die jaren vind ik het nog steeds een ongelooflijk genoegen om compleet onbevangen voor het eerst naar materiaal van een voor mij onbekende act te luisteren. En als die dan ook nog eens goed blijkt, dan kan mijn dag al helemaal niet meer stuk. Je zal het misschien een beetje weird vinden, maar zo zit deze jongen nu eenmaal in elkaar…

Onlangs nog belandde zo de nieuwe Lucinda Williams hier in de CD-speler en die plaat deed me ondanks mijn groot respect voor die genrediva amper iets. Enkele goede songs, dat wél, maar de plaat als geheel viel mij (weer) wat tegen. Neen, dan liever, véél liever zelfs, “Robbing The Devil”, het debuut van de Inlaw Sisters. Die kende ik absoluut niet, maar hun door de gerenommeerde Dirk Powell geproduceerde eersteling blies me wel meteen compleet van de sokken. Groot was mijn verbazing, toen ik vernam, dat het hierbij om het visitekaartje van twee Nederlandse dames gaat. En dat was vooral zó, omdat “Robbing The Devil” echt op en top Amerikaans klinkt. Niets, maar dan ook werkelijk niets, doet vermoeden, dat deze plaat niet ergens diep in het hart van de Appalachen gegroeid is. Dit is old time music op z’n allerauthentiekst. Anneke Van der Poll (zang, fiddle, banjo-uke) en Monique Neuteboom (zang, gitaar, banjo) dalen als het ware als engelen over je neer en balsemen ruim tweeënvijftig minuten lang je ziel met lezingen van voornamelijk Amerikaanse traditionals. Onvoorstelbaar, dat je met een Nederlandse achtergrond, tot zó dicht bij de essentie van traditioneel Amerikaans liedgoed kan doordringen. Workshops in Engeland, Bretagne en de VS verklaren veel, maar in dit geval lang niet alles. Zelfs lessen in Appalachian singing van kleppers als Ginny Hawker, Tracy Schwartz en Dwight Diller volstaan voor mij absoluut niet om de zich hier ontvouwende naturel te verklaren. Zalig gewoon, hoe de stemmen van Van der Poll en Neuteboom accorderen in hun versies van dingen als “The Lone Pilgrim”, “Wandering Boy”, “Pretty Polly”, “Foggy Mountain Top”, “Blue Diamond Mines” en andere. Het ene memorabele moment na het andere is op hun debuut het resultaat. Respect, héél erg diep respect, dames! Zelfs in de States zal men hiervan op termijn gegarandeerd zwaar onder de indruk blijken, zeker weten!

Inlaw Sisters

Sonic Rendezvous

 

ESP (EASTON PHILLIPS STAGGER) “One For The Ditch” (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4****)

Toen Tim Easton, Leeroy Stagger en Whipsaws-kopstuk Evan Phillips een poosje geleden aankondigden samen met iets te zullen uitpakken, hoefde je absoluut geen helderziende te zijn om te kunnen voorspellen, dat het resultaat van die coöperatie tot zeer mooie gevolgen zou gaan leiden. Drie elkaar geweldig respecterende songwriters van dat kaliber onder één vlag, dat kon gewoonweg niet mis gaan. En dat deed het ook niet! “One For The Ditch”, een album geboren uit één enkele driedaagse sessie in een door een winterse storm geteisterde hut in Cordwood, Alaska, is het soort van geheel dat ruimschoots de som van zijn delen overstijgt. Het is een zeer dynamische, grotendeels akoestisch gehouden plaat, waarop de drie songsmeden elkaar daarbij met veel gevoel ondersteunend beurtelings even in de kijker lopen. Easton nam naast een aantal zangpartijen ook gitaren, mandoline, piano, orgel, bas, harp en percussie voor zijn rekening, Stagger zong en bespeelde ondermeer gitaren, piano en percussie-instrumenten en Phillips tenslotte tekende voor zang, gitaren, orgel, bas, harp en percussie-bijdragen. Voor de “finishing touches” werden door de drie verder bovendien ook de uit de entourage van Leonard Cohen bekende Bobby Furgo (viool), Damian Lester (akoestische bas) en Stu Schulman (pedal steel en dobro) gestrikt. Het resultaat is een bijzonder warm aandoend geheel, dat tijdens de op komst zijnde koude wintermaanden ongetwijfeld nog heel vaak goede diensten zal bewijzen. Een waar snoepje voor liefhebbers van het genre!

