CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2015

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

MARTYN JOSEPH “Sanctuary” - DAN ISRAEL “Dan” - NATHAN BELL “I Don’t Do This For Love, I Do This For Love” - CARRIE NEWCOMER “The Slender Thread” - DM3 “West Of Anywhere” - THE BURNS SISTERS “Looking Back – Our American Irish Souls” - STACIE COLLINS “Roll The Dice” - CRASH N RECOVERY “Deep In The Woods” - CORB LUND “Things That Can’t Be Undone” - GOSPELBEACH “Pacific Surf Line” - JASON JAMES “Jason James” - STONEY LARUE “Us Time” - MANDOLIN ORANGE “Such Jubilee” - LYNN JACKSON “Songs Of Rain, Snow And Remembering” - SOUL EMBRACE “Good Morning To Myself” - DICK LEMASTERS “Gasoline & Fire” - BRUNO ROCCO “Lonely Rider” - JUNE STAR “Pull Awake” - DUANE RUTTER “Crazy Things” - JACK HUSTINX & THE SOUTHERN ACES “Over Yonder”

                                                                                                                                                                                                                                                        

                                                                                                                                                                               

MARTYN JOSEPH “Sanctuary” (Pipe Records / Lucky Dice Music)

(4****)                  

Volgend voorjaar, in de maand februari meer bepaald, zal Welshman Martyn Joseph andermaal afzakken naar de Lage Landen. Tijdens een reeks optredens, waarbij onder meer ook Evenementencafé Listwaar in Oud-Heverlee (05-02) en de Arscene in Hansbeke (14-02) zullen worden aangedaan, zal de beste man dan zijn nieuwe – zijn ondertussen eenentwintigste – studio release “Sanctuary” live komen voorstellen. En afgaande op het daarop gebodene durven we die gigs hier nu al echte aanraders te noemen. De Welsh Springsteen blijkt op die nieuwe van ‘m immers in echte topvorm. Elf nummers lang houdt hij je als liefhebber van roots music pur sang probleemloos bij de les.

In een productie van de gerenommeerde Ben Wisch, met wie hij in 1992 ook al “Being There” inblikte, en in het gezelschap van muzikanten die hun sporen reeds verdienden aan de zijde van groten der aarde als een Bruce Springsteen, een Jeff Beck, een James Brown, een Paul Simon, een Mary Chapin Carpenter, een Rosanne Cash en een Ray LaMontagne, om er maar een paar te noemen, gaat Joseph op “Sanctuary” op veelal ingetogen wijze aardig breed. Uiteraard heeft de alternatieve mensenrechtenactivist ook nu weer volop oog voor wat er in de wereld rondom hem gebeurt. Maar ook het persoonlijke wordt zeker niet uit het oog verloren. We noemen hier in dat verband graag de oorstrelend mooie, aan z’n eigen moeder opgedragen ballade “Her Name Is Rose”. Of ook het als een lentefrisse, buitengewoon speelse ode aan de liefde opgevatte “Cherry Blossom Girl”.

Verder zeker ook niet te versmaden: het enigszins bevreemdend aandoende, maar op treffende wijze de dialoog met wijlen Robert F. Kennedy zoekende “Bobby”, het zowel tekstueel als muzikaal gezien aansluiting bij de Centraal-Amerikaanse republiek uit z’n titel vindende “The Light Of Guatemala” en de knappe gitaar-instrumental “Sanctuary”.

Gaat dat vooral zien, zouden we zo zeggen!

Martyn Joseph, Lucky Dice Music

 

DAN ISRAEL “Dan” (Dan Israel Music)

(4****)

Met de twee jaar geleden verschenen vinyl-dubbelaar “Danthology” vestigde de Amerikaan Dan Israel meer dan ooit de aandacht op het feit dat allen die hem de voorbije twee decennia links hadden laten liggen eigenlijk zwaar in de fout waren gegaan. Met die door z’n fans bekostigde verzamelaar claimde “the hardest working singer-songwriter in Minnesota” immers probleemloos een stekje naast wél wereldwijd in de armen gesloten collega’s als een Tom Petty, een Paul Westerberg en een Freedy Johnston. Zo menig een Israel-song uit het verleden had best wel een hit mogen worden, zo bleek. Op z’n minst een radiohit dan toch.

En dat geldt bij nader inzicht ook weer voor nogal wat van de liedjes op z’n ondertussen toch ook al dertiende studioplaat, kortweg “Dan” geheten. Op dat samen met David J. Russ en Rich Mattson ingeblikte songtiental draait veel om het verwerken van z’n eigen recente echtscheiding. En een echt vrolijke plaat is het dan ook niet geworden. Louter wat betreft het tekstuele aspect dan toch. Al schijnt er ergens aan de einder altijd nog wel een zonnetje. Life must go on, you know… Een prachtig voorbeeld vormt wat dat betreft het ronduit vertederende “Two Bright Stars”. Daarin leeft Israel helemaal op bij het zien van de veerkracht van z’n eigen kinderen, die het uit elkaar gaan van hun ouders al bij al prima lijken te verwerken.

Andere waarachtige prachtsongs hier: het muy simpático, zo ongeveer als iets van de onvolprezen Traveling Wilburys voortdenderende “Be With Me”, de fraaie, van een zachtjes aan intredend gevoel van berusting levende en met Katie Gearty gedeelde valse trage “Winter Is Coming”, de voorwaar zelfs even een heel klein beetje richting Neil Young overhellende gitaarrocker “Can’t Believe It”, de ongemeen radiovriendelijke, met Bethany Larson gebrachte break-up song “You Don’t Love Me Anymore” en het zwaar melancholische “Moving Day”. En dan vergaten we bijna nog de geweldige jengelpopescapade “Lonely Too” en het met een flinke geut country besprenkelde “Winning At Solitaire”.

