CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2013

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

ANDY FAIRWEATHER LOW& THE LOWRIDERS “Zone-O-Tone” - CHRISTIAN KJELLVANDER “The Pitcher” - CHET O’KEEFE “Because Of You” - DAYNA KURTZ “Secret Cannon Vol. 2” - PATTY GRIFFIN “Silver Bell” - NICK LOWE “Quality Street” - LOS LOBOS “Disconnected In New York City” - RICHARD LINDGREN “Driftwood (The 309 Sessions)” - KRISTOFER ÅSTRÖM “An Introduction To Kristofer Åström” - ALLAN TAYLOR “All Is One” - JP DEN TEX “Storyteller, Live At Le Perron” - TIM GRIMM “The Turning Point” - THE MICHAEL DE JONG BAND “Live” - THE HIGH BAR GANG “Lost& Undone, A Gospel Bluegrass Companion” - ERIC SCOTT “Where The Water Runs Deepest” - DONNA ULISSE “Showin’ My Roots” - THE DEEP DARK WOODS “Jubilee” - CAROLINE DOCTOROW “Little Lovin’ Darling” - BRIAN WRIGHT “Rattle Their Chains” - AUSTIN LUCAS “Stay Reckless” - NEW COUNTRY REHAB “Ghost Of Your Charms” - FAVORITE HIPPIES “Sidekick Stories” - AD VANDERVEEN “Live At Crossroads” en “Live Labor” (With The O’Neils) - ELLEN SUNDBERG “Black Raven” - SLOW FOX “Like The Birds” - RICK SHEA “Sweet Bernardine” - THE BAND OF HEATHENS “Sunday Morning Record” - AUDREY AULD “Tonk”

 

 

ANDY FAIRWEATHER LOW & THE LOWRIDERS “Zone-O-Tone” (Proper / Rough Trade-Tone)

(3,5****)

De naam Andy Fairweather Low zullen we allicht voor eeuwig en altijd blijven verbinden met enkele van ’s mans allereerste muzikale wapenfeiten, te weten een aantal hits met de groep Amen Corner. En vooral dan de wereldhit “(If Paradise Is) Half As Nice” natuurlijk. In die groep nam Fairweather Low tot 1969 zowel de zang als het nodige gitaarwerk voor zijn rekening. En ook in de ondertussen ruim vier decennia verstreken sinds de split van “The Corner” zou hij allerminst bij de pakken blijven zitten. Via een nieuwe groep – Fairweather, waarmee hij o.a. de hit “Natural Sinner” scoorde – en tal van platen onder eigen naam rolde de beste man na verloop van tijd vrijwel onopgemerkt het wereldje der veel gevraagde sessiemuzikanten binnen. Iets wat uiteindelijk in de vroege jaren negentig zelfs zou leiden tot z’n toetreding tot Eric Claptons begeleidingsgroep. Hij werkte zo onder meer mee aan het prestigieuze “Unplugged” en aan de daaropvolgende albums “From The Cradle”, “Pilgrim”, “Riding With The King”, “One More Car One More Rider”, “Me & Mr. Johnson” en “Back Home”. Daarenboven mocht AFL zich ook graag in het gezelschap van ex-Beatle George Harrison ophouden en was hij al regelmatig te horen als lid van Bill Wyman’s Rhythm Kings. Een bezige bij dus…

Pas in 2006 zou hij zich echter zelf weer aan een nieuw album wagen, “Sweet Soulful Music” met name. Z’n eerste nieuwe in 26 jaar was dat. En meteen ook het voorzichtige eindpunt van die lange periode van “creatieve droogstand”. Zo blijkt althans nu. Met “Zone-O-Tone” verscheen zopas immers opnieuw nieuw werk van Fairweather Low. Daarop twaalf naar eigen zeggen door de soulmuziek van Stax en Atlantic en materiaal van onder anderen de Four Aces, Josef Locke, Johnny Kidd, Lonny Donegan en de Shadows beïnvloede liedjes. Twaalf songs, door AFL (zang, gitaren en ukelele) ingespeeld met z’n Lowriders Paul Beavis (drums en percussie), Nick Pentelow (saxofoon en klarinet) en Dave Bronze (coproductie, bas en zang) en verder ook Paul Carrack (Hammond-orgel) en een uit Matt Winch (trompet), Graham Hughes (sousafoon) en Andy Flaxman (trombone) bestaande blazerssectie. Samen goed voor wat wij een “onopvallend goed” geheel zouden willen noemen. Pretentieloos vermaak ook wel. Het soort van plaat, dat met elke nieuwe beluistering weer wat meer van z’n aantrekkelijke geheimen prijs blijft geven. Heel soulvol bij momenten, maar zeker ook niet van pop- en rockelementen gespeend gebleven. Voormalige broodheer Eric Clapton en labelgenoot Nick Lowe loeren zo bij momenten bijvoorbeeld wel eens om de hoek als ijkpunten. Iets als de van de soul bulkende sing along song “Dance On” zouden wij bijvoorbeeld ook wel aan Lowe durven toe te vertrouwen, terwijl o.a. het vet bluesy “Breakin’ Chains” de oude Slowhand echt wel op het lijf geschreven lijkt. Beide erg leuke momenten trouwens, die liedjes. En dat geldt wat ons betreft zeker ook nog voor het rete-aanstekelijke, als “Dave Edmunds goes New Orleans” verpakte “Roll Ya Activator”, het gospelesk zwierige “Unclouded Day”, het funky “La La Music”, de zomers lijzige ballad “Let Me Be Your Angel” en het net-niet-walsje “Love, Hope, Faith & Mercy”, om er zomaar voor de vuist weg nog een stuk of vijf op te sommen.

Très sympa!

Andy Fairweather Low, Proper Records

 

CHRISTIAN KJELLVANDER “The Pitcher” (Tapete Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Als we “Songs From The Past”, een collectie gewijd aan materiaal daterend nog van voor zijn solodebuut “Songs From A Two-Room Chapel” uit 2003, hier louter gemakshalve even mee mogen rekenen, dan is de Zweed Christian Kjellvander met “The Pitcher” al aan zijn zesde cd toe. En wat voor één! “The Pitcher” is zonder meer één van dé allerbeste platen van het zo stilaan op z’n einde lopende 2013. Met de nodige bijstand van het Gothenburg Symphony Orchestra schildert Kjellvander negen veritabele schoonheden van songs op het uitnodigende canvas van de zich momenteel weer in al haar kleurenpracht aandienende herfst. Strijkers echt wel zat hier! En die verlenen aan zo menig één van de liedjes een behoorlijk monumentaal karakter. Zo goed als alles klinkt eigenlijk even groots. Bijzonder warmbloedig, maar tegelijk vaak ook zwaar weemoedig. Wijds, rauw-ruw, maar ook ontzettend teder. Het grote gebaar absoluut niet schuwend! Men denke bij wijze van referentie bijvoorbeeld aan Tindersticks, maar ook aan Leonard Cohen. Veelal folky balladesk, maar ook met enkele uitschieters richting roots rock, zij het dan wel met verheven karakter. Iets wat alleen nog maar versterkt wordt door de geweldige akoestiek van de plaats van opname, te weten een oude kerk, en de nergens minder dan angelieke duetzang van partner Karla-Therese. Kunst met een hoofdletter K!

