ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2005

 

 

archief

 

januari     februari     maart     april     mei     juni     juli     augustus     september

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

Shane Alexander “Shane Alexander”Various Artists “Early Country Radio” en “Mountain Gospel” - Lucy Kaplansky “The Tide”Various Artists “For A Decade Of Sin: 11 Years Of Bloodshot Records”JJ Schultz Band “Something To Me”Jimmy Ryan & Hayride “Gospel Shirt”Marah “If You Didn’t Laugh, You’d Cry”Liz Janes & Create (!) “Liz Janes & Create (!)” - Joe Fournier “Three Chord MacGyver”Vienna Teng “Warm Strangers”Mack Starks “ Blind Spot” - Blue Rodeo “Are You Ready”Gé Reinders “Blaos Mich Nao Hoes”Tracy Bonham “Something Beautiful”The Matt Angus Thing “Political Pop” - Kathy Mattea “Right Out Of Nowhere”Kevin Deal Band “Raw Deal – Kevin Deal Band Live”Charlie Gracie “Just Hangin’ Around” - Richard Stooksbury “Richard Stooksbury”Christine Lavin “FolkZinger”The First Miles “Aim For The Heart, Go!” - Joy Lynn White “One More Time”Luke Doucet “Outlaws (Live And Unreleased)” en Aloha, Manitoba” en Various Artists “Six Shooter Records: More Large Than Earth (We Will Warn The Stars)” - Eileen Rose “Come The Storm”The Highwaymen “The Road Goes On Forever: 10th Anniversary Edition”Johnny Hickman “Palmhenge” - Old 97’s “Alive & Wired”Todd Fritsch “Todd Fritsch”Various Artists “Thunder Road – Tracks Inspired By The Boss (Uncut)” - The Kingsbury Manx “The Fast Rise And Fall Of The South”Various Artists “New Music From New West”T-99 “Cherrystone Park”Perry Keyes “Meter”Neil Young “Prairie Wind”Rodney Crowell “The Outsider” - Patty Loveless “Dreamin’ My Dreams”Half Knots “Half Knots”Carolyn Mark “Just Married: An Album Of Duets”Switchback “Bolinree” - Eric Andersen “Waves (Great American Song Series Vol. 2)”Eric Taylor “The Great Divide” - Mark Eitzel “Candy Ass”Bill Staines “The Second Million Miles” - Krista Detor “Mudshow”Brian Joseph “If I Never Sleep Again”Jordan Chassan “East Of Bristol, West Of Knoxville” - Rich McCulley “Far From My Angel”Honi Deaton & Dream “Promise To A Soldier”

 

SHANE ALEXANDER

“Shane Alexander”

(Lucky Dice Music)

(3) J J J

 

 

Precies op tijd om als extra zetje in de rug voor zijn eerdaags startende tournee doorheen Nederland te kunnen fungeren verscheen bij het Nederlandse Lucky Dice Music nu ook het vier tracks tellende debuut-EP’tje van de veelbelovende jonge Amerikaanse singer-songwriter Shane Alexander, het al van 2003 stammende “Shane Alexander”. Dat kleinood vormde al een voorzichtige eerste indicatie voor wat we later over zijn eerste volwaardige langspeler “The Middle Way” meenden te mogen vaststellen. Alexander manifesteerde zich daarop immers ook al als een uitstekende zanger die zeker zijn plaatsje heeft in het rijtje Damien Rice-Chris Stills-Jeff Buckley-Brian Webb-Jackson Browne, als een fantastische gitarist en als een uitmuntende songsmid. Rustig voortkabbelende liedjes ergens in de schemerzone tussen (roots) pop en Americana dienden zich daarbij als zijn specialisme.

Shane Alexander

Lucky Dice Music

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Early Country Radio” / “Mountain Gospel” (4CD Box Set)

(JSP Records / Music & Words)

(3,5) J J J J / (3) J J J

 

  

 

Doosjes, doosjes, doosjes… Die van het Britse JSP-label zijn er klaarblijkelijk al even gek van als wij. Dat menen we toch te mogen concluderen uit alweer twee fraaie staaltjes archiefwerk die vanuit die hoek zopas op onze schrijftafel belandden. In het eerste geval betreft het daarbij een uitvoerige terugblik op de hoogdagen van het fenomeen countryradio. Lang voor andere media als televisie en het internet hun opwachting maakten was radio de onbetwiste nummer één wat betreft de commerciële verbreiding van muziek. In het rurale Amerika van het tweede kwart van de vorige eeuw creëerde men langs die weg de echte grote sterren van het moment. Via live uitgezonden performances kreeg een act als The Carter Family bijvoorbeeld kansen die hij anders nooit zou hebben gehad. “Early Country Radio” blikt terug op die periode met 4 CD’s, waarvan er twee worden besteed aan materiaal van precies die Carter Family, een derde aan Charlie Monroe & The Kentucky Pardners, Roy Hall & His Blue Ridge Entertainers en J.E. Mainer’s Mountaineers en een laatste aan opnieuw Charlie Monroe & The Kentucky Partners, Cowboy Slim Rhinehart en Hank Williams & His Drifting Cowboys. De bijdrage van deze laatste blijft helaas beperkt tot één enkele medley. De geluidskwaliteit van het geheel is door de band genomen zeer goed te noemen. Daardoor wordt deze ruim vijf uur bestrijkende en bovendien erg prettig geprijsde set een echte kluif voor collectors.

Box nummer twee, “Mountain Gospel”, kreeg als ondertitel “The Sacred Roots Of Country Music” mee. Die eveneens vier CD’s omvattende collectie exploreert de religieuze kant van de bluegrass- en countrymuziek van de jaren twintig, dertig en veertig van de vorige eeuw. Veel bekende namen zal je op dit geheel niet aantreffen. Naast J.E. Mainer’s Mountaineers, Wade Mainer & The Sons Of The Mountaineers, de Carolina Ramblers, de Coon Creek Girls en Bill Carlisle zijn het vooral obscure artiesten die hier worden opgevoerd. Nog meer dan “Early Country Radio” lijkt “Mountain Gospel” daardoor vooral voorbestemd voor het bevredigen van de behoeften van echte muziekarcheologen.

JSP Records

Music & Words

 

 

LUCY KAPLANSKY

“The Tide”

(Red House Records / Music & Words)

(4) J J J J

 

 

Zo nu en dan buigen gerespecteerde platenmaatschappijen zich jaren na de feiten nogmaals met de nodige liefde over een vroege artistieke vrucht van één van hun werknemers en kan deze bij wijze van spreken alsnog worden gered voor het nageslacht. Red House Records deed het onlangs bijvoorbeeld weer met “The Tide”, het in 1994 verschenen debuut van één van z’n huidige paradepaardjes, Lucy Kaplansky. Het album werd compleet geremasterd en er werden bovendien als extraatje ook nog eens twee nieuwe tracks aan toegevoegd. Het geheel klinkt daardoor beter dan ooit en zal door velen als een open invitatie worden beschouwd om met het vroege werk van deze uitstekende zingende liedjesschrijfster kennis te maken. In een productie van collega Shawn Colvin klinkt Kaplansky daarop het ene moment zo’n beetje als het jongere zusje van Nanci Griffith, het andere als een wat meer rootsgeoriënteerde Suzanne Vega. (Met elk van die beide dames zong ze overigens ooit ook nog samen.) Haar repertoire varieert daarbij van eigen liedjes tot voorbeeldige covers van nummers van gerenommeerde collegae als Richard Thompson, Bill Morrissey, Sting, Cliff Eberhardt en Tom Russell en Greg Trooper. De toegevoegde waarde vormen de nummers “Everybody Knows But Me” van good old Jesse Winchester en de Lennon-McCartney-compositie “I’ve Just Seen A Face”.

Wat ons betreft moeten die van Red House Records zich vooral niet gaan inhouden nu. Een gelijkaardige aanpak verdient immers ook Kaplansky’s “Flesh And Bone” uit 1996, een zo mogelijk nog betere plaat dan dit verbluffend mooie visitekaartje. Het is zomaar een ideetje…

Lucy Kaplansky

Red House Records

Music & Words

 

 

VARIOUS ARTISTS

“For A Decade Of Sin: 11 Years Of Bloodshot Records”

(Bloodshot Records / Bertus)

(4) J J J J

 

 

 

Regelmatige bezoekers van deze pagina’s weten dat wij ons bij het vellen van een oordeel over compilaties graag laten leiden door het feit of er al dan niet ook nieuw materiaal op opduikt. Een beetje verzamelaar wil immers waar voor zijn geld. En wat dat betreft scoort “For A Decade Of Sin”, de compilatie waarmee het vanuit Chicago actieve Bloodshot Records zijn elfde verjaardagskaars uitblaast, alvast een vette tien op tien. Wat een weelde! Uitgesmeerd over twee werkelijk tot de nok gevulde CD’s presenteert het label precies 11 jaar en 125 releases na zijn allereerste uitgave, de compilatie “For A Life Of Sin”, liefst 42 gloednieuwe, speciaal voor deze gelegenheid ingeblikte of op z’n minst nooit eerder verkrijgbare opnames van artiesten die er door de jaren heen hun boterham verdienden en “vrienden die onderweg werden gemaakt”. Daarbij onstaan bijna terloops enkele droomcombinaties. Maatjes Wayne “The Train” Hancock en Hank Williams III eindelijk eens samen loos horen gaan in het swingende “Juke Joint Jumping” schreeuwt nu al om een wat uitgebreider vervolg. En ook de alternatieve bluegrass-hybrides die John Doe en Petty Booka in het gezelschap van respectievelijk Jim And Jennie & The Pinetops (“Call Of The Wreckin’ Ball”) en The Meat Purveyors (“How Can I Be So Thirsty Today?”) ophoesten, klinken bijzonder fris van de lever. En dan zwijgen we nog van de ook al uitermate geslaagde samenwerkingen tussen Paul Burch en bluegrasslegende Ralph Stanley (“Little Glass Of Wine”) en Andre Williams en The Sadies (“Shake A Tail Feather”). Zo is er eigenlijk voor elk wat wils hier. Van dampende alt. country tot roots pop met een randje, van roots rock pur sang tot bloedmooie Americana, van (geflipte) bluegrass tot singer-songwriter stuff, van ranzige blues tot recht-toe-recht-aan-rock & roll, van Western swing anno nu tot onvervalste honky-tonk, enzovoort enzovoort enzovoort. Uiteraard niet allemaal van dezelfde torenhoge kwaliteit, maar toch… De tracklisting spreekt in dit geval voor zichzelf. Lees mee en huiver!

 

Disc 1:

  1. Blood Sweat & Murder (Scott H. Biram)
  2. De-Railed (Sixteen Horsepower)
  3. Little Glass of Wine (Paul Burch & Ralph Stanley)
  4. Close Your House Down (Cordero)
  5. Ocean Size (Bobby Bare Jr.)
  6. Behind That Locked Door (My Morning Jacket)
  7. The Plan (Matt Mays & El Torpedo)
  8. Little White Pills (The Meat Purveyors)
  9. A Living Hell (The Bottle Rockets)
  10. Do You Want To Go Somewhere? (Richard Buckner)
  11. Lonesome Roads (Carla Bozulich)
  12. Sputnik 57 (Minus 5)
  13. I'm Yer Huckleberry (Nine Pound Hammer)
  14. No Way Out But Down (Graham Lindsey)
  15. Tumbling Tumbleweeds (Sally Timms)
  16. Harridan of Yore (Graham Parker & The Figgs)
  17. Where Are All My Friends? (Deadstring Brothers)
  18. Chicken Road (Kelly Hogan & The Wooden Leg)
  19. Shake A Tail Feather (Andre Williams & The Sadies
  20. Tearin' My Hair Out (99 Tales)
  21. Love Train (The Yayhoos)

 

Disc 2:

  1. Two Way Action (Nora O'Connor)
  2. Ship to Spain (Crooked Fingers)
  3. I'd Be Lonesome (Old 97s)
  4. How Many Biscuits Can You Eat? (Split Lip Rayfield)
  5. I Want to Destroy You (Dollar Store)
  6. Cold Company (Mary Lou Lord)
  7. Now I Know (Milton Mapes)
  8. Magnificent Seven (Jon Rauhouse)
  9. Call of the Wreckin' Ball (John Doe w/Jim and Jennie and The Pinetops)
  10. Got Just What I Want (Devil in a Woodpile)
  11. Josephine (Puerto Muerto)
  12. Juke Joint Jumping (Wayne Hancock & Hank Williams III)
  13. Red Head (Blanche)
  14. The Lost Soul (The Handsome Family)
  15. Tell Me (Catfish Haven)
  16. People Who Died (Porter Hall TN)
  17. Berliners (The Court and Spark)
  18. How Long (Have You Been Gone)? (Rex Hobart and The Misery Boys)
  19. How Can I Be So Thirsty Today? (Petty Booka w/ The Meat Purveyors)
  20. Burn the Flag (The Starkweathers)
  21. I Fought the Law (Waco Brothers)

 

(Enkele van de leukste bijdragen zijn naast de hoger al opgesomde samenwerkingen naar onze bescheiden mening overigens die van de Old 97s, Blanche, Cordero, Sixteen Horsepower, Crooked Fingers, Rex Hobart & The Misery Boys en de Waco Brothers.)

