ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2006

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Angela Desveaux “Wandering Eyes”Markowski “Porcupine’s Sister” - Alli Rogers “The Day Of Small Things”Ad Vanderveen “Cloud Of Unknowing”Rae Spoon “White Hearse Comes Rolling”Colin McCaffrey “Tired Of Town” - The Dexateens “Hardwire Healing”The Dam “Beautiful Trash”The String Cheese Incident “Live From Austin, TX” (DVD) - The Texas Sapphires “Valley So Steep”Various Artists “Why The Hell Not… The Songs Of Kinky Friedman”Grayson Capps “Wail & Ride”Kelly Pardekooper “Brand New Bag”J. Tillman “Minor Works”Michael Hall “The Song He Was Listening To When He Died” - Outlaw Country “Live From Austin, TX” (DVD)Neko Case “Live From Austin, TX” (DVD) - Los Straitjackets With The World Famous Pontani Sisters And Kaiser George “Twist Party!!!”Ricky Skaggs “Waitin’ For The Sun To Shine / Highways & Heartaches” - The Sadies “Tales Of The Rat Fink”Mark Chesnutt “Heard It In A Love Song” - Wheels On Fire “Wheels On Fire”Cindy Bullens “Live” - Joseph Parsons “The Fleury Sessions”Dwight Yoakam “Guitars, Cadillacs, Etc., Etc. – Twentieth-Anniversary Edition”The Be Good Tanyas “Hello Love”Marybeth D’Amico “Waiting To Fly” - Mindy Smith “Long Island Shores”Tangleweed “Where You Been So Long?” - Jackson Taylor Band “Live Locked & Loaded” en “The Whiskey Sessions”Run C&W “Into The Twangy-First Century / Row Vs. Wade”Stephen Fearing “Yellowjacket”Michael Brennan “Cautious Man” - Mike Alviano “The Vagabond Songs”Wayne Hancock “Tulsa” - Dave Carter & Tracy Grammer “Seven Is The Number”Admiral Freebee “Wild Dreams Of New Beginnings”Matt Ellis “Tell The People”Greg Graffin “Cold As The Clay”Jason Ringenberg “Rockin’ In The Forest With Farmer Jason”Gray Sky Girls “Gray Sky Girls”Martha Ann Brooks “Simply…”Chris Smither “Leave The Light On”Bright Eyes “Noise Floor (Rarities: 1998-2005)”Caroline Herring & Claire Holley “Live At Saint Andrew’s” - Shiner Twins “All In Store”Kelly Joe Phelps “Tunesmith Retrofit” - The Kennedys “Songs Of The Open Road”Halfway “Remember The River”Joe Ross “Festival Time Again” - Solomon Burke “Nashville”Maria McKee “Live – Acoustic Tour 2006” - The Black Crowes “The Lost Crowes”Paul Westerberg e.a. “Open Season”

 

ANGELA DESVEAUX

“Wandering Eyes”

(Thrill Jockey Records / Bang!)

(4) J J J J

 

 

Moet je beslist eens naar luisteren, heeft echt alles om het snel te maken, schreef een lezer ons enkele dagen geleden en gelijk heeft de beste man. Angela Desveaux overtuigt op haar debuut gelijk op alle fronten. De naar eigen zeggen vooral door Lucinda Williams en Gillian Welch beïnvloede Canadese grossiert op die eersteling in alt. country- en rootspopdeuntjes, die het vooral moeten hebben van hun ijzersterke melodieën en de knappe zang van Desveaux zelf. Deze laatste herinnert zeer nadrukkelijk aan die van de grote Williams. Diezelfde slepende, wat klaaglijke klankkleur, weet je wel.

Voor de productie van “Wandering Eyes” riep Desveaux de hulp in van de ondermeer van zijn werk met Uncle Tupelo, de Jayhawks, Son Volt en Wilco bekende Brian Paulson. En die laat haar hier vooral schitteren in een aantal ballades. We noemen in dat verband eerst en vooral de sfeervolle sleper “If Only”, die wat ons betreft zo langs het beste van haar grote voorbeelden mag. “Bury Me Deeper” is er nog zo eentje. Dat heerlijk melancholische deuntje straalt zoveel warmte en gevoel af, dat het absoluut onmogelijk wordt om eraan te weerstaan. Ook de wat vlottere songs lieten ons trouwens met datzelfde gevoel achter. Dingen als openingsnummer “Heartbeat” of het in een bad aangenaam rinkelende gitaren ondergedompelde “Wandering Eyes” bijvoorbeeld zouden in een wat rechtvaardigere wereld met gemak tot (radio)hits uitgroeien.

Snel gaan ontdekken dus maar, dit schijfje! Je zal het je later absoluut niet beklagen, dat je ’t gedaan hebt!

Angela Desveaux

Thrill Jockey Records

 

 

MARKOWSKI

“Porcupine’s Sister”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Al vrij snel na de mooie EP “Family Café” worden we door de in Berlijn opgegroeide, maar al een poosje in Nederland wonende zingende liedjesschrijfster Sonja Markowski (zang, gitaar) en haar maatjes Jan van Bijnen (gitaar, dobro, pedal steel, mandoline, accordeon, zang), Cees van der Laarse (bas) en Rudi Sanders (drums, percussie) uitgenodigd om opnieuw een stukje van hun intrigerend muzikaal universum te komen verkennen. En “Porcupine’s Sister”, het mini-album waarover we het dan hebben, bevestigt met zes nieuwe rootsy popdeuntjes al het goede wat we hier eerder al over Markowski schreven. Met die glasheldere stem van ‘r zorgt de Duitse andermaal geregeld voor kippenvelmomenten. Vooral het in haar eigen moedertaal gezongen slaapliedje “Träume süß” gaat recht naar het hart. Onwaarschijnlijk mooi gewoon, hoe Americana en de Duitse taal daarin blijken samen te gaan. Wij hopen, dat het anderen – Zo’n Markus Rill bijvoorbeeld! – snel op ideeën mag brengen. Ook zeer fraai: het door van Bijnen van knap bluesy snarenwerk voorziene “Bike”, het herfstige tweetal “Buy Me A Ticket” en “Backyard” en het wat vlotter dan de rest opgevatte “Catch Me”.

Als ze dit niveau binnenkort ook een volwaardige langspeler lang aan blijkt te kunnen houden, dan loopt het op termijn vanzelf wel los voor Sonja Markowski, daar moet je vooral niet aan twijfelen!

Markowski

CD Baby

 

 

ALLI ROGERS

“The Day Of Small Things”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

Shawn Colvin, Patty Griffin, Eliza Gilkyson, Edie Brickell, Edie Carey,… Het zijn zomaar wat namen, die het ons een stuk makkelijker maken om deze uit Iowa afkomstige maar naar Nashville verkaste schone muzikaal voor je te situeren. Net als die dames heeft Alli Rogers een kristalheldere stem en schrijft ze prachtige, vrijwel ogenblikkelijk toegankelijke liedjes, die zonder uitzondering onder de noemer folk- en rootspop vallen. Hét grote verschil met Colvin en co is, dat Rogers haar liedjes op regelmatige basis gebruikt om op subtiele wijze haar christelijke geloofsovertuiging te ventileren. En daar zullen nogal wat mensen het wellicht niet zo voor hebben. Maar zij die erin slagen om zich over hun vooroordelen heen te zetten zullen aan “The Day Of Small Things” een erg mooie aanvulling op hun platencollectie overhouden. Kwalitatief gezien hoeft Rogers met breekbare liedjes als het diepzinnige titelnummer van het album, het door Gabe Scott op z’n dobro van een rootsy tintje voorziene “If I’m Brave” of het herfstige, met cellobegeleiding van David Henry gebrachte “Wings On My Back” immers absoluut niet onder te doen voor haar hoger genoemde collega’s. Wij zijn dan ook meer dan zomaar een klein beetje gecharmeerd door deze bevallige sirene.

Alli Rogers

CD Baby

 

 

AD VANDERVEEN

“Cloud Of Unknowing”

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wij kunnen ons hier absoluut niet van de indruk ontdoen, dat Ad Vanderveen zich als singer-songwriter alsmaar meer op zijn gemak gaat voelen. De flair waarmee hij zich op zijn nieuwste CD “Cloud Of Unknowing” buigt over universeel aansprekende thema’s als liefde, het vaak daarmee gepaard gaande verdriet en verwarring spreekt alleszins meer dan ooit aan. En daar zou zijn nieuwe begeleidingsgroep, het “Crossroads Combo”, wel eens voor iets tussen kunnen zitten. In Kersten de Ligny (harmony vocals, percussie), Arwen Linnemann (contrabas, zang) en Roel Overduin (drums, percussie) beschikt Vanderveen op die nieuwe plaat van ‘m immers over een stel begeleiders, dat z’n muziek duidelijk perfect aanvoelt. Daardoor kan hij zonder al té veel moeite heen en weer fietsen tussen breekbare, volledig akoestisch gebrachte Americanaliedjes als opener “To Say I Love You”, de hem o zo eigen rustige folkrocksongs op z’n Neil Youngs genre “No Man’s Land”, wat (country)bluesgeoriënteerder spul à la “Home To Me”, een jazzy deuntje als “Love’s Why You’re Alive”, een verstilde pianoballade van het type “Fate’s Final Word” tot zelfs een vrij stevige rootsrocker als het titelnummer toe. Variatie troef hier dus met andere woorden. En vaste lezers van deze pagina’s weten ondertussen al wel langer dan vandaag, dat wij daar nogal van houden. Goede punten dus ook ditmaal weer, mijnheer Vanderveen!

Ad Vanderveen

Sonic Rendezvous

 

 

RAE SPOON

“White Hearse Comes Rolling”

(Washboard Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Zowel het levensverhaal als de liedjes van de Canadese singer-songwriter Rae Spoon zijn van wat je noemt het eerder aparte soort. Heel wat zijn songs grijpen inhoudelijk immers terug naar een toch wel behoorlijk ingrijpende gebeurtenis in zijn bestaan. Rae werd geboren als vrouw, maar besloot later als man verder door het leven te stappen. En dat zal ook nu her en der nog wel voor enige vewarring zorgen. Als je z’n liedjes voor het eerst hoort, dan lijkt het wel alsof je met iets van de jonge Michelle Shocked te maken hebt. Zowel stemgewijs als qua instrumentale benadering van zijn songs zijn de gelijkenissen bij momenten echt wel zeer frappant. Je hoort er duidelijke verwijzingen in naar helden als een Woody Guthrie of een Hank Williams, maar anderzijds zijn ook eigentijdse collectieven als de Be Good Tanyas of Po’ Girl nooit ver uit de buurt. Het gebruik van als eerder traditioneel te bestempelen instrumenten als de akoestische gitaar, de banjo, de dobro, de Weissenborn en de harmonica speelt daarin wellicht ook een rol van betekenis.

De tien liedjes op zijn derde CD “White Hearse Comes Rolling” beschikken anderzijds wél nog over voldoende eigenheid om het album van hieruit van harte aan te bevelen. Zeker als Spoon vocaal wordt bijgestaan door collega’s als Allison Russell of Awna Teixeira in nummers als “Nevada Desert”, “Willow” en “Revivalist” gebeuren er vrijwel constant zeer mooie dingen. Ergens tussen folk, country, bluegrass en old-time vindt hij dan een nog vrije niche, waar zowat elke liefhebber van één van de hoger genoemde artiesten wellicht zo nu en dan graag eens voorbij zal lopen.

Rae Spoon

Amazon Canada

 

 

COLIN MCCAFFREY

“Tired Of Town”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

Samen met zijn vrouw, schrijfster Laura Williams McCaffrey, woont singer-songwriter Colin McCaffrey in East Montpelier, Vermont. En het is ook van daaruit dat de beste man zopas zijn derde CD “Tired Of Town” op ons losliet. Op die plaat regeert zijn heerlijk heldere, een weinig aan andere mooizingers als een James Taylor of een Jackson Browne verwante stem. Van de twaalf erop gebrachte liedjes blijken er immers slechts vier van eigen hand. Het door Chuck Eller van fraaie pianobegeleiding voorziene en met een bluesy ondertoontje gezegende “Tired Of Town” is er daar één van, evenals het prachtige “Gypsy”, een aan een akoestische gitaar, een mandoline en de knappe stem van McCaffrey zelf ruimschoots voldoende hebbende dot van een ingetogen Americanadeun. Voor het overige zoals al gesteld echter vooral covers hier. Gaande van een lijzig- speelse jazzy lezing van Fats Wallers “Honeysuckle Rose” tot een zeer persoonlijke kijk op “Everybody Loves Her” van The Delmore Brothers, een sfeervolle countrybluesversie van Jimmie Rodgers’ “Mississippi Delta Blues” en al even mooi gezongen benaderingen van Hank Williams’ “Weary Blues From Waitin’” en Merle Haggards “The Bottle Let Me Down”. Allemaal even sober en smaakvol gedaan.

