CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2012

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

KEVIN DEAL “There Goes The Neighborhood” - MARY GAUTHIER “Live At Blue Rock” - RICH MAHAN “Blame Bobby Bare” - BB KING “BB King - The Life Of Riley, The Soundtrack” - SETH LAKEMAN “Live With The BBC Concert Orchestra” - ALEX HIGHTON “Woodditton Wives Club” - THE MOCKING BIRD “No Good Deed Goes Unpunished” - BUCKMAN COE “By The Mountain’s Feet” - AD VANDERVEEN “Driven By A Dream” - SAMANTHA MARTIN AND THE HAGGARD “Samantha Martin And The Haggard” - CAROLYN MARK “The Queen Of Vancouver Island” - BILLY BRATCHER “In The Lobby” - ALEX MCMURRAY “How To Be A Cannonball” - KATE RUSBY “20” - NINE BELOW ZERO “Live At The Marquee (Special Edition)”

 

 

KEVIN DEAL “There Goes The Neighborhood” (Blindfellow Records)

(4****)

Wat een uitstekende cd wederom, deze achtste van de Texaanse songsmid Kevin Deal! Rechtvaardigde zijn vorige, het drie jaar geleden verschenen “Seven”, nog volop de vele door de jaren heen met betrekking tot hem gemaakte vergelijkingen met collega’s Steve Earle en Joe Ely, dan gooit de beste man het op “There Goes The Neighborhood” toch wel enigszins over een andere boeg. Veelzeggend is in dat verband de titel van het derde nummer van de plaat, “I Need Revival”. Want daar lijkt Deal – Zeker wat betreft de muzikale invulling van zijn nieuwste! – echt wel aan toe te zijn geweest. In die mate zelfs dat elementen uit old time gospel, Americana en bluegrass hier bij momenten gewoon de bovenhand halen. Opvallendste gegeven vonden wij bij nader inzicht echter Deals nadrukkelijke stap richting het spirituele. “These are gospel songs, the sounds of grace and redemption, penned by a sinner who knows the price that was paid and the debt that results,” aldus die van z’n platenlabel daaromtrent. Of nog: “…honest, down home craft done right and founded on a faith worth having.” Bent u daar nog? Gelukkig maar! Want dit “There Goes The Neighborhood” is immers zeker geen geloofsbelijdenis tout court. Het album hinkt eigenlijk zelfs een beetje op twee gedachten. Enerzijds toont het, dat geloven in iets dat groter is dan wij zelf, mits op de juiste manier gedaan, best wel werken kan, anderzijds dat dit niet noodzakelijk zo hoeft te zijn. En precies die dualiteit maakt naar ons gevoel van “There Goes The Neighborhood” de sterke plaat die het is. En de knappe songs erop natuurlijk ook! Eén kneusje slechts. En dat is een wat ons betreft hier echt wel volslagen overbodige lezing van de Amerikaanse classic “Amazing Grace”. Al brengt Deal zelfs die nog enigszins aanvaardbaar. Veel en veel beter zijn echter: het op werkelijk sprankelende wijze old time gospel en bluegrass in zich verenigende titelnummer, het ook al naar oerouds Americana-model in elkaar geknutselde en hier al eerder aangekaarte “I Need Revival” en het enigszins vergelijkbare “Gideon”, het bezwerende, wat swampy aandoende “Big Prayer”, de prachtballade “A Long Time Ago” en de catchy, inleidend met een lekker streepje mondharmonica opgewaardeerde gospelgrassdeun “When Your Name Is Calling”.

Kevin Deal, CD Baby

 

MARY GAUTHIER “Live At Blue Rock” (Proper / Rough Trade)

(4,5*****)