Christian Kjellvander, Tapete Records, Sonic Rendezvous

 

CHET O’KEEFE “Because Of You” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Fucking brilliant! Andere woorden heb ik hier niet voor. Een plaat van het kaliber van het allerbeste van – En nu wik ik voor alle zekerheid toch nog maar even mijn woorden! – John Prine, Guy Clark en Townes Van Zandt. Groots in al zijn eenvoud gewoon! O’Keefe blijkt een ware meester-observator. En een wis en waarachtige vriend van het woord ook. Graag bereid tot een humoristische noot op z’n tijd, maar minstens even bedreven in realisme en melancholie. Stemgewijs best wel wat herinnerend aan de al genoemde Guy Clark overigens ook. En dat vind ik allerminst een nadeel! Ik heb het immers wel voor de wollig-warme voordracht van die grootmeester. En voor zijn aanpak! En ook die herken ik op deze derde van Chet O’Keefe terug. De niche, waarin hij hier samen met Thomm Jutz (zang, gitaren en productie), Mark Fain (bas), Lynn Williams (drums) en Kim Richey (backing vocals) actief is, blijkt bij nader inzicht gewoon dezelfde, waarin ook Clark al tot zo menig een hoogstandje kwam: die van de country, de Americana, de folk en zo nu en dan een beetje blues dus. Die van de hedendaagse troubadour ook wel. De troubadour, die vanachter een stel kloeke brilglazen bij elk door hem aanschouwd tafereel vrijwel spontaan in termen van een nieuw liedje gaat denken. En dat levert hier zo menig een echte beauty op! Ik noem in dat verband onder meer graag het vooral inhoudelijk gezien hoogst apart opgevatte drinklied “Drinkin’ Day” (Met de teruggekeerde ex als aanleiding tot!), het levensbeschouwelijke “Blue Martin” en de met Richey en Judd gepende ballade “Oh Angel”. Maar dat zijn dan enkel voorbeelden! Ook de overige zeven liedjes hier zijn immers zonder ook maar de minste uitzondering bloedmooi! Voor mij een uitgesproken kandidaat voor de titel van “Plaat van het Jaar”!

Chet O’Keefe, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

DAYNA KURTZ “Secret Cannon Vol. 2” (Kismet Records / Rough Trade)

(5*****)

Toen ik me hier in juli van vorig jaar boog over “Secret Cannon Vol. 1”, de voorganger van de vandaag het onderwerp van bespreking uitmakende nieuwe van Dayna Kurtz, opende ik mijn stukje daarover met de gevleugelde woorden “What can I say? Een magistrale plaat gewoon, deze nieuwe van de New Yorkse Dayna Kurtz.” En diezelfde woorden zou ik nu eigenlijk gewoon letterlijk kunnen overnemen als inleiding voor een kritische benadering van haar zopas verschenen nieuwe album “Secret Cannon Vol. 2”. Ook dat is immers weer een niets minder dan briljant geheel geworden. Echt kapot ben ik ervan!

Heerlijk gewoon, hoe Kurtz ook ditmaal weer een stel “shoulda-been-standards” van een eeuwig bestaan in de obscuriteit tracht te redden. Met als allermooiste resultaat wat mij betreft de ronduit sublieme trage “Reconsider Me”. Ik kende dat Margaret Lewis-nummer al een poosje in de (best ook wel mooie) versie van Johnny Adams, maar die verbleekt toch flink bij dit vocale hoogstandje! En zo staan er op dit tweede volume van deze hopelijk héél erg lang uitvallende reeks nog een heleboel! Kurtz’ echt wel botergeile renditie van John Watsons “One More Kiss” bijvoorbeeld nog, haar buitengewoon passioneel gecroonde versie van de Hayes-Porter-compositie “Same Time, Same Place” ook en zeker niet te vergeten, het broeierige, op het B-kantje van de Betty Harris-single “Cry To Me” gevonden “I’ll Be A Liar”. Andere “moments musicaux suprêmes”: de door Kurtz zelf aangedragen blues classic in wording “I Look Good In Bad”, het swingende, door Jon Cowherd van geweldig pianowerk voorziene “So Glad”, het nadrukkelijk met de blik op New Orleans gericht gebrachte – en ook al door Kurtz zelf gepende – “If You Won’t Dance With Me”, de “late night scorchers” “All I Ask Is Your Love” en “Go Ahead On” en het afsluitende “I’ve Had My Moments”, een echte dijk van een jazz ballad, dat laatste.

“Echt wel verbluffend mooi allemaal! En doet dan ook nu al volop uitkijken naar door de titel ervan aangekondigde eventuele volgende volumes!” Met die woorden besloot ik zo’n jaar of anderhalf geleden mijn bespreking van voorganger “Vol. 1” en ook die blijken vandaag de dag nog steeds perfect bruikbaar…

Dayna Kurtz

 

PATTY GRIFFIN “Silver Bell” (A&M / Universal Music Group)

(4****)

“There’s a whole lot of singing, that’s never gonna be heard, disappearing every day, without so much as a word,” aldus een bij nader inzicht enigszins visionaire Patty Griffin in “Top Of The World”, een nummer van haar in 2000 opgenomen, maar tot enkele dagen geleden nooit officieel uitgebrachte album “Silver Bell”. De opvolger van het nochtans redelijk succesvolle “Flaming Red” werd één van de vele slachtoffers van een verandering aan de top van A&M Records, haar toenmalige werkgever. Iets wat vervolgens jarenlang een doorn in het oog van Griffins vele fans zou blijven. Zij moesten het immers stellen met regelmatig illegaal op het internet opduikende, kwalitatief helaas niet erg hoogstaande kopieën van het album of zelfs helemaal niets. En dat was best jammer, want “Silver Bell” vormt eigenlijk een soort van scharnierplaat binnen het oeuvre van de zingende liedjesschrijfster. Met dat uitsluitend originelen bevattende, in Daniel Lanois’ Kingsway Studio in New Orleans ingeblikte geheel belandde Griffin duidelijk op een soort van kruispunt in haar carrière aan. De redelijk nadrukkelijk een “Lilith Fair-publiek” op z’n wenken bedienende (rock)artieste moest stilaan wijken voor de (grote) rootsdame, waarvan we met z’n allen door de jaren heen zoveel zijn gaan houden. Samen met gitaristen Doug Lancio en Jay Joyce, bassist Frank Swart, toetsenist John Deaderick en drummer Billy Beard nam Griffin (zang, gitaar en piano) in totaal veertien liedjes op, waarvan er ondertussen al enkele de platen van anderen haalden. Het hoger al even genoemde “Top Of The World” en “Truth #2” belandden zo bijvoorbeeld op “Home” van de Dixie Chicks en titelnummer “Silver Bell” werd nog niet zo heel erg lang geleden opgenomen door Natalie Maines van diezelfde groep voor haar solodebuut “Mother”. Met de kwaliteit van het op Griffins derde gebodene was dus zeker niets mis. En dat mogen wij nu, goed en wel dertien jaar na dato, eindelijk ook met eigen oren gewaarworden. In een nieuwe, wat eigentijdsere mix van Glyn Johns krijgen we niet enkel het al eerder opgesomde drietal geserveerd, maar ook verdere veritabele songschoonheden als het z’n titel hoegenaamd alle eer aandoende “Fragile”, de schitterende pianoballade “Mother Of God”, het ook al behoorlijk ingetogen uit de hoek komende “One More Girl” of het radiovriendlijke “Sorry And Sad”. De rockende Griffin anderzijds deelt onder meer nog redelijk nadrukkelijk de lakens uit in het bezwerende “Little God”, het met snedige gitaren gekruide “Boston” en het met het woord “alternatief” er nogal opvallend overheen gedrapeerd gebrachte “Perfect White Girls”. Onze “plats préférés” hier: het met de grote Emmylou Harris gedeelde “Truth #2” en het sfeermatig klaarblijkelijk wel wat door de klanktapijten van gastheer Lanois beïnvloede “What You Are”.

