ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2007

 

 

archief

 

L = Thanks, but no thanks! - J J = Mediocre… - J J J = Just plain good stuff.

J J J J = Very good indeed! - J J J J J = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

 

 

Christian Williams “Defiant” - Kevin Fowler “Bring It On”Lee Mellor “Ghost Town Heart”Ad Vanderveen “Soundcarrier” (CD + DVD) - Emily Loizeau “L’Autre Bout Du Monde (Nouvelle Edition 2CD)”Eric Taylor “Hollywood Pocketknife”The Moe Greene Specials “Open Road (Again)”The South Austin Jug Band “Strange Invitation”Dana Cooper & Annika Fehling “Visby, Texas” - Greyhound Soul “Tonight And Every Night”Coronet Blue “Welcome To The Arms Of Forever”Various Artists “Putumayo Presents New Orleans Brass” - Eliza Gilkyson “Live From Austin, TX” (CD/DVD)David Byrne “Live From Austin, TX” (CD/DVD) - Dwight Yoakam “Dwight Sings Buck”Tom Stevens “Home”Dan Israel “Turning”Cina Samuelson “Laugh, Love & Live” - Bob Dylan “Dylan” (3 CD Box Set)Emmylou Harris “Songbird (Rare Tracks & Forgotten Gems)” - Stephen Simmons “Something In Between”Peter Cooper “Cautionary Tales”Rocky Votolato “The Brag And Cuss”Billy Joe Shaver “Storyteller: Live At The Bluebird 1992”Rod Picott “Summerbirds”Chip Taylor & Carrie Rodriguez “Live From The Ruhr Triennale – October 2005”Guy Clark “Hindsight 21/20 – The Anthology 1975-1995” - Arno Adams “Mooderzeel Allein”Various Artists “Putumayo Kids Presents Folk Playground” - Champagne Charlie “Down The Road”John Fogerty “Revival”Various Artists “Putumayo Presents Americana”Stephen Simmons “The Superstore” (Download only!) - Various Artists “The Fine Art Of Music”Vashti Bunyan “Some Things Just Stick In Your Mind (Singles And Demos 1964 To 1967)”Various Artists “Bluegrass Country Soul” (DVD)Mary Gauthier “Between Daylight And Dark”Moot Davis “Already Moved On”Michael Fracasso “Red Dog Blues”Songwriters United “Another Round With…”Guided By Voices “Live From Austin, TX”Hyacinth House “Black Crows’ Country”

 

CHRISTIAN WILLIAMS

“Defiant”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

Behoorlijk aparte verschijning, deze knaap uit Lawrence, Kansas! We verkondigden het hier al ten tijde van zijn vorige CD “Built With Bones” en kunnen het naar aanleiding van ’s mans nieuwste eigenlijk alleen maar bevestigen. Daarop valt overigens weer héél wat te beleven! Williams toont zich op “Defiant” immers andermaal bijzonder eigenzinnig. Zelf bespeelt hij op die plaat naast een oude Martin-gitaar en een zessnarige banjo ondermeer ook nog bas, tamboerijn, lap steel en wat percussie-instrumenten, waarvan de “coffee can drum” zeker het meest opvallende is. Cale Thibaudeau en Andrew Hansen tekenen op hun beurt in een viertal nummers voor bijdragen op de banjo, de harmonica en de snare drum. Het resultaat is een album vol gitzwarte, spiernaakte Americana, waarop Williams muzikaal gezien zowat het midden houdt tussen het akoestische werk van Sixteen Horsepower, de late Johnny Cash en Nick Cave solo. “A collection of toe-tapping lamentations and epitaphs,” noemt hij het zelf en daarmee slaat hij spijkers met koppen. In heel wat van de verhalen op “Defiant” waart de Dood immers nadrukkelijk rond. Het zijn overigens vooral die songteksten, die Williams onderscheiden van de rest. Daarin toont hij zich een echte meester-verteller. In het knappe “Henry May” bijvoorbeeld wordt een echte “pain in the ass” achtereenvolgens door zijn eigen, zijn pesterijen meer dan beu zijnde wederhelft om het leven gebracht, door een geïrriteerde Sint-Pieter onverrichterzake richting de hel gepusht, om daar tenslotte na eindeloos gezeur over de overdreven warmte ook door de duivel zelve wandelen te worden gestuurd, terug naar de aarde met name, maar dan wel in de gedaante van een grote kakkerlak. En ook “Summer Breeze” is zo’n geweldige verhalende song. Over een hypernerveuze banjolijn heen maakt Williams ons daarin deelachtig aan het lot van ene Charlie. Die verliest daarin eerst de liefde van zijn leven, zijn “zomerbriesje”. Getormenteerd vereenzaamt de beste man vervolgens helemaal, alvorens tenslotte door een genade met hem tonende tornado in de dood weer met haar te worden verenigd. En nog meer afscheidstaferelen in het verstilde “Upstairs”, waarin we samen met de verteller aan de rand van haar sterfbed de laatste momenten van zijn eega meemaken. Beklijvend spul zondermeer!

Christian Williams

CD Baby

 

 

KEVIN FOWLER

“Bring It On”

(Equity Music Group)

(3,5) J J J J

 

 

 

Kevin Fowler is wat je noemt een heus fenomeen. De sympathieke Texaan verkocht de voorbije jaren ruim meer dan 200.000 platen. Nu is dat an sich natuurlijk niet zo speciaal voor een Amerikaanse artiest, maar het wordt dat wel als je erin slaagt om dat te doen als independent act. En da’s dus wel degelijk het geval voor de man achter nagenoeg onweerstaanbare honky-tonkmeezingers als “Beer, Bait And Ammo”, “The Lord Loves The Drinking Man” en “Loose, Loud And Crazy”.

Op z’n nieuwe CD “Bring It On” vaart die Fowler nu een beduidend andere koers dan op de voorgangers daarvan. In een productie van de gerenommeerde Blake Chancey ligt de klemtoon daarbij meer dan ooit op de factor rock. Fowler wilde immers, dat zijn nieuwe plaat dezelfde sfeer zou uitademen als zijn live shows. En dat betekent veel, bij momenten zelfs vrij stevige gitaren, die zijn muziek attractief moeten maken voor de nieuwe generatie (Texaanse) countryliefhebbers, opgegroeid met zowel MTV als CMT.

Zelf noemt Fowler wat hij doet “Southern country”. Een geslaagde hybride van elementen uit Texaanse country anno nu en Southern rock, zeg maar. Een mooi voorbeeld daarvan is “Me And The Boys”, een duet met één van z’n grote idolen, de legendarische George Jones. Het ruikt allemaal nog wel naar country, maar er wordt ook stevig gerockt in de honky-tonk. Een ander opvallend nummer is de eerste single van de CD, “Long Line Of Losers”. Daarin steekt Fowler op de ondertussen van hem welbekende manier met de tong stevig in de wang geplant de draak met het pispaaltje van de familie, zoals we er allemaal wel eentje kennen. Dat nummer is er weer één van het type, dat binnenkort tijdens zijn shows wellicht door alle aanwezigen luidkeels letter voor letter zal worden meegebruld. En da’s iets wat zeker ook geldt voor het door ’s mans collega’s Marty Brown en Andy Griggs gepende “I Pulled A Hank Last Night” en het afsluitende “Honky Tonk Junkie”, twee van de meest countrygeoriënteerde nummers hier. Daarin is Fowler duidelijk op zijn best. En als dusdanig vielen ze hier ook beter in de smaak dan wat ruiger, met een sausje van luide gitaren overgoten spul à la “Feels Good Don’t It”, het samen met Mark McKinney geschreven “What’s The Point?” en het titelnummer. Dé absolute winnaar hier heet echter “Cheaper To Keep Her”. Daarin vraagt een ontgoochelde vrouw als geschenk voor haar nakende huwelijksverjaardag een scheiding, wat aan haar onthutste wederhelft de guitige bedenking ontlokt “Honey, I wasn’t planning on spending quite that much!” Want “It’s cheaper to keep her, than it is to let her go…” Zo kennen we hem weer helemaal terug, onze Kevin!

Kevin Fowler

Equity Music Group

Lone Star Music

 

 

LEE MELLOR

“Ghost Town Heart”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(4) J J J J

 

 

 

Almaar meer ontpopt Canada zich tot een waar Eldorado voor constant naar nieuwe goudklompjes hongerende Americana-adepten. Wij mochten het onlangs andermaal ondervinden, toen we al struinend over het internet op “Ghost Town Heart” stootten, het debuut van de pas vijfentwintig jaar jonge Lee Mellor. Die aan het eind van de jaren tachtig uit gezondheidsoverwegingen samen met zijn ouders naar Bowmanville, Ontario verkaste Brit toont zich op die eersteling van ‘m in meerdere opzichten een bijzonder interessante nieuwkomer. Muzikaal gezien laat hij zich nog het best vergelijken met knapen als een Steve Earle, een Stephen Simmons, een Kevin Deal, een Chris Knight en een Fred Eaglesmith, met wie hij ook een lekker gruizige stem deelt. Het zijn echter vooral zijn teksten, die ‘m van het gros van zijn collega’s onderscheiden. Het bijna literaire karakter ervan is op z’n zachtst uitgedrukt frappant. En al zeker gezien Mellors nog zo jonge leeftijd. De beste man gebruikt regelmatig beelden waar veel bekendere oude collega’s zelfs na een enkele decennia bestrijkende carrière nog niet aan toe kwamen en ook de keuze van zijn onderwerpen is bepaald apart. Zo blijkt hij het in het knappe “The Greatest Killer In A Small Town” verrassenderwijze over een trein te hebben, laat hij in het voorzichtig richting iets van wijlen Johnny Cash neigende “Gravedigger Blues” de plaatselijke doodgraver al mijmerend zijn hart uitstorten, loopt in “Nowhere, Manitoba” een vlucht van huis weg noodlottig af voor de jonge Indiaanse Anna Muskagee, is “Ain’t No Whiskey” een aangepast twangende uiteenzetting met het probleem der drooglegging, schildert “Jessie Hynes” de lotgevallen van de haar klanten in de kerk oppikkende plaatselijke “truck stop whore” en bezegelt het werktuig uit de titel van “Big Rusty Hammer” het lot van in prikkeldraad verwikkeld geraakte dieren. Intrigerend spul voorwaar, van een knaap waar we ongetwijfeld nog veel zullen van gaan horen.

Lee Mellor

CD Baby

 

 

AD VANDERVEEN

“Soundcarrier”

(Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

Wat een beauty, deze aan de excellente Nederlandse singer-songwriter Ad Vanderveen gewijde CD-DVD-combinatie! Het betreft daarbij de neerslag van een tournee doorheen de States ter ondersteuning van zijn laatste album “Cloud Of Unknowing”. Meer bepaald opnames van een met Kersten de Ligny gedeeld akoestisch optreden in Eddie’s Attic in Decatur/Atlanta, GA op 26 en 27 mei van dit jaar. Dat levert zeer fraaie, tot hun absolute essentie (stemmen, mondharmonica, akoestische gitaar, percussie) herleide versies van prachtsongs als “The Long Way Around”, “Good Mourning”, “Lowland Rider”, “Start A New Life”, “Life’s A River”, “Whose Blues?”, “To Say I Love You”, “Blues So Bad”, “Fairweather Friends” en “First Feeling” op. Voornamelijk folkgetint spul dus, al kan een weinig blues hier en daar ook nog wel.

De DVD bevat naast een mini-docu, gedraaid in Amen tijdens de opnames van “Cloud Of Unknowing”, beeldmateriaal van songs gebracht met de Ligny, het Crossroads Combo en The Bluegrass Boogie Men.

Een ontegensprekelijke aanrader!

