CAC Banner.jpg

  

ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2009

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

JENEE HALSTEAD “The River Grace” - ROSANNE CASH “The List” - BLOODKIN “Baby, They Told Us We Would Rise Again” - CAM PENNER “Trouble & Mercy” - SIGNE TOLLEFSEN “Signe Tollefsen” - JIM PHOTOGLO “Is It Me?” - MALCOLM HOLCOMBE “For The Mission Baby” - ARTY HILL & THE LONG GONE DADDYS “Montgomery On My Mind – The Hank E.P.” - SAM BAKER “Cotton” - OKIESON “Cupboard Full Of Things” - EXENE CERVENKA “Somewhere Gone” - GREG TROOPER “The Williamsburg Affair” - CORB LUND “Losin’ Lately Gambler” - MARK STUART & THE BASTARD SONS “Bend In The Road”

 

JENEE HALSTEAD “The River Grace” (Jenee Halstead)

(4****)

Voor ons één van dé revelaties van het najaar van 2009 so far, deze Jenee Halstead! Slechts één nummer had die jonge Amerikaanse nodig om ons van haar behoorlijk indrukwekkende kunnen te overtuigen. Dat was de ingetogen beauty “Drunkard’s Lullaby”, een wolk van een ergens tussen folk en Americana strandend liedje, waarin ze niet enkel illustreert een fantastische zangeres te zijn, maar ook een uitstekende songsmid. En dat doet ze op het door Evan Brubaker geproduceerde “The River Grace” wel meer. In “Dusty Rose” bijvoorbeeld ook. In die mid-tempo Americana-ballade herinnerde ze ons eigenlijk nogal nadrukkelijk aan Emmylou Harris. Sierlijk heen en weer manoeuvrerend tussen de door de mandoline van Zak Borden en de dobro van Mike Grigoni geproduceerde klanken zingt ze zich ook daarmee met spelend gemak zó je hart binnen. Die altstem van ‘r blijkt een echt godsgeschenk! Andere hoogtepunten: het old-timey ingekleurde “Reach Up”, het met Megan Peters gepende “St. Peter”, het nog volop op de ooit in Cambridge gebruikelijke leest geschoeide folkdeuntje “Before I Go”, het ronduit heerlijke titelnummer en het naar één van haar eigen helden vernoemde “Nick Drake”. Zondermeer een aanrader, vinden wij! Zeker voor muziekliefhebbers die, zoals ons, de al genoemde Emmylou Harris, Patty Griffin en Shawn Colvin een warm hart toedragen.

Jenee Halstead

CD Baby

 

ROSANNE CASH “The List” (Manhattan)

(4****)

Zelfs vanuit zijn graf blijft Johnny Cash met enige regelmaat de gemoederen beroeren. Ditmaal echter voor één keer niet met een zoveelste collectie liggen gebleven eigen liedjes, maar onrechtstreeks, via de nieuwste van zijn dochter Rosanne. Die plaat kreeg niet geheel toevallig de titel “The List” mee. Het betreft immers een geheel, waarop Cash ons interpretaties serveert van een reeks essentiële countryliedjes, haar ooit door wijlen haar vader middels een lijstje toevertrouwd. John Leventhal tekende voor de productie ervan en zag zijn beschermelinge ondermeer de muzikale koffer induiken met Bruce Springsteen (voor “Sea Of Heartbreak”), Elvis Costello (voor “Heartaches By The Number”), Wilco’s Jeff Tweedy (voor “Long Black Veil”) en Rufus Wainwright (voor “Silver Wings”). En dat zijn slechts enkele van de vele hoogst interessante herinterpretaties door Cash. We noemen verder ondermeer ook nog lekker jazzy aandoende vertolkingen van “Miss The Mississippi And You” en “Take These Chains From My Heart”, een hier sensueel twangend “I’m Movin’ On”, een werkelijk door en door mooie countryfolk-uitvoering van “Girl From The North Country” en het haar echt op het lijf geschreven “Bury Me Under The Weeping Willow”. Al bij al een verrassend sterke plaat!