Colin McCaffrey

CD Baby

 

 

THE DEXATEENS

“Hardwire Healing”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Voor hun inmiddels derde CD wisten die van het uit Tuscaloosa, Alabama afkomstige vijftal The Dexateens niemand minder dan Drive-By Truckers-kopstuk Patterson Hood en de hier vooral nog als bassist van Sugar bekende David Barbe te strikken. Een zet die hun allicht geen windeieren zal leggen. Enerzijds is er immers de bijkomende media-aandacht die het aantrekken van deze “namen” onvermijdelijk met zich mee zal brengen, anderzijds zullen ook de fans van hun respectieve groepen zich allicht geroepen gaan voelen om eens van het werk van The Dexateens te proeven. En dat moet dan bijna onvermijdelijk in een aha-erlebnis van jewelste uitmonden. The Dexateens hebben zich sinds hun ontstaan in ’98 immers geleidelijk aan opgewerkt tot een groep die haar plaats naast andere, vooralsnog een stuk bekendere Yank rockers als de Drive-By Truckers, Slobberbone, Lucero of de Bottle Rockets meer dan waard is. Men vergeleek de band in het verleden al met Neil Young & Crazy Horse, Mountain, Lynyrd Skynyrd, The Misfits, Blue Öyster Cult en The Minutemen, maar als er al twee vergelijkingen zijn die steek houden, dan zijn het wat ons betreft toch die met de Stones aan het begin van de jaren zeventig en de Drive-By Truckers anno nu. Met name de gruizige scheur van zanger-gitarist Elliott McPherson en de door merg en been gaande gitaarinterventies van John Smith pushen “Hardwire Healing” serieus die richting uit. En natuurlijk ook een aantal van de songs. Dingen als “Some Things”, “What Money Means” en “Fingertips” verwijzen echt wel behoorlijk nadrukkelijk naar de rhythm & bluesperiode van Jagger en co. En luide, op venijnige gitaren leunende strepen als “Naked Ground” of “Makers Mound” leunen dan weer dicht aan bij het werk van de Truckers. Maar genoeg van die vergelijkingen! Eigenlijk moet je deze vijf knapen gewoon op hun eigen merites beoordelen. En dus onthouden we enkel, dat hun “Hardwire Healing” net als de hier recentelijk ook besproken Rosa Records-releases van Wheels On Fire en The Dam staat voor een pot verdraaid lekkere rock, zij het ditmaal dan ook wat meer richting het Zuiden van de States georiënteerd.

The Dexateens

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE DAM

“Beautiful Trash”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Herinnert u zich deze nog, nog, nog, nog,… Terwijl de laatste beetjes nagalm van die legendarische Nederlandse radiojingle ergens diep in ons achterhoofd voorzichtig uitdoven, denken wij met plezier weer even terug aan liedjes als “Lying All The Time”, “Keep On Trying”, “Touch”, “Monkey On Your Back”, “The Summer Is Here”, “I’ve Been Loving You So Long” en andere, waarmee de Nederlandse groep The Outsiders tussen 1966 en 1968 een alleraardigste reeks hits scoorde. Aanleiding tot dergelijke nostalgische overpeinzingen vormt “Beautiful Trash”, het zopas verschenen debuut van de nieuwe Amsterdamse band The Dam. Dat blijkt immers het nieuwe project te zijn van singer-songwriter-gitarist Ron Splinter, de man die samen met Wally Tax indertijd de plak zwaaide binnen The Outsiders. En gelooft u ons vrij, hier is sprake van een heuse “retour de force”. In zanger-songwriter Jerry Turner, toetsenist Jim Pacobs, bassist Ruud van Meerlant en drummer-percussionist Fat Pete vond Splinter immers de ideale companen om op bijzonder indrukwekkende wijze opnieuw toe te slaan. “Beautiful Trash”, het visitekaartje van de vijf is een heerlijke plaat, waarop verleden en heden elkaar spontaan in de armen vallen. Met name het bezwerende orgel- en harmonicawerk van Pacobs lonken nog volop naar de gouden sixties, maar zowel de songs als de manier waarop ze verder worden ingevuld staan toch met beide voetjes stevig in het hier en nu geplant. Turner zingt alsof de duivel ‘m op de hielen zit en Splinter gaat als in z’n beste dagen lekker loos op z’n gitaar. Het resultaat is één lekkere pot rock & roll, de titel van het album meer dan waardig. Beautiful trash is het inderdaad, niks meer, maar vooral ook niks minder. Met een speciale vermelding voor het ingetogen “Trash Girl”, waarbij wij heel even aan de ons o zo dierbare Triffids moesten denken. En dat kan al tellen als compliment!

The Dam

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

THE STRING CHEESE INCIDENT

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(2) J J

 

 

In de States zijn de vijf van The String Cheese Incident behoorlijk populair. Een gegeven, dat ze vooral te danken hebben aan hun naar verluidt behoorlijk straffe live shows. Onze verwachtingen met betrekking tot het aan de groep gewijde volume in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records waren dan ook behoorlijk hooggespannen. En om maar meteen met de deur in huis te vallen, ze worden door Bill Nershi (akoestische gitaar, zang), Michael Kang (mandoline, viool, zang), Kyle Hollingsworth (keyboards, zang), Keith Moseley (bas, zang) en Michael Travis (drums, percussie) absoluut niet ingelost. Aanhangers van het “minder is meer-principe” als we zijn, konden we ons helemaal niet vinden in de uit ingrediënten als rock, jazz, bluegrass, Keltische folk, reggae, samba, cha cha, funk en andere aangemaakte brei die de heren hier ruim 79 minuten lang opdissen. “The String Cheese Incident are doing more than just preserving the vibe spawned by the Grateful Dead in the days of jam band nirvana. They bring their own blissful counter-culture road experience and take the vibe to places it’s never been before – every day,” aldus een overenthousiaste Terry Lickona, de producer van Austin City Limits in de liner notes van de DVD. Het zullen dan toch plaatsen moeten zijn, waar je lui als ons niet al té vaak aantreft… We zullen het er hier maar op houden, dat dit voer is voor freaks.

(Enkel verkrijgbaar op DVD!)

New West Records

Austin City Limits

Sonic Rendezvous

 

 

TEXAS SAPPHIRES

“Valley So Steep”

(Stag Records)

(4) J J J J

 

 

 

Door de lezers van de Austin Chronicle werd dit zestal onlangs uitgeroepen tot “Best New Band” van het jaar 2006 en op basis van hun door de omnipresente Lloyd Maines geproduceerde debuutplaat “Valley So Steep” valt die onderscheiding absoluut te rechtvaardigen. Wat Billy Brent Malkus (leadzang, elektrische en akoestische gitaren, dobro, piano), Rebecca Lucille Cannon (leadzang), Brother Paul Schroeder (mandoline, banjo, backing vocals), Jeff Joiner (bas, backing vocals), Ram Zimmerman (drums) en Kim Deschamps (dobro, pedal en lap steel) daarop brengen is immers “country the way it’s supposed to be”. In het gezelschap van “honorary Sapphires” Warren Hood (fiddle), Craig Bagby (drums) en Lloyd Maines (dobro, pedal steel) hoesten ze twaalf songs op die elke traditioneel geschoolde liefhebber van het genre meteen op het puntje van zijn stoel zullen krijgen. Werkelijk alles zit hier immers op zijn plaats. Om te beginnen is er de prachtige samenzang van Malkus en Cannon. Beiden zijn het uitstekende vocalisten, maar pas echt té gek wordt het als ze aan het harmoniëren slaan. En dan zijn er ook nog die songs. Wat een beauties! ook daarin bewijst Malkus zich als een heel grote in wording. Liedjes als het op de klassieke leest geschoeide sleperstweetal “Barstow Barstool” en “The Emerald Outlaw”, de met een fikse snuif bluegrass gekruide stampertjes “Ladyfest, TX” en “Dirty Me, Dirty Me (I’m Disgusted With Myself)”, het gospeleske, op fraai mandolinewerk van Schroeder geënte “Bring Out The Bible (We Ain’t Got A Prayer)” en de volbloed honky-tonker “Dirty Tattered House Shoes” zijn er van een kaliber dat je niet al te vaak meer voorgeschoteld krijgt. Enkel iemand als een Jim Lauderdale lijkt ze ook nog constant aan datzelfde hoge niveau af te kunnen leveren. En dat is bedoeld als een serieus compliment! Afgesloten wordt er met het aan het songbook van wijlen Gram Parsons ontleende “Las Vegas”. En het feit dat een dergelijk knap nummer hier amper opvalt, onderlijnt alleen nog maar meer, dat Malkus en co echt wel zeer goed bezig zijn. Als de gesmeerde bliksem op ontdekkingstocht uittrekken is dan ook de zeer dringende boodschap die we je van hieruit maar al te graag willen meegeven.

Texas Sapphires

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Why The Hell Not…”

(The Songs Of Kinky Friedman)

(Sustain Records / Universal)

(4) J J J J

 

 

 

Voor dit bijzonder knappe eerbetoon aan het adres van “The Last Of The Jewish Cowboys” werden klaarblijkelijk kosten noch moeite gespaard. De tracklist ervan leest alleszins als een soortement who’s who in het Texaanse countrygebeuren anno nu. Dat is natuurlijk geen garantie op zich voor een goede plaat, maar dat wórdt het wel, als alle betrokkenen zoals hier goed bij de les blijven. Zo krijgt het ongemeen grappige, Friedmans eigenzinnige kijk op voor gelijke rechten opkomende vrouwen ventilerende “Get Your Biscuits In The Oven” – “And your buns in bed…” -  een bijzonder swingend honky-tonk-jasje aangemeten door Kevin Fowler, doet Charlie Robison iets heel moois met één van ‘s mans bekendste liedjes, “Wild Man From Borneo”, zetten Jason Boland & The Stragglers “The Gospel According To John” bijzonder fraai naar hun hand en mag Todd Snider gewoon zijn eigen grappige zelf blijven in de swingende pianogestuurde R&B van “They Ain’t Makin’ Jews Like Jesus Anymore”. Echtelieden Bruce Robison en Kelly Willis persen fraai harmoniërend dan weer een heerlijk oprecht aandoend liefdesliedje uit “Lady Yesterday” en die van Asleep At The Wheel en Reckless Kelly vinden in de meezinger “Homo Erectus” zo ongeveer de gouden middenweg tussen Western swing, Tex-Mex en countryrock. De overige vier nummers, Lyle Lovetts benadering van “Sold American”, Dwight Yoakams lezing van “Rapid City, South Dakota”, de Willie Nelson-versie van “Ride ‘Em Jewboy” en “Autograph” door Delbert McClinton, waren eerder al terug te vinden op “Pearls In The Snow”, een andere, al in ’98 verschenen Friedman tribute CD, maar dat kan de pret absoluut niet drukken, want dit is gewoon een erg knappe CD.

Kinky Friedman

Sustain Records

 

 

GRAYSON CAPPS

“Wail & Ride”

(Hyena / Bertus)

(5) J J J J J

 

 

Zondermeer één van dé beste platen van het ogenblik, wellicht zelfs van het jaar, is “Wail & Ride”, de tweede van Grayson Capps. Zijn debuut “If You Knew My Mind” was er al eentje om duim en vingers naar af te likken, maar deze nieuwe schijf is voorwaar zelfs nóg beter. En al ontstond de meerderheid van het materiaal erop dan ook nog vóór de noodlottige doortocht van de orkaan Katrina doorheen zijn thuishaven New Orleans, toch grijpen behoorlijk wat songs zowel thematisch als wat hun muzikale karakter betreft naar die natuurramp en het ondertussen door hemzelf verlaten geteisterde gebied terug. We denken in dat verband in de eerste plaats aan de erg knappe eerste single van de plaat “New Orleans Waltz”, waarin Capps zich bijna op z’n Randy Newmans afvraagt wat er nu eigenlijk van Nawlinz moet komen en daarbij de roede aan het adres van George Bush bepaald niet spaart. Of ook aan het al van z’n vroegere band Stavin’ Chain bekende meezingertje “Poison”, dat hij, aangenaam verrast als hij was door de enorme bijval die het nummer tijdens z’n recente doortocht doorheen Europa te beurt viel, heropviste. Of aan “Broomy”, het over een fraai streepje slide vertelde verhaal van een dakloze die tegen betaling de trottoirs rond Franklin Street schoonveegde.

De nadruk ligt op “Wail & Ride” überhaupt wat minder op het bluesy spul, waarvoor Capps ten tijde van “If You Knew My Mind” zó werd geprezen. Dat zou je niet meteen zeggen bij het horen van de bayou country blues van het door de geboorte van zijn zoon Waylon geïnspireerde openingsnummer “Wail & Ride”, maar verderop kan je er gewoonweg niet omheen, dat de man hier voor een veel gevarieerdere aanpak heeft geopteerd. “Jukebox” is zo een fraai staaltje outlaw country, “New Orleans Waltz” net als het verstilde en meer dan zomaar een klein beetje aan John Prine herinnerende “Daddy’s Eyes” singer-songwritermateriaal van het allerbeste soort, “Give It To Me” R&B New Orleans-stijl, “Mermaid” een streep beklemmende, door Charlie Judge orgelgewijs en door gitarist Tommy MacLuckie op z’n elektrische aangejaagde rootsrock en “Poison” swamp funk hors catégorie. Grote meneer, die Capps!