Ad Vanderveen

Sonic Rendezvous

 

 

EMILY LOIZEAU

“L’Autre Bout Du Monde”

(Nouvelle Edition 2CD)

(Fargo Records / Munich Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Al op haar zesde liet de bevallige Emily Loizeau haar vingers voor het eerst voorzichtig over het klavier van een piano glijden. Heel onschuldig nog allemaal, maar zonder het zelf goed te beseffen zette ze daarmee toen al wél een belangrijke stap richting haar toekomst. Die zou haar na tussenstops als klassiek geschoolde pianiste en enkele theaterjobs tot chansonnière zien open bloeien. Haar liefde voor het werk van zo uiteenlopende groten als een Brassens, een Dylan, de Beatles, een Bach, een Schubert, een Renaud, een Tom Waits, een Nina Simone en een Randy Newman zouden de Anglo-Française er immers toe aanzetten om ook zelf naar pen en microfoon te grijpen. Het eerste resultaat daarvan vormt de al in 2003 verschenen EP “La Folie En Tête”, een zes eigen liedjes omvattende collectie, waaronder ook het speelse “Jasseron”, een duet met Franck Monnet. Een nummer dat we ook aantreffen op haar eerste volwaardige langspeler “L’Autre Bout Du Monde”. Met die op het Franse Fargo Records verschenen plaat mikt Loizeau duidelijk op een wat ruimer publiek dan in het verleden. Naast aan nog volop als chansons te verslijten deunen als “Boby Cheri”, het cabareteske “Voila Pourquoi” (met Manu, Mali en Guizmo van Tryo) en de licht klassieke pianoballade “Je Ne Sais Pas Choisir” waagt de jonge Franse zich ook voorzichtig aan als alternatieve pop te bestempelen dingen als “Sur La Route”, “I’m Alive” en “London Town” (Een duet met Andrew Bird!), aan haar adoratie voor Tom Waits duidelijk reflecterend materiaal als “Jalouse” en een enkele keer zelfs aan iets waar je met wat goede wil de term Americana zou durven voor boven te halen. We hebben het dan over het bitterzoete titelnummer van de plaat, een liedje dat in al zijn bekoorlijke eenvoud gewoon schreeuwt om de nodige radioaandacht.

Dat amper anderhalf jaar geleden uitgebrachte “L’Autre Bout Du Monde” is nu al aan een bijzonder fraaie heruitgave toe. Verpakt in een beeldig doosje en vergezeld van een extra CD’tje met daarop een schat aan nooit eerder verschenen beeld- en geluidsmateriaal is het een echt hebbedingetje. Zo krijgen we ondermeer een zalige, op z’n Tom Waits gebrachte jazzy cover van “La Complainte Des Filles De Joie” van Georges Brassens, het lieflijke, door Olivier Koundouno van mooi cellowerk voorziene “Ça N’arrive Qu’aux Autres”, de Dylan-cover “Make You Feel My Love” en de Neil Young-adaptatie “Pocahontas”. Daarnaast ook “Radio India”, een soort van geluidscollage met opnames gemaakt tijdens de tournee van Loizeau door Indië eerder dit jaar en bonusvideo’s van “L’Autre Bout Du Monde” en “Je Suis Jalouse”. Très sympa allemaal!

Emily Loizeau

Fargo Records

Munich Records

 

 

ERIC TAYLOR

Hollywood Pocketknife”

(Blue Ruby Music)

(4) J J J J

 

 

Of hij het in kringen van minnaars van het betere Americana luisterlied ooit tot een zelfde mate van verafgoding zal schoppen als zijn muzikale compadres en mentors Townes Van Zandt en Guy Clark, valt ten zeerste te betwijfelen, maar met zijn nieuwe CD, het naar aanleiding van een reeks optredens in Europa hier eerder dan in de States verschijnende “Hollywood Pocketknife”, heeft hij alvast weer een plaat afgeleverd, die het volop verdient om naast veel van het beste van die twee te worden gestockeerd. En dat an sich is als je ’t ons vraagt al geen geringe verdienste.

Taylor doet het op die zesde van ‘m met zeven eigen nieuwe songs en covers van Townes Van Zandts “Highway Kind”, vrouwlief Susan Lindfors’ “A Matter Of Degree” en de traditional “Rally ‘Round The Flag”. Zelf tekende hij samen met zijn wederhelft voor de zang en het gros van het gitaarwerk, David Webb (keyboards, Hammond, Wurlitzer), Eric Demmer (altsaxofoon), Matthias Schneider (elektrische in “Better Man”), James Gilmer (percussie), Rock Romano (bas) en gasten Vince Bell, Steven en Jenny Fromholz, Alaina Richardson en Bob Felder (allen zang) deden de rest. Het resultaat is een bijzonder sfeervolle plaat, die wat ons betreft zondermeer tot de genrehoogtepunten van het jaar dient te worden gerekend. Topmomenten zat erop! Een eerste is bijvoorbeeld al openings- en titelnummer “Hollywood Pocketknife”, waarin Taylor op uiterst ingetogen wijze de wens uitdrukt om met z’n zakmes een betere toekomst voor zichzelf en tal van anderen uit “Hollywood” te mogen snijden. En ook het bluesy ingekleurde “Jail Widow’s Walk” en “Postcards, 3 For A Dime”, respectievelijk besteed aan het leven door de ogen van een bajesklant en een mishandelde vrouw op zoek naar een beter lot, zijn ronduit subliem. Evenals “Carnival Jim And Jean”, het wat aparte relaas van twee door het lot verbondenen, en “Peppercorn Tree”, een aan Springsteen ten tijde van “Nebraska” herinnerende story song, waarin het leed voor één keer al geleden blijkt aan de zijde van een wederhelft die “could make anyplace the best place anywhere”.

Bijzonder warm aanbevolen!

Eric Taylor

 

 

THE MOE GREENE SPECIALS

“Open Road (Again)”

(Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Die van het inmiddels tot een heus zesmanschap uitgebreide Kalmthoutse collectief The Moe Greene Specials lijken ook op hun tweede volwaardige CD “Open Road (Again)” weer niet te kunnen of willen kiezen tussen strand en woestijn. Hun werk blijft een hoogst apart brouwseltje bestaande uit gelijke delen surfgitaren, spaghetti western en twang. Al is het wél zo, dat men daarop door het aantrekken van trompettist Bart Raats en het afstappen van een louter instrumentaal concept een flink eind richting de muziek van Calexico evolueert. Die groep en de Sadies lijken de beste aanknopingspunten om The Moe Greene Specials te plaatsen. De nummers op hun tweede getuigen alvast vaak van een zelfde filmisch karakter als die van de heren Convertino en Burns. En het compleet uit hun verband rukken van surfgitaren zorgt dan weer duidelijk voor aansluiting bij wat de lichtjes fantastische Sadies nogal eens plegen te doen. Enkel in het afsluitende titelnummer varen de zes nadrukkelijk een andere koers. Dat is gewoon erg sterke, gitaargewijs overduidelijk richting Minneapolis wijzende melodieuze poprock.

The Moe Greene Specials

MySpace

Sonic Rendezvous

 

 

SOUTH AUSTIN JUG BAND

“Strange Invitation”

(Lucky Dice Music)

(2,5) J J J

 

 

“Strange Invitation”, de in een leuke discfolio verpakte en in een flink gelimiteerde oplage uitgebrachte nieuwe van het dezer dagen zes man sterke Texaanse gezelschap van de South Austin Jug Band verschilt nogal wat van zijn voorgangers. Het tijdens de jongste drie uitgaves van de Austin Music Awards telkens weer tot beste bluegrass act uitgeroepen collectief opteert daarop immers voor een beduidend meer popgerichte aanpak. Roots pop, that is! Volop plaats dus weliswaar nog steeds voor een veelheid aan akoestische snaarinstrumenten in hun songs, maar die klinken tegelijk ook vrijwel allemaal een stuk bezadigder dan voorheen. En dat betekent wat ons betreft allerminst een vooruitgang. Ook al omdat de zang van frontman James Hyland niet van die aard is om een zo prominente rol te verdragen als hier voor hem weggelegd blijkt. Een beetje ’n ontgoocheling dus al bij al toch wel, dit schijfje. Volgende keer hopelijk weer beter!

South Austin Jug Band

Lucky Dice Music

 

 

DANA COOPER & ANNIKA FEHLING

Visby, Texas

(Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3) J J J

 

 

“Visby, Texas”, de eerste gemeenschappelijk opgenomen plaat van het duo Dana Cooper en Annika Fehling, ontstond eigenlijk eerder toevallig. De uit Nashville afkomstige singer-songwriter en de bevallige Zweedse leerden elkaar een aantal jaren geleden kennen tijdens een “songwriters retreat” en bleven sindsdien samenwerken telkens zich daartoe een gelegenheid aandiende. Dat betekende in eerste instantie samen nieuwe songs schrijven en ook zo veel mogelijk samen optreden. Zo trokken ze bijvoorbeeld in elkaars gezelschap al doorheen Europa en doorheen grote delen van de States. En omdat vooral Texas hen daarbij heel erg gunstig gezind bleek, kreeg hun eerste gemeenschappelijke CD de titel “Visby, Texas” mee. Visby naar het plaatsje op het Zweedse eiland Gotland, waar de roots van Fehling liggen, Texas uiteraard naar de Lone Star State. Die plaat kwam er overigens pas na veelvuldige verzoeken van hun fans. In eerste instantie was het zelfs de bedoeling om ze bij wijze van souvenir enkel aan te bieden tijdens optredens samen. Maar die van het Zweedse Rootsy-label waren zo onder de indruk van de door Cooper en Fehling in oktober van vorig jaar ten tijde van een tournee door Zweden ingeblikte materiaal, dat uiteindelijk beslist werd om het toch op een wat grotere schaal aan te bieden. En daardoor kunnen ook wij voortaan gewoon in de betere platenzaak terecht voor dit in menig een opzicht aan het werk van het duo Gregson & Collister herinnerende werkstuk. Daarop naast samen geschreven nummers ook materiaal van Cooper in z’n eentje en samenwerkingen met andere bekende en minder bekende songwriters als Tom Kimmel, Linda Marks, Kimberly Caracheo, Jennifer Crabtree, Carol Priour en Veronica Ramos. Stuk voor stuk eerder braaf aandoende akoestische folk(rock)deuntjes, die hun charme vooral ontlenen aan de bij momenten erg mooie samenzang van Cooper en Fehling. Als besten van de klas onthielden wij vooral het weemoedige “Seamless”, de akoestische versie van het eerder al eens in een elektrische uitvoering op een CD van Fehling opgedoken “Good For You”, het door Fehling samen met Tom Kimmel gepende “When The Rain Comes Down”, het middels een pittig streepje mondharmonica een eindje richting Americana en blues getrokken “Empty Glass” en het verstilde “Heart Of The Garden”.

Annika Fehling

Dana Cooper

Rootsy

Sonic Rendezvous

 

 

GREYHOUND SOUL

“Tonight And Every Night”

(Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4,5) J J J J J

 

 

 

De meest hopeloze, donkerste, depressiefste aller Blue Rose releases so far, noemt labelbaas Edgar Heckmann de nieuwste van Greyhound Soul in het begeleidende schrijven. En daarmee plaatst hij dat album wat ons betreft wellicht onbewust in een totaal verkeerd daglicht. Die opvolger van “Freaks” uit ’96, “Alma De Gago” uit 2001 en “Down” uit 2002 mag dan louter inhoudelijk gezien inderdaad niet de vrolijkste plaat zijn, ze klinkt als geheel eigenlijk bijzonder warm. Wij vonden het alleszins een waar genoegen om de qua stem een weinig aan Tom Waits en Lou Reed verwante Joe Pena zijn ziel te horen uitstorten in songs, waarin het altijd wel een beetje herfst is. Melancholie is troef in verstilde kleinoden als “Time To Come Home”, “Do What You Do” en “Layin’ Down Lost”. Ver weg van de gortdroge desert rock van andere uit Tucson, Arizona afkomstige acts als Giant Sand en Rich Hopkins & The Luminarios mikken Pena, gitarist Jason DeCorse, bassist Duane Hollis, drummer Alan Anderson en nieuwkomers Robert Hepworth (keyboards), Glen Corey (piano) en Robin Johnson (gitaar) ditmaal veel meer op het hart, op het gemoed dan dat voorheen het geval was. En dat levert enkele echt hemeltergend mooie resultaten op. De prachtballade “Angelina” is er bijvoorbeeld al zo één. Klinkt eigenlijk een beetje als een Dylan of een Waits op de Americana-toer. En dat is dan bedoeld als een serieus compliment! En verder zeker ook de broeierige, aan onbeantwoorde verlangens opgehangen sleper “I’ll Wait Around”. Je voelt als luisteraar als het ware zelf de pijn, waar de protagonist van dat liedje doorheen moet. En wat dan te denken van het door twijfels verscheurde “Believe”? Da’s gewoon Americana singer-songwriterij van het allerbeste soort. Heckmann mag van onzentwege dan ook schrijven wat hij wil, dit is gewoon één van de allermooiste platen op Blue Rose Records ooit. Eentje om te hebben en intens van te houden!

