CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES NOVEMBER 2017

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:        

FRED WICKHAM “Mariosa Delta” - STEPH CAMERON “Daybreak Over Jackson Street” - BJØRO HǺLAND “Tracks” - ROD PICOTT “Out Past The Wires” - DIVERSE ARTIESTEN “Won’t Be Home For Christmas” - MICHAEL ASKIN “Road By The River” - SWEETKISS MOMMA “Get Ready For The Getdown” - DAISY CHAPMAN “Good Luck Songs” - CASE GARRETT “Aurora” - MICHELLE LEWIS “The Parts Of Us That Still Remain”

  

FRED WICKHAM “Mariosa Delta” (Thirty Days Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Hadacol. Herinnert u zich Hadacol nog? Het naar het tijdens de drooglegging in het zuiden van de States bijzonder populaire alcolhol bevattende vitaminesupplement vernoemde groepje uit Missouri, dat met “Better Than This” uit 1999 en “All In Your Head” van zo’n twee jaar later twee voor het toen nog jonge alternatieve countrygenre behoorlijk essentiële platen afleverde. Ja? Dan kent u ook deze Fred Wickham. Met zijn broer Greg lag hij immers aan de basis van dat geweldige bandje.

En als ik hier eerlijk mag zijn: ik ben bijzonder blij eindelijk weer eens iets van ons Fredje te horen. En mét oude maats Richard Burgess (bassen) en Sam Platt (drums) dan nog! En geproduceerd ook zoals in de good old days door Lou Whitney. Meteen ook diens laatste wapenfeit. Hij zou weinig later immers komen te overlijden aan een slepende ziekte. En “Mariosa Delta” zou je derhalve ook kunnen zien als een late bloem op het graf van Wickhams mentor dus. Een soort van ultiem eerbetoon aan het adres van Whitney.

Bovenal is het echter een uitstekende rootsplaat. Muzikaal gezien heerlijk gevarieerd. Met vrijwel doorlopend opnieuw knap verhalend materiaal uit de koker van meester-storyteller Wickham himself. Liedjes waarvoor je graag even alles opzijzet om ervoor te gaan zitten en ervan te genieten. Liedjes, die je niet zelden met het nodige kippenvel achterlaten. We noemen hier in dat verband bijvoorbeeld graag de uitermate soulvolle sleper “Wish You Were Here Tonight”. Songgeworden verlangen opgewaardeerd met een wel erg gloedvolle toetsenbijdrage van Joe Terry. Meteen één van dé hoogtepunten wat ons betreft van “Mariosa Delta”, al zijn er daarvan nog wel wat meer.

De springerige alt-country van “Wedding Song” bijvoorbeeld, het over een lome R&B-getinte beat gedrapeerde “Rock Bottom Again” ook, de country soul van “Red Light” en vooral ook de wat jazzy ingekleurde, aan het geheel zijn titel verlenende murder song “Mariosa Delta, 1940”. Stuk voor stuk liedjes van een kaliber dat je als liefhebber nu al reikhalzend doen uitkijken naar een volgend muzikaal teken van leven van Wickham. Hopelijk laat hij ons daarop niet weer meer dan anderhalf decennium wachten. Zou doodzonde zijn na deze retour de force.

Fred Wickham

 

STEPH CAMERON “Daybreak Over Jackson Street” (At The Helm Records / Bertus)

(5*****)

Wat mij betreft samen met Rod Picotts nieuwe “Out Past The Wires” ontegensprekelijk dé plaat van dit najaar deze tweede van de vanuit het Canadese Saskatoon actieve youngster Steph Cameron. Die maakte drie jaar geleden al eens flink indruk met haar debuut “Sad-Eyed Lonesome Lady” en doet dat hier nog eens uitgebreid over. Alsof je net met de teletijdmachine werd terug gecatapulteerd naar de late sixties of vroege seventies en meer bepaald naar Laurel Canyon dan. Zo’n sfeertje ademt “Daybreak Over Jackson Street” immers uit. Het verschaft de plaat een werkelijk tijdloos karakter.