Grayson Capps

Hyena Records

Bertus

 

 

KELLY PARDEKOOPER

“Brand New Bag”

(Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Vijfde CD ook alweer van de uit Iowa afkomstige singer-songwriter Kelly Pardekooper en misschien wel zijn beste tot op heden. Geluidstechnisch wordt ditmaal alles in goede banen geleid door gitaargeweldenaar Teddy Morgan. De samenwerking met de man voor enkele nummers op voorganger “Haymaker Heart” moet Pardekooper dus wel heel erg goed bevallen zijn. En het resultaat van deze nieuwe ontmoeting tussen de twee bevalt ons dan weer uitstekend. En dat heeft veel, zoniet alles te maken met het lekker gevarieerde karakter van “Brand New Bag”. Daarop gaat Pardekooper immers stilistisch gezien niet al te veel uitdagingen uit de weg. Openings- en titelnummer “Brand New Bag” is zo een lekker strakke, door Morgan onder stoom gehouden gitaarrocker, “Crazy Girl” lijzig gebrachte Americana, in “Last Call”, “Grandma’s Rosary” en “Forsaken” regeert Pardekoopers folky singer-songwriterkant, “Mehaffey Bridge” is aantrekkelijk twangende alt. country, “Sometimes” klinkt als Chris Isaak aan de verkeerde snoepjes en “Someone Cries” is een lillende lap nog volop van het bloed druipend vers rootsrockvlees. Kortom, het kan hier zo goed als alle kanten uit en dat spreekt ons wel aan.

Een pluim tenslotte ook nog voor het fraaie artwork. Het de cover van “Brand New Bag” sierende werk van Gene Flores vormt als het ware de spreekwoordelijke kers op een zo ook al zeer lekkere taart.

Kelly Pardekooper

Sonic Rendezvous

 

 

J. TILLMAN

“Minor Works”

(Fargo / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Dat knapen als Richard Buckner, Rocky Votolato, Denison Witmer en die van Dolorean hem graag als voorprogramma in de buurt weten tijdens hun optredens, hoeft eigenlijk amper verwondering op te wekken, want muzikaal gezien situeert J. Tillman zich in exact hetzelfde straatje. Net als met name Buckner, Neal Casal op zijn vroegwerk en zijn streekgenoten Damien Jurado en Jesse Sykes grossiert de man graag in breekbare, op een aparte manier soulvolle liedjes met een hoog herfstgehalte. Daarbij lijkt hij minstens zo erg te zijn beïnvloed door klassieke acts als The Band, Bob Dylan, Neil Young en Bill Withers als door enkele van die contemporaine collega’s. Zijn debuut “Minor Works” zal dan ook wel in goede aarde vallen bij de fans van zowat elk van de hoger genoemde artiesten. En liedjes als “Darling Night”, “Jesse’s Not A Sleeper”, “Crooked Roof” of “With Wolves” mogen wat ons betreft zonder uitzondering zó op de soundtrack, die ons binnenkort weer doorheen de obligate jaarlijkse dosis donkere dagen zal moeten leiden. De combinatie van Tillmans melancholische stem, een wollig-warm geluid en ’s mans levendige, erg persoonlijke verhalen zal dan immers bijzonder goed gezelschap blijken, moet je vooral niet aan twijfelen.

J. Tillman

Fargo Records

 

 

MICHAEL HALL

“The Song He Was Listening To When He Died”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(2) J J

 

 

“The Song He Was Listening To When He Died” is de wat aparte titel van het al even aparte nieuwe album van Michael Hall. De man, die na een vliegende carrièrestart met de legendarische Wild Seeds met Alejandro Escovedo en Walter Salas-Humara van de Silos later kortstondig de Setters zou bevolken en ondermeer ook nog opdook binnen de Woodpeckers, bewandelt op die nieuwe plaat immers nogal nadrukkelijk pop- en rockpaden en dwaalt op die manier steeds verder van zijn eigen rootsverleden af. In een productie van Jud Newcomb en George Reiff pakt hij hier uit met al bij al toch eerder onopvallende liedjes als het tussen parlando gewauwel en rock twijfelende “I Had A Girl In Dien Bien Phu”, het op z’n Neil Youngs monotoon voortdreunende “Captain, Captain” of ballades à la “Out Where The Highways Roll”, “If You See Me” en “Beautiful”, waarin naar onze bescheiden mening net iets te graag met aan moderne (en al wat minder moderne) elektronische toestanden ontlokte geluidjes wordt gestoeid om nog goed te zijn. Volgende keer hopelijk weer beter!

Michael Hall

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

OUTLAW COUNTRY

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

Dat wij als liefhebbers van op de Texaanse leest geschoeid singer-songwritermateriaal met ongeduld hebben zitten uitkijken naar deze release, zal wellicht niemand echt verbazen. Dit deel uit de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records moet immers de herinnering levend houden aan een wel bijzonder gedenkwaardige avond. Op 22 september van 1996 schaarden Kris Kristofferson, Waylon Jennings, Billy Joe Shaver, Willie Nelson en Kimmie Rhodes zich samen in een halve cirkel op het ondertussen naar wij mogen aannemen genoegzaam bekende Austin City Limits-podium. Het resultaat was één van die magische momenten, waar je als fan vanop afstand alleen maar kan van dromen dat je erbij was. Losjes uit de pols musicerend en zich hoorbaar amuserend brengen alle betrokkenen enkele van hun beste songs. En daarbij wordt er nogal wat afgelachen. Kristofferson doet het met “Fighter”, “Promise” en “Pilgrim’s Progress”, Jennings levert “I’d Have Been Out Of Jail”, “I Do Believe” en “Just Watch Your Mama And Me”, Kimmie Rhodes schittert in “Espiritu Santo Bay”, “Lines” en het in duet met Willie Nelson gebrachte “Just One Love”, Shaver is ook al nadrukkelijk aanwezig met het a capella vertolkte “First And Last Time” en “You Just Can’t Beat Jesus Christ” en Nelson brengt “Too Sick To Pray”, “We Don’t Run” (met Kristofferson) en “On The Road Again” – als “grand finale” met alle anderen. Erg, erg mooi allemaal!

(Ook verkrijgbaar als CD!)

New West Records

Austin City Limits

Sonic Rendezvous

 

 

NEKO CASE

“Live From Austin, TX

(DVD)

(New West / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

In augustus van 2003 trad Neko Case voor het eerst aan in het populaire Amerikaanse muziekprogramma Austin City Limits. En het resultaat van die sessie is nu ook op DVD verkrijgbaar als het zoveelste deel in de “Live From Austin, TX”-reeks van New West Records. In het uitgelezen gezelschap van haar toenmalige Bloodshot-collega’s Kelly Hogan (zang), Jon Rauhouse (pedal steel, banjo, gitaar) en Tom V. Ray (bas) bracht Case die bewuste avond in de Lone Star State voornamelijk materiaal van haar derde soloplaat “Blacklisted”. De nadruk lag daarbij vanzelfsprekend op de ijle, enigszins beklemmende countrydeuntjes, die de mooie roodharige aan een recordtempo een flinke aanhang hadden bezorgd binnen zowel country- als Americanakringen. Met haar verleidelijke stem als voornaamste bondgenoot tekende ze ondermeer voor mooie versies van een aantal van de ondertussen bekendere songs op haar repertoire als “Deep Red Bells”, “Outro With Bees”, “”Look For Me (I’ll Be Around)”, “Ghost Wiring” en het titelnummer van haar tweede CD, “Furnace Room Lullaby”. Daarnaast vergastte ze de aanwezigen ook nog op enkele nieuwe nummers (w.o. “Maybe Sparrow”) en een stel prima covers, waarvan ons vooral een mooie benadering van “Hex” van Catherine Irwin van Freakwater en al even doorleefde uitvoeringen van de Lisa Marr-sleper “In California”, de traditional “Wayfaring Stranger” en de Dylan- en Williams-songs “Buckets Of Rain” en “Alone And Forsaken” bijbleven. Al bij al maar bitter weinig op af te dingen dus, op dit geheel, of het zou moeten zijn, dat het met zijn speelduur van amper 43 minuten wat aan de korte kant uitvalt. Maar hey, dat is detailkritiek, of niet soms?

(In tegenstelling tot heel wat andere delen uit de “Live From Austin, TX”-reeks is deze set voorlopig helaas enkel op DVD verkrijgbaar. Maar niet getreurd, in januari 2007 volgt de CD nog. Net als die van het aan Johnny Cash gewijde deel trouwens.)

New West Records

Austin City Limits

Sonic Rendezvous

 

 

LOS STRAITJACKETS

WITH THE WORLD FAMOUS PONTANI SISTERS

AND KAISER GEORGE

“Twist Party!!!”

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

 

Wat een feest van een plaat! Die van Los Straitjackets gaan er een samenwerking op aan met de sensueel schuifelende dames van The World Famous Pontani Sisters en de bebrilde Schotse zanger-choreograaf Kaiser George. Samen leveren ze een album af, dat op de keper beschouwd even goed vier decennia geleden had kunnen gemaakt zijn. Zestien tracks lang bedient het gelegenheidscollectief de twistgrage medemens op z’n wensen. Zestien rockende liedjes krijgen we voorgeschoteld, elk bovendien voorzien van eigen danspasjes. Daarbij is er een opvallende vocale rol weggelegd voor “Kaiser” George Miller, die bij momenten stemgewijs heel erg aan B-52’s-kopstuk Fred Schneider herinnert. Naast dertien Straitjackets-originelen staan op “Twist Party!!!” ook nog eens covers van Fats Domino’s “Domino Twist”, “Twistin’ In Space” van Robert Parker en de Joey Dee-wereldhit “Peppermint Twist”. Op de heerlijk kitscherig opgevatte begeleidende DVD trekken The World Famous Pontani Sisters het laken zo goed als volledig naar zich toe met instructies voor het bij enkele van de nummers horende dansje. Verder mogen we bonusgewijs ook nog genieten van video’s van “Mad Scientwist” en “Twistin’ Gorilla”. Stil blijven zitten blijkt hierbij bijzonder moeilijk!

Los Straitjackets

Yep Roc Records

Sonic Rendezvous

 

 

RICKY SKAGGS

“Waitin’ For The Sun To Shine / Highways & Heartaches”

(Gott Discs)

(3,5) J J J J

 

 

 

Met deze Gott Discs-heruitgave belanden we 2-for-1-gewijs aan bij de begindagen van de zogenaamde New Traditionalists-beweging, die Nashville voorzichtig weer uit z’n diepe seventies-slaap zou doen ontwaken. Ricky Skaggs was indertijd inderdaad één van de allereersten om het countrygenre wat nieuw leven in te blazen. Op zijn in ’81 verschenen eersteling voor het Epic-label gebeurt dat nog heel erg voorzichtig. Daar is het vooralsnog vooral de “mooizinger” Skaggs die de aandacht op zich weet te vestigen. Dat deed hij ondermeer met de Stanley Brothers-cover “If That’s The Way You Feel” en het aan het repertoire van Flatt & Scruggs ontleende “Don’t Get Above Your Raising”. Maar ook de knappe ballades “Crying My Heart Out Over You” en “Lost To A Stranger” mochten er al best zijn.

Op het in ’82 verschenen “Highways & Heartaches” vielen de puzzlestukjes van Skaggs echter pas echt goed in elkaar. Heel mooi, hoe hij op die plaat de gouden middenweg wist te bewandelen tussen zijn eerste liefde bluegrass, neo-traditionele country en pop. Het leverde de man dan ook terecht een aantal country-nummer 1-hits op. Liedjes, die ook jaren na datum nog bijzonder okselfris klinken. We denken bijvoorbeeld aan het speelse “Heartbroke”, de in een steelsausje gedrenkte ballade “You’ve Got A Lover”, het swingende “Don’t Think I’ll Cry”, het nog volop naar het bluegrassgenre lonkende “Don’t Let Your Sweet Love Die” of het zomerse “Highway 40 Blues”.

Wellicht iets te licht uitvallend voor heel wat bezoekers van deze site, maar “for old times’ sake” mag ie van ons toch…

Ricky Skaggs

Gott Discs

 

 

THE SADIES

“Tales Of The Rat Fink”

(Original Soundtrack)

(Yep Roc / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Die van The Sadies laten er dezer dagen bepaald geen gras over groeien. Amper twee maanden na de briljante dubbelaar “In Concert, Vol. 1” zijn ze daar immers alweer met “Tales Of The Rat Fink”. Het betreft daarbij de soundtrack bij een film van Ron Mann gewijd aan cultfiguur Ed “Big Daddy” Roth. En die staat in z’n geheel boordevol bruisende surf- en andere instrumentaaltjes. Zesentwintig in totaal, geklokt in iets minder dan tweeëndertig minuten. Je kan dus wel stellen, dat de broers Dallas (gitaar, keyboards) en Travis Good (gitaar) en Sean Dean (bas) en Mike Belitsky (drums) er hier stevig de vaart in houden. Het doet qua opzet allemaal een beetje denken aan het helse ritme waarmee ook de Ramones ooit hun platen met gebalde songs vulden. En een plaat van The Sadies zou geen plaat van The Sadies zijn, als er ook geen hele batterij aan gasten de revue op passeerde. Ditmaal zijn dat Greg Keelor, Bob Packwood, Doug Queen en Richard Underhill. Met bijdragen op ondermeer piano, accordeon en sax zorgen zij hier en daar voor de broodnodige afwisseling.

In tegenstelling tot “In Concert, Vol. 1” is “Tales Of The Rat Fink” vooral interessant voor liefhebbers van het genre, voor lui kickend op surf instrumentals dus.