Rosanne Cash

 

BLOODKIN “Baby, They Told Us We Would Rise Again” (Freeworld / Bertus)

(3,5****)

Zevende album reeds van een hier nog eerder onbekend vijftal uit Atlanta, Georgia. David Barbe tekende voor de productie ervan, Drive-By Trucker Patterson Hood schreef de liner notes en enkele van de Truckers en van Widespread Panic kwamen een handje toesteken. En daarmee weet je zo ongeveer wel welke richting het hier uit gaat zeker? Die van de Southern rock inderdaad! En de Bloodkin-variant daarop mag er best wezen ook. Vooral in wat tragere, eerder slepend gebrachte songs als “My Name Is Alice” of “The Viper” kunnen wij ons absoluut vinden. Die worden lekker soulvol gebracht en wakkeren de ook zo al voor de hand liggende vergelijkingen met de Drive-By Truckers alleen nog maar meer aan. Live allicht niet te versmaden, dit kwintet!

Bloodkin

Freeworld

Bertus

 

CAM PENNER “Trouble & Mercy” (Prairie Boy Records / Lucky Dice)

(4****)

De Canadees Cam Penner heeft met zijn derde CD “Trouble & Mercy” zowat zijn eigen “Nebraska” afgeleverd. Op de opvolger van het nochtans laaiend enthousiast onthaalde “Felt Like A Sunday Night” gaat hij voor het eerst aan de slag zonder zijn vaste begeleiders van The Gravel Road. Hij kiest resoluut voor een zo puur mogelijk geluid, waarbij naast hemzelf (zang, akoestische gitaar, harmonica) enkel Jon Wood (elektrische gitaar, pedal en lap steel, banjo, piano) nog van een vaste stek verzekerd is. Her en der een nootje viool, wat accordeon en een bas completeren het geheel. Geen drums dus. De ritmes worden aangegeven met de voet of met de hand, op een knie of op een koffer bijvoorbeeld. En dat resulteert in een geweldige reeks songs. Liedjes, waarvoor met name de zelfkant van de huidige maatschappij een dankbare bron bleek. En iets anders hadden we van de sociaal erg bewuste Penner eigenlijk ook niet verwacht. We vinden het keer op keer opnieuw genieten geblazen bij ’s mans liedjes. Prachtig, hoe hij het persoonlijke en het universele steeds weer perfect weet verzoenen in zijn nummers. Zelfs een op het eerste gezicht eerder gewoon liefdesliedje als “She’s In My Head” krijgt daardoor absoluut niet de kans om in oppervlakkigheid te verzanden. Op poëtische wijze observeert Penner tegelijk wat er om hem heen gebeurt en wat er zich op hetzelfde moment in zijn geest afspeelt. En dat leidt zonder uitzondering tot ronduit verbluffend mooie resultaten. Een aanrader zondermeer!

Cam Penner

Lucky Dice Music

 

SIGNE TOLLEFSEN “Signe Tollefsen” (CoraZong)

(4****)

Met Signe Tollefsen heeft het kleine maar fijne Nederlandse platenlabel CoraZong Records ontegensprekelijk zijn zoveelste goudhaantje beet. Tollefsen, die hoge ogen gooide tijdens de prestigieuze Grote Prijs van Nederland, is een waar fenomeen. En haar titelloze debuutplaat is er wis en waarachtig eentje om duimen en vingers bij af te likken. Met haar enigszins afstandelijk aandoende, maar immer sensuele voordracht heeft Tollefsen zo ongeveer het effect van een sirene op een mens. Haar zang zuigt je compromisloos op de klippen van haar liedjes. Kleinoden, die zich allicht nog het best laten vangen onder de noemer folk noir. Folk, maar dan wel met een alternatief, enigszins beklemmend randje. Met prachtige instrumentale bijdragen van René van Barneveld (pedal steel, slide en elektrische), Joseph King (viool en mandoline), Jerry Goodman (viool), Glen Berger (basklarinet), Alper Kekeç (bendir), Roel Spanjers (accordeon), Jasper Mortier (bas), Paul Ill (bas), Stewart Cole (trompet) en Erik Spanjers (drums). Zelf bespeelt Tollefsen bovendien ook nog gitaar, banjo, harmonium, dulcimer en piano. Het resultaat is een plaat met internationale allure. Een plaat, waarmee Tollefsen zich met sprekend gemak zou moeten kunnen opwerken tot één van de nieuwe lievelingen van de alternatieve singer-songwriterscène. Ze verdient het alvast zeker!

