CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2011

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

SHANE DWIGHT “A Hundred White Lies” - LOS TEXAS WRANGLERS “Adios, Goodbye” - VICTORIA VOX “Vox Ukulele Cello” - ED HALE “Beautiful Losers” - CHRIS ISAAK “Beyond The Sun (Deluxe 2 CD Set)” - SCOTT MCCLATCHY “A Dark Rage” - NATHAN HAMILTON “Beauty, Wit & Speed” - GORDON BONHAM “Soon In The Morning” - HAT CHECK GIRL “Six Bucks Shy” - MARIA RYLANDER “Facing South”

 

 

SHANE DWIGHT “A Hundred White Lies” (R-Tist Records)

(4****)

Al ruim een decennium lang timmert Shane Dwight als artiest aan de weg richting wat ruimere erkenning. Nog nooit klonk hij daarbij echter beter als op zijn zevende. In het gros van de songs daarop verwerkt de man de recente scheiding van zijn vrouw. Hartzeer als drijfveer dus. En dat werkt meestal wel goed. In het gezelschap van Delbert McClintons begeleidingsgroep Dick50 en met verder ondermeer ook nog gezongen bijdragen namens de lichtjes fantastische McCrary Sisters en Bekka Bramlett en wat harmonicawerk van Mike Henderson verkent hij quasi terloops op zeer gedreven wijze ook de schemerzone tussen blues en roots music. Soul, R&B, tal van bluesvarianten, Southern en roots rock, you name it, the man’s got it! En hoe! Dingen als het ongemeen soulvolle “True Love’s Gone”, het zwierig rockende “Love’s Last Letter”, de met een “Southern accent” opgewaardeerde Old Crow Medicine Show-cover “Wagon Wheel” en de hartverscheurend mooie trage “Broken” zullen naar ons gevoel niet één liefhebber van elk van deze genres onberoerd laten. Moet je dan ook beslist eens naar luisteren, naar deze nieuwe van Dwight. “You’re in for a real treat!” Een geweldige zanger, een uitmuntende gitarist, een prima songsmid!

Shane Dwight

CD Baby

 

LOS TEXAS WRANGLERS “Adios, Goodbye” (Deep South Austin Records)

(3,5****)

Al ruim dertig jaar lang duiken de namen van diverse leden van Los Texas Wranglers op aan de zijde van anderen. Groentjes kan je Mariano “Sonny” Trujillo (accordeon), Epifaño Sandoval Jr. (bajo sexto), Timoteo Torres (sax), Julian L. Fernandez (drums), Amador Berber Salazar (bas en zang) en Joyce Adams (zang) dan ook bezwaarlijk nog noemen. En samen “dealen” ze ondertussen toch ook alweer zo’n dertien jaar in conjunto. Ook op hun nieuwe cd “Adios, Goodbye” weer. Daarop ligt de nadruk beurtelings wat meer op Tex-Mex, Western swing, dan wel country. En met die aanpak scoren ze in hun thuishaven Austin bijna als vanzelfsprekend uitgebreid. Tijdens de jongste editie van de prestigieuze Austin Music Awards kaapten ze er wederom de award voor “Best Latin Traditional Band” mee weg. En dat reeds voor het vierde opeenvolgende jaar! Pretentieloos volksvermaak, dat wel degelijk aanslaat dus. En veel meer dan één enkele luisterbeurt was er ook voor ons alvast niet nodig om te begrijpen waarom dat zo is. Afgetrapt wordt er met een zomerse, deels in het Engels, deels in het Spaans gebrachte cover van Freddy Fenders klassieker “Before The Next Teardrop Falls”. Een eerste van drie adaptaties van materiaal van anderen hier. Ook de Drifters-hit “Under The Boardwalk” en “From Me To You” van The Beatles krijgen van Los Texas Wranglers immers een aparte Tex-Mex-beurt mee. Voor het overige op deze schijf echter uitsluitend eigen materiaal. En daarvan bleven ons vooral het heel mooi het midden tussen Western swing en Tex-Mex houdende “Otros Cielos”, het voorzichtig rockend op dansgrage benen mikkende “Dance All Night” en de afsluitende trage “Adios, Goodbye” bij. Leuk spul zondermeer!