Greyhound Soul

Blue Rose Records

Sonic Rendezvous

 

 

CORONET BLUE

“Welcome To The Arms Of Forever”

(Laughing Outlaw / Bertus)

(4) J J J J

 

 

“Welcome To The Arms Of Forever” is de prachtige titel van de al even knappe tweede van Coronet Blue, een soortement van supergroep rond de in Sydney woonachtige John Rooney, het voormalige kopstuk van The Lonely Hearts. Voor de opvolger van het al in 1999 verschenen titelloze debuut van zijn groep wist die ditmaal Mitch Easter (gitaren, zang en productie), Don Dixon (bas), de van zijn werk met Bad Company en Free bekende Simon Kirke (drums), ex-Faces toetsenist Ian McLagan (orgel, piano), Jamie Hoover (backing vocals), Greg Shafritz (backing vocals), Georgina Johnston (fluit, backing vocals) en Jim Hoke (harmonica) aan zich te binden. Samen werkt het negental zich doorheen twaalf zwaar aan het popgebeuren van de sixties schatplichtige liedjes, die zonder ook maar de minste uitzondering getuigen van heerlijke melodieën. Let wel, écht retro klinkt het allemaal nergens. We worden gewoon songgewijs even mee terug genomen naar veel betere tijden. Zoals in het met heerlijk twangende gitaren en zalige harmonieën overgoten “Waiting For My Baby”, het relaxte, voorzichtig aan de Zombies herinnerende “Looks Like Love”, het volop in strijkers zwelgende titelnummer, het ondanks zijn ingehouden natuur toch onder de noemer power pop vallende “The Point”, het zalig rockende tweetal “Sorrow Street” en “Make No Mistake” en de aan rinkelend gitaarwerk van Easter opgehangen ballade “You Don’t Sleep At Night”.

“It’s class and spirit from start to finish,” aldus het begeleidende promopraatje, en zo is het maar net. Een vette, vette kluif voor al wie z’n pop nog graag lekker puur heeft!

Coronet Blue’s MySpace

Laughing Outlaw Records

CD Baby

 

 

VARIOUS ARTISTS

Putumayo Presents New Orleans Brass”

(Putumayo World Music)

(3,5) J J J J

 

 

Een zoveelste uitstekende verzamelaar in de reeks “Putumayo Presents…” En een zoveelste open invitatie ook om het door dat wereldmuzieklabel onder de loep genomen muziekgenre zelf later wat beter te gaan leren kennen. In dit geval boog men zich bij Putumayo over de karakteristieke muziek van de het straatbeeld in New Orleans regelmatig wat meer kleur gevende brass bands. En daarbij passeert een regelrechte “who’s who” aan lokale grootheden de revue. De hier bekendste namen die aan bod komen zijn allicht die van Dr. John en de Dirty Dozen Brass Band. Die doen het hier samen in een super funky benadering van het door de Womack-broertjes gepende en door de Stones later groot gemaakte “It’s All Over Now”. Andere betrokkenen zijn de broers James en Troy Andrews met de vrolijke paradedeun “Bourbon Street Parade”, de geweldige Yockamo All-Stars die het in “Blow, Blow Tenor” doen met een swingend eerbetoon aan alle saxofonisten, Leroy Jones, door velen gezien als één van de voornaamste krachten achter de recente revival van het brass band-gebeuren, die je vrijwel ogenblikkelijk aan het hoofdschudden krijgt met “Whoopin’ Blues”, John Boutté die met een doorleefde versie van de spiritual “I’ll Fly Away” de enige echt nieuwe bijdrage aan het geheel levert, Glen Andrews & The Lazy Six en The Dukes Of Dixieland die met respectievelijk “Over In The Gloryland” en “Saints (Street Beat)” voor een Dixieland-noot of twee zorgen, Troy “Trombone Shorty” Andrews die nog eens mag opdraven met het lekker lijzige “Dreamboat”, de Preservation Hall Hot 4 die iets moois doen met het klassieke “Dinah” en Kermit Ruffins (Rebirth Brass Band) die weet te bekoren met het bijzonder vitale “Treme Second Line (Blow Da Whistle)”. Hét absolute prijsnummer hier is echter de door Bob French en zijn Original Tuxedo Jazz Band aangevuld met Leon “Kid Chocolate” Brown afgeleverde versie van de classic “St. James Infirmary Blues”. Bloedstollend mooi gewoon, dat nummer! New Orleans jazz werkelijk op z’n allermooist!

Als extraatje bevat de CD ook nog een video bij het nummer “Do They Play Jazz In Heaven?” van Ingrid Lucia, Irvin Mayfield en The New Orleans Jazz Orchestra. En uiteraard gaat ook ditmaal weer een deel van de opbrengst van de verkoop ervan naar een goed doel. En dat is in dit geval het Renew Our Music Fund, dat financiële bijstand levert aan muzikanten uit New Orleans en op die manier helpt om een unieke muziekcultuur in stand te houden.

Putumayo

 

 

ELIZA GILKYSON

“Live From Austin, TX

(CD / DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

  

 

Vrij kort na het door haar huidige werkgever Red House Records uitgebrachte “Your Town Tonight” pakt nu ook New West Records uit met live-materiaal van Americana singer-songwriterdiva Eliza Gilkyson. Dat gebeurt in het kader van de hier almaar meer bijval oogstende “Live From Austin, TX”-reeks, waarin zo ongeveer elke act die in het Americanagenre iets te betekenen heeft de revue lijkt te moeten hebben gepasseerd voor men aan ophouden zal beginnen denken. Nu, ons niet gelaten, hoor! Wij verheugen ons immers telkens opnieuw in het zowel wat betreft de beeld- als de klankkwaliteit steeds weer voortreffelijke materiaal, ontleend aan de archieven van het Amerikaanse TV-programma “Austin City Limits”.

Zo ook nu weer. Het betreft hier een op 13 augustus 2001, vrij kort na het verschijnen van het geweldige “Hard Times In Babylon” ingeblikte aflevering van de show, met Gilkyson vocaal duidelijk in de vorm van haar leven. In het gezelschap van excellente gitariste Nina Gerber, bassist Glenn Fukunaga, drummer Cisco Ryder en met verder ook nog Rich Brotherton op de mandoline en Mike Hardwick op de akoestische en de dobro werkt ze zich bijzonder relaxt doorheen elf songs, waarvan de meerderheid uiteraard afkomstig blijkt van die toen net nieuwe plaat van ‘r. Zo vergast ze ons ondermeer op mooie vertolkingen van “Hard Times In Babylon”, “Coast”, “Beauty Way”, “Baby’s Waking”, “Engineer Bill” en “Sanctuary”. Verder ook al heel wat songs die vooruitgrepen naar het indertijd nog te verschijnen album “Lost And Found”. Daarvan stoten we hier op het aan haar overleden vader Terry gewijde “Easy Rider”, “Welcome Back”, “Mama’s Got A Boyfriend” en “Fall Into The Night”. Het enige niet-Gilkyson nummer is de aan het repertoire van Bob Dylan ontleende afsluiter “Love Minus Zero / No Limit”, meteen ook één van dé absolute hoogtepunten hier. (Zalig gewoon, die zang!)

Kortom, maar bitter weinig overlappingen met “Your Town Tonight” (3!) en dus van hieruit al even warm aanbevolen als dat schijfje enkele weken geleden. En dat geldt dan zowel voor de CD- als voor de DVD-uitvoering!

Eliza Gilkyson

New West Records

Live From Austin, TX

Sonic Rendezvous (CD)

Sonic Rendezvous (DVD)

 

 

DAVID BYRNE

“Live From Austin, TX

(CD / DVD)

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

  

 

Van een bepaald niet te onderschatten invloed geweest op heel wat acts die na hem zouden volgen, deze David Byrne. Als kopstuk van de legendarische Talking Heads samen met Peter Gabriel wat ons betreft zondermeer één van de kleurrijkste figuren in het rocklandschap van de late jaren zeventig en de vroege eighties, deze na al die jaren nog altijd even houterig aandoende excentriekeling. Spijtig genoeg zou hij na de demise van de Heads in ’88 nooit meer echt succesvol kunnen uithalen. Zijn soloplaten bevatten weliswaar stuk voor stuk nog enkele uitschietertjes, maar hits van het kaliber van heel wat Talking Heads songs bleken niet meer voor ‘m weggelegd. En het hoeft als dusdanig ook niet echt te verwonderen, dat een groot stuk van het repertoire dat hij op 28 november 2001 tijdens een optreden voor het Amerikaanse muziekprogramma “Austin City Limits” bracht bestond uit grotendeels akoestisch ingevulde benaderingen van succesnummers uit zijn eigen vorig leven, gaande van “(Nothing But) Flowers” en “And She Was” over “Once In A Lifetime” en “This Must Be The Place (Naïve Melody)” tot “Life During Wartime”. Aparte afsluiter is een zwierige, met opvallend percussiewerk en een batterij strijkers gepersonaliseerde versie van de Whitney Houston-kraker “I Wanna Dance With Somebody”, waarbij je jezelf voortdurend afvraagt, hoe ernstig Byrne zichzelf eigenlijk nog wel neemt. Leuk is het alleszins wél. Iets wat verder zeker ook nog kan worden gezegd van het nerveuze “Desconocido Soy”, één van ’s mans bezoekjes aan de actuele Braziliaanse muziekscene, en het heerlijk zomers swingende “Like Humans Do”.

Wat het visuele aspect betreft allemaal net wat minder attractief als “Stop Making Sense”, Jonathan Demme’s ronduit verbluffende film over de Heads van weleer, maar muzikaal gezien welhaast even lekker. Aanschaffen dus maar zeker, al was het alleen al maar “for old time’s sake”…

David Byrne

New West Records

Live From Austin, TX

Sonic Rendezvous (CD)

Sonic Rendezvous (DVD)

 

 

DWIGHT YOAKAM

“Dwight Sings Buck”

(New West / Sonic Rendezvous)

(4) J J J J

 

 

 

“Met liefde gemaakt, dat smaakt,” wil een hier te lande al een poosje lopende reclameslogan voor een bekend biermerk. En zo is het maar net, dat bewijst ook dit knappe eerbetoon weer maar eens. Dwight Yoakam bij wijze van ultieme tip of the hat in de weer met het songgoed van zijn grote voorbeeld, naar eigen zeggen “dedicated to the memory of Buck Owens, his music & the Bakersfield sound”. En dat hij daarbij doorgaans voor de gemakkelijkere weg kiest door voornamelijk bekender materiaal van Owens met een bezoekje te vereren stoort wat ons betreft allerminst. Anders dan de Derailers eerder dit jaar durft Yoakam immers meer zijn stempel op het geleende materiaal te drukken. Zonder de liedjes daarvoor compleet te moeten vervreemden van hun originelen voegt hij er toch regelmatig iets van zichzelf aan toe. Zo waart door zijn werkelijk ademberovend mooie lezing van “Above And Beyond” bijvoorbeeld ook de geest van The King rond en wordt een hier compleet onthaast overkomend “Close Up The Honky Tonks” met enigszins apart percussiewerk en soulvolle toetsen toch wel flink opgewaardeerd. En dan hadden we het nog niet over “Together Again”. Die toch al behoorlijk suf gecoverde sleper blijkt in Yoakams eigenzinnige nieuwe versie plots weer wel heel erg levensvatbaar. Uiteraard blijft ook Yoakam regelmatig vrij dicht in de buurt van Owens’ versies. Dat doet hij bijvoorbeeld in het van lekker twangend gitaarwerk voorziene “My Heart Skips A Beat”, in “Act Naturally”, in “Love’s Gonna Live Here” en “Under Your Spell Again”. Andere hier nog vertolkte nummers zijn “Foolin’ Around”, “I Don’t Care (Just As Long As You Love Me)”, “Only You (Can Break My Heart)”, “Down On The Corner Of Love”, “Cryin’ Time”, “Your Tender Loving Care”, “Excuse Me (I Think I’ve Got A Heartache)” en “Think Of Me”. Begeleiders van dienst waren Eddie Perez (elektrische gitaren en sitar), Josh Grange (toetsenwerk, pedal steel), Kevin Smith (elektrische bas), Mitch Marine (drums) en Bobbye Hall (percussie). Op de gastenlijst stonden verder ook nog Skip Edwards en Jonathan Clark, met respectievelijk een akoestische piano- en een elektrische basbijdrage aan “Together Again” en “Think Of Me”.