Cameron wilde naar eigen zeggen vooral een plaat maken die klonk alsof ze zich samen met haar publiek in één en dezelfde kamer bevond. Een warm en intimistisch geheel moest het worden. De ideale voedingsbodem voor haar niet zelden behoorlijk persoonlijke verhalen. Mission accomplished! Met dank vooral ook aan producer Joe Dunphy. Die had immers al snel door, dat minder in dit geval net veel meer zou betekenen. Hij zorgde ervoor dat Cameron alle ruimte kreeg die ze nodig had. Die zalige zachthese stem en een akoestische gitaar, meer was er absoluut niet nodig.

Cameron zelf steekt niet onder stoelen of banken zwaar beïnvloed geweest te zijn door John Prine en dat hoor je hier ook. Al zou het ons zeker ook niet verbazen mocht de Canadese zo nu en dan ook graag iets van de jonge Dylan of wijlen Townes Van Zandt mogen beluisteren. Haar storytelling verraadt alleszins dat soort van klassieke voorbeelden uit folk- en countrymiddens.

Steph Cameron

 

BJØRO HǺLAND “Tracks” (Grappa / PIAS)

(3,5****)

Bjøro Håland staat in zijn thuisland Noorwegen te boek als een gevestigde waarde. De croonende countryzanger op jaren werd er voor zijn verdiensten zelfs reeds geridderd door de koning. Om maar te zeggen dat zijn vijftig jaren activiteit als rootsartiest bepaald niet onopgemerkt zijn gebleven daar in het Hoge Noorden.

“Tracks”, ’s mans nieuwe album, is op de keper beschouwd dus eigenlijk niets minder dan de bezegeling van een artiestenjubileum. Een halve eeuw op de planken wordt hier evierd met een selectie goed gekozen covers aangevuld met één enkel eigen liedje. Nummers als het ons vooral in de versie van wijlen The King bijgebleven “It Ain’t No Big Thing”, Jimmy Webbs “Wichita Lineman”, het door Tom Jones ooit de onsterfelijkheid in gekweelde “Green Green Grass Of Home”, Danny O’Keefe’s “Good Time Charlie”, Hank Cochrans “A Little Bitty Tear”, Hank Locklins “Send Me The Pillow”, het door Cindy Walker gepende, maar met name door Jim Reeves bekend geraakte “Rosa Rio”, Kris Kristoffersons “Why Me Lord”, het van het repertoire van de grote Hank Williams geplukte “Take These Chains From My Heart” en Mark Knopflers “Are We In Trouble Now” krijgen hier een bij momenten erg aangenaam wegluisterend countryjasje mid-seventies style aangemeten. Countrypolitan, zeg maar. En ook eigen liedje “Lonesome Kind” leunt daar perfect bij aan.

Met zijn warme baritonstem lijkt Bjøro Håland ons zo op het eerste gehoor vooral geknipt voer voor liefhebbers van het materiaal van knapen als een Charlie Rich, een Glen Campbell, een Willie Nelson en een Bob Cheevers.

Bjøro Håland

 

ROD PICOTT “Out Past The Wires” (Welding Rod Records / Lucky Dice Music)

(5*****)

Over zo menig een singer-songwriter hoor je wel eens zeggen, dat hij alleen maar beter wordt met de jaren. Of dat met Rod Picott ook het geval is? Ik zou het niet meteen durven zeggen. Eigenlijk heeft de beste man er immers altijd al gestaan. Vanaf dag één. Vanaf “Tiger Tom Dixon’s Blues”, zijn magistrale debuutplaat uit 2001. Ik herinner het me nog goed: daartoe aangewakkerd door een advertentie in het onvolprezen No Depression ging ik indertijd op het internet op zoek naar die eersteling van Picott. En meer dan een paar liedjesfragmenten waren er absoluut niet nodig om me van ’s mans immense talenten te overtuigen. Ever since ben ik een fan. Zij het dan ook een mild kritische. Eentje die van Picott altijd opnieuw weer magie verwacht. En dat blijkt zo nu en dan ook wel eens een té hoge eis. Al wil ik daar wel direct aan toevoegen, dat Rod Picott me nog nooit echt ontgoocheld heeft.