Los Texas Wranglers

CD Baby

 

VICTORIA VOX “Vox Ukulele Cello” (Obus Music)

(3,5****)

Minder is vaak juist meer, dat blijkt maar weer eens naar aanleiding van “Vox Ukulele Cello”, de opvolger van het vorig jaar verschenen “Exact Change” van Victoria Vox. Die zo’n maand of drie geleden ingeblikte nieuwe van de Amerikaanse is eigenlijk een soort van “Best of”-plaat geworden. Heel wat van de nummers erop zijn immers met een minimum aan begeleiding opnieuw opgenomen songs van haar vorige drie platen. “Technicolor Way”, “Summertime”, “Mother Nature”, “Oh I Wonder” en “Make A Mess” kenden we zo al van het hoger al genoemde “Exact Change”, “Peeping Tomette”, “Jessica” en “C’est Noyé” prijkten al op “Chameleon” uit 2008 en “America” op “Victoria Vox And Her Jumping Flea” uit 2006. Enkel “Tugboat”, “Colorful Heart” en “Chasing Love” zijn dus eigenlijk echt nieuwe liedjes. En die worden, net als alle andere hier, gebracht met een tot de eigen ukelele en Katie Chambers’ cello herleid instrumentarium. Op die manier belandt de focus volop op de ongemeen lenige stem van Vox zelf. Op speelse wijze verkent ze met dat machtige instrument als haar voornaamste bondgenoot zowat alle grenzen van het folkpopgenre. Dat levert hier en daar weliswaar bescheiden uitlopers richting jazz en Americana op, maar over het algemeen zit je hier met de eerder gebezigde omschrijving toch wel juist. Catchy spul zondermeer! En heel erg leuk ook, zeker op die momenten, waarop Vox haar stem voorwaar zelfs even als trompet gaat gebruiken. Een stem, die overigens heel mooi kleurt bij de zelf bijgedragen ukeleleklanken en het beurteling springerige en herfstige cellospel van Chambers. Zouden ze bij Radio 1 een flinke kluif kunnen aan hebben, aan dit schijfje! En jij natuurlijk ook…

Victoria Vox

 

ED HALE “Beautiful Losers” (Dying Van Gogh Records)

(4****)

Ed Hale kennen sommigen onder jullie wellicht al wel als het kopstuk van alternatieve rock act Transcendence. Welnu, diezelfde Hale gooit het op “Beautiful Losers” over een geheel en al andere boeg. Dat album, een licht aangepaste versie van het al in 2009 verschenen “Ballad On Third Avenue”, brengt hem immers in beeld als een begenadigde singer-songwriter. Daarop pakt Hale uit met een twaalftal majestueuze akoestische popdeunen, die hem in een wat rechtvaardigere wereld meteen al een groot publiek zouden hebben opgeleverd. Wat hij doet vertoont best wel wat raakpunten met het materiaal van onder anderen Bright Eyes, Josh Ritter en Josh Rouse. Bij momenten behoorlijk persoonlijke teksten, een ronduit zalige lichthese stem en sprankelende instrumentale bijdragen op ondermeer akoestische gitaren, piano’s, orgels, xylofoon, mellotron, balalaika, fluit en cello maken van “Beautiful Losers” wat ons betreft een echt hebbeding. Niet één minder moment troffen we erop aan. Het is het soort van album, dat niet meer dan één enkele beluistering nodig heeft om je voor lang aan zich te binden. Zowel wat betreft het tekstuele aspect van zijn liedjes als de muzikale inkleuring daarvan scoort Hale continu heel erg hoog. Moet je dan ook beslist eens naar luisteren! (En je kan dan misschien best beginnen met het dromerig-weelderig ingevulde “Everywhere She Is There” en de broze, met een socio-politieke boodschap beladen ballade “New Orleans Dreams”. Twee ronduit uitstekende nummers, die je bovendien een heel goed idee geven van wat er je hier zo al te wachten staat.)