Patty Griffin

 

NICK LOWE “Quality Street” (Proper Records / Rough Trade-Tone)

(4****)

Eerlijk is eerlijk: voor het eerst in mijn leven heb ik echt zitten uitkijken naar een kerstplaat. Meer bepaald het door zijn maker Nick Lowe zelf als “A Seasonal Selection For All The Family” omschreven “Quality Street”. Ergens diep in mijn binnenste wist ik immers meteen al, dat die Lowe niet met een doordeweeks eindejaarsalbum over de brug zou gaan komen. En dat vermoeden weet ik ondertussen ook effectief bevestigd. “Quality Street” bevat twaalf opnamen, die eigenlijk enkel wat betreft het tekstuele voortdurend voeling houden met het ondertussen toch wel stilaan tot het meest commerciële aller hier gevierde feesten uitgegroeide Kerstmis. Lowe is – Net als ons! – immers ook niet echt een fan van het genre. Maar op aandringen van zijn platenlabel ging hij uiteindelijk toch overstag en maakte “zijn” kerstplaat. Hij gaf quasi terloops een compleet nieuwe draai aan het gegeven mee. Het resultaat: een – dixit Lowe – “sleigh bell-free zone”! Gekenmerkt door een acuut gebrek aan “usual suspects”. Enkel het klassieke “Silent Night” vormt wat dat betreft een uitzondering. Maar dat krijgt hier dan wel een heus “New Orleans style R&B treatment” mee. En één van de weinige andere traditionals hier, “Children Go Where I Send Thee”, neigt zelfs naar gospeleske rockabilly. Nog enkele covers: een met een Sir Douglas Quintet-orgeltje “gepimpte” ska-benadering van de Wizzard-hit “I Wish It Could Be Christmas Every Day” en door Lowe formidabel mooi gecroonde versie van Roger Millers “Old Toy Trains” en het ons eerder vooral in een uitvoering van Eddy Arnold bekende “Christmas Can’t Be Too Far Away”. Maar het leukst zijn wat ons betreft toch net die dingen, waarmee Lowe hier zelf komt aandragen. We denken dan bijvoorbeeld aan het buitengewoon radiogenieke, stilistisch gezien “very seventies” aandoende “Christmas At The Airport” en het verstilde “I Was Born In Betlehem”, een compleet andere kijk op de geboorte van Christus. Ook erg mooi: het licht jazzy aandoende, speciaal voor de gelegenheid door collega Ron Sexsmith geschreven “Hooves On The Roof” en het lekker swingend gebrachte “The North Pole Express”. Zo doe je dat dus! Voor het eerst in jaren zal deze jongen zich eens niet dood ergeren aan de obligate soundtrack horend bij die vermaledijde laatste dagen van het jaar…

Nick Lowe, Proper Records

 

LOS LOBOS “Disconnected In New York City” (Proper Records / Rough Trade-Tone)

(4****)

Exact veertig jaar is het ondertussen geleden dat ergens in het Oosten van L.A. Los Lobos boven de doopvont werden gehouden en dat vieren de heren hier en nu met het in december van vorig jaar in The City Winery in NYC opgenomen live-album “Disconnected In New York City”. Het betreft daarbij een geheel dat z’n titel getrouw ook effectief zo goed als volledig akoestisch werd ingeblikt. En wat het voor ons behoorlijk speciaal maakt, is dat men voor de songkeuze heel erg ver terug in de tijd is durven te gaan. Van het recente “Tin Can Trust” wordt met het titelnummer zelfs slechts één enkel liedje gebracht. Onder meer wél van de partij: het qua ritmiek op de keper beschouwd best wel wat met R&B hebbende rockertje “Gotta Let You Know” van het geweldige “How Will The Wolf Survive?” uit ’84, de ronduit heerlijke rootstrage “Tears Of God” en het stomende “Set Me Free (Rosa Lee)” van hun naar onze bescheiden mening nog altijd beste plaat, te weten “By The Light Of The Moon” uit ’87, het titelnummer van het destijds in 1990 een nieuwe piek van creativiteit aankondigende “The Neighborhood”, de Latin rocker “La Venganza De Los Pelados”, het z’n titel stevig heupwiegend alle eer aandoende “Chuco’s Cumbia” en zelfs het door de groep zelf jarenlang verguisde “La Bamba”. Dat laatste – Ironisch genoeg nog altijd hun enige hit! – wordt in een geïnspireerd uitgevoerde medley gekoppeld aan het al even swingende “Good Lovin’” van The Rascals en vormt als dusdanig een gepaste – Feestelijke! – afsluiter voor een echt feest van een plaat.

Los Lobos, Proper Records

 

RICHARD LINDGREN “Driftwood (The 309 Sessions)” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(4****)

Altijd weer iets om naar uit te kijken, vinden wij, zo’n nieuwe van de Zweed Richard Lindgren. En daarmee zijn we klaarblijkelijk niet de enigen… In 2012 werd hij door de (ons volslagen onbekende) organisatie Live At Heart immers beloond met een speciale award. En het daaraan gekoppelde prijzengeld volstond ruimschoots voor een “schrijfverblijf” van een week in een leuk hotelletje en enkele dagen studiotijd in Musikhögskolan in het lokale Örebro. Het resultaat van die sessie: zes nieuwe eigen liedjes en sfeervolle covers van de traditional “I Wish I Had Someone To Love Me” en Mississippi John Hurts klassieker “Make Me A Pallet On The Floor”. Top-Americana zonder meer! Zonder uitzondering fijne liedjes, ook ditmaal weer uitgedragen door die heerlijk verweerd aandoende, ons best wel wat aan die van zijn vakbroeder Steve Forbert herinnerende stem van Lindgren zelve en met banjo, mandoline, fiddle, akoestische gitaren, stand-up bass, bouzouki, accordeon en piano ter ondersteuning à volonté. Het soort van plaat, waarmee wij hier graag een lange en vermoeiende dag mogen uitluiden! Onze lievelingsmomenten: de hoogst aparte ode aan het bier uit de titel ervan “Guinness Song” en de hoger al even genoemde Mississippi John Hurt-vertolking.

Rootsy, Sonic Rendezvous

 

KRISTOFER ÅSTRÖM “An Introduction To Kristofer Åström” (Tapete Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Zelf heb ik al ‘s mans platen op de plank staan en voor mij was deze verzamelaar dan ook niet echt wat je noemt een “must”. Maar voor wie Kristofer Åström nog niet zou kennen, is dit echt een waar godsgeschenk. De negentien tracks erop vertellen immers op voorbeeldige wijze het muzikale levensverhaal van de ruiggevooisde, maar fijnbesnaarde Zweed, die je wat ons betreft zonder meer tot dé absolute top van het actuele (Europese) Americana- en rootsgebeuren mag rekenen. Met materiaal afkomstig van respectievelijk “Go, Went, Gone” (1998), “Leaving Songs” (2001), “All Lovers Hell” (2001), “Northern Blues” (2001), “Dead End” (2003), “Loupita” (2004), “So Much For Staying Alive” (2005), “Rainaway Town” (2007), “Sinkadus” (2009) en “From Eagle To Sparrow” (2011) laat deze collectie naar onze zoals steeds bescheiden mening absoluut niets te wensen over. Buiten misschien het één of andere nieuwe liedje… Maar goed, ook daar zonder blijft dit een echte topplaat! Echt helemaal tot de nok toe gevuld met negentien lappen en net geen tachtig minuten ronduit sublieme Scandicana. Zwaar verslavend spul!

Kristofer Åström, Tapete Records, Sonic Rendezvous

 

ALLAN TAYLOR “All Is One” (Stockfisch Records)

(4****)

“All Is One” van Allan Taylor is het soort van plaat, dat je eigenlijk enkel en alleen met een voldoend aantal levenskilometers op de teller afleveren kan. Tekstueel rijk aan naar het filosofische neigende overpeinzingen. Mijmerend voornamelijk over wat er al was en wat uiteindelijk nog komen moet, over wat best wel goed was en wat misschien anders gekund had. Met ergens in het achterhoofd de zwaarwegende wetenschap, dat perfectie een maar zelden bereikt ideaal is. En dan klinkt het hier berustend “I may not be the perfect man, I guess I’ll do the best I can”. En dat is, als je het afweegt tegen het op “All Is One” gebrachte, best wel veel. Met zijn gebronsde, door de tand des tijds al een weinig getekende stem en zijn Martin-gitaren als zijn voornaamste troeven benadert Taylor alvast tien nummers lang akelig dicht de muzikale perfectie. Iets waarvoor hij de Duitse maestro Günter Pauler en diens ondertussen in (folk-)singer-songwriterkringen aardig gerenommeerde Stockfisch-team best wel dankbaar mag zijn. Zij waren het immers, die van het naakte “All Is One” mee de quasi volkomen schijf maakten, die het uiteindelijk geworden is. Ian Melrose (gitaren, fluit, tremologitaar), Lutz Möller (piano, keyboard, Hammond B3), Barnaby Taylor (eveneens piano), Lea Morris (harmony vocals), Lucille Chaubard (cello), Grischka Zepf (elektrische bas), Hans-Jörg Maucksch (fretloze bas), Sven von Samson (percussie), Beo Brockhausen (o.a. percussie en saxofoon) en gast Vlado Kreslin (zang) maken in een zevental Taylor-composities en covers van materiaal van Tom Paxton (“I Followed Her Into The West”), Derroll Adams (“The Sky”) en Santino de Bartolo (de vertaling “Like A Cloud”) de reputatie van de Stockfisch Studios in het Duitse Northeim helemaal waar. Een haast klinische schoonheid is het resultaat van hun liefdevolle labeur. Met tussen het aangebodene wat ons betreft op z’n minst een paar liedjes voor de eeuwigheid. Met name het de eigen laatste momenten op deze aardkluit met “When all is one and one is all” in één enkel tot nadenken aanzettend zinnetje vattende titelnummer, het zich het lot van daklozen overal ter wereld flink aantrekkende “Plenty For The Few” en het ronduit magistrale, de eigen levensweg tot op heden overschouwende “Endless Highway”. Als u het ons vraagt: nadrukkelijk iets voor fijnproevers (op leeftijd)!