Andermaal een heerlijke plaat, deze nieuwe van Israel. En hopelijk nemen daar nu eindelijk wél eens wat meer muziekliefhebbers kennis van…

Dan Israel

 

NATHAN BELL “I Don’t Do This For Love, I Do This For Love” (Stone Barn Records / Lucky Dice Music)

(5*****)

Wie één van z’n beide vorige platen, “Black Crow Blue” of “Blood Like A River”, in huis heeft, zullen we vast niet meer hoeven te overtuigen van de kwaliteiten van de vanuit Tennessee actieve zingende songsmid Nathan Bell. Met die twee albums nestelde de beste man zich immers knusjes in het spoor van gereputeerde collega’s als een John Prine, een Shaver en een Guy Clark. En dat zou bij wijze van introductie eigenlijk al genoeg moeten zeggen. Bell is naar ons gevoel inderdaad ook een hele grote in wording.

Iets wat hij met z’n nieuwe album, z’n de bizarre titel “I Don’t Do This For Love, I Do This For Love” dragende derde ook weer ten voeten uit bewijst trouwens. Een plaat, waarop het, zoals de ondertitel dat reeds aangeeft, voornamelijk draait om “working and hanging on in America”. Waarop Bell zich met andere woorden op de ondertussen van hem bekende poëtische wijze inlaat met “de Amerikaanse werkmens” en diens lotgevallen. Een soort van working class-voyeurisme, dat ook this time around weer bepaald interessant luistervoer oplevert.

Bij het inblikken van “I Don’t Do This For Love, I Do This For Love” kreeg Bell onder meer de hulp van Missy Raines en haar band The New Hip en van Annie Mosher, Craig Bickhardt, Claire Lynch, Don Rigsby, Don Henry en Rachel Brown.

Onze favoriete momenten erop: het messcherpe en aan een werkelijk ijzersterk refrein opgehangen “Stamping Metal (Strike)”, het met Rachel Brown gedeelde en quasi terloops z’n titel echt alle eer aandoende “North Georgia Blues”, de kippenvelballade “Good Morning Detroit” en vooral ook het verhalend sterke en mede daardoor zeer aangrijpende “Jesus of Gary, Indiana”.

Nathan Bell, Lucky Dice Music       

 

CARRIE NEWCOMER “The Slender Thread” (Stockfisch)

(3,5****)

Voor de opnames van haar nieuwe cd “The Slender Thread” zakte zingende liedjesschrijfster Carrie Newcomer vanuit de States speciaal af naar het verre Duitsland. Naar Northeim meer bepaald, waar ze onder de productionele hoede van Günter Pauler en in het gezelschap van de gerenommeerde klanktovenaars van Stockfisch Records en een stel aan dat label gerelateerde muzikanten dertien verse songpareltjes inblikte.

En die liedjes moeten het, zoals in het verleden al wel vaker, in niet geringe mate hebben van Newcomers prachtige voordracht. Veel warmer worden stemmen ons inziens amper gemaakt. Denk bij wijze van referentie maar aan dames als een Mary Chapin Carpenter, een K.D. Lang of een Karen Carpenter, zoiets. In de buurt van dat soort van magistrale strotten situeert zich immers ook die van Newcomer.

Fijne pop- en folkluisterliedjes, heerlijk warmbloedig en harmonieus gebracht, van een haast weldadige schoonheid vormen de hoofdmoot hier. Niet zelden met een diepere boodschap ook. Als geen ander lijkt Newcomer immers te beseffen dat het voor de mensheid stilaan vijf voor twaalf is. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het pakkende “If Not Now” en je zal meteen begrijpen, wat we daarmee bedoelen. Veel mooier kan je iemand nauwelijks diets maken, dat het hoog tijd is om z’n zeden en gewoonten te veranderen.

Lijkt ons wel iets voor liefhebbers van het materiaal van artiestes als de al genoemde Mary Chapin Carpenter, Nanci Griffith en Joan Baez.

Carrie Newcomer, Stockfisch-Records

 

DM3 “West Of Anywhere” (Alive Naturalsound Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

We hebben het ons hier al wel eens vaker laten ontvallen: voor een lekkere pot power pop op z’n tijd zijn we altijd al wel te porren geweest. Al van ergens laat in de seventies koesteren we een diepe voorliefde voor dat genre. En dat zal allicht ook altijd wel zo gaan blijven ook. We hebben het nu eenmaal voor die wat primitieve, maar wat ons betreft bijzonder geslaagde combinatie van catchy zang en gitaren en tussen pop en rock nooit de melodie uit het oog verliezende liedjes.

En dus gaat “West Of Anywhere”, een zopas door Alive Naturalsound Records op de wereld losgelaten compilatie met het beste van het onvolprezen DM3, het groepje van Italo-Aussie Dom Mariani, dat met name in de nineties zo menig een power pop-pareltje opdook, er hier ook in als zoete koek. Het fijnste van platen als het door Mitch Easter geproduceerde “One Time Two Times Three Red Light” uit ’93, het opnieuw onder de auspiciën van die veelkunner ingeblikte “Road To Rome” uit ’96 en “Rippled Soul” uit ’98, enkele van de beste power pop-cd’s ooit! Aangevuld met wat later en zeldzamer spul. Met groepsfavorietjes als het catchy, ons van opzet wel wat aan de Ramones herinnerende “One Times, Two Times Devastated”, een voorheen niet verkrijgbare versie van het heerlijk schokschouderende “Please Don’t Lie”, het wat zweverige “Something Heavy”, het onder potent gitaarwerk kreunende “Speed Freak”, de zalige rocker “Can’t Get What You Want” en vele, vele anderen.