Signe Tollefsen

CoraZong Records

 

JIM PHOTOGLO “Is It Me?” (Grifftone)

(3***)

Jim Photoglo zou je eerder een singer’s songwriter dan een singer-songwriter kunnen noemen. Al meer dan dertig jaar lang schrijft de beste man immers liedjes, die vervolgens voornamelijk door anderen aan een zekere hitstatus worden geholpen. Tot zijn clientèle mag Photoglo onder anderen Travis Tritt, Kathy Mattea, Vince Gill, The Nitty Gritty Dirt Band (“Fishin’ In The Dark”) en Kenny Rogers rekenen. Zelf wil hij echter zo nu en dan ook wel eens iets inblikken. Zo nam hij in de jaren zeventig en negentig al enkele albums op en deed hij ook mee op het plaatwerk van bluegrass-covergroep Run C&W. Maar dan werd het even stil rond zijn persoontje, tot hij in 2005 plots opnieuw uitpakte met “Sparks On The Radio”. En nu is er dus “Is It Me?”, de opvolger daarvan. En daarop is andermaal duidelijk te horen, waarom Photoglo’s liedjes zo gretig aftrek vinden bij voornamelijk commerciële country acts. Het merendeel van zijn materiaal is weliswaar best o.k., maar tegelijk ook een weinig aan de wat gladde kant. Het zweeft ergens tussen commercieel verantwoorde country en het wat puurdere spul (Americana). Gelukkige uitzonderingen zijn wat dat betreft het louter sfeermatig volop naar de zuidelijke Staten van Amerika lonkende “Kudzu”, het rootsy rockende “It Used To Take A Little”, het met Jonatha Brooke gepende en met Suzy Ragsdale gebrachte Americana-deuntje “Here For You Now”, het verleidelijk jazzy aandoende “That’s What I’m Talkin’ About” en het afsluitende en in vergelijking met de rest hier wel erg folky overkomende “Daddy’s Lullaby”. Deze en andere nummers op “Is It Me?” zullen vroeger of later ongetwijfeld ook wel weer gaan opduiken op de platen van veel bekendere country acts. En wedden, dat je Photoglo’s versies dan effectief beter zal vinden?

Jim Photoglo

 

MALCOLM HOLCOMBE “For The Mission Baby” (Echo Mountain)

(5*****)

Nooit gedacht, dat het nog kon, maar hij flikt het ‘m dus wel degelijk wel, he! “For The Mission Baby” is nóg beter dan voorganger “Gamblin’ House”! De vanuit Asheville, North Carolina actieve songsmid Malcolm Holcombe klinkt op zijn andermaal onder de productionele hoede van Steve Earle’s Twangtrust-buddy Ray Kennedy opgenomen nieuwe CD nóg een stuk bezielder, nóg wat rauwer en nóg intenser dan voorheen! Vanaf nu is er absoluut geen ontkomen meer aan! Geflankeerd door David Roe (bassen), Lynn Williams (drums, djembe), Ray Kennedy (akoestische gitaar, piano, shaker stick), Jared Tyler (dobro, lap steel, zang), Tim O’Brien (bouzouki, banjo, mandola, fiddle, zang), Siobhan Maher (zang) en Mary Gauthier (zang) bewijst Holcombe hier nog maar eens twaalf nummers lang tot de allerbeste songwriters van het moment te behoren. Heerlijk “down to earth” klinkt wat hij en zijn begeleiders hier doen allemaal! Ergens tussen (alt.) country, folk en blues vinden ze samen de ideale voedingsbodem voor liedjes, waarin lang niet allemaal even fraaie kantjes van het leven van alledag in quasi poëtische bewoordingen worden ontleed en rauw-rasperig bezongen. En daarbij blijkt er niet één enkel minpuntje te bekennen! Dit is nergens minder dan briljant! Wat van “For The Mission Baby”  meteen één van dé gedoodverfde favorieten maakt om het straks tot onze plaat van het jaar te schoppen…