Als geheel toch nog net dat ietsje beter dan de eerder dit jaar al verschenen (Overigens ook uitstekende!) Owens-eerbetonen van Jann Browne en de Derailers, deze “Dwight Sings Buck”.

Dwight Yoakam

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

TOM STEVENS

“Home”

(Avebury Records)

(3,5) J J J J

 

 

 

Iemand met een muzikale staat van dienst van het kaliber van die van Tom Stevens heeft er eigenlijk zelf wel een beetje schuld aan, dat men wel eens uit het oog durft te verliezen, dat hij ook gewoon een uitstekende singer-songwriter is. Stevens verdiende in het verleden ondermeer uitgebreid zijn sporen bij de Long Ryders, het onlangs terug tot leven gewekte Danny & Dusty, Chris Cacavas & Junk Yard Love en Jack Waterson. Door die drukke agenda bleef het telkens weer erg lang stil tussen zijn verschillende soloplaten. Stevens debuteerde al in 1982 met het zes songs tellende “Points Of View”. Een jaar later zou hij echter de Long Ryders vervoegen en werden zijn eigen ambities voor onbepaalde duur teruggeschroefd. Uiteindelijk zou het zelfs tot 1995 duren alvorens hij met “Another Room”, een tweede CD voor eigen rekening, zou uitpakken. In ’97 verscheen dan nog “Points Revisited”, een tot volwaardig album uitgebreide versie van zijn inmiddels al een poosje uitverkochte debuut, maar dan werd het opnieuw heel stil rond Stevens. En dat tot nu dus. De man vond inspiratie voor een nieuwe plaat in een nieuwe omgeving. Zijn verhuis naar een nieuw huis, voorzien van een eigen opnamestudio, deed wonderen. Stevens vond daar immers alles wat hij nodig had om wat nummers die hij al jarenlang met zich meedroeg in alle rust af te werken. En dat ging ‘m zo vlotjes af, dat hij er gelijk ook maar een aantal nieuwe schreef en inblikte.

Het resultaat van die zich voornamelijk tussen 2003 en 2005 situerende activiteiten is een lekker gevarieerde plaat geworden. Openingsnummer “Ghost Train” is zo een in een reverb gedrenkte hypnotische rocker, “In The Basement”, een liefdesleedliedje, doet iets moois met country en “Flame Turns To Blue” is een al even knappe semi-ballade op z’n Byrds, waarin Stevens ons voorhoudt, dat je in een wereld die aan een rotvaart naar de kloten lijkt te gaan enkel een gezonde dosis vertrouwen nodig hebt om met een gerust gemoed vooruit te kunnen blikken. “Away From The Great City” moet het dan weer vooral hebben van de erin gecreëerde atmosfeer, “Death Wish” is een beklemmende song rond het thema zelfmoord en in “Flying Out Of London” reflecteert Stevens op indringende wijze over het immense verlangen naar huis, dat het leven van artiesten “on the road” naar het einde van een tournee toe vaak haast ondraaglijk maakt. Je begrijpt ondertussen al wel, dat hier zowel muzikaal als tekstueel het één en ander te rapen valt. Meer dan genoeg alleszins, om je deze plaat van hier uit te mogen aanraden, menen wij. En zo geschiedde net dan ook!

Tom Stevens

MySpace Tom Stevens

Avebury Records

CD Baby

 

 

DAN ISRAEL

“Turning”

(Eclectone Records)

(3,5) J J J J

 

 

Je moet ‘m eigenlijk bewonderen, deze Dan Israel. Voor zijn geweldige doorzettingsvermogen, bedoelen we dan. Acht goede tot ronduit uitstekende platen, in z’n eentje of met The Cultivators, volstonden immers tot op heden niet om hem te geven waar hij recht op had. Wereldwijde erkenning bleef ondanks een schat aan knappe songs gewoon uit. En dat verdient een songsmid van het kaliber van Israel absoluut niet. Zijn melodieuze Americana rootspop en -rockdeunen kunnen zich doorgaans immers meten met de allerbeste in hun soort. Maar ach, misschien lukt het hem this time around wel. Zijn negende CD is alvast met afstand zijn meest ambitieuze so far. Naast leden van zijn groep The Cultivators verlenen hem op “Turning” tal van interessante gasten de nodige hand-en-spandiensten. Zo stoten we ondermeer op de namen van Marc Perlman (Jayhawks, Golden Smog), Dave Boquist (Son Volt), John Munson (Semisonic, Trip Shakespeare, The New Standards), Laurie Lindeen (Zuzu’s Petals), Randey Casey, Erik Brandt (Urban Hillbilly Quartet), Jessy Greene (The Geraldine Fibbers), Molly Maher, Martin Devaney en pedal steel ace John Schjolberg. Met z’n allen zorgen zij ervoor, dat voor Israel een klanktapijt uitgerold wordt zijn songs meer dan waardig. En dat betekent voor ons als luisteraars keer op keer opnieuw genieten! Van het bitterzoete, enkel vergezeld door Jessy Greene op de fiddle ingespeelde openingsnummer “Triangle” over het op z’n Tom Petty’s een aardig eindje wegrockende “Counting On You” en het verbluffend mooie liefdesleedliedje “Hurt & Love” tot het van een shot ragtime bediende “Occasionally”, van het bijna Costelliaans snedige “News To Me” tot het herfstige “6/20 Song” of het experimentelere, ten voordele van het American Refugee Committee en Save Darfur ingeblikte “Song For Africa”, van het in z’n eentje live achter de piano opgenomen “Never Go Away” tot het catchy titelnummer of het door John Schjolberg op de pedal steel in melancholie gedrenkte “This World”, het ene nummer is al mooier dan het andere! Het wordt verdorie hoog tijd, dat u deze sympathieke neuzelaar collectief in de armen sluit! We gaan het hier niet nog eens zeggen, he…

Dan Israel

CD Baby

 

 

CINA SAMUELSON

“Laugh, Love & Live”

(Cool Country Music)

(3) J J J

 

 

Heel even dachten we het hier met een volslagen nieuwkomer te maken te hebben, maar dat blijkt dus niet zo. De knappe blondine Cina Samuelson debuteerde immers al in december 2004 met het album “From Country To Country”, een plaat die, als we de info op haar webstek mogen geloven tenminste, zowel in haar eigen thuishaven Zweden als daarbuiten erg lovend onthaald werd. Nu kunnen we ons daar eerlijk gezegd wel iets bij voorstellen. Samuelson grossiert ook op haar tweede immers in alleraardigste countrydeuntjes, die zeer mooi het midden weten te houden tussen eigentijds en traditioneel. Commerciële country weliswaar, maar dan wel van het soort dat bijvoorbeeld ook artiesten als Elizabeth Cook, Danni Leigh en Matraca Berg bij tijd en wijle zeer genietbaar maakt. Country, waarin de steel, de lap steel en de dobro nog lekker ouderwets mogen huilen en waarin gitaren van diverse pluimage verder hand in hand gaan met instrumenten als harmonica, piano, orgel, bas en drums. Het stralende middelpunt van de belangstelling is echter te allen tijde Samuelson zelf, die met haar knappe zang met enige regelmaat veel betere countrytijden in herinnering roept. Zeker als ze aan het swingen slaat zoals in het optimistische “Laugh, Love & Live”, het door Thomas Persson van achter zijn piano met veel zwier aangejaagde “How Can They Tell”, het voorzichtig naar bluegrass overhellende “More Than A Mother” of het met een snuif Western swing gekruide “Up And Down”. Oók heel knap: het licht bluesy openingsnummer “Your Little Fun” en de duidelijk op de klassieke leest geschoeide sleper “Don’t Worry”.

Country zonder de hier gebruikelijke afkorting alt. ervoor, maar wel best genietbaar. (En dan blijkt het daarbij ook nog eens enkel om eigen songs te gaan!)

Cina Samuelson

Cina Samuelsons MySpace

 

 

BOB DYLAN

“Dylan”

(3 CD Box)

(Columbia / Legacy / Sony-BMG)

(4) J J J J

 

 

Hier kan je dus duidelijk twee kanten mee op, he. Je kan je zoals zoveel andere recensenten een bult ergeren over het vaak inderdaad wel flink hebberige gedrag van grote platenmaatschappijen in de aanloop naar de eindejaarspakjestijd, over het feit ook, dat je het oeuvre van iemand van het kaliber van een Dylan eigenlijk niet of nauwelijks adequaat kan compileren, of gewoon over een zoveelste aan de man gewijde verzameling, in the end zal je toch altijd tot die ene conclusie moeten komen en dat is dat Ol’ Bawb al gigantisch veel bijzonder knappe songs op zijn repertoire heeft staan. En dat onderlijnt “Dylan” met ruim eenenvijftig songs verspreid over drie CD’s voor nauwelijks twintig euro eigenlijk best nog wel goedkoop ook. Met materiaal van 34 verschillende, tussen 1962 en 2006 verschenen albums is die driedubbelaar bovendien behoorlijk representatief. Niet alleen usual suspects als “Blowin’ In The Wind”, “A Hard Rain’s A-Gonna Fall”, “The Times They Are A-Changin’”, “Subterranean Homesick Blues”, “Mr. Tambourine Man”, “Maggie’s Farm”, “Like A Rolling Stone”, “It’s All Over Now, Baby Blue”, “Just Like A Woman”, “Lay Lady Lay”, “I Shall Be Released”, “Knockin’ On Heaven’s Door”, “Hurricane” en andere hier dus, maar ook flink wat uitstekend recenter materiaal van albums als “Oh Mercy”, “Under The Red Sky”, “Good As I Been To You”, “World Gone Wrong”, “Time Out Of Mind”, “Love And Theft” en ‘s mans prima laatste, “Modern Times”. Zit goed in elkaar, écht wel! En is alvast een stevige aanrader voor allen van wie de platenkast nog niet vol Dylan zit. (Ook verkrijgbaar als enkele CD, momenteel geleverd met een bonus disc, en als gelimiteerde Deluxe Edition in een met stof afgewerkt boxje, inclusief een reeks postkaarten, een fotoalbum en CD’s vermomd als vinyl replica’s. De collector wil tenslotte ook wat, he…)

Bob Dylan

Legacy Recordings

 

 

EMMYLOU HARRIS

“Songbird”

(Rare Tracks & Forgotten Gems)

(Rhino / Warner)

(5) J J J J J

 

 

Aan Emmylou Harris-verzamelaars bepaald geen gebrek en dus moest en zou “Songbird” ook iets speciaals worden. Die 78 over 4 CD’s verspreide liedjes en ook nog eens 10 filmpjes op één DVD beslaande collectie toont de zangeres nu ook eens van een andere kant. Zo vind je hier ondermeer een schat aan duetten en andere samenwerkingen terug (Steve Earle, Willie Nelson, Gram Parsons, Elvis Costello, Beck, The Seldom Scene, Guy Clark, de Pretenders, Sheryl Crow, Mark Knopfler, de Nitty Gritty Dirt Band, Waylon Jennings en vele, vele anderen!) en ook nog eens een heleboel persoonlijke Harris-favorieten en twaalf niet eerder verschenen tracks. Voeg daar nog aan toe, dat het geheel in een beeldschone box verpakt werd en bovendien ook nog eens vergezeld gaat van een bijzonder informatief en met tal van fraaie foto’s afgewerkt boek, en je weet, dat je hier een gouden zaak mee doet. Geen “Greatest Hits”, maar het had er één kunnen zijn! ’t Is dat we ze al hebben, anders zou deze set hier vast en zeker onder de kerstboom belanden! “A thing of beauty” is immers “a joy forever”…

Emmylou Harris

Rhino

 

 

STEPHEN SIMMONS

“Something In Between”

(Locke Creek / Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

We hebben het hier al vanaf dag één gezegd en we kunnen eigenlijk ook naar aanleiding van ’s mans nieuwste “Something In Between” niet anders dan dat bevestigen: Stephen Simmons is een hele grote meneer! Zowel zijn fenomenale Europese debuutplaat “Last Call” als het vorig jaar verschenen “Drink Ring Jesus” en het onlangs door CD Baby bij wijze van download van de vergetelheid geredde “The Superstore” gaven al aan, dat Simmons één van de interessantste nieuwe Americana singer-songwriters van de laatste jaren was. En “Something In Between” doet daar alleen nog maar een schepje bovenop. Het is alleszins zijn best klinkende plaat so far. Had Simmons ditmaal een wat groter budget ter beschikking of heeft hij gewoon wat meer aandacht besteed aan de muzikale invulling van zijn liedjes, wij zouden het niet weten, maar het is wel een feit, dat de elf songs op “Something In Between” een stuk warmer klinken dan zo ongeveer alles wat hij eerder deed. En dat hangt ons inziens voor een groot stuk samen met de veelvuldig aanwezige toetsenbijdragen van David Briggs, het pedal steel- en fiddlewerk van respectievelijk Al Perkins en Tammy Rogers en de knappe gitaarinterventies van Richard McLaurin en Joe McMahan. Die zorgen ervoor, dat de schuurpapieren stem van Simmons hier nóg beter tot haar recht komt. En dat heel wat van de als naar goede gewoonte weer erg knappe songs van de man plots bijzonder radiogeniek overkomen. Iets wat overigens zowel voor de rockende deuntjes erop als “New Scratches” en “Long Road” als voor het toch eerder voor Simmons karakteristieke rustigere materiaal à la “We’ll See”, “Blues On A Sunny Day” (Dé gedroomde singlekandidaat!) of “Hey” van toepassing is.

