CAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpgCAC 3.jpg

 

ARCHIEF CD-RECENSIES OKTOBER 2014

 

archief

 

* = Thanks, but no thanks! - ** = Mediocre… - *** = Just plain good stuff. - **** = Very good indeed! - ***** = Absolutely brilliant!!!

 

Op deze pagina vind je recensies van de volgende albums:

JAMES WILLIAMSON “Re-Licked” - DICK LEMASTERS “One Bird, Two Stones” - ELIOT BRONSON “Eliot Bronson” - POPA CHUBBY “I’m Feelin’ Lucky” - JAMES HAND “Stormclouds In Heaven” - LOST IMMIGRANTS “An Americana Primer: Vol. 3” - ANTHONY D’AMATO “The Shipwreck From The Shore” - MARTIN CARR “The Breaks” - THE PARSON RED HEADS “Orb Weaver” - THE MASTERSONS “Good Luck Charm” - THE LOST BROTHERS “New Songs Of Dawn And Dust” - TREML SCHUIER RILL “Heart & Soul & Rock ‘n’ Roll” - PIETER SIMONS “Lang Gezwegen” - PALADINS “More Of The Best Of Vol. I” - PARSONS THIBAUD “Eden” - PAUL THORN “Too Blessed To Be Stressed” - KENN MORR BAND “Afterimage” - MURALI CORYELL “Restless Mind” - GAL HOLIDAY AND THE HONKY TONK REVUE “Last To Leave” - LANEY JONES “Golden Road” - FAYSSOUX “I Can’t Wait” - CHRISTINE ALBERT “Everything’s Beautiful Now”

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

 

JAMES WILLIAMSON “Re-Licked” (Leopard Lady Records)

(3***)

Tussen twee tournees door doken James Williamson, Steve Mackay, Mike Watt en Toby Dammit, de huidige live-incarnatie van de legendarische Stooges, eerder dit jaar samen de studio in om er een reeks liedjes in te blikken, die Williamson zo’n veertig jaar eerder samen met Iggy Pop had geschreven als materiaal voor de opvolger van hun classic “Raw Power”. Door gebrek aan een platendeal bleven die songs echter gewoon jarenlang op de plank liggen. Hier en daar belandde er ondertussen wel eens eentje op een bootleg, maar van een officiële release was er tot voor kort überhaupt geen sprake.

Maar daarin komt er dus nu verandering! Met “Re-Licked” bieden Williamson en co ons niet enkel die tien voor de opvolger van “Raw Power” bestemde liedjes, maar bovendien ook nog eens een reeks van een zestal “B-sides and Bonus Alternate Tracks” aan. In totaal zestien nummers, waarvoor ze telkens de hulp van de één of andere bekende of minder bekende zanger of muzikant inriepen. Voor het nogal nerveus uit de startblokken schietende openingsnummer “Head On The Curve” werd zo Dead Kennedys-kopstuk Jello Biafra opgetrommeld, de bluesy “valse trage” “Open Up And Bleed” en bonusje “Gimme Some Skin” worden gebracht met Carolyn Wonderland en het zich heftig shakend een weg naar je benen banende “Scene Of The Crime” werd gereserveerd voor Bobby Gillespie van Primal Scream. Onder het buitengewoon groovy “She Creatures Of The Hollywood Hills” prijkt vervolgens ook de naam Ariel Pink, voor het al bij al nogal “spooky” aandoende “Til The End Of The Night” mocht men rekenen op bijdragen van Alison Mossheart van The Kills en Dead Weather en het furieuze “I Gotta Right” leeft zo goed als volledig bij de gratie de onnavolgbare Lisa Kekaula van The BellRays. In barrockertje “Pinpoint Eyes” waart dan weer Joe Cardamone van The Icarus Line rond, voor het snedige “Wild Love” tekenden Mark Lanegan en opnieuw Alison Mossheart mee, voor het lichtjes geweldige “Rubber Leg” kreeg men Ron Young van Little Caesar op bezoek en voor het bij momenten aardig psychedelisch getinte “I’m Sick Of You” op zijn beurt dan weer Mario Cuomo van The Orwells. Voor de nog resterende bonussen gaven elk om beurt Nicke Andersson van de Zweedse garagerockgroep The Hellacopters (“Cock In My Pocket”), opnieuw Lisa Kekaula (“Heavy Liquid”), The Richmond Sluts (“Wet My Bed”), Gary Floyd van The Dicks (nogmaals “Cock In My Pocket”) en James George Thirlwell aka Clint Ruin of Foetus (“Rubber Leg”) acte de présence.

Een line-up die naar onze bescheiden mening veel indrukwekkender uitpakt dan het op “Re-Licked” gebodene zelf. Dat had op ons alleszins lang niet dezelfde impact als “Raw Power” indertijd. Maar ja, we zijn ondertussen dan ook al heel wat meer gewoon geraakt… Laat ons zeggen: goed, maar ook niet meer dan dat.

James Williamson

 

DICK LEMASTERS “One Bird, Two Stones” (Dick Le Masters)

(3,5****)

In het volop van geweldig gitarenwerk profiterende openingssalvo van “One Bird, Two Stones”, het ronduit grootse “Big Ol’ Buick”, gooit Texaan Dick LeMasters meteen één van z’n voornaamste troeven op tafel. Die best wel wat richting ZZ Top in z’n beste momenten afdwalende blues rock beauty vormt als het ware het ideale vehikel voor ’s mans vingervlugge snarenbehandeling. Een echte “guitar slinger” dus! Maar eveneens een uitstekende zanger en songsmid. Iets wat de beste man in de ons dan nog resterende tien songs overvloedig bewijzen zal.

“River Blues” bijvoorbeeld is een majestueus als de erin bezongen rivier aan je voorbij glijdende lap bluesplezier, “Pestilence & Locusts” vervolgens een op dezelfde leest als veel van het werk van Neil Young & Crazy Horse geschoeide deluxe-gitaarrocker en “Lightning From A Clear Blue Sky” een streepje onvervalste Texaanse Americana storytelling. “Three Fifty Seven” zoekt met name harmonicagewijs dan weer nadrukkelijk bluesoorden op, “Last Time I Saw You” blijkt klassiek, qua mood best wel wat aan Dylans “Knockin’ On Heaven’s Door” verwant singer-songwriterspul en het gitaarzwangere “Power In The Snake” rockte ons net niet volledig ondersteboven. Wachten dan nog op een kennismaking: het zich behoorlijk complexloos een plaatsje in de galerij der grote Texaanse songs opeisende “The Wages Of Sin”, het vertederende trage bluesniemendalletje “Need Your Lovin’, het zo goed als volledig aan tastbaar liefdesverdriet opgehangen “Held On Too Long” en het bij wijze van afsluiting weer een vet potje bluesrockende titelnummer.