Zoals zo ongeveer alles wat Mary Gauthier in haar carrière al afleverde ronduit uitstekend te noemen, deze concertregistratie. Het betreft hier een intimistisch, in triobezetting ingespeeld geheel, eerder dit jaar ingeblikt in de Blue Rock Artist Ranch in de buurt van Austin. Met violiste Tania Elizabeth en percussionist Mike Meadows waadt Gauthier doorheen een sfeervolle, maar niet altijd even voor de hand liggende selectie aan songs uit zowat al haar albums. Van “Drag Queens In Limousines” uit 2001 krijgen we zo het titelnummer, “Our Lady Of The Shooting Stars”, “Karla Faye” en “I Drink”, van “Filth & Fire” uit 2002 “Sugar Cane”, van “Mercy Now” uit 2005 “Wheel Inside The Wheel” en “Your Sister Cried”, van “Between Daylight And Dark” uit 2007 “Last Of The Hobo Kings” en van het werkelijk magistrale “The Foundling” van twee jaar geleden “Blood Is Blood”. De overige twee liedjes, “Cigarette Machine” en “The Rocket”, zijn nieuw. En dan bevindt er zich met een ongemeen soulvolle uitvoering van “Mercy Now” ook nog een “verborgen” bonusje ergens helemaal aan het einde.

Mary Gauthier, Proper Records

 

RICH MAHAN “Blame Bobby Bare” (Snortin Horse Records)

(3,5****)

“Growing up, I remember how stressed out my dad would get from work. But on the weekends, he would cut loose and crank up these great records by Bobby Bare. He would dance around the living room playing air guitar to “Tequila Sheila” and “Dropkick Me Jesus through The Goalposts Of Life”. Those songs made him forget about his troubles and just have a good time. I wanted to tap into that power and make a record that makes people feel good. So if you wonder where I got the inspiration to write the songs on this album, you can blame Bobby Bare!” Aan het woord: Rich Mahan, een twee jaar geleden in Nashville neergestreken “Golden State Refugee”, die je misschien nog wel kent als één van de medeoprichters van het hier nog niet zo heel erg lang geleden ook nog aan bod gekomen Shurman. “Blame Bobby Bare” is zijn solodebuut. En dat kreeg niet enkel een gepaste titel mee, het realiseert zeker ook de in de inleiding tot dit stukje door de man zelf gestelde doelen. “Blame Bobby Bare” blijkt op de keper beschouwd immers inderdaad wel goed voor het bouwen van een bescheiden feestje. Het blijkt hier te gaan om een potente mix van elementen uit country en rock, die je als luisteraar meermaals meeneemt op een aangename “trip down Memory Lane”, richting de hoogdagen van Bare en andere medio de jaren zeventig populaire outlaws. Topmomenten zijn daarbij wat ons betreft ontegensprekelijk het opzichtig met Tex-Mex flirtende “Tequila Y Mota”, het lekker rockende tweetal “Money In The Bank” en “Overserved In Alabama”, het echt rete-aanstekelijke, met een meteen de aandacht opeisend streepje mondharmonica van P.T. Gazell gezegende “The Hills Of South Dakota”, het grappige “Rehab’s For Quitters” en de enige cover hier, het bij Bobby Bare – Wie anders! – geleende “Put A Little Lovin’ On Me”. Leuke plaat!

Rich Mahan

 

BB KING “BB King - The Life Of Riley, The Soundtrack” (Emperor Media / Universal)

(5*****)

“BB King - The Life Of Riley” is een uitermate diepgaande prent gewijd aan het leven van de op 16 september 1925 in Itta Bena, Mississippi als Riley B. King geboren en ondertussen dus de gezegende leeftijd van 87 bereikt hebbende blueslegende uit de titel ervan, verteld door Morgan Freeman en met gesmaakte bijdragen van onder meer Eric Clapton, Bono, Ringo Starr, Carlos Santana, Bonnie Raitt, Buddy Guy, Mick Jagger en Ronnie Wood. Meer dan twee jaar lang werkte regisseur Jon Brewer ervoor samen met King zelve. Het resultaat: “A no holds barred, powerful documentary feature that explores how a black kid born in Mississippi in 1925 turned his life around, battled against the odds and against unrelenting racism, to overcome even the toughest critics in the entertainment industry, to become King of the Blues.” Warm aanbevolen kijkvoer met andere woorden. En ook de begeleidende soundtrack is uitermate de moeite waard. Zeker de “2 Disc Collectors Set”. Die volgt immers minutieus de in de film aan bod komende muziek. En dat levert een in totaal 26 eenheden, de volledige carrière van B.B. “Blues Boy” King bestrijkende collectie op. Twee daarvan blijken voorheen uitgegeven. Met name het in 1974 in respectievelijk Australië en Afrika ingeblikte tweetal “Walking Dr. Bill” en “Sweet Sixteen”. Twee songs, die overigens ook gewoon op de standaarduitvoering van het album terug te vinden zijn. Daarnaast met dingen als “I’ll Survive”, “3 O’Clock Blues”, “You Know I Love You”, “Sweet Little Angel”, “Catfish Blues (Fishin’ After Me)”, “Precious Lord” en “On My Word Of Honor” behoorlijk wat pril – Lees: fifties! – werk. En met “Miss Martha King” uit ‘49 zelfs de allereerste Bullet-single ook! Van de jaren zestig onthielden wij vervolgens vooral enkele van ’s mans “signature tunes” “Paying The Cost To Be The Boss” en “The Thrill Is Gone” en geweldige live-versies van “Everyday I Have The Blues” en “How Blue Can You Get?”. Van de seventies naast de twee al genoemde “rariteiten” ook “Hummingbird” en “Caldonia”. En van later nog: de van U2’s “Rattle & Hum” geplukte moordsong “When Love Comes To Town” en een samenwerking met Eric Clapton uit 2000, het ook al sublieme “Riding With The King”. Een zonder meer geweldige compilatie, als u het ons vraagt!