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

WAYLON JENNINGS “Live From Austin, TX ‘84” (CD/DVD) (New West / Sonic Rendezvous)

(4****)

Tien lange jaren deden de makers van de populaire Amerikaanse TV-show “Austin City Limits” erover om outlaw-legende Waylon Jennings eindelijk eens voor hun camera’s te krijgen, maar die op 7 augustus van ’84 geregistreerde performance bleek uiteindelijk wél de moeite van het wachten meer dan waard. Ten getuige daarvan is er nu een in bijzonder fraai nieuw vormgegeven artwork verpakt tweede volume gewijd aan wijlen Jennings in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records. Die CD-DVD-combinatie biedt naast gedreven uitvoeringen van klassiekers op ’s mans repertoire als “Are You Ready For The Country”, “It’s Not Supposed To Be That Way”, “Dreaming My Dreams With You”, “Good Hearted Woman”, “Honky Tonk Heroes”, “I Ain’t Living Long Like This” en “I’ve Always Been Crazy” ook flink wat minder bekend materiaal. En daarvan bleven ons vooral de J.J. Cale-cover “Clyde” en het met de tong diep in de wang geplant gebrachte tweetal “Don’t You Think This Outlaw Bit’s Done Got Out Of Hand” en “I May Be Used (But Baby I Ain’t Used Up)” bij. Weinig overlappingen overigens met dat eerder verschenen deeltje in de “Live From Austin, TX”-collectie. Enkel “I Ain’t Living Long Like This”, “I May Be Used (But Baby I Ain’t Used Up)”, “I’ve Always Been Crazy” en “Good Hearted Woman” komen op allebei de volumes voor.

New West Records

Sonic Rendezvous

 

BRANDON JENKINS “Faster Than A Stone” (Smith Entertainment Group)

(3,5****)

Altijd al een bijzonder sympathieke “dude” gevonden, deze kale knikker uit Oklahoma. De man beschikt immers niet enkel over de leukste countrystem ten Zuiden van Dwight Yoakam, maar behoort bovendien ook nog eens tot de allerbeste songwriters actief binnen de zogeheten Red Dirt Music Scene. Nummers van hem werden bijvoorbeeld al ingeblikt door collegae als Stoney LaRue, Bleu Edmondson en Lester Chambers. Maar bekendheid geniet Brandon Jenkins toch vooral als zanger en als gitarist. Heel wat van zijn liedjes schopten het reeds tot de status van tophit in de Texas Music Chart. Met name songs van twee van zijn vorige platen, “Down In Flames” en “VII”, dan. En daar zullen we bij een volgende gelegenheid wellicht ook de titel van zijn nieuwste aan toe kunnen voegen. Ook “Faster Than A Stone” bevat immers weer tal van behoorlijk radiogenieke klanten. En Jenkins’ gitaarzwangere, uit min of meer gelijke delen country, blues en rock opgetrokken Americana leent zich überhaupt uitstekend voor langdurig gebruik. “VII” was zo bijvoorbeeld maandenlang vaste hap in de wagen van ondergetekende. En dat lot zou op termijn ook wel eens voor “Faster Than A Stone” weggelegd kunnen blijken. Dat lekker gevarieerde geheel beschikt met dingen als de Southern rocktrage “Probably Die Alone”, het springerige “I Never Figured It Out”, het onder heerlijk vettig gitaarwerk kreunende titelnummer, de melodieuze progressieve countrydeunen “Damn Your Eyes” en “Just Like California” en het bluesy “Big Mama’s Kitchen” alvast over meer dan voldoende geknipt materiaal om die status ook daadwerkelijk te rechtvaardigen.

Brandon Jenkins

 

ADAM KLEIN “Western Tales & Trails” (Cowboy Angel Music / Shut Eye Records)

(4****)