LeMasters nam “One Bird, Two Stones” in z’n thuisstaat op in het gezelschap van collega-songsmid Douglas Greer, drummer Adam King en mondharmonicaspeler Dan Moser. Met die Greer was hij trouwens ook al enkele keren te bewonderen in Europa. Ten tijde van diens gesmaakte “Just A Man” was dat. En een nieuwe tournee met Greer lijkt ook al in de maak voor het stilaan nakende 2015. Als die straks met z’n nieuwe worp “Baja Louisiana” uitgepakt zal hebben, hebben ze immers allebei weer een goede reden om de oversteek naar rootsmuziekminnende delen van Europa nog eens te maken. Wij zullen er dan alvast graag bij zijn!

Dick LeMasters, CD Baby

 

ELIOT BRONSON “Eliot Bronson” (Saturn 5 Records)

(5*****)

Wat een beauty! Geen wonder, dat de recentelijk onder meer ook al voor z’n werk met Jason Isbell, Sturgill Simpson, Nikki Lane en Rival Sons geprezen Dave Cobb onmiddellijk toehapte, toen Eliot Bronson hem een van een muziekje ter kennismaking vergezeld mailtje stuurde met de vraag om z’n nieuwe plaat te produceren. Je voelt als het ware meteen, dat je hier met “een speciale” te maken hebt. Iemand die het nadrukkelijk in zich heeft om het heel erg ver te gaan schoppen.

Bronson blijkt hier immers niet enkel een briljante tekstdichter en een poëet van het zuiverste soort, maar vooral ook een echte dijk van een zanger! Heerlijk hoog durft hij te gaan! Hartverscheurend mooi gewoon! En wat het allemaal nog net dat beetje specialer maakt, is dat het Bronson zo verdomd gemakkelijk lijkt af te gaan. Alsof hij er niet de minste moeite hoeft voor te doen! Amper een week kostte het hem om de tien liedjes van “Eliot Bronson” te vereeuwigen. Met dank vooral aan Cobb voor het zalige atmosferische geluid daarvan. Al mag de rol van de andere bij het project betrokkenen in die context zeker ook niet worden onderschat. Naast Bronson (zang, akoestische gitaar, piano en harmonica) en Cobb (akoestische gitaar en percussie) zelve waren ook Brett Hartley (resonator- en elektrische gitaar en lap steel), Chris Powell (drums en percussie), Adam Gardner (bas, piano en mellotron), Mike Webb (keyboards en mellotron) en Kristen Rogers (zang) mee van de partij en dus medeverantwoordelijk voor één van de naar onze bescheiden mening gaafst klinkende platen van 2014 so far.

Laat je verleiden door intense ingetogen songschoonheden als “Nothing Like Me”, “You Wouldn’t Want Me If You Had Me”, “Time Ain’t Nothin’”, “Never Been A Friend Of Mine”, “Sleep On It” en “Baltimore” en wat uitbundiger spul à la “Comin’ For Ya North Georgia Blues” en “New Pain” en noteer “Eliot Bronson” vervolgens – Net als ons! – nu al even voor je eindejaarlijstje. Bronson verdient dat echt wel! Zijn in prachtliedjes gegoten poëtische overpeinzingen vormen hoe dan ook een echte aanwinst voor elke zichzelf respecterende platencollectie. En dan plakten we daar voor één keer bewust eens niet het woordje Americana voor…

Eliot Bronson

 

POPA CHUBBY “I’m Feelin’ Lucky” (Dixiefrog / Bertus)

(4****)

Snelle kopers van “I’m Feelin’ Lucky”, het nieuwe album van Ted “Popa Chubby” Horowitz, mogen rekenen op een heuse traktatie. Om z’n eerste vijfentwintig jaar op de planken te vieren voegt de olijke dikkerd aan z’n nieuwe album in beperkte oplage immers de bonus-cd “25 Years!” toe. Met daarop een tiental zeldzame tracks, voornamelijk uit zijn pre-Popa Chubby-tijd. Met acts als Bloodclot (hardcore punk), Noxcuse (hardcore punk) en City Opus with Joe Lobelle (soul) en in z’n eentje (pop, rock, funk en blues). Uitzondering op de regel en als dusdanig ook vreemde eend in de bijt blijkt het afsluitende, in 2013 met Street Docs ingeblikte “Popa Chubby Is An Old Ass Man”, een heuse hap blues rap. Door een manifest gebrek aan coherentie op de keper beschouwd eigenlijk vooral leuk als curiosum, dit bonusje.

Persoonlijk ben ik echter veel meer in mijn nopjes met het eigenlijke nieuwe album van Horowitz zelf, “I’m Feelin’ Lucky”. Dat is immers weer een bijzonder lekker plaatje geworden! Gelijk van bij het met de blik op z’n Robert Crays op het Zuiden gerichte “Three Little Words” ben ik graag mee. “Play this loud for best results!” Graag volg ik vanaf hier dat onder het lijstje met de gebrachte tracks geuite streepje advies. En met resultaat ook! Want wat knalt dat funky titelnummer plots machtig uit de boxen! En wat rockt het met collega-snarenwonder Mike Zito gepende en ook gebrachte “Rock On Bluesman” weer messcherp! Een heuse hattrick als opener, alstublieft! En dat blijkt vervolgens alleen nog maar het begin! Via het wervelende, met een gezonde dosis swing opgewaardeerde “One Leg At A Time” gaat het aansluitend aan een rotvaart richting het moddervette, z’n titel werkelijk alle eer aandoende “Rollin’ And Tumblin’” en het heerlijk soulvolle, in duet met de lichtjes fantastische Dana Fuchs gebrachte “Come To Me”. Pas voor “Save Your Own Life” gaat de voet even van het gaspedaal. Dat blijkt immers traditionele bluesrock van het eerder lome, bij nader inzicht behoorlijk bezwerende type. En dan is er plots het naar hit ruikende “I’m A Pitbull (Nothin’ But Love)”. Een buitengewoon radiogenieke, bijna gerapte ode aan z’n naar eigen zeggen beste vriend, z’n pitbull. Resten dan nog: de ongemeen sfeervolle trage “Too Much Information” en het op aangepaste wijze de feestelijkheden uitluidende “The Way It Is”.

Prima plaatje, Ted! Op die manier mag je er van ons graag nog 25 jaar bij doen!

Ter ondersteuning van de release van “I’m Feelin’ Lucky” doet Popa Chubby binnenkort ook weer de Lage Landen aan. En Venlo (22-11: Royal Irene), Verviers (26-11: Spirit of 66), Amstelveen (27-11: P60), Drachten (28-11: Iduna), Vlissingen (29-11: De Piek) en Utrecht (30-11: De Helling) mogen dan rekenen op een tussenstop van de man.