B.B. King

 

SETH LAKEMAN “Live With The BBC Concert Orchestra” (Honour Oak Records)

(3,5****)

In maart van dit jaar trad het aan de andere kant van het Kanaal echt wel op handen gedragen jonge singer-songwritertalent Seth Lakeman in de Plymouth Pavilions in Devon met het gerenommeerde BBC Concert Orchestra op. Een memorabel gebeuren, waaraan goed en wel een half jaar later nu ook een muzikaal souvenir gewijd wordt. Een EP meer bepaald, met daarop een vijftal die avond ten gehore gebrachte liedjes. Daarbij betreft het “Blacksmith’s Prayer” van Lakemans recentste cd “Tales From The Barrelhouse”, “Kitty Jay” van het gelijknamige, in 2006 verschenen album, “Changes” van “Hearts & Minds” en “Lady Of The Sea” en “King & Country” van het ondertussen met goud bekroonde “Freedom Fields”. Heel mooi, hoe folk daarin beetje bij beetje meer richting pop en klassiek wordt gestuwd zonder daarvoor zijn eigenheid volledig te moeten verliezen. Bijzonder passioneel gezongen door Lakeman zelf, die bij tijd en wijle bovendien ook nadrukkelijk aanwezig blijkt op zowel fiddle als tenorgitaar. Het BBC Concert Orchestra werd gedirigeerd door Matthew Coorey. Voor de arrangementen tekende Anne Dudley.

Seth Lakeman

 

ALEX HIGHTON “Woodditton Wives Club” (BB*Island / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Van een aha-erlebnis gesproken: dit is er weer eens zo één! “Woodditton Wives Club”, het debuut van de Brit Alex Highton, heeft echt alles van een klassieke singer-songwriterplaat. Meer nog: een veel mooier muzikaal tijdsbeeld van (ruraal) Groot-Brittannië anno nu kunnen we ons eigenlijk amper inbeelden. De in Liverpool opgegroeide, vervolgens in Londen neergestreken en recentelijk na het verliezen van zijn job aldaar met zijn familie richting het landelijke Cambridgeshire getogen Highton toont zich daarop in dertien met echte zaligheden van melodieën gezegende liedjes immers een briljante chroniqueur van zijn tijd. Soms eerder pop, soms wat meer folk, ook al eens bluesy. Soms romantisch, zoals in het afsluitende “Little Rocks”, een dromerig eerbetoon aan zijn wederhelft, soms grappig ook, veelal echter gewoon goudeerlijk in het optekenen van zijn eerste indrukken met betrekking tot zijn nieuwe thuishaven Woodditton. Tegelijk heel erg seventies aandoend en toch ook heel erg “nu”. Geïnspireerd naar verluidt door onder meer Harry Nilsson en David Ackles. Buitengewoon weelderig van klankkleur ook. Kortom: een geweldige luisterervaring. Te situeren ergens tussen de al genoemde Nilsson, Ray Davies en Nick Drake.