De ster van deze knaap is overduidelijk rijzende. Zoveel leert althans een vlugge blik op het lijstje van de bij de totstandkoming van zijn “Western Tales & Trails” betrokkenen. Van toetsenvirtuoos Randall Bramblett tot pedal-steelkei John Neff (Drive-By Truckers), van fiddler David Blackmon (Widespread Panic) tot accordeonist Phil Parlapiano (John Prine), lapsteeler Raphael McGregor (Nation Beat) en anderen, ze waren er allemaal maar wat graag bij om de tweede van Adam Klein van een in vergelijking met zijn debuut “Distant Music” veel voller geluid te helpen voorzien. De uit Athens, GA afkomstige troubadour koppelt daarop Americana, country en folk(rock) andermaal aan prachtige teksten, vaak met een zeer uitgesproken poëtische inslag. Townes Van Zandt, Mark Olson, Steve Earle en Josh Ritter zijn namen, die je bij het beluisteren van zijn zieleroerselen spontaan voor de geest komen. Bepaald niet van de minsten, die je daar opsomt, horen we je denken, maar Kleins liedjes over reizen, zoeken, hopen en verlangen zijn dan ook van werkelijk uitstekende makelij. En met die warme lichthese stem van ‘m brengt hij ze bovendien op zeer tot tevredenheid stemmende wijze ook. Gaan we allicht nog héél erg veel van horen!

Adam Klein

CD Baby

 

SHINER TWINS “Southern Belles” (Suburban)

(5*****)

Wat ons betreft met flink wat lengtes afstand dé beste Nederlandse roots act van het ogenblik, deze Shiner Twins. Voor platen als deze opvolger van hun in 2006 verschenen en al bijzonder lovend onthaalde debuut “All In Store” zullen zelfs veel Amerikaanse collega’s deemoedig het hoofd moeten buigen. Een veel geslaagdere hybride van zo ongeveer alles wat er op rootsmuziekvlak leeft in het diepe Zuiden van de States is immers amper denkbaar. Van de gospel touch van “Guide Me Lord” tot het met een New Orleans groove om u tegen te zeggen opgewaardeerde “Chance For Romance”, van de gloedvolle Americana van trage “Best Days In Your Life” tot het swampy funkende “Better Believe”, van de recht-toe-recht-aan rock & roll van “Ain’t Nobody” tot de werkelijk hartverscheurend mooie soulvolle ballade “So Many Tears”, van de countryeske meezinger “Waiting For A Train” tot het volop in de blues wortelende “Love Is My Religion” en alles wat daarna nog volgen moet, songwriters Jack Hustinx (zang en gitaren) en Richard van Bergen (zang, gitaren en mandoline) tonen zich dertien nummers lang absolute grootmeesters in hun vak. En in Dick Wagensveld (bas en tuba) en Nicky Hustinx (drums en percussie) beschikken ze bovendien ook nog eens over geknipte metgezellen om hun muzikale visie ook treffend te verklanken. Wat bijstand is er daarnaast ook nog van Roel Spanjers (toetsen en accordeon) en Gait Klein Kromhof (harmonica). Een absolute moordplaat!

Shiner Twins

Suburban

 

CATIE CURTIS “Sweet Life” (Compass / Music & Words)

(4****)

Niet dat ze zonodig nog iets te bewijzen heeft, maar met haar negende CD “Sweet Life” snoert Catie Curtis voor alle zekerheid alle potentiële criticasters bij voorbaat toch maar even vakkundig de mond. Het is immers een ronduit geweldige plaat geworden, die in de tijd van het jaar bovendien ook nog eens een gedroomde bondgenoot vindt. Het herfstige weer van de voorbije dagen vormt immers zo ongeveer hét ideale biotoop voor de veelal in sepiatinten gehulde liedjes van Curtis, waarin ditmaal met enige regelmaat de kleine genoegens van een leven rond de eigen haard centraal staan. Daarbij voortdurend vaardig heen en weer laverend tussen rootspop en -rock, folk en americana schildert Curtis tegen de achtergrond van “die grote boze wereld daarbuiten” een elftal bijzonder aardige miniatuurtjes, die haar reputatie als zingende liedjesschrijfster alleen maar ten goede zullen komen. Wij zijn zo bijvoorbeeld heel erg te spreken over het met vaudeville flirtende “Lovely”, over het lieflijke, als een soort van slaapliedje voor volwassenen opgevatte “For Now”, over het voorzichtig rootsrockende titelnummer, over het bijzonder melodieuze, door Phil Madeira van puik toetsenwerk voorziene “Everything Waiting To Grow” en over de soulvolle, wel erg toepasselijk getitelde afsluiter “Over”. En dan is er nog de enige vreemde eend in de bijt, een hoogst eigenzinnige herinterpretatie van Death Cab For Cutie’s “Soul Meets Body”. ’t Is dat we dat nummer al kenden, anders zouden we het er nooit zijn achter gaan zoeken. Curtis maakt er hier immers gewoon een Curtis-liedje van.

Warm aanbevolen!