Allan Taylor, Stockfisch Records

 

JP DEN TEX “Storyteller, Live At Le Perron” (Cavalier Recordings / Bertus)

(3,5****)

Eén van Nederlands beste singer-songwriters van de voorbije jaren met het cd-verslag van een eind 2012 in Le Perron in Amsterdam gehouden stel intimistische gigs. Daar speelde JP Den Tex toen een door fans en vrienden via Facebook gekozen collectie liedjes, daarbij zo ongeveer z’n hele oeuvre aandoend. Van Tortilla tot nu met andere woorden. In totaal veertien liedjes daarvan werden weerhouden, aangevuld met enkele van die nummers verhelderende verhalen. Twee daarvan in het Nederlands, eentje in het Engels. Allemaal samen goed voor net geen eenenvijftig minuten bijzonder aangenaam muzikaal vertier. En een glasheldere illustratie van de vele talenten van Den Tex vooral ook. Zowel de zanger, de tekstdichter als de verteller in hem komen hier immers uitgebreid aan bod. Onze lievelingsmomenten: het ongemeen mooie “Amsterdam Harbour Suite”, “River Of Hope” en het ooit nog als een huwelijkspresentje voor een vriend gepende en hier in het Engels ingeleide “Muddy Waters On The Radio”. Voor hen die er op 29 en 30 november van vorig jaar bij waren wellicht een heel leuk souvenir, voor alle anderen een open invitatie om er bij een volgende gelegenheid zeker ook zelf bij te zijn.

JP Den Tex, Cavalier Recordings

 

TIM GRIMM “The Turning Point” (Cavalier Recordings / Bertus)

(5*****)

Wat een geweldige plaat alweer, deze nieuwe van de vanuit Indiana actieve songsmid Tim Grimm! Boeiend van begin tot einde zonder meer! Verhalend uitermate sterk, zoals al zo ongeveer elk van zijn voorgangers. En dan doelen we met name op albums als het hier ook al erg lovend onthaalde vijftal “Coyote’s Dream”, “The Back Fields”, “Holding Up The World”, “Farm Songs” en “Wilderness Songs And Bad Man Ballads”. Net als op die platen etaleert Grimm ook hier weer een echte neus voor interessante onderwerpen. Zo hield hij aan een recente doortocht doorheen Nederland bijvoorbeeld twee erg mooie liedjes over. In het ene, het ingetogen “Anne in Amsterdam”, glijden ’s mans gedachten af naar een bezoek aan het Anne Frank Huis in Amsterdam. Daarbij vocaal heel erg knap geruggensteund door Cindy Kallet laat hij zijn gevoelens daarin dik vijf minuten ongegeneerd de vrije loop. Het andere, het titelnummer met name, blijkt een heuse murder ballad met z’n roots in “of all places” Spijkerboor. Grimm hing het op aan het hem ter gelegenheid van een optreden in zaal ’t Keerpunt aldaar vertelde verhaal van de gedeserteerde soldaat Anton Link, de moordenaar van de plaatselijke dominee Johannes Ledeboer. Waarachtig een beklijvend stukje songwriting! En zo troffen we er hier wel meer aan. Het omineuze, aan Ramblin’ Jack Elliott opgedragen en met John Prine-gitarist Jason Wilber op de elektrische en Rebecca Reed-Lunn van Harpeth Rising op de banjo gebrachte “King of the Folksingers” bijvoorbeeld, het contemplatieve “The Lake” zeker ook nog en niet te vergeten “Indiana”, een doorleefde lofzang op de eigen thuishaven. Ook nog héél erg knap: Grimms sprankelende adaptatie van de traditional “Rovin’ Gambler” en het heerlijk dartele, een aardig eindje richting bluegrass overhellende “Blame it on the Dog”. Geen wonder, dat deze plaat het ondertussen al tot de tweede plaats in de Euro Americana Chart geschopt heeft. Wat ons betreft hoeft dat zelfs absoluut geen eindpunt te zijn…

Nog tot en met 27 oktober kan je Grimm overigens ook live aan het werk zien op tal van Nederlandse (en Duitse) locaties. Meer info daaromtrent hier.

Tim Grimm, Cavalier Recordings

 

THE MICHAEL DE JONG BAND “Live” (Dutch Uncle Music / Music & Words)

(3,5****)

Ik moet eerlijk bekennen: zo heftig als hier maakte ik Michael de Jong tot op heden nog niet mee. Ik kende de beste man vooral als een gepatenteerde treurwilg, waarin door de jaren heen door het leven zelf niet zonder slag of stoot reeds tal van pakkende liedjes werden gekerfd. Een singer-songwriter van het allerbeste soort, zeg maar, wiens voornaamste bondgenoot in zijn recentere werk toch veelal de intimiteit bleek. Maar niet hier dus! De Jong verrast ons “this time around” immers met een reeks al in november van ’83 in The Stone in San Francisco gemaakte opnames, die een verleden als bluesrocker verraden. Als kopstuk van de Michael de Jong Band meer bepaald, een groepje vrienden waartoe verder ook nog gitarist Bobby Flurie, bassist Roger Paskett en drummer Dick McDonough bleken te behoren. Op hun repertoire: ondertussen als voor de Jong atypisch te bestempelen eigen materiaal als “(Has Your Heart) Turned To Stone”, “Ain’t Pulling No Punches” en het titelnummer van het toen net verschenen album “All Night Long” en een heleboel covers, met voorop buitengewoon passionele vertolkingen van Bob Dylans “Just Like A Woman” en Van Morrisons “Into The Mystic” en verder o.a. ook nog een geslaagde medley van Buddy Holly’s “Not Fade Away” en Johnny Otis’ “Willy And The Hand Jive”, de Pomus-Shuman classic “Mess Of Blues”, een verdere medley met daarin verwerkt ditmaal Dylans “Highway 61 Revisited” en “Subterranean Homesick Blues”, het ons vooral in de uitvoering van Delbert McClinton bekende “Shaky Ground” en – als afsluiter – Van Morrisons “Listen To The Lion”. Voor mij een aangename verrassing over zowat de gehele lijn! Bij momenten echt wel ongemeen soulvol!