Alex Highton, BB*Island, Sonic Rendezvous

 

THE MOCKING BIRD “No Good Deed Goes Unpunished” (Tonic Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

The Mocking Bird is het nieuwe project van de in z’n thuisland Canada naar verluidt door velen erg gewaardeerde singer-songwriter Bob Kemmis. En die gaat op “No Good Deed Goes Unpunished” voor een fundamenteel andere aanpak dan voorheen. ‘s Mans weelderige, regelmatig nadrukkelijk door de jaren zestig beïnvloede rustige liedjes van weleer moeten hier wijken voor een beduidend meer rockende benadering. In een productie van Craig Northey en met de nodige muzikale bijstand van schoon volk als snarengrootmeester Steve Dawson, de al genoemde Northey, Doug Elliott en Pat Steward van The Odds, Geoff Kelly van Spirit Of The West, toetsenist Simon Kendall, Mickey Curry en Keith Scott komt Kemmis hier met dertien nieuwe nummers op de proppen, waarin hij ook ditmaal weer zijn voorliefde voor “all things sixties” niet onder stoelen of banken steekt, maar het rockt dus allemaal net dat beetje meer. Soms strandend in de buurt van de Beatles. ’n Beetje Lennon solo hier en daar ook wel. Elders dan weer eerder neigend richting power pop. En wel heel vaak handelend over intermenselijke relaties. Onze onverbintelijke luistertips: het lang niet enkel met een knappe titel gezegende “Loved You Hated Him”, het echt wel lekker rockende en quasi terloops ook met wat fijn blaaswerk opgewaardeerde “Where’s Your Get Up?” en het al even catchy uit de hoek komende “Green Eyed Girl”. Tof spul!

The Mocking Bird, Sonic Rendezvous

 

BUCKMAN COE “By The Mountain’s Feet” (Tonic Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Eerlijk is eerlijk: ik mag ‘m best wel, deze wat exotisch ogende, uit Vancouver afkomstige, zingende liedjesschrijver. Met zijn “down-home Americana”, “sun-sweetened folk” en “soul-drenched blues” had ik hem wel niet meteen in Canada gesitueerd, maar eerder ergens aan een zonovergoten stukje Amerikaanse West Coast. Ergens in de buurt van gelijkgestemde muzikale geesten als een Jack Johnson of een Ben Harper. Dat heb je ervan, als je muziek maakt die in al haar zonnigheid zo nu en dan toch tot denken aanzet. Want dat doen de liedjes van Buckman Coe dus wel degelijk, he! Het welbevinden van Moeder Aarde ligt de beste man duidelijk nauw aan het hart en dat zullen we hier geweten hebben ook. Hij wil ons bij momenten als het ware een collectief geweten schoppen. In “The Apocalypse Is Not Guaranteed” klinkt het in dat verband afsluitend alvast heel erg veelbetekenend: “And time will surely come, when we have no choice but to act as one.” Een loodzware boodschap verpakt in eerder lichtvoetig aandoend materiaal. “By The Mountain’s Feet” blijkt er op de keper beschouwd tot de nok toe mee gevuld. En het moet gezegd: het luistert vrijwel zonder uitzondering bijzonder aangenaam weg. Een spoedige kennismaking met Buckman Coe dringt zich wat mij betreft dan ook zeker op.

Buckman Coe, Sonic Rendezvous

 

AD VANDERVEEN “Driven By A Dream” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

“Zo lang de liedjes blijven komen blijf ik gaan,” aldus Nederlands Americana-monument Ad Vanderveen onlangs in een interview. En daar kunnen wij met z’n allen eigenlijk alleen maar blij om zijn. Op z’n zesenvijftigste klink Vanderveen immers beter dan ooit. Zoals goede wijn lijkt ook hij er met het verstrijken der jaren alleen maar beter op te blijven worden. Ten bewijze daarvan is er nu weer “Driven By A Dream”. Die plaat nam onze noorderbuur onder de productionele hoede van Matt Butler in de legendarische Rockfield Studios in Wales op. Elf liedjes bevat ze. En die behoren naar onze bescheiden mening vrijwel zonder uitzondering tot het allerbeste op ’s mans actief. Ook al valt in eerste instantie vooral op, hoe goed ze wel werken als een geheel. En dat ondanks het feit, dat Vanderveen hier stilistisch gezien juist weer wat breder gaat dan in een recent verleden. Gevoelige (folk)ballades als het beklijvende “Rest In Peace” worden op “Driven By A Dream” afgewisseld met eerder countryesk dan wel bluesy ingevuld spul genre een “So Happy I Could Cry” of een “Ramblin’ Soul”, deels akoestische, deels elektrische rootsrockertjes à la het titelnummer en (niet enkel gitaargewijs) zwaar richting Neil Young overhellend materiaal zoals bijvoorbeeld een “Time Has Told” en een “Will And Testament”. En afsluitend is er met “When I Paint My Masterpiece” ook nog een hele mooie Dylan-cover. Zó goed, dat we het deze maand alvast helemaal bovenaan onze eigen Euro Americana-bijdrage plaatsten. En geloof ons, dat wil hier echt wel iets zeggen…