 

Bloodshot Records

 

 

JJ SCHULTZ BAND

“Something To Me”

(Last Stop Records)

(4,5) J J J J J

 

 

Het regent dezer dagen als het ware nieuwe namen in het land waar de singer-songwriters de plak zwaaien. Je moet dan ook al van heel goeden huize zijn wil je nog als koren van het kaf worden gescheiden. Maar dat is absoluut geen probleem voor deze JJ Schultz. De man die vorig jaar uitpakte met het al behoorlijk indrukwekkende debuut “Bustin’ Outa Town” bevestigt nu met de opvolger daarvan, het zopas verschenen “Something To Me”, al het goede wat naar aanleiding daarvan over hem werd gezegd en geschreven. Enerzijds verwijst hij daarop opnieuw nadrukkelijk naar stichtende (country) singer-songwriter-voorbeelden als een Townes Van Zandt, een Guy Clark, een Willie Nelson en een Merle Haggard, anderzijds zorgt een voorzichtig ingebouwd rockelement voor het beruchte tikkeltje extra. Noem het de Dylan touch. Schuurpapieren stem, elektrisch gitaartje hier en daar, gruizig mondharmonicaatje, ze zorgen elk op hun beurt voor wat extra kleur. De Americana van JJ Schultz en zijn band krijgt daardoor iets onweerstaanbaars over zich. Luisteren is kopen! En… blijven luisteren! Het enige niet-Schultz-nummer is overigens een waanzinnig mooie cover van Tom Waits’ “Ol’ 55”. Voor de rest doet de beste man het uitsluitend met eigen materiaal. Sterkste momenten: de voorzichtig (roots)rockende opener “Jackie You, Jackie Me” en de intimistische, enigszins elegisch overkomende drieling “The Lonesome Truckdriver”, “He Drives” en “Something To Me”. Indrukwekkend spul!

JJ Schultz Band

CD Baby

 

 

JIMMY RYAN & HAYRIDE

“Gospel Shirt”

(HI-N-DRY / Ruido Grande Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Diegenen onder jullie die al wat langer met alt. country begaan zijn weten dat Jimmy Ryan met zijn groep Blood Oranges mee aan de gronslag van dat genre heeft gelegen. Begin jaren negentig fungeerden hij en zijn collega’s met albums als “Corn River”, “Lone Green Valley” en “Crying Trees” als echte pioniers. Vooral Ryans bluegrass-achtergrond en zijn elektrische mandolinespel onderscheidden de groep destijds enigszins van andere wegbereiders. Ryan was daarnaast bovendien ook nog actief in de Beacon Hill Billies. In dat collectief zocht hij samen met John McGann en Jim Whitney naar het ideale huwelijk tussen jazz en bluegrass en ook dat resulteerde in drie albums. Tenslotte maakte Ryan ook nog deel uit van Wooden Leg, een groep die het hem toeliet country aan rock te koppelen.

Hoe invloedrijk de man wel geweest is, blijkt verder ook uit de indrukwekkende reeks platen waaraan hij in het verleden zijn medewerking verleende. Cheri Knight, Catie Curtis, Brooks Williams, Jake Brennan, Caged Heat, Sarah Borges, wijlen Warren Zevon, Morphine, allemaal deden ze een beroep op hem voor zijn mandoline- en mandocellokunstjes.

Met de lovend onthaalde CD “Lost Diamond Angel” musiceerde hij zich in 2002 vrij onverwacht zelf terug in de kijker. En nu is er dus de langverwachte opvolger daarvan, de EP “Gospel Shirt”. Daarop doet hij absoluut geen nieuwe dingen. In het gezelschap van musici als zijn groep Gospel Shirt – bestaande uit Duke Levine (Lucy Kaplansky / gitaren, harmonium), Billy Beard (Patty Griffin / drums), Andrew Mazzone (Twinemen / bas), Kevin Barry (Lori McKenna / lap steel) en Christian McNeil (achtergrondvocalen) – en Laurie Sargent (zang) en Jake Beyer (piano) fusioneert hij opnieuw elementen uit bluegrass, (alt.) country, (roots) rock, pop en folk tot één welluidend geheel. Soms ligt de nadruk daarbij wat meer op het element rock (zie bijvoorbeeld de licht Stones-getinte opener “Breaks My Heart”), dan weer op old-time en bluegrass (“Turn Around”, “Hardest Time” en “Only Ever”) of alt. country (het nerveuze titelnummer). Het mooiste nummer vinden wij echter “Santa Fe”, waarin een snuif folk wonderen komt doen. Voor de productie tekenden de van haar werk met Sheryl Crow bekende Trina Shoemaker en Morphine’s Billy Conway.

Jimmy Ryan

Miles Of Music

 

 

MARAH

“If You Didn’t Laugh, You’d Cry”

(PHIdelity / Munich)

(4,5) J J J J J

 

 

“20,000 Streets Under The Sky” was een retour de force na het ontstellend zwakke, door overproductie gefnuikte “Float Away With The Friday Night Gods”, en “If You Didn’t Laugh, You’d Cry” staat op zijn beurt voor een bevestiging van die glorieuze wedergeboorte van het ondertussen van Philadelphia naar Brooklyn verkaste Marah. Het excentrieke broederpaar Dave en Serge Bielanko serveert op z’n vijfde CD zijn zondermeer sterkste collectie songs sinds het wonderlijke “Kids In Philly” uit 2000. Bovendien gingen ze bij het inblikken ervan vastberaden voor een zo getrouw mogelijke benadering van hun geluid op de planken. Dat betekent live in de studio dus. En dat resulteert in een lekker rauw aandoende lap lillend rood rootsrockvlees, waarbij nu eens de folkhelft van hun behoorlijk gespleten groepspersoonlijkheid, dan weer hun altijd wel sluimerend aanwezige punkhart wat nadrukkelijker op het voorplan mogen treden. Het ene moment nodigen ze nog steeds uit tot de Springsteen-vergelijkingen waarmee ze jaren geleden geregeld werden geconfronteerd (we denken dan bijvoorbeeld aan het met een fraaie mondharmonicabijlage gelardeerde “Walt Whitman Bridge”), het andere lijken respectievelijk Simon & Garfunkel en Graham Parker wel model te hebben gestaan (zie daarvoor bijvoorbeeld het melodieuze, volop naar de sixties geurende “City Of Dreams” en het terloops bij vlagen ook wel aan iets van Cornershop herinnerende “The Hustle”), zij het dan wel met een vlijmlscherp scheermesje tussen de billen - het moet spannend blijven niet waar…

Van stevig uit de bocht gaande (pop)rockers (genre “The Closer” – de opener hier nota bene – of “Fat Boy”, om er maar enkele te noemen) over tal van akoestische bijdragen (zoals het statement “What If We’re Outta Tune With The Rest Of The Word” er bijvoorbeeld één is) tot onverwacht intimistische ballades, de Bielanko’s gaan ditmaal nauwelijks een stilistische uitdaging uit de weg. En precies dat gegeven maakt van “If You Didn’t Laugh, You’d Cry” zo’n verrekt sterke plaat. Niveau Wilco, Son Volt, Slobberbone en de Bottle Rockets moet je maar denken. Met een gegarandeerd lange houdbaarheid, zoveel is nu al zeker…

Marah

Munich Records

 

 

LIZ JANES & CREATE (!)

“Liz Janes & Create (!)”

(Asthmatic Kitty / Konkurrent)

(2) J J

 

 

Asthmatic Kitty zou je bekend mogen zijn als het platenlabel van de lichtjes fantastische Sufjan Stevens. En misschien – heel misschien – zegt de volgende naam je ook wel iets, want de net als die grote singer-songwriterbelofte voor die broodheer opererende Liz Janes werkte in het verleden immers al wel eens met de man samen – zie “Enjoy Your Rabbit”!. Haar eigen plaatwerk is echter van een geheel andere orde. Wat La Janes op haar nieuwe EP “Liz Janes & Create (!)” brengt laat zich categoriseren als een soort van avant-garde folk. Er wordt een aardig eindje op los geëxperimenteerd in stokoude liedjes als “Lonesome Valley”, “Be My Husband”, “All The Pretty Horses”, “Jesus Is A Dying Bed-Maker”, “Run, Old Jeremiah / Keep Your Hand On The Plow” en “Careless Love”. Fans van de originelen van ondermeer een Pete Seeger, The Carter Family of een Charlie Patton hoeven bij het horen van die titels dan ook niet meteen naar hun platenboer te snellen. Ondanks een volledig akoestische benadering laten Janes en haar begeleiders immers maar bitter weinig van hun sujet heel. Het oproepen van een bevreemdende sfeer lijkt vrijwel voortdurend haar voornaamste betrachting te zijn geweest. Ondanks haar zeker niet onaardige – bijzonder flexibele - stem vermag ze ons hiermee echter absoluut niet te verleiden. Nee, dan grijpen we liever nog eens terug naar haar een stuk gevarieerdere vorige plaat “Poison & Snakes” (3J), waarop ze met haar experimentele indie pop, rock en folk bij momenten wél de juiste snaar wist te raken. Het titelnummer van dat album, de modernistisch opgevatte countryeske folkdeun “Poison & Snakes” en het herfstige “Ocean” zijn daarvan goede voorbeelden.

Liz Janes

Asthmatic Kitty

 

 

JOE FOURNIER

“Three Chord MacGyver”

(Junkyard Dog Music / Dusty records)

(4) J J J J

 

 

Mocht Joe Fournier een voetballer geweest zijn, dan zouden we nu staan jubelen om een loepzuivere hattrick. Na “Raw Sugar Shed” uit 2002 en “Whiskey Stars” uit 2003 is “Three Chord MacGyver” – Leuke titel overigens! – de derde ronduit uitstekende CD van de Canadese singer-songwriter/rootsrocker met de ruige stem in evenveel jaren tijd. Met twaalf nieuwe eigen liedjes tackelt hij je – om nog even in het voetbaljargon te blijven – wederom genadeloos. En opnieuw zijn het daarbij vooral een gezonde dosis humor en relativeringsvermogen en een zekere hang naar de lang vervlogen dagen van country(rock) acts als Creedence Clearwater Revival die het ‘m doen. Het al een poosje als download op ’s mans website verkrijgbare openingsnummer “Weapons Of Love Destruction” is zo lekker rammelende roots pop over alles wat een relatie zoal om zeep kan helpen. In “Joe’s #1 Hit Record Plan”, een in country en rock & roll gedrenkte lap roots pop/Americana, ontvouwt hij vervolgens met een brede grijns op het gelaat zijn eigen strategie om ze daar ginder in Nashville eens een flink poepje te laten ruiken. “Regular Guy” – Niet die van Steve Earle! – is dan weer een knappe ballad, “Puddle Of Love” een midtempo rockertje en “Why Am I Sittin’ Here Sober” een werkelijk onweerstaanbare, op lekker vet twangy gitaarwerk en een overdosis tongue in cheek-humor geënte instant-meezinger van het allerbeste soort. Met “Words I Should’ve Said” toont Fournier zich ook even van zijn kwetsbaarste kant. Dat van verlangen vervulde nummer is een prachtballade van het type van Costello’s “I Want You”. “Lone Dark Rider” countryrockt vervolgens weer een aardig eindje weg, “Too Much Fun” is bluesy Americana – “Since we broke up, she’s having too much fun…” – en met het ingetogen “Mean Bastard With A Red Guitar” komt Fournier zelfs even in de buurt van Graham Parker, al was het alleen al maar omwille van die karakteristieke passionele vocale uithalen. In de aanstekelijke (country)rocker “Hogwild” heeft hij het aansluitend daarop over het gek makende gevoel gepaard gaand met een prille liefde, “Big Moon Pie” is nog een bluesy Americana liefdesbekentenis en het afsluitende “Cheticamp Girl” hoort eerder thuis in het vakje klassieke singer-songwriter stuff. In dat laatste, met wat Creools taalgebruik en een stel gevatte woordspelingen opgesmukte liedje heeft Fournier het over de ontmoeting met de vrouw van zijn dromen.

Mocht het bovenstaande wat dat betreft nog niet duidelijk genoeg geweest zijn, dan formuleren we het hier graag nog even anders: “Three Chord MacGyver” is gewoon verplichte kost!