Popa Chubby, Dixiefrog Records

 

JAMES HAND “Stormclouds In Heaven” (DJP Productions)

(4****)

Als groot liefhebber van hardcore country ben ik altijd weer zeer in mijn nopjes, als er weer eens wat nieuws van James “Slim” Hand komt aanwaaien. Sinds mijn eerste kennismaking met zijn muziek in 1999 heeft die Texaan me eigenlijk nog nooit ontgoocheld. Zowel “Shadows Where The Magic Was”, “Live At The Saxon Pub”, “Evil Things”, “The Truth Will Set You Free”, “Shadow On The Ground” als “Mighty Lonesome Man” waren en zijn hier nog steeds graag gehoorde gasten. Elk van die albums had mijns inziens heel wat te bieden aan wie net als mij altijd wel een boontje zal blijven hebben voor traditioneel geschoolde countrymuziekjes. En onder meer Willie Nelson, Kris Kristofferson, Ray Price en Ray Benson van Asleep At The Wheel outten zich bijvoorbeeld ook al als fans.

“Stormclouds In Heaven”, Hands nieuwste, toont hem nu van een enigszins andere kant dan gebruikelijk. Dat in een productie van Deborah J Perry samen met klasbakken als Brennen Leigh, Speedy Sparks, Lisa Pankratz, Cindy Cashdollar, Floyd Domino, Earl Poole Ball, Jason Roberts en anderen opgenomen geheel bevat immers een veertiental voornamelijk in gospel gedrenkte, nieuwe Hand-originelen. Niet zelden op smaak gebracht met wat bluegrassflair en al bij al lekker gevarieerd van ritmiek. Het ene moment volop uitnodigend tot het meestampen van catchy melodieën zoals die van het titelnummer, “Why O Why” en “The Devil Ain’t No Quitter”, het andere volop zwelgend in de melancholie. En daarbij uiteraard weer volop herinnerend aan genregroten als een Hank Williams, een Ernest Tubb en zeker ook een Lefty Frizzell.

Maar laat je door dat laatste zinnetje vooral niet afschrikken: James Hand is en blijft tot nader order immers ontegensprekelijk één van de meest authentieke, binnen het huidige countrygebeuren actieve talenten. Dat staat voor mij na “Stormclouds In Heaven” meer dan ooit als een paal boven water.

James Hand

 

LOST IMMIGRANTS “An Americana Primer: Vol. 3” (Lo-Fi Tofu Records)

(3,5****)

Deel drie in de zich ondertussen al over ruim twee jaar uitstrekkende triptiek “An Americana Primer” van het sympathieke Texaanse collectiefje Lost Immigrants. Het negende album trouwens al van James Dunning en de zijnen sinds “Waiting On Judgment Day”, hun in 2006 verschenen debuutplaat. En een verdomd sterke ook!

In een productie van de ook voor alle songs tekenende Dunning en Aaron Hass worden net als op het vorige volume ook ditmaal weer zeven nieuwe liedjes opgedist. Dunning neemt daarin de leadzang en diverse akoestische en elektrische gitaren voor z’n rekening. Chad Stewart van zijn kant tekende voor het drumwerk en wat backing vocals, Eric McGinnis was de bassist van dienst, Ryan Pool leverde bijdragen op orgel en piano, Blake Brownlee zorgde voor wat bijkomend elektrisch gitaargestoei en CC Cross en Marco Street verleenden de nodige vocale hand-en-spandiensten.

Het resultaat: een jong Texas op het lijf geschreven potje eigentijdse Americana. Nu eens heerlijk rockend, dan weer eerder ingetogen, maar immer soulvol. Met hier en daar wat red dirt aan de boots, zeg maar. Deed ons op de keper beschouwd dan ook best wel wat denken aan enigszins vergelijkbare acts als Reckless Kelly en Micky& The Motorcars. Met Dunning als bijzonder straffe lijsttrekker. Zijn schuurpapieren voordracht betekent naar onze bescheiden mening een fameus surplus voor het totaalgeluid van de groep.

Als leukste momenten noteerden wij het hyperaanstekelijke, duidelijk op luidkeels meelallende fans mikkende stampertje “Gimme A Holiday”, de zich flink wat ingetogener aandienende, heerlijk soulvolle nieuwe single “Love Love Love” en de vinnige alternatieve countryrocker “I Can’t Be Trusted With A Heart Like Yours”. Maar ook het op vurig gitaarwerk geënte “Reaching Out”, “valse trage” “Cry Me A River Blues”, power ballad “Straight To The Grave” en slowtje “Angel Wings” zijn eigenlijk bepaald niet te versmaden.

Lost Immigrants, CD Baby

 

ANTHONY D’AMATO “The Shipwreck From The Shore” (New West Records / Warner Music)

(4****)

Zo’n twee jaar geleden al deed de jonge Amerikaan Anthony D’Amato hier voor het eerst van zich spreken. Als voorprogramma van Israel Nash Gripka meer bepaald. Onder meer de vaste klanten van de N9 in Eeklo waren toen al getuige van een hoogst origineel aanstormend talent. D’Amato die indertijd met “Paper Back Bones” in eigen beheer net z’n tweede langspeler had afgeleverd, werd er door zo menig een bezoeker als een flinke tip voor de toekomst genoteerd.

En gelijk hadden ze! Dat onderstreept D’Amato met z’n nieuwste, het zopas bij New West Records verschenen “The Shipwreck From The Shore”, met verve. Met de tien liedjes daarop vindt hij een eigen niche ergens op het kruispunt tussen Mark “E” Everett (eels), Connor Oberst (Bright Eyes) en Sufjan Stevens. Ergens tussen pop, rock en folk dus.

’s Mans deuntjes blijken op de keper beschouwd zonder uitzondering extreem catchy, maar ze hebben ook altijd wel iets van een scherp randje. En het orkestrale schuwt hij er bij momenten al helemaal niet in. D’Amato houdt duidelijk van geluidjes. Zij bepalen mee de “mood” van zijn liedjes. Zoals de kleurrijke glasramen in een kerk onder invloed van de zon als het ware.

Onze luistertips: het met licht vervormde stem gebrachte stampertje “Was A Time”, het een al even verslavende indruk nalatende “Back Back Back” en het bij voorbaat met een serieuze kans op falen rekening houdende relatieliedje “If It Don’t Work Out”. Dat laatste zouden wij hier zelfs een geknipte single-kandidaat durven te noemen.

Anthony D’Amato, New West Records

 

MARTIN CARR “The Breaks” (Tapete Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Het kan verkeren! Bredero wist het al en voormalig Boo Radleys-gitarist Martin Carr nu ook. Raakte hij z’n tweede soloplaat eerst aan de straatstenen niet kwijt, dan zorgde het sinds jaar en dag vanuit de Duitse havenstad Hamburg actieve Tapete Records zomaar “out of the blue” alsnog voor de door Carr zo gegeerde doorbraak. En da’s maar goed ook, want als er al één ding is, dat de beste man ons op de opvolger van z’n solodebuut “Ye Gods And Little Fishes” duidelijk maakt, dan is het wel dat hij bij de Boo Radleys nog lang niet al zijn kruit verschoten had. Het tegendeel lijkt zelfs eerder waar!