Ad Vanderveen, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

SAMANTHA MARTIN AND THE HAGGARD “Samantha Martin And The Haggard” (Dollartone Records / Sonic Rendezvous)

(4,5*****)

Wat je vrijwel meteen opvalt bij een eerste beluistering van dit debuut is de ongelooflijk krachtige stem van Samantha Martin. De Canadese beschikt immers over een stel buitengewoon lenige “pipes”, waarmee ze je onwillekeurig doet denken aan andere grote madammen als daar zijn een Janis Joplin, een Bonnie Raitt, ja zelfs een Aretha Franklin. Een stem rijk aan karakter, aan passie en aan kracht dus. En voeg daar dan nog aan toe, dat ze ook op de akoestische en de resonator haar mannetje weet te staan, dat ze een geweldig rootsliedje in de vingers heeft en dat ze met Mikey McCallum (elektrische en baritongitaren), Greg Sweetland (elektrische bas en baritongitaar), Pete Lambert (drums, percussie en backing vocals) en Derek Downham (piano en diverse orgels) een goed ingespeeld ploegje in haar rug heeft, en je weet, dat je hier goed zit voor ruim tweeënveertig minuten Americana-plezier van het werkelijk allerbeste soort. Negen originelen brengen Martin en co hier, aangevuld met covers van Tom Paxtons “The Last Thing On My Mind”, de Bacharach & David-compositie “Rain From The Skies”, het bij The Staple Singers gehaalde “This May Be The Last Time” en de evergreen “You Are My Sunshine”. Goed voor een onwaarschijnlijk lekkere clash van zo uiteenlopende genres als (Southern) soul, blues, folk, country, gospel, rock & roll, rockabilly en reggae. Met als ontegensprekelijke topmomenten wat ons betreft de zalig twangende countryrocker “Fire & Brimstone”, de zwierige rockabilly-vlammer “New Kind Of Blue”, Martins gloedvol soulvolle vertolkingen van het al genoemde duo “Rain From The Skies” en “This My Be The Last Time” en vooral ook de werkelijk sublieme catchy barrocker “Road To You”. Voor de productie van hun eersteling tekenden Samantha Martin And The Haggard zelf samen met de hier onder meer ook van zijn werk met Kathleen Edwards en Sarah Harmer bekende John Dinsmore.

Samantha Martin & The Haggard, Sonic Rendezvous

 

CAROLYN MARK “The Queen Of Vancouver Island” (Mint Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Met Neko Case vormde de Canadese Carolyn Mark ooit nog het duo The Corn Sisters. In tegenstelling tot haar vriendin zou Mark in de daaropvolgende jaren de spreekwoordelijke kassa evenwel nooit echt aan het rinkelen krijgen. En dat mag toch wel verbazing wekken. Mark is louter kwalitatief gezien immers minstens de evenknie van de ondertussen wereldwijd al wel redelijk succesvol gebleken Case. Iets wat ze ook nu weer bewijst met het behoorlijk experimentele “The Queen Of Vancouver Island”. Country, dat wel, maar dan wel met een serieuze twist. Zo alternatief als het maar kan. En daardoor vreemd genoeg juist heel erg toegankelijk. Van de eerste tot de laatste noot beklijvend! Tussen het mysterieuze, ogenschijnlijk door de hoorn van een oude telefoon ingezongen openingsnummer “Poor Farmers” en het afsluitende, ons wat aan iets van Randy Newman herinnerende “You’re Not A Whore (If No One’s Paying)” gebeurt er zó ontzettend veel! Ongelooflijk! Wij noemen als onze persoonlijke favorieten hier bijvoorbeeld het zachtjes twangende “Baby Goats”, de springerige, echt wel rete-aanstekelijke Elvis-cover “Flaming Star”, het door Mark, zichzelf daarbij begeleidend op de akoestische, solo gebrachte “Nobody(’s Perfect)”, de knappe melodieuze rootsrocker “Mellie’s Book” en het ook al ongemeen sfeervolle klaagliedje “(We Weren’t Always) Old Whores”. Met songs van dat kaliber moest het nu ook voor Mark maar eens eindelijk gaan gebeuren! Ze zou het naar onze bescheiden mening alvast meer dan verdienen…