Malcolm Holcombe

 

ARTY HILL & THE LONG GONE DADDYS “Montgomery On My Mind – The Hank E.P.”

(Cow Island)

(3,5****)

Moet er nog Hank zijn? Als het van Arty Hill afhangt alvast wel. Hij eert met zijn nieuwe CD “Montgomery On My Mind” het betreurde country-icoon op passende wijze. Hill, wiens onverwachte topnotering in de Freeform American Roots Chart met zijn tweede album “Bar Of Gold” vroeg in 2008 hem absoluut geen windeieren legde, maakte van een moment van relatieve windstilte dankbaar gebruik om vijf Williams-songs en drie eigen liedjes in te blikken. Uit de catalogus van Hank Sr. plukte hij al bij al eerder voor de hand liggende dingen als “Lovesick Blues”, “Take These Chains From My Heart”, “I’m A Long Gone Daddy” (Tiens, tiens, tiens…), “I Can’t Help It (If I’m Still In Love With You)” en “Pan American”, waaraan hij zonder de originelen geweld aan te doen iets van een eigen draai meegaf. De drie Hill-originelen op “Montgomery On My Mind” zijn “Church On Saturday Night”, een lekker authentiek streepje trage honky-tonk, waarin de beste man de lof zingt van respectievelijk Hank Williams en de Grand Old Opry in haar hoogdagen, “Don’s Bop”, een instrumentaal eerbetoon aan Williams’ steelgitarist Don Helms, en het titelnummer, een wat eigentijdser vormgegeven liefdesliedje, waarvan het verhaal zich afspeelt in Williams’ thuishaven in Alabama. Wreed sympathiek allemaal en een zoveelste bewijs voor de stelling, dat échte country nog lang niet dood is!

Arty Hill & The Long Gone Daddys

Cow Island Music

 

SAM BAKER “Cotton” (Music Road)

(5*****)

“Cotton”, het sluitstuk van een met “Mercy” (2004) en “Pretty World” (2007) ingezette trilogie, bevestigt zo ongeveer al het over singer-songwriter Sam Baker reeds verkondigde goeds. Op meesterlijke wijze en eigenzinniger dan ooit puurt de beste man ook daarop weer songs uit de meest onmogelijke onderwerpen. Dit is het leven “according to Sam Baker”. En dat blijkt bij nader inzicht uitzonderlijk lekkere kost! Hij hijst zich wat ons betreft met sprekend gemak tot op de hoogte van huisidolen als wijlen Townes Van Zandt en David Munyon. Vaak meer vertellend dan zingend mikt hij op de harten van zijn luisteraars. In volstrekt unieke bewoordingen schildert hij tot overdenken uitnodigende tafereeltjes, waaraan elkeen wellicht een geheel eigen stukje betekenis zal toekennen. Uiteindelijk zal het echter toch steeds weer de door Baker beoogde boodschap zijn, die blijft hangen. Een mooi voorbeeldje daarvan biedt het intimistische “Signs”. Daarin schetst Baker aan de hand van teksten op kartonnen bordjes in de handen van anderen op straat een vrij accuraat beeld van de wereld anno nu. Net als de bewuste bordjes lijkt ook het liedje zelf wel een schreeuw om aandacht, maar ditmaal wel van zijnentwege. Hoe dan ook, het toont op treffende wijze aan, welk vlees je met Baker in de kuip hebt. Dit is niet zomaar een verteller! Neen, dit is een echte meester aan het werk! Een man, die wars van alle trends schildert met woorden. Een man, waarover we, als hij aan dit tempo pareltjes blijft ophoesten, ooit met evenveel ontzag zullen spreken als over pak ‘m beet de al genoemde Townes Van Zandt, Guy Clark en David Olney. Briljant spul!