Ed Hale

Dying Van Gogh Records

 

CHRIS ISAAK “Beyond The Sun (Deluxe 2 CD Set)” (Vanguard / Welk Music Group / EMI)

(5*****)

Met “Beyond The Sun” eert rootsrocker Chris Isaak op buitengewoon passende wijze het vermaarde platenlabel van Sam Phillips. Zonder Sun Records zouden we immers ook geen Isaak gekend hebben, aldus de beste man zelf. Al tijdens zijn collegetijd in Japan verloor hij zichzelf helemaal aan het plaatwerk van Sun-artiesten als een Elvis Presley, een Roy Orbison, een Carl Perkins, een Jerry Lee Lewis en een Johnny Cash. Van hen leerde hij als het ware de stiel. En dat blijkt dan ook duidelijk op “Beyond The Sun”. Op de standaarduitvoering daarvan tackelt hij liefst dertien bekende en minder bekende Sun-liedjes. Enkel de eerste single, de snedige rocker “Live It Up”, schreef hij zelf in de stijl des huizes. Slimmerikken halen zich echter onverwijld de niet eens zoveel duurdere “Deluxe 2 CD Set” in huis. Daarop prijken immers nog eens elf bijkomende nummers. En ook daarvan blijkt er één een Isaak-original, met name “Lovely Loretta”. Ruim vijfentwintig nummers lang is het hier feestelijk omkijken geblazen! Je hoort echt aan alles, dat Isaak en co zich kostelijk geamuseerd moeten hebben daar in Memphis, TN. Want daar werd dit uiteraard ook allemaal ingeblikt. Isaak produceerde alles zelf en leverde ook wat dat betreft een puike prestatie. Veel authentieker dan hier zal je dingen als “Ring Of Fire”, “Trying To Get You”, “I Forgot To Remember To Forget”, “Great Balls Of Fire”, “Can’t Help Falling In Love”, “I Walk The Line”, “So Long I’m Gone”, “My Baby Left Me”, “Oh, Pretty Woman” en andere immers niet al te vaak te horen bekomen. Of je zou moeten teruggrijpen naar de originelen ervan natuurlijk… Maar goed, het moge ondertussen al lang duidelijk zijn, dit vinden wij dus eindelijk weer eens een Isaak in topvorm! Hiermee houdt hij met sprekend gemak het gros van zijn platen van de voorbije jaren op respectabele afstand. Als eerbetoon kan zulks al tellen!

Chris Isaak

 

SCOTT MCCLATCHY “A Dark Rage” (Scott McClatchy)

(3,5****)

Net als op zijn drie vorige platen “Blue Moon Revisited” (1999), “Redemption” (2002) en “Burn This” (2006) blijft singer-songwriter Scott McClatchy ook op zijn nieuwe worp “A Dark Rage” lak hebben aan zo goed als alle bestaande grenzen tussen genres als alt. country, roots rock, folk en andere. Mede daardoor en wellicht ook wel door zijn bij momenten enigszins vergelijkbare manier van voordragen wordt de beste man al jaren te pas en te onpas vergeleken met Steve Earle. Een stelling, waarvoor zo nu en dan best wel iets te zeggen valt, maar lang niet altijd. McClatchy, ooit nog één van de boegbeelden van The Stand en ook wel bekend van samenwerkingen met ondermeer Scott Kempner en Manny Caiati van The Del-Lords (Remember “Frontier Days”, “Johnny Comes Marching Home” en andere heerlijkheden van platen?), Dion en Tommy Womack, houdt het veld hier immers voortdurend lekker breed. Titelnummer “A Dark Rage” blijkt zo fulminante roots rock met een onmiskenbaar Iers randje, “Toasting My Friends” (alt.) country genre Steve Earle bij het begin van de jaren negentig, “Cigarettes, Breath Mints & Visine” heerlijk strakke gitaarrock tout court en “Forever With You” puntige Americana. Namen als John Mellencamp, de al genoemde Del-Lords, CCR, The Brandos, John Hiatt, Joe Ely, Peter Case en ja, zelfs The Stones en Bruce Springsteen, ze kwamen ons allemaal wel eens even voor de geest bij het beluisteren van deze twaalf nieuwe songs van McClatchy. Geef toe, bepaald geen kwaad gezelschap toch? Overigens betreft het daarbij niet uitsluitend eigen materiaal. Voor de zwierige folkrocker “Sally MacLelanne” ging onze protagonist immers in de leen bij de Pogues en voor “American Land” stond The Boss himself model, al klinkt ook dat hier “very Poguesy”.