Joe Fournier

Dusty Records

 

 

VIENNA TENG

“Warm Strangers”

(Virt / Zoë / Rounder Europe / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Vienna Tengs tweede CD “Warm Strangers” komt eigenlijk precies op tijd. Zelfs een extreem lang uitvallende zomer kan immers niet eeuwig blijven duren. En laat haar miniatuurtjes nu net het ideale muzikale decorum vormen bij dat jaarlijks weerkerende ritueel van in al hun herfstige kleurenweelde naar beneden dwarrelende bladeren. Teng koppelt een klassieke opleiding aan een niet te ontkennen voorliefde voor pop- en folkstructuren. Dat resulteert op “Warm Strangers” andermaal in een collectie bijzonder warmbloedige, ergens in de buurt van veel bekendere collegae als een Tori Amos of een Kate Bush strandende liedjes. Wat haar naast haar opvallende uiterlijk evenwel onmiddellijk onderscheidt van die medestanders is het feit dat in haar rond thema’s als liefde, de dood en hoop cirkelende songs onverhoeds ook wel eens voor dat genre veel minder evidente instrumenten als een Wurlitzer, een mariachi-trompetje en een slidegitaar durven opduiken. Net die het klassieke stramien van piano en strijkers doorbrekende details verlenen aan haar muziek dat tikkeltje extra. Voor de productie van “Warm Strangers” tekende overigens niemand minder dan de gerenommeerde David Henry (Cowboy Junkies, Josh Rouse en anderen). En ook dat zegt iets…

Vienna Teng

Rounder Europe

 

 

MACK STARKS

“Blind Spot”

(Nitrolian)

(3,5) J J J J

 

 

In de late jaren negentig wist Mack Starks de aandacht op zich te vestigen als één van de kopstukken van het alt.country/roots rock combo Farmer Not So John. Onder die naam leverden hij en zijn copains enkele behoorlijk lovend onthaalde albums af: met name hun titelloze debuutplaat uit 1997 en het een jaar later verschenen “Receiver”, hier nog altijd een persoonlijk favorietje. Daarna was de kous echter plots af. Toen Richard McLaurin besloot zijn heil te zoeken in een studioloopbaan als producer van andermans platen en gastmuzikant, stond Starks er immers eensklaps weer helemaal alleen voor. Dat liet hij echter bepaald niet aan zijn hart komen en in 2003 verraste hij ons met zijn solodebuut “Elsewhere”, een plaat die bijna uit haar voegen barstte van de eerder als pop te bestempelen ballads en midtempoliedjes. En nummer twee in het rijtje, het zopas verschenen “Blind Spot”, is daarop gewoon een logisch vervolg. Dat door collega Neilson Hubbard – zie dezer dagen ook Strays Don’t Sleep met Matthew Ryan – geproduceerde en mee ingespeelde album is eveneens een collectie voornamelijk introspectieve pop-rock-liedjes, die hem nog wat meer op dezelfde lijn als knapen als een Josh Rouse en een Warren Zanes plaatsen. Vijf van de tien songs schreef Starks ook samen met Hubbard. Daarnaast zijn er ondermeer ook nog het door de van zijn rol in Dire Straits bekende David Knopfler mee gepende “America” en een cover van Neil Youngs “Depression Blues”. Op de gastenlijst treffen we verder onder andere ook nog de namen van Starks’ oud-maatje McLaurin en van de hemelse Kate York aan.

Mack Starks

Miles Of Music

CD Baby

 

 

BLUE RODEO

“Are You Ready”

(Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

Met hun ondertussen ook alweer twaalfde CD “Are You Ready” doen die van het Canadese Blue Rodeo je eensklaps vergeten, dat hun vorige CD “Palace Of Gold” eigenlijk niet zo’n beste plaat was. Dat oorspronkelijk als volledig akoestisch geheel bedoelde – maar gelukkig niet zo uitvallende - album spreidt immers een dergelijke luxueuze melodieënrijkdom tentoon, dat je al bijna van steen moet zijn om er - zelfs al na één enkele beluistering – niet meteen voor voor de bijl te gaan. Kopstukken Greg Keelor en Jim Cuddy leveren hier gewoon hun allerbeste liedjescollectie ooit af, punt uit! Het ene hoogtepunt wordt aan ijltempo aan het andere geregen. De op heerlijke harmonieën en lekker twangy gitaarwerk geënte opener “Can’t Help Wondering Why” klinkt zo ongeveer als de Beatles op de rootstoer, in titelnummer “Are You Ready” schreeuwt Keelor zich al rockend naar een knus plaatsje tussen je oren, “Rena” is zalig wegluisterende rustige country rock, het relaxte “Up On That Cloud”, het ingetogen en met een sierlijke mondharmonicabijdrage gezegende “Don’t Get Angry” en het van onder een wollig-warme pedal steel-deken aan het betere werk van een Gram Parsons of een Gene Clark herinnerende“Stuck On You” zijn meer van dat, de prachtballade “I Will” heeft wel iets van een per abuis in countrywateren verzeild geraakte Chris Isaak en “Phaedra’s Meadow” doet het dan weer met een elegante, fluitgetinte folk touch. Enfin, je begrijpt meteen, dat wij hier met de beste wil van de wereld geen kwaad woord over kwijt kunnen. Zalig gewoon… En we gunnen de heren dan ook maar wat graag hun volgende twintig jaar in het vak.

Blue Rodeo

Rounder Europe

 

 

GE REINDERS

Blaos Mich Nao Hoes”

(Fennek / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Altijd al een boon voor gehad, voor deze knaap! Je moet ballen hebben om de stap vanuit het Engels naar je eigen moedertaal, meer nog, je eigen dialect, te durven zetten. Maar Gé Reinders deed het. En hoe dan nog! De man wierp zich de voorbije jaren op als één van de origineelste singer-songwriters die de Lage Landen rijk zijn. De kleine dingen des levens vormen een constante bron van inspiratie voor de zoetgevooisde Limburger, die zowel in zijn eigen Nederland als ook bij ons een graag geziene gast is in theatercafés en op culturele podia. Op “Blaos Mich Nao Hoes”, zijn nieuwste, gaat hij een uniek Euregionaal samenwerkingsverband aan met vijftien van de beste Limburgse blaasorkesten. Dat verleent aan zijn muziek een zo mogelijk nog wat lokaler karakter. De sfeer varieert daardoor voortdurend van folkloristisch tot licht klassiek. Het lijkt misschien een wat vreemd idee, maar het werkt prachtig! Beeldschone liedjes als “Man van ’n kleine sjtad”, “Aad waere mit dich”, “Blaosmuziek”, “’t Veurjaor”, “D’n haof”, “As de blajer valle” en “Sjloetingstied”, om er maar enkele te noemen, klinken hier eigenlijk gewoon beter dan ooit. Vaak een stuk genuanceerder alvast. Benieuwd te zien hoe dit live werkt. Lijkt ons alvast een hele belevenis.

Gé Reinders

 

 

TRACY BONHAM

“Something Beautiful”

(Zoë / Rounder Europe / Munich)

(3) J J J

 

 

De hier vooral van de hit “Mother Mother” bekende zingende liedjesschrijfster Tracy Bonham is begin november in de buurt voor een aantal optredens en om die gebeurtenis wat meer luister bij te zetten pakte haar platenlabel zopas uit met een zwaar gelimiteerd speciaal CD’tje. Daarop vind je naast het prachtige melancholische popliedje “Something Beautiful” verder ook nog de originele “Bee” EP uit 2003 terug. Dat kleinood staat voor een aantal vroege versies van liedjes van haar uitstekende jongste album “Blink The Brightest” - het betreft daarbij de nummers “Eyes”, “All Thumbs” en “Shine” - en verder ook het live in Joe’s Pub, NYC opgenomen “Freed” van haar titelloze tweede CD en de hyperkynetische Led Zeppelin-cover “Black Dog”. Een tweede schijfje fungeert als kers op de taart. Op dat DVD’tje vind je naast een elektronische press kit, een zogeheten EPK, met Tracy’s bio en een Q&A ook nog live-versies van de liedjes “Something Beautiful”, “Eyes” en “Did I Sleep Through It All?”. Als geheel alleszins een welgekomen aanvulling op haar laatste CD.

Tracy Bonham

Rounder Europe

 

 

THE MATT ANGUS THING

“Political Pop”

(Black Potatoe Records)

(3) J J J

 

 

“This is NOT a pop album!!! It’s roots rock / Americana,” waarschuwt het begeleidende materiaal bij dit schijfje. Blijft natuurlijk wel de vraag waarom Matt Angus en de zijnen hun jongste album dan een dergelijke misleidende titel meegaven. Voor de rest echter amper een kwaad woord over “Political Pop”. In het gezelschap van schoon volk als Levon Helm, Bernie Worrell en The Harlem Gospel Choir fietst het uit New Jersey afkomstige viertal daarop immers behendig heen en weer tussen een reeks eerder rootsgeoriënteerde stijlen. Van de aan Chris Isaaks werk verwante twangy pop van “Brings You Down” over zich wat nadrukkelijker in rootswateren ophoudende liedjes als “Right Beside You”, “Understand” of “Randy’s Equation” tot de hilarische country-gospel-sneer aan het adres van George W. Bush die “President’s Son” is, de sfeervolle ballade “Sweet”, het met soulvolle blazers een aardig eindje in de richting van R&B gestuwde “If” en het lekker vet rockende “What You’re Hearing”, het luistert eigenlijk allemaal even prettig weg. Enkel de Cash-cover “Folsom Prison” is wat ons betreft een serieuze slag in het water. Er zijn heus wel betere manieren denkbaar om je helden te eren…

The Matt Angus Thing

Black Potatoe Records

 

 

KATHY MATTEA

“Right Out Of Nowhere”

(Narada / Virgin / EMI)

(3,5) J J J J

 

 

Net als bijvoorbeeld ook een Patty Loveless heeft Kathy Mattea altijd al een wat aparte plaats ingenomen in het peloton vanuit Nashville opererende artiesten. Ze haalt weliswaar met enige regelmaat de Billboard Country Charts, maar nooit heb je bij haar het gevoel, dat daarvoor al te veel concessies werden gedaan. Ze weet precies wat ze wil. En ze blijft dat ook doen ook. Ook haar nieuwe CD “Right Out Of Nowhere” staat dus weer boordevol zorgvuldig gekozen songs, die andermaal illustreren, dat Mattea tot de allerbeste country-vertolksters van de laatste twintig jaar dient te worden gerekend. Van het tegelijk erg soulvol en rootsy overkomende openingsnummer “Right Outta Nowhere” tot respectievelijk van een shot gospel en blues bediende covers van “Gimme Shelter” van de Rolling Stones en CCR’s “Down On The Corner”, van het broeierige, aan alle vrouwen van de wereld geadresseerde “Hurt Some” tot een folky lezing van Darrell Scotts “Love’s Not Through With Me”, van Maia Sharps voorzichtig (roots)rockende “Loving You, Letting You Go” of Harley Allens zich in vergelijkbare wateren ophoudende “Live It” tot de met veel gevoel voor drama gebrachte pianoballade “I Hope You’re Happy Now”, van bedaarde commerciële countrydeunen als “Only Heaven Knows” of het door Mattea zelf gepende “Give It Away” tot een in een eigentijds arrangement gegoten benadering van de traditional “Wade In The Water”, hier valt maar bitter weinig op af te dingen. Het is eigenlijk heel simpel allemaal: verwacht van Mattea nooit echt wereldschokkende dingen, reken gewoon op kwalitatief hoogstaand materiaal en je zal door de zangeres wellicht niet gauw ontgoocheld worden.

Kathy Mattea

Narada

 

 

KEVIN DEAL BAND

“Raw Deal”

(Blind Nello Records)

(4) J J J J

 

 

Enkele weken geleden bogen we ons hier nog over “”Live And Still Standing”, de nieuwe live-CD van Houston Marchman, en nu is er vanuit precies dezelfde hoek alweer “Raw Deal – Kevin Deal Band Live”. De muzikale loopbanen van Marchman en Deal vertonen overigens wel meer gelijkenissen. Beide Texanen zijn actief als zingende liedjesschrijvers, allebei schrijven ze met veel gevoel voor overgeleverde waarden, allebei doen ze dat nog steeds in relatieve obscuriteit en in beide gevallen is dat eigenlijk even onbegrijpelijk. De twee zijn immers meesters in het oproepen van een bepaalde sfeer, schrijven glasheldere (vaak verhalende) country songs en weten bovendien hoe je een pakkende melodie componeert. Net als Marchman op zijn laatste doet ook Deal het hier dan ook voornamelijk met eigen materiaal. Daarvoor grijpt hij uitgebreid terug naar drie van zijn vier tot op heden verschenen albums, met name “Honky Tonks –N- Churches” uit 1999, “Kiss On The Breeze” uit 2000 en zijn recentste, “The Lawless” uit 2003. Melodieuze countryrockertjes als “You Ain’t Nobody”, “Diesel”, “Jump Off The Wagon”, “Backslidin’ Man” en “Cracked Up”, evenals meer naar het singer-songwritergenre overhellende deunen als “Boomtown”, “Quicker Than The Eye”, “Kiss On The Breeze” en het humoristische “My Father’s Redneck” komen hier bepaald goed uit de verf. Ze klinken minstens even goed als – en vaak zelfs beter dan - hun studiovoorgangers en vormen als het ware het ideale overtuigingsmiddel om je er - als Deal tenminste ooit de oversteek naar hier waagt - toe aan te zetten zeker één van zijn shows mee te pikken. Voor zijn fans van het eerste uur heeft de man bovendien nog enkele leuke extraatjes in petto. De fraaie ballad “Hard Times” en het samen met Lloyd Maines gepende “I’ve Got To Believe”, twee gloednieuwe studio cuts, doen zo al reikhalzend uitkijken naar ’s mans volgende reguliere plaat, en een derde nieuwe nummer, een eerbetoon aan de tot nader order nog altijd allergrootste, “Hank You”, loochent zijn titel allesbehalve. Het enige niet-Deal-nummer is de in blues gedrenkte, al van “The Lawless” bekende Lynyrd Skynyrd-cover “Mississippi Kid”. Samenvattend kan je stellen, dat “Raw Deal” ruim vijfenzeventig minuten kwaliteitsvermaak biedt voor zowat iedereen die regelmatig zijn gading zoekt in het gouden driehoekje gevormd door Bruce Springsteen, Steve Earle en Townes Van Zandt.