The Sadies

Yep Roc

Sonic Rendezvous

 

 

MARK CHESNUTT

“Heard It In A Love Song”

(CBUJ Recordings)

(3,5) J J J J

 

 

Commerciële country is normalerwijze niet meteen ons ding, maar zo nu en dan maken we op die regel wel eens een uitzondering. Voor iemand als Mark Chesnutt bijvoorbeeld. Die beschikt immers niet alleen over een erg mooie – Lees: warme! – stem, maar houdt er bovendien ook de goede gewoonte op na om bij het kiezen van het materiaal voor zijn platen zijn eigen roots niet geheel en al te verloochenen. Alleen daarom al moet je ‘m in dagen als deze wel een beetje mogen.

Op z’n nieuwste, “Heard It In A Love Song”, tackelt hij zo ondermeer met brio de gelijknamige hit van de Marshall Tucker Band, levert hij een erg fraaie uitvoering af van het vooral in de versie van Waylon Jennings bekende Allen Reynolds-nummer “Dreaming My Dreams With You”, slalomt behendig tussen de veelvuldig voorhanden zijnde fiddles door in een prima benadering van Hank Williams Jr. z’n “You Can’t Find Many Kissers”, croont zich de ziel uit de lijf in de Johnny Paycheck classic “Apartment #9” en zet ook Merle Haggards “A Shoulder To Cry On”, Tommy Collins’ “Goodbye Comes Hard For Me” en Leon Payne’s “Lost Highway” vakkundig naar zijn hand. En daarmee ontstijgt die nieuwe van ‘m het niveau van het gros van de tegenwoordig in Nashville gemaakte platen wederom meer dan zomaar een klein beetje.

Mark Chesnutt

CBUJ Recordings

 

 

WHEELS ON FIRE

“Wheels On Fire”

(Rosa Records / Sonic Rendezvous)

(5) J J J J J

 

 

De heren Klanderman en Lomans van het kleine, maar fijne Nederlandse Rosa Records hebben een bijzonder goede neus voor acts die er nog écht toe doen, dat bewezen ze de voorbije maanden al uitgebreid met releases van ondermeer Kevn Kinney, Mike Gunther en Bellwether. Maar hét voorlopige hoogtepunt in de geschiedenis van het nog piepjonge label is toch wel het zopas verschenen titelloze debuut van het uit Athens, Ohio afkomstige vijftal Wheels On Fire. Wat een geweldige plaat is dat! Rock & Roll met een dubbele hoofdletter R! Rock & Roll zoals bijvoorbeeld ook de jonge Van Morrison en Them of wijlen Jim Morrison en z’n Doors die maakten in hun hoogdagen. Fanatiek, bezwerend, aangrijpend, kortom genadeloos onder elke vierkante millimeter van je huid kruipend.

De groep ontstond in 2004 toen de broers Mike (zang, gitaar, harmonica) en Matt Chaney (percussie) op zoek gingen naar medestanders om hun muzikale ideeën te verwezenlijken. Daarbij kwamen ze uit bij toetsenvrouw Susan Musser (Hammond, piano en Glockenspiel), zanger-gitarist John Garris en bassist JJ Reed (ook banjo en zang). Al snel openbaarde ook Garris zich als een uitstekende songwriter en met het materiaal dat hij en Mike Chaney aandroegen wisten de vijf de multi-getalenteerde Teddy Morgan te strikken voor de productie van hun eersteling. En het resultaat van die samenwerking is zoals al gezegd ronduit verbluffend. Songs als het als een losgeslagen trein over je heen denderende “Train On Fire”, het van een soort Bo Diddley-beat voorziene en door een hypnotisch orgel, machtige gitaren en een krassende harmonica aangejaagde “Rattlesnake Fighter”, het bijna Spectoriaans ingevulde en in zijn aanpak zwaar aan Them herinnerende “Drinkin’ From A Broken Glass”, het door een verzopen pianootje ingeleide “Kick The Wicket” en het tegelijk funky en bluesy aanvoelende “Old Crow” zijn van die aard om hippe jonge honden als The White Stripes en aanverwanten deemoedig een stapje terug te doen zetten. Hier is sprake van niets minder dan een heuse nieuwe rock & roll-sensatie! Zeg dat wij het gezegd hebben!

Rosa Records

Sonic Rendezvous

 

 

CINDY BULLENS

“Live”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Als er al één ding is, dat haar samenwerkingen met grote kanonnen als Steve Earle, John Hiatt, Delbert McClinton, Bonnie Raitt, Bob Dylan, Emmylou Harris, Lucinda Williams, Rod Stewart, Bryan Adams, Elton John en anderen illustreren, dan is het wel, dat wij lang niet de enigen zijn om Cindy Bullens een warm hart toe te dragen. Maar die Bullens is dan ook niet de eerste de beste. Op albums als “Somewhere Between Heaven And Earth”, “Neverland” en “Dream #29” bewees ze de voorbije jaren al herhaaldelijk een uitstekend rootsrockliedje in de vingers te hebben. Sommigen gingen naar aanleiding van die platen zelfs al zo ver om haar met de hier eerder al eens genoemde John Hiatt te vergelijken. Tegelijk maakten ze haar daarbij een mooi compliment en deden ze haar eigenlijk ook tekort. Bullens is immers in de eerste plaats altijd gewoon zichzelf gebleven. Zo schuwt ze in haar teksten bijvoorbeeld het persoonlijke absoluut niet en durft ze daarin zelfs zeer ver te gaan.

In december 2005 toerde de zangeres andermaal doorheen Duitsland. En voor het eerst deed ze daarbij ook een beroep op een begeleidingsgroep. In de ondermeer ook uit de entourage van Elliott Murphy bekende Spanjaard Jorge Otero vond ze de ideale compagnon om haar op de elektrische gitaar bij te staan, haar maatje Ginger Cote nam naar goede gewoonte plaats achter het drumstel en zelf nam ze naast de zang ook nog wat gitaarwerk voor haar rekening. Eén van de optredens die ze in die periode afwerkte, de op 17 december in het Bürgerhaus Böckingen in Heilbronn gehouden Blue Rose Christmas Party, werd opgenomen en zopas in de vorm van een dubbelaar ook commercieel beschikbaar gesteld. Op het menu staan songs van de hier hoger al genoemde CD’s en een stel covers. Zo krijgen “Rockin’ In The Free World” van Neil Young en “If I Should Fall Behind” van Bruce Springsteen een lekkere beurt mee. Het resultaat is een plaat die de alsmaar groeiende reputatie van La Bullens zeker niet zal schaden. Dit album is er immers zo eentje van het type dat je er als Bullens nog eens in de buurt is vrijwel met zekerheid zal toe aanzetten om ook zelf eens even een kijkje te gaan nemen. En dan mag je wel stellen, dat ze in haar opzet geslaagd is, zeker?

Cindy Bullens

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

JOSEPH PARSONS

“The Fleury Sessions”

(Blue Rose Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Aan het eind van zijn toernee doorheen Duitsland en Nederland in de herfst van vorig jaar wist singer-songwriter Joseph Parsons (zang, akoestische gitaren, piano, harmonica, percussie) er zijn bandmaats Tom Gillam (elektrische gitaren, orgel, backing vocals), Scott Bricklin (bas, elektrische gitaren, backing vocals) en Matt Muir (drums, percussie, backing vocals) van te overtuigen om samen met hem naar het Franse plaatsje Fleury En Bierre af te zakken. Daar, ongeveer een uurtje ten zuiden van Parijs, wilde hij met zijn na zoveel weken samen uiteraard goed op elkaar ingespeelde maats een nieuwe plaat inspelen. En als het even kon zo natuurlijk mogelijk ook. Dat wil zeggen, dat hij zich zoveel mogelijk bediende van first takes. En het hoeft dan ook absoluut niet te verwonderen, dat het toepasselijk getitelde “The Fleury Sessions” zeer fris en ontspannen klinkt. De hun oorsprong ergens tussen folk, pop en rock vindende liedjes van Parsons zijn daarop zoals steeds van een uitstekend niveau, zijn band klinkt bijzonder hecht en de man zelf blijkt vocaal ook al in zeer goeden doen. Liedjes als het zomers-optimistische folk-popdeuntje “Sun Gonna Shine”, het inhoudelijk een stuk somberdere “Fool Again”, het de luxe rockertje “Taken By Surprise”, het op z’n leven “on the road” gebaseerde “King Of Baltimore” of het soulvolle “Everybody Loves Her” zijn stuk voor stuk echte oorwurmen, die flink met de ellebogen werken om zich al van bij een eerste beluistering van een prominent plaatsje tussen je oren te verzekeren. En wat te denken van “Le Soleil Brille”, een in bijzonder charmant Frans gebrachte herneming van “Sun Gonna Shine”? Op zo’n momenten is het gelijk weer een heel klein beetje hoogzomer. Warm aanbevolen, lijkt ons dan ook een gepaste conclusie hier…

(Ook verkrijgbaar als CD-DVD-combinatie!)

Joseph Parsons

Blue Rose Records

 

 

DWIGHT YOAKAM

“Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.”

(20th-Anniversary Edition)

(Reprise / Rhino / WSM)

(4) J J J J

 

 

 

Ik heb me in het verleden meer dan eens doodgeërgerd aan heruitgaven van platen, waaraan dan één of twee extra tracks bleken te zijn toegevoegd, die je als fan bij het nastreven van een volledige collectie nodeloos op kosten joegen. Verwerpelijke strategie gewoon! Maar gelukkig blijken er ook nog artiesten te zijn, die zich daar vooral niet aan willen bezondigen. Zoals bijvoorbeeld een Dwight Yoakam. Die trakteert ons op de “20th-Anniversary Edition” van zijn debuutplaat “Guitars, Cadillacs, Etc., Etc.” op maar liefst 22 bonus tracks. De eerste tien daarvan zijn de demo-opnames, waarmee hij in 1981 trachtte een platencontract te versieren. Het gaat daarbij om lekker ruwe versies van de songs “This Drinkin’ Will Kill Me”, “It Won’t Hurt”, “I’ll Be Gone”, “Floyd County”, “You’re The One”, “Twenty Years”, “Please Daddy”, “Miner’s Prayer”, “I Sang Dixie” en “Bury Me”. Samen met de tien liedjes van het origineel staan zij voor een goed gevuld eerste schijfje. Een tweede CD bevat met een in maart van ’86 in The Roxy in Hollywood, CA ingeblikt concert evenwel het echte hebbedingetje van dit geheel. Drie van de twaalf daarop ten gehore gebrachte nummers waren net als de demo’s van CD 1 weliswaar al terug te vinden op de box set “Reprise, Please Baby”, de overige negen verschijnen hier voor het eerst. In het gezelschap van Pete Anderson (elektrische gitaar), J.D. Foster (bas, backing vocals), Jeff Donovan (drums) en Brantley Kearns (fiddle, backing vocals) presenteert Yoakam ondermeer knappe versies van “Rocky Road Blues” van Bill Monroe, “Mystery Train” van Junior Parker & Sam Phillips en de Johnny Cash-hit “Ring Of Fire”. Dat soort van dingen maken een aanschaf van deze reissue alleszins het overwegen waard.

Dwight Yoakam

Rhino

 

 

THE BE GOOD TANYAS

“Hello Love”

(Nettwerk / Munich)

(4) J J J J

 

 

Het nieuwe is er op deze ondertussen toch ook al weer derde CD van de dames zo onderhand wel ’n beetje van af, maar toch… Sam Parton (akoestische gitaar, mandoline, banjo, piano, zang), Trish Klein (akoestische en elektrische gitaren, banjo, harmonica en zang) en Frazey Ford (gitaar en zang) krijgen de handen hier nog altijd met sprekend gemak op elkaar. Hun eigentijdse benadering van in wezen erg traditioneel materiaal is dan ook volstrekt uniek te noemen. Het is voor deunen als deze die hier worden gebracht, dat de term Americana ooit in het leven lijkt te zijn geroepen.

Zo is het bijvoorbeeld heerlijk achteroverleunen bij het door Frazey Ford gepende en ook gebrachte openingsnummer “Human Thing”, al even zalig relaxen bij de Tanyas-cover van “For The Turnstiles” van Neil Young, vervolgens helemaal wegdromen bij hun breekbare interpretatie van “A Thousand Tiny Pieces” van Sean Hayes of zwelgen in het meerstemmig gebrachte “Ootischenia”. “A Little Blues”, met “Crow Waltz” één van de twee nummers waarin de heren van de Old Crow Medicine Show hun opwachting maken, is in weerwil van zijn titel pure old-time bluegrass, het door Jeremy Lindsey aangedragen “Scattered Leaves” een over een zacht zoemende bas en een speelse mandoline neergelegde vroege bode van de stilaan z’n intrede doende herfst, titelnummer “Hello Love” een bijna Lanois-eske ballade, “Nobody Cares For Me” een met oud-maatje Jolie Holland gedeelde lezing van dat John Hurt-liedje, “Out Of The Wilderness” een wél een zekere hang naar het bluesgenre etalerende, gemoderniseerde traditional, “Song For R.” een late night pianosleper, “What Are They Doing In Heaven Today” een heuse streep gospelgrass en het afsluitende “Crow Waltz” een bezopen z’n weg naar de uitgang zoekend walsje. En dan is er nog de hidden bonus track, het door geilneef Prince al de eeuwigheid in gezongen “When Doves Cry”, dat zelfs in de akoestische uitvoering van de Tanyas nog verdomd funky klinkt. Je moet het maar doen!