Scott McClatchy

 

NATHAN HAMILTON “Beauty, Wit & Speed” (Irondust Records / Lucky Dice Music)

(4,5*****)

Op zaterdag 19 november aanstaande start In het Nederlandse Grootschermer een tournee, die Nathan Hamilton samen met zijn Texaanse collega Michael Fracasso langs een achttal podia in de Benelux zal leiden. De twee songwriters hebben beiden net een nieuwe plaat uit. Van Fracasso bespraken we hier onlangs al het prima “Saint Monday”, hier en nu is het de beurt aan Hamiltons “Beauty, Wit And Speed”. En dat, beste vrienden, is echt wel een verbluffend mooie plaat geworden. Met Hamilton in een voor zijn doen verrassend ingetogen bui. En behoorlijk popgeoriënteerd bij momenten ook wel. Zoals in het bedaarde “Rust Of Age” bijvoorbeeld, waarin hij tussen rustgevende piano- en trompetklanken uitermate uitnodigend zijn ding doet. En dat blijkt “this time around” een verkenning van het gewone dagdagelijkse leven. Een voor Hamilton naar eigen zeggen nog relatief nieuwe inspiratiebron, die hem aanzet tot waarlijk grootse dingen. Het besef, dat achter de kleine dingen des levens vaak juist de meest lonende momenten verscholen gaan, leidt hier tot zijn zondermeer beste collectie liedjes tot op heden. Daarmee onbewust een beetje in de voetsporen tredend van de Vlaamse dichter Herman de Conick, die in één van zijn gedichten ooit ook al liet optekenen, dat één van de voornaamste problemen van deze tijd net is, “dat er te weinig weinig is”, lijkt Hamilton hier geen gelegenheid onbenut te willen laten om te proeven van het eerder ordinaire, van “weinig”... En dat doet hij in het fantastische gezelschap van onder anderen Gourds-kopstuk Kevin Russell (mandoline), Jeff Lofton (trompet), co-producer Britton Beisenherz (ondermeer tal van gitaren, toetsen en percussie) en zingende collega’s Amy Cook, Amanda Leggett en Greg Vanderpool (Monahans). Zij en anderen begeleiden Hamilton op “Beauty, Wit And Speed” op een tocht langsheen songgoed, dat zich beurtelings een plaatsje onder noemers als folk, pop, de rootsy variant daarop, Americana en roots rock verdient. Heel erg radiovriendelijk spul, ook naar Europese normen!

Nathan Hamilton

Lucky Dice Music

 

GORDON BONHAM “Soon In The Morning” (Way Gone Records)

(3,5****)