Gewoon een héél erg mooie plaat overall!

Stephen Simmons

Rounder Europe

 

 

PETER COOPER

“Cautionary Tales”

(CoraZong Records)

(4) J J J J

 

 

 

“Ik had wat verhalen te vertellen en ik dacht, dat het geen kwaad idee zou zijn om ze te brengen in het gezelschap van de beste pedal steeler ter wereld,” aldus Peter Cooper in het begeleidende schrijven bij zijn debuutplaat “Cautionary Tales”. En daarmee verwijst de jonge songsmid naar de aanzienlijke rol die voor virtuoos Lloyd Green is weggelegd op die plaat. En terecht ook, want precies door diens spel wijkt dit twaalf tracks tellende geheel aardig af van wat het gros van de concurrentie dezer dagen te bieden heeft.

Cooper is als debutant overigens niet helemaal een onbekende. Regelmatige lezers van No Depression kennen ‘m bijvoorbeeld al als muziekjournalist. En wie zich wel eens durft te verdiepen in de kleine lettertjes in CD booklets kwam zijn naam misschien al wel tegen als co-writer van “Thin Wild Mercury” op Todd Sniders “The Devil You Know”, een plaat waarop hij ook de bas hanteerde en wat harmonieën zong, of als producer van diens “Peace, Love And Anarchy”.

Het was trouwens ook die Todd Snider, die Cooper er wist toe te overhalen om ook zelf een plaat te maken, iets wat hij eerder jarenlang voor zich uit had geschoven. Daartoe trok hij in het gezelschap van Snider, Green en andere oude bekenden als Jason Ringenberg, Bill Lloyd, Nanci Griffith, Fayssoux McLean, de van de Jayhawks en Last Train Home bekende Jen Gunderman en de uit de entourage van Dwight Yoakam weg geplukte Dave Roe richting The House Of David in Nashville. Daar vereeuwigde hij negen eigen nummers, Eric Taylors “All The Way To Heaven” en “Mission Door” en het hier al eerder vermelde “Thin Wild Mercury”. In dat mooie dozijn klinkt hij als een kruising tussen Lyle Lovett en Todd Snider. Met de eerste verbindt hem vooral zijn stem, met de tweede zijn stilistische wispelturigheid. En verder wordt vooral goed duidelijk, dat de man ongetwijfeld heel wat platen van meester-vertellers als een Guy Clark, een Mickey Newbury, een Tom T. Hall en vele anderen op de plank heeft staan.

Mooiste momenten zijn wat ons betreft de heerlijk melancholische, met Lloyd Green op dobro, Jen Gunderman op accordeon en Nanci Griffith, Todd Snider en Fayssoux McLean vocaal in steun gebrachte versie van Eric Andersons “Mission Door” en het ook al lekker intimistische eigen nummer “Couple Of Lies”, waarin Cooper ons deelachtig maakt aan het morele verval van een voormalige basketbaltopper. Ook heel leuk, het subtiel countryrockende “Andalusia”, over het stadje in Alabama waar zowel zijn eigen vader als Hank Williams ooit woonden, en natuurlijk ook “Thin Wild Mercury”.

Peter Coopers MySpace

CoraZong Records

 

 

ROCKY VOTOLATO

“The Brag And Cuss”

(Second Nature / Barsuk)

(3,5) J J J J

 

 

 

Sinds zijn vorige CD “Makers” een dikke vriend des huizes, deze Rocky Votolato. Ergens in de nochtans veel bezochte zone tussen Gram Parsons en Ryan Adams vond de in Texas geboren, maar slechts weinig met de lokale singer-songwriter scene aldaar gemeen hebbende singer-songwriter nog ruimte voor een geheel eigen niche. En daarin toont hij zich sinds dag één al een uitstekende Americana-troubadour. Heerlijke hese stem, ijzersterke liedjes, mooie teksten. Alles erop en eraan eigenlijk! Luister bijvoorbeeld maar eens naar dingen als “Postcard From Kentucky”, “The Wrong Side Of Reno”, “Your Darkest Eyes” (Zalige ballade!), “The Blue Rose” of “Whiskey Straight” en je zal meteen begrijpen wat we daarmee bedoelen. Schuurpapieren emoties troef, met nu eens een akoestische of een elektrische als steun en toeverlaat, dan weer een harmonica, een banjo, een mandoline, een accordeon, een piano of een Hammond B-3. Knap gedaan allemaal! En vooral aan te bevelen aan fans van lui als de hier al eerder vermelde Ryan Adams, Thad Cockrell ook wel en Josh Ritter.

Rocky Votolato

Barsuk

 

 

BILLY JOE SHAVER

“Storyteller: Live At The Bluebird 1992”

(Sugar Hill Records / Munich)

(3,5) J J J J

 

 

Wat Billy Joe Shaver nog bij leven en welzijn meemaakt, doet ons allemaal een heel klein beetje denken aan de behandeling die wijlen Townes Van Zandt pas te beurt zou vallen in de jaren volgend op zijn dood. Om de haverklap verschijnen er van de beste man immers nu al live-albums, die in grote lijnen steeds weer teruggrijpen naar min of meer dezelfde nummers. En dat is op het onlangs verschenen “Storyteller: Live At The Bluebird 1992” weer niet anders. Op dat op 24 januari 1992 in het vermaarde Bluebird Cafe in Nashville ingeblikte geheel wordt de grijze Texaanse singer-songwritereminentie bijgestaan door zijn ondertussen overleden zoon Eddie op de akoestische gitaar en vriend des huizes Keith Christopher op de bas en een verdere akoestische. Samen brengen ze een stel van alle overbodige franje ontdane versies van bekendere Shaver-nummers als “Georgia On A Fast Train”, “Willy The Wandering Gypsy And Me”, “Honky Tonk Heroes (Like Me)”, “Black Rose”, “Amtrak (Ain’t Comin’ Back)”, “Old Chunk Of Coal”, “Highway Of Life” en “Live Forever”. En, eerlijk is eerlijk, heel wat van het gebrachte materiaal klinkt net daardoor beter dan ooit. Collega Todd Snider vat het allemaal heel mooi samen in de liner notes van het album: “For my money, this album doesn’t just capture Billy Joe Shaver at his best, it captures country music at its best. Living the blues and knowing how to write them too.” En wat Shaver al niet kwijt kan in één van z’n liedjes, dat vertelt hij op bijzonder vermakelijke wijze tussen de bedrijven door. Niet enkel voor zijn devote fans een echte must-have derhalve.

Billy Joe Shaver

Sugar Hill Records

 

 

ROD PICOTT

“Summerbirds”

(Welding Rod Music)

(4,5) J J J J J

 

 

Als je ons op een onbewaakt moment zou vragen een lijstje met onze tien favoriete Americana singer-songwriters van de voorbije jaren af te drammen, dan zou de naam Rod Picott daarbij zeker als één van de eersten uit de bus komen. Gevolgd door ondermeer die van de hier elders ook besproken Stephen Simmons, genregrootheden Steve Earle, John Prine en Lucinda Williams, Jeffrey Foucault, de Duitser Markus Rill, de zopas nog met het lichtjes fantastische “Between Daylight And Dark” uitpakkende Mary Gauthier, de wat ons betreft nog altijd zwaar onderschatte Ronny Elliott en debutant op jaren Claude Diamond. Kwestie van hier meteen even duidelijk te stellen, hoe hoog we Picott wel inschatten. De vier tot op heden van de beste man verschenen platen behoren ten huize Metten tot de meest gedraaide ooit. Vooral dan het ondertussen toch ook alweer van vijf jaar geleden daterende “Stray Dogs”. En het doet ons dan ook enorm veel plezier te mogen vaststellen, dat het andermaal samen met David Henry geproduceerde “Summerbirds” perfect aansluit bij wat Picott op die plaat deed. Op zijn vijfde doet de grofgevooisde bard uit Nashville het opnieuw voornamelijk met het soort van ballades dat van “Stray Dogs” zo’n instant-klassieker maakte. En die worden ook hier weer afgewisseld met een aantal melodieuze countryrockertjes om u tegen te zeggen. We noemen in dat verband bijvoorbeeld het bijzonder catchy openingsnummer “Jealous Stars” en het meteen daaropvolgende en al even aanstekelijke “Hand Me Down”. Maar hoe goed die songs an sich ook zijn, Picotts forte zijn toch vooral de wat tragere nummers. “Sinner’s Prayer” bijvoorbeeld, dat ons zacht twangend een heel klein beetje aan Chris Isaak herinnerde, het door Pat Buchanan van werkelijk wonderschoon onderkoeld gitaarwerk voorziene “Trouble Girl” en oude bekende “You Can’t Talk To Me Like That Anymore” zeker ook, en dan vergaten we bijna nog het zomers lome “Something In Spanish”. Met liedjes van dat kaliber bevestigt Picott alleen maar wat we hier eigenlijk al jaren wisten, met name dat hij een hele grote (in wording) is. Nu al een certitude voor ons eindejaarlijstje, deze “Summerbirds”!

Rod Picott

CD Baby

 

 

CHIP TAYLOR & CARRIE RODRIGUEZ

“Live From The Ruhr Triennale – October 2005”

(Train Wreck / Rounder Europe / Munich)

(4) J J J J

 

 

Komt zo ongeveer op het ideale moment, dit schijfje! Altmeister Chip Taylor en Southern belle Carrie Rodriguez trekken in het kader van een door Vivesco in samenwerking met Rounder Europe georganiseerde reeks concerten onder de noemer Americana Treasures immers weer eens door de lage landen. En die tournee en de CD “Live From The Ruhr Triennale - October 2005” zouden op termijn best wel eens hun zwanenzang kunnen gaan blijken. De bevallige Rodriguez bewees nog niet zo heel erg lang geleden met haar visitekaartje “Seven Angels On A Bicycle” immers volop klaar te zijn voor een eigen carrière. En Taylor van zijn kant heeft ondertussen met Kendell Carson ook alweer een nieuwe, extreem getalenteerde protégee beet.

Deze live-registratie krijgt daardoor toch wel een enigszins apart karakter mee. In het gezelschap van jazzgitaargrootheid Bill Frissell en zijn band met verder ondermeer ook Greg Leisz op de steel en de mandoline en gast Buddy Miller werken Taylor en Rodriguez zich doorheen materiaal van hun eigen reguliere albums, covers van de traditional “Long Black Veil”, “Big River” van Johnny Cash, Merle Haggards “Today I Started Loving You Again” en Chuck Berry’s “Maybellene” en een stel Taylor classics, als daar zijn “The Real Thing”, “Angel Of The Morning” en het afsluitende “Wild Thing”, hier ooit nog een gigantische hit in de uitvoering van de Troggs. Dat levert enkele voor het duo eerder atypische momenten op, zoals de roots & roll van “Maybellene” en het door Buddy Millers snarenspel aangejaagde “Wild Thing”, maar toch vooral ook weer erg veel superieure Americana. Met als absolute hoogtepunten wat ons betreft het subtiel met een snuifje Ierse folk gekruide “Once Again One Day You Will Be Mine”, de door Bill Frisell gitaargewijs welhaast op z’n Daniel Lanois ingekleurde cover van “Long Black Veil”, het Taylor en Rodriguez quasi op het lijf geschreven “Today I Started Loving You Again” en zeker ook een andermaal bloedstollend mooi gebracht “Angel Of The Morning”. Alsof er een engeltje op je tong piest, zo lekker allemaal!