Catie Curtis

Compass Records

Music & Words

 

JULIE NEUMARK “Dimestore Halo” (Hyena / Bertus)

(3,5****)

Soulvol, rootsy en buitengewoon origineel. Drie omschrijvingen, die in al hun beknoptheid toch zeer mooi samenvatten, waarvoor de veelbelovende nieuwelinge Julie Neumark allemaal staat. In de knappe Californische gloeit immers eenzelfde soort grenzeloze passie als in pakweg Janis Joplin, Shelby Lynne en haar grote idool Beth Hart. Rockend en rammelend valt ze op “Dimestore Halo” je leven binnen met het lekker vette titelnummer om je pas elf songs en een verborgen bonus track later enigszins beduusd weer achter te laten. Wat een gebalde kracht! Wat een vuur! Welk een opstoot van emoties! En bovenal wat voor songs! Niet te geloven eigenlijk, dat het hier pas het debuut van Neumark betreft! Zo volwassen als dit klinkt. Sterkste momenten: het eerder al even vermelde titelnummer, het volstrekt onweerstaanbare “Spare Change”, waarin country, blues en vunzige rock & roll iets heel moois met elkaar hebben, het extreem gevoelige “Wreck Of A Woman” en het als bezeten groovende en aan z’n kettingen snokkende “Drink Myself Pretty” (Geweldige titel ook!).

Verwacht wordt, dat Miss Neumark ons ergens begin volgend jaar met een bezoekje zal komen vereren. Een gelegenheid, die je wat ons betreft absoluut niet mag laten schieten!

Julie Neumark

Hyena Records

Bertus

 

WARNER E. HODGES “Centerline” (Jerkin’ Crocus)

(3,5****)

Een goede schoenmaker zweert trouw bij de eigen leest! Zo ook Warner E. Hodges, de man die als gitarist van de Scorchers samen met Jason Ringenberg verantwoordelijk was voor de plotse cowpunk hype ergens vroeg in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Denk samen met ons nog maar eens even met plezier terug aan onstuimige genreklassiekertjes als “Absolutely Sweet Marie”, “Blanket Of Sorrow”, “Help There’s A Fire” en “Broken Whiskey Glass”. Dat waren nog eens tijden! En Hodges doet op zijn solodebuut wat ons betreft dan ook volkomen terecht zijn uiterste best om die nog eens even te laten herleven. Iets waar hij, het moet gezegd, een veel minder markante zanger dan zijn vroegere baas zijnde, meer dan behoorlijk in slaagt. Country, blues en (gitaar)rock gaan ook op “Centerline” immers bijzonder lekker samen en laten absoluut het allerbeste verhopen voor hopelijk snel te volgen live gigs. In een met Dan Baird gedeelde productie en met verder ondermeer ook nog wat bijstand van de lichtjes fantastische Stacie Collins racet Hodges hier met veel brio doorheen zeven eigen songs en covers van Merle Haggards “Branded Man”, het vooral in de uitvoering van de Fabulous Thunderbirds bekende, maar door Jerry McCain gepende “She’s Tuff” en het ooit nog door hem zelf mee groot gemaakte Scorchers-pareltje “Harvest Moon”. Lekker, écht lekker…

Warner E. Hodges

Jerkin’ Crocus

 

FLIP KOWLIER “Flip Kowlier Unplugged - Live In De Living” (Petrol /Humo)

(4****)

Zalig plaatje gewoon! Ontdaan van alle overbodige franje klinken de liedjes van Flip Kowlier hier nog een stuk beter dan normaal. Enkel voor “Geef Mie Een Glas” en “Meiske” liet hij zich bijstaan door respectievelijk Peter Lesage op de Fender Rhodes en Lazy Horse op de gitaar. Voor het overige doet “de Fluppe” hier gewoon alles zelf. En dat levert spiernaakte, maar bovenal ook oersympathieke akoestische versies op van ondertussen wellicht door iedereen gekende songs als “Ocharme Ik”, “In De Fik”, “Min Moaten”, “De Grotste Lul Van ’t Stad”, “Welgemeende” en andere. Eigen dialectpoppareltjes gebracht met de stekker eruit, aangevuld met een cover van Jan Dewildes vertederende “Lieve Loemoemba, Klotepa” en de Bob Marley-adaptatie “’k Zie U Hirne”. “De Man van 32” ondertussen op z’n allerbest!

Flip Kowlier

Petrol

Humo

 

Home