Carolyn Mark, Mint Records, Sonic Rendezvous

 

BILLY BRATCHER “In The Lobby” (Cow Island Music / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Samen met z’n maatjes Danny Coane en Al Lemery verschafte Billy Bratcher ons de voorbije jaren al zo menig een fijn luistermoment. Als de Starline Rhythm Boys voerden zij ons steevast mee terug naar de gloriedagen van Texaanse honky-tonks ergens aan het eind van de jaren veertig, begin de jaren vijftig van de vorige eeuw. En heerlijk authentiek gebrachte traditionele country en rockabilly bleken daarbij steeds weer de huisspecialiteiten. En dus verbaasde het ons toch wel een beetje om Bratcher op z’n gloednieuwe soloplaat “In The Lobby” in de weer te weten met tal van andere genres. “If you like being in the company of Jelly Roll Morton, Jimmie Rogers, Wilton Crawley and other masters of American Music, then the place you want to be is In The Lobby with Billy Bratcher,” aldus die van z’n platenlabel Cow Island Music. En die slaan daarmee ook effectief spijkers met koppen. De Bratcher die we hier aantreffen heeft immers veel meer gemeen met bijvoorbeeld een Leon Redbone dan met de Starline Rhythm Boys. Hier regeren old time blues, jazz en country volop. Van buitengewoon swingend tot juist heerlijk relaxt. Gebracht tussen met veel gevoel “bepotelde” akoestische gitaren, dobro’s en banjo’s, “quasi dronken voortwaggelende” piano’s, lustig vibrerende mondharpen, jolig “honkende” tuba’s en tal van andere blazers. “A mighty fine trip down memory lane!” Met name iets voor allen die recent bijvoorbeeld ook Pokey LaFarge & The South City Three, C.W. Stoneking en z’n Primitive Horn Orchestra en Meschiya Lake & The Little Big Horns in de armen sloten.

Cow Island Music, Sonic Rendezvous

 

ALEX MCMURRAY “How To Be A Cannonball” (Velvety Pod Music)

(5*****)

Ik kan mezelf wel voor de kop slaan! Dat ik deze parel zomaar aan me voorbij heb kunnen laten gaan… Een echte schande is het! En dat terwijl ik de vanuit New Orleans actieve zingende songsmid Alex McMurray toch al kende van z’n werk met onder meer Royal Fingerbowl. Met die groep maakte hij ondertussen zo’n vijftien jaar geleden het fraaie “Happy Birthday, Sabo!”. Remember, anyone? Zou eigenlijk wel moeten… Net zoals ik McMurrays album “How To Be A Cannonball” nu zo’n drie jaar geleden had moeten opgemerkt hebben. En niet nu, nu hij naar aanleiding van wat optredens in Nederland is. Maar goed: beter laat dan nooit! Want dit is echt wel een geweldige plaat, hoor! Met een McMurray, die ons beurtelings doet denken aan Tom Waits, Randy Newman, Leon Redbone en Elvis Costello. Als storyteller is hij vrijwel voortdurend echt groots. Wat een verbeelding heeft die man! ’t Is dat er zulke mooie muziek onder zit, maar heel wat van McMurrays verhalen had je ook wel gewoon willen lezen…

Meer info met betrekking tot ’s mans optredens – Onder andere in Maastricht! – vind je hier!