En dat is ook nu weer niet het geval. Meer nog: eerder het tegendeel is waar. Picotts negende is één van zijn allerbeste so far. En zijn meest ambitieuze al helemaal. Mede dankzij een geslaagde crowdfunding-campagne kon hij het zich immers permitteren om ditmaal een dubbelaar in te blikken. Liefst achtenzeventig nummers hield hij daartoe achter de hand. De tweeëntwintig beste daarvan belandden uiteindelijk op “Out Past The Wires”. En dat heeft geleid tot een aangenaam gevarieerd geheel. Met naast tal van die heerlijke ballads waarvoor Picott al zo vaak werd geprezen ook wat lekker rockende dingen en nog wat anderen opgepikt bij zo ongeveer elke denkbare muzikale halte tussen die twee polen in.

Uiteraard focust Picott ook nu in zijn teksten weer op datgene waarin hij in het verleden al steeds zo goed bleek. In de meeste liedjes op “Out Past The Wires” gaat het derhalve weer over wat er zich afspeelt in de levens van gewone werkende lieden. Eelt op de handen, eelt op de ziel. Door Picott benaderd met veel zin voor detail. En met het nodige gevoel. Ook hij heeft immers zijn roots in een dergelijk bestaan, remember?

Hét grote verschil met de beginjaren van Picott schuilt hem ons inziens enkel en alleen daarin, dat hij mettertijd zijn reputatie steeds meer mee is gaan krijgen en derhalve ook altijd makkelijker met echte toppers studiowaarts kon trekken. In dit gevalde gerenommeerde producer Neilson Hubbard – ook al aan boord voor zijn vorige worp “Fortune” – en een muzikantencollectiefje verder ook nog bestaande uit Will Kimbrough (gitaren), Lex Price (elektrische en akoestische bassen), Evan Hutchings (drums), Kris Donegan (gitaren), David Henry (strings) en Telisha Williams (harmony vocals). Met z’n allen verschaften zij Picott een muzikaal decorum dat in al zijn eenvoud vrijwel constant schreeuwt om aandacht. Een setting waarin ’s mans meesterlijke kortverhalen extreem goed gedijen. Het zou me absoluut niet verbazen als je in besprekingen ervan regelmatig de naam Springsteen zou zien opduiken. Al is wat Picott op “Out Past The Wires” doet dan ook lang niet zo commercieel als veel van het materiaal van The Boss. Meer Americana nog, zeg maar. In dat genre vestigt Picott zich met zijn nieuwe schijf wat mij betreft nu wel definitief in de absolute top.

Rod Picott

 

DIVERSE ARTIESTEN “Won’t Be Home For Christmas” (Hemifrån / Paraply Records)

(4****)

Elk jaar opnieuw erger ik mij in de eindejaarsperiode blauw aan het radioaanbod. Elk jaar opnieuw dezelfde afgezaagde deuntjes, al dan niet in nieuwe versies door anderen. Elk jaar opnieuw weer meligheid troef… Ja maar, dat hoort er nu eenmaal bij, hoor je dan. Wel, niet voor mij dus. Om mij met een kerstliedje blij te maken moet je al met iets speciaals komen. En laat dat nu net zijn wat de onvolprezen Peter Holmstedt van Hemifrån en die van Paraply Records dit jaar doen. Ze pakken uit met wat ze zelf omschrijven als “not just another Christmas album”.

Promotor Holmstedt wist er achttien van de artiesten die van zijn stal deel uitmaken van te overtuigen om speciaal voor de gelegenheid een liedje aan te dragen. En dat leverde zo menig een pareltje op. Singer-songwriter stuff van het allerbeste soort. Kon bij nader inzicht ook amper anders als je er het lijstje betrokkenen even op naslaat. Elliott Murphy, Annie Gallup, Kenny White, Jude Johnstone, Keith Miles, Janni Littlepage, Kaurna Cronin, Paul Kamm, Rambling Nicholas Heron, My Darling Clementine, Bob Cheevers, Mudfish, Fayssoux, Barry Ollman, Mikael Persson, The Refugees, Jack Tempchin en Citizen K zorgen vrijwel zonder uitzondering voor gesmaakte bijdragen.