Kevin Deal

 

 

CHARLIE GRACIE

“Just Hangin’ Around”

(Rhythm Bomb Records)

(3) J J J

 

 

Het Duitse Rhythm Bomb Records moet zowat als de uitgekomen natte droom van elke rechtgeaarde liefhebber van 50’s-stijl rock & roll en rockabilly worden beschouwd. Met de regelmaat van een als een metronoom een gigantische contrabas bepotelende kloeke vetkuif blijft labelbaas Ralph Braband immers alleraardigste albums uit de hoge hoed tevoorschijn toveren. Vooral zijn op het eerste gezicht meestal wat vreemd overkomende koppelingen van groten van weleer aan actuele jonge honden blijken regelmatig geld waard. Zo ook weer “Just Hangin’ Around”, waarop de van hits als “Butterfly”, “Fabulous”, “Ninety-Nine Ways”, “Wanderin’ Eyes” en “I Love You So Much It Hurts” bekende Charlie Gracie druk in de weer is met muzikanten van collectieven als Ike & The Capers en The Round-Up Boys. Het resultaat is een heerlijk authentiek aandoende mix van rock & roll, rockabilly en R&B, waarbij het haast onmogelijk blijkt om stil te blijven zitten. Echte feel good music is het, waarbij je je weer heel even terug aan het eind van de jaren vijftig waant.

Rhythm Bomb Records

Bear Family

 

 

RICHARD STOOKSBURY

“Richard Stooksbury”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4,5) J J J J J

 

 

Dit is nu nog eens een singer-songwriter naar ons hart, zie. In het zoals gebruikelijk weer overweldigende najaarsaanbod aan nieuwe muziek is zijn titelloze debuut één van de weinige platen die hier vrijwel dagelijks de nodige aandacht blijft genieten. Richard Stooksbury is wat ons betreft dan ook een hele grote in wording. Iemand die met evenveel bravoure de kleine dingen des levens als de meest intense emoties, het verleden en het heden in zijn teksten weet te tackelen is het. Muzikaal gezien laat wat hij doet zich het makkelijkst vatten onder de noemer Americana. De aandachtige luisteraar zal in Stooksbury’s muziek evenwel sporen van zowel country, bluegrass, folk als rock & roll ontwaren. Met de hulp van Fats Kaplin (accordeon, fiddle, mandoline), Al Goll (dobro, Hawaïaanse gitaar, shakers) en John R. Crowder (bas, harmony vocals) nestelt Stooksbury (zang, gitaar, mandoline, ukelele) zich comfortabel aan de kop van het peloton nieuwe singer-songwriters dat ooit in de voetsporen van knapen als een Townes Van Zandt, een Guy Clark, een Greg Brown of een Bob Dylan hoopt te kunnen treden. Net als bijvoorbeeld ook een Malcolm Holcombe heeft Stooksbury het echt allemaal. Hij is gezegend met een aangenaam gruizige stem, is een briljante muzikant, schrijft fantastische teksten en zijn rootsy melodietjes beklijven zonder uitzondering vanaf de eerste minuut. Een fabelachtig debuut, echt!

Richard Stooksbury

CD Baby

 

 

CHRISTINE LAVIN

“Folkzinger”

(Appleseed Recordings / Music & Words)

(3) J J J

 

 

Al zo’n kleine 25 jaar pakt folk singer-songwriter Christine Lavin met enige regelmaat uit met nieuw werk. “FolkZinger” is zo ondertussen al de zeventiende soloplaat van de zangeres, die hier vooral bekendheid geniet dankzij haar bijdragen aan het Four Bitchin’ Babes-collectief, waarmee ze tussen 1990 en 1997 goed was voor menig een glimlach. Lavin moet het überhaupt vooral hebben van haar komische kant. In The New York Times werd ze bijvoorbeeld ooit omschreven als “a comic observer of contemporary manners”. Naast een zoetgevooisde stem is Lavins voornaamste wapen dan ook haar scherpe pen. Op haar jongste behandelt ze zo bijvoorbeeld thema’s als safe sex anno nu (“Bad Girl Dreams”), (een utopisch leven op een eiland zonder) het jachtige van het tegenwoordige leven van alledag (“Moken Spoken Here”), de midlife crisis in de 21ste eeuw (“The Bends”) en de kwalijke trekjes van e-mail-abonnementen (“Chicken Soup”). Daarnaast waagt ze zich aan aparte covers van “All My Lovin’” van The Beatles (Bloedmooi!) en “Happiness Runs” van Donovan. Het meest in het oog springende nummer is evenwel zonder enige twijfel het samen met haar nieuwe maatje Ervin Drake gepende “The Peter Principle At Work”, waarin ze het in weinig bedekte termen over het politieke kopstuk van haar land heeft, “a leader who never had a clue – he thinks God made him President – Heaven knows we didn’t do it…”. Een veel duidelijker standpunt kan je wat dat betreft nauwelijks innemen.

Christine Lavin

Appleseed Recordings

Music & Words

 

 

THE FIRST MILES

“Aim For The Heart, Go!”

(Little Bad Bear)

(3) J J J

 

 

The First Miles zijn een vanuit het Deense Aalborg opererend vijftal, dat op zijn debuut-CD “Aim For The Heart, Go!” resoluut de rock & roll-kaart trekt. Highway rock, that is! Spilfiguur van het collectief is Jeppe Foldager (zang, gitaar, harmonica), die met zijn rauw-hees-tedere stem voor een groot stuk de klankkleur van het album bepaalt. Al mogen we de rol die Rasmus Ottosen (gitaren, banjo) en Adam Buus (drums) daarin spelen zeker ook niet onderschatten. Het flamboyante gitaarspel van de een en de regelmatig tegen een behoorlijke snelheid voortdenderende drums van de ander vormen immers evenzeer fundamenten voor de power die vrijwel voortdurend van de muziek van The First Miles afstraalt. Jesper Bach Christensen (bas) en Jakob Birkedal (keyboards) vervolledigen de groep. “Aim For The Heart, Go!” werd opgenomen in Kopenhagen in een gedeelde productie van de ondermeer voor zijn werk met Metallica bekende Flemming Rasmussen. Hij hielp de band mee aan een te allen tijde zeer warm aanvoelend geluid. Of het nu vurige rock songs als “Bottle, Don’t Let Me Down”, “Big River” en “On Your Side” dan wel wat rustiger materiaal als het met een mooi stukje mondharmonica van Foldager versierde “Shaded City” en “The Best One Around” betreft, het klinkt eigenlijk allemaal even af. Bepaald geen vanzelfsprekendheid voor een debuut! Europa is er dus weer maar eens een uitstekende roots act op rijker.

The First Miles

Little Bad Bear

 

 

JOY LYNN WHITE

“One More Time”

(Thortch Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

Aangevuurd door het succes van “Tonight The Heartache’s On Me” en “Cold Day In July”, twee van haar door de Dixie Chicks tot megasellers omgetoverde liedjes leek medio de jaren negentig voor Joy Lynn White een bijzonder rooskleurige toekomst weggelegd. Maar ondanks erg knappe platen als “Between Midnight & Hindsight”, “Wild Love” en “The Lucky Few” brak de vurige roodharige nooit echt op grote schaal door. Akkoord, met het door Pete Anderson geproduceerde “The Lucky Few” scheerde ze wel hoge toppen in diverse Americana charts en als begeleidende vocaliste bleef haar agenda vrijwel voortdurend goed gevuld. Zo deden ondermeer Lucinda Williams, Buddy Miller, Dwight Yoakam, Robbie Fulks, Amy Rigby, Iris DeMent en Chip Taylor – toch niet de minsten – de voorbije jaren graag een beroep op White voor harmony vocals of als opening act. Maar commercieel succes bleef onbegrijpelijkerwijze uit. Reden? Wellicht zal White’s eigenzinnigheid in dit alles wel een niet geringe rol hebben gespeeld. Creatieve vrijheid staat immers hoog op haar verlanglijstje en laat dat nu net een struikelblok voor heel wat grote platenlabels vormen… Bovendien besloot White kort na de release van “The Lucky Few” haar carrièredromen voor onbepaalde tijd op te bergen door een onverwacht sterfgeval in haar familie. Enkel voor “On Her Own”, een uitsluitend via het internet verkrijgbare en ondertussen reeds aan een derde druk toe zijnde verzameling demo songs, vond ze en passant nog wel even de tijd.

Maar nu is er dus “One More Time”. En die plaat heeft echt alles om White eindelijk te geven waar ze eigenlijk al veel langer recht op heeft. Het was Kyle Lehning, in het verleden ondermeer verantwoordelijk voor de successen van Randy Travis, George Jones, Waylon Jennings, Tammy Wynette en The Derailers, die haar uitnodigde om weer eens de studio in te duiken. Hij zorgde ook voor een passende groep begeleiders. Gitaristen Duane Jarvis en George Bradfute, bassist Dave Jacques en drummer Paul Griffith vormen samen met White zelf (zang en akoestische gitaar) en Lehning (orgel) de basisbezetting waarin het album werd opgenomen. White laat zich daarop als een soort jonge Maria McKee gaan in een behoorlijk gevarieerd programma. Van passionele countryrockertjes als “Keep This Love Alive”, het zijn titel alle eer aandoende “Good Rockin’ Mama” en het met een shot sixties-R&B geïnjecteerde “Certain Boy” over de knappe roots pop van “I’m Free” en “Looking For You” tot rootsy country genre “Girls With Apartments In Nashville”, “If You Want My Heart” en “Victim Of Love of singer-songwriterspul à la “Just Some Girl” (Dat zalige mondharmonicaatje!), het is moeilijk om hier niet meteen hartstochtelijk van te gaan te houden. Om het maar eens op zijn Engels samen te vatten: “This is pure joy!”

Joy Lynn White

Miles Of Music

 

 

LUKE DOUCET

“Outlaws (Live And Unreleased)”

(3,5) J J J J

LUKE DOUCET

“Aloha, Manitoba

(3) J J J

VARIOUS ARTISTS

“More Large Than Earth (We Will Warn The Stars)”

(3) J J J

(Six Shooter Records / Bertus)

 

      

 

Six Shooter Records is een bescheiden Canadese platenmaatschappij die met enige regelmaat uitpakt met goede tot zeer goede releases (Richard Buckner, Elliott Brood, Justin Rutledge,…). Dat ontging ook de Nederlandse verdeler Bertus niet. Voortaan zal je je de platen van het label dus ook in deze kontreien een stuk gemakkelijker kunnen aanschaffen. En om die samenwerking tussen Six Shooter en Bertus wat meer luister bij te zetten mogen wij ons – een beetje tegen onze gewoonte in eigenlijk - alvast buigen over enkele in het verleden bij het label verschenen albums. Daarbij valt geregeld de naam van Luke Doucet. Veal is zo bijvoorbeeld zijn rock outfit en hij produceerde ook het knappe “Hanging The Battle-Scarred Piñata” van NQ Arbuckle. Maar beginnen doen we bij twee van zijn eigen platen. Meer bepaald “Aloha, Manitoba” uit 2001 en het van september van vorig jaar daterende “Outlaws (Live And Unreleased)”, twee behoorlijk van elkaar verschillende CD’s. Nummer één van dat tweetal liet ons kennismaken met een artiest in hetzelfde straatje als pakweg een Josh Rouse. Rustig voortkabbelend singer-songwriterspul dus, waarin gelijke delen pop en Americana (en hier en daar ook een bescheiden snuif blues en jazz) tot een aangenaam wegluisterend geheel worden samengevoegd. “Outlaws (Live And Unreleased)” is dan geheel andere koek. Daarop krijgen we de ruwe bolster om de blanke pit te zien. Dat in februari van vorig jaar grotendeels live opgenomen album begint met “Emily, Please”, een door zijn exotisch gitaarwerk volop aan Tom Waits en diens rechterhand Marc Ribot herinnerend rammelend stukje vunzige bluespop. In het gezelschap van drummers Glenn Milchem en Paul Brennan, bassist Bazil Donovan en gastvocaliste Melissa McLelland - voor een cover van Tom Waits’ “Gun Street Girl” - lijkt Doucet precies die kant van zijn muzikanten-ego wat meer te hebben willen exploreren. Het geheel baadt immers vrijwel voortdurend in zo’n typisch gore-achterbuurten-sfeertje. Het nadrukkelijker naar voren schuiven van het jazz-, blues- en rock-aspect van zijn muziek zal daar zeker niet vreemd aan zijn. Let wel, we hebben hier wel degelijk te maken met roots pop en rock, alleen is het zo, dat elementen uit andere genres voortdurend voor diversifiërende pigmenten zorgen. Doucets sterkste kantjes zijn daarbij zijn expressieve voordracht en zijn uitmuntend gitaarspel. Vooral dat laatste kreeg ons bij momenten echt op het puntje van onze stoel. Het album wordt afgesloten met twee studio-opnames. “Annie Lu” is dreigend, in blues gedrenkt singer-songwritermateriaal uit de bovenste lade en “At The End Of The Day” een ingetogen popdeun die aansluit bij wat Doucet ook al op “Aloha, Manitoba” deed.