Michael de Jong, Music& Words

 

THE HIGH BAR GANG “Lost & Undone, A Gospel Bluegrass Companion” (True North Records)

(4,5*****)

De ondertitel van het geheel zegt over “Lost & Undone” eigenlijk hoegenaamd alles. “A Gospel Bluegrass Companion” inderdaad. Een plaat, waarmee die van The High Bar Band nadrukkelijk de slipstream van illustere voorbeelden als Bill Monroe, de Stanley Brothers en de Osborne Brothers opzoeken. En Shari Ulrich, Angela Harris, Wendy Bird en Barney Bentall harmoniëren er daarbij danig op los, dat het een echte lust wordt voor het oor. En van een heerlijk authentieke muzikale achtergrond voorzien bovendien nog ook door Colin Nairne (gitaar en mandoline), Rob Becker (bas), Eric Reed (dobro en mandolinebanjo), die Ulrich (fiddle en mandoline) en Bentall (gitaar) daarmee op gepaste wijze bijstaan. Opgenomen werd het geheel “in glorious mono”, gewoon bij Bentall thuis, met z’n allen rond een viertal microfoons en spelen maar. En “Lost & Undone” klinkt derhalve ook buitengewoon spontaan. Er is hoegenaamd niets gekunstelds aan. Je hoort er gewoon van de eerste tot de laatste noot aan, dat de zeven betrokkenen zich ongelooflijk goed geamuseerd moeten hebben tijdens het opnemen van de 14 nummers hier. Materiaal, dat hen werd aangereikt door Nairne’s buddy Ry Cooder overigens. Die vond de songkeuze zo belangrijk voor het welslagen van het project van zijn vriend, dat hij hem richting spul van onder anderen Ralph& Carter Stanley, Bill & Charlie Monroe en Hank Williams Sr. begeleidde. Classic stuff dus, aangevuld met enkele op het eerste gezicht wat vreemdere eenden in de bijt, we denken dan bijvoorbeeld aan Julie Millers moderne gospelhit “All My Tears”, die door Ulrich, Harris en Bird evenzeer een aardig eindje richting de muzikale hemel gezongen wordt. Werkelijk bloedmooi! En wat ons betreft dan ook niets minder dan essentieel luistervoer voor eenieder met een hart voor old school (gospel) bluegrass.

The High Bar Gang, True North Records

 

ERIC SCOTT “Where The Water Runs Deepest” (Itzall Goode Music)

(2**)

Eric Scott is een vanuit de buurt van Washington, DC actieve zanger-bassist, die aldaar naar verluidt een prima reputatie geniet als sideman en sessiemuzikant. En met “Where The Water Runs Deepest” blijkt hij ondertussen ook al aan zijn vierde cd voor eigen rekening toe. Eerder verschenen van de beste man immers al de albums “Divine Static” (1999), “Let’s Hear It For The Fools” (2002) en “Red” (2007). Met geen van alle wist hij evenwel onze aandacht te trekken. Nu, met “Where The Water Runs Deepest” echter wel. Die vierde van Scott blijkt bij nader inzicht een schijf gevuld met eerder braaf aandoende popliedjes. Best wel commercieel van aard eigenlijk. En mede daardoor – Eerlijk is nu eenmaal eerlijk… – niet meteen mijn ding. Adult contemporary is, geloof ik, de term die ze hier in de States zouden opplakken. Iets waarmee je best bij fans van heerschappen als een John Mayer, een Jack Johnson en aanverwanten kan gaan aankloppen met andere woorden. Veelal rustig voorbijkabbelende liedjes, met maar hoogst af en toe eens even iets gewaagders ter afwisseling. Een voorzichtig funky melodietje zoals in het al bij al best wel radiogeniek overkomende “Get To Me” bijvoorbeeld,  een (bescheiden) snuifje bluesgevoel in “Take Me Home”, wat ingehouden rock-karakter in “I Wanna Save The World”, ja zelfs een gemuteerde reggae beat in “Mama Let Yo’ Hair Down!”. Geschikt met name voor gebruik tijdens lome namiddagen op zenders van het type van Radio 1, zo lijkt ons.

Eric Scott, CD Baby

 

DONNA ULISSE “Showin’ My Roots” (Hadley Music Group)

(4****)

“Showin’ My Roots”, het is inderdaad exact dat, wat Donna Ulisse’s nieuwe worp ook doet. De Amerikaanse, zelf een meer dan begenadigde liedjesschrijfster, toont ermee aan, waar en wanneer het zaad voor haar muzikale interesses werd geplant. Op een met Bryan Sutton gedeelde productie tackelt ze onder andere materiaal van Rodney Crowell (het wervelende “One Way Rider”), Carter (“How Mountain Girls Can Love”) en Ralph (“If That’s The Way You Feel”) Stanley, Loretta Lynn (de classic “Fist City”), Dolly Parton (het haar via Merle Haggard lief geworden “In The Good Old Days When Times Were Bad”) en Hank Locklin (de country-evergreen “Send Me The Pillow That You Dream On”). En aan vakbekwame hulp had ze daarbij absoluut geen nood. Zoveel wordt al snel duidelijk bij het overlopen van de ronduit indrukwekkende gastenlijst voor “Showin’ My Roots”. Naast de al genoemde Sutton (gitaar) troffen we daarop ondermeer ook Scott Vestal (banjo), Rob Ickes (dobro), Andy Leftwich (mandoline en fiddle), Viktor Krauss en Byron House (beiden bas), Sam Bush (duetpartner voor de traditional “Take This Hammer”), John Cowan, Carl Jackson, Larry Cordle, Fayssoux McLean, Larry Stephenson, Frank Solivan, Jerry Salley en echtgenoot Rick Stanley (allen harmony vocals) aan. En dat betekende voor ons gelijk zoveel als “Kwaliteit gegarandeerd!”. Iets waar we ons ook absoluut niet in vergisten. Met haar prachtige stem trekt Donna Ulisse zo ongeveer alle hier gebrachte liedjes probleemloos naar zich toe. Je voelt echt aan alles, dat ze er daadwerkelijk helemaal weg van is. En dat resulteert uiteindelijk dan ook in een buitengewoon fraai “labour of love”, ingeleid en afgesloten met de twee enige eigen songs op de plaat. Het eerste, het titelnummer, noemt ze zelf een ode aan allen wier “singin’ and writin’ lit a fire in me”. En vooral dan aan het adres van Merle Haggard, Dolly Parton, Loretta Lynn en Carter Stanley. Het laatste, “I’ve Always Had A Song I Can Lean On”, sluit op bedaarde wijze het album af met de boodschap, dat muziek altijd al een rol van betekenis in Ulisse’s leven gespeeld heeft en dat allicht ook altijd wel zal blijven doen. En als dat dan zulke mooie resultaten blijft hebben, dan kan je daar als (bluegrass)liefhebber eigenlijk maar amper iets op tegen hebben, zo lijkt ons…

Donna Ulisse

 

THE DEEP DARK WOODS “Jubilee” (Sugar Hill Records)

(5*****)

Na een plaat als “The Place I Left Behind”, hun twee jaar geleden verschenen vorige, kan je maar beter vlijmscherp uit de hoek komen, wil je het erdoor gecreëerde publicitaire momentum niet meteen ook weer verliezen, daarvan moeten ook die van The Deep Dark Woods zich terdege bewust zijn geweest, toen ze zich enige tijd terug voor opvolger “Jubilee” in het gezelschap van producer Jonathan Wilson en geluidsman Bryce Gonzales twee weken afzonderden in een hut in de buurt van de vermaarde Rocky Mountains ergens bij Bragg Creek, Alberta. Die conclusie menen we alvast te mogen trekken na een volle week van intens genieten van de nieuwe van de ondertussen met gitarist Clayton Linthicum uitgebreide Canadese band. In de dertien nummers daarop hoor je weliswaar hier en daar weer subtiel de invloed van acts als Neil Young, The Byrds en Fairport Convention, maar vooral toch een groep met een volstrekt eigen gezicht. Ryan Boldt en de zijnen stoeien net zo lang met de oogst van jaren aan folk- en rockgeschiedenis tot er iets unieks, iets wat op de keper beschouwd maar moeilijk te plaatsen is uit de bus komt. Nu eens leidt dat naar de late sixties of vroege seventies, dan weer naar het hier en nu. Nu eens wordt er gefocust op de Britse folktraditie, dan weer op “Sunny California”. Nu eens wordt er “gejengeld”, dan weer gaat de blik op een meer psychedelische benadering. Soms flirtend met het traditionele, maar vaker toch als eerder “indie” te bestempelen. Te allen tijde buitengewoon sfeervol alleszins. Onze luistertips: het door nieuwkomer Linthicum een flink eind richting Fairport Convention gespeelde “18th Of December”, het zwaar melancholische “Picture On My Wall” en het als het ware als het perfecte tegengewicht daarvoor fungerende stompertje “Red, Red Rose”. Al mogen de deze schijf aan haar titel helpende uitnodiging voor een feestje in het hiernamaals “Gonna Have A Jubilee”, het werkelijk magistrale “East St. Louis” of het ingetogen “I Took To Whoring” zeker ook. Wat ons betreft een uitgesproken kandidaat voor de titel van “album van het jaar”! Men zegge het vooral voort!