In gespecialiseerde platenzaken tref je Gordon Bonhams albums steevast in de afdeling “urban blues” aan. En daar, tussen de B.B. Kings op leeftijd en de Robert Crays en de Eric Claptons van deze wereld, hoort hij op de keper beschouwd ook wel thuis. Bonham, een bepaald niet onaardige zanger en een te allen tijde zeer gedisciplineerd uit de hoek komende gitarist, brengt immers het soort van materiaal, waarvoor wij graag nog eens de term “gesofisticeerd” uit de kast zouden willen halen. Zich daarbij vakkundig begeleid wetend door David Murray (bas), Jeff Chapin (drums), Kevin Anker (keyboards) en Tom Harold (harmonica) waagt hij zich op “Soon In The Morning” aan een veelheid aan stijlen. “From the Mississippi Delta to the back alleys of Chicago, from big Texas shuffles to jumpin’ West Coast swing,” aldus het begeleidende schrijven. En dat in elf eigen liedjes! Liedjes, die wat ons betreft door de band genomen net wat “scherper” hadden mogen klinken. Want precies dat is naar ons gevoel het enige manco van “Soon In The Morning”: het merendeel van de hier gebrachte songs klinkt even braaf als gaaf. Een uitzondering vormt wat dat betreft eigenlijk enkel het vet groovende “Local Honey”.

Gordon Bonham

CD Baby

 

HAT CHECK GIRL “Six Bucks Shy” (Gallway Bay Music)

(4****)

Ook “Six Bucks Shy”, de ondertussen tweede vrucht van de in september van vorig jaar met “Tenderness” ingezette samenwerking tussen ervaren singer-songwriters Annie Gallup en Peter Gallway, is er weer eentje om echt van te smullen. Aangevuld met drumlegende Jerry Marotta, met wie ze ook het leeuwendeel der dertien songs op die nieuwe plaat schreven, grossieren Gallup en Gallway andermaal in heerlijk sfeervolle stukken. Om je een idee te geven van de richting waarin je mag denken: onze gedachten dwaalden bij het beluisteren van “Six Bucks Shy” meermaals af richting “Somewhere Down The Crazy River” en andere door Daniel Lanois “gemanipuleerde” stukken van Robbie Robertsons titelloze comebackplaat uit ’87. Knappe teksten, op bijna hypnotische wijze gedrapeerd over de zinnen prikkelende geluidstapijten. “Moody & atmospheric beauty!” Gallway levert daartoe bijdragen op elektrische en baritongitaren, bas, piano en keyboards, Gallup van haar kant doet het op haar elektrische en lap steel. Beiden zingen ze uiteraard, zowel samen als in hun eentje. Jerry Marotta vult op even subtiele als sublieme wijze aan met drum- en percussiewerk.

Hat Check Girl

 

MARIA RYLANDER “Facing South” (MaRy Music)

(4****)

Met het artwork van haar eersteling schept de jonge Zweedse Maria Rylander wellicht geheel en al ongewild verkeerde verwachtingen. Met een retrokapsel en dito kleding poserend voor een aftandse VW Kever suggereert “Facing South” immers eerder iets in de richting van pakweg een Imelda May dan de jazzplaat, die het op de keper beschouwd blijkt te zijn. Zoals zo vaak bedriegt de schijn hier dus. Maar dat gezegd zijnde is dit gewoon een heel erg leuke cd. Geen traditionele jazzschijf, maar eentje, die Rylander volop in de gelegenheid stelt haar niet geringe vocale capaciteiten én een open muzikale geest te etaleren. Bijgestaan door een behoorlijk internationaal getint collectief, bestaande uit pianist Simon Westman, de Japanse bassist Yasuhito Mori, de van haar werk achter onder anderen Damien Rice bekende Ierse celliste Vyvienne Long, de Nederlandse drummer Sebastiaan Kaptein, de Zweedse gitarist Carl Svensson en onze een mondje meezingende landgenote Vanessa Matthys, werkt ze zich daarop doorheen elf eigen composities. Materiaal, dat naast een flinke voorliefde voor het jazzgenre ook meer populaire invloeden als een Joni Mitchell en een Feist verraadt. Ideaal voor in de late uurtjes! Wellicht nog net wat minder tot een groot publiek sprekend als bijvoorbeeld een Norah Jones of een Diana Krall, maar toch… Wie niet vies is van een potje vocale jazz op z’n tijd heeft hier een vette kluif aan. Sterke nummers, lenige zange, een voorbeeldige begeleiding, meer moet dat voor ons alvast niet zijn!

Maria Rylander 

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home