Met “Broken (And Other Rogue States)” verscheen ondertussen in zijn thuisland Canada al een nieuwe CD van de man, maar daar zullen wij hier voorlopig nog even op moeten wachten, zo lijkt het.

Wat een wat uitgebreidere kennismaking met Six Shooter Records betreft ben je trouwens niet slecht bediend met de label sampler “More Large Than Earth (We Will Warn The Stars)”. Daarop geven artiesten als Christine Fellows (de herfstige popdeunen “Afterword” en “Airport Song”), Justin Rutledge (de hemeltergend mooie alt. country-sleper “Too Sober To Sleep”), Valery Gore (de volop aan Tori Amos refererende piano pop van “Elliott Goes”), Luke Doucet (het hier elders al uitgebreid besproken “Emily, Please”), NQ Arbuckle (de mooie, wat bezadigd aandoende roots rock van “Cheap Town”), Ford Pier (de pop rock van “Unseen World”), Martin Tielli (het scherpgerande singer-songwriter-deuntje “Our Keepers”), Veal (de uitdagende punky gitaarrocker “Everybody Wants More Cocaine”), Nick Buzz (op zijn James Blunts in “Love Streams”), Chris Wynters (de fraaie roots pop van “Nighttime”) en Captain Tractor (de licht gospelesk opgevatte pop van “The Hallelujah Song”) één of meerdere staaltjes van hun kunnen ten beste.

Luke Doucet

Six Shooter Records

 

 

EILEEN ROSE

“Come The Storm”

(Banana Recordings / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Een verhuis vanuit de achterbuurten van Boston naar Engeland legde voormalige rechtenstudente Eileen Rose allesbehalve windeieren. Na een valse start in enkele rock bands wist ze zich daar immers met haar twee eerste soloplaten “Shine Like It Does” (2000) en “Long Shot Novena” (2002) volop in de gunst van gerenommeerde bladen als Q, Uncut en Mojo te spelen. Het sterrendom lonkte…En toch besloot La Rose vrij onverwacht om terug naar de States te verkassen. Daar zonderde ze zich tijdens de winter van 2003 af in Martha’s Vineyard, een sfeervol oud optrekje dat ooit nog aan Thomas Hart Benton toebehoorde, een artiest die ondermeer ook Jackson Pollock tot zijn studenten mocht rekenen. Ze schreef er het materiaal voor haar zopas verschenen derde CD “Come The Storm”. Dat is een plaat waarop ze resoluut enkele nieuwe richtingen inslaat. Alt. country dekt als vlag al lang haar lading niet meer. Onstuimige power pop (het de naweeën van stukgelopen relaties bezingende “Last New Year’s Eve”), atmosferische rock (het een weinig aan iets van Maria McKee herinnerende “Nothing But Blue”), zomerse (roots) pop (het bedrieglijk opgewekte “Never Be The Same”, waarin ze zich buigt over een vreemd persoonlijkheidstrekje, dat haar als ze het goed heeft ertoe aanzet de slechte tijden te gaan missen, omdat die haar pas echt het gevoel te leven geven), bloedstollend mooie pianoballades (“Ocean Of Fire”, Compass”, “Time To Go” en “Saffron & Ginger”), rustige roots rock (“Stagger Home” en het door een beheerst twangend gitaartje hogere regionen in begeleide “Staying In”) en alt. country (het lekker vinnig werkende “White Wave”), je vindt het hier allemaal terug. En het werkt nog allemaal ook! Kon ook moeilijk anders eigenlijk… Gebracht met een hartstochtelijke stem als die van Rose zou immers zelfs een passage uit het telefoonboek als pure poëzie gaan klinken.

Eileen Rose

Banana Recordings

Bertus

 

 

HIGHWAYMEN

“The Road Goes On Forever”

(10th Anniversary Edition)

(Capitol / EMI)

(4) J J J J

 

 

In 1995 verscheen met “The Road Goes On Forever” het derde en meteen ook laatste teken van leven van country supergroep The Highwaymen. In de tien jaren die sindsdien verstreken werden de levenskaarsen van zowel Waylon Jennings als Johnny Cash gedoofd en van de intrigerende line-up van weleer bleven zodoende enkel nog Willie Nelson en Kris Kristofferson over, zodat we ook niet echt meer op nieuw werk hoeven te rekenen. Hoewel, Gods wegen en die van grote platenlabels blijven natuurlijk altijd wel enigszins ondoorgrondelijk… Zo bestaat 2/3 van de “10th Anniversary Edition” die zopas van het hoger genoemde werkstuk verscheen bijvoorbeeld toch weer uit… “nieuw” werk. We horen Cash, Jennings, Nelson en Kristofferson respectievelijk aan het werk in charmant rammelende, heerlijk ongedwongen akoestische demo’s van “Live Forever”, “I Ain’t Song”, “Pick Up The Tempo” en “Closer To The Bone”, en met het lekker countryrockende “If He Came Back Again” en “Back In The Saddle Again” werden ook nog één niet eerder verschenen song en een korte akoestische outtake aan het geheel toegevoegd. Cash-fanaten mogen dus wederom naar de geldbuidel grijpen. Wie deze superplaat nog niet in huis had doet dat best ook! Nog even wachten loont overigens wel de moeite, want binnenkort – op 8 november meer bepaald – verschijnt in gelimiteerde uitvoering nog een andere versie van deze uitgave, uitgebreid met de voorheen niet verkrijgbare DVD-documentaire “Live Forever – In Studio With The Highwaymen”. Het is maar dat je het weet…

Capitol Nashville

 

 

JOHNNY HICKMAN

“Palmhenge”

(Campstove Records / Sonic Records)

(3,5) J J J J

 

 

Jarenlang stond Johnny Hickman ten onrechte een weinig in de schaduw van David Lowery bij Cracker. Nu Lowery opnieuw met Camper Van Beethoven in de weer is, ziet de gitarist evenwel zijn kans schoon om zelf wat prominenter voor het voetlicht te treden. “Palmhenge” is zijn eerste soloplaat. Het album werd in diverse bezettingen en op diverse locaties - California, Nashville, Arizona, Colorado - opgenomen. De grootste hap ervan vormen echter de tracks die Hickman in een gedeelde productie met Teddy Morgan inblikte in Tucson. Verwacht echter vooral geen uitsluitend desert rock-gerichte CD. Daarvoor eet Hickman gewoon te graag van verschillende walletjes. Het ene moment imponeert hij hier met betoverende countryeske Americana inclusief pedal steel, banjo en zalig mondharmonicaatje genre “Southern Cal” of een rootsy kleinood als “The San Bernardino Boy”, het andere pakt hij uit met een met een CCR-ondertoontje gezegende rootsrocker zoals “The Great Decline (Palmhenge II)”, laat hij zijn melancholische kant even de bovenhand nemen zoals in het beklijvende “Little Tom” of doet hij gitaren een spoor van vernieling trekken doorheen een genadeloze woestijnrocker à la “Harvest Queen”. En ook pop-elementen mogen natuurlijk niet op het appel ontbreken. Luister daarvoor bijvoorbeeld maar eens even naar het melodieuze “Lucky”.

Betrokken partijen waren naast Teddy Morgan ondermeer ook nog David Immergluck, Bo Ramsey, Joey Burns van Calexico, Ken Coomer en die van Skeeter Truck.

Johnny Hickman

Sonic Rendezvous

 

 

OLD 97’S

“Alive & Wired”

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“Alive & Wired” is na de onlangs verschenen DVD “Old 97’s Live” een tweede vrij letterlijk te nemen teken van leven van Rhett Miller en co in enkele maanden tijd. Ditmaal betreft het daarbij een in een beeldig digipack gestoken dubbele CD, waarop werd vastgelegd wat Miller en de zijnen op twee zomerse juni-avonden van dit jaar ten beste gaven op het podium van de gerenommeerde Gruene Hall even buiten New Braunfels, Texas. En dat bruist echt van de vitaliteit! Gitarist Ken Bethea slaat wat ons betreft in de liner notes spijkers met koppen als hij beweert dat “the live thing is pretty much what-you-see-is-what-you-get”. De ondertussen al zo’n dertien jaar actieve Texanen zijn immers pas echt op hun best, wanneer ze weg van alle overbodige studio-poespas de bezwete lijven van hun devote fans in de buurt weten. Hun bijzonder spitante mix van alt. country, punk, roots rock, Britpop en Texaanse twang & roll lijkt pas dan echt tot leven te komen als hij kan teren op de interactieve inbreng van die loyale aanhang. Zodoende groeit “Alive & Wired” in dertig nummers uit tot één groot auraal feest voor de kleine ADHD’er die ergens wel in elk van ons schuilt.

Old 97’s

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

TODD FRITSCH

“Todd Fritsch”

(Diamond Music Group)

(3) J J J

 

 

“Caution! Contains real country music!”, worden we gewaarschuwd op het artwork van “Todd Fritsch”, de derde CD van de gelijknamige Texaanse cowboy. Nu is country natuurlijk een behoorlijk rekbaar begrip. En ook de term “real country” wordt lang niet door iedereen op dezelfde manier ingevuld. Als het van de jonge Fritsch afhangt, zouden de neuzen in dat verband unaniem in de richting van commerciële acts als een Gary Allan, een David Ball en een George Strait horen te wijzen. Lang de slechtsten nog niet natuurlijk, maar het blijft uiteraard wél commerciële country. Wie zich daar niet al té zeer aan stoort zal wellicht aangename momenten kunnen beleven in het gezelschap van liedjes als het licht rootsy “Small Town Radio”, het swingende “Memory Do Your Thing”, de sentimentele Brian Burns-ballade “I Don’t Live Here Anymore”, ’s mans cover van de Eddy Raven-superhit “I Got Mexico” en “Cowboy Legacy”, een zelf gepend eerbetoon aan zijn recentelijk overleden collega Chris LeDoux.

Todd Fritsch

 

 

VARIOUS ARTISTS

Thunder Road – Tracks Inspired By The Boss”

(Uncut 2005 11)

(4) J J J J

 

 

De november-uitgave van het Britse kwaliteitsmuziekmagazine Uncut zal wellicht weer erg gretig aftrek vinden. Reden daarvoor is de naar goede maandelijkse gewoonte gratis bij het blad meegeleverde CD. Onder de noemer “Thunder Road – Tracks Inspired By The Boss” worden ditmaal vooral Americana- en rootsrockadepten met een boon voor Bruce Springsteen op hun wenken bediend. Acts als Tom Russell, The Cowboy Junkies, Mary Lou Lord en Steve Wynn zijn vertegenwoordigd met covers van bekende en minder bekende nummers van de man als “I’m On Fire”, “You’re Missing”, “Thunder Road” en “State Trooper”. Anderen als een Dave Alvin, een Delbert McClinton, een Jeff Finlin, een Jeffrey Foucault, een John Hiatt, een Jon Dee Graham, een Slaid Cleaves, Marah, The Cash Brothers en Slobberbone doen het “gewoon” met eigen materiaal op zijn Springsteens. Het resultaat is een echt plaatje van een compilatie! (In het magazine zelf steelt overigens vooral een aan John Prine gewijd artikel de show.)