The Deep Dark Woods, Sugar Hill Records

 

CAROLINE DOCTOROW “Little Lovin’ Darling” (Narrow Lane Records)

(3,5****)

De Amerikaanse zingende liedjesschrijfster Caroline Doctorow is, als we het goed hebben, met “Little Lovin’ Darling” ondertussen al aan haar negende album toe. Zelf hebben we er daar acht van op de plank staan en we zijn daar behoorlijk aan gehecht ook. Doctorow behoort immers tot die categorie van artiesten, die wars van alle trends kwaliteit te allen tijde hoog in het vaandel lijken te willen blijven voeren. En wij mogen haar daarom ook graag in één en dezelfde adem noemen met haar collega’s Nanci Griffith en Kimmie Rhodes. Niet toevallig allicht twee dames waarmee ze ook wel enige stemverwantschap vertoont. Grootmeesteressen – Zeg je dat eigenlijk? – van het breekbare lied. Levensliedjes bij nader inzicht, geworteld in Americana en folk en met de blik voornamelijk gericht op het emotionele en het leven van alledag. En daarvan staan er ook op de door Pete Kennedy geproduceerde nieuwe van Doctorow weer een heleboel. Dingen als het door diezelfde Kennedy van wat subtiele elektrische sitarklanken bediende “Cactus Flower”, het zacht twangende en met Russ Seeger gepende “I’ll Outrun You Bye And Bye”, het lieflijke “Lucky And Saved”, de uitermate doorleefde Woody Guthrie-hommage “The Ballad Maker, de fraaie Gene MacLellan-cover “Snowbird”, het aan de ook erin gasterende Inda Eaton opgedragen “My Sunday House”, het titelnummer en kerstliedje “Looks Like Christmas”. Mocht je haar nog niet kennen: “now’s as good a time as any” om daarin verandering te brengen. Je zal het je absoluut niet beklagen!

Caroline Doctorow, CD Baby

 

BRIAN WRIGHT “Rattle Their Chains” (Sugar Hill Records)

(5*****)

Zijn vorige, het ondertussen goed en wel twee en een half jaar geleden verschenen “House On Fire”, was naar onze bescheiden mening niets minder dan een echte moordplaat en dus keken wij hier ook met meer dan gemiddelde belangstelling uit naar de nieuwe van de recentelijk via Los Angeles in Nashville aanbelande Texaanse songsmid Brian Wright. Zou de beste man dat geweldige nummer nog eens opnieuw kunnen opvoeren? Dat was de prangende vraag, die ons tot na onze eerste beluistering van “Rattle Their Chains” bezighield. En het antwoord daarop kennen we ondertussen: het is zeer tot onze tevredenheid een volmondig “ja” geworden. Op die vierde van Wright valt nu eens absoluut niets, maar dan ook echt niets aan te merken! Ze blijkt gewoon nog rijker dan haar voorganger. Zowel op tekstueel als op muzikaal vlak valt er “this time around” nog een pak meer te beleven. Stilistisch gezien kan je met als uitgangspunt Americana ons inziens amper breder gaan. Wright slaat hier z’n vleugels uit tussen country en folk, met bij tijd en wijle (nadrukkelijke) halen richting andere genres als pop, rock, blues, soul, gospel en jazz. “Over Yet Blues” leeft zo ondanks z’n titel duidelijk van een rock vibe, “We Don’t Live There” voelt aan als roots pop uit door Tom Petty ook wel eens aangedane vaatjes en “Red Rooster Social Club” is gewoon een heel erg mooi folkliedje. “Haunted” blijkt vervolgens singer-songwriterspul van het allerbeste soort, “Hear What I Want” vederlichte zomerse pop, “Weird Winter” heeft heel even iets Beatle-esks en “The Good Dead Queen” flirt koperblazersgewijs zonder enige gêne met jazz. In “Face Of The Earth” tracht Wright een rockliedje te verzoenen met een honky-tonk-pianootje, in “Can’t Stand To Listen” toont hij zich van z’n puurste Americana-kant en in “You Got It All” benadert hij voorwaar even de aparte country soul cool van Nick Lowe. Resten dan nog: de verhalende semi-ballade “Rosalee” en het onze gedachten een weinig richting John Hiatt stuwende liefdesliedje “Love My Little Baby”. Samengevat: twaalf nummers – twaalfmaal volop prijs! En dus moesten hier ook wel vijf sterren boven! Een dikke, dikke aanrader!

Brian Wright, Sugar Hill Records

 

AUSTIN LUCAS “Stay Reckless” (New West Records / Warner Music Benelux)

(4,5*****)

Austin Lucas is nog eens wat je noemt een echte original. Altijd al geweest en hij zal het allicht ook altijd wel blijven! Zijn benadering van het gegeven Americana is alvast volstrekt uniek te noemen. Elementen uit genres als country, zowel traditioneel als alternatief, bluegrass, folk, rock, zowel classic als indie anno nu, punk en andere worden in ’s mans liedjes op haast wonderbaarlijke wijze met elkaar verzoend. Op zijn door de je van zijn werk met onder anderen Lambchop en Bonnie “Prince” Billy bekende Mark Nevers geproduceerde nieuwe cd “Stay Reckless” zelfs nog net wat meer dan anders. En dat is iets waar zeker niet alleen die Nevers mee verantwoordelijk voor is, maar ook de heren van Glossary. Joey en Kelly Kneiser, Bingham Barnes, Eric Giles en Todd Beene werden door Lucas voor de gelegenheid immers ingehuurd als backing band. En dat bleek “im Nachhinein” een buitengewoon goeie zet! Gelijk van bij het wervelende openingsnummer “Let Me In” ben je als luisteraar immers bevoorrechte getuige van een zekere muzikale magie tussen Lucas en zijn (nieuwe) maats. Heerlijk (punky) rockend wordt “Stay Reckless” daarmee op gang getrokken. Via hét absolute prijsbeest hier, de melodieuze midtempo-rocker “Alone In Memphis”, gaat het vervolgens aan een regelrechte rotvaart van hoogtepunt naar hoogtepunt. Van de fiddle-zwangere net-nietballade “Four Wheels” tot de deluxe-countryrocker “Small Town Heart” (Met Cory Branan gasterend als leadgitarist!), van de hartverscheurende, traditie duidelijk nog hoog in het vaandel voerende trage “Rings” tot het ergens halverwege door een machtige versnelling getekende “Save It For Yourself”, van de knappe volbloed-Americana van “Different Shade Of Red” tot het weer wat meer punkgerichte titelnummer, van de sonische wervelwind “So Much More Than Lonely” tot het door een fijne steelbijdrage heerlijk huilerig uitvallende “Gift And A Gamble” en het afsluitende “Splinters”, van afval – om het maar eens met de woorden van oud Racing Genk-coach Frank Vercauteren te zeggen – in het spel van Lucas absoluut geen spoor! Dit is gewoon een dijk van een plaat! Niks meer, maar zeker ook niks minder…

Austin Lucas, New West Records

 