Heel veel akoestische folk en Americana ballads, wat pop en soft rock ook, iets in overvalste crooner style en hier en daar wat spullen die zich al wat minder makkelijk laten categoriseren. Onze favorietjes: Elliott Murphy’s “Five Days Of Christmas”, het op z’n zachtst uitgedrukt hoogst aparte relaas van een Kerst met zijn aan een bipolaire stoornis lijdende neef Linear, het knappe rootspopdondertje “Winter’s Come To Life” van Mudfish, “Christmas Ain’t Christmas”, de onverwachte bijdrage in onvervalste rockabillystijl van Fayssoux, het moody “The Spirit Of Christmas” van Bob Cheevers, “Miracle Mabel”, het hun eigen kleine wonder bezingende kerstmomentje van Lou Dalgleish en Michael Weston King oftewel My Darling Clementine, en Annie Gallups “Christmas On The Train”.

Zó wordt het dit jaar ook op muzikaal vlak genieten zo rond Kerstmis! Een welgemeende dikke merci daarvoor aan het adres van initiatiefnemer Holmstedt.

Hemifrån

 

MICHAEL ASKIN “Road By The River” (Michael Askin)

(3,5****)

Er belanden dezer dagen nogal wat EP’s in onze brievenbus en ook dit is er daar weer eentje van. Het gaat hier om de nieuwe van de jonge Amerikaanse songsmid Michael Askin. Die zou je kunnen kennen van zijn rol als gitarist binnen hier vooralsnog niet erg bekende acts als Divine Sign en My State Of Attraction. Al schatten we die kans hier eerder klein. Voor ons ging het bij onze eerste beluistering van “Road By The River” in elk geval om een kennismaking met de beste man. En die beviel ons eigenlijk wel. In die mate zelfs dat het bij nader inzicht allemaal wel wat meer geweest mocht zijn.

Askin staat op “Road By The River” immers voor kleine, maar fijne rootsy rockliedjes met een scherp randje. Liedjes, waarin hij het alledaagse handig weet te koppelen aan veel diepzinnigere gedachten. Een soortement reisverhaal van een rusteloze ziel, constant onderweg, constant op zoek naar god weet wat.

Voor de productie van “Road By The River” tekende Kurt Reil. En dat was ook de enige die verder nog bij het opnemen van het geheel betrokken werd. Askin zelf tekende voor de lead vocals en bijdragen op gitaren, bas en keyboards. Reil van zijn kant verzorgde wat backing vocals en liet zich ook gelden op drums, wat percussie-instrumenten en keyboards.

Enkele luistertips: het bijzonder knappe titelnummer en het lang volledig akoestisch gehouden, maar zich uiteindelijk toch aan een elektrische gitaar overgevende “Hard To Make A Living”.

Michael Askin

 

SWEETKISS MOMMA “Get Ready For The Getdown” (SweetKiss Momma)

(5*****)

Via een kleine omweg langs Zwitserland bereikte ons onlangs de nieuwe van het vanuit rockstad Seattle actieve SweetKiss Momma. En nieuw spul van dat gezelschap, da’s eigenlijk altijd wel goed nieuws. Met hun eerdere worpen “Revival Rock” (2010), “A Reckoning Is Coming” (2014) en “What You’ve Got” (2016) wisten de heren hier alvast heel veel krediet op te bouwen. Hoe ze verleden en heden in hun strakke rockexercities steeds weer naadloos in elkaar lieten overlopen sprak keer op keer opnieuw tot onze verbeelding. En dat doet het ook nu weer.

Enig minpuntje aan de nieuwe van Jeff Hamel en de zijnen is de met amper vijf tracks erg kort uitvallende speelduur ervan. Afgeklokt wordt er in net iets meer dan twintig minuten. Maar dat zijn dan wel twintig goed bestede minuten. Gelukkig maar!