Dit behoort zonder meer tot de allerbeste jengelpop ooit ingeblikt. Referenties: Big Star, Robert Johnson (Niet de bluesmens uiteraard, maar die van het magistrale “Close Personal Friend” uit ‘77!), Badfinger, The Rubinoos, The Records en The Raspberries.

Alive Naturalsounds Records

 

THE BURNS SISTERS “Looking Back – Our American Irish Souls” (The Burns Sisters)

(4****)

Aan knappe najaarsreleases bepaald geen gebrek dit jaar. Als in fraaie herfsttinten gehulde bladeren blijven ze hier maar binnendwarrelen. Ook nu weer, met de nieuwe van de door ons de laatste jaren een weinig uit het oog verloren Burns Sisters. Die doen op hun nieuwe worp exact wat de titel ervan belooft. “Looking Back”, omkijken dus en op zoek gaan naar de eigen roots daar in het verre Ierland.

En dat doen Annie en Marie Burns aan de hand van zowel een trits Ierse classics als speciaal voor de gelegenheid geschreven eigen liedjes. Tot de eerste categorie behoren onder meer fraaie lezingen van traditionals als “Ned Of The Hill”, het bijna onvermijdelijke “Oh, Danny Boy” en “Too-Ra-Loo-Ra-Loo-Ral” en al even mooie vertolkingen van Ralph McTells emigratieballade “Clare To Here”, Ewan McColls “Free-Born Man” en Peter Jones’ “Kilkelly”. Tot de tweede door hun eigen voorvaderen en hun land van herkomst geïnspireerde eigen liedjes als “Mothers’ Ode”, “Workhouse”, “To Live Again”, “Father’s Blue Eyes” en “Far From My Home”.

“Connecting to and honoring our American-Irish heritage,” noemen de dames het zelf. En daar hebben wij van onze kant eigenlijk niet zo heel erg veel meer aan toe te voegen, hetzij dan, dat we bijna wegsmolten bij de waarlijk wonderschone vocale prestaties van de Burns-zussen. Die harmonieën! Kippenvel steeds weer gegarandeerd! En ook wat betreft z’n instrumentale onderbouw laat het op “Looking Back” gebodene nauwelijks wat te wensen over. En dat met dank aan klasbakken als een Jim Kimball (gitaren), een Don Kerse (bas), een Daryl Burgess (drums en percussie), een Stuart Duncan (fiddle en mandoline), een Jimmy Mattingly (viool), een Blackie O’Connell (Uillean pipes en low whistles), een Séamus Egan (Irish flute en whistle), een Joanie Madden (Irish whistles) en een Mac Benford (banjo). Voor de productie van hun nieuwe plaat tekenden de dames Burns gewoon zelf.

The Burns Sisters

 

STACIE COLLINS “Roll The Dice” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

De Amerikaanse Stacie Collins is een echt fenomeen. Als je haar één keer live aan het werk hebt gezien, ben je verkocht voor het leven. Wat een wijf! En dat bedoelen we dan in de goede zin van het woord. Collins is een ware wervelwind! Met haar wilde cocktail van elementen uit rock, blues en Americana duldt ze vanop de planken amper weerstand. “It’s only rock & roll, but you gotta like it, baby…”

Tien nummers lang knalt ze ook op haar door je vast ook wel van Jason Ringenbergs Scorchers bekende wederhelft Al Collins geproduceerde vijfde worp “Roll The Dice” weer. Met diezelfde Al Collins ook present op bas en akoestische gitaren en voor een mondje backings her en der en ander schoon volk als Georgia Satellites-kopstuk Dan Baird (elektrische en akoestische gitaren en percussie), Audley Freed (elektrische gitaar), Brad Pemberton (drums en percussie), Lisa Oliver-Gray (background vocals) en nog een handvol special guests serveert ze evenveel goede redenen om haar bij een volgende doortocht zeker met een bezoekje te gaan vereren. Met haar rauwe, qua intensiteit bij momenten best wel wat aan wijlen Janis Joplin herinnerende zang, haar daar perfect bij aansluitende uithalen op de mondharmonica en haar badass attitude doet ze het hem voor ons keer op keer weer.

Maar overtuig je vooral ook zelf, zouden we zeggen en leg bij gelegenheid ook eens een oor te luister bij dingen als de rockende adrenalineopstoot “Lost And Found”, het door een ferme pot scheurharmonica op sleeptouw genomen “King Of Rock”, de fameuze melodieuze rootsrocker “Gonna Fly”, de even flink wat gas terugnemende passionele trage “It’s Over”, het buitengewoon catchy, mede door een fijne accordeonbijdrage van Michael Webb met wat Tex-Mex-gevoel gekruide “Heart On My Sleeve”, het echt wel aangenaam lekker de bocht door glijdende “rootspopdondertje” “Jani” en andere. Je zal het je vast geen moment beklagen!

Stacie Collins, Blue Rose Records

 

CRASH N RECOVERY “Deep In The Woods” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4****)

De tijd dat we hier nog echt opkeken van een ons vanuit het Hoge Noorden bereikende uitstekende Americana-plaat ligt alweer een tijdje achter ons. We zijn ondertussen zelfs al zover, dat het ons eerder verbaast als er een maand voorbijgaat zonder zo’n toppertje afkomstig uit vooral Zweden of Noorwegen. En deze maand is het zo weer Zweden, dat aan de beurt blijkt. Met “Deep In The Woods” met name, de tweede cd van het zeskoppige Crash n Recovery.