NEW COUNTRY REHAB “Ghost Of Your Charms” (Kelp Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Het Canadese viertal New Country Rehab wordt door niet weinigen gezien als één van dé namen voor de toekomst van het alternatieve countrygenre. Zo noemde een recensent van het gerenommeerde No Depression hun nieuwe cd “Ghost Of Your Charms” onlangs nog “easily my pick for best album of the year”. En zoiets schept uiteraard hoge verwachtingen! Zelfs bij ons… Verwachtingen, die door zanger-fiddler John Showman – What’s in a name! – en de zijnen gelukkig ook worden ingelost. Hun door Chris Stringer geproduceerde tweede cd blijkt immers daadwerkelijk uit zeer goed hout gesneden. Showman, gitarist “Champagne” James Robertson, bassist Ben Whiteley en drummer Roman Tomé springen daarop elf nummers lang bijzonder creatief om met het gegeven Americana. Zonder daartoe hun roots te moeten verloochenen slagen ze erin het genre toch het nodige nieuwe leven in te blazen, het zodoende ook voor niet meteen uitgesproken liefhebbers ervan aantrekkelijk makend. Dat gebeurt door een op de keper beschouwd bepaald uitgekiend aandoende toevoeging van elementen uit rock, pop en blues en vaak zelfs uit meerdere van die genres tegelijk. Daardoor krijgt de muziek van New Country Rehab niet enkel iets geheel en al origineels over zich, maar wordt ze tegelijk ook aantrekkelijk voor radiojongens actief binnen andere formats. En dus loert crossover succes ons inziens ook nadrukkelijk om de hoek voor de heren. Je kan ze binnenkort alvast ook in onze contreien live gaan bewonderen. Meer bepaald in Leiden (29-10, Q-Bus), Deventer (30-10, Burgerweeshuis), Eindhoven (18-11, Muziekgebouw), Heerlen (19-11, Cultuurhuis), Spijkerboor (21-11, ’t Keerpunt) en Eeklo (23-11, N9). Misschien loop je ons bij één van die gelegenheden wel tegen het lijf…

New Country Rehab, Kelp Records, Sonic Rendezvous

 

FAVORITE HIPPIES “Sidekick Stories” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

“Sidekick Stories” is het debuutalbum van Favorite Hippies, de nieuwe groep rond de Zweedse veelkunner Örjan Mäki. Die zou je vooral bekend mogen zijn van z’n snarenwerk voor de Willy Clay Band, met wie hij enkele jaren terug het bijzonder geslaagde albumtweetal “Rebecca Drive” en “Blue” afleverde. Op “Sidekick Stories” toont hij zich daarentegen meer als een manusje-van-alles. Hij schreef niet enkel alle songs voor dat album, hij zong ze ook allemaal in, speelde naar goede gewoonte uiteraard gitaar en tekende samen met Peder af Ugglas, nog zo’n all-round talent, en passant ook voor de productie van de eersteling van de Hippies. En het resultaat van al die vlijt mag naar onze bescheiden mening absoluut gehoord worden. “Sidekick Stories” is immers een lekker gevarieerd Americana-geheel, dat zonder echt op te vallen toch elf songs lang weet te bekoren. Tussen het redelijk bluesy opgevatte openingsnummer “No” en de korte instrumentale afsluiter “Leaving New Orleans” in bestrijken Mäki en co hier nogal wat terrein. Het eerder traag op gang komende “Jenny” en het daaropvolgende “Simple Man” blijken zo gloedvolle, best wel wat aan Neil Young herinnerende rootsrockertjes, het met Chip Taylor gepende “Mexican Shores” is buitengewoon sfeervolle verhalende Americana, “Time To Move On” stoeit haast onopvallend met een loom, maar wel heel erg aanstekelijk R&B-motiefje, “When The Company Rolls In” is klassieke alternatieve country genre The Jayhawks en aanverwanten, “Out On The Road” een knap staaltje van ingehouden roadhouse blues, “Hammerdown” een aardig eindje wegtwangende, al bij al eerder traditioneel opgevatte country, “Highway Calls” een dot van een trage road song en “Solid Ground” een al even knap staaltje bedaarde roots pop. Een kennismaking meer dan waard!

Favorite Hippies, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

AD VANDERVEEN “Live At Crossroads” (Crossroads / Sonic Rendezvous) en “Live Labor” (& The O’Neils) (Blue Rose / Sonic Rendezvous)

(4,5*****) en (4****)

Liefhebbers van de kunstjes van de Nederlandse veelkunner Ad Vanderveen worden door hun idool dezer dagen flink op kosten gejaagd. In het sinds het verschijnen van het ronduit geweldige “Driven By A Dream” nog net niet helemaal verstreken jaar pakte hij onlangs al met een tweede live-cd uit. Ging het bij de eerste nog om een volledig akoestisch gehouden set ontleend aan Jos van den Booms onvolprezen radioprogramma “Crossroads Radio”, dan biedt de nog net iets recentere tweede geheel en al andere koek. “Live Labor” effectief!

Met de geweldige O’Neils als ’s mans hoogsteigen Crazy Horse. Recentere songs als “Time Has Told”, “Wouldn’t That Be A Shame”, “Driven By A Dream” en “Will And Testament” kregen eind maart van dit jaar in de Scheune in het Duitse Wredenhagen van Vanderveen en z’n begeleiders Roel Overduin (drums), Timon van Heerdt (gitaar), Martijn van Donk (bas en zang) en Kersten de Ligny (zang, keyboard en percussie) een wat ruwere behandeling dan op plaat mee. Nam echter niet weg, dat ze ook zo nog steeds nadrukkelijk onder de noemer folkrock vielen. Een flink stuk steviger ging het er echter aan toe in herwerkingen van een stel oudere nummers op het repertoire van Vanderveen. Het je vast nog wel uit ’s mans Personnel-tijden bekende “Water Under The Bridge” groeide zo bijvoorbeeld uit tot een verschroeiende, hoegenaamd niets ontziende, net geen dertien minuten durende spitsbroeder voor groot voorbeeld Neil Youngs “Cortez The Killer”, “Well Of Wonder” – Ook al ruim 10 minuten en 43 seconden lang! – transformeerde ergens onderweg van puur akoestisch kleinood tot een desert rocker van formaat en ook het afsluitende tweetal “Soul Power” (9’54”) en het nog niet eerder verschenen “The Abyss” (10’00”) zal adepten van de al genoemde Young en Rich Hopkins allicht snel gaan inspireren tot het weer eens omgorden van de beruchte luchtgitaar.

De twee kanten van Vanderveens muzikale persoonlijkheid blootgelegd op twee totaal verschillende live-platen mogen we dus wel stellen. Focuste “Live At Crossroads” nog nadrukkelijk op de singer-songwriter, dan mag op “Live Labor” de rocker weer eens uit de kast. En ik moet zeggen: ik vind ze – Met een lichte voorkeur weliswaar voor de songsmid! – allebei wel wat hebben!

Ad Vanderveen, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

ELLEN SUNDBERG “Black Raven” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Net als het hier onlangs elders besproken “Like The Birds” van Slow Fox een debuut van Zweedse makelij, dit “Black Raven”. En net als die plaat ook verrassend goed te noemen. Dat Ellen Sundberg nog maar net twintig is geworden, hoor je hier hoegenaamd nergens. Wel integendeel, zo goed als alles op “Black Raven” klinkt juist heel erg matuur. En alleszins niet als de eerste worp van het kruideniershulpje van om de hoek, dat ze eigenlijk gewoon is. Ergens tussen alternatieve en traditionele country en roots rock in sneed Sundberg immers met vaste hand een tiental prima songs uit het leven zelve. En die brengt ze op haar eersteling tegen een achtergrond van onder meer akoestische en elektrische gitaren, lap en pedal steel, banjo, fiddle, accordeon, harmonica, double bass en drums, ons daarbij zowel stemgewijs als stilistisch gezien een weinig herinnerend aan acts als een Mindy Smith of een Joan Osborne. Al mogen als referenties wat ons betreft zeker ook mannelijke collega’s als een Ryan Adams, een Conor Oberst (Bright Eyes) en een Neil Young op tafel worden gegooid. Zeker die laatste dan, als we hier tenminste even louter op het slepende “Whisper To The Water” mogen afgaan. Dat liedje, het al even beklijvende titelnummer en het intimistische “From One Side To Another” waren op de keper beschouwd onze favoriete momenten op “Black Raven”. Een plaat, die Sundberg binnenkort als voorprogramma van Israel Nash (Gripka) overigens doorheen zowat heel Europa live zal mogen komen voorstellen. En dat zal haar, als je het ons vraagt, vast met hele bosjes tegelijk nieuwe bewonderaars gaan opleveren. Ze verdient het alleszins…