“The Breaks” bevat gewoon heel wat van ’s mans allerbeste liedjes tot op heden. Indie-popdeuntjes van het werkelijk allerbeste soort. Het ene al beter dan het andere! Een kennismakingsrondje verdienen zo wat ons betreft zeker het zich als heel erg zomers aandienende en ons in al z’n aanstekelijkheid een beetje aan de Blow Monkeys herinnerende “The Santa Fe Skyway”, het ook al ongemeen zwierige, door de eigen harde godsdienstige opvoeding geïnspireerde “St. Peter In Chains”, het ingetogen “Mainstream” en het herfstige “Mountains”. Net als de met één voet stevig in sixties beat pop geworteld zittende oorwurm “Senseless Apprentice”, de mooie trage “I Don’t Think I’ll Make It” en titelnummer “The Breaks” zijn dat stuk voor stuk liedjes, waarmee je ons elke dag opnieuw graag enkele keren lastig mag komen vallen.

Een comeback van formaat noemen wij zoiets dan…

Martin Carr, Sonic Rendezvous

 

THE PARSON RED HEADS “Orb Weaver” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Jezelf blootstellen aan “Orb Weaver” van The Parson Red Heads heeft iets van een reis doorheen de tijd. Terug naar de late jaren zestig, vroege jaren zeventig met name en dat aan het handje van een viertal dat duidelijk zijn klassiekers kent. Cosmic country rock ja, maar evengoed met uitstapjes in andere richtingen. Met vrijwel doorlopend heerlijke jengel- of wijd uitwaaierende gitaren en veel al even fijn harmonieerwerk. De Byrds wezen alleszins als referentiepunten genoemd, maar zeker ook acts als Gram Parsons en de Flying Burrito Brothers, Crosby, Stills, Nash & Young, de Pure Prairie League en Poco.

Klinkt zo op het eerste gehoor misschien als muziek voornamelijk bestemd voor oude zakken, maar dat is het dus zeker niet. Daarvoor zorgen naast de knappe eigentijdse productie van Scott McCaughey van The Minus 5 vooral ook uitschieters richting de eighties en de hoogdagen van het Paisley popgebeuren en later ook het zich van onder de vleugels van het veel geloofde magazine No Depression langzaam ontvouwende nieuwe alternatieve countrywezen. De liedjes van Evan Way en Sam Fowles zijn vrijwel zonder uitzondering sterk te noemen, de muzikale invulling ervan is dat zeker ook en vooral wat betreft de vocale prestaties erin mag je zelfs rustig spreken van een echte glansprestatie.

Very West Coast indeed! En verduiveld lekker ook! Mag wat ons betreft zo onder de “w” van “Wow!”, deze derde van The Parsons Red Heads!

The Parson Red Heads, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

THE MASTERSONS “Good Luck Charm” (New West Records / Warner Music)

(4,5*****)

“Good Luck Charm” is na het al in 2011 verschenen “Birds Fly South” de tweede langspeler samen van het vanuit Brooklyn actieve musicerende echtpaar Chris Masterson en Eleanor Whitmore. En net als z’n door critici zowat overal ter wereld letterlijk onder de superlatieven bedolven voorganger is ook dit album weer een echt juweeltje. Weer ga je bij het beluisteren ervan vrijwel voortdurend terugdenken aan andere illustere duo’s als Gram Parsons en Emmylou Harris, Gillian Welch en David Rawlings en zeker ook Buddy en Julie Miller. En dat zouden we hier nu niet meteen slecht gezelschap durven te noemen…

De Mastersons, ondertussen ook vast toegetreden tot Steve Earle’s Dukes, tonen zich hier beiden zeer bedreven op zowel akoestische als elektrische gitaren. En voor Eleanor mag je daar dan ook nog eens de viool aan toevoegen. Bij Neal Casal leenden ze voorts toetsenist John Ginty, Greg Leisz mag her en der naar goede gewoonte op de pedal steel excelleren en bassist George Reiff en drummer Mark Stepro doen het grootste deel van de rest. Al staan op de gastenlijst ook nog wel percussionist Jim Scott en vocalisten Peter Harper, Jason Blynn en Robert Marshall.

Stralend middelpunt van de belangstelling zijn en blijven echter “nach wie vor” de elkaar op echt wel heerlijke wijze aanvullende stemmen van Whitmore en Masterson. Meestal zingt zij en doet hij al harmoniërend z’n duit mee in het zakje. En de enkele uitzonderingen die er al gemaakt worden op die regel bewijzen eigenlijk enkel maar, dat dit een terechte “modus operandi” is ook. De soms voorzichtig wat aan de Jayhawks herinnerende Americana, country rock, folk-, roots- en een enkele keer ook heuse powerpop van de Mastersons vaart er echt wel bij.

Onze lievelingsnummers: het werkelijk sublieme titelnummer, het mede dankzij een machtig Pretenders-gitaartje voorwaar voorzichtig even hitgevoelige oorden aandoende “It’s Not Like Me” en de even snedige als catchy countryrocker “If I Wanted To”. Maar misschien zijn het er morgen wel weer gewoon drie andere, hoor! “Good Luck Charm” is immers weer van begin tot einde gewoon smullen geblazen!

The Mastersons, New West Records

 

THE LOST BROTHERS “New Songs Of Dawn And Dust” (Lojinx)

(5*****)

Deze plaat is al enkele dagen lang niet meer uit de buurt van mijn cd-speler weg te slaan. Maar “New Songs Of Dawn And Dust”, het met Bill Ryder-Jones als producer opgenomen nieuwe album van de Ieren Mark McCausland en Oisin Leech oftewel The Lost Brothers, is dan ook in één woord adembenemend. Met elke nieuwe luisterbeurt lijk ik zelfs nog wat meer te vallen voor de twaalf waarachtige songschoonheden erop. Helemaal wegsmelten doe ik telkens opnieuw de heren aan het harmoniëren slaan. Daar verandert zelfs het feit, dat ze in vergelijking met op voorganger “The Passing Of The Night” uit 2012 nu wat meer van vertrouwde paden Americana en folk durven af te dwalen, absoluut niets aan. Integendeel zelfs! Ik vind het allemaal nog net iets mooier dan voorheen!

Ik mag me maar wat graag laten meedrijven op de zachtjes voorbijkabbelende liedjesgolven van de oneigenlijke broers. Ik vind het echt zalig toeven in het gezelschap van hun me beurtelings of gelijktijdig aan de glansdaden van de Everlys, de Louvins en Simon& Garfunkel herinnerende muziekjes. Veel van de veelal eerder melancholisch uit de hoek komende deuntjes op “New Songs Of Dawn And Dust” stralen alvast eenzelfde tijdloosheid uit als het materiaal van elk van de genoemde acts.

Topmomenten als het in een zomers loom sfeertje van positivisme badende “Days Ahead”, het zich op buitengewoon intrigerende wijze in het behoorlijk verwarde gedachtengoed van een net van het front teruggekeerde soldaat verdiepende “Soldier’s Song”, het sfeergewijs ergens tussen iets van wijlen Johnny Cash en Simon & Garfunkel aanspoelende “Poor Poor Man”, de haar titel “en passant” helemaal waarmakende ballade “Hotel Loneliness”, het nog volop naar authentieke Americana geurende “Can I Stay With You” en andere behoren echt wel tot het allermooiste wat 2014 ons tot op heden op muzikaal vlak te bieden had.