Afgetrapt wordt er met “Old Dry Bones”. Een geweldig liedje! Catchy as Hell! Maximum Southern rock met kopstuk Hamel in vocale topvorm. Wij zouden hier in dat verband van een droomstart durven te gewagen. En die vindt in het meteen daarop aansluitende “Go On, Get Off” een al even knap vervolg. Het tempo mag nog wat meer omhoog zelfs. Het resultaat: hypernerveus, maar bijzonder soulvol spul, opnieuw voorzien van onmiddellijk houvast tussen je oren zoekende fijne weerhaakjes.

Met “Just Have You” wordt vervolgens een kingsize dosis meer gitaargeoriënteerde (Southern) blues rock opgehoest, alvorens met “Woman Of Wickedness” en “Between The Flood And The Fire” het naar onze smaak bepaald indrukwekkende afsluitende tweeluik wordt ingezet. Het eerste lijkt aanvankelijk door de retro-toetsenbijdrage van Dan Walker te evolueren in de richting van een rock classic genre Deep Purple’s “Child Of Time” maar ontpopt zich verderop al snel tot een lap lillend hardrockvlees anno nu. Het tweede wordt ingezet met een eigentijdse kijk op de field holler en ontbolstert vervolgens in een machtig fijn streepje melodieuze instrumentale rock.

Kort samengevat: goed voor een vijf op vijf, dit schijfje!

(De maanden november en december brengen de heren binnenkort ook weer voor een redelijk uitgebreide tournee naar Europa. Belgische gigs zijn er daarbij helaas niet voorzien, maar met optredens in het Rozenknopje in Eindhoven (17-11) en De Bosuil in Weert (19-11) hoeft u niet echt ver de grens over om hen toch live aan het werk te kunnen zien.

SweetKiss Momma

 

DAISY CHAPMAN “Good Luck Songs” (Songs & Whispers / Broken Silennce)

(4****)

Met “Good Luck Songs” is Daisy Chapman al aan haar derde volwaardige langspeler toe. Eerder verschenen van de bekoorlijke Britse ook al de EP’s “Hymns Of Blame” en “And There Shall Be None” en de longplays “The Green Eyed” en “Shameless Winter”. Platen, waarmee ze onder meer al vergelijkingen met Nick Cave en Regina Spektor wist te oogsten. En al zeggen dergelijke vergelijkingen meestal niet veel, ditmaal helpen ze ons toch echt wel een flink stuk op weg.

Wat bij het beluisteren van “Good Luck Songs” meteen al opvalt is Chapmans ongemeen heldere hoge stem. Die helpt haar om net als een mes doorheen warme boter door haar songs te glijden. En als je daar dan ook nog eens haar verzorgde, wat aan dat van Michael Nyman refererende pianospel aan toevoegt, dan weet je al snel dat je gebeiteld zit voor een bijzonder aangename luistertrip. Opgewaardeerd bovendien nog met perfect bij het gebodene aansluitende strijkers.

Wat betreft de inhoud van haar liedjes lijkt Chapman nadrukkelijk een voorbeeld te hebben gehad aan Leonard Cohen. En ook dat is wat ons betreft allesbehalve slecht nieuws. Al is dat wel een kwestie van smaak natuurlijk. Wij houden wel van dat enigszins donker-melancholische in de aanpak van Chapman.

Afsluiten doet Chapman “Good Luck Songs” dan ook nog eens met wat wij hier één van de allermooiste liedjes aller tijden vinden, Tom Waits’ “Tom Traubert’s Blues”. Het origineel doet ze ons met haar versie zeker niet vergeten, maar heel mooi en met heel erg veel gevoel brengt ze het nummer zeker wel. Wij zouden het samen met het tragische verhaal van “Idilia Dubb” en vooral ook het magistrale “Generation Next” zelfs tot de absolute hoogtepunten van de plaat durven te rekenen.

Ons besluit met betrekking tot Chapmans nieuwste is simpel: dit is gewoon een prachtige plaat. Eentje waarmee ze ook tot ver buiten onze lezerskringen vrienden voor het leven zou moeten kunnen maken.