Andermaal thumbs up dus voor de dames.

The Be Good Tanyas

Nettwerk

 

 

MARYBETH D’AMICO

“Waiting To Fly”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

Vrienden van de Duitse singer-songwriter Markus Rill rekenen wij ook meteen tot de onze. De beste man heeft in het verleden immers al meermaals bewezen over een uitstekende smaak te beschikken. En dat doet hij ook nu weer als producer van de EP “Waiting To Fly” van Marybeth D’Amico. Die jonge Amerikaanse, woonachtig in de buurt van München, deed de voorbije jaren al van zich spreken als zangeres van de de groep Far From Home. Sinds kort focust ze echter op een solo-carrière. En het eerste concrete resultaat daarvan is een vijf tracks tellend visitekaartje, waarop ze zich presenteert als een zingende chanteuse die thuishoort in het rijtje Patty Griffin, Lori McKenna, Iris DeMent, Shawn Colvin. Aangrijpende verhalen worden door D’Amico verpakt in melodieuze liedjes, die zich vrijwel zonder uitzondering onder de noemer Americana laten vangen, al putten ze dan ook uit zo diverse genres als country, folk, pop, rock en zelfs gospel. Openingsnummer “Jimmy” is zo fraaie melancholische country, “Summa Cum Laude” een weinig aan Nanci Griffith herinnerende rootsy Americana, titelnummer “Waiting To Fly” een dot van een folky luisterliedje, “Leaving” een duidelijk de stempel van Rill dragend muzikaal afscheid en “Woe” een licht jazzy, bijna a capella gebrachte ballade.

‘t Is nog niet echt veel, waarmee D’Amico op deze eersteling uitpakt, maar haar markante stem en al even mooie liedjes doen nu al wel met hoge verwachtingen uitkijken naar meer.

Marybeth D’Amico

MySpace

 

 

MINDY SMITH

Long Island Shores

(Vanguard / Munich)

(4) J J J J

 

 

“Noteer ‘m alvast maar die naam… Je zal er nog veel van gaan horen!” Met die woorden besloten wij indertijd onze recensie van “One Moment More”, het in 2004 verschenen debuut van de uit Long Island, NY afkomstige, maar al sedert ’98 vanuit Nashville aan een muzikale weg timmerende Mindy Smith. En met “Long Island Shores” bewijst de oogstrelend mooie jonge Amerikaanse nu eindelijk ons gelijk. Net als haar visitekaartje barst dat nieuwe album immers haast uit zijn voegen van de zinnenprikkelend mooie liedjes. En met haar nog steeds volop aan Harriet Wheeler van de Sundays herinnerende engelenstem puurt Smith ook andermaal het beste uit deuntjes geworteld in genres als pop, rock, folk en Americana. En het zou ons oprecht verbazen, mocht ze daar op termijn ook niet op commercieel vlak de vruchten van gaan plukken. Een ingetogen rockend deuntje als “Please Stay” of sfeervolle folk-popminiatuurtjes à la “Out Loud” en het samen met Beth Nielsen Chapman gepende “Edge Of Love” lijken ons immers ook voor een groot publiek hapklare brokken. Dat neemt echter in het geheel niet weg, dat het toch vooral het cliënteel van een webstek als deze zal zijn, dat Smith met plezier in de armen zal sluiten. Prachtige rootspopdeuntjes als het verleidelijke, door Lex Price en Dan Dugmore met een mandoline- en steelsausje overgoten “Little Devil”, het grotendeels akoestisch gebrachte “Tennessee” of “What If The World Stops Turning”, een duet met de dezer dagen zowat omnipresente Buddy Miller, zullen in die kringen hun effect bepaald niet missen. En dan hadden we het nog niet over het werkelijk kippenvel verwekkend mooie “Out Of Control”, waarin Smith met enig gevoel voor diepzinnigheid stelt, “And if life’s a joke, then it’s getting old, and I hope God’s looking out for me.”

Heerlijke schijf!

Mindy Smith

Vanguard Records

 

 

TANGLEWEED

“Where You Been So Long?”

(Squatney Records)

(3,5) J J J J

 

 

Tangleweed is een vijf man sterk collectief uit Chicago, dat zopas met “Where You Been So Long?” een album heeft afgeleverd dat in kringen van liefhebbers van zowel folk, bluegrass als (old-timey) Americana op termijn wellicht voor menig een brede grijns goed zal blijken. Billy Oh (fiddle, zang), Kenneth P.W. Rainey (mandoline, het gros van de lead vocals), Paul Wargaski (contrabas, zang), Timothy Ryan Fisher (banjo, zang) en Scott Judd (akoestische gitaar, zang) serveren daarop immers een hoogst aanstekelijk brouwsel gebaseerd op elementen uit elk van de voornoemde en andere genres. Eigen deunen worden erop afgewisseld met erg knappe uitvoeringen van klassieke bluegrassdeunen, old-time country songs en Ierse deuntjes. Soms rockt het allemaal lekker weg (“Hard Times”), elders domineren invloeden als hot jazz (“I Found A New Baby”), mountain music (“High On A Mountain”), Ierse folk (“Sir Lucas De Sommerville / The Musical Priest / Whiskey Before Breakfast”) en bluegrass (“Black Eyed Susie”) het gebeuren. Een occasionele ballad (“Leaving Of Liverpool”, “Last Call Waltz”) en een speels bluesje (“Drunkard’s Blues”) ronden het knap gevarieerde geheel af. Wij lusten hier wel pap van!

Tangleweed

CD Baby

 

 

JACKSON TAYLOR BAND

“Live Locked & Loaded”

(Gaske)

(3,5) J J J J

 

“The Whiskey Sessions”

(Gaske)

(3) J J J

 

   

 

Neo-outlaw Jackson Taylor en z’n band tonen zich dezer dagen bijzonder fanvriendelijk. Met “Live Locked & Loaded” en “The Whiskey Sessions” verschenen vrijwel gelijktijdig immers liefst twee nieuwe albums van de ruige Texaan en zijn kornuiten. Het eerste is een bijzonder sfeervolle registratie van een op 18 februari van dit jaar door “The Bad Boys Of Country Music” in de Long Horns Saloon in Manhattan, Kansas afgewerkte show. Duidelijk tot groot genoegen van alle aanwezigen werkten Taylor en co zich daar op bijzonder gedreven wijze doorheen een vrijwel louter uit groepsfavorieten als “Whiskey & Women”, “Goin’ Down Swingin’”, “Mas Mas Tequila”, “Gypsies & Drifters” en “Long Legs & Long Necks” bestaande set. Country op z’n virielst dus! Ruige stem, lekker veel scherpe gitaarinterventies en vooral ook de liedjes van Taylor, die zich zo goed als allemaal snel comfortabel tussen je oren nestelen en uitnodigen tot een lekker wild feestje.

Nummer twee, zijn nieuwe studioplaat “The Whiskey Sessions”, borduurt verder op de formule die de JTB de voorbije jaren bepaald geen windeieren gelegd heeft. In een productie van Evil Lee McCracken hoest Taylor – de drie bonus tracks aan het eind van het album even niet meegerekend – tien nieuwe songs op die zijn groeiende reputatie bepaald niet zullen schaden. Zo scherp als de jonge Waylon Jennings, Billy Joe Shaver of een David Allan Coe ook raast hij doorheen over sloten whiskey, vrouwen en een wild leven verhalende deunen als “No Apologies”, “Joy & Pain”, “Whiskey Sessions” en “Modern Day Joad”. Zo nu en dan gaat het tempo daarbij wel een weinig naar omlaag en dat resulteert dan in mooie ballades als “Saved”, “Tonight (Is All About Me)”, “Bottom Of The Bottle” of de Merle Haggard-cover “Are The Good Times Really Over For Good”. Ook vermeldenswaardig: een bijzonder lekker wegrockende versie van “Highway 101” van Mike Ness en Social Distortion, waarin Taylor duidelijk laat doorschemeren, dat hij zelf ook wel eens naar iets anders dan country durft te luisteren.

The Jackson Taylor Band

Miles Of Music

 

 

RUN C&W

“Into The Twangy-First Century / Row Vs. Wade”

(Gott Discs)

(4) J J J J

 

 

Voor een goede reissue op zijn tijd zijn wij altijd wel te vinden en al zeker als het klantvriendelijke spullen als de 2-on-1’s van Gott Discs betreft. Net als zijn vroegere werkgever BGO heeft Mike Gott niet alleen een goede neus voor spullen die het waard zijn om voor het nageslacht te worden heropgevist, hij hield aan zijn dagen aldaar ook het gezonde principe over om er niet te krenterig mee om te springen en twee albums voor de prijs van één aan te bieden. Zoals dat ook nu weer het geval is met “Into The Twangy-First Century” en “Row Vs. Wade”, twee respectievelijk in ’93 en ’94 verschenen albums van het zonderlinge viertal Run C&W. Dat uit de verzonnen Burns Brothers (Crash N., G.W. “Wash”, Side en Rug) bestaande kwartet was eigenlijk gewoon een hobbyproject van Eagle Bernie Leadon en Amazing Rhythm Aces-kopstuk Russell Smith. Samen met Vince Melamed (gitaar, zang) en Jim Photoglo (bas, zang) en wat gasten staken zij op die twee schijven zo menig een soul- en R&B-klassieker in een bluegrasskleedje. Van “Walkin’ The Dog”, “My Girl” of “Sweet Soul Music” op de eerste tot “Reach Out, I’ll Be There”, “Papa Was A Rolling Stone”, “Spanish Harlem”, “Chain Of Fools” en “Bring It On Home To Me” op de tweede. Humor en vakmanschap werden daarbij zodanig knap met elkaar verweven, dat beide platen ook jaren na dato nog bijzonder okselfris klinken. Een echte aanrader derhalve ook nog steeds.

Gott Discs

 

 

STEPHEN FEARING

“Yellowjacket”

(True North Records)

(3,5) J J J J

 

 

Zondermeer één van de meest ondergewaardeerde singer-songwriters van het ogenblik, deze Canadees. Daarin konden zelfs een bijzonder straffe plaat als het in 2003 verschenen “That’s How I Walk” en zijn toetreding tot de Canadese roots-supergroep Blackie & The Rodeo Kings – met verder ook Colin Linden en Tom Wilson - weinig verandering brengen. Nochtans heeft deze Stephen Fearing het écht wel allemaal. Hij schrijft fantastisch mooie liedjes, heeft een zeer mooie stem en is bovendien een begenadigde gitarist. Meer moet dat niet zijn, toch?

Maar goed, now’s as good a time as any om vooralsnog met ‘m kennis te maken mocht je dat nog niet hebben gedaan. En zijn nieuwe CD “Yellowjacket” biedt alvast weer elf goede redenen om hem vervolgens cito presto liefdevol in de armen te sluiten. Of het daarbij nu gaat om een prachtig rootspopliedje als het in strijkers zwelgende titelnummer, het ingetogen, de keuze tussen zijn twee grote liefdes – zijn muziek en zijn vrouw – bezingende Americana-deuntje “The Man Who Married Music” (met Colin Linden op dobro), het subtiel rockende “One Flat Tire”, een liefdesliedje als “Love Only Knows”, de fraaie moderne folk van “Like Every Other Morning” of een akoestische gitaarinstrumental à la “Whoville”, het maakt eigenlijk allemaal niet zo heel erg veel uit, want Fearing is duidelijk van heel wat markten thuis, zo blijkt. Snel in huis halen is dan ook ons dwingend advies.

Stephen Fearing

True North Records

 

 

MICHAEL BRENNAN

“Cautious Man”

(Red Rows Music)

(3,5) J J J J

 

 

In de vroege jaren negentig verkaste Michael Brennan van Cape Breton, Nova Scotia naar grootstad Toronto. Daar vormde hij The Wayward Angels, een rootsrockgroep waarmee hij in eigen land behoorlijk wat succes oogstte. Toch besloot de beste man op termijn om voor eigen rekening te gaan werken. En het jongste resultaat van die aanpak is de prima CD “Cautious Man”. Daarop slaagt Brennan erin om een “verkoopbaar geluid” te koppelen aan songs met de nodige diepgang. Voorwaar geen klein bier! Hij presenteert zich als een doorgaans het gemiddelde ver overstijgende tekstdichter, die in genres als country, blues en rock & roll steeds weer precies die ingrediënten weet te vinden die zijn songs nodig hebben om te beklijven. Daarbij herinnert hij beurtelings aan groten der aarde als een Tony Joe White (het mede door een geslaagde harmonicabijdrage van Roly Platt nogal swampy aandoende titelnummer “Cautious Man”), een Waylon Jennings (“Lights Of Town”), een Jimmie Dale Gilmore (de met licht vibrerende stem gebrachte traditionele countrydeun “Dreams Always Lie”) en een Steve Earle (het catchy countryrockertje “Honky Tonkin’ Two-Bit Affair”). Hij lijkt dan ook veel meer gemeen te hebben met de doorsnee Texaanse rootsrocker dan met om het even welke Canadiana act. Een verrassing van het aangenamere soort!