Train Wreck Records

Rounder Europe

Americana Treasures

 

 

GUY CLARK

“Hindsight 21/20”

(The Anthology 1975-1995)

(Raven Records)

(4) J J J J

 

 

Het Australische label Raven Records kan bogen op een uitstekende reputatie dáár waar het de volledige carrières van artiesten overspannende verzamelaars betreft. Waar anderen zich om contractuele redenen vaak beperken tot het werk voor één werkgever, streeft men “down under” meestal wél volledigheid na. En het zou ons dan ook absoluut niet verbazen, mocht door de Aussies binnenkort aan “Hindsight 21/20 The Anthology 1975-1995”, gewijd aan grijze Texaanse singer-songwritereminentie Guy Clark, nog een vervolgstuk worden gebreid. Op deze 21 tracks in beslag nemende compilatie grasduint men door ’s mans werk voor RCA, Warner en Elektra. Dat levert ruim 76 minuten aan superieur luistervoer van het genre “L.A. Freeway”, “Rita Ballou”, “She Ain’t Goin’ Nowhere”, “Texas 1947”, “Desperados Waiting For The Train”, “Texas Cookin’”, “The Houston Kid”, “South Coast Of Texas”, “Heartbroke”, “She’s Crazy For Leaving”, “Homegrown Tomatoes”, “The Randall Knife”, “Baton Rouge”, “Boats To Build” en “Dublin Blues” op. Daarvoor werden in totaal zeven Clark-albums geraadpleegd: het in 1975 verschenen “Old No. 1”, “Texas Cookin’” uit 1976, “Guy Clark” uit ’78, het zopas nog heruitgebrachte tweetal “The South Coast Of Texas” en “Better Days” uit ’81 en ’83, het machtige “Boats To Build” uit ’92 en “Dublin Blues” uit ’95.

Valt qua samenstelling wat ons betreft nu eens absoluut niets op af te dingen!

Guy Clark

Raven Records

 

 

ARNO ADAMS

“Mooderzeel Allein”

(Inbetweens Records)

(4) J J J J

 

 

Er zijn maar weinig tekstdichters die gevoelens zó tastbaar weten te verwoorden als Arno Adams. En precies dat maakt van de eigenzinnige Limburger in onze ogen de grote, die hij ontegensprekelijk is. Als hij in “Aajeminsenfabriek” de weinig waardige manier van ouder worden, die we de nestors van onze maatschappij “gunnen” in bejaardentehuizen, hekelt, dan hoef je heus niet in een dergelijk etablissement te hebben verbleven om te begrijpen wat hij bedoelt. En als hij in het door Oleg Fateev van een fraai streepje melancholisch bayan-accordeonwerk voorziene “Blief Beej Mich” treffend zijn angst voor nakende eenzaamheid uitdrukt, dan snap je ook al meteen waarom hij in zijn relatie echt wel tot het uiterste wil gaan.

En wat te denken van het een behoorlijk fatalistische kijk etalerende “WO-III”? Daarin nodigt Adams ons enigszins wrang glimlachend uit de toekomst opgewekt tegemoet te zien, want die is sowieso onafwendbaar. Een opsomming van dagdagelijks zo goed als overal waarneembare misstanden illustreert zijn naar alle waarschijnlijkheid (Spijtig genoeg!) grote gelijk. Of van het jachtige “Zoe Druk”? Een bijtende satire op een volstrekt overbodig, ons door onze omgeving alleen maar te pas en te onpas opgedrongen druk leven. Of van de waarschuwing aan het adres van het nageslacht, die “Groete Jong” is. Blijf zo lang mogelijk jong, houdt hij daarin de protagonist voor. Het leven als “groete jong” is immer zoveel zorgelozer als dat van een volwassene. En een echte man worden duurt sowieso een heel leven lang… Klinkt herkenbaar, niet heren?

 “Mooderzeel Allein” werd door Arno Adams grotendeels solo opgenomen. Enkel de gitaar van collega Bart Oostindie en de eerder al vermelde bayan van Oleg Fateev mogen zo nu en dan de vertolkte gevoelens nog een weinig komen versterken. Centraal staat echter te allen tijde Belfelds antwoord op Brel. Dit is Dialectkunst met een grote D!

Arno Adams

Inbetweens Records

 

 

VARIOUS ARTISTS

Putumayo Kids Presents Folk Playground”

(Putumayo World Music)

(3,5) J J J J

 

 

Eerder deze week bespraken we hier al het aan Americana gewijde volume uit de reeks “Putumayo Presents…” En vandaag willen we je met een deeltje uit het daarmee nauw verwante “Putumayo Kids Presents…” de gelegenheid bieden om ook eens te scoren bij je kinderen. En het prettige van de zaak is, dat dit voor één keer blijkt te kunnen zonder daarbij zelf een muzikale kater van jewelste op te lopen. “Folk Playground” is immers een bijzonder aangenaam wegluisterende collectie kindvriendelijke liedjes, gebracht door vaak hun sporen al meer dan verdiend hebbende artiesten uit het brede Americana-, blues- en folkveld. Zo stoten we hier ondermeer op namen als Michelle Shocked (“Got No Strings”), Dan Zanes & Friends (“Hop Up Ladies”), Leon Redbone (“Polly Wolly Doodle”) en Eric Bibb (met Michael Jerome Browne) (het prachtige akoestische bluesje “Just Look Up”). Samen met anderen als Victor Johnson, Zoe Lewis, Jon Gailmor, Brady Rymer, Laurie Berkner (met een heerlijke uitvoering van het overbekende “Froggie Went A-Courtin’”), Trout Fishing In America, Justin Roberts en Elizabeth Mitchell (“Crawdad”) tekenen zij voor ruim een half uur topamusement voor jong én oud. En net zoals dat bij de voor “de groten” bestemde muzikale ontdekkingsreizen van Putumayo World Music het geval is, gaat ook een royaal gedeelte van de opbrengst van deze “kinder-CD’s” naar een goed doel. In dit geval het Fund for Folk Culture, dat tracht traditionele kunst en culturen voor het nageslacht te bewaren. Wat ons betreft alleen maar een reden te meer om dit tot een absolute aanrader te bombarderen!

Putumayo Kids

 

 

CHAMPAGNE CHARLIE

“Down The Road”

(In eigen beheer uitgebracht!)

(3,5) J J J J

 

 

 

Een CD die onder invloed van de gebruikelijke najaarsstortvloed aan nieuw werk volkomen onterecht wat langer op een recensie heeft moeten wachten dan voorzien, is “Down The Road”, de jongste van het Zeeuwse bluescollectief Champagne Charlie. Het betreft daarbij een soort van conceptalbum, opgehangen aan blues en roots songs, die, aldus de groep zelf, “have travelled a long way – by train, by car or on foot”. Twee daarvan zijn originelen, de resterende tien vond men bij tal van bekende en minder bekende artiesten uit het genre. En dat levert aardig wat interessante momenten op. Het eerste is “Country Fool”, een alleraardigst, heerlijk relaxt countrybluesje, ontleend aan het repertoire van Mississippi bluesman Bo Carter, waarin een boer zijn zuur verdiende centen sneller dan hem lief is weer kwijt speelt in de hoerenbuurt van de nabijgelegen stad. Vervolgens mag Gait Klein Kromhof bij wijze van aanloop naar het in duet met de momenteel in Den Haag woonachtige Amerikaanse gastvocaliste Karen Neumann gebrachte eigen nummer “Will She Ever Get Back Home?” op de harmonica even een staaltje van zijn kunnen ten beste geven in de instrumentale traditional “Boll Weevil Holler”. En ook die medley blijkt bijzonder lekker wegluisterend spul. In “Rope Stretching Blues” is het dan weer Theo de Koning, die even de show steelt. Zijn pikwerk op de akoestische zal Blind Blake ergens daarboven vast en zeker met een brede glimlach op het gelaat achterlaten. Vervolgens wordt met “Ragged & Dirty” ook het songbook van William Brown aangedaan. Al zullen de meesten onder jullie dat liedje wellicht vooral kennen in de uitvoeringen van Blind Lemon Jefferson of Sleepy John Estes. Hoe dan ook, het fraaie samengaan van de zang, een akoestische gitaar, wat mondharmonica en een Louisiana rubboard maakt van “Ragged & Dirty” wat ons betreft één van dé absolute hoogtepunten hier. Al willen we in dat verband zeker ook even wijzen op een prachtige, behoorlijk onthaast aandoende versie van de door Lowell George gepende Americana-klassieker “Willin’”. Ook dat nochtans al suf gecoverde nummer blijkt in de Champagne Charlie-uitvoering een echte winnaar. En dat geldt verder zeker ook voor het werkelijk onweerstaanbare, “en passant” voorzichtig een brug naar rock & roll slaande “Downtown Stomp” van Frank Stokes. Onmogelijk gewoon om daarbij stil te blijven zitten. Iets wat dan weer net wél kan bij het daaropvolgende “Pilgrim”. Van dat countrydeuntje ontdekte zanger Sjef Hermans eerder toevallig de afkomst na het bekijken van de film “The Pledge” met in de hoofdrol Jack Nicholson. Maar u en ik wisten natuurlijk al wel langer, dat het op het repertoire van Steve Earle prijkt – met name op het in 1998 met de Del McCoury Band opgenomen bluegrassjuweel “The Mountain”. Drie verdere songs willen we u tenslotte zeker ook niet onthouden. De eerste van de drie, “Good Stuff”, deed Eric Bibb die van Champagne Charlie ooit voor samen met Maria Muldaur, het ingetogen “Hobo’s Lullaby” is een heerlijke train song signé Goebel Reeves en “Going Down This Road Feeling Bad” een zalig streepje old-timey country, waarin Theo de Koning, nu op de National slide, opnieuw bewijst een echte snarenvirtuoos te zijn.

Bij wijze van conclusie zou je dus met een gerust gemoed kunnen stellen, dat Champagne Charlie met “Down The Road” een zoveelste bewijs aflevert voor de stelling, dat je voor een portie prima rootsmuziek al lang niet meer de grote plas over hoeft. Dit doorstaat immers moeiteloos zo ongeveer elke vergelijking met het gros van het materiaal dat we dezer dagen vanuit de States mogen ontvangen. Een mooi compliment, lijkt ons.

Champagne Charlie

 

 

JOHN FOGERTY

“Revival”

(Fantasy / Concord Music Group / UMG)

(4) J J J J

 

 

John Fogerty’s nieuwe CD biedt ontegensprekelijk zijn beste werk in jaren. Alleszins sinds het knappe “Centerfield” uit ’85, maar wellicht zelfs sinds zijn hoogdagen bij C.C.R. “Revival” heet de plaat dan ook zeer toepasselijk. Al had het eigenlijk allemaal nog net niets duidelijker gekund. De woorden Creedence en Clearwater hadden er immers ook nog voor mogen staan. Alles hier verwijst op de één of andere manier immers wel naar iets van de groep waarin Fogerty ooit naam voor zichzelf maakte. En daarover hoort u ons alvast niet klagen. Of het nu gaat om de aan dingen als “Have You Ever Seen The Rain?” en “Lodi” verwante country rock van “Gunslinger” en “Broken Down Cowboy”, dan wel om een catchy shuffle genre het veelzeggend getitelde “Creedence Song”, bluesy materiaal à la “Long Dark Night”, een knappe trage type “River Is Waiting”, pure old-time rock & roll van het slag van “It Ain’t Right” en “I Can’t Take It No more”, het doet eigenlijk allemaal niet zo heel erg veel terzake, het is gewoon allemaal even lekker. Fogerty lijkt eindelijk zijn grote vorm van weleer te hebben hervonden. Zijn fans van het eerste uur zullen het wellicht net als ons maar wat graag zien gebeuren. Maar ja, wie niet eigenlijk…

John Fogerty

Concord Music Group

 

 

VARIOUS ARTISTS

Putumayo Presents Americana

(Putumayo World Music)

(4) J J J J

 

 

Ruim twintig jaar lang nu al doet Putumayo World Music verwoede pogingen om er voor ons als luisteraars de wereld op muzikaal vlak een heel klein beetje overzichtelijker op te maken. Sedert 1993 verschenen daartoe in de reeks “Putumayo Presents…” vrijwel maandelijks nieuwe, behoorlijk prettig geprijsde deeltjes gewijd aan telkens weer andere muziekculturen. En wat het wat ons betreft allemaal alleen nog maar een beetje mooier maakte, was dat een groot deel van de opbrengst van elk van die volumes telkens weer grootmoedig geschonken werd aan een goed doel. Zo zal men zich bij Second Harvest, een organisatie die zich tot doel heeft gesteld lokale Amerikaanse gemeenschappen, die om de één of andere reden dagelijks geconfronteerd worden met honger uit de nood te helpen, wellicht nu al in de handen wrijven in de wetenschap dat Putumayo binnenkort een groot deel van de uit een eerste aan het Americana-genre gewijde verzamelaar aan hen zal schenken.