Uncut

 

 

THE KINGSBURY MANX

“The Fast Rise And Fall Of The South”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

“The Fast Rise And Fall Of The South” is het inmiddels vierde album van het uit Chapel Hill, NC afkomstige viertal The Kingsbury Manx. Waar de heren eerder nog allemaal betrokken waren bij het schrijfproces van de nummers, nam gitarist Bill Taylor die job ditmaal volledig voor zijn rekening. Het resultaat is een plaat vol prachtige, enigszins etherisch aandoende licht psychedelische poppareltjes waarop de akoestische gitaar en de piano een stuk prominenter in beeld komen dan voorheen. Alsof Brian Wilson en Ray Davies een tijdje met de vroege Pink Floyd hebben samengehokt, zo klinkt het allemaal. Zweverigheid quasi alom, maar dan wel zonder daarbij het liedje ook maar één enkel ogenblik uit het oog te verliezen. Openingsnummer “Harness And Wheel” is zo een in een herfstig sfeertje zwelgend, dronken bijna-walsje, waar je spontaan warm vanbinnen van wordt, de op leeftijd gekomen geesten van Simon & Garfunkel en de Byrds bewonen het al even melancholisch overkomende “And What Fallout!” en in “What A Shame” en “Animations” overheerst onmiskenbaar het Ray Davies-gevoel voor melodie. Fans van indie acts als Dolorean, Clem Snide en Sufjan Stevens en in mindere mate ook Calexico lijken ons derhalve de ideale doelgroep voor deze met een zekere tijdloze schoonheid gezegende plaat. Dat platenstal Yep Roc ze samen met nieuwe albums van Robert Skoro, The Standard en American Princes presenteert onder de noemer “Four For Fall” lijkt ons overigens ook helemaal niet op een toeval te berusten…

The Kingsbury Manx

Yep Roc

Sonic Rendezvous

 

 

VARIOUS ARTISTS

“New Music From New West”

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Heel wat op onafhankelijke basis binnen het Americana-marktsegment actieve platenfirma’s lijken er dezer dagen een enigszins vergelijkbare strategie op na te houden. Ze trachten zo snel mogelijk enkele “ronkende namen” te strikken die het mogelijk moeten maken hun activiteiten leefbaar te houden, vullen deze maar wat graag aan met wat live-favorieten en komen zo nu en dan met een veelbelovende nieuwe naam. Ga ze maar na: Yep Roc doet het, Lost Highway ook, Compadre Records en zeker ook New West. Acht jaar bestaat dat laatste label ondertussen, 17 artiesten vinden er momenteel hun uitvalsbasis en de voorlopige balans staat op een totaal van 76 albums en DVD’s. Op de labelverzamelaar “New Music From New West” wordt een mooi overzicht gegeven van de actuele stand van zaken met tracks van de jongste CD’s van Dwight Yoakam (het catchy moderne honky-tonkertje “Three Good Reasons”), Delbert McClinton (de sloom rollende R&B van “One Of The Fortunate Few”), Nic Armstrong & The Thieves (met het Stonesy “Down Home Girl”), John Hiatt (de ingetogen roots pop van “Thunderbird”), Ben Lee (de sprankelende popdeun “Into The Dark”), Alice Cooper (het herfstige, een beetje aan iets van de Stranglers herinnerende en hier eigenlijk helemaal niet uit de toon vallende “Pretty Ballerina”), Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion (de superieure Americana van “Holdin’ Back”), Buddy Miller (het gospelesk opgevatte rockertje “Worry Too Much”), de Drive-By Truckers (de broeierige Southern rock-sleper “Tornadoes”), Vic Chesnutt (het breed georchestreerde “Virginia”), Tim Easton (in Ryan Adams-stijl met “Poor, Poor LA”), Chuck Prophet (de majestueuze sleper “Pin A Rose On Me”), de Old 97’s (de wervelende alt. country van “Won’t Be Home”), Randall Bramblett (de soulvolle popparel “You Can Be The Rain”), Stephen Bruton (het belerende “This Old World”), de Flatlanders (de ingetogen Texicana van “See The Way”) en Shaver (het al wat oudere, ondertussen min of meer klassieke “Live Forever”). Bovendien wordt aan deze zo al zeer geslaagde compilatie nog een zekere meerwaarde verleend door toevoeging van enkele voorheen niet verkrijgbare nummers. Van Ben Lee krijgen we zo de venijnige rocker “Desire” gepresenteerd, op de plank blijven liggen na de “Awake Is The New Sleep”-sessies, van ex-Slobberboners The Drams de nog net iets meer stomende roots rock van “Hummalong” en van huisfavorietje Tim Easton het rustige “Before The Revolution”, twee demo’s. Met een speelduur van ruim 76 minuten en een rond de tien euro schommelende prijs voorwaar geen slechte deal.

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

T-99

Cherrystone Park

(Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

I-N-D-R-U-K-W-E-K-K-E-N-D! Om het even welke andere omschrijving zou hier gewoon misplaatst zijn. Wat Mischa den Haring (zang, gitaar, mandoline), Martin de Ruiter (zang, drums, traskit, percussie, piano) en Donné la Fontaine (contrabas, banjo, ukelele) hem op “Cherrystone Park” flikken behoort zondermeer tot het opwindendste wat ons dit jaar op rootsmuziekvlak al bereikte. Op dat net als hun hier ook al onder lofbetuigingen bedolven tweede CD “Strange Things Happen” door Teddy Morgan geproduceerde album scheuren de drie aan een rotvaart doorheen een veelheid aan verschillende muziekstijlen. Het resultaat is een bijzonder gevarieerde plaat, waarop de ijzersterke momenten elkaar aan een in deze kontreien hoogst zeldzaam tempo opvolgen. Opvallend daarbij is, dat het met uitzondering van een bijna op z’n Chris Isaaks ingehouden twangende cover van de Billy Idol-hit “White Wedding” – met Teddy Morgan op de akoestische gitaar - uitsluitend eigen materiaal betreft. Dat maakt het allemaal nog net iets impressionanter. Maar overtuig je daarvan vooral zelf! Huiver bij het horen van de gortdroge woestijnwind die door het opgefokte, met crunchy surfgitaren aangejaagde “Yo’ Yo-Yo” waait, leun vervolgens lui achterover bij het lijzige bluesje “8-Ball In The Side Pocket”, zoek een vuilnisbak om in te scharrelen of op mee te meppen bij het bijzonder gemeen uit de hoek komende “Cold Rolled Steel”, laat je verleiden door het onmiskenbare rootsgevoel van het rustig swingende “Hayfever”, smelt weg bij de sensuele instrumentale Latino surf classic in wording “Regalo Para Donna”, waan je een ogenblik lang in de een of andere gore achterbuurt in het holst van de nacht met het dreigende “Twine”, laat je aansluitend daarop net als ons vangen aan de titel van “Tonkin’”, niks country, maar een lekkere vette bluesboogie, geniet van het zich loom voortslepende old-timey “When The Wagon Comes”, de waanzinnig goede soulsleper “The Moaning Is Over”, het zijn titel helemaal waar makende bluesgevaarte “Shake It!”, het ogenschijnlijk in een onbewaakt moment uit het songbook van de Carter Family weggevluchte “When I’m Gone” en de ingehouden dreigende psychedelische rootsrocker “George, Mo And Andre”. En trek vervolgens de enig juiste conclusie…

T-99

Sonic Rendezvous

 

 

PERRY KEYES

“Meter”

(Laughing Outlaw / Bertus)

(4,5) J J J J J

 

 

Perry Keyes verdient zijn dagelijkse boterham door met zijn taxi passagiers van allerlei pluimage keurig op hun bestemming in Sydney af te leveren. Daarnaast is hij echter ook één van dé best bewaarde singer-songwriter-geheimen van zijn land. Dat liedjes schrijven doet hij al sinds hij nog een kind was. Vreemd dus eigenlijk, dat hij pas op latere leeftijd uitpakt met zijn debuut voor eigen rekening. Maar dat is dan wel meteen een tot de nok gevulde dubbelaar. En wat voor een! “Meter” barst praktisch uit zijn voegen van de beklijvende liedjes. Daarin evoceert Keyes het leven van alledag in “zijn” Sydney in al z’n onvolmaakte schoonheid. Wat zijn muziek betreft laat de beste man zich niet zo gemakkelijk op een genre vastpinnen. Ergens tussen pop, rock en Americana vindt hij eigenlijk een geheel eigen geluid. Akkoord, soms denk je bij het beluisteren van zijn werk wel eens even aan anderen als een Springsteen, een Buckner, een Reed of de Go-Betweens, maar net als je meent iets te herkennen zet Keyes je telkens weer prompt op het verkeerde been. De man rockt er lekker op los in liedjes als “Sweaty Sneakers”, het catchy “2nd Time I Saw You”, “Bonfires Of June”, “Discount Bottle Shop” en “Wide Streets”, maar doet het geregeld ook een stuk rustiger aan, zoals in mid-tempo en licht country-esk aandoende deunen als “Sandra’s On The Way” en “Where’s My Darlin’ Tonight” of ingetogen late night singer-songwritermateriaal als “Have Some Fun” en “Service City”. Enkele van de allermooiste momenten vonden wij de rustige Australiana van “Fairfield Girl”, de rond een dramatisch aflopende liefdesaffaire opgetrokken rocker “When Things Wear Out”, het met een dot van een mondharmonica-motiefje gezegende rootsliedje “Matraville Trees” en vooral ook het qua sfeer een heel klein beetje aan het heerlijke “Under The Milky Way” van The Church herinnerende “Beer And Cigarettes”. Dat soort van hier rijkelijk vertegenwoordigde liedjes maken van “Meter” een aanrader van jewelste. Doe er dus vooral je voordeel mee…

Perry Keyes

Laughing Outlaw Records

Bertus

 

 

NEIL YOUNG

“Prairie Wind”

(Reprise / Warner)

(3,5) J J J J

 

 

Met “Prairie Wind” lijkt Neil Young het tweetal “Harvest” en “Harvest Moon” te hebben willen uitbreiden tot een heuse trilogie. Een wollig warm aanvoelend jaren-zeventig geluid domineert in ieder geval vrijwel het gehele album. Mede door de blazersinbreng van Wayne Jackson van de vermaarde Memphis Horns en Thomas McGinley wijkt dat echter ook een weinig af van zijn illustere voorgangers. De voorzichtige R&B, blues of rock & roll touch die liedjes als “Far From Home”, titelnummer “Prairie Wind” en “He Was The King” zodoende meekregen werkt perfect als tegengewicht voor typische folky Young-country als “The Painter, “Far From Home” en “This Old Guitar” (beide met Emmylou Harris) of het door het gospelkoor van de Fisk University Jubilee Singers mee hogere sferen in gekweelde “When God Made Me”.Eén van de allerbeste nummers van het geheel is zeker het bezwerende “No Wonder”, waarin Young met een wrang trekje om de mondhoeken mijmert over “zijn” Amerika.

Neil Young

 

 

RODNEY CROWELL

“The Outsider”

(Columbia / Sony BMG)

(3,5) J J J J

 

 

Met – als we het goed hebben – zijn ondertussen dertiende CD stond Rodney Crowell voor een wel bijzonder heet vuur. Het opvolgen van (bescheiden) meesterwerkjes als “The Houston Kid” en “Fate’s Right Hand” zou immers geen sinecure worden. En hij slaagt met “The Outsider” wat ons betreft ook niet helemaal in die opdracht. Het merendeel van het materiaal voor die plaat ontstond op verloren momenten in Europese hotelkamers tijdens zijn jongste doortocht alhier. En als er al één ding is, wat je er zeker over kwijt moet, dan is het wel dat het behoorlijk snedig overkomt. Zowel muzikaal gezien, als tekstueel. De eerste liedjes (“Say You Love Me”, “The Obscenity Prayer”, “The Outsider”, “Dancin’ Circles Round The Sun” en “Don’t Get Me Started”) (country)rocken een aardig eindje weg in Cicadas- en in mindere mate ook Cherry Bombs-stijl. Daarnaast is er ook nog plaats voor pop (“Glasgow Road”), gospel (“Ignorance Is The Enemy”, met ondermeer Emmylou Harris, John Prine, Chris Rodriguez en Buddy & Julie Miller als gastvocalisten), in Ierse folk gedrenkte rock (“We Can’t Turn Back Now”) en een magistrale Dylan-cover. Vooral dat laatste nummer, een met Emmylou Harris gebrachte versie van “Shelter From The Storm”, is weer zo’n nummer dat je meteen bij je nekvel grijpt om je vervolgens niet al te snel meer los te laten. Ook in zijn teksten kruipt Crowell trouwens steeds meer in de huid van zo’n Dylan. Thema’s als de leugenachtige politiek gevoerd door de bewindslui van zijn land, armoede, winstbejag en de langzame teloorgang van cultuur en moraal vormen daarvan mooie illustraties.