Om de woorden van huisfavorietje Richard Hawley in verband met The Lost Brothers maar eens even naar m’n hand te zetten: om voor te sterven, zó mooi!

The Lost Brothers, Lojinx

 

TREML SCHUIER RILL “Heart & Soul & Rock ‘n’ Roll” (Creazione Unisono)

(4****)

Overgaan tot de aanschaf van “Heart & Soul & Rock ‘n’ Roll”, “de nieuwe van Markus Rill”, betekent eigenlijk gewoon je overgeven aan het beste van twee werelden. Strikt genomen deelt onze favoriete Duitser hier immers de spotlights met twee streekgenoten van ‘m. Met het duo Franz Schuier en Hubert Treml met name. Zij waren met z’n tweeën onder de vlag “b.o.s.s.” immers verantwoordelijk voor de oorspronkelijke versies van alle nummers op “Heart & Soul & Rock ‘n’ Roll”. Markus Rill van zijn kant tekende voor vertalingen van het Duits naar het Engels van deze “brucig Ogrichte singa Songs". En dat zorgt geregeld voor het nodige vuurwerk!

Gelijk van bij het z’n titel helemaal waarmakende openingsnummer “Heart & Soul & Rock ‘n’ Roll” bekruipt je als eerder toevallige luisteraar volop de goesting om op zoek te gaan naar de originelen van de elf liedjes hier. Mede door het karakteristieke toetsenwerk van Schuier en de gitaarfinesses van Treml waait er immers daadwerkelijk een krachtige Springsteen-wind doorheen dat liedje. En Rill, die valt natuurlijk al evenmin uit zijn rol. Zijn schuurpapieren stem en z’n vaardige, haar Amerikaanse spitsbroeders meer dan waardige schrijverspen doen de rest.

Van de prachttrage “Elvis Is Alive”, die wat ons betreft zomaar van “The River” had weggelopen kunnen zijn, tot het mede door een buitengewoon gloedvolle saxpartij van Martin Jungmeyer echt van de soul bulkende “Girl On The A-Train”, van de mooie pianoballade “More Than You Know” tot het heerlijk zomers wegrockende “Jane”, van “Pony On The Plains”, alweer zo’n knappe trage, tot het hier misschien nog het dichtst in de buurt van “vintage Rill” komende “Tomorrow It Will” en al wat er dan nog volgen moet, dit is gewoon top-singer-songwriterspul, dat het absoluut verdient om tot ver buiten de Duitse landsgrenzen gehoord te worden!

Warm aanbevolen!

Markus Rill

 

PIETER SIMONS “Lang Gezwegen” (Pieter Simons)

(3,5****)

Dat het afsluiten van een lange beroepsloopbaan niet noodzakelijk hoeft te leiden tot een hulpeloze val in een diep zwart gat bewijst de vanuit het Nederlandse Noord-Limburg actieve songsmid Pieter Simons. Sommigen onder jullie zullen de man allicht al kennen van zijn bijdragen als muzikant aan onder meer Pulsief en Parelmoer. Voor alle anderen weze hier vermeld, dat de recentelijk gepensioneerde Simons niet enkel met de schrijverspen, maar ook op z’n accordeon een aardig eindje uit de voeten kan. Iets wat hij op het onlangs onder de productionele leiding van Bart-Jan Baartmans in diens studio Wild Verband opgenomen “Lang Gezwegen” meer dan eens uitgebreid etaleert.

Samen met diezelfde Baartmans (gitaren, banjo, basgitaar en zang), Sjoerd van Bommel (drums en percussie), Mike Roelofs (toetsen), Charles van Dommelen (mondharmonica en zang) en nog een handjevol gastartiesten blikte Simons daar in Boxmeer in oktober van vorig jaar een tiental liedjes in, waaraan hij goed en wel een jaar eerder, even na zijn opruststelling, was beginnen te schrijven. Het merendeel daarvan laat zich vangen onder de petten folk rock en Americana. Gebracht, zoals de titel dat al uitgebreid laat uitschijnen, in het Nederlands en met een stem die ons beurtelings wat deed denken aan die van wijlen Bram Vermeulen, Frank Boeijen, onze eigenste Guido Belcanto en de vermaarde Drs. P.

Vooral in het op buitengewoon speelse wijze aan de man gebrachte anti-oorlogsliedje “Niet Geschoten…” was het de laatste die ons vrijwel onmiddellijk voor de geest kwam. Meer sprekend dan zingend eigenlijk vult Pieters daarin op de stippeltjes wijs aan met de woorden “…altijd prijs!”. En daar valt natuurlijk absoluut niks tegen in te brengen. Andere bijzonder fijne momenten op het in z’n geheel überhaupt erg sympathieke “Lang Gezwegen” zijn wat ons betreft ondermeer het aan de melodie van Richard Thompsons “Keep Your Distance” opgehangen “Alles Of Niets”, het de aan de grond zittenden onder ons bedaard rockend wat moed insprekende “Toon Je Vuur!” en vooral ook de ballade “’n Nieuwe Papa”. Daarin verwerkte Simons op erg knappe wijze het gegeven, dat bij een echtscheiding meestal vooral de kinderen de dupe zijn. En dat niet enkel op het moment van de breuk tussen hun ouders, maar ook bij de pogingen van die twee om een nieuw leven met een andere wederhelft aan te vatten. Vooral met dat liedje laat Simons best wel diep in z’n kaarten kijken. Daarin toont hij immers, dat hij niet enkel goed is in het observeren van de wereld om zich heen, maar dat hij ook in staat is om uit wat hij ziet ook de juiste conclusies te trekken en die dan in een pakkend liedje te vatten.

Al bij al mag je wat ons betreft rustig stellen dat deze liedjesschrijver op jaren een fijne aanwinst is. Met z’n met beide voeten stevig in de dagdagelijkse realiteit geplante, vaak behoorlijk gevoelige teksten als z’n voornaamste bondgenoten. De herkenbaarheid van z’n onderwerpen nodigt alleen maar uit tot nog wat aandachtiger luisteren. En zo hoort het toch gewoon ook, niet?

Pieter Simons

 

PALADINS “More Of The Best Of Vol. I” (Lux Records / Sonic Rendezvous)

(4****)

Een deluxe-hap uit het gemeenschappelijke verleden van Dave Gonzalez, Thomas Yearsley en Brian Fahey oftewel The Paladins. Het collectiefje, dat ons tussen 1986 en 2007, met knappe albums als “The Paladins” (1986), “Years Since Yesterday” (1988), “Let’s Buzz” (1990), “Ticket Home” (1994), “Million Mile Club” (1996), “Rejiveinated” (1999), “Slippin’ In” (1999), “Palvoline No. 7” (2001), “El Matador” (2003) en “Power Shake” (2007) regelmatig compleet, maar dan ook echt compleet wist te vloeren. Met z’n onweerstaanbare mix van elementen uit voornamelijk blues, rockabilly en rock & roll bleek het drietal zowel op plaat als live zo goed als steeds te imponeren.