Daisy Chapman

 

CASE GARRETT “Aurora” (Suitcae Records)

(3***)

Alcohol en andere “recreational activities” zorgden ervoor, dat de Amerikaan Case Garrett op een bepaald punt in zijn leven door dokters voor de keuze werd geplaatst: zijn levensstijl dringend drastisch aanpassen of er heel snel het bijltje bij neerleggen. En wat doet een mens dan, he…

In het geval van Garrett was dat effectief stoppen met zuipen en zijn heil zoeken in de muziek. Met als eerste concrete resultaat nu “Aurora”. Dat door de beste man zelf geproduceerd geheel bevat in totaal acht liedjes. Zeven eigen nummers – nu ja, zes eigenlijk, want van “Going Down To Mobile” staan er twee verschillende versies op – en een cover van “Call Me The Breeze” van JJ Cale. Liedjes die Garrett zelf, als we het begeleidende schrijven mogen geloven, graag gecategoriseerd ziet als eigentijdse outlaw country. Aansluitend bij het werk van iconen als Willie Nelson, Waylon Jennings en co met andere woorden. En dat vinden wij hier bij nader inzicht toch wel wat ver gezocht.

Al willen we graag toegeven, dat “Aurora” zeker zo zijn momenten heeft. De trage “She Never Liked Elvis” bijvoorbeeld. In al zijn weemoedigheid is dat best wel een prima deun. En ook de bedaard rockende country van “Going Down To Mobile” ging er hier met veel smaak in. Net als de door Garrett aan een sleutelmoment in zijn eigen persoonlijke leven opgehangen verhalende ballad “Long Way Down”. Oog in oog met zijn onschuldig openhartige achtjarige zoon ging Garrett eindelijk inzien wat de drank allemaal met je doet. En niet met jou alleen…

Case Garrett

 

MICHELLE LEWIS “The Parts Of Us That Still Remain” (Michelle Lewis)

(3,5****)

Michelle Lewis is een vanuit Boston afkomstige zingende liedjesschrijfster die dezer dagen de wereld tracht te veroveren vanuit Los Angeles. Lewis studeerde lang geleden af aan het vermaarde Berklee College of Music. En ze debuteerde ook al in 2004 met het album “This Time Around”. Later volgden met “Broken” en “Paris” enkel nog een stel EP’s. Tot nu, that is. Nu is er met “The Parts Of Us That Still Remain” eindelijk haar tweede volwaardige langspeler.

En op dat album leren we de Amerikaanse kennen als een songsmid met een neusje voor fijne melodieën. Deuntjes die maar wat graag de niche tussen pop en folk lijken te willen opzoeken. Niet zelden met een melancholisch randje. Tekstueel aardig vaak in de weer met het relationele. Hoe dan ook fijn luistervoer. Mede dankzij de aangename fluwelen stem van La Lewis zelf.

Geopend wordt er met het qua feel best wel een beetje bij veel van het materiaal van Nanci Griffith aansluitende “Sorry I Forgot To Write”. Vervolgens is er de net wat meer popgeoriënteerde oorwurm “Running Back Home”. Een nummer dat Lewis schreef samen met de hier ook zelf erg gewaardeerde Robby Hecht. En dat geldt overigens ook voor het meteen daaropvolgende “None Of That Now”. Een laatste co-write is het meer naar het einde van het geheel geposteerde “Goodbye”. Daarvoor werkte Lewis samen met de ons volslagen onbekende Conan Skyrme.

Voor het overige enkel nog Lewis-originelen op “The Parts Of Us That Still Remain”. En de mooisten daarvan vonden wij de volgende drie. Om te beginnen het werkelijk naadloos bij de weemoedigheid van het huidige jaargetijde aansluitende “Broken”. En zeker ook het als een walsje verpakte streepje gezelligheid “Just Like A Movie”. Is net als de single “Run Run Run” een nummer dat echt schreeuwt om aandacht, dat liedje. Aandacht die “Run Run Run” trouwens al ruimschoots kreeg onder de deelnemers aan de jaarlijkse marathon van Boston. Het nummer werd zelfs gebruikt tijdens de nationale TV-uitzending daarvan.

Mooie Lewis is binnenkort overigens ook in ons land voor een stel optredens. Meer bepaald in de Moby Dick in Antwerpen (08-11), in Café De Loge in Gent (12-11) en in Café Vogelzang in Kruibeke (13-11).

Michelle Lewis

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home