Dat album is de opvolger van hun debuut “Post The Storm” en het bevat twaalf – Dertien de hidden bonus track meegerekend! – streepjes fijn rootsy Americana-luisterplezier, in grote lijnen te situeren tussen country, folk en bluegrass. En met ergens in het achterhoofd vrijwel constant ook ergens de omschrijving old-time. Uitsluitend eigen materiaal, zo blijkt, voornamelijk van de vaardige hand van zangeres Linda Engström. En die lijkt ons in niet geringe mate beïnvloed door grote voorbeelden als een Emmylou Harris, een Iris DeMent en een Gillian Welch. Geen slecht volk dus. En bepaald ook geen slecht materiaal. Zo menig een vergelijkbare Amerikaanse act wordt hier schijnbaar spelenderwijze het nakijken gegeven.

Enkele van de vele topmomentjes hier: het door Engström samen met collega Olle Söderlind gebrachte classic country-duetje “Damaged”, de wat nerveus aandoende bluegrass van titelnummer “Deep In The Woods”, de fraaie singer-songwriter country van “Minefield” en het echt wel rete-aanstekelijke, met wat fijne blazers opgewaardeerde stampertje “Guilty As Charged”. Al moet ons na die opsomming wel gelijk van de lever, dat de kans vrij groot is, dat we, als u er ons morgen naar zou vragen, gewoon een aantal andere titels zullen gaan opsommen. Kandidaten meer dan genoeg hier immers voor dat predikaat…

Crash n Recovery, Rootsy

 

CORB LUND “Things That Can’t Be Undone” (New West Records / PIAS)

(4,5*****)

“Things That Can’t Be Undone” is ontegensprekelijk Corb Lunds meest ambitieuze en stilistisch gezien ook meest diverse plaat so far. Dat hij wat betreft z’n muziekjes niet erg honkvast was, dat wisten we hier al wel een tijdje, maar dat hij zó breed zou durven te gaan, dat hadden we toch ook niet verwacht. Je valt hier immers echt van de ene (aangename) verrassing in de andere!

“Weight Of The Gun” schuifelt zo bijvoorbeeld op een op het eerste gehoor eerder onschuldig aandoend R&B-riedeltje vrijwel ogenblikkelijk het argeloze luisteraarsonderbewustzijn binnen om daar al snel z’n permanente intrek te nemen. “Run This Town” sluit vervolgens rootspopgewijs wat meer aan bij wat je als vintage Lund zou kunnen bestempelen. En dan is er het catchy “Alt Berlin Blues”. Daarin heeft de Canadees het over een hyperaanstekelijke pubrock beat over het platgooien van zo menig een favoriete Duitse spot ten voordele van een zoveelste nieuw flatgebouw. “Alice Eyes” is op zijn beurt dan weer fraaie seventies-geïnspireerde luister-rootspop, “Sadr City” kruipt over een Oosters getint, licht psychedelisch aandoend gitaarriffje richting de war songs waarvan Lund er al wel meer op z’n actief heeft en “Washed-Up Rock Star Factory Blues”, het misschien wel allerbeste nummer op “Things That Can’t Be Undone”, blijkt een even twangy als hilarisch vervolg op de Johnny Paycheck classic “Take This Job And Shove It”.

Resten er ons dan nog: de buitengewoon overtuigende cowboy folk song “S Lazy H”, de ook al heel erg lekkere countrydeun “Goodbye Colorado”, het voorwaar een flink eind weg rockende “Talk Too Much” en afsluiter “Sunbeam”, waarin Lund ons op ingetogen wijze deelachtig maakt aan het verlies op veel te jonge leeftijd van één van z’n nichtjes.

Voor de productie van “Things That Can’t Be Undone” tekende de je onder meer ook van z’n recente werk met Jason Isbell, Sturgill Simpson en Chris Stapleton bekende Dave Cobb.

Corb Lund, New West Records

 

GOSPELBEACH “Pacific Surf Line” (Alive Naturalsound / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Bij een samenstelling zoals die van GospelbeacH is de verleiding al snel groot om te gaan denken in termen van een supergroep. Maar is het dat ook wel echt? Dragen de namen van Brent Rademaker (zang en gitaar), Neal Casal (zang en gitaar), Jason Soda (zang en gitaar), Kip Boardman (zang en bas) en Tom Sanford (drums) daartoe al wel ver genoeg? Het antwoord op die vraag is wat ons betreft een ja en een neen tegelijk. De soloplaten van Casal en Boardman kennen we natuurlijk allemaal. En Rademaker en Sanford, die genoten natuurlijk ook al de nodige naambekendheid dankzij hun betrokkenheid bij Beachwood Sparks. Maar voor Soda moesten we toch al eens achter ons oor krabben. Hadden we naar verluidt al moeten kennen van z’n bijdragen aan Everest, die zanger-gitarist. Maar dat was dus niet zo.

Samen harken genoemde heren op hun band-debuut, het zopas verschenen “Pacific Surf Line”, terug naar al een eindje achter ons liggende muzikale tijden. Naar de late sixties en de vroege seventies met name, toen men in L.A. en verre omstreken prat kon gaan op een behoorlijk vibrante country rock scene. Met als enkele van z’n bekendste vertegenwoordigers uiteraard Buffalo Springfield en Poco. Lekker veel warmbloedig harmonieerwerk troef hier dus, naast onder meer ook nog een veelvoud aan akoestische en elektrische gitaren, wat pedal steel, slide, dobro, Hammond en Wurlitzer.