Sam Baker

 

OKIESON “Cupboard Full Of Things” (Elektrograph / Bertus)

(4,5*****)

Dit zou straks, als we de eindafrekening over 2009 gaan maken, wel eens dé beste plaat van Nederlandse makelij kunnen gaan blijken. Zondermeer geweldig is het immers, wat Sebastiaan van Bijlevelt en de zijnen op hun tweede CD presteren. In een met de ondermeer van zijn werk met Bonnie Prince Billy en Calexico bekende Mark Nevers gedeelde productie en met de hulp van onder anderen BJ Baartmans (gitaren), Mike Roelofs (Hammond en Wurlitzer), Tony Craw (Lambchop, eveneens toetsen) en Paul Niehaus (Calexico, pedal steel) slagen de vijf van het Nijmeegse Okieson erin om met een volstrekt eigen geluid op de proppen te komen. De elf songs op “Cupboard Full Of Things” zijn stuk voor stuk van een aparte sfeer levende entiteiten, die net even iets “anders dan anders” klinken. Het Amerikaanse rootsmuziekerfgoed dient hier nog wel als uitgangspunt, maar ook niet meer dan dat. Het totaalgevoel blijkt op de keper beschouwd het allerbelangrijkst. En precies daardoor verkrijg je een geheel, dat in de meest uiteenlopende situaties uitstekende diensten kan bewijzen. ’s Morgens bijvoorbeeld, als je bij het opkomen van de zon tussen uitgestrekte weilanden door richting je werk pendelt. Of ’s middags ook, als je een soundtrack bij dat welgekomen eerste moment van ontspanning zoekt. En ’s avonds, als je genietend van je herwonnen rust van puur genot onder je koptelefoon wegdromen kan. Enfin, zo ongeveer op elk moment van de dag dus… De sferische country noir van Okieson zuigt je wanneer dan ook als het ware naar binnen en dompelt je onder in een staat van geestelijke gelukzaligheid. Om het in hun eigen woorden te zeggen: “Een beetje wegzwijmelen heet dat.” Een muzikale roes beleven als het ware. Even weg zijn van alle dagdagelijkse kommer en kwel. Onvoorstelbaar mooi!

Okieson

Bertus

 

EXENE CERVENKA “Somewhere Gone” (Bloodshot / Bertus)

(3***)

Zijn wij de enigen die vinden, dat het eens zo glorieuze Bloodshot Records uit Chicago de jongste jaren flink wat van z’n pluimen heeft verloren? Feit is, dat wij hier al lang niet meer zo vaak als vroeger van onze sokken worden geblazen door materiaal afkomstig van dat label. Ook nu weer niet door “Somewhere Gone”, de eerste, door Lou Whitney geproduceerde soloplaat van de vooral van haar bijdragen aan het semi-legendarische X bekende Exene Cervenka sinds 1991. Dat is in onze ogen niet meteen een album om het risico op een valse start lopend voor uit de blokken richting platenwinkel te schieten. Het is weliswaar allemaal verre van slecht wat Cervenka daarop doet, maar het klinkt tegelijk ook allemaal zó gewoontjes. En wij konden ons dan ook niet van de indruk ontdoen, dat we dit allemaal al eens eerder en vooral ook beter hadden gehoord. Van een Neko Case bijvoorbeeld al, om zomaar voor de vuist weg de eerste naam te noemen die ons bij het beluisteren van “Somewhere Gone” te binnen schoot. Cervenka dwaalt hier op een vergelijkbare manier voortdurend heen en weer tussen (alt.) country en folk noir. Regelmatig wat dromerig aandoend, haast overal eerder intimistisch. Ze doet dat ondermeer in het gezelschap van Amy Farris (strijkers), Dex Romweber (keyboards), Cindy Wasserman (gitaar), Jason Edge (gitaar) en Skeletons Joe Terry (piano) en Lou Whitney (bas). Als leukste momenten noteerden wij uiteindelijk het old-timey ingevulde “The Willow Tree”, het atmosferische, voor een groot stuk van het toetsenwerk van Romweber levende “Let Go And Be Sweet” en het door Farris van een herfstig ondertoontje voorziene “Honest Mistake”. Zo eindigen we toch nog met een positieve noot.