Alex McMurray, CD Baby

 

KATE RUSBY “20” (Pure / Island)

(4,5*****)

Wat een toffe manier om twintig jaar in het vak te vieren! We hadden het zelf eigenlijk niet leuker kunnen bedenken! De twintig kaarsjes die folknimf Kate Rusby op het toepasselijk getitelde “20” uitblaast blijken bij nader inzicht immers niets anders dan twintig met tal van bekende vrienden en collega’s gebrachte herinterpretaties van eigen songgoed. En daarbij doet ze zo ongeveer haar volledige eerdere catalogus aan. Met als kers op de taart ook één heel mooi volledig nieuw liedje, meer bepaald het sfeervolle, met Paul Weller gebrachte “Sun Grazers”. Andere bekende en minder bekende namen waarop we hier stoten zijn die van Chris Thile, Aoife O’Donovan, Nic Jones, Sarah Jarosz, Eddi Reader, Dick Gaughan, Richard Thompson, Radiohead-drummer Philip Selway, Jerry Douglas, Damien O’Kane, Jim Causley, Sara Watkins, Joe Rusby, Bob Fox, Paul Brady, Dave Burland, Stephen Fretwell, Mary Chapin Carpenter, de blazers van de Grimethorpe Colliery Band en Declan O’Rourke. Zij luisteren Rusby’s feestje mee op met stuk voor stuk onwaarschijnlijk mooie vertolkingen van – In die volgorde! – “Awkward Annie”, “”Unquiet Grave”, het al genoemde “Sun Grazers”, “The Lark”, “Planets”, “Wandering Soul”, “Who Will Sing Me Lullabies”, “Jolly Plough Boys”, “Sho Heen”, “Bitter Boy”, “I Courted A Sailor”, “Mocking Bird”, “The Good Man”, “Annan Waters”, “All God’s Angels”, “Elfin Knight”, “Wild Goose”, “Home”, “Underneath The Stars” en “Bring Me Boat”. Ideaal eigenlijk als introductie tot dit Britse nachtegaaltje, deze fraaie collectie reprises van eigen werk, maar evengoed een ware delicatesse voor haar fans. Echt wel bloedmooi!

Kate Rusby

 

NINE BELOW ZERO “Live At The Marquee (Special Edition)” (A&M / Universal)

(5*****)

Door velen nog steeds gezien als het allerbeste Nine Below Zero-album, dit “Live At The Marquee”, en daar valt absoluut wel iets voor te zeggen. Wat Dennis Greaves (lead vocals, gitaren), Mark Feltham (harmonica en zang), Peter Clark (bas en backing vocals) en Stix Burkey (drums) gelijk al op hun debuut – Want dat was dit dus wel degelijk, he! – aan Britse R&B-adepten voorschotelden, was ronduit verbluffend te noemen. Eén, ruim veertien tracks lang durend feest was het. Met weliswaar voornamelijk interpretaties van het werk van anderen, maar dat kon de pret absoluut niet drukken! Wel integendeel zelfs! Heerlijk sappige versies van R&B-, soul- en bluesklassiekers als “I Can’t Help Myself”, “Can I Get A Witness”, “Hootchie Cootchie Coo”, “Woolly Bully”, “Watch Yourself” en “Got My Mojo Working” prijkten op de setlist broederlijk naast eigen materiaal als het stompende “Stop Your Naggin’”, “Straighten Her Out” en “Swing Job”. Wij konden er destijds in ’80 al geen genoeg van krijgen en dat blijkt nu ruim drie decennia later nog steeds zo te zijn! En tot ons groot jolijt blijkt het oorspronkelijke album anno nu met 7 “encores” en een acht tracks tellende DVD met “performance footage” zelfs nog flink te zijn opgewaardeerd. Verdere groepsfavorieten als “Rocket 88”, “(Just A) Little Bit”, “Twenty Years Behind”, “Stormy Monday”, “Is That You”, “Keep On Knocking” en “Madison Blues” krijgen we er zomaar bovenop, evenals tot de verbeelding sprekend beeldmateriaal van “Tore Down”, “Homework”, “(Just A) Little Bit”, “I Can’t Help Myself”, “Can I Get A Witness”, “Hootchie Cootchie Coo”, “Is That You” en “Keep On Knocking”. Klassiek spul van een bandje, dat zich met deze wervelende eersteling te midden van de punks en mod revivalists indertijd voor eeuwig en altijd in onze gunst wist te spelen. Zo klinken bloed, zweet en tranen dus… En vooral ook passie! De passie van een meute jonge honden, die de wereld maar wat graag een poepje wilden laten ruiken! Het resultaat: één van de allerbeste live-platen ooit.

Nine Below Zero

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home