Openingsnummer “California Steamer” zet gelijk de toon. Meer voorbij kabbelend dan rockend is dat een eerste dart dichtbij de beoogde bull’s eye. Fijn stemmenwerk en dito gitaren blijken in dat liedje meteen alles bepalend voor het wollig-warme retro-groepsgeluid van GospelbeacH. Het meteen daaropvolgende en net wat vinnigere “Sunshine Skyway” profiteert vervolgens volop van een bijdrage op de pedal steel door Soda, “Your Freedom” blijkt een streepje volmaakte seventies sunshine (country) pop en “Mick Jones” is een verdomd lekkere uptempo countryrocker.

Vervolledigen het ons hier aangereikte song-negental: het met name sfeergewijs wel wat met de Byrds hebbende “Come Down”, het licht psychedelisch aandoende “Southern Girl”, het daar in al z’n bedaarde schoonheid perfect bij aansluitende “Out Of My Mind (On Cope And Reed)”, de prachtballade “Alone” en de een weinig bluesy ingevulde afsluiter “Damsel In Distress” met z’n werkelijk puntgave leadgitaarwerk van Soda.

Stuk voor stuk songs, die zich langzaam maar zeker meester van je maken. Een typisch groeiplaatje dus…

GospelbeacH

 

JASON JAMES “Jason James” (New West Records / PIAS)

(5*****)

Het zijn knapen als deze Jason James die er voor zorgen, dat we ons geloof in real country allicht nooit echt helemaal zullen verliezen. Every now and then duikt er wel weer eentje op. Eentje, die goed blijkt te hebben geluisterd naar wat ooit zo geweldig was aan country. Eentje, die zulk fraais ook zelf wil maken. En eentje, die daar bovendien ook de nodige capaciteiten blijkt toe te hebben. (Met name dat laatste blijkt helaas niet altijd even vanzelfsprekend…)

De zoals zoveel youngsters eerst als punkrocker een gooi naar eeuwige roem gedaan hebbende James raakte in z’n vroege twenties dankzij zijn vader helemaal in de ban van wijlen Hank Williams. Meer bepaald van diens hit “Alone And Forsaken”. En vanaf toen was er eigenlijk geen weg meer terug. James verdiepte zich als bezeten in de echte country van weleer en niet zo heel erg veel later ging hij ook zelf aan het songschrijven. Liedjes, waarvan hij er al snel ook enkele als demo vereeuwigde. En die belandden vervolgens buiten zijn weten om via zijn moeder bij de repertoireverantwoordelijken van New West Records. En vanaf dan ging de bal pas helemaal aan het rollen…

Onder de productionele hoede van John Evans mocht James in studio’s in Austin en in Houston z’n eerste opnamesessies afwerken. En het resultaat daarvan bleek zo veelbelovend, dat New West Records-baas John Allen himself al snel wat bijkomende opnamemomenten in Nashville regelde. Daar kon James zich in het gezelschap van gerenommeerde studioratten als een Keith Gattis, een Dave Roe, een Glen Duncan en een Steve Hinson vervolgens pas echt helemaal uitleven.

En het resultaat van dat alles is een ronduit verbluffende countryplaat. Echte country punt. Tijdloos van aard. Spelend met wat eraan voorafging veel meer dan dit gewoon slaafs herhalend. En precies dat maakt van James’ titelloze debuut de klapper die het is. Hartverscheurende ballades, vinnige countryrockers, vintage honky-tonk stuff, you name it, James does it! En James brengt het dan ook nog eens met zoveel brio, dat het lijkt alsof hij z’n hele jonge leven lang nog nooit wat anders gedaan heeft.

Enkele van de vele topmomenten hier: de heerlijke, met Odie Blackmon en Jim Lauderdale gepende en ook met die laatste gebrachte ballad “Walk Through My Heart”, het op zwierige wijze z’n weg over een al zwaar geteisterde hardhouten dansvloer zoekende duo “Here Comes The Heartache” en “Pullin’ Out The Suit” en de werkelijk sublieme drinking song “I’ve Been Drinkin’ More”. Zalig spul gewoon! Hoogst verslavend allemaal…

Jason James, New West Records

 

STONEY LARUE “Us Time” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

“Us Time” heet de nieuwe van Red Dirt-fenomeen Stoney LaRue en dat blijkt bij nader inzicht een allesbehalve lukraak gekozen titel ook. Met die nieuwe van ‘m speelt de Texaan immers nadrukkelijk op de wensen van z’n fans in. Zij waren het, die ideeëngewijs mochten bepalen, wat er allemaal op moest komen. En zij waren het ook, die met hun foto’s – al dan niet met LaRue ook zelf erop – de basis voor het artwork ervan aanleverden. Noem het dus maar een fijne stap terug van een knaap die met z’n beide vorige platen, het duo “Velvet” en “Aviator”, zonder daartoe al teveel compromissen te moeten sluiten vrij onverwacht tot de absolute top van het Amerikaanse countrygebeuren wist door te stoten.

En al verwacht je na onze inleiding misschien wat anders, ook “Us Time” berust hoegenaamd niet op toegevingen. Het materiaal erop bestaat immers uit een trits tijdens ‘s mans live gigs al uitgebreid uitgeprobeerde covers van liedgoed van anderen, een reeks niet eerder uitgebrachte eigen originelen en enkele LaRue concert standards. Tot die laatste categorie behoren onder meer de zwierige countryrocker “Oklahoma Breakdown” en een machtige lezing van genrecollega Brandon Jenkins’ “Feet Don’t Touch The Ground”.

Niet zelden hoogst verrassende covers zijn er verder ook nog van Jim Croce’s “Box #10”, “Into The Mystic” van Van Morrison, de Gary Stewart-ballade “Empty Glass”, de classic “Wichita Lineman” van Jimmy Webb, John Hiatts “Train To Birmingham” en het je vast ook wel in de uitvoering van good old Willie Nelson en soul man Ray Charles bekende “Seven Spanish Angels”, ook hier gebracht als een duet met Cody Canada.