Maar “What’s in it for us?” zal u zich afvragen. Wel, een heel erg mooie staalkaart van wat het genre zoal allemaal te bieden heeft. Lekker gevarieerd alleszins en op die manier keurig inspelend op het gegeven, dat Americana eigenlijk een hele ruime noemer is. Old Crow Medicine Show (“Wagon Wheel”), Tim O’Brien (de vooral in de uitvoering van de Animals bekende traditional “House Of The Rising Sun”) en Alison Brown (“Deep Gap”) tekenen zo voor de bluegrassnoot hier, Eliza Lynn (het jazzy, speciaal voor deze collectie opgenomen “Sing A New Song”), Robert Earl Keen (“Ride”), Josh Ritter (“Harrisburg”) en Terri Hendrix (“Prayer For My Friends”) vertegenwoordigen het singer-songwritergild, Norah Jones en The Little Willies doen het met bluesy country (“It’s Not You It’s Me”), RobinElla (“Down The Mountain”), Chip Taylor & Carrie Rodriguez (“Sweet Tequila Blues”) en Mulehead (“Frankie Lee”) bedrijven Americana op z’n puurst en Ruthie Foster (“Hole In My Pocket”) doet iets moois met soul.

Het minste wat je hiervan kan zeggen, is dat het een met kennis van zaken samengestelde collectie is. En wij hopen dan ook van ganser harte, dat het niet bij één enkel deeltje besteed aan ons lijfgenre zal blijven.

Putumayo World Music

 

 

STEPHEN SIMMONS

“The Superstore”

(Download only!)

(3,5) J J J J

 

 

Wie net als ons pas kennismaakte met de Amerikaanse singer-songwriter Stephen Simmons naar aanleiding van diens uitstekende CD “Last Call” uit 2004 zal zijn pret niet op kunnen met deze uitsluitend als download aangeboden “heruitgave” van zijn eigenlijke debuut uit 2002. Via het onvolprezen CD Baby kan je je die nu tot een volwaardige langspeler uitgebreide eersteling digitaal aanschaffen. De oorspronkelijke E.P. “The Superstore” bevatte vijf in een kleine bar in Murfreesboro, TN opgenomen liedjes, waarvan er enkele (“Loserville”, “Sweet Salvation”, “Black Skies”) het later tot op Simmons’ vistekaartje “Last Call” zouden schoppen. Just a man, his guitar and harp, maar als bewijsmateriaal voor het onmiskenbare talent van Simmons ruimschoots voldoende. Die vijf liedjes werden nu geremasterd en aangevuld met nog eens negen andere. Het betreft daarbij niet eerder verkrijgbaar materiaal en een knappe versie van Springsteens “Highway Patrolman”. En dat blijkt een zeer toepasselijke cover. Het materiaal op “The Superstore” herinnert in al zijn naaktheid immers in meer dan één opzicht aan dat van “Nebraska” van The Boss. En dat betekent hier nog altijd héél goede punten oogsten…

Stephen Simmons

CD Baby

 

 

VARIOUS ARTISTS

“The Fine Art Of Music”

(CoraZong Music)

(4) J J J J

 

 

 

Eindelijk ook eens label sampler die voldoet aan alle daaraan door ons gestelde criteria! “The Fine Art Of Music” biedt net als het Nederlandse CoraZong Music zelf eigenlijk gewoon het beste van twee werelden. Platenbaas Bert de Ruiter bewandelde de voorbije jaren immers telkens met succes de gouden middenweg tussen meerdere gedachten. Bij het selecteren van materiaal voor zijn label vond hij steeds weer het perfecte evenwicht tussen overzeese en lokale producties en tussen oud en nieuw. En die dualiteit wordt ook gereflecteerd door “The Fine Art Of Music”. Die met zorg samengestelde dubbelaar biedt immers niet enkel tracks van de afgelopen maanden via CoraZong verschenen nieuwe CD’s van Alastair Moock, Jeff Talmadge, John Coinman, de Mercy Brothers, JP Den Tex, Peter Cooper, Krista Detor, inneke23 & The Lipstick Painters, Kim Carnes, Last Train Home, Patricia Vonne en Jean Paul Rena & Terrawheel maar ook een heleboel niet te versmaden extraatjes. Liefst dertien nergens anders verkrijgbare tracks werden aan het geheel toegevoegd. Daarbij betreft het live-opnames, niet eerder uitgebracht spul en zelfs speciaal voor deze collectie opgenomen liedjes. Van singer-songwriter Alastair Moock krijgen we zo bijvoorbeeld een fraaie, “en plein public” ingeblikte lezing van Mississippi John Hurts “My Creole Belle”, van John Coinman het exclusieve “You And Me, Oui”, van Krista Detor het van de enkel in de States verkrijgbare plaat “Wilderness Plots” geplukte “More Than I Dare Say”, van Jean Paul Rena de heerlijke akoestische demo van “Blue Son”, van de Mercy Brothers de ook al volslagen exclusieve ingetogen beauty “Waiting For A Better Day”, van Peter Cooper het van de niet meer verkrijgbare EP “The Clown Juice” getrokken “Gospel Song”, van onze eigenste inneke23 en haar Lipstick Painters het ongemeen mooie “Christmas Song”, van JP Den Tex “Looking For Rosie”, de Engelstalige versie van “Op Zoek Naar Rosie”, de meest populaire track uit zijn recente tour-de-chant met Kees Prins en Paul de Munnik, en van Kim Carnes het voor het KRO-programma “American Connection” ingezongen “Still Warmed By The Thrill”. Jeff Talmadge, Last Train Home en Patricia Vonne doen het op hun beurt met de live tracks “Wild And Precious Things”, “(Say) Won’t You Be Mine” en “Rebel Bride”. En dan zijn er als toetje ook nog eens twee video’s. Eén daarvan toont flamencogitarist Teye samen met Joe Ely en Jessie Taylor in “Dos Amigos”, de andere Patricia Vonne nog eens met “Rebel Bride” van haar CD “Guitars & Castanets”. En dat allemaal voor zo’n euro of tien! Dat noemen wij nu nog eens waar voor je geld krijgen!

CoraZong Records

 

 

VASHTI BUNYAN

“Some Things Just Stick In Your Mind”

(Singles And Demos 1964 To 1967)

(Fat Cat / PIAS)

(3,5) J J J J

 

 

Fraaie, naar haar door het duo Jagger en Richards gepende debuutsingle uit ’65 genoemde retrospectieve gewijd aan het prille werk van de sinds kort weer volop in de belangstelling staande Vashti Bunyan. Uitgesmeerd over twee CD’s krijgen we daarop het complete vroegwerk van de Britse. Het betreft daarbij zeven singles, waarvan er een drietal nooit eerder verschenen, een stapeltje demo’s en een volledige tape met haar allereerste studio-opnames of wat Bunyan “haar pop songs” noemt. Want wat men in het verleden ook allemaal over haar moge beweerd hebben, zelf wilde ze aanvankelijk vooral niet door het leven stappen als een folkie. Ze zag zichzelf eerder als een popzangeres met weliswaar flink wat folkgetinte songs op haar repertoire, maar toch… Nu waren er natuurlijk wel een aantal elementen voorhanden, die het er de critici indertijd niet gemakkelijker op maakten om haar niet als een folkzangeres te omschrijven. Er was vooreerst die prachtige, heerlijk ijle sirenenzang van ‘r! En dan natuurlijk ook haar eigenzinnige “meisje-met-gitaar-aanpak”. Alles wees gewoon richting folk…

Maar laten we alle hokjesonzin vooral even terzijde, want dit is volop genieten geblazen! Vooral het materiaal van de eerder dit jaar door Bunyan zelf van de vergetelheid geredde tape is van een regelrecht ontwapenende schoonheid. Als een achteloos op vasttapijt achtergelaten sigarettenpeuk brandden de frêle liedjes daarop vrijwel ogenblikkelijk een heel klein gaatje in het hart van deze zwaar onder de indruk achter blijvende luisteraar.

Aanbevolen wat ons betreft vooral aan allen die het vroege werk van Sandy Denny, Joni Mitchell en Marianne Faithfull wel wisten te waarderen!

Vashti Bunyan op MySpace

Fat Cat

PIAS

 

 

VARIOUS ARTISTS

“Bluegrass Country Soul”

(Time Life / Ryko / Rough Trade)

(DVD)

(4) J J J J

 

 

Een regelrecht droomgeschenk voor al wie het bluegrassgenre een warm hart toedraagt. Het betreft hier immers de “35th anniversary collector’s edition” van de in 1971 door Albert Ihde gedraaide en inmiddels tot een heuse underground classic uitgegroeide film over Carlton Haney’s zevende, tijdens het weekend van Labor Day in Camp Springs, North Carolina gehouden driedaagse bluegrassfestival, het eerste in zijn soort. Met muziek van groten uit het genre als de Lilly Brothers, Tex Logan & Don Stover, Ralph Stanley & His Clinch Mountain Boys (met een nog piepjonge Ricky Skaggs op de mandoline en een nog even groene Keith Whitley op de gitaar), J.D. Crowe & The Kentucky Mountain Boys, Jimmy Martin & The Sunny Mountain Boys, de Blue Mountain Boys, Del McCoury & The Dixie Pals, The Country Gentlemen, The New Deal String Band, de Osborne Brothers, de Japanse Bluegrass 45, Mac Wiseman & Blackwell & Collins & The Dixie Bluegrass Boys, Roy Acuff & His Smoky Mountain Boys, The Bluegrass Alliance, Chubby Wise en de Earl Scruggs Revue bevat de prent een ware schat aan historisch materiaal. En bovendien blijkt het daarbij ook nog eens te gaan om een door genreconnoisseur Fred Bartenstein vakkundig aan elkaar geprate aaneenschakeling van beelden van diverse herkomst. Ihde beperkte zich immers zeker niet alleen tot een natuurgetrouw verslag van het festival zelf, maar doorspekte het geheel ondermeer ook nog met tal van interessante interviews, leuke beelden van het festivalpark en zijn bezoekers en werkelijk onbetaalbare shots van spontane jamsessies. Dit móeten we, ondanks de zeker niet meer altijd even geweldige beeldkwaliteit, dan ook gewoon warm aanbevelen!