En het doet dan ook bijzonder veel deugd om middels de verzamelaar “More Of The Best Of Vol. I” weer eens met de neus op de feiten te worden gedrukt: The Paladins waren in hun marktsegment gewoon van het allerbeste wat er op dat moment verkrijgbaar was. Afgetrapt wordt er met heel pril werk, met name het al uit 1982 stammende “Double Datin’”. Vervolgens gaat het over een trits nummers van enkele van hun nog voor Alligator Records verschenen platen – met name “The Paladins” en “Let’s Buzz” – richting hun echte hoogdagen. En die mogen wij graag laten beginnen met het rootsrockmeesterwerkje “Ticket Home” uit 1984, naar onze bescheiden mening nog altijd één van dé allerbeste albums ooit gemaakt. En dat onderstrepen enkele lappen lillend rood rockvlees als het titelnummer en “15 Days” ook nu nog steeds vetjes. Ook van de partij: “Elvis’ Sister”, “Irene”, “Tore Up From The Floor Up”, “Soulfarm”, “Looking For A Girl Like You”, “Don’t Come Calling” en “Too Late Baby”. En afgerond wordt er met de beide nummers van een vorig jaar verschenen 7”, te weten “Should Have Been Dreamin’” een “Wicked”. Heerlijk gewoon! “18 kick ass songs indeed!” Voor één keer spreken we het begeleidende schrijven maar eens niet tegen…

En wat het allemaal nog net iets mooier maakt dan het zo al was, is het feit dat de toevoeging “Vol. 1” het ons nu al toelaat om volop te gaan dromen van meer! Dan met hopelijk nog wat meer “rare ones”!

Lux Records, Sonic Rendezvous

 

PARSONS THIBAUD “Eden” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(3,5****)

Joseph Parsons en Todd Thibaud hebben samen weer eens een nieuwe plaat uit. Na “Parsons Thibaud” uit 2007 en “Transcontinental Voices” van drie jaar geleden hun derde ondertussen al. Hieronder alvast de bijsluiter!

Verpakking: “Eden” is verkrijgbaar in een verpakking met tien songs. Vijf van Thibaud. Vijf van Parsons.

Te gebruiken bij: Verschijnselen, die gepaard gaan met hoge nood aan onthaasting.

Gebruiksaanwijzing: 1 tot 2 draaibeurten, bij voorkeur laat ’s avonds, zullen ervoor zorgen, dat optimale relaxatieresultaten worden bereikt.

Bewaren en houdbaarheid: Bewaren laat zich deze folk rock, Americana en akoestische roots pop het best op kamertemperatuur naast werk van vergelijkbare acts als Crosby, Stills, Nash & Young, Simon & Garfunkel, Milk Carton Kids, Hardpan, 4 Way Street en US Rails. Door zijn unieke samenstelling is “Eden” onbeperkt houdbaar.

Gebruiksvoorzorgen: Het meer dan driemaal per dag tot zich nemen van “Eden” kan aanleiding geven tot (extreme) verslavingsverschijnselen.

Ingrediëntenlijst: “Everything Changes”, “When Nothing Left Is True”, “Cost Of Eden”, “Dreams We Dare”, “Heart That Never Falters”, “Hollywood”, “Near You”, “Time Is Due”, “Nothing To Me” en “Waterfalls”, tien eerder somber uitgevallen, intimistische liedjes over de vele veranderingen inherent aan een mensenleven. Twee prachtige, karaktervolle stemmen, enkele akoestische gitaren, wat harmonica en percussie. That’s it!

Parsons Thibaud, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

PAUL THORN “Too Blessed To Be Stressed” (Blue Rose Records / Sonic Rendezvous)

(5*****)

Mocht u zich na al die jaren – De beste man timmert ondertussen plaatgewijs al zo’n slordige achttien jaar lang fameus aan de weg! – nog steeds afvragen, waarom nieuwe albums van de Amerikaanse zingende songsmid Paul Thorn steevast hoge toppen scheren in zo ongeveer alle Americana charts, dan krijgt u met “Too Blessed To Be Stressed” andermaal fameus lik op stuk. Ruim elf nummers lang toont Thorn zich daarop immers wederom van z’n allerbeste kant. En niet opnieuw met covers zoals ten tijde van voorganger “What The Hell Is Goin’ On?”, maar met vrijwel uitsluitend eigen materiaal ditmaal. Enkel het funky, door Carlo J. Ditta gepende “kontschuddertje” “Get You A Healin’” vormt wat dat betreft een uitzondering. Onder alle andere songs prijken de namen van Thorn zelf en Billy Maddox en een enkele keer ook die van z’n bassist Ralph Friedrichsen.

“Too Blessed To Be Stressed” klinkt als geheel een stuk opener dan veel van Thorns eerdere werk. En dat schrijft hij zelf voornamelijk toe aan het feit, dat hij onder invloed van de liedjes van anderen als een Allen Toussaint, een Ray Wylie Hubbard, een Elvin Bishop, een Lindsey Buckingham of Buddy & Julie Miller op “What The Hell Is Goin’ On?” veel meer aandacht aan de vocale hooks is gaan besteden. Voor het eerst mogen vaststellen, dat concertbezoekers je liedjes al vanaf de tweede passage van het refrein meezingen, doet duidelijk iets met een mens…

Verder bevat “Too Blessed To Be Stressed” ditmaal vooral ook aan universele waarheden opgehangen songs. Ook wat dat betreft is er dus een duidelijke breuk met Thorns verleden. Veel van ’s mans eerdere liedjes ontsproten immers vooral aan voorvallen in z’n eigen leven.

Gelijk van bij het lijzig (roots)rockend resoluut z’n weg richting het collectieve bewustzijn zoekende “Everything’s Gonna Be Alright”, waarin zonder ook maar de minste vorm van terughoudendheid de simpele dingen des levens worden verheerlijkt, is het meteen volop prijs. Vanaf dan weet je het eigenlijk al wel! Dit wordt een echt toppertje! En nog voor die gedachte goed en wel koud is, slaat Thorn al een tweede keer snoeihard toe. Met het heerlijk funkende titelnummer met name, waarin hij klinkt als een wat jongere Joe Cocker in z’n allerbeste momenten. Prijsbeest nummer drie is meteen daarop aansluitend het volop van Michael Grahams fijn toetsenwerk profiterende en überhaupt behoorlijk groovy uit de hoek komende “Everybody Needs Somebody”. Klassiek singer-songwriter-spul, als u het ons vraagt, dat liedje! En daarvan laat er zich op “Too Blessed To Be Stressed” wel meer aanwijzen. Van het zomerse popniemendalletje “I Backslide On Friday” tot het ongemeen soulvolle “This Is A Real Goodbye”, van het vlijmscherpe, maatschappijkritische rockertje “Mediocrity Is King” tot het ons sfeergewijs in de verte ergens aan iets van Tony Joe White herinnerende “Don’t Let Nobody Rob You Of Your Joy”, van het z’n roots nog nadrukkelijk in de blues hebbende “Old Stray Dogs & Jesus” tot het door de geweldige McCrary Sisters van zeer fijne backing vocals voorziene “What Kind Of Roof Do You Live Under” en de werkelijk bloedmooie (trage) afsluiter “No Place I’d Rather Be”, dit is echt één langgerekte weldaad voor rootsmuziekminnende oren.