Als er al zoiets als gerechtigheid bestaat, dan zal ook deze nieuwe LaRue binnen de kortste keren weer erg hogen toppen gaan scheren. Het weze de sympathieke Texaan van hier uit alvast van ganser harte gegund!

Stoney LaRue, Blue Rose Records

 

MANDOLIN ORANGE “Such Jubilee” (Yep Roc / V2)

(4****)

“This Side Of Jordan”, het twee jaar geleden verschenen vorige album van het Amerikaanse duo Andrew Marlin en Emily Frantz, ook wel Mandolin Orange, bleek een echte voltreffer. De twee uit North Carolina wisten met die tweede cd zo ongeveer wereldwijd de aandacht op zich te vestigen. En dat terecht ook! Met hun aanstekelijke mengvorm van elementen uit genres als folk, country en bluegrass sloegen ze wat ons betreft immers spijkers met koppen. En een prominent stekje in het kielzog van onder anderen dat andere duo, Gillian Welch en David Rawlings, moest dan ook kunnen, vonden wij.

En dat vinden we nu nog steeds. En alleen nog maar meer eigenlijk. Want ook “Such Jubilee”, de nieuwe worp van het tweetal, is weer van een werkelijk ontwapenende schoonheid. Echt alles klopt eraan. Er zijn in de eerste plaats natuurlijk de weergaloze stemmen van Marlin en Frantz, die elkaar op zulke fraaie wijze aanvullen. En ook op hun instrumenten, respectievelijk akoestische gitaren, mandoline en fiddle, kunnen de twee naar ons gevoel amper iets verkeerd doen. Maar hét verkoopsargument nummer één blijven nach wie vor toch de fantastische liedjes van het duo. Vooral die niet zelden wat droefgeestig aandoende kleinoden zijn het, die het hem voor ons doen. Ze vertederen, maar zetten geregeld ook aan tot nadenken. En ook dat vinden wij alleen maar een pluspunt.

Neem nu zoiets als “Blue Ruin”. Hoe men daarin omspringt met de gevoelens opgeroepen door het in december 2012 door de 20-jarige Adam Lanza in de Sandy Hook Elementary School in Newtown, Connecticut aangerichte bloedbad spreekt tot de verbeelding. Een veel mooiere verklanking van de roep om een strengere wapenwetgeving in de States kunnen we ons eigenlijk amper voorstellen.

Andere absolute beauties hier: het ten tijde van z’n Amerikaanse release voorzichtig de zomer al een weinig aankondigende bluegrasskleinood “Old Ties And Companions”, het onder meer door het prachtige harmonieerwerk erin opvallende “Little World” en de knappe ballads “Rounder” en “Of Which There Is No Like”.

In hun thuisland zal hier wellicht andermaal veelvuldig de uitdrukking “Highly recommended!” voor van stal worden gehaald. En daar kunnen ook wij ons best wel in vinden.

Mandolin Orange

 

LYNN JACKSON “Songs Of Rain, Snow And Remembering” (Busted Flat Records)

(3,5****)

Net als voor haar vorige plaat “The Acoustic Sessions” dook de Canadese Lynn Jackson ook voor haar inmiddels achtste “Songs Of Rain, Snow And Remembering” weer de koffer in met de hier vooral voor z’n werk met Teenage Fanclub bekende producer Norman Blake. En het heeft er veel van weg, dat die ditmaal iets meer z’n zin heeft mogen doen.

Draaide op “The Acoustic Sessions” nog zo ongeveer alles rond de liedjes en de stem van Jackson zelve, dan mogen er ditmaal flink wat meer muzikanten meeschuiven aan tafel. Onder meer een piano, een harmonium en een cello zorgen voor een veel rijkere klankkleur. Een bij momenten überhaupt wat herfstig aandoend palet. Ideaal luistervoer voor in de late uurtjes, zeg maar.

En Jackson zelve, vroeg u? Wel, die blijft hier haar eigen ouwe zelf. Ze toont zich, zoals op zo ongeveer alle voorgangers van dit geheel, een uitstekende verhalende songsmid. En ze weet je als luisteraar op die manier dan ook vrijwel voortdurend probleemloos bij de les te houden.

Onze luistertips: de met een hoog seventies-gehalte gezegende trage “Riding Out The Storm”, het op een zonderlinge manier soulvol aandoende folkriedeltje “Sky Looks Like Rain” en de echt wel verbluffend mooie afsluiter “Water & Glass”, een pianopopballade van het werkelijk allerbeste soort, waarmee Jackson in de nabije toekomst ook hier best wel wat meer radioaandacht zou mogen gaan oogsten.

Lynn Jackson, CD Baby

 

SOUL EMBRACE “Good Morning To Myself” (Starman Records / Suburban / Bertus)

(3,5****)

Wie radiogewijs of anders al kennis mocht maken met “Tarantino Cool”, de eerste single van de nieuwe Belgische groep Soul Embrace, zal net als ons nieuwsgierig hebben uitgekeken naar “Good Morning To Myself”, het langspeeldebuut van dat gezelschap. Die eigenzinnige kruisbestuiving van Morphine, de Fun Lovin’ Criminals en de Stones ten tijde van “Sympathy For The Devil” is immers echt catchy as hell. ’t Is typisch zo’n nummer dat je al na één enkele beluistering ervan niet meer los wil laten.