Time Life

Rykodisc

 

 

MARY GAUTHIER

“Between Daylight And Dark”

(Lost Highway / UMG)

(5) J J J J J

 

 

Net als “Civilians”, de hier eerder deze maand besproken nieuwe van Joe Henry, een kandidaat CD van het jaar, deze door diezelfde Henry geproduceerde vijfde van Mary Gauthier. Daarop valt op tekstueel vlak weer zo ongelooflijk veel te beleven, dat je nauwelijks nog anders kan dan Gauthier tot de allergrootsten van het Americana-genre te rekenen. De emotionele diepgang van haar materiaal is wederom ronduit indrukwekkend te noemen. Hoe ze bijvoorbeeld de bodemloze wanhoop van de inwoners van New Orleans na de verwoestende doortocht van de orkaan Katrina weet te vatten in “Can’t Find The Way”, heimwee en verlangen naar een geliefde aan het thuisfront weet te verklanken in “Please” en haar respect voor een uitstervende soort schildert in “Last Of The Hobo Kings” spreekt zwaar tot de verbeelding. En hoe ze in het bluesy, samen met Hayes Carll gepende “Snakebit” dingen niet eens hoeft uit te spreken om er je deel aan te maken, scenaristen zouden er een flinke kluif aan hebben! Da’s trouwens niet de enige co-write hier. Zo tekende Fred Eaglesmith bijvoorbeeld mee voor het titelnummer, deed Jeff Spence een duit in het zakje voor het bijzonder fraaie liefdesleedliedje “Before You Leave”, deelde Liz Rose de credits voor “Same Road” en draafden Travis Meadows en Kristen Hall op voor respectievelijk “I Ain’t Leaving” en “Soft Place To Land”. Voor de backing vocals in dat laatste tweetal tekenden Loudon Wainwright en Sally Dworsky. Verder waren er ook nog gesmaakte bijdragen van Jay Bellerose (drums en percussie), Greg Leisz (tal van gitaren, pedal & lap steel, Weissenborn, dobro en mandoline), David Piltch (akoestische en elektrische bas), Patrick Warren (toetsen) en special guest Van Dyke Parks (piano in “Can’t Find The Way”). Zij voorzagen Gauthier van een in al z’n soberheid erg warm aanvoelend muzikaal decorum, waarin ze haar duidelijk als een vis in het water voelde. Die semi-akoestische aanpak levert hier zo menig een “soon to be classic” op. Met in pole position naast het al genoemde tweetal “Snakebit” en “Can’t Find The Way” vooral ook “Thanksgiving”, het bijzonder aangrijpende relaas van een gevangenisbezoek. Erg, erg mooi!

Mary Gauthier

Lost Highway Records

 

 

MOOT DAVIS

“Already Moved On”

(Little Dog Records)

(4) J J J J

 

 

In the mood voor een potje hard country? Dan ben je in the mood voor Moot! Moot Davis, that is! De beste man liet onlangs vanop het Little Dog Records-label  van de ooit nog als gitarist van Dwight Yoakam roem vergarende Pete Anderson zijn tweede, ook door die Anderson geproduceerde CD op de wereld los. En dat is een plaat, die al het goede wat al naar aanleiding van zijn titelloze debuut in 2004 over hem werd verteld en geschreven ruimschoots bevestigt. Zo is openingsnummer “Toggle Switch” bijvoorbeeld een door knap gitaarwerk van alweer Anderson aangejaagde “tip of the hat” aan het adres van Buck Owens en de Bakersfield sound. “Talkin’ Bout Lonely”, samen met het al van Johnny Paycheck bekende “I’m The Only Hell (My Mama Ever Raised)” het enige niet door Davis zelf gepende nummer op de plaat, twangt er dan weer bezadigd een eindje op los, “The Man, The Myth” lijkt zo weggelopen van het repertoire van de hier al eerder genoemde Yoakam in een Cash-gezinde bui, “It Ain’t Right” flirt mede dankzij een geweldige accordeonbijdrage van Michael Murphy openlijk met Tex-Mex, titelnummer “Already Moved On” is een wolk van een trage, “Go Down Alone” laat er geen twijfel over bestaan, dat Davis een fan is van zowel Hank Williams Sr. als van Webb Pierce, “Used To Be You” wentelt zich ergens diep in de vroege uurtjes in een eenzame hoek van de honky-tonk in pedal steel- en pianoklanken, “Way Down Town” koppelt twangy gitaren aan stofferige weemoed en “Deeper In Your Love” is bijzonder catchy country rock. Absoluut geen kwaad woord dus over deze “Already Moved On”! Zó en niet anders hoort country anno 2007 te klinken!

Moot Davis

Little Dog Records

 

 

MICHAEL FRACASSO

“Red Dog Blues”

(Little Fuji Records)

(4) J J J J

 

 

Michael Fracasso beschikt over wat zijn Amerikaanse landgenoten zouden omschrijven als “a mighty fine way with words”. Als een jutter struint hij in zijn liedjes bedachtzaam over het strand van zijn eigen dagdagelijkse bestaan en vindt er in op het eerste gezicht vaak ogenschijnlijk banale voorvallen de aanzet tot fraaie, niet zelden zeer meeslepende teksten en verhalen. In het qua invulling een beetje aan Randy Newman herinnerende titelnummer grijpt hij zo bijvoorbeeld de dood van één van z’n huisdieren aan om zich te uiten met betrekking tot het in zijn ogen universele recht om te sterven. Controverse gegarandeerd! In het sympathiek rammelende “Texas Lost Highway” steekt hij met de tong diep in de wang geplant dan weer serieus de draak met een aantal graag terugkerende stereotypen in het songgoed van veel van zijn Texaanse collega’s, “Red White & Blue” kijkt door de ogen van een in eenzaamheid zwelgende oorlogsveteraan gebroken terug op een leven vol dienende vaderlandsliefde, het in een jazzy sfeertje badende “Hurricane”, geschreven lang voor de doortocht van de “verwoestende schoonheden” Rita en Katrina, beschrijft achteraf gezien op bijna visionaire wijze het immense leed dat die twee dames later zouden veroorzaken en “There Goes The Neighborhood” tackelt in één vlotte beweging zowel het gedrag van zijn eigen buren als dat van heel wat andere kortzichtigen in zijn land.

“Red Dog Blues” werd geproduceerd door David Hamburger en bevat naast gevarieerd snarenwerk van deze laatste ondermeer ook gastbijdragen van toetsenist Jamie Hilboldt, Ollabelle-bassist Byron Isaacs, drummer-percussionist J.J. Johnson van de Charlie Sexton Band, mandolinespeler Alex Rueb en blazers Dan Torosian en Rick White. Samen met gastheer Fracasso leveren zij een erg puike, heerlijk gevarieerde singer-songwriter-CD af, die zich misschien nog het best laat omschrijven als alles behalve typisch Texaans. En da’s niet eens abnormaal te noemen, in acht nemend dat de dezer dagen weliswaar in Austin residerende Fracasso als kind van Italiaanse immigranten geboren werd in Mingo Junction, Ohio.

Michael Fracasso

CD Baby

 

 

SONGWRITERS UNITED

“Another Round With…”

(Inbetweens Records / Clear Spot)

(4) J J J J

 

 

Samen sterk! Dat was het motto, dat BJ Baartmans, Eric Devries, Louis van Empel en Eric van Dijsseldonk er in 2004 toe aanzette om hun krachten op regelmatige basis te gaan bundelen. Hun voornaamste betrachting was het, om zo een wat breder publiek te gaan bereiken. Nu waren zogeheten “songwriters circles” natuurlijk al lang geen nieuw fenomeen meer, maar een kransje bestaande uit vier Nederlandse vakbroeders was toch weer net wat anders. En dat trok dan ook vrijwel meteen de aandacht. Een eerste resultaat van de samenwerking tussen de vier was de in juni 2005 uitgebrachte DVD “Songwriters United”, een in zaal Cambrinus te Horst opgenomen set, aangevuld met wat akoestische huis-en-tuinvlijt, solo gebrachte liedjes en een blik achter de schermen. Zo ongeveer de ideale kennismaking met het gelegenheidskwartet dus.

En nu is er met “Another Round With…” dus ook een eerste CD. En wat voor één! Baartmans, Devries, van Empel en van Dijsseldonk brengen daarbij begeleid door de anderen om beurten eigen liedjes en vullen deze aan met enkele aparte covers. Hun versie van “Road To Nowhere” van Talking Heads is op z’n minst verrassend te noemen. De prachtige samenzang van het kwartet en een subtiele mandolinebijdrage van Devries vormen daarin de troefkaarten, die zorgen voor een zekere meerwaarde. Oók erg knap is de het album afrondende versie van de Hank Williams-klassieker “I’m So Lonesome I Could Cry”. Dat groeit mede dankzij geslaagde banjo-, mandoline- en harmonicakunstjes en wisselzang uit tot een fraai streepje eigentijdse old-time.

Voor de sterkste nummers van de plaat tekenen de vier heren echter zelf. Zo is Eric Devries’ “Another Round” bijvoorbeeld een heerlijk, nogal opzichtig met bluegrass flirtend americanaliedje, doet van Dijsseldonk met “I Don’t Need You” iets heel moois binnen het vakje roots pop, kruipt van Empel in de voetsporen van Tom Waits in het grootstadsbluesje “Moths To A Flame” en toont Baartmans zich andermaal een meester-tekstdichter in het bezadigd rootsrockende “When There’s No Rest”. Van de acht hier gebrachte eigen nummers verschenen er vijf overigens nooit eerder op plaat.

Al bij al een prachtig muzikaal statement van vier klasbakken, die hier zowel als leveranciers van songs als als zangers en instrumentalisten uitblinken. Het geheel blijkt daarbij zoals wel vaker weer eens duidelijk groter dan de som der afzonderlijke delen!

Songwriters United

Inbetweens Records

 

 

GUIDED BY VOICES

“Live From Austin, TX

(New West Records / Sonic Rendezvous)

(3,5) J J J J

 

 

Een nakomertje in onze recente poging om New West Records bij te benen in haar door een wel erg grote dadendrang gekenmerkte CD/DVD-reeks gewijd aan het populaire muziekprogramma Austin City Limits. Het betreft een op 9 november 2004 ingeblikte uitzending gewijd aan het kort daarop ontbonden Guided By Voices. Uitgesmeerd over twee CD’s krijgen we liefst dertig songs van het prettig gestoorde genie Robert Pollard en zijn toenmalige kompanen aangeboden. En daarmee wordt een behoorlijk accuraat beeld van alles waarvoor de groep ooit stond opgehangen. Op hun best waren Robert Pollard, Doug Gillard, Nate Farley, Kevin March en Chris Slusarenko een goed geoliede rockmachine, die steeds weer garant stond voor opwindende avondjes uit. Minstens even vaak echter verloren ze zich in dronken, totaal ongeïnspireerde gigs. Of combineerden ze gewoon de twee. Maar als ze goed op dreef waren, en dat is hier meestal het geval, dan was het ook echt wel héél goed. We noemen bijvoorbeeld heerlijke lappen gitaargestuurde indie rock als “Girls Of Wild Strawberries” en “Gold Star For Robot Boy” om die stelling kracht bij te zetten. Of de van hun laatste album “Half Smiles Of The Decomposed” geplukte semi-ballade “Window Of My World” ook. Het zijn slechts enkele voorbeelden. Heel wat van het materiaal op deze “Live From Austin, TX”-aflevering valt immers onder wat Robert Pollard zelf terloops terecht “fun for the whole family” noemt. En ook al beschrijft samensteller van dienst Terry Lickona het dan ook nog als “lo-fi”, eigenlijk heeft het daar allemaal niet zo heel erg veel meer mee te maken. Wat Guided By Voices hier aan zowel ouder als nieuw materiaal brengt klinkt doorgaans gewoon af. Sterke songs, gedreven gespeeld, lekker energiek wegrockend! En meer moet dat voor ons absoluut niet zijn, punt!

Guided By Voices

Live From Austin, TX

New West Records

Sonic Rendezvous

 

 

HYACINTH HOUSE

“Black Crows’ Country”

(A True Music Production / Bertus)

(3,5) J J J J

 

 

Nummer twee van het uit het kleine Zweedse plaatsje Västervik afkomstige zestal vernoemd naar een nummer op “L.A. Woman” van de Doors. En dat album staat net als het al in 2005 verschenen en bijzonder lovend onthaalde titelloze debuut van de band vol met donkere, regelmatig ook flink de psychedelische toer opgaande alt. country. De banjo, de mandoline en de cello weer voortdurend op messcherp, de niet zomaar een klein beetje aan David Eugene Edwards herinnerende zang van kopstuk Mack Johansson, het hypnotiserende gitaarwerk van Andreas Berg, alle elementen om andermaal met vergelijkingen met Sixteen Horsepower, Woven Hand en Grant Lee Buffalo beginnen te schermen zijn voorhanden. Maar dat verdient dit Zweedse sextet eigenlijk niet. Daarvoor is z’n muziek gewoon té goed en té apart. Eén keer beluisteren en je bent geheid verkocht, zó zwaar verslavend werkt dit spul!

Hyacinth House

Bertus

Amazon