Rodney Crowell

Sony Nashville

 

 

PATTY LOVELESS

“Dreamin’ My Dreams”

(Epic / Sony Nashville)

(4) J J J J

 

 

Vanaf de heerlijke opener van “Dreamin’ My Dreams”, een met tonnen country en twang geïnjecteerde versie van “Keep Your Distance” van Richard Thompson, voel je meteen dat Patty Loveless ook ditmaal weer een bijzonder lekkere plaat voor je in petto heeft. En een heel gevarieerde ook, zo zal blijken. Zo’n beetje alles wat ze tussen haar neo-traditionele start ergens laat in de jaren tachtig en haar recente bluegrass-escapades heeft gedaan passeert hier de revue: van soulvolle countryballades als “Old Soul” en “Nobody Here By That Name” over voorzichtig naar bluegrass neigend spul als het door Emmylou Harris met harmonieën opgewaardeerde “When Being Who You Are Is Not Enough” tot bekoorlijk rammelende honky-tonk genre Delbert McClintons “Some Kind Of Crazy”. Andere topmomenten: de door Jim Lauderdale en de onvolprezen Leslie Satcher gepende en door Russ Pahls zachtjes jankende steelgitaar gedragen prachtballade “Everything But The Words”, een droomversie van – de ondermeer in een ook al heerlijke uitvoering van Marianne Faithfull bekende -Allen Reynolds’ evergreen “Dreaming My Dreams With You”, de als frivool rootsy countryduet met Dwight Yoakam gebrachte Delaney & Bonnie-cover “Never Ending Song Of Love”, de wervelende bluegrass van “Big Chance” en Loveless’ respectvolle benadering van Steve Earle’s “My Old Friend The Blues”. Heel mooi album gewoon! Kan dus ook commercieel verantwoord klaarblijkelijk…

Patty Loveless

 

 

HALF KNOTS

“Half Knots”

(Gen*u*ine Recordings Austin, Texas)

(4) J J J J

 

 

Dat het trio Half Knots nogal nadrukkelijk herinnert aan acts als Wagon en Nadine hoeft in het geheel niet te verwonderen als je er de groepsbezetting even op naleest. Voorman Danny Kathriner drumde in een vorig leven immers nog bij Wagon. Hier neemt hij naast het slagwerk ook de leadzang en occasioneel wat gitaarwerk voor zijn rekening. Zijn oud-Wagon-maatje Chris Peterson zingt harmony en bespeelt naast tal van gitaren ook de viool, de mandola, de mandoline, de dulcimer en de bas. En – O groot toeval! – ex-Nadine-man Todd Schnitzer doet ook zijn duit in het zakje met naast gezongen bijdragen ook werk op de bas, keyboards, gitaren, drums en percussie-instrumenten. Voeg daar nog aan toe, dat ook Len Small (bas) en Ben Davis (gitaar), beiden eveneens ex-Wagon, op de gastenlijst staan en onze openingszin houdt nog wat meer steek. Elf eigen nummers lang worden we hier getrakteerd op rustige, een beetje herfstig-weemoedig aandoende alt. country / roots pop, die naast fans van de hoger genoemde groepen ook wel die van acts als de Jayhawks, Clem Snide en Bellwether in hoge mate zal kunnen bekoren. Wij zijn alvast verkocht, nu jij nog…

Half Knots

Gen*u*ine Recordings Austin, Texas

Miles Of Music

 

 

CAROLYN MARK

“Just Married: An Album Of Duets”

(Mint Records)

(3,5) J J J J

 

 

Met haar vierde album onder haar eigen naam, het volledig uit samenwerkingen met collega’s uit de bloeiende Americana scene in en om Vancouver bestaande “Just Married: An Album Of Duets”, werpt Carolyn Mark zich andermaal op als de voornaamste vrouwelijke artieste die het Canadese alt. country-gebeuren rijk is. Met bekende en minder bekende acts als NQ Arbuckle, The Silver Hearts, Amy Honey, Geoff Berner, de hier onlangs nog besproken Corb Lund, Ford Pier, Nathan Tinkham, The Fine Options, Dave Lang, Luke Doucet, Clay George, Kristen Harrison, Robyn Carrigan en Carey Mercer werkt ze zich doorheen een voornamelijk door ballads en mid-tempo nummertjes - die beurtelings onder de noemers folk, traditionele country en de alternatieve variant daarvan vallen - gedomineerde set. Naast een aantal eigen liedjes en door tal van de andere betrokkenen aangedragen nummers brengt Mark ook knappe covers van “I’m So Lonesome I Could Cry” van Hank Williams (werkelijk oorstrelend mooi gebracht samen met Luke Doucet), “I’ll Be All Right” van Gordon Lightfoot (met Robyn Carrigan) en andere genreklassiekers als “Slow Poke” (met Nathan Tinkham), “The Colour Of Love” (met Dave Lang) en “Sweet Thang” (met Corb Lund). Eén van de meest in het oog springende nummers is evenwel het als parodie opgevatte “Rocket Piano Man”, waarin over een aan de vroege Bowie ontleend muzikaal thema deze laatste, Elton John en Billy Joel het even moeten ontgelden. Een vrouw naar ons hart, die Mark…

Mint Records

 

 

SWITCHBACK

“Bolinree”

(Waygood Records)

(3) J J J

 

 

Brian FitzGerald (mandoline, diverse gitaren, zang) en Martin McCormack (bas, zang), de twee kapiteins van het voorheen nog duidelijk onder Americana-vlag varende schip Switchback, gooien op hun nieuwe CD het roer behoorlijk om. Waar hun voortreffelijke vorige CD “The Fire That Burns” nog volop leefde van een geslaagde symbiose van pop, Americana en Irish lonkt “Bolinree” een stuk nadrukkelijker naar de traditionele muziek van hun voorvaderen. Onder het alziende oog van gerenommeerd producer Lloyd Maines namen FitzGerald en McCormack zich ruim twee jaar de tijd om met een opvolger voor het bijzonder lovend onthaalde “The Fire That Burns” op de proppen te komen. Daarop wordt het Americana-aspect geregeld naar de achtergrond verdrongen door tal van Ierse folk- en popvarianten. Van sentimentele ballades als het oorstrelend mooie titelnummer “Bolinree” of “Love Won’t Run Away (Nil Gra Rithe Imihe)” over naar klikkende hielen snakkende, overwegend instrumentale songs als “Wobbly Jigs” en “Banshees’ Jigs” tot vitale rockertjes van het kaliber van een “Star Of The County Down” of een “Dance In The Living Room”, het Keltische element mag dan al duidelijk de bovenhand hebben, het blijft bijzonder aantrekkelijk muzikaal vertier. Tijdens de opnames ervan verkeerden FitzGerald en McCormack trouwens ook in zeer goed gezelschap, want naast Lloyd Maines, verantwoordelijk voor de inbreng op tal van gitaren, de steel en de dobro, rukten ook Liz Carroll (fiddle), Mike Hagler (zang), Jim Hines (percussie) en John Williams (accordeon, fluit, synthesizer, bodhran) graag aan.

Switchback

CD Baby

 

 

ERIC ANDERSEN

“Waves (Great American Song Series Vol. 2)”

(Appleseed Recordings / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

Deel twee in Eric Andersens poging om de herinnering aan de muzikale hoogdagen van Greenwich Village levendig te houden. En het siert de man, dat hij daarbij niet vervalt in slaafs kopiëren – iets wat gezien het aparte stembereik van bijvoorbeeld een Tim Buckley en een Lou Reed sowieso gedoemd was om te mislukken – noch in het produceren van kitscherige muzak bestemd voor de grote massa. Andersen weet waarmee hij bezig is, hij heeft de periode die hij hier belicht zelf “geleefd” en dat scheelt toch wel een slok op een borrel. Met respect en kennis van zaken maakt hij zich nummers van zijn mentor Tom Paxton, het al genoemde tweetal Buckley en Reed, Happy Traum, Phil Ochs, Fred Neil, Tom Rush, John Sebastian en Zal Yanovsky, Bob Dylan en wijlen Richard Fariña eigen en blikt terloops ook even terug op enkele van zijn eigen vroege classics (“Today Is The Highway” en “Thirsty Boots”). Met “Hymn Of Waves” voegt hij ook één nieuw nummer aan het geheel toe. Op die manier ontstaat een boeiende moderne folkplaat, waarop gasten als Judy Collins, Jim Glover, Arlo Guthrie, The Kennedys, Tom Rush en Happy Traum bovendien regelmatig voor een fel gewaardeerd extraatje zorgen.

Eric Andersen

Appleseed Recordings

Music & Words

 

 

ERIC TAYLOR

“The Great Divide”

(Blue Ruby Music & Records)

(4) J J J J

 

 

De ene Eric is duidelijk de andere niet! Waar de hier elders besproken Eric Andersen op zijn jongste CD met veel brio de songs van zijn Greenwich Village-maatjes tackelt, zweert Eric Taylor op “The Great Divide” opnieuw vrijwel uitsluitend bij eigen materiaal. (Enkel “Brand New Companion / Lulu’s Back In Town / Dirty Dirty” (Townes Van Zandt / Al Dubin & Harry Warren / Mike Sumler) en “Ain’t But One Thing Give A Man The Blues” (Arthur Jackson) vormen wat dat betreft uitzonderingen.) En waarom zou hij ook anders? De man wordt door vaak veel bekendere collega’s regelrecht geadoreerd. Mensen als een Nanci Griffith, een Robert Earl Keen, een Steve Earle en een Lyle Lovett zullen je bijvoorbeeld graag vertellen, dat ze in hun ontwikkeling tot de singer-songwriters die ze geworden zijn veel van Taylor hebben opgestoken. En ook in kringen waarin “het betere lied” regeert wordt Taylor echt op handen gedragen. Door liefhebbers van het genre wordt hij vaak in één adem met legendes als een Townes Van Zandt en een Guy Clark tot het beste gerekend wat de Houston scene ooit heeft voortgebracht. Zij zullen zich met het superieure “The Great Divide” alvast niet bekocht voelen. Alle voor Taylor zo karakteristieke elementen zijn immers weer in ruime mate aanwezig: van zijn unieke gitaaraanpak over die aangenaam verweerd aandoende stem van ‘m tot zijn sterk verhalende, met veel gevoel voor detail geschreven teksten. Als geen ander slaagt de man erin om zijn personages tot leven te wekken. Zijn beelden zijn treffend, zijn taal en zijn manier om deze laatste te verklanken even verbluffend als to the point. Neen, deze Taylor speelt niet zomaar mee in de premier league van de singer-songwriters, hij gaat eigenzinnig resoluut voor de absolute top ervan.

Eric Taylor

 

 

MARK EITZEL

“Candy Ass”

(Cooking Vinyl / Bertus)

(3) J J J

 

 

Mark Eitzel behoeft natuurlijk al lang geen voorstelling meer. Als frontman van de American Music Club en later ook in zijn eentje heeft de man al een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. “Candy Ass” is al zijn tiende solo-CD. Daarop bewandelt hij verder de reeds in 2001 met “The Invisible Man” ingeslagen paden. Herfstige akoestische folk rock songs worden erop afgewisseld met gestoei met moderne elektronica. Jammer genoeg niet altijd met even geslaagd gevolg. Elf van de twaalf liedjes op “Candy Ass” droeg Eitzel zelf aan. Uitzondering is het sterk atmosferische, een beetje aan The Blue Nile herinnerende “Green Eyes”, een samenwerking met de heren Convertino en Burns van Calexico, die eerder zelf ook al Eitzels “Chanel No. 5” inblikten. Samenvattend kan je stellen, dat “Candy Ass” niet meteen Eitzels sterkste plaat is, maar ze bevat wel voldoende knappe momenten om een aanschaf toch te overwegen.

Mark Eitzel

Cooking Vinyl

Bertus

 

 

BILL STAINES

“The Second Million Miles”

(Red House Records / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

Bill Staines is één van de allerbeste singer-songwriters die momenteel actief is in de schemerzone tussen folk and country. En een mooier bewijs daarvoor dan “The Second Million Miles” is nauwelijks denkbaar. Op dat nieuwe album van de man worden immers zeventien van de hoogtepunten van zijn tussen 1989 en 2004 op het Red House Records-label verschenen albums verzameld. We hebben het dan over platen als “Bridges” (1989), “Going To The West” (1993), “The Happy Wanderer” (1993), “Looking For The Wind” (1995), “One More River” (1998), “October’s Hill” (2000) en het magistrale “Journey Home” van vorig jaar. Met zijn aangenaam warme stem schurkt Staines met de natuurlijke flair van een tegen je been naar genegenheid hengelende kat behaaglijk tegen een reeks eigen songs aan. Met uitzondering van het aan het oeuvre van Mary McCaslin ontleende “Prairie In The Sky” en de traditionals “Leatherwing Bat”, “Little Brown Dog” en “How Can I Keep From Singing” bevat “The Second Million Miles” immers uitsluitend eigen pennenvruchten, waarin zowel de Keltische als de Amerikaanse folktraditie mooi samengaan met aan pop, Americana en Country & Western ontleende elementen. En als dusdanig vormt deze compilatie dan ook een open uitnodiging om ook het eerdere werk van Staines aan nader onderzoek te onderwerpen.