Heerlijke plaat gewoon… En sowieso een klant voor onze stilaan weer vaste vormen aannemende eindejaarslijst!

Paul Thorn, Blue Rose Records, Sonic Rendezvous

 

KENN MORR BAND “Afterimage” (PWR Records)

(3,5****)

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik tot voor kort niet erg vertrouwd was met het werk van de Amerikaan Kenn Morr en zijn band. Tot mijn grote verbazing gingen er aan ’s mans nieuwe cd “Afterimage” al acht releases vooraf. En afgaande op het daarop gebodene dringt een serieus inhaalmanoeuvre zich op! Het blijkt op “Afterimage” immers te gaan om akoestische herinterpretaties van nummers van die eerdere platen.

Morr zelve (zang, harmonica, akoestische gitaar en piano) en zijn maats Tom Hagymasi (viool, mandoline, bouzouki, knopaccordeon en harmony vocals), Bob Gaspar (djembe, conga’s en percussie) en Pat Ryan (basgitaar en harmony vocals) maakten er voor de gelegenheid een gezellig potje van in de studio en dat hoor je eraan ook! Gewoon “the old fashioned way” met z’n allen samen in één ruimte, lekker live musiceren! En dat leidt hier bijna als vanzelfsprekend tot een ongedwongenheid die je anders alleen maar vruchteloos kan nastreven. Heerlijk relaxed glijden Morr en co doorheen liefst achtentwintig eigen liedjes. Vele daarvan met behoorlijk diepzinnige teksten. Aangenaam luistervoer zonder meer. Catchy in het bijzonder door Morrs sonore baszang. Klinkt als een kruising tussen Elliott Murphy, Leonard Cohen en Bob Geldof. Zoiets…

Er enkele nummers uitlichten heeft hier wat mij betreft absoluut geen zin. Noem het folk rock, roots pop of Americana, noem het zoal je wil! Feit is, dat we hier te maken hebben met een bijzonder aangenaam wegluisterende pot akoestische rootsmuziek. Aanbevolen niet enkel aan liefhebbers van het materiaal van het hier hoger al genoemde drietal, maar bijvoorbeeld ook aan deze van het oeuvre van knapen als een Jackson Browne, een Tom Petty en een Mark Knopfler.

Kenn Morr Band

 

MURALI CORYELL “Restless Mind” (Shake-It-Sugar Records)

(3,5****)

Als opvolger voor de in 2012 verschenen dubbele concertregistratie “Live” houdt Murali Coryell met “Restless Mind” nu weer gewoon een studioplaat achter de hand. En de zoon van jazzgitaarlegende Larry Coryell strooit daarop naar ondertussen goede gewoonte kwistig met soulvolle lappen blues(rock) in het rond. (Iets wat met nooit echt ontkende invloeden reikend van naamgenoten BB en Albert King tot Jimi Hendrix, de jonge Clapton en Albert Collins overigens niet echt hoeft te verbazen ook.)

Funky rockend gunt hij ons met “Waiting And Wasting Away” een vliegende start. Vervolgens gaat het via het ranzig soulvolle “Kiss Me First” en het sfeergewijs voorwaar een weinig aan het seventies-werk van Santana herinnerende titelnummer richting de zomerse R&B-stamper “I’m So Happy” en het opnieuw aardig funky getinte “Sex Maniac”. Voor de knappe sleper “Crime Of Opportunity” gaat het tempo dan even spectaculair omlaag, alvorens er met “I Can’t Give You Up” weer lustig op los mag worden gefeest. Heerlijk catchy R&B-kleinood is dat, met fijn blaaswerk van Joe Morales (sax) en Jimmy Shortell (trompet) als extra toegevoegde waarde. En diezelfde twee zien we ook opduiken in het meteen daaropvolgende, net wat tragere, maar daarom zeker niet minder aanstekelijke “Tag Along”.

Aan schuifelrocktempo gaat het in de slipstream daarvan eerder gezapig doorheen het veelzeggend getitelde “I Need Someone To Love” om vervolgens met de licht exotisch getinte “valse trage” “Lonely Eyes” een heus slotoffensiefje aan te kondigen. En dat laatste bestaat dan uit het bedaard (blues)rockende “Everyday Is A Struggle” en een knappe lezing van het zwoele, je ongetwijfeld ook in de uitvoering van wijlen Marvin Gaye bekende “Let’s Get It On”.

Murali Coryell

 

GAL HOLIDAY AND THE HONKY TONK REVUE “Last To Leave” (HTRP Music)

(4****)

Nummer drie voor Gal Holiday en haar immer energieke Honky Tonk Revue! Na hun titelloze debuut uit 2007 en het van vier jaar geleden daterende en wel heel erg toepasselijk getitelde “Set Two” is er nu “Last To Leave”, een twaalf songs rijke schreeuw om de aandacht van elke rechtgeaarde liefhebber van old school country en rockabilly. Tegelijk heerlijk authentiek en met één teen in het hier en nu en mede daardoor geschikt voor consumptie door een behoorlijk ruim publiek.

Vooral aan Vanessa “Gal Holiday” Niemanns verrassende cover van de Pat Benatar-hit “Love Is A Battlefield” zou je zomaar hitpotentie durven toe te dichten! En dat zelfs in onze contreien! Wat onlangs nog voor de Baseballs kon, zou voor deze aanstekelijke country-rockabilly-hybride zeker ook moeten kunnen. Is overigens de enige cover hier, dat liedje. Voor de rest van het materiaal tekenden Niemann en haar maats zelf. En vooral zijzelf en bassist David Brouilette bleken daarbij zeer actief.

Zelf spreekt Niemann in verband met die nieuwe liedjes over een verklanking van hun lotgevallen van de voorbije drie jaren. Een periode van veel reizen en veranderen, van groei- en andere pijntjes, maar ook van veel liefde, vriendschap en “lots of good times”. En dat resulteert vanzelfsprekend dan ook in een behoorlijk gevarieerd aandoend geheel.

“The Long Black Ribbon” is zo bijvoorbeeld een heerlijke streep twangy hard country, “She’s A Killer” een met een aardige dosis swing kruisbestoven rockabilly en “Broke Down And Broke” een lang niet enkel inhoudelijk last van de blues hebbende, maar op de keper beschouwd toch nadrukkelijk een countryliedje blijvende oorwurm. Het aanstekelijke “Teach Me How To Two Step” doet countrygewijs z’n titel dan weer alle eer aan, “South Of I-12” blijkt een bedaard rockende country road song en het volledig a capella ingezette “The Ballad Of Addie & Zack” heeft naar ons gevoel minstens evenveel met folk als met Americana vandoen. Bij de sfeervolle trage “Broken Rings” mogen er à volonté tranen in je pilsje en “Rainy Nights, Sunny Days” speelt even met een nachtelijke bruine-kroegtoestanden evocerend jazzmotiefje.