Ellen Sundberg, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

SLOW FOX “Like The Birds” (Rootsy / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

“If I could learn to sing like the birds in the trees, then nothing in the world could ever stand in the way of me. If I could learn to sing like the birds in the sky, then nothing in the world could ever bring me down. I want to lay it down like Mary does, make them cry like Alison can, and break their hearts with one refrain, just like Gillian.” Aan het woord: de 28 jaar jonge Zweedse Sofia Henricsson, ook wel Slow Fox. En die legt daarmee de lat voor haar z’n titel aan de voor dat citaat aangedane liedje ontlenende debuut wel meteen heel erg hoog. We hebben het hier immers daadwerkelijk over Mary Chapin Carpenter, Alison Krauss en Gillian Welch. Drie van de mooiste Americana-stemmen überhaupt! Maar – Eerlijk is eerlijk! – Henricsson komt met haar vergelijkingen eigenlijk best wel goed weg. Met name die met Carpenter houdt ons inziens wel degelijk steek. Net als deze laatste heeft ook de jonge Henricsson een stem als een klok. Tegelijk heel erg vetederend, maar ook ontzettend krachtig. Heel natuurlijk aanvoelend ook. En ze pakte ons met de elf eigen (folk-, Americana- en country)liedjes op “Like The Birds” dan ook vrijwel moeiteloos in. Vooral het sfeervolle “Morning After”, het ongegeneerd (country)rockende “Hard Work”, een duetje met de ons voorheen volslagen onbekende Jakob Nyström, en de ballades “Salesman” en “None The Wiser” gingen er hier in als zoete koek. Gaan we beslist nog veel meer van horen, van deze uitermate getalenteerde youngster!

Slow Fox, Rootsy, Sonic Rendezvous

 

RICK SHEA “Sweet Bernardine” (Tres Pescadores / Sonic Rendezvous)

(5*****)

“Sweet Bernardine”, de nieuwe van Rick Shea, is een plaat om te hebben en intens veel van te houden. Een veritabel singer-songwriterjuweel, als u het ons vraagt. Een tien nummers lange trip richting de Americana-hemel! Met de ook nu weer als een kruising tussen good old Merle Haggard, collega Tom Russell en ex-Blaster Dave Alvin klinkende Shea echt wel in de vorm van zijn leven. Ergens tussen folk, country en rock vond hij al lang geleden z’n eigen boompje en daarin kerft hij, met die markante stem van ‘m als z’n wellicht voornaamste bondgenoot, ook nu weer een aantal niet te versmaden song-statements. Vaak behoorlijk persoonlijk van aard ditmaal. We noemen in dat verband bijvoorbeeld graag het met name accordeongewijs met een snuifje Mariachi-gevoel gekruide “Mexicali Train”, waarin Shea ons meeneemt op een treinreis doorheen Mexico, bedoeld om een stukgelopen relatie letterlijk achter zich te laten. Of ook het op ingetogen wijze verhalende “John Shea From Kenmare”, dat door Shea gewijd werd aan het verhaal van zijn tijdens de Civil War gevangen gezette betovergrootvader. Samen met de sfeervolle Hank Williams-cover “Honky Tonk Blues”, het zijn titel bedaard de nodige eer bewijzende “Shake It Little Sugaree”, het aan zijn geboorteplaats San Bernardino opgehangen titelnummer en het fraaie afscheidsliedje “Time To Say Goodbye” slechts enkele van de vele, vele hoogtepunten hier! En dan vergaten we bijna nog de werkelijk wonderschone, samen met Mary McCaslin voor het vanuit Los Angeles actieve radiostation KPFK’s programma FolkScene gebrachte live-lezing van Roy Acuffs klassiekertje “Streamline Cannonball”. Een mooi orgelpunt voor een al even mooie cd! Rick Shea’s beste tot op heden!

Rick Shea, Sonic Rendezvous

 

THE BAND OF HEATHENS “Sunday Morning Record” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Hun wellicht meest persoonlijke collectie liedjes tot op heden, noemde één van de twee overgebleven kopstukken van die groep, Gordy Quist, onlangs terecht het elftal op de nieuwe worp van The Band Of Heathens. Songs, die in veel gevallen hun oorsprong vonden in de voor de band op de keper beschouwd aardig woelig uitgevallen tijden kort na het verschijnen van de nochtans behoorlijk succesvolle voorganger, “Top Hat Crown And The Clapmaster’s Son”. Tijden, waarin vrij kort na elkaar zowel zanger-songsmid Colin Brooks, bassist Seth Whitney als drummer John Chipman de groep besloten te verlaten en op die manier haar voortbestaan heel even in het gedrang brachten. Tijden, waarin Quist en z’n vrouw zich bovendien net opmaakten om hun eerste kindje op de wereld te gaan zetten. Tijden, waarin Ed Jurdi en z’n gezin naar Asheville, North Carolina verkasten. Heel wat veranderingen op een kluitje dus… En die resulteerden bij songwritersduo Quist en Jurdi nadrukkelijk in een zekere hang naar (innerlijke) rust. Samen met nieuwkomers Trevor Nealon (toetsen) en Richard Millsap (drums) werkten ze onder de productionele hoede van George Reiff en Steve Christensen meer dan dertig nieuwe nummers af, waarvan er uiteindelijk maar elf op “Sunday Morning Record” zouden belanden. Maar die elf maken wat ons betreft de titel van de plaat wel helemaal waar. Ze zijn immers veelal eerder rustig van aard en derhalve ook uitermate geschikt om op zondagochtend als soundtrack voor het wellicht rustigste moment van de (veel té) drukke week te dienen. Meer roots pop dan roots rock dus. Vaak traag tot midtempo. Grotendeels akoestisch ingevuld. Met als geschikte referenties ditmaal naar onze bescheiden mening acts als de Eagles, J.D. Souther, Gordon Lightfoot en vooral ook Jackson Browne. Very seventies indeed. En meer bepaald richting West Coast dan. Erg sterk spul zonder meer! Behoorlijk tijdloos eigenlijk!

The Band Of Heathens, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

AUDREY AULD “Tonk” (Reckless Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

De verhuis van haar geboorteland Australië naar de States heeft zingende liedjesschrijfster Audrey Auld bepaald geen windeieren gelegd. Daar, in het verre Nashville, vond ze immers terstond zo goed als alles om haar muzikale dromen nu ook compleet te verwezenlijken. De beste studio’s, de beste producers, de beste muzikanten… En dat resulteert vanzelfsprekend ook in telkens weer wat beter wordende platen. Met als voorlopige hoogtepunt haar nieuwste, kortweg “Tonk” geheten. Geen “Honky” dus in de titel daarvan, maar gelukkig wel nog in voldoende mate in wat erop terug te vinden is. Ruim veertien nummers lang belijdt Auld op dat nieuwe album immers weer haar geloof in traditionele countrywaarden. In een productie van George Bradfute en Kenny Vaughan en verder begeleid door anderen Harry Stinson, Paul Martin, Chris Scruggs, Andy Leftwich en Gary Carter sloeg ze in de studio van wijlen country-icoon Jim Reeves in Nashville in nauwelijks twee dagen tijd evenveel bruggen tussen verleden en heden van country. Met een groot hart voor de rijke traditie ervan weet Auld het genre probleemloos naar een meer eigentijdse context te vertalen. Retro tout court is wat ze brengt dus zeker niet. Maar dat zal zelfs echte countrypuristen er beslist niet van weerhouden om met volle teugen te genieten van dingen als het met de tong diep in de Johnny Cash-wang geplant gebrachte stampertje “Rack Off”, het heerlijk swingende “Drinking Problem”, het volop naar old-time stringband music neigende “Bound For Glory”, de Terry McArthur- en Willie P. Bennett-covers “Sweet Alcohol” en “Crying The Blues” en vele andere hier. “Tonk” is wat ons betreft een echte aanrader van formaat!

Audrey Auld, Sonic Rendezvous

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home