En van dat kaliber staan er op “Good Morning To Myself” gelukkig nog flink wat. Van de zich tergend traag tussen je oren nestelende slow rock van “Suffocating Love” over het op de één of andere manier wat richting new wave overhellende duo “Fade Into Me” en “The Death Of You”, van het soulvolle koppel “Photograph” en “Woman” over het onder meer door de saxbijdrage van Steven Marx eraan heel erg Morphine-esk aandoende “You On My Mind” en het wat jazzy uit de hoek komende “True To Yourself” tot “Die A Happy Man”, “’Cause I’ve Got You” en “Trying To Hold On”, het heerlijk eclectisch uitgevallen drieluik aan het einde ervan, op ons maakten eigenlijk alle songs hier de nodige indruk. En een flinke pluim gaat van hier uit dan ook in de richting van gitarist-songsmid Peter Verbauwen, die ze allemaal aanleverde.

En als we er dan toch al zo over aan het nadenken zijn, dan wist de titel van de eerste single van Soul Embrace bij nader inzicht de essentie van dit geheel eigenlijk best wel goed te verwoorden. Tarantino cool, het zegt tegelijk alles en niks over het toch wel wat bevreemdende muzikale karakter hiervan…

Soul Embrace, Starman Records

 

DICK LEMASTERS “Gasoline & Fire” (Dick LeMasters)

(4****)

Z’n hier zowat een jaar geleden besproken cd “One Bird, Two Stones” vond ik al een uitstekende plaat, maar dit, beste vrienden, is toch nog zoveel beter! Veel meer dan op die nog redelijk bluesgerichte voorganger zoekt Dick LeMasters op z’n nieuwe album “Gasoline & Fire” immers zijn heil in op een klassieke leest geschoeide singer-songwriter stuff Southeast Texas style. En dat schoentje zit hem wat mij betreft werkelijk als gegoten.

Twaalf nummers lang illustreert de sympathieke Texaan hier, waar z’n eigenlijke sterktes liggen. Met daarbij als z’n voornaamste bondgenoten de eigen rauw-hese stem en een akoestische gitaar schaart hij zich in het groepje met gereputeerde collega’s als een James McMurtry, een Terry Allen en een Jason Isbell.

Dingen als “Gasoline & Fire”, “Hurricane”, “No More Sufferin’”, “I Pour Out My Soul”, “Cold-Hearted Whiskey” en zo ongeveer alle andere hier rechtvaardigen het uitbrengen in cd-vorm van deze oorspronkelijk enkel als ruwe schetsen voor ’s mans nieuwe album bedoelde nummers volop. “Turns out I really like them as they are,” aldus LeMasters zelf daarover op het hoesje en daarin kan ik hem eigenlijk alleen maar enthousiast bijtreden. Wat mij betreft dan ook warmpjes aanbevolen, dit schijfje!

Dick LeMasters, CD Baby

 

BRUNO ROCCO “Lonely Rider” (Rocco Records)

(3,5****)

Vanuit Rotterdam bereikte ons onlangs de EP “Lonely Rider” van Bruno Rocco Miletic. Die in Nederland geboren en getogen zingende songsmid met, zoals z’n familienaam al doet vermoeden, Kroatische roots geeft zelf aan geïnspireerd te zijn door het werk van groten der aarde als een Bruce Springsteen, een Bob Dylan, een Johnny Cash en een Van Morrison. En dat vinden wij hier uiteraard bepaald geen kwaad gezelschap.

Vijf nummers lang tracht Rocco op “Lonely Rider” de aandacht vast te houden. En daarin slaagt hij wat ons betreft aardig ook. Met name z’n markante, best wel een beetje aan die van Eddie Vedder van Pearl Jam herinnerende stem deed het hem voor ons. Met een instrument van dat kaliber ter beschikking heb je een toekomst, zoveel is wel duidelijk.

En ook ’s mans liedjes vallen mee. Van de atmosferische, voor de gelijknamige Amerikaanse short independent movie gebruikte slow rocker “The Ride” over het sfeergewijs en passant wat aan de heren Cohen en Cave refererende “When Your Time Comes” en de intimistische Americana van titelnummer “Lonely Rider” en het meteen daaropvolgende “Precious Times” tot de filmische afsluiter “Inside”, op een uitschuiver is het hier hoe dan ook vergeefs wachten. En het enige minpuntje aan “Lonely Rider” is dan ook de met amper achttien minuten redelijk kort uitgevallen speelduur ervan. Volgende keer gewoon wat meer graag!

Bruno Rocco

 

JUNE STAR “Pull Awake” (June Star)

(4****)

Een nieuw album van June Star, da’s altijd weer goed nieuws. Het vanuit Westminster, Maryland al zo’n achttien jaar lang voor top-Americana en roots rock garant staande viermanschap ontgoochelde ons immers nog nooit. En dat doet het ook nu weer niet, op z’n inmiddels toch ook alweer tiende langspeler. De opvolger van “Kill The Lights” van een jaar of twee geleden is gewoon opnieuw een heel erg sterke plaat geworden.

Elf nummers lang vintage June Star eigenlijk. Met de heerlijk hoekige baritonstem van Andrew Grimm uiteraard als vanouds up front and center. En met diezelfde Grimm bij momenten ook weer machtig aan de slag op respectievelijk elektrische en akoestische gitaren en banjo. En natuurlijk ook weer met de zalig jammerende pedal steel van David Hadley. Die drie factoren zijn nach wie vor redelijk bepalend voor het geluid van June Star. Zonder met die uitspraak afbreuk te willen doen aan de bijdragen van multi-instrumentalist Andy Bopp (backing vocals, elektrische gitaren, keyboards en percussie) en drummer Kurt Celtnieks overigens.