Michael Brennan

CD Baby

 

 

MIKE ALVIANO

“The Vagabond Songs”

(Inbetweens Records)

(4) J J J J

 

 

In zijn thuisland Canada was zijn derde CD al een poosje verkrijgbaar, maar sinds kort ligt “The Vagabond Songs” van Mike Alviano dankzij het Nederlandse label Inbetweens Records ook hier gewoon in de winkels. En laat dit stukje vooral een uitnodiging vormen om snel eens met dat nieuwe materiaal van de man te gaan kennismaken. Mike Alviano die zo’n vijftien jaar geleden debuteerde bij Strange Days en later ook nog geruime tijd aan de slag was als ritmegitarist in de begeleidingsband van Shannon Lyon bloeit daarop immers volledig open als singer-songwriter. Ergens tussen folk, Americana en roots rock weet hij negen nummers lang te bekoren. Met liedjes over mensen en plaatsen en verhalen meegebracht van zijn vele lange reizen valt hij in bijzonder positieve zin op in het alsmaar verder aangroeiende legertje singer-songwriters met een rootsy inslag. Hij heeft zich ruimschoots de tijd genomen om zijn leergeld te betalen en draagt daarvan nu de vruchten weg. Net als bijvoorbeeld ook een Rod Picott of onlangs nog Jeff Dernlan klinkt alles wat Alviano hier doet erg matuur. Een opvallende gastrol is er ook voor zijn ex-baas Shannon Lyon, die zowel vocaal als op de elektrische gitaar en de banjo bijdragen levert.

(Mike Alviano treedt op 27 oktober e.k. op in Toogenblik in Haren-Brussel. En je kan ‘m tot ergens halverwege november bovendien ook nog op diverse locaties in Nederland gaan bewonderen.)

Mike Alviano

Inbetweens Records

 

 

WAYNE HANCOCK

Tulsa

(Bloodshot / Bertus)

(4) J J J J

 

 

The King of Juke Joint Swing is met “Tulsa” terug van even uit beeld geweest. Op zijn eerste studioplaat sinds het toch ook alweer in 2001 verschenen “A-Town Blues” bewijst Wayne Hancock andermaal waarom we hem en hem alleen als de enige échte erfgenaam van Hank Williams dienen te zien. Iets waar overigens zelfs z’n maatje Hank III zich kan in vinden. “Wayne Hancock has more Hank Sr. in him than either I or Hank Williams Jr., he is the real deal,” liet die zich ooit ontvallen. Aan respect dus zeker geen gebrek voor “The Train”. En met de swingende mix van elementen uit honky-tonk, Western swing, blues, rockabilly en big band jazz die hij ons op “Tulsa” andermaal voorschotelt zal daarin alvast zeker geen verandering komen of het zou in gunstige zin moeten zijn. In een productie van Lloyd Maines swingt Hancock bij de beesten af in zijn eerbetoon aan de stad Tulsa, troont hij ons met het verzopen bluesje “Drinkin’ Blues” mee naar een bar “way, way after midnight”, dompelt ons vervolgens middels “Highway Bound” onder in een tot aan de rand met weemoedigheid (Die steelgitaar van Eddie Rivers!) gevuld bad, strooit kwistig in het rond met traditionele countrydeunen van het allerbeste soort à la het meezingertje “I Don’t Care Anymore”, het stomende “Goin’ Home Blues” of het voorwaar zelfs enkele tellen lang aan de jonge Cash herinnerende “Shootin’ Star From Texas”, laat al rockend zijn vetkuif heen en weer deinen op de tonen van “Gonna Be Flyin’ Tonight”of laat zijn jazzy kant even de bovenhand krijgen in een lome sleper als “Ain’t Gonna Worry No More”. Stuk voor stuk straffe songs, zoals zo ongeveer alles op deze plaat. Hancock mag dan al een traditionalist zijn, hij slaagt er toch steeds opnieuw weer in om met wat zijn grote voorbeelden hem nalieten bijzonder creatief uit de hoek te komen en precies dat maakt hem tot het uitzonderlijke talent dat hij is.

Wayne Hancock

Bloodshot Records

 

 

DAVE CARTER & TRACY GRAMMER

“Seven Is The Number”

(Tracy Grammer Music)

(4) J J J J

 

 

 

Met “When I Go”, “Tanglewood Tree” en “Drum Hat Buddha”, hun drie enige, alle tussen 1998 en 2001 verschenen CD’s, wisten Dave Carter en Tracy Grammer zich in no time op te werken tot één van dé coming acts van de Amerikaanse folk en Americana scene. Tot een doorbraak op écht grote schaal zou het echter nooit komen, in juli van 2002 sloeg het lot immers genadeloos hard toe. Dave Carter werd geveld door een hartaanval en liet zijn partner een weinig verweesd achter. In de daaropvolgende jaren zou die evenwel langzaam haar verdriet verwerken en werkelijk alles in het werk stellen om de muzikale nalatenschap van Carter in leven te houden. Zo werkte ze ondermeer ook “Seven Is The Number” af, het album waaraan zij en Carter in de winter van 2001-2002 in hun thuisstudio in Tigard, Oregon waren begonnen, maar dat door de onverwachte dood van die laatste lange tijd onafgewerkt op de plank bleef liggen. En daar mogen we verdomd blij om zijn ook, want wat een fraaie plaat is dit! In een nagenoeg volledig akoestische setting brengen de twee elf songs van de hand van wijlen Carter. Enkele akoestische gitaren, een banjo, een mandoline, een viool, een bas, wat percussie en een occasioneel streepje keyboards volstaan ook ditmaal weer ruimschoots om de magie van weleer op te roepen. Carter en Grammer voelen elkaar vocaal voortdurend perfect aan en maken eigenlijk van elk van de hier aanwezige songs een klein luisterwondertje. Niet alleen de steeds weer intrigerende teksten van Carter doen het ‘m dus, ook de muzikale inkleding ervan is gewoon af. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het met subtiele mandolineaccenten opgewaardeerde “Gas Station Girl”, het verhaal van een onwaarschijnlijke liefde, naar het reflectieve “Long, Black Road Into Tulsa Town”, naar het over een nerveuze akoestische gitaar heen kronkelende “Snake-Handlin Man” of het een toevallige ontmoeting met de duivel verhalende “Texas Underground” en kom op die manier tot dezelfde conclusie als ons: zoals Carter kom je ze helaas niet al te vaak meer tegen. Bloedmooi gewoon!

Dave Carter & Tracy Grammer

Tracy Grammer

CD Baby

 

 

ADMIRAL FREEBEE

“Wild Dreams Of New Beginnings”

(Universal Music Belgium)

(4,5) J J J J J

 

 

 

Opgenomen in de States? Geproduceerd door Malcolm Burn? Een duet met de grote Emmylou Harris? Kleine admiraaltjes worden groot! En die “Wild Dreams Of New Beginnings” uit de titel van de nieuwe plaat van Tom Van Laere lijken dus best wel op hun plaats. Met elf ijzersterke nieuwe composities van eigen hand onderlijnt de man krachtig, dat België zo stilaan te klein voor hem aan het worden is. Zijn derde is gewoon een plaat van internationale allure. Melodieuze opener “Faithful To The Night” hoeft zo bijvoorbeeld in niets onder te doen voor het werk van pakweg een Ryan Adams, instant-meebruller “I’d Much Rather Go Out With The Boys” rockt Youngiaans een aardig eindje weg, “Trying To Get Away” is fraaie, in melancholie verzuipende Americana, “All Through The Night” catchy, instrumentaal erg rijke roots pop, het beklemmende “Perfect Town” het ideale vehikel voor de ambitieuze singer-songwriter in Van Laere, het over een fraai streepje akoestische gitaar neergelegde en door Sandrine van fraai harmonieerwerk voorziene “Nobody Knows You” gewoon één van de allerknapste roots songs van het jaar en titelnummer “Wild Dreams Of New Beginnings” één grote, nogal nadrukkelijk naar de Lanois-school verwijzende lap schoonheid. En dan hadden we het nog niet over andere, ook al bijzonder geslaagde songs als het ingetogen “Devil In The Details”, de grootse pop van “Living For The Weekend”, de pianoballade “Blue Eyes” en de verstilde beauty “Coming Of The Knight”, waaraan Emmylou Harris haar medewerking verleende. Neen, niets lijkt hiermee een internationale doorbraak nog in de weg te staan.

En alsof dat alles nog niet volstond, worden vroege kopers ook nog eens verwend met de bonus-DVD “At Le Maison Bleu Studio, Kingston NY, July 2006”. U moest al onderweg zijn!

Admiral Freebee

 

 

MATT ELLIS

“Tell The People”

(Krow Pie)

(4) J J J J

 

 

Matt Ellis is een in Sydney geboren en in Hong Kong getogen Australische singer-songwriter die sinds medio 2005 in de Verenigde Staten verblijft. In Venice, California meer bepaald. En het is dan ook van daaruit dat hij zopas zijn derde CD “Tell The People” op ons losliet. In het gezelschap van lokale muzikanten als Nels Cline, Greg Leisz, Dave Palmer, Tim Young, Tim Luntzel en Branden Harper presenteert Ellis daarop elf eigen songs, die zich ergens tussen akoestische folk en rock en alt. country situeren. Niet zelden evoceert hij daarbij Ryan Adams. Vooral in tragere songs als “How Far To Go”, “Don’t Wait On Me”, “My Mistake” en “Walk Over Me” zijn de gelijkenissen tussen de twee bij momenten echt wel sprekend. Met name stemgewijs dan.

Feit is alleszins ook, dat Ellis net als die Adams de kunst beheerst om een pakkende deun uit de mouw te schudden. Soms betreft het daarbij van ingehouden spanning levende rockertjes (“King’s Cross”), soms nerveuze alt. country (“10:15 On The 405”), soms lekker uit de bocht gaande stampers (“Go”), maar vooral ook heel wat enigszins rustiger materiaal.

Voeg daar nog aan toe, dat de man er bovendien ook nog eens goed uitziet en zo ongeveer alle vereisten lijken te zijn ingevuld voor een snelle doorbraak op een wat grotere schaal. En hij zou het verdienen ook! (Aanbevolen vooral voor fans van knapen als een Ryan Adams of een Neal Casal.)

Matt Ellis

CD Baby

 

 

GREG GRAFFIN

“Cold As The Clay”

(ANTI-/Epitaph/PIAS)

(3,5) J J J J

 

 

 

Het begint stilaan op een trend te lijken. Steeds meer spilfiguren van de Amerikaanse alternatieve gitaarrockscene gaan immers hun heil zoeken aan het Americanafront. Nu, ons niet gelaten, hoor. Zolang dat kwalitatief hoogstaande platen als “Cold As The Clay” van Greg Graffin blijft opleveren zal je ons absoluut niet horen klagen. De zanger van Bad Religion weet zich op dat soloproject geruggensteund door die van The Weakerthans en de hier op handen gedragen Jolie Holland en grijpt erop terug naar zijn familieroots. Het resultaat is een aangenaam wegluisterende plaat, waarop bijna Dylaneske folkrockliedjes worden afgewisseld met eigen versies van bekende en minder bekende traditionals als “Omie Wise”, “Little Sadie”, “Talk About Suffering”, “Willie Moore” en “One More Hill”. Nu eens gebeurt dat in een tot het absolute minimum beperkt blijvende setting van stem en akoestische gitaar (“Omie Wise”), dan weer mag de volledige begeleidingsgroep aan de bak (“Cold As The Clay”). Van voorzichtig rockend (het titelnummer) tot resoluut old-timey (“Little Sadie”, “Talk About Suffering”, “Willie Moore”) of eerder folkgetint (“Rebel’s Goodbye”, “One More Hill”), Graffin weet alvast voldoende variatie in het gebrachte materiaal te leggen om van begin tot einde te kunnen blijven boeien. En vooral wanneer Holland vocaal weerwerk komt bieden en de banjo even van stal mag is wat hij doet voor deze jongen hier gewoonweg onweerstaanbaar.

ANTI-

 

 

JASON RINGENBERG

“Rockin’ In The Forest With Farmer Jason”

(Courageous Chicken Music / Kid Rhino)

(3) J J J

 

 

 

Jason Ringenberg heeft klaarblijkelijk het nodige plezier beleefd aan “A Day At The Farm With Farmer Jason”, zijn eerste uitstapje richting de wondere wereld der kinderen, want met “Rockin’ In The Forest With Farmer Jason” heeft hij al vrij snel een opvolger voor die schijf klaar. Het concept bleef daarbij onveranderd. Ringenberg strooit kwistig in het rond met aanstekelijke songs met kindvriendelijke teksten die de gemiddelde Americana-liefhebber niet onberoerd zullen laten en verkondigt tussen de bedrijven door wijsheden die aan het album naar de jongere medemens toe een zekere educatieve meerwaarde verlenen. Stevig rockend leren we zo een en ander bij over de bunzing (“Punk Rock Skunk”), over een gypsy-ska-motiefje heeft hij het over de pad (“Ode To A Toad”), praktisch a capella moet de muis eraan geloven (“Mrs. Mouse”), over een Bo Diddley-ritme grossiert hij in “boswoordenschat” (“Forest Rhymes”), samen met Todd Snider heeft hij het over de Amerikaanse eland (“He’s A Moose On The Loose”), “Arrowhead” is dan weer een mooie Americanadeun over een tussen de bomen gevonden, aan het Indiaanse verleden van zijn land herinnerende pijlpunt, “Catfish Song” is een old-time deun over “katvissen” (een soort van meervallen), “Opposum In A Pocket” benadert fanatiek rootsrockend de buidelrat, “A Butterfly Speaks” is een licht jazzy verhaal door een vlinder en in “The Old Oak Tree” heeft hij het bij wijze van afsluiter swingend over één van de belangrijkste “inwoners” van het bos. Jammer dat onze kinderen zijn Engels niet begrijpen, want dit is andermaal een zeer sympathieke onderneming.