Bill Staines

Red House Records

Music & Words

 

 

KRISTA DETOR

“Mudshow”

(Tightrope Records)

(4) J J J J

 

 

Het is al weer een poosje geleden, dat we een nieuw talent van dit kaliber voorgeschoteld kregen! Wat een prachtige stem! Wat een mooie liedjes! Met Krista Detor dient zich een singer-songwriter aan die werkelijk alles heeft om het op korte termijn te gaan maken. Haar inspiratie put ze uit het leven van alledag. En als haar grootste invloed citeert ze “elk woord dat ze ooit las” en op de hielen daarvan Leonard Cohen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen, dat haar muziek qua aanpak en intensiteit veel gemeen heeft met het werk van deze laatste. Toch zijn wij meer geneigd om haar op dezelfde lijn te plaatsen als bijvoorbeeld een Shawn Colvin of een Mary Chapin-Carpenter. Niet alleen vertoont ze daarmee – Zeker met laatstgenoemde! – een zekere stemgelijkenis, door het gebruik van instrumenten als een accordeon, een mondharmonica, een banjo, een mandoline, een dobro en een fiddle verleent ze net als die twee aan wat aanvankelijk pop songs lijken te worden een zekere Americana twist. Bloedmooi is het allemaal! Luister bij gelegenheid maar eens naar verstilde pareltjes als het door Rick Hackler van een fraai dobrolijntje voorziene “Dancing In A Minefield” of het door Stats Klug al even knap op de mondharmonica ingeleide “The Ghosts Of Peach Street”. Dat soort van subtiele instrumentale nuances draagt ertoe bij, dat Detors mooie teksten, haar kristalheldere stem en haar verfijnde pianospel nog beter tot hun recht gaan komen. Wat ons betreft is dit dan ook zondermeer één van dé ontdekkingen van het jaar so far.

Krista Detor

CD Baby

 

 

BRIAN JOSEPH

“If I Never Sleep Again”

(FrogSongs Records)

(3,5) J J J J

 

 

In een wat rechtvaardigere muziekwereld zou deze knaap al lang een veel ruimere naambekendheid genieten. Joseph, die in februari 2000 besloot te stoppen met acteren om zich voltijds op zijn grote liefde, de muziek, te storten, is immers een kanjer van een singer-songwriter. Ergens tussen (roots)pop, folk en Americana tovert hij probleemloos het ene prachtnummer na het andere uit de hoge hoed tevoorschijn. Voeg daar nog aan toe, dat hij daarbij voor “If I Never Sleep Again” mocht rekenen op de hulp van schoon volk als een Melanie Hersch, een Julie Wolf en een Kenny Edwards en je begrijpt, dat het ook wat betreft deze vierde CD van de man weer snor zit. Laat je snel tot aanschaf ervan verleiden door liedjes als het tussen pianoballade en Americana pop twijfelende “Patience”, het zachtjes rockende “Baby Looks Good”, het vreemde slaapliedje “Lullabye For Mom And Dad”, het een weinig aan het vroege werk van Joe Henry herinnerende “Nine Months To Fix The World” of het ingetogen folkdeuntje “Making Love”. Het zijn slechts vijf willekeurig gekozen voorbeelden van prachtsongs die het volop verdienen om gehoord te worden.

Brian Joseph

CD Baby

 

 

JORDAN CHASSAN

“East Of Bristol, West Of Knoxville

(Strong Recordings)

(3) J J J

 

 

Singer-songwriter Jordan Chassan draait al zo’n kleine dertig jaar mee in het vak en toch is het wat betreft zijn naambekendheid nog altijd eerder povertjes gesteld. Zijn nieuwe CD “East Of Bristol, West Of Knoxville” - zijn eerste sinds meer dan twaalf jaar – enkele draaibeurten gunnen maakt al vrij snel duidelijk waarom. Chassan schrijft liedjes die vrij onopvallend aan je voorbij glijden. Niet slecht, dat zeer zeker niet, maar ze vallen nu eenmaal niet echt op… En als we het hier ook even over zijn stem mogen hebben, dan moeten we eigenlijk hetzelfde vaststellen. En toch straalt van ’s mans nieuwe CD een zekere charme af. Best wel vreemd eigenlijk. Heeft wellicht alles te maken met de manier waarop de beste man zijn songs muzikaal laat invullen. Voor het lijzige “Cheater Cheater Cheater” kon hij zo bijvoorbeeld rekenen op wat vocale steun van ons aller Gillian Welch. En met top notch muzikanten als een Jellyroll Johnson (mondharmonica), een Larry Atamanuik (drums), een Byron House (bas), een Al Goll (steelgitaar) en een Dave Jacques (bas) zit het ook elders wel snor. De nadrukkelijkste en derhalve ook opvallendste accenten plaatst Chassan echter zelf als hij zijn Baldwin(orgel) of zijn Wurlitzer laat spreken. Mede door het inzetten van die in singer-songwriterkringen niet echt courante instrumenten klinkt het album “East Of Bristol, West Of Knoxville” alsof het werd opgenomen ergens op een landelijke veranda bij valavond, maar dan wel eentje temidden van de wolkenkrabbers in een grootstad. Een beetje pop, een beetje Americana, een beetje folk, een beetje jazz, een beetje blues en dan nog liefst allemaal tegelijk. Het maakt van deze nieuwe van Chassan een plaat die aanvankelijk wel enkele draaibeurten nodig heeft om echt te overtuigen, maar die vervolgens wel altijd terug welkom blijkt. Ondanks die onopvallende songs, ja… Eén uitschietertje willen we je hier echter toch niet onthouden. Het betreft het helemaal aan het einde van het album weggemoffelde “Hard Work Bein’ A Fool”. Dát onder de noemer blues light vallende deuntje groeide hier mede door de mondharmonica-inbreng van Jellyroll Johnson wél uit tot een instant-favorietje.

Jordan Chassan

Strong Recordings

Miles Of Music

 

 

RICH MCCULLEY

“Far From My Angel”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

In het voorjaar van 2003 onthaalden we Rich McCulley hier al redelijk enthousiast naar aanleiding van zijn CD “If Faith Doesn’t Matter”. Met name zijn “ogenschijnlijk met schuurpapier bijgewerkte rasp van een stem” en “zijn geweldige gevoel voor melodieuze songs” spraken ons indertijd erg aan. Ondertussen zijn we meer dan twee jaar verder en staat diezelfde McCulley weer voor onze deur met een nieuwe CD. De man verkaste onlangs vrij onverwacht van San Francisco naar Los Angeles en maakt er een punt van om in heel wat van de liedjes op zijn nieuwe plaat in te gaan op het waarom van die verhuis. “I left my heart in San Francisco, just lying on your floor…” zijn de eerste woorden van dit album, dat in grote lijnen in het teken staat van het verwerken van een stukgelopen relatie. McCulley heeft last van de blues en dat zullen we geweten hebben ook! Gelukkig weerhield een knagend gevoel van eenzaamheid de man er niet van om ook verder in puntige, door zijn gruizige stem en dito gitaren gedomineerde liedjes te blijven grossieren. We denken dan bijvoorbeeld aan vinnige (roots)rockertjes als “Hope You’re Happy”, titelnummer “Far From My Angel”, “I Am Free” en “This Ain’t A Song”. Voor de variatie wordt gezorgd met ingetogen twangende akoestische alt. country-deuntjes als “Forget Me”en “8 Years Ago Today”, het licht bluesy “Follow Me Down” en onversneden roots-pop-singer-songwriterspul genre “Waterfall” en “Happy Birthday Baby”. Ergens halverwege tussen de Graham Parker anno nu en Paul Westerberg verdient Rich McCulley met klasse-materiaal als dit zeker een eigen niche.

Rich McCulley

Miles Of Music

 

 

HONI DEATON & DREAM

“Promise To A Soldier”

(Chateau Music Group)

(3,5) J J J J

 

 

Honi Deaton en haar begeleidingsgroep Dream houden zich op in dezelfde muzikale wateren als een Alison Krauss, een Claire Lynch en - vooral ook - een Rhonda Vincent. Op haar nieuwe CD evenaart ze weliswaar nog niet helemaal het zeldzaam hoge niveau van dat illustere drietal, maar ze komt er toch al verdraaid dicht bij in de buurt. Het merendeel van de liedjes op “Promise To A Soldier” schreef ze overigens zelf. Enkel in een bluegrass-jasje gestoken covers van door Patsy Cline, Hank Locklin, Patsy Montana en Sam Cooke en de Soul Stirrers de eeuwigheid in gezongen klassiekers als “Walking After Midnight”, “Send Me The Pillow That You Dream On”, “Cowboy Sweetheart” en “I’m Gonna Build On That Shore” vormen wat dat betreft uitzonderingen. Persoonlijk verkiezen wij echter vooral de liedjes die Deaton zelf aandroeg. Daarmee bewijst ze immers naast een uitstekende zangeres van het kaliber van het hoger vermelde trio ook een voortreffelijke songsmid te zijn. Vooral het als een soort van eerbetoon aan haar tijdens W.O. II aan het front gesneuvelde grootvader Vendil Dalton Eoff opgevatte titelnummer “Promise To A Soldier” laat voor haar toekomst werkelijk het allerbeste verhopen. Daarin vertelt ze op pakkende wijze het droevige verhaal van haar grootouders. En om haar voeling met het thema nog wat meer te onderstrepen kondigde ze ook al aan twee dollar van de opbrengst van elke verkochte CD af te zullen staan aan het Operation Family Fund, een organisatie die zich inlaat met het lot van de nabestaanden van gesneuvelde soldaten. Het hart op de juiste plaats dus, die Deaton. En ook voor de rest is ze wel O.K.! Geruggensteund door haar man Jeff (zoon van Ray Deaton van IIIrd Tyme Out en voorheen actief bij Lou Reid & Carolina - bas, gitaar, zang), Josh Brooks (banjo, zang), Joe Clark (bekend vooral om zijn werk voor Larry Sparks - mandoline, zang), Andy Ruff (een voormalig lid van The Karl Shifflett & Big Country Show - resophonic) en speciale gast Greg Luck (gitaar) weet ze twaalf nummers lang te boeien. Dit is bluegrass met één voet nog stevig in het verleden geplant en één al voorzichtig in het hier en nu. Hier en daar met een behoorlijk hoog gospelgehalte, dat wel, maar bovenal bouwend op knappe melodieën, sterke staaltjes van muzikaal vakmanschap en prachtige samenzang. Een aanwinst van jewelste!

Honi Deaton & Dream

 

 

Opgelet!!!!! Voortaan recycleren we onze eerdere besprekingen in een archief!!!!!

 

Klik hier voor de recensies van de maand september.

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums van:

 

Corb Lund “Hair In My Eyes Like A Highland Steer”Voice Of The Wetlands (Tab Benoit & others) “Voice Of The Wetlands” - Kevin Gordon “O Come Look At The Burning”Bruce Cockburn “Speechless”James McMurtry “Childish Things”Katy Moffatt “Up Close & Personal”Sufjan Stevens “Illinoise” - Robert McCreedy “It Might Kill You”Ryan Adams & The Cardinals “Jacksonville City Nights”Susan Gibson “OuterSpace”Billie Joyce “One Willing Heart” - Billy Joe Shaver “The Real Deal”Cherryholmes “Cherryholmes” - Grayson Capps “If You Knew My Mind”The Tom Russell Band “Raw Vision” - Various Artists “Brewed In Texas Volume 2”Lantana “Life Is Good” - Valerie Smith & Liberty Pike “That’s What Love Can Do”BoDeans “Homebrewed – Live From The Pabst”Dar Williams “My Better Self”Dyzack “Somewhere There’s A Monkey Laughing” - Claude Diamond “Highway Of Life”The Chapmans “Simple Man” - Kip Boardman “Hello, I Must Be…”Tom Freund & Co. “Sweet Affection”Alastair Moock “Let It Go”Kim Carnes “Chasin’ Wild Trains” - Rod Picott “Travel Log Live 2005 Vol. No. 1”The Farmers “Loaded”Lex Nelissen “Tuin Der Lusten” - One Star Hotel “One Star Hotel”The Resentments “Switcheroo”Two Tons Of Steel “Vegas” - Miss Leslie & Her Juke-Jointers “Honky Tonk Revival”Kimmie Rhodes “Ten Summers” - Nickel Creek “Why Should The Fire Die?”Marty Stuart & His Fabulous Superlatives “Soul’s Chapel”Hanna-McEuen “Hanna-McEuen” - NO Blues “Farewell Shalabiye”Laura Veirs “Year Of Meteors”Shannon McNally “Geronimo”Tim O’Brien “Fiddler’s Green” en “Cornbread Nation”The Walkabouts “Acetylene”Sam Shinazzi “Stories You Wouldn’t Believe”Lorrie Singer & Bradley Kopp “Walk Tall” - Cary Swinney “Big Shots”The Barnshakers “Twenty-One”Letty & Georgia “Plain & Simple” - Josh Lederman Y Los Diablos “Let’s Waste Another Evening”Marti Brom “Sings… Heartache Numbers”Freakwater “Thinking Of You”