Enkele van de topmomenten op “Pull Awake”: de op de keper beschouwd even aanstekelijk als bevreemdend werkende alternatieve country van “Walk Away”, de knappe, een weinig meer rockgeoriënteerde Americana-sleper “Tether”, het catchy, ons best wel wat aan Tom Petty in betere Heartbreakers-tijden herinnerende rootsrockertje “Feathers”, de ronduit heerlijke valse trage “Proof” en het afsluitende “The King Is Dead”, een echte wolk van een ballad met de pedal steel van David Hadley quasi voortdurend mee in één van de hoofdrollen.

June Star

 

DUANE RUTTER “Crazy Things” (Busted Flat Records)

(4****)

Ik moet heel eerlijk bekennen, dat “Waiting Room” en “Never Bet The Devil Your Head”, de twee vorige platen van de vanuit Hamilton, Ontario naar verluidt al even aan de weg timmerende roots rocker Duane Rutter, me compleet ontgaan waren. En daar ben ik na het beluisteren van “Crazy Things”, ’s mans nog kakelverse derde, bij nader inzicht behoorlijk pissed over. Want dit is verdomd lekker spul! Een echte aanrader voor wie houdt van het materiaal van knapen als een John Hiatt, een JW Roy en een Bruce Springsteen.

Rutters voornaamste troeven? Een heerlijke gruizige stem, sterke, zó uit het leven gegrepen teksten, gebed in al even straffe melodieën, en een bepaald gelukkig handje bij het kiezen van zijn begeleiders. Zo strikte hij voor de productie van “Crazy Things” bijvoorbeeld de gerenommeerde Andrew Eldridge. En tussen de namen op de gastenlijst prijken naast die van diezelfde Eldridge en die van collega-chanteuses Lisa Winn en JB Reed onder meer ook nog die van Band-legende Garth Hudson en diens vrouw “Sister” Maud.

Kwamen na enkele beluisteringen voor ons in aanmerking voor een kwalificatie als primus inter pares: het op pakkende wijze de feestelijkheden voor geopend verklarende rootsrockertje “Don’t Forget”, het zo mogelijk nog sympathieker uit de hoek komende, al bij al net iets countryesker opgevatte “Will I Ever Learn”, de in duet met JB Reed gebrachte trage “Crazy Things” – Speciaal voor wie zich mocht afvragen waarom hier wederom een vergelijking met JW Roy opduikt… – en het ook al heel erg speciale, invloeden als een Guy Clark en een Townes Van Zandt verradende Americana-kleinood “We Find Ourselves At Last”. En misschien ook nog wel de fraaie ballade “Number One”.

Duane Rutter

 

JACK HUSTINX & THE SOUTHERN ACES “Over Yonder” (Harlem Recordings / Suburban)

(5*****)

De meeste dromen zijn bedrog, da’s een feit, daar kan je gewoon niet omheen. Maar zo af en toe komt er toch ook wel eens eentje uit. Zoals onlangs nog voor de je wellicht vooral als één van de Shiner Twins bekende Jack Hustinx. Via Harry Bodine kwam de Brabander immers onverwacht in contact met enkele leden van The Subdudes, een groep waar hij zelf al sinds jaar en dag een grote fan van was. En van het één kwam vervolgens al snel het ander. Onder de indruk van Hustinx’ werk met voornoemde groep en ’s mans vers gepende songs stemden John Magnie en Steve Amedée ermee in om met hem samen te werken voor z’n nieuwe plaat.

Die nieuwe plaat, het ronduit geweldige “Over Yonder”, werd deels in de States – in Austin met name – en deels in Nederland ingeblikt. Met naast de al genoemde betrokkenen voorts ook nog aan boord: soulstrot Malford Milligan, Mike Roeder, Richard van Bergen, Roelof Klijn, Jody van Ooijen, Sheree Smith, Glenda Dotson, Derek O’Brien, Nicky Hustinx, Robert LaRoche, Roel Spanjers en David Perales. Voor de productie tekende Hustinx zelf.

Twaalf nummers lang doet dat team er op “Over Yonder” werkelijk alles aan om z’n roots te loochenen. ’t Is te zeggen Hustinx’ eigen Nederlandse roots dan toch. Z’n muzikale roots die liggen duidelijk elders. Die dienen ergens in het diepe Zuiden van de States te worden gezocht. En zo klinkt “Over Yonder” dan ook. Als een plaat, die alleen in dat diepe Zuiden had kunnen ontstaan. Op en top Amerikaans. Op en top Americana en roots. En met meer dan één nummer aan boord waarvoor zo menig een Amerikaanse vakbroeder met plezier een vinger zou afstaan. Misschien zelfs wel een hand of een arm... Enfin, kwalitatief ontzettend hoogstaand spul.

Er is de soulvolle gospel van het met Malford Milligan gedeelde “My Soul – My Inspiration”, er is de tot diep onder de huid gaande country soul van “Life Will Humble You”, er is de bepaald groovy roots rock van “Crawlin’ Up To The Surface”, “That’s Where I Draw The Line”, “I Won’t Surrender” en “Good While It Lasted”, er is de zwierige R&B-escapade “True True Love”, er is de met wat Tex-Mex-gevoel besprenkelde ode aan de stad uit de titel ervan “Welcome To San Antone”, er is de niets minder dan hemelse Americana van “Down The Road”, er is, er is, er is… Er valt hier gewoon zoveel fraais te beleven! Niet normaal meer!

Voor mij dan ook één van dé platen van het gezegende Americana-jaar 2015 so far, dit “Over Yonder”. Welk een doorstart na de Shiner Twins! Chapeau!

Jack Hustinx

  

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home