Farmer Jason

Kid Rhino

 

 

GRAY SKY GIRLS

“Gray Skey Girls”

(American Melody)

(4) J J J J

 

 

De Gray Sky Girls zijn een Amerikaans rootsduo bestaande uit Lisa Bastoni en Naomi Sommers. De twee brengen naar eigen zeggen “original and organic old-time country slowgrass”. Wat je daaronder moet verstaan? Een geluid gebaseerd op werkelijk prachtige close harmony-zang, aangevuld met akoestische gitaar, mandoline, banjo en fluit. Bastoni en Sommers brengen op hun eersteling een leuke mix van eigen songs en stokoud materiaal genre “You’re Running Wild”, “Sea Of Heartbreak”, “Shady Grove”, “Sylvie”, “You Are My Sunshine”, “Bury Me Beneath The Willow” en “Oh Susannah”. En ze doen dat met zoveel enthousiasme en bravoure, dat het nergens gedateerd klinkt, maar integendeel juist erg fris. Wie het materiaal van acts als de Lonesome Sisters of de Be Good Tanyas wel weet te appreciëren moet hier dan ook zeker aan. Een muzikale massage voor de ziel!

Gray Sky Girls

MySpace

American Melody

 

 

MARTHA ANN BROOKS

“Simply…”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

 

Met “When Your Soldier Comes Back Home” prijkt Martha Ann Brooks fier bovenaan de door Neil Young gechaperonneerde “Living With War Today”-lijst, een soort van alternatieve chart met liedjes met een nadrukkelijke anti-oorlogsboodschap. En zoiets volstaat natuurlijk ruimschoots om onze aandacht te trekken. We lieten er dan ook absoluut geen gras over groeien en trokken op nader onderzoek uit om daarbij op een meer dan geslaagde debuutplaat te stoten. “Simply…” bevat twaalf eigen, voornamelijk op akoestische en/of elektrische gitaarlijntjes geënte contemporaine folkliedjes, die het vooral moeten hebben van hun knappe teksten. Brooks vertrekt bij het schrijven daarvan niet zelden vanuit haar persoonlijke ervaringswereld. Ze weet met andere woorden zeer goed waarover ze het heeft. En originaliteit blijkt “en plus” één van haar sterkste punten.

De hoogtepunten? “Can’t Sing A Sad Song Blues” is er zo eentje, een soort van anti-bluesje, geboren uit een bestaan té goed om onder dat universele gevoel te mogen lijden. “Hank’s Song” zeker ook, daarin evoceert Brooks voorzichtig Jimmie Dale Gilmore. En uiteraard kunnen we ook niet voorbij aan het eerder al genoemde “When Your Soldier Comes Back Home”. Daarin beschrijft Brooks de soldaat, die niet meer de oude blijkt bij zijn terugkomst van het front. “War is never over / For the ones who fought side by side / They are bruised and battered / The deepest wounds don’t show outside,” klinkt het bijzonder aannemelijk uit haar mond.

Een vrouw met het hart op de tong, denken wij in zo’n geval, en eentje die het beslist verdiend om gehoord te worden ook.

Martha Ann Brooks

CD Baby

 

 

CHRIS SMITHER

“Leave The Light On”

(Signature Sounds / Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

De Georges Leekens van de Americana doet ‘t ‘m weer. De uiterlijk meer dan zomaar een klein beetje op de voormalige coach van onze vaderlandse voetbaltrots lijkende Chris Smither wisselde onlangs van platenlabel en dat lijkt hem goed te hebben gedaan ook. Smither trok een streep onder zijn verleden bij Hightone Records en plaatste zijn handtekening onder een nieuw contract bij het al bij al wat singer-songwritervriendelijkere Signature Sounds. En zijn eerste plaat voor die nieuwe werkgever, “Leave The Light On”, mogen we meteen tot de allerbeste van de zestigplusser rekenen. Het voornamelijk intimistische en reflectieve materiaal erop laat het ‘m immers toe zijn sterkste troeven volop uit te spelen. En dat zijn en blijven natuurlijk die heerlijke “bruine” stem van ‘m en zijn fenomenale gitaartechniek. Naast een hele trits nieuwe nummers van eigen hand brengt hij ook een stel erg knappe covers. Met name Bob Dylans “Visions Of Johanna” klinkt hier beter dan ooit. En ook het aan het songbook van Peter Case ontleende “Cold Trail Blues” staat garant voor het nodige kippenvel. Zo ongeveer moet songgeworden wanhoop klinken. En wat te denken van zijn pakkende herinterpretatie van het vooral in de uitvoering van zijn idool Lightnin’ Hopkins bekende “Blues In The Bottle” met heerlijk resonatorwerk van David Goodrich? Of van zijn al even beklijvende benadering van die andere traditional “John Hardy”? Naast eigen materiaal als de speelse ragtime-deun“Open Up”, het bespiegelende titelnummer en het op z’n Randy Newmans een beetje houterig rockende “Diplomacy” zijn dat stuk voor stuk goede redenen om tot de aanschaf van dit schijfje over te gaan. In de afdeling folk-blues worden ze immers niet al te vaak beter gemaakt.

Chris Smither

Signature Sounds

Rounder Europe

 

 

BRIGHT EYES

“Noise Floor (Rarities: 1998-2005)”

(Saddle Creek / Munich)

(3) J J J

 

 

Conner Oberst maakt ons het wachten op zijn eerstvolgende échte nieuwe plaat wel erg gemakkelijk. Na de live-CD “Motion Sickness” is er nu met “Noise Floor (Rarities: 1998-2005)” immers al een tweede “tussendoortje”. Die plaat verzamelt een zestiental tussen 1998 en 2005 ingeblikte singles, onuitgebrachte tracks, samenwerkingen met anderen en covers. Heel wat van dat materiaal wordt op die manier aan de obscuriteit onttrokken. En dat het daarbij lang niet altijd even essentieel spul betreft doet eigenlijk maar bitter weinig terzake. “Noise Floor” illustreert immers erg mooi de lange weg die Oberst de voorbije jaren aflegde. We horen hem evolueren van een op een zolderkamertje maar wat aan rommelende zonderling tot een artiest van internationale allure. In sommige van de tracks op deze schijf is het nog letterlijk zoeken naar het eigenlijke liedje, maar daar staan dan wel een aantal erg knappe stukken tegenover. We denken dan bijvoorbeeld aan kwalitatief gezien zijn werk op het sublieme “I’m Wide Awake, It’s Morning” uit 2005 benaderende dingen als “Trees Get Wheeled Away”, “Weather Reports” en “Soon You Will Be Leaving Your Man”. In afwachting van die al eerder aangesproken nieuwe doen we hier dan ook maar wat graag een poosje ons voordeel mee.

Saddle Creek

 

 

CAROLINE HERRING & CLAIRE HOLLEY

“Live At Saint Andrew’s”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3) J J J

 

 

“Live At Saint Andrew’s” is een via de websites van Caroline Herring en Claire Holley verkrijgbare registratie van een optreden dat de twee dames op 29 oktober van vorig jaar samen afwerkten in St. Andrew’s Episcopal Cathedral in Jackson, Mississippi. Het betreft daarbij een intimistische live set, waarin plaats blijkt voor een aantal van de mooiste liedjes op het repertoire van beide nachtegaaltjes en een drietal covers. Slechts gewapend met akoestische gitaren en elkaar vrijwel voortdurend ondersteunend met engelachtige harmony vocals brengen ze van Herring “Whippoorwill”, “MGM Grand”, “Lay My Burden Down”, “Trace” en “Mississippi Snow” en van Holley “Oh My”, “Under The Moon”, “6 Miles To McKenney”, “In The Bounty Of The Lord” en “300 Boys”. Vreemde eenden in de bijt zijn de traditional “Man Of Sorrows”, J.K. Alwoods “Unclouded Day” en de Maud Irving-J.P. Webster-compositie “Wildwood Flower”.

Essentieel? Zeker niet. Maar wel een mooie aanvulling voor de collecties van fans van beide schoonheden en liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters meer in het algemeen of een leuk aandenken voor wie recentelijk een gig van Herring of Holley bijwoonde. Ook daar wordt dit kleinood immers te koop aangeboden.

Caroline Herring

Claire Holley

 

 

SHINER TWINS

“All In Store”

(Stagger Lee / Suburban / Bertus)

(4) J J J J

 

 

Dat je voor goed binnen het Americanagenre niet altijd noodzakelijk mijlenver van huis moet zijn, bewijzen de Nederlandse Shiner Twins nog maar eens ten voeten uit met hun voortreffelijke debuut-CD “All In Store”. Die groep, bestaande uit de hun sporen bij ondermeer Malford Milligan, JW Roy, Sunset Travelers en Crown Jewels al ruim verdiend hebbende heren Jack Hustinx (zang en akoestische en elektrische gitaren), Richard Van Bergen (zang, diverse gitaren, slide, lap steel, mandoline), Dick Wagensveld (bassen, tuba) en Nicky Hustinx (drums en percussie), bestrijkt op haar visitekaartje dan ook nogal wat muzikaal terrein. Titelnummer “All In Store” is zo een wolk van een ingetogen Americanadeun, “Cutest Little Thing” een swampy stampertje met een vette knipoog richting C.C.R., “Lay Down” lekker vette bluesrock, “Some Place Else” een qua ritmiek ergens in New Orleans gewortelde en volop aan Sonny Landreth herinnerende road song (met pakkend toetsenwerk van Roel Spanjers), “Till You Come Home” broeierige soul in de beste Memphis-traditie, het door gastvocalist JW Roy gedragen “Drown In Your Arms” zomers-pittige R&B, “Final Call” een bijna gospelesk aandoende dosis singer-songwriterspul, “Please Don’t Take My Memories” een in duet met de oogstrelend mooie Patricia Vonne gebrachte lap Tex-Mex en “Little Carol” doet iets heel moois met cajun en country. Dat het daarbij ook nog eens uitsluitend eigen materiaal betreft, maakt deze muzikale tour de force alleen nog maar straffer. Chapeau dus voor de heren Van Bergen en Hustinx, niet enkel twee verbluffend goede zangers, maar op de koop toe songwriters om u tegen te zeggen.

Internationale klasse!

Shiner Twins

Suburban

 

 

KELLY JOE PHELPS

“Tunesmith Retrofit”

(Rounder Europe)

(4) J J J J

 

 

Kelly Joe Phelps had amper een passendere titel voor zijn nieuwe CD kunnen verzinnen dan deze. Op zijn jongste platen evolueerde hij immers alsmaar meer in de richting van een singer-songwriter klassieke stijl, met als voorlopig hoogtepunt dit “Tunesmith Retrofit”. Daarop werden zo ongeveer alle scherpe kantjes vakkundig weggevijld. Een vreemd soort van weemoedigheid maakt zich daardoor al van bij een eerste beluistering ervan al snel van je meester en verleent aan het album een groot deel van z’n ronduit onweerstaanbare charme. Phelps zingt bezadigder dan ooit en etaleert zonder daarbij het liedje ook maar een ogenblik lang uit het oog te verliezen welk een grootmeester hij is op gitaar, banjo en melodica. Keith Lowe (akoestische bas), John Raham (drums), Chris Gestrin (ondermeer orgel en piano), Steve Dawson (tremolo Weissenborn en pedal steel) en Jesse Zubot (fiddle) doen de rest. Intimiteit troef hier! Subtiele sporen van jazz, blues en aanverwante stijlen vormen nog aanknopingspunten met het verleden, maar centraal staan toch voortdurend de grotendeels akoestisch ingevulde songs. En die verraden een ruwe diamant van een songsmid aan het werk. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het over een twinkelende banjolijn heen gedrapeerde, aan wijlen Chris Whitley opgedragen “Handful Of Arrows”, naar het wonderlijke “Crow’s Nest” of naar het al even meesterlijke “The Anvil” en constateer samen met ons, dat dit een grandioze schijf is.

Kelly Joe Phelps

Rounder Europe

 

 

THE KENNEDYS

“Songs Of The Open Road

(Appleseed Rec. / Music & Words)

(3,5) J J J J

 

 

“Songs Of The Open Road”, het nieuwe album van muzikaal echtpaar Pete en Maura Kennedy, is een bonte verzameling covers van liedjes waar de twee zelf graag mogen naar luisteren als ze weer eens onderweg zijn. Dat ze daarbij “Eight Miles High” van The Byrds doen, hoeft niet echt te verbazen. Die vormen immers al sinds jaar en dag één van de grootste inspiratiebronnen voor het geluid van The Kennedys. En “Gypsy Rider” van Gene Clark en “Sin City” van The Flying Burrito Brothers komen om dezelfde reden al evenmin als verrassingen aan. Heel wat van het andere materiaal echter wel. Ook al omdat daarbij nogal wat terrein wordt bestreken: van Victoria Williams (“This Moment”) tot Dylan (“A Hard Rain’s A-Gonna Fall”), van Stephen Stills (“Pretty Girl Why”) tot wijlen Dave Carter (“Gypsy Rose” en “Happytown (All Right With Me)”), van Nick Lowe (“Raging Eyes”) tot Jimmy Webb (“Galveston”), van John Stewart (“Jasmine”) tot Bob Neuwirth (“Eye On The Road”), van Mahalia Jackson (“I’m On My Way”) tot Nanci Griffith (“Late Night Grande Hotel”). Laatstgenoemde mocht uiteraard ook niet ontbreken op deze collectie, aangezien Pete en Maura in haar begeleidingsband het zaad zaaiden voor hun later leven samen.