Killer stuff indeed!

Gal Holiday And The Honky Tonk Revue

 

LANEY JONES “Golden Road” (Laney Jones)

(4****)

Wat een plaat! De jonge Laney Jones blies ons met haar “Golden Road” voorwaar compleet van de sokken! Geen wonder, dat haar naam zich momenteel als een lopend vuurtje verspreidt over rootsmuziekminnende delen van het wereldwijde web. De in Florida geboren en getogen, maar momenteel omwille van haar studies aan het Berklee College of Music in Boston residerende Jones heeft naar ons gevoel echt alles om het op termijn helemaal te gaan maken! Een dijk van een stem, knappe liedjes en buitengewoon vaardige vingers ook. Dat laatste illustreert ze hier op zowel op de banjo als op de ukelele.

Ruim vierendertig minuten lang streelt ze de zinnen. En dat met een tiental eigen originelen met hun roots in folk, old-time en bluegrass. De “missing link” tussen Gillian Welch en Alison Krauss als het ware! Luister maar eens naar dingen als het volop van het werkelijk sprankelende banjowerk erin profiterende “Broken Hearts”, het met een snuif rock gekruide “Devil Down”, de bluesy sleper “Black Coffee”, het sfeervolle “Rise No More” of het wat jazzy aandoende “Pour Out The Whiskey”! Wedden, dat je het snel met ons eens zal zijn, dat we hier te maken hebben met één van dé in het oog te houden talenten voor de komende jaren?

Vooral je voordeel mee doen, zouden we zo zeggen! En snel ook!

Laney Jones, CD Baby

 

FAYSSOUX “I Can’t Wait” (Red Beet Records)

(4****)

Haar vorige plaat, het ondertussen ook alweer zes jaar geleden verschenen “Early”, was er naar onze bescheiden mening eentje voor de eeuwigheid. En ook op het zopas op de markt belande “I Can’t Wait” hoeft er wat ons betreft absoluut weer geen houdbaarheidsdatum te worden vermeld. Ook dat is immers weer een album, waarvan je als luisteraar gelijk al na de eerste beluistering ervan weet, dat je er nog héél vaak naar zal teruggrijpen. Heerlijk relaxed en van een werkelijk tijdloze schoonheid.

Peter Cooper tekende net als bij voorganger “Early” ook nu weer voor de productie, al liet hij zich daarbij ditmaal wel bijstaan door snarenvirtuoos Thomm Jutz. Verder ook nog van de partij tijdens de opnamen van “I Can’t Wait”: Brandon Turner (akoestische gitaren en harmony vocals), Sierra Hull (mandoline), Justin Moses (fiddle en banjo), Mark Fain (bas), Pat McInerney (percussie), Jen Gunderman (accordeon en piano) en Eric Brace, Donna Ulisse en Tom T. Hall (allen zang). Fayssoux McLean zelf nam naast de zang ook her en der wat akoestisch gitaarwerk voor haar rekening. En de heren Jutz en Cooper deden op hun beurt hetzelfde.

Samen waden ze doorheen materiaal van Kieran Kane (“I Can’t Wait”), David Ball (“When The Thought Of You Catches Up With Me”), Mose Allison (“My Brain”), Merle Haggard (“Mama’s Hungry Eyes”), RB Morris (“Hell On A Poor Boy”), Tom T. en Dixie Hall (het ook met de eerste van dat tweetal gebrachte “I Made A Friend Of A Flower Today”), Jim Lauderdale (“Some Things Are Too Good To Last”) en Fayssoux zelve. Onder een vijftal composities prijkt haar naam, alleen of samen met die van Peter Cooper, dan wel Cooper én Thomm Jutz. Een aardige vooruitgang ten opzichte van ten tijde van “Early”. Toen mochten er immers slechts twee eigen nummers mee tegenaan.

Liefhebbers van authentieke, nog volledig akoestisch gebrachte en mede daardoor wat rustiek aandoende Americana weten daarmee ons inziens genoeg! Zij zullen hier net als ons en bekende bewonderaars als Emmylou Harris, Dolly Parton en Rodney Crowell twaalf nieuwe redenen vinden om Fayssoux McLean stevig aan de borst te drukken. Om het met de woorden van haar mentor Peter Cooper samen te vatten: “She’s a profound pleasure, pleasurably profound.”

Fayssoux, Red Beet Records

 

CHRISTINE ALBERT “Everything’s Beautiful Now” (Moon House Records)

(3,5****)

De voorbije jaren waren op persoonlijk vlak behoorlijk hard voor Christine Albert. Hard in dat opzicht, dat de Texaanse op korte tijd nogal wat dierbaren verloor. Je weet wel, die fase, waar we ooit allemaal doorheen moeten en die met het ouder worden alleen maar dichter blijft komen…

Zoals het een goede songsmid past profiteerde Albert echter optimaal van de situatie. Bij wijze van eerbetoon aan hen die gingen verwerkte ze haar verdriet in enkele nieuwe liedjes, die samen met materiaal van onder anderen Shake Russelll en Dana Cooper, Tom Peterson, Jackson Browne en Warren Zevon op haar nieuwe album “Everything’s Beautiful Now” belandden. Veelal eerder gevoelige dingen, die nu eens eerder richting roots pop, dan weer eerder richting Americana, folk of country overhellen. Met als voornaamste blikvangers zo op het eerste gezicht allicht het titelnummer en “Old New Mexico”. Het eerste, de even aangrijpende als mooie pianoballade “Everything’s Beautiful Now”, hing Albert op aan een handvol van de laatste woorden van haar schoonmoeder Darleen op haar sterfbed. Het tweede is een met de legendarische Jerry Jeff Walker geschreven en ook samen met hem gebrachte streep verhalende Americana. Bovendien ook van de partij in dat liedje: collega Eliza Gilkyson.

Andere opvallende momenten op “Everything’s Beautiful Now”: het mede dankzij opnieuw de piano van Chris Gage en de dobro van Lloyd Maines een aardig eindje richting enigszins jazzy aandoende wateren afdrijvende “On That Beautiful Day”, het mild gestemd op het eigen leven terugblikkende rootspopluisterdeuntje “Flower Of The Moon”, prachtige covers van “For A Dancer” van Jackson Browne en “Keep Me In Your Heart” van wijlen Warren Zevon en de ronduit schitterende afsluiter, de met veel gevoel gebrachte Americana-ballade “My Heart’s Prayer”.

Dingen als deze maken van “Everything’s Beautiful Now” het soort van plaat dat je enkel kan maken als je heel goed bij de les was toen het leven zelf doceerde. En dan nog… Je moet er bij wijze van spreken al voor tot in je laatste studiejaar zijn doorgestoten…

Christine Albert, CD Baby

 

Voor eerdere besprekingen verwijzen we je graag naar ons archief!!!!!

 

Home