Exene Cervenka

Bloodshot Records

Bertus

 

GREG TROOPER “The Williamsburg Affair” (52 Shakes Records / Lucky Dice Music)

(3,5****)

Naast een extreem getalenteerde singer-songwriter is Greg Trooper bovenal ook een bijzonder eerlijke knaap. Zo liet hij ons een poosje geleden al per e-mail weten, dat hij om zijn “echte nieuwe” CD te kunnen bekostigen eerst nog even terug zou grijpen naar wat ouder materiaal. Het betrof daarbij een album, dat hij in 1995 samen met Eric “Roscoe” Ambel in Williamsburg, Brooklyn inblikte. Zo weet u meteen ook waar het idee voor de titel van het hier besproken schijfje vandaan kwam. Erg lekker geheel trouwens, dat “The Williamsburg Affair”!  Een beetje in de lijn van het een weinig later met Buddy Miller opgenomen “Popular Demons” uit ‘98. Een plaat, waarop trouwens drie herwerkte versies van nummers hier zouden belanden. De Trooper op “The Williamsburg Affair” legde nog niet zo zeer de klemtoon op Americana als die van de jongste jaren. Samen met onder anderen Eric Ambel, Dan Zanes, Joe Flood, Larry Campbell, Kenneth Blevins, Jim Duffy en Andy York komt hij zelfs geregeld aardig (roots)rockend uit de hoek. Wat evenwel niet wegneemt, dat er nog flink wat raakpunten met de huidige Trooper overblijven. Er is in de eerste plaats natuurlijk die bijzonder warme, uit de duizenden herkenbare stem van ‘m. En uiteraard zijn er ook nog de constant van een erg hoge kwaliteit getuigende liedjes en verhalen. Zij doen ogenblikkelijk de vraag rijzen, waarom een album als dit in godsnaam zó lang op de plank is blijven liggen. Dagelijks verschijnen er immers platen, die in vergelijking hiermee zó naar de schroothoop kunnen… Maar overtuig je daarvan vooral zelf! Laat je verleiden door prachtliedjes als het bedrieglijk optimistische “When You’re Not Here”, het ingetogen, door Larry Campbell met een likje pedal steel afgewerkte “These Sunday Nights”, het zalige rockertje “You Will Be Missed” of het met Joe Flood gebrachte “21st Century Boy”. Of door de knappe Neil Young-cover “Wrecking Ball”. Mooi geheel!

(Greg Trooper zal tussen 16 oktober en 1 november een elftal optredens in de Benelux afwerken. Meer informatie daaromtrent vind je in onze agenda!)

Greg Trooper

Lucky Dice Music

 

CORB LUND “Losin’ Lately Gambler” (New West / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