“Songs Of The Open Road” wijkt in wezen niet zo heel erg veel af van eerdere Kennedys-albums. De engelenstem van Maura, het heerlijke harmonieerwerk tussen haar en haar wederhelft, de jengelende gitaar van Pete, niet één van de gebruikelijke ingrediënten ontbreekt. En da’s maar goed ook! Alleen gaat het hier dus wel degelijk om een collectie covers. Onze favorieten? Het door Maura over rinkelend snarenwerk van haar “hubbie” heen hemelwaarts gezongen “Gypsy Rose” van Dave Carter, de lekkere retro twang van “Raging Eyes” van Nick Lowe en het ingetogen “Eye On The Road” van Bob Neuwirth, al was het maar voor de erg mooie accordeonbijdrage van Radoslav Lorkovic daaraan.

The Kennedys

Appleseed Recordings

 

 

HALFWAY

“Remember The River”

(Laughing Outlaw / Bertus)

(4,5) J J J J J

 

 

Wie wanneer de term alt. country in de mond wordt genomen nog altijd spontaan terugdenkt aan de hoogdagen van acts als Uncle Tupelo, Wilco, Son Volt, The Jayhawks en Whiskeytown zal met deze tweede schijf van het vanuit het Australische Brisbane opererende Halfway zijn geluk niet op kunnen. Net als zijn voorganger “Farewell To The Fainthearted” van een jaar of twee geleden heeft die plaat immers zo ongeveer alles waar je als alt. country-liefhebber bij elke nieuwe release weer op hoopt. In Johnny Busby en Chris Dale beschikt het zevental alvast niet alleen over twee uitstekende zangers, maar ook over een stel al even uitmuntende pennen. Busby staat daarbij in voor het door z’n geweldige hooks opvallende, meer countrygeoriënteerde spul, terwijl Dale het wat “scherpere” materiaal voor zijn rekening neemt. Heerlijk harmoniërende maats, zalig gitaarwerk, mondharmonica, orgel, mandoline, banjo, fiddle, dobro en pedal steel doen het overige. Dat alles maakt van “Remember The River” samen met iets als het hier recent ook besproken “Songs Of The Wild West Island” van Loomer het soort van plaat waardoor je de toekomst van het alt. countrygenre niet langer meer somber hoeft tegemoet te zien. Verplichte aanschaf!

(Releasedatum: 20 november 2006.)

Halfway

Laughing Outlaw

 

 

JOE ROSS

“Festival Time Again”

(Zephyr Records)

(3,5) J J J J

 

 

De naam Joe Ross deed hier niet meteen een belletje rinkelen, maar open-minded als we zijn, schoven we zijn CD “Festival Time Again” kort na ontvangst ervan toch maar even in de CD-wisselaar en dat hebben we ons tot op heden nog geen seconde beklaagd. De uit Oregon afkomstige Ross bleek immers een bijzonder getalenteerd baasje. Zo tekende hij niet alleen voor de zang hier, maar stond ook in voor gitaar-, mandoline-, bas- en tal van andere instrumentale bijdragen en nam “en passant” ook alle songs voor eigen rekening. Muzikaal gezien situeert hij zich daarin vrijwel voortdurend tussen bluegrass, country en Americana. En met knapen als Bryan Bowers, Al Brinkerhoff, Tim Crouch, Adam Haynes, James King, Randy Kohrs, Scott Vestal en Radim Zenkl op de gastenlijst weet je meteen dat je hier goed zit. Dat de liedjes van Ross tussen zoveel instrumentaal geweld toch voortdurend de absolute blikvangers blijven, zegt veel over de kwaliteit ervan. Vooral het verhalende karakter en de diversiteit van ’s mans songs spreken echt tot de verbeelding. En het zou ons dan ook absoluut niet verbazen mochten deunen als “Festival Time Again”, “Blood Red Roses”, “My Home In Old Virginia”, “Desert Grave” en andere binnenkort opduiken op het plaatwerk van veel bekendere spitsbroeders van Ross. Wij nemen in afwachting daarvan echter maar wat graag genoegen met zijn eigen interpretaties ervan.

Knappe plaat!

Joe Ross

 

 

SOLOMON BURKE

Nashville

(Shout! Factory / Snapper / Bertus)

(4,5) J J J J J

 

 

 

Zo’n vier jaar geleden luidde een samenwerking met een stel grote singer-songwriters als Elvis Costello, Dan Penn, Nick Lowe, Bob Dylan, Van Morrison, Tom Waits en Joe Henry een nieuw hoofdstuk in de carrière van soullegende Solomon Burke in. Het daaruit resulterende “Don’t Give Up On Me” was immers een dijk van een comebackplaat. En al wist Burke met “Make Do With What You Got”, de met Don Was ingeblikte opvolger daarvan niet meteen even zwaar te overtuigen, toch waren de verwachtingen met betrekking tot zijn nieuwe CD “Nashville” hier erg hoog gespannen. Het feit, dat die plaat met Buddy Miller als producer gewoon bij deze laatste thuis in Nashville werd ingeblikt, was daaraan allicht niet geheel vreemd. En de wetenschap, dat schone madammen als Dolly Parton, Gillian Welch, Patty Griffin, Emmylou Harris en Patty Loveless er hun medewerking aan verleenden al evenmin. En – Om een lang verhaal kort te maken! – het resultaat van die amper tien dagen in beslag nemende sessies ten huize Miller overtreft zelfs onze stoutste dromen nog ruimschoots. Het is ronduit verbluffend te noemen. Openingsnummer “That’s How I Got To Memphis”, met fraai akoestisch gitaarwerk van Miller en een subtiele bastoets van Byron House, is meteen intimistische country soul van een zelden gehoord niveau. Jim Lauderdale’s “Seems Like You’re Gonna Take Me Back” honky-tonkt vervolgens als een in gospel gedrenkte tiet, de ballad “Tomorrow Is Forever” is – Over tieten gesproken! - een fraai duet met de rondborstige Dolly Parton, Springsteens “Ain’t Got You” krijgt een zalige Zuiderse backporch swing-behandeling mee, Gillian Welch raakt samen met Burke, haar wederhelft David Rawlings en Byron House elke snaar van je hart met het gevoelige “Valley Of Tears”, Don Williams’ “Atta Way To Go” onthult op mooie wijze de country crooner in Burke, Patty Griffin zingt als naar goede gewoonte haar hart eruit in het ook al bijzonder soulvolle “Up To The Mountain”, Emmylou Harris deelt met Burke de George Jones-Earl Montgomery-compositie “We’re Gonna Hold On” en met Patty Loveless erbij kan ook “You’re The Kind Of Trouble” absoluut niet stuk.

Dit is gewoon een plaat om te hebben en van te houden. Americana met een dikke, vette hoofdletter A en nu al één van dé grote favorieten voor de topstek in ons stilaan vaste vormen aannemend eindejaarslijstje.

Solomon Burke

Shout! Factory

 

 

MARIA MCKEE

“Live – Acoustic Tour 2006”

(Viewfinder / Cooking Vinyl / Bertus)

(2,5) J J J

 

 

 

Voormalig Lone Justice-kopstuk Maria McKee tekende de voorbije jaren voor een even opmerkelijke als geslaagde comeback. Met de albums “High Dive” en “Peddlin’ Dreams” bewees ze ten volle, dat we haar nog lang niet dienden af te schrijven. De songs daarop waren bij momenten echt wel uitzonderlijk sterk en zingen bleek ze nog altijd als de beste te kunnen. En dus keken wij hier best wel een beetje uit naar haar nieuwe CD “Maria McKee Live – Acoustic Tour 2006”. Achteraf bekeken misschien wel met al té hooggespannen verwachtingen zelfs… Het album biedt immers lang niet alles wat we ervan verwacht hadden. Zoals zo veel singer-songwriters vóór haar die hun waren met minimale middelen probeerden te slijten valt ook McKee hier een beetje door de mand. Blijven boeien over de volle tweeënzestig minuten zit er absoluut niet in. Zelfs met die fantastische stem van ‘r kan ze niet voorkomen, dat je bij een tot een akoestische gitaar, een piano en wat backing vocals van Susan Otten beperkt gebleven decorum als luisteraar af en toe moeite hebt om een geeuw te onderdrukken. Toegegeven, er vallen ook best wel wat mooie momenten te noteren, maar toch… Schoonheden als het soulvolle “This World Is Not My Home”, een knappe, intimistische versie van de Lone Justice-hit “Shelter”, het van achter de piano gebrachte “Breathe”, haar eigen uitvoering van de door haar ooit nog aan Feargal Sharkey geleverde wereldhit “A Good Heart” en de verstilde country van “Don’t Toss Us Away” volstaan niet helemaal om ons hierbij echt met een goed gevoel bij achter te laten. Jammer, maar helaas.

Maria McKee

Cooking Vinyl

 

 

THE BLACK CROWES

“The Lost Crowes”

(American / Rhino / Warner)

(3,5) J J J J

 

 

 

Op tal van een loopje met de bestaande regels met betrekking tot auteursrechten nemende Amerikaanse blogs circuleerden de opnames die op deze dubbelaar zijn terug te vinden al een poosje, maar de échte fan zal ze wellicht toch liever in deze vorm in handen houden. Op het door het American-label van Rick Rubin in samenwerking met het onvolprezen Rhino uitgebrachte “The Lost Crowes” staan met “The Tall Sessions” en “The Band Sessions” immers twee definitief voor het nageslacht verloren gewaande stukjes Crowes-geschiedenis.

“Tall” is het album dat de Robinson-broertjes en hun collega’s in de herfst van ’93 inblikten als opvolger van “The Southern Harmony And Musical Companion”, hun onder positieve kritieken bedolven tweede langspeler. De toen innerlijk al behoorlijk verscheurde band ging op die plaat nadrukkelijk op zoek naar een eigen geluid, weg van de Stones- en Faces-vergelijkingen die zo ongeveer elk van de groepsleden stilaan zwaar op de maag begonnen te liggen. Maar ondanks het feit, dat men wonderwel in dat opzet slaagde, zou “Tall” dus nooit het daglicht zien. Het album zou als aanloop naar het fantastische “Amorica” gewoon blijven liggen waar het lag, met uitzondering van enkele liedjes dan, die later in andere versies op “Amorica” en “Three Snakes And One Charm” zouden belanden. We hebben het dan over dingen als “A Conspiracy”, “Cursed Diamond”, “Descending”, “Wiser Time” en “Evil Eye”. Gastartiesten op “Tall” waren ondermeer Gary Louris van The Jayhawks (zang), Andy Sturmer (zang) en Bruce Kaplan (pedal steel).

“Band” zag dan weer het levenslicht in mei van ’97. Na “Three Snakes And One Charm” dus. De tien songs erop zijn meer recht-toe-recht-aan rock & roll dan die op z’n voorgangers. Waar men op “Tall” zocht naar iets nieuws, lijkt “Band” dus net een omgekeerde beweging in te zetten.

Al bij al een behoorlijk boeiend stukje heropgeviste muziekhistorie dus.

The Black Crowes

American Recordings

 

 

PAUL WESTERBERG e.a.

“Open Season”

(Lost Highway / UMG)

(4) J J J J

 

 

 

Bijzonder goed idee van de makers van de animatiefilm “Open Season” om Paul Westerberg voor de muziek daarbij in te huren. De ex-Replacements-baas blijkt op de zopas verschenen soundtrack bij die film immers in zeer goeden doen. Gelijk van bij de catchy opener “Meet Me In The Meadow” grijpt hij je weer ouderwets lekker bij het nekvel. Flink wat van de acht songs die hij hier brengt herinneren immers volop aan de rootsy gitaarrockliedjes waarmee hij ook tijdens de nadagen van de “Mats” al op heel wat sympathie mocht rekenen. Gedreven zang, “crunchy” gitaren en vooral ook weer melodieën om u tegen te zeggen, meer moet dat absoluut niet zijn! Nummers als “Love You In The Fall”, “All About Me”, “Any Better Than This” of “Right To Arm Bears” zullen het hart van zo menig een Replacements-fan van weleer dan ook met vreugde vullen, zeker weten! Daarnaast zijn er ook nog een stel wat rustigere songs als “I Belong”, “Good Day” en “Whisper Me Luck”, waarin Westerberg zijn door de Beatles beïnvloede andere kant even aan het woord laat en ook die zijn zonder uitzondering erg knap te noemen. Vervolledigd wordt het plaatje met materiaal van Talking Heads (het klassieke “Wild Wild Life”), Deathray en Pete Yorn (de melige ballade “I Belong”).

Paul Westerberg

Lost Highway Records