In zijn thuisland heeft de Canadese cowboy Corb Lund al lang niets meer te bewijzen en ook in Europese kringen van rootsmuziekminnaars is zijn ster al een poosje flink rijzende. Niet meer dan logisch dan ook, dat hij zijn pijlen met zijn nieuwste in eerste instantie richt op de bakermat van het countrygenre, de States. En daartoe vond hij in New West Records allicht dé geknipte partner. Dat label grossiert immers in de eerste plaats in kwaliteit. Commerciële potentie is daarbij mooi meegenomen, maar zeker geen noodzaak. En dat verschaft Lund meteen de broodnodige ademruimte. Zijn alternatieve C&W krijgt bij New West eindelijk het platform, waar de beste man eigenlijk gewoon al heel erg lang recht op had. En dat doet hem hoorbaar goed ook! Ongegeneerd trekt hij op “Losin’ Lately Gambler” nog eens zijn hele register open. Met als resultaat een lekker gevarieerd geheel. Van storyteller-Tex-Mex op z’n Marty Robbins in “Devil’s Best Dress” tot bedaard stompende rockabilly in “Steer Rider’s Blues”, van een talking bluesje (“Talkin’ Veterinarian Blues”) tot lijzige, voorzichtig humoristisch ingekleurde Western swing (het aan Willie P. Bennett opgedragen “It’s Hard To Keep A White Shirt Clean”), van outlaw country (het Wayloneske “Chinook Wind”) tot onversneden rock & roll  (“The Only Long Rider I Know”), Lund brengt het allemaal met één en dezelfde vanzelfsprekendheid. Uit elke hier geproduceerde noot hoor je, dat hij al meer dan zijn deel van het vereiste leergeld betaald heeft. Het leven “on the road” en dat “on stage” maakten van hem beetje bij beetje een performer van het allerbeste soort. En dat wordt met het afsluitende nummer, een heerlijk geraffineerde medley van “Rye Whiskey” en “Time To Switch To Whiskey”, alleen nog maar eens extra beklemtoond. Dat in Australië live ingeblikte nummer biedt Lund op z’n allerbest. Van a capella tot boom-chicka-boomend in één en dezelfde adem! Producer Harry Stinson zag dat het allemaal goed was en lachte de tanden middels een brede grijns volledig bloot.

Corb Lund

New West Records

Sonic Rendezvous

 

MARK STUART & THE BASTARD SONS “Bend In The Road” (Texacali / Dualtone / Bertus)

(4****)

The Bastard Sons Of Johnny Cash zijn nu ook officieel niet meer. Maar vooral niet getreurd! De dingen zijn immers niet altijd wat ze zo op het eerste gezicht lijken… Eigenlijk blijft alles hier gewoon zijn gangetje gaan en kiest kopstuk Mark Stuart naamgewijs gewoon voor een wat prominenter plaatsje onder de zon. Lang leve Mark Stuart & The Bastard Sons dus! En dat mag je vooral niet beschouwen als zomaar een routineuze uitroep! Neen, we menen het echt van ganser harte! Stuart heeft zopas immers andermaal een lichtjes fantastische plaat afgeleverd. “Bend In The Road”, ’s mans nieuwste, kan wat ons betreft probleemloos de concurrentie met voorgangers “Walk Alone”, “Distance Between” en “Mile Markers” aan. Een heerlijk gevarieerde lap country is het, die Stuart snel de status van echte topper zou moeten kunnen bezorgen. Het begint allemaal al uitstekend met een erg mooie, eerder bedaarde uitvoering van Shavers “I’m Just An Old Chunk Of Coal”. Vervolgens belanden we via het nogal opzichtig met bluegrass flirtende countryrockertje “Restless, Ramblin’, Man” bij het lekker snedige “When Love Comes A Callin’”. “Power Of A Woman” en “Seven Miles To Memphis” deden ons een weinig denken aan CCR, de ballade “Lonestar, Lovestruck, Blues” is mede dankzij een mooie accordeonbijdrage van Phil Parlapiano Texas op z’n puurst, “Gone Like A Raven” leunt al twangend sterk aan bij het vroegwerk van Stuart en de zijnen en “Everything’s Going My Way” profiteert ten volle van een fijne bluesy groove. En dan hadden we het hier nog niet over de aan een knappe B3-bijdrage van Marty Grebb opgehangen road song “Way Down The Road” en het afsluitende “Carolina”, een échte wolk van een weemoedige trage. Dit vinden wij dan ook zondermeer één van de mooiste countryplaten van het jaar tot op heden! Doe er vooral ook je voordeel mee!

Mark Stuart & The Bastard Sons

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home